Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
Voordracht voor de raadsvergadering van 08 oktober 2025
Agendapunt
Evenementen (30) A4
Datum besluit
College van B en W 16 september 2025
Portefeuille
Onderwerp
Vaststellen van het nieuwe evenementenbeleid 2026. De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1. Het nieuwe evenementenbeleid vast te stellen, waarvan de belangrijkste punten zijn: a. Toevoeging aan het bestaande geluidbeleid. b. Doorontwikkeling van het vergunningenbeleid. c. Verdeling schaarse vergunningen. d. Subsidiebeleid. e. Het communicatieplan evenementen, waarin afspraken zijn vastgelegd over het goed informeren van de stad over alle aspecten van evenementen; f. Toegankelijkheid g. Duurzaamheid. 2. In te stemmen met de door het college vastgestelde herijkte locatieprofielen.
a. De uitgangspunten bij het uitwerken en opstellen van de nieuwe locatieprofielen; b. Wijzigingen in het locatieprofiel Flevopark: nieuwe contour locatieprofiel, lager maximaal
bezoekersaantal en aanpassing aantal dagen voor grote evenementen; c. Aanpassing in het locatieprofiel Sloterpark: verhoging maximale bezoekersaantal; d. Aanpassingen in het locatieprofiel Tuinen van West; verlagen aantal dagen voor grote evenementen en invoeren ingroeinorm bezoekersaantallen. e. Aanpassing in het locatieprofiel Museumplein: formalisering van het aantal dagen voor stedelijke evenementen met een belang voor de openbare orde, zoals huldigingen; f. Aanpassing in een aantal locatieprofielen door het (tijdelijk) toevoegen van extra dagen voor grote evenementen. 3. De gewijzigde APV als gevolg van de voorgestelde wijziging van beleid zoals voorgesteld in beslispunt 1 en 2 vast te stellen.
a. Overhevelen van de bevoegdheid van het vaststellen van de evenementenkalender van de
burgemeester naar het college; b. Bevoegdheid van het college voor het stellen van nadere regels voor de verdeling van schaarse ruimte voor evenementen; c. Omzetten van de experimenteerbepaling; d. Veegbepaling.
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
4. Kennis te nemen van het uitvoeringsprogramma evenementen dat voortvloeit uit de vaststelling van het beleid, waarvan de belangrijkste onderdelen zijn:
a. Nieuwe subsidiemogelijkheid onder de bestaande regeling (leges, VMR en huurkosten); b. Nader onderzoek beheer locaties en huurtarieven evenemententerreinen; c. Data en onderzoek (publieksonderzoek en buurtonderzoek in het kader van evaluaties); d. Uitwerken van communicatieplan; e. Implementeren van nieuwe werkwijze vergunningen; f. Standaardiseren evaluaties g. Werkproces en samenstelling van externe adviescommissie; h. Opstellen van een toegankelijkheidsplan. 5. Kennis te nemen van de nota van beantwoording. 6. In te stemmen met het intrekken van beleidskaders stadsdelen, te weten:
a. Buitenevenementen in de binnenstad – Evenementen in de openbare ruimte in stadsdeel
Centrum (9 juni 2008) b. Handhavingsstrategie Overtredingen Evenementen 2024, stadsdeel centrum c. Beleidskader voor evenementenvergunningen in stadsdeel West.
7. Kennis te nemen van de volgende financiële consequenties van de invoering van het nieuwe evenementenbeleid:
a. het nieuwe beleid kan in basisvorm worden uitgevoerd met bestaande mensen en middelen; b. het feit dat voor de nieuwe subsidiemogelijkheden (nieuwe initiatieven en extra ondersteuning bestaande initiatieven) nog maar voor twee jaar dekking is (2027 en 2028); c. het feit dat voor een betere uitwerking van het nieuwe beleid de komende jaren nog extra investeringen nodig zijn, onder meer voor een evenementendashboard waarin alle partijen samen kunnen werken, beter beheer van locaties en extra capaciteit voor verbeterde communicatie.
Wettelijke grondslag
Artikel 160, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet. Het college is bevoegd beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast. Artikel 108 jo artikel 147, tweede lid, van de Gemeentewet. De gemeenteraad is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente Bestuurlijke achtergrond
In 2018 is door het college het Amsterdamse evenementenbeleid vastgesteld, met als belangrijkste onderdelen het geluidsbeleid, locatiebeleid en de locatieprofielen. In 2022 heeft het nieuwe college opdracht gegeven om nieuw evenementenbeleid uit te werken. Na een uitgebreide verkenning is op 17 juli 2024 de Visie op evenementen vastgesteld door het college. Op basis daarvan is na de zomer gestart met de doorontwikkeling van het beleid en het opstellen van vernieuwde locatieprofielen, en met een uitgebreid participatieproces. Het beleid is in mei 2025 in concept vrijgegeven voor inspraak.
2 Gegenereerd: v1.6
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
Onderbouwing besluit
Ad 1. Het nieuwe evenementenbeleid vast te stellen, waarvan de belangrijkste punten zijn: Ad 1.a Toevoeging aan het bestaande geluidbeleid Het geluidbeleid van de gemeente Amsterdam is in 2018 vastgesteld. Hierin zijn normen en grenswaarden vastgelegd voor verschillende soorten evenementen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen evenementen die als primaire doelstelling muziek hebben, en evenementen waarbij geluid een secundaire rol speelt. Verder is voor evenementen met een Hoog Maatschappelijk Belang een aparte geluidsnorm geformuleerd. Het geluidbeleid uit 2018 is voor het grootste deel nog steeds actueel en wordt nu onderdeel van het nieuwe evenementenbeleid. Voorgesteld wordt het geluidbeleid aan te passen op de volgende onderdelen: - Een nieuwe norm voor straatfeesten met muziek Met name tijdens evenementen met een Hoog Maatschappelijk Belang zoals Koningsdag, Pride en Sluis- en Bruggenfeest (zie ook het volgende beslispunt) vinden veel muziekevenementen plaats in smalle straten in de stad. Uit de praktijk is gebleken dat de bestaande geluidsnormen niet passend zijn voor die evenementen. Ook is vast komen te staan dat toezicht en handhaving op die normen zeer complex is. De stedelijke Expertgroep Geluid bij Evenementen heeft geadviseerd voor deze evenementen een aparte geluidsnorm op te nemen in het geluidsbeleid van maximaal 105 dB(C) op de dansvloer.
Met het toevoegen van deze norm blijft het ook in toekomst mogelijk om deze evenementen te organiseren. Binnen de andere, bestaande normen zouden deze evenementen niet meer plaats kunnen vinden. Om omwonenden te beschermen tegen overmatige hinder, is in het beleid opgenomen dat deze norm alleen gebruikt mag worden tijdens evenementen van hoog maatschappelijk belang, alleen in smalle straten (op plekken die aan de definities voldoen), en dat de geluidsbelasting niet langer dan 6 uur mag duren (tegen 12 uur bij een standaard geluidsvergunning). - Wijziging lijst evenementen met Hoog Maatschappelijk Belang, waarvoor een hogere geluidsnorm geldt; Voor evenementen met een hoog maatschappelijk belang is in de beleidsregel Geluid extra ruimte gecreëerd. In de praktijk betreft het evenementen die vanwege hun aard of omvang, en het feit dat ze plaatsvinden in de krappere binnenstad, niet toekunnen met de standaard normen voor geluid bij grote evenementen. Zo vinden het Sluis- en Bruggenfeest in Weesp, en Koningsdag vaak plaats in de binnenstad, waar op veel plekken vanwege de beperkte beschikbare ruimte met de bestaande geluidsnormen geen vieringen met muziek mogelijk zouden zijn. Voor evenementen als huldigingen of oud en nieuw geldt dat ze dusdanig veel bezoekers trekken, en er dusdanig veel omgevingslawaai is, dat de bestaande geluidsnormen niet toereikend zijn.
