CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigd Bekendmaking Parkeerverordening Amsterdam 2025

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 28 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen Parkeerverordening Amsterdam 2025 (VN2024-013276)33.112 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

het Grote Rieteiland West en (7) de Cas Oorthuyskade; 5.11 Vergunninggebied Oost-11: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de Bert Haanstrakade, (2) de Wim Noordhoekkade, (3) de oostzijde van het Haveneiland Oost, (4) de zuidzijde van Rieteiland Oost, (5) de westzijde van het Rieteiland Oost, (6) het midden van het scheidingswater tussen Haveneiland West en Haveneiland Oost, (7) het midden van de Polygoongracht en (8) het midden van de sluis in de Bert Haanstrakade; 5.12 Vergunninggebied Oost-12: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door het Zeeburgereiland, voor zover gelegen ten noorden van het midden van de IJburglaan en ten oosten van de Zuiderzeeweg; 5.13 Vergunninggebied Oost-13: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Amstel (tussen de Weespertrekvaart en de Duivendrechtse Vaart), (2) het midden van de Duivendrechtse Vaart, (3) het midden van de eerste oostelijke zijarm van de Duivendrechtse Vaart, (4) een denkbeeldige lijn in het verlengde van de zijarm van de Duivendrechtse Vaart tot aan het metrotracé (waarbij de bebouwing genummerd aan de Spaklerweg binnen dit vergunninggebied valt), (5) het metrotracé Amstelstation – Station RAI tot aan de brug over de Weespertrekvaart en (6) de monding van de Weespertrekvaart in de Amstel; 5.14 Vergunninggebied Oost-14: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1)

het midden van de Duivendrechtse Vaart, (2) het midden van de eerste oostelijke zijarm van de Duivendrechtse Vaart, (3) een lijn in het verlengde van de zijarm van de Duivendrechtse Vaart tot aan het metrotracé (waarbij de bebouwing genummerd aan de Daniël Goedkoopstraat binnen dit vergunninggebied valt), (4) het 50

metrotracé Amstelstation – Station RAI, (5) de grens met de gemeente Ouder-Amstel, (6) de Nieuwe Utrechtseweg tot aan de afrit naar de Joan Muyskenweg en (7) een denkbeeldige lijn tussen de Nieuwe Utrechtseweg ter hoogte van de afrit naar de Joan Muyskenweg en de Duivendrechtse Vaart, gaande tussen de adressen Joan Muyskenweg 2N en Joan Muyskenweg 4; 5.15 Vergunninggebied Oost-15: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Weespertrekvaart, (2) het midden van de A10 (Ringweg Oost), (3) de grens met de gemeente Ouder-Amstel en (4) de spoorlijn Amsterdam Amstel – Amsterdam Bijlmer – Utrecht; 5.16 Vergunninggebied Oost-16: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door de noordelijke grens van de Wim Noordhoekkade en de overige buitengrenzen van het Centrumeiland; 5.17 Vergunninggebied Oost-17: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de mond van het Amsterdam Rijnkanaal, (2) Het IJ, (3) het midden van de Oranjesluizen en het Buiten IJ tot aan de Schellingwoudebrug, (4) Zuiderzeeweg, (5) het midden van de IJburglaan tot de Enneüs Heermabrug brug naar IJburg, (6) de A10 (Ringweg Oost), (7) de Diemerzeedijk, (8) het Dick Hilleniuspad, (9) Han Rensenbrinkpad, (10) Jan Beijerpad, (11) Waterkeringpad, (12) de Diemerzeedijk, (13) de Buitenkerkerweg en (14) het pad langs de noordoostzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal; 5.18

Vergunninggebied Oost-18: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door de buitengrenzen van het Strandeiland en het Buiteneiland. 6. Stadsgebied Weesp 6.1 Vergunninggebied Weesp-1: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het westelijk trottoir van de Prinses Irenelaan, (2) het midden van het water Smal Weesp, (3) het midden van de Vecht tussen Ossenmarkt en de oever Lange Muiderweg/’s Gravelandseweg, (4) het midden van het water De Vest, tussen zuidelijk bolwerk en de oever Utrechtseweg/Molenpad, (5) de noordelijke berm van de Dr. A. Kuyperlaan, tussen het water De Vest en Hugo de Grootlaan, (6) de Hugo de Grootlaan en (7) de C.J. van Houtenlaan. In dit gebied vallen ook de huisnummers Hugo de Grootlaan 1, 1a t/m 1z, 21, 21a t/m 21z, 23, 30, 30a t/m 30w, 31 t/m 38, 131 t/m 138 en 231 t/m 234, Dr.A.Kuyperlaan 2 t/m 218, 35 t/m 41, 131 t/m 141 en 231 t/m 241 en C.J. van Houtenlaan 1 t/m 1; 6.2 Vergunninggebied Weesp-2: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het westelijk trottoir van de Papelaan, (2) het zuidelijk trottoir van de Plataanlaan, (3) het noordelijk trottoir van de Herensingel tot huisnummer Herensingel 187, (4) het oostelijk trottoir aan de Jan Tooropstraat, (5) het noordelijk trottoir van de M. Nijhoffstraat tussen Jan Tooropstraat en het voetpad naar de Willem de Mérodestraat (inclusief de huisnummers Herensingel 9a t/m 53, M.

Nijhoffstraat 70-148 en Willem de Mérodestraat 1 t/m 95), (6) het westelijk trottoir van de Willem de Mérodestraat, (7) het zuidelijk spoortalud, (8) het midden van de rivier de Vecht, (9) het midden van het water Smal Weesp, (10) het westelijk trottoir van de Willem de Mérodestraat, (11) het zuidelijk spoortalud, (12) 51

het midden van de rivier de Vecht, (13) het zuidwestelijk trottoir van de Herensingel, (14) het zuidelijk trottoir van de M. Nijhoffstraat, tot aan de Jan Tooropstraat en (15) het noordelijk trottoir van de M. Nijhoffstraat tussen Jan Tooropstraat en het voetpad naar de Willem de Mérodestraat. In dit gebied vallen ook de huisnummers Herensingel 9a t/m 53, M. Nijhoffstraat 70-148 en Willem de Mérodestraat 1 t/m 95; 6.3 Vergunninggebied Weesp-4: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het westelijke berm van de Lobbrich Boudgerslaan, (2) het midden van het water ten noorden van de Lobbrich Boudgerslaan, (3) het midden van het water ten noorden van het Aartje de Voseiland, (4) de oostelijke berm van de Korte Muiderweg, tot aan de Nijverheidslaan, (5) de noord-westelijke berm van de Korte Muiderweg tussen de Nijverheidslaan en de rotonde Stationsweg, (6) het midden van de Stationsweg, (7) het noordelijk spoortalud, (8) het voet- en fietspad tussen Leeuwenveldse weg en het spoortalud (grenzend aan het P+R-terrein en (9) de zuidelijke berm van de Leeuwenveldseweg; 6.4 Vergunninggebied Weesp-5: Het gebied waarvan de grenzen gevormd worden door (1) de zuidelijke berm van de Leeuwenveldse weg, (2) het voet- en fietspad tussen Leeuwenveldseweg en het spoortalud (grenzend aan het P+R-terrein), (3) het noordelijk spoortalud en (4) de erfafscheiding tussen P+R terrein en het

tankstation. Tot dit vergunninggebied Weesp-5 behoren ook de parkeerplaatsen aan de Kostverlorenstraat tussen de Amstellandlaan en de eerste bocht vanuit zuidelijke rijrichting en de Amstellandlaan tussen Kostverlorenstraat en Lageweyselaan. 7. Stadsdeel West 7.1 Vergunninggebied West-1: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Jan van Galenstraat tussen de Orteliuskade en het Westelijk Marktkanaal, (2) het midden van het Westelijk Marktkanaal, (3) het midden van de Kostverlorenvaart, (4) de zuidelijke kant van de Surinamestraat één meter uit de bebouwing, (5) het midden van het Surinameplein, (6) de zuidelijke kant van de rijweg van het Surinameplein, (7) het midden van de Postjeswetering en (8) de Orteliuskade (inclusief het Orteliuspad) tussen de Jan Evertsenstraat en de Jan van Galenstraat; 7.2 Vergunninggebied West-2: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Jan van Galenstraat tussen de Einsteinweg (A10) en de Orteliuskade, (2) de erfgrens van het Jan van Galenbad aan de westzijde van de Orteliuskade tot aan de Jan Evertsenstraat (met uitzondering van het Orteliuspad), (3) het midden van het Sierwater en (4) het midden van de Einsteinweg (A10); 7.3 Vergunninggebied West-3: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de zuidelijke teen van het Haarlemspoorwegtalud, (2) de oostgrens van het

