CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nadere Regels WIOR 2024.docx

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 26 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Nieuwe verordening en Nadere Regels WIOR 2024 (VN2024-011752)13.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op: Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.nl Gevolgen voor de werking van een andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:

Gemeenteblad z.s.m. n.v.t. ja Deze Nadere Regels Werken in de Openbare Ruimte vervangen de in 2021 vastgestelde Nadere Regels Werken in de Openbare Ruimte. n.v.t. Deze door het college van B&W vast te stellen gewijzigde Nadere Regels Werken in de Openbare Ruimte behoren bij de door de raad vastgestelde verordening Werken in de Openbare Ruimte (2024).

Nadere regels behorend bij Verordening Werken in de Openbare Ruimte Amsterdam (2024) Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels over werkzaamheden in de openbare ruimte Nadere Regels Verordening Werken in de Openbare Ruimte Amsterdam (2024) Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op Artikel 149 Gemeentewet, besluit de bestaande regeling Nadere Regels Werken in de Openbare Ruimte (2021) in te trekken en de volgende regeling vast te stellen:

Nadere Regels behorend bij Verordening Werken in de Openbare Ruimte Amsterdam (2024)

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1. Inleiding Dit document bevat nadere regels ter uitvoering van de artikelen van de verordening Werken in de Openbare Ruimte (2024) (hierna: de verordening WIOR) in Amsterdam, ofwel de Nadere Regels WIOR (2024). De Nadere Regels zijn vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders … Een ieder is verplicht zich te houden aan de regels uit de verordening WIOR en de Nadere Regels WIOR (2024) Hoofdstuk 1 bevat naast de inleiding een lijst van gebruikte afkortingen en een definitielijst met uitleg over veelgebruikte termen in de Nadere Regels WIOR. Hoofdstuk 2 bevat de algemene uitvoeringsvoorschriften werken in de openbare ruimte ex artikel 6 van de verordening WIOR. Dit zijn algemene voorschriften op het gebied van technische uitvoeringswijze, verkeersveiligheid, bereikbaarheid, leefbaarheid, tracébepaling en schadepreventie, waar partijen zich in elk geval altijd aan moeten houden.

[Typ hier]

Hoofdstuk 3 beschrijft het regie- en coördinatieproces, dat moet worden doorlopen en waarmee de gemeente haar wettelijke regietaak invult en de coördinatie faciliteert. Dit hoofdstuk bevat de regels rond het proces en de overlegorganen ex artikel 5 en de wijze van aanmelding, vergunningaanvraag, melding en kennisgeving ex artikel 9 t/m 15 van de verordening WIOR. Hoofdstuk 4 bevat de financiële regelingen gekoppeld aan het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte, zoals de verlegregeling voor kabels en leidingen en de kostenverdeling rond gecombineerd uitgevoerde werkzaamheden. Dit zijn allemaal regels ex artikel 23 van de verordening WIOR. Bijlage 1 is het uitlegschema waarin de verplichte onderlinge afstanden en diepteligging van de kabel- en leidingnetwerken zijn vastgelegd.

Afkortingen Deze paragraaf beschrijft de afkortingen zoals deze voorkomen in de Nadere Regels WIOR. AB assetbeheerder(s) en eigenaren van assets inclusief kabel- en leidingnetwerken B&W het college van burgemeester en wethouders BLVC bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie TZH Toezichthouder (handhaver) op het correct uitvoeren van de werkzaamheden IGP Integraal gebiedsplan IB Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam K&L kabel- en leidingnetwerken KLB kabel- en leidingbeheerder(s) KLIC Kabels en Leidingen Informatie Centrum OV openbaar vervoer PBI Plan en Besluitvormingsproces Infrastructuur Plaberum Plan en Besluitvormingsproces Ruimtelijke Maatregelen STR Stadsregie VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten VRI verkeersregelinstallatie WIOR Werken in de Openbare Ruimte WWU Werkgroep Werk in Uitvoering ZWIA (handboek) Zo Werken wij in Amsterdam 1.2. Definities Assetbeheerder BLVC-kader

BLVC-maatregelen

BLVC-plan

Als opgenomen in de verordening WIOR artikel 1 onder e. Generieke BLVC-voorschriften voor een groot gebied, zoals IJburg. In de BLVC-plannen die verbonden zijn aan specifieke projecten binnen dit gebied, moeten de voorschriften van het kader zijn overgenomen. Maatregelen als bouwhekken, afzettingen, omleidingsborden, verkeersregelaars, communicatie etc. die worden genomen voor de bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie bij de uitvoering van werkzaamheden in de openbare ruimte Als opgenomen in de verordening WIOR artikel 1 onder t. 2

Bomen

Van de eerste categorie zijn bomen groter dan 15 meter in volgroeide staat. Van de tweede categorie zijn bomen met een hoogte van 10 – 15 meter in volgroeide staat. Van de derde categorie zijn bomen van 6 – 10 meter in volgroeide staat. Bouwproject In deze Nadere Regels worden alleen die bouwprojecten bedoeld die leiden tot het aanbrengen van kabel- en leidingnetwerken of het openbreken van het maaiveld in de openbare ruimte. Bovengrondse voorzieningen Bovengrondse objecten < 15 m2 en lager dan 3 meter die onderdeel zijn van kabel- en leidingnetwerken ten behoeve van het functioneren van de kabel- en leidingnetwerken en het doorgeven van energie en data etc, zoals: middenspanningsruimtes (MSR) Point of Presence (PoP) wisselkasten, provisoria (tijdelijke kast) warmteoverdrachtstations (WOS), OAP-kasten, walkasten (meterkast) tbv woonschepen, kasten t.b.v. openbare verlichting, kasten voor Verkeer Regel Installaties (VRI), apparatuurkasten tbv het functioneren van antenne-installaties, laadpalen. Locatie, vormgeving en beheer van de bovengrondse voorziening maken deel uit van het Tracé-akkoord Calamiteit Als opgenomen in de verordening WIOR art 1 onder Q. Commerciële voorzieningen Winkels, markten, bedrijventerreinen etc. waarbij extra maatregelen aan de uitvoering kunnen worden gesteld ten einde omzetderving en onbereikbaarheid zoveel mogelijk te voorkomen.

Cunet De funderingslaag (zandbed) van de weg. Degeneratie Versnelde achteruitgang van de kwaliteit van verhardingen ten gevolge van het feit dat de verharding opgebroken is geweest. Distributiekabels en -leidingen Kabels en leidingen die geen transportfunctie hebben. Evenement In deze Nadere Regels WIOR worden alleen die evenementen bedoeld die door hun grootte of locatie (op of aan het hoofdnet) van invloed kunnen zijn op de stedelijke bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Gemeente: De gemeente in de rol van opdrachtgever valt in deze Nadere Regels onder de definitie van assetbeheerder. Gemeentelijke assets: Bomen, wegbedekking/maaiveldverharding, straatmeubilair, riolering plus toebehoren, groenvoorzieningen, openbare verlichting, verkeerregelinstallaties, kunstwerken zoals bruggen, tunnels en walmuur-/kadeconstructie, e.d. Graafluwte Een periode waarbinnen de gemeente zo min mogelijk werkzaamheden toestaat ten einde de maatschappelijke schade ten gevolge van werkzaamheden zo gering mogelijk te houden. Aan werkzaamheden die binnen de graafluwte periode moeten worden uitgevoerd kunnen daarom extra BLVC-maatregelen worden verbonden. Huisaansluiting De verbinding tussen een distributiekabel/-leiding en een perceel of pand Intake Aan de hand van de coördinatie-aanmelding ex artikel 1 onder k verordening WIOR wordt de impact van het werk en het te doorlopen proces bepaald. 3

Integraal gebiedsplan

Een, op basis van een voordracht van het Directeuren Overleg Openbare ruimte (DO-OR), door het College van B&W vastgesteld gebied waarbinnen een ontwerpkader is vastgesteld voor de onder- en bovengrondse (openbare)ruimte, inclusief de kabel- en leidingnetwerken en waarbinnen de werkzaamheden in nauwe samenwerking worden uitgevoerd. Aan een IGP kan een regieslot worden verbonden. Instemmingsbesluit Als opgenomen in de verordening WIOR art 1 onder I. Kabel- en leidingnetwerken Als opgenomen in de verordening WIOR art 1 onder G. Netbeheerder Degene die in de stad kabel- en leidingnetwerken aanlegt of onderhoudt, in eigendom heeft of, uit naam van de eigenaar, beheert. Kunstwerken Bouwwerk waarvoor andere materialen dan aarde en zand gebruikt zijn, zoals bruggen, viaducten, walmuren, tunnels, sluizen, inclusief toebehoren zoals landhoofden. Langetermijnplanning Overzicht van initiatieven voor het uitvoeren van werkzaamheden. Maatschappelijke schade Schade (overlast, hinder, tijdverlies, degeneratie maaiveld, etc) door werkzaamheden voor de omgeving, omwonenden, , reizigers etc Termen als etc. proberen te vermijden in definities Maatschappelijke voorzieningen Voorzieningen als scholen, Openbaar vervoer ziekenhuizen, overheidsinstellingen met een publieksfunctie etc. waarbij extra voorschriften aan de uitvoering kunnen worden gesteld.

