CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Inzet+van+andere+professionals+voor+de+aanpak+van+het+lerarentekort+-eindrapport.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 10 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘Voortgang Lerarenagenda 2023-2027’ (VN2024-009323)25.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dit kan de kwaliteit op zowel de kernvakken (leraren zijn minder tijd kwijt aan andere vakken en kunnen dus meer tijd besteden aan (de voorbereiding van) kernvakken), als de kwaliteit van andere vakken (externe professionals hebben expertise op verrijkende vakken als muziek of theater) verbeteren. Echter geeft ongeveer een op de drie schoolleiders aan het (zeer) oneens te zijn met de stelling dat de regeling positieve gevolgen heeft op de onderwijskwaliteit. Hierbij is de bekwaamheid van de andere professionals een belangrijke randvoorwaarde. Er is een positieve correlatie (r=0,67) tussen de pedagogische/didactische vaardigheden en de ervaren onderwijskwaliteit. Als iemand tevreden is over de pedagogische/didactische vaardigheden van de andere professional, dan ziet diegene vaak ook positieve gevolgen voor de onderwijskwaliteit en vice versa. Betrokkenen benoemen dat de onderwijskwaliteit onder druk staat door de context waarin de regeling wordt uitgevoerd, namelijk het (dreigende) lerarentekort, en niet door de inzet van de andere professionals. Zowel bij schoolleiders als het onderwijsgevend personeel ervaart de meerderheid positieve gevolgen van deelname aan de regeling voor kansengelijkheid.

Op scholen waar externe professionals worden ingezet zien schoolleiders en onderwijsgevend personeel vaker positieve gevolgen voor de kansengelijkheid dan scholen waar professionals met een onderwijsfunctie worden ingezet. Vaak wordt benoemd dat een verrijking van het curriculum door externe professionals positief kan bijdragen aan kansengelijkheid, omdat leerlingen die van huis uit minder mee (kunnen) krijgen in aanraking komen met verschillende vakken, vaardigheden en beroepen en hierdoor hun interesses en talenten kunnen ontdekken. De meeste schoolleiders en het onderwijsgevend personeel ervaren positieve gevolgen voor de organisatie van het onderwijs en de werkdruk van leraren. Als andere professionals ingezet worden voor het vakonderwijs, ontlast

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

50

dit meestal de leraren. Wel geven enkele schoolleiders aan dat de inzet van andere professionals veel organisatie met zich mee kan brengen. De betaalbaarheid van de inzet van andere professionals is voor veel scholen een aandachtspunt. De scholen dekken de (vaak hogere) kosten voor de inzet van andere professionals vooral uit de reguliere lumpsum en verschillende andere subsidies zoals de werkdrukmiddelen, de NPO-gelden of de convenanten lerarentekort. Hierbij geven schoolleiders aan dat het niet mogelijk is om de inzet van andere professionals vanuit de lumpsum (formatieruimte) te bekostigen, en hierdoor afhankelijk zijn van (tijdelijke) subsidies.

Verschillen naar inzet andere professionals De onderzoeksresultaten zijn ook uitgesplitst naar scholen die externe professionals inzetten en naar scholen die andere professionals met een onderwijsfunctie inzetten. Wat betreft tevredenheid zien we weinig verschil onder schoolleiders. Het onderwijsgevend personeel op scholen die externe professionals inzetten is vaker tevreden en ziet meer draagvlak bij het team, de ouders en leerlingen. Over de impact van de regeling komt een eenduidig beeld naar voren wanneer we de resultaten uitsplitsen naar scholen die externe professionals inzetten en scholen die andere professionals met onderwijsfuncties inzetten. Schoolleiders en onderwijsgevend personeel zien vaker positieve gevolgen op bijna alle onderzochte aspecten. Alleen op het gebied van verminderen personeelstekort zijn er geen verschillen bij schoolleiders (overigens wel bij het onderwijsgevend personeel).

Beantwoording hoofdonderzoeksvraag In hoeverre biedt een andere dag- en weekindeling met inzet van andere professionals een oplossing aan scholen in de G5 voor het omgaan met personeelstekorten, rekening houdend met de onderwijskwaliteit, kansengelijkheid, continuïteit, werkdruk en organisatie van het onderwijs? In dit onderzoek hebben we gekeken in hoeverre een andere dag- en weekindeling met inzet van andere professionals een oplossing biedt aan scholen in de G5 voor het omgaan met personeelstekorten, rekening houdend met de onderwijskwaliteit, kansengelijkheid, continuïteit, werkdruk en organisatie van het onderwijs. Uit boven beschreven opbrengsten van de regeling voor verschillende indicatoren kunnen we concluderen dat de regeling vaak een positieve bijdrage levert in het voorkomen van personeelstekorten en de gevolgen hiervan vermindert. Door de inzet van andere professionals kan onderwijs vaker doorgang vinden en wordt voorkomen dat kinderen naar huis worden gestuurd. Veel betrokkenen zien positieve gevolgen voor de onderwijskwaliteit. Echter zijn er ook aandachtspunten met betrekking tot de onderwijskwaliteit door de inzet van andere professionals. Hierbij is de bekwaamheid van de andere professionals, in de vorm van voldoende pedagogische en didactische vaardigheden, een belangrijke randvoorwaarde.

