CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording Beleidskader Puccinimethode.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 8 februari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de actualisatie van het Beleidskader Puccinimethode (VN2024-000127)30.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota van Beantwoording Behorende bij de actualisatie van het Beleidskader Puccinimethode Naar aanleiding van de inspraakperiode, van 28 juni 2023 tot en met 30 augustus 2023.

1

Samenvatting & reflectie Tijdens de inspraakperiode zijn zes zienswijzen van bewoners en organisaties ontvangen. Daarnaast hebben alle stadsdelen en stadsgebied Weesp van de mogelijkheid gebruik gemaakt om advies uit te brengen op het kader. De zienswijzen en adviezen hadden betrekking op diverse thema’s, waaronder toegankelijkheid, (verkeers)veiligheid, vergroening, cultuurhistorie en de verschillende kaarten in het beleidskader. In het vervolg van deze nota zijn alle ingediende reacties per thema van een antwoord voorzien. De ingediende zienswijzen en adviezen hebben tot de volgende wijzigingen in het Beleidskader Puccinimethode geleidt, ten opzichten van de inspraakversie: • Toevoeging van ‘dijken’ als voorbeeld van een structuur die invloed kan hebben op de inrichting van de openbare ruimte; • Verduidelijken dat verhardingsmaterialen worden hergebruikt zo lang ze voldoende stroef en voldoende egaal zijn, o.a.

met het oog op toegankelijkheid; • Aanpassing van de Vloerkaart met de toevoeging van Stationsgebied Weesp als bijzondere plek en aanpassen van de zonering bij de Buiksloterdijk; • Verduidelijken van de toelichting op welke manier voetgangersruimte op gespannen voet kan staan met andere functies en ruimteclaims in profielen; • Correctie van het bijschrift bij de foto waar gesproken werd over de ’Willemsparkweg’ terwijl het een beeld betreft van de ‘De Lairessestraat’; • Aanpassen van de titels in de Groentabel en de onderliggende teksten zodat deze corresponderen en onduidelijkheid voorkomen wordt; • Verduidelijken wanneer groen wel kan worden toegepast in een straat die smaller is dan 15 meter; • Verduidelijken dat het toevoegen van groen op kades niet de toegankelijkheid van aanlegplaatsen langs kades mag verhinderen; • Verduidelijken dat een uitzondering op de minimale maten van plantvakken gemaakt kan worden als er sprake is van medebeheer; • Verduidelijken dat voorwaarden onder 10.2.1 gelden voor alle bomen; • Schrappen van derde punt van paragraaf 10.2.3, naar aanleiding van de inspraakreactie waarin gevraagd werd de relatie tussen de Bomenverordening en de Puccinimethode te verduidelijken. Bomen van de 3e grootte zijn geen standaard toepassing en in principe is de ondergrens voor de groeiplaats 25m3 .

2

Ontvangen reacties

datum

A. Bewoners I. II.

Bewoner 1 Bewoner 2

28 augustus 2023 28 augustus 2023

B. Belangenorganisaties I. II. III. IV.

Vereniging Voordestad Fietsersbond Amsterdam Cliëntenbelang Amsterdam SILVUR

20 augustus 2023 28 augustus 2023 30 augustus 2023 31 augustus 2023

C. Adviezen van de dagelijks besturen van de stadsdelen I. II. III. IV. V. VI. VII. VIII.

Centrum Nieuw-West Noord Oost West Zuid Zuidoost Weesp

5 oktober 2023 4 oktober 2023 28 september 2023 27 september 2023 18 oktober 2023 3 oktober 2023 19 september 2023 3 oktober 2023

3

Beantwoording van inspraakreacties Categorieën 1. Algemeen over het beleidsvoornemen 2. Uitvoering van de standaard 3. Bescherming van Cultuurhistorie 4. Straatmeubilair 5. Puccini Groen 6. Puccini Rood 7. Veiligheid 8. Toegankelijkheid 9. Tekstuele voorstellen

4

1. Algemeen over het beleidsvoornemen Reactie

Antwoord

No.

1.1

Sinds de invoering van het Handboek Inrichting Openbare Ruimte in stadsdeel Centrum is de kwaliteit van de openbare ruimte er aanzienlijk op vooruit gegaan. De introductie van de Puccinimethode heeft bijgedragen aan verdere standaardisering en verbetering van de straat- en groeninrichting. Het voorliggende beleidskader zet deze lijn door, waarbij terecht extra wordt ingezet op vergroening op plekken waar dat kan en waar, wat ons betreft, afspraken zijn gemaakt over het beheer.

Het Beleidskader Puccinimethode vormt samen met de bijbehorende Handboeken Rood en Groen de standaard voor het Amsterdamse straatbeeld. Dit beleid zorgt voor een kwalitatief goede, fysieke inrichting van alle Amsterdamse openbare ruimte. Met de actualisatie van dit beleidskader wordt hier inderdaad op voortgebouwd.

B.I

1.2

In algemene zin onderschrijven wij de waarden en doelen die met de Puccinimethode worden gediend. De methode geeft een standaard voor het straatbeeld, waar in grote lijnen goed mee te werken valt.

De uitgangspunten van een goede inrichting en de vijf overtuigingen in het Beleidskader Puccinimethode zijn in de basis niet gewijzigd ten opzichten van 2018, maar wel verder aangescherpt en uitgewerkt. Het werken hiermee wordt dan ook voortgezet.

B.I

1.3

Beleid niet verhullen, inspraak goed organiseren

Het Beleidskader Puccinimethode wordt geactualiseerd om aan te kunnen sluiten op ontwikkelingen in de stad. Voorbeelden hiervan zijn onder andere de beleidskeuzes uit de Groenvisie (2020), de Agenda Amsterdam Autoluw (2020) en beleidsnotitie ’30 km/u in de stad’ (2021). Daarnaast geeft de bestuurlijke fusie met Weesp aanleiding tot deze actualisatie.

A.I

De afgelopen 5 jaar heeft u praktijk-ervaring opgedaan met Puccini 2018 en bovendien staat de tijd niet stil, nieuwe ontwikkelingen dienen zich aan, ook daarop moet u met het Beleidskader Puccini 2023 inspelen, meegaand of juist beperkend. Dus dat u tot bijstelling van het Beleidskader Puccini 2018 wilt komen ligt alleszins voor hand. Echter, niks van dit alles is te zien in uw voorstel, niet eens is kenbaar wát u ten opzichte van Puccini 2018 wilt gaan veranderen, laat staan waarom. Kortom, er zijn 2 mogelijkheden: óf u heeft geen nieuwe beleidsvoornemens, óf u heeft ze wel maar u houdt ze achter. Wat van deze 2 de ergste is weet ik niet, voor achterhouden zijn er 2 aanwijzingen: In 2021 heeft u tussentijds inspraak gehouden op een specifiek Puccini-thema, de herplant van bomen. Ook de wijzigingen in de herplantregels heeft u niet gepresenteerd maar verborgen in wollige teksten zodat bewoners niet zien waar het om gaat en inspreken 5

De algemene beleidslijn en de algemene uitgangspunten uit het Beleidskader Puccinimethode zijn op hoofdlijnen gelijk gebleven, maar met deze nieuwe ontwikkelingen is het noodzakelijk om de teksten te actualiseren, nieuwe ontwikkelingen daarin te benoemen en onderdelen van het beleid aan te passen. Het benoemen van alle wijzigingen ten opzichte van 2018 in het beleidskader is niet noodzakelijk. De gemeenteraad stelt tenslotte niet specifiek de wijzigingen t.o.v. 2018 vast, maar neemt een besluit over het gehele Beleidskader Puccinimethode zoals voorgelegd. De inhoudelijke wijzigingen

onmogelijk is. En aan het eind van uw voorstel voor Puccini 2023 komt u in een bijlage alsnog tot de kern van uw huiswerk, kaders bieden voor het integraal ontwerpen van de openbare ruimte, maar daarover zegt u:

t.o.v. 2018 zijn wel op hoofdlijnen benoemd in de voordracht voor de gemeenteraad en daarin voor een ieder terug te zien, om daarmee houvast te bieden in de besluitvorming.