Nood- en hulpdiensten Ambulances, brandweer- en politie(voertuigen). Openbare ruimte Als opgenomen in de verordening WIOR art 1 onder H. Projectkosten Verzamelbegrip van kosten voor de organisatie en uitvoering van gecombineerde projecten die verdeeld kunnen worden onder de samenwerkende deelnemers: o Proceskosten (voorbereiding): waaronder de werkzaamheden van de initiatiefnemer voor de organisatie, het bijwonen van overleggen, het uitvoeren van de wenstracéprocedure, het (laten) opstellen van een BLVC-plan. o Uitvoeringskosten: gezamenlijk innovaties voor inpassing kabel- leidingnetwerken, BLVC-maatregelen: bouwhekken, afzettingen, omleidingsborden, verkeersregelaars, communicatie etc.) en de herstraatkosten van gecombineerde projecten. Railinfrastructuur Onroerende voorzieningen voor en toebehorend aan railgebonden vervoer, zoals rails, bovenleiding en -masten, perrons, haltes, kasten. Regieslot Een door de Stadsregisseur afgegeven tijdsperiode voor een gebied of traject waarbinnen partijen op voorhand aangeven of zij wel of niet werkzaamheden hebben uit te voeren, en deze in nauwe samenwerking uitvoeren (ontwerp, financiering, fasering, Tracé-akkoord, BLVC, uitvoering) gevolgd door een periode van 10 jaar graafluwte. Als het regieslot onverhoopt doorbroken moet worden, kunnen extra BLVC-maatregelen worden verlangd om de (maatschappelijke) schade te verminderen. 4

Tijdslot Tijdelijke verkeersmaatregel

Transportkabels en -leidingen

Het tijdvak waarbinnen de werkzaamheden mogen worden uitgevoerd Een besluit genomen door de gemeente om tijdelijk (niet langer dan 4 maanden) afzettingen, verkeerstekens en verkeersborden te plaatsen, bijvoorbeeld voor het afzetten van parkeerplaatsen of bij wegwerkzaamheden. transportkabels en –leidingen zijn kabels en leidingen bestemd voor het transport tussen opwekkingsbronnen/productieeenheden onderling en van opwekkingsbron/productie-eenheid naar wijkniveau (bijvoorbeeld wijkcentrale, onderstation), waarop niet rechtstreeks huisaansluitingen zijn aangesloten. Voor de volgende soorten kabels en leidingen is specifiek vastgesteld wat als transportkabel of -leiding wordt gedefinieerd:

soort kabel of leiding elektriciteitskabels

definitie transportfunctie kabels met een nominale spanning van 50 kV en hoger leidingen met een nominale druk van 1 bar en hoger leidingen met een nominale diameter van 300 mm en groter leidingen met een nominale druk van 16 bar en hoger en een diameter van 300 mm en groter alle standvaste (onderheide) leidingen, leidingen dieper dan 1.7 b.o.b. en alle persleidingen met een diameter groter dan 160 mm

gasleidingen waterleidingen stadsverwarming/ stadskoude riolering

Tracé-akkoord Uitlegschema Vergunning / Instemmingsbesluit Verkeersbesluit Wenstracéprocedure

Verkeersnet Plus- en Hoofdnet Werkgrenzen

Als opgenomen in de verordening WIOR artikel 1 onder S Schema waarin de voorgeschreven onderlinge afstanden en de dekking zijn opgenomen van kabel- en leidingnetwerken In dit document wordt bedoeld de WIOR-vergunning of Instemmingbesluit zoals verleent door de gemeente. Een besluit als bedoeld in artikel 15 van de Wegenverkeerswet Procedure om te komen tot een voorstel voor ordening van onder- en bovengrondse kabel- en leidingnetwerken en het in beeld brengen van (gedwongen) verleggingen (ex artikel 21 verordening WIOR) en voor de mogelijkheden tot het verwijderen van ongebruikte kabel- en leidingnetwerken ex artikel 20 verordening WIOR en de mogelijkheden tot het medegebruik maken van reeds aanwezige infrastructuur ex artikel 8 verordening WIOR. Als opgenomen in de verordening WIOR art 1 onder CC. Afbakening van de locatie van werkzaamheden van iedere afzonderlijke deelnemer

5

Werkterrein

Werkzaamheden WWU

Terrein waar de werkzaamheden plaatsvinden, inclusief opslag van materiaal en materieel, keten en inclusief bijbehorende afzettingen en bebording. Als opgenomen in de verordening WIOR art 1 onder F. Werkgroep Werk in Uitvoering, adviseren over en toetsen van BLVC-plannen.

Hoofdstuk 2. Algemene Uitvoeringsvoorschriften 2.1. Inleiding Dit hoofdstuk bevat algemene uitvoeringsvoorschriften ex. artikel 6 van de verordening Werken in de Openbare Ruimte. Het betreft voorschriften op het gebied van technische uitvoeringswijze, kabel- en leiding tracé’s, inpassing bovengrondse voorzieningen, (verkeers)veiligheid, bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie en schadepreventie, waar iedere opdrachtgever en/of uitvoerder van werkzaamheden zich altijd aan moet houden. Naast deze algemene voorschriften kan de gemeente per werk nog bijzondere of afwijkende voorschriften stellen, gekoppeld aan de vergunning of het instemmingsbesluit. Het college kan op basis van de Nadere Regels in specifieke omstandigheden besluiten andere uitvoeringsvoorschriften te stellen als dit voor het behalen van de doelstellingen ex artikel 6 lid 2 WIOR nodig is. Bijvoorbeeld bij het uitvoeren van een integraal gebiedsplan (IGP). In artikel 2.5 zijn deze specifieke omstandigheden opgenomen 2.2. Tijdstip en wijze waarop werkzaamheden in de openbare ruimte plaatsvinden (ex Artikel 6 Verordening WIOR) a. (Graaf)werkzaamheden in de directe nabijheid van kabels en leidingen moeten door de vergunninghouder met de betrokken AB’ers worden afgestemd. Toelichting Het regie- coördinatieproces (zie hoofdstuk 3) voorziet hierin.

Bij kleine werkzaamheden die niet het regie- coördinatieproces doorlopen kan de afstemming mede worden geïnitieerd door het doen van een graafmelding bij het Kadaster. b. De werkzaamheden moeten veilig worden uitgevoerd en minimale hinder geven. De betreffende CROW-voorschriften en het Handboek ‘Zo Werken Wij In Amsterdam - Op straat’ dienen hiertoe als leidraad. Toelichting Het Handboek ‘Zo Werken Wij In Amsterdam - Op straat’ (ZWIA) is te downloaden https://www.amsterdam.nl/parkeren-verkeer/werken-openbare-ruimte/

c.

Werkzaamheden tussen 19.00 uur en 7.00 uur mogen alleen in geval van technische of maatschappelijke noodzaak plaatsvinden en worden uitgevoerd met zo min mogelijk hinder. De maatregelen voor het tegengaan van hinder en extra communicatieactiviteiten moeten zijn opgenomen en beargumenteerd in het BLVC-plan. Toelichting

6

Een verzoek tot het verlenen van een vergunning in avond en nacht dient altijd goed gemotiveerd te worden zodat beoordeeld kan worden of de werkzaamheden daadwerkelijk in de avond/nacht moeten plaatsvinden (technische of maatschappelijke noodzaak). Als er geen sprake is van noodzaak en/of er onvoldoende maatregelen zijn genomen om de overlast te minimaliseren kan vergunning worden geweigerd (ex artikel Artikel 13 WIOR). d. De vergunninghouder dient de toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten, brandvoorzieningen en (nood)uitgangen van woningen en (openbare) gebouwen te garanderen. Doorrijbreedte is minimaal 3.50 meter. Doorrijhoogte is minimaal 4.20 meter. Toelichting De doorrijbreedte en –hoogte zijn bij werkzaamheden belangrijke voorschriften van de brandweer. Alle richtlijnen zijn te vinden via https://www.brandweer.nl/amsterdamamstelland/ e. Kabels, leidingen en toebehoren zoals kasten, putten, brandkranen en afsluiters moeten bereikbaar zijn. f.

