CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Liander.Investeringsplan Elektriciteit.1 mei 2020.Knelpuntenoverzicht op p. 25. Hoogte Kadijk 2x

RAAD 20 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger van 12 januari 2021 inzake bezwaar tegen de concept-bestemmingsplannen Hoogte Kadijk 145B en eerste partiële herziening Oostelijke Binnenstad.17.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 mei 2020

Investeringsplan Elektriciteit 2020

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit |

2

Inhoudsopgave Samen naar een duurzame toekomst

3

1

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Wettelijk kader Afstemming met andere netbeheerders Zichtperiode Samenhang met andere ontwikkelingen Leeswijzer

4 4 4 4 5

2

Totaaloverzicht

6

3

Ontwikkelingen om ons heen

7

3.1

Focusgebieden

7

4

Scenario’s

9

4.1 4.2 4.3

Trends en ontwikkelingen Wereldbeelden Investeringskader

9 9 12

5

Capaciteitsknelpunten

14

6

Kwaliteitsknelpunten

16

6.1 6.2

Belangrijkste risico’s/knelpunten Bedrijfscontinuïteit en cyber security

17 17

7

Investeringen

19

7.1 7.2 7.3

Uitgangspunten kwaliteitsaspecten Onze keuzes Investeringen

19 19 20

Bijlage 1: Knelpuntenoverzicht stations

25

Bijlage 2: Knelpuntenoverzicht verbindingen

34

Bijlage 3: Belangrijkste risico’s

38

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Samen naar een duurzame toekomst

3

Samen naar een duurzame toekomst De energietransitie is in volle gang. Dit vraagt om een enorme uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet van Liander. We staan voor een uitdaging van grote omvang, die vraagt om intensieve samenwerking met gemeenten, provincies en andere partners binnen en buiten de energiesector. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 voor 35 terawattuur aan duurzame opwek van zon- en windenergie op land wordt ingepast. Daarnaast worden in 2030 ruim 1,5 miljoen woningen op een andere manier verwarmd dan met aardgas, bijvoorbeeld met groen gas, via een warmtenet of volledig elektrisch. Ook zijn er 1,8 miljoen extra laadpunten voor elektrische auto’s nodig. Al die windmolens, zonnepanelen, laadpalen, warmtepompen en uitbreidingen van onderstations hebben grote invloed op onze energienetten. Hoewel we nu in een economisch mindere periode zitten en we de duur en impact ervan niet kennen, verwachten we dat de vraag naar elektriciteit op termijn weer toeneemt. Er zullen meer nieuwe huizen, bedrijven en gebouwen aangesloten moeten worden. Bovendien zal de vermogensvraag door de groei van bedrijven naar verwachting aanzienlijk toenemen. Dit zullen we bijvoorbeeld terugzien in de sterke toename van het aantal datacenters, de groeiende vraag naar grotere aansluitingen en de stijgende vraag naar uitbreiding van vermogen bij huidige afnemers.

Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt de vraag naar transportcapaciteit enorm toe. Hierdoor zal ons net sterk uitgebreid en verzwaard moeten worden. We werken met man en macht hieraan en bouwen nieuwe onderstations en middenspanningsruimtes. Maar we blijven ook innoveren: met slimme oplossingen kunnen we het bestaande elektriciteitsnet zo optimaal mogelijk benutten. Ook dankzij datagedreven netbeheer ontstaan nieuwe mogelijkheden om ons net zo optimaal mogelijk te beheren. Bij het uitbreiden en verzwaren van ons net lopen we ook tegen belemmeringen aan. Vergunningstrajecten voor nieuwe onderstations duren jaren, de fysieke ruimte is schaars en Nederland kampt met een groot tekort aan technici. Het vormgeven van de uitvoeringsfase van de energietransitie moet daarom nu de hoogste prioriteit krijgen. Naast het opleiden van meer technici in Nederland en planning wat waar wanneer aan de energie-infrastructuur moet gebeuren, is het nodig dat de gemeenten, provincies en andere partners binnen en buiten de energiesector de regie nemen over de transitie naar een duurzaam energiesysteem.

Alleen als we het ontwerp van de energie-infrastructuur samenbrengen met het inpassen van duurzame energie en ruimtelijke ordeningsvraagstukken, kunnen we het nieuwe energiesysteem betaalbaar, betrouwbaar en bereikbaar houden én voor de netbeheerders uitvoerbaar in de korte tien jaar die nog rest tot 2030. In dit Investeringsplan 2020 leest u meer over de impact van de ontwikkelingen op onze netten, de activiteiten die we daarop ondernemen en de verantwoording van de investeringen van Liander. Directie Liander

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Inleiding

4

1 Inleiding Liander beheert en ontwikkelt het energienet in de provincies Gelderland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en Friesland. De netbeheerder heeft de maatschappelijke taak miljoenen consumenten en bedrijven dagelijks van gas en elektriciteit te voorzien. De vraag naar en grootschalige teruglevering van elektriciteit neemt toe. Liander verzwaart het elektriciteitsnet en past innovatieve oplossingen toe om dit mogelijk te maken. Hiervoor investeert Liander in uitbreiding, vervanging en onderhoud van zijn net. In dit Investeringsplan Elektriciteit 2020 (IP2020) legt Liander verantwoording af over deze investeringen.

1.1 Wettelijk kader De grondslag voor het IP2020 is artikel 21 van de Elektriciteitswet (E-wet) en artikel 7a van de Gaswet 1998 (G-wet). Deze artikelen schrijven voor dat Liander tweejaarlijks een IP dient op te stellen waarin alle noodzakelijke uitbreidings- en vervangingsinvesteringen worden beschreven en onderbouwd. Uit de E-wet / G-wet volgt de toepasselijkheid van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) en Ministeriële Regeling (MR) waarin de wettelijke eisen worden gedetailleerd. Deze regelgeving wordt toegepast op dit IP. Samengevat komen de wettelijke verplichtingen van Liander neer op het in stand houden van de door Liander beheerde netten (elektriciteit en gas), het waarborgen van de veiligheid en betrouwbaarheid van de netten, het aanbieden en realiseren van aansluitingen op de netten aan degenen die daar om verzoeken, het verrichten van het transport van elektriciteit en gas over de netten en het beschikbaar stellen van meetgegevens waarmee marktpartijen worden gefaciliteerd. De in dit IP opgenomen investeringen zijn nodig om aan de wettelijke verplichting te kunnen blijven voldoen.

1.2 Afstemming met andere netbeheerders Daar waar de netten van Liander aansluiten op de netten van andere netbeheerders (zowel de boven- als onderliggende) heeft Liander afstemming gehad met andere netbeheerders over de uitkomst van netberekeningen en de eventuele knelpunten en oplossingsrichtingen die daaruit voortvloeien.

1.3 Zichtperiode De zichtperiode van dit IP betreft de komende tien jaar. Hierbij is de beschrijving van de voorgenomen investeringen: 1. kwantitatief voor de uitbreidings- en vervangingsinvesteringen die Liander de eerste drie jaar zal uitvoeren (inclusief het jaar waarin het IP wordt uitgebracht); 2. kwalitatief voor de uitbreidings- en vervangingsinvesteringen voor de zeven jaren volgend op de drie jaar die kwantitatief zijn beschreven.

1.4 Samenhang met andere ontwikkelingen Er zijn veel afhankelijkheden tussen afspraken die gemaakt zijn in het kader van het Klimaatakkoord, zoals figuur 1-1 weergeeft. De cyclus van het IP is daarin opgenomen. Deze afspraken zullen de komende jaren steeds concreter worden, onder andere via de Regionale Energiestrategieën (RES).

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Inleiding

5

Liander werkt hier nadrukkelijk in samen met de lokale overheden. Aangezien de RES nog niet gereed zijn, is dit IP gebaseerd op de scenario’s die Liander voorziet in relatie tot het Klimaatakkoord. Vooruitlopend op de RES zal Liander reeds de noodzakelijke investeringen proactief oppakken en in de RES participeren om de benodigde investeringen voor de komende tien jaar steeds concreter te maken.

