Monitor en evaluatie Brede Brugklas Bonus.pdf
Tekst van het document
Wat is nog niet gelukt, wat is nog in ontwikkeling? Lesmateriaal voor alle niveaus Maimonides streeft ernaar dat alle leerlingen in de heterogene brugperiode met dezelfde boeken en hetzelfde lesmateriaal werken en op dezelfde manier worden getoetst. Om hierin een niveau-indeling aan te brengen was de bedoeling om voor alle vakken zelf les- en bijbehorend toetsmateriaal (onder andere rubrics) te ontwikkelen. Dit is nog in ontwikkeling. Toch hier en daar duo-teaching toepassen Waar duo-teaching wel is uitgeprobeerd, bij wiskunde en Nederlands, bleek het goed te werken. Daarom wordt nu verkend of een lichtere variant mogelijk is, duo-teaching in combinaties van een docent en een onderwijsassistent. Duo-teaching kan ook tijdens projectweken, vier keer per jaar. Tijdens projectweken werken leerlingen in heterogene groepen met elkaar aan projecten. Daarin zou begeleiding in duo’s van leraren goed passen. “We willen blijven kijken waar het mogelijk is.” Waargenomen effecten Opstroom beter mogelijk Er zijn twee brugjaren gerealiseerd. Bij een instroom van minder dan 28 leerlingen in het eerste jaar, zitten mavo-, havo- en vwo39
leerlingen bij elkaar. Als er meer dan 28 leerlingen zijn (hetgeen de laatste jaren het geval is vanwege een groeiende leerlingpopulatie), worden er twee stromen gevormd, mavo/havo en havo/vwo. Leerlingen worden in een van die stromen geplaatst, afhankelijk van hun basisschooladvies. Door de aanwezigheid van het tweede brugjaar is er een jaar langer de tijd om op te stromen van mavo naar havo, of van havo naar vwo. Deze mogelijkheid, in combinatie met een steviger, actiever open afstroombeleid en kleinere klassen heeft ervoor gezorgd dat het percentage leerlingen dat is opgestroomd hoger is dan in de jaren daarvoor. Volgens de school zijn de kansen echt verbeterd: “Een leerling die havo/vwo niet haalt, kan in de tweede naar mavo/havo, maar dan bestaat nog steeds de kans om in de havo te blijven. En die kans is er ook echt, want de klassen zijn klein en is veel individuele aandacht, waardoor er in die twee brugjaren nog steeds de kans is om uiteindelijk naar 3 havo te gaan.” Inzicht dat duo-teaching de beste manier van leren is om leerlingen goede feedback te geven Het zien en krijgen van effectieve feedback is de beste methode om te leren. Duo-teaching maakt dat mogelijk, omdat leerlingen meer aandacht kunnen krijgen met twee docenten in de groep. Ze hebben het ervaren bij de vakken Nederlands en wiskunde, waar het is toegepast.
Inzicht in wat het is om als docenten met elkaar op een groep te werken; leerlingen leren samenwerken Het experimenteren met duo-teaching heeft inzicht gegeven in wat het is om met elkaar met en groep kinderen te werken. “Je vult elkaar aan. En je kunt leerlingen laten zien wat samenwerken betekent en een voorbeeldfunctie vervullen.” Door goede samenwerking tussen docenten ontstaat ook een betere samenwerking tussen leerlingen.“
40
Neveneffecten Meer monitoring Er is een betere monitoring (mentoraat), meer tijd voor zogenoemde mol-gesprekken (mentor-ouder-leerling) en uitstel van selectie (leerlingen hebben meer tijd om ‘zich te laten zien’). Het is voor de school een hele investering, maar deze betaalt zich uit, in termen van een grotere ouderbetrokkenheid en meer begrip bij de ouders over de ontwikkeling van de leerlingen. Bij de leerlingen draagt het bij aan meer inzicht in de eigen ontwikkeling. Meer duidelijkheid voor ouders Meer aandacht voor de ouders en ouders inzicht geven in hoe hun kind leert en vordert maakt dat ook ouders meer in het proces worden meegenomen, waardoor zij minder ‘pushen’ en beslissingen over uiteindelijke plaatsing voor hen minder als een verrassing komen. Geïnvesteerd in scholing docenten Het werken aan de interventies heeft iets blootgelegd over docentvaardigheden die nodig zijn om in een brede brugklas te werken. Er is geïnvesteerd in scholing van docenten, bijvoorbeeld om gerichter te kunnen werken aan autonomieondersteuning van de leerlingen (‘zelfdeterminatie theorie’, SDT, Deci & Ryan; cursus ‘zes rollen van de leraar’, CPS). Effecten in relatie tot de PIEK-aanpak Leerlingen stromen op Wat de geïnterviewden vooral zien is dat in het tweede leerjaar mavo/havo meer kinderen naar de havo gaan dan voorheen. Er was altijd al opstroom, maar vooral van havo naar vwo.
“Nu zien we de opstroom van mavo naar havo, dat is heel mooi.” De school hield de gegevens bij. In het schooljaar van 2022/23 waren er van de 28 leerlingen bijvoorbeeld vijf leerlingen met een mavo-advies die 41
opstroomden van mavo naar havo. “Dat is pure winst, ook al zijn de aantallen klein.” Veel mogelijkheden tot ontmoeting Er is voor de leerlingen veel gelegenheid elkaar te ontmoeten. Op momenten dat het kan, krijgen leerlingen van verschillende niveaus en leeftijden samen les/voeren gezamenlijke activiteiten uit. Dat is alleen nog maar toegenomen door de brede brugklas bonus, met name doordat de mavo- en havoleerlingen langer bij elkaar blijven. Bevorderende factoren Kleine school werkt efficiënt Maimonides is een kleine school, waardoor vernieuwingen relatief snel hun weg vinden. Belemmerende factoren Kleine school en lerarentekort Het duo-docentschap was niet haalbaar vanwege de kleine leerlingaantallen. Daarnaast zijn er lerarentekorten. “We zijn al blij dat we bemenst zijn.” Een voorval waardoor duo-teaching al in de beginperiode niet lukte, was het overlijden van één van de collega’s die betrokken was bij de vormgeving ervan. Verloop in het team, met name directie In de periode van de brede brugklasbonus zijn er diverse directiewisselingen geweest. De interventies zijn ‘beleidsarm’ overgedragen, waardoor de vaart uit het onderzoek en de interventies ging. Corona Een belangrijke factor waardoor activiteiten in het kader van de brede brugklasbonus in de beginperiode stagneerden, was corona.
42
In die periode moest men er alles aan doen om de leerlingen les te geven. Tip voor andere scholen Duo-teaching is een perspectiefvolle manier van werken in de brede brugklas. Een aanbeveling is: doe het niet voor alle vakken. Kies er bijvoorbeeld twee of drie. Begin klein en put daaruit succeservaringen.
43
5
Spring High
5.1
Context
Spring High biedt onderwijs aan leerlingen vanaf vierjarige leeftijd tot en met het eind van het vwo. Groep 1 tot en met 6 is pas recent, sinds schooljaar 2021/22 toegevoegd aan de school. Dit is een aparte afdeling die volledig gericht is op kinderen vanaf vier jaar. De doorgaande lijn met het basisonderwijs heeft als doel om de overgang naar het voortgezet onderwijs te versoepelen. Binnen het vo zijn de richtingen vmbo-t, havo en vwo vertegenwoordigd. De eerste drie leerjaren van het voortgezet onderwijs zitten leerlingen van alle niveaus bij elkaar. Leerlingen van 10 tot en met 13 jaar zitten geclusterd bij elkaar (traditioneel groep 7, 8 van de basisschool en het 1e leerjaar van het voortgezet onderwijs). Daarna zitten de leerlingen van 14 tot en met 16 jaar bij elkaar (traditioneel het 2e en 3e leerjaar). De bovenbouw bestaat uit leerlingen van 16, 17 en 18 jaar (traditioneel de leerjaren 4, 5 en 6). Het determinatieproces van het vo-deel van de school begint in de loop van het derde leerjaar. Dat is erop gericht te bepalen welk niveau leerlingen voor het eindexamen zullen gaan volgen. De school streeft naar afspiegeling van de wijk, die bestaat uit een sociaal-cultureel gemengde populatie. Momenteel trekt de school meer jongens dan meisjes. Dit zou kunnen liggen aan de nadruk op sport in het curriculum.
