CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag en beleidsevaluatie VTH Bouw & Gebruik 2023

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 12 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief en jaarverslag en beleidsevaluatie VTH Bouw & Gebruik 2023 (VN2025-000807)21.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023

Vergun­ning­verlening, Toezicht en Hand­ having Bouw & Gebruik

Bestuurlijke samenvatting

Voor u ligt het ‘Jaarverslag en beleidsevaluatie VTH Bouw & Gebruik 2023’ van de gemeente Amsterdam. In dit jaarverslag wordt beschreven wat de inspanningen en resultaten zijn van de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in 2023. Het gaat om alle VTH-taken voor bouwen en gebruik. Zoals de vergunningverlening, toezicht en handhaving op de staat van bestaande gebouwen en op het slopen, (ver)bouwen en het gebruik van gebouwen. Maar ook de vergunningverlening, toezicht en handhaving van onder meer exploitatievergunningen voor horeca, evenementen, ligplaatsen en huisvesting. Deze taken zijn uitgevoerd door de stadsdelen, de directies Wonen, Ruimte & Duurzaamheid, Brandweer Amsterdam-Amstelland (BAA) en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Naast de verslaglegging over de uitvoering van de VTH-taken in 2023, is in dit stuk ook de jaarlijkse evaluatie van het geldende beleid opgenomen. Aan de hand van gevoerde gesprekken zijn opvallende ontwikkelingen en de werking van beleidsstrategieën zichtbaar geworden. Dit maakt evaluatie van het beleid mogelijk. Per thema is onder het kopje ‘Duiding en evaluatie’ deze beleidsevaluatie opgenomen. Werkt een strategie uit het beleid goed? Of juist niet? Is er aanscherping nodig? Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de Wabo komen te vervallen.

Daarmee is dit het laatste jaarverslag dat is gebaseerd op de thematiek en indeling van het VTH Wabo-beleid. Per 1 januari 2024 geldt het VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024, waarop het eerstvolgende jaarverslag zal worden gebaseerd. De invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en de Wet Kwaliteitsborging heeft tevens zijn schaduw vooruit geworpen. Veel medewerkers van VTH zijn hierbij betrokken om te zorgen dat deze grote wijziging goed uitgevoerd kan worden.

2

Relevante (beleids)documenten De kaders voor de uitvoering van de VTH-taken Bouw & Gebruik voor 2023 zijn vastgelegd in de onderstaande documenten: • Handhavingsbeleid Wabo 2e helft 2017-2018 inclusief bijstelling 2021 • Vergunningenbeleid Wabo 2019 • Uitvoeringsprogramma Wabo 2023 • VTH-uitvoeringsprogramma gemeente Amsterdam van de OD NZKG 2023 • Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Amsterdam • Aanpak Nulmeting Woonboten inclusief de Handhavingsstrategie Woonboten • Beleidsregels over het onderzoek en handhaving van de bestaande funderingen • Beleidsregel bestuurlijke boete, sluiting en beheerovername op grond van de Woningwet

Enkele punten uit de beleidsevaluatie, trends en ontwikkelingen Hieronder staan enkele trends opgesomd die in 2023 zichtbaar zijn geworden. In deze bestuurlijke samenvatting zijn de meest in het oog springende trends en beleidsevaluatiepunten opgenomen. Voor het volledige overzicht wordt verwezen naar het hoofdstuk 11 ‘Gevolgen voor beleid en uitvoering’. Daarnaast zijn er bevindingen en resultaten van de jaarevaluatie over 2023 die laten zien dat de gekozen beleidsstrategieën op onderdelen succesvol zijn en op andere punten aanscherping behoeven. Deze punten zijn meegenomen bij de ontwikkeling van het VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024. • VTH kenmerkt zich naast een programmatische aanpak ook als wendbare en flexibele organisatie. Er gaat veel capaciteit naar incidenten en onverwachte gebeurtenissen waar we acuut op inspelen. • Bouwen in een drukke stad als Amsterdam gaat gepaard met overlast en andere uitdagingen. We zien dit op verschillende manieren terugkomen bij VTH. Voorbeelden zijn bouwdynamiek, en geluidsoverlast. Inzet op het beperken van de overlast en de inzet van communicatie om de juiste verwachtingen te scheppen is daarom van groot belang. Conform het beleid wordt bij grote

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

•

•

•

•

bouwwerken standaard een startgesprek ingepland van de toezichthouder met de bouwer/uitvoerder. Te bespreken onderwerpen zijn bouwdynamiek, veiligheid en geluidoverlast voor de omgeving. De afspraken hierover worden vastgelegd in het dossier. Deze inzet vereist veel capaciteit van de gemeentelijke VTH organisatie. Brandveiligheid is een belangrijk actueel thema. De constateringen tijdens het onderzoek naar de brand bij tijdelijke containerwoningencomplex aan de Riekerhaven en bij de overige tijdelijke unitbouw met woonfunctie, hebben de gemeente Amsterdam en de Veiligheidsregio aanleiding gegeven om aan te dringen bij het ministerie van BZK op het aanscherpen van de brandveiligheidsregels voor -onder anderede eisen bij tijdelijke unitbouw. De huidige landelijke regels voor brandveiligheid achten wij onvoldoende toereikend voor de actuele brandveiligheidsrisico’s. De richtlijn “Wegwijzer Brandveiligheid Unitbouw”, wordt geactualiseerd en er wordt een nieuwe praktijkrichtlijn (NPR 6668) opgesteld. Verder heeft de minister aangegeven de brandveiligheid van de gebouwschil te bespreken met de sector. De ontwikkelingen op dit thema zullen de komende periode veel aandacht van VTH vergen. Monumenten en de beschermde status hiervan kan soms tot dilemma’s leiden bij verduurzamings­ ambities. Samen met Monumenten en Archeologie is een leidraad maatregelen voor monumenten opgezet.

Het betreft het formuleren van maat­ regelen met betrekking tot bijvoorbeeld voorzet­ ramen, speciaal glas, etc. Tevens zijn pilots opgezet om samen met bewoners van monumentale panden te zoeken naar oplossingen voor knelpunten die ontstaan bij renovatie of verbouw of het plaatsen van warmtepompen. Aan dit onderwerp en de oplossingen hiervan wordt door VTH samen met andere partners verder gewerkt om de doelen zo goed mogelijk te realiseren binnen de kaders. Ten aanzien van de woonvergunningen is in 2023 een duidelijke stijging zichtbaar in de aanvragen om splitsingsvergunningen en vergunningen voor woningvorming. Hiermee is een groot aantal woningen aan de woningvoorraad toegevoegd. Gebiedstoezicht is het actief opsporen van illegale activiteiten. Gebiedstoezicht waarbij alleen vanaf de straat wordt gekeken is voor het constateren van strijdig gebruik geen toereikende strategie. Niet toegestaan gebruik is niet zomaar te constateren. Toezichthouders hebben in het voorbijgaan van een pand niet alle gebruiksregels als parate kennis.

3

•

•

Gebruiksovertredingen zijn minder opvallend dan bouwen in strijd met de bestemmingsplanregels. Het vindt voornamelijk plaats ‘achter de gevel’. Via gebiedstoezicht is niet alles te zien wat in een pand gebeurt. De strategie voor het constateren van strijdig gebruik moet worden aangescherpt naar een vorm van informatiegestuurd toezicht. Dit is meegenomen in de ontwikkeling van het VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024, dat op 1 januari 2024 in werking is getreden. Om adequaat te kunnen optreden tegen overtredingen bij evenementen is hiervoor een Handhavingsstrategie nodig. In de projectmatige aanpak rondom het VTH-proces bij evenementen is dit reeds opgepakt. Doorontwikkeling van de Handhavings­strategie overtredingen evenementen vindt plaats in 2024. Verder vindt in 2024 de besluitvorming over het Beleidskader horeca en terrassen plaats. In dit beleidskader zijn nieuwe instrumenten voor sturing op de horeca opgenomen, dit betekent een uitbreiding van het takenpakket van VTH. Ook vindt in 2024 de start van de ontwikkeling van een nieuw evenementenbeleid plaats. VTH levert een actieve bijdrage daaraan als ketenpartner in en uitvoerder van het proces. In 2023 is gestart met de eerste voorbereidingen hierop. Daarnaast moet het VTH-domein Bouw & Gebruik zich voorbereiden op de wijziging van het evenementenbeleid en het nieuwe horecabeleid.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Versie: 24-07-2024

