CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie voorrangsregelingen Amsterdam.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 7 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de Raadsinformatiebrief over de evaluatie van de voorrangsregels en de evaluatie van de Amsterdamse voorrangsregels (VN2025-017575)32.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ten eerste is het aandeel woningzoekenden dat in aanmerking komt voor bijvoorbeeld stadsvernieuwingsurgentie, jongerenbinding of Van Groot naar Beter daadwerkelijk aanzienlijk kleiner dan het aandeel woningzoekenden van 27 jaar of jonger (die daarmee in aanmerking komt voor een jongerenwoning) in Amsterdam.

Voorrangsregelingen die op vrijwel alle advertenties van toepassing waren (o.a. urgenties, verhuizen uit rolstoelwoning) en stadsdeelvoorrang zijn hier buiten beschouwing gelaten.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

24

Figuur 4.4: Gemeente Amsterdam. Actief woningzoekenden naar voorrangsregeling waar men voor in aanmerking komt (2024) Lage inkomens

aanvraag een extra drempel, waardoor het aantal woningzoekenden met voorrang in de praktijk waarschijnlijk lager is dan in potentie mogelijk zou zijn (in paragraaf 5.1 en 5.2 gaan we hier nader op in).

Passendheid

Jongeren 23 t/m 27 jaar* Wmo-indicatie

Woningzoekenden zonder voorrang

Senioren (55+)*

Van alle woningzoekenden die in 2024 actief waren in Amsterdam, had 73% één of meerdere vormen van voorrang en/of urgentie. De overige actief woningzoekenden (27%) hadden geen enkele vorm van voorrang of urgentie. Hierbij is de voorrang voor lage inkomens buiten beschouwing gelaten (zie kader).

Kleine gezinnen Jongeren t/m 22 jaar* Grote gezinnen*

Urgentie

Rolstoelindicatie* Calamiteitenurgentie Stadsvernieuwing SOS-kandidaat

Doelgroep zonder voorrang = met uitzondering van voorrang voor lage inkomens Als we in deze evaluatie spreken over de doelgroep zonder voorrang, dan gaat het over de actief woningzoekenden die niet in aanmerking komen voor de voorrangsregelingen, met uitzondering van de voorrang voor lage inkomens. Deze regeling geldt voor het grootste deel van de woningzoekenden en wordt toegepast om te kunnen voldoen aan landelijke regels (Passend Toewijzen).

Verhuisregeling

Lokale binding

Semi-stadsvernieuwing Jongerenbinding Inwoners Weesp

Stadsdeelvoorrang Verhuizen uit rolstoelwoning Van Groot naar Beter Van Hoog naar Laag Geen voorrang** 0%

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80%

* Exclusieve regelingen ** Met uitzondering van voorrang voor lage inkomens Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

Daarnaast speelt de wijze van aanvragen van de voorrang een rol. In paragraaf 3.2 kwam al aan de orde dat woningzoekenden bij sommige regelingen ten aanzien van passendheid automatisch voorrang krijgen op basis van hun inschrijfgegevens (zoals leeftijd en huishoudenssamenstelling). Bij andere regelingen moet de woningzoekende zelf een aanvraag indienen. Zeker als de wijze van aanvraag ingewikkeld is of de informatie erover beperkt, vormt de

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

Bij de (bijna 40.400) actief woningzoekenden zonder voorrang gaat het enkel om huishoudens van 28 tot 55 jaar zonder kinderen, waarvan het grootste deel bestaat uit alleenstaanden. De overige leeftijdsgroepen hebben immers voorrang bij jongerenwoningen (tot en met 27 jaar) of seniorenwoningen (vanaf 55 jaar) en gezinnen hebben voorrang bij woningen voor kleine of grote gezinnen. Binnen de totale groep actief woningzoekenden van 28 tot 55 jaar zonder kinderen heeft slechts 4% voorrang op grond van één van de voorrangsregelingen. De resterende 96% heeft geen enkele voorrang (eventueel met uitzondering van voorrang voor lage inkomen). De doelgroep actief woningzoekenden zonder voorrang is in Amsterdam de afgelopen vijf jaar toegenomen met +75% (van 23.000 woningzoekenden

25

zonder voorrang in 2020 naar 40.400 in 2024). Hun aandeel binnen de totale groep actief woningzoekenden is licht afgenomen (van 29% in 2020 naar 27% in 2024).

4.3 Conclusies Als we de percentages met voorrang binnen het aanbod (figuur 4.1) en de vraag (figuur 4.4) met elkaar vergelijken, dan zien we het volgende. Bij de voorrangsregelingen ten aanzien van passendheid is het aanbod bij de meeste regelingen redelijk in verhouding met de vraag. Dat geldt bijvoorbeeld voor woningen voor jongeren van 23 tot en met 27 jaar en seniorenwoningen. Bij enkele andere regelingen zien we dat de vraag veel groter is dan het aandeel in het aanbod. Dat geldt met name bij woningen voor jongeren tot en met 22 jaar en kleine gezinnen. De overige voorrangsregelingen (met name urgentie en verhuisregelingen) worden bij zeer veel advertenties toegepast, terwijl de doelgroep (aandeel van de vraag) klein is. Bij urgentie wordt dit gedaan om urgent woningzoekenden zo snel mogelijk aan vervangende woonruimte te helpen. Bij de verhuisregelingen is het de bedoeling om huishoudens te stimuleren te verhuizen. Daarom worden deze regelingen bij zoveel mogelijk woningen toegepast. Er zijn de afgelopen vijf jaar geen woningen zonder voorrangsregeling(en) geadverteerd, terwijl ruim een kwart van de actief woningzoekenden bestaat uit mensen die niet in aanmerking komen voor voorrang.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

26

5 Effectiviteit van de voorrangsregelingen

Bij de woningen die gelabeld zijn voor mensen met een Wmo-indicatie (en vervolgens 65-plussers) is in 2024 31% toegewezen aan mensen met een Wmoindicatie. Daarnaast kwam nog eens 31% van de woningen terecht bij 65-plussers (voor de ontwikkeling over de periode 2020 - 2024, zie bijlage II).

Vooraf zijn diverse doelen gesteld per voorrangsregeling. Kunnen we op basis van de voorgaande cijfers vaststellen of de regelingen effectief zijn? Daarmee beantwoorden we de vierde onderzoeksvraag: zijn de verschillende regelingen doeltreffend, in de zin dat: a. De juiste woningen terecht komen bij de juiste doelgroep? b. Mensen met binding aan een gebied daar kunnen blijven wonen? c. Urgenten die met voorrang zelf een woning zoeken, binnen de beoogde termijn aan een woning worden geholpen? Ten slotte gaan we in op de toewijzingen aan woningzoekenden zonder voorrang of urgentie.

Figuur 5.1: Gemeente Amsterdam. Aandeel geadverteerde woningen met voorrangsregeling dat ook met voorrang is toegewezen (2024) Lage inkomens Jongeren 23 t/m 27 jaar*

Passendheid

Wmo-indicatie Senioren* Kleine gezinnen Jongeren t/m 22 jaar* Grote gezinnen* Wibo-woning* Rolstoelwoning*

Passendheidsregelingen Bij de voorrangsregelingen ten aanzien van de passendheid van woningen wordt vooral beoogd dat specifieke woningen (qua huurprijs, oppervlakte of levensloopgeschiktheid) terecht komen bij de doelgroep die hier het meest behoefte aan heeft. Figuur 5.1 laat zien dat bij de meeste regelingen bijna 100% wordt toegewezen aan de doelgroep die hiervoor beoogd werd. Dit geldt zowel voor de exclusieve als niet-exclusieve regelingen.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

Lokale binding

We zoomen eerst in op de mate waarin woningen met een bepaalde voorrangsregeling ook daadwerkelijk worden toegewezen aan iemand die voldoet aan de voorwaarden van die regeling.