Materialen, materieel en stoffen moeten binnen het werkterrein blijven en voorkomen moet worden dat deze hinder voor de omgeving geven, conform de daarvoor geldende wettelijke regels. Toelichting Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan modder (gladheid) en rommel (val- en aanrijdgevaar) en aan regels op het gebied van veiligheid en gezondheid (V&G), arbeidsomstandigheden en geluidhinder, zoals opgenomen in de milieu- en arbowetgeving.

g. Tijdens én na de werkzaamheden dienen werkterrein en/of de openbare weg schoon en opgeruimd te zijn met het oog op veiligheid en een leefbare omgeving. h. Bouwstoffen, restmaterialen en opstallen, waaronder vrijgekomen of niet meer terug te plaatsen grond, dienen na uitvoering van de werkzaamheden verwijderd te zijn volgens de betreffende regelgeving. i.

De vergunninghouder dient het werkterrein zo in te richten dat dit goed zichtbaar en veilig is.

j.

De vergunninghouder zorgt ervoor dat het verkeer ongehinderd en veilig langs het werk wordt geleid. Randvoorwaarden daarbij dienen afgestemd te worden met de vergunningverlener.

k. Gemeentelijke en particuliere eigendommen, zoals bomen, straatmeubilair en kabels en leidingen, mogen niet worden beschadigd. l.

De vergunninghouder mag kortdurende werkzaamheden op hoofdnetten niet in de spits uitvoeren, uitgezonderd in geval van calamiteiten. De spitsperiodes lopen van 6.30 - 9.30 uur en van 15.30-19.00 uur.

7

m. Indien verplaatsing, uitbreiding of verwijdering van gemeentelijke eigendommen, zoals openbare verlichting, riolering, straatmeubilair en railinfrastructuur nodig is, dan dient de initiatiefnemer/vergunninghouder dit tijdig voorafgaande aan de werkzaamheden af te stemmen met de betreffende eigenaar. n. De initiatiefnemer/vergunninghouder dient werkzaamheden aan kunstwerken, zoals bruggen, viaducten, walmuren, tunnels en sluizen tijdig voorafgaande aan de werkzaamheden af te stemmen met de beheerder van het betreffende kunstwerk. o. Zonder uitdrukkelijke toestemming van de vergunningverlener mogen geen belastingen worden aanbracht op of in de invloedsfeer van kunstwerken, zoals dekken en/of constructies van bruggen en walmuren en op of in de invloedsfeer van ondergrondse bouwwerken, zoals parkeergarages. p. Werkzaamheden onder of in de directe nabijheid van railinfrastructuur mogen alleen onder een vergunning Wet Lokaal Spoor worden uitgevoerd. q. Het is verboden werkzaamheden uit te voeren als vanwege weersomstandigheden of maatschappelijke omstandigheden als evenementen of demonstraties het risico op schade, ongevallen of onevenredige overlast te groot is. 2.3. Herstel openbare ruimte (ex Artikel 23 Verordening WIOR) a.

Het herstel van elementen straatverharding, uitgezonderd sierbestrating en asfalt, in de openbare ruimte wordt uitgevoerd door de initiatiefnemer(s) en wordt afgerekend conform de wijze zoals beschreven in hoofdstuk 4 tenzij door de gemeente anders wordt bepaald bijvoorbeeld bij asfalt of sierbestrating die door de gemeente worden hersteld. Herstel van het maaiveld van groenvoorzieningen vindt plaats door de gemeente. b. Bij herstel van openbare ruimte die minder dan 5 jaar geleden is (her)ingericht of volledig is vernieuwd, bepaalt de gemeente na overleg met de vergunningaanvrager de meest geschikte wijze van herstel. Dit vindt plaats vóór afgifte van de vergunning of vóór aanvang van kleine werkzaamheden. Toelichting Uitgangspunt hierbij is dat na herstel geen extra onderhoud benodigd is en er geen sprake is van degeneratie. Dit betekent meestal dat er een groter oppervlakte straatwerk wordt vernieuwd dan de oppervlakte van het opgebroken straatwerk. Het herstel wordt afgerekend op basis van werkelijk gemaakte kosten zoals beschreven in hoofdstuk 4 paragraaf 4.4. c.

Direct bij de start werkzaamheden wordt hiervan kennis gedaan bij de gemeente.

d. Direct na afloop van de werkzaamheden wordt hiervan kennis gedaan. e. Stolpersteine, messing steentjes voor de woningen van slachtoffers nationaal-socialisme moeten met respect worden behandeld, niet beschadigd worden en correct teruggeplaatst. Ruim voor aanvang van de werkzaamheden moet dit ook in samenspraak met de betreffende HOOR-coördinator, worden geregeld. f.

Indien na oplevering en goedkeuring van hersteld straatwerk naar oordeel van de gemeente blijkt dat het herstel van onvoldoende kwaliteit is, dan zal de grondroerder in staat gesteld worden om dit te herstellen. Indien herstel niet tijdig plaatsvindt, 8

onvoldoende is of uitblijft kan de gemeente het herstel laten verrichten door een door de gemeente geselecteerde aannemer. De marktconforme kosten worden vervolgens aan de initiatiefnemer doorberekend. 2.4. Kabel- en leidingnetwerken (ex Artikel 6 Verordening WIOR) a. Kabels en leidingen dienen zo gesitueerd te zijn dat zij een minimale ruimte in beslag nemen, maar zo dat zij elkaar niet hinderen en dat onderhoud aan en vervanging van kabels en leidingen mogelijk blijft tegen de laagst maatschappelijke kosten. b. Voor de tracébepaling wordt onder andere getoetst aan het uitlegschema in bijlage 1 waarin de positie in de ondergrond en de minimale onderlinge afstanden van kabel- en leidingnetwerken zijn vastgelegd en op basis van onderstaande dwarsprofielen. Model dwarsprofiel gemeente Amsterdam

c.

Kabels en leidingen van verschillende modaliteiten dienen in lengterichting niet boven elkaar gesitueerd te worden in verband met veiligheid en bereikbaarheid van de onderste kabels en leidingen.

d. Ter voorkoming van schade en vanwege de bereikbaarheid bij verstoppingen geldt voor riolering huisaansluitleidingen dat deze over alle andere kabels en leidingen heen onder vrij verval moeten kunnen afvoeren naar het distributieriool. e. De locatiebepaling, vormgeving en beheer van (bovengrondse) voorzieningen ten behoeve van kabels en leidingen, zoals middenspanningsruimtes, verdeelstations, omvormingsstations, PoP-gebouwtjes, meterkasten en dergelijke gebeurt vanuit het uitgangspunt van een goede ruimtelijke inpassing. De initiatiefnemer dient binnen het coördinatieproces of binnen Plaberum of PBI met de gemeente tot overeenstemming te komen. Locatie, vormgeving en beheer zijn onderdeel van het Tracé-akkoord. Overeenstemming over locatie, vormgeving en beheer van bovengrondse voorzieningen die onder de classificatie ‘groot’ vallen (afwegingskader 3.6) en solo worden uitgevoerd, wordt bereikt in de intakefase van het WIOR-proces. De casemanager Bovengrondse Voorzieningen begeleidt het proces aan de hand van de Routekaart Inpassing bovengrondse nutsvoorzieningen, 9

waarin initiatiefnemer en gemeente tot overeenstemming komen. Na overeenstemming gaat het proces verder met de consultatieronde en verdere stappen (tracé-akkoord-projectaanpakvergunningaanvraag-uitvoering). Bovengrondse voorzieningen waarvan locatie, vormgeving en beheer al zijn vastgesteld in het ontwerp (stedebouwkundig plan) in stap 3 van het Plaberum (plan- en besluitvormingsproces ruimtelijke maatregelen) of het ontwerp in stap 4 van het PBI (Plan- en besluitvormingsproces Infrastructuur) én waarbij de casemanager Bovengrondse Voorzieningen actief is betrokken, hoeven niet opnieuw te worden getoetst door de gemeente. Zij worden wél opgenomen in het Tracé-akkoord. Bovengrondse voorzieningen die onder de categorie ‘middel’ vallen van het afwegingskader 3.6 maar waarvan de locatie en vormgeving al eerder zijn vastgesteld door het stadsdeel(bestuur) vallen onder de categorie klein. Opties voor een goede inpassing zijn: -

Inpandig Ondergronds Medegebruik (combigebouwtjes etc.) Bijzondere vormgeving (materiaal, omvang en/of kleur); Onopvallend in de openbare ruimte; Goed beheer.