Inhoud

5

1. Algemeen

7

2. Bouwen

11

3. Slopen

17

4. Brandveilig gebruik

20

5. Monumenten

24

6. Kwaliteit bestaande bouw

27

7. Planologisch gebruik en wonen

30

8. Milieu en APV, Alcoholwet en Wok

34

9. Prostitutie, escort en massagesalons

40

10. Overige Wabo-vergunningen

45

11. Gevolgen voor beleid en uitvoering

48

Bijlage I: Specifieke thema’s en informatie per stadsgebied/stadsdeel

51

Bijlage II: Kengetallen

57

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Deel 1:

Algemeen

1. Algemeen

In dit jaarverslag wordt beschreven wat de inspanningen en resultaten zijn van de uitvoering van ver­gunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in 2023 in de gemeente Amsterdam. Per 24 maart 2022 zijn de gemeenten Amsterdam en Weesp formeel samengevoegd. De voormalige gemeente Weesp is een stadsgebied binnen de gemeente Amsterdam geworden. Het jaarverslag ziet daarmee ook op de VTH taakuitvoering binnen stadsgebied Weesp. Het gaat om alle VTH-taken voor bouwen en gebruik. Zoals de vergunningverlening, toezicht en handhaving op de staat van bestaande gebouwen en op het slopen, (ver)bouwen en het gebruik van gebouwen. Maar ook de vergunningverlening, toezicht en handhaving van onder meer exploitatievergunningen voor horeca, evenementen, ligplaatsen voor woonboten en van de huisvestingsverordening. Deze taken zijn uitgevoerd door de stadsdelen, de gemeentelijke directies Wonen, directie Ruimte & Duurzaamheid, Brandweer Amsterdam-Amstelland (BAA) en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.

1.1 Programmatische uitvoering VTH-taken Professionele uitvoering van de VTH-taken vindt in Amsterdam programmatisch en cyclisch plaats. Dat betekent dat professionele uitvoering van de VTHtaken plaatsvindt op basis van inzichtelijke keuzes. De uitvoering is gericht op het bereiken van vooraf afgesproken resultaten. Het beleid wordt jaarlijks geëvalueerd en de resultaten worden gebruikt voor het (eventueel) bijstellen van prioriteiten, doelen, strategieën en concrete activiteiten.

1.2 Prioriteiten Wabo in 2023 Programmatische uitvoering van de VTH-taken begint met een probleem- en risicoanalyse van de verschillende VTH-thema’s. Aan de hand van die analyse zijn de thema’s geprioriteerd. De risico analyse is opgenomen in het Handhavingsbeleid Wabo en het Vergunningenbeleid Wabo. Hierbij is een risicogerichte benadering gehanteerd: hoe hoger de risico’s van niet-naleving, hoe hoger de prioriteit. Vervolgens zijn doelen gesteld en doelgroepgerichte strategieën bepaald. De resultaten van de risicoanalyse en de hieruit resulterende prioriteiten voor elk van de thema’s zijn weergegeven in de tabel op de volgende pagina.

Bewoners, Ondernemers, Bezoekers Gebiedsgericht werken

Uitvoeren

Voorbereiding en werkwijze

Opgave

Monitoren

Programmeren

Evaluatie en probleemanalyse

Opgave

Bepalen strategieën

Prioriteiten en doelen

7

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Nr.

Thema

Prioriteit

1

Asbestverwijdering

Hoog

2

Milieu-1 (inrichtingen categorie C-F)

Hoog

3

Bestemmingsplannen (strijdig gebruik)

Hoog

4

Realisatie grote bouwwerken (BOM B1-B8)

Hoog

5

Brandveilig gebruik

Hoog

6

Milieu-2 (energiebesparing)

Hoog

7

Constructieve veiligheid bestaande bouw

Gemiddeld

8

Gebouwkwaliteit

Gemiddeld

9

Slopen (zonder asbest)

Gemiddeld

10

Realisatie kleinere bouwwerken (BOM A1-A2)

Gemiddeld

11

Monumenten

Gemiddeld

12

Milieu-1 (inrichtingen categorie A-B)

Gemiddeld

13

Indirecte lozingen

Laag

14

Overige Wabo-vergunningen en aanhakers

Laag

1.3 Uitvoering Wabo De Wabo-gerelateerde VTH-taken werden in 2023 door verschillende uitvoeringsorganisaties uitgevoerd: stadsdelen, de Omgevingsdienst Noordzeekanaal­ gebied (OD NZKG) en een aantal directies. Uitvoering­ organisaties en ketenpartners weten elkaar te vinden en de gezamenlijke aanpak resulteert in een beter inzicht in de inspanningen, de benodigde capaciteit en de vraagstukken die spelen in de stad. Taakuitvoering door de OD NZKG Gemeenten zijn verplicht om bepaalde uitvoeringstaken bij de omgevingsdiensten onder te brengen: de ‘basistaken’1. In de praktijk gaat het om de Wabotaken voor milieuvergunningplichtige inrichtingen, het behandelen van Meldingen Activiteitenbesluit en toezicht en handhaving op een aantal in het Besluit omgevingsrecht genoemde activiteiten (onder andere in verband met natte koeltorens en asbest). Ook moeten de gemeenten en provincies die deelnemen in een omgevingsdienst er gezamenlijk voor zorgen dat zij een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid (VTH-strategie) vaststellen voor de basistaken. In 2019 is de VTH-strategie van de OD NZKG bestuurlijk vastgesteld. Aan deze VTHstrategie is een ontwikkelagenda gekoppeld. Het doel van die ontwikkelagenda is om met de OD NZKG en de deelnemende gemeenten en provincies de gezamenlijke beleidscyclus te optimaliseren.

1

Daarnaast heeft Amsterdam diverse ‘plustaken’ (onder andere bouwen, brandveiligheid, slopen, etc.) ondergebracht bij de OD NZKG. Deze plustaken zijn ingebracht ter ondersteuning van de stadsdelen en voor de uitvoering van de VTH-taken in de grootstedelijke gebieden. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied rappor­ teert in een eigen jaarverslag over de uitvoering van de VTH-taken die namens de gemeente Amsterdam zijn uitgevoerd (basis- en plustaken). De Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek rapporteert in een eigen jaarverslag over de uitvoering van de VTHtaken die namens de (toenmalige) gemeente Weesp zijn uitgevoerd. Taakuitvoering door de directies Bij de uitvoering van de VTH-taken zijn verschillende directies betrokken. Ruimte & Duurzaamheid is opdrachtgever vanuit gemeente Amsterdam aan de OD NZKG. Daarnaast adviseert Ruimte & Duurzaamheid op aanvragen die afwijken van de ruimtelijke regels. Ook voert zij beleidstaken uit op het gebied van (onder andere) ruimtelijke ordening, stedenbouw en duurzaamheid. Monumenten en Archeologie maakt onderdeel uit van Ruimte & Duurzaamheid en is als gemeentelijk kenniscentrum het aanspreekpunt voor belang­ hebbenden en belangstellenden voor het Amsterdamse erfgoed.

Bij de uitvoering van VTH-taken bij een monument worden zij betrokken als adviseur door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (per 1 januari 2024 de commissie Omgevingskwaliteit) en de stadsdelen. Wonen richt zich via een projectmatige aanpak op verschillende stedelijke opgaven binnen het thema woningkwaliteit en woonfraude. In die projectmatige aanpak worden Wabo-bevoegdheden ingezet. Afstemming met stadsdelen en stadsgebied Weesp op inzet en bijdrage vindt onder meer plaats via de verschillende programma’s en projectplannen. Over de programma’s, zoals het programma Woningkwaliteit, wordt separaat gerapporteerd aan het bestuur.