Stadsvernieuwing SOS urgentie Semi stadsvernieuwing

Verhuisregeling

5.1 Toegewezen met voorrang

Urgentie

Calamiteiten-urgentie

Amsterdamse jongeren Inwoners Weesp Stadsdeelvoorrang Verhuizen uit rolstoelwoning Van Groot naar Beter Van Hoog naar Laag 0%

20%

40%

60%

80%

100%

* Exclusieve regeling Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

27

Urgentieregelingen Bij de vier urgentieregelingen met voorrang is te zien dat een klein percentage van alle met voorrang aangeboden woningen ook daadwerkelijk aan de doelgroep wordt toegewezen. De belangrijkste reden hiervoor hebben we in het vorige hoofdstuk gezien: bijna alle geadverteerde woningen worden met voorrang voor urgenten aangeboden, terwijl de vier categorieën urgenten die zelf moeten reageren op advertenties, maar een klein deel van de vraag vormen. Wat ook meespeelt is dat de voorrang met urgentie in de volgordebepaling op een lagere positie staat dan de passendheidsregelingen (zie tabel 3.5). Hierdoor komen urgenten vaak alleen aan bod als ze tot de doelgroep van de woning behoren. De reden om ondanks het beperkte aantal urgenten toch veel woningen met voorrang voor deze groep aan te bieden is het doel om deze groep zo snel mogelijk aan een andere woning te helpen. Meestal geldt er voor urgent woningzoekenden een termijn waarbinnen de urgente woningzoekende aan woonruimte geholpen moet zijn. Wordt dat niet gehaald, dan kan deze termijn verlengd worden of beëindigd, afhankelijk van de oorzaak van het niet vinden van de woning. Bij de vier urgente groepen die in Amsterdam zelf met voorrang kunnen zoeken verschilt de streeftermijn.

Bij stadsvernieuwingsurgenten (en semistadsvernieuwing) is de exacte termijn waarop sloop of renovatie van hun huidige woning gaat plaatsvinden, nog onzeker. De doelgroep kan urgentie aanvragen als de werkzaamheden binnen anderhalf jaar plaatsvinden. Bij SOSkandidaten is de voorgenomen sloop of renovatie binnen drie maanden. Zij moeten dus op korte termijn geherhuisvest worden. Voor calamiteitenurgenten geldt in de basis de gebruikelijke urgentietermijn van zes maanden. Uit figuur 5.2 blijkt dat de meeste urgenten die zelf een woning gezocht hebben, binnen de beoogde termijn een woning hebben gevonden. Daarbij moet gezegd worden dat hier alleen gekeken is naar urgenten die daadwerkelijk door zelf te reageren een woning hebben gevonden. Als

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

urgenten via zelf zoeken niet tijdig een woning vinden, dan worden zij in sommige gevallen door een corporatie via directe bemiddeling aan een woning geholpen. Figuur 5.2: Gemeente Amsterdam. Gemiddelde zoektijd urgente woningzoekenden die met zelf zoeken (inclusief voorrang) een woning kregen toegewezen, in maanden (2020 - 2024) 10 8 6 4 2 0 2020

2021

2022

2023

Stadsvernieuwing

Semi-stadsvernieuwing

Calamiteiten-urgent

SOS-kandidaat

2024

Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

Voorrangsregelingen op basis van lokale binding Woningen die zijn aangeboden met voorrangsregelingen ten aanzien van lokale binding worden voor het grootste deel toegewezen aan woningzoekenden die aan de voorwaarden voldoen (80 tot 100%), ook al betreft het hier nietexclusieve regelingen. De voorrangsregeling voor jongerenbinding is in 2022 ingevoerd. In het eerste jaar werd de regeling nog beperkt toegepast (210 woningen; 16% van alle aangeboden jongerenwoningen in Amsterdam dat jaar). In de twee jaar daarna werd het merendeel van de jongerenwoningen met voorrang aangeboden aan jongeren met binding aan Amsterdam.

28

Figuur 5.3: Gemeente Amsterdam. Aantal aangeboden jongerenwoningen met en zonder jongerenbinding (2020 - 2024) 1.600

1.400 1.200

210

1.000

921

800

1.005

600 400

830

1.067

1.083 535

200

277

0 2020

2021

Aangeboden zonder jongerenbinding

2022

2023

2024

Aangeboden met jongerenbinding

Figuur 5.4: Gemeente Amsterdam. Herkomst huurders jongerenwoningen (2020 - 2024) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

5% 12%

6% 12%

5% 12%

5% 6%

7% 10%

83%

82%

83%

89%

83%

2020

2021

2022

2023

2024

Amsterdam

Overig regio Amsterdam

Buiten regio Amsterdam

Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

Er is echter een groep jongeren die een lang Amsterdams woonverleden heeft, maar net niet voldoet aan de bindingsvoorwaarden. Daarom is voor 2024 besloten om de jongerenbinding bij maximaal 30 tot 50% van de jongerenwoningen te laten gelden. Toch lag het aandeel woningen dat met jongerenbinding werd aangeboden in 2024 (63%) nog ruim boven het maximumpercentage. Er wordt nu doorlopend gemonitord om te zien of de regeling binnen de gestelde percentages blijft. Voor invoering van de voorrangsregeling werd 83% van de jongerenwoningen toegewezen aan jongeren afkomstig uit Amsterdam. Na invoering is dat percentage nagenoeg gelijk gebleven.

Het is wel mogelijk dat met de invoering jongeren die al langer in Amsterdam wonen, nu meer kans maken op een woning13. Nagenoeg alle jongerenwoningen die met binding zijn aangeboden, zijn ook toegewezen aan jongeren die aan de voorwaarden voldeden.

13

Verhuisregelingen voor doorstromers Bij de verhuisregelingen (Van Groot naar Beter, Van Hoog naar Laag, verhuizen uit rolstoelwoning) is het aandeel toegewezen woningen op basis van één van deze verhuisregelingen relatief laag. Dit is eerder ook geconstateerd bij de specifieke evaluatie van VGNB en VHNL in 2024. Hiervoor werden meerdere redenen aangewezen. Ten eerste heeft de potentiële doelgroep voor met name Van Groot naar Beter vaak geen behoefte om te verhuizen. Veel

Exacte cijfers over het aandeel woningen dat is toegewezen aan jongeren die minimaal zes jaar onafgebroken in de afgelopen tien jaar in Amsterdam woonden, voor invoering van de voorrangsregeling, zijn niet beschikbaar.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

29

bewoners waarderen de ruimte die ze in hun huidige woning hebben en willen niet naar een kleinere woning verhuizen, ook al is die (levensloop)geschikter. Daarnaast ziet een deel van de potentiële doelgroep op tegen het gedoe rondom verhuizen. Een derde reden is de lage positie van de verhuisregelingen in de volgordebepaling, waardoor andere regelingen voorgaan (zie tabel 3.5).

ouderen en gezinnen juist wel een woning vinden waarbij hun doelgroep voorrang krijgt15. Figuur 5.5: Gemeente Amsterdam. Aantal en aandeel toegewezen aan mensen met en zonder voorrang (2020 - 2024) 100% 80%

5.2 Toegewezen zonder voorrang Dat woningen met één of meerdere voorrangsregelingen worden aangeboden, betekent nog niet dat ze ook met voorrang worden toegewezen. Gemiddeld werden de afgelopen vijf jaar jaarlijks een kleine 1.000 woningen toegewezen zonder voorrang14 (23% van het totaal aantal geadverteerde woningen). Afgezien van een uitschieter in 2022 (29% aan toewijzingen zonder voorrang) is dit aandeel de afgelopen jaren redelijk stabiel (circa 21%). Het grootste deel van de toewijzingen zonder voorrang (gemiddeld 720 per jaar, 17% van alle toewijzingen via advertenties) betreft toewijzingen aan woningzoekenden tussen 28 en 55 jaar zonder kinderen. Deze groep krijgt op grond van hun leeftijd en huishoudenssamenstelling geen voorrang op bepaalde woningen en heeft daardoor veel minder vaak een woning toegewezen gekregen met voorrang dan jongeren, ouderen of gezinnen. Bij de overige toewijzingen zonder voorrang gaat het om jongeren, ouderen of gezinnen die een woning hebben gevonden waarbij zij geen voorrang kregen op basis van hun leeftijd of huishouden en ook niet op grond van een andere voorrangsregeling. Dit gaat om kleine aantallen, omdat de meeste jongeren,

14

Hierbij is voorrang voor lage inkomens buiten beschouwing gelaten.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

219 525

240 625

1.031

250 685

198 724

2.986

3.361

4.008

3.613

3.761

2020

2021

2022

2023

2024

419

60% 40% 20% 0%

Toegewezen zonder voorrang aan overige groepen Toegewezen zonder voorrang aan groep 28-55 jaar zonder kinderen Toegewezen met voorrang

Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

5.3 Conclusie Zowel de passendheidsregelingen als de regelingen op basis van lokale binding worden voor bijna 100% toegewezen aan woningzoekenden die voldoen aan de criteria bij deze regelingen. Daarmee worden de doelen van deze regelingen behaald; woningen met specifieke kenmerken worden toegewezen aan 15

Het Volksinitiatief ‘Eerlijke kansen op sociale huurwoningen’ (zie paragraaf 1.1) ziet de doelgroep woningzoekenden tussen de 28 en 55 jaar zonder thuiswonende kinderen als de groep zonder voorrang.