Verder trekt de school zij-instromers (vaak jongens) uit categorale vo-scholen die elders niet terecht 44
kunnen. De school is sterk naar buiten gericht en wil graag een community-functie vervullen. Spring High profileert zich behalve op sport ook op brede vorming. Inhoudelijk laat men zich onder meer inspireren door de doelen kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming (subjectivering) uit de onderwijsvisie van Biesta (2009, 2015)8. Men is bezig met uitwerking van leerlijnen, waarin zowel traditionele kwalificatiedoelen als andersoortige doelen worden vertaald naar de praktijk (vastleggen wat op welke leeftijd geleerd moet worden) en geconcretiseerd in een didactische aanpak. De bedoeling is de kwaliteit van het onderwijs op deze domeinen vast te leggen, op het niveau van de leerlingen en op schoolniveau. De vaklessen bestaan uit kleine groepjes leerlingen die op hetzelfde niveau instructie krijgen. Leerlingen hebben de mogelijkheid per vak een eigen niveau te volgen waardoor er diversiteit is in de samenstelling van instructiegroepjes per vak. Dat vraagt om een gedifferentieerde aanpak. Daarnaast werken leerlingen dagelijks gemengd (vmbo-t, havo en vwo samen; verschillende leerjaren samen) op leerpleinen in groepen van zo’n 50 leerlingen, begeleid door enkele docenten. De bedoeling is autonomie en zelfstandigheid te bevorderen en de leerlingen op hun eigen niveau aan eigen leerdoelen te laten werken.
Een deel van de brede brugklas bonus wordt ingezet op de ontwikkeling van didactische vaardigheden van leraren, om dit te ondersteunen. Iedere docent geeft de eigen vaklessen en begeleidt daarnaast leerlingen op de leerpleinen. Daarbij is elke docent coach, waarbij hij of zij ongeveer 20 leerlingen begeleidt, plus de bijbehorende
8
Biesta, G. (2009). Good education in an age of measurement: On the need to reconnect with the question of purpose in education. Educational Assessment, Evaluation and Accountability, 21(1), 33-46. doi:10.1007/s11092-008-9064-9 Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg: Phronese.
45
oudercontacten. Meerdere keren per jaar zijn er gesprekken tussen school, ouders en leerling, om de voortgang van de leerling te bespreken.
5.2 Interventies Spring High heeft ingezet op vijf interventies, waarvan de meest omvangrijke is het coachen van leraren op didactische vaardigheden. 1. Opleiding didactisch coachen voor docenten Didactisch coachen is een planmatige en doelgerichte wijze van coachen en feedback geven door de leraar, die erop gericht is het denken van de leerling te stimuleren op een manier die motivatieverhogend werkt. De bedoeling is dat iedere docent hierbij dezelfde aanpak volgt en leerlingen vanuit dezelfde principes begeleidt. Professionalisering vindt plaats door een externe trainingsinstantie. Het doel is om via een train-the-trainer-model professionalisering (van nieuwe docenten) te borgen. Drie docenten volgen hiertoe een tweejarige trainersopleiding tot intern trainer. Een sleutelvaardigheid binnen didactisch coachen is ‘effectief vragen stellen aan leerlingen’. Met het project wordt beoogd dat leraren in een professionaliseringstraject van twee schooljaren drie niveaus van vragen stellen leren beheersen, gebaseerd op de taxonomie van Bloom9: 1) open en gesloten vragen, 2) retorische vragen en 3) metacognitieve en affectieve vragen. Op basis van een eerste lesobservatie bepalen leraren een eigen leerdoel, waar ze de komende tijd aan gaan werken. Deze observatie wordt beschouwd als nulmeting. Vervolgens gaan ze het geleerde toepassen onder leiding van een coach. Er wordt
9
46
https://www.didactischcoachen.nl/publish/55/Vragen-stellen-in-Didactisch-Coachen.pdf
onder meer gebruik gemaakt van de methodiek van videointeractiebegeleiding (beeldcoaching). 2. Vastleggen van ontwikkelingsdoelen Het vernieuwende concept en de aandacht voor brede vorming vraagt om nieuwe vormen van beoordelen en volgen van de ontwikkeling van leerlingen. Dat gebeurt in de vorm van leergesprekken met leerlingen, portfolio’s, leerlingen die aan ouders uitleggen wat ze geleerd hebben, al dan niet met gebruik van hulpmiddelen zoals rubrics10 en andere vormen van indelingen van vaardigheidsniveaus. De laatste zijn vooral van belang als houvast bij het volgen van ontwikkeling. Ook een helder beeld van leerlijnen, op verschillende aspecten van brede vorming, is daarbij van belang. In het kader van de brede brugklas bonus zet Spring High in op het meetbaar maken en vastleggen van ontwikkelingsdoelen (SLO) in een softwaresysteem en de implementatie hiervan in het team. 3. Vakoverstijgend lesmateriaal ontwikkelen Uiteindelijk moet elke docent in staat zijn om vanuit gemeenschappelijke doelen vakoverstijgende opdrachten te ontwikkelen. Om docenten hierbij houvast te geven, te zorgen dat dit op een uniforme manier gebeurt en te bevorderen dat de opdrachten aan een bepaald kwaliteitsniveau voldoen, wordt een kijkwijzer of checklist ontworpen. 4.
Inzet pedagogisch coach De pedagogisch medewerker wordt ingezet voor het coachen van leerlingen op sociaal-emotionele ontwikkeling: het leren plannen,
10 Rubrics (rubrieken) is de algemene naam voor analytische beoordelingsinstrumenten die bestaan uit beschrijvingen van niveaus van beheersing of van de kwaliteit van aspecten van een taak of product. Een rubric heeft de vorm van een tabel. Zie: https://www.slo.nl/handreikingen/vmbo/handreiking-setent-vmbo/schoolexamen/objectief-beoordelen/rubrics/
47
inzicht leren krijgen in hun werkhouding, groei en leren kijken naar zichzelf: wie ben ik, wat doe ik, waarom doe ik dingen zoals ik ze doe? De pedagogisch medewerker vervult een belangrijke rol in de opvang van zij-instromers (met name ook de leerlingen die instromen vanuit groep 7 en 8 van het basisonderwijs). Deze individuele begeleiding van de leerling door de pedagogisch medewerker staat los van en heeft een ander karakter dan het didactisch coachen op de leerpleinen. 5. Overige activiteiten Het uitgangspunt is dat leerlingen leren in diverse omgevingen. Om dat leren succesvol te laten zijn, is het belangrijk dat er een verbinding tussen die omgevingen is. Gezocht is naar plaatsen waar het mogelijk is om verbinding tussen binnen- en buitenschools leren tot stand te brengen en leerlingen ervaringen te laten opdoen die zij misschien van huis uit minder meekrijgen. Concreet gaat het om: a. Samenwerking met de buitenkamer (Natuurkamer in NieuwWest), een buitenplaats voor veldwerkexcursies en gezamenlijke lessen. b. Leerzame excursies of evenementen organiseren zoals naar theatervoorstellingen gaan of inspirerende sprekers uitnodigen. c. Ruimte bieden op school aan ouders en buurtgenoten met werkplekken, koffie en wifi, in de vorm van een broedplaats. d. Een multifunctionele ruimte op school creëren, met licht, geluid en podium. e.
Een cultureel en educatief feest van de leerlingen en het team voor de wijk (‘Spring high meet-up’).