(Bovengrondse )Voorzieningen ten behoeve van kabel en leidingnetwerken zijn zoal:            

lege buizen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken Trafokasten, middenspanningsruimten, algemeen voedingspunten, provisoria (tijdelijke kast) Warmteoverdrachtstations (WOS) PoP-gebouwtjes (point of Presence), OAP-kasten Ondergrondse handholes Mantelbuizen Putconstructies Walkasten (meterkast) tbv woonschepen kasten t.b.v. openbare verlichtingsmasten (bv inzake aanrakingsveiligheid) Kasten voor Verkeer Regel Installaties (VRI) Apparatuurkasten tbv het functioneren van antenne-installaties Laadpalen

Voor bovengrondse voorzieningen groter dan 15 m2 of hoger dan 3 meter moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. De uitvoering (BLVC) van de werkzaamheden blijft wel altijd onder de verordening WIOR vallen. f.

Bij onvoldoende ruimte of andere knelpunten bepaalt de vergunningverlener na overleg met betrokken partijen de oplossing. De oplossing wordt beargumenteerd vastgelegd in de vergunning of het instemmingsbesluit.

g. De ligging van kabels en leidingen dient zodanig te zijn dat kabels en leidingen en bomen elkaar niet hinderen, ook niet bij onderhoud en vervanging. 10

Toelichting Praktische uitgangspunten hierbij en mogelijke maatregelen zijn te vinden in de CROWpublicatie 280 “Infrastructuur en Bomen”. h. Kruisingen van kabels en leidingen dienen zo veel mogelijk onder een rechte hoek met een minimale afstand van 0.20 meter tussen de kruisende kabels en leidingen te worden aangelegd. i.

Bij het kruisen van K&L met intensief gebruikte of moeilijk bereikbare infrastructuur als wegen, (stedelijke) spoorwegen en waterwegen overige dient de betreffende kabel of leiding in een mantelbuis te worden aangelegd, zodat deze op termijn zonder of met beperkte hinder kan worden onderhouden.

j.

Boringen en persingen van kabels en leidingen dienen te worden aangelegd op een minimale afstand van 1.00 meter ten opzichte van bestaande distributieleidingen en 0.50 meter ten opzichte van bestaande distributiekabels (zijkant boring en persing tot buitenkant kabel of leiding). Bij transportkabels en -leidingen dient nader overleg met de betreffende assetbeheerder(s) plaats te vinden.

2.5. Afwijken van de algemene uitvoeringsvoorschriften Als deze algemene voorschriften niet kunnen voorzien in het behalen van de doelstellingen van artikel 6 verordening WIOR of onmogelijk zijn uit te voeren, bijvoorbeeld door te weinig ruimte in onder- en bovengrond, of bij een gebiedsgerichte benadering (IGP) dan kan de gemeente besluiten niet de algemene uitvoeringsvoorschriften te volgen maar in afwijking daarvan afwijkende bijzondere uitvoeringsvoorschriften te bepalen. Het afwijken van de algemene uitvoeringsvoorschriften is verbonden aan:   

Werkzaamheden die plaatsvinden in een door het college vastgesteld Integraal Gebiedsplan (IGP) Werkzaamheden waarbij door de onder- of bovengrondse ordening het aanleggen van kabel- en leidingnetwerken volgens de artikel 2.4. onmogelijk is en waar bijvoorbeeld gekozen moet worden voor een gestapelde ligging. Werkzaamheden waarbij het evident is, dat een innovatieve afwijkende uitvoering voordelen biedt voor zowel de assetbeheerders, als de gemeente

Hoofdstuk 3. WIOR-proces 3.1. Inleiding Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van het Amsterdamse WIOR-proces voor werkzaamheden aan de infrastructuur in de openbare ruimte en de bijbehorende overlegorganen ex artikel 5 van de verordening Werken in de Openbare Ruimte. Binnen het WIOR-proces wordt zowel de coördinatie als de regie op werkzaamheden vormgegeven. 3.2. Regie & Coördinatie

11

Regie betreft het bepalen van tijd, locatie en wijze van uitvoering van de werkzaamheden zoals die worden opgenomen in vergunning en instemming en waarop tijdens de uitvoering wordt toegezien. Coördinatie betreft de samenwerking en samenhang van de werkzaamheden van de verschillende opdrachtgevers. De invulling van de coördinatie vindt sinds 1924 plaats binnen het Amsterdamse Coördinatiestelsel Werken aan de Weg. Het is een netwerk van kennis, overleggen en organisaties aangaande bovenen ondergrondse infrastructurele projecten, bouwprojecten en evenementen in de openbare ruimte. Deelnemende partijen zijn onder andere stedelijke directies, netbeheerders en nood- en hulpdiensten. Deelnemende partijen kunnen door middel van een financiële bijdrage partner worden van het Coördinatiestelsel. Doel van het Coördinatiestelsel is het minimaliseren van overlast en (maatschappelijke) kosten door werk met werk te maken, een goede inpassing van kabel- en leidingnetwerken het optimaliseren van de BLVC (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie) aspecten en een deugdelijk schadeherstel van het maaiveld. De omvang en impact van het werk, het tijdstip en locatie en de vraag of er anderen mee gaan in het werk zijn bepalend voor de te nemen projectstappen en daarmee voor de voorbereidingstijd. 3.3.

Rollen en verantwoordelijkheden In de WIOR-bestaan verschillende verantwoordelijkheden. a. College B&W Stelt het beleid vast zoals opgenomen in deze Nadere Regels en voert dit beleid uit. Veel aspecten van de Nadere Regels zijn ondergebracht in de portefeuille Verkeer & Openbare Ruimte. b. Dagelijks Bestuur (DB) stadsdeel Het DB van een stadsdeel verleent de WIOR-vergunning / instemmingsbesluit. De vergunning / instemming wordt verleend op basis van de in het WIOR-proces vastgestelde Tracé-akkoord en BLVC-plan. Bij werkzaamheden die in verschillende stadsdelen plaatsvinden, bepaalt de procesbegeleider welk DB de vergunning of instemming verleent. c. Assetbeheerders De opdrachtgevers tot werkzaamheden hebben naar elkaar, en naar de omgeving, een belangrijke verantwoordelijkheid om hun werkzaamheden zoveel mogelijk gecombineerd en in samenhang uit te voeren, ten einde deze effectief en efficiënt uit te voeren tegen zo laagst mogelijke (maatschappelijke) schade. d. Stadsregisseur (SR) 1. Waarborgen stedelijke verkeersbereikbaarheid van Amsterdam bij werkzaamheden in de openbare ruimte, zie beleidskader. De stadsregisseur is hiertoe namens het college van B&W gemandateerd tot het vaststellen van:  ‘tijdvakken’ voor werken op de hoofdnetten. Tijdvakken zijn door de SR toegestane perioden waarbinnen werk mag worden verricht;

12

2. 3. 4. 5. 6.