volkstuinenpark Nut en Genoegen, (3) de noorden westgrens van de schoolwerktuinen, (4) het midden van het water en het gemaal Haarlemmervaart, (5) het midden van de Haarlemmervaart, (6) de westzijde van de Den Brielstraat, (7) de noordzijde van de Nieuwpoortstraat, (8) de oostzijde van de hoofdrijbaan van de Adolf van Nassaustraat, (9) de kadastrale grens tussen de percelen Willem de Zwijgerlaan 352 en Adolf van Nassaustraat 2, (10) het midden van de eerste insteekhaven van het Westelijk Marktkanaal (gelegen achter de bedrijfspanden aan de even zijde van de Willem de Zwijgerlaan), 52

(11) het midden van het Westelijk Marktkanaal, (12) het midden van de Jan van Galenstraat en (13) de oostelijke teen van het talud van de Einsteinweg; 7.4 Vergunninggebied West-4 (Industriegebied Landlust, bedrijventerrein zoals bedoeld in het Structuurplan 1996): Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Haarlemmervaart, (2) het midden van het Westelijk Marktkanaal exclusief het weggedeelte ter hoogte van Haarlemmerweg 375, (3) het midden van de eerste insteekhaven van het Westelijk Marktkanaal (achter de bedrijfspanden aan de even zijde van Willem de Zwijgerlaan) en de kadastrale grens tussen de percelen Willem de Zwijgerlaan 352 en Adolf van Nassaustraat 2, (4) de oostzijde van de hoofdrijbaan van de Adolf van Nassaustraat, (5) de noordzijde van de Nieuwpoortstraat en (6) de westzijde van de Den Brielstraat; 7.5 Vergunninggebied West-5: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Erasmusgracht, (2) de westelijke teen van het talud van de Einsteinweg (A10), (3) het midden van de Jan van Galenstraat en (4) de oostelijke teen van het talud van de ringspoorbaan; 7.6 Vergunninggebied West-6: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Haarlemmerweg, (2) de westelijke teen van het talud van de Einsteinweg (A10), (3) het midden van de Erasmusgracht en (4) de oostelijke teen van het talud van de

ringspoorbaan; 7.7 Vergunninggebied West-7 (Staatslieden-, Frederik Hendrik- en Hugo de Grootbuurt, Witteneiland, Marcanti en Westerstaatsman): Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) spoorwegtalud aan noordzijde van het Westerpark, (2) midden water en gemaal, (3) midden Haarlemmervaart, (4) midden van het Westelijk Marktkanaal, (5) midden van de Kostverlorenvaart, (6) midden van de Hugo de Grootgracht en (7) midden van de Singelgracht, met uitzondering van de gebieden die vallen binnen de grenzen van vergunninggebied West-10; 7.8 Vergunninggebied West-8 (Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt): Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) spoorwegtalud aan de noordzijde van het Westerpark, (2) de oostelijke rooilijn van Westerpark tot aan Mirakelbrug, (3) midden Westerkanaal, (4) midden Zoutkeetsgracht, (5) verlengde Zoutkeetsgracht, inclusief het voormalig KLPD-terrein, (6) Het IJ, (7) Oude Houthaven, (8) as Tasmanstraat, (9) as Spaarndammerdijk, (10) Nieuwe Hemweg/Transformatorweg, (11) zuidelijke teen spoorwegtalud aan noordzijde sportpark Transformatorweg, (12) oostelijke kant sportpark Transformatorweg en Overbraker Binnenpolder en (13) grens teen spoorwegtalud; 7.9 Vergunninggebied West-9 (Houthaven): Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) midden Haparandaweg, (2) midden Haparandadam naar grens stadsdeel Noord, (3) de verlengde Pontsteiger

naar grens in Het IJ met stadsdeel Noord, (4) as Tasmanstraat, (5) as Spaarndammerdijk, (6) kruising Spaarndammerdijk en (7) noordgrens Volkstuinenpark Zonnehoek tot Archangelkade; 7.10 Vergunninggebied West-10: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de verhoogde straatband aan de even zijde van de Van Hallstraat tussen de Haarlemmerweg en de Van Hogendorpstraat, (2) het midden 53

van de Van Hogendorpstraat tussen de Van Hallstraat en Waterpoortweg, (3) de Van Hogendorpstraat tussen Waterpoortweg en de Van Slingelandtstraat, (4) de begrenzing van het terrein van de centrale markthallen en (5) het midden van het Westelijk Marktkanaal inclusief het weggedeelte ter hoogte van Haarlemmerweg 375 en het midden van de Haarlemmerweg; 7.11 Vergunninggebied West-11: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Singelgracht, (2) de stadsdeelgrens met stadsdeel Zuid, (3) het midden van de Schinkel, (4) het midden van de Kostverlorenvaart en (5) het midden van de Hugo de Grootgracht; 7.12 Vergunninggebied West-12 (Westpoort-3, Sloterdijk I): Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de zuidzijde van het talud van de metro/spoorlijn Amsterdam CS - Schiphol, (2) de stadsdeelgrens met Westerpark tussen de spoorlijn Amsterdam CS - Schiphol en de spoorlijn Amsterdam CS - Sloterdijk, (3) de noordzijde van het talud van de spoorlijn Amsterdam CS - Sloterdijk en (4) de as van de Einsteinweg. 8.

Stadsdeel Zuid 8.1 Vergunninggebied Zuid-1: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) westelijke oeverlijn van de Schinkel (exclusief de woonboten), (2) de zuidzijde van de Rijnsburgstraat uitgezonderd het Spijtellaantje en de woonblokken aan de Generaal Vetterstraat, (3) de zuidelijke teen van het talud van de Henk Sneevlietweg, (4) de oostelijke teen van het talud van de A10 (Ringweg West) en (5) de noordelijke teen van het talud van de A10 (Ringweg Zuid); 8.2 Vergunninggebied Zuid-2: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Boerenwetering, (2) de zuidzijde van de Diepenbrockstraat, (3) de achterzijde van de gevels van de zuidelijke bebouwing van de Diepenbrockstraat, (4) het midden van het Zuideramstelkanaal, (5) de zuidelijke perceelgrens van de Dirk Schäferstraat 57, (6) een denkbeeldige lijn van de Dirk Schäferstraat 57 tot de Fred. Roeskestraat, (7) de zuidzijde van de Fred. Roeskestraat tot aan het midden van de Amstelveenseweg, met uitzondering van het parkeerterrein aan de zuidzijde van de Fred.

Roeskestraat tussen de percelen met huisnummer 91 en 103, (8) het midden van de Amstelveenseweg, (9) de noordelijke teen van het talud van de ring A10, (10) westelijke oeverlijn van de Schinkel (inclusief de woonboten), (11) de zuidzijde van de Rijnburgstraat en inclusief het Spijtellaantje en de woonblokken aan de Generaal Vetterstraat, (12) het Aalsmeerplein zuidzijde, (13) het midden van de Westlandgracht, (14) de zuidzijde van het Surinameplein, (15) de zuidzijde van de Surinamestraat, (16) het midden van de Schinkel tot aan de noordzijde van het Vondelpark, (17) het midden van de Amstelveenseweg en (18) het midden van het Noorder Amstelkanaal; 8.3 Vergunninggebied Zuid-3: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Singelgracht, (2) het midden van de Amstel, (3) het midden van het Amstelkanaal en (4) het midden van de Boerenwetering; 8.4 Vergunninggebied Zuid-4: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Amstel, (2) de noordelijke teen van het talud van de A10, (3) de westoever van de Boerenwetering denkbeeldig

54

verlengd tot aan de noordelijke teen van het talud van de A10 en (4) het midden van het Amstelkanaal; 8.5 Vergunninggebied Zuid-5: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van het Zuideramstelkanaal, (2) de achterzijde van de gevels van de zuidelijke bebouwing van de Diepenbrockstraat, de zuidzijde van de Diepenbrockstraat tot aan het midden van de Boerenwetering, (3) het midden van de Boerenwetering tot de hoogte van de zuidzijde van de denkbeeldig verlengde Prinses Irenestraat, (4) de zuidzijde van de Prinses Irenestraat, (5) de zuidzijde van de Fred. Roeskestraat, (6) een denkbeeldige lijn van de Fred.

