LAS22023 Bijlage 7 - Nota van Beantwoording-003.pdf
Tekst van het document
2. Ja, de impact op de parkeerdruk in Noord wordt als aandachtspunt toegevoegd in paragraaf 5.4 van de NRD.
3. De Oostbrug Het DB benadrukt dat voor de mobiliteit in het noordoostelijk deel van de stad het tot stand komen van de Oostbrug (fietsbrug met OV-verbinding), zoals voorgesteld door commissie D’Hooghe, van cruciaal belang is. Die verbinding moet er komen. Deze stelt NRD Zeeburgereiland ook niet ter discussie. Echter, deze lijkt niet afdoende bij de groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in onze stad.
3. In het project wordt ervan uitgegaan dat de 3.Geen Oostbrug wordt gerealiseerd en onderdeel is van de referentiesituatie. In de NRD is dit aangegeven in paragraaf 2.3. Verder gaat deze studie niet in op de bereikbaarheid van Noord ten gevolge van de gebiedsontwikkeling in Noord. Daar voorziet het Mobiliteitsplan Noord in. De uitgangspunten, raakvlakken en consequenties van de maatregelen uit het Mobiliteitsplan Noord en de ontwikkeling van de Oostbrug worden afgestemd.
4. Pijnpunten voor Noord In de NRD zijn varianten onderzocht waarin de verbinding (auto, fiets en OV) tussen Zeeburgereiland en stadsdeel Noord wordt verbeterd. Er zijn met name dure en tijdrovende maatregelen overwogen (nieuwe bruggen en tunnels), die vanuit die overweging ook zijn afgevallen in de trechtering.
4. Variant 8c is afgevallen omdat deze vanuit het perspectief van Zeeburgereiland onvoldoende bijdraagt aan het oplossen van de mobiliteitsvraag voor Zeeburgereiland en IJburg en de vervoersvraag naar Noord ook voldoende geleverd wordt door het intensiveren van lijn 37. Dit laat onverlet dat een andere route vanaf de Schellingwouderbrug door Noord voor de ontwikkeling van het Hamerkwartier zeer zinvol kan zijn.
In het mobiliteitsplan Noord (recent vastgesteld door College) is, vastgelegd dat nadere studie nodig is voor de mogelijke ontsluiting via de Schellingwouderlaan voor fiets en OV in het kader van de ontwikkeling van onder andere het Hamerkwartier. Deze maatregel
We gaan ervan uit dat deze verbinding wordt onderzocht en uitgewerkt als uitwerking van het Mobiliteitsplan Noord. In deze studie wordt deze maatregel als autonome ontwik46
4. Ja, in de NRD wordt expliciet aangegeven dat het afvallen van alternatieven voor het project HOV Verbinding Zeeburgereiland niet betekent dat die
Nr
Zienswijze
Reactie
Aanpassing NRD
wordt in de NRD overwogen (8c), maar zonder keling beschouwd en houden we afstemming duidelijke onderbouwing verworpen (in de over uitgangspunten, raakvlakken en conseonderbouwing wordt dit samengevoegd met quenties. de varianten 8a en 8b). Deze variant is zeer waardevol voor stadsdeel Noord, maar draagt vanuit het perspectief van de bereikbaarheid van Zeeburgereiland onvoldoende. Tegelijkertijd kan deze maatregel enorm bijdragen aan de bereikbaarheid van stadsdeel Noord. Daarom verzoekt het DB het College om een optie via deze geïndiceerde verbinding bij de MER te betrekken.
maatregelen voor andere delen van Amsterdam geen meerwaarde kunnen hebben. (paragraaf 3.4)
5. In de variantenstudie is daarnaast het opwaarderen van de bestaande buslijn 37 (ook een advies van het Mobiliteitsplan Noord) over de IJdoornlaan niet apart opgenomen, maar wordt vervolgens wel benut in de context in het laten afvallen van andere maatregelen. Het project Verbinding Zeeburgereiland onderzoekt in samenhang met de andere projecten in het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg maatregelen om de buslijn betrouwbaarder te maken. Aangezien andere varianten in de NRD afvallen, blijft op korte termijn alleen de opwaardering van de buslijn over ter verbetering van de verbinding tussen Zeeburgereiland en Noord. Het DB vraagt zich, vanuit het bereikbaarheidsperspectief Noord, af of deze opwaardering afdoende is. Het DB acht het noodzakelijk dat op zijn minst de geplande maatregelen ter verbetering van buslijn 37 worden uitgevoerd. Vervolgens moet worden gemonitord of dit afdoende is.
5. Het project gaat uit van het realiseren van de geplande maatregelen voor lijn 37, zoals onder meer opgenomen in Mobiliteitsplan Noord, als onderdeel van de referentiesituatie. Monitoring van de ontwikkeling van de vervoersvraag vindt plaats door GVB en vanuit het Mobiliteitsprogramma Zeeburgereiland en IJburg op tijd op orde.
5.Geen
6. Perspectief Het DB benadrukt nogmaals dat er met het opstellen en uitwerken van de NRD met het bereikbaarheidsperspectief van Zeeburgereiland is gekeken. Conclusies die in de NRD worden getrokken zijn dus niet toepasbaar op de bredere context van de bereikbaarheidsopgave in het noordoostelijk deel van de stad. Zo blijven de plannen uit het Mobiliteitsplan Noord onverminderd relevant en noodzakelijk voor stadsdeel Noord.