‘koppelingen’ tussen projecten op hoofdnetten. Koppelingen geven aan dat projecten tegelijkertijd uitgevoerd moeten worden, dan wel niet tegelijkertijd uitgevoerd mogen worden;  het bepalen van regieslots; De stadsregisseur houdt namens de partners van het Coördinatiestelsel toezicht op het onpartijdig opereren van de afdeling Stadsregie. Toezicht op BLVC in de stad. Toezicht op het functioneren van het Coördinatiestelsel De stadsregisseur is proceseigenaar van het WIOR-proces en ziet toe op het goed functioneren van het proces. De stadsregisseur ziet toe, ter voorkoming van (maatschappelijke) schade, op de handelingen van de procesbegeleider(s), adviseur(s), vergunningverlener(s) en toezichthouder(s) die onder zijn verantwoordelijkheid taken uitvoeren binnen het WIORproces en kan, indien nodig, hierop ingrijpen.

e. Stadsregie (directie V&OR) Ondersteunt stadsregisseur en Coördinatiestelsel en adviseert initiatiefnemers en vergunningverlener met de volgende activiteiten:  Intake van werkzaamheden  Procesbegeleiding  Procesbegeleiding aan de hand van de Routekaart Inpassing bovengrondse nutsvoorzieningen voor het inpassen van bovengrondse voorzieningen die onder de classificatie ‘groot’ vallen van het afwegingskader 3.6.  Organiseert de consultatie met betrokkenen (netbeheerders, stedelijke directies etc) over aangemelde werkzaamheden  Programmering van werkzaamheden, het DO-OR ondersteunen en adviseren over de strategische opgaven en het vastleggen van tijdperioden voor uitvoering.  Levert informatie (data) aan ten behoeve van het doorlopen van het WIOR-proces  Stedelijke communicatie aan bewoners, ondernemers en bezoekers over wegwerkzaamheden  Adviseren over het ontwerpvoorstel en vaststellen van het Tracé-akkoord  Adviseren over en vaststellen van het BLVC-plan.  Ontwikkelen van instrumenten en beleid (innovaties) ter bevordering van het coördinatieproces  Helpdeskfunctie m.b.t. beleid en regelgeving openbare ruimte en kabels en leidingen  Bemiddeling bij conflicten in de samenwerking f.

Directie Dienstverlening Verleent op basis van het goed doorlopen van het coördinatieproces namens het DB van het stadsdeel vergunning of instemmingsbesluit.

g. Afdeling HOOR (herstel opbrekingen openbare ruimte, directie Stadswerken)  Organiseert en factureert het schadeherstel na afloop van de werkzaamheden  Ziet toe op een correcte uitvoering ihkv het schadeherstel

3.4. Onderdelen van het WIOR-proces Het WIOR-proces bestaat uit vijf schakels:

13

3.4.1 Programmeren Grote strategische opgaven moeten vroegtijdig, jaren voor uitvoering, bij Stedelijke Programmering van Stadsregie kenbaar worden gemaakt. Uiteindelijk beslist het DO-OR over de opgaven en wijst Stadsregie een tijdperiode voor uitvoering aan. 3.4.1.1 Doorlooptermijn De opgaven moeten zo vroeg en spoedig mogelijk worden aangemeld. Zelfs als er nog veel onzekerheden zijn over de uitvoering. Hoe eerder de opgaven kenbaar worden gemaakt, hoe beter de werkzaamheden kunnen worden geprogrammeerd en uiteindelijk uitgevoerd. Nadat Stedelijke Programmering een tijdperiode heeft vastgesteld kan de coördinatie-aanmelding worden gedaan. 3.4.2 Intake De intake start met de coördinatie-aanmelding die voor alle (strategische en niet-strategische) werkzaamheden verplicht is. Voor calamiteiten kan een uitzondering worden gemaakt. De initiatiefnemer doet de coördinatie-aanmelding op basis van een account wat geldig blijft voor alle andere aanvragen in de toekomst. Onder het account kan WIOR-proces verder worden doorlopen. Ook de financieel-administratieve handelingen. 14

Voor het verkrijgen van een account moet contact worden opgenomen met Stadsregie: wior@amsterdam.nl Een account wordt alleen verleend aan net- en assetbeheerders of in hun mandaat aan opdrachtnemers. Op basis van de coördinatie-aanmelding wordt de samenwerking tussen de net- en assetbeheerders vormgegeven (werk met werk maken etc) en afspraken gemaakt over tracéakkoord en BLVC-plan, waarna de vergunning of instemming kan worden aangevraagd. Latere aanmelding kan leiden tot lastiger én later inplannen van de werkzaamheden. Op basis van de coördinatie-aanmelding van een initiatiefnemer:   

   

Stelt de procesbegeleider vast of de aanmelding voldoet aan de indieningsvereisten Coördinatiestelsel. Stelt de procesbeleider de categorie (klein, middelgroot, groot) vast op basis van het afwegingskader artikel 3. 6 Nadere Regels. Stelt de procesbegeleider het te doorlopen proces vast (bijvoorbeeld behandeling in Planvormingsoverleg, inschakelen casemanager bovengrondse voorziening, ontwerpvoorstel maken, wenstracéprocedure doorlopen, WWU etc.) Doet de casemanager Bovengrondse Voorzieningen aan de hand van de Routekaart Inpassing bovengrondse nutsvoorzieningen een procesvoorstel om te komen tot overeenstemming over locatie, vormgeving, beheer van bovengrondse voorzieningen die onder de classificatie ‘groot’ vallen van het afwegingskader 3.6 alvorens de consultatieronde wordt gestart. Kan verkennend vooroverleg plaatsvinden vóórdat het initiatief verder gaat in het WIORproces. Worden net- en assetbeheerders geconsulteerd of zij ‘mee’ willen in de werkzaamheden of bezwaar hebben tegen de werkzaamheden Worden gemeentelijke adviseurs, bijvoorbeeld voor het goed inpassen van bovengrondse voorzieningen, betrokken. Geeft de procesbegeleider akkoord op het verder doorlopen van het WIOR-proces.

Initiatieven kunnen worden aangemeld als:   

Concept, nog niet gereed voor het aanvangen van het WIOR-proces. Ter registratie ten behoeve van verkennend vooroverleg met de gemeente en andere assetbeheerders over bijvoorbeeld de juiste inpassing van een bovengrondse voorziening. Indienen, definitieve opvoer gereed voor het verder doorlopen van het WIOR-proces.

Bij het samenvoegen van de verschillende initiatieven kiezen de verschillende initiatiefnemers wie het project gaat organiseren. Vanaf dit moment spreken we van dé initiatiefnemer en medeinitiatiefnemers. De werkzaamheden van de initiatiefnemer ten behoeve van de gecombineerde werkzaamheden vallen onder de (te verdelen) proceskosten. Als er bezwaren worden ingebracht tegen het initiatief dan moeten de initiatiefnemer en de inbrenger(s) van de bezwaren deze gezamenlijk oplossen. De initiatiefnemer legt in overleg met de betreffende assetbeheerder de uiteindelijke overeenstemming schriftelijk vast in de ICT applicatie van het coördinatiestelsel. Als partijen er niet uitkomen intervenieert de gemeente. In reactie op de aanmelding geven assetbeheerders ook aan of er ongebruikte kabel- en leidingnetwerken in het projectgebied aanwezig zijn. De consultatie is daarmee tevens het 15

Verzoek tot Informatie (VTI) als vastgesteld in de Uitvoeringsafspraken Verwijderen Ongebruikte Telecom (UVOT). De reactietijd op een initiatief bedraagt 11 werkdagen. Als er binnen die tijd geen reactie wordt gegeven dan zijn de geconsulteerden akkoord en wensen verder geen bemoeienis met het initiatief. Indieningsvereisten coördinatie-aanmelding:           

Intekenen van het werk Beschrijving van het werk werktekening Naam Project (Wens)planning Soort werk Werkmethode Eventueel eigen kenmerk van het werk Tracélengte Werktijden Contactpersonen

Als van toepassing:    

Aanvullingen op locatie Asfaltherstel vereist Functie locatie Stremmingen

Bij vergunningplichtige kabel- en leiding werken: Tracé en werklocatie ingetekend op Oriëntatiemelding KLIC Bij bovengrondse voorzieningen van kabel- en leidingnetwerken:   

Maatvoering afbeelding van de betreffende voorziening Afbeelding streetview

Doorlooptermijnen De termijn waarop de aanmelding voor start van de werkzaamheden moet worden gedaan is afhankelijk van de complexiteit en of het werk bijvoorbeeld gezamenlijk of solo wordt uitgevoerd. De onderstaande termijnen zijn minimale termijnen, maar de initiatiefnemer wordt uitgenodigd ook deze altijd zo vroeg mogelijk te melden, eventueel in concept, zodat er voldoende tijd is voor een goede voorbereiding (en daardoor een vlotte uitvoering). De organisatie van werken in de openbare ruimte van Amsterdam vraagt veel aandacht gezien de vele netwerken, de vele belanghebbenden en het intensieve gebruik van de openbare ruimte. Als de voorbereiding is afgerond (bijvoorbeeld voor de inpassing van bovengrondse voorzieningen!) en de stukken zijn op orde kan vergunning of instemming worden aangevraagd.