Figuur 1-1

1.5 Leeswijzer Dit IP begint in hoofdstuk 2 met een totaaloverzicht van de investeringen in het elektriciteitsnet in de periode 2020-2022. De ontwikkelingen die in het energielandschap plaatsvinden staan beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 beschrijft de scenario’s die Liander gebruikt om de onzekerheid van de trends en ontwikkelingen te kwantificeren en de prognosemethodiek waarmee (toekomstig)e belastingen van het net worden berekend. Hoofdstuk 5 beschrijft de (toekomstige) capaciteitsknelpunten op basis van de verwachte belasting. Hoofdstuk 6 beschrijft vervolgens de kwaliteitsknelpunten op basis van de conditie van het huidige net, inclusief de activiteiten die Liander onderneemt om de conditie van het net op peil te houden. In hoofdstuk 7 staat beschreven op welke wijze de prioritering van werkzaamheden plaatsvindt binnen het totale portfolio aan activiteiten, gevolgd door de vervangings- en uitbreidingsinvesteringen die nodig zijn om (toekomstige) capaciteits- en kwaliteitsknelpunten weg te nemen en de conditie van het net op peil te houden.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Totaaloverzicht

6

2 Totaaloverzicht Dit IP beschrijft de door Liander voorgenomen investeringen in het elektriciteitsnet voor de periode 2020-2029. In de eerste drie jaren van deze periode investeert Liander naar verwachting € 1,7 miljard in het elektriciteitsnet ter mitigatie van de in dit IP gerapporteerde knelpunten (capaciteit en kwaliteit). De verdeling per jaar in de periode 2020-2022 voor de reguliere investeringen (investeringen op een spanningsniveau <25 kV onder andere ten gevolge van klantvragen, vervanging van bestaande infrastructuur of netuitbreidingen) is weergegeven in grafiek 2-1. Grafiek 2-1: Investeringen op een spanningsniveau < 25 kV

0

De verdeling per jaar in de periode 2020-2022 voor de majeure investeringen (vervanging van of uitbreiding aan verbindingen of stations met een spanningsniveau >25 kV) is weergegeven in grafiek 2-2. Grafiek 2-2: Investeringen op een spanningsniveau > 25 kV

0

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Ontwikkelingen om ons heen

7

3 Ontwikkelingen om ons heen De wereld om ons heen verandert snel. Windmolens, zonnepanelen, laadpalen, warmtepompen: Nederland schakelt om naar een energiesysteem dat duurzaam, digitaal en een stuk decentraler van aard zal zijn. Als netbeheerder bereiden we ons hierop voor. De Nederlandse ambitie is om in 2030 de uitstoot van CO2 met 49% gereduceerd te hebben ten opzichte van 1990. In het Klimaatakkoord staan afspraken om deze reductie te realiseren: in 2030 moet er voor 35 terawattuur aan duurzame opwek op land ingepast worden, anderhalf woningen moeten anders verwarmd worden en er komen 1,8 miljoen laadpunten voor elektrisch vervoer. De energietransitie leidt tot meer lokaal duurzaam opgewekte elektriciteit én gebruik van energie. We zien het geïnstalleerde vermogen aan zonneenergie meer dan verdubbelen elke twee jaar. Verder worden er windparken gerealiseerd en zijn elektrisch vervoer en de bijbehorende laadinfrastructuur niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Hoewel we nu in een economisch mindere periode zitten en we de duur en impact ervan niet kennen, verwachten we dat de vraag naar elektriciteit op termijn weer toeneemt. Er zullen meer nieuwe huizen, bedrijven en gebouwen aangesloten moeten worden. Bovendien zal de vermogensvraag door de groei van bedrijven naar verwachting aanzienlijk toenemen.

Dit zullen we bijvoorbeeld terugzien in de sterke toename van het aantal datacenters, de groeiende vraag naar grotere aansluitingen en de stijgende vraag naar uitbreiding van vermogen bij huidige afnemers. We verwachten dat als gevolg van deze ontwikkelingen de vraag naar transportcapaciteit enorm toeneemt. Onder aan de streep zal het elektriciteitsnetwerk van 2030 sterk uitgebreid zijn ten opzichte van 2020. We houden hierbij rekening met scenario’s dat 50% van onze stations overbelast kan raken. Het timen en goed coördineren van deze gigantische opgave zal dan ook maximale aandacht vragen.

3.1 Focusgebieden Om de afspraken uit het Klimaatakkoord waar te maken, hebben we als maatschappij een enorme hoeveelheid werk te verzetten in het komende decennium. Hier bereiden we ons als netbeheerder op voor. We richten ons daarom op de volgende onderwerpen: • • • •

Transitieplan samen met stakeholders maken; Proactief investeren; Productie verhogen; Bestaande net optimaal benutten.

3.1.1 Transitieplanning met stakeholders maken De veranderingen die met het Klimaatakkoord in gang worden gezet zullen de komende tien jaar voor een enorme kanteling van het energiesysteem zorgen. Deze verandering is dermate groot dat deze voorbij gaat aan een transactionele uitbreiding van de elektriciteitsinfrastructuur. In essentie herontwerpen we als maatschappij het gehele energiesysteem. De veranderingen zijn zo impactvol, dat het vormgeven van de uitvoeringsfase van de energietransitie hoge prioriteit moet krijgen. Dit kan wanneer we met alle stakeholders de ambities op het vlak van inpassing van duurzame energie, warmtetransitie, planologische ontwikkelingen en mobiliteit op elkaar leggen om tot een realiseerbaar integraal transitieplan komen. Een aanpak die te vergelijken is met de aanleg van het aardgasnet in de jaren zeventig. Dit transitieplan is in essentie een concrete afspraak en planning van de aanpassingen aan het energiesysteem voor de komende tien jaar, met daarin de afhankelijkheden tussen stakeholders onderling en de planning van al het werk, zoals in vastgoed en infrastructuur. Hiermee wordt ook inzichtelijk wat de ruimtelijke ordeningsopgave is en hoe deze aangepakt kan worden. Daarbij is het van belang de doorlooptijden van ruimtelijke- en vergunningsprocedures sterk te verkorten.

De opgave is groot; een goede planning is daarom van groot belang, zodat Liander zijn technici zo optimaal mogelijk kan inzetten. Niet alles kan immers tegelijkertijd.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Ontwikkelingen om ons heen

8

3.1.2 Proactief investeren Naast het inzetten op de totstandkoming van transitieplannen, gaan we als netbeheerder ook de logische en noodzakelijke vervolgstap zetten om meer anticiperend te investeren in de netten. Dit is noodzakelijk omdat de snelheid van de transitie hoger is dan de snelheid van aanleg van de infrastructuur. Met name de ruimtelijke inpassing van de onderstations kent een lange doorlooptijd als gevolg van bestemmingsplanwijzigingen en vergunningsprocedures. Dat betekent dat we verder vooruit, op basis van strategische prognoses, Regionale Energiestrategieën (RES), klantcontacten en systeemstudies gaan investeren in de netten. Een deel van de investeringen voor de komende tien jaar kunnen we nu al voorzien en zullen we in gang zetten.

3.1.3 Productie verhogen Een periode van tien jaar is kort in netbeheerdertimeframes: zélfs met een goed transitieplan. We zien steeds vaker dat de dynamiek van de markt minder aansluit bij de realisatietermijn van de infrastructuur. Klanten verlangen een veel snellere levering en de markt ontwikkelt zich bovendien steeds sneller (bijvoorbeeld de ontwikkeling van de zonneparken). Daarom is het van belang dat Liander zijn operationele efficiëntie verbetert om in deze dynamiek de netten tijdig uitgebreid en klanten tijdig aangesloten te krijgen. We zetten daarom stevig in op initiatieven die de productiviteit en efficiëntie in bestaande processen vergroten. Enerzijds een hogere productie met bestaande capaciteit (onder andere met behulp van digitalisering) en anderzijds het grootschalig werven van meer technici. Echter, met alleen productiviteitsverbetering in de bestaande processen komen we er niet. Liander zet daarom ook in op innovatie en standaardisatie van haar werk. Daarbij valt te denken aan het anders uitvoeren van het bouwproces, bijvoorbeeld door de inzet van gestandaardiseerde en modulaire assets. Of klanten de ruimte te geven zelf hun aansluiting te ontwerpen en te realiseren, of grote werkpakketten bij (buitenlandse) aannemers neer te leggen, dan wel door onze netten op een andere manier te ontwerpen, zodat de realisatiesnelheid omhoog gaat.