6. In het PlanMER zal worden ingegaan op (negatieve en positieve) effecten van de alternatieven voor Noord. Verder vindt buiten het project afstemming plaats tussen de Mobiliteitsplannen voor Noord en voor Zeeburgereiland-IJburg.
6.Geen
7. Bij nadere bepaling van keuzes over de bereikbaarheid van Zeeburgereiland die ook Noord aangaan, trekken we daarom vanaf nu graag veel meer in gezamenlijkheid op en bezien wij dit ook bij voorkeur in een bredere context dan alleen de bereikbaarheid van Zeeburgereiland.
7. Stadsdeel Noord is nauw betrokken ge7.Geen weest bij de studie tot nu toe als deelnemer in de begeleidingsgroep. Deze samenwerking blijft in de volgende fase gehandhaafd (zie ook 3.1).
47
4 Reactie op Advies Commissie m.e.r. De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft op 19 januari 2022 advies (a3536) uitgebracht over het op te stellen Plan MER. Dit advies is integraal opgenomen in bijlage 1. In dit hoofdstuk is toegelicht hoe we om gaan met de elementen die de Commissie aangeeft als essentiële informatie.
In het PlanMER zullen we de doelstellingen voor OV en fiets nader kwantificeren, op basis van de geconstateerde knelpunten. Deze knelpunten zijn: n het ten gevolge van de voortgaande gebiedsontwikkeling op Zeeburgereiland en IJburg dreigende capaciteitstekort van de IJtram (lijn 26), n het ontbreken van een alternatieve tramverbinding of andere aanvullende OV-capaciteit bij storingen op lijn 26 (robuustheid van het systeem); n een tekort schietende beschikbare wegcapaciteit voor fietsers op de verbinding tussen Zeeburgereiland en diverse bestemmingen in de stad via de Amsterdamsebrug.
De Commissie beschouwt de volgende punten als essentiële informatie in het MER. Dat wil zeggen dat voor het meewegen van het milieubelang in het besluit over de Voorkeursbeslissing voor de Verbinding Zeeburgereiland het MER in ieder geval onderstaande informatie moet bevatten: n Heldere en toetsbare doelstellingen: Benoem voor welke knelpunten het initiatief een oplossing moet bieden. Kwantificeer deze knelpunten en geef zo veel mogelijk ook kwantitatief aan wat de beoogde doelstellingen zijn. Alleen dan kan werkelijk inzichtelijk worden gemaakt in hoeverre een oplossing bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen. De Commissie adviseert vanwege de navolgbaarheid hiervoor een helder en eenduidig toetsingskader op te bouwen, dat een logische basis vormt voor het bepalen van de reikwijdte en opbouw van alternatieven en varianten. n Alternatieven en varianten: Ontwikkel in het MER alternatieven, varianten en combinaties die voldoen aan de bereikbaarheidsopgave die voortkomt uit de gemaakte beleidskeuzes. Breng dit concreet, kwantitatief en navolgbaar in beeld. Geef op grond hiervan ook aan waarom in de NRD-fase alternatieven en varianten zijn afgevallen. n Milieugevolgen en doelbereik: Bij de effectbeoordeling moet zowel worden getoetst aan de milieueffecten van de maatregelen voor ov en fiets, als aan de mate waarin de doelen bereikt worden.
Deze knelpunten worden in het PlanMER uitgewerkt en cijfermatig onderbouwd. De alternatieven en varianten worden vervolgens op hun doelbereik, het oplossend vermogen voor deze knelpunten, beoordeeld. Dit gebeurt door te analyseren in hoeverre ze bijdragen aan het realiseren van voldoende capaciteit en robuustheid van het OVsysteem en aan voldoende capaciteit van het fietsnetwerk. Het PlanMER analyseert de alternatieven en varianten die in hoofdstuk 4 van de NRD zijn aangegeven. Er zijn op basis van advies en zienswijzen geen nieuwe alternatieven naar voren gekomen die binnen het PlanMER in de analyse worden betrokken. De in eerdere projectstappen uitgevoerde trechtering wordt in het PlanMER opnieuw beschreven en toegelicht waarbij wordt nagegaan of er ontwikkelingen buiten het project zijn die ertoe zouden kunnen leiden dat eerder afgevallen alternatieven en varianten alsnog meer kansrijk worden. De milieugevolgen en doelbereik van de alternatieven worden in het PlanMER in beeld gebracht zoals aangegeven in hoofdstuk 5 van de NRD en maken integraal onderdeel uit van de afweging om te komen tot het voorkeursalternatief.
