EVMRA-2021.pdf
Tekst van het document
IJmond
Zaanstreek-Waterland
Almere-Lelystad
ZuidKennemerland
Amsterdam
Amstelland-Meerlanden Gooi en Vechtstreek
Kerngegevens Metropoolregio Amsterdam Kerngegevens Metropoolregio Amsterdam 2012 20132015 2014 2016 2015 2017 2016 2017 2020* 2014 2018 2018 20192019* 2020 2021*
Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2021
Nederland Nederland Bbp in mrd euro (marktprijzen, nominaal) 678,9 678,0 687,7 701,1 716,5 737,0 756,9 Bbp in mrd euro (marktprijzen van 2019) 725,3 739,8 756,1 778,0 796,7 810,2 Reële bbp groei in % (CBS, CPB) –1,0 –0,1 1,4 2,0 2,2 2,9 2,7 Reële bbp-groei in % (CBS, CPB) 1,4 2,0 2,2 2,9 2,4 2,0
2022*
780,3 1,5 1,5 -3,8 3,9
3,5
Metropoolregio Amsterdam Metropoolregio Amsterdam Brp in mrd euro (marktprijzen, nominaal) 126,9 129,0 134,2 138,8 144,1 149,1 154,2 158,5 162,1 Brp in mrd euro (marktprijzen van 2019) 139,6 144,6 150,1 156,1 163,0 167,5 155,7 Reële brp groei in % –0,6 1,6 4,1 3,4 3,8 3,5 3,4 2,8 2,3 Reële brp-groei in % 3,4 3,6 3,8 4,0 4,4 2,8 -7,1 4,1
4,2
Werkgelegenheid Werkgelegenheid Werkzame personen (x 1.000) Werkzame personen (x 1.000) Groei in % Groei in %
1.379 1.382 1.386 1.440 1.453 1.485 1.537 1.573 1.594 1.385 1.440 1.461 1.490 1.541 1.570 0,2 0,2 0,3 3,9 0,9 2,2 3,5 2,4 1,3 0,3 4,0 1,5 2,0 3,4 1,9
Bevolking (x 1.000) 2.406 2.428 2.458 2.482 2.505 2.530 2.548 2.577 Bevolking (x 1.000) 2.376 2.393 2.412 2.434 2.458 2.482 2.505 2.530 2.551 Groei in % 0,8 0,9 1,2 1,0 0,9 1,0 0,7 1,1 Groei in % 0,8 0,7 0,8 0,9 1,0 1,0 0,9 1,0 0,9 Bevolking 15-74 jaar (x 1.000) 1.827 1.839 1.859 1.882 1.896 1.914 1.930 75,9 75,7 75,6 75,8 75,7 75,7 75,7 Als % van de bevolking Bevolking 15-74 (x 1.000) 1.792 1.816 1.830 1.841 1.860 1.879 1.898 1.920 1.939 (potentiële beroepsbevolking) Als % van de bevolking 75,4 75,9 75,9 75,6 75,7 75,7 75,8 75,9 76,0 Beroepsbevolking (x 1.000) 1.298 1.309 1.337 1.338 1.358 1.379 1.391 Als % van de potentiële beroepsbevolking 71,0 71,2 71,9 71,1 71,6 72,0 72,1 Beroepsbevolking (x 1.000) 1.281 1.302 1.300 1.309 1.336 1.338 1.356 1.384 1.407 (bruto participatiegraad) Participatiegraad 71,5 71,7 71,0 71,1 71,8 71,2 71,4 72,1 72,5 Werkloosheid (x 1.000) 99 90 81 66 54 49 59 Als % van de beroepsbevolking 7,6 6,9 6,1 4,9 4,0 3,6 4,2 Werkloosheid (x 1.000) 81 102 104 91 80 65 54 53 57 (werkloosheidspercentage)
2.599
Als % van de beroepsbevolking 6,3 7,8 8,0 7,0 6,0 4,9 4,0 3,8 4,0 *Prognose. Raming 2021 en 2022 o.b.v. toepassing multipliers “scenario 1” (zie kader 1.1) * Prognose. Voor werkzame personen is 2018 ook een prognose. Bron: CBS, CPBCPB en ING (bewerking en prognose TNO/Vrije Universiteit Amsterdam/SEO Economisch Onderzoek) Bron: CBS, (bewerking en prognose TNO/NEO Observatory)
0,8
Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting
6 9
1.
De economie van de MRA in vogelvlucht
19
1.1
Economische groei
21
1.2
Werkgelegenheid en werkloosheid
32
1.3
Toegevoegde waarde en werkgelegenheid per sector
34
1.4
Impact van corona
36
2.
Bevolking en arbeidsmarkt
43
2.1
Bevolking
47
2.2
Bruto-arbeidsparticipatie
51
2.3
Werkloosheid
63
2.4
Veranderingen in het arbeidsaanbod
69
2.5
Mobiliteit
72
3.
Structuur en concurrentiekracht
77
3.1
Economische ontwikkeling per sector en specialisatie
79
3.2
Bedrijvendynamiek
88
3.3
Arbeidsproductiviteitsontwikkeling
98
3.4
Energieverbruik
104
4.
Deelregio's van de MRA in vogelvlucht
115
4.1
Economische groei en arbeidsmarkt
117
4.2
Woningmarkt
127
5.
Kerncijfers per deelregio
135
5.1
Almere-Lelystad
138
5.2
Amstelland-Meerlanden
146
5.3
Amsterdam
154
5.4
Gooi en Vechtstreek
160
5.5
IJmond
166
5.6
Zaanstreek-Waterland
172
5.7
Zuid-Kennemerland
180
Bijlagen
187
Bijlage 1 Begrippenlijst
188
Bijlage 2 Gemeenten per regio, 2021
193
Bijlage 3 Afbakening economische sectoren
194
Bijlage 4 Woon-werkverkeer en verhuizingen
199
Bijlage 5 Referenties
203
Bijlage 6 Verantwoording
207
Colofon
208
Voorwoord Voor u ligt de tiende editie van de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam. De eerste editie van 2011 analyseerde de gevolgen van de kredietcrisis en de daaropvolgende Grote Recessie voor de Metropoolregio Amsterdam. Ook deze jubileumeditie is geschreven in het licht van een crisis, maar dan een van een geheel andere aard: de coronacrisis. Na een lange periode van economische groei werd de wereld begin 2020 overvallen door een virus dat ons stevig in zijn greep houdt. Ook in de Metropoolregio Amsterdam lag het openbare leven grotendeels stil. Zo konden we in 2020 de Economische Verkenningen niet live presenteren en op het moment van schrijven weten we niet of dit jaar een fysieke presentatie wel mogelijk is. Deze onzekerheid is tekenend voor deze crisis. Ondernemingen, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden moeten voortdurend rekening houden met meerdere scenario’s en onverwachte ontwikkelingen.
Kan mijn bedrijf na de volgende persconferentie van het kabinet wel open? Hoe ontvang ik mijn klanten? Heeft het zin te investeren in de volgende seizoenscollectie en kan ik me dat eigenlijk wel veroorloven? Mag ik mijn scholieren of studenten in een klaslokaal ontvangen of moet ik wéér les- of college geven via een schermpje? Hebben we genoeg capaciteit beschikbaar voor onze patiënten en kunnen we verantwoorde zorg bieden? Deze en soortgelijke vragen – en alle emoties die daarmee gepaard gaan – zijn al bijna twee jaar onderdeel van ons dagelijks bestaan. Editie 2019 van de Economische Verkenningen beschreef hoe de sterke economische groei in de regio voor verschillende knelpunten zorgde op, bijvoorbeeld, de arbeidsmarkt en woningmarkt, maar ook in het vormgeven van de energietransitie en een circulaire economie, het versnellen van de productiviteitsontwikkeling en een eerlijke verdeling van de welvaartsgroei. Niemand hield er toen rekening mee dat een jaar later de economie in sommige sectoren letterlijk tot stilstand zou komen als gevolg van een ongrijpbaar virus. Onze economie bleek kwetsbaarder dan wij konden bevroeden. De schok die de pandemie veroorzaakt, maakt bij sommigen het
6
Economische Verkenningen MRA 2021
vertrouwen in kennis, bewijsvoering en analyses fragiel. In een periode waarin voortdurend rekening gehouden moet worden met het onvoorstelbare, lijkt het soms gemakkelijker om ‘je eigen waarheid’ te creëren dan de complexe en ongemakkelijke werkelijkheid onder ogen te zien. Daarom is het verheugend dat we ook onder de huidige, onzekere omstandigheden een Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam kunnen publiceren. Dit rapport is immers al tien jaar een betrouwbare informatiebron voor iedereen die de toekomst van deze metropoolregio ter harte gaat. Deze editie laat zien dat er ondanks de forse negatieve gevolgen van de coronacrisis, sprake is van een weerbare en veerkrachtige regio. Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met een aantal gemeenschappelijke en structurele uitdagingen die om goed doordachte oplossingen vragen. Wij hopen dat ook deze editie voldoet aan de informatiebehoefte van velen. Naast dit rapport stellen wij ook onze database beschikbaar (www.metropoolregioamsterdam.nl/evmra) waarvan iedereen vrijelijk gebruik kan maken. Wij wensen u veel inspiratie toe en hopen dat deze editie bijdraagt aan het ontwikkelen van evidence based beleid en business cases en bijdraagt aan een goed geïnformeerd gesprek over het te voeren beleid en de investeringen die in het verschiet liggen.
