Evaluatie voorrangsregelingen Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
te huur
Gemeente Amsterdam, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties 24 oktober 2025
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
1
DATUM
24 oktober 2025
TITEL
Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
OPDRACHTGEVER
Gemeente Amsterdam, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties
AUTEUR(S)
Pim Tiggeloven
PROJECTNUMMER
363.117/G
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
KvK-nummer: 09035291 2 BTW-nummer: NL001826517B01
Inhoud Samenvatting
4
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Onderzoeksvragen Onderzoeksverantwoording Leeswijzer
8 8 8 9 9
2 2.1 2.2
Woonruimteverdeling in Amsterdam Totaaloverzicht woningtoewijzingen Directe bemiddeling
11 11 12
3 3.1 3.2 3.3
Voorrangsregelingen bij geadverteerde woningen Welke voorrangsregels zijn er? Het aanvragen van voorrang Volgordebepaling van voorrangsregelingen
15 15 19 19
4 4.1 4.2 4.3
Aanbod versus vraag Aanbod: geadverteerde woningen met voorrang Vraag: actief woningzoekenden Conclusies
22 22 24 26
5 5.1 5.2 5.3
Effectiviteit van de voorrangsregelingen Toegewezen met voorrang Toegewezen zonder voorrang Conclusie
27 27 30 30
6 6.1 6.2
Kansen per doelgroep Toewijzingen Slaagkansen
32 32 33
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
6.3 6.4 6.5
Inschrijftijd en zoektijd Kansen woningzoekenden zonder voorrang Conclusie
34 36 37
7 7.1 7.2 7.3 7.4
Begrijpelijkheid van de voorrangsregelingen Vindbaarheid van de informatie Toegankelijkheid van de informatie Dienen de voorrangsregelingen de juiste doelen? Conclusies
38 38 39 40 42
8 8.1 8.2 8.3 8.4
Implementatie van een voorrangsregeling Aanleiding van de stadsdeelvoorrang Discussiepunten bij het uitwerken van de regeling De uitvoering Conclusies
43 43 43 44 46
9 9.1 9.2 9.3 9.4
Vergelijking met andere G4- gemeenten Aantal voorrangsregelingen Omvang binnen de huisvestingsverordening Druk op de sociale huursector Conclusies
47 47 48 49 50
10 10.1 10.2 10.3
Conclusies en aanbevelingen Effectiviteit van de regelingen Begrijpelijkheid van het systeem Aanbevelingen
51 51 55 55
Bijlage I: Doelen per voorrangsregeling
59
Bijlage II: Cijfers per voorrangsregeling
62
Bijlage III: Overige tabellen
80
Bijlage IV: Definitielijst
87
3
Samenvatting Aanleiding In de gemeente Amsterdam worden verschillende voorrangsregelingen toegepast om sociale huurwoningen toe te wijzen. In de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV) en de Prestatieafspraken 2024 - 2027 is opgenomen dat de voorrangsregels voor de sociale huursector worden geëvalueerd. Voor woningcorporaties, de gemeente en huurderskoepels is het belangrijk om te weten hoe doeltreffend de regelingen zijn en hoe ze op elkaar inwerken. Daarnaast is het ook van belang om te weten wat al deze voorrangsregelingen doen met de kansen van woningzoekenden die niet voor voorrang in aanmerking komen. Tot slot is onderzocht of het huidige systeem van voorrangsregelingen voldoende begrijpelijk en toegankelijk is voor woningzoekenden.
Methode van onderzoek De basis van het onderzoek wordt gevormd door een uitgebreide analyse van verhuurgegevens die geregistreerd staan in WoningNet; het woonruimteverdeelsysteem dat wordt gehanteerd in Amsterdam. Op basis daarvan zijn analyses uitgevoerd op de groep actief woningzoekenden (wat zijn hun kenmerken en voor welke regelingen komt men al dan niet in aanmerking) en de toepassing van de voorrangsregelingen, zowel in de advertenties als in de uiteindelijke toewijzing. Voor de onderzoeksvragen ten aanzien van de begrijpelijkheid en toegankelijkheid zijn drie groepsgesprekken gehouden; met corporatiemedewerkers, mensen die woningzoekenden helpen bij vragen over het zoeken naar een huurwoning (buurtteams en Stichting !WOON) en huurders (waarvan een deel op dit moment op zoek is naar andere woonruimte). Tot slot heeft er een vergelijking plaatsgevonden tussen de voorrangsregelingen in Amsterdam en die in de drie andere G4-gemeenten.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
De bevindingen Om hoeveel woningen gaat het? In de periode 2020 - 2024 werden jaarlijks gemiddeld 7.800 sociale huurwoningen in Amsterdam toegewezen. Ongeveer 55% daarvan (zo’n 3.500 woningen per jaar) wordt via een advertentie op WoningNet aangeboden. Het zijn deze woningen waar de voorrangsregelingen op van toepassing zijn en waar de evaluatie zich op richt. De overige woningen worden via directe bemiddeling aan specifieke (vaak kwetsbare) doelgroepen toegewezen. Welke typen voorrangsregelingen zijn er? In Amsterdam zijn er grofweg vier typen voorrangsregelingen: • Voorrang vanwege de passendheid van de woning: specifieke woningen (qua huurprijs, oppervlakte of levensloopgeschiktheid) worden met voorrang toegewezen aan woningzoekenden die hier het meest behoefte aan hebben, zoals jongeren, ouderen of gezinnen. • Urgentie met voorrang: een viertal doelgroepen met urgentiestatus die niet via directe bemiddeling (zoals de meeste urgenten) maar door zelf te zoeken met voorrang aan een woning worden geholpen. • Voorrang op basis van lokale binding: woningenzoekenden met een aantoonbare binding met de gemeente of een bepaald stadsdeel (op basis van het aantal jaar dat ze er al wonen) kunnen bij een deel van de aangeboden woningen in dat gebied voorrang krijgen.
• Verhuisregelingen voor doorstromers: bedoeld om een bepaalde verhuisbeweging te stimuleren (bijvoorbeeld om ruime woningen beschikbaar te krijgen). Het is zeer gebruikelijk dat per geadverteerde woning meerdere voorrangsregelingen van kracht zijn, tot wel tien regelingen per advertentie.
4
In vergelijking met de andere G4-gemeenten hanteert Amsterdam evenveel voorrangsregelingen als de gemeente Utrecht, maar het aantal regelingen is wel duidelijk groter dan in Rotterdam en Den Haag. Hoe verhoudt de omvang van het aanbod dat via voorrangsregelingen wordt aangeboden voor verschillende doelgroepen zich tot de vraag? Het aantal actief woningenzoekenden dat in aanmerking komt voor voorrang (107.000 in 2024) is vele malen groter dan het aantal geadverteerde woningen (4.500 in 2024). Als we kijken naar de procentuele verhouding tussen vraag en aanbod, dan zijn er een aantal voorrangsregelingen waarbij vraag en aanbod redelijk in evenwicht zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor woningen die gelabeld zijn voor jongeren van 23 tot en met 27 jaar, voor senioren en voor mensen in een rolstoelwoning. Er zijn ook enkele voorrangsregelingen die bij zeer veel advertenties worden toegepast, maar waarbij de doelgroep klein is. Bij de urgente woningzoekenden wordt dit gedaan om huishoudens snel aan vervangende woonruimte te helpen. Ook de verhuisregelingen voor doorstromers worden vaak ingezet. Ze zijn bedoeld voor huishoudens die aanvankelijk misschien nog geen verhuiswens hadden, maar hiermee mogelijk gestimuleerd worden. Bij enkele voorrangsregelingen zien we dat de procentuele vraag veel groter is dan het procentuele aanbod.