48
Bijlage 1: Advies Commissie voor de milieueffectBereikbaarapportage rheid Zeeburgereiland, gemeente Amsterdam
Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport
Bereikbaarheid Zeeburgereiland, gemeente
19 januari 2022 / A projectnummer: msterda3536 m
Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport 19 januari 2022 / projectnummer: 3536
Bereikbaarheid Zeeburgereiland, gemeente Amsterdam
Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport 19 januari 2022 / projectnummer: 3536
49
Advies voor de inhoud van het MER Zeeburgereiland en IJburg zijn volop in ontwikkeling. De gemeente Amsterdam wil de ontsluiting voor het openbaar vervoer en voor fietsers van en naar deze stadsdelen
verbeteren met het plan Verbinding Zeeburgereiland. Ze wil hiervoor keuzes maken over een nieuwe openbaar vervoer verbinding en aanvullende fietsmaatregelen en deze vastleggen in
een Voorkeursbeslissing, zoals opgenomen in de Omgevingswet. Hiervoor wordt vrijwillig een plan-MER opgesteld.
De gemeente heeft de Commissie gevraagd te adviseren over de inhoud van het op te stellen
Milieueffectrapport (MER). Eerder in 2021 adviseerde de Commissie ook al over de inhoud van de Notitie Kansrijke Oplossingen (NKO).
Essentiële informatie voor het MER
De Commissie beschouwt de volgende punten als essentiële informatie in het MER. Dat wil zeggen dat voor het meewegen van het milieubelang in het besluit over de
Voorkeursbeslissing voor de Verbinding Zeeburgereiland het MER in ieder geval onderstaande informatie moet bevatten: •
Heldere en toetsbare doelstellingen: Benoem voor welke knelpunten het initiatief een oplossing moet bieden. Kwantificeer deze knelpunten en geef zo veel mogelijk ook
kwantitatief aan wat de beoogde doelstellingen zijn. Alleen dan kan werkelijk inzichtelijk
worden gemaakt in hoeverre een oplossing bijdraagt aan het bereiken van de
doelstellingen. De Commissie adviseert vanwege de navolgbaarheid hiervoor een helder
en eenduidig toetsingskader op te bouwen, dat een logische basis vormt voor het
bepalen van de reikwijdte en opbouw van alternatieven en varianten.
•
Alternatieven en varianten: Ontwikkel in het MER alternatieven, varianten en combinaties
die voldoen aan de bereikbaarheidsopgave die voortkomt uit de gemaakte beleidskeuzes. Breng dit concreet, kwantitatief en navolgbaar in beeld. Geef op grond hiervan ook aan
waarom in de NRD-fase alternatieven en varianten zijn afgevallen.
•
Milieugevolgen en doelbereik: Bij de effectbeoordeling moet zowel worden getoetst aan
de milieueffecten van de maatregelen voor ov en fiets, als aan de mate waarin de doelen
bereikt worden.
Besluitvormers en insprekers lezen in de eerste plaats de samenvatting van het MER. Daarom verdient dit onderdeel bijzondere aandacht. De samenvatting moet als zelfstandig document leesbaar zijn en een goede afspiegeling zijn van de inhoud van het MER.
In de volgende hoofdstukken beschrijft de Commissie in meer detail welke informatie het
MER moet bevatten. Ze bouwt in haar advies voort op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Zeeburgereiland1 (verder: NRD). Ze herhaalt slechts punten die al in de NRD aan de orde
komen als dat voor een goed begrip van het advies nodig is of als ze voorstelt de aanpak op onderdelen aan te passen.
1
Notitie Reikwijdte en Detailniveau, Verbinding Zeeburgereiland, Robert Jan Jonker, 1 september 2021.
50 -1-
Figuur 1 Maatregelen Mobiliteitsplan Zeeburgereiland – IJburg (bron: NRD). Aanleiding MER Het project Verbinding Zeeburgereiland maakt deel uit van een serie maatregelen in het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg van de gemeente Amsterdam. Het project heeft twee doelen. Voor het openbaar vervoer wil de gemeente de ontsluiting verbeteren van en naar Zeeburgereiland. Voor fietsers wil ze het capaciteitstekort op bestaande routes aanpakken, in het bijzonder voor het fietsverkeer over de Amsterdamsebrug. Omdat alle bewegingen tussen IJburg en het centrum van Amsterdam via Zeeburgereiland verlopen zijn deze maatregelen ook van belang voor IJburg. Om de milieugevolgen van de maatregelen te beoordelen wordt door de gemeente Amsterdam een planMER opgesteld. Bevoegd gezag voor de Voorkeursbeslissing is de gemeenteraad van Amsterdam. De Commissie heeft in 2021 een advies uitgebracht naar aanleiding van de Notitie Kansrijke Oplossingen (NKO) over dit project2. Daarna zijn door de gemeente Amsterdam een aantal keuzes gemaakt die zijn verwerkt in de nu gepubliceerde Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer.
De gemeenteraad van Amsterdam besluit over de Voorkeursbeslissing in het kader van de Omgevingswet. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3536 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
2
Bereikbaarheid Zeeburgereiland, gemeente Amsterdam, Advies over de inhoud van de op te stellen notitie Reikwijdte en Detailniveau, Commissie voor de milieueffectrapportage, 9 april 2021. Klik hier voor het advies.