16

Tegelijkertijd kunnen werken ook sneller door het WIOR-proces als de situatie zich daarvoor leent. De gemeente streeft naar een efficiënt en effectief proces, met zo kort mogelijke doorlooptijden. Kern is dat de verlening van vergunning en instemmingsbesluit is gebaseerd op een goede voorbereiding binnen het Coördinatiestelsel. De verder in het proces aan te vragen vergunning en instemming en het beslissen daarop, zijn niet het begin, maar het sluitstuk van de voorbereiding. 

 

De aanmelding van groot gecombineerd WIOR-werk waarbij de initiatiefnemer gaat samenwerken met andere initiatiefnemers gebeurt, ten behoeve van de organisatie van de gezamenlijke uitvoering, minimaal 12 maanden vóór aanvraag vergunning en instemmingsbesluit. Na het correct doorlopen van het WIOR-proces kan de vergunning of instemmingsbesluit worden aangevraagd die op basis van het doorlopen WIOR-proces wordt verleend. De aanmelding voor groot WIOR-werk dat solo wordt uitgevoerd en definitief kan worden aangemeld gebeurt minimaal acht weken vóór definitieve aanvraag vergunning of instemming (deze wordt immers verleend op basis van het doorlopen WIOR-proces). De behandeltermijn (WIOR-proces) van acht weken kan worden verlengd met ten hoogste acht weken. De aanmelding voor middelgroot WIOR-werk waarbij de initiatiefnemer gaat samenwerken met andere initiatiefnemers gebeurt, ten behoeve van de organisatie van de gezamenlijke uitvoering, minimaal 6 maanden vóór aanvraag vergunning en instemmingsbesluit. Na het correct doorlopen van het WIOR-proces kan de vergunning of instemmingsbesluit worden aangevraagd die op basis van het doorlopen WIOR-proces wordt verleend.

De aanmelding voor middelgroot WIOR-werk dat solo wordt uitgevoerd en definitief kan worden aangemeld, gebeurt minimaal acht weken vóór definitieve aanvraag vergunning of instemming (deze wordt immers verleend op basis van het doorlopen WIOR-proces). De behandeltermijn (WIOR-proces) van acht weken kan worden verlengd met ten hoogste acht weken. Klein werk wordt minimaal vijf werkdagen voor geplande start van de werkzaamheden gemeld. Calamiteiten worden drie werkdagen voor start uitvoering gemeld, tenzij dit door de urgentie niet mogelijk is.

3.4.3 Ontwerp Projecten die als middelgroot of groot zijn gekwalificeerd en waarbij kabel- en leidingnetwerken worden aangelegd of verlegd, doorlopen de stap ‘ontwerp’. Daarin zijn drie varianten, ’bovengrondse voorzieningen’ ‘solo’ en ‘gecombineerd’. 3.4.3.1 Bovengrondse voorzieningen Gezien de problematiek van inpassing van bovengrondse voorzieningen dient het ontwerpvoorstel van de bovengrondse voorzieningen die onder de classificatie ‘groot’ vallen (afwegingskader 3.6) te zijn gebaseerd op goedkeuring door de gemeente van locatie, vormgeving en beheer dat is bereikt tijdens de intakefase of in het Plaberum- en PBI-proces. De casemanager van Stadsregie begeleidt dit. 3.4.3.2 Solo Solo werken (alleen de initiatiefnemer heeft werk) doorlopen de stap ‘ontwerp’ door het indienen van een ontwerpvoorstel aan de gemeente. 17

3.4.3.3 Gecombineerd Bij gecombineerde werken wordt een wenstracéprocedure doorlopen. De initiatiefnemer kan. mede namens de meegaande initiatiefnemers de wenstracéprocedure inkopen bij het IB of andere ingenieursbureaus. Tijdens deze wenstracéprocedure stelt de initiatiefnemer, of indien deze is uitbesteed het IB of een ander ingenieursbureau, samen met de betrokken net- en assetbeheerders het ontwerpvoorstel op voor de nieuwe onder- en bovengrondse ordening van de kabel- en leidingnetwerken mede in relatie tot de overige assets. In het belang van de voortgang van het initiatief worden de volgende doorlooptijden gehanteerd: 

 

Na ontvangst ‘aanvraag wenstracé’ hebben assetbeheerders 5 weken de tijd om te reageren. Op basis van de reacties wordt een akkoord wenstracé door de gemeente opgesteld. Na ontvangst ‘akkoord wenstracé’ hebben assetbeheerders 5 weken de tijd om te reageren. Op basis van de reacties wordt een Ontwerpvoorstel opgesteld Het Ontwerpvoorstel wordt voorgelegd aan de gemeente. Op basis van het Ontwerpvoorstel stelt de gemeente al dan niet een Tracé-akkoord vast

Bij werkzaamheden waarin de gemeentelijke assetbeheerder participeert, geeft deze opdracht tot het tot stand komen van de wenstracéprocedure en het opstellen van het uiteindelijke ontwerpvoorstel. Naast het gezamenlijke ontwerp leent de wenstracéprocedure zich ook voor het onder de initiatiefnemers vaststellen van de verdeelsleutel van de projectkosten, het in beeld brengen van de verleggingen, het opruimen ongebruikte netwerken en het medegebruik. Informatie over het doorlopen van de wenstracéprocedure is te vinden op de website van de gemeente Amsterdam. Na goedkeuring van het ontwerp stelt de gemeente een Tracé-akkoord vast. Dit Tracé-akkoord wordt onderdeel van vergunning of instemmingsbesluit. Ontwerpvoorstel Ontwerpen voor solo en gecombineerde initiatieven voldoen aan de volgende voorwaarden:  

 

Huidige situatie middels oriëntatiemelding KLIC Kadaster. Het nieuwe tracé en/of de onderhoudswerken van de betreffende kabel- of leiding en de inpassing van de eventuele bovengrondse voorziening: locatie, inpandig, ondergronds, in combi, vormgeving aangepast aan de omgeving en beheeraspecten. Onderbouwing van het voorstel en als van toepassing expliciet aangeven waar en waarom wordt afgeweken van hoofdstuk 2 Algemene Uitvoeringsvoorschriften 2.4). Bij bovengrondse voorzieningen de overeenstemming met R&D, gebiedsbeheer en gebiedsmakelaar en eventueel het verslag van de stafbehandeling portefeuillehouder stadsdeel waarin de toestemming voor plaatsing is opgenomen.

18

 

    

De wijze waarop eventuele bezwaren van derden uit de intakefase of wenstracéprocedure zijn weggenomen. Als het ontwerpvoorstel afwijkt van de eerdere aanmelding van het initiatief bij het Coördinatiestelsel dan moet in het ontwerpvoorstel worden aangegeven hoe ook de belanghebbende net – en assetbeheerders die niet zijn betrokken in de wenstracéprocedure hebben gereageerd op dit ontwerpvoorstel. De mogelijkheden van medegebruik. De niet meer gebruikte kabel- en leidingnetwerken op de locatie en voorstel tot opruimen. Gevectoriseerd ontwerp tekening conform het NLCS, voorzien van maatvoering in X, Y en Z-as. Ontwerp is voorzien van een heldere legenda, conform NLCS. Bij boringen het boorprofiel en de afweging waarom gekozen is voor een bepaalde sleufloze techniek, zoals persen of gestuurd boren.

Tracé-akkoord Het ontwerpvoorstel wordt getoetst door de gemeente en bij akkoord wordt een Tracé-akkoord op het ontwerp gegeven. Het tracé-akkoord is (als van toepassing) tevens het verzoek tot:   

3.4.4

Verleggen, ex art. 21 WIOR en Verwijderen, ex art. 20 WIOR en op basis van de Uitvoeringsafspraken Verwijderen Ongebruikte Telecom (UVOT) Medegebruik, ex. art. 8 WIOR

Projectaanpak

Na het verkrijgen van het Tracé-akkoord dient de initiatiefnemer een uitvoeringsplan (BLVC-plan Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie) in, over de fasering en de wijze van uitvoering. Dit doet hij op basis van de omgevingsscan. Doel is om de omgevingshinder en de (maatschappelijke) schade zo laag mogelijk te houden (zie de algemene uitvoeringsvoorschriften, het handboek ZWIA en de communicatiemogelijkheden). Bij gecombineerde werken doet hij dat namens de mede-initiatiefnemers. Op basis van de impactbepaling tijdens de intake wordt de initiatiefnemer uitgenodigd voor de WWU of krijgt hij een schriftelijke reactie op het BLVC-plan. Bij de behandeling van het BLVC-plan in de WWU krijgt de initiatiefnemer advies over eventuele aandachtspunten die aan het plan moeten worden toegevoegd. Bij de behandeling van het plan in de WWU, adviseert de WWU de vergunningverlener (zie ook 3.8) of het plan goed is of niet. Bij geen akkoord kan het plan, na aanpassing, opnieuw geagendeerd worden voor de WWU.