5.3 Achtergrond Spring High heeft als doel een cognitief rijk aanbod te bieden, om de kansen van kinderen te vergroten. Daarbij is het beïnvloeden 48
van de sociaal-emotionele ontwikkeling een belangrijk doel. Door te stimuleren dat leerlingen prettig met elkaar omgaan, activiteiten zo aan te bieden dat leerlingen zich er iets bij voor kunnen stellen (betekenisvol leren, zie bijvoorbeeld excursies; de natuurkamer), hen te leren dat vragen stellen en fouten maken mag en juist goed is, wordt interesse in leren en zelfwerkzaamheid gestimuleerd (hierop is met name de didactische coaching gericht). Leerlingen krijgen gedifferentieerd les, op leerpleinen, waar ze op eigen niveau kunnen werken. Men hecht veel waarde aan uitdagend onderwijs en het stellen van hoge verwachtingen aan leerlingen. Met de juiste begeleiding en overtuiging is iedere leerling in staat zijn of haar capaciteiten te vergroten. Docenten moeten ervoor zorgen dat iedere leerling de kans heeft het maximale uit zichzelf te halen. De coaching is er onder andere op gericht om dit te ondersteunen. Verder is van belang dat men verwachtingen niet laat inkleuren door het verleden, bijvoorbeeld het basisschooladvies, of door indrukken over de gezinsachtergrond van een leerling. Elk kind wordt als het ware blanco tegemoet getreden, in de verwachting dat in principe alles mogelijk is.
5.4 Opbrengsten van de interventies Wat is er gelukt, wat is er geïmplementeerd? Didactisch coachen, theoretisch onderbouwd en in een vaste vorm Het didactisch coachen op de (heterogeen samengestelde) leerpleinen houdt in dat de leerkracht vragen stelt die elke leerling en elke leerweg verder helpen, ook zonder inhoudelijke kennis van het vak. Het didactisch coachen is bestendigd (de handelingspraktijk ligt nu vast) en onderbouwd met theorie.
49
Deelnemers aan opleiding didactisch coachen professionaliseren hun collega’s (doorscholing) Een interne expertgroep coaching, bestaande uit een groep getrainde docenten, gaat zich richten op verdere professionalisering van het didactisch coachen in de school, met als doel dit verder te bestendigen. Inzet van pedagogische coaches op de leerpleinen om ook pedagogisch beter te differentiëren Op de leerpleinen zijn, naast didactisch coaches, nu ook pedagogisch coaches aanwezig, om te beginnen bij de groepen 7 en 8 en het eerste leerjaar vo. De bedoeling is om dit later uit te breiden naar de hogere leerjaren. Ontwikkelingsdoelen zijn vastgelegd en er is gekeken naar overlap In de onderbouw zijn per leerlijn de leerdoelen vastgelegd en er is gekeken naar overlap in doelen. Er is vakoverstijgend materiaal ontwikkeld; vakken en lessen kunnen zo beter gecombineerd worden Er is vakoverstijgend lesmateriaal ontwikkeld op de onderdelen waar sprake was van overlap tussen leerlijnen. Het gaat daarbij om projectmateriaal. Er wordt gewerkt met buddy-teams De buddy teams bestaan uit drie docenten, die voor een jaar samen optrekken. Ze bespreken samen een casus (bijvoorbeeld een situatie met een leerling, waarin de docent hulp bood) en observeren elkaars lessen aan de hand van een kijkwijzer. De informatie uit de observaties zijn input om elkaar verder te helpen.
Zelf maken lesmateriaal gelukt Springhigh maakt het lesmateriaal zelf en dat is gelukt. Van groep 7 tot het derde leerjaar vo maken de leerlingen dezelfde 50
opdrachten. Het niveauverschil tussen leerlingen komt tot uiting in het (beoogde) resultaat.
Wat is nog niet gelukt, wat is nog in ontwikkeling? Het koppelen van een rubrics-beoordelingssysteem aan de opdrachten zodat leerlingen beter weten waar ze op beoordeeld worden Ook de bij de opdrachten behorende rubrics maakt de school zelf. Dit helpt leerlingen om per opdracht te zien waar ze op beoordeeld worden. De rubrics zijn nog niet volledig ontwikkeld. Differentiëren gaat beter bij wiskunde en Engels dan bij maatschappijvakken Er is veel moeite gestoken in toepassen van differentiëren in alle vakken. Gebleken is dat dit beter gaat bij vakken als wiskunde en Engels, waar vaardigheden centraal staan, dan bij maatschappijvakken zoals geschiedenis en aardrijkskunde. De natuurkamer ook inzetten voor de groep 7 en 8 en brugklassers Van de natuurkamer wordt tot nu toe alleen gebruik gemaakt van groep 1 tot en met 6. Voor de hogere groepen en de brugklas krijgen ze het maar moeizaam voor elkaar omdat leraren het niet goed in de lessen kunnen inpassen, mede vanwege de afstand (een kwartier lopen van de school). Het is echter nog steeds de bedoeling om er meer gebruik van te maken, ook door de oudere leerlingen. Waargenomen effecten Docenten zijn zekerder op het leerplein Docenten voelen zich zekerder op het leerplein omdat ze goed weten wat ze moeten doen.
51
Neveneffecten Minder uitval bij leerlingen; leerlingen gaan met elkaar en met de docenten in gesprek Een neveneffect dat wordt genoemd is het lage aantal leerlingen dat uitvalt. De school ziet als mogelijke verklaring hiervoor dat leerlingen lang de tijd krijgen om naar hun eigen niveau te groeien. Wat de school verder waarneemt is dat leerlingen meer open zijn en eerder in gesprek gaan met hun coach, docent of de schoolleiding. Effecten in relatie tot de PIEK-aanpak Meer contact tussen de leerlingen De grootste waarde van de brede brugklas is dat leerlingen elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek. De schoolleider formuleert het zo: “De leerlingen zitten door elkaar heen op het leerplein, alle niveaus samen. Ze weten van elkaar niet eens op welk niveau ze zitten, ze helpen elkaar daar gewoon. Dat is heel fijn om te zien. Het is een soort mini samenleving die we proberen te creëren, en dat lukt denk ik.” Didactisch en pedagogisch differentiëren en zo beter inspelen op de behoeften van leerlingen vergroot de kansengelijkheid Volgens de schoolleiding is in elk geval een deel van het docententeam beter toegerust om zowel pedagogisch als didactisch beter te differentiëren. Door middel van differentiëren kan op de verschillende behoeften van de leerlingen worden ingespeeld. Hierdoor is het mogelijk om de kansengelijkheid te vergroten.
Bevorderende factoren Tijd beschikbaar stellen om met de docenten samen de curricula te bespreken op zoek naar afstemmingsmogelijkheden Door de brede brugklas bonus was er tijd voor docenten beschikbaar voor afstemming van leerlijnen. 52
Startende docenten koppelen aan ervaren docent als buddy Daarnaast helpt het werken met buddy teams, waarbij een nieuwe docent aan een meer ervaren docent wordt gekoppeld. Dit helpt om startende docenten snel en al werkend in te voeren in het schoolconcept. Docenten samen op het leerplein en kunnen elkaar helpen Docenten staan altijd samen op het leerplein en hebben steun aan elkaar. Langere lesuren op deze school helpen om het beoogde onderwijs te realiseren De langere lesduur van 2,5 uur ten opzichte van 40 minuten op veel andere scholen helpt om het beoogde onderwijs te realiseren. Zo is er voldoende tijd om leerlingen goed te helpen bij hun opdrachten. Docenten ervaren ondersteuning vanuit het project, kennis wordt gedeeld, er zijn studiedagen en er wordt gezamenlijk aan kwaliteitszorg gedaan De school heeft de brede brugklas bonus gezien als een vernieuwing, die ze samen als team zijn aangegaan. Docenten die de vernieuwing dragen, ervaren steun uit het project. Op studiedagen en door masterclasses wordt verworven kennis gedeeld, met als doel het draagvlak voor de beoogde richting aan te zwengelen. Daarnaast zien ze de ontwikkeling als een cyclisch proces dat ze met zijn allen aangaan en ook weer evalueren. Aan buitenstaanders kunnen uitleggen en laten zien wat je doet en hoe, en dat het werkt.