51 -2-
Beleidskader en doelstellingen Opbouw toetsingskader De NRD beschrijft een groot aantal concrete maatregelen om de bereikbaarheid met ov en fiets te verbeteren. Het is echter niet goed navolgbaar in hoeverre deze de knelpunten
oplossen en hoe ze volgen uit de algemene doelstellingen uit het programma en uit de eerder gemaakte keuzes. De Commissie adviseert daarom in het MER het toetsingskader voor de
keuze van maatregelen (alternatieven en varianten) zo concreet en kwantitatief mogelijk op te bouwen. De centrale vraag, die uiteindelijk moet worden beantwoord, is met welke
(combinatie van) maatregelen Zeeburgereiland en IJburg voldoende bereikbaar zijn met ov en fiets (zie paragraaf 2.5).
In de volgende paragrafen wordt dit uitgewerkt.
Welke knelpunten moeten worden opgelost? In de NRD zijn twee onderzoeksvragen voor dit project geformuleerd:
Voor het ov •
Welke aanvullende ov-maatregelen (wat betreft capaciteit en reisrichting) zijn op welk
moment nodig om het ov-netwerk op Zeeburgereiland (en IJburg) toekomstvast, robuust,
kostenefficiënt, duurzaam en in meerdere reisrichtingen te laten functioneren, uitgaand
van de te verwachten groei van het aantal ov-reizigers door de gebiedsontwikkelingen op
Zeeburgereiland en IJburg?
Voor de fiets •
Welke aanvullende fietsmaatregelen op de bestaande fietsroute (onder andere via de
Amsterdamsebrug) zijn op welk moment nodig om de groei van het aantal fietsers te faciliteren door de gebiedsontwikkelingen op Zeeburgereiland en IJburg?
Onderbouw deze vragen kwantitatief op basis van de mobiliteitsprognoses per reisrichting en de capaciteit van de ov- en fietsontsluitingen. De samenvattende, centrale vraag, die daarbij
moet worden beantwoord is: ‘’Welke problemen zijn er nu en in de toekomst per reisrichting
en hoe kunnen deze worden opgelost3?’’
Welke eerdere keuzes liggen ten grondslag aan dit project? Voor de ontwikkeling van Zeeburgereiland en IJburg zijn diverse visies, programma’s en plannen opgesteld en er zijn besluiten genomen op verschillende beleidsterreinen4. De
Commissie benadrukt het belang van een logische, navolgbare en concrete vertaling van deze
programma’s naar de doelstellingen voor dit project. Geef daartoe in het MER een helder
overzicht van eerder genomen (kaderstellende) besluiten, de status ervan en hoe die hebben 3
Deze tweede vraag moet worden beantwoord in het hoofdstuk waarin de alternatieven en varianten worden ontwikkeld en
beschreven. 4
Zoals onder andere het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg, de Structuurvisie Amsterdam 2040, de Omgevingsvisie 2050, de Agenda Amsterdam Autoluw, het Programma Sprong over het IJ.
52 -3-
geleid tot de doelstellingen voor de bereikbaarheid van Zeeburgereiland en IJburg. Geef ook aan welke problemen bij deze besluitvormingsprocessen zijn gesignaleerd en welke
oplossingsrichtingen vervolgens voor de Verbinding Zeeburgereiland en IJburg zijn gekozen of juist afgevallen. Geef hierbij aan in hoeverre milieueffecten zijn meegewogen. Ga in het MER concreet in op de volgende vragen: •
Welke concrete bereikbaarheidsopgave is vanuit het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en
IJburg en vanuit opgaves vanuit andere stadsdelen5 meegegeven aan de Verbinding
Zeeburgereiland in alle reisrichtingen? Beschouw deze opgave als toetsingskader voor de mate waarin de alternatieven en varianten de genoemde knelpunten oplossen. •
Wat is de samenhang tussen het project Verbinding Zeeburgereiland en IJburg en de ontwikkelingen in omliggende stadsdelen? Welke keuzes voor Zeeburgereiland
beïnvloeden de bereikbaarheid elders in positieve of negatieve zin? Welke maatregelen elders bepalen juist de bereikbaarheid van Zeeburgereiland en IJburg?
•
Zijn er nog andere doelstellingen of eisen ten aanzien van de houdbaarheidstermijn van
projecten in relatie tot hoog water, die van belang zijn voor dit project en de ontwikkeling van alternatieven en varianten? Betrek hierbij bestaand beleid6.
Samenhang met andere maatregelen uit het Mobiliteitsplan De NRD noemt een aantal maatregelen uit het Mobiliteitsplan die niet tot het project
Verbinding Zeeburgereiland behoren maar er wel mee samenhangen7. De Commissie
adviseert hiervan een overzicht te geven8. Maak ten behoeve van de besluitvorming
inzichtelijk welke van deze maatregelen –zo nodig concreter ingekleurd- randvoorwaarden
vormen voor het halen van de doelen van het project Verbinding Zeeburgereiland. Geef ook
aan welke onzekerheden of risico’s het niet doorgaan hiervan met zich meebrengt. Neem hierbij actuele ontwikkelingen en veranderingen in plannen of situaties in
beschouwing. Beschrijf welke bandbreedtes dit geeft in het verkeersaanbod voor ov en fiets. Ga daarbij in ieder geval in op (de functie van) de Oostbrug en de pontverbinding tussen
Sluisbuurt en Sporenburg. Geef aan wat het niet of op een andere manier doorgaan van deze vaarverbinding betekent voor dit plan9.
