CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 5 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het inspraakvoorstel HVV 2024 en de raadsinformatiebrief ter afhandeling van motie 551 van 21 december 2022 van raadsleden Namane (PvdA) en Van Renssen (GroenLinks) over beperk ongebruikte quotum B&B. (VN2023-014407)29.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De splitsingsvergunning heeft een geldigheidsduur van één jaar nadat de vergunning is afgegeven, tenzij een langere geldigheidsduur is vermeld. Paragraaf 6 Vergunningverlening splitsing Artikel 3.6.1 Weigeringsgronden In verband met woonruimtevoorraad In verband met woonruimtevoorraad 1. Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning weigeren indien: a. het gebouw of het gedeelte van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat die worden verhuurd of die laatstelijk verhuurd zijn geweest;

b. de maximale huurprijs voor één of meer van die woonruimten onder de liberalisatiegrens ligt; c. niet gewaarborgd is dat die woonruimte(n) na de voorgenomen splitsing in gebruik blijft (of blijven) voor verhuur ter bewoning; en, d. het belang dat de aanvrager heeft bij splitsing niet opweegt tegen het belang van behoud en samenstelling van de woonruimtevoorraad, voor zover die voor verhuur is bestemd; en, e. indien het een gebied betreft waarvoor een maximum aantal te splitsen woningen is vastgesteld op grond van artikel 3.6.4, dat dit quotum met inwilliging van de aanvraag zou worden overschreden. In verband met belemmering van de stadsvernieuwing 2. Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning eveneens weigeren indien: a. voor het gebied waarin het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft is gelegen, een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet ruimtelijke ordening van kracht is, dan wel een ontwerp voor een zodanig plan of zodanige verordening of voor een herziening daarvan in procedure is; b. het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de aanvraag van de splitsingsvergunning is ingediend; c.

de voorgenomen splitsing naar het oordeel van burgemeester en wethouders nadelig gevolgen kan hebben voor de met het plan of die verordening nagestreefde of na te streven doeleinden; en, d. het belang dat de aanvrager bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmering van de (voorgenomen) plannen. In verband met de toestand van het gebouw 3. Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning ten slotte weigeren indien: a. de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, zich uit een oogpunt van indeling of de staat van onderhoud geheel of ten dele verzet; en, b. de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden verholpen, dan wel onvoldoende verzekerd is, dat die gebreken zullen worden opgeheven. 4. Van gebreken als bedoeld in het derde lid is in ieder geval sprake indien a. een handhavingsbesluit ingevolge artikel 1b, tweede lid van de Woningwet is genomen of b. is aangeschreven ingevolge de artikelen 13 of 13a van de Woningwet. 5. Burgemeester en wethouders kunnen aan de splitsingsvergunning nadere voorwaarden verbinden omtrent de kwaliteit van een gebouw vanuit bouwkundig oogpunt. In verband met de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 6.

Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Artikel 3.6.2 Voorwaarden en verplichtingen 1. Burgemeester en wethouders kunnen indien een aanvraag voor een splitsingsvergunning wordt gedaan in samenhang met een bouwplan in het kader van een complexgewijze aanpak of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, de vergunning verlenen onder de opschortende voorwaarde dat het betreffende bouwplan is uitgevoerd. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een zekerheidstelling eisen, waardoor de uitvoering van het door hen goedgekeurde maar nog niet uitgevoerde bouwplan, dan wel het opheffen van de bouwkundige gebreken aan het gebouw verzekerd wordt. 3. In geval van toepassing van het tweede lid, wordt binnen acht weken na verlening van de splitsingsvergunning een aanvang gemaakt met de werkzaamheden.

4. De gereedmelding van de werkzaamheden, als bedoeld in het derde lid, dient binnen de door burgemeester en wethouders bepaalde termijn te geschieden. 5. Burgemeester en wethouders kunnen op een door aanvrager tijdig gedaan schriftelijk verzoek een afwijkende termijn, als bedoeld in het vierde lid, vaststellen. 6. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot kwaliteitseisen die gelden voor te splitsen woningen en de wijze waarop de aanvrager van een splitsingsvergunning zich dient te houden aan de Gedragscode splitsen Amsterdam. Artikel 3.6.3 Vergunningverlening corporaties Een aanvraag voor een splitsingsvergunning door een corporatie wordt niet geweigerd, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er geen bezwaar is van de kant van burgemeester en wethouders op grond van een zwaarwegend volkshuisvestingsbelang; b. er van de zijde van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedkeuring is als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel a, van de Woningwet tot verkoop van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft; c. de woningcorporatie voldoet aan de bepalingen in de Uitvoeringsovereenkomst verkoop sociale huurwoningen 2020 t/m 2024 tussen de gemeente Amsterdam en de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties.

Artikel 3.6.4 Quotumvoorwaarde splitsingsvergunning Met in achtneming van artikel 3.4.1 en 3.4.2 kunnen burgemeester en wethouders voor een gebiedsdeel een quotum vaststellen voor het aantal huurwoningen met een huurprijs onder de liberalisatiegrens, dat bij splitsing in appartementsrechten ten hoogste kan worden betrokken. Artikel 3.6.5 Intrekken vergunning Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning intrekken: a. indien niet binnen één jaar nadat de beschikking is afgegeven, is overgegaan tot overschrijving in openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten; b. indien de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; en, d. indien niet wordt voldaan aan de ingevolge dit hoofdstuk bij de vergunning gestelde voorwaarden of voorschriften. Artikel 3.6.6 Overdracht splitsingsvergunning 1.

Bij verkoop of andere vorm van overdracht van woonruimten(n) waarvoor een splitsingsvergunning is verleend als bedoeld in dit hoofdstuk wordt de instemming van de nieuwe eigenaar met de vergunde wijziging van de woonruimte(n) verondersteld. De nieuwe eigenaar wordt van rechtswege de nieuwe vergunninghouder. 2. De nieuwe vergunninghouder, als bedoeld in het eerste lid, kan op verzoek op de vergunning worden vermeld door burgemeester en wethouders. AFDELING III TOERISTISCHE VERHUUR VAN WOONRUIMTE

Paragraaf 7 Werkingsgebied Artikel 3.7.1 Werkingsgebied Als woonruimten als bedoeld in artikel 23a, eerste lid, artikel 23b, eerste en tweede lid, en artikel 23c, eerste lid, van de Huisvestingswet zijn alle woonruimten in de gemeente Amsterdam aangewezen. Artikel 3.7.2 Registratieplicht Het is verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 voor toeristische verhuur aan te bieden zonder het registratienummer van die woonruimte te vermelden bij iedere aanbieding van die woonruimte voor toeristische verhuur. Artikel 3.7.3 Nachtencriterium en meldplicht vakantieverhuur 1. Onverminderd artikel 3.7.2 is het verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 voor meer dan dertig nachten per kalenderjaar in gebruik te geven voor vakantieverhuur. 2. Onverminderd artikel 3.7.2 en het eerste lid is het verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 in gebruik te geven voor vakantieverhuur zonder voorafgaande elektronische melding van de nachten van deze toeristische verhuring bij burgemeester en wethouders. 3. Burgemeester en wethouder kunnen gebieden aanwijzen waar een nachtencriterium van nul nachten geldt, betekenende een verbod op vakantieverhuur. Artikel 3.7.3a Vergunningplicht toeristische verhuur 1.