Beschouwing De inzet van andere professionals is niet een standaardoplossing voor alle scholen met een lerarentekort. Er moet aan duidelijke randvoorwaarden voldaan worden (zoals andere professionals die een verrijking vormen van het onderwijs met voldoende pedagogische en didactische vaardigheden), wat nog niet voor alle scholen het geval is. Hiernaast kan het zijn dat er naar verwachting onvoldoende andere professionals beschikbaar zijn voor álle scholen die last hebben van het lerarentekort. In meerdere aanpalende sectoren op de arbeidsmarkt zijn immers ook tekorten.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

51

Ook vraagt de inzet van andere professionals in het onderwijsteam veel van het betrokken onderwijsgevend personeel, zoals de organisatie, de begeleiding van de professionals en vaak een andere werkwijze. De mindset van schoolleiders en leraren en de flexibiliteit die het vraagt om onderwijs anders te organiseren en niet meer één leerkracht voor één groep te hebben staan, vraagt tijd en aandacht. Echter geven veel scholen met een lerarentekort aan dat de inzet van andere professionals een oplossing is die noodzakelijk is om het lerarentekort het hoofd te bieden en om onderwijs doorgang te laten vinden bij onvervulde vacatures of uitval van leraren. Wanneer wordt besloten om de regeling niet te verlengen of geen aanpassingen in de wet door te voeren waarmee de inzet van andere professionals wordt toegestaan, zou dit betekenen dat er geen gebruik meer mag worden gemaakt van een grote groep professionals. Hierdoor komt de continuïteit van het onderwijs onder druk te staan. Betrokkenen zien het gebruik van andere professionals (en anders organiseren) dan ook als het nieuwe normaal of de toekomst van het onderwijs. We hebben deze beschouwing samengevat in Figuur 5.1. De huidige situatie is altijd beter dan een situatie waarin er te weinig mensen zijn om onderwijs te geven (situatie II). Tegelijkertijd is een situatie met voldoende bevoegde leerkrachten niet haalbaar.

Deze situatie wordt vaak gezien als de meest gewenste situatie, hoewel de huidige situatie ook mogelijkheden biedt voor verrijking van het onderwijs. Figuur 5.1

Alternatieve situaties zijn niet haalbaar of niet wenselijk

Van de betrokkenen die wij in verdiepende gesprekken gesproken hebben, zijn de meeste tevreden over de mogelijkheden die de regeling biedt en zien geen noodzaak om de regeling uit te breiden naar meer uren. Scholen zetten al veel andere professionals in en een uitbreiding kan ten koste gaan van de kernvakken. Een aantal scholen vindt de geboden ruimte van 22 uur per maand door andere professionals onvoldoende. Dat wordt ook duidelijk uit het feit dat 41 procent in 2023/2024 de regeling voor 22 uur of meer per maand inzet (= 5,5 uur per week, zie Figuur 2.7). Zo noemen enkele schoolleiders dat de inzet van de andere professionals per periode kan verschillen. Ze zouden graag meer ruimte krijgen om het onderwijs anders vorm te geven en willen dat het maximale aantal uur per maand verruimd of losgelaten wordt.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

52

Aanbevelingen Onze aanbeveling zou zijn om de regeling door te zetten, vanwege de mogelijkheden die het scholen biedt bij het omgaan met personeelstekorten. Zonder de ruimte van de regeling, komt de continuïteit van het onderwijs nog meer in gevaar. Echter zou het goed zijn om meer onderzoek te doen naar de gevolgen van de regeling op de onderwijskwaliteit. De randvoorwaarden zijn goed in beeld gebracht, maar de invloed op leerlingprestaties niet. Ook zou het goed zijn om inzicht te krijgen in de effectiviteit van de nieuw-opgezette cursussen om de pedagogische en didactische vaardigheden bij andere professionals te verbeteren. Als dat een effectief middel blijkt, kan dat grootschalig ingezet worden. Daarmee zou aan de belangrijke randvoorwaarde worden voldaan dat de andere professionals voldoende pedagogische/didactische vaardigheden moeten bezitten.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

53

Bijlage A Gebruik van de regeling in Rotterdam, Den Haag en Utrecht Ondanks dat scholen in Rotterdam, Den Haag en Utrecht niet zijn aangemeld voor de regeling, wordt er door veel scholen uit deze gemeente gebruikgemaakt van de inzet van andere professionals. Responderende schoolleiders en onderwijsgevend personeel uit deze steden zijn over het algemeen erg tevreden over de inzet van andere professionals. Het is echter niet te bepalen of de respons representatief is. Gedurende het onderzoek hebben geen tot weinig scholen uit de gemeenten Rotterdam, Den Haag en Utrecht zich aangemeld voor de regeling. 5 Echter waren er signalen dat scholen wel gebruikmaakten van de inzet van andere professionals. Daarom is in de vorige meting een representativiteitsonderzoek gedaan onder scholen uit deze gemeenten (en Amsterdam), om te achterhalen of er daadwerkelijk gebruik werd gemaakt van de regeling en in welke mate. Dertig tot vijftig procent van de willekeurig gekozen scholen bleek structureel anders bevoegden voor de klas te zetten (zie vorige rapport 6 ). Het betrof veelal andere professionals met onderwijsfuncties, maar ook externe professionals uit een andere sector.