30

mensen die daar het meest behoefte aan hebben en mensen met binding aan een stadsdeel of de gemeente maken meer kans om te blijven wonen in dat gebied. Bij de jongerenbinding heeft de voorrangsregeling niet geleid tot een significante verhoging van het aandeel jongeren woonachtig in Amsterdam dat een woning kreeg toegewezen. Ook voor invoering van de voorrangregel was dat aandeel al hoog; 83% van de jongerenwoningen werd in de jaren voorafgaand aan de voorrangsregeling al toegewezen aan deze doelgroep. Dat is na invoering van de voorrangsgreling min of meer gelijk gebleven. Bij de urgentieregelingen wordt slechts een zeer klein deel van alle aangeboden woningen ook daadwerkelijk aan een urgent woningzoekende toegewezen. Bij deze regelingen is het in de eerste plaats van belang om urgente woningzoekenden tijdig te (her)huisvesten. Dat is de afgelopen jaren over het algemeen gelukt. De gemiddelde verhuistermijn (van aanvraag van de urgentie tot toewijzing van de woning) lag de afgelopen vijf jaar - op een enkele uitzondering na - altijd onder de streeftermijn. De verhuisregelingen voor doorstromers worden vaak toegepast bij advertenties, maar slechts in beperkte mate wordt een woning ook op basis van één van deze regelingen toegewezen. Daarmee zijn deze regelingen minder effectief dan ooit wellicht gehoopt.

Ondanks dat er geen woningen zonder voorrangsregeling zijn aangeboden, zijn er de afgelopen vijf jaar toch ongeveer 1.000 woningen per jaar toegewezen aan woningzoekenden zonder voorrang. Die woningen zijn voornamelijk terecht gekomen bij woningzoekenden tussen de 28 en 55 jaar zonder kinderen (de doelgroep die doorgaans niet in aanmerking komt voor voorrangsregelingen). In de afgelopen vijf jaar werd gemiddeld 17% van de geadverteerde woningen toegewezen aan de doelgroep zonder voorrang.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

31

6 Kansen per doelgroep

van deze groep heeft ook geen voorrang op grond van urgentie-, binding- of verhuisregelingen. In paragraaf 6.4 zoomen we in op de kansen van deze groep.

In de vorige hoofdstukken is inzichtelijk gemaakt hoeveel geadverteerde woningen met voorrangsregelingen zijn aangeboden en hoeveel daarvan uiteindelijk met voorrang zijn toegewezen. In dit hoofdstuk gaan we in op de gevolgen voor de kansen van verschillende doelgroepen.

6.1 Toewijzingen

Indicatoren Voor de kansen van de doelgroepen gebruiken we verschillende indicatoren: • Eerst kijken we naar de verdeling van de toewijzingen (6.1). • Vervolgens brengen we de slaagkansen in beeld (6.2). • Ten slotte laten we de ontwikkeling van de inschrijftijd en zoektijd zien (6.3). Samen geven deze indicatoren een goed beeld van de kansen van verschillende doelgroepen. Doelgroepen We kijken in dit hoofdstuk zowel naar de kansen van groepen die in aanmerking komen voor voorrang als naar de kansen van groepen die daar juist niet voor in aanmerking komen. Daarom onderscheiden we de volgende vijf doelgroepen: 1. Jongeren tot en met 22 jaar zonder (thuiswonende) kinderen. 2. Jongeren van 23 tot en met 27 jaar zonder (thuiswonende) kinderen. 3. Ouderen vanaf 55 jaar zonder (thuiswonende) kinderen. 4. Gezinnen van alle leeftijden met (thuiswonende) kinderen. 5. Huishoudens van 28 tot 55 jaar zonder (thuiswonende) kinderen. Voor de eerste vier doelgroepen geldt dat zij via passendheidsregelingen voorrang krijgen bij een deel van de geadverteerde woningen. Dit geldt niet voor de huishoudens van 28 tot 55 jaar zonder kinderen. Het overgrote deel

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

Allereerst kijken we naar hoeveel sociale huurwoningen terecht zijn gekomen bij de verschillende doelgroepen. In 2024 is 36% van de woningen die op WoningNet geadverteerd zijn, toegewezen aan jongeren zonder kinderen: 7% aan jongeren tot en met 22 jaar en 29% aan jongeren van 23 tot en met 27 jaar. Bij beide groepen jongeren is het percentage de afgelopen jaren gestegen. Bij de overige groepen zijn de percentages juist gedaald: 55-plussers zonder kinderen kregen in 2024 nog een kwart van de adverteerde woningen, gezinnen met kinderen 17% en huishoudens van 28 tot 55 jaar zonder kinderen 22%. Een verklaring voor de toename van het aandeel toewijzingen aan jongeren is de groei van het aandeel woningen dat met voorrang voor jongeren (met name van 23 tot en met 27 jaar) is aangeboden. Mogelijk speelt ook de invoering van het puntensysteem een rol.

32

Figuur 6.1: Gemeente Amsterdam. Aandeel van geadverteerde woningen dat per doelgroep is toegewezen (2020 - 2024) 100% 80% 60% 40% 20% 0%

24%

26%

27%

23%

22%

23%

20%

18%

18%

17%

26%

28%

26%

25%

28% 21%

24%

21%

25%

29%

4%

5%

5%

7%

7%

2020

2021

2022

2023

2024

t/m 22 jaar zonder kinderen

23 t/m 27 jaar zonder kinderen

vanaf 55 jaar zonder kinderen

alle leeftijden met kinderen

ingevoerd, waarin woningzoekenden zoekpunten kunnen opbouwen door per maand op ten minste vier advertenties te reageren. De grootste groep actief woningzoekenden zijn de 28- tot 55-jarigen zonder kinderen (29% van alle actief woningzoekenden). Hun omvang is de afgelopen jaren ook toegenomen (+19.000 actief woningenzoekenden ten opzichte van vijf jaar geleden). De sterkste stijging van het aantal actief woningzoekenden zit bij de jongeren tot en met 22 jaar zonder kinderen (+193%). Hierbij speelt de invoering van het puntensysteem zeer waarschijnlijk een rol. De invloed van inschrijftijd op de rangorde van woningzoekenden is daardoor afgenomen. Door de opbouw van start- en zoekpunten kunnen mensen met weinig inschrijftijd (vaak jongeren) meer kans maken op een woning door actief te reageren. Ook bij de andere doelgroepen is het aantal actief woningzoekenden ten opzichte van 2020 fors gegroeid, met percentages tussen +56% en +87%.

28 tot 55 jaar zonder kinderen

Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

6.2 Slaagkansen De slaagkans vormt een belangrijke graadmeter om de druk op de sociale huursector te meten. De slaagkans is de verhouding tussen het aantal toegewezen woningen en het aantal actief woningzoekenden. De gemiddelde slaagkans is in de afgelopen jaren afgenomen; van 4,5% in 2020 naar 3,1% in 2024. Dit betekent concreet dat in 2024 3,1% van de actief woningzoekenden een woning kreeg toegewezen. De afname van de slaagkans wordt vooral veroorzaakt door de sterke toename van het aantal actief woningzoekenden.