Onverminderd de artikelen 3.7.2 en 3.7.3 is het verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 in gebruik te geven voor toeristische verhuur zonder vergunning van burgemeester en wethouders. 2. De in het eerste lid genoemde vergunning kan uitsluitend worden verleend voor vakantieverhuur of B&B. 3. Voor toeristische verhuur van woonruimte ten behoeve van studenten die korter verblijven dan zes maanden geldt een uitzondering van de vergunningplicht, mits en zolang het een woonruimte betreft die door een instelling voor hoger onderwijs, als bedoeld in artikel 1.1 onderdeel g van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, is gereserveerd als landingsplek voor internationale studenten. Artikel 3.7.4 Vergunningplicht vakantieverhuur Onverminderd de artikelen 3.7.2 en 3.7.3 is het verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 in gebruik te geven voor vakantieverhuur zonder vergunning van burgemeester en wethouders. Artikel 3.7.5 Vergunningplicht B&B Onverminderd artikel 3.7.2 is het verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 te gebruiken als B&B zonder vergunning van burgemeester en wethouders.

Paragraaf 8 Algemene bepalingen toeristische verhuur van woonruimte Artikel 3.8.1 Aanvraag registratienummer Aanvragen voor een registratienummer als bedoeld in artikel 3.7.2 worden gedaan door degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur middels een door burgemeester en wethouders voorgeschreven elektronisch formulier.

Artikel 3.8.2 Melding vakantieverhuur Een melding als bedoeld in artikel 3.7.3, tweede lid, wordt gedaan door degene die de woonruimte in gebruik geeft voor vakantieverhuur, middels een door burgemeester en wethouders voorgeschreven elektronisch formulier. Artikel 3.8.3 Aanvraag vergunning 1. Aanvragen voor vergunningen als bedoeld in de artikelen 3.7.4 en 3.7.5 worden ingediend door degene die de woonruimte in gebruik geeft voor vakantieverhuur respectievelijk gebruikt als B&B, op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze. 2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid kan, in het geval van B&B betrekking hebben op meerdere volwassen personen, mits en zolang zij tot hetzelfde huishouden behoren en allen de betreffende woonruimte als hoofdverblijf hebben. Artikel 3.8.4 Te verstrekken gegevens en bescheiden aanvraag vergunning vakantieverhuur 1. Bij een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4, worden de volgende gegevens verstrekt: a. de naam en het adres van het hoofdverblijf van de aanvrager; en, b. het adres of de kadastrale ligging van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft. 2.Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten. Artikel 3.8.5 Te verstrekken gegevens en bescheiden aanvraag vergunning B&B 1.

Bij een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de naam (of namen) en het adres van het hoofdverblijf van de exploitant(en) van de B&B; b. het adres of de kadastrale ligging van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; en, c. een plattegrond van de gehele zelfstandige woonruimte waarbij aangegeven is op welk deel van de woonruimte de aanvraag betrekking heeft. 2. De plattegrond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, dient op de door burgemeester en wethouders aangegeven wijze te worden verstrekt, waarbij het aantal vierkante meters van de gehele zelfstandige woonruimte met inbegrip van de ruimte van de B&B en het aantal vierkante meters van de B&B moeten zijn weergegeven. 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, dient op de plattegrond, bedoeld in het eerste lid onderdeel c, in het geval van een B&B in een zolderruimte, te worden aangegeven wat de vluchtroute is in het geval van een brand en waar de rookmelders zijn bevestigd. 4. Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten. Artikel 3.8.6 Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op aanvragen als bedoeld in artikel 3.8.3, eerste lid, binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2.

Burgemeester en wethouders kunnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. 3. Indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, is de gevraagde vergunning van rechtswege gegeven als bedoeld in paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3.8.7 Beschikkingsvereisten vergunning vakantieverhuur Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 bevat ten minste de volgende gegevens: a. de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft, aangeduid met het adres of de kadastrale ligging van de woonruimte; b. de naam van de aanvrager; en, c. de krachtens deze verordening geldende voorwaarden en voorschriften. Artikel 3.8.8 Beschikkingsvereisten vergunning B&B 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 bevat ten minste de volgende gegevens: a. de woonruimte waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid met het adres of de kadastrale ligging van de woonruimte; b. de naam van de exploitant die de woonruimte gebruikt als B&B; c. een aanduiding van de ruimte binnen de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; d. de mededeling dat binnen een jaar, nadat de vergunning is afgegeven, van de vergunning gebruik moet zijn gemaakt; en, e. de krachtens deze verordening geldende voorwaarden en voorschriften. 2. Er kunnen exploitanten op de vergunning worden bijgeschreven mits en zolang het een volwassene betreft, deze tot hetzelfde huishouden behoort en de betreffende woonruimte ook als hoofdverblijf heeft. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van de termijn van één jaar als genoemd in het eerste lid, onderdeel d, en uitstel verlenen.

Paragraaf 9 Vergunningverlening Artikel 3.9.1 Weigeringsgronden vergunning vakantieverhuur 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 wordt geweigerd, indien: a. sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; b. de aanvrager al een vergunning voor een B&B heeft; c. de woonruimte waar de aanvraag op ziet in eigendom is van een woningcorporatie; d. niet wordt voldaan aan de ingevolge deze paragraaf bij de vergunning gestelde voorwaarden; of, e. het gaat om een aanvraag tot legalisatie van een bestaande situatie waar een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de woonruimte is opgetreden als bedoeld in artikel 3.9.5, tweede lid, onderdeel f. 3. Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 kan worden geweigerd indien ten aanzien van de aanvrager in de afgelopen vijf jaar een vergunning als bedoeld in artikelen 3.1.1, derde lid, 3.7.4 of 3.7.5 is ingetrokken. 4. Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 kan worden geweigerd indien het een woonruimte betreft waarvoor al een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel c is verleend.

Artikel 3.9.2 Weigeringsgronden vergunning B&B 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 wordt geweigerd, indien: a. sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; b. de aanvrager al een vergunning voor vakantieverhuur heeft;

c. de woonruimte waar de aanvraag op ziet in eigendom is van een woningcorporatie; d. niet wordt voldaan aan de ingevolge deze paragraaf bij de vergunning gestelde voorwaarden; e. het gaat om een aanvraag tot legalisatie van een bestaande situatie waar een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de woonruimte is opgetreden als bedoeld in artikel 3.9.6, tweede lid, onderdeel e; f. het quotum, bedoeld in artikel 3.9.4, voor de vergunning is bereikt; of, g. de aanvraag ziet op een melding die is uitgeloot. 2. Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 kan worden geweigerd indien ten aanzien van de aanvrager in de afgelopen vijf jaar een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, 3.7.4 of 3.7.5 is ingetrokken. 3. Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 kan worden geweigerd indien het een woonruimte betreft waarvoor al een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel c is verleend. Artikel 3.9.3 Intrekken vergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 en 3.7.5 intrekken, indien: a. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; b.

niet wordt voldaan aan de ingevolge deze paragraaf bij de vergunning gestelde voorwaarden en/of voorschriften; c. niet wordt voldaan aan de registratieplicht, bedoeld in artikel 3.7.2; d. er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; of e. de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken. 2. In aanvulling op het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 intrekken, indien niet wordt voldaan aan het nachtencriterium of de meldplicht, bedoeld in artikel 3.7.3, eerste respectievelijk tweede lid. 3. In aanvulling op het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5. intrekken, indien niet binnen één jaar, nadat de beschikking is afgegeven, gebruik is gemaakt van de vergunning; 4. Burgemeester en wethouders kunnen verleende vergunningen als bedoeld in artikel 3.7.4 en 3.7.5 wijzigen en verleende vergunningen intrekken indien veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten wijziging of intrekking nodig maken. Artikel 3.9.4 Quotumvoorwaarden vergunning B&B 1. Vergunningen als bedoeld in artikel 3.7.5 worden met inachtneming van een door burgemeester en wethouders per wijk vastgesteld quotum verstrekt. 2.