De evenementen die zijn aangemerkt als evenement van Hoog Maatschappelijk Belang zijn: Koningsdag, Sluis en Bruggenfeest (Weesp), Pride, Bevrijdingsdag, Oud en Nieuw en Voetbalhuldigingen (Ajax of Nederlands elftal - m/v). De laatste drie evenementen (Bevrijdingsdag, huldigingen en oud en nieuw) zijn toegevoegd aan de lijst. Voor Bevrijdingsdag zal de hogere norm slechts sporadisch nodig zijn, maar bij huldigingen en oud en nieuw is bij herhaling gebleken dat de bestaande geluidsnorm niet passend is. Door deze wijziging is voortaan niet steeds een apart besluit van de burgemeester om te mogen afwijken van de
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
norm en het evenement doorgang te laten vinden. In de praktijk gaat het om kortdurende hogere geluidsbelasting, rond het hoogtepunt van deze evenementen. De geluidsregels voor deze categorie evenementen zijn vastgelegd in de Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam uit 2018. Voor kleinere evenementen met muziek in een stedelijke omgeving is daarnaast in een wijziging in het Geluidbeleid een norm geformuleerd voor Straatfeesten met Muziek. - Aanpassing Koningsnacht/dag; Voor Koningsnacht gelden bijzondere regels als het gaat om de vergunning voor buitenpodia. Die worden toegestaan van 19 uur op Koningsnacht tot 01 uur op Koningsdag. Voor Koningsdag geldt de geluidsnorm voor Evenementen met een Hoog Maatschappelijk Belang van maximaal 95 dB(C) op de gevel. Deze verhoogde geluidsnorm geldt niet voor de nachtelijke uren van Koningsdag. Door een aanpassing in het geluidsbeleid is dit verduidelijkt en wordt na middernacht geen hoger geluidsniveau meer toegestaan. - Mogelijkheid opknippen geluidsdagen voor locatieprofielen waarin dit specifiek is opgenomen. In de locatieprofielen kan worden vastgelegd dat een “geluidsdag” van maximaal 12 uur, kan worden opgeknipt in 3 of 4 dagen met kortdurend, aaneengesloten geluid (zijnde maximaal 3 tot 4 uur per dag, in totaal niet meer dan 12 uur).
Organisatoren kunnen deze mogelijkheid gebruiken om korte concertreeksen te organiseren van maximaal 4 dagen aaneengesloten. Buiten de uren met geluidsruimte, mogen deze evenementen geen geluid produceren harder dan 75 dB(C). De duur van een evenement in deze vorm is maximaal 6 uur per dag. De hierboven omschreven wijzigingen in het Geluidbeleid en het advies van de Expertgroep Geluid die ten grondslag liggen aan deze wijzigingen zijn opgenomen als bijlage bij het nieuwe evenementenbeleid. Ad 1.b Doorontwikkeling van het vergunningenbeleid Het vergunningenbeleid is op belangrijke punten aangepast, zodat enerzijds meer ruimte ontstaat voor maatwerk in het vergunningsproces, maar anderzijds ook scherper en adequater kan worden getoetst op de belangrijkste vergunningsvoorwaarden voor elk specifiek evenement. De meest in het oog springende onderdelen van het nieuwe vergunningenbeleid zijn de volgende: Nieuwe werkwijze impactanalyse en risicoanalyse In het vergunningenbeleid worden evenementen ingedeeld op basis van de impact op de omgeving en de inschatting van de risico’s van een evenement. Daarbij wordt verder gekeken dan alleen de huidige focus op het aantal bezoekers. Dat gebeurt met een standaard risicoscan, die wordt uitgevoerd bij alle grote evenementen, zodat vroegtijdig helderheid ontstaat over de belangrijkste en meest risicovolle aspecten van een evenement.
Vergunningen en toezicht worden aangepast op de schaal, impact en risico's van een evenement. Voor grootschalige evenementen blijven uitgebreide veiligheids- en mobiliteitsplannen essentieel, terwijl voor kleinschalige buurtfeesten wordt toegewerkt naar een eenvoudiger vergunningsproces. Dit kan bijdragen aan het verminderen van de (administratieve) lasten voor dit type evenementen. Zo kan maatwerk geleverd worden per evenement en worden risico’s beter beheerst. - Nieuwe categorieën vergunningen (alleen bezoekersaantallen)
4 Gegenereerd: v1.6
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
Bij de risicoscan is een nieuwe categorie-indeling in bezoekersaantallen uitgewerkt die beter aansluit bij de impact en de risico’s in de praktijk. Deze categorieën zijn opgenomen in de locatieprofielen zodat de ruimte voor evenementen goed aansluit bij het vergunningenproces. In het oude beleid bestonden maar drie categorieën: klein (tot 500 bezoekers), middel (tot 2.000 bezoekers) en groot (alles groter dan dat). Dit is in de praktijk veel te grofmazig gebleken. De nieuwe categorie-indeling draagt bij aan de mogelijkheden om maatwerk te leveren in het vergunningenproces. - Uniforme aanpak evaluaties (inclusief draagvlakonderzoek rond locaties) De evaluatie van evenementen en evenementenlocaties wordt gestandaardiseerd en objectiever gemaakt. Daardoor kunnen de evaluaties bijdragen aan de verbetering van het vergunningsproces van het daarop volgende jaar. Bij de verdeling van schaarse plekken wordt de evaluatie van het evenement gebruikt om de kwaliteit daarvan mede te kunnen bepalen. - Bijzondere vergunningscategorieën: ijsbanen, vuurwerkshows en wandelevenementen In het nieuwe vergunningenbeleid zijn specifieke regels geformuleerd voor een drietal bijzondere types evenementen. IJsbanen IJsbanen in de openbare ruimte dragen vaak bij aan de sociale cohesie van een buurt, maar zijn niet altijd even duurzaam.
Daarom is in het nieuwe evenementenbeleid vastgelegd dat ijsbanen alleen mogelijk zijn onder de voorwaarden dat deze zo duurzaam mogelijk zijn, en dat ze goed toegankelijk zijn voor een breed publiek. Ook moeten commerciële activiteiten rond de exploitatie van een ijsbaan beperkt zijn. Vuurwerkshows Vanwege een groeiende vraag naar alternatieven voor consumentenvuurwerk tijdens oud en nieuw, ontstaat de behoefte voor duidelijke, meer gerichte voorwaarden om op zichzelf staande vuurwerkshows (met name tijdens de jaarwisseling) mogelijk te maken: laagdrempelig maar veilig. Deze beleidswijzigingen zien enkel toe op zichzelf staande vuurwerkshows en vuurwerkshows die onderdeel uitmaken van een evenement in de openbare ruimte. Wandelevenementen Voor wandelevenementen zoals de Avondvierdaagse gelden nu verstrekkende vergunningsvoorwaarden. Hierdoor is het in sommige gevallen te ingewikkeld geworden voor organisatoren (vaak vrijwilligers) en te duur om deze evenementen te blijven organiseren. In het nieuwe vergunningenbeleid worden wandelevenementen zonder aanvullende programmering en met een beperkte impact op de openbare ruimte vergunningsvrij gemaakt. Organisatoren van wandelevenementen moeten wel tijdig een melding doen bij de gemeente zodat er vanuit verkeer en mobiliteit en check op de route kan worden gedaan.
