CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Inhoud geven aan de gemengde wijk Analyse & handelingsperspectief Amsterdam Nieuw-West

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 12 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken rapport Verwey-Jonker Instituut en betekenis voor verdichtingsopgave in Nieuw West (Nr. VN2025-001326)15.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoud geven aan de gemengde wijk: Analyse & handelingsperspectief Amsterdam Nieuw-West Jeroen van der Velden (Platform31) Matthijs Uyterlinde (Verwey-Jonker Instituut) Met dank aan: Kay Hollanders (Platform31) en Emre Can (gemeente Amsterdam)

Januari 2025

2

Inhoudsopgave Inleiding ..................................................................................................................................3 1 Stedelijke vernieuwing in Nieuw-West vanaf 1990 ...........................................5 1.1

De start van de stedelijke vernieuwing ...................................................................................................................5

1.2

Ontwikkelingsplan Richting Parkstad 2015 ..........................................................................................................5

1.3

Na Parkstad: resultaten versus afspraken Richting Parkstad ........................................................................7

2 Effecten van menging in Nieuw-West .....................................................................8 2.1

Leefbaarheid onder de loep ..........................................................................................................................................8

2.2

Verbeterde wijkstatistieken ..........................................................................................................................................9

2.3

Door de ogen van bewoners: stagnatie ................................................................................................................. 10

2.4

Ervaringen met het samenleven in een gemengde wijk................................................................................ 11

2.5

Reflectie: is Nieuw-West een gemengd stadsdeel? .......................................................................................... 12

2.6

Blik op de toekomst ....................................................................................................................................................... 14

3 De brede opgave in Amsterdam Nieuw-West anno nu .................................. 15 3.1

Sociale staat van Nieuw-West ................................................................................................................................... 15

3.2

Fysieke staat van Nieuw-West .................................................................................................................................. 16

4 Verwachtingen, valkuilen en randvoorwaarden ............................................. 18 4.1

Verwachtingen van de gemengde wijk ................................................................................................................. 18

4.2

Waarom mengen in de praktijk lastig is ............................................................................................................... 20

4.3

Randvoorwaarden en instrumenten ...................................................................................................................... 23

5 Strategische bouwstenen ......................................................................................... 28 5.1

Naar een integrale strategie....................................................................................................................................... 28

5.2

Van strategie naar instrumenten ............................................................................................................................. 30

5.3

Maatregelen op korte en middellange termijn .................................................................................................. 32

5.4

Afsluitend ........................................................................................................................................................................... 34

Respondenten .................................................................................................................... 35 Noten ..................................................................................................................................... 36

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

3

Inleiding In Amsterdam Nieuw-West is het streven naar gemengde wijken sinds de negentiger jaren een doelstelling van gemeente en lokale partijen in hun wijkaanpak. Nieuw-West is sinds 2022 één van de 20 stedelijke focusgebieden binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. In deze notitie kijken we terug en vooruit op de ‘gemengde wijk’-aanpak in Amsterdam Nieuw-West. Deze notitie gaat in op de geschiedenis van de gemengde wijk in dit stadsdeel, de successen en valkuilen die partijen zien die nu aan zet zijn en op de instrumenten die ze in (willen) zetten om meer gemengde wijken te realiseren in Amsterdam Nieuw-West. Amsterdam Nieuw-West – ook wel de Westelijke Tuinsteden genoemd – is een stadsdeel ter grootte van een middelgrote stad als Haarlem en heeft ruim 160.000 inwoners. Het stadsdeel is ontstaan na een herindeling in 2010 en bestaat uit de wijken Osdorp, Geuzenveld-Slotermeer en Slotervaart. Nieuw-West is het gedeelte in het westen van Amsterdam dat na de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd. De basis hiervoor werd gelegd in het Algemeen Uitbreidingsplan uit 1935 en is opgezet volgens de open bebouwingswijze met veel groen tussen de bebouwing. De Sloterplas met het omliggende Sloterpark vormen het hart van de Westelijke Tuinsteden.

Een lange voorgeschiedenis in Nieuw-West Het werken aan gemengde wijken is niet nieuw voor dit stadsdeel. De Westelijke Tuinsteden kennen al vanaf midden jaren negentig een geschiedenis van met name fysieke vernieuwing van sleetse naoorlogse wijken met als hoofddoel de differentiatie van de woningvoorraad. In de eerste decennia was ‘probleemverdunning’ hierbij een expliciet doel; door na sloop minder sociale huurwoningen terug te bouwen gecombineerd met de bouw van koopwoningen. Het afgelopen decennium is een duidelijke verschuiving gemaakt naar verdichting van de woningvoorraad, met het terugbouwen van evenveel of meer sociale huurwoningen gecombineerd met het toevoegen van koopwoningen en middenhuurwoningen. In de afgelopen decennia zijn in dit stadsdeel ruim 25.000 woningen nieuw gebouwd, gerenoveerd of tot woning getransformeerd.1, 2 Ondanks deze grootschalige fysieke transformatie is het stadsdeel wederom onderdeel van de nieuwe ronde van landelijk wijkenbeleid: in 2022 ging het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid van start in 20 stedelijke focusgebieden. Blijkbaar is de aanpak tot nu toe onvoldoende geweest om het tij structureel te keren in dit stadsdeel. In Nieuw-West staat de leefbaarheid nog steeds onder druk. Er is veel armoede, eenzaamheid, drugs- en jeugdcriminaliteit en een lage sociale cohesie.

Het Nationaal Programma Samen Nieuw-West beoogt in twintig jaar ‘de toekomst van de huidige en toekomstige bewoners te verbeteren op het gebied van wonen, werk, veiligheid en kansen voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren’.3 In 2023 is het convenant Wij zijn Samen Nieuw-West ondertekend door meer dan vijftig organisaties. En in 2024 is het eerste uitvoeringsprogramma Wij maken Nieuw-West gelanceerd voor de periode 2024-2027.

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

4

Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid is opgebouwd uit vier actielijnen, waarvan de eerste gericht is op het stimuleren van een samenhangende aanpak en op integrale samenwerking tussen alle betrokken partijen. De overige drie actielijnen zijn gericht op de inhoudelijke invulling van die integrale aanpak, te weten: 1) Woningen en wijken (‘we verbeteren slechte woningen en zorgen voor meer gemengde wijken’); 2) Meedoen (‘we zorgen dat meer bewoners kunnen meedoen in de samenleving’) en 3) Veiligheid (‘we vergroten de veiligheid in de wijken’). De voorliggende analyse wil een bijdrage leveren aan de actielijn Woningen en wijken van het NPLV. De ambitie om meer gemengde wijken te realiseren grijpt terug op het grotestedenbeleid (1995-2012), maar dit beleid is niet onomstreden, onder meer door twijfels over de opbrengsten van dit beleid en vanwege zorgen over gentrificering en verdringingseffecten. Het Nationaal Programma Samen Nieuw-West onderkent de gevoeligheden die spelen rond dit beleid, maar ziet ook de noodzaak in met het streven naar gemengde wijken bij te dragen aan de verbetering van dit stadsdeel. Samen met lokale partners wil Samen Nieuw-West een strategie ontwikkelen om te werken aan menging die echt werkt.

Opzet en leeswijzer Eind 2023 startten onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut, Platform31 en Movisie vanuit het kennisplatform WijkWijzer met de verkenning ‘Inhoud geven aan de gemengde wijk’. Naast het bundelen van bestaande wetenschappelijke kennis en onderzoek over de gemengde wijk, samengebracht in het gelijknamige kennisfundament4, is op basis van diepte-interviews een handelingsperspectief uitgewerkt voor tweetal stedelijke focusgebieden uit het NPLV: Heerlen-Noord en Amsterdam Nieuw-West. Voor de analyse en de uitwerking van handelingsperspectief om inhoud te geven aan de gemengde wijk in Amsterdam Nieuw-West, zijn cijfers en literatuur geraadpleegd en zijn interviews gehouden met bestuurders, beleidsstrategen en professionals (zie de bijlage voor de lijst met respondenten). Deze notitie kijkt terug en vooruit op het beleidsstreven naar gemengde wijken in Nieuw-West.