Om die reden is in samenwerking met de schoolbesturen uit de drie gemeenten waar geen aanmeldingen waren voor de regeling (Rotterdam, Den Haag en Utrecht) een vergelijkbare vragenlijst uitgezet onder schoolleiders, onderwijsgevend personeel en andere professionals. De resultaten daarvan zijn in dit hoofdstuk beschreven. We weten niet in hoeverre de resultaten representatief zijn, we beschouwen de resultaten eerder als indicatief. We bespreken eerst het gebruik van de regeling binnen deze gemeenten (welke soort professionals en activiteiten, welke groepen en leerjaren etc.), daarna de tevredenheid en tot slot bespreken we de ervaren impact.

Bijlage A.1

Gebruik van de regeling

De vragenlijst voor schoolleiders is het meest ingevuld door schoolleiders uit Rotterdam (Figuur A.1). Ook in de vragenlijst onder onderwijsgevend personeel en andere professionals komt de meeste respons uit Rotterdam (zie Tabel A.1). Vrijwel alle scholen zijn reguliere basisscholen, ongeveer tien procent betreft speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs.

5 6

In 2020/2021 twee scholen in Den Haag, in 2021/2022 één school uit Den Haag, zie Figuur 2.2.. Van der Ven, K., van Eijkern, I, de Geus, W., Leferink, J., & Suijkerbuijk, A. (2023). Regeling Andere Dag- en Weekindeling G5. Derde onderzoeksjaar implementatiemonitor. SEO-rapport nr. 2023-126. Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

54

Figuur A.1 De meeste respons op de enquête schoolleiders in de drie steden komt uit Rotterdam

Respons schoolleiders per gemeente 60 50

50 40

28

30 20 9

10 0 Rotterdam Bron:

Den Haag

Utrecht

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=87)

Tabel A.1

Respons vragenlijst onderwijsgevend personeel en andere professionals in Rotterdam, Den Haag en Utrecht Rotterdam

Den Haag

Utrecht

Totaal

Onderwijsgevend personeel

44 (85%)

0

8 (15%)

52 (100%)

Andere professionals

29 (78%)

3 (8%)

3 (8%)

37* (100%)

Noot: Bron:

Er is één respondent die heeft aangegeven in alle drie en meer gemeenten lessen te verzorgen, en één respondent die alleen in Voorburg lessen verzorgt. Enquête onderwijsgevend personeel en andere professionals Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon

Reden voor gebruik Twee derde van de responderende schoolleiders geeft aan (zeer) veel last te hebben van het lerarentekort. Ongeveer twaalf procent geeft aan geen last of (zeer) weinig last te hebben van het lerarentekort. Dus ook bij de responderende scholen uit deze drie gemeenten is er in groten getale last van het lerarentekort. Echter is het terugdringen van het lerarentekort niet het vaakst als reden opgegeven om andere professionals in te zetten. Schoolleiders in Rotterdam, Den Haag en Utrecht geven namelijk het vaakst aan dat ze andere professionals inzetten om de werkdruk te verlagen (zie Figuur A.2), daarna gevolgd door het terugdringen van het lerarentekort. Andere redenen die zijn genoemd om andere professionals in te zetten, zijn vervanging bij ziekte, het creëren van meer leertijd en boven-formatieve inzet ten behoeve van bijvoorbeeld opleiden nieuwe collega’s.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

55

Figuur A.2 Het vaakst geven responderende schoolleiders uit de drie steden aan dat ze de regeling inzetten voor het verlagen van de werkdruk

Reden voor inzet andere professionals Verlagen werkdruk

66%

Verminderen lerarentekort

60%

Curriculum verrijken/talentontwikkeling

52%

(Experimenteren met) anders organiseren

29%

Anders

11% 0%

Bron:

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=87)

Van de scholen die meerdere redenen hebben aangevinkt, vindt 35 procent het terugdringen van het lerarentekort het belangrijkst, tegenover 27 procent die het verlagen van de werkdruk het belangrijkst vindt. Qua belangrijkste reden ontlopen werkdruk verlagen en terugdringen lerarentekort elkaar dus niet veel. Hierin is wel een duidelijk verschil met de resultaten op basis van de voor de regeling aangemelde scholen (hoofdstuk 2 tot en met 4). Schoolleiders van aangemelde scholen geven voornamelijk aan dat het terugdringen van het lerarentekort de (belangrijkste) reden is voor het gebruikmaken van de regeling. Werkdruk is maar een enkele keer opgegeven als reden. Figuur A.3 laat zien dat een derde van de responderende schoolleiders al vóór de start van de convenanten lerarentekort andere professionals inzet (in 2020/2021 is de regeling van start gegaan). We zien ook dat er scholen zijn die meer recent andere professionals hebben ingezet. Dat komt overeen met de verhalen die we horen bij de besturen. Niet iedere school heeft (al) last van het lerarentekort, waardoor de noodzaak om over te gaan op maatregelen als deze niet overal even hoog is. Echter stimuleren besturen scholen/schoolleiders om na te denken of en hoe de inzet van andere professionals iets voor hun school kan betekenen. Daarmee zijn scholen beter bestand tegen situaties waarin er minder bevoegde leraren zijn.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

56

Figuur A.3 Bijna een derde van de responderende scholen zet al andere professionals in voorafgaand aan het convenant lerarentekort (vóór schooljaar 2020/2021)

Sinds wanneer zet uw school andere professionals in? Eerder dan schooljaar 2020/2021

32%

Schooljaar 2020/2021

9%

Schooljaar 2021/2022

31%

Vorig schooljaar 2022/2023

14%

Dit schooljaar 2023/2024

14% 0%

Bron:

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=87)