Ad 1.c Verdeling schaarse vergunningen Amsterdam is een populaire evenementenstad. Tegelijkertijd is de beschikbare openbare ruimte in de stad voor recreatie, evenementen of anderszins, schaars. Met de invoering van de locatieprofielen in 2018 zijn duidelijke kaders en voorwaarden gesteld over onder andere de hoeveelheid evenementen, het aantal dagen waarop evenementen mogen plaatsvinden en de toegestane geluidsproductie. Hiermee hanteert de gemeente Amsterdam een vergunningenplafond en is de ruimte voor evenementen (beleidsmatig) schaars. De afgelopen jaren is gebleken dat de schaarste
5 Gegenereerd: v1.6
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
niet alleen in potentie bestaat, maar dat deze zich ook steeds vaker daadwerkelijk voordoet. Er was niet voldoende plek om alle evenementen die iets wilde organiseren een plek daarvoor te geven. Hoewel het bij verdeling van schaarste vaak gaat om vergunningen, wordt de schaarste bij evenementen in Amsterdam al verdeeld op het moment van het vaststellen van de evenementenkalender. Een plek op de evenementenkalender is geen toezegging voor een vergunning. Wel is een plek op de evenementenkalender sinds 2025 een voorwaarde voor een organisator om een vergunning voor een evenement te kunnen krijgen. De vereisten die gelden bij schaarse vergunningen zijn daarom één op één toepasbaar op de verdeling van schaarse plekken op de evenementenkalender. - Instemmen met schaarsteverdeling op basis van een vergelijkende toets Een evenementenvergunning is een schaars recht. Bij de verdeling daarvan schrijft de Europese Dienstenrichtlijn voor dat de verdeling eerlijk en transparant is. Daarnaast moet de verdeling gebaseerd zijn op een dwingende reden van algemeen belang en moet de gekozen methode geschikt en noodzakelijk zijn om dat belang te dienen. Er zijn vier manieren om schaarse rechten te verdelen: loting, veiling, ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ of verdeling op basis van een vergelijkende toets.
Ten aanzien van evenementen zijn de loting of een verdeling op basis van een vergelijkende toets de meest voor de hand liggende methoden om de schaarste te verdelen. Tot nu toe ontbrak een goed instrument om de schaarste te verdelen, waardoor de enige juridisch houdbare optie was om te loten. Het college, maar ook de evenementenorganisatoren vinden loten onwenselijk, omdat dit veel onzekerheid brengt en omdat er geen rekening kan worden gehouden met de waarde die de evenementen hebben voor de stad. Daarom kiest het college ervoor om te kunnen sturen op een aanbod van evenementen op basis van een vergelijkende toets. In het beleid wordt voorzien in een regeling waar bij schaarste de beschikbare ruimte wordt toegewezen op basis van inhoudelijke beoordelingscriteria. Er zijn drie hoofdcriteria: (1) publieksbereik en toegankelijkheid, (2) kwaliteit van het plan en (3) binding met de buurt. Deze criteria zijn afgeleid uit de vier beleidsdoelen die uw raad op 27 juli 2024 heeft vastgesteld in de visie Amsterdam bruisende stad – visie festivals en evenementen 2025-2035. De toepassing van de beoordelingscriteria, de verdeelwijze en de beoordelingsprocedure worden verder uitgewerkt in de Nadere regels evenementenkalender Amsterdam. Met een APV-wijziging geeft u het college de bevoegdheid om de Nadere regels evenementenkalender Amsterdam vast te stellen.
De APV-wijziging is een apart besluitpunt later in deze voordracht. - Instemmen met meerjarige plekken voor alle evenementen op alle locatieprofielen voor de duur van drie jaar Tot en met 2026 werd de evenementenkalender jaarlijks vastgesteld en werd bij eventuele schaarste geloot tussen evenementen die op dezelfde locatie wilden plaatsvinden. Dat systeem gaf een bepaalde onzekerheid, maar in de praktijk was dit risico acceptabel, omdat er in de praktijk sprake was van een soort ‘gentlemen’s agreement’ waarbij organisatoren elkaars plek en evenement respecteerden, waardoor er feitelijk wel een bepaalde zekerheid was. Het nieuwe beleid, waarin schaarse ruimte via inhoudelijke beoordeling wordt verdeeld, brengt hier verandering in. In het geval van schaarste worden evenementen op basis van hun score op de beoordelingscriteria op de kalender geplaatst. Het is vooraf niet zeker of het evenement kan plaatsvinden en op welke locatie het kan worden georganiseerd. Organisatoren geven aan dat dit leidt tot een te grote onzekerheid en een bedrijfsrisico dat voor hen niet langer aanvaardbaar is. In 2019 heeft het college, op verzoek van organisatoren, toegezegd om te onderzoeken of meerjarige vergunningen verleend kunnen worden voor evenementen.
Het toekennen van meerjarige vergunningen is juridisch niet mogelijk, omdat de omstandigheden rond veiligheid, openbare orde en mobiliteit jaarlijks opnieuw moeten worden beoordeeld. Wel is onderzocht of meerjarige plekken op de evenementenkalender kunnen worden toegekend. Een plek op de kalender 6 Gegenereerd: v1.6
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
geeft geen garantie op een vergunning, maar biedt organisatoren wel de zekerheid dat zij voor een locatie jaarlijks – voor zolang de meerjarige plek is toegekend – een vergunningaanvraag te kunnen indienen. Uit de praktijk en gesprekken blijkt dat er een brede wens bestaat voor meerjarige zekerheid, niet alleen bij organisatoren, maar ook bij veiligheidspartners, stadsdelen en bewoners. Gedurende de inspraakperiode is uitvoerig onderzoek gedaan naar de noodzaak van meerjarige plekken. De juridisch meest bekende en voor de hand liggende onderbouwing voor meerjarige toekenning in geval van een schaars recht is de terugverdientijd – de tijd die een onderneming nodig heeft om de te maken investeringen terug te verdienen, rekening houdend met een redelijk rendement. SEO Economisch onderzoek heeft daarom een onderzoek gedaan naar de terugverdientijd en andere economische onderbouwingen voor het vaststellen van de looptijd. Uit het SEO rapport wordt vanuit economisch oogpunt geconcludeerd dat de gemiddelde terugverdientijd meer dan één editie (jaar) bedraagt en daarom minstens twee jaar betreft. De precieze looptijd is lastig te onderbouwen met objectieve gegevens. Daarom kan vanuit de terugverdientijd een termijn worden gerechtvaardigd van twee jaar.
In het geval van evenementen zijn er echter ook andere belangen dan alleen de financiële belangen van ondernemers die meewegen in het vaststellen van een geschikte looptijd. In een uitgebreide annotatie heeft dhr. Wolswinkel beargumenteerd dat bij beleidsmatige schaarste naast de terugverdientijd ook andere belangen mogen worden meegewogen in het bepalen van de looptijd van een schaarse plek. Hoewel dit nog niet eerder is gedaan, is hier wel een goede juridische onderbouwing voor. Dit is voor de gemeente aanleiding geweest om zelf nader onderzoek te doen naar andere niet-economische argumenten voor een langere looptijd. Voor dit onderzoek zijn gesprekken gevoerd met en onderzoek uitgezet onder (oud)organisatoren, belangengroepen in evenementen, (veiligheids-)partners, VTH-collega’s, stadsdelen, evenementencoördinatoren, gebiedsmakelaars, (interne en externe) locatiebeheerders en bewoners. Uit het gemeenteonderzoek blijkt dat sprake is van een zeker lerend vermogen bij evenementen, waarbij ervaring van een organisator met een bepaalde locatie in combinatie met het specifieke evenement leidt tot een vergroting van de veiligheid op en rondom het evenemententerrein, een betere afstemming met de buurt en een afname in de (ervaren) overlast. Deze redenering gaat op voor álle evenementen die zich moeten aanmelden voor de evenementenkalender.
Alle plekken op de evenementenkalender worden dan ook meerjarig toegekend. Voor zover een evenement een eenjarig karakter heeft (bijvoorbeeld SAIL) of zelf geen behoefte heeft aan een meerjarig plek, kan de plek ook eenjarig worden afgegeven op aangeven van de organisator. Met het toekennen van meerjarige plekken komt de vervolgvraag van de looptijd op. Vanuit het SEO onderzoek is een terugverdientijd van twee jaar verdedigbaar. Uit het onderzoek van de gemeente blijkt dat drie jaar nodig is om de specifieke kenmerken van een locatie te leren kennen en samen met partners en de omgeving tot een kwalitatief hoogstaand evenement te komen. Organisatoren geven aan minstens vijf jaar nodig hebben, in inspraakreacties wordt zelfs gepleit voor vijf plus vijf jaar. Een termijn van vijf jaar brengt een hoog juridisch risico met zich mee. Alle extra tijd boven de minimale termijn van drie jaar geeft een groter juridisch risico. Daarnaast zal een termijn van vijf jaar ten koste gaan van de behoefte aan vernieuwing en diversiteit op de evenementenkalender. Daarom worden plekken op de kalender toegewezen voor een termijn van drie jaar. De kans op een procedure wordt klein ingeschat. Mocht er toch geprocedeerd worden, dan zal dat waarschijnlijk gaan over de beoordelingscriteria of de duur van de termijn, en minder snel over de rechtmatigheid van meerjarige plekken zelf.