Toename aantal actief woningzoekenden De afgelopen vijf jaar is het aantal actief woningzoekenden in Amsterdam met maar liefst 87% toegenomen; van ruim 78.700 (2020) naar 147.500 in 2024. De groei is vooral sinds 2023 goed waarneembaar. In dat jaar is het puntensysteem

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

Figuur 6.2: Gemeente Amsterdam. Ontwikkeling aantal actief woningzoekenden op WoningNet per doelgroep (2020 - 2024) 160.000 140.000 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 2020

2021

2022

2023

t/m 22 jaar zonder kinderen

23 t/m 27 jaar zonder kinderen

vanaf 55 jaar zonder kinderen

alle leeftijden met kinderen

2024

28 tot 55 jaar zonder kinderen

Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

33

Slaagkans per doelgroep Als gevolg van de toename van het aantal actief woningzoekenden is de slaagkans (het percentage actief woningzoekenden dat een woning vindt) bij alle doelgroepen gedaald. De slaagkans voor 55-plussers zonder kinderen is anno 2024 het hoogst (7,5%), maar is wel fors gedaald de afgelopen jaren. Bij jongeren tot en met 22 jaar geldt het omgekeerde: zij hebben de laagste slaagkans (1,3%), maar bij hen is de daling relatief gering. Hierbij lijkt de invoering van het puntensysteem een rol te spelen: jongeren lijken meer gericht op het opbouwen van zoekpunten en vinden daardoor eerder een woning, waardoor hun slaagkans veel minder sterk is afgenomen dan bij 55-plussers. De evaluatie van het puntensysteem (2026) zal hier nader op in gaan. Als we kijken naar de slaagkansen van de andere doelgroepen, dan komt ook hier naar voren dat de slaagkans voor huishoudens tussen 28 tot 55 jaar zonder kinderen, waarvoor geen passendheidsregelingen gelden, relatief klein is. Maar daarnaast zijn er ook enkele doelgroepen die ondanks één of meerdere voorrangsregelingen waar ze voor in aanmerking komen, toch een kleine slaagkans hebben. Dat geldt met name voor gezinnen. Hierbij speelt mee dat het aanbod aan ruime woningen voor gezinnen in Amsterdam beperkt is. Voorrangsregels alleen zijn dan onvoldoende om de slaagkans op het niveau van het gemiddelde te krijgen.

Figuur 6.3: Gemeente Amsterdam. Ontwikkeling van slaagkansen per doelroep (2020 - 2024) 16,0% 14,0%

12,0% 10,0% 8,0% 6,0% 4,0% 2,0% 0,0% 2020

2021

2022

2023

2024

t/m 22 jaar zonder kinderen

23 t/m 27 jaar zonder kinderen

vanaf 55 jaar zonder kinderen

alle leeftijden met kinderen

28 tot 55 jaar zonder kinderen

totaal

Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

6.3 Inschrijftijd en zoektijd Naast het aantal toegewezen woningen per doelgroep en de slaagkans per doelgroep zijn er nog enkele kenmerken die iets zeggen over de kansen van de verschillende doelgroepen in de sociale huursector. • De gemiddelde inschrijftijd is de periode vanaf dat een woningzoekende zich heeft ingeschreven bij WoningNet, tot het moment dat men een woning kreeg toegewezen16.

16

Tot nu toe wordt daarbij nog wel ook onderscheid gemaakt met de ‘wachttijd’. Dat is de gemiddelde inschrijftijd, inclusief opgebouwde inschrijftijd via woonduur. Tot 1 juli 2015 werd de periode waarin mensen reeds een woning huurde bij een woningcorporatie in Amsterdam

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

meegeteld bij de inschrijftijd. Vanaf de invoering van het puntensysteem werd de opgebouwde woonduur omgezet in ‘wachtpunten’. Deze overgangsregeling loopt tot 1 juli 2030.

34

•

De gemiddelde zoektijd is de periode vanaf de eerste reactie van een woningzoekende tot het moment dat men een woning kreeg toegewezen.

Figuur 6.5: Gemeente Amsterdam. Ontwikkeling gemiddelde zoektijd per doelgroep (2020 - 2024) 12,0

Figuur 6.4: Gemeente Amsterdam. Ontwikkeling gemiddelde inschrijftijd per doelgroep (2020 - 2024)

10,0 8,0

16,0 14,0

6,0

12,0

4,0

10,0 8,0

2,0

6,0 0,0 2020

4,0 2,0 0,0 2020

2021

2022

2023

2024

t/m 22 jaar zonder kinderen

23 t/m 27 jaar zonder kinderen

vanaf 55 jaar zonder kinderen

alle leeftijden met kinderen

28 tot 55 jaar zonder kinderen

Totaal

Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

Er is een duidelijke relatie tussen de lengte van de inschrijftijd en de zoektijd. Zeker vóór de invoering van het puntensysteem gold dat het ‘opbouwen van inschrijftijd’ belangrijk was in de uiteindelijke rangordening van woningzoekenden. Vooral oudere woningzoekenden schreven zich vaak preventief in, bouwden zodoende inschrijftijd op, zodat ze op het moment dat ze actief gingen reageren op advertenties direct vrij hoog in de rangorde kwamen. Met name jongere woningzoekenden hadden deze ‘luxe’ om inschrijftijd op te bouwen, vaak niet. Zij zoeken vaak direct na inschrijving een woning. Bovendien kunnen woningzoekenden zich pas vanaf 18 jaar inschrijven, waardoor jongeren nog geen lange inschrijftijd kunnen hebben.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

2021

2022

2023

2024

t/m 22 jaar zonder kinderen

23 t/m 27 jaar zonder kinderen

vanaf 55 jaar zonder kinderen

alle leeftijden met kinderen

28 tot 55 jaar zonder kinderen

Totaal

Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

De afgelopen jaren zijn de gemiddelde inschrijftijd en zoektijd in Amsterdam afgenomen. De invoering van het puntensysteem lijkt hier één van de redenen voor te zijn. De toegenomen kansen van jongeren (doordat zij zeer actief zijn met het opbouwen van zoekpunten) hebben effect op het totale gemiddelde. Voor bijna alle doelgroepen is de gemiddelde inschrijftijd afgenomen. Bij 55-plussers zonder kinderen was er juist sprake van een toename. Ook bij de inschrijftijd en zoektijd komen huishoudens tussen 28 en 55 jaar zonder kinderen naar voren als een groep met een relatief slechte positie: ondanks een daling van de gemiddelden hadden zij in 2024 de langste gemiddelde inschrijftijd (12,4 jaar) en de op één na langste zoektijd (7,4 jaar). Ook gezinnen, die meestal in dezelfde leeftijdsklasse (tussen 28 en 55 jaar) zitten, moeten relatief lang geduld hebben.

35

6.4 Kansen woningzoekenden zonder voorrang Hiervoor hebben we (op alle indicatoren) gezien dat de doelgroep huishoudens tussen 28 en 55 jaar zonder kinderen relatief weinig kans maakt op een woning. Deze groep krijgt geen voorrang voor specifieke woningen via passendheidsregelingen, maar kan wel in aanmerking komen voor andere voorrangsregelingen, bijvoorbeeld urgentie. In deze paragraaf zoomen we in op de kansen van huishoudens tussen 28 en 55 jaar zonder kinderen die ook geen voorrang heeft op basis van één van de andere voorrangsregelingen. Dit is ongeveer een kwart van de actief woningzoekenden. In de afgelopen jaren zijn alle geadverteerde woningen in Amsterdam met één of meerdere voorrangsregelingen aangeboden. Dat betekent niet er geen woningen beschikbaar zijn voor mensen zonder voorrang. Als er geen woningzoekenden met voorrang zijn die interesse hebben in een woning, komen mensen zonder voorrang aan de beurt. Op deze wijze is de afgelopen jaren jaarlijks gemiddeld zo’n 17% van alle geadverteerde woningen terecht gekomen bij mensen zonder voorrang binnen de groep tussen 28 en 55 jaar zonder kinderen (gemiddeld 720 woningen per jaar). De slaagkans van deze woningzoekenden die geen enkele voorrang hebben, lag de afgelopen jaren lager dan die voor woningzoekenden met voorrang. Wel is te zien dat de slaagkansen iets dichter bij elkaar zijn komen te liggen.

Vooral doordat de slaagkans voor mensen met voorrang iets sterker is gedaald dan die van mensen zonder voorrang.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

Figuur 6.6: Gemeente Amsterdam. Ontwikkeling van slaagkansen voor woningzoekenden met en zonder voorrang (2020 - 2024) 7,0% 6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% 2020

2021

2022

2023

2024

Slaagkans woningzoekenden zonder voorrang Slaagkans woningzoekenden met voorrang Gemiddelde slaagkans

Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

De inschrijftijd en zoektijd van woningzoekenden zonder voorrang zijn langer dan gemiddeld in Amsterdam. Wel is de zoektijd voor mensen zonder voorrang sterker aan het afnemen dan voor mensen met voorrang. Dit is met name sinds 2023 in de cijfers terug te zien (voor de ontwikkeling van de zoektijd per leeftijdsklasse in de periode 2020 - 2024, zie bijlage III).