Inzet van type professionals en soorten activiteiten/lessen Een meerderheid van de responderende scholen in Rotterdam, Den Haag en Utrecht zet zowel andere professionals met onderwijsfuncties in, zoals onderwijsassistenten en leraarondersteuners, maar ook externe professionals uit de culturele of creatieve sector. Dat laat Figuur A.4 zien. Deze resultaten komen grofweg overeen met de verdeling bij de aangemelde scholen. Figuur A.4 Responderende scholen in Rotterdam, Den Haag en Utrecht zetten zowel andere professionals met onderwijsfuncties in, als externe professionals uit andere sectoren

Type professional dat wordt ingezet Onderwijsassistent

69%

Culturele/creatieve sector

62%

Leraarondersteuner

60%

Vakleerkracht

45%

Wetenschap/technische sector

33%

IB'er

22%

Anders

8%

Andere sector, namelijk

8% 0%

Bron:

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=87)

Het soort activiteiten/lessen dat gegeven wordt door de andere professionals is af te lezen in Figuur A.5. Een meerderheid van de responderende scholen zet in op culturele/creatieve lessen of lessen die betrekking hebben

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

57

op bewegen/gezondheid. Bij de responderende scholen in Rotterdam, Den Haag en Utrecht zien we vaker lessen in een specifieke richting en minder vaak reguliere lessen, dan we zien bij de aangemelde scholen. Figuur A.5 Wat betreft soort activiteit/les, zijn het vaak lessen in de culturele/creatieve hoek of lessen met betrekking op bewegen/gezondheid

Soort activiteit/les dat wordt aangeboden Cultureel/creatief

68%

Bewegen/gezondheid

54%

Wetenschap/techniek

37%

Digitale vaardigheden/burgerschap/wereldoriëntatie

32%

Reguliere activiteiten/lessen

28%

Anders

9% 0%

Bron:

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=87)

Andere aspecten die we over de andere professionals bij deze scholen weten, zijn: ● Bij een derde van de scholen gaat het om vijf andere professionals of meer, tegenover een derde met maar één of twee andere professionals; ● Slechts zeven procent werkt dit schooljaar voor het eerst met de andere professionals, meer dan de helft (57 procent) doet dat al langer (met alle professionals); ● Vrijwel iedere school zet de professionals het hele jaar in, tenzij de professional wordt ingezet bij verlof of ziekte.

Leerjaren en groepen Een meerderheid van de responderende scholen uit Rotterdam, Den Haag en Utrecht zet andere professionals in voor alle acht leerjaren (Figuur A.6), vaker dan bij aangemelde scholen. De scholen die hebben aangegeven in nul leerjaren de andere professionals in te zetten, hebben toegelicht dat het voor hen variërend is.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

58

Figuur A.6 Een meerderheid van de responderende scholen zet andere professionals in voor alle acht leerjaren

Aantal leerjaren per school waar andere professionals worden ingezet 70%

61%

60% 50% 40% 30% 20% 10%

10%

9%

7%

5%

3%

4 leerjaren

5 leerjaren

2%

1%

1%

0% 0 leerjaren Bron:

1 leerjaar

2 leerjaren

3 leerjaren

6 leerjaren

7 leerjaren

8 leerjaren

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=87)

In welke groepen de professionals worden ingezet, is weergegeven in Figuur A.7. Het is evenredig verdeeld in welke groepen de andere professionals op de responderende scholen worden ingezet. Bij ongeveer 47 procent van de scholen verzorgen de professionals lessen voor tachtig tot honderd procent van de leerlingen op de school (niet weergegeven). Bij een derde is dat tot veertig procent. Figuur A.7 Het is evenredig verdeeld in welke groepen de andere professionals op de responderende scholen worden ingezet

De groepen waar andere professionals worden ingezet 100% 90% 80%

76%

77%

78%

80%

groep 1

groep 2

groep 3

groep 4

76%

80%

77%

75%

groep 7

groep 8

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Bron:

groep 5

groep 6

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=87)

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

59

Werving Meer dan de helft van de responderende scholen uit Rotterdam, Den Haag en Utrecht zet andere professionals in met wie al eerder is samengewerkt (Figuur A.8). Hierover wordt een aantal keer in de toelichting genoemd dat het collega’s betreft die al lange tijd in dienst zijn bij de school (zoals onderwijsassistenten of leraarondersteuners). De gebruikte wervingskanalen komen redelijk overeen met de kanalen die aangemelde scholen hebben gebruikt, hoewel er bij aangemelde scholen meer kanalen zijn gebruikt (de percentages zijn doorgaans hoger). Figuur A.8 In de meeste gevallen werken de scholen al samen met de andere professionals

Wervingskanalen die scholen hebben ingezet Al eerder samengewerkt

55%

Geworven via andere (centrale) organisatie in de regio

28%

Geworven via andere manier

24%

Professionals uit de omgeving van onze school

23%

Zelf contact met school gelegd

23%

Geworven via onderwijsbestuur

14%

Geworven via goede verhalen andere scholen

9%

Geworven via ouders

7%

Geworven via gemeente

2% 0%

Bron:

10%

20%

30%

40%

50%

60%

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=87)

Er zijn wisselende ervaringen met betrekking tot de werving. Twaalf procent van de respondenten geeft aan de werving ingewikkeld te vinden. Men geeft aan dat ze de juiste professionals willen, degenen met de juiste vaardigheden. Ook zijn er tekorten in andere sectoren, wat de werving bemoeilijkt. Daarnaast geeft 38 procent van de respondenten aan dat ze de werving (zeer) eenvoudig vonden. Aangezien veel scholen al langer samenwerken met de andere professional is dat logisch. De overige vijftig procent vond het noch eenvoudig, noch ingewikkeld.