Roeskestraat tot de zuidelijke perceelgrens van de Dirk Schäferstraat 57 en (7) de zuidelijke perceelgrens van de Dirk Schäferstraat 57; 8.6 Vergunninggebied Zuid-6: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) de oostzijde van de Europaboulevard tussen de noordelijke teen van het talud van de A10 en de De Boelelaan, (2) de zuidzijde van de rijweg van de De Boelelaan (tussen de Europaboulevard en de Buitenveldertselaan), (3) de oostzijde van de Buitenveldertselaan tussen de De Boelelaan en de Arent Janszoon Ernststraat, (4) noordzijde Arent Janszoon Ernststraat tussen de Buitenveldertselaan en de Van der Boechorststraat, en de noordzijde van de Overijsselweg tot aan de ringsloot gelegen aan de oostzijde van de bebouwing Amstelveenseweg nummer 627, (5) ringsloot t/m bebouwing Amstelveenseweg nummer 575, (6) overzijde Amstelveenseweg, (7) het midden van de Amstelveenseweg tot aan de noordzijde van het Gaffelaarspad, (8) de noordzijde van het Gaffelaarspad tot de IJssloot, (9) de IJssloot, (10) een denkbeeldige lijn zuidwaarts vanaf het Damloperspad tot de IJssloot, (11) het Damloperspad tot de Jachthavenweg, (12) de zuidelijke teen van het talud van de A10, (13) de onderdoorgang van de A10 ter hoogte van de Schinkel, (14) de noordelijke teen van het talud van de A10 tot aan de Amstelveenseweg, (15) het midden van de Amstelveense weg tot aan de Fred.

Roeskestraat, (16) de zuidzijde van de Fred. Roeskestraat, (17) de zuidzijde van de Prinses Irenestraat denkbeeldig verlengd tot aan de Boerenwetering, (18) de westoever van de Boerenwetering denkbeeldig verlengd tot aan de noordelijke teen van het talud van de A10 en (19) de noordelijke teen van het talud van de A10; 8.7 Vergunninggebied Zuid-7: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Amstel, (2) de gemeentegrens met Amstelveen volgend tot aan de gemeentegrens met Haarlemmermeer, (3) het midden van het Nieuwe Meer, (4) de noordelijke teen van het talud van de ring A10, (5) het Damloperspad, (6) een denkbeeldige lijn zuidwaarts vanaf het Damloperspad tot de IJssloot, (7) de IJssloot, (8) de noordzijde van het Gaffelaarspad, (9) het midden van de Amstelveenseweg noordwaarts, (10) overzijde Amstelveenseweg inclusief Amstelveenseweg nummer 575, (11) ringsloot gelegen aan de oostzijde van de bebouwing Amstelveenseweg nummer 627 tot aan de noordzijde van de Overijsselweg, (12) de Overijsselweg noordzijde, (13) Noordzijde Arent Janszoon Ernststraat tot aan de oostzijde van de Buitenveldertselaan, (14) de oostzijde Buitenveldertselaan tot aan de zuidzijde van de hoofdrijbaan van de De Boelelaan, (15) de zuidzijde van de hoofdrijbaan van de De Boelelaan, (16) de oostzijde van de Europaboulevard en (17) de noordelijke teen van het talud van de A10

(Ringweg Zuid); 8.8 Vergunninggebied Zuid-8 (Museumkwartier): Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het midden van de Singelgracht, (2) het midden van de Boerenwetering, (3) het midden van het Noorder Amstelkanaal, (4) het midden van 55

de Amstelveenseweg, (5) de noordgrens van het Vondelpark tot aan de (Eerste) Constantijn Huygensstraat en (6) de zuidkant van het Zandpad doorgetrokken tot aan het midden van de Singelgracht. 9. Stadsdeel Zuidoost 9.1 Vergunninggebied Zuidoost-1: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het oosten van de Dubbelinkdreef, (2) het noorden van de Daalwijkdreef, (3) het midden van de Gooiseweg, (4) het midden van de Gaasperdammertunnel, (5) het oosten van het spoortalud en (6) het treinspoor richting Diemen tot het oosten van de Dubbelinkdreef; 9.2 Vergunninggebied Zuidoost-5: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het noorden van de Daalwijkdreef, (2) het oosten van de Elsrijkdreef, (3) het midden van het water ten zuiden van Strandvlietpad, (4) het midden van het water ten westen van de Provincialeweg, (5) het midden van de Gaasperdammerweg, (6) het midden van de Gaasperdammertunnel, (7) het midden van de Gooiseweg, tot het noorden van de Daalwijkdreef; en waarvan de grenzen worden gevormd door (8) het midden van de Gaasperdammertunnel (A9), (9) het midden van de Gooiseweg, (10) de westzijde van Langbroekdreef, (11) het midden van Meerkerkdreef, (12) de zuidzijde van Valburgdreef, (13) het water ten oosten van Lambert Rimastraat, (14) het water ten zuiden van Vreeswijkpad, (15) het water ten oosten van Hendrik Veldhuishof, (16) het water ten westen van

Gaasperzoompad, (17) Steengroevenpad, (18) het water ten oosten van Spakenburgstraat, (19) het water ten zuiden van Suideraspad, (20) het water ten westen van Singravenpad, (21) het water ten zuiden van Sieverdinkpad, (22) het midden van het treinspoor tot de Gaasperdammertunnel en (23) inclusief het parkeerterrein ten oosten van het busplatform Gaasperplas en ten westen van Gaasperparkpad; 9.3 Vergunninggebied Zuidoost-6: Het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door (1) het westelijk spoortalud van de verbinding Amsterdam-Utrecht, (2) het zuiden van de Meibergdreef, (3) het Meibergpad, (4) het oostelijk talud van de A2 en (5) het midden van de Burgemeester Stramanweg, tot het westelijk spoortalud.

56

Bijlage VI

Tarieven per vergunning, als bedoeld in artikel 1.9

Het tarief voor vergunningen die geldig zijn in de gehele gemeente Amsterdam bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief Hulpverlenersvergunning (hulpverleners € 500,14 en instellingen) GA-parkeervergunning voor bewoners € 0,00 GA-parkeervergunning voor bezoekers € 0,00 GA-parkeervergunning voor instellingen € 0,00 Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in het stadsgebied Weesp bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief Hulpverlenersvergunning (hulpverleners € 190,54 en instellingen) GA-parkeervergunning voor bewoners € 0,00 GA-parkeervergunning voor bezoekers € 0,00 Het tarief voor een stadsbrede autodeelvergunning die geldig is in de gehele gemeente Amsterdam met uitzondering van stadsgebied Weesp bedraagt per zes maanden € 500,14. Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in de vergunninggebieden Centrum-1, Centrum-2 en Centrum-3 bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 326,65 € 816,62 Voor een sportorganisatie € 326,65 € 326,65 Voor een volkstuincomplex € 326,65 € 326,65 Voor een bedrijf/ambulante € 522,63 € 522,63 handelaar of markthandelaar Voor autodelen € 522,63 € 522,63 Voor maatschappelijke € 522,63 € 522,63 organisaties Voor mantelzorger van € 163,32 n.v.t.