36

Figuur 6.7: Gemeente Amsterdam. Ontwikkeling gemiddelde zoektijd voor woningzoekenden met en zonder voorrang (2020 - 2024) 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 2020

2021

2022

2023

2024

Zoektijd woningzoekenden zonder voorrang Zoektijd woningzoekenden met voorrang Gemiddelde zoektijd

Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.

6.5 Conclusie Op basis van de indicatoren die in dit hoofdstuk besproken zijn, kunnen we de volgende conclusies trekken over de kansen van de doelgroepen en de invloed van de voorrangsregelingen daarop: • Jongeren tot en met 22 jaar zonder kinderen hebben een relatief slechte positie. Er worden (in verhouding tot de vraag) relatief weinig woningen met voorrang voor deze groep aangeboden en bij andere woningen maken zij weinig kans omdat zij nog weinig inschrijfduur (wachtpunten) hebben kunnen opbouwen.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

• Jongeren van 23 tot en met 27 jaar zonder kinderen hebben een gemiddelde positie. Ook zij hebben nog weinig inschrijfduur, maar er worden veel meer woningen met voorrang voor deze groep aangeboden, waardoor zij meer kans maken. Beide groepen jongeren lijken sinds de invoering van het puntensysteem, dankzij het opbouwen van zoekpunten, beter te kunnen concurreren met andere doelgroepen. • Ouderen vanaf 55 jaar zonder kinderen hebben een relatief goede positie omdat zij vaak al lang ingeschreven staan als zij gaan reageren op woningen. Bovendien zijn er veel voorrangsregelingen waarvan ouderen profiteren: niet alleen seniorenwoningen, maar ook de voorrang met Wmo-indicatie (en daarna 65+) en de verhuisregelingen Van Groot naar Beter en Van Hoog naar Laag. Binnen de groep ouderen krijgen 65-plussers vaak voorrang, waardoor zij meer kans maken dan de groep 55 tot 65 jaar. • Gezinnen met kinderen hebben een relatief slechte positie, ondanks de voorrang bij grote woningen voor kleine of grote gezinnen. Dit komt vooral door het beperkte aanbod aan grote woningen in Amsterdam waarbij deze voorrang geldt. • Voor de overige huishoudens, tussen 28 en 55 jaar zonder kinderen, bestaan er geen specifieke passendheidsregelingen waarmee zij voorrang krijgen bij bepaalde woningen. Desondanks wordt jaarlijks gemiddeld 17% van de geadverteerde woningen aan deze groep toegewezen.

Toch heeft deze groep een duidelijk minder goede positie dan de meeste andere doelgroepen. Dit geldt vooral voor woningzoekenden uit deze groep die (ook) geen voorrang hebben op grond van urgentie, lokale binding of verhuisregelingen. Zij vormen veruit het grootste deel van deze groep.

37

7 Begrijpelijkheid van de voorrangsregelingen Naast de effectiviteit van de voorrangsregelingen wordt in deze evaluatie ook de begrijpelijkheid van de regelingen onderzocht. Het gaat er daarbij om of de regelingen helder zijn voor zowel woningzoekenden als andere betrokkenen. Maar ook of men alle benodigde informatie over de regelingen eenvoudig kan vinden. Hiervoor hebben een drietal groepsgesprekken plaatsgevonden met 1) corporatiemedewerkers, 2) medewerkers van buurtteams en Stichting !WOON en 3) huurders. Van de groep huurders waren vier mensen op zoek naar een andere woning. De overige 11 deelnemers waren niet actief op zoek, maar hebben bij hun zoektocht in het verleden te maken gehad met de voorrangsregelingen.

7.1 Vindbaarheid van de informatie Eén centrale plek met alle informatie wordt gemist Voor woningzoekenden is met name een aantal zaken belangrijk om te weten: Kom ik in aanmerking voor een bepaalde voorrangsregeling? Welke (extra) stappen moet ik zetten om aan te geven dat ik voor bepaalde voorrangsregelingen in aanmerking wil komen (en hoe moet ik dat doen)? Is mijn aanvraag voor een voorrangsregeling gelukt? Hoe ziet mijn profiel (met voorrangsregelingen) eruit? Het is voor woningzoekenden ook niet altijd duidelijk welke corporaties wel/niet meedoen aan een bepaalde regeling. En of bij een doorstroomregeling een huurder mag verhuizen uit een woning van corporatie A naar een woning van corporatie B.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

In alle interviews komt naar voren dat het voor woningzoekenden lastig is om alle benodigde informatie over de voorrangsregelingen te vinden. Verschillende sites bieden een deel van de informatie (gemeente, WoningNet, corporaties). Eén centrale plek waar alle informatie te vinden is, wordt gemist. Woningzoekenden hebben het gevoel te veel zelf op zoek te moeten gaan naar informatie, terwijl het volgens hen op basis van hun profiel en persoonskenmerken mogelijk zou moeten zijn om gerichte informatie over de voorrangsregelingen te kunnen sturen. Niet alleen voor woningzoekenden, ook voor beleidsmedewerkers en bestuurders van woningcorporaties, is het lastig om de werking van de voorrangsregelingen goed te doorgronden. Door de hoeveelheid en diversiteit aan regelingen is het lastig te overzien wat er gebeurt als er iets in het geheel wordt aangepast (bijvoorbeeld een regeling toevoegen of afschaffen).

Behoefte aan meer preventieve informatie In het verlengde van het vorige punt is in de gesprekken met huurders, medewerkers van buurtteams en Stichting !WOON genoemd dat woningzoekenden soms te laat achter relevante informatie komen (of het helemaal niet te weten komen). Huurders stellen daarom voor om - als dat van toepassing is - preventief informatie toe te sturen over voorrangsregelingen die wellicht kunnen gelden voor woningzoekenden (op basis van hun zoekprofiel en persoonskenmerken). Zo is een deel van de jongeren niet op de hoogte dat ze via de app MyQii kunnen aangeven dat zij binding hebben met Amsterdam (en daarmee voorrang kunnen krijgen). Daarnaast zouden woningzoekenden die nog gebruik kunnen maken van de overgangsregeling voor vervallen woonduur, op de hoogte gesteld moeten worden dat deze overgangsregeling per 1 juli 2030 wordt beëindigd.

38

7.2 Toegankelijkheid van de informatie (te) Beknopt en ingewikkeld taalgebruik Medewerkers van buurtteams en Stichting !WOON geven aan dat de toelichting over voorrangsregelingen soms zeer beknopt is en met regelmatig (te) juridisch taalgebruik. Het is begrijpelijk als de basisinformatie beknopt wordt gehouden, maar dan zou het helpen dat voor iemand die iets meer toelichting wil, een pop-up met nadere informatie kan verschijnen. Ook op andere manieren zou de informatie toegankelijker gemaakt kunnen worden. Veel informatie over het woonruimteverdeelsysteem wordt nu enkel in het Nederlands en Engels weergegeven, terwijl een deel van de woningzoekenden deze talen niet spreekt. Dit raakt aan een discussiepunt waarover de meningen bij betrokkenen verdeeld zijn. Willen we woningzoekenden optimaal ontzorgen en faciliteren in hun zoektocht naar een woning, of mag er ook een bepaald niveau van zelforganiserend vermogen verwacht worden? Een voorbeeld hierin is de brief met daarin de Wmoindicatie voor het type woning waar mensen met een medische beperking voor in aanmerking komen. Regelmatig worden corporatiemedewerkers toch gebeld met de vraag voor welk type woning mensen in aanmerking komen. Met name corporatiemedewerkers wijzen op het belang om niet door te slaan in het faciliteren, om overbelasting bij het personeel te voorkomen. Niet iedereen is het daar mee eens.

Diverse huurders, maar ook medewerkers van buurtteams en Stichting !WOON, benadrukken dat er een groeiende groep bewoners is die minder zelfredzaam is, terwijl de hele maatschappij (inclusief de werkwijze van het woonruimteverdeelsysteem) steeds complexer voor hen wordt. Voldoende ondersteuning en persoonlijke begeleiding bij het aanvragen van een voorrang en het reageren op woningaanbod is voor de groep niet 17

zelfredzame woningzoekenden van groot belang. Overigens zijn huurders zeer tevreden over de wijze waarop instanties als de buurtteams en Stichting !WOON ondersteuning bieden aan woningzoekenden.