Financiering Figuur A.9 laat zien dat een meerderheid van de responderende scholen uit Rotterdam, Den Haag en Utrecht de inzet van andere professionals betaalt uit de reguliere lumpsum en daardoor moet bezuinigen op andere posten. Daarnaast worden ook andere middelen ingezet, meestal vanuit NPO, vanuit de gemeente of via werkdrukmiddelen. Andere manieren om de kosten te dekken die schoolleiders noemen, zijn Utrecht Leert, de ouderbijdrage, of andere subsidies zoals de subsidie verbetering basisvaardigheden, School & Omgeving of een cultuursubsidie. De vier meest ingezette manieren van financieren komen overeen met de vier meest ingezette manieren die de aangemelde scholen hebben ingezet, zij het in een iets andere volgorde.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

60

Figuur A.9 Een meerderheid van de scholen betaalt de inzet via de reguliere lumpsum, maar er worden ook andere middelen ingezet

Manier waarop kosten van inzet van andere professionals wordt gedekt We betalen het uit onze reguliere lumpsum, maar moeten daardoor wel op andere posten bezuinigen

54%

We benutten de middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs

51%

We ontvangen hiervoor middelen van de gemeente

38%

We benutten de werkdrukmiddelen

38%

Andere manier om kosten te dekken

22%

Ons bestuur stelt hiervoor (tijdelijk) extra middelen beschikbaar

8%

We benutten middelen vanuit het convenant lerarentekort (noodplannen tegen het lerarentekort)

8% 0%

Bron:

10%

20%

30%

40%

50%

60%

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=87)

Bijlage A.2

Tevredenheid

Schoolleiders Een ruime meerderheid van de schoolleiders van niet-aangemelde scholen is (zeer) tevreden over de inzet van andere professionals (Figuur A.10). Bijna de helft is zelfs zeer tevreden. Deze aandelen zijn hoger dan in de monitor onder de aangemelde scholen. Figuur A.10 Een ruime meerderheid van de schoolleiders is (zeer) tevreden over de inzet van andere professionals

Hoe tevreden bent u met de inzet van de andere professionals tot nu toe op uw school? 11%

0%

10%

41%

20%

Zeer ontevreden Bron:

30% Ontevreden

44%

40%

50%

60%

70%

Niet tevreden, niet ontevreden

80%

Tevreden

90%

100%

Zeer tevreden

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=87)

In de enquête is toegelicht dat ze tevreden zijn over de andere professionals zelf en wat zij bijdragen aan het onderwijs en kunnen bijdragen aan het verminderen van het lerarentekort. Echter is ook aangegeven in de toelichting dat die bijdrage kan wisselen per professional. De inzet kan in sommige gevallen ook tijd kosten en dus geen oplossing vormen.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

61

De meeste bevraagde schoolleiders zijn (zeer) tevreden over verschillende aspecten t.a.v. de inzet van andere professionals (Figuur A.11). Het meest tevreden zijn ze over het draagvlak binnen het team voor de inzet en de afspraken over de wederzijdse verwachtingen. Iets minder tevreden zijn ze over de pedagogische/didactische vaardigheden van andere professionals en de mate waarin ze orde kunnen houden in de klas, hoewel een meerderheid nog steeds (zeer) tevreden is. De resultaten zijn ongeveer vergelijkbaar met de monitor onder aangemelde scholen. Figuur A.11 Over alle aspecten is een meerderheid van schoolleiders (zeer) tevreden

Oordeel over verschillende aspecten t.a.v. andere professionals Draagvlak binnen het team Pedagogische/didactische vaardigheden professionals

13% 7%

Bron:

Slecht

19%

35%

43%

24%

55%

5%

13%

56%

20% 0%

19%

62%

8%

Fysieke overdracht van de leerlingen

13%

55%

15%

Inhoudelijke overdracht met de andere professionals 5%

Zeer slecht

48%

23%

Afspraken over de wederzijdse verwachtingen

35%

31%

Aansluiting met leerlingen uit de klas

Mate waarin ze orde kunnen houden in de klas

51%

12% 14%

7%

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

Niet goed, niet slecht

Goed

Zeer goed

Nvt/weet ik niet

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=87)

Onderwijsgevend personeel Figuur A.12 laat zien een ruime meerderheid van het onderwijsgevend personeel draagvlak ziet bij het team en de leerlingen. Echter zijn ze minder overtuigd van het draagvlak bij ouders. Dat komt ook doordat ze er vaker geen zicht op hebben (‘weet ik niet’). In vergelijking met de monitor onder aangemelde scholen is het oordeel over draagvlak onder het team positiever.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

62

Figuur A.12 Onderwijsgevend personeel is minder overtuigd van draagvlak bij ouders dan bij het team of de leerlingen

Er is draagvlak voor de inzet van andere professionals onder ... …het team

4% 4%

…leerlingen

…ouders

46%

12%

6% 0%

40%

15% 10%

Zeer oneens Bron:

31% 20% Oneens

30%

40%

6%

40%

6%

21%

40%

50%

27%

60%

Niet eens, niet oneens

Eens

70%

80%

Zeer eens

90%

100%

Weet ik niet

Enquête onderwijsgevend personeel Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=52)