bewoner Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebied Centrum-4 bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 192,81 € 482,03 Voor een sportorganisatie € 192,81 € 192,81 Voor een volkstuincomplex € 192,81 € 192,81 Voor een bedrijf/ambulante € 308,50 € 308,50 handelaar of markthandelaar Voor autodelen € 308,50 € 308,50 Voor maatschappelijke € 308,50 € 308,50 organisaties Voor mantelzorger van € 96,41 n.v.t. 57

bewoner Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebied Haven bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 192,81 € 482,03 Voor een sportorganisatie € 192,81 € 192,81 Voor een volkstuincomplex € 192,81 € 192,81 Voor een bedrijf/ambulante € 308,50 € 308,50 handelaar of markthandelaar Voor autodelen € 308,50 € 308,50 Voor maatschappelijke € 308,50 € 308,50 organisaties Voor mantelzorger van € 96,41 n.v.t. bewoner Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebieden Nieuw-West-1, NieuwWest-2, Nieuw-West-7, Nieuw-West-8 en Nieuw-West-9 bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 38,60 € 96,50 Voor een sportorganisatie € 38,60 € 38,60 Voor een volkstuincomplex € 38,60 € 38,60 Voor een bedrijf/ambulante € 61,76 € 61,76 handelaar of markthandelaar Voor autodelen € 61,76 € 61,76 Voor maatschappelijke € 61,76 € 61,76 organisaties Voor mantelzorger van € 19,30 n.v.t.

bewoner Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebieden Nieuw-West-3, NieuwWest-4 en Nieuw-West-5 bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 57,00 € 142,50 Voor een sportorganisatie € 57,00 € 57,00 Voor een volkstuincomplex € 57,00 € 57,00 Voor een bedrijf/ambulante € 91,20 € 91,20 handelaar of markthandelaar Voor autodelen € 91,20 € 91,20 Voor maatschappelijke € 91,20 € 91,20 organisaties Voor mantelzorger van € 28,50 n.v.t. bewoner Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebied Nieuw-West-6 bedraagt per zes maanden: 58

Vergunning

Tarief eerste vergunning

Voor bewoners Voor een sportorganisatie Voor een volkstuincomplex Voor een bedrijf/ambulante handelaar of markthandelaar Voor autodelen Voor maatschappelijke organisaties Voor mantelzorger van bewoner

€ 17,81 € 17,81 € 17,81 € 28,50

Tarief tweede of volgende vergunning € 44,53 € 17,81 € 17,81 € 28,50

€ 28,50 € 28,50

€ 28,50 € 28,50

€ 8,91

n.v.t.

Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in de vergunninggebieden in Stadsdeel Noord bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 38,60 € 96,49 Voor een sportorganisatie € 38,60 € 38,60 Voor een volkstuincomplex € 38,60 € 38,60 Voor een bedrijf/ambulante € 61,75 € 61,75 handelaar Voor autodelen € 61,75 € 61,75 Voor maatschappelijke € 61,75 € 61,75 organisaties Voor mantelzorger van € 19,30 n.v.t. bewoner Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in de vergunninggebieden in Stadsdeel Oost bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 192,81 € 482,03 Voor een sportorganisatie € 192,81 € 192,81 Voor een volkstuincomplex € 192,81 € 192,81 Voor een bedrijf/ambulante € 308,50 € 308,50 handelaar of markthandelaar Voor autodelen € 308,50 € 308,50 Voor maatschappelijke € 308,50 € 308,50 organisaties Voor mantelzorger van € 96,41 n.v.t. bewoner Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in stadsgebied Weesp bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 27,22 € 43,55 Voor een sportorganisatie € 27,22 € 27,22 Voor een volkstuincomplex € 27,22 € 27,22 Voor een bedrijf/ambulante € 43,55 € 43,55 59

handelaar of markthandelaar Voor autodelen Voor maatschappelijke organisaties Voor mantelzorger van bewoner

€ 43,55 € 43,55

€ 43,55 € 43,55

€ 13,61

n.v.t.

Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in de vergunninggebieden West-1, West-2, West-3, West-4, West-5, West-7, West-8, West-9, West-10 en West-11 bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 192,81 € 482,03 Voor een sportorganisatie € 192,81 € 192,81 Voor een volkstuincomplex € 192,81 € 192,81 Voor een bedrijf/ambulante € 308,50 € 308,50 handelaar of markthandlaar Voor autodelen € 308,50 € 308,50 Voor maatschappelijke € 308,50 € 308,50 organisaties Voor mantelzorger van € 96,41 n.v.t. bewoner Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebieden West-6 en West-12 bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 57,00 € 142,50 Voor een sportorganisatie € 57,00 € 57,00 Voor een volkstuincomplex € 57,00 € 57,00 Voor een bedrijf/ambulante € 91,20 € 91,20 handelaar of markthandlaar Voor autodelen € 91,20 € 91,20 Voor maatschappelijke € 91,20 € 91,20 organisaties Voor mantelzorger van € 28,50 n.v.t.

bewoner Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in de vergunninggebieden Zuid-1, Zuid-2, Zuid-3, Zuid-4, Zuid-5 en Zuid-8 bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 192,81 € 482,03 Voor een sportorganisatie € 192,81 € 192,81 Voor een volkstuincomplex € 192,81 € 192,81 Voor een bedrijf/ambulante € 308,50 € 308,50 handelaar of markthandelaar Voor autodelen € 308,50 € 308,50 Voor maatschappelijke € 308,50 € 308,50 organisaties Voor mantelzorger van € 96,41 n.v.t. 60

bewoner Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebieden Zuid-6 en Zuid-7 bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 57,00 € 142,50 Voor een sportorganisatie € 57,00 € 57,00 Voor een volkstuincomplex € 57,00 € 57,00 Voor een bedrijf/ambulante € 91,20 € 91,20 handelaar of markthandelaar Voor autodelen € 91,20 € 91,20 Voor maatschappelijke € 91,20 € 91,20 organisaties Voor mantelzorger van € 28,50 n.v.t. bewoner Het tarief voor vergunningen die verleend zijn in vergunninggebied in Stadsdeel Zuidoost bedraagt per zes maanden: Vergunning Tarief eerste vergunning Tarief tweede of volgende vergunning Voor bewoners € 38,60 € 96,50 Voor een sportorganisatie € 38,60 € 38,60 Voor een volkstuincomplex € 38,60 € 38,60 Voor een bedrijf/ambulante € 61,76 € 61,76 handelaar of markthandelaar Voor autodelen € 61,76 € 61,76 Voor maatschappelijke € 61,76 € 61,76 organisaties Voor mantelzorger van € 19,30 n.v.t. bewoner

61

Bijlage VII

Tarieven bezoekersparkeren, als bedoeld in artikel 1.12

Het tarief voor bezoekersparkeren bedraagt: Tariefgebied 1 Tariefgebied 2 Tariefgebied 2

Tariefgebied 3 Tariefgebied 3

Tariefgebied 4 Tariefgebied 6

Tariefgebied 7

Tariefgebied 7 Flate rate 3uur/tariefgebied 7

Tariefgebied 8 Tariefgebied 8p

n.v.t. Centrum-3 Oost-1, Oost-2, West-7 t/m 11, Zuid-2, Zuid-3, Zuid-4, Zuid-6 en Zuid-8 Centrum-4 Nieuw-West-3, Oost-2, Oost5, Oost-7, Oost-8, Oost-13 t/m -15, West-1 t/m -4, Zuid-1, Zuid-2 en Zuid-4 t/m -6 Noord-5, Oost-3 t/m -6, Oost9 t/m -12, Oost-16 en Zuid-7 Nieuw-West-1 t/m -4, Noord10, Oost-17, Oost-18, West-5, West-6, West-12, Zuid-6 en Zuid-7 Nieuw-West-1, Nieuw-West-5 t/m -9, Noord-1, Noord-2 en Noord-5 t/m -12, Zuidoost-1, Zuidoost-5 en Zuidoost-6 Nieuw-West-6 Noord-4

Weesp-1, Weesp-2, Weesp-4 en Weesp-5 n.v.t.

62

n.v.t. € 4,37 per 60 minuten € 2,36 per 60 minuten

€ 3,37 per 60 minuten € 1,81 per 60 minuten

€ 1,41 per 60 minuten € 1,02 per 60 minuten

€ 0,58 per 60 minuten

€ 0,00 per 60 minuten € 1,66 voor de eerste 180 minuten of een gedeelte daarvan. Daarna € 0,58 per 60 minuten. € 0,43 per 60 minuten n.v.t.