Namens de stuurgroep Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam, Martijn van Vliet December 2021
Economische Verkenningen MRA 2021
7
Samenvatting Ten geleide Deze editie van de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam is een jubileumeditie. De eerste editie, van 2011, stond in het teken van de gevolgen van de Grote Recessie. Deze tiende editie ziet het licht onder een vergelijkbaar gesternte: een crisis. Maar de huidige crisis – de coronacrisis, voor de goede orde – heeft een totaal ander karakter en een geheel andere impact dan de Grote Recessie. In deze Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam trekken we eerste lessen uit de coronacrisis (waar we op het moment van schrijven overigens nog middenin zitten). Hoewel de onzekerheid over de uitweg kleiner is dan vorig jaar – toen nog niet duidelijk was of er op korte termijn een effectief vaccin voorhanden zou komen – zijn er ook op dit moment nog een fors aantal onzekerheden. Tegelijkertijd kennen de komende decennia een groot aantal structurele uitdagingen zoals de energietransitie, vergrijzing, en een vastgelopen woningmarkt die we in deze editie bespreken. Ook deze tiende editie van de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam bevat een analyse van de trends van de afgelopen jaren op het terrein van economie en arbeidsmarkt en een analyse van de structuur van de economie, inclusief aandacht voor het energieverbruik tegen de achtergrond van de energietransitie en de klimaatopgave.
Ook geven we een voorspelling van de te verwachten economische ontwikkeling op korte termijn. Net als vorig jaar richten we ons daarbij op de specifieke kwetsbaarheden van de economie van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) om uitspraken te kunnen doen over de impact van de coronacrisis en het te verwachten pad van herstel. De economie van de MRA in vogelvlucht De economie van de MRA kromp in 2020 met 7,1 procent en werd daarmee substantieel harder geraakt dan de Nederlandse economie (een krimp van 3,8 procent) en de EU27 (een krimp van 6,0 procent). De coronacrisis heeft in de MRA, Nederland en de EU27 tot een unieke economische krimp geleid. Maar het herstel blijkt ook relatief krachtig en dient zich veel sneller aan dan na de Grote Recessie.
Economische Verkenningen MRA 2021
9
Mede door de inzet van massale steunpakketten van de Nederlandse overheid, zijn de gevolgen voor de arbeidsmarkt in Nederland en de MRA beperkt gebleven en veerde de economie in de loop van 2021 weer krachtig op. Ook deze crisis toont de weerbaarheid en wendbaarheid van de MRA. De huidige verwachting is dat in de tweede helft van 2022 de omvang van de economie van de MRA weer terug is op het niveau van vlak voor het uitbreken van de coronacrisis. De krapte op de arbeidsmarkt is sneller terug dan verwacht. De relatief grote impact van de coronacrisis op de MRA laat zich goed verklaren door de sectorstructuur van de MRA. Deze wordt gekenmerkt door een oververtegenwoordiging van werkgelegenheid in sectoren die zwaar zijn geraakt door de contactbeperkingen die onderdeel waren van de coronamaatregelen, zoals Horeca, Cultuur, sport en recreatie en het toerisme. Daarnaast leunt de MRA relatief sterk op flexibele arbeid, waardoor veel arbeidsrelaties betrekkelijk eenvoudig opgezegd konden worden. Bovendien kenmerkt de regio zich door zeer internationaal georiënteerde bedrijvigheid die zwaar door de recessie is geraakt, zoals de sector Vervoer en opslag rondom Schiphol.
Anderzijds kent de regio ook sterke clusters waarvoor de overstap naar thuiswerken met relatief beperkte consequenties mogelijk was, zoals Informatie en communicatie, Financiële diensten en een deel van de Zakelijke diensten. Bij elkaar opgeteld resulteerde dit voor de MRA in een extra negatieve impact van de crisis op de economische groei. Met de geleidelijke afbouw van de coronamaatregelen in de loop van 2021 veerde de economie van de MRA weer snel terug. Toch zijn er redenen om aan te nemen dat het herstel van de MRA trager zal verlopen dan na de Grote Recessie (ook los van de nieuwe maatregelen die in de loop van november 2021 weer zijn doorgevoerd om de nieuwe opleving van besmettingen het hoofd te bieden). Zo zal de coronacrisis ook de komende jaren op het wereldtoneel voelbaar blijven, waardoor het internationale verkeer zich zeker op korte termijn beperkt zal herstellen. Het zakelijk verkeer zal ook op de lange termijn negatieve effecten ondervinden; door de coronacrisis werd (internationaal) videobellen (zoals Zoom) gemeengoed waardoor de noodzaak van internationale reizen waarschijnlijk structureel afneemt.
10
Economische Verkenningen MRA 2021
Onze verwachting is dat door de afwijkende structuur van de economie, het herstel in de MRA in 2021 een factor 1,06 groter zal zijn dan in heel Nederland en in 2022 een factor 1,19. De verwachte groei komt daarmee uit op 4,1 procent in 2021 en 4,2 procent in 2022. In het geval van nieuwe, aangescherpte coronamaatregelen valt deze groei naar verwachting ongeveer een 0,5 procentpunt lager uit. Deze verwachting is omgeven met een aantal neerwaartse risico’s en onzekerheden. Een eerste onzekerheid is hoe de impact en de verspreiding van het coronavirus en de effectiviteit van vaccins op de lange termijn, zich in de komende tijd zullen ontwikkelen. De oplopende schaarste aan grondstoffen in combinatie met geopolitieke ontwikkelingen maakt stijgende prijzen van grondstoffen en halffabricaten aannemelijk. Dit leidt tot onzekerheid en een traag herstel van investeringen. Ook zijn de economische verschillen binnen de Europese Unie zichtbaarder geworden. Hiervoor zijn vooralsnog geen adequate antwoorden gevonden, waardoor nieuwe problemen in de eurozone op termijn niet uit te sluiten zijn. Ook de ontwikkelingen op aandelenbeurzen, ingegeven door een ruimhartig monetair beleid, vormen een risico.