5 6
Betrek hierbij de kwantitatieve (autonome) bereikbaarheidsopgaves van Stadsdeel Noord en andere relevante delen.
Denk hierbij aan de Mobiliteitsaanpak 2030 en Uitvoeringsagenda, Meerjarenplan Fiets 2017 – 2022, Nota varen, deel 2,
Richtlijnen Vaarwegen 2020, Amsterdams Geluidbeleid 2016 Hogere waarde Wet geluidhinder, Actieplan Schone lucht, Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050, Amsterdamse Gedragscode Flora- en faunawet. 7
Zoals onder andere het project Realisatie tramstalling, tijdelijk pont Sluisbuurt – Sporenburg, het gebruik van de Oostbrug voor fietsers en het project verlenging IJtram naar Strandeiland. De ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied werken als communicerende vaten. Als er iets in de keuzes, uitvoering of timing verandert, heeft dit een direct effect op andere projecten.
8 9
In verschillende zienswijzen wordt hierop en op andere opties gewezen.
Concreet: wat gebeurt er als de permanente verbinding voor de pont van Sluisbuurt naar het Oostelijk havengebied niet door zou gaan. Welke consequenties zou dit hebben voor de benodigde capaciteit van de Amsterdamsebrug en op de
inrichting van de hoofdfietsstructuur of andere verkeersmaatregelen in het plangebied? Ditzelfde geldt voor een besluit over de Oostbrug en het eventuele medegebruik door openbaar vervoer.
53 -4-
Geef omgekeerd ook aan wat het wel of niet bereiken van de doelstellingen van de
Verbinding Zeeburgereiland en IJburg (paragraaf 2.5) betekent voor de andere projecten binnen het Mobiliteitsplan.
Toetsbare doelstellingen van het project Vertaal de gesignaleerde problemen (paragraaf 2.2), de doelstellingen uit de overkoepelende programma’s (paragraaf 2.3) en de onzekerheden uit de andere projecten (paragraaf 2.4)
naar concrete en toetsbare doelstellingen voor de Verbinding Zeeburgereiland. Geef hierbij ook invulling aan de in de NRD genoemde algemene doelstellingen (tijdig, toekomst-vast,
samenhangend, inpasbaar, duurzaam, inclusief)10. Werk de doelstellingen uit voor: • •
de beoogde modaliteitsverdelingen;
de benodigde (rest)capaciteit voor ov en fiets, uitgewerkt in de tijd en voor alle relevante reisrichtingen;
• •
de vervoerwaarde11;
de inpasbaarheid (nautische veiligheid, ruimtelijke kwaliteit).
De doelstellingen moeten zodanig worden geformuleerd dat op basis hiervan logische alternatieven en varianten kunnen worden ontwikkeld.
Te nemen besluit(en) De procedure voor de milieueffectrapportage wordt doorlopen voor een Voorkeursbeslissing, zoals opgenomen in de Omgevingswet. Deze komt juridisch overeen met het
voorkeursbesluit volgens het Plan- en Besluitvormingsproces Infrastructuur (PBI). Geef aan of er andere besluiten genomen zullen worden voor de realisatie van het
voornemen. Geef aan welke besluiten dit zijn, wie daarvoor het bevoegde gezag is en wat globaal de planning is.
Alternatieven en varianten Selectieproces
De NRD beschrijft een groot aantal alternatieven en varianten en geeft aan welke daarvan in het MER zullen worden onderzocht en welke niet. In een aantal gevallen hebben bij deze
afweging vooral technische en financiële aspecten een rol gespeeld. Neem in het MER een
overzicht op van de beschouwde alternatieven en varianten. Laat zien of en zo ja hoe bij het
selectieproces milieueffecten én de bijdrage van een alternatief/variant aan het realiseren van de gestelde doelen (paragraaf 2.5) een rol hebben gespeeld.
Geef een onderbouwing van het gekozen uitvoeringsniveau en de reikwijdte van de alternatieven en varianten.
11
Het verwachte aantal reizigers op grond van inwoneraantal, werkgelegenheid en overige voorzieningen, gerelateerd aan de
binnen die regio geldende voor- en natransportafstanden.
54 -5-
Verder zijn alternatieven afgevallen die voor Zeeburgereiland onvoldoende scoren in het
oplossen van de knelpunten, maar voor bijvoorbeeld Stadsdeel Noord mogelijk wel kunnen
bijdragen aan de bereikbaarheidsdoelstellingen daar. Geef een beschouwing in hoeverre de
keuzes voor Zeeburgereiland het behalen van de bereikbaarheidsdoelstellingen van de
aangrenzende gebieden beïnvloeden en welke potentiële risico’s dit met zich meebrengt12. Geef aan of en zo ja welke consequenties dit heeft voor de selectie van alternatieven13.
Ontwikkeling van alternatieven en varianten
Onderzoek vervolgens in het MER of met logische combinaties van alternatieven en varianten
de doelstellingen bereikt worden. Beschouw hierbij ook alternatieven waarbij
tussenoplossingen worden benut14. Dat voorkomt dat structurele oplossingen, die meer tijd
en geld kosten, te snel afvallen. Ontwikkel ook mogelijke terugvalopties bij uitval van het ov door een calamiteit. Geef aan welke flexibiliteit er is om bij te stellen als er tussentijds
veranderingen in andere plannen optreden.