“ De opgave voor het nog verder verdichten van de stad is een grote prioriteit. Duidelijk is ook dat hieraan integraal ontworpen moet worden waarbij een veelheid aan eisen en ambities allemaal een plek moeten krijgen. Dat groen daarin een wezenlijke rol speelt om de opgaves met betrekking tot klimaatadaptatie en mitigatie, gezondheid, biodiversiteit, erfgoedwaarden en sociaal welzijn zo goed mogelijk vorm te geven is ook duidelijk. Hoe dat in de stedenbouw, bebouwing en inrichting van de openbare zal landen, zal in de komende tijd duidelijk worden. “ (ontwerp Puccini 2023, blz 82; markering ondergetekende ) Kortom, u legt de bewoners en ook de SDC’s en de Raad niet voor wat uw nieuwe beleidsvoornemens voor de inrichting van de openbare ruimte zijn. Oplossing: A. De inspraak kan evident niet worden overgedaan, in uw Antwoordnota graag de toezegging de volgende keer de inspraak wel goed te gaan organiseren met expliciet voorleggen van de voorgestelde wijzigingen. B. In de voordracht aan de Raad alsnog expliciet maken wat u in Puccini 2023 wilt veranderen ten opzichte van Puccini 2018 zodat duidelijk wordt wat u wel en niet wilt gaan doen. 1.4

Graag reageren we op het Beleidskader Puccinimethode. We begrijpen dat de ‘Agenda Amsterdam Autoluw’ en ‘30 km/u in de stad’ een actualisatie noodzakelijk maakt. We hoopten dat ook steviger voetgangersbeleid tot de aanleidingen behoorde. Dat zou de toegankelijkheid van de stad enorm ten goede komen.

Ten tijde van de start van de actualisatie van het Beleidskader Puccinimethode (begin 2022) was het Beleidskader ‘Ruimte voor de Voetganger’ nog niet vastgesteld. Dit vormde dus geen directe aanleiding voor het actualiseren van het beleidskader Puccinimethode. Het inmiddels vastgestelde beleidskader ‘Ruimte voor de Voetganger’ doet voornamelijk uitspraken over de vrije doorloopruimte voor voetgangers in de stad. Daar waar het de maatvoering van trottoirs betreft, verwijst Beleidskader Puccinimethode dan ook door naar het inmiddels vastgestelde Beleidskader Ruimte voor de Voetganger. De standaard van minimaal 2

6

B.III

meter vrije doorloopruimte wordt ook zichtbaar in de uitwerking van het Beleidskader Puccinimethode in het Handboek Rood. 1.5

Het DB adviseert positief over de tekstuele aanpassingen, overeenkomstig de aanpassing op actuele thema’s zoals duurzaamheid, verkeersveiligheid en participatie. Ten aanzien van participatie geeft het DB aanvullend advies.

Voor kennisgeving aangenomen.

1.6

Allereerst is het DB content dat Puccini is geactualiseerd aan de hand van de beleidskeuzes uit de Groenvisie, Agenda Amsterdam Autoluw en 30 km/u in de stad. We zien de meerwaarde van het werken conform de standaard, niet alleen voor de herkenbare uitstraling maar ook zeker voor de enorme impact die Puccini heeft gehad op de beheerbaarheid van openbare ruimte & groen. In de praktijk zullen er echter wel situaties voorkomen waarin het wenselijk is om toch van de standaard af te kunnen wijken. Als DB zien we dat Puccini een essentiële schakel is in goed assetmanagement. We snappen ook dat er soms een spagaat kan ontstaan tussen enerzijds de standaardisatie, beheerbaarheid en beeldkwaliteit en anderzijds ruimte voor bewonersinitiatieven, bijzondere plekken, ontwerpersinitiatieven en gebruikskwaliteit.

Voor kennisgeving aangenomen.

SD Noord

1.7

De Puccinimethode is de standaard voor het Amsterdamse straatbeeld en staat voor een kwalitatief goede, fysieke inrichting van alle Amsterdamse openbare ruimte. De adviesaanvraag betreft een actualisatie van het Beleidskader Puccinimethode dat in 2018 door de gemeenteraad werd vastgesteld. Deze actualisatie van het beleid is nodig om aan te blijven sluiten op de opgaven en ontwikkelingen in de stad. In de actualisatie zijn beleidsuitgangspunten verwerkt uit onder andere de Groenvisie en beleidsnota 30 km/uur in de stad.

Voor kennisgeving aangenomen.

SD Oost

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost onderschrijft het beleidskader Puccinimethode. Het is goed dat er wordt ingespeeld op de actualiteit waaronder de ambitie om rigoureus te vergroenen en de wijziging van 50 naar standaard 30 km/u in de stad. Ook zijn de inrichtingsprincipes met betrekking tot groen op de kades geactualiseerd. Het is goed dat er nu onderscheid gemaakt wordt tussen kades in het rijksbeschermd stadsgezicht en groen op de kades daarbuiten. In Oost is er veel vraag vanuit bewoners om vergroening van

7

SD Zuidoost

Antwoord op participatie onder 2.7

de kades. Dit kader creëert nieuwe mogelijkheden voor vergroening. Ook een goede toevoeging aan het kader is het principe om bij herinrichtingen modern parkeren toe te passen. Bij modern parkeren maakt het parkeervak deel uit van het trottoir en heeft het dezelfde materialisering. Hierdoor kan men dit gebruiken als trottoir als er geen auto’s geparkeerd staan en kunnen parkeervakken eenvoudig worden omgevormd naar functies als voetgangersruimte, fietsparkeerplekken of groen zonder dat hier grote ingrepen voor nodig zijn. 1.8

Het dagelijks bestuur heeft kennis genomen van de wijzigingen in het beleidskader. Inhoudelijk is de afstemming ambtelijk en bestuurlijk goed geweest waarvoor complimenten.

Voor kennisgeving aangenomen.

SD Centrum

1.9

De bestuurscommissie begrijpt dat Weesp onderdeel wordt van de Puccinimethode, waarmee eenduidigheid in ontwerp en beheer van de openbare ruimte beter is gewaarborgd. De aandacht voor de voor Weesp specifieke inrichtingselementen en het niet toepassen van de Andreaskruisen geeft invulling aan de wens een eigen identiteit binnen het gebied te behouden.

Afspraken over het behouden van specifieke inrichtingselementen en over het behoud van straatmeubilair en verlichting voor Weesp binnen de Puccinimethode zijn onderdeel van het collegebesluit van het college van B&W van Weesp d.d. 2 maart 2022. Hiermee behoudt Weesp specifieke inrichtingselementen die ruimte geven voor het behoud van de eigen identiteit in het Stadsgebied Weesp.

SG WEESP

1.10

In het beleidsstuk staat aangegeven dat binnen de gemeentelijke organisatie het van belang is dat alle betrokkenen gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor het eindresultaat van een nieuw ontwerp voor de openbare ruimte op straat. Beheer is hier een belangrijk onderdeel van. Omdat het beheer van de huidige openbare ruimte al vragen in het stadsgebied oplevert, vraagt de bestuurscommissie binnen dit proces extra aandacht voor de organisatie en financiering van goed beheer van nieuw aan te leggen openbare ruimte.

Voor kennisgeving aangenomen.

SD Noord

1.11

De bestuurscommissie wijst erop dat het grote landelijke gebied ten oosten van Weesp, dat Amsterdam er na de fusie heeft bijgekregen, onzichtbaar is in de vloerkaart en in de zonering, net zoals in veel andere gemeentelijke beleidsdocumenten. Namens de inwoners, ondernemers en recreanten van dit gebied vragen wij het stadsbestuur om het landelijk gebied mee te nemen in gemeentelijk beleid.

Het beleidskader Puccinimethode heeft betrekking op het gehele oppervlak van de gemeente Amsterdam. Het beleidskader bevat de Vloerkaart, Verlichtingskaart en Groenkaart. In deze kaarten zijn de grenzen van de gemeente aangegeven en ligt het landelijk gebied ten oosten van het centrum van Weesp ook binnen deze gemeentegrenzen. In de Groenkaart is dit overwegend regulier groen, in de Verlichtingskaart is dit zone D en in de

SG WEESP

8

Vloerkaart is dit gebied blanco gehouden, net als het landelijk groen in stadsdeel Noord, Zuidoost en de stadsparken. Omdat in deze gebieden geen gestandaardiseerde verhardingsmaterialen bestaan voor de rijbanen en trottoirs is het gebied blanco gebleven. Door het gebied lopen wel een aantal gele lijnen die het wegennetwerk aangeven. 1.12

Dank voor uw adviesaanvraag over de actualisatie van het Beleidskader Puccini. Wij herkennen het belang van de actualisatie en zijn tevreden met de aanpassingen. Wij geven graag de onderstaande adviezen en aandachtspunten mee.

