Inhoud geven aan de gemengde wijk Analyse & handelingsperspectief Amsterdam Nieuw-West
Tekst van het document
Voorkomen van verdringing Het tegengaan van verdringing is voor verschillende geïnterviewden een zorgpunt, ook vanwege de oververhitte Amsterdamse woningmarkt. Programmadirecteur Samir Bashara: “In Amsterdam ligt gentrification altijd op de loer. Daar kan je in deze stad bijna niet op sturen. Yuppen komen zodra buurt wordt opgeknapt. Echt mengen gebeurt in de praktijk dus bijna niet.” Harro Labrujere, bestuurder van Kringwijs, legt uit dat dit ten koste kan gaan van de sociale cohesie: “Je ziet dat blokken sociale huur vervangen zijn door meer middenhuur en koop. Oude netwerken gaan kapot en oude bewoners vertrekken. Dat is echt een aderlating. De samenhang die er was in de wijk verdwijnt.” Bashara vraagt zich af hoe het mogelijk gemaakt kan worden nieuwe woningen zo te bestemmen dat mensen uit Nieuw-West hiervoor in aanmerking komen: “We moeten echt inzoomen op woningtypologie: wat voor woningen zetten we neer en voor welke doelgroepen? Je wilt niet, zoals in Rotterdam-Zuid, dat de wijk er beter uitziet maar dat inwoners denken: ‘Dit is niet voor mij’. Hoe zorgen we ervoor dat we juist de mensen uit Nieuw-West een kans kunnen bieden?” Nabila Bouabbouz heeft ervaren hoe lastig het is om voor sociale stijgers te bouwen in Nieuw-West: “Je moet zorgen dat je een goed product maakt.
Geen kleine hokjes waarin een snel verloop ontstaat, maar woningen waar men wil blijven wonen en betrokken raakt bij de buurt. Dat vind ik wel een zorg, met de almaar stijgende bouwkosten. We willen hier voor middengroepen bouwen, maar een onderwijzer of verpleegkundige wil niet op 40m2 wonen. En die wil ook kunnen parkeren. Als deze gezinnen niet willen blijven maar de stad uittrekken, houd je vooral bewoners over die zich niet verbonden voelen.” Anne Wilbers vertelt dat inwoners van het stadsdeel sinds een jaar voorrang kunnen krijgen in de woonruimteverdeling in 25 procent van de nieuwbouw. Ze erkent het gevaar van verdringing, maar plaatst daar een ander perspectief tegenover: “Er zit een spanning in. We kunnen niet alle nieuwbouw aan mensen uit het gebied toewijzen, want je wil ook instroom van buitenaf. En je wil zeker ook niet dat mensen zich weggejaagd voelen. Iedereen die wil, wil je eigenlijk terug laten keren. Maar je hoopt ook dat een deel van de mensen vrijwillig ergens anders wil gaan wonen. Met elkaar willen we immers beter gemengde wijken. En
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
23
ook bewoners zelf vragen ons om in de wijk minder ‘probleemhuishoudens’ te huisvesten en voor een betere menging te gaan.
Beperkte invloed Ronald van Dijk, programmamanager Van Deysselbuurt wijst op de beperkte invloed die woningcorporaties hebben om ontmoeting tussen groepen te stimuleren, ook in een gemengde wijk: “We kijken of de inrichting van het groen en de verdere openbare ruimte ontmoeting stimuleert. Daarmee hebben wisselend succes. Of men elkaar echt ontmoet en dus gaat ‘mengen’, daar hebben we onvoldoende invloed op. Vooral hoogopgeleide witte mensen zitten in hun eigen bubbel. Maar dat geldt ook voor andere culturele groepen.”
4.3 Randvoorwaarden en instrumenten Ondanks de hobbels die worden gezien om tot gemengde wijken te komen, zien de respondenten een rijke instrumentenkist om de gemengde wijk tot stand te brengen. Daarbij wijzen ze ook op de randvoorwaarden die nodig zijn om dit instrumentarium effectief te kunnen inzetten. Hierbij valt op dat men – meer dan in het verleden het geval was – zich bewust is van zowel het schaalniveau waarop een instrument moet worden toegepast als van de verbinding die noodzakelijk is tussen fysieke en sociale interventies.
Menging op regionaal en stedelijk niveau Een aantal respondenten onderstreept dat het werken aan gemengde wijken niet alleen in Nieuw-West zelf moet worden nagestreefd, maar dat dit inzet vereist op regionaal en stedelijk niveau.34 Anne Wilbers van Stadgenoot: “Er zijn in Metropoolregio Amsterdam afspraken gemaakt over sociale huur. Iedereen levert zijn aandeel: de dertig procent van [voormalig minister, red.] Hugo de Jonge. Dat drukt in de regio op alle gemeenten. Amstelveen loopt bijvoorbeeld achter op dat percentage. Maar ook door te kijken hoe we asielzoekers meer kunnen spreiden over de regio. Zo heeft de gemeente Amsterdam een deal gesloten met regiogemeenten om daar meer statushouders te huisvesten, maar juist meer asielzoekers in Amsterdam.” Wilbers is zich ook bewust van de effecten van stedelijke spreiding van sociale huurwoningen over de stad: “In de gebiedsontwikkeling is sinds 2017 stedelijk 40-40-20 afgesproken [40 procent sociaal, 40 procent middelduur, 20 procent duur, red.]. De gemeente blijft vanuit overtuiging hierop inzetten, zelfs als dit lastig te financieren is. Wij als corporaties zeggen: wethouder zorg dan dat er ook in het Centrum of in Zuid sociale huurwoningen bijgebouwd worden. Bijvoorbeeld op het Marineterrein.
Je zou bij wijze van spreken 80 procent sociaal moeten bouwen om die wijken naar dertig procent te brengen, maar dat is lastig met de huidige negatieve grondexploitaties. Dergelijke afspraken over menging worden – zover ik weet – nog niet wijkgericht vertaald. De afstemming over de gebiedsplannen [in de NPLV-gebieden] worden door andere mensen gedaan dan de prestatieafspraken tussen gemeente en woningcorporaties. Dat mag van mij in de toekomst beter.” Nabila Bouabbouz, projectdirecteur gebiedsontwikkeling Amsterdam Nieuw-West voegt hieraan toe: “In het kader van het gemeentelijk beleid ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’, krijgen de stadsdelen
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
24
Amsterdam Noord, Zuidoost en Nieuw-West meer financiële aandacht. Het gaat om vele miljoenen aan onrendabele investeringen in sloop-nieuwbouw en verdichting in Nieuw-West.”