Volgens de schoolleiding heeft de brugklas bonus ze in staat gesteld om een werkwijze te verankeren die theoretisch onderbouwd is en waarvan ze hebben kunnen laten zien dat het werkt. Ook bijvoorbeeld richting de inspectie vindt de 53
schoolleiding heel mooi om te kunnen laten zien: “dit is een interventie die we hebben gepleegd en het werkt. Dit staat in de boeken en dit hebben we als cursus meegekregen en dit is nu wat we doen. Het expliciet te maken, het expliciet kunnen laten zien van: dit is didactisch coachen. Wij kunnen als team differentiëren op didactisch gebied.” Hiermee is de deze school een voorbeeld van een systematische werkwijze bij vernieuwen. In feite heeft deze school de drie niveaus van de kennispiramide doorlopen. Wat is ingezet, is theoretisch onderbouwd, het werkt en men ziet effecten bij de medewerkers en de leerlingen. Periodieke gesprekken met de onderzoekers Periodieke gesprekken met de onderzoekers hebben volgens de schoolleiding geholpen focus te houden en werkzame mechanismen en opbrengsten zo goed mogelijk te formuleren. Belemmerende factoren Lerarentekort, wisselingen in het team Verschillende belemmerende factoren hebben betrekking op het lerarencorps: *Instroom van tijdelijke en nieuwe docenten die zich de werkwijze en het gedachtengoed nog eigen moeten maken *Er is veel verloop onder de docenten, daardoor verdwijnt de ontwikkelde coaching expertise.
Het differentiërende onderwijs vraagt veel van docenten *Een snel groeiende school heeft te maken met veel nieuwe docenten Beperkingen diploma’s Er zijn leerlingen die vakken op een hoger niveau afsluiten op het eindexamen, maar dat dat is niet terug te zien op het diploma. De leerlingen ervaren dat als frustrerend, omdat ze er hun hele
54
loopbaan op gericht zijn geweest om vakken op een hoger niveau af te sluiten. Dat wordt in feite niet beloond met een diploma. Beperkingen natuurkamer De natuurkamer is te klein voor een heel leerplein, daarom (en vanwege de afstand tot de school) worden deze lessen niet ingezet in de vo-klassen. Tip voor andere scholen Sta als school (schoolleiding) open voor de (continue) leerbehoeften van docenten.
55
6
Open Schoolgemeenschap Bijlmer
6.1 Context De Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB) bestaat ruim 50 jaar en heeft een van de langste tradities van brede brugklassen in het Amsterdamse onderwijs. Vmbo-b, vmbo-k, vmbo-t, havo en vwo worden gemengd aangeboden in de eerste twee leerjaren. Vanaf het derde leerjaar wordt een splitsing gemaakt en zitten leerlingen van vmbo-b/k samen, vmbo-t apart en havo/vwo samen. De school heeft een superdiverse leerling populatie en hecht waarde aan de verbinding met de wijk en met ouders en het erkennen van ieders talenten, karakters en culturele achtergronden. Docenten en ouders kiezen bewust voor het open, brede en uitdagende schoolkarakter van de OSB. Het bieden van goed onderwijs aan een brede brugklas met kinderen met uiteenlopende achtergronden vraagt om veelzijdige en professionele docenten met voldoende docentvaardigheden, betrokkenheid en overtuiging. De OSB besteedt daarom structureel aandacht aan het ondersteunen van docenten. Met de brede brugklas bonus zet de school in op een intensivering van deze docentondersteuning in de vorm van docentprofessionalisering op de gebieden didactische vaardigheden, differentiatievaardigheden en vaardigheden gericht op het bevorderen van zelfregulatie van leerlingen. 56
6.2 Interventies Kwaliteit didactisch handelen van docenten verhogen Het was al gebruik om nieuwe docenten voor maximaal drie jaar te begeleiden door lesobservaties met nabesprekingen door interne coaches. Met de subsidie van de brede brugklas bonus heeft de OSB een traject ingezet om het didactisch handelen van alle leraren (ongeveer 50 docenten) in de brede brugklas te verbeteren. Gekozen is voor beeldcoaching, waarbij aan lesobservaties videoopnames worden toegevoegd, met als doel deze met de docenten na te bespreken. Zo kunnen docenten onder begeleiding van beeldcoaches zelf zien hoe ze lesgeven. In totaal waren er gedurende de projectperiode drie beeldcoaches bij de uitvoering betrokken, één externe, tevens projectleider, en twee interne, op de school werkzame docenten. Dit met het oog op de interne borging. De bedoeling is dat docenten van de school zich ook na afloop van de projectperiode blijven professionaliseren in hun handelen in de klas op het gebied van klassenmanagement, interactie en didactiek aan de hand van een zelf gekozen leerdoel. Het handelen in de klas met betrekking tot het leerdoel wordt door een opgeleide beeldcoach gefilmd, waarna dit beeldmateriaal samen met de beeldcoach wordt bekeken en geanalyseerd.
De docenten verdiepen hierdoor hun vaardigheden en worden bekrachtigd in hun kwaliteiten en hierdoor ook eigenaar van hun doorgaande professionele ontwikkeling, en dat is een diepgaande manier van leren voor docenten. Op de OSB geven docenten les als docent en coach. Onder hun leiding gaan leerlingen in eigen tempo en met verschillende soorten lesstof aan de slag. De begeleidende stijl van iedere docent is typisch een vaardigheid waarop de video-coaching reflectie biedt en intervisie ondersteunt, zodat het ook leren van elkaar faciliteert.
57
Het doel van de beeldcoaching is om docenten te voorzien van meer mogelijkheden en vaardigheden om te differentiëren in de les en zelfregulatie bij leerlingen meer te stimuleren. Beoogd wordt dat docenten met name differentiëren op vorm (zoals verschillende soorten opdrachten) en inhoud (zoals complexiteit van de inhoud) op het niveau van de individuele leerling. Het doel is niet dat docenten één lijn moeten trekken in de manier van begeleiding. Ze ontwikkelen hun eigen methode van het begeleiden van leerlingen. Continuïteit in de scholing wordt geborgd door eigen beeldcoaches op te leiden als onderdeel van de professionele leergemeenschap op school. Daarnaast wordt de brede brugklas bonus benut om invaldocenten vanuit Klassestudent in te kunnen zetten voor de reguliere opvang van lessen vanwege zieke (of anderszins afwezige) docenten. Hierdoor raken de onderbouw docenten minder belast met invaluren voor collega’s, en worden ze vrijgespeeld om deel te nemen aan de extra activiteiten in het kader van beeldcoaching.
6.3 Achtergrond Differentiatie in de onderbouw is op de OSB al jarenlang een kernactiviteit en het docententeam is hiervan doordrongen. Leerlingen krijgen keuzes in hoe ze doelen willen behalen en worden gestimuleerd hun talenten te ontdekken door veel samen te werken in de heterogene brugklas. Docenten werken met het ‘hoofd, hart en handen’- principe waarbij geleerd wordt op een manier die bij de leerling past. Ook ligt er nadruk op zelfreflectie van leerlingen, bijvoorbeeld doordat hen gevraagd wordt te vertellen hoe iets gegaan is en hoe ze daartegenaan kijken, en de gewoonte is dat leerlingen hun rapportbespreking zelf voorbereiden. 58
De OSB heeft zes deelscholen waarvan drie onderbouwdeelscholen waardoor op de relatief grote school een kleinschalige aanpak mogelijk is. De school beoogt een veilig klimaat te creëren door onder andere specifieke aandacht aan sociale veiligheid in de mentorlessen, elke les te starten en af te sluiten met een kring en mini-mediators in te zetten. Mini-mediators zijn leerlingen die getraind worden om te bemiddelen bij ruzies tussen leerlingen. De OSB heeft een eigen jongerenrechtbank. Om docenten vrij te spelen voor de beeldcoaching zet de school invaldocenten in. Periodiek hebben de directeur en de deelschoolleiders gesprekken met de (beeld)coaches. Daarnaast worden alle docenten in de onderbouw door een beeldcoach geschoold in docentvaardigheden en worden eigen medewerkers opgeleid tot beeldcoach om in de toekomst andere docenten te kunnen gaan coachen. Differentiëren in een heterogene groep leren docenten niet (voldoende) op de lerarenopleiding. Daarom is het van belang dat beeldcoachen een vanzelfsprekende ondersteuning wordt op school. Een aantal docenten geeft specifiek aan dat de coaching hen beter ondersteunt dan bijvoorbeeld een eenmalige trainingsdag. Met behulp van de beeld-coaching leren docenten differentiëren, zowel pedagogisch als didactisch. Het video-onderdeel aan de coaching is nieuw.