9

Voor kennisgeving aangenomen.

SD West

2. Uitvoering van de standaard Reactie 2.1

Antwoord

Het zou de ambitie van de stad moeten zijn om iedere kans aan te grijpen om de openbare ruimte structureel te verbeteren en op consistente wijze te werken aan het uitrollen van de Puccini standaard. Dat impliceert twee dingen: 1) In geval van noodzakelijke werkzaamheden aan straat en kade moet altijd worden nagegaan of daarbij kan worden uitgegaan van de actuele Puccini standaard en 2) Bij de afweging dienen niet alleen de kosten te worden betrokken, maar ook de kwaliteitswinst die Puccini oplevert en het belang van zichtbare voortgang in de omvorming van de openbare ruimte. Die zichtbare voortgang vraagt eigenlijk om een meer planmatige aanpak van de uitrol van Puccini, op basis van een actueel beeld van de kwaliteit van onze straten, kades en pleinen. Samenvattende aanbeveling 1: Geef de Puccinimethode een impuls door de ambitie uit te spreken om bij noodzakelijke werkzaamheden aan de straat uit te gaan van de Puccini standaard en gestaag te werken aan realisatie daarvan.

2.2

In geval een concrete afweging mocht uitmonden in niet-toepassing van de standaard, verdient het aanbeveling na te gaan of dat project zich wél leent voor een of meer aan de standaard ontleende verbeteringen (meelift-variant). Samenvattende aanbeveling 2: Ga bij noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden altijd na of en welke elementen van de standaard zich lenen om mee te liften.

10

Het Beleidskader Puccinimethode streeft naar een stad die herkenbaar, samenhangend en eenduidig is ingericht, zoals uitgewerkt in dit Beleidskader Puccinimethode. Conform dit beleidskader wordt in alle herinrichtingsprojecten daarom gewerkt met de standaard, tenzij er sprake is van een bijzondere plek, een buurtplein of een weloverwogen afwijking waarbij altijd het advies van het Toetsteam Openbare Ruimte & Mobiliteit betrokken wordt in de bestuurlijke besluitvorming.

No. B.I

Echter, niet al het werk in de openbare ruimte betreft herinrichtingen. De keuze voor groot onderhoud, vervanging of herinrichting valt niet binnen de scope van de Puccinimethode. In het huidige coalitieakkoord is opgenomen dat meer geld moet worden uitgegeven aan instandhouding om achterstallig onderhoud te beperken en daarmee dus minder geld naar stad verbeteren (herinrichtingen). Het uitgangspunt bij onderhouds- en vervangingsprojecten in de openbare ruimte is dat het profiel dat er lag wordt teruggelegd. Deze werkwijze is nader uitgewerkt in de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte zoals vastgesteld door het College van B&W in 2023. Het versneld herinrichten van de grachtengordel is daarom de komende jaren niet aan de orde. Zoals omschreven staat in paragraaf 2.3.1 geldt: bij onderhoud is het uitgangspunt dat we geen aanpassingen doen aan de materialisering en het profiel. Ook bij vervangingen wordt de hoofdopzet van het profiel behouden. Hierdoor kunnen we sneller, duurzamer en kosteneffectiever werken.

B.I

In lijn hiermee is het niet wenselijk de aanbeveling over te nemen en bij alle onderhoudsprojecten na te gaan of er elementen uit de Puccinimethode kunnen “meeliften”, omdat onderhoud primair gericht is op het in stand houden van wat er al is. Conform paragraaf 2.3.1 van het Beleidskader Puccinimethode geldt wel dat als er iets wordt aangepast binnen een bestaande inrichting, we zo veel mogelijk de standaardoplossingen uit de Puccinimethode gebruiken. 2.3

Ten tijde van de introductie van het standaard grachtenprofiel (1997) werd uitgegaan van een realisatietraject van 30 jaar. Anno 2023 heeft bij benadering nog maar 30% van de grachten in de Unesco-kernzone dit profiel. Door keer op keer te kiezen voor ‘groot onderhoud’ wordt de lappendeken aan inrichtingsvarianten gereproduceerd en dreigt de beoogde kwaliteitsslag buiten beeld te geraken. Elk perspectief op toekomstige doorvoering van het standaard grachtenprofiel ontbreekt. Wil de Puccinimethode in dit opzicht niet tot dode letter verworden, zal zichtbaar moeten worden gemaakt wanneer welke gracht zal worden heringericht. Er lijkt ons niets mis mee om in die zin actief om te gaan met het Amsterdamse werelderfgoed. Samenvattende aanbeveling 3: Stel voor de herinrichting van de grachtengordel, het UNESCO-gebied, een meerjarig invoeringsplan op waarin zichtbaar wordt gemaakt wanneer welke gracht zal worden heringericht.

In lijn met het antwoord bij 2.1 is het maken van een meerjarig invoeringsplan van de materialen van de Puccinimethode niet mogelijk. De wijze waarop de standaard wordt toegepast op projectniveau is toegelicht in paragraaf 2.3.1 van het Beleidskader Puccinimethode. De keuze voor groot onderhoud, vervanging of herinrichting valt niet binnen de scope van de Puccinimethode. De huidige budgetten zijn niet toereikend om altijd te kiezen voor het vervangen van de bestaande materialen en middels herinrichting over te gaan tot het standaard grachtenprofiel. Ook duurzaamheid speelt een rol: het is niet duurzaam weginrichtingen vroegtijdig te vervangen en aan te passen om daarmee aan de standaard te voldoen. De omgang met onderhoud, vervanging en herinrichting is uitgewerkt in de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte zoals vastgesteld door het College van B&W in 2023. Het uitgangspunt “over 30 jaar is het gereed” was destijds waarschijnlijk gebaseerd op een theoretisch principe dat een straat 1 keer in de 30 jaar open moet en dat de gemeente dan het grachtenprofiel zou aanleggen, in plaats van onderhoud of 1 op 1 vervanging. Met het oog op het duurzaam gebruik van de materialen en effectieve inzet van financiële middelen is een dergelijke werkwijze op dit moment niet wenselijk.

Dit neemt niet weg dat het standaard grachtenprofiel van de Puccinimethode (inclusief het bijbehorend materiaalgebruik) het uitgangspunt is wanneer sprake is van herinrichting in het Unesco Werelderfgoed gebied.

11

B.I

2.4

Terecht wordt opgemerkt dat het van belang is ‘om bij de opzet van het profiel in eerste instantie de ruimte voor de voetganger te borgen’ (p. 40). Wij stellen voor om daarmee niet te wachten op een herinrichting, maar om, voor zover dat bij de huidige trottoirbreedtes mogelijk is, direct aan de slag te gaan met realisering van ‘een minimale vrije doorloopruimte van 200 cm', of zoveel meer als nodig is om aan de eisen van het Beleidskader Ruimte voor de voetganger te voldoen. Dat brengt met zich mee dat er geen plaats is voor (opnieuw te vergunnen) terrassen, geveltuintjes en andere objecten voor zover die ten koste zouden gaan van de beoogde vrije doorloopruimte. Waar het trottoir daar momenteel te smal voor is, moet de vereiste vrije doorloopruimte door herinrichting mogelijk worden gemaakt.

De minimale vrije doorloopruimte voor de voetganger is bestuurlijk vastgelegd in beleidskader ‘Ruimte voor de Voetganger’ (2023). Bij de vaststelling van dit beleidskader Ruimte voor de Voetganger is aangegeven hoe wordt omgegaan met het creëren van meer voetgangersruimte in bestaande situaties en bij herinrichtingen. De gemeenteraad heeft daarover reeds besloten.