Samenhang tussen fysieke en sociale inzet Verschillende respondenten benadrukken dat de fysieke aanpak om tot gemengde wijken te komen alleen kan slagen als deze goed ingebed is in de brede integrale gebiedsaanpak. Anne Wilbers: “In ons opgaveteam Wonen en Leefomgeving van Samen Nieuw-West hebben we opgeschreven: alleen fysiek aanpakken maakt nog geen leefbare wijken. Er is bijvoorbeeld ook actie achter de voordeur nodig. Ook zonder nationaal programma zouden we in Nieuw-West gaan herstructureren, maar de plus van het NPLV is dat we tegelijk de sociale en economische problematiek aanpakken. Door deze problematiek aan te pakken én te verdunnen, denken we tot een meer evenwichtige wijk te komen.” Nabila Bouabbouz beaamt dit: “De fysieke aanpak gaat door in Nieuw-West, met of zonder NPLV. Maar ik hoop dat de zachte component ook slaagt, anders heb je straks een enorme vernieuwingsoperatie gehad maar is er achter de voordeur niets gebeurd. Het NPLV zou een breekijzer moeten zijn voor Nieuw-West.” Samir Bashara, programmadirecteur van Samen Nieuw-West onderschrijft dit: “De essentie van het Nationaal Programma is dat je alle velden over elkaar heen legt en in samenhang aan de slag gaat. Het begint met het erkennen van het op elkaar inwerken van al die verschillende velden: jeugd, wonen, veiligheid, et cetera.
En daarmee het besef dat als je aan één knop draait, je eigenlijk niets doet. Als je naar de huidige werkelijkheid kijkt dan wordt er nog niet in samenhang gewerkt. We proberen te bewerkstelligen dat er echt – het zijn jeukwoorden – integraal geprogrammeerd wordt. […] De lopende projecten laten zich vaak niet meer bijsturen, maar in de toekomst moet het echt anders.”
Visievorming en coördinatie op stadsdeelniveau De gewenste samenhang en samenwerking tussen fysiek en sociaal ontstaat niet vanzelf, beseffen verschillende respondenten. Zij onderstrepen dat de gemengde wijk alleen kan slagen als er een gezamenlijke visie op de toekomst van de wijk wordt geformuleerd, die alle partners omarmen. Samir Bashara: “Om het dit keer goed te doen, dat vraagt op heel veel vlakken aandacht. We zijn in gesprek met onder meer het stadsdeel en de woningcorporaties. De gezamenlijke vraag die centraal staat is: hoe zorgen we voor meer draagkracht in deze buurten? In die gesprekken merk je dat er per partij zoveel aannames en afwegingen zijn. Wij [programmabureau samen met partners, red.] gaan proberen een stip op de horizon te formuleren. Waar werken we gezamenlijk naartoe? Vervolgens zullen we een afwegingskader opstellen. We moeten geen aparte visie op menging maken, want dat trekt de discussie uit het lood. Mengen is maar één onderdeel van de totale opgave.” Stevige coördinatie, niet alleen binnen Nieuw-West maar ook op stedelijk niveau, vinden respondenten essentieel om gemengde wijken te laten slagen binnen de brede wijkaanpak. Pedro Veldhuis, gebiedscoördinator in Nieuw-West: “Kwetsbare groepen komen automatisch in Nieuw-West terecht, gezien de aantallen sociale huurwoningen hier. Daar wordt niet sterk genoeg op gestuurd.
Dat zouden we met het Nationaal Programma wel kunnen doen: zicht krijgen op deze vraagstukken en afspraken maken over een betere verdeling over wijken. […] Samen Nieuw-West kan coördineren op hoger schaalniveau en daarbij samenwerken met de partners in het gebied, ook voor de sociale aanpak. […] Een voorbeeld is het
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
25
doorverhuizen van bewoners tussen buurten tijdens een fysieke aanpak. Nu ligt de focus teveel op het schaalniveau van bijvoorbeeld de Van Deysselbuurt. Dan kan je gaan schuiven naar andere buurten en ook beter gaan kijken naar de vraag: hoe kunnen deze wijken meer in balans komen qua draagkracht?”
Verdichting en verkoop huurwoningen Parallel aan de inbedding in een brede gecoördineerde aanpak moet het fysieke instrumentarium secuur worden ingezet om de gemengde wijk te doen slagen. Anne Wilbers, bestuursvoorzitter van Stadgenoot wijst op de kansen die verdichting daarbij biedt: “Een belangrijk uitgangspunt, dat we nu hebben vastgelegd met de gemeente, is dat er bij ontwikkelingen evenveel sociale woningen worden teruggebouwd. Wat we niet willen is dat mensen weggejaagd worden. De vernieuwing is primair voor wijkbewoners zelf. Door te slopen én verdichten creëren we een gedifferentieerde woningvoorraad.” Nabila Bouabbouz, projectdirecteur gebiedsontwikkeling Amsterdam Nieuw-West, legt uit dat er naast het woningtekort ook een financiële noodzaak is om te verdichten: “Fase 1 van Parkstad [tot de kredietcrisis, red.] ging nog uit van verdunning van de woningvoorraad. Dat krijg je nu financieel niet meer van de grond. Dan zouden corporaties teveel moeten afboeken. We kiezen als stad mede daarom voor verdichten. Alle vernieuwingsprojecten in mijn portefeuille verdichten we met 200 procent of meer. Dit zorgt ervoor dat het verlies niet zo groot is. Verlies is er overigens altijd, maar dat dichten we met inkomsten uit andere gebieden van de stad.” Ook de verkoop van huurwoningen wordt ingezet als instrument om de woningvoorraad in Nieuw-West meer gemengd te maken.
Anne Wilbers legt uit: “In de overleggen over prestatieafspraken was het grote onderwerp dit keer de verkoop van sociale huurwoningen binnen en buiten de ring. Als verkoop wordt ingezet als bijdrage aan menging, vinden de meeste partijen het prima. Je zou bij voorkeur alleen op die plekken willen verkopen waar dat differentiatie oplevert.” Ook dit instrument heeft naast differentiatie een financiële component. Anne Wilbers plaatst hierbij ook een kanttekening: “In deze krappe woningmarkt wil je het liefst alle woningen behouden. Maar omdat er een financieel tekort is, hebben we met alle corporaties een ‘tenzij’ afgesproken voor de gebieden waar relatief weinig sociale huur is. Echter, als we toch aan voldoende verkoop willen komen, gaan we het onszelf beheersmatig wel moeilijk maken als we hierdoor ‘gespikkeld bezit’ en dus nieuwe VvE’s creëren. Deze VvE’s zijn namelijk lastig te beheren.”