Wanneer het aantal aanvragen voor een wijk hoger is dan het quotum, bedoeld in het eerste lid, geschiedt de vergunningverlening middels loting. 3. Burgemeester en wethouders stellen in nadere regels de hoogte van het quotum, bedoeld in het eerste lid, vast, alsmede nadere regels over de wijze waarop vergunningverlening plaatsvindt. Artikel 3.9.5 Voorwaarden en voorschriften vergunning vakantieverhuur 1. Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 gelden de volgende voorwaarden: a. De aanvrager staat op het adres van de woonruimte ingeschreven in de Basisregistratie Personen en heeft daar het centrum van zijn levensbelangen;

b. de woonruimte is niet gelegen in een gebied waar een verbod op vakantieverhuur geldt; c. de woonruimte is niet in eigendom van een woningcorporatie; d. de vergunning is geldig gedurende het kalenderjaar waarin deze is verleend en de eerste drie maanden van het daaropvolgende kalenderjaar; en, e. de vergunning is persoons- en woonruimtegebonden. 2. Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 gelden de volgende voorschriften: a. degene die de woonruimte in gebruik geeft voor vakantieverhuur, staat op het adres van de woonruimte ingeschreven in de Basisregistratie Personen en heeft daar het centrum van zijn levensbelangen; b. er wordt voldaan aan de plicht bij iedere aanbieding van de woonruimte een geldig registratienummer te vermelden, het nachtencriterium en de meldplicht, bedoeld in artikelen 3.7.2 en 3.7.3; c. de melding als bedoeld in het vorige onderdeel en artikel 3.7.3, tweede lid, dient te geschieden door de bewoner die op het adres van de woonruimte staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen en daar het centrum van zijn levensbelangen heeft; d. er wordt aan niet meer dan vier personen onderdak wordt verleend; e. er wordt een zelfstandige woonruimte exclusief in gebruik gegeven; en f. er treedt geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de betreffende woonruimte op.

Er is sprake van een onaanvaardbare inbreuk als bedoeld in de vorige volzin, indien: I. er is sprake van aantoonbare overlast op grond van objectieve feiten en omstandigheden; en, II. de bewoners vooraf door de klagers en door burgemeester en wethouders op de overlast is gewezen en dit niet tot beëindiging van de overlast heeft geleid. 3. Burgemeester en wethouder kunnen gebieden aanwijzen waar een nachtencriterium van nul nachten geldt, betekenende een verbod op vakantieverhuur. 4. Burgemeester en wethouders kunnen een andere geldigheidstermijn verbinden aan de vergunning dan de termijn genoemd in het eerste lid, onderdeel d. Artikel 3.9.6 Voorwaarden en voorschriften vergunning B&B 1. Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 gelden de volgende voorwaarden: a. de exploitant heeft de woonruimte als hoofdverblijf en staat op het adres van deze woonruimte ingeschreven in de Basisregistratie Personen; b. de B&B voldoet aan de oppervlakte-eisen; c. de B&B beschikt over maximaal vier slaapplaatsen voor gasten; d. de ruimte die aan toeristen wordt verhuurd is een deel van een zelfstandige woonruimte binnen het pand waarin de B&B zich bevindt, waarbij deze ruimte bouwkundig of via een gemeenschappelijke verkeersruimte verbonden is met de rest van de woonruimte ; e. de woonruimte is niet in eigendom van een woningcorporatie; f. de vergunning is geldig tot 1 juli 2028; en, g.

de vergunning is niet overdraagbaar en gebonden aan de exploitant- en de specifieke woonruimte. 2. Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 gelden de volgende voorschriften: a. de exploitant exploiteert de B&B zelf en houdt nachtverblijf in de woonruimte tijdens het verblijf van gasten; b. er wordt voldaan aan de plicht bij iedere aanbieding van de woonruimte een geldig registratienummer te vermelden, bedoeld in artikel 3.7.2; c. in de B&B wordt aan maximaal vier personen logies verleend;

d. de toeristen slapen in het deel van de zelfstandige woonruimte zoals in de vergunning vermeld; en e. er treedt geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de betreffende woonruimte op. Er is sprake van een onaanvaardbare inbreuk als bedoeld in de vorige zin, indien: I. er sprake is van aantoonbare overlast op grond objectieve feiten en omstandigheden; en, II. de bewoners vooraf door de klagers en door burgemeester en wethouders op de overlast is gewezen en dit niet tot beëindiging van de overlast heeft geleid. 3. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de oppervlakte-eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. Paragraaf 10 Verplichtingen voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur Artikel 3.10.1 Publicatieverbod aanbiedingen 1. Het is voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur verboden om een aanbod tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur te publiceren zonder dat daarbij een registratienummer is vermeld. 2.

Het is voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur verboden aanbiedingen van een woonruimte gedurende de rest van het jaar te tonen, indien diegene door burgemeester en wethouders ervan in kennis is gesteld dat die specifieke woonruimte reeds voor het maximum aantal nachten als bedoeld in artikel 3.7.3 in dat jaar in gebruik is gegeven voor toeristische verhuur. 3. Burgemeester en wethouders kunnen een aanwijzing geven aan degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur om de aanbieding voor toeristische verhuur van de aanbieder, aan wie een verbod tot het in gebruik geven van een woning voor toeristische verhuur als bedoeld artikel 4.2.2 is opgelegd, te blokkeren. Artikel 3.10.2 Informatieplicht Degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimten, informeert degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur over de registratieplicht als bedoeld in artikel 3.7.2 en het nachtencriterium en de meldplicht als bedoeld in artikel 3.7.3. AFDELING IV Opkoopbescherming Paragraaf 11 werkingsgebied, verbod en vergunningplicht opkoopbescherming Artikel 3.11.1 Werkingsgebied 1.

Als woonruimten waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 41 van de Huisvestingswet zijn de volgende categorieën woonruimten aangewezen: a. woonruimten die op het moment van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar een WOZ-waarde hebben van €341.000 of lager; b. woonruimten die op het moment van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar een WOZ-waarde hebben tussen de €341.000 en €424.000; en,

c. woonruimten die op het moment van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar een WOZ-waarde hebben tussen de €424.000 en €533.000. 2. Woonruimten als bedoeld in het vorige lid vallen alleen onder het werkingsgebied indien: a. de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte ligt na het tijdstip van inwerkingtreding, zijnde 1 april 2022 b. de woonruimte op de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar: 1° vrij is van huur en gebruik; 2° in verhuurde staat is voor een periode van minder dan zes maanden; of, 3° verhuurd is met een ontheffing of vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2. en artikel 3.11.3. 3. Indien de woonruimte als bedoeld in het eerste lid geen WOZ-waarde heeft zal in plaats daarvan de waarde die gehanteerd wordt voor de roerenderuimtebelasting of, bij afwezigheid ook van die waarde, de koopprijs gebruikt worden als waardebepaling voor de opkoopbescherming. 4.Woonruimten zijn uitgesloten van het werkingsgebied als bedoeld in het eerste lid indien, op de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering, sprake is van een woonruimte: a.