Dat geldt bijvoorbeeld voor jongeren tot en met 22 jaar, kleine en grote gezinnen en de lage inkomens. Er zijn de afgelopen jaren in Amsterdam geen woningen aangeboden zonder voorrangsregelingen. Toch is 17% van de geadverteerde woningen (gemiddeld 720 woningen per jaar) uiteindelijk toegewezen aan de doelgroep die niet voor voorrang in aanmerking komt (een- en tweepersoonshuishoudens tussen de 28 en 55 jaar). Dat gebeurt als er geen woningzoekenden met voorrang zijn die in aanmerking (willen) komen voor de geadverteerde woning.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Zijn de verschillende regelingen effectief? Bij de meeste voorrangsregelingen ten aanzien van de passendheid van woningen wordt bijna 100% toegewezen aan de doelgroep die hiervoor beoogd werd. Dat geldt ook voor de voorrangsregelingen die gericht zijn op woningzoekenden met lokale binding. Daarmee kan gesteld worden dat deze regelingen zeer effectief zijn. De doelen die ooit beoogd zijn, worden bereikt. Ook al betekent dit niet dat alle huishoudens die in aanmerking komen voor een van deze regelingen snel geholpen kunnen worden. Daarvoor is het aantal actief woningzoekenden te groot. De voorrangsregeling op basis van jongerenbinding heeft er niet toe geleid dat het aandeel toegewezen jongerenwoningen aan Amsterdamse jongeren significant is verhoogd. Dat komt mede doordat ook voor de invoering van de voorrangsregeling al een groot deel van de jongerenwoningen (83%) aan Amsterdamse jongeren werd toegewezen. De vier urgentieregelingen zijn bij vrijwel alle geadverteerde woningen van toepassing, terwijl slechts een beperkt aandeel van de woningen ook wordt toegewezen aan urgente woningzoekenden. In die zin lijkt de regeling niet effectief. De praktijk is echter dat een ruim aanbod voor deze doelgroep nodig is om te bewerkstelligen dat mensen tijdig naar een andere woning verhuizen. Die doelstelling (tijdig verhuizen) wordt over het algemeen wel gehaald.
Van de verhuisregelingen voor doorstromers (Van Groot naar Beter, Van Hoog naar Laag, verhuizen uit rolstoelwoning) wordt beperkt gebruik van gemaakt. Maar als woningen op basis Van Hoog naar Laag of Van Groot naar Beter worden toegewezen, leidt dat wel tot de gewenste doorstroming in de sociale huur. Deze voorrangsregelingen doen waarvoor ze in het leven zijn geroepen, maar niet in de mate zoals wellicht werd verwacht.
5
Wat zijn de gevolgen van voorrangsregelingen voor de kansen van verschillende doelgroepen? Ouderen (55 jaar en ouder) en jongeren (23 tot en met 27 jaar) hebben de beste uitgangspositie om aan een sociale huurwoning te komen in Amsterdam. Zeker voor ouderen zijn er soms meerdere voorrangsregelingen waar zij gebruik van kunnen maken. Wel is de slaagkans voor ouderen de afgelopen jaren afgenomen. Gezinnen hebben de slechtste uitgangspositie om een sociale huurwoning toegewezen te krijgen in Amsterdam. Er zijn weliswaar voorrangsregelingen voor kleine en grote gezinnen voorhanden, maar het woningaanbod waar deze doelgroep behoefte aan heeft (een ruime woning met meerdere kamers) is dusdanig schaars in Amsterdam, dat hun kansen kleiner zijn dan gemiddeld. Ook de kansen voor jongeren tot en met 22 jaar zijn kleiner dan gemiddeld. Zij komen in aanmerking voor jongerenwoningen, maar het specifieke woningaanbod (vooral woningen tot de kwaliteitskortingsgrens) voor deze doelgroep is beperkt. Daar komt bij dat ze ten opzichte van oudere leeftijdsgroepen nauwelijks inschrijftijd konden opbouwen (dat tot de introductie van het puntensysteem een belangrijke factor in de rangorde bij de woningtoewijzing was). De kansen voor de doelgroep die (meestal) niet in aanmerking komt voor voorrang (een- + tweepersoonshuishoudens van 28 tot en met 55 jaar), zijn lager dan gemiddeld in Amsterdam.
Maar doordat bij een deel van de geadverteerde woningen zich geen geschikte kandidaten met voorrang aandienen, wordt een aanzienlijk deel van het woningaanbod alsnog toegewezen aan woningzoekenden zonder voorrang. Is het systeem van voorrangsregelingen duidelijk voor betrokkenen? Betrokken organisaties zoals de woningcorporaties, buurtteams en Stichting !WOON komen vooral in contact met mensen die vragen hebben over de voorrangsregels. Hoewel er veel vragen bij de verschillende instanties komen,
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
mag - gezien het grote aantal actief woningzoekenden - ook verondersteld worden dat er een grote groep is die op basis van de beschikbare informatie haar weg weten te vinden in WoningNet en de voorrangsregels. Tegelijkertijd is er een groep woningzoekenden voor wie de voorrangsregels minder duidelijk of onbekend zijn. Een centrale plek waar alle informatie over de regelingen staat wordt gemist. Daarnaast is er behoefte aan meer proactieve informatievoorziening op basis van het zoekprofiel en persoonskenmerken van ingeschreven woningzoekenden. Zijn de oorspronkelijke doelen van de voorrangsregelingen nog steeds relevant? Uit de gesprekken komt geen sterk geluid naar voren om het huidige aantal regelingen sterk in te perken. Wel om het aantal voorrangsregelingen niet verder uit te breiden. Ondervraagde partijen vinden wel dat er relatief veel voorrangsregelingen voor ouderen zijn, terwijl hun kansen op een woning bovengemiddeld hoog zijn. Hierbij zou gekeken kunnen worden of sommige regelingen samengevoegd of vereenvoudigd kunnen worden. Daarbij moet wel het belang van de doorstroming in de sociale huursector worden meegenomen (vaak leidt een verhuizing van een ouder huishouden tot een relatief lange verhuisketen). Een andere suggestie die door een deel van de ondervraagde partijen is gedaan is om de voorrang voor semi-stadsvernieuwingsurgenten te heroverwegen.
De aanbevelingen 1.
2.
Voer het gesprek over het eventueel samenvoegen van één of meerdere voorrangsregelingen voor ouderen (met name seniorenwoningen, Wibowoning, Wmo-indicatie en Van Hoog naar Laag). Kijk of er meer woningen als gezinswoning kunnen worden gelabeld, om zo de kansen van gezinnen te vergroten.
6
3.
Heb bij de aankomende evaluatie van het puntensysteem (2026) extra aandacht voor de verwachte trends in de toekomst, inclusief het effect op de kansen per doelgroep. 4. Voer met elkaar het gesprek of de voorrang voor Amsterdamse jongeren een toegevoegde waarde heeft of eventueel afgevoerd kan worden. 5. Voer het gesprek over wat de reële kans per doelgroep op een sociale huurwoning in Amsterdam zou moeten zijn en welke doelgroepen daarbij iets meer (en minder) geholpen zouden moeten worden. 6. Geef daarbij specifiek aandacht aan de positie van woningzoekenden zonder voorrang. Is gemiddeld 17% toewijzing aan de doelgroep zonder voorrang voldoende? Is er behoefte aan nadere sturing aan de voorzijde om mensen zonder voorrang de zekerheid te geven van een minimum aantal woningen? Monitor de kansen van de doelgroep zonder voorrang doorlopend. 7. Voer met elkaar het gesprek over het voortzetten van de regeling voor semi-stadsvernieuwingsurgenten. Wegen de voordelen (urgenten worden tijdig geherhuisvest, waarbij minder ruime gezinswoningen nodig zijn dan zonder de urgentieregeling) op tegen de nadelen (meer woningen nodig voor de huisvesting van urgenten)? 8. Wees terughoudend over het toevoegen van nieuwe voorrangsregelingen. 9. Creëer één centrale online omgeving waar alle informatie over de voorrangsregelingen te vinden is. 10.
Zet meer mogelijkheden in om bij online informatie nadere toelichting te kunnen geven, waar mogelijk toegespitst op het zoekprofiel van de woningzoekende. 11. Verbeter de werking van de MyQii app. Zorg voor een goede bereikbaarheid van de helpdesk. Hier worden momenteel al stappen in gezet.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
12. Beperk het aantal voorrangsregelingen dat bij advertenties getoond wordt. Mogelijk kan hierbij in de weergave van advertenties onderscheid gemaakt worden naar het zoekprofiel van woningzoekenden. 13. Houdt oog voor het persoonlijke contact om de werkwijze van voorrangsregelingen toe te lichten.