Centrale banken worstelen met de vraag hoe tot een geleidelijke afbouw van het ruimhartige monetair beleid te komen om zodoende het risico van oplopende inflatie te beperken zonder een schuldencrisis of beurskrach in de hand te werken. Bevolking en arbeidsmarkt De bevolking van de MRA groeide in 2020 met 18 duizend personen. Met een toename van 10 duizend werklozen heeft de coronacrisis de arbeidsmarkt iets ruimer gemaakt, maar in 2021 beweegt de arbeidsmarkt zich weer snel richting krapte. In het tweede kwartaal van 2021 was de werkloosheid terug op het niveau van eind 2019 (3,2 procent van de beroepsbevolking) en was de vacaturegraad met 39 openstaande vacatures per 1.000 banen hoger dan in 2019. De werkloosheid ligt daarmee – zelfs vlak na een forse recessie – lager dan het niveau van vlak vóór de Grote Recessie van 2008. Steeds meer mensen verlaten de MRA om zich elders in Nederland te vestigen en deze groep is groter dan het aantal mensen uit andere Nederlandse regio’s dat zich in de MRA vestigt. Tegelijkertijd
Economische Verkenningen MRA 2021
11
neemt het buitenlandse migratiesaldo toe. Beide trends zijn door de coronacrisis enigszins afgeremd, maar zorgen nog altijd voor een veranderende bevolkingssamenstelling van de MRA. Deze ontwikkeling onderstreept enerzijds de internationale aantrekkingskracht van de regio en anderzijds de krapte op de woningmarkt die – mogelijk versterkt door de toegenomen mogelijkheden van thuiswerken – tot verhuizingen naar gemeenten buiten de MRA leidt. Het werkloosheidspercentage in de MRA ligt in 2020 als gevolg van de coronacrisis niet meer onder, maar boven het landelijk gemiddelde (4,2 versus 3,8 procent). Dit wordt in belangrijke mate verklaard doordat de werkloosheid onder laag- en middelbaar opgeleiden hoger ligt dan in Nederland. Voor ouderen, jongeren, hoogopgeleiden en inwoners van de MRA met een migratieachtergrond ligt de werkloosheid juist lager. De impact van de coronacrisis is relatief groot voor laagopgeleiden en flexwerkers; zij hebben een belangrijk deel van de schok van de coronacrisis opgevangen. De omvang en de stijging van het aandeel van zzp’ers zijn in de MRA groter dan landelijk. Dit maakt de economie van de MRA zowel wendbaarder als kwetsbaarder en illustreert de kern van het debat over de hervorming van de arbeidsmarkt. De toename van de bruto-arbeidsparticipatie die we waarnamen in 2019 is in de MRA in 2020 gestagneerd.
Nog steeds ligt de arbeidsparticipatie – ook die van inwoners met een migratieachtergrond – in de MRA hoger dan in de rest van Nederland. Dat laat onverlet dat er duidelijke verschillen zijn in werkloosheid en participatie tussen regio’s en groepen op de arbeidsmarkt. Juist onder jongeren zagen we dat veel van hen in 2020 bleven studeren. De verwachting is dat juist onder die groep de arbeidsparticipatie in de nabije toekomst weer snel zal terugveren. Hardnekkig zijn de lage participatie en relatief hoge werkloosheid onder laagopgeleiden. Tegen de achtergrond van de oplopende krapte op de arbeidsmarkt, onderstreept deze situatie het grote belang van investeren door werknemers, werkgevers, kennisinstellingen en overheden in scholing en sociale relaties (human capital) gedurende de gehele levensloop van een werknemer. Dit geldt in belangrijke mate voor vitale beroepen in de zorg en het onderwijs, maar ook voor de arbeid die nodig zal zijn voor de grote transities in de gebouwde omgeving en ten aanzien van duurzaamheid.
12
Economische Verkenningen MRA 2021
Economische structuur en concurrentiekracht De concurrentiepositie van de MRA is onverminderd sterk. In de MRA is de productiviteit hoger dan elders in Nederland en groeien sectoren over het algemeen sneller dan vergelijkbare sectoren in Overig Nederland. Deze groeiverschillen worden overwegend veroorzaakt door verschillen binnen sectoren: de meeste sectoren groeien in de MRA harder dan elders in Nederland. Daarnaast is de MRA als hoogwaardige diensteneconomie gespecialiseerd in sectoren die bovengemiddeld snel groeien. Zo draagt ook de samenstelling van de economie bij aan de snellere groei van de MRA ten opzichte van het landelijke beeld. De aantrekkingskracht van de MRA zien we terug in de bedrijvendynamiek. In de afgelopen tien jaar is het aantal bedrijven in de MRA sterker gestegen dan in Nederland. Dit geldt voor bedrijven in alle grootteklassen: eenmanszaken, microbedrijven (twee tot tien werkzame personen) en grotere bedrijven van tien werkzame personen en meer. Bedrijven gingen gedurende deze periode minder vaak failliet in de MRA dan in Nederland. Zelfs in coronajaar 2020 nam in de MRA het aantal bedrijfsvestigingen toe. Er werden meer vestigingen geopend dan er gesloten werden en dit saldoverschil was het grootst voor de sector Detailhandel, waar veel webshops zijn opgericht naast bestaande fysieke winkels. De MRA heeft een relatief fors energieverbruik.
Dit stelt de regio de komende jaren voor grote uitdagingen om te kunnen voldoen aan de afspraken in het klimaatakkoord. Evengoed zijn de eerste stappen richting klimaatneutraliteit in de data zichtbaar. In de MRA is sprake van een absolute ontkoppeling van het energieverbruik: ondanks de groei van de toegevoegde waarde, daalt het totale finaal energieverbruik (2010-2019). We zien hier trends die zich in de komende jaren versterkt door zullen moeten zetten. Zeker ook tegen de achtergrond van de Europese klimaatambities die op dit moment verder strekken dan de Nederlandse, wat onze samenleving de komende jaren voor nog grotere uitdagingen zal stellen. Tegelijkertijd neemt het elektriciteitsverbruik sinds 2015 sterk toe als gevolg van de elektrificatie van het energiegebruik (elektrisch vervoer, warmtepompen) en de groei van het aantal nieuwe aansluitingen voor bedrijven (waaronder datacenters) en woningen. Economische Verkenningen MRA 2021
13
De coronacrisis heeft opnieuw zichtbaar gemaakt dat de MRA door haar structuur in tijden van crisis enerzijds kwetsbaar is ten opzichte van Overig Nederland en anderzijds weerbaar en flexibel. De uitgangspositie van de MRA blijft uiteindelijk onverminderd sterk, maar de regio heeft evengoed een aantal grote, structurele uitdagingen. Zo zijn er grenzen aan het vasthouden van de bovengemiddelde groei door inzetten op agglomeratie-effecten. De relatief snelle groei die zo kenmerkend was voor de MRA in de afgelopen decennia, zal daarmee onder druk komen te staan. Dit wordt de komende jaren waarschijnlijk versterkt doordat de coronacrisis naar verwachting de komende jaren wereldwijd gevolgen zal blijven hebben. Dit zal gevolgen hebben voor onder andere het internationale toerisme, leveringszekerheid in waardeketens, prijzen van halffabricaten en de luchtvaart die de MRA relatief sterk zullen blijven raken. Ook de tekorten aan arbeid en de afnemende groei van arbeidsproductiviteit beperken de economische groei. De komende periode zal dan ook benut moeten worden om structurele antwoorden te formuleren op de grote uitdagingen voor de lange termijn rondom het stimuleren van arbeidsproductiviteit en verduurzaming.
Keuzes met betrekking tot de gebouwde omgeving, transport en toerisme kunnen een centrale rol spelen in het benutten van de crisis om op lange termijn de structuur van de economie te versterken en te verduurzamen met behoud van een inclusieve arbeidsmarkt. Daarbij blijkt de praktijk weerbarstig. Gevestigde belangen, ook in de MRA, zijn groot en zullen met het oog op de noodzakelijke transities en structurele veranderingen ter discussie gesteld moeten worden. En juist in perioden van grote schaarstes op de arbeidsmarkt en politieke versplintering leert de geschiedenis ons dat dat niet eenvoudig is. Ontwikkelingen in deelregio’s De coronacrisis had een grote impact op het brp van de MRA, met name in de deelregio’s Amstelland-Meerlanden (–13,8 procent) en Amsterdam (–6,4 procent). Hoewel de werkloosheid iets opliep, is de werkloosheid in alle deelregio’s nog altijd bijzonder laag (variërend van 3,0 procent in Gooi en Vechtstreek tot 5,3 procent in Amsterdam). Ook de krapte op de arbeidsmarkt is overal groot. De langetermijndynamiek van de regio kenmerkt zich door een verschuiving van het brp naar de regio’s Amsterdam en Amstelland14
Economische Verkenningen MRA 2021
Meerlanden (in 1995 tezamen 62,7 procent van het totale brp van de MRA en in 2020 71,3 procent). Hetzelfde geldt, in minder sterke mate, voor de werkgelegenheid (een toename van het aandeel van Amsterdam en Amstelland-Meerlanden van 59,9 procent naar 65,1 procent in 2019). Deze ontwikkeling illustreert ook de concentratie van hoogproductieve werkgelegenheid in deze twee deelregio’s. De aandelen van de bevolking blijven duidelijk achter bij deze concentraties, met aandelen van 47,2 procent in 1995 en 48,2 procent in 2020. De arbeidsmarkten van alle deelregio’s profiteren van de relatief gunstige ontwikkeling van de MRA als geheel. Met name in Zaanstreek-Waterland, IJmond, Zuid-Kennemerland en Gooi en Vechtstreek was de werkloosheid bijzonder laag met percentages van minder dan 4 procent. Hieruit spreekt de sterke onderlinge verbinding van de arbeidsmarkten van de deelregio’s, die zich uit in forse woonwerkpendelstromen binnen de MRA. Overigens zien we na 2014 ook een toenemende pendel van mensen vanuit overige delen van het land naar hun werkplaats in de MRA, met name naar Amsterdam en Amstelland-Meerlanden, terwijl de verhuisbewegingen zich in 2019 per saldo in de richting van Overig Nederland bewegen (56 duizend personen verlieten de regio en 46 duizend personen vestigden zich vanuit Overig Nederland in de MRA).