Geef per alternatief aan welke risico’s er zijn voor het niet halen van de doelstellingen als er
wijzigingen in aanpalende projecten optreden, die eerder als randvoorwaarden zijn
beschreven (zie paragraaf 2.4).
Bestaande milieusituatie en milieugevolgen Referentie Beschrijf de bestaande toestand van het milieu in het studiegebied. Beschrijf ook de te
verwachten milieutoestand als gevolg van de autonome ontwikkeling, als referentie voor de te verwachten milieueffecten. Daarbij wordt onder de 'autonome ontwikkeling' verstaan: de
toekomstige milieutoestand zonder dat de voorgenomen activiteit of één van de alternatieven wordt gerealiseerd. Ga bij beschrijving van deze ontwikkeling uit van te verwachten
veranderingen in de huidige activiteiten in het studiegebied en van nieuwe activiteiten waarover reeds is besloten zoals de Sluisbuurt op Zeeburgereiland.
Scenario
Het Markermeer speelt een belangrijke rol in de Nederlandse waterhuishouding. Beheersing van de zoetwatervoorraad is voor de nog steeds groeiende randstad van groot belang. Zeeburg en IJburg liggen midden in dit belangrijke meer. Peilopzet was een van de
maatregelen uit het Nationale Waterplan 2016 en het Beheer- en Ontwikkelplan Rijkswateren 2016, maar beide plannen naderen het einde van de planperiode. Er zijn dus nieuwe,
aangescherpte doelen te verwachten, die zullen worden geïntegreerd en vastgelegd in het
12
Zie het advies van Stadsdeel Noord, op basis van Mobiliteitsplan Noord en het advies ‘Genereus verbonden, een conceptinrichtingsplan voor het IJ in Amsterdam als robuust en toekomstvast waterkruispunt’ van de Adviescommissie Oververbindingen Rijkwateren Amsterdam.
13
Stadsdeel Noord geeft aan dat alternatief 8c waardevol is voor de mobiliteit in Noord, terwijl deze voor Zeeburgereiland
14
Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een bus die een traject gaat rijden dat later op andere manier ingericht zou
onvoldoende scoort. Hoe wordt hier bijvoorbeeld mee omgegaan?
kunnen worden, bijvoorbeeld voor een tram of metro of voor nog een andere optie.
55 -6-
Nationaal Water Programma 2022-202715. Ga in een gevoeligheidsanalyse na of en welke dit consequenties heeft voor de alternatieven voor de voorkeursbeslissing.
Effectbepaling De milieueffecten van de alternatieven moeten onderling en met de referentiesituatie worden
vergeleken. Doel van de vergelijking is laten zien in hoeverre de alternatieven andere effecten veroorzaken. Vergelijk bij voorkeur op grond van kwantitatieve informatie en betrek daarbij
de grens- en streefwaarden van het milieubeleid. Geef daarnaast voor ieder alternatief aan in hoeverre daarmee de gestelde doelen worden gerealiseerd.
Laat zien voor welke milieuaspecten er onvoldoende informatie is door gebrek aan gegevens. Spits dit toe op aspecten die in de besluitvorming een belangrijke rol spelen, zodat de
consequenties van het tekort kunnen worden beoordeeld. Geef ook aan hoe ontbrekende gegevens op korte termijn kunnen worden ingevuld. Onderscheid effecten die optreden
tijdens de aanlegfase en effecten die zich in de gebruiksfase voordoen
Mobiliteit De hoofdvraag die het plan-MER moet beantwoorden, is hoe Zeeburgereiland en IJburg in
meerdere reisrichtingen optimaal per ov en fiets zijn te ontsluiten16. Gezien de probleem- en
doelstelling, zouden in het MER voor de (vier) onderscheiden reisrichtingen17 de onderstaande effecten moeten worden beschreven18:
•
De modal-split, als indicator voor een duurzaam en toekomstbestendig vervoerssysteem. Immers, hoe groter het aandeel fiets, en daarna het aandeel ov, hoe duurzamer het systeem.
•
De reistijdfactor voor zowel fiets- als ov-verbindingen. Dat biedt inzicht in de
concurrentiekracht van de oplossingen. •
Er geldt een hoge ambitie voor de maatregelen voor fietsers. Gezien die ambitie, dient
het MER in dit plan-stadium ook inzicht te geven in de ‘fietskwaliteit’ van oplossingen op
netwerkniveau, met bijvoorbeeld aandacht voor zaken als samenhang, directheid (omrijfactor) en aantrekkelijkheid (omgevingskwaliteit en sociale veiligheid).
Indien maatregelen de mobiliteit en leefbaarheid in de omliggende stadsdelen en wijken beïnvloeden, dienen deze effecten ook te worden beschreven19.
15
Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de Milieueffectrapportage voor het nationaal Water Programma 2022 – 2027, 28
16
De gemeente Amsterdam hanteert hiervoor de volgende criteria: tijdig, toekomst-vast, robuust, kostenefficiënt en
oktober 2019.
duurzaam. Voor het MER zijn vooral de milieueffecten van belang. 17
Indien er reisrichtingen zijn afgevallen en niet meer in het MER worden behandeld, dient dit te worden gemotiveerd, met
verwijzing naar de doelstellingen van het project. 18
Deze thema’s vallen overigens eerder onder doelbereik dan dat ze bij effecten horen. Tegelijkertijd zijn enkele thema’s onder doelbereik juist weer meer als effecten te bezien, zoals exploitatiekosten, beheer en onderhoud.