7
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Amsterdam heeft verschillende voorrangsregels opgenomen in haar huisvestingsverordening. Deze regels zijn bedoeld om specifieke woningtypes passend toe te wijzen aan bepaalde huishoudens (bijvoorbeeld een seniorenwoning aan een huishouden van 55 jaar of ouder) en om bepaalde doelgroepen een grotere kans te geven op een woning (bijvoorbeeld Amsterdamse jongeren). In de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV) en de Prestatieafspraken 2024 - 2027 is opgenomen dat de voorrangsregels voor de sociale huursector worden geëvalueerd. Voor betrokken partijen (woningcorporaties, gemeente en huurderskoepels) is het belangrijk om te weten hoe doeltreffend de regelingen zijn en hoe ze op elkaar inwerken. Daar komt bij dat het aantal voorrangsregels in de loop der jaren gestaag is toegenomen. De vraag leeft wat het aantal voorrangsregelingen doet met de slaagkansen van woningzoekenden die niet voor voorrang in aanmerking komen. Verder willen partijen zicht krijgen op de begrijpelijkheid, vindbaarheid en uitlegbaarheid van de voorrangsregelingen, zowel voor woningzoekenden als voor woningcorporaties.
huurwoningen moeten worden toegewezen aan woningzoekenden zonder voorrang. Gezien het volksinitiatief is het extra belangrijk om in de evaluatie van de voorrangsregelingen nader in te zoomen op de groep woningzoekenden zonder voorrang. Daaruit moet duidelijk worden hoe groot de groep zonder voorrang is, hoeveel woningen voor hen beschikbaar zijn en hoeveel kans deze groep maakt op het toegewezen krijgen van een aangeboden woning op WoningNet.
1.2 Onderzoeksvragen De onderzoeksvragen zijn opgedeeld naar de hoofdonderwerpen van deze evaluatie.
Effectiviteit van de voorrangsregelingen 1. 2.
3.
Volksinitiatief Eerlijke kansen op sociale huurwoningen In mei 2025 is er een volksinitiatief ingediend over de toewijzing van sociale huurwoningen. De indieners stellen dat de kansen van woningzoekenden zonder voorrang te beperkt zijn door de omvang van het aantal urgentie- en voorrangsregelingen. Om tot een eerlijkere verdeling te komen, zou volgens de initiatiefnemers jaarlijks minimaal 25% van de vrijkomende zelfstandige sociale
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
4.
Hoeveel en welke woningen worden via advertenties aangeboden en welke (combinaties van) voorrangsregelingen worden daarbij toegepast? Hoe verhoudt de omvang van het woningaanbod dat via voorrangsregelingen wordt aangeboden zich tot het aantal woningzoekenden? Wat zijn de gevolgen van de voorrangsregelingen voor de kansen van verschillende groepen woningzoekenden en wat is het verschil tussen doelgroepen die wel en niet in aanmerking komen voor voorrang? Zijn de verschillende regelingen doeltreffend, in de zin dat: a. De juiste woningen terecht komen bij de juiste doelgroep? b. Mensen met binding aan een gebied daar kunnen blijven wonen? c. Urgenten die met voorrang zelf een woning zoeken, binnen de beoogde termijn aan een woning worden geholpen?
8
Begrijpelijkheid, vindbaarheid en uitlegbaarheid 1. 2.
Is het systeem van voorrangsregelingen duidelijk voor woningzoekenden en andere betrokkenen? Zijn de oorspronkelijke doelen waarom de voorrangsregelingen in het leven zijn geroepen, vandaag de dag nog steeds relevant?
1.3 Onderzoeksverantwoording 1. Data analyse De Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) heeft in afstemming met de gemeente, huurderskoepels en Companen een analyse uitgevoerd op de data van WoningNet waarin zowel de aanbodkant (mutaties van vrijkomende huurwoningen, toewijzingen), vraagkant (kenmerken van woningzoekenden, inclusief reacties en inschrijftijd) als de toepassing van voorrangsregelingen zijn opgenomen. In deze analyse hebben we kunnen terugkijken tot 1 januari 2020. Hierdoor hebben we vraag en aanbod over vijf volledige jaren kunnen analyseren.
2. Deskresearch Voor specifieke onderdelen van deze evaluatie is relevante documentatie nader geanalyseerd. In de eerste plaats gaat het om de doelen en voorwaarden van de verschillende voorrangsregelingen. Daarbij is ook gebruik gemaakt van de uitkomsten van de eerdere evaluatie van de verhuisregelingen Van Groot naar Beter en Van Hoog naar Laag (2024). Daarnaast is een vergelijking gemaakt van de Amsterdamse voorrangsregelingen met de regelingen die de andere G4-gemeenten in hun huisvestingsverordening hanteren. Tenslotte is in de evaluatie ook een analyse gemaakt van documentatie over de voorbereidende werkzaamheden om een voorrangsregeling in te voeren. Dit
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
geeft inzicht in de tijd die nodig is om een nieuwe voorrangsregeling in te voeren. Hierbij is de stadsdeelvoorrang als voorbeeld gebruikt.
3. Groepsgesprekken betrokkenen Met name voor de evaluatie van de begrijpelijkheid, vindbaarheid en uitlegbaarheid van de regelingen zijn diverse groepsgesprekken gevoerd. Er is een gesprek gevoerd met corporatiemedewerkers (Eigen Haard, Lieven de Key, Rochdale, Stadgenoot en Ymere) die vooral actief zijn in de uitvoering van de voorrangsregelingen (zoals het beoordelen van aanvragen voor specifieke voorrangsregelingen, het beantwoorden van vragen en het organiseren van bezichtigingen). Een tweede groepsgesprek is gehouden met medewerkers van verschillende buurtteams en medewerkers van Stichting !WOON. Dit zijn organisaties die ondersteuning bieden aan Amsterdammers met (woon)problemen en daarom in de voorlichting over het gebruik van de voorrangsregelingen een ondersteunende rol hebben. Tot slot is er een groepsgesprek gevoerd met huurders van verschillende bewonerscommissies in Amsterdam. Met dank aan de inzet van de huurdersorganisaties (HYA, HBVA Amsterdam, Huurgenoot en Arcade) die de huurders hebben benaderd, hebben we met ongeveer 15 huurders (zowel woningzoekend als nietwoningzoekend) over hun ervaringen met de voorrangsregelingen gesproken.
1.4 Leeswijzer De evaluatie is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 2 start met een toelichting over de werking van het woonruimteverdeelsysteem in Amsterdam. Hierbij kijken we niet alleen naar de woningen die met voorrang worden toegewezen, maar ook het aantal woningen dat 1) via directe bemiddeling aan woningzoekenden wordt toegewezen (en dus niet op WoningNet wordt aangeboden) en 2) het
9
aantal woningen dat zonder directe bemiddeling of voorrang voor woningzoekenden beschikbaar is. • Hoofdstuk 3 gaat in op de gehanteerde voorrangsregelingen op de geadverteerde woningen. Op welke (typen) woningen hebben de regelingen betrekking? Voor welke doelgroep zijn ze bestemd? Wat zijn de doelstellingen van de regelingen? • Hoofdstuk 4 gaat in op de effectiviteit van de verschillende voorrangsregelingen. Hoe vaak worden ze toegepast en in welke mate wordt een woning waarop een regeling is toegepast daadwerkelijk aan de beoogde doelgroep toegewezen? Ook gaan we in op wat dit betekent voor de kansen voor de mensen die niet in aanmerking komen voor voorrang. • Hoofdstuk 5 gaat in op de begrijpelijkheid, vindbaarheid en uitlegbaarheid van de regels. Hierbij baseren we ons op de gesprekken die zijn gevoerd met medewerkers van woningcorporaties, buurtteams, Stichting !WOON en huurders. • Hoofdstuk 6 vormt de toelichting op welke voorbereidingen er zoal getroffen moeten worden alvorens een voorrangsregeling ingevoerd kan worden. De stadsdeelvoorrang wordt hierbij als voorbeeld toegelicht. • In hoofdstuk 7 wordt de vergelijking met de voorrangsregelingen van andere G4-gemeenten gemaakt. • Hoofdstuk 8 sluit af met de conclusies en aanbevelingen. Aansluitend volgen enkele bijlagen. Bijlage I geeft een overzicht van de doelen per voorrangsregeling.