Welke lessen kunnen we leren op dit scharnierpunt van Grotestedenbeleid (1995-2012) naar NPLV (vanaf 2022) over de meerwaarde en valkuilen van het werken aan gemengde wijken in dit stadsdeel tot nu toe? Welke successen halen lokale actoren uit deze langlopende aanpak en welke knelpunten zien ze? Hoe sluiten de huidige verwachtingen, ambities en instrumenten van deze lokale actoren hierop aan? En welk stappen moeten nog gezet worden om de fysieke aanpak goed af te stemmen met en in te bedden in de nieuwe brede wijkaanpak om gemengde wijken duurzaam te laten slagen? De notitie is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 vatten we in vogelvlucht de vernieuwing van Nieuw-West samen, van de jaren negentig tot nu. In hoofdstuk 2 beschrijven we de effecten van deze vernieuwing en gaan we in op de vraag of Nieuw-West inmiddels wel of niet een gemengde wijk te noemen is. Hoofdstuk 3 biedt een kort overzicht van de huidige sociale en fysieke opgaven in Nieuw-West. In hoofdstuk 4 beschrijven we op basis van de interviews de ambities en verwachtingen van de gemengde wijk en de randvoorwaarden en instrumenten die nodig zijn om deze te kunnen inlossen. Hoofdstuk 5 schetst een aanzet tot een integrale strategie, het daarbij behorende instrumentarium en de benodigde inzet van betrokken partijen. Dit hoofdstuk eindigen we met een afsluitende beschouwing.

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

5

1 Stedelijke vernieuwing in NieuwWest vanaf 1990 Het werken aan gemengde wijken was vanaf begin jaren negentig een van de hoofddoelen van de stedelijke vernieuwing in Nederland.5 Dit hoofdstuk schetst in vogelvlucht hoe dit beleid in Amsterdam Nieuw-West sindsdien gestalte heeft gekregen.

1.1 De start van de stedelijke vernieuwing Na de stadsvernieuwing in de jaren zeventig en tachtig van de vooroorlogse wijken, verschoof in de jaren negentig zoals in het hele land ook in Amsterdam de focus naar naoorlogse wijken. Dit gebeurde onder de vlag van het Grotestedenbeleid (GSB) dat midden jaren negentig door het Rijk is ingezet. Binnen het GSB werd het Investeringsbudget Stedelijke vernieuwing (ISV) ingezet als brede doeluitkering vanuit meerdere ministeries voor het integraal verbeteren van de fysieke leefomgeving. Het GSB had tot doel om ongewenste ontwikkelingen zoals fysieke verloedering en selectieve migratie een halt toe te roepen en de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van naoorlogse wijken te verbeteren. In de jaren negentig zijn verspreid over de Westelijke Tuinsteden een aantal losse fysieke vernieuwingsprojecten opgepakt, zoals de bouw van de inbreidingsbuurten Noorderhof en Oostoever. Ook werden in 1993 een aantal bestaande woonbuurten aangewezen waar een start zou worden gemaakt met vernieuwing: Buurt 9 in Geuzenveld, het Zuidwestkwadrant in Osdorp en Overtoomse Veld-Noord in Slotervaart. Om de projecten af te stemmen werd in 1994 de Stuurgroep Aanpak Westelijke Tuinsteden ingesteld, waarin zowel gemeentelijke bestuurders van de vier toenmalige stadsdelen en de centrale stad zetelden.

Dit resulteerde in 1999 in de oprichting van Bureau Parkstad als samenwerkingsverband.

1.2 Ontwikkelingsplan Richting Parkstad 2015 Het hoofddoel van Bureau Parkstad was om een integrale aanpak te formuleren en deze te coördineren. In 2000 werden de eerste nieuwe en gerenoveerde woningen in de eerste aangewezen pilotgebieden opgeleverd. Op basis van het ontwikkelingsplan Richting Parkstad 2015 startten in 2001 planprocessen in een hele reeks buurten. De fysieke aanpak kwam langzaam op gang, maar toen de juridisch-planologische en ruimtelijke kaders door Bureau Parkstad waren opgesteld, versnelde het tempo van de vernieuwing. In de jaren daarna kwam in veel meer buurten de fysieke planvorming op gang. Toen de meeste vernieuwingsplannen gereed waren en de nadruk kwam te liggen op de uitvoering werd Bureau Parkstad

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

6

opgeheven in 2007 en werd de leidende rol van de fysieke vernieuwing overgedragen aan de woningcorporaties. Zie kaart 1.1 voor een overzicht van alle vernieuwingsgebieden en hun fasering (stand van zaken 2007). Kaart 1.1: Vernieuwingsgebieden en fasering (stand van zaken 2007)

Bron: Herziening Richting Parkstad 2015 (2007) De vele woningcorporaties in Nieuw-West hadden zich begin van het decennium al verenigd in drie nieuwe werkmaatschappijen (ook wel ontwikkelende woningcorporaties genoemd), met Far West als veruit de grootste met ongeveer 10.000 woningen en 1000 bedrijfsruimtes. De economische crisis zorgde vanaf 2008 - zoals overal in het land - voor een rem op de fysieke vernieuwing. De werkmaatschappijen ontbonden zichzelf en droegen hun bezit weer over aan hun moedercorporaties. Anders dan in veel andere aandachtswijken in die tijd kende de fysieke aanpak in Nieuw-West maar een tijdelijke dip in de woningbouwproductie, met name in 2011 en 2012. De bouw kwam vanaf 2013 alweer op gang en is tot nu op een constant hoog niveau gebleven van gemiddeld 1500 woningen per jaar. 6 Ondanks dit hoge niveau hebben diverse plannen uit Richting Parkstad 2015 wel flinke vertraging opgelopen. Op deze discrepantie komen we later terug.

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

7

Ringzone Nieuw-West De fysieke vernieuwing omschreven in Richting Parkstad 2015 beoogde onder andere om een aantal fouten in de uitvoering van het Algemene Uitbreidingsplan (1934) in de jaren vijftig en zestig te verbeteren, met name in de Ringzone (tussen de A10 en het ringspoor). De komst van de verhoogde A10-West en daarmee verhoogde aansluitingen van diverse straten en lanen, zorgde voor diverse fysieke barrières, geluidsoverlast en onveilige plekken in de buurten in Nieuw-West. Daarnaast werd in de Ringzone gekozen voor nog andere barrières door een deel van de woningbouw in de oorspronkelijke AUP-plannen te vervangen door grootschalige voorzieningen zoals ziekenhuizen, busgarages, grote kantoren en bedrijven. Ook dit zorgde voor veel unheimische plekken in de Ringzone. Om dit op te lossen zijn veel kantoren de laatste tien tot vijftien jaar getransformeerd tot woningen, heeft er in diverse buurten woningverdichting plaatsgevonden en is de A10 afgeschermd door slimme woningbouwoplossingen. Dit zorgt voor minder geluidsoverlast, minder fijnstof en meer ogen op straat.

1.3 Na Parkstad: resultaten versus afspraken Richting Parkstad Richting Parkstad 2015 en de daaruit voortgekomen gebiedsplannen lijken in de daaropvolgende periode globaal als leidraad te zijn genomen voor de verdere fysieke aanpak in Nieuw-West, ondanks de economische crisis en het loslaten van centrale sturing en coördinatie door Bureau Parkstad na 2007. Er zijn - naast vertraging in de uitvoering - ook verschillen te benoemen met de aanvankelijke visie Richting Parkstad 2015, namelijk: 

Veel minder sloop: ondanks de constante hoge productie zorgden de economische crisis en later de woningnood ervoor dat veel minder woningen zijn vervangen dan aanvankelijk beoogd. In Richting Parkstad 2015 was de inzet om 13.000 woningen te slopen. Tot 2022 waren minder dan de helft daarvan gesloopt.