Een meerderheid van het onderwijsgevend personeel heeft een positief oordeel over de onderzochte aspecten ten aanzien van de inzet van andere professionals (Figuur A.13), vergelijkbaar met de schoolleiders. Het meest positief zijn ze over de aansluiting met leerlingen uit de klas en de fysieke overdracht. Iets minder positief zijn ze over de mate waarin de andere professionals orde kunnen houden. Dat was bij de schoolleiders ook een aspect waar ze minder positief over waren, hoewel in beide gevallen een meerderheid nog steeds positief is. Het onderwijsgevend personeel is over het algemeen positiever over de verschillende aspecten dan het onderwijsgevend personeel van aangemelde scholen. Figuur A.13 Ook het onderwijsgevend personeel is positief over de onderzochte aspecten

Oordeel over verschillende aspecten t.a.v. andere professionals Pedagogische/didactische vaardigheden professionals

4%

27%

Aansluiting met leerlingen uit de klas 4% Mate waarin ze orde kunnen houden in de klas Inhoudelijke overdracht met de andere professionals

23%

12%

Bron:

Slecht

6%

54%

13%

6%

40%

31%

Fysieke overdracht van de leerlingen 4%

Zeer slecht

15%

31%

8%

0%

46%

23%

10% 6%

46% 50%

12% 4% 15%

8%

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

Niet goed, niet slecht

Goed

Zeer goed

Nvt/weet ik niet

Enquête onderwijsgevend personeel Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=52)

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

63

Daarnaast geeft 90 procent van het onderwijsgevend personeel aan het fijn te vinden dat de lessen overgenomen worden (niet weergegeven). Ook is een ruime meerderheid (81 procent) blij dat ze bepaalde vakken niet meer hoeven te geven, en komen ze aan taken toe waar ze normaal gesproken niet aan toekomen (69 procent, beide niet weergegeven).

Andere professionals Aan andere professionals is in een open vraag gesteld waar ze tevreden over zijn met betrekking tot hun inzet. Zij zijn vooral tevreden over de goede werksfeer, de betrokkenheid bij het team en het contact/de samenwerking met collega’s. Daarnaast waarderen ze de bijdrage van hun lessen aan talentontwikkeling van kinderen en aan hun eigen persoonlijke ontwikkeling. Bijna alle andere professionals uit Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn over alle onderzochte aspecten (zeer) tevreden (zie Figuur A.14). Ze zijn het vaakst zeer tevreden over de samenwerking en communicatie met de leerkracht en begeleiding door school. Over de opbrengsten voor de leerlingen zijn ze het vaakst tevreden of zeer tevreden, maar de verschillen met andere aspecten zijn klein. Figuur A.14 Responderende andere professionals zijn zeer over alle onderzochte aspecten (zeer) tevreden

Tevredenheid andere professionals over verschillende aspecten Samenwerking en communicatie met leerkracht(en)

6%

Communicatie over regels van de school

14%

Afstemming met leerkracht(en) over inhoud

6% 6%

Begeleiding door school 3% Organisatie rondom mijn lessen vanuit school

28%

64% 39% 53% 58%

44%

Opbrengsten van mijn lessen bij leerlingen 3%

Zeer ontevreden Bron:

Ontevreden

25%

33%

6%

0%

47%

6% 47%

56% 10%

20%

30%

Deels wel deels niet tevreden

11%

39% 40%

Tevreden

50%

60%

70%

Zeer tevreden

80%

90% 100%

Nvt/weet ik niet

Enquête andere professionals Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=36)

Bijlage A.3

Opbrengsten regeling

In Figuur A.15 en Figuur A.16 is het oordeel van responderende schoolleiders en onderwijsprofessionals over positieve gevolgen van de inzet gegeven. Door de inzet van andere professionals ervaren de meeste schoolleiders positieve gevolgen op het verminderen van werkdruk, continuïteit van het onderwijs en de organisatie van het onderwijs. Op kansengelijkheid en kwaliteit van onderwijs ervaren ze het minst vaak positieve gevolgen, maar nog steeds ziet een meerderheid positieve gevolgen. Dat sluit niet aan bij de resultaten van het onderwijsgevend personeel. Die ervaren juist vaak positieve gevolgen voor de kansengelijkheid en minder op continuïteit en

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

64

organisatie. Kwaliteit van onderwijs is ook niet het aspect waar het minst vaak positieve gevolgen op zijn volgens het onderwijsgevend personeel. Figuur A.15 Responderende schoolleiders zien het vaakst positieve gevolgen op de werkdruk, continuïteit en organisatie van het onderwijs

Door inzet van andere professionals ervaar ik positieve gevolgen voor ... Verminderen van personeelstekort

6% 6%

Kwaliteit van het onderwijs

7%

Kansengelijkheid

6%

Verminderen van werkdruk

6%

13%

14%

36%

16%

41%

Organisatie van het onderwijs

8%

9%

10%

20%

Oneens

36%

24%

14%

Zeer oneens

28%

22%

Continuïteit van het onderwijs 3% 5%

38%

20% 13%

0%

Bron:

21%

6%

37%

34%

42%

45% 30%

40%

Niet eens, niet oneens

5%

31%

50%

60%

Eens

70%

Zeer eens

80%

90%

100%

Weet ik niet

Enquête schoolleiders Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=86)