Omdat de onderbouwing volgens DJZ juridisch goed te volgen is, verwacht men dat besluiten over meerjarige plekken stand zullen houden. Ad 1.d Subsidiebeleid
7 Gegenereerd: v1.6
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
In het in mei voor inspraak vrijgegeven conceptbeleid zijn richtinggevende voorstellen gedaan voor de herziening van het Evenementenfonds, aangevuld met concrete verbeterpunten voor het huidige subsidiebeleid. In de weken daarna is er intensief doorgewerkt aan de verbetervoorstellen voor het Evenementenfonds. Dit heeft geleid tot substantiële aanpassingen op het gebied van subsidies. De wijzigingen in het beleid zijn enerzijds aanscherpingen en verbeteringen in de bestaande subsidieregeling van het Evenementenfonds, maar daarnaast wordt de regeling Evenementenfonds ook aangevuld met nieuwe categorieën om (deels) gratis toegankelijke evenementen te behouden voor de stad en ruimte te creëren voor innovatie en vernieuwing. Herijking Evenementenfonds Een belangrijke wijziging in de bestaande regeling is dat de mogelijkheid wordt gecreëerd om meerjarig subsidies aan te vragen. De afgelopen jaren zijn subsidies voor een groot deel naar een terugkerende groep aanvragers gegaan. Deze evenementen hebben vaak een grote (financiële) afhankelijkheid van subsidie en kunnen zonder ondersteuning niet plaatsvinden. Om deze jaarlijks terugkerende evenementen langdurige zekerheid te bieden en structurele verbetering mogelijk te maken, kunnen zij meerjarig subsidie aanvragen.
De looptijd van deze meerjarige subsidie wordt gekoppeld aan de duur van de meerjarige plekken op de kalender en geldt dus voor maximaal drie jaar. De subsidiabele kosten blijven gericht op uitvoeringskosten, zoals hekken, toiletten en beveiliging. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de totale subsidiabele kosten en wordt vastgesteld door het college. Nieuwe subsidiemogelijkheid: stimulering nieuwe evenementen en initiatieven Met een nieuw in te voeren stimuleringsregeling voor nieuwe initiatieven wordt ruimte gemaakt voor nieuwe concepten en evenementen die nieuwe doelgroepen in de stad bereiken. Vernieuwing en experiment zijn namelijk essentieel voor de ontwikkeling van het evenementenaanbod. Elk jaar wijst de externe adviescommissie aan welke doelgroep(en) in het huidige aanbod onderbelicht zijn. Organisatoren kunnen vervolgens nieuwe initiatieven aanmelden voor de evenementenkalender en in aanmerking komen voor deze nieuwe subsidie. De subsidie kan worden aangevraagd door zowel stichtingen als commerciële partijen, met als kanttekening dat eventuele winst van een evenement in mindering wordt gebracht op de subsidie. De externe adviescommissie adviseert het college over de toekenning van deze subsidie, die maximaal 50% van de productiekosten van het evenement bedraagt. Steunregeling maatschappelijke evenementen.
Om gratis toegankelijke evenementen met een hoog maatschappelijk belang beter te ondersteunen, wordt daarnaast een nieuwe subsidiemogelijkheid gecreëerd. Het gaat dan om evenementen die zich onderscheiden door hun laagdrempelige en verbindende karakter en diverse culturele programmering, maar die ook kwetsbaar zijn door een combinatie van hoge kosten en onzekerheid over inkomsten. Amsterdam kent een rijk aanbod van dit type evenementen, maar ze staan financieel onder grote druk, onder meer door stijgende kosten en omdat de inkomsten in grote mate afhankelijk zijn van de opkomst en de omzet tijdens het evenement.
8 Gegenereerd: v1.6
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
De externe adviescommissie, die het college ook adviseert over de evenementenkalender, zal adviseren over de status van evenementen met een hoog maatschappelijk belang. Het college stelt vervolgens vast welke evenementen binnen de groep evenementen met een hoog maatschappelijk belang vallen en hoeveel subsidie ze krijgen. Om deze groep extra te ondersteunen, wordt een nieuwe categorie toegevoegd aan het fonds. Vanuit deze categorie kan 50% van de productiekosten worden gesubsidieerd, waar bijvoorbeeld een podium, techniek en decorkosten onder vallen. Dit onderscheidt zich van de inhoudelijke subsidies van het AFK en FPK en van het bestaande evenementenfonds. In de bijgevoegde bijlage Memo Subsidies en Financiën is een uitgebreidere toelichting opgenomen op de voorgestelde wijzigingen in het Evenementenfonds en op de benodigde vervolgstappen voor de uitwerking van de nieuwe subsidieregeling. De nieuwe subsidieregelingen worden dit najaar uitgewerkt en vastgesteld in college, zodat ze begin 2026 beschikbaar zijn. Ad 1.e Het communicatieplan evenementen, waarin afspraken zijn vastgelegd over het goed informeren van de stad over alle aspecten van evenementen De communicatie rondom evenementen in de stad verbeteren.
Uit eigen evaluaties en uit het onderzoeksrapport van de Ombudsman (“Uit je dak, onderzoek naar evenementenoverlast in Amsterdam”, juli 2024) blijkt dat deze communicatie beter kan en moet. De gemeente en de organisatoren van de evenementen zijn samen verantwoordelijk voor de communicatie over evenementen in Amsterdam. Dit najaar wordt een communicatieplan uitgewerkt waarin concrete voorstellen worden gedaan voor het stroomlijnen van de communicatie, het laagdrempelig samenbrengen van informatie en het opzetten van een communicatiekalender die aansluit bij de evenementencyclus. De doelstellingen van dat communicatieplan zijn vastgelegd in het evenementenbeleid. Ad 1.f Toegankelijkheid De gemeente Amsterdam werkt al geruime tijd aan het verbeteren van de sociale, fysieke en digitale toegankelijkheid van de stad. De verplichting van de gemeente om aan de algemene toegankelijkheid in Amsterdam te werken komt voort uit de ratificatie door de Nederlandse overheid van het VN-verdrag handicap in 2016. Om organisatoren te helpen bij de toegankelijkheid van hun festival wordt een toegankelijkheidsplan opgesteld. Het doel van dit plan is het inzichtelijk maken van het soort beperkingen die organisatoren tegen kunnen komen en hoe ze daarop kunnen inspelen. Een belangrijke doelstelling is bewustwording van het feit dat je soms met kleine veranderingen een groot verschil kunt maken.
Voor de verdeling van schaarse plekken is toegankelijkheid toegevoegd als één van de beoordelingscriteria waarop organisatoren punten kunnen scoren. Zo wordt het nemen van maatregelen die de toegankelijkheid van evenementen vergroten, verder gestimuleerd. Ad 1.g Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp in de evenementensector. Stadswerken heeft in 2024 nieuwe duurzaamheidsrichtlijnen en een nieuw duurzaamheidsplan voor evenementen opgesteld. In de richtlijnen staat vermeldt aan welke eisen en criteria een festival en evenement moet voldoen. De duurzaamheidsrichtlijnen van Stadswerken zijn voortaan onderdeel van het nieuwe evenementenbeleid en algemeen van toepassing op vergunde evenementen. Ad 2. 1. In te stemmen met de door het college vastgestelde herijkte locatieprofielen.