Forse verdichting: door minder te slopen en de hoge bouwproductie aan te houden nam het totale aantal woningen toe met ruim 17.000 woningen en aantal inwoners met ruim 40.000. Richting Parkstad 2015 beoogde een mogelijke lichte stijging van het aantal woningen en bewoners. Veel van de verdichting heeft overigens buiten de woonbuurten plaatsgevonden op locaties van voormalige kerken, scholen, tuinen en parken.

Het aantal sociale huurwoningen bleef ongeveer gelijk. Richting Parkstad 2015 beoogde een forse afname van het aantal sociale huurwoningen. Dat is nauwelijks gebeurd. De sociale voorraad is echter wel deels verschoven van portieketagewoningen naar kleinere jongeren- en studentenwoningen (ongeveer vijftien procent van de sociale voorraad).7

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

8

2 Effecten van menging in NieuwWest Al bijna dertig jaar lang is er geïnvesteerd in vernieuwing en differentiatie van de woningvoorraad in Amsterdam Nieuw-West. Wat valt er te leren van deze recente geschiedenis? Welke effecten kunnen we tot nu toe aan deze (toenemende) gemengdheid toedichten?

2.1 Leefbaarheid onder de loep Met de grootschalige investeringen in fysieke menging vanaf de jaren negentig beoogden de betrokken partners de leefbaarheid in Nieuw-West te verbeteren. Hoewel leefbaarheid in de context van wijken een veelgebruikt begrip is, bestaat er geen eenduidige, breed gedragen beleidsdefinitie. 8 Het is een containerbegrip dat allerlei aspecten omvat die te maken hebben met goed en prettig wonen, zoals de samenstelling en kenmerken van de bevolking, de fysieke kwaliteit van de woningen en de openbare ruimte, de aanwezige voorzieningen en de beleving van de veiligheid. Ook kreeg het begrip, met de opkomst van ‘leefbaar’-partijen de afgelopen decennia een politieke dimensie. Toch zijn in de literatuur een aantal rode draden zichtbaar. Ten eerste slaat leefbaarheid altijd op een bepaalde locatie – de woon- of leefomgeving – en ten tweede drukt het een bepaalde kwaliteit of waardering uit. Leefbaarheid gaat dus over de kwaliteiten van een bepaalde plek, over de mate waarin mensen zich daar prettig voelen en over de aspecten waarover ze tevreden zijn. Snel & Uyterlinde (2022) leggen uit dat de betekenissen die bewoners, beleidsmakers en politici aan het begrip toedichten, en de oordelen die ze over de leefbaarheid vellen, niet vanzelfsprekend samenvallen. Daarbij schetsen ze drie verschillende benaderingen van het begrip leefbaarheid (zie kader).

In Nieuw West zien we dat er het afgelopen decennium een kloof gaapt tussen de kennelijke leefbaarheid, die afleesbaar is in statistieken en beleidsdashboards, en de door bewoners gepercipieerde leefbaarheid. In de volgende paragrafen gaan we nader in op dit verschil.

Drie benaderingen van leefbaarheid Op basis van de vele omschrijvingen van ‘leefbaarheid’ uit de Nederlandse en internationale literatuur onderscheidt Van Dorst (2005) drie benaderingen van leefbaarheid: 1. De gepercipieerde leefbaarheid is de beleving en waardering van een locatie door bewoners en andere ruimtegebruikers. Dit is een louter subjectieve benadering, want wat de buurt voor de ene persoon aantrekkelijk maakt, kan een ander onbelangrijk of zelfs bedreigend vinden. De gepercipieerde leefbaarheid is ook contextafhankelijk: op een ander moment of op een andere plaats zullen mensen andere aspecten benoemen die een buurt prettig of onaantrekkelijk maken. 2. De veronderstelde leefbaarheid is de mate waarin de leefomgeving voldoet aan gunstig geachte omgevingskenmerken van een buurt of wijk. Deze is gebaseerd op een a priori lijst met indicatoren van buurtkenmerken waarvan wordt aangenomen dat ze bijdragen aan het welzijn van mensen. Deels zijn dit omgevingskenmerken waarvan uit onderzoek blijkt dat ze samenhangen met de waardering of beleving

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

9

van die omgeving, deels betreft het normatieve of politieke aannames of voorkeuren. Soms staan beide zaken op gespannen voet met elkaar. 3. De kennelijke leefbaarheid gaat over de interactie tussen de mens en diens omgeving, waarbij het uitgangspunt is dat dit verband alleen achteraf kan worden vastgesteld omdat ze mede wordt bepaald door menselijk handelen. Hier gaat het dus om de mate waarin een leefomgeving aansluit op het adaptief repertoire van een individu of groep. Of bepaalde omgevingskenmerken bijdragen aan de gepercipieerde leefbaarheid, kan bijvoorbeeld worden vastgesteld door na te gaan hoe lang en/of gelukkig mensen hier leven.

2.2 Verbeterde wijkstatistieken Ondanks de wijzigingen in de aanvankelijke plannen heeft de fysieke vernieuwing van Amsterdam NieuwWest, en met name de verdichting, duidelijke gevolgen gehad voor bepaalde wijkstatistieken. Het aantal inwoners groeide fors, van 130.000 in 2005 naar bijna 165.000 nu. Het gemiddelde huishoudinkomen steeg sinds 2002 met ongeveer 55 procent (gemiddeld in Amsterdam met 88 procent). Het aandeel hoger opgeleiden is sinds 2010 tot nu gestegen (van 23 naar 32 procent) en het aandeel laagopgeleiden gedaald (van 39 naar 31 procent).9 Het percentage inwoners met een migratieachtergrond steeg fors van 5510 naar 72 procent11. Binnen deze groep is de diversiteit sterk gegroeid, met name door een stijging van het aantal ‘westerse migranten’ en zogenaamde ‘overige niet-westerse migranten’.12 De Leefbaarometer – een statistisch instrument dat inzicht biedt op basis van een groot aantal objectieve en subjectieve indicatoren in de ‘kennelijke leefbaarheid’ – laat sinds 2002 een duidelijke verbetering zien van de leefbaarheid, met name in de wijken die stevig fysiek zijn aangepakt (zie kaart 2.1). In de wijken Overtoomse Veld, Delflandplein- en Staalmanpleinbuurt en het Zuidwestkwadrant in Osdorp, is de leefbaarheid sterk verbeterd tussen 2002 en 2022.

Dit geldt over de gehele linie voor heel Nieuw-West, behalve voor Geuzenveld en delen van Osdorp.13 Een deel van deze gebieden, zoals de Wildemanbuurt in Osdorp, Slotermeer en een deel van Geuzenveld, werden in Richting Parkstad 2015 aangeduid als fase 3 (de blauwe gebieden op kaart 1.1) en zijn tijdens de economische crisis uitgesteld en sindsdien is de vernieuwing hier nog niet of nauwelijks opgepakt.

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

10 Kaart 2.1: Ontwikkeling Leefbaarometer-score Amsterdam Nieuw-West tussen 2002 en 2022

Bron: leefbaarometer.nl

De Leefbaarometer maakt sinds 2014 onderscheid tussen vijf dimensies: Woningvoorraad, Fysieke omgeving, Voorzieningen, Sociale samenhang en Overlast & onveiligheid. In de vernieuwde buurten is tussen 2014 en 2022 vooral een verbetering te zien op de dimensies Woningvoorraad en Voorzieningen. De overige dimensies veranderden sinds 2014 in nagenoeg alle wijken in Nieuw-West echter nauwelijks; soms is een licht positieve danwel een licht negatieve tendens zichtbaar.