die door één eigenaar wordt verkocht in een cluster van minimaal tien woningen in één pand en deze woningen gelijktijdig worden overdragen aan één opvolgende eigenaar (complexgewijze verkoop ‘groot’); b. waarvoor een verhuurverbod is opgenomen in de erfpachtvoorwaarden voor de onroerende zaak waar de gemeente bloot eigenaar van is; c. die na 1 april 2022 is opgeleverd door nieuwbouw of transformatie met de bestemming dan wel het gebruik huurwoonruimte in de erfpachtvoorwaarden of waar op basis van een anterieure overeenkomst met burgemeester en wethouders is overeengekomen dat verhuur van die woonruimte is toegestaan of is verplicht; d. waarvoor geldt dat voor 1 april 2022 tussen de ontwikkelaar van de woonruimte en burgemeester en wethouders aantoonbare programmatische afspraken zijn gemaakt en nog geen eerste bewoning heeft plaatsgevonden. 5. Als gebieden waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 41 van de Huisvestingswet zijn de volgende stadsdelen en stadsgebied aangewezen: a. Centrum; b. Nieuw-West; c. Noord; d. Oost; e. Weesp f. West; g. Zuid; en h. Zuidoost. Artikel 3.11.2 Verbod op in gebruik geven woonruimte en ontheffing 1.

Het is verboden om zonder ontheffing of vergunning een woonruimte aangewezen in artikel 3.11.1 in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte als bedoeld artikel 3.11.1 tweede lid, onderdeel a. 2. Burgemeester en wethouders kunnen voor woonruimten aangewezen in artikel 3.11.1 een ontheffing van het verbod als bedoeld in het eerste lid verlenen indien:

a. zich omstandigheden voordoen die maken dat naar het oordeel van het college het redelijkerwijs niet van de eigenaar verlangd kan worden dat hij het verbod in het eerste lid naleeft; b. het naar oordeel van burgemeester en wethouders gaat om een dusdanig maatschappelijk gewenste vorm van verhuur of handeling die gepaard gaat met verhuur, dat het belang van verhuur in dat geval prevaleert boven het belang van het verbod als bedoeld in het eerste lid; of, c. de woonruimte door één eigenaar wordt verkocht in een cluster bestaande uit vier tot en met negen woningen in één pand en deze woningen gelijktijdig worden overdragen aan één opvolgende eigenaar (complexgewijze verkoop ‘klein’). 3. Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden en voorschriften verbinden aan de ontheffing als bedoeld in het tweede lid. 4. De ontheffing is niet overdraagbaar en gebonden aan de ontheffingshouder en de specifieke woonruimte. Artikel 3.11.3 Vergunning opkoopbescherming voor in gebruik geven van binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimten (vergunning opkoopbescherming) 1. De vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2, eerste lid, wordt verleend indien: a. de woonruimte in gebruik wordt gegeven aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar; b.

de eigenaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan hem, ten minste twaalf maanden zijn woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen, in die woonruimte heeft en de eigenaar met een woningzoekende schriftelijk overeenkomt dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt; of, c. de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor of bedrijfsruimte. 2. De vergunning kan worden verleend indien de eigenaar van de woonruimte een deel van de woonruimte zelf bewoont en een gedeelte van die woonruimte in gebruik geeft. 3. De vergunning is niet overdraagbaar en gebonden aan de vergunninghouder en de specifieke woonruimte. Paragraaf 12 Ontheffing- en vergunningverlening Artikel 3.12.1 Aanvraag ontheffing en vergunning opkoopbescherming 1. De ontheffing en vergunning opkoopbescherming, als bedoeld in artikel 3.11.2 en 3.11.3, kan slechts worden aangevraagd door de eigenaar van de woonruimte. 2. Aanvragen worden gedaan middels een door burgemeester en wethouders voorgeschreven elektronisch formulier. Artikel 3.12.2 Te verstrekken gegevens en bescheiden ontheffing en vergunning opkoopbescherming 1.

Bij een aanvraag van een ontheffing of vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2 en 3.11.3 worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de naam (of namen) van de eigenaar(s); en, b. het adres van de woonruimte. 2.In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.11.3, eerste lid, onderdeel a, en indien de aanvrager en de verwant zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen, wordt het Burgerservicenummer (BSN) van de aanvrager, alsmede die van de

betreffende verwant en de relatie tussen de betreffende verwanten verstrekt. Indien de aanvrager of de verwant niet zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen, dient de aanvrager informatie te verstrekken waaruit het verwantschap blijkt. 3. In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.11.3, eerste lid, onderdeel b, wordt een schriftelijke overeenkomst waaruit blijkt dat de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik wordt gegeven, mede aangeleverd. 4. In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.11.3, eerste lid, onderdeel c, worden bescheiden aangeleverd waar uit blijkt dat de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor of bedrijfsruimte. 5. In het geval dat een aanvraag ziet op een ontheffing als bedoeld in artikel 3.11.2, tweede lid, worden bescheiden geleverd die ter motivering dienen van die aanvraag. 6. Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten. Artikel 3.12.3 Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op aanvragen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. 3.

Indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, is de gevraagde vergunning van rechtswege gegeven als bedoeld in paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 3.12.4 Beschikkingsvereisten Een ontheffing of vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2 en 3.11.3 bevatten ten minste de volgende gegevens: a. de woonruimte waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid met het adres of de kadastrale ligging van de woonruimte; b. de naam van de eigenaar(s) van de woonruimte, tevens ontheffing- of vergunninghouder(s); en, c. de vorm van in gebruik geven waarvoor de ontheffing of vergunning is verleend en de mededeling dat deze ontheffing of vergunning alleen geldend blijft, mits en zolang deze vorm wordt gehanteerd en voortduurt. Artikel 3.12.5 Weigeringsgronden De ontheffing of vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan één of meerdere vormen als bedoeld in artikel 3.11.2, tweede lid, artikel 3.11.3, eerste of tweede lid of als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Artikel 3.12.6 Intrekkingsgronden De ontheffing of vergunning wordt ingetrokken indien niet meer wordt voldaan aan de vorm van in gebruik geven waarvoor de ontheffing of vergunning is verleend of als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Hoofdstuk 4 Verdere bepalingen

Paragraaf 1 Verslaglegging en monitoring Artikel 4.1.1 Verstrekken van inlichtingen Burgemeester en wethouders verstrekken het regionale portefeuillehoudersoverleg de inlichtingen, die nodig zijn voor een juiste afstemming over de wijze waarop burgemeester en wethouders deze verordening uitvoeren. Paragraaf 2 Handhaving en toezicht Artikel 4.2.1 Bestuurlijke boete 1. Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8, 21, 23a, 23b, 23c en 41 van de Huisvestingswet of bij handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften bedoeld in artikel 24 en artikel 26 van de Huisvestingswet. 2. Indien burgemeester en wethouders gebruikmaken van de bevoegdheid uit het eerste lid leggen zij een boete op overeenkomstig de tabellen opgenomen in bijlage 3. Artikel 4.2.2 Verhuurverbod bij recidive toeristische verhuur Burgemeester en wethouders kunnen een verbod opleggen tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur voor ten hoogste een jaar aan een aanbieder aan wie in de afgelopen vijf jaar ten minste tweemaal een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van de regels voor toeristische verhuur zoals gesteld in deze verordening.