9 Gegenereerd: v1.6
VN2025-012992 directie communicatie
RAAD Ad 2.a De uitgangspunten bij het uitwerken en opstellen van de nieuwe locatieprofielen. Het startpunt voor de uitwerking van het nieuwe beleid en de locatieprofielen was de Visie op Evenementen, die in 2024 is vastgesteld door het college. In het kader van de visie is er door R2Research ook een draagvlakonderzoek uitgevoerd onder Amsterdammers, waaruit bleek dat er een groot draagvlak is onder Amsterdammers voor evenementen in de stad. De belangrijkste conclusies van dit onderzoek vindt u in bijlage (Visie op evenementen, inclusief draagvlakonderzoek R2Research). Bij de herijking van de locatieprofielen heeft het college twee opdrachten meegegeven: In de eerste plaats moest extra ruimte moet worden gevonden voor buurtgerichte, kleinschalige en gratis toegankelijke evenementen, op allerlei plekken in de stad. En in de tweede plaats moest er voldoende ruimte overblijven voor de grotere evenementen die slechts op een beperkt aantal daarvoor geschikte plekken terecht kunnen. Concreet uitgangspunt daarbij was dat op alle geschikte locaties tenminste drie dagen per jaar ruimte blijft bestaan voor grote (muziek)evenementen.
Met deze uitgangspunten is invulling gegeven aan belangrijke uitkomsten uit de visie, namelijk dat er ruimte moet komen voor nieuw aanbod van buurtgerichte evenementen omdat Amsterdammers aan hebben gegeven daar behoefte aan hebben, maar ook dat er ruimte moet overblijven voor grote evenementen in de stad, omdat ze bijdragen aan een divers cultureel aanbod, een levendige stad en ontmoeting. Tijdens de participatiebijeenkomsten is daarnaast veel aandacht uitgegaan naar manieren waarop de impact van evenementen op de omgeving kan worden beperkt of teruggedrongen. Daarover zijn levendige maar ook constructieve gesprekken gevoerd tussen organisatoren, omwonenden en de gemeente, en het heeft op verschillende plekken geleid tot concrete aanpassingen. Een voorbeeld van een ingrijpende wijziging die het gevolg was van de participatie was het bijstellen van het locatieprofiel van het Flevopark: de ruimte voor evenementen is daar teruggebracht naar maximaal een kwart van het park – de geldende norm voor alle andere profielen. Die aanpassing zorgt ervoor dat een veel groter deel van het park beschikbaar is voor andere gebruikers, ook tijdens de op en afbouw. Maar er zijn ook kleinere wijzigingen doorgevoerd, bijvoorbeeld aanscherpingen over de momenten waarop glasbakken mogen worden geleegd, en afspraken over het piepende geluid dat achteruitrijdende vrachtauto's maken.
Bij de herijking van de profielen zijn niet alle wensen en verzoeken van omwonenden en organisatoren overgenomen – dat kan ook niet, omdat de opvattingen soms haaks op elkaar staan, soms ook van omwonenden en organisatoren onderling. In de uitwerking van de profielen zijn de uitgangspunten die zijn meegegeven door het college steeds als startpunt genomen, en is vervolgens gekeken op welke manieren een locatieprofiel kan worden aangescherpt, zodat het beter werkt voor alle partijen: organisatoren, bewoners en de gemeente. Ad 2.b Wijzigingen in het locatieprofiel Flevopark: nieuwe contour locatieprofiel, lager maximaal bezoekersaantal en aanpassing aantal dagen voor grote evenementen. Over het locatieprofiel Flevopark is een groot aantal inspraakreacties binnengekomen, vooral van omwonenden die er helemaal geen (grote) evenementen willen. Stadsdeel Oost heeft geadviseerd om in het Flevopark helemaal geen grote evenementen meer toe te staan. Het college stelt echter vast dat niets is gebleken van ongeschiktheid van de locatie voor het evenementen en dat daarom, net als op andere plekken, tenminste drie dagen per jaar ruimte zou moeten zijn voor grote evenementen. In de inspraak zijn geen nieuwe argumenten op tafel gekomen die daar nieuw licht op werpen en de praktijk wijst uit dat evenementen daar wel degelijk goed kunnen worden georganiseerd.
Voor het schrappen van deze locatie is dan ook geen goede objectieve onderbouwing.
10 Gegenereerd: v1.6
VN2025-012992 directie communicatie
RAAD Op basis van de specifieke situatie heeft het college toch besloten tot een compromis waarbij in plaats van 3, maximaal 2 dagen per jaar (in 1 weekend) ruimte komt voor grote evenementen. In ruil daarvoor wordt een extra dag toegevoegd aan Voorland Middenmeer (ook in Oost). Argumenten die daarin zijn meegewogen zijn:
o Bij Flevopark is bijzonder dat daarmee de ruimte voor evenementen groter is geworden
sinds de herijking van het profiel. Dat komt doordat onder het oude profiel maar 1 dag per jaar een groot evenement was toegestaan, al mocht daarbij dan wel een veel groter deel van het park worden gebruikt. o Omdat het grotere evenemententerrein in het oude profiel een groot deel van het park langdurig ontoegankelijk maakte en bewoners hier veel over hebben geklaagd, is op basis van de participatie het concept locatieprofiel in mei al zo aangepast dat – net als op alle andere locaties – nooit meer dan een kwart van de ruimte wordt gebruikt. De hinder voor de omgeving zal daardoor aanzienlijk afnemen – immers blijft daardoor een groot deel van het park voortaan ook tijdens de op- en afbouw én het evenement toegankelijk en wordt het maximale aantal bezoekers fors verlaagd. o Het Flevopark blijft wel – ook in de nieuwe opzet – een interessante en waardevolle plek voor evenementen. Het maximale aantal bezoekers is weliswaar lager dan in het oude profiel (10.000 i.p.v. 15.000), maar vooral voor een tweedaags evenement biedt het zeker mogelijkheden. Het voordeel van een tweedaags evenement is ook dat er maar 1 keer hoeft te worden op- en afgebouwd. o De derde dag die dan zou overblijven wordt mogelijk minder snel ingevuld omdat die minder makkelijk rendabel is te maken. Daarom is de suggestie van Stadsdeel Oost overgenomen om een dag over te hevelen naar Voorland Middenmeer.
Daar mag nu maximaal drie dagen per jaar een evenement met geluid plaatsvinden. Dat worden er straks vier; één dag van 20.000 bezoekers en drie dagen van 15.000 bezoekers. Door te kiezen voor maximaal twee dagen voor grote evenementen in het Flevopark wordt een goed compromis gevonden. Ad 2.c Aanpassing in het locatieprofiel Sloterpark: verhoging maximale bezoekersaantal; In het concept locatieprofiel Sloterpark dat in mei in de inspraak is gegaan, werd uitgegaan van een maximumaantal bezoekers van 15.000. Dat nieuwe aantal was gebaseerd op de adviezen van onder meer van de brandweer, maar het leidde tot vragen omdat dit terrein evenementen zijn vergund met 25.000 bezoekers (met gebruik van een deel van het terrein rond het buitenzwembad erbij). Naar aanleiding van inspraak van organisatoren en vragen over de juistheid van de calculaties, is er nog een keer goed gekeken door de brandweer en is gebleken dat er een fout is gemaakt: een aantal pontonbruggen dat standaard wordt neergelegd door organisatoren was niet meegenomen in de berekeningen.
a. Uit nieuwe berekeningen van de brandweer blijkt het mogelijk om in het park maximaal
23.760 bezoekers te ontvangen. Als ook (een deel van) het zwembadterrein wordt gebruikt is dat maximaal 25.000. Het maximale aantal bezoekers is conform die nieuwe berekeningen aangepast in het nieuwe locatieprofiel. b. Voor het gebruik van het zwembadterrein zijn afspraken gemaakt en vastgelegd in het profiel. Het terrein mag alleen worden gebruikt voor een evenement als het buitenbad tijdens op- en afbouw gewoon te gebruiken is. Alleen op de dag van het evenement zelf, en de dag erna vanwege schoonmaak, mag het buitenbad vanwege het evenement worden gesloten. c. Het binnenbad moet tijdens de hele periode open kunnen zijn. d. Dit is een werkbare afspraak voor de organisatoren en is in 2025 al op deze manier uitgevoerd bij een evenement.