Er zijn intervisiegroepen om gezamenlijk te reflecteren op het videomateriaal. Voorheen werd didactische coaching met name gefacilieerd voor nieuwe docenten, maar door de brede brugklas bonus wordt het nu voor het gehele onderbouwteam gerealiseerd. Vanwege de korte tijd tussen het maken van een plan, accordering en uitvoering is de interventie eerst besproken met de deelschoolleiders en daarna pas met het team. Door deze top-down aanpak was er enige weerstand bij het team, bijvoorbeeld omdat docenten bang waren dat de tijdsinvestering te groot zou zijn, maar de toegankelijkheid van de 59
beeldcoaches en hun enthousiasmerende introductie hielp om alle docenten betrokken te krijgen. Voor de facilitering van de beeldcoaching wordt aan ouders van nieuwe leerlingen gevraagd of beeldmateriaal gebruikt mag worden voor interne scholing en is camera- en opnameapparatuur aangeschaft.
6.4 Opbrengsten van de interventies Wat is er gelukt, wat is er geïmplementeerd? Scholing in de onderbouw gelukt De docenten die in de onderbouw gedifferentieerd les moeten geven zijn geschoold in gebruik van beeldcoaching. De vakgroepen analyseren hun lesmateriaal op mogelijkheden om te differentiëren en passen hun lesmateriaal daar op aan Het beeldcoachen was aanleiding om in de vakgroepen het lesmateriaal te analyseren op differentiatiemogelijkheden en hierop aanpassingen te doen.
Wat is nog niet gelukt, wat is nog in ontwikkeling? Nog niet alle onderbouwdocenten geschoold Het was de bedoeling om gedurende de periode van de brede brugklas bonus alle docenten die in de onderbouw gedifferentieerd les moeten geven een beeldcoachtraject aan te bieden. Dat is door ziekte en vertrek niet helemaal gelukt maar wel grotendeels. Snellere leerlingen bedienen Een uitdaging blijft nog het op maat bedienen van leerlingen die sneller zijn, met minder instructie uit de voeten kunnen en meer uitdaging nodig hebben. Dat vraagt om verdere aandacht.
60
Waargenomen effecten Patronen en routines doorbroken Ze zien dat patronen en routines in het docenthandelen worden doorbroken. Docenten zijn zich meer bewust van wat ze kunnen, en ook van hun handelen en hun rol Een winst van het coachen is dat docenten zich meer bewust zijn van wat ze kunnen. Reflectie aan de hand van casuïstiek en beelden maakt dat leerkrachten zich meer bewust zijn van hun handelen. Er wordt meer nagedacht over de eigen rol in de klas. Gemeenschappelijk taal Er is een gemeenschappelijk taal ontwikkeld voor het communiceren over pedagogisch didactisch handelen. De geïnterviewde coach noemt begrippen als ‘beurtverdeling’ en ‘ontvangstbevestiging.’ Leraren vaardiger in op maat bedienen van leerlingen Uit lesbezoeken van de deelschoolleiders met de Digitale Observatie Tool (DOT) is gebleken dat leraren vaardiger zijn geworden in het op maat bedienen van leerlingen, bijvoorbeeld in het geven van instructie op niveau. Meer oefenmogelijkheden voor leerlingen De grootste verbetering zit hem volgens de resultaten op de DOT in de vaardigheid van het aanbieden van oefenmogelijkheden voor leerlingen die dat nodig hebben. Dit geldt voor alle niveaus, behalve, zoals net genoemd, voor leerlingen die meer uitdaging nodig hebben.
61
Neveneffect Beeldcoaching ook gebruikt om met leerlingen te reflecteren op de situatie in hun klas Met leraren die te maken hadden met klassen met relatief veel onrust en gedragsproblemen is onder leiding van de beeldcoach een pilot ‘lastige klas’ uitgevoerd. Via een observatiekader hebben eerst de betrokken leraren, en vervolgens ook de leerlingen (met hun mentor en de beeldcoach) klassikaal naar de beelden gekeken aan de hand van een kijkkader. De bedoeling was om leerlingen inzicht te geven in het eigen gedrag en te laten zien wat er nodig is om een fijne sfeer te creëren. Veelzeggend vond de beeldcoach dat een individuele leerling haar later aansprak om te vertellen dat de reflectie op de beelden geholpen had om de groepsdynamiek in de klas te verbeteren. Beeldcoaching ook in de bovenbouw; was niet gepland Beeldcoaching is ook in de bovenbouw geïmplementeerd. Dat was niet gepland. Bevorderende factoren Terugkoppelen van succeservaringen, laten zien dat het werkt Het beeldcoachtraject werd begeleid door een externe coach die zorgde voor feedback. Motiverend voor het project was het benoemen van succeservaringen en mond-tot-mondreclame. Teruggekoppelde resultaten waren overtuigend. Extra middelen Projectmiddelen maakten het mogelijk een externe trainer en projectleider in te zetten en docenten vrij te roosteren voor deelname.
De expertise van deze apart voor het project aangetrokken functionaris is nu breed verspreid onder docenten.
62
Een goede inbedding in het kwaliteitszorgsysteem en steun van de schoolleiding De schoolleiding was nauw bij het project betrokken en zorgde voor draagvlak. Met behulp van de DOT werd gekeken naar de ontwikkeling van differentiatievaardigheden. Hoewel dat instrument niet één-op- één past, is het wel nuttig. Het project was onderdeel van het kwaliteitszorgsysteem van de school. Er zijn middelen ingezet om de klassen te verkleinen, de leraren ervaren dat als taakverlichting. Bevorderend was dat de school gedurende de uitvoeringsperiode van de brede brugklas bonus NPO-geld11 kon inzetten om klassen te verkleinen van 28 naar maximaal 24 leerlingen. Als extra ondersteuning kon in sommige deelscholen bovendien een klassen assistent worden aangetrokken. Deze beide maatregelen werken in de beleving van de leraren taakverlichtend. Belemmerende factor Er is weinig warme overdracht vanuit de basisscholen wat betreft niveau en sociaal-emotionele ontwikkeling In de coronaperiode bleek dat instromende leerlingen niet alleen last hadden van achterstand op de basisvaardigheden (taal en rekenen) maar ook op sociaal-emotioneel gebied. De school had daar beter op voorbereid kunnen zijn, als er vanuit de basisscholen meer warme overdracht was geweest op deze minder goed meetbare vaardigheden en gedragsaspecten.
Het viel bijvoorbeeld op dat leerlingen zich anders opstelden, minder vragen stelden en minder bezig waren met de les. Er waren weinig aangrijpingspunten en het heeft lang geduurd voordat de school deze leerlingen op het juiste niveau kon bedienen.
11 https://www.nponderwijs.nl/
63
Tip voor andere scholen Beeldcoachen is een geschikte manier om docentvaardigheden te verbeteren. Om het te laten lukken moet er voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: -zorg voor een aanjager en -maak het beeldcoachen onderdeel van het schoolbeleid; voorkom dat het een apart leven gaat leiden.