In Bijlage II zijn diverse analyses per voorrangsregeling weergegeven. Bijlage III geeft een overzicht van verdiepende tabellen ten opzichte van de analyses in het hoofdrapport. Bijlage IV vormt de definitielijst met een toelichting op enkele begrippen uit het hoofdrapport.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
10
2 Woonruimteverdeling in Amsterdam Voordat we inzoomen op de voorrangsregelingen is het eerst zaak om beter inzicht te krijgen in de werking van het totale woonruimteverdeelsysteem in de gemeente. Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag hoeveel (en welke) woningen via advertenties worden aangeboden en hoeveel (en welke) via directe bemiddeling.
2.1 Totaaloverzicht woningtoewijzingen De woningcorporaties in Amsterdam verhuren hun sociale huurwoningen via het regionale systeem van WoningNet, dat in totaal veertien gemeenten beslaat. De afgelopen vijf jaar lag het jaarlijks aantal toegewezen sociale huurwoningen in de gemeente tussen de 6.800 en 8.600 woningen 1. In grote lijnen is er een licht opgaande trend waarneembaar. Dit betekent overigens niet dat al deze woningen ook geadverteerd worden op WoningNet2. Gemiddeld werd jaarlijks 45% van de toe te wijzen sociale huurwoningen niet via WoningNet geadverteerd, maar via directe bemiddeling aan woningzoekenden toegewezen (gemiddeld 3.500 woningen per jaar), voornamelijk aan kwetsbare huishoudens met een urgentie of aan stadsvernieuwingsurgenten. In dat geval wordt een woning door de woningcorporatie direct aangeboden aan een geschikte kandidaat.
1
2
Dit is exclusief (on)zelfstandige studentenwoningen, overige sociale huurwoningen die niet via WoningNet worden geregistreerd en vrije sector huur. WoningNet is een dienstencentrum voor woonruimtebemiddeling en werkt hierbij samen met woningcorporaties, gemeenten en woningzoekenden in Nederland, waaronder de regio Amsterdam. De website waarop het beschikbare woningaanbod in Amsterdam wordt
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
De overige 55% van het vrijkomende aanbod werd dus wel geadverteerd op WoningNet (gemiddeld 4.300 woningen per jaar). De meeste van deze woningen worden toegewezen op basis van het aanbodmodel (52% over afgelopen vijf jaar). Dit zijn de woningen die worden geadverteerd waarbij één of meerdere voorrangsregelingen van toepassing kunnen zijn. Deze woningen werden aan een kandidaat toegewezen op basis van de combinatie van 1) voorrangsregeling(en) die worden gehanteerd en 2) het opgebouwde aantal woonpunten3. Tot slot is er nog een klein aantal jongerenwoningen dat via loting werd toegewezen (gemiddeld 3% in de afgelopen vijf jaar). Figuur 2.1: Gemeente Amsterdam. Aantal toewijzingen in de sociale huur per jaar, naar toewijzingsmodel (2020 - 2024) 10.000 8.000 3.541 6.000 3.318 4.000 2.000
3.358
3.219 285
249
276
4.755
4.049
4.265
2022
2023
2024
180
159 3.397
3.960
2020
2021
3.932
0
Aanbodmodel
Lotingmodel
Directe bemiddeling
Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.
3
geadverteerd heet sinds enige tijd mijndak.nl. In deze evaluatie kiezen we ervoor om de naam van het woonruimteverdeelsysteem te hanteren: WoningNet. Begin 2023 werd het puntensysteem geïntroduceerd. Voor die tijd was de opgebouwde inschrijfduur naast de voorrangsregelingen de bepalende factor in de toewijzing volgens het aanbodmodel. De werking van het puntensysteem wordt in 2026 geëvalueerd.
11
2.2 Directe bemiddeling Er zijn verschillende manieren waarop voorrang aan woningzoekenden verleend kan worden bij de woonruimteverdeling. Eén manier is door woningzoekenden op basis van hun persoonlijke kenmerken (bijvoorbeeld leeftijd, huishoudenssamenstelling, fysieke beperkingen of inkomen) een voorrangspositie te geven. Als alle reacties op een geadverteerde woning binnen gekomen zijn, wordt gekeken welke woningzoekenden bovenaan de ranking staat op basis van de toegepaste voorrangsregelingen bij de advertentie. Een andere manier van voorrang is directe bemiddeling. Huishoudens die daarvoor in aanmerking komen (vaak kwetsbare huishoudens of mensen met een specifieke woningvraag) krijgen van de woningcorporatie rechtstreeks een woning aangeboden, zonder dat zij daar zelf voor hoeven te zoeken en te reageren op WoningNet. In de rest van deze evaluatie richten we ons voornamelijk op de voorrangsregelingen die van toepassing zijn op mensen die zelf op WoningNet naar woningen zoeken. Toch is het voor een goed begrip van het woonruimteverdeelsysteem goed om te weten welke doelgroepen via directe bemiddeling aan een woning worden geholpen. De laatste jaren vormen statushouders de grootste groep waaraan woningen via directe bemiddeling worden toegewezen. Kandidaten van een zorgaanbieder zijn de tweede grootste groep.
Waar het aandeel statushouders is gestegen, nam het aandeel kandidaten van zorgaanbieders juist af. Ook de toewijzing aan maatschappelijke beroepsgroepen (leerkracht, zorgmedewerker, politieagent) vindt plaats via directe bemiddeling. Hun aandeel op het totaal is stabiel (meestal 5% per jaar) omdat hier afspraken over zijn gemaakt.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Bij woningruil worden bewoners niet bemiddeld naar een nieuwe woning, maar vinden woningzoekenden ruilpartners. Deze worden wel geregistreerd als directe bemiddeling. Het aantal doelgroepen dat via directe bemiddeling aan een woning wordt geholpen, is aan verandering onderhevig. Zo wordt directe bemiddeling bij nieuwbouw sinds 2023 niet meer toegepast. Sociaal medisch urgenten worden sinds dat jaar juist wel via directe bemiddeling geholpen. Tabel 2.1: Gemeente Amsterdam. Toegewezen woningen via directe bemiddeling naar doelgroep (2020 - 2024)
* Dit betreft niet alle nieuwbouwwoningen die de afgelopen jaren zijn opgeleverd Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.
Een bijzondere groep wordt gevormd door stadsvernieuwingsurgenten. Dit zijn mensen wiens woning wordt gesloopt of grondig gerenoveerd, waardoor zij met spoed (al dan niet tijdelijk) elders gehuisvest moeten worden. In beginsel gaat deze doelgroep zelf via WoningNet op zoek naar vervangende woon-
12
ruimte, via een voorrangsregeling. Als het niet lukt om hen op deze manier tijdig te huisvesten, geldt directe bemiddeling door de woningcorporaties als achtervang. De afgelopen jaren is het jaarlijks aantal mensen met stadsvernieuwingsurgentie toegenomen. Een kleine meerderheid van deze groep urgenten (51%) vindt een woning door zelf te zoeken. Figuur 2.2: Gemeente Amsterdam. Aantal stadsvernieuwingsurgenten dat via zelf zoeken met voorrang of directe bemiddeling een woning heeft gevonden (2020 - 2024) 900 800 700 431
600 379
500 400 300 200 100
162 163 164
251
232 332
396
166
0 2020
2021 Directe bemiddeling
2022
2023
2024
Zelf gezocht met voorrang
Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.
grotere woningen via advertenties aan woningzoekenden toegewezen (55%). Inmiddels is het aandeel van deze grote woningen dat via directe bemiddeling wordt toegewezen iets groter (53%) dan het aandeel dat via advertenties wordt toegewezen (47%).
Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG) In de prestatieafspraken hebben gemeente, woningcorporaties en huurderskoepels afspraken gemaakt over een evenwichtige verdeling van de toe te wijzen sociale huurwoningen over de verschillende doelgroepen. Daarin staat beschreven dat jaarlijks ongeveer 30% van het vrijkomende aanbod wordt toegewezen aan kwetsbare groepen (Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen). Er is afgesproken dat deze doelgroepen allemaal via directe bemiddeling aan een woning worden geholpen (met uitzondering van de calamiteitenurgentie). Daarnaast mag maximaal 15% van het vrijkomend aanbod terecht komen bij stadsvernieuwingsurgenten en is maximaal 5% beschikbaar voor maatwerk door de corporaties. Minimaal 50% moet worden toegewezen aan ‘reguliere’ woningzoekenden. Dat zijn alle woningzoekenden die niet tot de kwetsbare groepen, stadsvernieuwingsurgenten of maatwerk van corporaties behoren. Het kan daarbij dus gaan om mensen die zelf op zoek moeten naar een woning (al dan niet met voorrang), maar ook om mensen met een vitaal beroep die via directe bemiddeling aan een woning geholpen worden.