Daarbij is het belangrijk om ook aan tijdelijke concepten te denken, zoals tijdelijke containers die, op een tijdelijke vergunning, met een knip direct op de lijnen van hoogspanningsnetbeheerder TenneT aan te sluiten zijn en na een paar jaar weer naar de volgende locatie gaan. Concepten die op korte termijn worden uitgedacht, om de vruchten van deze innovaties binnen een aantal jaren te kunnen plukken.

3.1.4 Bestaande net optimaal benutten Een vierde focusgebied waar Liander zich op richt is het optimaal gebruik maken van beschikbare capaciteit van het elektriciteitsnet. Hiermee ontstaat ruimte om klanten versneld aan te sluiten op het net. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aansluiten van duurzame opwek op land zonder kabelredundantie, het gebruik van curtailment en autonome spanningsregelingen bij zonneparken, of het slim laden van elektrisch vervoer. We voorzien dat binnen afzienbare tijd de noodzaak voor sturing van energiestromen en het meer gelijktijdig met opwek stimuleren van verbruik een rol gaat spelen om de energievoorziening betaalbaar te houden. Om deze sturing mogelijk te maken moet de netbeheerder een belangrijke rol gaan spelen in het aanleveren van data, zowel om te monitoren als te sturen. In diverse probleemgebieden passen we nu al stuursignalen richting duurzame opwekkers toe. In de planperiode zal dit grootschalig worden toegepast.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Scenario’s

9

4 Scenario’s Om de energievoorziening nu en in de toekomst goed te kunnen borgen, volgt Liander nadrukkelijk de trends en ontwikkelingen, werken we met verschillende toekomstscenario’s en vertalen wij dit uiteindelijk in een investeringsstrategie.

4.1 Trends en ontwikkelingen Liander volgt de (voorziene) ontwikkelingen in de energievoorziening, technologie, omgeving en sectoren. Technische ontwikkelingen op bijvoorbeeld het gebied van zon, datacenters en industrie worden expliciet meegenomen in kwantitatieve (groei)scenario’s die Liander opstelt. Ontwikkelingen als verstedelijking en sociale impact beïnvloeden indirect de kwantitatieve (groei)scenario’s van verschillende technologieën en worden daarmee impliciet meegenomen.

Datacenters

Verminderde planbaarheid klantkeuzes Maatschappelijke impact energietransitie

Verduurzaming industrie

Glastuinbouw

Media aandacht

Opslag

Digitale transformatie

Bouw

Arbeidsmarkt

Duurzame mobiliteit

Zon

Warmte

H2

Waterstof

Tabel 4-1: Trends en ontwikkelingen

4.2 Wereldbeelden Om in te spelen op toekomstige onzekerheid van de trends en ontwikkelingen, maakt Liander gebruik van wereldbeelden. Liander werkt met vier wereldbeelden, die allen een andere toekomst van het energiesysteem voorspellen. In deze wereldbeelden worden keuzes gemaakt wat betreft de ontwikkelingen van verschillende energiedragers (bijvoorbeeld elektriciteit, gas en waterstof) en verschillende sectoren (bijvoorbeeld mobiliteit, utiliteit en industrie). Deze verschillende keuzes hebben elk een ander effect op het energiesysteem en de bijbehorende infrastructuur. Afhankelijk van maatschappelijke en politieke keuzes kunnen er dus verschillende energiesystemen ontstaan. Verschillende wereldbeelden hebben dan ook een andere impact op de benodigde investeringen in de assets van Liander. De vier wereldbeelden die Liander hanteert zijn regionale sturing, nationale sturing, Europese CO2-sturing en internationale sturing. Deze wereldbeelden zijn gebaseerd op de landelijk gedragen wereldbeelden (zoals omschreven in Integrale Infrastructuur 2030-2050 (II3050), opgesteld door Netbeheer Nederland).

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Scenario’s

Regionale sturing • Nederland haalt CO2-doelen door regionale ontwikkeling • 100% CO2-reductie • Zelfvoorzienend in beginsel • Geen importen • Krimp van energie-intensieve industrie • Regionale projecten • Burgers zeer gedreven • Circulariteit speerpunt voor goederen en voedselproductie Europese CO2-sturing • Europa haalt CO2-doelen en is daarin koploper in de wereld • 100% CO2-reductie • Algemene CO2-heffing, importheffingen & compensatie aan de grenzen van Europa • Energie-intensieve industrie groeit • Wereldwijde waterstof- en biomassamarkt • CCS krijgt veel ruimte

10

Nationale sturing • Nederland haalt CO2-doelen nationaal als koploper in Europa • 100% CO2-reductie • Zeer hoge mate zelfvoorziening • Minimale importen • Energie-intensieve industrie blijft gelijk aan de huidige omvang • Grote nationale projecten • Circulariteit belangrijk voor goederen en voedselproductie.

Internationale sturing • Gehele wereld streeft naar CO2-doelen, fossiel wordt sterk beperkt • 100% CO2-reductie • Vrije handel wordt gestimuleerd • Handelinfrastructuren worden bevorderd • Energie-intensieve industrie groeit • Wereldwijde waterstof- en biomassamarkt • CCS krijgt ruimte

Tabel 4-2: Wereldbeelden

Regionale sturing In dit wereldbeeld ligt de nadruk op sturing vanuit lokale gemeenschappen en burgers en een hoge mate van autonomie en een flinke invloed van circulariteit. Warmtenetten gevoed door geothermie en een forse elektrificatie kenmerken het scenario. Er is een stevige groei van zonne- en windenergie. Samen met een daling van de industriële activiteit leidt dit tot een Nederland dat vrijwel geheel zelfvoorzienend in energie is. Gas blijft aanwezig als piekvoorziening (hulpketels en centrales) in de vorm van groen gas uit lokale biomassa en 'groene' waterstof uit voornamelijk wind en zon met elektrolyse.

Nationale sturing Dit wereldbeeld, waarin de nationale overheid de regie heeft, heeft minder groei in warmtenetten, maar een zeer sterke elektrificatie in alle verbruikssectoren. Het scenario kent een zeer omvangrijk zon- en windvermogen, het grootste van alle scenario’s. Ook is er import mede vanwege een stabiele industriesector, die verduurzaamt door elektrificatie. In dit scenario blijft gas nodig voor voeding van back-up centrales en industrie, door middel van groen gas en 'groene' waterstof.

Europese CO2-sturing

In dit wereldbeeld vindt de sturing vooral plaats door een Europese CO2-heffing die geldt voor alle sectoren. Dit werkt uit in een grotere nadruk op groen gas in verschillende sectoren. Er is een stevige groei van zonne- en windenergie. In dit scenario groeit de industrie, maar zonder CO2-uitstoot door een combinatie van hybride elektrificatie en CCS, waaronder de productie van 'blauwe' waterstof. Mede vanwege de hybridisering geeft dit scenario een gematigde elektriciteitspiekvraag. Er is meer import, dan in de vorige twee scenario’s en een blijvende rol voor gas in de wijken en andere sectoren. Dit alles in de vorm van groen gas en een mix van 'blauwe' en import van 'groene' waterstof.