Paragraaf 3 Restbepalingen Artikel 4.3.1 Experimenten De gemeenteraad is bevoegd, op voorstel van burgemeester en wethouders, voor een bepaalde periode af te wijken van (onderdelen van) deze verordening ten behoeve van experimenten in het belang van de volkshuisvesting mits niet in strijd met de Huisvestingswet of het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Artikel 4.3.2 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening. Hoofdstuk 5 Overgangsrecht en slotbepalingen Artikel 5.1 Overgangsrecht 1. Vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten verleend of genomen op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, gelden als vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten, als bedoeld in deze verordening. 2. In afwijking van het eerste lid is voor vergunningen verleend voor short stay de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013 van toepassing. 3. Aanvragen van vergunningen, urgentieverklaringen en andere besluiten worden beoordeeld op grond van de Huisvestingsverordening zoals deze geldt op het moment van indiening van de aanvraag met uitzondering van artikel 3.1.1, eerste lid.

4. Met betrekking tot een bestuurlijke sanctie genomen wegens de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016, 2020 of 2024 of een besluit tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, dat nog niet onherroepelijk is, blijft de op het moment van het besluit geldende Huisvestingsverordening van toepassing. 5. De voor de inwerkingtreding gedane inschrijvingen van woning- en standplaatszoekenden, worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur. 6. Voor exploitanten van een B&B die zich voor 1 januari 2019 hebben gemeld geldt dat zij de B&B tot 1 juli 2026 mogen exploiteren onder de tot 2020 geldende voorwaarden, mits zij een vergunning voor een B&B hebben. 7. Ten aanzien van omzettingsvergunningen als bedoeld in artikel 3.3.13 die zijn aangevraagd voor 1 april 2020 geldt het voorschrift met betrekking tot het individuele schriftelijke huurcontract in artikel 3.3.13, tweede lid, onderdeel a, niet. 8. Voor aanbieders die hun woonruimte al voor 1 april 2021 aanboden voor toeristische verhuur, geldt het verbod als bedoeld in artikel 3.7.2, en daarmee het voorschrift ten aanzien van het vermelden van dit registratienummer als bedoeld in artikel 3.9.5, tweede lid, onderdeel b, en 3.9.6, tweede lid, onderdeel b, met ingang van 1 oktober 2021. 9.

Woongroepen in één zelfstandige woonruimte, zijnde drie of meer personen die geen gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren, maar wel op basis van eigen initiatief kiezen om samen die woonruimte te huren, die zich hebben gemeld bij burgemeester en wethouders vóór 1 januari 2017, zijn uitgezonderd van de omzettingsvergunningplicht als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel c, indien zij na 1 januari 2017 blijven voldoen aan de hierna genoemde voorwaarden: a. het betreft een zelfstandige woonruimte boven de liberalisatiegrens; b. de groepsleden melden zich als groep voordat zij de woonruimte in gebruik nemen bij burgemeester en wethouders; c. de groepsleden huren de woonruimte met één huurcontract; d. de groep beschikt over het recht van coöptatie; e. elk groepslid beschikt over een eigen kamer; f. de groep beschikt over een gezamenlijke verblijfsruimte niet zijnde een slaapkamer; g. de groep beschikt over een gezamenlijke rekening; h. per groepslid sprake is van vijftien vierkante meter gebruiksoppervlak voor wonen en vijftien vierkante meter gebruiksoppervlak voor de gezamenlijke verblijfsruimte; en, i. de woonruimte voldoet aan eisen voor geluid reducerende maatregelen om overlast in de leefomgeving te voorkomen. 10.

Na 1 januari 2017 kan een woongroep in een zelfstandige woonruimte zich niet meer melden bij burgemeester en wethouders en zich niet meer beroepen op de voorwaarden in het negende lid. 11. Ten aanzien van woonruimten, waarvoor ingevolge artikel 1 voor 1 januari 2021 een aanvraag voor erkenning als studentenwoning is gedaan en die als zodanig erkend zijn of worden door burgemeester en wethouders, geldt de vergunningplicht voor omzetting en woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdelen c en d, niet, mits en zolang zij in gebruik blijven als studentenwoning in de zin van artikel 2.1.1. 12. De inschrijfduur van een woningzoekende als bedoeld in artikel 2.4.5, tweede lid, wordt bij de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening omgezet naar wachtpunten in de verhouding 1:1. 13. De wachtpunten die zijn ontstaan door in inschrijfduur omgezette woonduur vervallen op 1 juli 2030.

14. Beoordelingen van woningzoekenden voor voorrang op grond van lokale economische binding van voor 1 januari 2022 worden omgezet in een bemiddelingsstatus in de zin van artikel 2.9.4, zesde lid. 15. Aanvragen voor voorrang op grond van lokale economische binding die voor 1 januari 2022 zijn ingediend worden beoordeeld voor een bemiddelingsstatus op grond van artikel 2.9.4, zesde lid. De volgorde van de uiteindelijke toewijzing van woonruimten wordt gedaan aan de hand van de geldende regels op moment van toewijzing. 16. Een vergunning voor toeristische verhuur verleend met toepassing van artikel 21 van de Huisvestingswet, voor het tijdstip van inwerkingtreding van Afdeling III Toeristische verhuur van woonruimte, wordt gelijkgesteld met een vergunning die is verleend met toepassing van artikel 23c van de Huisvestingswet. 17. Voor woonruimten waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 41 van de Huisvestingswet geldt de WOZ-waarde zoals deze gold op grond van deze verordening op moment van inschrijving van de akte van levering in de openbare registers. 18. Verwijzingen naar wet- en regelgeving in deze verordening of in de nadere regels bij deze verordening, die na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden vervangen, moeten gelezen worden aan de hand van de transponeringstabel zoals opgenomen in bijlage 4. Artikel 5.1a Overgangsregeling stadsgebied Weesp 1.

De Huisvestingsverordening Amsterdam geldt voor het gehele grondgebied van Amsterdam. De bepalingen in hoofdstuk 2 en 3 zijn op gelijke wijze van toepassing op het stadsgebied Weesp, met uitzondering van het bepaalde in dit artikel. 2. Voor toepassing van dit artikel, met uitzondering van het negende tot en met het elfde lid, wordt onder stadsgebied Weesp verstaan: het grondgebied van de voormalige gemeente Weesp. 3. Vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten verleend of genomen op grond van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Weesp of op grond van de overgangsregeling stadsgebied Weesp zoals deze was opgenomen in bijlage 4 van deze verordening en geldig was tot 1 januari 2023, gelden als vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten, als bedoeld in deze verordening. 4. Beschikkingen die op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn verstrekt door de voormalige gemeente Weesp gelden voor de toepassing van deze verordening als beschikkingen die zijn verstrekt door de gemeente Amsterdam. 5. Woningzoekenden die op 31 december 2022 woonachtig waren in het stadsgebied Weesp en ingeschreven stonden in het aanbodinstrument van de regio Gooi en Vechtstreek, krijgen van rechtswege een inschrijving met dezelfde inschrijfduur in het aanbodinstrument van de woningmarktregio. 6.