Figuur A.16 Het responderende onderwijsgevend personeel is het meest positief over kansengelijkheid en verminderen van werkdruk

Door inzet van andere professionals ervaar ik positieve gevolgen voor ... Verminderen van personeelstekort

12%

22%

Kwaliteit van het onderwijs 4% 10%

20%

Kansengelijkheid

12%

Verminderen van werkdruk

8%

Continuïteit van het onderwijs Organisatie van het onderwijs

Zeer oneens Bron:

Oneens

30%

40% 34%

28% 20%

26%

42% 30%

40%

Niet eens, niet oneens

4%

40%

18%

10%

6% 22%

48%

10%

6%

24%

45%

4%

18%

0%

35%

50% Eens

60%

4%

14% 70%

Zeer eens

80%

10% 90%

Weet ik niet

Enquête onderwijsgevend personeel Rotterdam, Den Haag en Utrecht, SEO & Oberon (n=50)

100%

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

65

Met betrekking tot de gevolgen voor de onderwijskwaliteit hebben schoolleiders en onderwijsgevend personeel een toelichting gegeven. De inzet van andere professionals kan leiden tot positieve gevolgen voor de onderwijskwaliteit vanwege werkdrukvermindering voor leraren, verbreding van curriculum en ondersteuning van leerlingen. Andere professionals hebben vakspecifieke kennis en vaardigheden die reguliere leraren niet hebben. Tegelijkertijd kunnen onbekwaamheid of gebrek aan pedagogische en/of didactische vaardigheden zorgen voor afname in de onderwijskwaliteit. De respondenten uit Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn over het algemeen positiever over de gevolgen van de regeling dan de aangemelde scholen (hoofdstuk 4), maar het verschilt per indicator. Ook bij de algemene tevredenheid en tevredenheid met verschillende aspecten zien we doorgaans dat de respondenten in Rotterdam, Den Haag en Utrecht over het algemeen positiever zijn. Het is op basis van de resultaten van de enquête niet vast te stellen of dat een representatieve conclusie is, of dat vooral de positieve scholen hebben gereageerd.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

66

Bijlage B Representativiteit op basis van CBS Microdata Figuur B.1 Schoolgrootte vergeleken

Gemiddeld aantal leerlingen Schooljaar 2018/2019, voorafgaand aan de regeling 350 300 250 200 150

285

273

100

301 208

50 0

Noot: Bron:

Aangemelde scholen (>2 jaar) (n=10)

Alle aangemelde scholen (n=113)

Overige scholen binnen G5 (n=610)

Scholen buiten G5 (n=5891)

De verschillen tussen ‘aangemelde scholen (>2 jaar)’ of ‘alle aangemelde scholen’ met ‘overige scholen binnen G5’ zijn niet significant CBS Microdata, bewerking SEO & Oberon

Figuur B.2 Opleidingsniveau ouders en migratieachtergrond leerlingen vergeleken

Opleidingsniveau ouders en migratieachtergrond van leerlingen Schooljaar 2018/2019, voorafgaand aan de regeling 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

63% 29%

39%

41%

45%

Bron:

58% 20%

Aandeel hoogopgeleide ouders

Noot:

61%

Aandeel leerlingen met migratieachtergrond

Aangemelde scholen (>2 jaar) (n=10)

Alle aangemelde scholen (n=113)

Overige scholen binnen G5 (n=610)

Scholen buiten G5 (n=5891)

De verschillen tussen ‘aangemelde scholen (>2 jaar)’ of ‘alle aangemelde scholen’ met ‘overige scholen binnen G5’ zijn niet significant CBS Microdata, bewerking SEO & Oberon

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

67

Figuur B.3 Toetsadviezen leerlingen vergeleken

Toetsadviezen leerlingen Schooljaar 2018/2019, voorafgaand aan de regeling 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

28%

25%

27%

25%

32%

Aandeel minimaal vwo-advies

Noot: Bron:

31%

30%

25%

Aandeel maximaal vmbo-kb-advies

Aangemelde scholen (>2 jaar) (n=10)

Alle aangemelde scholen (n=113)

Overige scholen binnen G5 (n=610)

Scholen buiten G5 (n=5891)

De verschillen tussen ‘aangemelde scholen (>2 jaar)’ of ‘alle aangemelde scholen’ met ‘overige scholen binnen G5’ zijn niet significant CBS Microdata, bewerking SEO & Oberon

Figuur B.4 Inkomenspercentiel ouders vergeleken

Hoogste inkomenspercentiel ouders Schooljaar 2018/2019, voorafgaand aan de regeling 80 60 40 59

61

62

69

20 0

Noot:

Bron:

Aangemelde scholen (>2 jaar) (n=10)

Alle aangemelde scholen (n=113)

Overige scholen binnen G5 (n=610)

Scholen buiten G5 (n=5891)

Per leerling is het inkomenspercentiel van het huishouden van de vader of moeder genomen, afhankelijk van welke het hoogst is. Vervolgens is per school het gemiddelde van alle (hoogste) inkomenspercentielen berekend. De verschillen tussen ‘aangemelde scholen (>2 jaar)’ of ‘alle aangemelde scholen’ met ‘overige scholen binnen G5’ zijn niet significant. CBS Microdata, bewerking SEO & Oberon

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

68

Bijlage C Portretten schoolbezoeken invulling regeling Portret I Op deze basisschool speelt het lerarenkort geen grote rol. Vacatures worden ingevuld, maar vervanging bij ziekte is lastig te organiseren. Op deze school wordt het anders organiseren ingevuld door middel van teams (units) van vier tot zes leraren die samen het onderwijs organiseren. Er zijn wekelijkse overleggen met het team over de inhoud en organisatie van het onderwijs. Binnen de teams worden ook leerkrachtondersteuners, pedagogisch medewerkers en vakleerkrachten ingezet. Als binnen het team iemand ziek is, wordt het opgevangen door één van de andere leerkrachten. Ook worden er binnen de teams lessen overgenomen door andere leerkrachten om de werkdruk te verlagen. Op deze school volgen de leerlingen een keer per week IPC (International Primary Curriculum), waarbij de kinderen steeds met andere groepen samenwerken en er verschillende leerkrachten en andere professionals worden ingezet.