Internationaal In dit wereldbeeld regeert de markt en zoeken we internationaal naar de opties met de laagste kosten. In dit scenario wordt veel waterstof geïmporteerd uit landen waar dit wellicht makkelijker te produceren is. Er is minder inzet van groen gas, maar wel een sterke hybridisering met vooral waterstof als back-up, dit ook ter ondersteuning van de groei van de industrie. Door de waterstofimport is er minder windvermogen nodig voor nationale elektrolyse en daarom is dit scenario het laagste in nationale duurzame elektriciteitsproductie. Desondanks is er nog steeds een stevige groei van de nationale elektriciteitsproductie tussen Klimaatakkoord 2030 niveau en 2050. Gas wordt voornamelijk voorzien in de vorm van geïmporteerde waterstof.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Scenario’s

11

De belangrijkste drivers uit de vier wereldbeelden zijn:

Gebouwde omgeving

Mobiliteit

Regionale sturing

Nationale sturing

Europese CO2-sturing

Internationale sturing

Isolatie label A/B 45% warmte (geothermie + groengas/biomassa) 35% all-electric WP 20% hybride WP groengas

Isolatie label A 55% all-electric WP 25% warmte (geothermie + groengas/biomassa) 20% hybride WP groengas

Isolatie label B 60% hybride WP waterstof 25% all-electric WP 15% warmte (restwarmte + groengas/biomassa)

42 GW zon-PV op daken 38 PJ zonthermie LED-verlichting, inductiekoken, efficiëntieverbetering apparaten, groei aantal apparaten Bevolkingsgroei

35 GW zon-PV op daken 18 PJ zonthermie LED-verlichting, inductiekoken, efficiëntieverbetering apparaten, groei aantal apparaten Bevolkingsgroei

Isolatie label B 40% hybride WP groengas 20% hybride WP waterstof 25% all-electric 15% warmte (restwarmte + groengas/biomassa) 17 GW zon-PV op daken 16 PJ zonthermie LED-verlichting, inductiekoken, efficiëntieverbetering apparaten, groei aantal apparaten Bevolkingsgroei

Personenvervoer: 100% elektrisch

Personenvervoer: 95% elektrisch, 5% waterstof

Personenvervoer: 70% elektrisch, 30% waterstof

Personenvervoer: 50% elektrisch, 40% waterstof, 10% biobrandstoffen

Vrachtvervoer: 75% elektrisch, 15% waterstof, 10% groengas

Industrie

Krimp 1% per jaar Efficiency 1% per jaar Sterk circulair Sterke elektrificatie, inzet groen gas ICT groeit sterk Circulaire feedstock

13 GW zon-PV op daken 12 PJ zonthermie LED-verlichting, inductiekoken, efficiëntieverbetering apparaten, groei aantal apparaten Bevolkingsgroei

Vrachtvervoer: Vrachtvervoer: 50% waterstof, 25% elek25% elektrisch, 25% trisch, 25% biobrandstoffen waterstof, 25% groengas, 25% biobrandstoffen

Vrachtvervoer: 50% biobrandstoffen, 25% waterstof, 25% elektrisch

Gelijk aan huidig Efficiency 1% per jaar Circulariteit belangrijk, CCS mogelijk

Groei 1% per jaar Efficiency 1% per jaar CCS belangrijk

Groei 1% per jaar Efficiency 1% per jaar CCS belangrijk

Sterke elektrificatie en inzet waterstof ICT groeit sterk Fossiele feedstock

Sterke elektrificatie, inzet waterstof en fossiel + CCS ICT groeit sterk Fossiele feedstock

Sterke elektrificatie inzet waterstof ICT groeit sterk Circulaire feedstock

Landbouw

Sterke elektrificatie Nadruk op geothermie en groengasketels voor warmte

Sterke elektrificatie Nadruk op geothermie en WP met WKO voor warmte, biomassaketels en enkele groengas-WKK’s

Sterke elektrificatie Sterke elektrificatie Nadruk op WP met WKO en Deels geothermie, geothermie voor warmte daarnaast WP met WKO voor warmte, biomassa ketels en groengas-WKK’s

Elektriciteit

35-39 GW waterstof 3 GW groengas + CCS 47 GW grootschalig zon1 43 GW wind-op-zee2 20 GW wind-op-land

39-45 GW waterstof 0,4 GW AVI’s (deel CCS) 41 GW grootschalig zon1 72 GW wind-op-zee2 20 GW wind-op-land

39-47 GW groengas 6 GW groengas + CCS 0,7 GW AVI’s (deel CCS) 25 GW grootschalig zon1 42 GW wind-op-zee2 10 GW wind-op-land

Conversie, opslag en import

42 GW Elektrolyse

45 GW Elektrolyse

3 GW Elektrolyse, 13 GW 3 GW Elektrolyse, 580 PJ ATR+CCS, 170 PJ import H2 import H2

26 GW Power to heat 6 GW batterijopslag 26 TWh waterstofopslag 5 TWh groengasopslag 15 GW interconnectie

17 GW Power to heat 17 GW batterijopslag 16 TWh waterstofopslag 2 TWh groengasopslag 15 GW interconnectie

6 GW Power to heat 4 GW batterijopslag 48 TWh waterstofopslag 114 TWh groengasopslag 15 GW interconnectie

Krimp 1% per jaar Uit 12 GW (113 PJ3) wind op zee + 391 PJ Import

Gelijk aan huidig Groei 1% per jaar Uit 21 GW (188 PJ3) wind op Uit 12 GW (110 PJ3) wind op zee + 495 PJ Import zee + 844 PJ Import

Scheepvaart en luchtvaart

Tabel 4-3: Belangrijkste drivers uit de wereldbeelden

41-48 GW waterstof 5 GW groengas + CCS 0,7 GW AVI’s (deel CCS) 25 GW grootschalig zon1 38 GW wind-op-zee2 10 GW wind-op-land

7 GW Power to heat 1 GW batterijopslag 193 TWh waterstofopslag 5 TWh groengasopslag 15 GW interconnectie Groei luchtvaart 2%, scheepvaart 1% per jaar 11 GW (100 PJ3) wind op zee + 938 PJ Import

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Scenario’s

12

De benodigde capaciteit (GW) in het elektriciteitsnet ziet er in 2050 voor de verschillende wereldbeelden als volgt uit: Grafiek 4-1: Benodigde capaciteit elektriciteitsnet in 2050

0

Voor alle technologieën die in de wereldbeelden zijn opgenomen maakt Liander een ‘hoog’, ‘midden’ en ‘laag’ scenario (kwantitatief), genoemd naar de relatieve impact die het scenario heeft op het elektriciteitsnet. Vervolgens stelt Liander per wereldbeeld voor iedere technologie vast welk scenario van toepassing is. Hiermee wordt de specifieke geregionaliseerde technologie ontwikkeling gekoppeld aan de wereldbeelden.

Wind (grootschalig) Zon KV dak bestaand Zon KV dak nieuwbouw Zon GV dak Zon GV weide EV bestaande bouw EV nieuwbouw EV OV Verduurzamen industrie Verduurzamen glastuinbouw WP utiliteit (all E) WP bestaand (all E) WP nieuwbouw (all E) HWP bestaand woningen Nieuwbouw woningen Nieuwbouw bedrijventerreinen Datacenters

Investeringsprognose Regionale sturing Nationale sturing M H H M H M M H M M H M M H L M H M M H M M H H M H M M H M M M H M M H M M H M L L M L M M L M M L M

Europese CO2-sturing M L L L M M M M L H M M M H H H H

Internationale sturing L L L L M L L L M L L L L H H H H

Tabel 4-4: Technologieën en de relatieve impact per wereldbeeld

4.3 Investeringskader De vier verschillende wereldbeelden geven een inschatting van de uiterste mogelijkheden waar de capaciteitsvraag van het elektriciteitsnetwerk zich tot 2050 naartoe ontwikkelt. Daarbij is het Klimaatakkoord 2030 als startpunt genomen. Omdat de vier toekomstbeelden nogal uiteen lopen is het lastig hier investeringsbesluiten op te nemen. Om als Liander deze investeringsbesluiten op een consistente en toekomstbestendige wijze te (kunnen) nemen is het van belang een duidelijk investeringskader te hebben. Daartoe heeft Liander het wereldbeeld ‘Investeringsprognose’ opgesteld. De Investeringsprognose is gebaseerd op de realisatie van de doelen voor opwek en vraag uit het Klimaatakkoord 2030 en is het meest waarschijnlijke scenario voor de periode tot 2030. In het wereldbeeld ‘Investeringsprognose’ geldt voor alle technologieën het ‘midden’ scenario. Door de Investeringsprognose te omgeven met de volledige bandbreedte van de verwachte vermogensgroei (de vier andere toekomstbeelden), is het mogelijk om het risico op te vroeg of te laat investeren weer te geven. Daarnaast kan de bandbreedte ook benut worden om de benodigde omvang van investeringen te bepalen, met als doel niet op korte termijn na afronding van een investering opnieuw tot investeren over te moeten gaan op dezelfde plek.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Scenario’s