De basistaken waren in 2023 te vinden in artikel 7.1 en bijlage IV van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

8

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Verdeling verantwoordelijkheden tussen wethouder en stadsdelen vergunningverlening In grote lijnen zijn alle VTH -bevoegdheden door het college gemandateerd aan het bestuur van der stadsdelen en stadsgebied Weesp. In beginsel heeft de stedelijk wethouder bij deze bevoegdheidsverdeling geen zelfstandige rol. Het college als mandaatgever kan formeel wel zelf de gemandateerde bevoegdheid uitoefenen, maar dit komt in de praktijk nauwelijks voor. De nadere details zijn neergelegd in de ‘Verordening op de Stadsdelen en Stadsgebied Weesp’. Deze verordening is vindbaar op de website2. De ambtelijke organisatie is zo georganiseerd dat de VTH-taken vervolgens (in ondermandaat) worden uitgeoefend door de VTH-managers.

1.4 Inwerkingtreding Omgevingswet per 1 januari 2024 In dit jaarverslag wordt gerapporteerd over de uitvoering van de Wabo-gerelateerde VTH taken in 2023. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de Wabo komen te vervallen. Daarmee is dit het laatste jaarverslag dat is gebaseerd op de thematiek en indeling van het VTH Wabobeleid. Per 1 januari 2024 geldt het VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024, waarop het eerstvolgende jaar­ verslag zal worden gebaseerd. De voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de nodige inzet gevraagd van de VTH uitvoeringsorganisatie. Hier wordt nader op ingegaan in dit stuk.

1.6 Leeswijzer In de hierop volgende hoofdstukken zijn per onderwerp de bevindingen en resultaten in 2023 beschreven. Daarbij zijn ook relevante ontwikkelingen benoemd. Voor de overige uitvoeringsorganisaties wordt separaat gerapporteerd, zoals in paragraaf 1.3 is aangegeven. Waar relevant wordt in een onderwerp naar deze separate rapportages verwezen. Ieder hoofdstuk start met een inleiding op het thema, waarbij in een oranje kader het doel is beschreven. Vervolgens wordt een kwalitatief (beschrijvend) en kwantitatief (cijfermatig) overzicht gegeven van de inspanningen en resultaten op het thema in 2023. Hierna volgt een duiding en evaluatie per thema. Daarbij wordt vermeld of de voor dit thema in het Wabo-beleid opgenomen strategieën effect hebben gehad of verdere aanscherping behoeven. Het jaarverslag wordt in hoofdstuk 11 afgesloten met een meer algemene beschouwing op wat de gevolgen zijn voor beleid en uitvoering van de taakuitvoering in 2023 en verder. In ‘Bijlage I – Specifieke thema’s en informatie per stadsgebied/stadsdeel’ zijn de specifieke bevindingen per stadsdeel/stadsgebied Weesp gebundeld weergegeven. In ‘Bijlage II – Kengetallen’ worden de kengetallen (aantallen/ cijfers) over 2023 weergegeven voor de stadsdelen en stadsgebied Weesp.

1.5 Aanvullende opgaven (stadsdelen en stadsgebied Weesp) In het VTH uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks de VTH-capaciteit geprogrammeerd naar concrete inzet en projecten. Bij de totstandkoming van het VTH uitvoeringsprogramma (VTHup) 2023 is een deel van de beschikbare capaciteit gereserveerd voor het uitvoeren van aanvullende opgaven van de stadsdelen en stadsgebied Weesp. Deze aanvullende opgaven voorzien in een lokale (stadsdeel/gebieds-) prioriteit of behoefte. De stadsdelen en stadsgebied Weesp geven naar eigen inzicht/behoefte invulling aan hun aanvullende opgaven. De aanvullende opgaven waarover informatie beschikbaar is over de uitvoering in 2023, zijn benoemd in de ‘Bijlage I – Specifieke thema’s en informatie per stadsgebied/stadsdeel’.

2

Zie: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR673559/#d114075108e1202

9

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Deel 2:

Bouwen

2. Bouwen

De grote wijzigingen in de bouwregelgeving die in 2023 zouden starten zijn in 2022 opnieuw uitgesteld. De ingangsdatum voor de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) is uiteindelijk 1 januari 2024 geworden. Voor wat betreft het onderdeel ‘verbouwingen’ is de Wkb zelfs uitgesteld tot 1 januari 2025 of later. Hieronder is nader toegelicht welke consequenties dit heeft gehad voor onze organisatie en wat er is gedaan om voorbereid te zijn op het inwerking treden van beide wetten. We willen bewerkstelligen dat bouwwerken constructief en brandveilig ge- of verbouwd worden, de omgevingsveiligheid wordt gewaarborgd en de overlast door bouw wordt verminderd. Voorbereiding op invoering Omgevingswet en WKB Amsterdam heeft zich intensief voorbereid op de komst van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB). De vele wijzigingen van de ingangsdatum heeft van onze organisatie veel flexibiliteit gevraagd bij de voorbereiding op deze omvangrijke stelselwijziging. Zo is door de stedelijke afdeling Ruimte en Duurzaamheid voor geheel Amsterdam 1 stedelijk Omgevingsplan opgesteld, in plaats van de vele bestemmingsplannen. Ale VTH medewerkers hebben cursussen en trainingen gehad.

Er is een startteam ingericht waarin VTH medewerkers uit de verschillende stadsdelen samen hebben gewerkt om deze grote wijzigingen goed voor te bereiden en daarmee onze bewoners en ondernemers zo goed mogelijk te kunnen bedienen. Werkinstructies zijn aangepast zodat de nieuwe werkprocessen goed gevolgd worden. Het ICT systeem is aangepast om de nieuwe processen te ondersteunen. De brieven die verstuurd worden zijn aangepast op basis van de nieuwe wetgeving, beleid en processen. Er is kortom erg veel tijd en energie geïnvesteerd in de voorbereidingen op deze stelselwijzingen. Ook in 2024 zal hier de nodige aandacht naar uitgaan.

Inspanningen en resultaten Ondanks de voorbereidingen op het nieuwe stelstel zijn de werkzaamheden in de stadsdelen gewoon doorgegaan. Vergunningenverlening en toezicht binnen het thema Bouwen zijn uitgevoerd aan de

11

hand van de BOM-systematiek (Bouwtoezicht op Maat). Bouwwerken worden daarbij in verschillende categorieën onderverdeeld: BOM A voor de kleinere bouwwerken en BOM B voor de grotere bouwwerken. Per categorie wordt aan de hand van een risicoinschatting getoetst en toezicht gehouden op de relevante aspecten. De intensiteit en mate van diepgang van toetsing en toezicht is hoger bij complexe (ver)bouwwerkzaamheden. Tijdens het toezicht heeft de constructieve veiligheid en brandveiligheid van gebouwen een hoge prioriteit. Door toezicht te houden tijdens de bouw en verbouw, wordt zorg gedragen voor veilige en gezonde bouwwerken. Overtredingen van de vergunning/bouwregelgeving konden over het algemeen na het geven van mondelinge aanwijzingen (minnelijk overleg) door de toezichthouder op korte termijn worden hersteld of gelegaliseerd. Een bouwstop of een juridisch handhavingstraject was hierdoor in veel gevallen niet noodzakelijk. A.1. Wabovergunningen met de activiteit bouwen Aantallen en tendens Het aantal aanvragen is in 2023 iets afgenomen ten opzichte van 2022: 5.652 in 2023 ten opzichte van 5.911 in 2022. Dit is een afname van bijna 10%. De tendens dat het aantal bouwaanvragen elk jaar iets afneemt, zet dus door. Het aantal verleende vergunningen bedroeg: 4362 (inclusief 21 van rechtswege). In 2022 bedroeg dit aantal nog 4.877. Een afname van iets meer dan 10%.