MyQii: nog diverse knelpunten Voor voorrangsregelingen met bindingseisen (Amsterdamse jongeren en stadsdeelvoorrang) moeten woningzoekenden in de basis via de app MyQii toetsen of ze voldoen aan de voorwaarden (de app haalt gegevens uit de BRP op uit MijnOverheid, waardoor de voorrang automatisch kan worden gecontroleerd en aangezet). Op dit moment leidt de app bij een deel van de woningzoekenden voor problemen. Het installeren van de app is voor mensen ingewikkeld (zelfs bij jongeren die hier doorgaans zeer vaardig mee zijn). Het komt soms voor dat de app meerdere dagen niet functioneert. Woningzoekenden die zich willen aanmelden krijgen dan een foutmelding bij hun aanvraag en kunnen dat dan niet meer zelf herstellen. De helpdesk voor beantwoording van vragen is niet altijd bereikbaar, zo wordt gezegd17. Medewerkers van Stichting !WOON raden mensen het gebruik van de app af en geven het advies om via het fysieke stadsloket de stadsdeelvoorrang of voorrang voor Amsterdamse jongeren aan te vragen en te toetsen. Corporatiemedewerkers zien wel de potentie van de app op de lange termijn. Het automatiseren en koppelen van verschillende persoonsgegevens (mits dit correctie verloopt volgens de AVG) kan een grote besparing van tijd en kosten met zich meebrengen.

Op dit moment wordt er al gewerkt aan technische verbetering van de app. Daarnaast volgen in 2026 werkzaamheden om ook het gebruiksgemak te vergroten.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

39

Behoefte aan meer transparantie over de woningtoewijzing Woningzoekenden zouden na woningtoewijzing graag iets meer inzicht hebben in de reden waardoor zij op een bepaalde plek in de rangorde terecht zijn gekomen (en op basis van welke gronden iemand anders de woning heeft gekregen). Men snapt dat het vanwege privacywetgeving niet mogelijk is om hier volledige openheid van zaken in te geven, maar iets meer toelichting zou al fijn zijn om het systeem van voorrangsregels (en het resultaat ervan) beter te begrijpen. Woningzoekenden vinden het ook belangrijk dat er aandacht blijft voor de menselijke maat. Bijvoorbeeld door met bewoners van een bepaald complex in gesprek te gaan om te kijken of ze open staan voor de Van Groot naar Beter regeling (en zo mogelijk binnen een complex mensen door te laten schuiven naar een meer passende woning). Dat betekent dat af en toe van de geldende voorwaarden afgestapt moet worden om mensen zo passend mogelijk te kunnen huisvesten. Huurders zijn daarom ook positief over het voornemen om de harde m² eis bij de Van Groot naar Beter regeling18 flexibeler te maken. Dat kan ten koste gaan van de transparantie van de woningtoewijzing. Corporatiemedewerkers geven aan dat verschillen in de interpretatie van flexibiliteit bij deze regeling kan leiden tot meer gedoe over of iemand wel of niet voldoet aan de voorwaarden voor de regeling.

De meeste huurders in de gesprekken geven aan dat zij uiteindelijk een betere match tussen vraag en aanbod (als gevolg van maatwerk) belangrijker vinden dan optimale transparantie over hoe de woningtoewijzing tot stand is gekomen.

18

De huidige woning moet minimaal 70 m² groot zijn.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

7.3 Dienen de voorrangsregelingen de juiste doelen? Bij begrijpelijkheid van de voorrangsregelingen gaat het er ook om of de inhoudelijke keuzes die gemaakt worden (waarom de ene groep wel voorrang krijgt en de ander niet of minder) voor alle betrokkenen te volgen zijn.

Stadsvernieuwing: voor sommige groepen lastig zelf zoeken Stadsvernieuwingsurgenten gaan in eerste instantie met voorrang zelf op zoek naar vervangende woonruimte. Als dat niet lukt binnen de gestelde termijn19, dan kan de woningcorporatie via directe bemiddeling alsnog een woning voor deze doelgroep beschikbaar stellen. Corporatiemedewerkers geven aan dat er vooral enkele specifieke groepen zijn voor wie het zelf zoeken met voorrang lastig is: • Voor gezinnen met kinderen is het aanbod aan beschikbare gezinswoningen dermate klein, dat corporaties genoodzaakt zijn om vroegtijdig gezinswoningen te reserveren om via directe bemiddeling toe te kunnen wijzen aan stadsvernieuwingsurgenten. • Sommige ouderen vinden het lastig om zelf te zoeken naar een woning. Zij moeten via directe bemiddeling worden geholpen om hen tijdig naar een vervangende woonruimte te helpen. Daarbij helpt het niet mee als grote delen van de vrijkomende woningen met voorrang worden aangeboden aan een specifieke doelgroep. Zo wordt bijvoorbeeld alle nieuwbouw geschikt bevonden voor mensen met een Wmoindicatie en deze groep gaat in de rangorde voor op urgenten met voorrang. Hierdoor staan ze bij mensen met een Wmo-indicatie bij veel woningen hoog in de rangorde.

19

Doorgaans geldt hier een periode van zes maanden voor.

40

Semi-stadsvernieuwing Bij corporatiemedewerkers lopen de meningen uiteen als het gaat om de voorrang voor mensen met semi-stadsvernieuwingsurgentie. Het komt regelmatig voor dat grote gezinnen geherhuisvest worden vanwege sloop/nieuwbouw of een renovatieproject. Dit kan betekenen dat een groot aantal thuiswonende volwassen kinderen een urgentiestatus krijgt, waardoor meer woningen beschikbaar moeten komen voor deze groep dan wanneer enkel het hoofd van het huishouden een urgentiestatus zou krijgen. In de afgelopen vijf jaar zijn 537 woningen toegewezen op basis van semistadsvernieuwings-urgentie (gemiddeld 107 per jaar). Aan de andere kant zou er zonder deze urgentieregeling een complexe opgave liggen om meer grote gezinnen van passende woonruimte te voorzien, terwijl het aanbod van ruime gezinswoningen in Amsterdam beperkt is. Corporaties vinden het daarom belangrijk om aan de hand van deze evaluatie het gesprek met elkaar te voeren over of voordelen van deze urgentieregeling opwegen tegen de mogelijke nadelen. Hierbij moet ook onderscheid gemaakt worden tussen: a) Sloop/nieuwbouw, inclusief grote renovatieprojecten. Bij deze projecten moeten de zittende huurders verhuizen naar een andere plek. b) Kleinere renovatieprojecten. Bij deze projecten is het niet noodzakelijk dat zittende huurders verhuizen.

Maar een verhuizing op basis van (semi)stadsvernieuwingsurgentie bespoedigt het renovatieproject doorgaans wel.

en ondersteunende instanties van mening over dit onderwerp. Op hoofdlijnen worden de volgende zaken aangegeven: • Veel betrokkenen vinden het goed dat er voorrangsregelingen zijn voor mensen met binding aan Amsterdam (met name jongeren). Omdat veel omliggende gemeenten ook bindingseisen stellen, worden de slaagkansen van deze groepen buiten Amsterdam beperkt en is het goed dat er meer wordt gedaan om hun kansen binnen de gemeente te vergroten. • Sommige corporatiemedewerkers vinden dat er bij de voorrangsregels erg veel aandacht is voor de doelgroep ouderen. Is het niet mogelijk om sommige regelingen (bijvoorbeeld seniorenwoningen Wibo-woning) gelijk te stellen? Al is het maar om het eenvoudiger maken van het systeem van voorrangsregelingen. Anderzijds benoemen woningzoekenden het positieve effect dat een verhuizing van een ouder huishouden heeft op de doorstroming in de sociale huursector. Vaak leidt zo’n verhuizing tot een langere verhuisketen dan bij een jonger huishouden. • Sommige betrokkenen stellen voor om juist helemaal niks aan de voorrangsregelingen te wijzigen de eerstkomende jaren. Te veel wijzigingen in een kort tijdsbestek leidt alleen maar tot meer verwarring. Bovendien zal er bij elke wijziging wel een doelgroep zijn die zich benadeeld voelt.