13

4.3.1 Prognosemethodiek Door het toewijzen van profielen aan de ontwikkelingen, deze te koppelen aan de nettopologie en deze bottom-up op te tellen wordt een prognose gemaakt van het toekomstig belastingprofiel voor alle LS-hoofdleidingen, MS-kabels en -ruimtes, en onder-, regel- en schakelstations. Aan de hand van dit belastingprofiel worden het jaarmaximum en jaarminimum vergeleken met de capaciteit van het relevante netdeel. Zo is snel duidelijk wanneer op welke netvlakken knelpunten worden verwacht. Het tweede deel van de belastingprognose bestaat uit het opgesteld vermogen aan decentrale opwek op ieder onderstation (DCO-prognose). Voor de DCO-prognose wordt gekeken naar het totaal volume opgesteld vermogen aan decentrale opwek achter een onder-, regel- of schakelstation. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en toekomstige decentrale opwekeenheden. Beide zijn geïntegreerd in een decentrale opwekprognose per station voor de komende tien jaar. De DCO-prognose wordt opgesteld op basis van bekende projecten en planologische ontwikkelingen bij grootverbruikklanten. Kleinschalige opwek bij huishoudens (met name PV) wordt direct meegenomen in de belastingprognose en is dus geen onderdeel van de DCO-prognose. Voor de 10-jaar planperiode van dit IP leidt bovenstaande methodiek tot een geprognosticeerde belastinggroei van circa 2.800 MVA (45%) ten opzichte van 2019.

Daarbij dienen de benodigde aanpassingen en uitbreidingen aan het net in een korte periode plaats te vinden. Immers, het huidige net is in een periode van 100 jaar opgebouwd. Grafiek 4-2: Belastinggroei 2015 - 2030 (LDN)

0

Als we kijken naar de prognose van het opgesteld vermogen decentrale opwek (DCO) valt op dat deze sterk zal toenemen. Het totale opgestelde vermogen stijgt naar verwachting van ongeveer 5.200 MW in 2019 tot ruim 15.000 MW in 2030. Grafiek 4-3: Prognose opgesteld vermogen per type DCO

0

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Capaciteitsknelpunten

14

5 Capaciteitsknelpunten Op basis van de belastingprognose heeft Liander de benodigde en beschikbare capaciteit van netten met een spanningsniveau boven 25 kV beoordeeld en de capaciteitsknelpunten per deelnet geïnventariseerd. De resultaten zijn weergegeven in bijlage 1 en 2. Algemeen Liander heeft een aantal generieke maatregelen genomen om de impact van de energietransitie te mitigeren: voor nieuwbouw en vervangingen leggen wij onze netten structureel zwaarder uit dan in het verleden om elektrisch vervoer en zonnepanelen op de daken van huizen te kunnen faciliteren. Daarnaast zien we dat de industrie en glastuinbouw voor een enorme verduurzamingsuitdaging staan en dat de mobiliteitstransitie een grotere impact heeft dan de gebouwde omgeving alleen. De impact van deze ontwikkelingen en de meer regiospecifieke uitdagingen zijn hieronder per provincie beschreven.

Regio Friesland De regio Friesland kenmerkt zich door een landelijk karakter waardoor het gehele gebied sterk in trek is bij de (project)ontwikkelaars van zonneparken en zonnedaken maar kenmerkt zich ook door een concentratie van agro-food-business op diverse bedrijventerreinen rondom met name Leeuwarden en Heerenveen. Verduurzaming van de energievoorziening en klimaatneutraliteit zien we nu al naar voren komen op de Waddeneilanden. De grote aantallen aanvragen voor (grote) aansluitingen voor de teruglevering van duurzame zonne-energie door heel Friesland stelt Liander voor uitdagingen. Een groot aantal onderstations, gekoppeld aan het 110 kV-net van TenneT, zal verzwaard moeten worden met extra transformatorcapaciteit. Daarnaast zorgen capaciteits- en spanningsproblemen in het uitgestrekte middenspanningsnet voor problemen in het bedienen van de klantvraag en veroorzaken nu al problemen met aansluitingen met transportbeperkingen als gevolg. Voor een groot deel van deze regio is nu transportschaarste afgekondigd, en zijn plannen tot verzwaring uitgewerkt.

Regio Flevoland De regio Flevoland kenmerkt zich vooral in de Noordoostpolder en Oostelijk Flevoland door een open karakter waardoor het gebied sterk in trek is bij de (project)ontwikkelaars van windparken, zonneparken en zonnedaken. Daarnaast heeft de gemeente Almere grote ambities met betrekking tot het verduurzamen van de woningbouw en het aantrekken van bedrijvigheid. Het verduurzamen van de woningbouw houdt veelal in dat de capaciteitsbehoefte van woningen bij een all-electric oplossing met een factor drie gaat stijgen. De komst van datacentra speelt een grote rol qua vermogensbehoefte op de bedrijventerreinen van Almere. Almere heeft een gunstige ligging ten opzichte van de grote internationale internetknooppunten in het oosten van Amsterdam. De hoeveelheid en diversiteit aan aanvragen zorgt in grote delen van Flevoland voor diverse uitdagingen. In de Noordoostpolder zijn vele transportbeperkingen door gebrek aan capaciteit in het uitgestrekte middenspanningsnet dat daarmee ongeschikt is voor teruglevering van elektriciteit. In de Flevopolder zorgen juist grote zonneparken voor capaciteitsproblemen op de onderstations in het oostelijke deel en grote aanvragen voor datacentra en de toename in woningbouw voor knelpunten in het westelijke deel.

Regio Gelderland De regio Gelderland kent een grote diversiteit aan gebieden. De Veluwe is grotendeels beschermd natuurgebied waar relatief weinig grote ontwikkelingen worden verwacht. In de Gelderse Vallei is er een ontwikkeling op zowel zonne-energie als ook industrie en logistiek, in de Bommelerwaard ontwikkelt de glastuinbouw zich in rap tempo, in de Achterhoek komen de zonneparken volop in beeld en rondom Arnhem/Nijmegen spelen de woningbouw met een grotere elektriciteitsvraag dan in het verleden door elektrische verwarming, logistiek en verduurzaming een grote rol. De grote toename in vermogens en klantaanvragen stelt Liander voor diverse uitdagingen. In de Gelderse Vallei lopen enkele onderstations tegen hun grenzen aan, in de Bommelerwaard is er sprake van transportschaarste, in de Achterhoek kan het middenspanningsnet de hoeveelheid zonneenergie niet bijbenen en ten noorden van Nijmegen zorgt de groei en verduurzaming van woningbouw en de snelle ontwikkeling van distributiecentra voor knelpunten in het net.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Capaciteitsknelpunten

15

Regio Noord-Holland De regio Noord-Holland kent enerzijds een uitgestrekt gebied in het noorden van de provincie waar veel duurzame opwek geproduceerd wordt, de glastuinbouw een grote rol speelt en ook datacenters zich meer willen vestigen. Daarnaast is er de metropoolregio Amsterdam (MRA) waarin we een forse toename van energieverbruik verwachten. Om de ontwikkelingen en de impact op de energie-infrastructuur in kaart te brengen is samen met onder andere de provincie Noord-Holland en TenneT een systeemstudie uitgevoerd. Daarnaast is met de gemeente Amsterdam een thematische studie elektriciteit uitgevoerd. Beide studies laten een toename zien van twee tot vijf keer de huidige belasting tot 2050. De toename in het energieverbruik wordt veroorzaakt door de verduurzaming en groei in economische ontwikkelingen. De verduurzaming heeft betrekking op de gebouwde omgeving, het elektrificeren van mobiliteit (inclusief Schiphol) en het elektrificeren van industrie. Daarnaast leiden economische ontwikkelingen tot een grote nieuwbouwopgave voor woningen en nieuwe bedrijvigheid en niet te vergeten de enorme hoeveelheid aan datacentra die zich in dit gebied wil vestigen. De uitdagingen voor Liander zijn groot in Noord-Holland. De grote vermogens in het gebied ten noorden van het Noordzeekanaal zorgen voor knelpunten op diverse stations in de oudere 50 kV-netten.

In de metropoolregio Amsterdam zorgt de sterkte intensivering van de energiebehoefte voor vele knelpunten op de stations en verbindingen.