B.I

Het Beleidskader Puccinimethode volgt daar waar dat relevant is het beleidskader Ruimte voor de Voetganger. De aanbeveling met betrekking tot het maken van meer doorloopruimte op de stoep in bestaande situaties heeft daarmee geen wijzigingen tot gevolg voor het Beleidskader Puccinimethode.

Samenvattende aanbeveling 5: Realiseer waar mogelijk zonder uitstel een vrije doorloopruimte op de stoep van minimaal 2 meter of zoveel meer als nodig is om te voldoen aan de eisen van het Beleidskader Ruimte voor de voetganger en sta geen terrassen, geveltuintjes of andere objecten toe voor zover die daar inbreuk op zouden maken. 2.5

P13: Bij (groot) onderhoud is het uitgangspunt dat we geen aanpassingen doen aan de materialisering en het profiel. Hierdoor kunnen we sneller, duurzamer en kosteneffectiever werken. Wat ons betreft moet dit geen uitgangspunt zijn voor fietsroutes die onderdeel zijn van het Hoofd- en Plusnet Fiets (in het vervolg: fietsnetwerk). De gemeente streeft er met maatregel 17 van het MJP Fiets expliciet naar om het betegelde wegdek van routes op het fietsnetwerk om te zetten in asfalt. (Uit onderzoek blijkt dat een tegelwegdek 40% meer inspanning vergt van een fietser dan een asfaltwegdek. Bovendien kunnen in het wegdek opgenomen objecten zoals putdeksels, kolken e.d. in asfalt volkomen vlak geïntegreerd worden, terwijl dit in een tegel- of klinkerwegdek tot onvermijdelijk venijnige oneffenheden leidt, die fietsers nopen tot (ook voor anderen) gevaarlijk slingeren.)

Op P30 van het beleidskader staat dat betonstraatstenen bij onderhoud standaard vervangen worden door gebakken klinkers. Wij bepleiten een

Vanuit duurzaamheid is het algemene uitgangspunt dat materialen hergebruikt worden, zoals toegelicht op pagina 19 van het beleidskader. Op pagina 30 van het beleidskader staat over betonstraatstenen het volgende: “(..) De bekende betonstraatstenen, goedkoper maar so(m)ber ogend en van grote invloed op beleving van de openbare ruimte, passen we sinds 2018 niet meer nieuw toe.” Dit betekent niet dat deze betonstraatstenen bij onderhoud standaard vervangen worden. Vanuit het MJP Fiets wordt ingezet op het vervangen van betontegels door asfalt op het Hoofd- en Plusnet Fiets als die mogelijkheid zich voordoet. Per (onderhouds)project wordt de afweging gemaakt of asfalt kan worden aangelegd als de tegels aan vervanging toe zijn. Vanuit het MJP Fiets is hiervoor extra budget beschikbaar als dat nodig is. De omgang met onderhoud, vervanging en herinrichting is nader uitgewerkt in de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare

12

B.II

dergelijke uitzondering ook voor tegels op fietspaden van het fietsnetwerk: die moeten bij onderhoud in asfalt worden uitgevoerd.

Ruimte als afwegingskader op projectniveau, zoals vastgesteld door het College van B&W in 2023. Indien er technisch gezien aanleiding is voor vervanging van een wegdek dan wordt conform de standaarden uit de Puccinimethode uiteraard wel gekozen voor rood asfalt in vrijliggende fietspaden, tenzij sprake is van een in het beleidskader en het MJP Fiets benoemde uitzondergrond of er om technische redenen geen asfalt toegepast kan worden.

2.6

2.7

Instandhouding inrichting woonerven Het DB adviseert bij het onderhoud van woonerven/ woonerfconstructies de bestaande inrichting en materialisering in stand te houden conform, en erop toe te zien dat dit ook zo wordt uitgevoerd. Toepassing van andere materialen doet af aan de kwaliteit , uitstraling en cultuurhistorische waarde van deze buurten.

Conform de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte, zoals vastgesteld door het college van B&W in 2023, geldt als uitgangspunt dat bij onderhoudsprojecten profielen in de basis niet gewijzigd worden. Dit komt ook terug in paragraaf 2.3.1 van het Beleidskader Puccinimethode. Dat betekent dat bij onderhoud aan woonerven in principe het profiel behouden blijft.

Dit geldt in Zuidoost onder andere voor de buurten Nellestein en Geerdinkhof waar momenteel groot onderhoud plaatsvindt of wordt voorbereid.

Indien het aanwezige materiaal om technische redenen vervangen moet worden, dient per locatie bekeken te worden wat het meest passende materiaal is. Het Beleidskader Puccinimethode biedt ruimte om afwijkend materiaal toe te passen vanuit cultuurhistorische overwegingen. Zie de tekst onder paragraaf 3.1.

De discussie over participatie bij (groot) onderhoud en mogelijke plussen op het onderhoud volgens de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare ruimte, is nog gaande.

De Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte is in het voorjaar van 2023 vastgesteld door het college van B&W. De omgang met participatie bij onderhoudsprojecten is onderdeel van deze standaard, niet van de Puccinimethode. Derhalve heeft dit advies geen betrekking op het Beleidskader Puccinimethode, maar het vroegtijdig informeren van bewoners bij onderhoudsprojecten is uiteraard het doel, waarvoor ook uitgebreid aandacht is in de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte.

Ondanks dat de participatie bij onderhoud zich beperkt tot informeren, kan ook het onderhoud en beheer van de openbare ruimte baat hebben bij de inbreng van bewoners om een kwalitatief optimaal en duurzaam resultaat te krijgen, waarvoor draagvlak is bij de gebruikers. Het DB adviseert om bewoners en andere stakeholders in buurten waar [groot] onderhoud gepland staat, in een veel eerder stadium dan nu het geval is, te betrekken bij de onderhoudsplannen.

13

De wens om principes op het vlak van ecologie en duurzaamheid toe te passen komt terug in het Beleidskader Puccinimethode zoals dat nu voorligt.

SD Zuidoost

SD Zuidoost

De stadsdeelcommissie Amsterdam Zuidoost heeft kennis genomen van het Beleidskader Puccinimethode en de voorgestelde wijzigingen in de principes die worden gehanteerd bij de inrichting van de openbare ruimte. De stadsdeelcommissie vindt het van belang om, meer dan nu het geval is, ecologische en duurzaamheidsprincipes toe te passen, en bevordering van sociale cohesie bij inrichting en beheer van de openbare ruimte.

Het bevorderen van de sociale cohesie raakt beperkt aan de Puccinimethode aangezien de Puccinimethode primair toeziet op vormgeving, materialisering, detaillering en techniek en niet op de functionele inrichting van een plek en het ruimtelijk programma. Uiteraard is het inrichten van mooie, prettige openbare ruimte waar het fijn is elkaar te ontmoeten wel onderdeel van de overkoepelende doelstellingen van de Puccinimethode. Deze ambitie is eerder ook al vastgesteld in de Visie Openbare Ruimte.

2.8

De doorsnijding van het stadsdeel door de metrolijn tegengaan door planologische ingrepen, waardoor beide kanten van het spoor beter met elkaar in verbinding worden gebracht.

De planologische opzet en het maken van stedenbouwkundige keuzes voor de inrichting van de stad is geen onderdeel van de Puccinimethode. Op grond van het Beleidskader Puccinimethode is de basis wel dat de inrichting van de openbare ruimte samenhangend, eenduidig en herkenbaar is. Een doorgaande weg of een erf hoeft er aan de andere kant van een metrolijn niet anders uit te zien.

SD Zuidoost

2.9

Behoud van scheiding autoverkeer van fietsers en voetgangers en geen mixzones creëren met de auto te gast, zoals in Amsterdam binnen de ring steeds vaker wordt toegepast.

In de Puccinimethode wordt voorzien in uitgangspunten en standaardoplossingen voor de vormgeving, materialisering, detaillering en techniek van de inrichting van verschillende straten. De keuze voor een erftoegangsweg, buurtstraat of een woonerf op een specifieke plek of binnen een specifiek project is geen onder deel van de Puccinimethode.