2.3 Door de ogen van bewoners: stagnatie Als we kijken naar de gepercipieerde leefbaarheid in Nieuw-West, oftewel de beleving (of waardering) van de buurt door bewoners, komt hieruit een minder positief beeld naar voren dan in de Leefbaarometer. Dit geldt zowel voor recente beleving als in de ontwikkeling sinds het begin van deze eeuw. In veel buurten in Nieuw–West staat de leefbaarheid anno nu volgens de bewoners onverminderd onder druk. In 2023 krijgt de leefbaarheid in Nieuw-West de laagste waardering van Amsterdam.14 In buurten van Geuzenveld, Slotermeer, Osdorp en Slotervaart is de sociale cohesie al jaren laag. Het rapportcijfer voor de sociale cohesie is sinds 2012 gestegen van 5,2 naar een 5,6, maar is nog steeds het laagste cijfer in Amsterdam. De algemene tevredenheid van bewoners over de buurt is in deze gebieden veel lager dan het Amsterdamse gemiddelde – opnieuw de laagste score van de stad. Ook de buurtbetrokkenheid scoort laag, maar laat een lichte verbetering zien sinds de start van de vernieuwing. Amsterdammers geven gemiddeld een 7,1 voor de omgang tussen verschillende groepen mensen in hun buurt. In elke wijk in de stad ligt de waardering gemiddeld boven de 6,0. Wijken in Nieuw-West scoren relatief laag op de omgang tussen verschillende mensen in hun buurt. Van de vijftien wijken in met het laagste cijfer (onder een 6,7) liggen er elf in Nieuw-West.

Opvallend genoeg scoren de reeds vernieuwde wijken in Nieuw-West (naast de Wallen) het slechtst van de stad op deze indicator (tussen een 6,0 en 6,5). 15

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

11

De tevredenheid is eveneens laag wanneer gevraagd wordt naar de kindvriendelijkheid van een buurt. Mensen ervaren bovendien weinig woongenot – de laagste cijfers van de stad – en hierin is de laatste tien jaar geen verbetering zichtbaar. Een kwart van de bewoners in Nieuw-West vindt dat hun buurt de afgelopen twaalf maanden achteruit is gegaan; dit is hetzelfde percentage als tien jaar geleden. Dit cijfer loopt echter wel sterk uiteen per wijk. Vooral in wijken in Osdorp was dit oordeel elk jaar zeer negatief. Ook de veiligheidsbeleving laat nauwelijks verbetering zien, zowel in vernieuwde als in niet-vernieuwde wijken. Alleen Overtoomse Veld vertoont een lichte verbetering sinds 2015.16 De verhuisgeneigdheid is in Nieuw-West het hoogst van de stad en steeg van 25 procent in 2005 naar 40 procent in 2023 (in heel Amsterdam steeg dit van 25 procent in 2005 naar 34 procent in 2023).17 Bewoners van Nieuw-West zijn ook over de verwachte ontwikkeling van hun buurt minder positief dan inwoners van andere Amsterdamse wijken, ook hier de laagste cijfers van de stad.18 Kortom, grote delen van Nieuw-West zijn fysiek opgeknapt, maar deze verbetering herkennen en onderschrijven de bewoners nauwelijks.

Opvallend is dat op het merendeel van de genoemde indicatoren weinig tot geen verschil is tussen de wijken waar stevig fysiek is vernieuwd, de wijken waar de vernieuwing is uitgesteld en de wijken die nog geen fysieke vernieuwing hebben gekend. 19 Een causale verklaring hiervoor kunnen wij in dit onderzoek niet onomstotelijk geven. Het zou erop kunnen duiden dat de zichtbare verbetering in de Leefbaarometer van de ‘kennelijke leefbaarheid’ vooral op conto komt te staan van hardere indicatoren zoals ‘bouwperiode’, ‘aandeel koopwoningen’ en ‘bouwtype’. Een andere mogelijke verklaring is dat wijkverbetering vaak hand in hand gaat met stijgende verwachtingen van bewoners omdat er gewenning optreedt aan de verbeterde woonsituatie.20 Wie zich vroeger stoorde aan criminaliteit en fysiek verval, is nu ontevreden over te hard rijden of overlast van spelende kinderen. Doordat bewoners hogere eisen aan hun leefomgeving gaan stellen, vertalen absolute verbeteringen zich niet altijd in hogere tevredenheidsscores.

2.4 Ervaringen met het samenleven in een gemengde wijk De effecten van menging op het samenleven tussen groepen in de vernieuwde buurten in Nieuw-West zijn beperkt onderzocht. Onderzoek van Veldboer (2010) in de Geuzenbaan – een van de eerste vernieuwingsbuurten in Geuzenveld – laat zien dat er mondjesmaat contact ontstond tussen inwoners van de nieuwbouw (koop en middeldure huur) en de oudbouw (sociale huur). Minder dan een kwart van de nieuwe middengroepen in de Geuzenbaan voelde zich verbonden met medebuurtbewoners; in dit opzicht scoorde de F-buurt in Zuidoost, die deel uitmaakte van hetzelfde onderzoek, aanzienlijk beter.21 Meer recent voerde Nio voor het boek Superwest (2022) 35 gesprekken met bewoners in de Staalmanpleinbuurt, Laan van Spartaan en de Dudok- en Bakemabuurt over het samenleven in een gemengde wijk, buurt en complex. Nio concludeert dat inwoners de diversiteit in hun buurt waarderen, maar dat kopers en sociale huurders onderling weinig contact hebben, zelfs wanneer menging op complexniveau is doorgevoerd. Er is ook weinig contact tussen mensen met verschillende migratieachtergronden. Kopers in nieuwe complexen en buurten hebben vaak wel onderling (veel) contact. Als bewoners (op blokniveau) rekening met elkaar houden en een vergelijkbare leefwijze en sociaaleconomische status hebben, verloopt het samenleven over het algemeen harmonieus, aldus Nio.

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

12

Maar in gemengde complexen met collectieve ruimten kunnen soms beheerproblemen en fricties tussen groepen ontstaan. Nio concludeert dat de binding met de buurt en verbinding tussen groepen bewoners voor een belangrijk deel afhangt van de aanwezigheid van goede buurtvoorzieningen en een aantrekkelijke openbare ruimte; stedelijke vernieuwing kan alleen slagen als er ook wordt ingezet op een goed ingerichte en beheerde openbare ruimte en buurtvoorzieningen. 22 Deze ervaringen in Nieuw-West maken duidelijk dat de hoge, maar vaak ook vaag omschreven verwachtingen die beleid en politiek aan de gemengde wijk verbinden, enigszins moeten worden bijgesteld. Aan de ene kant illustreren deze bevindingen een wijze van stedelijke samenleven waarin bewoners goed gedijen bij zeer lichte en oppervlakkige contacten in hun buurt; juist in wijken waar veel inwoners over beperkte hulpbronnen beschikken en een relatief kleine actieradius hebben, is echter vaak meer nodig.23 Aan de andere kant maken ze duidelijk dat fysieke wijkverbetering niet automatisch leidt tot minder sociale problemen en tot meer sociale cohesie – zowel in de beleving van nieuwe, als van zittende bewoners.

2.5 Reflectie: is Nieuw-West een gemengd stadsdeel? Wat zeggen de bovenstaande ontwikkelingen en effecten over de ‘gemengdheid’ van Nieuw-West tot nu toe? Gemengde wijken creëren was één van de doelstellingen in de ambitieuze operatie Richting Parkstad 2015, naast het aanpakken van de verouderde woningvoorraad, voorzieningen en openbare ruimte en het verbeteren van de ruimtelijke structuur en het ontwikkelen van nieuwe infrastructuur. In hoeverre kunnen we stellen dat Nieuw-West sinds de start van de vernieuwing ‘gemengder’ is geworden? En hoe moeten we deze gemengdheid duiden?

Een meer gemengde woningvoorraad en bevolkingsopbouw… Het moge duidelijk zijn dat Nieuw-West statistisch gezien een meer gemengde wijk is geworden in vergelijking met het begin van deze eeuw. Door investeringen van vele miljarden in sloop-nieuwbouw, transformatie van kantoren en het bouwen van nieuwe voorzieningen en infrastructuur, kreeg de gemengde wijk de afgelopen 25 jaar in een groot deel van Nieuw-West fysiek gestalte. In Nieuw-West zijn tweedeling en segregatie tegengegaan door de monotonie van sociale huurwoningen te doorbreken en woningen in duurdere segmenten toe te voegen (zie tabel 2.1). Daarbij kreeg de woningvoorraad een kwaliteitsimpuls die hard nodig was; veel kleine verouderde en bouwtechnisch matige naoorlogse woningen zijn vervangen door meer duurzaam vastgoed. Niet alleen is zo de doelstelling ‘het bereiken van een sociaaleconomisch gemengde bevolkingsopbouw’ uit Richting Parkstad 2015 voor delen van NieuwWest behaald.24 Ook de leefbaarheidsscores laten in deze gebieden de afgelopen twintig jaar een aanzienlijke verbetering zien.