Het aantal verleende vergunningen voor grote bouwwerken is nagenoeg gelijk gebleven: 857 in 2022 en 871 (inclusief 6 van rechtswege) in 2023. Conceptaanvragen Conform het Vergunningenbeleid wordt er bij een verzoek tot afwijking van het bestemmingsplan (bijvoorbeeld bij transformatie) gestuurd op het indienen van een concept aanvraag. Dit heeft voor de aanvrager als voordeel dat er sneller duidelijk is wat de mogelijkheden zijn. Ook kan de definitieve aanvraag daarna sneller vergund worden, omdat de belangrijkste procedure bij de concept aanvraag al grotendeels is doorlopen.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Vergunningen van rechtswege In 2023 zijn er 21 omgevingsvergunningen van rechtswege verleend: 15 in categorie BOM A en 6 in categorie BOM B. Dit is slechts 0,3 % van het aantal vergunningen. In 2022 bedroeg dat aantal nog 41 (33 in categorie BOM A en 8 in categorie BOM B; is 0,8%). Dit zijn relatief weinig van rechtswege verleende vergunningen, wat van rechtswege is verleend kwam door een technische fout bijvoorbeeld omdat een zaak niet naar boven kwam in het zaakssysteem. Met het inwerking treden van de Omgevingswet verdwijnt overigens de vergunning van rechtswege uit het omgevingsrecht. 2022

2023

2023 t.o.v. 2022

Aanvragen om vergunning

5.911

5.652

Afname van bijna 10%

Verleende vergunningen (inclusief van rechtswege)

4.877

4.362

Afname van iets meer dan 10%

Vergunningen van rechtswege

41

21

Afname van 49%

A.2 Toezicht en handhaving bij activiteit bouwen Er zijn in totaal 1.022 startmeldingen van uitvoering van een vergunning ontvangen van vergunninghouders, en 785 gereed meldingen van bouwactiviteiten. Ondanks de inspanningen om de naleving van deze vergunning te stimuleren wordt dit nog steeds voor een beperkt aantal van de verleende vergunningen (4.362 in 2023) gedaan. Hierdoor zijn toezichthouders niet of te laat op de hoogte van bouwwerkzaamheden en is er een risico van overtredingen en overlast. In totaal zijn er 4.341 inspecties op bouwwerken gehouden. Bij het houden van toezicht probeert de bouwinspecteur als eerste stap om in goed overleg met de overtreder de gebreken op te lossen. Soms lukt dat echter niet en is het nodig om juridische handhaving te starten. Bijvoorbeeld door het opleggen van een (voornemen) tot last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang of bouwstop (stillegging bouw). Dat gebeurde in 2023 slecht 19 keer. Er waren in 2023 geen verdere noemenswaardige incidenten tijdens de uitvoering van bouwwerken. Naast toezicht op het uitvoeren van vergunningen wordt er ook handhavend opgetreden als blijkt dat niet aan de regels wordt voldaan. Burgers, ondernemers en ketenpartners kunnen handhavingsmeldingen en handhavingsverzoeken bij de gemeente/het stadsdeel indienen. Daarin verzoekt de indiener om controle op

12

de regelgeving en als nodig handhaving daarvan. In 2023 zijn er in totaal 183 van dergelijke signalen voor bouw ontvangen. Toezicht op mogelijk illegale bouwactiviteiten gebeurt door fysiek de wijken in te gaan en te letten op containers, bouwmaterialen en andere indicaties die wijzen op bouwwerkzaamheden. Daarbij is er extra aandacht voor de locaties waarvoor een vergunning is aangevraagd, maar gedurende het aanvraagproces is ingetrokken of geweigerd. Verder wordt onder meer toezicht gehouden op basis van signalen van ketenpartners, meldingen, klachten en handhavingsverzoeken.

Trends en Ontwikkelingen Er is in 2023 een raamcontract gesloten voor het extern controleren van opgegeven bouwsommen bij aanvragen omgevingsvergunning. Het doel hiervan is om te controleren of de opgegeven bouwsommen realistisch zijn. Dit heeft geleid tot vele bijstellingen en dus meer realistische bouwsommen en daarmee ook hogere legesinkomsten. Team vergunningen bouw heeft een extra taak: bij elke verleende omgevingsvergunning bouw met een bouwsom boven de 50.000 moet een melding gedaan worden aan het CBS. Al dit soort kleine taken maken dat de werkdruk stijgt.

Aanvullende opgaven bouw Woonboten – bouwgerelateerd Na de uitspraak van de afdeling van april 2014 moesten woonboten worden aangemerkt als drijvend bouwwerk. Dit is later vastgelegd in de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Wvvw) die op 1 januari 2018 inwerking is getreden. Om zicht te krijgen op alle woonboten binnen Amsterdam en de BAG (Basis Administratie Gebouwen) registraties zijn vooraf alle woonboten gecontroleerd op maatvoering en aanwezigheid van een Ligplaatsvergunning, want de voor 2018 geldende Ligplaatsvergunning zou via rechtswege tevens gaan dienen als Omgevingsvergunning. Om dit in kaart te brengen en strijdigheid en illegaliteit tijdig te signaleren werd in 2016 met de Nulmeting voor Woonboten gestart. Er werden helaas veel strijdigheden en illegale situaties geconstateerd. Het college heeft op 15 december 2020 de ‘Aanpak Nulmeting Woonboten’ inclusief de ‘Handhavingsstrategie Woonboten’ vastgesteld. Dit beleidsdocument bevat onder andere regels voor de handhavingstaken voor drijvende bouwwerken: woonboten, varende en stationerende bedrijfsvaartuigen. Het team Project handhaving

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

woonboten voor de afhandeling van handhavingszaken is een stedelijke, projectmatige aanpak ingericht en zijn van start gegaan in 2021. Voor de afstemming en planning over actuele woon­ bootdossiers in de stadsdelen is er een tweewekelijks stedelijk overleg in het leven geroepen: Het Water­ beraad, tegenwoordig georganiseerd via Teams waar­ aan flexibel betrokken partijen kunnen deelnemen. Hierbij zijn o.a. aangesloten: de afdelingen VTH, afdeling Wonen, Waternet, Rijkswaterstaat, Provincie NH en indien gewenst andere betrokken collega’s. Voor ligplaatsen van woonboten zijn er in 2023 108 aanvragen ontvangen, hiervan waren er 49 locaties in Centrum. Wanneer een woonboot wordt verkocht moet de ligplaatsvergunning op naam van de nieuwe eigenaar worden gezet. Er zijn in 2023 voor heel Amsterdam 300 aanvragen voor wijziging tenaam­ stelling van een Ligplaatsvergunning ontvangen en opnieuw verleend. In Weesp lag de bevoegdheid voor toestemming van het gebruik van het water door woonboten bij Waterschap AGV en werd hiervoor geen Ligplaats­ vergunning verleend maar organiseerde AGV het gebruik met een huurovereenkomst voor het water. Toen stadsgebied Weesp bij de gemeente Amsterdam kwam moesten ook deze woonboten een ligplaatsvergunning krijgen. De eerste belangrijke stap was om de woonbooteigenaren te informeren over de voor hun nieuwe regels van de gemeente Amsterdam.

Dit hebben we gedaan door de woon­ botenvereniging van Weesp te betrekken, twee persoonlijke brieven, beantwoorden van persoonlijke vragen via de e-mail en telefonisch, en publiceren van diverse artikelen in de media. Stadsgebied Weesp is daarna met behulp van de VTH afdeling van stadsdeel Zuidoost in 2022 begonnen met de procedurele voorbereidingen, waarna per 1 juli 2023 de meeste Ligplaatsvergunningen zijn verleend. Als gevolg van het herstel van kades en bruggen moet er op diverse locaties in Amsterdam een aanzienlijk aantal woonboten tijdelijk worden verplaatst. Het projectteam Nulmeting woonboten werkte ook in 2023 nauw samen met de uitvoerende dienst (IB Amsterdam) en deelde kennis over de onderhoudsstaat van de woonboten zodat vooraf een goede inschatting mogelijk was tot het veilig verplaatsen. Want als een woonboot te onveilig is om te verplaatsen, kan het IB daarvan hinder en vertraging ondervinden. Inmiddels zijn er binnen het Project Nulmeting Woonboten

13

een aanzienlijk aantal overtredingen (onveilige onderhoudsstaat en preventie) beëindigd, veelal in overeenstemming met eigenaren en bewoners van de woonboten en incidenteel verplicht middels juridische handhaving. Het Projectteam Aanpak Nulmeting heeft in principe alle ernstig verwaarloosde en intern vervuilde woonboten gesignaleerd (handhaving Woningwet/onveiligheid, hoarder-problematiek) met regelmatig sprake van schrijnende persoonlijke omstandigheden. Uitgangspunt is nog steeds iedere (onveilige) situatie zo spoedig mogelijk oplossen met een directe en persoonlijke benadering en met aandacht voor zoveel mogelijk maatwerk indien onderliggende oorzaken zoals het meespelen van de schrijnende en zeer persoonlijke woon- en gezondheidssituaties van personen. Samen met de bewoner en in overleg met afdeling Zorg en Woonoverlast en GGD hygiënisch woning toezicht/ Vangnet wordt gezocht naar een aanvaardbare oplossing en begeleiding waarbij er prioriteit blijft op het voorkomen/ongedaan maken van onveilige situaties. Er zijn naar eigenaren van woonboten totaal 56 brieven verstuurd voor een overtreding van de Woningwet op basis van onveilige woonsituaties. Daarvan zijn er inmiddels 41 opgelost met of zonder juridische procedures. Van de 23 excessen (onveilige) woonboten die in 2023 zijn aangeschreven is bij 6 gevallen voor de bewoner(s) een begeleidingstraject gestart.