64
7
Lumion
7.1
Context
Lumion is in 2012 met krap honderd leerlingen van start gegaan. Sinds schooljaar 2019/20 is de school partnerschool van Kunskapsskolan Nederland en telt inmiddels meer dan 1000 leerlingen. Kunskapsskolan, of ‘kennisschool’ is een Zweeds onderwijsconcept, met als belangrijk kenmerk ‘gepersonaliseerd leren’. Kernwoord in dit concept is maatwerk: het onderwijs wordt afgestemd op mogelijkheden, tempo en leerstijl van de individuele leerling. In de onderwijsaanpak staat het werken met doelen centraal. Leerlingen bepalen zelf hun leerdoelen, waarbij veel zelfstandigheid van hen wordt verwacht. De bedoeling is leerlingen de regie te geven over hun eigen leerproces, wat volgens de filosofie van Kunskapsskolan12 leidt tot meer motivatie en het behalen van hogere niveaus. Docenten hebben de rol van coach en begeleiden de leerlingen bij de stappen in hun leerproces. Lumion heeft een heterogene onderbouw in leerjaar 1 en 2 voor vmbo-t, havo en vwo. In het kader van het brede brugklas bonus zet men daarom in op het versterken van de interne scholing en professionalisering van docenten, onder meer op het coachen van de leerlingen. Verder moet het curriculum worden omgezet in
12 https://lumion.amsterdam/over-lumion/kunskapsskolan-partnerschool
65
werkpaden, om het doelgericht leren te bevorderen. Ten slotte liggen er plannen om een aanbod te ontwikkelen voor ouders, gericht op het verbeteren van hun relatie met de school en onderwijsondersteuning thuis.
7.2 Interventies Lumion heeft in het kader van de brede brugklas bonus gekozen voor drie interventies: 1 Professionalisering van docenten Het gaat om het coachen van de leerlingen, met name op het vlak van doelen stellen, keuzes maken, consequenties inzien, leerstrategieën aanleren. Gekozen is voor een uitgebreide vorm van gepersonaliseerd leren, waarin elke leerling werkt volgens een eigen leerroute. De leerlingen hebben wekelijks individueel contact met de coach en daarnaast twee keer per week een bijeenkomst met de coach in hun stamgroep, over mentoraatachtige zaken. Om dit goed te kunnen begeleiden is het nodig dat docenten zicht hebben op de ontwikkeling van kinderen en beschikken over vaardigheden in het daadwerkelijk begeleiden. Coaching staat centraal in de aanpak. De school investeert in een kerngroep van coachexperts: ervaren docenten die nieuwe en minder ervaren docenten kunnen trainen in het coachen. Als gevolg van de snelle groei moeten veel nieuwe docenten worden opgeleid in de coachende manier van lesgeven die Lumion voorstaat. Na een intensieve basiscursus vanuit het landelijk platform Kunskapsskolan, gericht op het aanleren van basisvaardigheden van coaching, moet men het geleerde ook kunnen toepassen. Dit gebeurt via leren op de werkplek: werkenderwijs professionaliseren docenten zich steeds verder in het coachen.
Dat gebeurt onder meer door lesobservaties op de werkvloer door collega’s, en via de zogenoemde Lumion Academie. Dat zijn wekelijkse intervisiebijeenkomsten, waarin aan 66
de hand van thema’s, voorbeelden en casussen samen wordt geleerd. De bedoeling is om de coachvaardigheden van het team als geheel te versterken en een uniforme manier van coaching te bevorderen. 2 Het ontwikkelen van werkpaden Kenmerk van gepersonaliseerd leren is dat leerlingen hun eigen leerdoelen formuleren. Bestaande lesmethoden zijn hiervoor minder geschikt. Daarom is men bezig om het leerprogramma te vertalen in leerdoelen per vak. In deze zogenoemde werkpaden is de lesstof op een bepaalde manier gearrangeerd en zijn doelen die per vak moeten worden behaald per jaar, per maand en per week inzichtelijk en in voor leerlingen begrijpelijke taal geformuleerd. Elke vaksectie ontwikkelt eigen werkpaden. De bedoeling is dat elke docent hieraan bijdraagt, maar niet elke docent is hier even competent in en sommige vaksecties zijn verder dan andere. Om het proces te bespoedigen en uniformiteit in het format van de werkpaden te bevorderen, wordt per vaksectie een docent geschoold, die een begeleidende/voortrekkersrol moet gaan vervullen. 3 Ouders De derde interventie is bedoeld om de benadering van kinderen door ouders thuis in overeenstemming te brengen met hoe ze op school worden benaderd. De school wil ouders zodanig ondersteunen dat er meer afstemming ontstaat tussen de begeleiding van de kinderen in de beide opvoedingsmilieus.
Dat gebeurt door een combinatie van werkenderwijs leren en expliciete voorlichting. Door als school het concrete voorbeeld te geven in de school-ouder-kind gesprekken kunnen ouders zien en ervaren welke vragen de school aan kinderen stelt en hoe het kind daarop reageert. In speciaal georganiseerde ouderworkshops wordt de filosofie van de school uitgelegd en krijgen ouders aanwijzingen hoe zij hun kind thuis kunnen begeleiden. De school 67
wil ouders leren inzien dat het goed is om minder controlerende en meer inhoudelijke vragen te stellen die betrekking hebben op het leerproces, zoals ’heb je deze week een probleem opgelost ’of ‘heb je hulp gevraagd’?
7.3 Achtergrond Het streven van de school is om zoveel mogelijk heterogeen onderwijs te verzorgen, zodat leerlingen elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken, en er meer sociale cohesie ontstaat. Leerlingen zitten per leerjaar gemengd (vmbo-t, havo, vwo) bij elkaar in stamgroepen van zo’n 15 leerlingen, met een eigen lokaal. Lumion is gericht op het verbreden van het wereldbeeld van de leerlingen. Er worden bijvoorbeeld activiteiten aangeboden waar een deel van de leerlingen meestal thuis niet mee in aanraking komen (museumlessen, techniek, werkvormen om te oefenen met de ‘echte wereld’). In deze zin is Lumion gericht op het bieden van een cognitief rijk aanbod, om de kansen van kinderen te vergroten. Het beïnvloeden van de sociaal-emotionele ontwikkeling is eveneens een belangrijk doel. De cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling staan niet los van elkaar. Door te stimuleren dat leerlingen prettig met elkaar omgaan, activiteiten zo aan te bieden dat leerlingen zich er iets bij voor kunnen stellen (betekenisvol leren), hen te leren dat vragen stellen en fouten maken mag en juist goed is, wil de school de interesse in leren en zelfwerkzaamheid stimuleren. Een tweede element is dat docenten in hun aanpak rekening houden met verschillen (differentiatie), zonder dat niveauverlaging optreedt.
Dit vereist dat ze zicht hebben op ontwikkeling van leerlingen, in staat zijn om doelen te laten formuleren en ze bij het halen van hun doelen te begeleiden. Het pedagogisch handelen van docenten dat nodig is om een dergelijke aanpak of benadering te realiseren, is onderwerp van de brede brugklas bonus. Door ouders actief meer bij het onderwijs te betrekken, ouders tools te geven om met hun kind over school te 68
communiceren en hun ondersteunende rol te vergroten hoopt men meer afstemming te realiseren tussen school en thuis.
7.4 Opbrengsten van de interventies Wat is er gelukt, wat is er geïmplementeerd? Alle docenten coachen, ook onderwijsondersteunend personeel Er zijn grote stappen gezet bij het coachen. Bijna alle docenten zijn hier inmiddels deskundig op. Daarnaast heeft Lumion inmiddels tien didactische coaches (onderwijsondersteunend personeel) die zich alleen bezighouden met het coachen van leerlingen, zodat de docenten die ook leerlingen coachen, meer lucht hebben. Alle leerlingen nemen deel aan een coachingsgroepje In de praktijk nemen alle leerlingen deel aan een coachingsgroepje en hebben een eigen coach. Veel expertise op coaching Ze hebben veel expertise hebben op het gebied van coaching. De docenten hebben er cursussen voor gevolgd en zijn er goed in geworden. Het coachen is voldoende geborgd. De schooleider ziet dit als een opbrengst van de brede brugklas bonus.