11 Gegenereerd: v1.6
VN2025-012992 directie communicatie
RAAD Ad 2.d Aanpassingen in het locatieprofiel Tuinen van West; verlagen aantal dagen voor grote evenementen en invoeren ingroeinorm bezoekersaantallen. De belangrijkste wijziging in het locatieprofiel Tuinen van West is dat het aantal dagen dat er grote evenementen mogen plaatsvinden is verlaagd van 5 naar 3. Het aantal bezoekers blijft gehandhaafd op 15.000, maar er komt een ingroeimodel voor nieuwe organisatoren. Uit de buurt rond Tuinen van West zijn veel reacties gekomen van bewoners die helemaal geen (grote) evenementen meer willen op deze plek. Stadsdeel Nieuw West adviseert om geen evenementen met meer dan 2.000 bezoekers meer te vergunnen op deze plek.
a. Net als bij Flevopark geldt ook voor Tuinen van West dat er geen objectieve argumenten zijn
waaruit volgt dat hier geen (grote of kleine) evenementen zouden kunnen plaatsvinden. Het terrein ligt wat geluid betreft relatief gunstig. En met de juiste verkeersmaatregelen is ook de in- en uitstroom goed te managen, zeggen de adviseurs en experts. Ook hier geldt dat de praktijk uitwijst dat er, met de juiste maatregelen en een goede voorbereiding, veilig en goed evenementen kunnen plaatsvinden. b. Door het aantal dagen waarop die evenementen mogen plaatsvinden te verlagen naar drie (waarvan verplicht 1 weekend met 2 dagen) is wel tegemoet gekomen aan de bezwaren van omwonenden die stellen de afgelopen jaren veel vaker hinder te hebben ervaren van evenementen dan elders in de stad. c. Ten opzichte van het concept locatieprofiel dat in mei in de inspraak is gegaan, is wel nog een andere wijziging doorgevoerd. In dat eerdere concept profiel werd uitgegaan van een maximum van 12.500 bezoekers, in plaats van de huidige 15.000. Dat lagere aantal was gebaseerd op verschillende adviezen van brandweer en V&OR. d. Ook hier is naar aanleiding van inspraakreacties nog eens goed gekeken naar de berekeningen. Op basis daarvan stellen zowel verkeersadviseurs van de gemeente als de brandweer zich op het standpunt dat een evenement met 15.000 bezoekers veilig kan op deze plek. Dat beeld wordt ook ondersteund door de vergunningspraktijk. e.
Wel zijn er in de inspraak zorgen uitgesproken over de uitvoering door nieuwe organisatoren die minder goed op de hoogte zijn van wat er wordt gevraagd op het gebied van mobiliteit en crowd. Bij het evenement Keine Musik bleek deze zomer gebleken dat de locatie voor een nieuwkomer een uitdaging kan zijn. f. Daarom heeft het college besloten dat in het nieuwe profiel wordt uitgegaan van maximaal 15.000 bezoekers, maar wordt wel een ingroeimodel voor nieuwe organisatoren ingevoerd. Dat betekent concreet dat een organisator van een nieuw concept op deze locatie in het eerste jaar in beginsel maximaal 10.001 bezoekers vergund krijgt. Als dat goed verloopt, vooral op het gebied van crowd en mobiliteit, kan een volgende editie worden vergund met 12.500 bezoekers. Het jaar daarna kan dat onder dezelfde voorwaarden oplopen naar het maximum van 15.000 bezoekers. Ad 2.e Aanpassing in het locatieprofiel Museumplein: formalisering van het aantal dagen voor stedelijke evenementen met een belang voor de openbare orde, zoals huldigingen; Het Museumplein is een bijzondere evenementenlocatie, onder meer omdat deze plek wordt gebruikt voor evenementen met een grootstedelijk belang en die (mede) worden georganiseerd vanuit openbare orde overwegingen, zoals huldigingen en de viering van Oud en Nieuw.
Het locatieprofiel Museumplein is zodanig aangepast dat er in de toekomst ook ruimte blijft voor dit type, voor de stad zeer belangrijke, evenementen.
a. Met de invoering van de locatieprofielen in de omgevingswet wordt het complexer om af te wijken van het locatieprofiel, bijvoorbeeld om ruimte te maken voor een onvoorzien evenement zoals een huldiging. Daarom zijn in het nieuwe locatieprofiel Museumplein
12 Gegenereerd: v1.6
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
evenementendagen geoormerkt specifiek voor mogelijke huldigingen en de viering van de jaarwisseling. b. Met het toevoegen van deze dagen wordt de ruimte voor evenementen op deze plek niet substantieel uitgebreid, omdat de dagen alleen gebruikt mogen worden specifiek voor de benoemde evenementen. Dat betekent dat als er geen huldiging is voor Ajax of het Nederlands elftal (M/V), deze dagen niet voor iets anders kunnen worden gebruikt. Ad 2.f Aanpassing in een aantal locatieprofielen door het toevoegen van extra dagen voor grote evenementen. Voor het college was een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van de nieuwe locatieprofielen dat op plekken die er geschikt voor zijn tenminste drie dagen per jaar ruimte zou zijn voor grote evenementen. Op een aantal plekken die relatief geschikt zijn, is in de nieuwe profielen meer ruimte beschikbaar.
a. Zo geldt voor de N1-locatie dat na overleg tussen organisatoren en omwonenden vier in
plaats van drie dagen per jaar beschikbaar komen. Die vier dagen worden dan wel verplicht in twee weekenden van twee dagen beschikbaar gesteld, waardoor het aantal evenementen per jaar beperkt blijft. Wel mogen op die dagen inhoudelijk andere festivals plaatsvinden. Voor N1 geldt dat de locatie naar verwachting nog maar kort beschikbaar is, omdat er ontwikkelplannen voor zijn. b. In het profiel van Voorland/Middenmeer is ook een extra dag opgenomen. Dit is reeds beschreven onder 2.b c. Daarnaast voegt het college een extra dag toe aan de locatieprofielen van Sloterpark en Riekerhaven. Doel daarvan is vooral om de ruimte die op termijn gaat wegvallen door het verdwijnen van N1 (en later ook Riekerhaven) te compenseren. Voor Riekerhaven geldt dat het een tijdelijke locatie is, omdat hier op termijn nieuwe bouwprojecten worden ontwikkeld. De extra dag die hier wordt toegevoegd is dus ook tijdelijk. Voor Sloterpark geldt dat de extra dag wordt gekoppeld aan een bestaande beschikbare dag. Op deze locatie is daardoor voortaan twee keer per jaar ruimte voor een tweedaags evenement. d. Organisatoren hebben ook voor Tuinen van West gevraagd om een extra evenementdag (er wordt gevraagd om vier in plaats van drie dagen).
Het college wijst dit verzoek af omdat de locatie Tuinen van West de afgelopen jaren met vijf dagen per jaar in het locatieprofiel zwaarder is belast dan gemiddeld door grote evenementen. Ad 3. Vast te stellen de voorgestelde APV-wijziging De voorgenomen beleidswijziging vergt tevens een wijziging van de APV. Daarnaast worden een aantal technische aanpassingen doorgevoerd in de APV. Ad 3.a Overhevelen van de bevoegdheid van het vaststellen van de evenementenkalender van de burgemeester naar het college. Met het nieuwe beleid krijgt de evenementenkalender een tweede, meer beleidsmatige functie naast het maken van een overzicht aan de hand waarvan veiligheids-, hulp- en vervoersdiensten hun inzet kunnen instemmen. Vanaf 2026 (voor evenementenjaar 2027) wordt de kalender ook gebruikt als instrument om schaarse ruimte voor evenementen op een eerlijke manier te verdelen. Met deze beleidswijziging is het vaststellen niet meer alleen een openbare orde en veiligheidsinstrument (burgemeestersbevoegdheid) maar ziet deze ook op andere beleidsvlakken. Het ligt daarom voor de hand om de vaststelling van de evenementenkalender door het college te laten doen. Ad 3.b Bevoegdheid van het college voor het stellen van nadere regels voor de verdeling van schaarse ruimte voor evenementen.