Uiteindelijk zijn er in 2023 8 excessenboten bestuursrechtelijk gehandhaafd en feitelijk van hun ligplaats verwijderd. Verder signaleerde het Projectteam Nulmeting Woonboten ook in 2023 illegaal toeristisch verhuur, langdurige leegstand en onrechtmatig gebruik voor de afdeling Wonen. Correctie van de BAG registratie van woonboten wordt ook in dit project meegenomen, tot op heden zijn er 95 BAG-adressen onderzocht, gewijzigd, ingetrokken en hersteld. De komende jaren blijft er een grote uitdaging bestaan voor dit onderwerp. Dit geldt ook voor de organisatie van de noodzakelijke verplaatsingen van woonboten door het herstel aan kades en bruggen, waarbij ook (illegale) bouwsels op de kades en oevers verwijderd (gehandhaafd) moeten worden. Dat zal naar verwachting tot weerstand en (langdurige) procedures leiden omdat situaties te lang zijn gedoogd. De kennis binnen het team Aanpak Nulmeting Woonboten wordt veelvuldig gebruikt bij ondersteuning van de VTH afdelingen van de stadsdelen, de afdeling R&D, bij moeilijke vraagstukken over woonboten en advisering of coördinatie daarvan.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Houtbouw Vanuit duurzaamheid is er een politieke wens om meer met hernieuwbare, of biobased materialen zoals hout te bouwen. Voor het project Hout, combinatie hout/betonbouw is veel aandacht geweest in het Amstelkwartier, samen met de OD. Als organisatie hebben we daar kennis en ervaring mee opgedaan. Op constructief vlak: het koppelen van hout en beton en ook de berekeningen daarop. Elementen worden in de fabriek gemaakt, waardoor het een uitdaging is om gegevens over totstandkoming daar te krijgen. We hebben ingezet op kennisoverdracht naar alle stadsdelen. Er is sprake van kennisontwikkeling door intensief overleg tussen de bouwer, opdrachtgever, de Omgevingsdienst en de VTH toezichthouder. De komende jaren zullen naar verwachting meer bouwprojecten van hout worden. Aanpak bouwdynamiek Het onderwerp bouwdynamiek is en blijft ook in 2023 onverminderd actueel. De hoeveelheid bouwactiviteiten in bestaande buurten en de bijbehorende plus- en minpunten karakteriseren we veelal als ‘bouwdynamiek’. Bouwdynamiek laat zich in de beeldvorming in negatieve zin vooral karakteriseren door de overlast die de veelheid en omvang van bouwactiviteiten met zich meebrengt. Bewoners ervaren overlast door rommel op straat, het plaatsen van objecten op de stoep en parkeerplaatsen, bouwverkeer, het laden- en lossen, geluidsoverlast door aggregaten en de tijden van de bouwactiviteiten.

Bouwactiviteiten zijn soms noodzakelijk in het kader van funderingsherstel, soms om woningen meer geschikt te maken voor bewoning door gezinnen. VTH is aangesloten bij de aanpak bouwdynamiek. Zo is het vergunningsvrij bouwen in een aantal buurten ingeperkt. Zijn maatregelen genomen om uitbouwen en het bebouwen van binnenterreinen tegen te gaan. Is de mogelijkheid om op te toppen beperkt en zijn cultuurhistorische waarden van orde panden beter beschermd. Voorts zetten we in op goede communicatie met de buurt door de inzet van bouwborden. Hierop staat informatie over het project, tijdsduur en contact­personen. Zo zijn bewoners op tijd op de hoogte en kunnen zij direct contact opnemen bij overlast of vragen. De gemeenteraad wordt separaat geïnformeerd over het onderwerp bouwdynamiek. Geluidsoverlast bouwprojecten Bij de grote bouwprojecten is een trend zichtbaar dat meer omwonenden vragen om toezicht en naleving van de maximale geluidseisen tijdens de bouw. Steeds vaker staan bouwlocaties vlak naast bestaande woongebouwen. Bij grote bouwwerken wordt de

14

bouwer nu vaak door de toezichthouder verplicht om zelf het geluidsniveau tijdens de bouw te registreren en deze gegevens te overleggen, zodat deze beoordeeld kunnen worden. Dit wordt vervolgens in het toezicht meegenomen. Ook het gehele bouwproces en de aan- en afvoer van materialen legt een grote druk op de omgeving, de verkeersveiligheid en het leefklimaat van de bewoners. De toezichthouders benadrukken in de gesprekken met de bouwers het belang van een goede relatie en communicatie van de bouwer met de buurt. Verder worden afspraken gemaakt over de tijden van geluids­ overlast voor de buurt. In stadsdeel Oost wordt om deze reden nu standaard bij grote bouwwerken een startgesprek met de bouwer ingepland. Communicatie met omwonenden wordt door grote bouwondernemingen steeds vaker professioneel opgepakt middels nieuwsbrieven, een duidelijk aanspreekpunt en bereikbaarheid. Dit is een duidelijke verbetering voor de buurt. Doel is om klachten weg te nemen en bewoners tijdig te informeren over de planning en duur van de werkzaam­heden, momenten van geluidsoverlast, transporten en andere mogelijk overlast gevende activiteiten. Bij kleinere bouwbedrijven blijft dit een punt van aandacht. Een voorbeeld hiervan is op Centrumeiland- IJburg, waar veel bouwactiviteiten zijn met zelfbouw en dus onervaren bouwers.

Tijdens de bouw hebben de toezichthouders veel tijd besteed aan de geluidsoverlast voor de omgeving en de omgevingsveiligheid. Daarbij is ook afgestemd met het stedelijk ingenieursbureau.

Duiding en evaluatie In het Wabo beleid staan een aantal strategieën. Hieronder wordt aangegeven of deze effectief zijn of aanpassing behoeven of aanvullende strategieën nodig zijn. Voorlichting Actief voorlichting geven over regels bij bouwen is een van de strategieën uit het Handhavingsen Vergunningenbeleid Wabo. Hiermee worden overtredingen en overlast voorkomen. Voorlichting heeft op verschillende manieren plaatsgevonden, waaronder: • Flyeracties. • Actief contact met initiatiefnemers. • In vergunningvoorschriften is een voorschrift opgenomen over het informeren van de omgeving (plaatsen van een bouwbord of poster met relevante informatie van de omgeving).

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Het uitvoeren van deze strategieën heeft ook in 2023 een bijdrage geleverd aan het terugdringen van het aantal overlastmeldingen en overtredingen tijdens de bouw. Concept aanvragen Het aansturen op conceptaanvragen bij initiatieven die niet passen in het gemeentelijk beleid is een van de strategieën van het Vergunningenbeleid Wabo. Bij een conceptaanvraag wordt beoordeeld of het initiatief past binnen de ruimtelijke kaders en de welstandskaders en of het stadsdeel wil meewerken aan een wijziging. Voor de aanvrager betekent het in veel gevallen lagere leges ten opzichte van de formele behandeling van een definitieve aanvraag. Ook is het dan nog niet nodig om uitgebreide tekeningen te laten maken, waardoor de kosten in deze fase beperkt kunnen blijven. Vooral voor grotere projecten en transformatiegebieden geeft dit de initiatiefnemer de mogelijkheid om te onderzoeken wat er wel en niet mogelijk is. De eerdere behandeling als conceptaanvraag heeft vaak tot gevolg dat de definitieve aanvraag snel en zonder problemen kan worden afgehandeld. Deze strategie is succesvol.