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

13

Tabel 2.1 Ontwikkeling woningvoorraad Amsterdam Nieuw West 2000-2024 Sociale huur Particuliere huur Koop Totaal

2000 35.500 5.000 8.000 48.500

73% 9% 17% 100%

2024 35.000 18.000 21.000 74.000

47% 24% 29% 100%

… maar ook zorgen over tweedeling en een broze sociale cohesie Er is de laatste jaren in de wetenschap en politiek, maar ook onder bewoners, veel discussie over de vraag of dit toereikend is geweest om sociaaleconomische en sociaal-culturele tweedeling tegen te gaan.25 Er is vooral bezorgdheid over gentrification en verdringing in de vernieuwde buurten. In de ‘fase 1’vernieuwingsgebieden (zoals delen van Slotervaart en Overtoomse Veld) waar probleemverdunning nog het hoofddoel was, bestond geen ruimte om alle huishoudens terug te laten keren, omdat er minder sociale huurwoningen werden teruggebouwd. Dankzij een strategie van verdichting, waarmee evenveel (of meer) sociale huurwoningen kunnen worden teruggebouwd, zou verdringing in latere vernieuwingsgebieden een minder een grote rol moeten spelen. Gemiddeld genomen kunnen we vaststellen dat de vernieuwing slechts in beperkte mate tot verdringing heeft geleid van de oorspronkelijke bewoners. Het aantal sociale huurwoningen bleef immers ongeveer gelijk en door verdichting op veel plekken, met nieuwe koopwoningen en woningen voor specifieke doelgroepen, kwamen er nieuwe groepen in het stadsdeel wonen. Hogere inkomens, hoger opgeleiden en studenten hebben zich gevoegd tussen de oorspronkelijke groepen die nog in de oudbouw wonen of zijn doorgestroomd naar nieuwe woningen.

Zoals eerder aangegeven is de bevolking daardoor aantoonbaar sociaaleconomisch en sociaal-cultureel diverser geworden, met name in de reeds vernieuwde delen van het stadsdeel. Dus ook vanuit sociaal perspectief is de wijk gemengder geworden. Vernieuwing en gentrificatie kunnen ook sociaaleconomische en sociaal-culturele effecten hebben die ongunstig uitpakken voor oorspronkelijke bewonersgroepen. De wijk verandert op allerlei manieren – zoals de bevolkingssamenstelling, de omgangsvormen en het soort voorzieningen – waardoor oorspronkelijke bewoners zich minder thuis kunnen voelen en zich uiteindelijk kunnen afkeren van de wijk. Massih Hutak beschreef dit proces voor Amsterdam-Noord en legde pijnlijk bloot hoe hipsters, dure koffiedrinkers en bakfietsouders de oorspronkelijke bewoners verdrijven.26 In hoeverre dit in Nieuw West heeft plaatsgevonden is onderdeel van verhitte discussies, maar is nauwelijks onderzocht. Meer recent speelt in Amsterdam ook de discussie dat de inkomensverschillen binnen buurten sterk toenemen door prijsstijgingen van de koopwoningen en particuliere huurwoningen. 27 De teneur van de kritiek is dat binnen wijken de tweedeling hierdoor juist erger is geworden. Dit kan spanning veroorzaken tussen bewoners waardoor de sociale cohesie onder druk raakt.28 Bovendien is de laatste tien tot twintig jaar de populatie in de sociale huur sterk veranderd.

Er kwam steeds minder ruimte voor middeninkomens en na mutatie van sociale huurwoningen hebben de nieuwe bewoners over het algemeen meer en grotere kwetsbaarheden.29

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

14

2.6 Blik op de toekomst De komende jaren staat Nieuw-West een fysieke vernieuwingsoperatie te wachten van minstens gelijke omvang als de afgelopen 25 jaar. Hoe moeten we de tussenstand van het werken aan gemengde wijken in Nieuw-West beoordelen? Duidelijk is dat de vernieuwing van Nieuw-West verbeteringen heeft gebracht. De gemiddelde sociaaleconomische positie van de bewoner in Nieuw West is sinds 2005 verbeterd, evenals de fysieke dimensie van de Leefbaarometer (de kennelijke leefbaarheid). Tegelijkertijd komt zowel uit cijfers als uit kwalitatief onderzoek een diffuus beeld naar voren. Want deze verbeteringen worden nauwelijks weerspiegeld in de beleving van de bewoners van Nieuw West (de gepercipieerde leefbaarheid). Het hardnekkig achterblijven van gevoelens van buurtbetrokkenheid, ervaren veiligheid en de groeiende spanningen tussen groepen springen hierbij in het oog – temeer omdat verschillen tussen vernieuwde en niet-vernieuwde wijken op deze indicatoren verwaarloosbaar zijn.

Kunnen we op basis van het bovenstaande constateren dat de ‘zachte’, sociale doelen van de gemengde wijk tot op heden onvoldoende zijn ingelost? Of zien we nu een tussenstand in een langzaam proces waarin de kosten voor de baat uitlopen, omdat de daadwerkelijke effecten zich pas op lange termijn zullen openbaren? Staat de kwaliteit van het samenleven nog even sterk onder druk als twintig jaar geleden, of is er – zoals het SCP (2015) beschrijft – sprake van gewenning aan de verbeterde woonomstandigheden, waardoor bewoners zich kritisch blijven uitspreken over hun buurt? Hierbij dringt ook de vraag zich op hoe Nieuw-West ervoor had gestaan als de stedelijke vernieuwing niet had plaatsgevonden. We zullen het nooit weten, maar het is zeer waarschijnlijk dat de situatie, ook voor veel zittende bewoners, dan minder gunstig was. Als we de blik richten op de toekomst, is de uitdaging om ervoor te zorgen dat de verwachtingen van politiek, beleid en bewoners beter worden ingelost, zodat de sociaal-maatschappelijke ambities van het programma Samen Nieuw-West werkelijk binnen bereik komen. In de volgende hoofdstukken gaan we in op de opgave die de komende 15 tot 20 jaar op stapel staat (3), de ambities rond gemengde wijken van de samenwerkingspartners en de bewoners bij de start van ‘Samen Nieuw-West’ (4), en de strategische bouwstenen die nodig zijn om deze ambities te realiseren (5).

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

15

3 De brede opgave in Amsterdam Nieuw-West anno nu Voordat we ingaan op de vraag hoe de betrokken partijen nu aankijken tegen het werken aan gemengde wijken en hoe deze zouden moeten worden vormgegeven in Nieuw-West, gaan we eerst in op de huidige sociale en fysieke staat van dit stadsdeel en de opgaven die zijn geïdentificeerd in het convenant Samen Nieuw West.

3.1 Sociale staat van Nieuw-West In het vorige hoofdstuk beschreven we dat de Leefbaarometer in Nieuw-West verbeteringen laat zien ten opzichte van de eerste metingen begin deze eeuw. Met name op ‘harde’ indicatoren zoals ‘bouwperiode’, ‘aandeel koopwoningen’ en ‘bouwtype’ is vooruitgang zichtbaar. Tegelijkertijd krijgt dit stadsdeel van haar bewoners nog steeds de laagste waardering in leefbaarheid van heel Amsterdam. Tevredenheid met de buurt, woongenot en de cijfers rond sociale cohesie zijn de laagste van de stad. En de verhuisgeneigdheid is bovendien de hoogste van de stad. Veelal is op deze ‘zachtere’ indicatoren weinig verschil te bemerken tussen vernieuwde en niet-vernieuwde gebieden. Volgens de vooranalyse die is gedaan voor het convenant Samen Nieuw-West is in buurten die deel uitmaken van Geuzenveld, Slotermeer en Osdorp sprake van een cumulatie van problemen die de sociale cohesie onder druk zetten. Zo is er een hoog aandeel kwetsbare bewoners; bewoners zijn bezig met ‘overleven’, er is eenzaamheid, de betrokkenheid bij de omgeving is laag. Het gemiddeld besteedbaar inkomen is lager dan in de rest van de stad. Dit zijn niet alleen huishoudens met een uitkering, maar ook met relatief veel werkende armen. Bovengemiddeld veel huishouden hebben betalingsachterstanden bij het overmaken van de huur, de energierekening, verzekeringspremies en belastingen.