Indieningsvereisten BLVC-plan In een BLVC-plan komen (als van toepassing) de volgende zaken aan de orde:

19

Mogelijke effecten van het werk op de bereikbaarheid en te nemen maatregelen:     

Type stremming: wegafsluiting, verminderde doorgang, éénrichtingsverkeer, om-en-om, overig, geen stremming Effect stremming op modaliteiten: autoverkeer, fietsverkeer, voetgangers, openbaar vervoer (tram, metro en bus), nood- en hulpdiensten, overig (bijvoorbeeld taxi en touringcars) Omgevingsfactoren: scholen, ziekenhuizen, religieuze instellingen, ondernemers, in- en uitritten, andere factoren. Maatregelen per modaliteit: omleiding, verkeersregelaars, doorsteek, instelling VRI, loopschotten, tijdelijke ontheffing, anders Check: sluiten de maatregelen op elkaar aan en op eventuele andere omleidingen in de buurt?

Mogelijke effecten van het werk op de leefbaarheid en te nemen maatregelen:             

Geluidshinder werkzaamheden tussen 19.00 uur en 7.00 uur (de onderbouwing van de noodzaak van uitvoering in de avond of nacht en de maatregelen om de hinder zo klein mogelijk te houden en de extra communicatieactiviteiten). trillingen stankoverlast andere overlast (zoals fel licht) afname parkeervoorzieningen effecten op afvalvoorzieningen openbare toiletten, speelplekken en andere publieke voorzieningen niet toegankelijk pinautomaten en brievenbussen niet bereikbaar reclameborden niet zichtbaar private voorzieningen minder, slecht of niet toegankelijk: ondernemers, anders kunstobjecten op of naast werkterrein (zoals fonteinen, standbeelden) (beschermde) flora en fauna op of naast werkterrein

Mogelijke effecten van het werk op de veiligheid en te nemen maatregelen ten aanzien van:        

inzet VRI's openbare veiligheidsvoorzieningen (zoals camera’s) route waarop materiaal wordt aan- en afgeleverd: gewicht (op bruggen en kademuren) en gevaarlijke stoffen afscherming werkterrein en verkeersmaatregelen (toepassen CROW) bijzondere bodeminformatie (zoals geologische schatten, vervuiling, bommen) verlichting opslag materiaal en materieel ruimte om werk te passeren: alle modaliteiten

Maatregelen voor de Communicatie:  

Wie wordt wanneer en hoe over het werk geïnformeerd? Communicatiekalender met doelgroepen, boodschap per doelgroep, middelen per doelgroep en moment.

Voor werken op de plus- en hoofdnetten Infrastructuur gelden specifieke aandachtspunten:

20

      

Verkeershinder op de corridors van de plus- en hoofdnetten Infrastructuur mag in principe alleen plaatsvinden tussen 22.00 uur en 06.00 uur en vanaf zaterdag 22.00 uur tot maandag 06.00 uur mits er afdoende maatregelen worden genomen om de hinder zo klein mogelijk te houden. In het BLVC-plan moet speciaal aandacht zijn voor het afwikkelen van het verkeer tijdens de spitstijden (06.30 – 09.30 uur en van 15.30 – 19.00 uur. Op koopavonden van 15.30 – 21.30 uur). Een project werkt niet op een omleidingsroute van een ander project en/of leidt geen verkeer om over wegen waar gewerkt wordt. Een project veroorzaakt geen hinder op parallelle (hoofd)routes. Niet meerdere afsluitingen op één traject (tenzij positief voor de bereikbaarheid en in overleg met de WWU). Een project zorgt ervoor dat in gebieden waar veel projecten uitgevoerd worden, de beoogde aan- en afvoerroutes voor het bouwverkeer de extra verkeersdruk zonder stagnatie kunnen verwerken. Een project leidt bij werkzaamheden rond op- en afritten van snelwegen verkeersdeelnemers via het onderliggend wegennet terug naar de oorspronkelijke afslagen. Als er sprake is van een onvermijdelijke samenloop van een evenement en een werk dan dient het project zodanig af te stemmen (in overleg met de vergunningverlener) dat de bereikbaarheid van het gebied gewaarborgd blijft.

Let daarbij vooral op de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten. Bij werkzaamheden die veel overlast voor de omgeving en/of voor de weggebruikers veroorzaken, gaat de WWU na of alternatieven als ‘dubbele ploegen’, langere werktijden (7.00 tot 19.00), meer dagen per week werken, projectregie bijzondere werken (PBW), vierkant afsluiten (allemaal vormen van kort- en hevig werken) zijn overwogen. De WWU kan voorwaarden stellen aan de uitvoeringsduur (en daardoor aan de wijze van uitvoering).

Vergunning en instemmingsbesluit aanvragen Nu Tracé-akkoord en BLVC-plan zijn vastgesteld, kan de initiatiefnemer de vergunning of instemming aanvragen voor hemzelf én de mede-initiatiefnemers. Bij deze aanvraag hoeven geen nieuwe of aanvullende gegevens te worden versterkt. De aanvraag geschiedt geheel op basis van het account en de tijdens het WIOR-proces gegenereerde gegevens (Tracé-akkoord, BLVC-plan). De vergunningaanvraag of de aanvraag voor instemming wordt binnen vijf werkdagen behandeld. Eventueel kan de vergunning of het instemmingsbesluit worden gewijzigd gedurende het verleende tijdvak. 3.5 Uitvoering Op basis van de coördinatie-aanmelding (klein werk), vergunning of instemming worden de werkzaamheden uitgevoerd. Tevens vindt dan het herstel van het opengebroken maaiveld plaats. In deze fase worden er binnen VICTOR twee meldingen gedaan: Kennisgeving start. De initiatiefnemer bevestigt de start van het werk minimaal drie dagen voor start uitvoering.

21

Kennisgeving gereed. De initiatiefnemer meldt direct in VICTOR de afronding van de werkzaamheden en relevante informatie over het herstelde maaiveld. Daarbij wordt in acht genomen dat: De initiatiefnemer:    

de opbreking verdicht volgens bijlage 2 Voorschriften herstel verhardingen Amsterdam en de betreffende landelijke richtlijnen; het maaiveld herstelt in de aangetroffen staat; volgens de algemene uitvoeringsvoorschriften hoofdstuk 2 werkt; correcte informatie verschaft over het herstelde oppervlak, materiaal etc;

De gemeente: 

verwijdert de verkeersmaatregelen op kosten van de initiatiefnemer als deze na afloop van de werkzaamheden niet tijdig door de initiatiefnemer zijn verwijderd;  legt in VICTOR met foto’s vast wanneer een opbreking in ‘onbehoorlijke staat’ is opgeleverd door het bedrijf (in strijd met richtlijnen, b.v. slecht verdicht, ongesorteerde materialen of afval achtergelaten, in gebreke of onvoldoende afzetmateriaal, etc);  De gemeente kan de kosten die zij maakt als gevolg van meldingen die onvoldoende accuraat, volledig of tijdig zijn ingediend, of ten gevolge van slechte verdichting of slechte uitvoering (afzetmaterialen) op basis van werkelijk gemaakte kosten in rekening brengen.  Wanneer bedrijven zich niet aan de kaders en richtlijnen van Amsterdam houden, resulteert dit ook in extra werkzaamheden voor het wegbeheer. Deze extra werkzaamheden zullen op basis van werkelijk gemaakte kosten in rekening worden gebracht. Voor schadekosten die regelmatig optreden kan de gemeente voor deze specifieke schadekosten vastgestelde bedragen in rekening brengen. Ter voorkoming van schadeclaims moet de initiatiefnemer afwijkingen van de geleverde informatie zo snel mogelijk melden bij de gemeente. 3.6 Afwegingskader Afhankelijk van de impact van het werk worden er meer of minder stappen in het WIOR-proces doorlopen.