Bijlage VIII

Tarieven kraskaartparkeren, als bedoeld in artikel 1.13

Het tarief voor kraskaartparkeren bedraagt: Tariefgebied 1 Tariefgebied 2 Tariefgebied 3 Tariefgebied 4 Tariefgebied 6 Tariefgebied 7

€ 7,76 per 120 minuten € 4,71 per 120 minuten € 3,63 per 120 minuten € 2,83 per 120 minuten € 2,03 per 120 minuten € 1,16 per 120 minuten

63

Bijlage IX

Emissiestandaard, als bedoeld in artikelen 3.2, eerste lid, onder a 4.2, eerste

lid, 4.3, eerste lid, 5.9, eerste lid, onder c, 5.13, eerste lid, onder c, 5.17, eerste lid en 9.8, vierde lid 1. Een motorvoertuig dat wordt aangedreven door een kracht die wordt ontleend aan dieselolie dient gecategoriseerd te zijn in de Europese emissiestandaard voor dieselvoertuigen met een klasseaanduiding van Euro 5 of hoger. 2. Een motorvoertuig dat wordt aangedreven door benzine of andere koolstofhoudende brandstoffen dient gecategoriseerd te zijn in de Europese emissiestandaard voor benzinevoertuigen met een klasseaanduiding van Euro 4 of hoger. 3. In afwijking van het eerste lid geldt voor de toepassing van artikel 9.8, vierde lid, de Europese emissiestandaard voor dieselvoertuigen met een klasseaanduiding van Euro 4 of hoger. 4. In afwijking van het tweede lid geldt voor de toepassing van artikel 9.8, vierde lid, de Europese emissiestandaard voor benzinevoertuigen met een klasseaanduiding van Euro 1 of hoger.

64

Bijlage X

Emissiestandaard, als bedoeld in artikel 6.5, eerste lid, onder b

Een motorvoertuig met de voertuigclassificatie M1, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of motorrijtuig met beperkte snelheid, zoals bedoeld in de Regeling voertuigen dat volledig elektrisch is aangedreven en volledig emissievrij en uitstootvrij is.

65

Bijlage XI

Tarieven experimenten

A. Experiment ondernemersdagvergunningen Het tarief voor een ondernemersdagvergunning, als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordening Amsterdam 2025, bedraagt per zes maanden: Vergunninggebied West-1

Tarief € 308,50

West-2 West-3 West-4 West-5 West-6 West-7 West-8 West-9 West-10 West-11

€ 308,50 € 308,50 € 308,50 € 308,50 € 308,50 € 308,50 € 308,50 € 308,50 € 308,50 € 308,50

B. Experiment ondernemersjaarkaart geldig op elke dag van de week, gedurende 24 uur per dag Het tarief voor een ondernemersjaarkaart, als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordening Amsterdam 2025, bedraagt: Voor de tariefgebieden 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: Voor de tariefgebieden 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: Voor de tariefgebieden 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: Voor de tariefgebieden 4, 6, 7, 8 en 8p samen:

€ 6.790,00 € 5.888,75 € 4.532,50 € 2.945,16

C. Experiment ondernemersjaarkaart beperkt geldig op maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 19.00 uur Het tarief voor een ondernemersjaarkaart, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordening Amsterdam 2025, bedraagt: Voor de tariefgebieden 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: Voor de tariefgebieden 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: Voor de tariefgebieden 3, 4, 6, 7, 8 en 8p samen: Voor de tariefgebieden 4, 6, 7, 8 en 8p samen:

€ 4.524,08 € 3.923,59 € 3.019,94 € 1.959,40

66

D. Experiment E-taxi-parkeervergunning Het tarief voor een vergunning voor een E-taxi (EP), als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordeningen Amsterdam 2025, bedraagt per zes maanden € 51,45. E. Experiment stadsbrede parkeervergunningen voor emissieloze brommobielen Het tarief voor een vergunning voor emissieloze brommobielen, als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordening Amsterdam 2025, bedraagt per zes maanden € 261,32. F. Experiment Maac deelinitiatieven Het tarief voor een vergunning voor een cooperatieve autodeelvergunning, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Nadere regels experimenten Parkeerverordening Amsterdam 2025, bedraagt per zes maanden € 0,00.

67

TOELICHTING PARKEERVERORDENING AMSTERDAM 2025 Algemeen Doel van deze verordening In deze verordening zijn de Verordening parkeerbelastingen Amsterdam 2024 en de Parkeerverordening 2013 geïntegreerd zodat het fiscaal parkeren in één kader is vormgegeven. Door de integratie van de Verordening parkeerbelastingen Amsterdam 2024 en de Parkeerverordening 2013 is een overzicht gecreëerd waar een doelgroepenbenadering leidend is: de parkerende Amsterdammer (en bezoekers van Amsterdam) staan centraal. Dat houdt in dat de opbouw van deze verordening de verschillende doelgroepen volgt, en daarin steeds de relevante informatie vooropstelt. Voor bewoners, bedrijven, andere organisaties en bezoekers is de plaats, het tijdstip en de wijze van parkeren van belang en daarom is dit als uitgangspunt genomen bij de herordening van de parkeerregelgeving. Strekking Deze parkeerverordening bevat geen bijzondere beleidswijzigingen. De regelgeving is daarentegen wel geactualiseerd. De meest recente aangenomen (beleids)wijzigingen en de werkwijzen die geschikt waren voor codificatie – die leemtes, onduidelijkheden of werkwijzen in de praktijk om hardheid in de regelgeving op te lossen – zijn meegenomen in het ontwerp van deze parkeerverordening. Op deze beleidswijzigingen heeft waar van toepassing inspraak plaatsgevonden. Daarnaast zijn bepaalde onduidelijkheden en omissies in de regelgeving hersteld.

Verhouding tot Gemeentewet Op basis van artikel 225 van de Gemeentewet worden de kaders voor fiscaal parkeren door de gemeenteraad vastgesteld. De heffing van parkeerbelasting is te onderverdelen in twee soorten. Er is – in gebieden waar betaald parkeren is ingevoerd – altijd sprake van een belastingverplichting op het moment dat een motorvoertuig wordt geparkeerd op een daartoe aangewezen parkeerplaats: het algemene straatparkeerregime. Hiervoor gelden tarieven voor verschillende tariefgebieden. Het is mogelijk – indien wordt voldaan aan de in de verordening gestelde voorwaarden – dit belastbare feit om te zetten in een ander belastbaar feit waarvoor andere tarieven gelden: vergunningparkeren. Indien een heffing plaatsvindt ter zake van een krachtens deze verordening verleende parkeervergunning, hoeft geen belasting te worden voldaan voor belastingverplichting op grond van het algemene straatparkeerregime. Zodra de vergunning wordt ingetrokken of vervalt, dan is de voormalig vergunninghouder weer belastingplichtig volgens het algemene straatparkeerregime. Fiscale karakter van de regelgeving Het voldoen van parkeerbelasting geeft geen recht om een voertuig ergens te parkeren. Het niet voldoen van de parkeerbelasting heeft slechts tot gevolg dat er een naheffingsaanslag wordt opgelegd.