Regio Zuid-Holland De regio Zuid-Holland kenmerkt zich door het Groene Hart en een verder sterk verstedelijkt karakter. Met name de verduurzaming van de gebouwde omgeving, de industrie en de mobiliteit en de komst van nieuwe (hoogwaardige) bedrijvigheid zorgen voor een toename in de vermogensbehoefte van de regio. Ook speelt de glastuinbouw in de Zuidplaspolder een grote rol in het gebied. Een verdubbeling van de capaciteit zal voor de energietransitie zeker nodig zijn. Keuzes rondom de verduurzaming van de warmtevoorziening en lokale mobiliteitsoplossingen kunnen lokaal een flinke impact gaan hebben. De RES zullen hier duidelijkheid in moeten gaan verschaffen, zowel qua te verwachten vermogens, als ook qua locatie. De knelpunten in het gebied concentreren zich met name rondom Leiden en in het gebied rondom Alphen aan de Rijn en Zevenhuizen. Het 50 kVnetwerk kan de groeiende vermogensbehoefte niet aan. Hiervoor zal in samenwerking met TenneT het aantal invoedingspunten van Liander vanuit het 150 kV-net van TenneT uitgebreid moeten worden. De grootste transportknelpunten zijn nu actueel rondom Zevenhuizen, maar zullen binnen tien jaar ook rondom Leiden ontstaan.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Kwaliteitsknelpunten

16

6 Kwaliteitsknelpunten Naast de toekomstige en huidige ontwikkeling die een impact hebben op de infrastructuur (capaciteit) van Liander dient ook de conditie van het bestaande net op peil gehouden te worden om de betrouwbaarheid en veiligheid van de energievoorziening te kunnen garanderen. Om een goed functionerend elektriciteitsnet te waarborgen, dient de functionaliteit van de componenten in stand te worden gehouden. Dit gebeurt enerzijds door onderhoud te plegen (OPEX) en anderzijds door componenten te reviseren of te vervangen (CAPEX). OPEX dient naast het uitvoeren van onderhoud, modificaties en storingsherstel ook om de conditie van de componenten in kaart te brengen (onder andere door uitvoering van inspecties). De basis voor de bepaling van de conditie van de componenten betreft statische data van de componenten verrijkt met (meet)data verkregen uit onderhoud, storingen en inspecties. Op basis van faalstatistiek bepaalt Liander de conditie van de componenten in zijn net. Hierbij wordt gebruik gemaakt van (reken)modellen. Grafiek 6-1: Conditie van het net

De conditie van de componenten komt tot uiting in drie niveaus: • Goed: de (technische) conditie is goed, de functionaliteit is gewaarborgd; • Voldoende: de (technische) conditie voldoet en wordt nauwgezet gevolgd om de functionaliteit te waarborgen. Mogelijk worden additionele activiteiten uitgevoerd om de conditie op het niveau ‘goed (groen)’ te brengen; • Matig: de technische conditie voldoet maar is potentieel <10 jaar problematisch. Afhankelijk van de risico’s worden acties vastgesteld om het component weer terug te brengen op het niveau ‘goed (groen)’. Om inzicht te krijgen in mogelijke risico’s van het net bepaalt Liander voor alle assetcategorieën zowel de conditie van de populatie (gecategoriseerd naar goed, voldoende en matig) alsmede de impact op uitval en veiligheid van het falen van een component uit de betreffende populatie (gecategoriseerd naar groot, medium en klein). De combinatie van de conditie van de populatie (kans) en de potentiële impact van falen (effect) kan leiden tot de definitie van een kwaliteitsknelpunt (risico) en uiteindelijk tot een investering om (populaties van) componenten te vervangen (CAPEX).

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Kwaliteitsknelpunten

17

Ageing assets Een groot deel van de netinfrastructuur is aangelegd in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. In de komende decennia komen daardoor steeds meer componenten aan het eind van de oorspronkelijk ingeschatte levensduur. Dit biedt zowel kansen als uitdagingen. Kansen omdat bij vervanging het systeem kan worden aangepast aan de nieuwe ontwikkelingen. Uitdagingen omdat tijdens de operatie de betrouwbaarheid en veiligheid van het systeem niet in het geding mogen komen.

6.1 Belangrijkste risico’s/knelpunten Liander investeert risicogedreven. Dit houdt in dat risico-analyses op de kwaliteit van het net bepalen waar investeringen vereist zijn. Daarbij balanceert Liander tussen risico’s, prestaties en kosten bij het realiseren van doelstellingen. Door risico’s te analyseren, oplossingen te selecteren op basis van effectiviteit en efficiëntie en deze ten opzichte van elkaar te prioriteren, optimaliseert Liander het investeringsportfolio waarmee we de risico’s voor de kwaliteit van de elektriciteitsnetten beheersen. Liander gebruikt een risicomatrix om asset gerelateerde risico’s te wegen en besluitvorming te ondersteunen. De indicatie van het gewicht van de risico’s is gekoppeld aan de wijze waarop de organisatie met de risico’s dient om te gaan: • • • • •

Zeer hoog: risico reducerende maatregelen opstellen en direct opnemen in het lopende jaarplan; Hoog: maatregelen opnemen in de reguliere planningscyclus; Medium: risico monitoren en mogelijke maatregelen formuleren; Laag: risico accepteren; Nihil: geen actie nodig.

Liander onderscheidt in zijn asset gerelateerde risicoregister generieke en specifieke risico’s. Generieke risico’s gelden voor een totale populatie assets en hebben veelal betrekking op het gehele of een groot deel van het verzorgingsgebied. Specifieke risico’s hebben betrekking op een specifieke locatie in het netwerk waar zich een lokaal risico voordoet. Op basis van het risico gebaseerd assetmanagement destilleert Liander de belangrijkste risico’s naar aanleiding van de conditie van het net. In tabel 6-1 staan de belangrijkste asset gerelateerde risico’s weergegeven (zie ook bijlage 3 voor meer detail):

R ID

Beschrijving

Risico-score

Jaar van optreden Informatiebron

R08793

Tijdig aansluiten van klanten met het gewenste vermogen

Zeer Hoog

Continu

RMS

R12312

Storingen elektriciteit als gevolg van graafschade

Zeer Hoog

Continu

RMS

R12442

Asbest in bovengrondse installaties en gebouwen

Zeer Hoog

Continu

RMS

R03550

Falen risicovolle moffen

Hoog

Continu

RMS

R34157

Onvoldoende en beperkt afgeschermde installaties Hoog RMU

Continu

RMS

Tabel 6-1: Belangrijkste risico's

6.2 Bedrijfscontinuïteit en cyber security In de context van een samenleving en energievoorziening die digitaliseert is het essentieel om risico’s op het vlak van cyber security en bedrijfscontinuïteit op te lossen, te mitigeren en voorkomen. Netbeheerders worden geconfronteerd met meerdere, verschillende type dreigingen op dit vlak: 1. Hacks: vitale, netbedieningssystemen worden gecompromitteerd door kwaadwillenden. Een voorbeeld hiervan is de inbreuk op het netbedieningssysteem van een netbeheerder in Oekraïne; 2. Gijzeling van systemen, zogenaamde ‘ransom ware’. Met het oog op financieel gewin worden systemen ontoegankelijk gemaakt door criminelen. Recente voorbeelden zijn Universiteit Maastricht en Maersk; 3. Onverwachte, onbedoelde kwetsbaarheid in systemen dat leidt tot noodzaak om het direct uit te schakelen. Een recent voorbeeld is het Citrix-incident. 4. Calamiteit: een onvoorziene omstandigheid waardoor de informatievoorziening ten behoeve van vitale processen onder druk komt te staan. Een recent voorbeeld is de corona-pandemie.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Kwaliteitsknelpunten

18

Liander investeert structureel in cyber security en zal deze investeringen blijvend doen, in lijn met de ontwikkeling van de dreigingshorizon. Bovengenoemde risico’s kunnen de bedrijfscontinuïteit van processen aantasten, bijvoorbeeld doordat door het uitschakelen van systemen informatievoorziening voor monteurs aangetast wordt, of doordat aanpassingen aan systemen gehinderd worden. Liander zal daarom gericht investeren in bedrijfscontinuïteit van netwerk- en informatiesystemen die van belang zijn voor de vitale processen, onder andere door een business continuity framework in te richten, ISO-certificering te realiseren en redundantie van informatieketens te borgen. Met deze investeringen zal Liander blijven voldoen aan de zorgplicht en meldplicht incidenten voor de cybersecurity en bedrijfscontinuïteit van de Wet Beveiliging Netwerk- en Informatiesystemen (Wbni).