Ingezette woningen voor directe bemiddeling Mensen die op basis van directe bemiddeling een woning krijgen toegewezen, komen meestal in een woning met maximaal drie kamers terecht (86% in 2024). Meestal gaat het om een woning van maximaal 50 m² (65% in 2024). Logisch, omdat het grootste deel van het beschikbare aanbod uit deze kleinere woningen bestaat. De grotere woningen (qua aantal kamers en m²) zijn veel schaarser in Amsterdam. Jaarlijks komen er ongeveer 900 tot 1.100 woningen met vier of meer kamers beschikbaar. In 2020 werd het merendeel van deze
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
13
Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG) De volgende groepen behoren tot het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen: • Statushouders − Door het COA toegewezen aan Amsterdam − Ruggensteunregeling (statushouders die eerder zijn gehuisvest met een tijdelijk contract en nu geherhuisvest moeten worden) • Wonen zonder begeleiding − Urgentie op grond van verlenen of ontvangen mantelzorg − Medische urgentie − Uittredende sekswerkers − Uitstroom uit instellingen huiselijk geweld − Calamiteitenurgentie − Sociale urgentie (op grond van geweld of dreiging of dreigende dakloosheid met kinderen) − Meest kwetsbare economisch daklozen − Huisvesting na revalidatie − Gedupeerden van de toeslagenaffaire − Slachtoffers van mensenhandel − Doelgroep van Actiecentrum Veiligheid & Zorg • Wonen met begeleiding − Uitstroom Maatschappelijke Opvang (MO)/Beschermd Wonen (BW) − Aanpak multiprobleemgezinnen, ontruiming bij overlast (O)MPG − Laatste kans-traject − Nieuwe kans-traject − Treiteraanpak
Figuur 2.3: Gemeente Amsterdam. Verdeling van jaarlijks toegewezen sociale huurwoningen naar doelgroep (2020 - 2024) 100% 90% 80%
2% 5% 19%
3% 7%
3% 6%
21%
21%
70%
3% 12%
3% 13%
26%
26%
59%
58%
2023
2024
60% 50% 40% 30%
73%
68%
69%
2021
2022
20% 10% 0% 2020
Reguliere woningzoekenden
Kwetsbare groepen
Stadsvernieuwingsurgenten
Maatwerk corporaties
Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.
In de afgelopen jaren wordt de minimaal 50% aan reguliere woningzoekenden ruimschoots gehaald. Wel is het percentage dat wordt toegewezen aan reguliere woningzoekenden in de loop der jaren afgenomen; van 73% in 2020 naar 58% in 2024. Dit komt vooral door een toename van het aandeel toewijzingen aan kwetsbare groepen en aan stadsvernieuwingsurgenten. Niettemin zat de procentuele verdeling ook in het laatste jaar (2024) nog steeds binnen de streefpercentages van de prestatieafspraken.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
14
3 Voorrangsregelingen bij geadverteerde woningen In het vorige hoofdstuk is gekeken naar het aandeel vrijgekomen sociale huurwoningen dat wordt geadverteerd in Amsterdam. We zoomen nu nader in op de verschillende voorrangsregelingen die bij de geadverteerde woningen van kracht zijn. Welke verschillende categorieën kunnen we onderscheiden? Welke doelen worden beoogd met deze voorrangsregelingen? In het volgende hoofdstuk laten we zien in welke mate de voorrangsregelingen worden toegepast en in welke combinaties met andere regelingen ze voorkomen.
hier het meest behoefte aan heeft. Doorgaans worden woningen met specifieke kenmerken ‘gelabeld’ voor de beoogde doelgroep. Het gaat bijvoorbeeld om woningen die qua levensloopgeschiktheid het beste toegewezen kunnen worden aan mensen met fysieke beperkingen, om woningen die qua woonoppervlak en aantal kamers het beste passen bij huishoudens met relatief veel gezinsleden. Tabel 3.1: Gemeente Amsterdam. Voorrangsregelingen op basis van passendheid woning Voorrangsregeling
Voorwaarden doelgroep
Seniorenwoning
Huishouden met minimaal één persoon van ≥ 55 jaar. Hierbij wordt primair voorrang verleend aan huishoudens van 65 jaar en ouder
Jongerenwoning < kwaliteitskortingsgrens > kwaliteitskortingsgrens Woning voor kleine/ grote gezinnen4 ≥ 61 m² en ≥ drie kamers ≥ 70 m² en ≥ vier kamers Wmo-indicatie
3.1 Welke voorrangsregels zijn er? Er zijn vier categorieën voorrangsregelingen te onderscheiden: 1. Voorrang op basis van passendheid van de woning. 2. Voorrang met urgentie. 3. Voorrang met lokale binding. 4. Verhuisregelingen voor doorstromers. Dit onderscheid zit vooral in het doel wat met de regelingen wordt beoogd. We gaan nu op hoofdlijnen in op de doelen per categorie voorrangsregelingen. Een nader overzicht van doelen per regeling is te vinden in bijlage I.
Rolstoelwoning ≤ twee kamers drie kamers ≥ vier kamers Wibo-woning (Wonen In een Beschermde Omgeving) Woning voor lage inkomens (< lage aftoppingsgrens; € 682)5
1. Voorrang op basis van passendheid van de woning
Alle personen in huishouden zijn 18 t/m 22 jaar en geen student Alle personen in huishouden zijn 23 t/m 27 jaar en geen student
Ja Ja
Huishouden met ≤ twee minderjarige kinderen (klein gezin) Huishouden met ≥ drie minderjarige kinderen (groot gezin) Huishouden met beschikking verhuiskosten vanuit Wmo, daarna minimaal één persoon in het huishouden van ≥ 65 jaar
Nee Ja Nee
Huishouden met indicatie rolstoelwoning Huishouden met indicatie rolstoelwoning en ≤ twee minderjarige kinderen Huishouden met indicatie rolstoelwoning en ≥ drie minderjarige kinderen 1. Huishouden met minimaal één persoon van ≥ 75 jaar 2. Huishouden met minimaal één persoon 65 t/m 74 jaar 3. Huishouden met minimaal één persoon 55 t/m 64 jaar - Eenpersoonshuishouden < AOW leeftijd, inkomen < € 28.375 - Eenpersoonshuishouden > AOW leeftijd, inkomen < € 27.775 - Meerpersoonshuishouden < AOW leeftijd, inkomen < € 37.625 - Meerpersoonshuishouden > AOW leeftijd, inkomen < € 37.350
Ja Ja
Dit zijn regelingen die zijn bedoeld om op basis van de passendheid van de woonruimte (qua aard, type, prijs) voorrang te verlenen aan de doelgroep die
Bron: Huisvestingsverordening Gemeente Amsterdam (2024).
4
5
Sinds 2025 hebben corporaties de mogelijkheid om buiten de gestelde voorwaarden een woning toe te wijzen aan een klein of groot gezin wanneer de woning daarvoor geschikt wordt geacht.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Exclusief label? Ja
Ja Ja
Nee
Prijsgrens 2025. Deze prijsgrenzen worden jaarlijks landelijk geïndexeerd.
15
Er bestaat geen landelijke norm die beschrijft welke doelgroep(en) het beste bij bepaalde woningen passen. Het is aan gemeenten zelf (in afstemming met corporaties en andere betrokken organisaties) om hier een goede onderbouwing in te geven. Tabel 3.1 laat zien dat er in Amsterdam zeven voorrangsregelingen voor de passendheid zijn (waarbij enkele regelingen meerdere subcategorieën hebben). De meeste regelingen zijn exclusief. Dat betekent dat woningzoekenden die niet voldoen aan de voorwaarden, niet in aanmerking kunnen komen voor de woning (zie kader). Exclusieve en niet-exclusieve voorrangsregelingen De meeste voorrangsregelingen in tabel 3.1 zijn exclusief. Dat betekent dat woningzoekenden die niet voldoen aan de voorwaarden die bij zo’n voorrangslabel gelden, niet in aanmerking komen voor de aangeboden woning. Binnen zo’n exclusief label geldt een volgordebepaling (zie paragraaf 3.3). De aangeboden woning wordt in de basis toegewezen aan de woningzoekende die binnen het exclusieve label het meest voldoet aan de overige voorwaarden die bij die woning gelden en het meeste prioriteit kennen volgens de volgordebepaling. Bij niet-exclusieve regelingen komen in de eerste plaats de woningzoekenden in aanmerking die voldoen aan de passendheidscriteria. Als onder deze groep geen interesse is, komen andere woningzoekenden in aanmerking.