De strekking van de tijdgebonden parkeerrechten is verwerkt in het ‘per tijdseenheid parkeren in een bepaald tariefgebied’. Hieraan zijn bepaalde tarieven gebonden die zijn opgenomen in de tarieventabel in de bijlage bij deze parkeerverordening. Het parkeren met een bezoekersvergunning of een kraskaartvergunning was in de Parkeerverordening 2013 aangeduid als een bijzondere vergunning. Het verschil met de andere vergunningen is dat met deze vergunningen nog steeds belasting wordt geheven voor het parkeren in een tariefgebied met gebruik van parkeerapparatuur. De vergunninghouder krijgt voor een bepaald aantal uren per kwartaal korting voor diens bezoek. Deze praktijk is duidelijker vormgegeven. Hoofdlijnen Parkeerverordening Zoals aangegeven is een doelgroepenbenadering leidend in de opbouw van deze parkeerverordening. Op hoofdlijnen bevat de verordening de volgende onderdelen. Hoofdstuk 1 van de parkeerverordening bevat de inleidende bepalingen, zoals de begripsbepalingen en het toepassingsbereik. Hierop volgend worde n regels gesteld over fiscaal parkeren. Het algemene straatparkeerregime wordt in paragraaf 2 geregeld. Hiervoor gelden 68

tarieven voor verschillende tariefgebieden. Indien dit belastbare feit wordt omgezet in het belastbare feit vergunningparkeren dient te worden gekeken naar de gestelde regels in paragraaf 3. In dit hoofdstuk zijn in paragraaf 4 regels gesteld over vergunningen die korting geven op de heffing ter zake van het algemene straatparkeerregime. Tot slot worden in paragraaf 5 regels gesteld over de gevolgen van wanbetalen. In hoofdstuk 2 zijn vervolgens algemene bepalingen over vergunningen opgenomen. Hoofdstukken 3 tot en met 7 bevatten steeds regels over vergunningverlening aan een specifieke doelgroep. Hoofdstuk 3 ziet op vergunningen voor bewoners. Hoofdstuk 4 ziet op vergunningen voor bedrijven. Hoofdstuk 5 ziet op vergunningen voor bijzondere organisaties. Hoofdstuk 6 ziet op vergunningen voor autodeelorganisaties. Tot slot ziet hoofdstuk 7 op vergunningen voor gehandicapten. Elk van deze hoofdstukken regelt – indien van toepassing – per doelgroep aan welke voorwaarden moet worden voldaan om de vergunning aan te kunnen vragen, op basis waarvan het college de vergunning kan weigeren, de geldigheidsduur van de vergunning, de betalingstermijn van de verschuldigde parkeerbelasting, hoeveel vergunningen per vergunninggebied kunnen worden verleend en hoeveel vergunningen per adres of organisatie kunnen worden verleend.

Er is in de parkeerverordening voor gekozen om de weigeringsgronden die waren opgenomen in artikel 32 van de Parkeerverordening 2013 overzichtelijk te categoriseren per doelgroep en vergunning. In hoofdstuk 3 zijn naast de vergunning voor bewoners ook regels gesteld voor de bewoner die een vergunning aanvraagt voor een mantelzorger en over de aanvraag van een vergunning om bezoekers met korting te laten parkeren. Deze verschillende soorten vergunningen worden allemaal aangevraagd door een bewoner en horen daarom thuis in dit hoofdstuk. Naast de hiervoor besproken opgenomen regels over vergunningverlening die voor elke soort vergunning zijn opgenomen in eenzelfde stramien, zijn er voor de vergunning voor bewoners regels gesteld over een aantal bijzondere situaties waarin de weigeringsgronden van het college niet van toepassing zijn. In hoofdstuk 4 zijn naast regels voor bedrijven ook specifieke regels opgenomen voor de aanvraag van een vergunning door een ambulante handelaar of markthandelaar. Er is sprake van eenzelfde vergunning, maar aan een ambulante handelaar of markthandelaar kunnen extra eisen worden gesteld. Net als in hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen over een aantal bijzondere situaties waarin de weigeringsgronden van het college niet van toepassing zijn. In hoofdstuk 5 zijn regels gesteld over verschillende bijzondere organisaties.

Dit zijn sportorganisaties, volkstuincomplexen, hulpverleners of hulpverleningsinstellingen en maatschappelijke organisaties. In hoofdstuk 6 is een onderscheid gemaakt in autodeelorganisaties en autodeelorganisaties die inzetten op stadsbreed autodelen. In hoofdstuk 7 zijn regels gesteld over vergunningen voor personen en instellingen met een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart. Hoofdstuk 8 bevat een strafbepaling en een bepaling die ziet op toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de parkeerverordening. In hoofdstuk 9 zijn een aantal slotbepalingen opgenomen. Dit betreft onder meer een experimenteerbepaling en een hardheidsclausule. Tot slot zijn een aantal overgangsbepalingen opgenomen ten aanzien van gelijkstelling van belastbare feiten, afwikkeling van aanvragen, afwikkeling van bezwaarschriften en de geldigheid van wachtlijsten die zijn ontstaan of ingediend vóór de inwerkingtreding van deze parkeerverordening. Bij deze parkeerverordening zijn een aantal bijlagen gevoegd. Het gaat dan met name om bijlagen bij hoofdstuk 1, waarin de fiscale onderwerpen zijn geregeld. Een toelichting bij de bijlagen is opgenomen in de artikelsgewijze toelichting.

69

Artikelsgewijs Artikel 1.1 Begrippen Adres: bij de begripsbepaling is aangesloten bij de Wet basisregistratie adressen en gebouwen. Ambulante handelaar: de regeling betreffende ambulante handel is primair bedoeld voor marktkooplieden. Bij de definitie is daarom aangesloten bij de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten. Elektronische parkeerapparatuur: dit begrip is opgenomen in de verordening om duidelijk onderscheid te maken tussen het elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur via bijvoorbeeld een applicatie op de telefoon tegenover het in werking stellen van parkeerapparatuur bij de parkeerplaats. De centrale computer is bestemd voor registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel. Houder van een motorvoertuig: de terminologie ‘degene aan wie een kenteken is opgegeven’ komt uit de Wegenverkeerswet 1994. Dit kan worden aangetoond met een kentekenbewijs. Mantelzorg: ‘met regelmaat’ betekent dat de zorg vrijwel dagelijks en in ieder geval wekelijks wordt verleend. Stallingsplaats: ten eerste kan iets als stallingsplaats worden aangemerkt als dit juridisch, feitelijk of planologisch vaststaat.

Dit heeft betrekking op het aanmerken van een stallingsplaats in een erfpachtakte of plekken die enkel met de bestemming ‘parkeren’ zijn aangewezen. Ten tweede wordt een plaats aangemerkt als stallingsplaats als dit tenminste de genoemde afmetingen in het artikel omvat. Met de minimale maatvoering geldt dat tenminste relatief courante A-klasse auto’s geparkeerd moeten kunnen worden. Het gaat hierbij om volwaardige motorvoertuigen die ongelimiteerd aan het verkeer kunnen deelnemen. Daarnaast geldt als uitgangspunt dat de bestuurder in staat moet zijn om in- en uit het voertuig te kunnen stappen, dit laatste geldt niet voor een eventuele passagier. Een passagier kan ook in- en uitstappen buiten de garage. Tot slot is de definitie ook aangescherpt op het punt dat plaatsen ook worden aangemerkt als stallingsplaats indien zij voldeden aan die definitie onder a op het moment dat in een beleidsvoorstel bekend werd gemaakt dat betaald parkeren ingevoerd wordt op het adres van degene die kan beschikken over die stallingsplaats. Dit is gedaan zodat mensen niet op een later moment de geschikte stallingsplaats ongeschikt maken, zodat zij wel in aanmerking kunnen komen voor een vergunning. Artikel 1.3 Parkeerplaatsen met parkeerbelasting Eerste lid In deze bepaling is de eerste soort parkeerbelasting geregeld.

Het gaat hier om het algemene straatparkeerregime binnen de aangewezen tariefgebieden. Een bloktijd is een deel van een etmaal gedurende welke voor parkeren parkeerbelasting kan worden geheven. Artikel 1.5 Tarief en maatstaf van de heffing Eerste lid Dit artikel regelt het betaald parkeren bij parkeerapparatuur binnen een tariefgebied voor een bepaalde tijdseenheid. Het tarief kan alleen per minuten, dagen, avonden of nachten worden bepaald. Deze minuten-, dag-, dagdeel-, avond- of nachtkaarten’ kunnen door iedereen worden aangeschaft.