19
Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld de Indische Buurt en Stadsdeel Noord. Zo wijst Stadsdeel Noord erop dat er
parkeeroverlast bij de Schellingwouderbrug ontstaat, omdat zich hier een opstapplek voor OV en fiets ontwikkelt voor het verkeer naar het centrum.
56 -7-
Nautische effecten
Benut de Richtlijnen Vaarwegen voor het bepalen van nautische effecten van de alternatieven. Denk hierbij aan de aanleg van een nieuwe brug over het kanaal. Het ontwerp van de
Amsterdamse brug wordt in hoge mate bepaald door het besluit van Rijkswaterstaat over de uiteindelijke hoogte ervan en over de breedte van het Amsterdam Rijnkanaal20. Geef in het
MER aan wat dit betekent voor de varianten.
Natuur Maak in het MER een globale omgevingsanalyse van de natuur in het studiegebied. Geef
daarbij een algemeen beeld van de natuurwaarden, de verschillende landschappen en de aanwezige soortgroepen in het studiegebied. Geef de waardevolle gebiedsdelen (Natura
2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (NNN)) op kaart aan.
Geef vervolgens aan welke kenmerkende habitats en soorten aanwezig zijn inclusief hun
onderlinge relaties. Beschrijf de instandhoudingsdoelstellingen hiervoor en of er sprake is
van een behoud- of verbeterdoelstelling. Beschrijf de autonome ontwikkeling van de natuur in het gebied.
Geef aan voor welke dieren en planten er aanzienlijke gevolgen te verwachten zijn als gevolg
van de aanleg- of gebruiksfase, wat de aard van de gevolgen is en wat deze gevolgen voor de populaties betekenen.
Stikstof
Stikstofdepositie is een belangrijke oorzaak voor de achteruitgang van de biodiversiteit in
Nederland. Het voornemen kan mogelijk een toename van stikstofdepositie op al overbelaste Natura 2000-gebieden21 en NNN-gebieden veroorzaken in de aanleg- en de gebruiksfase.
Beschrijf in het MER de gevolgen van extra NOx-deposities in de aanlegfase op het/de Natura
2000-gebied(en) en het/de NNN-gebied(en).
Het voornemen en de alternatieven moeten uitvoerbaar zijn binnen de kaders van de Wet natuurbescherming (Wnb). Toon in het MER aan dat dit het geval is.
Leefomgeving De impact van de aanleg- en gebruiksfase op de leefomgeving is naar verwachting
onderscheidend voor de alternatieven. Breng dit op planniveau in beeld zodat het een plaats kan hebben in de integrale afweging van alternatieven. Neem daarbij het aspect gezondheid
integraal mee, waarbij ook bovenwettelijke effecten worden meegewogen. Laat ook zien in welke mate de alternatieven ten opzichte van de autonome situatie bijdragen aan de
beleidsmatige ambities van de gemeente op het gebied van geluid, het terugdringen van
luchtverontreinigende emissies van gemotoriseerd verkeer, fietsbeleid en gezondheid en het klimaat.
20
Deze keuze bepaalt welke ruimtelijke reservering bij op- en afritten en in verband met de hellingshoek moet worden
gemaakt. 21
Markermeer & IJmeer en Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske.
57 -8-
Lu c h t
Om het voornemen en de alternatieven met de referentiesituatie te kunnen vergelijken, is het
noodzakelijk om de effecten op de luchtkwaliteit te beschrijven, ook onder de grenswaarden. Breng in dit kader de concentraties van NO2, PM10 en PM2,5 en roet op leefniveau in beeld. Toon verder aan dat de alternatieven haalbaar zijn in het kader van de grenswaarden en
richtwaarden uit de Wet milieubeheer. Maak daarbij gebruik van modelberekeningen die voldoen aan de Regeling beoordeling luchtkwaliteit (2007).
Geluid
Breng voor de referentiesituatie en de alternatieven de geluidbelasting in beeld. Geef de geluidbelasting en maximale geluidniveaus ter hoogte van de woningen binnen de
geluidzone. Het toetsingskader voor de geluidsbelasting is de Wet geluidhinder. Maak
gebruik van modelberekeningen die voldoen aan de Wet geluidhinder en onderliggende
regelingen. Geef een onderbouwing van de inputgegevens van de rekenmodellen. Indien
blijkt dat sprake is van overschrijding van de wettelijke grenswaarde breng dan indicatief in beeld met welke maatregelen deze overschrijding kan worden gemitigeerd en hoe effectief deze maatregelen zijn.
De gemeente heeft haar aanvullende geluidbeleid vastgelegd in het “Amsterdams
Geluidbeleid 2016”22. Laat zien hoe de aanvullende ambities van de gemeente kunnen
worden gerealiseerd en breng daartoe voor de referentiesituatie en alternatieven de volgende zaken in beeld: •
het aantal hogere waarden rekening houdende met cumulatie van verschillende (deels autonome) geluidsbronnen;
• • •
het aantal woningen dat beschikt over een stille gevel;
het aantal woningen dat beschikt over een stille buitenruimte;
het (indicatieve) maatregelpakket nodig voor het nastreven van de beleidsdoelstellingen (stille gevel).