Het vierde en vijfde lid van artikel 2.4.5 zijn niet van toepassing op woningzoekenden woonachtig in het stadsgebied Weesp. 7. Voor toepassing van artikel 2.8.3, vierde lid wordt voor het bepalen van de ingezetenschap om in aanmerking te komen voor een jongerenwoning, ingezetenschap in de voormalige gemeente Weesp meegerekend. 8. Voor toepassing van de artikelen 2.10.5, eerste lid, onderdeel i en 2.10.7, eerste lid, onderdeel a worden de jaren waarbij een aanvrager en alle personen behorend tot zijn huishouden woonachtig waren in de voormalige gemeente Weesp ook meegeteld. 9. In afwijking van de artikelen 2.8.3, 2.9.1 en 2.9.2 komt tot 1 januari 2031 voor een huisvestingsvergunning voor woonruimten gelegen in stadsgebied Weesp, als bedoeld in artikel 2.4.1, achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.8.1 en ingezetene is van het stadsgebied Weesp;

b. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.8.1; c. overige woningzoekenden. 10. Binnen dezelfde categorie woningzoekenden komt de woningzoekende met de meeste woonpunten als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning. 11. De verlening van huisvestingsvergunningen met toepassing van het negende en het tiende lid wordt toegepast binnen de limiet van zestig procent van het jaarlijkse aantal toewijzingen van woonruimten in het stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 2.4.1. 12. Paragraaf 11 van hoofdstuk 2 van deze verordening is niet van toepassing op standplaatsen gelegen in het stadsgebied Weesp die niet in eigendom of in beheer zijn van de gemeente Amsterdam. 13. Eigenaren van zelfstandige woonruimten gelegen in het stadsgebied Weesp die voor 1 januari 2023 volgens de toen geldende regels legaal zijn omgezet naar onzelfstandige woonruimten komen in afwijking van de voorwaarden als bedoeld in de artikelen 3.3.1 en 3.3.13 in aanmerking voor een omzettingsvergunning. De voorschriften als bedoeld in artikel 3.3.13, tweede lid zijn niet van toepassing op deze vergunningen. 14. In afwijking van artikel 3.11.1, tweede lid, onder a geldt voor het stadsgebied Weesp de datum 1 januari 2023. 15.

Voor het stadsgebied Weesp geldt dat burgemeester en wethouders vanaf 1 juli 2023 op overtredingen van de toeristische verhuurregels, als opgenomen in Afdeling III van hoofdstuk 3, handhaven. 16. Voor exploitanten van een B&B in het stadsgebied Weesp geldt dat de B&B-vergunning ten hoogste geldig is tot 1 juli 2028. 17. De verboden ten aanzien van woningvormen, onttrekken en samenvoegen als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid onder a, b en d, gelden niet voor woonruimten gelegen in het stadsgebied Weesp die voor 1 januari 2023 volgens de toen geldende regels legaal zijn gevormd, onttrokken of samengevoegd. Artikel 5.2 Intrekking De Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 wordt ingetrokken. Artikel 5.3 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Artikel 5.4 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening Amsterdam 2024.

Bijlage 1 Adressen Solids (artikel 2.1.1, derde lid en artikel 3.1.1, tweede lid) kadastrale_nummer AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813 AMSTERDAM AU AU 2813

bwjaar 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011

adres postcode Eerste Constantijn Huygensstraat 20B 1054 BR Eerste Constantijn Huygensstraat 20D 1054 BR Eerste Constantijn Huygensstraat 20G 1054 BR Eerste Constantijn Huygensstraat 22B 1054 BR Eerste Constantijn Huygensstraat 22E 1054 BR Eerste Constantijn Huygensstraat 22F 1054 BR Eerste Constantijn Huygensstraat 24B 1054 BR Eerste Constantijn Huygensstraat 24D 1054 BR Eerste Constantijn Huygensstraat 28B 1054 BR Eerste Constantijn Huygensstraat 28E 1054 BR Eerste Constantijn Huygensstraat 32B 1054 BR IJburglaan 467 1087 BE IJburglaan 509A 1087 BE IJburglaan 525B 1087 BE IJburglaan 531 1087 BE IJburglaan 539 1087 BE IJburglaan 517B 1087 BE IJburglaan 507B 1087 BE IJburglaan 519 1087 BE IJburglaan 511 1087 BE Cas Oorthuyskade 24 A 1087 BB IJburglaan 523B 1087 BE IJburglaan 509B 1087 BE IJburglaan 527 1087 BE IJburglaan 517A 1087 BE IJburglaan 525 A 1087 BE IJburglaan 513 1087 BE IJburglaan 515 A 1087 BE IJburglaan 515B 1087 BE IJburglaan 521 1087 BE IJburglaan 523 A 1087 BE IJburglaan 529 1087 BE Cas Oorthuyskade 20A 1087 BB

Bijlage 1a Aangewezen categorieën woonruimten voor bepaalde voorrangsregelingen 1. Woonruimten in woongemeenschappen voor de toepassing artikel 2.1.1. a. Krom Boomssloot Krom Boomssloot 55 b. 7 keurvorsten Tuinstraat 199, 201A t/m 201C, 203, 207, 211, 215, 219 t/m 225 c. Copekcabana Anemoonstraat 1 t/m 11, Oleanderstraat 2 t/m 20 d. De Branderij Krom Boomssloot 16 e. De Halve Wereld A.S. Onderwijzerhof 1 t/m 42, Jonas Daniel Meijerplein 10 t/m 50, Nieuwe Amstelstraat 16 t/m 51, Waterlooplein 243 t/m 309 f. De Konijnenberg Verversstraat 26 g. De Son Zwanenburgwal 122 t/m 150 h. Fort van Sjakoo Jodenbreestraat 24 i. Grote Keijser Keizersgracht 242 t/m 248 j. Grote Leeuwenberg Verversstraat 27 k. Hendrikje & Cornelia Jodenbreestraat 22 l. Herengracht Herengracht 267 m. Huize de Vreede Prins Hendrikkade 165 t/m 167 n. Kloof 21 Kloveniersburgwal 21 o. La Louvre 1e Passeerdersdwarsstraat 32 t/m 58 p. Nieuwe Leeuwenbergh Groenburgwal 7 t/m 9 q. NRC Keizerrijk 4 t/m 8, 24 t/m 36, Nieuwezijds Voorburgwal 228 t/m 234, Paleisstraat 109 t/m 123, 139 t/m 41, Spuistraat 181 t/m 183 r. Pampus Verversstraat 13 t/m 17 s. Prinsengracht Prinsengracht 471 t/m 473 t. SAN Westerkaap Coffijboomstraat 2 t/m 20, 52 t/m 72 u. Tapioca Uilenburgerwerf 1 t/m 37 v. Dissonant Vrolikstraat 110 w. Joubertstraat Joubertstraat 4 t/m 14 x. Onzelievevrouwebedstro Woltera van Reesstraat 61 t/m 75 y. Oostvaarder

z. aa. bb. cc. dd. ee. ff. gg. hh. ii. jj. kk. ll. mm. nn. oo. pp. qq.

rr. ss.

tt. uu. vv. ww. xx. yy.

Woltera van Reesstraat 39 t/m 53 Open Hof Waldenlaan 137 t/m 177 Tugelaweg Tugelaweg 113 t/m 114 Zijwaarts Domselaerstraat 74 t/m 80 4711 Frans Halsstraat 7 t/m 11 1e Keucheniusstraat 1e Keucheniusstraat 32 Juliana van Stolbergen Juliana van Stolbergstraat 20 t/m 22 Pieter vd Does Pieter van der Doesstraat 15 t/m 17 De Baron Van Boetzelaerstraat 60 t/m 64, Groen van Prinstererstraat 72 t/m 74 De Laatste Hendrik Frederik Hendrikstraat 164 t/m 166 IMOA Teldershof 88 t/m 115 Nassaustaete Nassaukade 61 Lindenstraat Lindenstraat 12C t/m 12G Woongroep de Evolutie Sumatrastraat 164A t/m 164H, 164K Woongroep Meer Wonen Clara Meyer-Wichmannstraat 56 t/m 76 Woongroep Ithaca Troelstralaan 305 t/m 369 Woongroep Vita Nova Laan van Vlaanderen 244 t/m 288 Woongroep de Doorzetters Afroditekade 14 A, 14 B, 15A, 15B, 16A, 16B, 17A, 17B, 18 A, 18B, 19 A, 19B Wiltzanghlaan/Akbarstraat Wiltzanghlaan 83A t/m 83H, 83K t/m 83N, 83P, 83R t/m 83U, 87A t/m 87C, 87L, 87M, Akbarstraat 183, 185 Woongroep Tweede Helmerstraat Tweede Helmersstraat 112A t/m 112D Tweede Constantijn Huygen Tweede Constantijn Huygenstraat 30A t/m 30D, 32A t/m 32C, 34A t/m 34D, 36A t/m 36D, 38A t/m 38E, 40A t/m 40C, 42A t/m 42D Kandeel Eerste Helmersstraat 86A t/m 86D, 88A, 88B Anand Joti Mijehof 5A t/m 5H, 5K t/m 5N, 7B t/m 7E, 9A t/m 9H Dovengroep De IJ-ers Daguerrestraat 55 t/m 67 (oneven), 71 t/m 11 (oneven) De Tweede Lente