Goede voorzieningen en openbare ruimte Ook investeringen in voorzieningen en in de openbare ruimte zijn volgens respondenten van belang voor het slagen van de menging in Nieuw-West. Nabila Bouabbouz: “Voor de gemengde wijk zijn ook voorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte van belang. Neem de scholen. Daar kun je niet afdwingen dat mensen mengen. Maar hoe betrokken de school is bij de buurt en de aanwezigheid van eigenaarschap bij ouders, die kunnen wel het verschil maken.” Anne Wilbers vertelt dat nu veel nieuwe bewoners in Nieuw-West hun kinderen naar scholen brengen buiten de wijk: “Dat soort effecten hoop je in de toekomst te voorkomen. Daarom moeten er goede voorzieningen komen. We hebben als corporaties geen invloed op de kwaliteit van de scholen. Wel kunnen we bijvoorbeeld ontmoetingsruimtes en bedrijfsonroerend goed ontwikkelen.” Volgens Bouabbouz kunnen we op dit punt leren van het verleden: “Stedelijke vernieuwing ging destijds over wonen. Dit werkte eenzaamheid in de hand door toename van 1persoonshuishoudens. Als je bijvoorbeeld kijkt hoe wijken in Marokko zijn opgebouwd: dit gaat altijd gepaard
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
26
met een plint van voorzieningen, nooit wonen alleen. Er is ruimte voor vakmensen, kruideniers, zodat men elkaar in het straatbeeld continu ontmoet. Dit gaat eenzaamheid tegen.”
Werken aan binding en verbinding Diverse respondenten hameren op het belang van interventies die ontmoeting en sociale cohesie te bevorderen. Deze zijn volgens hen essentieel om de gemengde wijk te laten slagen. Harro Labrujere, bestuurder van Kringwijs ziet hier een rol weggelegd voor Samen Nieuw-West: “Vaak zie ik dat na een vernieuwing van een buurt er geen contact is tussen de kopers en de huurders. Daar moet heel bewust in geïnvesteerd worden. Bouw aan de onderlinge contacten. […] Er is hier is een groep van niet-aangehaakte mensen – een vervelende term – die er geen vertrouwen in heeft dat wat er gebeurt ook voor hen is. Daarom moet je gaan bouwen aan de netwerken waar deze mensen onderdeel van uitmaken. Dat noemen wij ‘grassroots community building’. Het Nationaal Programma moet daar een rol in pakken. Als je de ambities wil waarmaken dan vraagt dat investeren in contacten en netwerken. Dat is opbouwwerk, maar niet het soort dat alleen afwacht tot er initiatieven opduiken en die helpen, maar het soort dat actief netwerken opbouwt. Dat kost tijd en geduld.” Anne Wilbers sluit zich hierbij aan: “Werken aan meer community building is onvermijdelijk, op alle vlakken: koop, huur, ouderen, jongeren et cetera. Er moet veel meer sociale verbinding tot stand komen. Binnen en tussen groepen. Dat is mijn overtuiging. Maar geen partij is hier echt verantwoordelijk voor.”
Vernieuwen mét bewoners Alle respondenten hechten waarde aan het meer en beter betrekken van bewoners bij de vernieuwing van hun wijk. Dit ziet men als een effectief instrument om tot duurzamere sociale effecten te komen. Harro Lubrujere legt uit dat de huidige praktijk van veel fysieke ontwikkelingen op dit punt tekortschiet: “In veel vernieuwingsprojecten wordt weinig gesproken met de buurt. Er zijn wel veel vragenlijstjes, maar écht gepraat wordt er niet. Ga naast een collectief proces ook individuele gesprekken aan. Je zou daarbij ook veel meer de verschillen tussen mensen kunnen laten bestaan, en dan op maat zoeken naar manieren om daar mee om te gaan. Men denkt dat dit te duur en ingewikkeld is. Maar ik geloof dat niet. Het kan juist veel opleveren bij bewoners, namelijk: vertrouwen. En je kunt ook veel meer kennis benutten van mensen om met oplossingen te komen.” Jurgen van der Heijden ziet dat het betrekken van bewoners bij vernieuwingsplannen ook verbindend kan werken: “Bij het strijden voor een gemeenschappelijk buurtbelang zie je een enorme menging ontstaan van allerlei typen bewoners. Die treffen elkaar bijvoorbeeld in initiatieven rond wijkbeheer, zoals VuilnisOproer, een gemeenschap die zich inzet voor een schoner Nieuw-West. Het zou goed zijn als je dat effect ook kan bereiken op andere thema’s.
Samen Nieuw-West kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren.” Nabila Bouabbouz zag dit ook in de Van Deysselbuurt: “Als pilot is het proces gestart om de invulling en branchering van de voorzieningenstraat samen met de buurt te gaan doen. Als iets eigen is dan is het niet van de ander. Het moet van de buurt zijn, want daar ontstaat eigenaarschap. Doe dat dan wel laagdrempelig.”
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
27
Houd oog voor vernieuwde buurten Pedro Veldhuis, gebiedscoördinator in Nieuw-West, breekt een lans voor de reeds vernieuwde delen van Nieuw-West. Wanneer de fysieke vernieuwing is afgerond, blijft sociaal beheer volgens hem nodig: “Je moet er goed voor waken dat vernieuwde buurten niet afglijden, daarin moet je ook blijven investeren. Niet investeren kan later leiden tot polarisatie, kijk bijvoorbeeld naar De Aker. Een grote groep mensen stemt daar op PVV en Denk. […] Het Zuidwestkwadrant in Osdorp was de eerste of tweede wijk die op de schop ging tijdens Parkstad. Vooral vanwege het eenzijdige sociaaleconomische karakter is er toen ingegrepen. Nu zijn we twintig jaar verder en worden de leefbaarheidscijfers weer roder en roder. Er is destijds gedifferentieerd gebouwd, maar nu is het toch weer gaan kantelen. Er komt teveel van hetzelfde bij elkaar, qua type mens en achtergrond: een clustering van minder draagkrachtige mensen, mensen die minder aandacht hebben voor wat er in de samenleving of bij de buren gebeurt. Men kijkt weg. De problematiek is in andere buurten op dit moment wellicht erger, maar ook hier in de Aker moet je de aandacht houden. We zijn over twintig jaar echt niet klaar.”
Niet doen: mengen op galerij- of gebouwniveau Tot slot waarschuwen een aantal respondenten tegen mengen binnen wooncomplexen, waarmee men dus bepleit om te mengen op buurtniveau. Anne Wilbers, bestuursvoorzitter van Stadgenoot geeft aan: “We hebben slechte ervaringen met menging op laag schaalniveau, zoals complex- of portiekniveau. Bewoners zelf vinden dat niet fijn. Dat komt door verschillen in leefstijl. In IJburg is bijvoorbeeld destijds alles door elkaar gebouwd. Daar is heel veel problematiek door ontstaan. De sociale investeringen waren daarom enorm hoog. De focus is nog steeds op mengen, maar niet meer op galerij- of gebouwniveau.” Nabila Bouabbouz nuanceert dit beeld: “Als je op complexniveau wil mengen, moet je wel zorgen voor verschillende ingangen. Het is vooral op buurtniveau waar mensen elkaar tegen moeten komen.” Volgens Samir Bashara is precies dat in het verleden in Nieuw-West niet goed gelukt: “In dit stadsdeel is sprake van mislukte pogingen tot menging. Er zijn projecten te naïef uitgevoerd. Men is bij elkaar gepleurd in één gebouw. Je bent er dan niet. Integendeel: dan gaan mensen juist verder van elkaar afstaan. Het werkt dan juist averechts.”