70

Tweede lid De naheffingsaanslag wordt opgelegd aan degene die de belasting had behoren te betalen. Dit is geregeld in artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Artikel 1.7 Wijze van heffing Eerste en tweede lid De heffing bij wege van voldoening op aangifte is een doelmatige techniek in de gevallen waarin de belastingplichtige zelf de door hem verschuldigde belasting op eenvoudige wijze kan berekenen. Dit is het geval bij het parkeren bij parkeermeters en parkeerautomaten waarbij vooraf moet worden betaald. Deze heffingstechniek biedt, in geval de verschuldigde belasting niet wordt betaald, de mogelijkheid om een naheffingsaanslag op te leggen. Derde en vierde lid In het derde lid is geregeld dat het parkeergeld wordt betaald bij aanvang van het parkeren. Een andere optie wordt geregeld in het vierde lid. Het gebruik van elektronische parkeerapparatuur, zoals een applicatie op een telefoon of inloggen op een website, wordt betaald binnen één maand nadat het parkeren is beëindigd. Dit heeft te maken met de praktijk waarin de parkeerkosten vaak in één keer aan het einde van de maand worden afgeschreven van de rekening van de belastingplichtige. Deze verordening is kaderstellend voor de afspraken die privaatrechtelijk worden gemaakt tussen de belastingplichtige en de dienstverlener die de betaling van de belasting verwerkt.

Artikel 1.8 Parkeervergunning met parkeerbelasting In dit artikel is de tweede soort parkeerbelasting geregeld die kan worden aangevraagd in plaats van de parkeerbelasting die is geregeld in artikel 1.3. Indien een persoon een vergunning heeft gekregen voor een bepaald vergunninggebied én de parkeerbelasting ter zake van de vergunning heeft betaald, betaalt die persoon in dat vergunninggebied niet meer de heffing voor het algemene straatparkeerregime. De vergunninggebieden zijn omschreven in bijlage V. Het college heeft de bevoegdheid om de indeling en begrenzing van deelvergunninggebieden te wijzigen. Een deelvergunninggebied is een deel van een vergunninggebied waarvoor apart is bepaald hoeveel vergunningen in dat gebied kunnen worden verleend. Artikel 1.9 Tarief, maatstaf en tijdvak van de heffing Eerste lid Op plekken waar meer dan één parkeervergunning per adres kan worden verleend, kan het tarief van de tweede vergunning hoger zijn dan het tarief van de eerste vergunning. Dit is opgenomen in de tarieventabel. Het verhoogde tarief geldt ook voor bewoners die voor hun eerste auto een stallingsplaats gebruiken en voor hun tweede auto over een (eerste) bewonersvergunning beschikken. De voor de bewoner beschikbare stallingsplaats telt immers als verleende vergunning. Tweede lid De parkeerbelasting moet zijn voldaan om gebruik te kunnen maken van de parkeervergunning.

De parkeervergunning kan pas worden gebruikt vanaf het moment dat de verschuldigde parkeerbelasting is voldaan. Vierde lid

71

De parkeerbelasting die moet worden voldaan voor het gebruik van een parkeervergunning wordt betaald voor de periode van zes maanden. Als de parkeervergunning eerder wordt beëindigd dan deze zes maanden, wordt de betaalde belasting over het aantal hele kalendermaanden waarvoor de vergunning niet is gebruikt gerestitueerd. Artikel 1.11 Wijze van heffing Ook de heffing van parkeerbelasting voor vergunningparkeren wordt bij wege van voldoening op aangifte gedaan. De afgifte van de parkeervergunning is in de praktijk verbonden aan de voldoening van de belasting. De handeling van het doen van aangifte en het betalen van de belasting vallen in één handeling samen, indien het bedrag direct wordt overgemaakt. Indien een machtiging tot automatische incasso wordt afgegeven, vindt de betaling later plaats. Hierbij is van belang dat indien de belasting nog niet is voldaan, ook geen gebruik kan worden gemaakt van de parkeervergunning. Als bijvoorbeeld aan iemand op 1 januari een vergunning wordt verleend en die persoon heeft een machtiging voor automatisch incasso afgegeven voor 15 januari en deze automatische incasso kan daadwerkelijk worden uitgevoerd, dan kan pas gebruik worden gemaakt van de vergunning vanaf 15 januari. Tussen 1 januari en 15 januari dient dan belasting te worden betaald volgens het algemene straatparkeerregime.

Artikel 1.12 Gereduceerd tarief bezoekersparkeren De wijze van heffing van de belasting inzake de bezoekersvergunning is anders dan bij de andere vergunningen. Bij deze vergunning vindt de heffing van parkeerbelasting niet plaats bij de verlening van de vergunning, maar is er een speciaal gereduceerd tarief dat kan worden betaald voor een vastgesteld aantal uur per tijdseenheid/periode. Deze vergunning biedt dus de mogelijkheid om een lager tarief te betalen ten opzichte van het tarief dat is vastgesteld voor het algemene straatparkeerregime. De belastingplichtige is de houder van de bezoekersvergunning, en dus niet degene die het motorvoertuig parkeert. Dit vloeit voort uit artikel 225, derde tot en met zevende lid, van de Gemeentewet. Uren die niet zijn gebruikt kunnen niet worden meegenomen naar een volgende tijdseenheid/periode. De voorwaarden om een bezoekersvergunning aan te vragen en te verkrijgen staan in hoofdstuk 3. Artikel 1.13 Gereduceerd tarief kraskaartparkeren De wijze van heffing van de belasting inzake de kraskaartvergunning is, net als de bezoekersvergunning, anders dan bij de andere vergunningen. Ook bij deze vergunning vindt de heffing van parkeerbelasting niet plaats bij de verlening van de vergunning, maar is er een speciaal gereduceerd tarief dat kan worden betaald voor 150 uur per kwartaal.

Indien minder dan 150 uur tegen een gereduceerd tarief is geparkeerd in het kwartaal, kunnen de onbenutte uren worden meegenomen naar het volgende kwartaal. Net als bij bezoekersparkeren is de belastingplichtige de houder van de kraskaartvergunning. De voorwaarden om een kraskaartvergunning aan te vragen en te verkrijgen, staan in hoofdstuk 3. Artikel 1.14 Wielklem en wegsleepregeling Eerste en tweede lid Dit artikel is in overeenstemming gebracht met artikel 235 van de Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. In de Gemeentewet is geregeld wanneer de wielklem mag 72

worden aangebracht. In de nadere regels van het college wordt vastgesteld wanneer en op welke terreinen of weggedeelten de wielklem wordt toegepast. Dit volgt uit artikel 235, tweede lid, van de Gemeentewet. In stadsgebied Weesp kan geen wielklem worden aangebracht. Derde, vierde en vijfde lid In het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is de berekening van de kosten voor de naheffingsaanslag, het aanbrengen en verwijderen van de wielklem en de overbrenging en bewaring van een voertuig geregeld. Artikel 2.1 Vergunningenplafonds Eerste en tweede lid De vergunningenplafonds zijn vastgesteld met het oog op de bereikbaarheid voor het noodzakelijk autoverkeer. Bij het vaststellen van het vergunningplafond en het aantal te verlenen vergunningen moet in ieder geval rekening worden gehouden met tien procent noodzakelijke leegstand overdag per vergunninggebied. De vergunninggebieden met een nulplafond betreffen in het algemeen nieuwbouwprojecten. Dit is vastgelegd in de Nota parkeernormen Auto 2017. Derde lid In het kader van de verbetering van luchtkwaliteit is een van de maatregelen het instellen van een milieuparkeervergunning. Personenauto’s (van bewoners en bedrijven) die aan de gestelde eisen voldoen, komen in aanmerking voor een milieuparkeervergunning.

Artikel 2.2 Wachtlijsten Tweede lid Als het vergunningenplafond in een vergunninggebied niet op nul is gesteld, kan een aanvraag van een bedrijfsvergunning of volkstuinvergunning waarvoor in dat vergunninggebied geen vergunning meer beschikbaar is op een wachtlijst worden geplaatst. Ook de aanvraag van een bewonersvergunning, als nog geen bewonersvergunningen zijn verleend op het adres waarvoor het wordt aangevraagd, wordt dan op een wachtlijst geplaatst. Vierde lid Als iemand al een bewoners- of bedrijsvergunning heeft en naar een ander vergunninggebied verhuist, dan kan de vergunning niet ‘meeverhuizen’. Deze vergunningen zijn immers alleen geldig voor het vergunninggebied waarvoor ze zijn verleend. Op grond van dit lid wordt wel rekening gehouden met de tijd waarover de bewoner of het bedrijf voorafgaande aan de verhuizing reeds over de vergunning beschikte of op de wachtlijst voor een vergunning stond. De datum waarop de vergunning is verleend of, als de aanvrager op de wachtlijst staat, de datum waarop de volledige aanvraag van de vergunning voor de verhuizing is ontvangen, wordt in dat geval toegepast bij de volgorde van verlening van vergunningen.