Elckerlijcstraat 75, 81 t/m 85 (oneven), 89 t/m 95 (oneven), 101,103 De Zes Seizoenen Derde Oosterparkstraat 301 t/m 313 (oneven) Woongroep A en B

Eikenweg 9A t/m 9H, 9K t/m 9M Wi Makandra Hudsonhof 4 t/m 28(even) aaa. De Amstel Sajetplein 3 t/m 25(oneven), 29 t/m 37(oneven) bbb. WOOS Oudeschans 36A t/m 36H, 36K, 36M, 36N, 36P, 36R ccc. Pentagon 68-80 Pentagon 68 t/m 80 ddd. Wilhelmina Tweede Helmerstraat 118 t/m 146 (even) eee. Woongroep 44 Schonerwoerdstraat 4 t/m 58 fff. KNSM 10 KNSM-Laan 768 t/m 804, Levantkade 265 ggg. Stadskruid Tweede Constantijn Huygensstraat 14A t/m 14G, 18A t/m 18G hhh. Wi Kon Tren Randwijkhof 20 t/m 50 iii. Woonvereniging Possiendum Singel 300B t/m 300H, 300K t/m 300P, 300R, 300T, Treeftsteeg 4 t/m 12 (even) jjj. Woonvereniging de Brug Jacob van Lennepkade 105A t/m 105E, 107A t/m 107G, 109A t/m 109G, 111A t/m 109G kkk. Ramses Shaffyhuis Klapmutsenveem 44 t/m 114 lll. Vereniging Iraanse Woongroep Andische Th. Weeversweg 11, 25 ,37, 39, 51, 53, 59, 63, 65, 77, 79, 81, 91, 93, 95, Noorderhaakspad 12, 30, 62, 68, 70, 76 mmm. Kinkerstraat 63 Kinkerstraat 63-1 t/m 63-3 nnn. Woongroep Bos en Lommer Waterspiegelplein 58, 62 t/m 108 ooo. Woongroep Carpe Diem Krijn Breurstraat 49 t/m 60 (even/oneven) ppp. Woongroep De Groene Gemeenschap Barkasstraat 7A t/m 7G qqq. Woongroep De Roef Lucien Gaudinstraat 274 t/m 322 rrr. Woongroep De Voorde Schinkelhavenkade 42 t/m 49 sss. Woongroep De Vrije Wester De Wittenkade 247 t/m 265 ttt. Foe Ooi Leeuw - Nieuw Kempering 3e Kekerstraat 2 t/m 112 uuu.

Woongroep Hof van Welna Welnastraat 787 t/m 807 vvv. Kas Dushi Klaverbladstraat 2 t/m 52 www. Woongroep Nieuwendam Lucien Gaudinstraat 234 t/m 282 xxx. Woongroepvereniging Nos Perla Edith Magnusstraat 2 t/m 46 yyy. Woongroep Parelhoenders zz.

Krijn Breurstraat 61 t/m 81 (even/oneven) Woongroep Reitzstraat Reitzstraat 46 t/m 56 aaaa. Woongroep Spuit 11 Waterbaan 328 t/m 332 bbbb. Woongroep Waterleliegracht Waterleliegracht 136 t/m 148 cccc. Woonvereniging Abraham-Silodam Silodam 327 t/m 328, 371 t/m 378,424 t/m 425 dddd. Andalus Postjesweg 142 t/m 146 eeee. Van Breestraat 166 Van Breestraat 166 HV, 166 3A ffff. Woongroep 50+ Westerpark Westzaanstraat 89A t/m 99A gggg. Spitsbergenstraat Spitsbergenstraat 2 t/m 34 hhhh. Azartplein Azartplein 3 t/m 43 iiii. Woongroep Waaigat Waaigat 20 t/m 28 jjjj. Woongroep Non Solus Marius Bauerstraat 35 t/m 63, Jan Eisenloeffelstraat 19, 25 kkkk. C. van Eesterenlaan C. van Eesterenlaan 272, 274, 278, 280, 296 t/m 300 llll. Woongroep Ouderen Buitenveldert Van Heenvlietlaan 349 t/m 391 mmmm. Stichting L.A. Ries Vinkenstraat 175 t/m 181 nnnn. Andersensingel Andersensingel 102 t/m 110 oooo. Alfred Doblinstraat Alfred Doblinstraat 99 t/m 107 pppp. MOAVOE Jan Willem Brouwersstraat 68 t/m 86 qqqq. t Kasteeltje BG Weesperzijde 33K t/m 33N rrrr. Bredeweg 21 Bredeweg 21A t/m 21E, 21G, 21K t/m 21N ssss. Woonvereniging Levantkade 6 Levantkade 7 t/m 43, KNSM-laan 202 tttt. Woonvereniging ’t Seepaert Prinseneiland 323 t/m 421 uuuu. Woonvereniging Soroti Kazernestraat 1 t/m 27, 29A t/m 35C vvvv. Wilhelmina Blombergplein Wilhemina Blombergplein 11 t/m 15 wwww. C. van Eesterenlaan C.

van Eesterenlaan 512 t/m 522 xxxx. Woongroep Helling Touwslagerstraat 31 t/m 41 yyyy. Woonvereniging Levanteijn Levantkade 151 t/m 165B zzzz. St. de Roef zzz.

Pedro de Medinalaan 164 1 t/m 164-6, 166 aaaaa. Vinkenstraat 41 Vinkenstraat 41A t/m 41L bbbbb. De Brandweerkazerne Prinsengracht 237A t/m 237W ccccc. Vereniging woongroep de Akersingel Geertruida van Lierstraat 57 t/m 87 ddddd. Woongroep De Rozentuin Akersingel 205 t/m 225, Jungfrau 3 eeeee. Woongroep Nieuw Sloten Berlaarstraat 217 t/m 283, 33 fffff. Woongroep Binnenkadijk Binnenkadijk 180 t/m 184 ggggg. Akropolis John Blankensteinstraat 1 t/m 29 hhhhh. Woongroep Home Alone Tweede Jacob van Campenstraat 4b, 6a, 6b, 8b, 10, 12 iiiii. SffinX Zeeburgerdijk 587 t/m 611 jjjjj. Vereniging Kanaalstraat Kanaalstraat 87 kkkkk. Woongroep De Noordhollander Noordhollandstraat 33A t/m 37E lllll. Woongroep Sint Antoniesbree Sint Antoniesbreestraat 35G, 35H, 35K, 35L, 35M, 35N, 35P, 35R, 37E, 37F, 37G, 37H, 37K, 37L mmmmm. Woongemeenschap MIX Amsterdam Louis Chrispijnstraat 64, 76 t/m 132 nnnnn. Life Revaleiland 92 t/m 168 ooooo. House of Besma New Beginnings - Decartesstraat 21, 27, 45, 51, 57, 63, 81, 87, 93, 103, 111, 127, 133, 141, 147, 155 - Paulus van Hemertstraat 29, 35, 47 - Thomas á Kempisstraat 64, 66, 78, 84 ppppp. Woongemeenschap Wildeman - Notweg 32 D t/m 32 Y en 34 D t/m 34 L 2. Wooncomplexen waar stadsdeelvoorrang geldt (artikel 2.9.1) a. Paasheuvel 17 - Pietersbergweg 301 t/m 773, oneven en Paasheuvelweg 17 t/m 21, oneven b. Nieuw Develstein - Develstein 122 – 646 (even) c.