Worden de juiste doelgroepen ondersteund? Alle betrokkenen die gesproken zijn in deze evaluatie vinden het lastig om aan te geven of sommige doelgroepen met de voorrangsregels te veel of juist te weinig worden geholpen. Bovendien verschillen huurders, woningcorporaties

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

41

Evaluatie VHNL en VGNB (2024) over begrijpelijkheid en toegankelijkheid In 2024 heeft al een evaluatie plaatsgevonden van twee voorrangsregelingen; Van Hoog naar Laag en Van Groot naar Beter. Over de begrijpelijkheid en toegankelijkheid van de informatie over de regelingen zijn verschillende uitspraken gedaan die deels ook overeenkomen met de constateringen in de huidige evaluatie: • Zorg voor eenduidige en begrijpelijke communicatie over de regelingen. Kies voor helder, simpel en begrijpelijk taalgebruik, eventueel in verschillende talen. • Laat de m² norm los of verlaag het aantal vereiste m² bij het bepalen of iemand kan verhuizen met de VGNB-regeling. Ook kleinere woningen met vier of vijf kamers zijn in veel gevallen groot genoeg om een groot gezin te huisvesten. • Maak het aanbodproces van WoningNet coulanter voor ouderen en biedt meer begeleiding. Begeleid bewoners in het gehele traject, van voorrang aanvragen, op woningen reageren tot en met de verhuizing. • Huurders hebben het gevoel dat vrijgekomen woningen via de Van Groot naar Beter regeling vaak verkocht of geliberaliseerd worden. Dit schrikt huurders die mogelijk gebruik willen maken van de regeling af (een punt dat ook in de huidige evaluatie naar voren is gekomen).

Uit de cijfermatige analyse kwam in 2024 naar voren dat het overgrote deel van de achtergelaten woningen bij gebruikmaking van VGNB wordt toegewezen aan gezinnen met kinderen.

7.4 Conclusies Voor veel betrokkenen (woningzoekenden, medewerkers van corporaties, buurtteams en Stichting !WOON) zijn de voorrangsregels complex en zouden er maatregelen genomen kunnen worden om het voor woningzoekenden eenvoudiger te maken. Verbeterpunten die als eerste worden genoemd zijn: • Eén centrale plek waar alle informatie over de voorrangsregelingen te vinden is (en hier vervolgens ook naamsbekendheid aan geven).

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

• Het gebruik van eenvoudig taalgebruik en eventueel in meerdere talen, naast Nederlands en Engels. • Meer mogelijkheden om nadere toelichting te kunnen geven (pop-up berichten), waar mogelijk toegespitst op het zoekprofiel van de woningzoekende. • Het verder optimaliseren van de MyQii app, waar momenteel al verbeterslagen in gemaakt worden. In tweede instantie vinden betrokkenen het goed om te kijken of de huidige voorrangsregelingen nog wel aansluiten bij de doelen die we ermee voor ogen hebben. Hierbij worden met name de volgende regelingen genoemd: • Heroverweeg of de hoge positie van mensen met een Wmo-indicatie in de totale rangorde nog aansluit bij het type woningen waar deze voorrangsregeling voor geldt. • Voer het gesprek over de kwantiteit en kwaliteit van het aantal voorrangsregelingen voor ouderen, met name als het gaat om voorrang voor seniorenwoningen, Wibo-woningen en Wmo-indicatie.

Zijn de regelingen voldoende onderscheidend, in die zin dat ze andere doelen stellen, of kunnen regelingen ook samengevoegd worden (ook gelet op het zo eenvoudig mogelijk houden van het totale woonruimteverdeelsysteem)? • Wegen de voordelen van de urgentieregeling voor semi-stadsvernieuwing (minder grote gezinswoningen nodig voor de herhuisvesting van urgenten) op tegen de nadelen (in absolute zin meer woningen nodig voor de herhuisvesting van urgenten)? Dit geldt met name bij kleinere renovatieprojecten.

42

8 Implementatie van een voorrangsregeling De mate van complexiteit van voorrangsregelingen wordt niet alleen bepaald door de begrijpelijkheid en beschikbaarheid van informatie over de regelingen. Ook de tijd die geïnvesteerd wordt in de voorbereiding en bij de uitvoering (op het moment dat een voorrangsregeling van kracht is geworden), geven inzicht in de complexiteit van het systeem. Omdat sommige regelingen al lang bestaan, is niet meer voor elke regeling te achterhalen welke stappen zijn gezet om tot invoering te komen. We beperken ons daarom tot een beschrijving van dit proces bij één regeling: de stadsdeelvoorrang. Dit is een recent toegevoegde voorrangsregeling, waardoor er ook veel documentatie beschikbaar is van hoe de voorbereidingen voor invoering zijn verlopen.

8.1 Aanleiding van de stadsdeelvoorrang Naar aanleiding van een motie over de huisvestingsverordening in 2020 is de gemeente gestart met het uitwerken van een voorrangsregeling voor woningzoekenden met binding aan een stadsdeel 20, gericht op nieuwbouwcomplexen in het sociale- en middeldure huursegment. Het doel van de regeling was enerzijds om mensen met een binding aan het stadsdeel te behouden voor het gebied en anderzijds om tot een goede mix van zowel

20

nieuwe bewoners als huidige bewoners van het stadsdeel om complexniveau te komen, om zo de sociale cohesie te versterken.

8.2 Discussiepunten bij het uitwerken van de regeling De gemeente is eindverantwoordelijk voor de inhoud van de huisvestingsverordening. Voorwaarde is wel dat de gemeente deze inhoud afstemt met betrokken partijen. In dit geval is de opzet van de stadsdeelvoorrang meerdere malen besproken met verschillende onderdelen binnen de gemeente (Directie Wonen, stadsdelen), woningcorporaties en private verhuurders. Hierbij is een aantal discussiepunten frequent teruggekomen. 1. In lijn met mogelijkheden Huisvestingswet? Maximaal 50% van de jaarlijks toe te wijzen woningen mogen volgens de Huisvestingswet met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden met lokale of regionale binding. Omdat in Amsterdam al diverse regelingen bestonden waarbij rekening werd gehouden met lokale binding, moet zorgvuldig worden gekeken dat de stadsdeelvoorrang niet leidt tot een overschrijding van dit maximumpercentage. Er is daarom de keuze gemaakt dat de stadsdeelvoorrang bij maximaal 25% van de woningen in elk aangedragen nieuwbouwcomplex zal gelden en alleen bij de eerste oplevering. Maar ook met dit uitgangspunt zal nog steeds vooraf een goede inschatting gemaakt moeten worden of dit percentage bij de aangedragen complexen op jaarbasis al dan niet zal leiden tot een overschrijding van de 50%. Dit blijft complex. Het is niet met zekerheid te

Woningzoekende is in de afgelopen tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken inwoner geweest van het stadsdeel. Daarmee sluit de definitie van binding aan op artikel 14 uit de Huisvestingswet.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

43

stellen hoeveel procent het komend jaar met voorrang wordt toegewezen aan iemand met lokale of regionale binding. Het bepalen van het percentage vergde ook wat overleg met de woningcorporaties, bijvoorbeeld om te bepalen welke bestaande voorrangsregelingen al inspelen op de lokale en regionale binding. Voor invoering van de stadsdeelvoorrang werd 33% van de jaarlijks toe te wijzen woningen met voorrang op basis van lokale of regionale binding toegewezen. 2. Welke nieuwbouwcomplexen worden aangedragen? Omdat de toewijzingsruimte op basis van lokale binding beperkt was, moest er rekening mee worden gehouden dat de voorrang misschien niet op alle aangedragen nieuwbouwcomplexen kon worden toegepast. De stadsdelen wilden graag dat elk nieuwbouwcomplex in principe in aanmerking kon komen voor de regeling, terwijl de corporaties hier graag medezeggenschap over wilden hebben. Uiteindelijk is ervoor gekozen om de voorrangsregeling op vrijwillige basis toe te passen. Eigenaren van een complex dragen complexen voor aan de gemeente, waarna zij selecteert waar de regeling gaat gelden. Door een complex aan te dragen, stemmen de eigenaren in met de plaatsing op de lijst en deelname aan de voorrangsregeling.