13 Gegenereerd: v1.6
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
Een goede verdeling van schaarse ruimte vergt nadere uitwerking en nadere regels. Met de APVwijziging geeft u het college de bevoegdheid om nadere regels te stellen. Een voorstel voor de nadere regels is ter kennisname toegevoegd aan de stukken. In de nadere regels staat aan welke vereisten een verzoek om plaatsing op de evenementenkalender moet voldoen, welke werkwijze wordt gehanteerd in geval van schaarste, op basis van welke criteria de beoordeling plaatsvindt, hoe de kalender wordt vastgesteld, een evaluatiebepaling en de mogelijkheid tot het aanbrengen van wijzigingen aan de kalender door het college in uitzonderlijke situaties. Ad 3.c Omzetten van de experimenteerbepaling. Van 1 januari 2024 tot en met 1 september 2024 is geëxperimenteerd met het verhogen van het bezoekersaantal voor de uitzondering voor meldingsplichtige evenementen als bedoeld in artikel 2.41 van de APV. Om buurtgerichte, kleinschalige evenementen te stimuleren is geëxperimenteerd met het verruimen van de meldingsplicht van 100 bezoekers naar 250 bezoekers. Met de APVwijziging wordt het experiment overgezet in een definitieve bepaling. Deze aanpassing was eerst voorgesteld als nieuwe bepaling met de beleidswijziging in 2020.
In de inspraakperiode kwamen zorgen bij insprekers en stadsdelen naar voren over onder meer extra geluids-, afval- en/of stankoverlast, gebrek aan handhaving en oneigenlijk Daarom is besloten eerst gebruik te maken van de experimenteerbepaling. Tijdens het experiment zijn 66 meldingen voor kleine, buurtgerichte evenementen ingediend. Er is door stadsdeel Centrum voorzien in actief toezicht op deze kleine evenementen in alle stadsdelen. Vanuit het verrichte toezicht kan worden geconcludeerd dat de impact op de leefomgeving van deze verruiming in de meldingsplicht nihil is. Er zijn geen veiligheidsrisico’s gesignaleerd. Het oprekken van de voorwaarden voor een melding in plaats van een vergunning komt tegemoet aan de ambitie om de drempel te verlagen voor niet commerciële evenementen met een buurtgericht karakter. Ad 3.d. Veegbepaling Met de APV-wijzing worden ook enkele reparaties en verzamelde wijzigingen verwerkt. Ad 4. Kennis te nemen van het uitvoeringsprogramma evenementen dat voortvloeit uit de vaststelling van het beleid, waarvan de belangrijkste onderdelen zijn: Ad 4.a Nieuwe subsidiemogelijkheid onder de bestaande regeling. De voorgestelde maatregelen zoals opgenomen in besluitpunt 1.b van deze voordracht worden in het najaar verder uitgewerkt tot een nieuwe subsidieregeling onder het Evenementenfonds.
De uitgewerkte subsidieregeling met de nieuwe categorisering wordt aan het college voorgelegd ter vaststelling. Ad 4.b Nader onderzoek beheer locaties en huurtarieven evenemententerreinen. Op locaties waar een beheerder aanwezig is, zoals het Recreatieschap Noord Holland of de Stichting NDSM, blijkt in de praktijk dat er sprake is van beter contact tussen verschillende stakeholders voorafgaand, tijdens en na afloop van evenementen dan op locaties waar deze beheerfunctie ontbreekt. Op locaties met een beheerder, wordt de kennis over veiligheid, geluid en mobiliteit op een centraal punt bewaard en beschikbaar gesteld. Ook weten bewoners waar ze terecht kunnen met vragen en/of bezwaren. Uitgewerkt wordt op welke wijze beheer in de toekomst geborgd kan worden, voor die locaties waar de grote en complexe evenementen plaatsvinden. Ad 4.c Data en onderzoek (publieksonderzoek en buurtonderzoek in het kader van evaluaties).
14 Gegenereerd: v1.6
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
Om het bereik van de evenementen te kunnen bepalen en daar beter op te kunnen sturen is het van belang om te weten wie de Amsterdamse evenementen bezoeken. Gekeken wordt hoe dit publieksonderzoek op basis van het Culturele Doelgroepenmodel voor Amsterdam gestandaardiseerd kan worden in de evenementensector. Daarbij moeten afwegingen gemaakt worden of dit onderzoek verplicht wordt voor alle evenementen in de stad of alleen voor die evenementen waarvoor de plekken schaars zijn en waarvoor onder meer op basis van publieksbereik een afweging gemaakt moet worden wie een plek krijgt toegewezen. Ook moet worden bepaald of dit een jaarlijks of meerjarig onderzoek moet zijn en of het gebruik van de tool van Amsterdam & Partners hiervoor verplicht wordt gesteld of dat organisatoren een eigen tool kunnen gebruiken. Eventueel kan ervoor gekozen worden het publieksonderzoek van gratis evenementen (deels) te financieren of te subsidiëren. Ad 4.d Uitwerken van communicatieplan. In het nieuwe evenementenbeleid worden voorstellen gedaan voor de rollen en taken in de communicatie over evenementen. De gewenste verbetering van de communicatie over evenementen is het grootst als het SEB, de stadsdelen, VTH en de organisatoren dit gezamenlijk doen, en er ook extra tijd en aandacht aan besteden.
Voor de organisatoren van grote evenementen geldt dat bestaande voorwaarden op het gebied van communicatie zullen worden aangescherpt. Voor de stadsdelen, VTH en het SEB geldt dat de doelstellingen zullen leiden tot deels slimmere inzet van tijd en middelen en deels ook tot extra inspanningen. Uitgewerkt wordt hoe de onderlinge samenwerking en afstemming tussen SEB, de stadsdelen en VTH geoptimaliseerd kunnen worden voor de verschillende momenten in de evenementencyclus. Ad 4.e Implementeren van nieuwe werkwijze vergunningen. Vooruitlopend op de invoering van het nieuwe evenementenbeleid moeten er binnen het VTHproces aanpassingen worden doorgevoerd in zowel de te doorlopen procestappen, de – bij de procestappen behorende- formulieren en de handhavingsstrategie. De risicogestuurde benadering heeft impact op het VTH-proces. Voorgesteld wordt om in de tweede helft van 2025 ervaring op te doen met de risicoscan en op basis van de opgedane ervaringen het model aan te passen en/of verder te verfijnen en in 2026 door te vertalen naar (slimme) formulieren ten behoeve van het aanvraagproces. Voor de implementatie van dit onderdeel van het beleid zijn middelen noodzakelijk (zie memo Implementatiekosten). De implementatie van de risicoscan vereist aanpassing van het huidige (online) aanvraagformulier.
De hoogte van de benodigde middelen is afhankelijk van het ambitieniveau dat wordt nagestreefd. Ad 4.f Standaardiseren evaluaties Voorgesteld wordt om de evaluaties van evenementen en grote evenementenlocaties te standaardiseren. Deze evaluaties gaan een belangrijk onderdeel gaan uitmaken van de evenementencyclus voor zowel het vergunningenproces als het verdeelproces bij schaarste. Ad 4.g Werkproces en samenstelling van externe adviescommissie. Voor het vormen van de externe adviescommissie evenementen, moeten leden worden gezocht. De adviescommissie evenementen heeft als taak het op verzoek uitbrengen van advies over de in het beleid vastgestelde beoordelingscriteria voor aanmeldingen voor de evenementenkalender. Deze commissie adviseert aan het gemeentebestuur welke met elkaar concurrerende ingediende evenementenconcept prioriteit heeft. De leden van de commissie worden op persoonlijke titel benoemd. Zij worden voorgedragen door een selectiecommissie en benoemd door het college. Er moet een goede verdeling gemaakt worden van leden van de adviescommissie met kennis van de
15 Gegenereerd: v1.6
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
evenementensector, belangen van bewoners en belangen vanuit kunst en cultuur, waarmee de driehoek Sector-Stad-Cultuur goed vertegenwoordigd is in de commissie. Er wordt een werkproces uitgewerkt op basis waarin staat opgenomen wat de taken en bevoegdheden van de externe adviescommissie zijn. Ad 4.h Opstellen van een toegankelijkheidsplan. Om organisatoren te helpen bij het verbeteren van de toegankelijkheid van hun festival zal er een toegankelijkheidsplan opgesteld worden. Het doel van dit plan is inzicht te geven in verschillende soorten beperkingen en de maatregelen die organisatoren daarvoor kunnen nemen. Ad 5. Kennis te nemen van de nota van beantwoording. Ad 6. In te stemmen met het intrekken van beleidskaders stadsdelen, te weten: Stadsdeel Centrum: Buitenevenementen in de binnenstad – Evenementen in de openbare ruimte in stadsdeel Centrum (9 juni 2008) Handhavingsstrategie Overtredingen Evenementen 2024, stadsdeel centrum Stadsdeel West: Beleidskader voor evenementenvergunningen in stadsdeel West (2004) Ad 7. Kennisnemen van de volgende financiële consequenties van de invoering van het nieuwe evenementenbeleid: Het nieuwe beleid kan in basisvorm worden uitgevoerd met bestaande mensen en middelen. Het nieuwe evenementenbeleid zorgt voor grote wijzigingen in de manier van werken op het gebied van vergunningen, subsidies en het opstellen van de kalender.