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
28
5 Strategische bouwstenen In het vorige hoofdstuk is uiteengezet welke ideeën er leven onder betrokkenen bij Samen Nieuw-West over de ‘gemengde wijken’-ambitie en hoe deze volgens hen kunnen worden vormgegeven. Dit hoofdstuk beschrijft welke bouwstenen en strategische samenwerking die daarvoor nodig is en welke maatregelen op korte en middellange termijn kunnen worden ingezet. De fysieke vernieuwing van Amsterdam Nieuw-West loopt al sinds de jaren negentig. Zelfs tijdens de kredietcrisis, toen de woningbouw in de rest van Nederland stagneerde, is de stedelijke vernieuwing er voortgezet. Tussen 2010 en 2022 was de vernieuwing geen onderdeel van een gecoördineerde integrale wijkaanpak, maar rolde de fysieke trein vooral op eigen kracht voort. Het ontbreken van een strategie op wijk- of stadsdeelniveau leidde tot gefragmenteerde planvorming door uiteenlopende partijen, met vaak eigen doelen en ambities. De vernieuwde delen van Nieuw-West zijn weliswaar fysiek opgeknapt, maar de sociale cohesie is in veel buurten nog steeds broos, de verhuisgeneigdheid hoog en het vertrouwen van bewoners in de toekomst van hun wijk laag. Het Nationaal Programma Samen Nieuw-West zorgt voor hernieuwde urgentie, maar ook voor nieuwe verwachtingen, doelen en ambities. De geïnterviewden zijn het eens over de noodzaak om te werken aan gemengde wijken in Nieuw-West.
Ook zijn ze bekend met valkuilen, onderkennen ze de waarde van lessen uit het verleden en hebben ze zicht op randvoorwaarden en instrumenten die nodig zijn om de gemeenschappelijke ambities in te lossen. Tegelijkertijd is er – zo laten de interviews zien – ook enige ruis in de gesprekken hierover. Verwarring over doelen, middelen, instrumenten en beoogde resultaten ligt geregeld op de loer. De huidige inzet en de instrumenten die in de interviews ter sprake kwamen, vormen nog lang geen uitgebalanceerde strategie. Wellicht de grootste uitdaging voor de komende jaren is om de integrale ambities van Samen Nieuw-West – die zich zo makkelijk laten toevertrouwen aan papier – écht waar te maken en te voorkomen dat de fysieke vernieuwingsopgave opnieuw versnipperd raakt in losse projecten die de overkoepelende doelen voorbij schieten. Hoe de brede wijkaanpak van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West en de fysieke aanpak van de gemeente, individuele woningcorporaties en ontwikkelaars samenkomen, moet de komende tijd zorgvuldig worden vormgegeven. In 2024 zijn de gesprekken hierover gestart. De ambitie om in Nieuw-West gemengde wijken te realiseren die een duurzame meerwaarde hebben voor de wijkstatistieken en die tegelijkertijd nieuwe kansen bieden aan zittende bewoners, vraagt om een uitgebalanceerde strategie.
Een strategie die niet alleen een brede inzet vereist, maar ook continue afstemming en samenwerking tussen betrokken partijen.
5.1 Naar een integrale strategie Het kennisfundament Inhoud geven aan de gemengde wijk, dat WijkWijzer in het kader van deze verkenning heeft opgesteld, beschrijft vier stappen om te komen tot een integrale strategie (zie figuur 5.1). Partijen in Amsterdam Nieuw-West investeren al decennialang in gemengde wijken, maar de startfase van
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
29
het Nationaal Programma Samen Nieuw-West vraagt om een herijking van de oude doelen en werkwijzen. Hoewel de planvorming voor verschillende projecten en deelgebieden in volle gang is, is een pas op de plaats nodig om inhoud te geven aan de eerste twee stappen.
Figuur 5.1 Vier stappen om inhoud te geven aan de gemengde wijk Het is van cruciaal belang om scherpte aan te brengen in de uitwerking van de gemeenschappelijke ambities, om te werken aan begripsverheldering en aan een eenduidige taal, zodat partijen gedurende de planvorming en de uitvoering een scherp oog kunnen houden op de doelen die de gemengde wijk moet inlossen. Het convenant Samen Nieuw-West schrijft hierover: “We willen zorgen voor meer woningen en meer differentiatie in het woningaanbod en voor een evenwichtige balans van bewoners in complexen en buurten.” Afgaand op de interviews die voor deze verkenning zijn gehouden, vragen drie elementen hierbij specifiek om aandacht: 1.
Het werken aan gemengde wijken mag nooit los worden gezien van de bredere doelen die Samen Nieuw-West met haar 20-jarige aanpak nastreeft. De gemengde wijk maakt deel uit van de integrale langjarige strategie om een inhaal- en verbeterslag te realiseren in Amsterdam NieuwWest. De eenzijdig fysiek gedreven aanpak – zoals gebruikelijk was tijdens Parkstad en minder gecoördineerd werd doorgezet daarna – is hiertoe niet toereikend. Fysieke maatregelen zijn een middel, geen doel op zichzelf. En ze omvatten niet alleen de woningvoorraad maar ook de wijkvoorzieningen en de fysieke woonomgeving.
2.
Betrokken partijen moeten heel gericht nadenken over het wie (welke groepen willen we vasthouden, aantrekken of inperken?), het waartoe (met welk doel willen we dit?), het hoe (wat zijn passende maatregelen?) en het waar (in welke buurten in Nieuw-West?) van sociaalruimtelijke differentiatie. Indien deze vragen niet helder, concreet en eenduidig worden beantwoord, daalt de kans dat gestelde verwachtingen worden ingelost.
3.
De betrokken partijen moeten intensief met elkaar samenwerken en elkaar scherp houden. Het werken aan gemengde wijken in Amsterdam Nieuw-West met duurzaam sociaal-ruimtelijk resultaat, kan alleen slagen als de ambities van Samen Nieuw-West in hun volle breedte, en in nauwe samenwerking tussen alle relevante actoren op niet-vrijblijvende wijze worden uitgewerkt. Dit vereist langjarig commitment, zowel bestuurlijk als strategisch.
De gemeenschappelijke beleidsambities van de partijen in Nieuw-West moeten de komende tijd verder worden aangescherpt en geconcretiseerd. Uit de gesprekken voor deze verkenning doen wij een voorzet
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
30
voor drie gedeelde doelstellingen, die samen kunnen bijdragen aan de ambitie om fysiek en sociaal te mengen: 1.