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Investeringen

19

7 Investeringen De geschetste ontwikkelingen die een impact hebben op de benodigde capaciteit van het net, alsmede de inspanningen om het bestaande net veilig en betrouwbaar te houden resulteren in een enorme hoeveelheid werk aan ons elektriciteitsnet. Tegelijkertijd is er een groot tekort aan technici. De tijdige uitvoering van ons werk staat daarmee onder druk. Dit noemen we maakbaarheid. Doordat het totale werkpakket (zowel capaciteit als kwaliteit gedreven activiteiten) met de beschikbare resources (geld, materiaal en mensen) niet maakbaar is moeten we prioriteiten stellen om de maximale waarde te realiseren en risico’s te minimaliseren.

7.1 Uitgangspunten kwaliteitsaspecten Liander heeft als taak om de veiligheid, kwaliteit en capaciteit van het elektriciteitsnet op de korte en lange termijn te borgen, waarbij we de volgende uitgangspunten hanteren:

Veiligheid Iedereen veilig thuis! Dat is de veiligheidsambitie van Liander voor onze klanten, collega’s en de partijen waarmee we samenwerken. Een ambitie waaraan we iedere dag werken. Zodat iedereen veilig thuis komt. En zodat onze klanten op elk moment veilig kunnen beschikken over energie.

Kwaliteit Klanten moeten met een hoge mate van continuïteit kunnen beschikken over energie. 24 uur per dag, 7 dagen in de week. Daarom proberen we geplande en ongeplande energieonderbrekingen zo veel mogelijk te voorkomen.

Capaciteit We zorgen ervoor dat klanten gemak ervaren van Liander. Dat betekent dat we klanten tijdig aansluiten en ons net op tijd klaar hebben om het gewenste vermogen te leveren.

7.2 Onze keuzes De klant staat altijd centraal. Het is de taak van Liander om ervoor te zorgen dat het licht brandt, de huizen warm zijn en bedrijven draaien. Doordat het totale werkpakket door het tekort aan technici niet maakbaar is, moet Liander keuzes maken om de maximale waarde voor de klant te realiseren en risico’s te minimaliseren. Liander gaat daar als volgt mee om:

Onderhoud & storingen Om de bestaande netten optimaal te gebruiken, de levensduur te verlengen om vervanging zo lang mogelijk uit te stellen en hoge betrouwbaarheid te garanderen voert Liander onderhoud aan assets uit en lost Liander een storing op wanneer deze zich voordoet. Liander geeft in alle gevallen voorrang aan deze activiteiten.

Klanten aansluiten en transportcapaciteit creëren Door de energietransitie liggen hier de grootste uitdagingen. Liander zet zich maximaal in om klanten tijdig aan te sluiten en voldoende transportcapaciteit te creëren. Door het tekort aan technici moet Liander keuzes maken. Daarbij proberen we een optimale balans te vinden tussen het tijdig aansluiten van klanten en het tijdig realiseren van voldoende transportcapaciteit.

Kwaliteit & digitalisering Voor het kwaliteit gedreven vervangen van assets geldt dat Liander op dit moment alleen die assets vervangt die tot acute risico’s leiden, dan wel waar voldoende technici voor beschikbaar gemaakt kunnen worden. Zo heeft Liander met een aantal aannemers een tienjarig contract voor de vervanging van middenspanningsruimtes afgesloten. Liander kiest daarnaast voor ‘digitalisering’ op die stations die toe zijn aan vervanging of modificatie. Nieuwe technologie, zowel hardware als software, geeft grote mogelijkheden om onze netten beter te beheren, storingen te voorkomen of sneller op te sporen. Op deze manier bereiken we synergie tussen het werk om de bestaande netten toekomstbestendig te houden en de ambitie om onze netten te digitaliseren.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Investeringen

20

Veiligheid Liander lost acute veiligheidsrisico’s in alle gevallen op. Daarnaast voert Liander activiteiten uit om de veiligheid op lange termijn te borgen. Door deze optimaal over de jaren te plannen, proberen we onze technici zo optimaal mogelijk over alle werkzaamheden te verdelen.

7.3 Investeringen Het investeringsportfolio van Liander is onderverdeeld in twee categorieën: • Categorie 1: reguliere investeringen • Categorie 2: majeure investeringen

7.3.1 Reguliere investeringen In deze paragraaf worden de reguliere investeringen beschreven. Deze investeringen zijn op geaggregeerd niveau weergegeven en bevatten onder meer investeringen ten gevolge van klantvragen, vervangingsinvesteringen van bestaande infrastructuur of netuitbreidingen op een spanningsniveau <25 kV. De afgelopen jaren ziet Liander een flinke groei van het aantal zonne- en windparken, datacenters en energie-intensieve sectoren, zoals de glastuinbouw, die een aansluiting op het elektriciteitsnet willen. Het aantal aanvragen van grootverbruik klanten (afname of teruglevering aan net meer dan 100 kVA) is de afgelopen twee jaar met meer dan 50% toegenomen. Door de lage grondprijs worden zonneparken met name in dunbevolkte buitengebieden gebouwd. Omdat de energievraag van oudsher laag is liggen hier dunne stroomkabels. Het stroomnet in Nederland is één van de betrouwbaarste ter wereld, maar is honderd jaar geleden niet ontworpen voor grootschalige teruglevering van stroom. Het aantal datacenters is de laatste jaren snel toegenomen, met name in de regio Amsterdam. Datacenters gebruiken enorm veel stroom. Het verbruik van één datacenter is vergelijkbaar met dat van een stad van 35.000 tot 140.000 inwoners. Waar datacenters zich vestigen, wordt de beschikbare capaciteit van een elektriciteitsverdeelstation vaak ineens vergeven.

Naast anderhalf keer zoveel aanvragen voor grootverbuik aansluitingen zorgt duurzame mobiliteit voor een toename in het aantal nieuwbouwaansluitingen bij kleinverbruik klanten. In 2030 zijn er circa 1,8 miljoen laadpunten nodig in Nederland (in 2016 stonden er 26.000 stuks). Wanneer deze ontwikkeling volgens planning verloopt, heeft dit een significante impact op het elektriciteitsnet van Liander. Bij 1,5 kW per laadpunt leidt dit tot 2,7 GW aan vermogen in laadpalen. Daarnaast zijn er nog ontwikkelingen op bestaande aansluitingen waarvoor geen wijziging op de aansluiting nodig is maar die wel zorgen voor vermogensgroei. Denk hierbij aan het laden van een elektrische auto op de oprit van een klant met een bestaande aansluiting, zonnepanelen op daken van bestaande gebouwen of het aardgasvrij maken van bestaande woningen waarbij Liander een deel van de aansluiting moet verzwaren. Deze ontwikkelingen zorgen dus niet voor nieuwe aansluitingen, maar wel voor een sterke groei van het (teruglever)vermogen op onze elektriciteitsnetten. Deze ontwikkelingen vereisen forse investeringen in de elektriciteitsnetten. Het betekent ook: heel veel werk.

Om alle klanten tijdig met het gewenste vermogen aan te sluiten moet Liander jaarlijks meer dan 1.000 kilometer nieuwe midden- en laagspanningskabel leggen en verzwaren (exclusief aanleg van nieuwe woonwijken en midden- en laagspanningskabel voor individuele aansluitingen). Tweeënhalf keer meer dan twee jaar geleden. Naast het uitbreiden van de bestaande capaciteit van net vraagt de instandhouding van het bestaande net onverminderd aandacht.