De impact van het werk moet op ieder aspect worden bepaald, waarbij de hoogste impact de definitieve classificatie bepaalt. Omdat de situaties per omgeving kunnen verschillen zal de gemeente de specifieke omstandigheden meewegen en op basis daarvan onderbouwd kunnen afwijken van het kader ‘Klein werk’ en calamiteiten moeten vanzelfsprekend worden uitgevoerd volgens de algemene uitvoeringsvoorschriften en overige wet- en regelgeving.

22

Klein

Impact wordt volgens het hele afwegingskader beoordeeld. De impact van WIOR-klein werk mag géén van onderstaande impactniveaus over schrijden.

Middelgroot

Impact wordt volgens het hele afwegingskader beoordeeld. Wordt één van onderstaande impactniveaus behaald, dan is het WIOR-middelgroot werk.

Groot

Impact wordt volgens het hele afwegingskader beoordeeld. Wordt één van onderstaande impactniveaus behaald, dan is het WIOR-groot werk.

Doorstroming Belemmert niet de Belemmert wel de Belemmert wel de corridor, doorstroming van fiets, doorstroming van fiets op doorstroming van auto en hoofd- en auto en OV op een een corridor, hoofd- of OV op een corridor, plusnetten corridor, hoofd- of plusnet: plusnet Fiets. hoofd- of plusnet: - Fiets - Auto - Auto - OV - OV Doorstroming Er zijn geen Er zijn wel Er zijn wel overige verkeersmaatregelen verkeersmaatregelen verkeersmaatregelen wegen nodig voor het veilig nodig voor het veilig nodig voor het veilig passeren van het werk op: passeren van het werk op: passeren van het werk op OV-routes - Voetpaden - Voetpaden - Fietspaden - Fietspaden - Autorijstroken - Autorijstroken - OV-routes Locatie van Geen werk bij Werk bij maatschappelijke Werk bij maatschappelijke werk maatschappelijke en en belangrijke en belangrijke belangrijke commerciële commerciële commerciële voorzieningen, tenzij deze voorzieningen waarbij er voorzieningen waarbij er werken naar oordeel van naar oordeel van de naar oordeel van de de gemeente onder gemeente wel extra gemeente wel extra standaard uitvoeringsmaatregelen nodig zijn ten maatregelen nodig zijn voorschriften kunnen behoeve van de BLVC van ten behoeve van de BLVC worden uitgevoerd. deze locaties. van deze locaties. Geluidshinder Geen geluidshinder tussen Wel geluidshinder tussen Wel geluidshinder tussen 19.00- 07.00 uur. 19.00- 07.00 uur.

19.00- 07.00 uur. Aanbrengen - Het aanbrengen Het aanbrengen of Het aanbrengen of nieuw kabelvan een plaatsen van: plaatsen van: en huisaansluiting - Een - Een leidingnetwerk korter dan 25 distributiekabel of transportkabel of meter, zonder –leiding. –leiding. - Een - Kleine nieuwe huisaansluiting die bovengrondse ondergrondse 25 meter of langer voorzieningen objecten (zoals is. (maximaal 0,5 schakelkasten) - Het aanbrengen - Nieuwe m3) zoals van maximum 20 ondergrondse laadpalen en huisaansluitingen objecten. straatkasten, bij die ieder niet - Kleine een monument of langer dan 5 bovengrondse in het beschermd stadsgezicht. meter mogen zijn. voorzieningen van (maximaal 0,5 - Kleine - Grote m3), maar niet bij bovengrondse bovengrondse een monument of voorzieningen van voorzieningen (maximaal 0,5 m3) in het beschermd (meer dan 0,5 m3) zoals laadpalen en stadsgezicht, zoals MSR, PoPwaarvoor het straatkasten gebouwtjes en stadsdeel(bestuur) waarvoor het WOS-locaties. 23

Sleufloze technieken

Periode van werk

stadsdeel(bestuur) in een eerder in een eerder stadium nog geen stadium al akkoord heeft akkoord op heeft gegeven gegeven, Kabels en leidingen Kabels en leidingen Kabels en leidingen worden niet d.m.v. worden wel d.m.v. worden wel d.m.v. sleufloze technieken zoals sleufloze technieken zoals sleufloze technieken zoals boringen, persingen of boringen, persingen of boringen, persingen of boogzinkers aangebracht. boogzinkers aangebracht. boogzinkers aangebracht. Duurt niet langer dan 3 Duurt wel langer dan 3 Duurt wel langer dan 3 werkdagen. werkdagen, maar niet maanden. langer dan 3 maanden.

Calamiteiten Naast de classificering klein, middel of groot kan het werk bij de aanmelding bij het coördinatiestelsel ook worden geclassificeerd als ‘calamiteit’. Er geldt dan een spoedprocedure van drie dagen. Soms kan de spoedeisendheid dermate groot zijn dat het werk niet direct kan worden aangemeld. De aanmelding moet wel zo spoedig mogelijk plaatsvinden. Er zal dan een toets zijn of het werkelijk een calamiteit betrof en of er alsnog aanvullende maatregelen nodig zijn.

3.7 Functies binnen het WIOR-proces Aan het doorlopen van de vier stappen in het proces zijn functies verbonden. Belangrijk onderscheid zijn rollen die de regie (vergunning) ondersteunen en rollen vanuit de samenwerking (coördinatie). Als bij een rol staat vermeld dat deze namens de gemeente wordt uitgevoerd, wijst dit op een regierol. a. Initiatiefnemer & mede-initiatiefnemer Is verantwoordelijk voor aanmelding en het goed doorlopen van zijn project in voorbereiding en uitvoering. Eén initiatiefnemer kan op verzoek van de medeinitiatiefnemers (de andere partijen die werk uitvoeren binnen het gecombineerde project) het gecombineerde project organiseren. Dat betekent o.a. zorgen voor het opstellen van een ‘wenstracé en het opstellen en indienen van een gezamenlijk BLVCplan. De kosten hiervoor kunnen worden verrekend met de mede-initiatiefnemers binnen het gecombineerde project. De initiatiefnemer moet samen met de betrokken assetbeheerder(s) tot overeenstemming komen over de ingebrachte bezwaren. De initiatiefnemer en uitvoerder van de werkzaamheden dragen zorg dat de werkzaamheden op basis van deze (ook schriftelijk vastgelegd in de ict-applicatie van het Coördinatiestelsel ) overeenkomst worden uitgevoerd.

Zo verbindt de initiatiefnemer zich bijvoorbeeld om in de bestekken/uitvoeringscontracten bepalingen op te nemen conform de met de net- en assetbeheerder gemaakte afspraken. b. Net- en assetbeheerder 24

Controleert de impact van de werkzaamheden op de eigen assets (kabel- en leidingnetwerken, lichtmasten, maaiveldverharding, bomen etc.). Geeft aan of er bezwaren zijn tegen uitvoering van de werkzaamheden, of dat werkzaamheden tegelijkertijd (gecombineerd) kunnen worden uitgevoerd. c.

Procesregisseur binnen Stedelijke Programmering  Plant en coördineert de opgaven van netbeheerders en de gemeente binnen de stad op de lange termijn.  Het gezamenlijk met de partners zoeken naar de mogelijkheden van gebiedsgericht (samen)werken.  Het opstellen van een integrale programmering  Het voorbereiden van besluitvorming in het DO-OR  Het vaststellen van de uitvoeringperiode

d. Procesbegeleider  Verricht de intake van een initiatief:  Checkt de indieningsvereisten  Start de consultatieronde en ziet toe op de reacties  Beoordeelt de impact van het werk (klein, middelgroot,groot)  beoordeelt de calamiteit  Geeft het initiatief vrij voor verdere doorloop in het WIOR-proces e. Casemanager Bovengrondse Voorzieningen  Draagt zorg dat aan de hand van de Routekaart Inpassing Bovengrondse Voorzieningen de juiste gemeentelijke adviseurs (R&D, gebiedsmakelaar, gebiedsbeheer etc.) adviseren over locatie, vormgeving en beheer van aangemelde initiatieven van grote bovengrondse voorzieningen (afwegingskader 3.6).  Ziet toe dat de in het Plaberum- of PBI proces gekozen locaties en vormgeving correct tot stand zijn gekomen.  Draagt zorg dat de complexe aanvragen behandeld worden in het ‘overleg bovengrondse voorzieningen’ (de casemanager is de voorzitter van dit overleg) en eventueel de integrale adviestafel van het stadsdeel en staf van de betrokken portefeuillehouder van het stadsdeel. f.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14519649/1