In verschillende buurten is sprake van onbegrip en spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen en van (jongeren)overlast. Kinderen in Nieuw–West groeien vaker dan gemiddeld op in een huishouden waar stress is en waar zorgen zijn over de opvoeding, schulden, werkeloosheid, huiselijk geweld, of criminaliteit van familieleden. Een kwart van de kinderen en jongeren in Nieuw–West groeit op in een gezin dat leeft op de rand van de armoedegrens. Al decennia ligt dit hoger dan gemiddeld in Amsterdam. Ruim een derde van de kinderen tot 18 jaar groeit op in een gezin met een lage SES en er zijn relatief veel meldingen van huiselijk geweld. Risicofactoren voor huiselijk geweld zijn onder andere armoede, werkloosheid, overmatig drankgebruik, opvoedstress, beperkte sociale en cognitieve vaardigheden en psychische problematiek bij de ouders. Ook krijgen kinderen uit Nieuw–West veel minder vaak een vwo-basisschooladvies (slechts 16 procent tegenover 49 procent in Centrum en 38 procent in Zuid). Het aantal schoolverlaters in Osdorp, Geuzeveld en Slotermeer is hoger tot veel hoger dan gemiddeld. En ten opzichte van het stedelijk gemiddelde kent Nieuw-West veel jongvolwassenen (18–27 jaar) in de schuldhulpverlening.

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

16

De lage sociale cohesie wordt in verschillende buurten in verband gebracht met de hoge mate van etnische diversiteit en met een snel veranderende bewonerssamenstelling in veel wijken door onder andere sloopnieuwbouw en verdichting. Vooral in de buurten tussen de A10 en het spoor is de afgelopen tien jaar een instroom geweest van kopers, studenten en jongeren met kortlopende huurcontracten. De nieuwe instroom zorgt enerzijds voor een andere sfeer en mogelijk een positief elan, maar anderzijds leidt het tot frictie. Hoogopgeleide nieuwe bewoners, vaak ook in een nieuwbouwkoopwoning, hebben bijvoorbeeld andere verwachtingen als het gaat om overlast in de buurt en weten de weg richting de overheid en instanties relatief makkelijk te vinden. En hoewel op buurtniveau sprake is van ‘menging’ van bevolkingsgroepen, brengen veel hoog opgeleiden bij voorkeur kinderen naar scholen met meer hoogopgeleide ouders, vaak buiten hun eigen buurt. 30 Er zijn zorgen over het ontstaan van gescheiden leefwerelden tussen sociaaleconomische en sociaalculturele groepen in Nieuw-West die worden doorgegeven aan volgende generaties: ouders brengen hun kinderen naar speeltuinen, (sport)verenigingen en scholen waarbinnen de eigen groep dominant is. De toenemende scheidslijnen kunnen leiden tot polarisatie en spanningen.

Verder is in Nieuw–West het vertrouwen in instituties, de gemeentelijke organisatie en in de media laag. Er zijn in het stadsdeel veel gevoelens van achterstelling. Bewoners hebben het gevoel dat er de afgelopen jaren onvoldoende in het stadsdeel is geïnvesteerd. Ook het wantrouwen richting de politie is een aandachtspunt. De meldingsbereidheid richting instanties is in Nieuw–West laag.31

3.2 Fysieke staat van Nieuw-West Bewoners van Nieuw–West zijn relatief ontevreden over de kwaliteit en het onderhoud van de eigen woning. De tevredenheid is het laagst in buurten waar de woningvoorraad voornamelijk bestaat uit verouderde naoorlogse corporatiewoningen (portieketage-woningen en duplexwoningen). Veel VvE’s in deze buurten kampen niet alleen met achterstallig onderhoud, maar ook met organisatorische en financiële problemen. Ze zijn onvoldoende in staat om op een goede manier te functioneren. Vooral Slotermeer scoort slecht op duurzaamheid: er staan relatief veel woningen met energie labels E en F. Daarnaast sluit de woningvoorraad niet goed aan op de levensfase en de wensen van veel bewoners. De woningen zijn te klein voor gezinnen, te groot voor ouderen en er is een tekort aan huisvesting voor jongeren. In Nieuw-West groeien circa 10.000 kinderen onder de achttien jaar op in een groot gezin dat krap woont. Deze woonsituatie heeft nadelige effecten op de ontplooiingsmogelijkheden, bijvoorbeeld omdat het niet mogelijk is om in rust huiswerk te maken en te studeren. Nieuw-West heeft de grootste voorraad goedkope huurwoningen van Amsterdam. Dit heeft er de afgelopen decennia toe geleid tot dat grote groepen bewoners met een laag inkomen, vaak ook met een migratieachtergrond, in buurten terecht kwamen waar veel corporatiebezit is.

De instroom van kwetsbare bewoners nam, zoals in veel corporatiebuurten, in het afgelopen decennium snel toe. Dit is mede het gevolg van de toewijzingsregels voor woningcorporaties: de nadruk ligt op de huisvesting van de laagste inkomensgroepen, de taakstelling rondom huisvesting voor statushouders en mensen uit de maatschappelijke opvang of een psychische zelfredzaamheidsbeperking. Deze concentratie van kwetsbare

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

17

groepen heeft ongewenste effecten. Niet alleen speelt er veel problematiek achter de voordeur, ook staat de leefbaarheid in deze buurten mede hierdoor steeds meer onder druk. Toch zijn de woningen in Nieuw-West, net als in de rest van Amsterdam, steeds minder toegankelijk voor woningzoekenden. Met name jongeren en starters, mensen met een laag- of middeninkomen en/of een kortdurend huur contract hebben het erg moeilijk om passende woonruimte in het stadsdeel te vinden. Er zijn lange wachttijden voor sociale huurwoningen en de prijzen in de vrije sector zijn hard gestegen, zodat vrijkomende woningen zelfs voor bewoners met een middeninkomen niet bereikbaar zijn. In Nieuw-West zijn weinig doorgroeimogelijkheden voor jongeren, jonge gezinnen en sociale stijgers die graag in hun eigen woonomgeving willen blijven wonen. In sommige buurten is er een zeer hoge mutatiegraad vanwege (bonafide) kortlopende huurcontracten. Deze ontwikkelingen gaan samen met eenzijdige nieuwbouw van kleine particuliere huurwoningen en trends als buy to let (het opkopen van woningen om te verhuren, vaak door beleggers) en leave to let (het verhuren van de eigen woning door particulieren). Er ontstaan hierdoor buurten, bijvoorbeeld in Slotervaart, die een groot verloop kennen van bewoners, wat zijn weerslag heeft op de sociale cohesie en leefbaarheid.

Ook worden woningen gebruikt voor criminele activiteiten zoals hennepteelt, drugsopslag of illegale prostitutie, en ook dit maakt dat bewoners zich onveilig voelen. Met name drugsgerelateerde woonfraude komt, ook stedelijk gezien, in Nieuw–West veel voor. Veel bewoners van Nieuw-West ervaren de openbare ruimte als vuil, slecht onderhouden en lelijk, ook in de buurten waar de afgelopen decennia fysieke vernieuwing plaatsvond. Uit objectieve metingen blijkt dat vervuiling in veel buurten bovengemiddeld voorkomt. Hierbij speelt mee dat in Nieuw-West verhoudingsgewijs over veel vierkante meter openbare ruimte beschikt, waardoor afval makkelijker kan gaan zwerven en de opgave groot is voor reinigingsdiensten. Naast het omvangrijke oppervlak speelt ook de uitgestelde stedelijke vernieuwing een rol.