Portret II Deze basisschool organiseert sinds zeven jaar het onderwijs met behulp van andere professionals. Ze maken hier gebruik van om leraren te ontlasten en om personeelstekort op te vangen bij uitval van leraren. Hiervoor huren ze vakleraren in via Lukida. Eén professional geeft lessen beeldende vorming, maar heeft ook een kinderkoor opgezet. Een andere professional geeft biologielessen en milieueducatie. Weer een andere professional is actrice en helpt altijd bij de musical. Ook is er een praktische talentenklas georganiseerd door één van de professionals, voor leerlingen die graag met hun handen werken. Naast het vak wat deze professionals geven, worden ze ingezet om af en toe een hele dag in te vallen. Dan geven ze ook het reguliere onderwijs. Naast de vakleraren worden er onderwijsassistenten, leerkrachtondersteuners en stagiaires ingezet om zelfstandig onderwijs te geven. Dit gebeurt in alle groepen behalve in groep 8, omdat dat voor veel invallers te pittig is.

Portret III Er staan onbevoegde mensen voor de klas, maar er is niet bewust gebruikgemaakt van de regeling. Er is wel lerarentekort; de school heeft moeite gekwalificeerd personeel te vinden. Gezien de doelgroep op deze sbo-school is er niet gekozen voor vakspecialisten. Inhuren van personeel heeft niet de voorkeur. Voor de schoolontwikkeling wil de school samen kunnen bouwen met mensen die onderdeel zijn van het team. Daarom is er gekozen voor een structurele en duurzame oplossing: het inzetten van onbevoegden (onderwijsassistenten) met affiniteit voor de doelgroep en die pedagogisch bekwaam zijn om de groep in het gareel te houden. Als dat vertrouwen er is kunnen ze onder begeleiding ervaring opdoen en vervolgens via een EVC-traject bevoegdheid halen en hopelijk op de school blijven. De onbevoegden overlappen met een duo. Zo kunnen ze echt van elkaar leren, en is er ook een mooie overgang. Dus ze staan alleen voor de groep, maar ook een dag samen. Van de twaalf groepen is er in twee groepen zo’n constructie, dat is het maximale binnen de omvang van het team om echt de benodigde begeleiding te kunnen bieden.

Portret IV Eén school is bezig met het onderwijs zodanig in te richten dat de kernvakken in de ochtenden worden gegeven. In de middagen is er tijd voor vakken die door andere professionals gegeven kunnen worden. Deze school kiest er bewust voor om iedere dag bezig te zijn met de kernvakken, zodat de leerlingen veel herhalen. De school maakt op dit moment afspraken met aanbieders over lessen die in de middag gegeven kunnen worden, naast gymles en schoolzwemmen. Bijkomend voordeel is dat het voor bevoegde leerkrachten aantrekkelijk kan zijn om alleen in de

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

69

ochtenden les te geven. Dat zou per saldo mogelijk kunnen leiden tot meer leerkrachten die geen hele dagen les willen geven, maar wel halve dagen. Deze opzet zou in de loop van volgend schooljaar kunnen starten.

“De wetenschap dat het goed is.” SEO Economisch Onderzoek doet onafhankelijk toegepast onderzoek in opdracht van overheid en bedrijfsleven.

Ons

onderzoek

helpt

onze

opdrachtgevers bij het nemen van beslissingen. SEO Economisch Onderzoek is gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam. Dat geeft ons zicht op de nieuwste wetenschappelijke methoden. We hebben geen winstoogmerk en investeren continu in het intellectueel kapitaal van de medewerkers via promotietrajecten,

het

uitbrengen

van

wetenschappelijke publicaties, kennisnetwerken en congresbezoek.

SEO-rapport 2024-62 ISBN 978-90-5220-413-0 Informatie & Disclaimer SEO Economisch Onderzoek heeft op de verkregen informatie en data geen onderzoek uitgevoerd dat het karakter draagt van een accountantscontrole of due diligence. SEO is niet verantwoordelijk voor fouten of omissies in de verkregen informatie en data. Copyright © 2024 SEO Amsterdam. Alle rechten voorbehouden. Het is geoorloofd gegevens uit dit rapport te gebruiken in artikelen, onderzoeken en collegesyllabi, mits daarbij de bron duidelijk en nauwkeurig wordt vermeld. Gegevens uit dit rapport mogen niet voor commerciële doeleinden gebruikt worden zonder voorafgaande toestemming van de auteur(s). Toestemming kan worden verkregen via secretariaat@seo.nl.

Roetersstraat 29

+31 20 399 1255

1018 WB Amsterdam

secretariaat@seo.nl www.seo.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14344566/1