SD Zuidoost

Op basis van het Beleidskader Verkeersnetten worden afwegingen gemaakt over welk soort inrichting het beste past bij de mobiliteits- en verblijfbehoefte in de straat. 2.10

Duurzaamheid & bodemdaling (2.2.3) het DB Noord wil hier meegeven dat er in Noord ervaringen zijn opgedaan waar Puccini er toe heeft geleid dat er niet voor de meest duurzame of klimaat adaptieve oplossing gekozen is. De Stoombootweg is bijvoorbeeld van asfalt naar rode klinkers gegaan conform Puccini. De ervaring heeft ons hier geleerd dat dit eerder verzakt alsmede duurder in onderhoud is. In zoverre dat het instandhoudingsprogramma nu de keuze heeft gemaakt het asfalt weer terug

14

Het werken conform de standaarden van de Puccinimethode is het uitgangspunt, waarbij de keuze voor asfalt of klinkers in een rijbaan primair wordt ingegeven door de verkeerskundige classificatie van de weg. Maar, als er technische redenen zijn om in een (onderhouds)project andere keuzes te maken, dan is daar ruimte voor binnen het beleid; verzoeken tot afwijkingen worden ter advies voorgelegd aan het Toesteam OR&M.

SD Noord

2.11

te brengen. Graag bespreken we gezamenlijk hoe Puccini en een buurt/gebiedsgerichte aanpak in dit soort gevallen elkaar kunnen versterken in plaats van met elkaar te conflicteren, zodat dit soort casussen niet voor hoeven te komen.

De casus Stoombootweg is het projectteam Puccinimethode niet bekend, maar het projectteam Puccinimethode is altijd beschikbaar om met projecten mee te denken over de beste oplossing voor een specifieke plek.

Duurzaamheid & hergebruik materialen (3.2) In Puccini staat momenteel opgenomen dat duurzaamheid een belangrijk criterium is bij de inkoop van onze standaard materialen. Dit wordt momenteel enkel verankerd/geborgd door het feit dat de landelijke minimumcriteria opgenomen dienen te worden in inkoopcriteria en/of contractvoorwaarden.

De inkoopcriteria voor materiaal worden niet vastgelegd in het Beleidskader Puccinimethode, omdat normen en standaarden op het vlak van duurzaamheid continu in ontwikkeling zijn en per materiaalsoort kunnen verschillen.

Omtrent circulariteit en hergebruik van materiaal zou het DB Noord graag zien dat deze ambitie concreter en scherper wordt vertaald dan de landelijke minimumcriteria. Hergebruik en circulariteit is nog niet altijd de norm binnen gemeentelijke projecten en in bepaalde gevallen zelfs afhankelijk van de individuele afweging/motivatie van de betrokken ambtenaar. Verder valt op dat in Puccini er wel een helder kader wordt geschetst omtrent hergebruik van bomen. Het volgende is opgenomen ‘’ als er in een project aanleiding is om bomen te verplaatsen dan worden bomen die in voldoende gezondheid verkeren altijd behouden voor de stad en verplant’’ het DB vindt dit een duidelijk kader, waar we graag op zullen sturen. Ook pleiten we voor een verkenning om de komende jaren toe te werken naar biobased/duurzame keuzes binnen Puccini kaders. Wij adviseren om een quickscan uit te voeren naar biobased oplossingen zoals bagger specie tegels.

Vanuit de gemeentelijke Lead Buyer en het beleidsveld duurzaamheid/circulariteit wordt ingezet op zo duurzaam mogelijk materiaal. Dat kan betekenen het zo duurzaam mogelijk inkopen van materialen die reeds in de Puccinimethode zijn opgenomen. Het kan ook betekenen dat de materiaalvoorschriften in de Puccinimethode moeten worden aangepast. Hierover zijn goede contacten binnen de gemeentelijke organisatie. Nieuwe materialen, die bijvoorbeeld duurzamer of klimaatadaptiever zijn, worden momenteel al op diverse plekken in de stad uitgetest. De gemeente besteedt hier bijvoorbeeld aandacht aan onder de noemer “toekomstbestendige assets”. Het proces rondom innovatie in relatie tot de Puccinimethode , staat opgenomen on 2.2.4 en pagina 15 van het Beleidskader Puccinimethode. Projectteam Puccinimethode houdt een overzicht bij van ontwikkelingen op dit vlak, om te bepalen welke innovaties kansrijk zijn voor standaardisatie. Een separate quick scan naar biobased oplossingen vanuit de Puccinimethode wordt op dit moment niet van meerwaarde geacht. Het hergebruik van materialen zou niet afhankelijk moeten zijn van de motivatie van individuele ambtenaren. Het Beleidskader Puccinimethode en de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte formuleren de beleidslijn op dit vlak: “Hergebruik, tenzij..”.

Komende maanden wordt hier richting projecten extra aandacht aan besteed.

15

SD Noord

2.12

Regime 50->30km/u (3.7) We willen hier het signaal afgeven dat de eisen die we binnen Amsterdam stellen aan een 30km/u weg niet altijd voldoende blijken om een veilige verkeerssituatie te garanderen. Een voorbeeld hiervan is de Scheepsbouwweg. Deze is van 50 naar 30 km/u afgewaardeerd naar aanleiding van het groot onderhoud dat daar in 2022 plaatsvond. Er zijn een aantal ingrepen gedaan (betonblokken en waarschuwingsborden in de bocht met de Werktuigstraat zijn tijdens het onderhoud verwijderd) conform Puccini. Na afronding van de herinrichting heeft er wederom een ongeluk plaatsgevonden. (Fatale) gevolgen voor de bewoner zijn gelukkig uitgebleven, aangezien zij niet meer in de slaapkamer durfde te slapen vanwege het eerdere ongeval.

De eisen die in Amsterdam worden gesteld aan de inrichting van een 30km/uur weg volgen uit verschillende beleidsdocumenten van de gemeente, waaronder: Amsterdam veilig en leefbaar - 30 km per uur in de stad (2021). Het Beleidskader Puccinimethode is daar een uitwerking van. De nadere detaillering van profielen volgt in het Handboek Rood.

SD Noord

De Puccinimethode doet geen uitspraken over verkeerskundige zaken zoals boogstralen, bochtschilden, verkeersborden en aanverwanten. Hierbij worden in Amsterdam in algemene zin de landelijke richtlijnen van o.a. het CROW gevolgd, eventueel aangevuld met Amsterdamse verkeerskundige standaarden zoals tot nu toe opgenomen in de bestaande Leidraad CVC. Over de specifieke casus Scheepsbouwweg kan op basis van het Beleidskader Puccinimethode derhalve geen uitspraak gedaan worden.

2.13

Aandachtspunt is de rol van de stadsdelen. In het kader is opgenomen dat indien het toetsteam negatief adviseert het college uiteindelijk beslist. Hierbij wordt voorbij gegaan aan de gebiedsgerichte kennis waar de stadsdelen over beschikken. Het DB vraagt het college een voorzet te doen over hoe de stadsdelen betrokken worden in dit proces.

In het Beleidskader is dit onder 2.2.3 nader toegelicht met de uitleg:

‘Deze bevoegdheid ligt bij het college, niet bij de Dagelijks Besturen (DB’s), omdat het afwijkingen van stedelijke beleidskaders betreft. In de ‘Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022’ is in de takenlijst opgenomen dat de bevoegdheid van het DB zich beperkt tot het inrichten van de openbare ruimte binnen de stedelijke kaders (taak 2.1). Dit betekent dat projecten die onder bevoegdheid vallen van het Dagelijks Bestuur van een stadsdeel moeten worden voorgelegd aan het college van B&W indien men een afwijking van de standaard wil doorzetten na een negatief advies van het toetsteam.‘ Het college heeft de bevoegdheid om contrair aan het advies van het Toetsteam te gaan, omdat het gaat om het afwijken van stedelijke beleidskader.