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

18

4 Verwachtingen, valkuilen en randvoorwaarden De kwetsbare sociale en fysieke staat van Nieuw-West vormen sinds 2022 opnieuw aanleiding voor de gemeente en lokale partners om, in samenwerking met het Rijk, in te zetten op een brede langjarige gebiedsgerichte aanpak. Hoe kijken betrokken bij Samen Nieuw-West aan tegen de inzet op de gemengde wijk? Wat is volgens hen nodig om dit tot een succes te maken? Hoewel overtuigend bewijs voor de sociale meerwaarde van de investeringen in gemengde wijken voor de bewoners van Nieuw-West tot op heden niet voorhanden is, houdt het Nationaal Programma Samen Nieuw- West vast aan de ‘gemengde wijk’-aanpak. In het convenant Samen Nieuw-West schrijven de ondertekenaars: “We willen zorgen voor meer woningen en meer differentiatie in het woningaanbod en voor een evenwichtige balans van bewoners in complexen en buurten.” Positieve effecten van het werken aan gemengde wijken worden nog steeds verwacht, maar meer dan tijdens de Parkstad-aanpak hebben de ondertekenaars van het convenant Samen Nieuw-West de ambitie om de nieuwe aanpak in samenspraak met bewoners vorm te geven en deze in te bedden in een integrale wijkaanpak die gericht is op het vooruithelpen van zittende bewoners.

Uit de gesprekken met betrokkenen bij Samen Nieuw-West die voor deze verkenning zijn uitgevoerd, blijkt dat werken aan gemengde wijken door alle geïnterviewden als een vanzelfsprekende randvoorwaarde wordt gezien voor het slagen van de brede wijkaanpak. Tegelijkertijd is men zich er bewust van dat de aanpak in het verleden tekort is geschoten. Men onderkent ook dat een eenzijdige fysieke ‘gemengde wijk’aanpak negatieve effecten kan opleveren, zoals verdringing, waterbedeffecten en de aantasting van waardevolle sociale netwerken. Om de valkuilen uit het verleden te omzeilen is Samen Nieuw-West zoekende naar een goede verbinding tussen de fysieke ingrepen – die voor een belangrijk deel al gepland staan – en de andere actielijnen van de langjarige wijkaanpak. Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat er verschillende lessen zijn geleerd over menging ten opzichte van de eerdere wijkaanpak in Nieuw-West, dat er een waaier aan verwachtingen over de effecten van de gemengde wijk is en dat men een breed instrumentarium in wil zetten om te komen tot gemengde wijken die werken. Ook zijn de geïnterviewden doordrongen van de complexiteit van deze ambitie; ze benoemen verschillende valkuilen en belemmeringen maar zien ook welke instrumenten voorhanden zijn en denken zicht te hebben op de randvoorwaarden die nodig zijn om de verwachtingen in te lossen.

4.1 Verwachtingen van de gemengde wijk Er zijn in de interviews uiteenlopende verwachtingen geuit over de effecten van menging, zowel op het leven van mensen in de wijk, als op het functioneren van de wijk zelf. Deze verwachtingen sluiten aan bij

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

19

het literatuuroverzicht in het kennisfundament ‘Inhoud geven aan gemengde wijken’.32 We schetsen de belangrijkste verwachtingen die in de gevoerde gesprekken naar voren kwamen.

Tegengaan van concentraties kwetsbare huishoudens Het tegengaan van concentraties van kwetsbare huishoudens wordt door de meeste respondenten gezien als een belangrijke randvoorwaarde om de brede wijkaanpak te laten slagen. Samir Bashara, programmadirecteur Samen Nieuw-West: “Nieuw-West zit in een neerwaartse spiraal. Alle achterkanten van het systeem komen hier bij elkaar. Problematiek stapelt op, concentreert zich en houdt zichzelf in stand. […] Nieuw-West heeft veel buurten met veel sociale woningbouw waar ook veel woningen vrijkomen. Dit resulteert in concentraties van kwetsbare mensen. Je wilt eigenlijk een bovengemiddelde aanwas van draagkrachtige mensen, maar je krijgt juist instroom van kwetsbare mensen. En de mensen die niet kwetsbaar waren, zouden dat kunnen worden door deze culminatie. Die patronen doorbreek je niet op de normale manier. Daarom wil je meer menging in Nieuw-West en spreiding van kwetsbare mensen. Dat is gewoon een randvoorwaarde.” Anne Wilbers, bestuursvoorzitter van woningcorporatie Stadgenoot wijst eveneens op het belang van probleemverdunning: “Met Stadgenoot zijn we op excursie naar Amsterdam Zuidoost geweest, naar een project waar 1000 nieuwe woningen zijn neergezet, waarvan tachtig procent sociaal. Ondanks deze vernieuwing blijft de problematiek hier groot. Door verdunning van sociale problematiek kan de leefbaarheid wél echt verbeteren.

Het gaat daarbij overigens tegenwoordig om relatieve verdunning van problematieken door middel van verdichting van het aantal woningen en het bouwen van extra woningen in het middensegment, waardoor er een betere menging van de wijk ontstaat.” Andere respondenten wijzen op de bredere opbrengsten voor de wijk die met probleemverdunning kunnen worden bereikt. Volgens Ronald van Dijk, programmamanager van de Van Deysselbuurt bij Rochdale, draagt mengen vooral bij aan een betere leefbaarheid van een wijk: “Een gemengde wijk is gewoon een sterkere wijk dan een wijk die niet gemengd is. Dit heeft vooral een leefbaarheidsdoel. Het is aan mensen zelf of ze behoefte hebben aan ontmoeting. We moeten er niet te idealistisch in staan. Je kan het alleen proberen te stimuleren.”

Maatschappelijke kansen vergroten Hoewel in de literatuur enige vraagtekens worden gezet bij de meerwaarde van menging voor zittende bewoners, geloven veel respondenten in de kracht van mengen om de maatschappelijke kansen van bewoners te vergroten. Nabila Bouabbouz, projectdirecteur gebiedsontwikkeling Amsterdam Nieuw-West: "Gemengde wijken vergroten je kansen als mens. Ikzelf ben derde generatie Nederlander. Ik heb geluk gehad dat ik in een gemengde wijk ben opgegroeid. Daardoor zag ik verschillende perspectieven, verhalen en levenswijzen om mij heen. Als kind word je wereld daarmee groter. De keuzes die je hebt en de kennis die je krijg, maken verschil in je leven." Pedro Veldhuis, gebiedscoördinator vanuit de gemeente in Nieuw-West sluit zich hierbij aan: “Menging toont mensen andere perspectieven, maar ook een beter toekomstperspectief. Men kan elkaar een duwtje in de rug geven.” Marloes van der Meulen, programmamanager Wonen en leefomgeving Samen Nieuw-West, legt uit hoe dit in zijn werk kan gaan: “Mengen biedt kansen voor de jeugd door de komst van rolmodellen. In

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

20

het verleden kon je inspirerende mensen in deze wijken tegenkomen, zoals een agent, onderwijzer, pianist, et cetera. Meer menging kan beteken dat je geïnspireerd kan raken.” Harro Labrujere van Kringwijs onderkent dit mechanisme, mits er daadwerkelijk sprake is van contact: "Als contact tussen mensen eenmaal echt ontstaat, dan ben ik wel hoopvol dat mensen ingangen krijgen tot andere mensen die hen kunnen helpen. Persoonlijke connecties die helpen met het vinden van kansen in het leven.”