In de eerste plaats zijn dat woningzoekenden die voldoen aan andere voorrangsregelingen die wellicht ook gelden bij de aangeboden woning (bij veel woningen gelden immers meerdere voorrangsregelingen), daarna komen ook woningzoekenden zonder voorrang in aanmerking.
Bij vier van de zeven regelingen heeft de passendheid betrekking op de fysieke gesteldheid/zorgbehoefte van toekomstige huurders (seniorenwoning, woning voor medische beperking, rolstoelwoning en Wibo-woning).
6
Vanaf 2026 wordt deze leeftijdsgrens verlaagd naar tot en met 20 jaar.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Bij de jongerenwoningen speelt mee dat jongeren tot en met 22 jaar alleen in aanmerking komen voor huurtoeslag als zij een woning huren tot de kwaliteitskortingsgrens6. De passendheid van de woonruimte heeft hier dus vooral te maken met de prijs. Bij deze doorgaans kleinere woningen kunnen daarnaast jongerencontracten worden ingezet zodat de woning vrij komt om opnieuw aan een jongere te verhuren. De regelingen gericht op woningen voor jongeren hebben ook als doel om de slaagkans te vergroten van een doelgroep die beperkte mogelijkheden had binnen het Amsterdamse woonruimteverdeelsysteem (toen de opgebouwde inschrijftijd een prominente rol speelde in de rangorde van woningzoekenden die gereageerd hadden op een woning). Het gericht toewijzen van sociale huurwoningen aan lage inkomens is niet specifiek voor Amsterdam. Iedere woningcorporatie in Nederland moet jaarlijks 95% van de huishoudens ‘passend toewijzen’, zodat ze in een huurwoning terecht komen die qua huurprijs past bij hun inkomen. De wijze waarop corporaties dat doen, mogen ze zelf invullen. In Amsterdam wordt dit gedaan door hier een voorrangsregeling van te maken voor de inkomensgroepen zoals die landelijk voor het passend toewijzen zijn bepaald en jaarlijks worden geïndexeerd.
2. Voorrang met urgentie Gemeenten met een urgentieregeling beschrijven in hun huisvestingsverordening welke doelgroepen in aanmerking komen voor urgentie 7, omdat huisvesting voor deze mensen ‘dringend noodzakelijk is’. Daarbij moet in de huisvestingsverordening ook worden beschreven op welke wijze deze urgente groepen met spoed aan een woning worden geholpen. Bij de groepen die urgentie krijgen in het kader van het PHKG verloopt dat vrijwel altijd via directe bemiddeling door de woningcorporaties (zie paragraaf 2.2). Daarnaast worden 7
Waaronder diverse landelijke verplichte urgentie categorieën.
16
enkele urgente groepen geacht om met behulp van voorrang zelf op zoek te gaan naar woonruimte via WoningNet. In Amsterdam geldt dit voor vier urgente doelgroepen: Tabel 3.2 Gemeente Amsterdam. Urgentiecategorieën die zelf op zoek moeten naar woonruimte, met behulp van voorrang8 Urgentiecategorie Stadsvernieuwingsurgentie Semi-stadsvernieuwingsurgentie SOS-urgentie Calamiteiten-urgentie
Doelgroep Huurders van corporatiewoningen of sociale huur van particuliere verhuurders, die vanwege sloop, onderhoud of herstel van hun huidige woonruimte op zoek moeten naar andere woonruimte Gezinsleden van stadsvernieuwingsurgenten: inwonende kinderen > 23 jaar, hoofdbewoners van onzelfstandige woningen met regulier huurcontract Stadsvernieuwingsurgenten met extra voorrang omdat de sloopdatum van hun wooncomplex over ≤ drie maanden is Personen in acute noodsituatie (o.a. brand, explosie, gedupeerden toeslagenaffaire) in of met bestaande woningen, waarbij bevoegd toezichthouder een herstelperiode van ≥ vier maanden voorziet
Bron: Huisvestingsverordening Gemeente Amsterdam (2024).
Tot de calamiteitenurgenten behoren bijvoorbeeld mensen die door brand hun woning zijn verloren en gedupeerden van de toeslagenaffaire. Gemeente en woningcorporaties hebben afgesproken deze doelgroep de ruimte te geven zelf op zoek te gaan naar vervangende woonruimte. De urgentieregelingen zijn niet exclusief. Mochten er dus geen urgente woningzoekenden zijn die voldoen aan de voorwaarden, dan komen overige woningzoekenden in aanmerking voor de woningen die met deze regeling zijn aangeboden.
8
3. Voorrang met lokale binding Er zijn drie regelingen (jongerenbinding, stadsdeelvoorrang, inwoners Weesp) die voorrang geven aan woningzoekenden die al jarenlang in Amsterdam of een bepaald stadsdeel wonen (of gewoond hebben). Zij hebben hun sociale netwerk hier, nemen deel aan het verenigingsleven, waardoor het belangrijk is dat ze ook na verhuizing in de stad (of het stadsdeel) kunnen blijven wonen. De stadsdeelvoorrang geldt alleen bij de eerste toewijzing na oplevering van een deel van de woningen in aangewezen nieuwbouwcomplexen. Deze regeling heeft daarmee ook als doel om de band tussen zittende bewoners en nieuwe bewoners te versterken. Dit bevordert de sociale cohesie en zorgt ervoor dat er bij realisatie van nieuwbouw gebouwd wordt voor de buurt. De voorrang voor inwoners van Weesp is een tijdelijke regeling (tot en met 2030), ingevoerd na de fusie van de gemeente Weesp met Amsterdam (2022). Naast dat mensen met binding aan Weesp een grotere kans hebben om in dit stadsdeel te kunnen blijven wonen, is deze regeling ook bedoeld om te voorkomen dat ingeschreven woningzoekenden uit Weesp na de fusie benadeeld worden door de overgang van het woonruimteverdeelsysteem van de regio Gooi en Vechtstreek naar de WoningNet-regio Amsterdam.
Als zij er niet in slagen om met voorrang binnen de beoogde termijn zelf woonruimte te vinden, dan kunnen woningcorporaties via directe bemiddeling deze urgent woningzoekenden huisvesten.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
17
Tabel 3.3: Gemeente Amsterdam. Voorrangsregelingen op basis van lokale binding Voorrangsregeling Stadsdeelvoorrang
Jongerenbinding
Voorrang inwoners Weesp
Nadere toelichting Maximaal 25% van de eerste verhuring van aangewezen nieuwbouwcomplexen in een stadsdeel 30 tot maximaal 50% van jaarlijks toe te wijzen jongerenwoningen Maximaal 60% van de jaarlijks toe te wijzen woningen in Weesp
Doelgroep Persoon was afgelopen tien jaar minimaal zes jaar onafgebroken inwoner van het stadsdeel waar nieuwbouwcomplex is gerealiseerd Persoon ≤ 27 jaar, afgelopen tien jaar minimaal zes jaar onafgebroken inwoner van Amsterdam Persoon is inwoner van stadsdeel Weesp
Bron: Huisvestingsverordening Gemeente Amsterdam (2024).
Deze voorrangsregelingen zijn niet exclusief. Mochten er dus geen woningzoekenden met lokale binding zijn die voldoen aan de voorwaarden, dan komen overige woningzoekenden in aanmerking voor de woningen die met deze regeling zijn aangeboden.