15

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Deel 3:

Slopen

3. Slopen en asbestverwijdering

In Amsterdam wordt relatief veel gesloopt. Een groot deel van de panden is vóór 1993 gebouwd. De kans op aanwezigheid van asbest in deze panden is daarom groot. Bij werkzaamheden kan blootstelling aan asbest plaatsvinden. Blootstelling aan asbest levert gezondheidsrisico’s op. Eigenaren en gebruikers van panden, aannemers, uitvoerders en asbestverwijderaars moeten daarom steeds op de hoogte zijn van deze risico’s en hoe veilig te slopen met asbest. Op deze manier kan blootstelling aan asbest worden voorkomen. Amsterdam wil dat sloopactiviteiten veilig en deskundig worden uitgevoerd. Illegale sloop moet worden voorkomen. We willen bewerkstelligen dat sloopactiviteiten op een veilige en gezonde wijze worden uitgevoerd en dat blootstelling aan vrijgekomen asbest(vezels) wordt voorkomen.

risicogericht uitgevoerd. De meldingen worden grotendeels middels administratief toezicht afgedaan. Dat houdt in dat de melding wordt beoordeeld op volledigheid en een korte risicobeoordeling wordt gedaan. Na de sloop wordt aan de hand van de beschikbare gegevens en ingediende stukken gecontroleerd of de asbestverwijdering conform de regelgeving heeft plaatsgevonden. Bij risicovolle situaties wordt op de locatie toezicht gehouden. Er zijn in 2022 slechts 2 (omgevings)vergunningen voor sloop verleend. Daarnaast zijn er 1568 sloopmeldingen met asbest ingediend en 593 sloopmeldingen zonder asbest. Er zijn 1054 sloopmeldingen met asbest administratief gecontroleerd en 649 ter plaatse. Bij sloopmeldingen zonder asbest zijn er 508 meldingen administratief gecontroleerd en 236 ter plaatse. Grote incidenten hebben niet plaatsgevonden in 2022.

Inspanningen en resultaten Een sloopvergunning (omgevingsvergunning voor sloop) is nodig bij een monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht of wanneer het bestemmingsplan aangeeft dat een omgevingsvergunning hiervoor nodig is. Voor alle andere gevallen voldoet een sloop­melding. Verwijderen van asbest tijdens bouw­ activiteiten gebeurd als zelfstandig onderdeel, maar veelal in combinatie met sloopactiviteiten. Het milieutoezicht op asbestsanering is een basistaak van de Omgevingsdienst tenzij de asbestsanering wordt uitgevoerd bij en door een particulieren en niet meer is dan 35 vierkante meter. Per 1 juli 2022 is in Amsterdam de toetsing en het toezicht van meldingen van sloop met asbest aan de Omgevingsdienst overgedragen. De Omgevingsdienst rapporteert over dit onderdeel in haar jaarverslag. Hierdoor zijn in de tweede helft van 2022 alleen de sloopmeldingen zonder asbest en de aanvragen om sloopvergunning bij een monument of bescherm stadsof dorpsgezicht bij de stadsdelen gebleven. In 2022 zijn tot 1 juli 2022 nog meldingen voor sloop met asbest door het betreffende stadsdeel behandeld. Het toezicht op asbestverwijdering en sloopactiviteiten wordt door de stadsdelen informatie gestuurd en

17

Duiding en evaluatie Uit gesprekken met de inspecteurs blijkt dat het aantal overtredingen beperkt is als de sloopwerkzaamheden of asbestverwijdering door een professioneel bedrijf wordt uitgevoerd. Deze partijen zijn op de hoogte van de actuele regelgeving. Ook hebben zij een goede naam hoog te houden op het gebied van veiligheid voor zowel werknemers als de omgeving. Kanttekening hierbij is dat er op basis van de beleidsstrategieën slechts toezicht ter plaatse wordt gehouden bij situaties die vooraf als risicovol ingeschat worden. Dit betreft een beperkt deel van het totaal aantal ingediende meldingen. Ook bij dit risico gestuurde en daarmee beperkte toezicht worden echter overtredingen geconstateerd. Om beter zicht te krijgen op het aantal overtredingen bij professionele sloop dient de strategie te worden aangescherpt. Hierbij kan worden gedacht aan steekproefsgewijs toezicht ter plaatse bij de niet-risicovolle situaties. Bij klachten/meldingen over illegale sloop en of asbestverwijdering worden vaker overtredingen geconstateerd. Gebrek aan kennis over de regelgeving en risico’s bij niet professionele partijen speelt hier een rol. In het Handhavingsbeleid Wabo en de bijstelling

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

voor 2021 is bijvoorbeeld als strategie opgenomen dat er voorlichting wordt gegeven aan de nietprofessionele uitvoerders. Deze strategie kan worden geïntensiveerd en uitgebreid. Uitwisseling gegevens Omgevingsdienst Door de scheiding tussen de behandeling van sloopactiviteiten met asbest bij de Omgevingsdienst en sloopactiviteiten zonder asbest bij de stadsdelen ontstaat soms onduidelijkheid over de situatie op de locatie. Zo is het voor een inspecteur in bepaalde gevallen niet duidelijk of op de bouwplaats asbest aanwezig kan zijn en of deze veilig betreden kan worden. Hierdoor kan er een gezondheidsrisico ontstaan voor de toezichthouder door blootstelling aan asbest. De uitwisseling van deze gegevens over meldingen of vergunningen voor asbestverwijdering van de Omgevingsdienst naar het stadsdeel behoeft verbetering. Doordat de stadsdelen en de Omgevings­ dienst met verschillende systemen werken is het moeilijk om snel inzichtelijk krijgen of er asbest aanwezig is. De overdracht van de asbestslooptaak naar de OD en de afstemming van de processen/systemen wordt projectmatig opgepakt.

18

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Deel 4:

Brandveilig gebruik

4. Brandveilig gebruik De gemeente Amsterdam vindt een brandveilig woon-, werk en verblijfsklimaat voor alle bewoners en gebruikers belangrijk. Gebouwen moeten voldoen aan de wettelijke voorschriften op het gebied van brandveiligheid. Voor een deel van de panden geldt dat er omgevingsvergunning of melding voor brandveilig gebruik moet zijn. We willen bewerkstelligen dat het risico van brand bij bestaande (risicovolle) gebouwen vermindert, door het reduceren van de kans op brand en het beperken van de gevolgen van brand. De belangrijkste risico’s bestaan in panden met niet zelfredzame gebruiker, nachtverblijf of waar veel bezoekers komen. Dit zijn gebouwen in risicoklasse 1 en 2, waarvoor een omgevingsvergunning brandveilig gebruik noodzakelijk is. Voorbeelden zijn kinderdagverblijven, hotels, basisscholen en studentenhuizen. Een melding brandveiligheid volstaat voor panden met meer dan 50 gebruikers (kantoren, sportcentra, voortgezet onderwijsscholen, winkelcentra, etc), kamerverhuurpanden. Aanzienlijke brandveiligheidsrisico’s bestaan ook bij grote milieu-inrichtingen en bij leegstaande panden die worden getransformeerd tot woonruimte (zonder omgevingsvergunning).

Bij controle van een pand met een omgevings­ vergunning of melding brandveilig gebruik wordt nagegaan welke maatregelen in het pand zijn genomen om de kans op brand te reduceren en de gevolgen van de brand te beperken. We willen dat eigenaren en gebruikers zich verantwoordelijk voelen voor de brandveiligheid van hun gebouw. Het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat eigenaren en gebruikers onvoldoende op de hoogte zijn van de regelgeving of deze anders uitleggen. Hierdoor kunnen er brandonveilige situaties ontstaan. Ook het dagelijks gedrag van gebruikers is een voortdurend punt van aandacht. Bijvoorbeeld het blokkeren van vluchtroutes met obstakels, gebruik van verlengsnoeren, etc.