Doorbreken van criminele structuren In veel gesprekken wordt de Wildemanbuurt in Osdorp genoemd als voorbeeld een buurt waar een ‘gemengde wijk’-aanpak nodig is om onder andere criminele netwerken te doorbreken. In 2009 belandde de stedelijke vernieuwing van de Wildemanbuurt in de ijskast vanwege de kredietcrisis, terwijl al een plan was gemaakt voor de aanpak van de wijk. Nabila Bouabbouz geeft aan wat menging kan bijdragen aan de verbetering van de Wildemanbuurt: “Het feit dat je vernieuwt, is een kans om het anders te doen. Bijvoorbeeld als het gaat om panden van huisjesmelkers, blokken waar bij wijze van spreken het opleidingscentrum van Taghi zit. Dan zit er maar een ding op: slopen die handel. Daarmee maak je de criminele structuren kapot.” Volgens haar kan vernieuwing zorgen voor “meer oren en ogen, mensen op straat, gezond ondernemerschap, contact tussen en hulp van buren onderling. Als de samenstelling minder eenzijdig is, dan is de kans dat het misgaat gewoon kleiner. Maar het gaat ook om perspectief op werk en om goed onderwijs of om het tegengaan van coffeeshops en dergelijke.

Een brede aanpak dus.” Anne Wilbers, bestuursvoorzitter van Stadgenoot, legt uit dat de inzet van fysieke maatregelen om criminaliteit te bestrijden om precisie vraagt: “Wij denken dat differentiëren [van de woningvoorraad, red.] soms nodig kan zijn om bepaalde ongezonde sociale structuren te doorbreken. Dat is een sensitief onderwerp en ook een hellend vlak. Neem bijvoorbeeld de Wildemanbuurt. […] We hebben daar te maken met 160 criminelen en met intergenerationele criminaliteit. We willen dat dit een andere wijk wordt. De aanpak doen we voor de mensen die er wonen, maar we hopen tegelijkertijd dat sommigen ervoor kiezen de wijk juist te verlaten. Dit is een lastige balans. Want mensen die een bijdrage leveren aan de wijk, die hier hun sociale netwerk hebben, die wil je juist niet wegjagen.”

Sociale stijgers vasthouden Als laatste noemen meerdere respondenten het vasthouden van sociale stijgers als belangrijke reden om meer menging te realiseren in wijken en buurten. Men wil huishoudens die, mede dankzij de brede wijkaanpak, een beter leven krijgen en daardoor meer kunnen besteden, de mogelijkheid bieden in de wijk te blijven wonen. Anne Wilbers: “Mengen kwam begin deze eeuw in Nieuw-West vooral tot stand met sloopnieuwbouw en het bouwen van dure huurwoningen en koopwoningen. Sociale woningen werden er minder teruggebouwd. Het was toen erg gericht op nieuwe mensen aantrekken van buiten de wijk. Maar we gooiden het roer om omdat we ook sociale stijgers uit de wijk willen behouden. Dat was ten tijde van Bureau Parkstad best een grote wijziging. Die lijn willen we vasthouden.”

4.2 Waarom mengen in de praktijk lastig is De meerwaarde – en daarmee ook de noodzaak – van het werken aan gemengde wijken wordt door alle respondenten gezien en benoemd. Tegelijkertijd is men zich bewust van de taaiheid en valkuilen van dit streven. De belangrijkste hobbels die in de interviews zijn genoemd vatten we samen.

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

21

Onduidelijkheid over de doelen Uit de gesprekken blijkt dat er verschillend wordt aangekeken tegen wat gemengde wijken zijn en kunnen betekenen voor een wijk. Onduidelijke of tegenstrijdige beelden hierover kunnen volgens sommige respondenten negatieve gevolgen hebben voor de effectiviteit van de aanpak. Samir Bashara, directeur van Samen Nieuw-West legt uit: “Het begint met hoe partijen tegen mengen aankijken. Er bestaan zo veel veronderstellingen over de functie en de doelen van het werken aan gemengde wijken. Ik merk dat die vaak niet overeen komen. Men praat dan langs elkaar heen. Dat is niet productief.”

Focus op betaalbaarheid en beschikbaarheid Het werken aan gemengde wijken is niet de primaire doelstelling van de stedelijke partners in Amsterdam. Een aantal respondenten geeft aan dat de grote woonvraag, wachtlijsten en druk op instellingen op gespannen voet kunnen staan met de ambitie om gemengde wijken te realiseren. Anne Wilbers, bestuursvoorzitter van Stadgenoot beschrijft dit als volgt: “De stedelijke afspraak is dat dertig procent van de mutaties, oftewel vrijkomende woningen, naar kwetsbare groepen gaan in Amsterdam, onder andere naar statushouders, mensen uit een ggz-instelling met of zonder begeleiding. Per corporatie krijgen we aantallen die we moeten huisvesten en dat aantal is altijd veel minder dan de vraag. Dat geeft spanning. […] Stadgenoot heeft veel woningen in Nieuw-West en hier zijn ook meer mutaties dan in andere delen in de stad. Ondanks dat we zorgvuldig kijken of het past in een complex, betekent dit wel dat we hier relatief veel woningen toewijzen aan kwetsbare mensen. In het NPLV kunnen we niet opnemen: ‘geen kwetsbaren meer in NieuwWest.’ Die woningen zijn gewoon hard nodig.”

Knellende wet- en regelgeving Uit verschillende onderzoeken blijkt dat kwetsbare groepen zich in het afgelopen decennium steeds meer concentreren in wijken met veel sociale huurwoningen.33 Ronald van Dijk, programmamanager bij Rochdale voor de Van Deysselbuurt, herkent dit beeld. Hij benoemt de veranderende regelgeving voor woningcorporaties als complicerende factor om te komen tot gemengde wijken: “Door de wet- en regelgeving waar corporaties mee te maken hebben, zijn we vooral de onderkant van de samenleving gaan bedienen. Daardoor gaat de buurt het in de statistieken slechter doen. In alle corporatiebuurten zie je deze ontwikkeling. Met de regels uit Europa is dat alleen maar erger geworden. Die clustering van kwetsbaarheid willen we doorbreken.”

Onrendabele business cases en afhankelijkheid van marktpartijen Jurgen van der Heijden, werkzaam bij TNO en een van de initiatiefnemers van het ‘Kracht van Nieuw-West’ – een samenwerkingsverband van bewoners, maatschappelijke initiatieven en lokale (culturele) ondernemers uit Nieuw-West – geeft aan dat marktpartijen om financiële redenen niet altijd voldoende kwaliteit kunnen leveren in Nieuw-West, als er geen ondersteuning is vanuit de overheid: “Je merkt nu vaak dat de projectontwikkelaars de businesscase niet rond krijgen als zij aanpassingen zoals klimaatadaptatie en sociale aspecten in de openbare ruimte moeten meefinancieren. De projectontwikkelaar gaat vervolgens bezuinigen hierop. Als die bij de gemeente aanklopt voor een gat van een miljoen, dan schrikt men. Terwijl dat niets is vergeleken met de maatschappelijke kosten van de hittestress, gezondheidsverlies,

Platform voor leefbare en veilige wijken wijkwijzer.org

22

sociale cohesie, et cetera. Maar die werelden zijn gescheiden. We zouden dit gesprek aan moeten gaan om te voorkomen dat de fysieke projecten de bredere ambities van het NPLV in de wielen rijden.” Een aantal respondenten wijst erop dat ook toen het afgelopen decennium wél geld te verdienen was met fysieke ontwikkelingen in Nieuw-West, er onvoldoende is gestuurd op menging. Jurgen van der Heijden: “Fysiek is er het laatste decennium veel gebeurd in Nieuw-West, maar daar zat geen vastomlijnde gemengdewijken-gedachte achter. Dat is pure marktwerking geweest. Neem de torens die verrijzen in verschillende delen in Nieuw-West. De verdichting daar is enorm. Voor behoud van veel voorzieningen is geknokt. Cinema de Vlugt bijvoorbeeld. De verleiding voor gemeenten om de grond te verkopen is groot. De toekomst zie ik met vrees tegemoet.” Later in het gesprek legt hij uit : “Op het gebied van zorg en energie zitten bewoners relatief gemakkelijk bij de wethouder aan tafel. Maar als het gaat om gebiedsontwikkeling staan bewoners en bewonersinitiatieven juist buiten spel. Inspraak gaat vaak om niet meer dan een paar bankjes. Dat is vast omdat er veel geld mee gemoeid is en er tempo gemaakt moet worden. Bewoners hebben geen invloed. De torens worden gewoon neergezet.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15102532/1