4. Verhuisregelingen voor doorstromers Tot slot zijn er enkele regelingen die bedoeld zijn om de doorstroming binnen de sociale huursector te stimuleren. De huurder stroomt door naar een woning die beter past bij de omvang van het huishouden en/of de fysieke gesteldheid. De huidige (vaak schaarse) woning komt dan weer beschikbaar voor iemand die daar gezien zijn of haar achtergrond het meest behoefte aan heeft. Bij Van Groot naar Beter en Verhuizen uit een rolstoelwoning geldt ook een verhuiskostenvergoeding. Bij alle verhuisregelingen blijft de netto huur gelijk als men verhuist naar een woning uit de bestaande voorraad.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Tabel 3.4: Gemeente Amsterdam. Voorrangsregelingen met als doel om een verhuisbeweging op gang te brengen/doorstroming te vergroten Voorrangsregeling Van Hoog naar Laag
Nadere toelichting Doelgroep Verhuizing van ≥ 2e etage of Minstens één persoon in het maisonnette zonder lift naar huishouden ≥ 65 jaar seniorenwoning begane grond, 1e etage of woning met lift in hetzelfde stadsdeel Van Groot naar Verhuizing van woning ≥ vier Huishouden ≤ drie personen Beter kamers en ≥ 70 m² naar woning ≤ 60 m²/seniorenwoning/Wibowoning Verhuizen uit Van rolstoelwoning naar Persoon heeft geen rolstoelwoning rolstoelwoning kleinere rolstoelwoning meer nodig (of wil verhuizen naar (minder kamers dan huidige kleinere rolstoelwoning) woning) of reguliere sociale huurwoning Bron: Huisvestingsverordening Gemeente Amsterdam (2024).
Van Hoog naar Laag heeft als doel om ouderen te stimuleren naar een levensloopgeschiktere woning te laten verhuizen. Van Groot naar Beter is bedoeld om huishoudens door te laten stromen naar een woning die qua oppervlakte en aantal kamers beter past bij hun huishouden. In de praktijk zal het vaak gaan om oudere huishoudens, maar ook jongere huishoudens kunnen voor de regeling in aanmerking komen. Deze verhuisregelingen zijn niet exclusief. Mochten er dus geen woningzoekenden zijn die voldoen aan de voorwaarden, dan komen overige woningzoekenden in aanmerking.
18
3.2 Het aanvragen van voorrang
3.3 Volgordebepaling van voorrangsregelingen
Het aanvragen van voorrang is niet bij elke voorrangsregeling hetzelfde. Bij een aantal regelingen hoeft de ingeschreven woningzoekende niets te doen, de voorrang wordt automatisch ‘aangevinkt’ in het profiel op basis van de inschrijfgegevens. Dat geldt voor de voorrang bij jongerenwoningen, (grote en kleine) gezinnen, senioren, lage inkomens en inwoners van Weesp. Om in aanmerking te komen voor één van de andere regelingen zal de woningzoekende zelf een aanvraag moeten indienen. De wijze waarop men dit moet doen en bij wie men moet zijn, verschilt per regeling: • Om in aanmerking te komen voor de verhuisregelingen Van Groot naar Beter en Van Hoog naar Laag moet de woningzoekende contact opnemen met de woningcorporatie. De corporatie controleert of de woningzoekende en huidige woning van de woningzoekende voldoen aan de voorwaarden. • Voor rolstoelwoningen en woningen met een Wmo-indicatie moeten woningzoekenden eerst een Wmo-indicatie met verhuiskostenvergoeding voor een toegankelijke woning of een rolstoelwoning aanvragen bij de gemeente. • Voor het verhuizen uit een rolstoelwoning moeten woningzoekenden contact opnemen met de gemeente. • Om in aanmerking te komen voor stadsdeelvoorrang of voorrang voor Amsterdamse jongeren moeten woningzoekenden eerst de app MyQii installeren of zich eventueel melden bij een fysiek loket van de gemeente.
• Om in aanmerking te komen voor één van de genoemde urgentiecategorieën moet een woningzoekende een aanvraag indienen via de urgentiewijzer.
Als er een advertentie voor een woning op WoningNet verschijnt, wordt daarbij aangegeven welke voorrangsregeling(en) van kracht zijn. Doorgaans zijn meerdere voorrangsregelingen op een woning van toepassing. Als de reactieperiode voorbij is, worden de kandidaten bovenaan de ranglijst uitgenodigd voor een bezichtiging9. De rangorde hangt onder meer af van wat de voorrangsregeling is die het meest prioriteit heeft van alle genoemde regelingen bij de advertentie10. Hiervoor is een rangorde van voorrangsregelingen opgesteld: zie tabel 3.5. Het kan dus zijn dat bij een aangeboden woning zowel het label ‘grote gezinnen’, ‘lage inkomens’ als ‘stadsvernieuwingsurgentie’ van toepassing is. Als er onder de woningzoekenden die gereageerd hebben, zich bijvoorbeeld meerdere grote gezinnen bevinden, dan zal eerst gekeken worden of er grote gezinnen zijn die aan (meerdere) andere voorrangsregelingen voldoen. Is dat niet het geval, dan bepaalt het aantal opgebouwde woonpunten wie als eerste in aanmerking voor de woning komt.
9
10
De woningcorporatie bepaalt hoeveel kandidaten exact voor de bezichtiging worden uitgenodigd.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Daarnaast hangt de rangorde van woningzoekenden ook af van 1) de mate waarin de woningzoekenden voldoen aan de criteria voor de genoemde voorrangsregelingen en 2) de opgebouwde punten.
19
Tabel 3.5: Volgordebepaling voorrangsregelingen Amsterdam (2025) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
Rolstoelwoning Grote gezinnen Wibo-woning Kleine gezinnen Senioren Wmo-indicatie Jongeren Lage inkomens Inwoners Weesp Stadsdeelvoorrang Calamiteiten-urgentie SOS-urgentie Stadsvernieuwingsurgentie Verhuizen uit rolstoelwoning Van Groot naar Beter Van Hoog naar Laag Semi-stadsvernieuwing Jongerenbinding Aantal punten Exclusieve regeling
Passendheid X X X X X X X X
Urgentie
Lokale binding
Verhuisregeling
Woonpunten
X X X X X X X X X X X
Op de volgende pagina geven we enkele voorbeelden van advertenties op WoningNet (juli 2025) met daarbij de kenmerken van de geadverteerde woning (onder andere locatie, woonoppervlakte, huurprijs, aantal kamers) en de gehanteerde voorrangsregelingen. Hierbij geldt dat hoe hoger een voorrangsregeling bij de opsomming van regels in de advertentie genoemd staat, hoe groter de prioriteit van deze regeling ten opzichte van andere regelingen bij deze specifieke woning.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
20
Ter illustratie: enkele advertenties van woningen op WoningNet, inclusief de gehanteerde voorrangsregelingen Duinlusstraat 147 (Noord)
Ligging
Kenmerken • • • •
Bos- en Lommerplantsoen 41-T (West)
Ligging
Kenmerken • • • • •
Pampuslaan IJburg Zuid (Oost)
Ligging
Ligging
Galerijflat 3 kamers €682,96 65 m² Nultreden
Kenmerken • • • • •
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Portiekwoning 1 kamer €682,96 29 m² Jongerencontract
Kenmerken • • • • •
Dijkmeerlaan 246 (Oost)
Portiekwoning 4 kamers €682,96 53 m²
Corridorflat 4 kamers €731,93 54 m² Nultreden
Voorrangsregels (op volgorde van meeste voorrang) 1. 2. 3. 4. 5.
Kleine gezinnen Lage inkomens Calamiteitenurgenten SOS-urgenten Stadsvernieuwingsurgenten
6. 7. 8. 9. 10.
Verhuizen uit rolstoelwoning Van Groot naar Beter Semi-stadsvernieuwing Aantal punten (incl. situatiepunten) Leeftijd
Voorrangsregels (op volgorde van meeste voorrang) 1. 2. 3. 4. 5.
Jongeren 23 t/m 28 jaar Lage inkomens Calamiteitenurgenten SOS-urgenten Stadsvernieuwingsurgenten
6. 7. 8. 9.
Verhuizen uit rolstoelwoning Semi-stadsvernieuwing Aantal punten (excl. situatiepunten) Leeftijd
Niet geschikt voor: gezinnen Voorrangsregels (op volgorde van meeste voorrang) 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Wmo-kandidaten Kandidaten vanaf 65 jaar Lage inkomens Calamiteitenurgenten SOS-urgenten Stadsvernieuwingsurgenten
7. 8. 9. 10. 11.
Verhuizen uit rolstoelwoning Van Hoog naar Laag Semi-stadsvernieuwing Aantal punten (incl. situatiepunten) Leeftijd
Voorrangsregels (op volgorde van meeste voorrang) 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Kleine gezinnen Wmo-kandidaten Kandidaten vanaf 65 jaar Lage inkomens Calamiteitenurgenten SOS-urgenten
7. 8. 9. 10. 11. 12.