Beperken van de kwetsbare instroom, vasthouden van sociale stijgers en bevorderen van kansrijke instroom in Amsterdam Nieuw-West.
2.
De fysieke wijkvernieuwing van Nieuw-West integraal onderdeel maken van de brede wijkaanpak, zodat fysieke en sociale interventies elkaar waar mogelijk ondersteunen en versterken.
3.
Fysieke ingrepen in Nieuw-West centraal afwegen, afstemmen en monitoren onder de vlag van Samen Nieuw-West.
5.2 Van strategie naar instrumenten Voor de uitwerking van de integrale strategie (stap 2 en 3) zijn verschillende instrumenten en interventies nodig, die in samenhang moeten worden ontwikkeld en ingezet. Enerzijds gaat het om fysieke en volkshuisvestelijke instrumenten, anderzijds om sociale en economische interventies. Het realiseren van een aantrekkelijke en inspirerende woonomgeving vereist een integrale inzet van enerzijds fysieke maatregelen en investeringen (in woningen, voorzieningen en buitenruimten) en anderzijds van ondersteunende sociale en economische maatregelen en interventies. Het Kennisfundament Inhoud geven aan de gemengde wijk verschaft in een breed overzicht van de beschikbare wetenschappelijke kennis en onderzoek en de beleidservaring met maatregelen, interventies en instrumenten op dit brede terrein. Een deel van de hierin beschreven fysieke instrumenten zijn of worden al ingezet in Nieuw-West, maar – zoals eerder uitgelegd – ontberen ze veelal een stadsdeelbrede afstemming en een concrete verbinding met andere onderdelen van de brede wijkaanpak. We schetsen vier bouwstenen die de komende jaren onmisbaar zijn om de fysieke vernieuwing van Amsterdam NieuwWest te doen slagen.
Betrokken bewoners Meerdere respondenten hekelden de huidige inbreng van bewoners in de fysieke vernieuwing van NieuwWest. Inzet op bewonersparticipatie is echter een onmisbaar onderdeel van het instrumentarium. Kennis en wijsheid van de grass roots komt effectief beleid ten goede, zeker waar het ingrepen in de directe woonomgeving betreft. De uitdaging is om niet alleen samen te werken met actieve, georganiseerde bewonersnetwerken, maar om ook inwoners te bereiken die afhaken bij formele, traditionele vormen van burgerraadpleging (brieven, enquêtes, inloopavonden). Veelgebruikte participatieve instrumenten van nu zijn buurtagenda’s, burgerberaden, bewonersbudgetten, gelote wijkcomités, ontwerpstudio’s, maar ook het inzetten van social design en community art.
Fysiek en volkshuisvestelijk instrumentarium De kern van het instrumentarium voor gemengde wijken ligt in het ingrijpen van de eigendomsverhoudingen om tot een betere mix te komen van sociale huur, particuliere huur- en koopwoningen én op het meer grip krijgen op de toewijzing van huurwoningen. Naast sloop, nieuwbouw, renovatie en transformatie én het lokaal en regionaal afstemmen van herstructurering en
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
31
gebiedsontwikkeling (ook als het kleinschalige projecten betreft), vragen nieuwe of alternatieve vormen van toewijzing en het sturen op beperken van de instroom van specifieke doelgroepen om aandacht. Daarbij moet zorgvuldig worden nagedacht voor welke groepen én met welke maatregelen de instroom mogelijkerwijs moeten worden ingeperkt of juist gestimuleerd. Verkend kan worden welke kansen en mogelijkheden de Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek hierbij biedt. Het vasthouden van sociale stijgers moet een stevige plek krijgen in het woonprogramma van Nieuw-West. De voorrangsregeling voor middenhuurwoningen in het project Typisch Tuinstad voor mensen uit de buurt die een sociale huurwoning achterlaten of een sleutelberoep hebben, is een bruikbaar voorbeeld dat breder navolging mag krijgen in Nieuw-West.35 De huidige beroepsgroepenregeling voor corporatiewoningen - met name middenhuurwoningen - beperkt zich tot leraren, bepaalde politieagenten en specifieke beroepen in de zorg. Dit zou voor Nieuw-West breder ingericht kunnen worden. Ook beleggers en ontwikkelaars kunnen hier een bijdrage aan leveren in dit stadsdeel, zoals Typisch Tuinstad al laat zien. Ook de stedenbouwkundige en architectonische uitwerking vraagt om precisie.
Dat betekent: goed nadenken over welke bewoners (wat betreft leeftijd, huishoudentype, leefstijl en sociaaleconomische status) in elkaars nabijheid kunnen worden gesitueerd. In stedenbouwkundige zin vraagt dit om goed onderbouwde keuzes en om ontwerpprincipes ten aanzien van de schaal en korrelgrootte van menging, de overgangszones tussen woning en straat (van privé naar openbaar) en ontwerp en inrichting van de openbare ruimte (met onder meer logische en aantrekkelijke wandel- en fietsroutes). Verdichting moeten daarbij worden ingezet ten behoeve van de integrale verbetering van wijken en buurten, en niet vanuit een eenzijdige focus op het dichtrekenen van businesscases.
Sociaal en economisch instrumentarium Sociale en economische instrumenten zijn essentieel om tot succesvolle gemengde wijken te komen. Enerzijds omdat ze kunnen bijdragen aan het terugdringen van achterstanden op terreinen van inclusie, veiligheid, werk en onderwijs – de centrale ambities van Samen Nieuw-West. Anderzijds omdat ze helpen om wijken te realiseren waar verschillende sociaaleconomische groepen niet in aparte enclaves en gesloten gemeenschapen naast elkaar leven, maar in interactie met elkaar. Dit laatste kent ook een fysiek-ruimtelijke component, in de vorm van voorzieningen (accommodaties) én buitenruimten die inwoners de mogelijkheid bieden om onderling contact op te bouwen (verbinding) en om zich te kunnen ontplooien (verheffing). Het gaat daarbij zowel om het verbinden van groepen die sterk op elkaar lijken (‘bonding’) als om groepen die in het dagelijks leven ver uit elkaar staan (‘bridging’). Juist in gemengde wijken is het belangrijk om zowel losse, lichte en terloopse contacten uit te lokken (publieke familiariteit) als in te zetten op meer geregisseerde, hechtere contacten, bijvoorbeeld via onderwijs, sport of welzijnswerk. Bij de uitwerking van dit instrumentarium moet worden voortgebouwd op de bestaande sociale infrastructuur en buitenruimten.