Dit wijst op een – met elkaar samenhangende – toenemende schaarste aan arbeid en woningen in de MRA. De coronapandemie lijkt weinig invloed te hebben op de huizenprijzen in de MRA: de stijgende trend zette door in 2020. Dit onderstreept dat de slechte toegankelijkheid van de woningmarkt anno 2021 een van de grote problemen is van ons land. Het betreft hier een complex probleem dat een cocktail aan maatregelen vereist. Te denken valt onder andere aan het verder afbouwen van de hypotheekrenteaftrek (een subsidie op zowel het kopen van een huis als het aangaan van schuld), het verschuiven van de belastingbasis van de mobiele factor ‘arbeid’ naar de immobiele factor ‘grond’ en het vereenvoudigen van nieuwbouw van huur- en koopwoningen. Hoewel nieuwbouw een deel van de oplossing is, is het verbeteren van de doorstroom op de woningmarkt een nog effectievere oplossing. Dit wordt onderstreept door het feit dat in de meeste deelregio’s van de MRA de woningvoorraad gemiddeld sneller toenam dan de bevolking. Er is dus sprake van een daling van het aantal bewoners per woning Economische Verkenningen MRA 2021
15
(alleen in Amstelland-Meerlanden blijft de ontwikkeling van de woningvoorraad achter bij de bevolkingsgroei; in Gooi en Vechtstreek namen de bevolking en woningvoorraad in een ongeveer gelijk tempo toe). De oplopende krapte op de woningmarkt wordt met andere woorden in sterke mate bepaald door het feit dat huishoudens kleiner worden (meer eenpersoonshuishoudens), waardoor een toenemende woningbehoefte voor specifieke groepen ontstaat. Denk bijvoorbeeld aan alleenstaanden (al dan niet na een scheiding of overlijden), stellen zonder kinderen die hun eerste eigen woning zoeken met een relatief beperkt budget, en studenten. De krapte op de woningmarkt hangt dan ook voor een belangrijk deel samen met enerzijds allocatieproblemen (mismatches tussen vraag en aanbod; ofwel de vraag of mensen wonen in het type woning van hun voorkeur en op de locatie waar zij het liefst zouden willen wonen), en anderzijds doorstroming. Blik op de toekomst Waar het herstel van de coronacrisis er voor Nederland en ook de MRA gunstig uitziet, stellen de vooruitzichten voor de (middel) lange termijn de regio voor grote uitdagingen. De sterk opgelopen staatsschuld in combinatie met hoge hypotheekschulden kan in de toekomst problematisch worden, met name als de rente gaat stijgen.
En nog belangrijker is dat de potentie die we in de lente van 2020 zagen om deze crisis te gebruiken om de bakens nu echt te verzetten (zie bijvoorbeeld de editie van 2019 met als belangrijke conclusie dat het groeimodel van de MRA onder druk staat) slechts in zeer beperkte mate is benut. De grote transities richting een digitale, klimaatneutrale en volledig circulaire economie in 2050 staan op de agenda, maar vooruitgang is traag en gevestigde belangen zijn groot en blijken weerbarstig. Het bestrijden van de coronacrisis werd belangrijker gevonden dan het verzetten van de bakens. Oftewel – indachtig de Schumpeteriaanse notie van creatieve destructie – de potentiële destructie hebben we weten te keren, met als keerzijde dat creatie van broodnodige nieuwe bedrijvigheid ook beperkt bleef.
vertrouwen en een volwaardige samenwerking met het Rijk op voet van gelijkwaardigheid. Juist in een periode waarin een kabinet wordt geformeerd en gemeenteraadsverkiezingen aanstaande zijn, zijn het besef van het belang en de meerwaarde van samenwerking op gepaste schaalniveaus en het voorkomen van beleidsconcurrentie van groot belang. Voortgaande samenwerking op het gebied van zowel arbeids- als woningmarkt, het sociale domein, vestigingsklimaat als infrastructuur- en verduurzamingsopgaven, is van essentieel belang om de grote uitdagingen van de komende decennia het hoofd te bieden en scherpe keuzes te maken die de regio als geheel ook voor toekomstige generaties die aantrekkelijke metropoolregio laten blijven. De ambities voor de lange termijn van verduurzaming van ons economisch systeem, het blijvend investeren in het verdienvermogen van onze economie en het zorg dragen voor een eerlijke verdeling van onze welvaart vanuit het principe van kansengelijkheid voor iedereen ongeacht achtergrond, verdienen daarbij prioriteit en zijn een grote opgave voor Rijk, provincies, regio’s en gemeenten.
Voor deze uitdagingen geldt het adagium ‘samen sterk’. De ingeslagen weg van uitbouw van onderlinge samenwerking tegen de achtergrond van decentralisaties van beleid biedt een wenkend perspectief, maar vergt ook blijvende investeringen in onderling 16
Economische Verkenningen MRA 2021
Economische Verkenningen MRA 2021
17
1 n
n
n
n
n
De economie van de MRA in vogelvlucht De economie van de MRA heeft in 2020 een unieke krimp doorgemaakt van 7,1 procent. Dit is 3,3 procentpunt groter dan de nationale krimp. De gevolgen van de coronacrisis voor werkgelegenheid en werkloosheid zijn door de massale inzet van overheidssteun in de MRA en Nederland beperkt gebleven. In de loop van 2021 zien we een geleidelijk herstel van vertrouwen, maar er zijn structurele onzekerheden over zowel het (internationale) verloop van de coronacrisis als het herstel van de wereldeconomie. De verwachting is dat de economie van de MRA in 2021 met een factor 1,06 sterker zal groeien dan de Nederlandse economie en dat die factor in 2022 oploopt naar 1,19. De verwachte groei voor de MRA komt daarmee in 2021 en 2022 uit op respectievelijk 4,1 en 4,2 procent. De krimp die het gevolg was van de coronacrisis zou dan in de MRA eind 2022 teniet zijn gedaan. Er is daarmee sprake van een snel en krachtig herstel, zij het met een aantal neerwaartse risico’s. Ook deze crisis toont de weerbaarheid en wendbaarheid die de economie van de MRA de afgelopen decennia kenmerkten. De zakelijke dienstverlening (inclusief ICT) is zelfs door een groeifase gegaan, hoewel andere delen van de diensteneconomie wel zwaar zijn geraakt (met name flexwerkers en jongeren merken hiervan de gevolgen).
Ontwikkelingen buiten de MRA zijn in sterke mate bepalend voor de ontwikkelingen in de regio.
Economische Verkenningen MRA 2021
19
In dit hoofdstuk bespreken we in vogelvlucht recente economische ontwikkelingen in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). We beschrijven de ontwikkeling van het bruto regionaal product (brp), de werkgelegenheid en de werkloosheid. Daarbij maken we een eerste evaluatie van de impact die de coronacrisis heeft gehad op de economie van de regio. We gaan ook in op de verwachtingen voor 2021 en 2022, hoewel die nog steeds met grote onzekerheid zijn omgeven. Ook bekijken we welke sectoren in het bijzonder hebben bijgedragen aan de economische groei en werkgelegenheid in de MRA in de periode voorafgaand aan de corona-uitbraak (20132019). Daarnaast bespreken we enkele voor de MRA relevante ontwikkelingen in Nederland, Europa en de wereld, aangezien de nationale economische context en internationale ontwikkelingen meer dan ooit grote invloed hebben op het reilen en zeilen van de MRA.