Framebuilding - Bijlmerplein 858B2 t/m 858B6, 858C8, 858C9, 858C14 t/m 858C19, 858C22, 858C24, 858D1, 858D2, 858D5 t/m 858D9, 858D14 t/m 858D19, 858D22 t/m 858D24, 858E1, 858E2, 858E5 t/m 858E9, 858E14 t/m 858E19, 858E22 t/m 858E24, 858F1, 858F2, 858F5 t/m , 858F9, 858F14 t/m , 858F19,858F22 t/m 858F24. 3. Wooncomplexen voor werknemers in bepaalde maatschappelijke sectoren (artikel 2.9.3) a. Marktplein Zuid in Bijlmer-Centrum

b. Kamerling Onneslaan c. Hamerkwartier

4. Gemengde wooncomplexen (voor de toepassing van artikel 2.8.1) a. Startblok Riekerhaven - Handbalstraat 500 t/m 738 (even), Korfbalstraat 2 t/m 350 (even), Voetbalstraat 1 t/m 469 (oneven) b. Karmijn - Louwesweg 5 t/m 231 (oneven) c. Lohuizen - Th. K. van Lohuizenlaan 2 t/m 164 (even) d. Set - Erich Salomonstraat 135A t/m 135P, 137A t/m 137Z, 139A t/m 139P, 141A t/m 141Z, 143A t/m 143M, 145A t/m 145X, 147A t/m 147K, 149A t/m 149T, 151A, t/m 151S. e. Startblok Elzenhagen - J.H. Hisgenpad 2 t/m 88 (even), 90 t/m 176 (even), 178 t/m 266 (even), 268 t/m 386 (even), 400 t/m 840 (even). Elzenhagensingel 1551 t/m 1813 (oneven). f. Stek Oost - Ringslangpad 1 t/m 59, 101 t/m 164, 201 t/m 264 en 301 t/m 364. g. Stek Zuid - Henrick de Keijserstraat 14A t/m 14F en 16A t/m 16G. h.

Spark Village (Science Park) - Science Park 619A t/m 619H, 619K t/m 619N, 619P en 619R, 621A t/m 621H, 621K t/m 621N, 621P, 621R en 621S, 623A t/m 623H, 623K t/m 623N, 623P en 623R, 625A t/m 625H, 625K t/m 625N, 625P, 625R en 625S, 627A t/m 627F, 629A t/m 629H, 629K t/m 629N, 631A t/m 631H, 631K t/m 631N, 631P, 631R t/m 631X, 633A t/m 633H, 635A t/m 635H, 635K en 635L, 637A t/m 637H, 637K t/m 637N, 637P, 637R t/m 637X, 802A t/m 802H, 802K t/m 802N, 802P, 802R t/m 802T, 804A t/m 804H, 804K t/m 804M, 806A t/m 806H, 806K t/m 806N, 806P, 806R t/m 806T, 808A t/m 808H, 808K t/m 808M, 810A t/m 810H, 810K t/m 810N, 810P en 810R, 812A t/m 8212H, 812K t/m 812N, 814A t/m 814H, 814K t/m 814N, 814P en 814R, 816A t/m 816H, 816K t/m 816N. i. Stek Noord - Havikslaan 20A1 t/m 20A8, 20B1 t/m 20B9, 22A1 t/m 22A8 en 22B1 t/m B9. j. Hoogte Kadijk 401 k. Oldskool - Admiraal de Ruijterweg 410A1 t/m 410A6, 410B1 t/m 410B6, 410C1 t/m 410C6, 410D1 t/m 410D6, 410E1 t/m 410E6, 410F1 t/m 410F6. l. Baak Zuid - Rijnstraat 115 en Vechtstraat 90A t/m 90R, 92A t/m 92P, 94A t/m 94L, 96. m. Stek West (SPDC) - Tweede Constantijn Huygensstraat 37, 39A1 t/m 39A18, 39B1 t/m 39B24, 39C1 t/m 39C24 en 39D1 t/m 39D24 n. Papaverhoek 1A t/m 1H, 1K, 1L en 3A t/m 3F o. Sarphatistraat 92 p. Startblok Zeeburg q. 1e Helmerstraat 263 – 269 r.

Wormerveerstraat 15A1 t/m 15A12, 15B1 t/m 15B21, 15C1 t/m 15C21, 15D1 t/m 15D21 en 15E1 t/m 15E21. s. Crossover - Gelrestraat 28 t/m 30 even, 44 t/m 54, 58 en 62 t/m 314 even - Rozenoordpad 7 t/m 25 oneven

t.

Tafelberg campus - Tafelbergweg, huisnummers ntb.

Bijlage 2 Werkingsgebied splitsingsvergunning Gemeente Amsterdam Gebouwen van vóór 1940 in: het gebied omgrensd door Javaplantsoen-Kramatweg-Valentijnkade-Molukkenstraat-het spoorwegemplacement-Kruislaan-de Weespertrekvaart-de Amstel- President KennedylaanEuropaplein-Wielingenstraat-Diepenbrockstraat-het Zuider Amstelkanaal-Stadionplein-de noordzijde van het Olympisch stadion-de Stadiongracht-het Olympiakanaal-de SchinkelRiekerhaven-Westlandgracht-Theophile de Bockstraat-Warmondstraat-Postjeskade-een lijn geprojecteerd in het noordelijk verlengde daarvan-Orteliuskade-Robert ScottstraatErasmusgracht-Rijksweg no.10-Basisweg-Tranformatorweg-Spaarndammerdijk-Tasmanstraat-de steiger van de derde pontverbinding-het IJ-het Zijkanaal I-Klaprozenweg-FlorawegSneeuwbalweg-Buiksloterdijk-Purmerweg-Dirkshornplantsoen-Medemblikstraat Watergangseweg-de Schellingwouderbreek-Zuiderzeeweg-Flevoweg-Javaplantsoen; het gedeelte van Tuindorp Watergraafsmeer dat wordt omgrensd door Zaaiersweg-MiddenwegOnderlangs-Duivendrechtselaan; het gedeelte van Tuindorp Oostzaan voor zover dit wordt omgrensd door de Meteorensingel en de Kometensingel; het gedeelte van de bebouwing geleden ter weerszijden van de Oostzanerdijk, de Landsmeerdijk, de Kadoelenweg, de Stoombootweg en het Zuideinde.

Bijlage 3 behorende bij artikel 4.2.1 Bestuurlijke boete Tabel 1 bestuurlijke Wettelijke Type overtreding boete onrechtmatig in bepaling gebruik nemen of geven Huisvestingswet van woonruimte In gebruik nemen van woonruimte zonder huisvestingsvergunning In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12913887/1