Bij het verminderen van tekorten en achterstanden vervullen zowel sociaal-culturele voorzieningen (buurt- en wijkcentra, bibliotheken, voorzieningen voor sport, spel en bewegen), als onderwijs- en zorgvoorzieningen een belangrijke rol. Vooral de school, bij voorkeur
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
32
gemengd en met inpandige ondersteunende zorg, is een belangrijke voorziening om de toekomstkansen van kinderen die op achterstand staan te verbeteren. Benadrukt moet worden dat voorzieningen op zichzelf geen tekorten en achterstanden oplossen, dit vereist ook inzet van vakmensen. Opbouwwerkers en community builders kunnen een belangrijke rol vervullen bij het verbinden van groepen en het bevorderen van vanzelfsprekende ontmoeting (zowel in de binnen- als buitenruimte). In dit licht is het bovendien waardevol om personen met een maatschappelijk beroep, zoals sociaal werkers, onderwijzers en huisartsen, te binden aan Amsterdam Nieuw-West. Tot slot kunnen economische interventies bijdragen aan het inlossen van de beloften van de gemengde wijk. Wijkeconomie kan de identiteit van Nieuw-West en het aanwezige economisch potentieel versterken, het kan groepen verbinden én als stijgings- en ontplooiingskanaal fungeren voor inwoners. Economische impulsen verlevendigen straten en publieke ruimten, zorgen voor ontmoetingen en voor ogen op de straat. Niet alleen met zichtbare bedrijvigheid zoals winkels in plinten, maar ook met zzp-ers die werken vanuit huis of aan huis diensten verlenen of met ondernemers in een bedrijfsverzamelgebouw of broedplaats.
Ondernemerschap kan kansen bieden voor groepen waarvoor de reguliere arbeidsmarkt in meer of mindere mate is geblokkeerd, bijvoorbeeld door discriminatie of het missen van startkwalificaties dan wel het niet erkend krijgen van diploma’s. Met een waaier aan interventies kan de wijkeconomie in NieuwWest gestimuleerd worden; denk aan constructies zoals huurgewenning, flexibele regelgeving, kansenzones, microkredieten, tijdelijke invullingen of prijsvraagformules.
Slagvaardige governance Nieuw-West is een groot gebied met een grote vernieuwingsopgave, waarbij tal van partijen – programmabureau, gemeente en stadsdeel, maar ook corporaties, bouwers en ontwikkelaars – actief zijn. Elk met hun eigen belangen en motieven, op korte maar ook op lange termijn. Gezamenlijk toewerken naar een gemeenschappelijke stip op de horizon vraagt van al deze partijen commitment op de gestelde doelen. En bij tijd en wijlen ook om bereidwilligheid en flexibiliteit om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen of veranderende (markt)omstandigheden. Een complexe uitdaging voor de komende jaren is om deze samenwerking op effectieve wijze te organiseren. Waarbij geen oeverloze vergadercircuits worden opgetuigd maar slagvaardig overleg plaatsvindt. Om zo te voorkomen dat partijen zich terugtrekken in hun eigen koker en hun eigen doelstellingen laten prevaleren boven de toekomst van Amsterdam Nieuw-West. Op bestuurlijk niveau moeten de lijnen kort zijn. Dit vraagt frequent bestuurlijk overleg maar mogelijk ook informeel contact. Op beleidsniveau is nauwe strategische samenwerking vereist, met name tussen het programmabureau Samen Nieuw-West, de gemeente, het stadsdeel, de betrokken woningcorporaties en de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Daarbij moet zowel de ontwikkeling van de strategie als de inzet van instrumenten op lokaal en op regionaal niveau worden afgestemd.
Bij woningbouw en bedrijvenlocaties past een regionaal perspectief, bij de bouw of vernieuwing van scholen voor middelbaar onderwijs een (boven)gemeentelijk, voor veel lokale voorzieningen is de wijk het gepaste schaalniveau.
5.3 Maatregelen op korte en middellange termijn Om gezamenlijk inhoud te geven aan de onder 5.1 beschreven doelstellingen, moet de strategie worden uitgewerkt in concrete maatregelen, zowel gericht op de korte termijn als op de (middel)lange termijn, die
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
33
vervolgens per project of deelgebied kunnen uitwerken. Dit vraagt inzet van en samenwerking en afstemming tussen de diverse actoren. Hierbij zijn het programmabureau Samen Nieuw-West, het stadsdeel, de gemeente, de betrokken woningcorporaties en de MRA aan zet, aangevuld met andere stedelijke partners die werken aan andere opgaven van Samen Nieuw-West, zoals marktpartijen en ontwerpers. Vanzelfsprekend zijn bewoners en het lokale maatschappelijk middenveld (ondernemers, verenigingen, maatschappelijke en culturele instellingen) onmisbaar bij de uitwerking van plannen en maatregelen én bij de uitvoering ervan. Zij kunnen een cruciale bijdrage leveren aan co-creatie of participatieve ontwerpprocessen, maar ook door ideeën en initiatieven ‘van onderop’ in te brengen. Tabel 5.1 verschaft een (niet-uitputtend) overzicht van mogelijke maatregelen, uitgesplitst naar de belangrijkste actoren. Tabel 5.1: Mogelijke maatregelen per actor
Programmabureau
Gemeente
Woningcorporaties
Metropoolregio
Mogelijke maatregelen Visie formuleren op basis van ambities, doelen, doelgroepen van de gemengde wijk, samen met relevante partners. Afspraken over toewijzing/voorrang o.b.v. lokale binding (eventueel m.b.v. WBMGP) Ontwikkelen maatregelen om te sturen op instroom en toewijzing specifieke doelgroepen (o.a. sociale stijgers) Versterken bewonersnetwerken, faciliteren eigen initiatief Versterken samenwerking zorg, welzijn, onderwijs en veiligheid Schaal en korrelgrootte bepalen t.b.v. kans op contact en uitwisseling (stedenbouwkundige randvoorwaarden, architectonische inpassing) Visie en planvorming voor ontmoetingsplekken (voorzieningen en openbare ruimte) Verkennen mogelijkheden bijzondere en kleinschalige woonvormen (magic mix) Participatief ontwerpen, inzet op gemeenschapsversterking Ongelijk investeren voor gelijke kansen uitbreiden naar afspraken over evenwichtiger spreiden sociale huur (woonruimteverdeling en vastgoed- en grondstrategie) Versterken samenwerking tussen Wonen, Grond & Ontwikkeling en Maatschappelijke Voorzieningen Verkennen mogelijkheden WBMGP Gebiedsgerichte programmering en prioritering voor doelgroepen gericht op doorstroming en verhuisbewegingen Aanpak achterstallig onderhoud Actief handhaven woninggebruik (Wet betaalbare huur, leegstand, etc.) Bijdragen aan betere voorzieningen en openbare ruimte Samenwerkingsafspraken
over: toewijzing huurwoningen o.b.v. sociale en economische binding (eventueel m.b.v. WBMGP) Gezamenlijke portefeuillestrategie Sloop/herstructurering Verkoop van sociale huurwoningen Inzet op sociaal beheer Anticyclisch investeren (o.a. in middenhuur en koop) Bijdragen aan betere voorzieningen en openbare ruimte Afspraken over evenwichtiger spreiden van kwetsbare doelgroepen en spoedzoekers Afspraken evenwichtiger spreiden sociale huur (woonruimteverdeling en vastgoed- en grondstrategie)
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
34
5.4 Afsluitend In Nieuw West is al meer dan 25 jaar geïnvesteerd in het realiseren van gemengde wijken. Met wisselend succes, zo laten zowel cijfers als meningen zien. Nieuw-West is statistisch gezien een meer gemengde wijk geworden in vergelijking met het begin van deze eeuw. Er is doorlopend gewerkt aan het tegengaan van de monotonie van sociale huurwoningen; grote delen van de sociale huur kreeg een kwaliteitsimpuls en er zijn woningen in duurdere segmenten toegevoegd. In de beleving van de bewoners daarentegen, ging Nieuw-West er niet of nauwelijks op vooruit. De kennelijke leefbaarheid (afleesbaar aan wijkstatistieken) is verbeterd, maar de gepercipieerde leefbaarheid (afleesbaar aan de subjectieve beleving van inwoners) blijft – tot nu toe – hardnekkig achter. De bezorgdheid over gentrification, verdringing en spanningen tussen bewonersgroepen in de vernieuwde buurten lijkt zelfs groeiende. De gemengde wijk is al jarenlang een beladen onderwerp dat bij de geïnterviewden allerlei ideeën en (wens)beelden oproept. Sinds begin deze eeuw worden door de wetenschap en in de media de nodige vraagtekens geplaatst bij de sociale opbrengsten van fysieke wijkvernieuwing. De echo van deze kritiek klinkt door in vrijwel ieder gesprek dat we voor deze verkenning voerden.