1.1 Economische groei De economie van de MRA is in 2020 in zowel absolute als relatieve zin hard geraakt. Waar de groei in 2019 met 2,8 procent nog beduidend hoger was dan die in Nederland (2,0 procent) en de EU27 (1,6 procent), werd het jaar 2020 gekenmerkt door een krimp van 7,1 procent, terwijl in datzelfde jaar de economie van Nederland met 3,8 procent kromp en die van de EU27 met 6,0 procent (zie figuur 1.1). De oorzaken van deze relatief sterke krimp zijn in belangrijke mate toe te schrijven aan de unieke structuur van de economie van de MRA. Een structuur die enerzijds een bron is geweest van het succes van de regio in de afgelopen decennia, maar anderzijds in tijden van economische tegenwind tot forse terugval leidt. We zagen dit patroon tijdens de Grote Recessie die begon in 2008 en ook nu is dit patroon weer zichtbaar. Het internationale karakter van de regio, de oververtegenwoordiging van bedrijven die sterk van de internationale conjunctuur en bijvoorbeeld internationale bezoekers afhankelijk zijn en de oververtegenwoordiging van flexwerkers, zijn zowel een bron van kracht als van kwetsbaarheid, afhankelijk van de stand van de conjunctuur.
Toch leidt een eerste voorzichtige evaluatie van de gevolgen van de coronacrisis tot een relatief gunstig beeld.1 De massale steunpakketten die de Nederlandse overheid beschikbaar stelde, hebben de economie ruim een jaar als het ware in de diepvries gezet. Dit was nodig om de gezondheidscrisis onder controle te krijgen. De unieke omvang van de steunpakketten heeft weliswaar tot een forse toename van de overheidsschuld geleid, maar ook tot een relatief beperkte toename van economische onzekerheid waardoor de schade beperkt is gebleven. De vraaguitval die het gevolg had kunnen zijn van de economische crisis die op de gezondheidscrisis had kunnen volgen, is in belangrijke mate binnen de perken gebleven. Het beeld dat op dit moment opdoemt is dat van een economie die na ruim een jaar
1
20
Economische Verkenningen MRA 2021
We wagen ons in deze Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam niet aan een volledige evaluatie voor de MRA zoals bijvoorbeeld recent door KPMG voor Nederland is uitgevoerd (KPMG, 2021), maar beperken ons tot de economische gevolgen.
Economische Verkenningen MRA 2021
21
in de vrieskist te hebben gezeten, zeer snel ontdooit en zich verder ontwikkelt – met ruim een jaar vertraging – op het pad waar deze zich voor de uitbraak van de pandemie bevond.
gevonden dan het verzetten van de bakens. Oftewel – indachtig de Schumpeteriaanse notie van creatieve destructie – de potentiële destructie hebben we weten te keren, met als keerzijde dat creatie van broodnodige nieuwe bedrijvigheid ook beperkt bleef.
Dankzij de relatief goed ontwikkelde IT-infrastructuur konden veel groepen in de samenleving de overstap naar thuiswerken relatief eenvoudig maken. Ook de flexibiliteit op de arbeidsmarkt hielp. Desondanks zijn werknemers in sectoren waarin overschotten ontstonden, niet heel soepel in andere sectoren terechtgekomen en zijn de tekorten aan ICT-personeel, installateurs, zorgpersoneel en leerkrachten alleen maar verder toegenomen. Ook zijn forse offers gevraagd van met name jongeren. De langetermijngevolgen van het sluiten van onderwijsinstellingen (van basisscholen tot en met universiteiten) zijn op dit moment moeilijk voorspelbaar, maar de groep die het minst vatbaar was voor de gezondheidsgevolgen van de pandemie heeft relatief sterk de gevolgen ondervonden van de contactbeperkingen die zijn ingesteld. De effecten daarvan zijn extra groot voor kinderen die opgroeien in relatief kwetsbare posities. Voor de (middel)lange termijn is de eerste voorzichtige evaluatie minder gunstig. Hierboven spraken we al over de gevolgen voor jongeren en de ontwikkeling van hun menselijk kapitaal.
De sterk opgelopen staatsschuld in combinatie met hoge hypotheekschulden kan in de toekomst problematisch worden, met name als de rente gaat stijgen.2 En nog belangrijker is dat de potentie die we in de lente van 2020 zagen om deze crisis te gebruiken om de bakens nu echt te verzetten (zie bijvoorbeeld de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2019 met daarin als belangrijke conclusie dat het groeimodel van de MRA onder druk staat), slechts in zeer beperkte mate is benut. De grote transities richting een digitale, klimaatneutrale en volledig circulaire economie in 2050 staan nog steeds op de agenda, maar vooruitgang is traag en gevestigde belangen zijn groot en blijken weerbarstig. De Europese klimaatambities strekken op dit moment verder dan de Nederlandse, wat onze samenleving de komende jaren voor nog grotere uitdagingen zal stellen. Het bestrijden van de coronacrisis werd belangrijker
2
Zie SER (2020): Volatiliteit Nederlandse Economie Nader Bezien, Den Haag: Sociaal-Economische Raad.
22
Economische Verkenningen MRA 2021
De economische gevolgen van de coronapandemie zijn fors gebleken, maar lijken in tegenstelling tot de Grote Recessie van 2008-2013 van veel kortere duur. In zijn basisraming in de Macro Economische Verkenning 2022 gaat het Centraal Planbureau (CPB) uit van een groei van de Nederlandse economie van 3,9 procent in 2021 en een groei van 3,5 procent in 2022. In een pessimistisch scenario waarin een nieuwe lockdown nodig is, blijft de Nederlandse economie volgens het CPB groeien, maar met 3,3 procent in 2021 en 2,2 procent in 2022 (zie kader 1.1). Voor de werkloosheid voorspelt het CPB na een beperkte toename tot 3,8 procent in 2020 een daling naar historisch lage niveaus van 3,4 procent in 2021 en 3,5 procent in 2022. De krapte op de arbeidsmarkt die al voor de coronacrisis overduidelijk zichtbaar was, is daarmee nauwelijks gewijzigd.
Figuur 1.1 Krachtig verwacht herstel in 2021 en 2022 na unieke krimp in 2020 Bruto regionaal / binnenlands product Groei in %
8 6 4 2 0 -2
1996
2000
2005
2010
2015
2020
-4 -6 -8 MRA
Nederland
EU27
* Prognose 2021 en 2022 volgens scenario 1 (zie kader 1.1) Bron: CBS, CPB, ING, Eurostat, Europese Commissie (bewerking TNO/Vrije Universiteit Amsterdam)
Economische Verkenningen MRA 2021
23
Deze voorspellingen van het CPB zijn het vertrekpunt voor onze voorspellingen voor de economische groei in de MRA. In onze basisprognose verdisconteren we de afwijkende sectorstructuur van de MRA en de verschillen in voorspelde sectorale groei op nationaal niveau. In de basisprognose voor 2021 en 2022 komt de economische groei in de MRA uit op respectievelijk 4,1 en 4,2 procent (zie kader 1.1 voor toelichting op de onzekerheid rondom de raming en de drie scenario’s die we hebben ontwikkeld om recht te doen aan deze onzekerheid). De verwachting is daarmee dat de omvang van het brp eind 2022 iets boven het niveau van eind 2019 uitkomt. Voor Nederland ligt dit punt overigens al begin 2022 in het vooruitzicht.
basisraming en (ii) een scenario waarin een nieuwe lockdown nodig zal zijn. Het unieke, onzekere karakter van de huidige economische situatie wordt onderstreept door het feit dat het CPB voor de tweede keer op rij twee ramingsscenario’s in zijn Macro Economische Verkenning (MEV) heeft gepresenteerd. Om recht te doen aan het unieke karakter van de MRA kiezen we voor een regionale vertaling van de landelijke basisraming van het CPB in de vorm van een drietal scenario’s. Daarin houden we rekening met (i) de sectorstructuur van de MRA, (ii) historische groeiverschillen tussen de MRA en Nederland en (iii) de mate waarin sectoren (extra) gevoelig zijn voor schokken als gevolg van de coronacrisis. De consequenties van het nieuwe-lockdownscenario van het CPB presenteren we niet. Grosso modo komt dit scenario voor zowel Nederland als de MRA uit op een ongeveer 0,5 procentpunt lagere groei dan het basisscenario.