Wat is nog niet gelukt, wat is nog in ontwikkeling? Interne experts ontwikkelen werkpaden opgeleid, nog niet alle docenten expert Er zijn interne deskundigen opgeleid. Uiteindelijk moeten alle docenten experts worden in het maken van werkpaden, zodat het niet nodig is om daar mensen van buiten voor in te huren. Werkpaden deels afgerond, deels nog niet De werkpaden zijn bedoeld om leerlingen in staat te stellen vakken 69
op eigen niveau te volgen. Experts, zogenoemde werkpadcoördinatoren begeleiden collega’s in bij het ontwikkelen van werkpaden. Voor verschillende vakken zijn de werkpaden afgerond. Kwaliteit werkpaden deels nog onvoldoende Een deel van werkpaden heeft nog niet de gewenste kwaliteit. Het probleem is dat een werkpad vaak gericht is op werkdoelen in plaats van leerdoelen. Dan wordt er gefocust op wat een leerling moet doen in plaats van wat een leerling als leerdoel moet hebben bereikt. De bedoeling is dat de leerling samen met de coach zijn of haar leerdoel kan bepalen. Dat geeft de leerling ruimte en versterkt de autonomie. Niet gelukt Bijeenkomsten die bedoeld waren om ouders te leren hun kind te coachen konden vanwege corona de eerste jaren van de bonus niet doorgaan. Ze waren gepland voor het schooljaar 2022/23, maar omdat er geen eindgesprek met de directeur is gehouden, weten we niet wat de opbrengsten zijn. Waargenomen effecten Leerlingen beter gemotiveerd, ook de zwakkere Volgens de docenten raken leerlingen door de coaching meer gemotiveerd voor school. Dat geldt ook voor de zwakkere leerlingen. Het resulteert niet perse direct in goede cijfers, maar ze zijn wel meer betrokken en gemotiveerd. Leerlingen reflecteren op hun leerdoelen en op hoe ze hun doel bereikt hebben. Dit zorgt voor een mentaliteitsverandering.
Door coaching (feedback) krijgen leerlingen meer inzicht in hun sterke kanten en pluspunten. Een hogere motivatie van leerlingen is een mooi resultaat van dit traject. Dat zie je terug in de schoolcultuur en de
70
sfeer binnen de school. Ook leerlingen die niet in eerste instantie voor Lumion hadden gekozen, blijven 13. Belemmerende factor Moeilijk vervulbare vacatures Lumion is een snel groeiende school en heeft moeite om vacatures te vervullen. Dit leidt tot druk bij teamleden om de gewenste arbeidsintensieve manier van werken te blijven realiseren. Omdat het eindgesprek niet gehouden is, zijn er bij Lumion ook geen tips voor andere scholen naar voren gekomen.
13 In Amsterdam wordt een lotingssysteem gehanteerd. Het kan daardoor voorkomen dat leerlingen op een school terecht komen waar zij niet in eerste instantie voor kozen.
71
8
Spinoza20first
8.1 Context Spinoza20first is één van de twee daltonscholen onder de Stichting Spinoza Lyceum Amsterdam. De school is in 2015 gestart in het eerste leerjaar, met een beperkt aantal docenten. Inmiddels is de school uitgegroeid tot het vijfde jaar vwo. De bedoeling is dat de school zich ontwikkelt tot een volwaardige brede daltonscholengemeenschap. In het schooljaar 2021/22 telde de school ongeveer 650 leerlingen. Vergeleken met het al veel langer bestaande Spinoza Lyceum doet Spinoza20first een groter beroep op de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van de leerling. De school biedt een driejarige heterogene onderbouw. Leerlingen met een mavo-, havo- of vwo-advies volgen samen onderwijs in stamgroepen. Ongeacht hun basisschooladvies kunnen leerlingen werken op het voor hen hoogst haalbare niveau. De definitieve determinatie vindt plaats in leerjaar drie, waarna leerlingen hun traject vervolgen op mavo-, havo- of vwo-niveau. Door de heterogene daltonuren blijft het volgen van een of meer vakken op hoger niveau ook na de onderbouw nog mogelijk. De heterogene onderbouw bevordert dat de drempel om dit te doen laag is, omdat leerlingen al bekend zijn met de programma’s en elkaar al kennen. Spinoza20first combineert daltononderwijs met aandacht voor 21e-eeuwse vaardigheden en onderzoekend leren. Docenten 72
werken hierbij samen op inhoud en kerndoelen. De brede brugklas bonus is bedoeld voor borging en verdere uitwerking van het concept. De komende jaren wil men het onderwijzend personeel (docenten, onderwijsassistenten) beter toerusten in het gedifferentieerd lesgeven en begeleiding van maatwerk. Dit gebeurt met name via interne professionalisering; werkenderwijs leren van en met elkaar. De school biedt vaklessen, daltonuren, projectonderwijs en individuele coaching van leerlingen. Leerlingen zitten in stamgroepen van 15 leerlingen onder leiding van een stamgroepbegeleider. Als het gaat om de brede brugklas bonus wordt deze vooral ingezet op professionalisering van docenten en de verdere ontwikkeling van lesmateriaal dat nodig is voor gedifferentieerd onderwijs binnen de vaklessen. De school wil niet alleen groeien, maar ook een bredere instroom bevorderen. De school is in principe aantrekkelijk voor alle typen leerlingen, maar het aandeel vwoleerlingen blijft achter. Een deel van het budget van de brede brugklas bonus wordt daarom ingezet op activiteiten om het programma verder te verdiepen en te verbreden en meer vwoleerlingen te werven.
8.2 Interventies Leerlingen werken tot en met leerjaar drie met individuele leerroutes. Dit veronderstelt gedifferentieerd lesmateriaal, gedifferentieerde instructie en monitoring van individuele leerroutes. De interventies in het kader van de brede brugklas grijpen op al deze aspecten aan. Spinoza20first zet in het kader van de brede brugklas bonus in op de volgende onderwerpen: 73
1. Professionalisering van leraren Dit betreft niet alleen de inhoud maar ook het leren van elkaar en het bevorderen van een lerende schoolcultuur. Dit bestaat uit vier verschillende onderdelen: Gedifferentieerd werken in de onderbouw Met de brede brugklas bonus hebben 20 leraren de (externe) cursus ‘Differentiëren kun je leren’ van het CPS gevolgd. De bedoeling is dat zij vervolgens de rest van het team meenemen, via interne scholingstrajecten, lesobservaties met feedback, intervisiegroepjes en uitwisselen aan de hand van casuïstiek. Growth mindset Spinoza20first hecht veel waarde aan uitdagend onderwijs en het stellen van hoge verwachtingen aan leerlingen. Met de juiste begeleiding en overtuiging is iedere leerling in staat zijn of haar capaciteiten te vergroten. Docenten moeten ervoor zorgen dat iedere leerling de kans heeft het maximale uit zichzelf te halen. Om deze capaciteiten te ontwikkelen laat men zich inspireren door de filosofie van growth mindset. De bedoeling is om in het kader van de brede brugklas een werkgroep te formeren, die interne trainingen over dit onderwerp zal verzorgen. Coachen van leerlingen bij het leren leren Docenten begeleiden leerlingen in hun leerproces in de vorm van coaching. Er is een interne training opgezet om coachvaardigheden te ontwikkelen.
Werken volgens de daltonprincipes Competentieontwikkeling van docenten op de daltonprincipes vindt plaats met behulp van intervisoren, naar het model van het Spinozalyceum.
74
2. Leerlijnen ontwikkelen voor de onderbouw Gedifferentieerd onderwijs vraagt om lesprogramma’s op verschillende niveaus. Vanuit alle vaksecties wordt gewerkt aan leerlijnen en instrumenten voor (formatief) toetsen. De bedoeling is om de leerlijnen volgens dezelfde principes en een vast format te ontwikkelen. Voorbeeld voor de school is het vak Engels, dat al voor de hele brugperiode is uitgewerkt en voldoet aan de beoogde eigen standaards voor gedifferentieerd werken. Aan het begin van de brede brugklas bonus waren voor circa de helft van de secties de leerlijnen tot en met leerjaar drie ontwikkeld. 3. Overgang basisonderwijs-voortgezet onderwijs Het streven is om een brede instroom van leerlingen te bevorderen. Omdat de instroom nu nog voornamelijk bestaat uit leerlingen met een havo-/mavo-advies, wil men inzetten op het aantrekken van leerlingen met een vwo-advies. Er is een minimumaantal van deze leerlingen nodig om blijvend een vwoopleiding te kunnen bieden. In het kader van de brede brugklas wordt een voorlichtingstraject ontwikkeld dat zich richt op ouders van basisschoolleerlingen met een vwo-advies. Met het bestuur stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel (OOADA) zijn afspraken gemaakt om gezamenlijk een programma te ontwikkelen gericht op inhoudelijke afstemming van het onderwijs en het bevorderen van ‘warme overdracht’.