Trillingen
Breng het aantal woningen in beeld binnen respectievelijk 25 en 50 meter afstand tot de as van de nieuwe verbinding.
Gezondheid
De Commissie adviseert om in te gaan op gezondheidseffecten. Bekend is dat ook onder
wettelijke normen gezondheidseffecten kunnen optreden. Gebruik onder andere de bij de deelonderzoeken geluid en luchtkwaliteit (zie voorgaande paragrafen van dit advies)
verkregen informatie om in te gaan op het aspect gezondheid. De Commissie adviseert voor het aspect gezondheid de volgende effecten op planniveau in beeld te brengen: • •
De gezondheidswinst van fietsen als gevolg van de modal-shift tussen fietsen en OV.
Het effect van geluidhinder op de omwonenden als gevolg van de gebruiksfase van de alternatieven in klassen van gehinderden (vanaf de WHO-advieswaarde voor
wegverkeerslawaai). •
Het effect van roet op de omwonenden als gevolg van de uitstoot van het gemotoriseerd
wegverkeer (al dan niet tijdelijk busverkeer en of de automodaliteit) van de alternatieven ten opzichte van de autonome situatie.
22
Amsterdams Geluidbeleid 2016, Hogere waarde Wet geluidhinder, vastgesteld door het college van B&W op 5 maart 2019.
58 -9-
Ruimtebeslag en ruimtelijke kwaliteit
De gemeente heeft hoge ambities voor de leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale
veiligheid op Zeeburgereiland en in ruimere zin in het studiegebied23. Beschrijf wat het effect van de maatregelen hierop is. Het gaat daarbij niet alleen om ambities voor het
bouwprogramma en de mobiliteit, maar ook voor de invulling van de openbare ruimte,
energietransitie, recreatie en groen. De maatregelen zullen ruimte innemen en beslag leggen op ruimte, hetgeen mogelijk ten koste van groen gaat. Geef daarom voor de systeemkeuze tussen de alternatieven globaal aan wat het ruimtebeslag is en laat zien wat de inpassingmogelijkheden mét groen zijn.
Klimaatmitigatie en -adaptatie Maak inzichtelijk hoe invulling kan worden gegeven aan de gemeentelijke ambities om op relatief korte termijn een emissievrije zone te hebben waaronder ook Zeeburg (2025) en IJburg (2030).
Breng de uitstoot van broeikasgassen in beeld voor de aanleg- en gebruiksfase. Neem daarbij
de modal-shift tussen fietsen en ov en zo nodig het wegverkeer (bus en of auto-modaliteit)
mee. Beschrijf op welke manier de alternatieven bijdragen aan de klimaatdoelen tot 2050 en de totale gemeentelijke ambities van de gemeente.
Breng per alternatief in beeld welke inspanningen nodig zijn bij de realisatie om te voldoen
aan de ambities en kaders zoals onder meer verwoord in de Strategie Klimaatadaptatie24 en
uitgewerkt in de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie.
Samenvatting van het MER De samenvatting is het deel van het MER dat vooral wordt gelezen door besluitvormers en
insprekers en het verdient daarom bijzondere aandacht. Het moet als zelfstandig document leesbaar zijn en een goede afspiegeling zijn van de inhoud van het MER. Daarbij moeten de belangrijkste zaken zijn weergegeven, zoals: • •
de voorkeursbeslissing en de alternatieven daarvoor;
de belangrijkste effecten voor het milieu bij het uitvoeren van het plan en de
alternatieven, de onzekerheden en leemten in kennis die daarbij aan de orde zijn; •
de vergelijking van de alternatieven en de argumenten voor de selectie van het voorkeursalternatief.
23 24
Zie ook de Zienswijzen uit bijvoorbeeld de Indische Buurt. Vastgesteld in het college van B&W, 11 februari 2020.
59 -10-
BIJLAGE 1: Projectgegevens Advies van de Commissie over het op te stellen MER
De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep geeft aan welke
onderwerpen naar zijn mening moeten worden behandeld in het MER en met welke diepgang. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft een startgesprek tussen de werk-
groep en de gemeente Amsterdam plaatsgevonden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep
Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ing. Robert van Bommel
ir. Annemie Burger (voorzitter) drs. Tjeerd Gorter (secretaris) ing. Peter Kroeze
ing. Gert Schouwstra BPM Besluit waarvoor dit milieueffectrapport wordt opgesteld
Voorkeursbeslissing zoals opgenomen in de Omgevingswet. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld?
Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist
zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Een MER kan ook nodig zijn omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die
in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom wordt een plan -MER opge-
steld.
Bevoegd gezag besluit
Gemeenteraad van Amsterdam. Initiatiefnemer besluit
College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Bevoegd gezag m.e.r.-procedure
College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?
De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag tot en met
16 december heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER.
Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft gebruikt?
U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3536 in te vullen in het zoekvak.
60
61
LAS22023