Bij deze basisprognose past de kanttekening dat we deze – met forse onzekerheid omgeven – als een prognose beschouwen die een aantal neerwaartse risico’s kent. Om te beginnen is er het – ook door het CPB beschreven – scenario waarin een nieuwe lockdown nodig is die het herstel zal vertragen (met ongeveer 0,5 procentpunt). De actuele ontwikkelingen van oplopende druk op de zorg en aangescherpte restricties die we in grote delen van Europa zien, maken dit tot een scenario waar serieus rekening mee moet worden gehouden. Meer specifiek voor de MRA lijkt een combinatie van het basisscenario en een scenario waarin het herstel van met name de internationaal georiënteerde sectoren achterblijft een goede indicatie te geven van wat we kunnen verwachten voor de komende jaren. De sectorstructuur en de uiteenlopende snelheden waarmee de sectoren zich herstellen, geeft de economie van de MRA een duidelijke boost. Maar deze boost zal door de nog steeds geldende (en recent weer aangescherpte) internationale beperkingen die de MRA relatief hard treffen, kleiner zijn dan in normale perioden van herstel.
We hebben drie ramingsscenario’s doorgerekend, waarin we telkens een multiplier ten opzichte van de landelijke groei (de CPB-raming uit de MEV 2021) hebben afgeleid. De uitgangspunten in deze drie scenario’s zijn als volgt: Scenario 1: sectoren in de MRA maken in 2021 en 2022 dezelfde ontwikkeling door als in de rest van Nederland. Dit scenario is gebruikt voor onze basisprognose. Scenario 2: sectoren in de MRA behouden het absolute gemiddelde jaarlijkse groeiverschil met Nederland, dat kenmerkend was voor de periode 2013-2019. Scenario 3: sectoren in de MRA ontwikkelen zich conform het absolute groeiverschil met Nederland, zoals tijdens het dieptepunt van de Grote Recessie (2008-2009).
Kader 1.1 Onzekerheid rondom de raming De onzekerheden rondom de economische prognoses zijn groot. Het verloop van de coronacrisis in de wereld en de eventuele aanscherpingen van maatregelen om het coronavirus in te dammen, zijn nog steeds in belangrijke mate bepalend voor de nationale en internationale economische ontwikkeling. Om deze reden werkt het CPB met twee scenario’s voor de Nederlandse economie: (i) een
In het eerste scenario, gebruikt voor de basisprognose, gaan we ervan uit dat de sectoren in zowel de MRA als Overig Nederland zich in 2021 en 2022 op eenzelfde manier herstellen, waarbij we gebruikmaken van de voorspellingen van ING (ING, 2021). De afwijking van de impact op de groei in de MRA ten opzichte van de groei in Nederland, is in dat scenario toe te schrijven aan de afwijkende sectorstructuur van de MRA. De MRA kent een relatieve oververtegenwoordiging van sectoren die zich snel kunnen herstellen van de coronacrisis (zie ook hoofdstuk 3).
24
Economische Verkenningen MRA 2021
Economische Verkenningen MRA 2021
25
onzekerheid (IMF, 2021).3 In zijn meest recente World Economic Outlook voorziet het IMF een groei van de wereldeconomie van 5,9 procent in 2021 en 4,9 procent in 2022. Deze cijfers zijn lager dan eerder voorzien, als gevold van neerwaartse bijstellingen voor de ontwikkelde westerse wereld door aanbodverstoringen in de wereldeconomie en ongunstigere verwachtingen voor de ontwikkelingen van de pandemie voor ontwikkelingslanden (met name door de verspreiding van de deltavariant van het coronavirus). Daartegenover staan gunstigere vooruitzichten voor met name de exporteurs van grondstoffen (zie ook kader 1.2). Ook is de verwachting dat de handel in diensten trager zal herstellen dan de handel in goederen. Verwachtingen voor de luchtvaart en toerisme duiden ook op een herstel dat nog enkele jaren zal duren, waarbij structurele terugloop van met name het zakelijke verkeer in de lijn der verwachting ligt. Ook tijdens de coronacrisis zien we dat met name de internationaal georiënteerde delen van de MRA-economie, zoals toerisme en luchtvaart, relatief zwaar worden getroffen. Uitgaande van dit derde scenario, komen we voor 2021 en 2022 uit op een multiplier van respectievelijk 0,8 en 0,9, dus een groei die in deze jaren ook lager ligt dan de Nederlandse groei.
Als gevolg daarvan zal de groei in de MRA in 2021 een factor 1,06 keer zo groot zijn als die van de Nederlandse economie, en verder toenemen naar een factor 1,19 in 2022. In het tweede scenario gaan we ervan uit dat het groeiverschil tussen de sectoren in de MRA en Nederland, dat zo kenmerkend was voor de periode 2013-2019, intact blijft. We veronderstellen, met andere woorden, dat de relatief gunstige groei in de MRA die in belangrijke mate het gevolg is van agglomeratievoordelen (zie hoofdstuk 3) niet worden aangetast door de coronacrisis. In dat geval komen we in 2021 uit op een multiplier van 1,4 en in 2022 van 1,5. In dit scenario herstelt de MRA dus extra snel. In eerdere edities van de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam onderstreepten we dat de extra groei die de economie van de MRA gedurende ongeveer twee decennia heeft gekenmerkt, aan het afnemen is. Gecombineerd met de aanhoudende relatief ongunstige ontwikkelingen op internationaal vlak, presenteren we dit scenario als een (relatief onwaarschijnlijke) bovengrens van de groeiprognose. Drie scenario’s economische groei MRA als multiplier op de landelijke groei Scenario 1
Scenario 2
Bovenstaande tabel laat de multipliers zien voor 2021 en 2022 voor de drie verschillende scenario’s. Ten gevolge van de afwijkende sectorstructuur herstelt de MRA zich in 2021 relatief sterk ten opzichte van Nederland en zet dit herstel verder door in 2022. Wanneer we een herstel verwachten van de extra groei die de afgelopen decennia zo kenmerkend was voor de MRA, komen de multipliers fors hoger uit op 1,36 en 1,51. Rekening houdend met de relatief sterke tegenwind die de MRA voelt in perioden van internationale trage groei, valt de groei in 2021 een vijfde lager uit dan de Nederlandse groei, om daarna in 2022 te bewegen in de richting van de gemiddelde Nederlandse groei.
Scenario 3
multiplier voor brp groei MRA op landelijke bbp groei 2021
1,06
1,36
0,80
2022
1,19
1,51
0,94
Bron: TNO en Vrije Universiteit (op basis van CBS, CPB en ING)
In het derde scenario gebruiken we de sectorale ontwikkeling die kenmerkend was voor de eerste periode tijdens de Grote Recessie van 2008-2013. De internationaal georiënteerde MRA werd in die periode relatief hard geraakt door het sterke internationale karakter van de recessie (evenals in 2020). Maar het herstel was daarna ook relatief sterk. Het toonde het wendbare en weerbare karakter van de MRA. Of het herstel van de MRA ten opzichte van Nederland van de huidige crisis even sterk zal zijn als in de herstelperiode na de Grote Recessie, valt te betwijfelen. Hoewel de vooruitzichten voor de wereldhandel redelijk gunstig zijn (WTO, 2021), zien we duidelijke en groter wordende verschillen in de wereld en nog steeds een grote
26
Economische Verkenningen MRA 2021
IMF (2021): World Economic Outlook 2021, Washington. WTO (2021): Global Trade Rebound Beats Expectations, but Marked by Regional Differences, Geneva. 3
Economische Verkenningen MRA 2021
27
De onzekerheid zien we ook terug in figuur 1.2. Door de uitbraak van de coronapandemie liep zowel het consumenten- als het producentenvertrouwen een forse deuk op in het begin van 2020. In de loop van 2020 herstelde het producentenvertrouwen zich snel, met enkele maanden vertraging gevolgd door het consumentenvertrouwen. Maar in tegenstelling tot producenten zijn consumenten in Nederland nog overwegend pessimistisch. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)4 meldt bovendien dat het vertrouwen onder consumenten in oktober 2021 opnieuw is verslechterd. Dit betreft zowel hun oordeel over het economisch klimaat als hun koopbereidheid. Hier speelt mee dat steeds meer consumenten vinden dat prijzen sterk stijgen. Bijna de helft van de respondenten die het CBS in oktober 2021 bevroeg, gaf aan dat zij verwachten dat de inflatie verder oploopt.