Vervangingen Om de veiligheid en leveringszekerheid van het bestaande elektriciteitsnet in stand te houden heeft Liander het beleid om componenten pro-actief te vervangen. Door het tekort aan technici beperkt Liander zich voor kwaliteit gedreven vervangingen momenteel tot de mitigatie van de meest urgente risico’s. Uitzonderingen hierop zijn acute veiligheidsknelpunten en reconstructies waar Liander zijn kabels moet verwijderen van de wegbeheerder. Deze activiteiten zijn niet uit te stellen.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Investeringen

21

Vooruitkijkend naar de periode 2020–2022 voorziet Liander de volgende vervangingsinvesteringen:

Vervangingen

Eenheid

2020

2021

2022

km

137

137

137

€ mln

27,2

27,2

27,0

2.709

2.817

3.003

Middenspanning (MS) Kabel Schakelvelden

aantal € mln

Kosten inbegrepen in kosten middenspanningsruimten

Middenspanningsruimten

aantal

250

€ mln

39,5

57,3

59,8

Transformatoren

aantal

611

1.316

1.357

€ mln

288

311

Kosten inbegrepen in kosten middenspanningsruimten

Laagspanning (LS) Kabel Laagspanningskasten Aansluitingen

km

117

129

142

€ mln

11,3

12,4

13,6

aantal

39

43

47

€ mln

0,3

0,4

0,4

aantal

32.315

25.720

22.777

€ mln

41,1

31,6

28,1

aantal

341.246

263.432

261.340

€ mln

41,5

32,1

31,8

Meters kWh-meters

Tabel 7-1: Vervangingsinvesteringen

Middenspanning Middenspaningskabels Liander handhaaft de hoeveelheid te vervangen middenspanningskabel de komende jaren op een minimaal te verwachten noodzakelijk niveau om kwalitatief onvoldoende functionerende kabels te kunnen vervangen. Ook voor reconstructies verwacht Liander geen toename.

Middenspanningsruimten In 2019 zijn meerjarige contracten afgesloten met aannemers die Liander opleidt om zelfstandig in middenspanningsruimten te werken. Hiermee heeft Liander extra capaciteit weten te creëren voor de komende jaren om stationswerk uit te voeren. Liander zet de extra arbeidscapaciteit in om veiligheidsrisco’s op te lossen, door grootschalige vervanging van open middenspanningsinstallaties.

Laagspanning Laagspanningskabels Reconstructies (werkzaamheden geïnitieerd door derden) zijn de belangrijkste aanleiding om slechte laagspanningskabels te vervangen. Door het tekort aan arbeidscapaciteit kan Liander op dit moment niet in alle gevallen mee met reconstructies van derden. Door de opschaling van de arbeidscapaciteit verwachten we de komende jaren vaker mee te gaan met reconstructies en meer kwaliteitsknelpunten aan te pakken. Wanneer Liander een laagspanningskabels vervangt, kiezen we, in verband met de energietransitie, voor kabels die meer vermogen kunnen transporteren waardoor naast een kwaliteitsverbetering ook de transportcapaciteit direct wordt verhoogd.

Aansluitingen Liander rond in 2020 de Grootschalige Aanbieding van slimme meters (GSA) af. Liander heeft er bij de GSA voor gekozen om de meterkast toekomstvast achter te laten (ambitie om na plaatsing van de slimme meter de komende tien jaar niet terug te komen). Door deze strategie heeft Liander de vervanging van verschillende aansluitingen naar voren gehaald, waardoor de vervangingen in de daar op volgende jaren daalt. De jaarlijkse toename van circa 1.600 vervangingen in het kader van de energietransitie dempt de daling nog enigszins.

Meters De aantallen kWh-meters in 2020 betreffen de laatste tranche van de Grootschalige Aanbieding van slimme meters. Vanaf 2021 verwacht Liander te starten met de vervanging van (een deel van) de GPRS-meters (Liander leest deze meters uit via een GPRS-verbinding. KPN zet per 1 januari 2025 het GPRS-signaal uit). Daarnaast verwacht Liander met het oog op de definitieve afschaffing van de salderingsregeling de Ferraris-meters te vervangen.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Investeringen

22

Uitbreiding Om klanten de gewenste capaciteit te leveren breidt Liander het elektriciteitsnet uit. Mede door de energietransitie is de komende jaren een forse uitbreiding van het net noodzakelijk. Liander moet in de periode 2020-2030 tussen de 16.000 en 24.000 kilometer nieuwe middenspanningskabel leggen en bestaande kabels verzwaren. Hetzelfde geldt voor de plaatsing van nieuwe stations. Hiervan moet Liander er in dezelfde periode 4.000 tot 12.000 stations bijbouwen. Het huidige netwerk van Liander omvat 39.000 kilometer middenspanningskabel en 45.000 stations. In een periode van tien jaar moet Liander het elektriciteitsnet met 30% tot 60% uitbreiden. Door de toegenomen transportschaarste als gevolg van aanvragen voor aansluitingen voor duurzame opwek ligt de focus de komende jaren primair op het vergroten van de transportcapaciteit. Ondanks de focus op het vergroten van de transportcapaciteit is Liander niet in staat om alle vereiste capaciteitsuitbreiding in het gewenste jaar te realiseren. Dat betekent dat Liander de komende jaren klanten in specifieke gebieden negatieve transportindicaties af moet geven of klanten een transportbeperking op zal leggen. Vooruitkijkend naar de periode 2020-2022 voorziet Liander de volgende uitbreidingsinvesteringen:

Uitbreiding

Eenheid

2020

2021

2022

km

695

778

869

€ mln

128,6

142,6

158,0

aantal

1.812

1.740

1.794

Middenspanning (MS) Kabel Schakelvelden

€ mln Middenspanningsruimten Transformatoren

Kosten inbegrepen in kosten middenspanningsruimten

aantal

628

606

624

€ mln

39,2

37,6

39,1

aantal

598

576

594

€ mln

Kosten inbegrepen in kosten middenspanningsruimten

Laagspanning (LS) Kabel

km

475

522

575

€ mln

39,3

43,7

48,9

Laagspanningskasten

aantal

Liander plaatst geen nieuwe laagspanningskasten meer

Aansluitingen

aantal

46.884

43.110

45.465

€ mln

67,1

61,7

65,8

aantal

41.250

39.040

41.310

€ mln

4,3

4,0

4,3

€ mln

Meters kWh-meters

Tabel 7-2: Uitbreidingsinvesteringen

Middenspanning Middenspaningskabels Liander legt nieuwe middenspanningskabel om de bestaande transportcapaciteit uit te breiden en om grootverbruik klanten aan te sluiten op het middenspanningsnet. Liander focust zich de komende jaren op het vergroten van de transportcapaciteit, waardoor het aandeel netuitbreiding in de totale hoeveelheid te leggen middenspanningskabel de komende jaren toeneemt. Opschalen van de arbeidscapaciteit zorgt ervoor dat Liander meer middenspanningskabel aan kan leggen.

Middenspanningsruimten Het elektrificeren van de maatschappij (elektrisch vervoer, zonnepanelen op daken, elektrisch (bij)verwarmen van woningen) zorgt voor een toename van het gemiddelde verbruik per aansluiting. Door deze toename kan Liander minder klanten aansluiten per middenspanningsruimte. Dit resulteert erin dat Liander de komende jaren een toename in het aantal te plaatsen middenspanningsruimten verwacht. Liander verwacht in 2021 de grootste impact van de PAS- en PFAS-problematiek op de woningbouw, waardoor de aantallen in 2021 lager uitvallen.

Investeringsplan Liander 2020 Elektriciteit | Investeringen

23

Laagspanning Laagspanningskabels Liander legt nieuwe laagspanningskabels om nieuwe woonwijken te ontsluiten. De omvang van de te leggen laagspanningskabel volgt hierbij de ontwikkeling van nieuwbouwwoningen. Door het toenemende verbruik per aansluiting moet Liander wel meer laagspanningskabel per nieuwbouw woning leggen. Daarnaast voorzien Liander een toenemende vraag naar verzwaring van bestaande laagspanningsnetten door het toenemende elektriciteitsverbruik per aansluiting.

Aansluitingen Liander onderscheidt drie typen aansluitingen: kleinverbruik aansluitingen voor woningbouw, kleinverbruik aansluitingen voor laadpalen voor elektrische auto’s en grootverbruik aansluitingen. Door de PAS- en PFAS-problematiek verwacht Liander een daling van het aantal kleinverbruik aansluitingen in de woningbouw. Daar tegenover staat een forse groei van het aantal kleinverbruik aansluitingen voor laadpalen voor elektrische auto’s. Voor grootverbruik aansluitingen verwacht Liander een stabiel aantal te realiseren, de vraag naar grootverbruik aansluitingen is alleen groter dan Liander kan aansluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9643352/1