De veelheid aan ideeën, associaties en opinies over de gemengde wijk onderstreept de noodzaak om scherpte aan te brengen in de strategie voor Nieuw West. Dat betekent: heldere antwoorden formuleren op cruciale vragen over het wat, waarom en hoe én op zoek gaan naar een gemeenschappelijke taal. 36 Ook betekent het dat de gemengde wijk met realiteitszin moeten worden benaderd; het is geen wondermiddel dat als vanzelf ook allerlei nietfysieke problemen en tekortkomingen oplost. Als deze aanscherping onvoldoende aandacht krijgt, groeit de kans op nieuwe teleurstellingen in de toekomst. Om de komende 20-25 jaar tot de gewenste resultaten te komen, is een solide koppeling tussen en coördinatie van fysieke en sociale interventies essentieel. Dit is de kern van wat het NPLV beoogt, ook in Nieuw-West. Hoe dit concreet kan worden vormgegeven, moet in de komende periode met precisie worden uitgestippeld. Gezien de gelaagdheid van de opgaven en de geschetste strategische en procesmatige complexiteit, dienen alle betrokken partijen gezamenlijk te blijven werken aan realiteitszin. De inhaalrace die eind vorige eeuw in Amsterdam Nieuw-West is gestart, laat zien dat wijkverbetering een proces is van een hele lange adem. Het is nodig om koersvast te zijn en te sturen op de gezamenlijke ambities uit Samen Nieuw-West, maar om tegelijkertijd te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en inzichten.
Tot slot is verwachtingsmanagement vereist. Door verbeteringen op korte- en middellange termijn goed zichtbaar te maken, door voort te bouwen op wat goed gaat en door de identiteit en de rijke geschiedenis van Amsterdam Nieuw-West te benutten en te versterken. En door alle small wins te vieren, zodat huidige én toekomstige inwoners zien en voelen dat Nieuw-West in de lift zit.
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
35
Respondenten Voor deze analyse en handelingsperspectief zijn interviews afgenomen met: Samir Bashara
Programmadirecteur, Samen Nieuw-West
Nabila Bouabbouz
Projectdirecteur gebiedsontwikkeling Nieuw-West, gemeente Amsterdam
Ronald van Dijk
Programmamanager Van Deysselbuurt, Rochdale
Jurgen van der Heijden
Initiatiefnemer, Kracht van Nieuw-West
Harro Labrujere
Bestuurder van Kringwijs
Marloes van der Meulen
Programmamanager Wonen en leefomgeving Samen Nieuw West
Pedro Veldhuis
Gebiedscoördinator, gemeente Amsterdam
Anne Wilbers
Directeur-bestuurder, Stadgenoot
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
36
Noten 1 Anders dan het NPLV-gebied Nieuw-West (vanaf 2022) was tijdens de stedelijke vernieuwing (1999-2022) de
Kolenkitbuurt en het Bos- en Lommerplein onderdeel van de vernieuwingsopgave van Nieuw-West. 2 De Hoog, M. & A. de Wit (2022) Superwest 2000-2021. Vernieuwing van de Amsterdamse tuinsteden. THOTH 3 Convenant ‘Wij zijn Samen Nieuw-West’ (2023). Geraadpleegd via
https://www.samennieuw-west.nl/over-ons/#het-convenant 4 Uyterlinde, M., Van der Velden, J. & R. Engbersen (2024) Inhoud geven aan de gemengde wijk. Kennisfundament voor
de stedelijke focusgebieden in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. WijkWijzer. Geraadpleegd van: https://www.wijkwijzer.org/kennis/inhoud-geven-aan-de-gemengde-wijk 5 80 jaar stedelijke vernieuwing en wijkaanpak. Geraadpleegd via
https://kennisvanstadenregio.nl/verdieping/stedelijke-vernieuwing/ 6 De Hoog, M. & A. de Wit (2022) Superwest 2000-2021. Vernieuwing van de Amsterdamse tuinsteden. THOTH 7 De Hoog, M. & A. de Wit (2022) Superwest 2000-2021. Vernieuwing van de Amsterdamse tuinsteden. THOTH 8 Snel, E. & M. Uyterlinde (2022) Wat is leefbaarheid? In: Zicht op Leefbaarheid - Tien essays over leefbaarheid in
Rotterdamse Wijken. Kenniswerkplaats Leefbare Wijken Rotterdam. Geraadpleegd via https://kenniswerkplaats-leefbarewijken.nl/zicht-op-leefbaarheid 9 Onderzoek en Statistiek, gemeente Amsterdam. Geraadpleegd via
https://onderzoek.amsterdam.nl/ 10 De Hoog, M. & A. de Wit (2022) Superwest 2000-2021. Vernieuwing van de Amsterdamse tuinsteden. THOTH 11 Onderzoek en Statistiek, gemeente Amsterdam. Geraadpleegd via
https://onderzoek.amsterdam.nl/ 12 Tot aan 2022 werden tot ‘westerse migranten’ EU-migranten, zoals o.a. Poolse arbeidsmigranten gerekend, maar
ook expats en buitenlandse studenten. Onder ‘overige niet-westerse migranten’ vielen tot 2022 alle herkomstgroeperingen met uitzondering van Westerse landen, Marokko, Suriname, Turkije en de Voormalige Nederlandse Antillen en Aruba. Sinds 2022 wordt door O+S Amsterdam een andere migratie-indeling bijgehouden in navolging van het CBS: in plaats van de indeling westers/ niet-westers is de nieuwe indeling gebaseerd op werelddelen. 13 Ministerie van BZK (2024). Leefbaarometer,. Geraadpleegd via
https://www.leefbaarometer.nl/kaart 14 Gemeente Amsterdam (2024). Wonen in Amsterdam 2023 Leefbaarheid. Geraadpleegd via
https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/organisatie/ruimte-economie/wonen/wonen-in-amsterdam/