Figuur 1.2 Producenten zijn sinds het tweede kwartaal van 2021 weer optimistisch gestemd Saldo optimisten en pessimisten
30 20 10 0 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 -10
2019 2020 2021
-20 -30 -40 -50 Consumentenvertrouwen
Producentenvertrouwen industriële bedrijven
Kader 1.2 Internationale context: grotere verschillen in een gespannen wereldeconomie Impact coronacrisis De coronacrisis heeft een enorme impact op de wereldeconomie. Waar de groei van het mondiale bruto binnenlands product (bbp) in 2019 nog 3,0 procent was, viel deze terug naar ¬een krimp van 3,2 procent in 2020. Voor de EU27 was de terugval nog groter, van 1,6 procent bbp-groei in 2019 naar een krimp van 6,0 procent in 2020. De snelheid waarmee een vaccin is ontwikkeld is indrukwekkend, waardoor de verwachte brp-groei in 2021 uitkomt op 6,1 procent voor de wereld en 4,9 procent voor de eurozone. Maar de uitrol van vaccins verschilt sterk, deels door onvoldoende beschikbaarheid van vaccins in met name ontwikkelingslanden en deels door gebrekkige bereidheid onder bepaalde groepen in de bevolking om zich te laten vaccineren (soms gedreven door bijvoorbeeld geloofsovertuiging, maar bijvoorbeeld ook door gebrek aan vertrouwen in de overheid). De kans is daarmee substantieel dat ook de komende jaren gekenmerkt zullen blijven door (tijdelijke) oplevingen van het virus en daarmee gepaard gaande nieuwe beperkende maatregelen. Voor 2022 is de verwachting dat de groei van de wereldeconomie en die van de eurozone ongeveer gelijk zijn (met respectievelijk 4,5 en 4,3 procent).
Het afgelopen jaar heeft duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar onze economie is voor verstoringen in vaak lange en complexe internationale waardeketens. De verwachting is dat de gevolgen van deze ontwrichting door onder andere onze grote afhankelijkheid van semi-conductors die vooral in Azië worden geproduceerd, ook in 2022 nog voelbaar zullen zijn. Ook de ontwikkelingen op aandelenbeurzen, ingegeven door het ruimhartig monetair beleid sinds het uitbreken van de Grote Recessie, vormen een risico. Centrale banken worstelen in toenemende met de vraag hoe tot een geleidelijke afbouw van het ruimhartige beleid te komen om het risico van oplopende inflatie te beperken, zonder daarbij een schuldencrisis of beurskrach in de hand te werken.
Bron: CBS
4
CBS (2021): Consumentenvertrouwen daalt in oktober (cbs.nl, 21 oktober 2021).
28
Economische Verkenningen MRA 2021
Economische Verkenningen MRA 2021
29
Geopolitieke invloeden Een andere belangrijke ontwikkeling is de opkomende invloed van geopolitiek. Die uit zich ook economisch, bijvoorbeeld in een toenemende volatiliteit van grondstofprijzen, onzekerheid over leveringen en oplopende kosten van halffabricaten. Dit is een bron van toekomstige inflatoire druk en onzekerheid voor investeerders, die een neerwaartse druk op de economische groei uitoefent. Ook zien we wereldwijd een toenemende zorg over de impact van klimaatverandering, waar de wereldgemeenschap vooralsnog geen passend antwoord op weet te formuleren. Op het moment van schrijven van deze editie van de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam, worden er in de Conference of Parties in Glasgow (COP26) weliswaar stappen gezet, maar in hoeverre er betekenisvolle en bindende afspraken gemaakt zullen worden én deze ook zullen worden nageleefd, valt nog te bezien. De afgelopen twintig jaar stemmen wat dat betreft niet hoopvol, terwijl de gevolgen van klimaatverandering elk jaar duidelijker zichtbaar en voelbaar worden. Toenemende verschillen binnen Europa In de Europese context zien we groter wordende verschillen tussen lidstaten. Het vermogen om de economische gevolgen van de coronapandemie effectief te bestrijden met steunmaatregelen kende duidelijke verschillen en heeft bestaande onevenwichtigheden uitvergroot.
Deze ontwikkeling geeft aanleiding tot een blijvende zorg over de stabiliteit in met name de eurozone. Parallellen met de periode 2008-2013 dienen zich hier aan. En hoewel er duidelijke aanwijzingen zijn voor een groeiend besef van de wenselijkheid van een gemeenschappelijke Europese aanpak, is er tegelijkertijd een zorg over bijvoorbeeld de eurosceptische opstelling van landen als Polen en Hongarije, die maakt dat een nieuwe crisis voortdurend op de loer ligt. Een overtuigde pro-Europese houding van Nederland en een verdere verdieping van Europese integratie lijken meer dan ooit juist ook in ons eigen belang.
30
Economische Verkenningen MRA 2021
Gevolgen Brexit Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) per 1 januari 2021 heeft gevolgen voor de structuur en concurrentiekracht van de MRA. Dit komt doordat de Brexit de prijzen van handel en goederen beïnvloedt, bijvoorbeeld door tariefstellingen. Hierdoor verschuiven de internationale concurrentieposities van sectoren en regio’s in het VK en de EU (Thissen en Weterings, 2018). Wanneer de internationale concurrentiepositie verandert, verandert ook de economische structuur van een (deel)regio (Thissen ea.a, 2020). De relatie tussen concurrentieposities en handelsnetwerken is zodoende complex (Krugman, 1996; Baldwin en Wyplosz, 2009). Zo ook binnen de MRA: deze relatie biedt zowel kansen als risico’s voor de structuur en concurrentiekracht. In hoofdstuk 3 bespreken we een voorbeeld.
Figuur 1.3 Bescheiden impact van corona op het arbeidsvolume Groei in %
8 6 4 2 0 -2
1996
2000
2005
2010
2015
2020
-4 -6 -8 Brp
Arbeidsvolume (fte)
* Prognose arbeidsvolume 2020, prognose brp 2021 en 2022 Bron: CBS (bewerking en prognose TNO/Vrije Universiteit Amsterdam)
Economische Verkenningen MRA 2021
31
1.2 Werkgelegenheid en werkloosheid
gevallen genoegen moesten nemen met tijdelijke en/of flexibele arbeidscontracten. Dit is tijdens de coronacrisis versterkt doordat er minder nieuwe tijdelijke banen beschikbaar kwamen.
Na een continue toename van de werkgelegenheid in de MRA vanaf 2014 met gemiddeld ongeveer 2 procent per jaar, zien we in 2020 een lichte daling van de werkgelegenheid ten gevolge van de coronacrisis (zie figuur 1.3). De effecten van de crisis zijn door de massale steunpakketten overigens beperkt gebleven (zie paragraaf 1.4).
Figuur 1.5 laat zien dat vóór de Grote Recessie van 2008 het brp fors sneller groeide dan de inzet van werkgelegenheid dankzij een sterke groei van de arbeidsproductiviteit. Deze groei is na de Grote Recessie duidelijk afgevlakt. Het aantal gewerkte uren en het aantal werkzame personen lopen redelijk gelijk op, wat duidelijk maakt dat arbeidsduurverlenging vooralsnog niet plaatsvindt, ondanks de oplopende krapte op de arbeidsmarkt. Tegen de achtergrond van een vergrijzende samenleving waarin de groei van de omvang van de beroepsgeschikte bevolking af zal nemen, illustreert deze figuur het grote belang van arbeidsproductiviteitsgroei en het versterken van participatie om de huidige en voorziene krapte op de arbeidsmarkt te kunnen adresseren en daarmee de economische groei in stand te houden (zie ook hoofdstuk 2).