Artikel 2.6 Intrekken van vergunningen In dit artikel wordt een onderscheid gemaakt tussen situaties waarin een vergunning zonder verdere beoordeling wordt ingetrokken en situaties waarin het college ruimte heeft te beslissen of de vergunning wordt ingetrokken of gewijzigd. Tweede lid, onder e

73

Het maximaal aantal te verlenen vergunningen wordt op nul gesteld met het oogmerk om geen parkeervergunningen te verlenen voor parkeren op straat. Parkeervergunningen die zijn verleend voordat het maximaal aantal te verlenen vergunningen op nul is gesteld, moeten daarom kunnen worden ingetrokken. Daarvoor wordt een overgangsregeling getroffen waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de vergunninghouders en specifieke omstandigheden met betrekking tot het betreffende vergunningengebied. Artikel 2.9 Overloopgebieden Eerste Een overloopgebied kan uitkomst bieden als binnen een stadsdeel in een vergunninggebied sprake is van een wachtlijst en in een ander vergunninggebied niet. Ook kan een deel van een vergunninggebied worden aangewezen als overloopgebied om de parkeerdruk binnen één vergunninggebied te verdelen. Tweede lid Het tarief voor de overloopvergunning is gelijk aan het tarief dat geldt voor een vergunning voor bewoners, respectievelijk bedrijven, in het vergunninggebied waarvoor de vergunning wordt verleend. Derde lid Indien alle vergunningen voor het overloopgebied zijn verleend, wordt de aanvrager van de vergunning op een wachtlijst voor dat overloopgebied geplaatst. Artikel 3.1 Aantal per woonadres Tweede lid Het college stelt op grond van het eerste lid vast hoeveel bewonersvergunningen per woonadres kunnen worden verleend.

Een op enig moment beschikbare stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats wordt gerekend als reeds verleende bewonersvergunning. Dit houdt in dat als een bewoner twee bewonersvergunningen kan aanvragen, maar de juridische of feitelijke mogelijkheid heeft of heeft gehad om over één stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats te beschikken, slechts één bewonersvergunning kan worden verleend. Hetzelfde geldt voor reeds verleende bedrijfsvergunningen op het woonadres. Als de bewoner twee bewonersvergunningen kan aanvragen, maar houder is van één bedrijfsvergunning, kan slechts één bewonersvergunning worden verleend. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een op enig moment beschikbare stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats, wordt uitgegaan van een ruime interpretatie. Onder ‘enig moment beschikbare’ wordt dus ook verstaan dat de bewoner een stallingsplaats kan kopen of huren in de garage die hoort bij het blok(deel) waar hij gevestigd is. Het gaat daarbij niet om de vraag of men financieel in staat is een stallingsplaats te kopen of huren, maar om de vraag of er een stallingsplaats te koop of te huur is of is geweest. Indien een stallingsplaats te koop of te huur is of is geweest, maar niet door de bewoner is afgenomen of wel is afgenomen maar bijvoorbeeld is onderverhuurd, komt dit voor eigen rekening en risico van de bewoner.

In een vergunninggebied waarin het parkeren inpandig is georganiseerd en geen parkeervergunningen worden verstrekt, worden opvolgende kopers of huurders van eerste kopers of huurders zonder stallingplaats, geacht bekend te zijn met het gegeven dat er voor dat adres geen aanspraak bestaat op een parkeervergunning. Indien een bewoner een stallingsplaats niet als zodanig gebruikt of heeft gerealiseerd, komt dit voor risico van de bewoner. Gedacht kan worden aan de situatie dat een

74

woning beschikt of behoort te beschikken over een garage of een parkeerplek maar dat deze voor andere doeleinden wordt gebruikt. Indien, voordat een beleidsvoornemen tot invoering van betaald parkeren is vrijgegeven, stallingplaatsen aard- en nagelvast zijn verbouwd en qua maatvoering niet meer als stallingplaats bruikbaar zijn, worden deze stallingsplaatsen niet beschouwd als reeds verleende vergunningen. Derde lid Met dit lid wordt tegemoetgekomen aan de wens van de gemeenteraad van de voormalige gemeente Weesp die bij amendement heeft gevraagd om de zogenaamde stallingsplaatsenaftrek af te schaffen voor ruimtes die veelal als opslag worden gebruikt en qua afmetingen en inrichting (stank en geluidshinder) niet geschikt zijn voor motorvoertuigen. Daarbij moet vooral worden gedacht aan drive-inwoningen, oude koetshuizen en bouwkundig met de woning verbonden garageboxen. Artikel 3.2 Aanvraag door inwoners Eerste lid Er moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan om een bewonersvergunning aan te vragen. Het niet voldoen aan de emissiestandaard was eerder een weigeringsgrond in plaats van een voorwaarde om de vergunning aan te kunnen vragen. De voorwaarde dat de aanvrager van een vergunning houder moet zijn van een motorvoertuig impliceert dat het kenteken van dit motorvoertuig niet al gekoppeld kan zijn aan een eventuele andere parkeervergunning.

Per motorvoertuig wordt slechts één bewonersvergunning verleend. Met het tweede lid wordt de milieuparkeervergunning bedoeld. Dit kan worden gezien als een ‘gewone’ vergunning voor inwoners met strengere milieueisen. De milieuparkeervergunning is bedoeld om inwoners te stimuleren schonere motorvoertuigen te kopen. De eisen voor een dergelijke milieuparkeervergunning zijn opgenomen in nadere regels die worden vastgesteld door het college. Dit is zodat snel kan worden geanticipeerd op nieuwe ontwikkelingen. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan eisen met betrekking tot de euronorm en energielabel. Vierde lid De voormalige gemeente Weesp kende geen milieuzone of andersoortige regeling waarbij voertuigen aan bepaalde milieunormen moesten voldoen voor het verkrijgen van een parkeervergunning. Door het opnemen van deze uitzondering voor stadsgebied Weesp wordt voorkomen dat aanvragers en vergunninghouders in Weesp zonder daartoe strekkend beleid met milieueisen worden geconfronteerd. Artikel 3.3 Beoordeling van de aanvraag - bewonersvergunning Het college weigert de vergunning als niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor de aanvraag. Deze voorwaarden zijn opgenomen in artikel 3.2. Daarnaast wordt de vergunning geweigerd als het vergunningenplafond is bereikt.

Het in het vergunninggebied voor verlening beschikbare vergunningen is anders voor milieuparkeervergunningen dan voor ‘gewone’ vergunningen voor inwoners. Dit is geregeld in artikel 2.2, derde lid. Tot slot weigert het college de vergunning als er geen vergunningen meer voor verlening beschikbaar is op het woonadres. Dit is geregeld in artikel 3.1.

75

Artikel 3.4 Bijzondere omstandigheden - bewonersvergunning In dit artikel zijn drie omstandigheden opgenomen waarbij een weigeringsgrond uit artikel 3.3 niet van toepassing is. Het eerste lid is zo geformuleerd dat moet zijn voldaan aan de voorwaarden voor de aanvraag van een vergunning uit artikel 3.2. Het begrip ‘herhuisvester’ dat werd gebruikt in de Parkeerverordening 2013 is niet als zodanig opgenomen in de tekst, maar het begrip is uitgelegd in de bepaling. Op het moment dat de aanvrager van de vergunning kan beschikken over een stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats wordt dit nog steeds meegeteld in het aantal per adres te verlenen vergunningen. Het tweede lid regelt dat een voormalig houder van een vergunning voor inwoners opnieuw een vergunning voor inwoner kan verkrijgen ondanks dat het maximaal aantal vergunningen in dat vergunninggebied al zijn verleend. Dit is de zogenoemde spijtoptantenregeling. Met het derde lid wordt beoogd houders van stallingsplaatsen tegemoet te komen als zij als gevolg van werkzaamheden van de gemeente tijdelijk geen gebruik kunnen maken van hun stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats. Normaliter wordt een stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats afgetrokken van het aantal te verlenen vergunningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14860439/1