16

SD Oost

Een verzoek indienen bij het college tot afwijken van de kaders gebeurt door het project, waarbij het vanzelfsprekend geacht wordt dat het projectteam dit voorbereidt in afstemming met de bestuurlijk opdrachtgever van het project (de portefeuillehouder vanuit het stadsdeel). De gebiedsgerichte kennis van het stadsdeel kan betrokken worden in dit verzoek aan het college, maar deze kennis kan uiteraard ook al ambtelijk naar voren gebracht worden bij het indienen van een verzoek tot afwijking bij het Toetsteam OR&M. 2.14

De inrichting van de openbare ruimte is een belangrijke taak van de stadsdelen. Met de Puccini methode wordt een kader gegeven voor de inrichting maar ook voor ‘vervangingen’ of groot onderhoud in de openbare ruimte. Het DB en de stadsdeelcommissie van Zuid vind het belangrijk bij de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte de stad te luisteren naar de samenleving en in te spelen op de veranderende opgaven zoals duurzaamheid, energie transitie, rainproof / hittestress, vergroening maar ook de roep om democratisering en meer inclusiviteit. We zien daarbij de noodzaak voor stedelijke kaders maar vragen ook ruimte voor lokaal maatwerk, en een gebiedsgerichte aanpak. Die ruimte missen we nog teveel in het aangepaste kader en de huidige inrichting van het toets proces.

Op grond van het Beleidskader Puccinimethode zijn verschillende manieren opgenomen onder 4.1.2 om te kunnen verbijzonderen in het gebied en daarmee af te wijken van de standaard oplossingen uit het beleid. Hiermee voorziet het beleid volgens het college in voldoende mogelijkheden om ruimte te bieden aan de lokale situatie.

SD Zuid

De standaardmaterialen uit de Puccinimethode staan echter niet vast. Innovatie en doorontwikkelingen van de materialen is een belangrijk onderdeel van de Puccinimethode en komt terug in de ruimte die het beleidskader biedt voor pilots. Op deze manier wordt ruimte geboden aan het komen tot nieuwe standaarden voor een toekomstbestendige openbare ruimte. Echter dient een nieuw materiaal een bewezen effectieve verbetering te zijn voor het op te lossen probleem voordat het onderdeel wordt van de Puccinimethode, om te garanderen dat de openbare ruimte op lange termijn beheerbaar, functioneel, veilig en betaalbaar blijft. Om deze reden is het proces voor een pilot specifiek gedefinieerd en wordt deze getoetst door het Toetsteam OR&M.

2.15

Rol toetsteam, 2.3.3 • In het Puccini kader wordt regelmatig verwezen naar de rol van het ambtelijke Toetsteam Openbare Ruimte & Mobiliteit. Dit niet enkel voor 17

Het Toesteam OR&M is de opvolger van de Commissie Puccinimethode, waarvan de bevoegdheden in 2018 door de gemeenteraad zijn vastgesteld in het toenmalige Beleidskader Puccinimethode. Het adviseren op afwijkingen

SD Zuid

afwijkingen in de materialen maar ook om te bepalen of een plek als een bijzondere plek, buurtpleintje of buurtplantsoen gezien mag worden, waar meer vrijheid is in de te gebruiken materialen. Ook op diverse andere gebieden krijgt deze commissie een belangrijke rol. Het voorliggende beleidskader geeft aan dat het advies van het Toetsteam voor het DB als een beleidskader gezien zou moeten worden voor de projecten die onder haar bevoegdheid worden voorbereid. Het DB zou dan niet bevoegd zijn om af te wijken van dit advies, afwijken van het advies zou enkel met instemming van het college mogelijk zijn. Dit is ook zo in de bijlage van het oprichtingsbesluit voor het Toetsteam geformuleerd. We vinden het als stadsdeel belangrijk om gebiedsgerichte kennis volwaardig in kunnen brengen in processen en streven naar een werkwijze die recht doet aan het belang van de lokale wensen en eisen, zoals bijvoorbeeld bij initiatieven van bewoners of ondernemers, beheer neutrale maatregelen of initiatieven die voortkomen uit democratische processen als de buurtbudgetten. Als voorbeeld: bij de buurtbudgetten die ingezet worden vanuit vanuit de democratiseringsagenda wordt een plan van de bewoners dat als haalbaar wordt aangemerkt na een stemronde door de buurt al dan niet gekozen om uit te laten voeren. Hier past een bindend advies van het Toetsteam aan het einde van het proces niet altijd.

Een gang naar het college bij een eventueel negatief ambtelijk advies heeft ongewenste planning consequenties en verstoort het democratisch proces. We hebben behoefte aan ruimte voor het DB om gemotiveerd af te wijken van het advies van het Toetsteam zonder een gang naar het college. De stadsdeelcommissie geeft aan graag betrokken te worden in dit proces, dit werken we graag nader met de stadsdeelcommissie uit. • Daarnaast vragen we u om te onderzoeken hoe bij kleine maatregelen of afwijkingen een kortere route of eenvoudiger advisering mogelijk gemaakt

18

en zaken als buurtpleinen is daarmee geen nieuwe bevoegdheid voor dit toetsteam. Ook de status van het advies van het Toesteam OR&M met betrekking tot afwijkingen van de Puccinimethode verschilt niet van de status van de voormalige Commissie Puccinimethode-adviezen. Ook afgelopen jaren gold kortom al dat voor afwijken van de Puccinimethode contrair aan een advies van de Commissie Puccinimethode c.q. het Toetsteam OR&M een collegebesluit nodig was. Op dit punt is het beleid dus ongewijzigd. In het Beleidskader is dit onder 2.2.3 nader toegelicht met de uitleg: ‘Deze bevoegdheid ligt bij het college, niet bij de Dagelijks Besturen (DB’s), omdat het afwijkingen van stedelijke beleidskaders betreft. In de ‘Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022’ is in de takenlijst opgenomen dat de bevoegdheid van het DB zich beperkt tot het inrichten van de openbare ruimte binnen de stedelijke kaders (taak 2.1).

Dit betekent dat projecten die onder bevoegdheid vallen van het Dagelijks Bestuur van een stadsdeel moeten worden voorgelegd aan het college van B&W indien men een afwijking van de standaard wil doorzetten na een negatief advies van het toetsteam.‘ Het college hecht eraan deze rolverdeling in stand te houden, omdat het voor de beheerbaarheid, uniformiteit, betaalbaarheid en functionaliteit van de openbare ruimte noodzakelijk is dat we enigszins terughoudend omgaan met afwijkingen van de Puccinimethode. Daarbij geldt dat veel wensen vanuit buurtbewoners, zoals vergroening, meer speelruimte of meer plek voor fietsparkeren, prima binnen de standaarden van de Puccinimethode kunnen worden vormgegeven. De Puccinimethode bevat “bouwstenen” waarmee per plek een passende inrichting kan worden vormgegeven. Afwijken van de standaard is veelal niet nodig, waarmee het geschetste dilemma rondom bindende adviezen zich niet voordoet.

kan worden. In de huidige werkwijze nemen deze eenvoudige ingrepen onevenredig veel capaciteit en tijd in beslag op de agenda. • We zien graag in het proces opgenomen dat bij projecten die onder de verantwoordelijkheid van het college worden uitgevoerd de inbreng / advies van de stadsdelen voor het Toetsteam zichtbaar gemaakt wordt zodat de lokale aspecten en uitdagingen in de advisering meegenomen kunnen worden. Dit is bijvoorbeeld van toepassing bij de grootstedelijke gebieden die in een latere fase aan het stadsdeel worden overgedragen.

2.16

In het kader is aangegeven dat de hoofdopzet van het profiel behouden zou moet blijven bij onderhoudsprojecten, maar ook bij de zogenaamde vervangingen (ook wel groot onderhoud). We leggen hier uitdrukkelijk en een relatie met de belangrijke opgaven die het DB voor de komende jaren ziet en die ook in het Puccini kader zijn benoemd. Bijvoorbeeld met betrekking tot de verduurzaming, vergroening, toegankelijkheid (bijvoorbeeld realiseren van doorloopruimte zoals vastgelegd in het beleidskader voetganger), verkeersveiligheid, autoluwe maatregelen, de energietransitie, regenbestendigheid, warmte stress en de realisatie van bewonersinitiatieven. Deze gewenste wijzigingen om de stad autoluw, duurzaam groen en leefbaar te houden raken in de praktijk al snel de hoofdopzet van de profielen van de straten waarbij wijzigingen hierin vanuit deze opgaven gewenst zijn.

19

De algemene werkwijze van het Toetsteam OR&M, inclusief de afbakening van het type projecten en ingrepen dat wel of niet dient te worden voorgelegd voor advies, valt buiten de scope van het Beleidskader Puccinimethode. Deze zaken zijn vastgelegd in het instellingsbesluit van het Toetsteam, zoals genomen door het college van B&W op 7 december 2021. Binnen de vastgestelde kaders wordt momenteel bekeken of optimalisaties in het werkproces mogelijk zijn.