De aanhoudende werkgelegenheidsgroei in de MRA was overigens niet gelijk verdeeld over groepen op de arbeidsmarkt en deze ongelijkheid is in de coronacrisis sterker geworden (zie figuur 1.4 en voor meer details hoofdstuk 2). Een van die onevenwichtigheden is dat het arbeidsvolume van zelfstandigen fors harder is toegenomen dan die van werknemers met vaste contracten. Vaste contracten werden daarbij in sterkere mate met hoogopgeleiden getekend. De arbeidsmarktpositie van middelbaar en laagopgeleiden is daarmee ongunstiger geworden. Een andere onevenwichtigheid is dat jongeren die voor het eerst de arbeidsmarkt betraden in veel Figuur 1.4 Sinds 2002 grote toename van zelfstandigen in MRA
Figuur 1.5 Arbeidsvolume is een belangrijke bron van economische groei Index: 1995=100
Index: 2013 = 100
190
130
180
120
170
110
160
100
150
90
140 130
80
120
70
110
60
100
1996
2000
2005
2010
2015
Brp
Arbeidsvolume werknemers (fte)
Arbeidsvolume totaal werkzame personen (fte)
Arbeidsvolume zelfstandigen (fte)
1995
2000
2005
Brp Arbeidsvolume werkzame personen (fte)
2010
2015
2020
Werkzame personen Gewerkte uren
Bron: CBS (bewerking TNO)
Bron: CBS (bewerking TNO)
32
2020
Economische Verkenningen MRA 2021
Economische Verkenningen MRA 2021
33
1.3 Toegevoegde waarde en werkgelegenheid per sector
In de periode 2013-2019 groeide de economie van de MRA gemiddeld met 3,3 procent per jaar. Daarbij nam de werkgelegenheid in de MRA gemiddeld met 2,1 procent per jaar toe. In beide gevallen was de groei in de MRA hoger dan in de rest van Nederland. In Overig Nederland groeiden de toegevoegde waarde en werkgelegenheid in de periode 2013-2019 respectievelijk met 1,4 en 1,2 procent per jaar.
In deze paragraaf kijken we naar de ontwikkeling van de toegevoegde waarde (bbp) en werkgelegenheid per sector. Deze kwantitatieve analyse heeft betrekking op de periode 2013-2019, een periode waarin de economie zich nog in een hoogconjunctuur bevond. In 2019 waren er met een afzwakking van de groei al tekenen dat die hoogconjunctuur op haar einde liep, maar de uitbraak van het coronavirus zorgde begin 2020 voor een kentering richting een recessie. In deze paragraaf duiden we de impact van de coronacrisis op de ontwikkelingen per sector.
Figuur 1.6 laat zien dat in de periode 2013-2019 in vrijwel alle sectoren in de MRA zowel de toegevoegde waarde als de werkgelegenheid groeide. Dit duidt erop dat in die periode uiteindelijk iedere sector heeft kunnen profiteren van de hoogconjunctuur. In eerste instantie bleef de werkgelegenheidsgroei in sommige sectoren nog achter, doordat werkgevers terughoudend waren met het aannemen van personeel na de ‘tweede dip’ tussen 2011 en 2013. De aanhoudende gunstige ontwikkelingen van 2014 tot en met 2019 hebben die onzekerheid bij werkgevers echter weggenomen. Sterker nog, er ontstond krapte op de arbeidsmarkt. In verschillende sectoren werd het steeds moeilijker om vacatures op te vullen. Alleen in de sector Financiële diensten nam de werkgelegenheid af (ondanks een voortgaande concentratie van personeel op hoofdkantoren). Dit is overigens een landelijke trend, ingegeven door de opkomst van nieuwe concurrenten (bijvoorbeeld via IT-platformen) en verdere herstructurering van processen als onderdeel van de digitale transformatie die de financiële-dienstensector doormaakt. De financiële-dienstensector is zich (door sluiting van activiteiten in regiokantoren) sterker in de MRA gaan concentreren. De gemiddelde werkgelegenheidsdaling in deze sector was in de periode 2013-2019 in de MRA daardoor minder sterk dan elders in Nederland.
Figuur 1.6 In de periode 2013-2019 profiteerde iedere sector van de hoogconjunctuur Gemiddelde jaarlijkse groei 2013-2019 in % Informatie en communicatie Bouw Specialistische zakelijke diensten Energie, water en afval Overige zakelijke diensten Onroerend goed Horeca Vervoer en opslag Groothandel Detailhandel Landbouw Financiële diensten Overige diensten Cultuur, sport en recreatie Zorg Industrie Overheid Onderwijs Totaal economische activiteiten
-1
0
1
2
Toegevoegde waarde MRA
3
4
5
6
7
Arbeidsvolume (fte) MRA
Bron: CBS (bewerking TNO)
34
Economische Verkenningen MRA 2021
Economische Verkenningen MRA 2021
35
1.4 Impact van corona
De oorzaak hiervoor ligt in de (zware) industrie, waar met name de metaalindustrie last had van verstoringen op de wereldmarkt (onder andere door de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China).
Toen de coronapandemie in maart 2020 uitbrak, bevond de Nederlandse economie zich in een hoogconjunctuur. Figuur 1.7 toont dat de economische groei in de MRA vanaf 2013 – het begin van de periode van economische groei – gemiddeld hoger was dan in Nederland. Met name Amsterdam en Amstelland-Meerlanden kenden in de periode 2013-2019 een stevige economische groei. Maar ook in andere deelregio’s van de MRA was sprake van een gunstige economische ontwikkeling. Alleen in IJmond was de gemiddelde jaarlijkse brp-groei licht negatief (een krimp van 0,2 procent).
De coronamaatregelen, bedoeld om verspreiding van het virus zo veel mogelijk tegen te gaan, hadden vanaf medio maart 2020 ingrijpende gevolgen voor het openbare leven en de economie. Door verstoringen in mondiale productieketens, gecombineerd met de plotselinge sluiting van onder meer winkels, horeca, de culturele sector, contactberoepen en faciliteiten voor sport en recreatie, werden de Nederlandse economie en die van de MRA geconfronteerd met zowel vraag- als productie-uitval – een overigens zeer zeldzame combinatie. Figuur 1.8 laat zien dat de MRA in 2020 en het eerste kwartaal van 2021 een grotere economische schok te verwerken kreeg dan Nederland. Dit heeft alles te maken met de ruime vertegenwoordig van bedrijfsactiviteiten in toerisme en recreatie, cultuur, horeca, de reisbranche en luchtvaart. Door alle reisbeperkingen in binnen- en buitenland was er een enorme terugval in het vliegverkeer. Hierdoor werd de economie van Amstelland-Meerlanden (waar luchthaven Schiphol zich bevindt) in 2020 extra hard geraakt.
Figuur 1.7 Gunstig economisch beeld tot aan de corona-uitbraak Gemiddelde jaarlijkse groei in %, 2013-2019 Amsterdam Amstelland-Meerlanden Zaanstreek-Waterland
Flexwerk was de norm in veel sectoren die hard getroffen zijn door de coronamaatregelen. Jongeren werden hierdoor nog zwaarder geraakt. Juist zzp’ers en flexwerkers vangen tijdens een economische crisis doorgaans een groot deel van de klappen op (zie hoofdstuk 2). Dit was tijdens de coronacrisis niet anders, temeer omdat zij sterk vertegenwoordigd zijn in contactberoepen en in sectoren als Cultuur, sport en recreatie, Zakelijke diensten, Bouw en Zorg. De MRA, en in het bijzonder de stad Amsterdam, heeft in verhouding tot de Nederlandse beroepsbevolking veel zzp’ers (zie ook hoofdstuk 2).
Gooi en Vechtstreek Almere-Lelystad Zuid-Kennemerland IJmond
MRA Nederland
-1
0
1
Bruto regionaal product
2
3
4
Arbeidsvolume (fte)
Bron: CBS (bewerking TNO)
36
Economische Verkenningen MRA 2021
5
Om de economische gevolgen van de coronacrisis te beperken, is door de Nederlandse overheid een fors pakket aan steunmaatregelen in het leven geroepen, waarvan een relatief groot deel in de MRA terecht is gekomen (zie kader 1.3). Terugkijkend kunnen we constateren dat het verlies aan werkgelegenheid sterk is ingeperkt door deze steunmaatregelen, en dan met name door de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Deze en andere financiële steunmaatregelen, zoals belastingkorting of Economische Verkenningen MRA 2021
37
uitstel van belastingbetaling, hebben ervoor gezorgd dat bedrijven niet grootschalig in betalingsproblemen zijn gekomen of direct personeel hebben moeten ontslaan. Zelfstandigen komen niet in aanmerking voor de eerdergenoemde NOW. Wel hebben zij aanspraak kunnen maken op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) om te voorzien in hun levensonderhoud. Deze regeling is overigens beperkt in omvang, waardoor de zelfstandigen nog steeds een relatief groot deel van de schok hebben opgevangen.