Concreet zijn er in dit kader contacten tussen een basisschool en coaches/stamgroep begeleiders van Spinoza20first. De bedoeling is om samenwerking langzamerhand uit te breiden naar meer basisscholen. 4. Op maat gesneden gesprekscyclus leerling en ouders Geconstateerd is dat docenten ondersteuning nodig hebben bij gespreksvoering tussen school, ouder en kind. Met name richting determinatie en profielkeuze is professionalisering van docenten op dit punt gewenst, bijvoorbeeld om de inschatting die de school 75
maakt van de mogelijkheden van het kind en verwachtingen van de ouders op elkaar af te stemmen. Ter ondersteuning hiervan wordt een gesprekshandleiding ontwikkeld.
8.3 Achtergrond De school zet verschillende processen in gang om ongelijkheid tegen te gaan. In de eerste plaats de heterogene brugperiode, waarin leerlingen op eigen niveau en in eigen tempo kunnen werken. In de tweede plaats stelt men hoge eisen aan didactische vaardigheden (kunnen differentiëren, leerlingen ondersteunen in het leren, leerlingen motiveren, ondersteunen bij het ontwikkelen van sociale competenties) van docenten en zijn de interne processen erop gericht om kwaliteit van het pedagogisch didactisch handelen te verhogen en kwaliteit te waarborgen. In de derde plaats door het bieden van uitdagend onderwijs en het hebben van hoge verwachtingen, gekoppeld aan een adequate leerlingbegeleiding.
8.4 Opbrengsten van de interventies Wat is er gelukt, wat is er geïmplementeerd? De kennis over coaching is geborgd in een handboek De werkgroep coaching heeft een handboek coaching gemaakt, een tastbaar product, dat belangrijk is voor de borging van de kennis over coaching. Coach-coördinatoren aangesteld Er zijn twee coach-coördinatoren aangesteld om leraren te ondersteunen in coaching van leerlingen. De leerlijnen zijn aangepast aan de overgang van vijf naar vier periodes 76
De leerlijnen zijn aangepast van vijf naar vier periodes. Hier is voor gekozen om meer rust in het schooljaar te brengen en de werkdruk voor leerlingen en leraren te verminderen. Vijf periodes betekende namelijk ook vijf afsluitmomenten, vijf rapporten, vijf vergaderingen en vijf PTA-termijnen. Dit was teveel en daarom is dit terug gebracht naar 4 periodes. Differentiatievaardigheden worden geborgd door lesbezoek afdelingsleider Bij docenten die al langere tijd geleden de cursus ‘differentiëren kun je leren’ hebben gevolgd, legt de afdelingsleider lesbezoeken af met als doel de implementatie van het geleerde te observeren, feedback te geven en zo het geleerde beter te borgen. Dalton-glossy verschenen Men heeft de visie en werkwijze van de school (Dalton) onder de loep genomen en beschreven in een aantrekkelijke publicatie (de ‘Daltonglossy’), onder meer bestemd voor nieuwe leraren die in het Daltonconcept worden ingewerkt.
Wat is nog niet gelukt, wat is nog in ontwikkeling? Project ‘Overgang basisonderwijs-voortgezet onderwijs’ Het project ‘samenwerking met het basisonderwijs’ (interventie 3) is vanwege werkdruk, verloop en lerarentekort niet van de grond gekomen. Er wordt gezocht naar in minder intensieve voortzetting. Het is de school wel gebleken dat samenwerking belangrijk is. Zo blijkt dat leerlingen Nederlands en wiskunde (en soms Engels) lastig vinden; het sluit niet goed aan op het basisonderwijs. Ook moet er meer aandacht komen voor leren leren. Leerlingen in leerjaar 1 geven aan te moeten wennen aan huiswerk maken. Als reactie willen de basisscholen de leerlingen al eerder huiswerk laten maken. Volgens Spinoza20first is dit geen 77
goed idee en zou het basisonderwijs meer ondersteuning moeten bieden op het vlak van het leren leren. Niet gelukt/niet gedaan Geen format gespreksvoering ouders Het geplande format voor gespreksvoering met ouders is uiteindelijk niet gemaakt. Deze handleiding bleek niet meer nodig, omdat ouders vanaf het begin worden meegenomen in het traject. Docenten hebben een beter beeld van de ontwikkeling en delen dat met de ouders. Zo komt bij keuzemomenten een beslissing niet uit de lucht vallen. Mavo- en havo/vwo-leerlingen in derde leerjaar niet meer bij elkaar in de vaste lessen; daltonuren wel gemengd In het derde jaar lukt het niet meer om mavo en havo/vwo in de vaste lessen bij elkaar te houden. De daltonuren zijn nog wel gemengd. Deze beslissing is genomen om de druk op het examenjaar voor de mavo-leerlingen te verlichten. Waargenomen effecten Beter differentiëren Docenten kunnen beter differentiëren. Ook hebben ze ervaren dat differentiëren binnen een vak met leerlingen op drie niveaus iets anders is dan differentiëren in daltonuren. Handboek coaching Het handboek coaching is een bruikbaar hulpmiddel voor de docenten. Effecten in relatie tot de PIEK-aanpak Oordeel minder gebaseerd op summatieve en meer op formatieve
78
toetsing14 Docenten baseren hun oordeel over leerlingen minder dan voorheen op summatieve toetsing. Met behulp van formatieve toetsen hebben ze een beter beeld van de ontwikkeling van leerlingen en kunnen ze beter onderbouwd determineren. Bevorderende factoren Behoefteonderzoek docenten Het project is gestart met een behoefteonderzoek onder docenten, wat willen ze leren t.a.v. differentiëren, vanuit welke missie en visie werkt de school en hoeveel tijd hebben ze nodig om te kunnen differentiëren? Evalueren Wat voor de school helpt is het ophalen van kennis en het met elkaar bespreken. Onderwerpen die naar voren komen systematiseren, een plan maken en volgens de kwaliteitscyclus uitvoeren. Nieuwe leeromgeving Magister.learn De school is van leeromgeving Magister.me overgestapt naar Magister.learn. Dit is beter geschikt om leerdoelen en leerlijnen voor de leerlingen inzichtelijk te maken. Bijscholing startende leraren Om te kunnen werken in een brede brugklas moeten startende leraren worden bijgeschoold in differentiëren in de hele breedte. Dat ontbreekt in de opleiding van studenten die docent willen worden.
14 Summatief toetsen is gericht op het geven van een eindoordeel (cijfer, diploma). Formatief toetsen is gericht op het ondersteunen van het leerproces door middel van feedback.
79
Cursus differentiëren later in het schooljaar De school heeft gemerkt dat de cursus differentiëren voor startende docenten later in het schooljaar moet plaatsvinden, omdat docenten eerst ervaring moeten opdoen met het systeem van de school. Meer contacturen Engels, Nederlands en wiskunde Het aantal lesuren voor de vakken Engels, Nederlands en wiskunde is verhoogd van 1 uur naar 2 uur in de week, om zo de contacttijd te verhogen. Hierdoor kunnen de leraren de leerlingen beter volgen tijdens het differentiëren. Voor deze aanpassing in het lesrooster van de leerlingen moest toestemming worden verkregen van het bevoegd gezag. Projectgroepen leiden tot borging, zij onderzoeken de werking van vernieuwingen Door de groei van de school zijn projectgroepen in het leven geroepen die periodiek een schoolscan uitvoeren gericht op evalueren van vernieuwingen. De projectgroepen leiden tot borging omdat alles wat wordt ondernomen rondom bijvoorbeeld differentiëren, wordt onderzocht en verantwoord. De cursus ‘differentiëren is te leren!’ wordt geëvalueerd op toepasbaarheid De school heeft een vragenlijst ontworpen die wordt voorgelegd aan docenten die ‘differentiëren is te leren!’ hebben gevolgd op toepasbaarheid.