20

Inspanningen en resultaten Voor de vergunningverlening en de handhaving op brandveilig gebruik van gebouwen in Amsterdam zijn de stadsdelen en de Omgevingsdienst NZKG verantwoordelijk. Er wordt nu regelgericht toezicht gehouden op de brandveiligheid van bestaande bouwwerken, met een ontwikkeling naar meer risicoen informatiegericht toezicht. Om het toezicht verder te professionaliseren en eenduidig te handelen, is door de stadsdelen in 2019 een stedelijk team ingericht met deskundigen op het gebied van brandveiligheid: het Expertise Team Brandveiligheid (ETB): Sinds mei 2022 heeft het ETB een vaste teammanager. Het ETB is verantwoordelijk voor het toezicht op brandveilig gebruik van panden in de hele stad van bestaande vergunningen en meldingen en houdt periodieke controles. De stadsdelen waren tot en met 2023 verantwoordelijk voor de afhandeling van de aanvragen en de eerste controles bij een nieuwe vergunning of melding brandveilig gebruik. Per 1 januari 2024 is het ETB stadsbreed verantwoordelijk voor de afhandeling van en het toezicht op de meldingen brandveilig gebruik (de vergunning brandveilig gebruik is komen te vervallen met de komst van de Omgevingswet per 01-01-2024). In 2023 zijn er 58 aanvragen ingediend voor een omgevingsvergunning brandveilig gebruik. Dit betrof nieuwe of gewijzigde aanvragen.

Door het ETB zijn in 2023 totaal 2265 controles uitgevoerd op bestaande meldingen of omgevingsvergunningen voor het brandveilig gebruik van een pand. Er zijn 1210 eerste controles gestart in 2023. Na een eerste controle zijn er 798 constateringsbrieven verstuurd. Slechts in 412 gevallen was de brandveiligheid akkoord na de eerste controle. Na 732 uitgevoerde hercontroles bleken er 453 situaties alsnog op orde te zijn. Voor de 345 overgebleven zaken is in 123 gevallen nog 4 weken uitstel gegeven om de gebreken op te lossen. Bij de overige zaken is direct een handhavingsprocedure gestart. Door het ETB is 68 keer een voornemen last onder dwangsom opgelegd. In 32 gevallen zijn hierna de overtredingen beëindigd. In 36 gevallen was dit niet het geval en is een last onder dwangsom opgelegd. Uiteindelijk zijn slecht 3 definitieve invorderingsbesluiten wegens een verbeurde

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

dwangsom verstuurd. Bij de overige gevallen was de overtreding binnen de termijn opgeheven. Er is in 2023 eenmaal een last onder bestuursdwang opgelegd. Tijdens de controles bleek vaak dat de vergunningen of meldingen verouderd zijn en/of niet (meer) overeenkomt met het huidige gebruik van het gebouwwerk. Veel overtreders tonen zich welwillend opstellen om de overtredingen te beëindigen. Hierdoor is de brand- en vluchtveiligheid van de gecontroleerde bouwwerken verhoogd. Brandincidenten In 2023 hebben in totaal 532 binnenbranden in bestaande gebouwen in Amsterdam gewoed. Oorzaken (kunnen) zijn een technisch gebrek of menselijk handelen zoals brandstichting, onveilig gebruik van kaarsen, spelen met vuur, niet opletten met koken of de sigaret op een onveilige plek leggen. Brand Riekerhaven en Project Brandveiligheid Tijdelijke Unitbouw met Woonfunctie Op 13 november 2022 heeft een grote brand gewoed in het tijdelijke containerwoningencomplex met woonfunctie aan de Riekerhaven. Na het blussen van de brand is door de gemeente en Brandweer direct contact opgenomen met de eigenaar van het pand. Deze eigenaar heeft ook een vergelijkbaar complex aan de Zuiderzeeweg in eigendom. De constructie van deze complexen met een ‘schildak’, leverde naar het oordeel van de Brandweer een brandonveilige situatie op. Als eerste maatregel zijn brandwachten geïnstalleerd bij deze wooncomplexen.

Vervolgens zijn een aantal aanvullende maatregelen genomen, waaronder het plaatsen van gekoppelde rookmelders tussen gang en woning en deurdrangers op de woningtoegangsdeuren. Tevens is ingezet op communicatie met de bewoners van de complexen, om brandveilig gebruik van deze gebouwen te stimuleren. Hierna is intensief overleg opgestart met de eigenaar over een permanente oplossing om de brandveiligheid te verbeteren. Dit heeft er toe geleid dat de eigenaar in 2023 is overgegaan tot het aanleggen van een dakrandsprinklersysteem. Deze werkzaamheden hebben een groot deel van 2023 in beslag genomen, het systeem is per 1 juni 2024 operationeel. De brand in dit tijdelijke containerwoningencomplex heeft er verder toe geleid dat het ETB onderzoek heeft gedaan naar de brandveiligheid van (de overige) tijdelijke unitbouw met woonfunctie in Amsterdam. Het ETB heeft hierin samengewerkt met de stadsdelen, de Brandweer, de Omgevingsdienst,

21

eigenaren, beheerders en bewoners van de onderzochte woongebouwen. Naast de locaties Riekerhaven en Zuiderzeeweg zijn er nog 12 tijdelijke woonlocaties in Amsterdam. In totaal zijn er 45 tijdelijke containerwoningengebouwen aanwezig binnen de gemeentegrenzen, die allen door het ETB zijn geïnspecteerd. Op de geconstateerde gebreken is in 2023 een grootschalig handhavingstraject gestart: het Project Brandveiligheid Tijdelijke Unitbouw met Woonfunctie. De eigenaren (veelal corporaties) hebben zich hierbij bereidwillig opgesteld om de geconstateerde gebreken op te heffen. Het project loopt door tot in 2024.

Duiding en evaluatie Het ETB heeft in 2023 in totaal 2265controles brandveilig gebruik uitgevoerd. Door het ETB wordt stevig ingezet op controles bij risicovolle gebouwen met klasse 1 en 2. Deze bouwwerken worden nu jaarlijks gecontroleerd. Dit was ook onderdeel van het verder opschonen van de basisadministratie van gebouwen met een vergunning brandveilig gebruik, de zogenaamde Stedelijke objectenlijst. Voor de panden met de hoogste risicoklasse: 1 en 2 is deze objectenlijst nu op orde en actueel. Panden in de minder risicovolle klassen 3 en 4 zijn in 2023 verder opgepakt: deze zijn bezocht en de objectenlijst verder geactualiseerd. Panden in risicoklasse 3 en 4 zijn bijvoorbeeld buurthuizen, kantoor, sport, winkels en horeca e.d. bestemd voor minder mensen. Vervolgcontroles van vergunningen en meldingen worden planmatig en risicogestuurd ingepland op basis van een frequentieafspraak per risicocategorie. Dit houdt in dat gebouwen met een functie die in een hogere risicocategorie vallen, vaker worden gecontroleerd. Themaopgave Project Zorgconvenant 2.1 Het Convenant Brandveiligheid in de Zorg 2.0 is in april 2021 door de convenantpartners ondertekend. Het omvat een gezamenlijke en cyclische methodiek om de risico’s op het gebied van brandveiligheid van deelnemende zorginstellingen te monitoren, te verbeteren en te waarborgen.

Samenwerking tussen de zorginstellingen, gemeente Amsterdam, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en de Brandweer Amsterdam-Amstelland is hierbij het uitgangspunt. De beheersing van de brandveiligheid door een zorginstelling vindt daarbij plaats aan de hand van een brandveiligheidsmanagementsysteem. Verbetering van de brandveiligheid gebeurt daardoor op organisatieniveau binnen de instellingen. Het

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

ETB voert bij een zorginstelling systeemtoezicht uit via audits. Op basis hiervan kan zij de zorginstelling adviseren over het verbeteren van de brandveiligheid. De aangesloten ziekenhuizen vallen onder de verantwoordelijkheid van de Omgevingsdienst. Het introduceren van systeemtoezicht betekent overigens niet dat het reguliere toezicht geheel verdwijnt. Zowel regulier toezicht als het systeemtoezicht kunnen in bepaalde gevallen (naast elkaar) blijven bestaan. In 2021 lag de focus bij de gemeente op het netwerk en de kennisoverdracht naar de deelnemende partijen, in 2022 zijn de voorbereiding voor de audits gestart en in 2022 zijn drie toezichthouders brandveiligheid opgeleid tot auditors. Hierbij is een werkproces ontworpen voor uitvoering van deze audits. In 2023 is een pilot uitgevoerd, waarbij is overgegaan tot de daadwerkelijke uitvoering van het systeemtoezicht bij de deelnemende zorginstellingen. Deze pilot bleek een succes. Het zorgconvenant is geactualiseerd naar het Convenant Brandveiligheid in de Zorg 2.1, wat per 0104-2024 is ondertekend en in werking getreden.

brandveiligheid van de gebouwschil te bespreken met de sector. In het Handhavingsbeleid Wabo richt de beleids­strategie m.b.t. tot het waarborgen van de brandveilig­ heid van bestaande panden zich hoofdzakelijk op gebruiksvergunning/-meldingplichtige panden. Deze strategie dient op basis van een risico analyse te worden aangescherpt, waarbij de brandveiligheid van risicovolle panden met een woonfunctie wordt meegenomen in de analyse c.q. in de aangescherpte strategie.