Besluit instemming stadsdeelvoorrang (2021) Op 1 februari 2021 is binnen de gemeente (Staf Wonen) ingestemd met de invoering van de stadsdeelvoorrang in de huisvestingsverordening. Dit betekende dat per 1 januari 2022 de stadsdeelvoorrang in de huisvestingsverordening was opgenomen. Wel werd in februari 2021 al de kanttekening gemaakt dat het zeer de vraag was of per 1 januari 2022 alle aanpassingen in het woonruimteverdeelsysteem WoningNet verwerkt zouden zijn. In het vervolgtraject werd duidelijk dat er diverse praktische aandachtspunten waren die de nodige voorbereidingstijd hebben gekost.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

Uiteindelijk was de stadsdeelvoorrang pas in juli 2024 operationeel in WoningNet. Voor particuliere eigenaren kon de voorrang wel al eerder worden uitgevoerd.

8.3 De uitvoering 1. Gebruik van app MyQii Onderdeel van de voorrangsregeling is dat getoetst moet worden of de woningzoekenden voldoen aan de bindingseisen. Het bleek praktisch nagenoeg onuitvoerbaar om de binding van alle woningzoekenden voor deze voorrangsregeling (inclusief die voor de jongerenbinding) handmatig te toetsen. Hiervoor zou ongeveer 10 extra fte nodig zijn. In 2021 is daarom besloten om - net als voor jongerenbinding - bij de stadsdeelvoorrang gebruik te maken van de MyQii app. Woningzoekenden maken zelf een profiel aan in deze app. MyQii haalt bij MijnOverheid de woongeschiedenis op en controleert of er aan de voorwaarden van stadsdeelbinding wordt voldaan. In de spelregels in WoningNet kan vervolgens worden vastgelegd dat een bepaalde groep stadsdeelvoorrang krijgt op een bepaalde woning. In 2021 was het werken met MyQii nog een pilotproject, waardoor nog niet meteen duidelijk was of alle betrokken partijen na de pilotfase door wilden gaan met MyQii. Dit had onder andere te maken met de vraag of het werken met MyQii voldoende veilig en zorgvuldig conform de privacywetgeving was. Uiteindelijk is de samenwerking met MyQii wel voortgezet. Overigens moest daarnaast nog wel een offline mogelijkheid bestaan voor woningzoekenden om zich aan te melden voor de stadsdeelvoorrang (via een aanvraag bij het stadsloket).

Het team urgentieverlening moet vervolgens de aanvraag toetsen. Hierover zijn diverse gesprekken gevoerd met de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam.

44

Het was moeilijk in te schatten hoeveel aanvragen via de offline route binnen zouden komen, maar waarschijnlijk meer dan de ongeveer 20 aanvragen per jaar voor de jongerenbinding. In 2021 was er echter nog onvoldoende capaciteit bij het team urgentieverlening om deze extra taak op te pakken. 2. Implementatie in WoningNet De voorrangsregel moet vervolgens ook worden geïmplementeerd in het online woonruimteverdeelsysteem WoningNet, zodat als er een woning met stadsdeelvoorrang wordt geadverteerd, de reacties van woningzoekenden op de juiste wijze worden gerangschikt. De kosten hiervoor werden geschat op ongeveer € 65.000. Gemeente en AFWC hebben afgesproken de kosten hiervoor te delen. In 2021 werd al gemeld dat de invoering bij WoningNet de nodige tijd kost. Niet alleen door de implementatie zelf, maar ook door de gesprekken met WoningNet over de regeling. Het betrof een regeling die alleen voor bepaalde nieuwbouwcomplexen ging gelden en daardoor handmatig ‘aan’ en ‘uit’ gezet moet worden. WoningNet probeert dergelijke regeling zoveel mogelijk te vermijden vanwege de foutgevoeligheid. De gemeente en de woningcorporaties hebben afgesproken een uitvoeringstoets te doen voor deze regeling. 3.

Aandragen nieuwbouwcomplexen Complexen waarbij er voor wordt gekozen om de stadsdeelvoorrang te laten gelden, moeten in het jaar van oplevering opgenomen worden in de bijlage van de Huisvestingsverordening. Dit betekent dat de definitieve lijst van complexen die worden aangewezen uiterlijk 1 september het jaar voor oplevering aangeleverd dient te worden bij de wethouder Volkshuisvesting. Om te borgen

21

dat dit proces zorgvuldig gebeurt, zijn eerst vijf mogelijke scenario’s bekeken. Op basis daarvan is het volgende voorkeursscenario uitgewerkt: Gemeente Amsterdam en de corporaties houden een overzicht bij van alle complexen die zijn aangedragen voor de komende jaren. 1. Op basis van het voorgaande jaar wordt er een inschatting gemaakt van het percentage lokale/regionale ruimte dat er in het komende jaar waarschijnlijk ‘over’ is. Daarnaast wordt gekeken naar de nieuwbouwprojecten van woningcorporaties die in het komende jaar worden opgeleverd. 2. Projecten waarbij het stadsdeel en de eigenaar de stadsdeelvoorrang willen toepassen, worden aangeleverd bij de beleidsadviseurs stadsdeelvoorrang. De beleidsadviseurs houden per stadsdeel een lijst bij van projecten. Uiterlijk 1 mei in het voorgaande jaar moet de lijst bekend zijn. 3. De beleidsadviseurs maken, op basis van het gekozen scenario door de wethouder, een advies over de complexen die wel/niet worden voorgedragen voor de stadsdeelvoorrang. De gemeente maakt hierbij gebruik van de informatie die ze ontvangen van de woningcorporatie. 4. Het advies wordt in juni besproken in de Staf Wonen. De wethouder Volkshuisvesting bepaalt welke complexen er definitief in de huisvestingsverordening worden opgenomen. 5. Na instemming van de gemeenteraad is de lijst met aangedragen nieuwbouwcomplexen definitief. 4.

Monitoring toewijzingen Er is afgesproken dat bij maximaal 25% van de toe te wijzen woningen in de aangewezen nieuwbouwcomplexen de stadsdeelvoorrang mag gelden21.

Om te zorgen dat het maximumpercentage met voorrang toe te wijzen woningen binnen de 50% van het totaal aantal toe te wijzen woningen blijft.

363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur

45

Daarom monitort de gemeente Amsterdam doorlopend de lokale toewijzingsruimte op basis van afmeldcodes bij verhuringen in WoningNet aangeleverd door de AFWC. De toewijzingscijfers van een bepaald jaar komen in zijn totaliteit pas in het jaar erop beschikbaar. Echter kunnen specifieke cijfers gedurende het jaar uitgevraagd worden om eventueel bij te sturen. Indien blijkt dat er in een jaar meer dan 25% van de toegewezen woningen met een lokaal bindingscriterium zijn toegewezen, dan kan er het jaar erop daarvoor gecompenseerd worden.

de inhoudelijke overwegingen. Maar de beschrijving van het proces rond de invoering van de stadsdeelvoorrang toont aan dat de totale voorbereiding niet uit het oog mag worden verloren. Het is daarom belangrijk om bij een eventuele aanpassing van de regelingen een inschatting te maken of alle werkzaamheden en kosten voor invoering wel opwegen tegen de voordelen en vooral het effect van een voorrangsregeling.

Toepassing stadsdeelvoorrang medio 2024 Na het besluit tot invoering van de stadsdeelvoorrang heeft het nog drie jaar geduurd voordat alle discussiepunten opgelost en de voorbereidende werkzaamheden afgerond waren. Hierdoor is de stadsdeelvoorrang pas medio 2024 voor het eerst in de praktijk toegepast.

8.4 Conclusies Het voorbeeld van de stadsdeelvoorrang laat zien dat het invoeren van een voorrangsregeling een lange voorbereidingstijd kent. Er zijn diverse factoren waardoor het voorbereidingstraject lang heeft geduurd: • Inhoudelijke discussiepunten tussen gemeente en corporaties over de werkwijze rond de voorrangsregeling. • Praktische discussiepunten met betrokken partners in de uitvoering van de regeling, bijvoorbeeld over de praktische mogelijkheden van de systemen en eventuele foutgevoeligheid. • De werkzaamheden om een voorrangsregeling te implementeren in de betrokken systemen. Bij de afweging om een voorrangsregeling in te voeren, zijn aspecten als voorbereidingstijd en kosten voor invoering vaak minder doorslaggevend dan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16379416/1