De keuze voor groot onderhoud, vervanging of herinrichting valt niet binnen de scope van de Puccinimethode. De omgang met onderhoud, vervanging en herinrichting is uitgewerkt in de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte zoals vastgesteld door het College van B&W in 2023. De huidige budgetten zijn niet toereikend om altijd te kiezen voor het vervangen van de bestaande materialen en middels herinrichting over te gaan tot een gewenst nieuw profiel.

SD Zuid

Voor vervangingsopgaven geldt een verwachte levensduur van 40 tot 55 jaar. Het uitgangspunt om bij het vervangen van een straat geen wijzigingen in de hoofdopzet te realiseren betekent dat de straten waar voor vervanging wordt gekozen de suboptimale situaties met betrekking tot de profielen nog tientallen jaren aanwezig zou blijven indien het profiel niet gewijzigd wordt. We stellen voor hier onder duidelijke voorwaarden ruimte te creëren voor meer flexibiliteit om wijzigingen in het profiel mogelijk te maken en de mogelijkheden in dit kader toe te lichten. Dit vinden we een belangrijk punt omdat we zien dat de huidige praktijk is dat om financiële redenen vaker voor vervanging in plaats van een complete herinrichting wordt gekozen. 2.17

De stadsdeelcommissie geeft aan dat gezamenlijke inkoop van materialen niet beperkend zou mogen zijn. Naar mening van het DB raakt dit echter direct de financiering van het beheer van de openbare ruimte en de duurzaamheidsambitie van onze stad: afwijken hiervan zorgt over het algemeen voor maatwerk en duurder beheer. Zonder ophoging van het beheerbudget betekent het kiezen van duurder beheerbare objecten of duurdere, niet standaard materialen, dat het onderhoudsniveau in het geheel achteruit gaat.

Voor kennisgeving aangenomen.

SD Zuid

Ook binnen de standaarden van het geactualiseerd Beleidskader Puccinimethode blijft de ruimte voor verbijzonderen en maatwerk. Het betreffende maatwerk dat een straat nodig heeft kan per straat sterk uiteenlopen. Dit maakt het niet mogelijk om hier een standaard voor de formuleren.

SD Centrum

Het DB neemt daarom dit standpunt van de stadsdeelcommissie niet over. Wel is het DB het uiteraard met de stadsdeelcommissie eens dat gebruik gemaakt moet worden van kwalitatief goede en duurzame materialen. 2.18

Inhoudelijk heeft het dagelijks bestuur geen direct advies of verzoeken tot aanpassing. Toch wenst het dagelijks bestuur te wijzen op de uitvoering en toetsingsprocessen die volgen op het beleidskader. Het dagelijks bestuur begrijpt de diverse standaarden en beperkingen in het beleidskader maar vraagt ook binnen de vastgestelde kaders en processen om waar mogelijk op kleine afwijkingen te kunnen handelen. De inrichting van de openbare ruimte is niet alleen een verkeersruimte die beheerbaar en rustig

20

De handelingsruimte voor afwijkingen van de standaarden van de Puccinimethode - klein of groot - is aanwezig door een voorstel daartoe voor te leggen aan het Toetsteam OR&M.

moet zijn, maar het is bij uitstek ook het middel om gedrag en gebruik te faciliteren en waar mogelijk te sturen. Ontwikkelingen in de stad gaan snel. Hiervoor moet ruimte zijn om snel met kleine ingrepen te kunnen handelen naar nieuwe lokale problemen, inzichten en situaties. Deze handelingsruimte voor kleine fysieke afwijkingen moet niet afhankelijk worden van een actualisatie van een beleidskader of beperkende standaard.

Het Toesteam OR&M opereert conform het instellingsbesluit van het college van B&W uit december 2021. De werkwijze van het Toetsteam OR&M in algemene zin valt daarmee buiten de scope van het Beleidskader Puccinimethode.

2.19

Inrichtingsprincipes en profielen zijn aangepast aan het uitgangspunt ’30 km/uur in de stad’. Het dagelijks bestuur onderschrijft het belang van het uitgangspunt ’30 km/uur in de stad’. Dat heeft impact op de inrichtingsprincipes van met name lange doorgaande wegen, kenmerkend voor het stadsdeel. Bij de verdere uitwerking hiervan dient de nadruk te liggen op het daadwerkelijk behalen van deze snelheid. Momenteel is op sommige wegen handhaving van 50 km/uur al problematisch.

In de nadere uitwerking van het beleid in het Handboek Rood worden standaarden opgenomen om de nieuwe gebiedsontsluitingswegen van 30 km/uur wegen in te richten met passende materialen zodat de snelheid op deze wegen ook daadwerkelijk omlaag zal gaan. De vastgestelde notitie Amsterdam veilig en leefbaar - 30 km per uur in de stad (2021) en de eerdere besluitvorming omtrent 30 km/uur in de stad vormt daarbij de basis.

SD NieuwWest

2.20

De bestuurscommissie geeft mee dat de openbare ruimte in Weespersluis een aparte status heeft binnen het stadsgebied. De openbare ruimte wordt aangelegd door de ontwikkelende partijen volgens afspraken uit de samenwerkings- en uitvoeringsovereenkomst (SUOK). In de actualisatie van het beleidskader Puccinimethode is Weespersluis aangeduid met zone C (tegels op de trottoirs) op de vloerkaart. Dat komt niet overeen met de afspraken die in het gebied zijn gemaakt. Daarbij is de Waterlinieweg aangeduid als ecologisch groen i.p.v. weg en de groene zone ten zuiden van de A1 staat niet op de kaart. Aandacht voor een goede weergave van het gebied, ook al is het afwijkend van het beleid, is van belang.

Voor de aanleg van de openbare ruimte in Weespersluis zijn afspraken gemaakt met de ontwikkelende partijen in de samenwerkings- en uitvoeringsovereenkomst (SUOK). Hieruit volgt dat Weespersluis bij aanleg van de buurt afwijkt van de standaarden van de Puccinimethode.

SG WEESP

5. Belang van innovatieve oplossingen Amsterdam kent veel en grote opgaven. Denk aan duurzaamheid, ecologie, klimaatadaptatie en verkeersveiligheid. Het is daarom het essentieel dat er ruimte is voor innovatieve ideeën. Via pilots en experimenten moet gezocht worden naar nieuwe oplossingen. Het is daarom goed dat ‘best practices’ en ‘innovatie’ een van de 5 basisovertuigingen is waar de Puccinimethode op

Het toevoegen van innovaties aan de standaarden van de Puccinimethode is een zorgvuldig proces. De afgelopen jaren is gewerkt aan het formuleren van een helder en sneller proces voor het komen tot deze innovaties. Dit staat in het Beleidskader Puccinimethode op pagina 15.

2.21

21

Dit betekent echter niet dat Weespersluis als geheel een bijzonder gebied is binnen de vloerkaart van de Puccinimethode en dus bij herinrichting ook kan worden ingericht met afwijkende materialen. De afspraak is dat de openbare ruimte van Weespersluis bij herinrichting wel wordt ingericht conform de standaard Puccinimethode materialen die gelden in Zone C. SD West

2.22

gestoeld is. Tegelijkertijd is vastgelegd in Puccini dat experimenten zich daadwerkelijk bewijzen voor ze opgenomen worden als standaard. Ze moeten voldoen aan beheerbaarheid, techniek en uitvoerbaarheid, inkoopbaarheid, uitstraling, duurzaamheid, effectiviteit en kostenbeheersbaarheid. Zo’n proces kost veel tijd, terwijl de nood hoog kan zijn. Zeker als een innovatief idee elders in Nederland al positieve resultaten boekt pleiten wij voor snellere opname in Puccini. Graag roepen we op te onderzoeken hoe succesvolle innovaties sneller opgenomen kunnen worden als standaard voor Amsterdam.

Een pilot voor innovatie vraagt om een vooropgezet en gestructureerd plan met waar de innovatie een oplossing voor gaat bieden. Na voorbereiden aanleggen en testen en vervolgens monitoren dient voldoende aangetoond te zijn dat de innovatie voldoet aan de zeven criteria. Indien dit succesvol is bewezen kan het opgenomen worden aan Handboek Rood of Handboek Groen van de Puccinimethode, zodat heel Amsterdam ervan profiteert.