Op onderdelen zal het nieuwe beleid extra inzet en capaciteit vragen, terwijl op andere het nieuwe beleid zorgt voor meer ruimte voor maatwerk en dus kan leiden tot besparingen. Op dit moment is de inschatting dat het nieuwe beleid ingevoerd én uitgevoerd kan worden met de op dit moment beschikbare mensen en middelen. Daar moet wel bij worden aangetekend dat het dan gaat om een basisvorm van het nieuwe beleid. Voor een betere uitwerking zijn de komende jaren mogelijk wel extra investeringen nodig. Het kalenderproces wordt bijvoorbeeld op een geheel nieuwe manier ingericht. Het proces start eerder en vraagt extra inzet, zowel ambtelijk in het voortraject, als door de nieuw te installeren externe adviescommissie, die het college moet gaan adviseren over een goede verdeling van de schaarse ruimte voor grote evenementen. Die taak kan worden uitgevoerd met de bestaande middelen. Ook voor het vergunningverleningsproces geldt dat er veel gaat veranderen. Zo zal de nieuw in te voeren risicoscan enerzijds tot extra werk leiden, maar kan het ook leiden tot minder inzet en capaciteit als door een goede risico-inschatting meer maatwerk ontstaat in het vergunningsproces. Concreet: als een organisator niet een speciaal geluidsplan of mobiliteitsplan hoeft in te dienen, hoeft de vergunningverlener het ook niet te controleren.
Op dit moment is nog moeilijk in te schatten welke effecten de nieuwe werkwijze precies zal hebben, maar ook hier is de verwachting dat het met de bestaande capaciteit kan. Wel is al duidelijk dat de kwaliteit van het werk zou kunnen
16 Gegenereerd: v1.6
VN2025-012992 directie communicatie
RAAD worden verbeterd als er een evenementendashboard wordt ontwikkeld, waar alle stukken zijn in te zien: vergunningen, evaluaties, adviezen etc. Voor de ontwikkeling van zo’n dashboard zijn op dit moment geen middelen beschikbaar, maar het ontbreken daarvan staat de invoering van het nieuwe beleid niet in de weg. Ook de veranderingen in het subsidieproces zullen leiden tot een nieuwe werkindeling; de extra subsidiemogelijkheden zullen leiden tot extra aanvragen die moeten worden beoordeeld. Maar daar staat tegenover dat het toekennen van meerjarige subsidies weer kan leiden tot een besparing. De verwachting is dat er netto wat extra taken bij zullen komen, maar dit kan worden opgevangen binnen de huidige capaciteit en begroting. Het feit dat voor de nieuwe subsidiemogelijkheden (nieuwe initiatieven en extra ondersteuning bestaande initiatieven) nog maar voor twee jaar dekking is (2027 en 2028). Voor de nieuw ontwikkelde subsidiemogelijkheden geldt dat deze ook kunnen worden uitgevoerd bij de invoering van het nieuwe beleid. Belangrijke kanttekening hier is wel dat er vooralsnog voor slechts twee jaar dekking is voor deze nieuwe regeling: alleen voor 2027 en 2028 is gezamenlijk 500.000 euro per jaar beschikbaar voor de ondersteuning van nieuwe initiatieven en de extra ondersteuning van evenementen met een grote maatschappelijke waarde.
Het gevolg van het ontbreken van een structureel budget voor deze nieuwe subsidiemogelijkheden is dat de subsidies niet meerjarig kunnen worden uitgekeerd, maar daarnaast ook dat als er geen budget meer is er vanaf 2029 ook geen nieuwe aanvragen in behandeling genomen kunnen worden. Voor de invoering van het nieuwe beleid is dat echter op dit moment geen beletsel. Het feit dat voor een betere uitwerking van het nieuwe beleid de komende jaren nog extra investeringen nodig zijn, onder meer voor een evenementendashboard waarin alle partijen samen kunnen werken, beter beheer van locaties en extra capaciteit voor verbeterde communicatie. Onder Ad 1. Is al benoemd dat het nieuwe evenementenbeleid effectiever en beter zou kunnen gaan werken met een aantal extra investeringen, en is concreet een investering in een dashboard voor evenementen genoemd. Ook zonder zo’n dashboard kan het nieuwe vergunningsbeleid van de wal, maar met een dashboard kan beter, sneller en scherper worden gestuurd op vergunningsprocessen – zoals het tijdig verlenen van de vergunningen. Ook kunnen alle relevante dossiers – van adviezen tot evaluaties – rond een evenement worden gebundeld, waardoor betere en duidelijkere keuzes kunnen worden gemaakt. En voor alle partijen is ook van dag tot dag zichtbaar welke evenementen plaatsvinden en waar de risico’s precies zitten.
Een voorstel voor de ontwikkeling van zo’n dashboard wordt de komende periode uitgewerkt, maar vooralsnog ontbreken dus de middelen om dat ook uit te voeren.
Datzelfde geldt ook voor een andere bestuurlijke wens: het verbeteren van de communicatie rondom evenementen. In het communicatieplan dat nu voorligt worden al veel stappen gezet om Amsterdammers beter, eerder en duidelijker te formuleren over communicatie, en de verwachting is dat met de bestaande middelen en inzet een goede verbeterslag kan worden gemaakt. Maar het verder verbeteren van de communicatiefunctie vraagt nog wel extra investeringen. En tot slot wordt nog onderzocht hoe het beheer van locaties – en de afstemming met organisatoren, omwonenden en andere belanghebbenden – kan worden verbeterd. Bij bijvoorbeeld de NDSM is goed zichtbaar wat goed locatiebeheer kan toevoegen, en ook in Westerpark zijn hier
17 Gegenereerd: v1.6
RAAD
VN2025-012992 directie communicatie
positieve ervaringen mee. Het zou interessant zijn om die manier van werken te kopiëren naar andere locaties voor grote evenementen. Tegelijkertijd zijn er ook nieuwe werkwijzen uit te werken die nog meer verschil zouden kunnen maken. Plannen hiervoor zijn in ontwikkeling, maar nu is al wel duidelijk dat geen budget beschikbaar is voor eventuele investeringen die daarvoor nodig zijn. AFDOENING MOTIES en TOEZEGGINGEN MOTIE TA2024-000885 van de leden Hirsch, Van der Veen, Bobeldijk, Kabamba, Garmy, Veldhuyzen, Khan, Emmerik: Meer status en mogelijkheden voor gratis en inclusieve festivals; Het college wordt verzocht om in samenspraak met betrokken organisaties te onderzoeken welke maatregelen kunnen worden getroffen én hoe er specifieke ondersteuning beschikbaar kan worden gemaakt voor festivals en evenementen die bijdragen aan inclusie en toegankelijkheid voor alle inwoners: ongeacht hun achtergrond of financiële situatie. Daarbij in te gaan op de vragen: 1) of een specifiek fonds kan worden opgericht voor inclusieve, gratis en betaalbare festivals, 2) waar regelgeving kan worden vereenvoudigd en 3) waar verder mogelijkheden liggen om kosten te verlagen. En de uitwerking hiervan te laten landen in het nieuwe evenementenbeleid.