Aanscherping regels brandveiligheid tijdelijke unitbouw De constateringen tijdens het onderzoek naar de brand bij tijdelijke containerwoningencomplex aan de Riekerhaven en bij de overige tijdelijke unitbouw met woonfunctie, hebben de gemeente Amsterdam en de Veiligheidsregio aanleiding gegeven om aan te dringen bij het ministerie van BZK op het aanscherpen van de brandveiligheidsregels voor -onder andere- de eisen bij tijdelijke unitbouw. De huidige landelijke regels voor brandveiligheid achten wij onvoldoende toereikend voor de actuele brandveiligheidsrisico’s. Onder andere het niet (verplicht) compartimenteren van holle ruimtes (bijvoorbeeld in de gebouwschil) kan een risico voor de brandveiligheid opleveren wegens potentieel snelle branduitbreiding. Deze conclusie wordt ook getrokken in het onderzoeksrapport ”Brandveiligheid van verduurzaamde en snel gerealiseerde woningen” dat het NIPV op 18 april 2024 heeft uitgebracht. In reactie hierop heeft het Ministerie aangegeven de richtlijn “Wegwijzer Brandveiligheid Unitbouw”, in samenwerking met brandveiligheidsdeskundigen, te actualiseren en een nieuwe praktijkrichtlijn (NPR 6668) op te stellen.

In de praktijkrichtlijn wordt verduidelijkt dat bij de bepaling van de weerstand tegen brand­ uitbreiding van de bouwregelgeving rekening gehouden moet worden met brandvoortplanting via gevel- en dakconstructies en holle ruimtes (zoals een spouw). Verder heeft de minister aangegeven de

22

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Deel 5:

Monumenten

5. Monumenten

Amsterdam telt, naast ruim 9800 monumenten, zes beschermde stads- of dorpsgezichten en de grachtengordel die op de UNESCO-Werelderfgoedlijst staat, ook nog een heleboel andere bouwwerken, objecten en structuren van historische waarde. Alle wettelijk beschermde en ook de (nog) niet wettelijk beschermde cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken en gezichten samen noemen we erfgoed. De aantrekkelijkheid van Amsterdam en Weesp voor bewoners en bezoekers komt mede voort uit haar historische bebouwing. Het is van belang zorgvuldig met deze historische waarden om te gaan. We willen bewerkstelligen dat de monumentale waarde van bouwwerken bewaard wordt en monumenten toekomstbestendig en in optimale conditie blijven. Zowel bestemmingsplannen als welstandsnota’s doen uitspraken over de ruimtelijke kwaliteit binnen een gemeente. Het bestemmingsplan geeft de primaire voorschriften: het regelt dat er een bouwwerk met een bepaalde functie en van een bepaalde omvang op een locatie mag komen. Aanvullend op het bestemmings­ plan geeft de welstandsnota aanwijzingen voor het uiterlijk van een bouwwerk. Dit zijn de secundaire voorschriften, bijvoorbeeld voor de exacte plaats van een bouwwerk of van welke materialen iets gemaakt moet worden. De stad Amsterdam hecht waarde aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving; het is een publiek belang om zorgvuldig met die omgeving om te gaan.

Tegelijkertijd wil de gemeente burgers niet onnodig beperken in de mogelijkheid gebouwen aan te passen aan hun wensen. Het beoordelen van bouwplannen op redelijke eisen van welstand is een manier om deze twee uitgangspunten in de praktijk te brengen. Voordat een vergunning wordt verleend voor een bouwwerk, wordt het uiterlijk van het bouwwerk op zichzelf en in relatie tot de omgeving beoordeeld; het moet letterlijk ‘wel staan’. De welstandsnota is het inhoudelijk kader voor die beoordeling.

24

Inspanningen en resultaten De druk op de bestaande bebouwing en daarmee op de monumentale panden is en blijft groot. Gebruikers van monumenten willen optimaal gebruik maken van het pand. Kopers van monumenten starten soms zonder vergunning met een verbouwing. Aanpak van illegale activiteiten bij monumenten is steeds een prioriteit geweest bij de stadsdelen via gebiedstoezicht. Er is gebiedstoezicht om alert te zijn op (illegale) wijzigen/bouwwerkzaamheden aan monumenten. In het centrum wordt dagelijkse gebiedstoezicht uitgevoerd om illegale sloop- en bouwwerkzaamheden op te sporen. Er wordt veel aan voorlichting gedaan, maar er zijn nog steeds eigenaren van mening dat alleen de voorgevel monumentaal is. Binnen dit thema wordt samengewerkt tussen de stadsdelen en de afdeling Monumenten en Archeologie (MNA) van Ruimte en Duurzaamheid. Onder meer voor het adviseren in het kader van vergunningverlening middels de commissie ruimtelijke kwaliteit. In 2023 zijn er 1080 aanvragen ingediend voor een omgevingsvergunning voor wijziging van een monument. Er zijn 799 vergunningen daadwerkelijk verleend. In 2022 waren dat 1036 aanvragen en 736 verleende vergunningen. De inspanningen binnen het thema monumenten verschillen sterk tussen de stadsdelen omdat het aantal monumenten per stadsdeel ook sterk verschilt.

Zo zijn er in stadsdeel Centrum 676 vergunningen aangevraagd en in stadsdeel Zuidoost geen enkele. Toezicht en handhaving Bij 798 vergunningen voor het wijzigen van een monument is een controle uitgevoerd in 2023. Van de 798 gecontroleerde vergunningen waren er 478 in Centrum; 167 in Zuid, 50 in West, 37 in Oost, 35 in Noord, 18 in Weesp, 10 in Nieuw-West en 3 in Zuidoost. Hierbij is in 35 gevallen een afwijking van de vergunning geconstateerd waarvan 19 in Centrum, 1 in Noord, 2 in Oost, 10 in Zuid en 3 in West.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2023 | Vergunningverlening, toezicht en handhaving

In 2023 zijn 302 handhavingsmeldingen en signalen van ketenpartners of burgers ontvangen. Het betrof 259 meldingen met betrekking tot panden in het Centrum. Handhavingsverzoeken: totaal 23. Waarvan 18 in Centrum, 1 in Nieuw-West, 1 in Noord, 2 in Oost en 1 in Zuid. Het aantal inspecties naar aanleiding van handhavingsmeldingen en signalen: 59, waarvan 48 in Centrum. Bij 32 inspecties zijn overtredingen geconstateerd, waarvan 35 in Centrum. Tevens zijn nog 44 inspecties verricht naar aanleiding van gebieds- en risicogericht toezicht, allen met geconstateerde overtredingen.

betrokken. Daarnaast is samen met Monumenten en Archeologie aanvullend beleid voor monumenten ontwikkeld. Als extra beleidsinstrument is een ‘Monumenten matrix’ ontwikkeld, waarmee kan worden bepaald of bij een geconstateerde overtreding proces verbaal wordt opgemaakt en aangifte wordt gedaan bij het Openbaar Ministerie. Deze is opgenomen in de Bijstelling van het Handhavingsbeleid Wabo. De dreiging van strafrechtelijk optreden werkt afschrikkend. Een strafrechtelijke procedure komt nauwelijks voor.

In 2023 zijn in totaal 178 constateringsbrieven, voornemens en handhavingsbesluiten verstuurd waarvan 93 in Centrum. Daarnaast is in 14 gevallen een bouw- of sloopstop opgelegd waarvan 10 in Centrum.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15070446/1