Neem in het ‘Beleidskader Puccinimethode, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld’ op dat bij pilots de beheersbaarheid en de kosten daarvan worden afgewogen tegenover de lange termijn baten (zowel financieel als ecologisch en sociaal) die de pilot op zou kunnen leveren.

Bij het opzetten en monitoren van een pilot tot innovatie is het maken van een toekomstbestendige oplossing een belangrijk gegeven. Het is hierbij een toetsing op de zeven criteria waarbij de toegevoegde waarde van de pilot aan de standaard goed moet zijn onderbouwd zodat de lange termijn baat van de innovatie ook duidelijk naar voren komt.

22

SD West

3. Bescherming van Cultuurhistorie Reactie 3.1

Antwoord

De grachtenprofielen zijn ontwikkeld ‘om de kwaliteit van de grachtengordel te beschermen en te versterken, waarbij het rood (de kade) en het groen (de iepen) gezamenlijk het beeld bepalen’ (p. 17). Dat beeld is beschermd door de status van rijksbeschermd stadsgezicht, tevens UNESCO werelderfgoed. Dit brengt met zich mee dat het beeld van de grachtengordel niet mag worden aangetast. Weliswaar worden de bomen in de groentabel standaard aangemerkt als ‘passend’ (p. 70), maar door overige groentypen als ‘minder passend’ te definiëren wordt een opening geboden om van de standaard af te wijken. Wij zijn daar geen voorstander van en zien graag dat het groen in de beschermde grachtengordel strikt wordt beperkt tot de bomen op de kade en optioneel - tot passend (goed onderhouden) gevelgroen aan de huizenkant. N.B. Zelfs bij de tijdelijke (!) inrichting bij kadeherstel in Unesco-gebied is extra groen niet toegestaan (in de kernzone) of mag het niet boven de damwand uitsteken (in de bufferzone) Samenvattende aanbeveling 4: Houd vast aan de standaard dat het groene beeld van de rijksbeschermde grachtengordel wordt bepaald door de bomen op de kade en sta aan de huizenkant - optioneel - alleen ‘passend’, goed onderhouden, gevelgroen toe.

3.2

Beschermen van cultuurhistorische waarden (3.1) Wij zien hier ook graag de Waterlandse Zeedijk in Noord en de Zeedijk aan de zuidelijke zijde (door centrum en oost naar Diemen) expliciet genoemd. De dijkelementen vertellen over de ontstaansgeschiedenis van de stad. Het is belangrijk deze als een entiteit te kunnen lezen in de openbare ruimte. Evenals het grachten profiel is ook het ‘dijkprofiel’ uniek en essentieel.

23

De opbouw van de tabel is ‘passend’ en ‘niet passend’. Hierbij geeft het beleid aan dat de toepassing van groen op kades alleen in enkele gevallen als passend wordt gezien. De nadere duiding van de tabel gebeurt in paragraaf 9.5.2. Hierin is opgenomen: ‘Groensoorten die conform de standaarden van de Puccinimethode (zie ook de Groentabel) mogelijk zijn op een kade binnen een rijksbeschermd stadsgezicht: • Bomen • Geveltuinen, wanneer het initiatieven van bewoners of ondernemers betreft die door hen worden beheerd, mits de doorloopruimte het toelaat. • Beplante boomspiegels, waarbij de grootte van de boomspiegel bepaald wordt door de groeiruimte en afstand die de boom nodig heeft • Bloembakken of -potten, wanneer het initiatieven van bewoners of ondernemers betreft die door hen worden beheerd, zo lang die voldoen aan de regels omtrent objecten van particulieren en ondernemers in de openbare ruimte’

Inspraak B.I

Het Beleidskader ondersteunt hierin de inspraakreactie onder 3.1. Projecten moeten werken conform het beleid en afwijking van het beleid kan alleen na positief advies het Toetsteam OR&M. Of, in het geval van een negatief toetsteamadvies, na een besluit van het college van B&W. In de tekst zijn voorbeelden opgenomen van objecten, structuren en groentoepassingen die een cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen. Deze elementen dragen bij aan de identiteit van een plek en bieden daarmee aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. De voorbeelden zijn echter niet uitputtend. Een dijkelement is ook een element met cultuurhistorische waarde en is als voorbeeld toegevoegd aan de tekst.

SD Noord

3.3

Op maps.amsterdam.nl/cultuurhistorie op pag 17 staat de Waterlandse Zeedijk niet aangegeven. Graag toevoegen aan de kaart.

Het beheer van de betreffende kaart valt buiten het Beleidskader Puccinimethode. In het kader wordt alleen ter ondersteuning verwezen naar de kaart. De kaart betreft een bestaande kaart en wordt op dit punt niet aangepast.

Beschermd stadsgezicht We zien dat er binnen het rijksbeschermd stadsgezicht andere eisen gesteld worden aan het groen, hier zijn bijvoorbeeld minder groentoepassingen mogelijk. U geeft aan dat in Zuid de discussie over de omgang met groen op harde kades in mindere mate zou spelen en kiest ervoor om het gebied van het rijksbeschermde gezicht in Zuid ook te laten vallen onder de striktere eisen die aan het Unesco gebied worden gesteld.

De striktere eisen voor het toevoegen van groen in de rijksbeschermde stadsgezichten gelden alleen voor groen op harde kades. De toegangen tot het water in het rijksbeschermd stadsgezicht van Zuid is overwegend een oever en geen harde kade. Hierdoor zijn de mogelijkheden voor groen langs deze waterwegen gelijk tussen het gemeentelijk beschermd en het rijksbeschermd stadsgezicht in stadsdeel Zuid.

Het DB ziet echter geen meerwaarde in het laten gelden van de aangepaste eisen bij inrichtingsvoorstellen langs de harde kades in het rijks beschermd stadsgezicht in Zuid en adviseert het college het rijksbeschermd stadsgezicht in Zuid niet onder de striktere eisen te laten vallen. Dit omdat deze kades in sfeer, geschiedenis en gebruik afwijken van de kades in het Unesco gebied en ook omdat een verschil tussen de rijks en de gemeentelijke beschermde gezichten in Zuid niet wenselijk is. We adviseren u om de tekst hierop aan te passen.

3.4

Kades buiten beschermd stadsgezicht Bij kades buiten beschermd stadsgezicht wordt aangegeven dat bestaande ligplaatsen in stand zouden moeten blijven, een uitgangspunt dat aan de toets commissie moet worden voorgelegd indien hiervan afgeweken wordt. Wij zijn het hier niet mee eens omdat dit niet zozeer om een inrichting maar om een gebruikswijziging gaat. Wat ons betreft is een wijziging in de gebruiksmogelijkheden een lokale afweging door het DB waarbij eventuele afmeerverboden op grond van deze lokale afweging genomen kunnen worden.

Er wordt wel vast gehouden aan de definitie van het rijksbeschermd stadsgezicht en niet aan het Unesco Werelderfgoed, omdat de status van rijksbeschermd stadsgebied dusdanig zwaarwegend is dat het maken van beleidsmatige uitzonderingen daarbinnen door het college niet als passend gezien wordt. Indien er lokaal aanleiding is om over te gaan tot verregaandere vergroening van een harde kade in stadsdeel Zuid en dit past in het stedelijk weefsel, kan een afwijking van het beleid worden afgestemd met Monumenten & Archeologie en worden voorgelegd voor toetsing aan het Toetsteam OR&M. De reactie heeft betrekking op de volgende passage op pagina 73: “De bereikbaarheid van het water moet geborgd zijn: flaneren, lopen en zitten langs het water moet mogelijk blijven. Als de kade een functie heeft om boten aan te leggen moet dat mogelijk blijven.” De bedoeling van deze passage was niet om voor te schrijven vanuit de Puccinimethode dat ligplaatsen niet mogen verdwijnen. De Puccinimethode doet immers geen uitspraken over de functionele inrichting van een plek. De passage was bedoeld om aan te geven dat toevoegen van groen de toegankelijkheid van aanlegplaatsen niet mag verhinderen, gegeven dat er

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13737066/1