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
37
15 Gemeente Amsterdam (2024). Wonen in Amsterdam 2023 Leefbaarheid. Geraadpleegd via
https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/organisatie/ruimte-economie/wonen/wonen-in-amsterdam 16 Onderzoek en Statistiek, gemeente Amsterdam. Dashboard kerncijfers. Geraadpleegd via
https://onderzoek.amsterdam.nl/interactief/dashboard-kerncijfers 17 Onderzoek en Statistiek, gemeente Amsterdam. Dashboard kerncijfers. Geraadpleegd via
https://onderzoek.amsterdam.nl/interactief/dashboard-kerncijfers 18 Gemeente Amsterdam (2024). Wonen in Amsterdam 2023 Leefbaarheid. Geraadpleegd via
https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/organisatie/ruimte-economie/wonen/wonen-in-amsterdam 19 Gemeente Amsterdam. Stadsdeel Nieuw-West (2022). Samen Nieuw–West. Waarom een Masterplan? - Een analyse
van Nieuw-West. Geraadpleegd via https://www.samennieuw-west.nl/downloads/ 20 Sociaal en Cultureel Planbureau (2015). Betrokken wijken. Ervaringen van bewoners en professionals met
wijkverbetering in vier (voormalige) aandachtswijken. Geraadpleegd via https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2015/11/23/betrokken-wijken
21 Veldboer, A.P.M. (2010). Afstand en betrokkenheid in de gemengde wijk. Over afwijzende en loyale groepen bij
stedelijke vernieuwing. Amsterdam. Geraadpleegd via https://openresearch.amsterdam/nl/page/39398/afstand-en-betrokkenheid-in-de-gemengde-wijk-over-afwijzendeen 22 De Hoog, M. & A. de Wit (2022) Superwest 2000-2021. Vernieuwing van de Amsterdamse tuinsteden. THOTH 23 Engbersen, R. & M. Uyterlinde (2022). Kennissynthese ruimtelijke segregatie. Utrecht: Kennisplatform Inclusief
Samenleven. Geraadpleegd via https://www.kis.nl/publicatie/ruimtelijke-segregatie 24 Gemeente Amsterdam, Bureau Parkstad (2007). Herziening Richting Parkstad 2015. Geraadpleegd via
https://www.amsterdam.nl/publish/library/73/herzieningrpsaug07.pdf 25 Zie o.a.:
-
PvdA Amsterdam (2021, 21 oktober). Protest tegen gentrificatie in Nieuw-West https://amsterdam.pvda.nl/nieuws/protest-tegen-gentrificatie-in-nieuw-west/ VPRO (2022, 15 juli) Deze mensen mobiliseren hun buurt in de strijd tegen gentrificatie https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/lees/artikelen/2022/wooncrisis-gentrificatie.html New Metropolis (2024). Easter School: Re-Membering Nieuw-West https://newmetropolis.amsterdam/programma/easter-school-re-membering-nieuw-west De Graaf, K. (2023, 6 januari). Gentrificatie van meerdere kanten belicht: geen natuurfenomeen maar product van bewust beleid. Gebiedsontwikkeling.nu https://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikelen/gentrificatie-van-meerdere-kanten-belicht-geennatuurfenomeen-maar-product-van-bewust-beleid/
26 Hutak, M. (2017). Jij hebt ons niet ontdekt. Wij waren hier al. Amsterdam/Antwerpen. Uitgeverij Pluim
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org
38
27 Dignum, K. (2024, 17 april). Amsterdam loopt uit de pas. NUL20.
https://www.nul20.nl/dossiers/amsterdam-loopt-uit-pas 28 Zie Rekenkamer Amsterdam (2020). De gemengde stad - Wensen, feiten en beleving. Geraadpleegd via
https://www.rekenkamer.amsterdam.nl/onderzoek/publieksonderzoek-2019-de-gemengde-stad/ Illustratief hiervoor is ook de documentaire Terug naar de Akbarstraat (2020) o.a. over het gespannen samenleven van verschillende groepen in de Kolenkitbuurt. 29 Gemeente Amsterdam (2023). Wijken in de mix, rapportage 2023. Geraadpleegd via
https://openresearch.amsterdam/nl/page/101362/wijken-in-de-mix-rapportage-2023 30 Gemeente Amsterdam. Stadsdeel Nieuw-West (2022). Samen Nieuw–West. Waarom een Masterplan? - Een analyse
van Nieuw-West. Geraadpleegd via https://www.samennieuw-west.nl/downloads/ 31 Gemeente Amsterdam. Stadsdeel Nieuw-West (2022). Samen Nieuw–West. Waarom een Masterplan? - Een analyse
van Nieuw-West. Geraadpleegd via https://www.samennieuw-west.nl/downloads/ 32 Uyterlinde, M., van der Velden, J. & R. Engbersen (2024). Kennisfundament Inhoud geven aan gemengde wijken.
WijkWijzer. https://www.wijkwijzer.org/kennis/inhoud-geven-aan-de-gemengde-wijk/ 33 O.a. K. Leidelmeijer et. al (2018) Veerkracht in het corporatiebezit; Kwetsbare bewoners en leefbaarheid. Rigo.
Geraadpleegd via https://www.rigo.nl/veerkracht-in-het-corporatiebezit/ 34 J. van der Velden (2024) Essay Brede wijkaanpak: werk samen tussen schaalniveaus. Platform31. Geraadpleegd via
https://www.platform31.nl/artikelen/brede-wijkaanpak-werk-samen-tussen-schaalniveaus/ 35 Samen Nieuw-West (2024) . Voorrang voor mensen uit de buurt bij Typisch Tuinstad. Geraadpleegd via
https://www.samennieuw-west.nl/2024/04/voorrang-voor-mensen-uit-de-buurt-bij-typisch-tuinstad/ 36 Kleinhans, R., L. Veldboer en J.W. Duyvendak (2019). Zeven vragen die elke protagonist van menging zou moeten
stellen. Geraadpleegd via https://www.socialevraagstukken.nl/zeven-vragen-die-elke-mengingsprotagonist-zou-moeten-stellen/
Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org