Stadsvernieuwingsurgenten Verhuizen uit rolstoelwoning Van Hoog naar Laag Semi-stadsvernieuwing Aantal punten (excl. situatiepunten) Leeftijd
21
Figuur 4.1 laat een overzicht zien van de mate waarin de voorrangsregelingen zijn ingezet bij de woningadvertenties (2024). Het eerste wat opvalt is dat de som van alle percentages ruimschoots de 100% overschrijdt. Dit betekent dat er meestal meerdere voorrangsregelingen per geadverteerde woning golden, zoals ook al te zien was bij de voorbeelden aan het eind van hoofdstuk 3. De voorrangsregelingen die het meest van toepassing zijn bij aangeboden woningen waren de urgentiecategorieën die zelf met voorrang moeten zoeken (van kracht bij ongeveer 93% van de advertenties in 2024) en de voorrang voor mensen die willen verhuizen uit een rolstoelwoning (94% van de advertenties in 2024). De voorrangsregelingen ten aanzien van de passendheid van de woning worden minder vaak ingezet. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo zijn er wooncomplexen waarbij een combinatie van verschillende doelgroepen niet mogelijk is. In een deel van de seniorencomplexen kunnen gezinnen niet op vrijkomende woningen reageren. Een andere mogelijke oorzaak is dat het bij voorrang ten aanzien van de passendheid vaak om exclusieve regelingen gaat (waar woningzoekenden moeten voldoen aan de specifieke voorwaarden van
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Passendheid Urgentie
4.1 Aanbod: geadverteerde woningen met voorrang
Figuur 4.1: Gemeente Amsterdam. Toegepaste selectie- en sorteringscriteria bij geadverteerde woningen in 2024
Lokale binding
Nu we weten welke voorrangsregelingen er zijn (zie vorige hoofdstuk), laten we in dit hoofdstuk zien bij hoeveel geadverteerde woningen deze in de praktijk worden toegepast. Daarnaast geeft dit hoofdstuk ook antwoord op de tweede onderzoeksvraag: Hoe verhoudt de omvang van het woningaanbod dat via voorrangsregelingen wordt aangeboden zich tot de vraag: het aantal en de samenstelling van de woningzoekenden?
een regeling om in aanmerking te komen voor de geadverteerde woning), dit maakt het lastiger om exclusieve regelingen bij dezelfde advertentie met elkaar te combineren (voor de ontwikkeling over de periode 2020 - 2024, zie bijlage III).
Verhuisregeling
4 Aanbod versus vraag
Lage inkomens Jongeren 23 t/m 27 jaar* Wmo-indicatie Senioren* Kleine gezinnen Jongeren t/m 22 jaar* Grote gezinnen* Wibo-woning* Rolstoelwoning* Calamiteitenurgentie Stadsvernieuwing SOS-kandidaat Semi-stadsvernieuwing Jongerenbinding Inwoners Weesp Stadsdeelvoorrang Verhuizen uit rolstoelwoning Van Groot naar Beter Van Hoog naar Laag 0%
20%
40%
60%
80%
100%
*Exclusieve regelingen Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.
De voorrang voor lage inkomens komt wel relatief vaak voor (die is ook nodig omdat woningcorporaties jaarlijks 95% van de woningzoekenden met een laag
22
inkomen passend moeten huisvesten), maar bij andere passendheidsregelingen is dat percentage beduidend lager. Bij de mate waarin voorrangsregelingen van kracht zijn bij advertenties speelt mee in hoeverre het beschikbare woningaanbod geschikt is voor de beoogde doelgroep. Stadsvernieuwingsurgenten kunnen in de basis in een heel groot deel van het vrijkomende woningaanbod gehuisvest worden. Terwijl het aanbod aan rolstoelwoningen (voor mensen die daar behoefte aan hebben) zeer beperkt is. In de praktijk zal bij vrijwel alle vrijkomende rolstoelwoningen ook het selectiecriterium ‘indicatie rolstoelwoning’ van kracht zijn.
Figuur 4.2: Gemeente Amsterdam. Geadverteerde woningen met en zonder exclusieve voorrangsregeling (2020 - 2024) 6.000
5.000 4.000 3.000
2.678 1.924
2.207
2.104
2.217
2.000 1.000
1.632
1.933
2.362
2.194
2.280
2020
2021
2022
2023
2024
0
Geen advertenties zonder voorrangsregels In de afgelopen vijf jaar zijn alle geadverteerde woningen in Amsterdam met één of meerdere voorrangsregelingen aangeboden. Er zijn dus geen woningen zonder voorrangsregels aangeboden11. Wel kunnen woningzoekenden zonder voorrang reageren (en daarmee kans maken) op een groot deel van het woningaanbod. Dat zijn de woningen waarbij alleen niet-exclusieve voorrangsregelingen golden. In figuur 4.2 is te zien dat jaarlijks tussen de 1.900 en 2.700 woningen zonder exclusieve regelingen werden geadverteerd. Dit kan gezien worden als het potentieel beschikbare woningaanbod voor mensen zonder voorrang. Dit is gemiddeld 45% van de woningen die jaarlijks geadverteerd worden.
11
Aangeboden met exclusieve regeling
Aangeboden zonder exclusieve regeling
Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.
Gecombineerde regelingen per advertentie We zagen eerder al dat exclusieve regelingen relatief beperkt worden toegepast, omdat ze lastig te combineren zijn met andere exclusieve regelingen. Dat blijkt ook uit figuur 4.3. Daarin is te zien welke voorrangsregelingen met elkaar in dezelfde advertenties gecombineerd werden in 2024. Bij seniorenwoningen en Wibo-woningen geldt hetzelfde exclusieve leeftijdscriterium: minimaal 55 jaar. Bij de niet-exclusieve regelingen is veel vaker een overlap te zien. Zo wordt de voorrang voor jongeren met binding aan Amsterdam altijd gecombineerd met het voorrangslabel voor jongerenwoningen. Ook is er een duidelijke overlap te zien bij de regeling Van Hoog naar Laag en Van Groot naar Beter (voor een overzicht van de combinaties per voorrangsregeling, zie bijlage II).
Eerder sprak de AFWC in haar Jaarbericht 2023 over 22 woningen zonder voorrang of urgentie in 2022. Hierbij waren sommige voorrangsregelingen uit deze evaluatie niet meegenomen.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
23
Figuur 4.3: Gemeente Amsterdam. Gecombineerde voorrangsregelingen bij advertenties in 2024 (naar % aangeboden regeling op het totaal van alle advertenties)12 Jongeren t/m 22 jaar Jongeren 23 t/m 27 jaar Amsterdamse jongeren Grote gezinnen Kleine gezinnen Wmo-indicatie Van Hoog naar Laag Van Groot naar Beter WIBO Senioren Rolstoelwoning
6% 27% 21% 4% 8% 1% 3% 3%
14% 30% 54% 2% 14% 1%
0%
20%
40%
exclusief
niet-exclusief
60%
80%
100%
Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.
Het is geen uitgemaakte zaak dat voorrangsregelingen die (vrijwel) altijd gecombineerd worden met een andere regeling, daarmee ook overbodig of niet effectief zouden zijn. De regelingen worden weliswaar toegepast op dezelfde advertenties, het effect wat met de regelingen bereikt kan worden is mogelijk verschillend. Dezelfde woning kan zowel een mogelijkheid zijn om iemand met fysieke beperkingen van een aangepaste woning te voorzien, als een mogelijkheid om de doorstroming binnen de sociale huursector te vergroten.
12
4.2 Vraag: actief woningzoekenden Voor de vraagkant kijken we naar actief woningzoekenden. Actief woningzoekenden zijn mensen - ingeschreven bij WoningNet - die tijdens een kalenderjaar minstens één keer via WoningNet hebben gereageerd op een advertentie voor een sociale huurwoning in Amsterdam. In 2024 waren er ongeveer 147.500 actief woningzoekenden in de gemeente. In figuur 4.4 is van elke voorrangsregeling te zien hoeveel procent van de actief woningzoekenden in 2024 die voorrang hadden (voor de ontwikkeling over 2020 - 2024, zie bijlage III). Woningzoekenden kunnen meerdere voorrangen hebben en dus in meerdere percentages meetellen. De hoogste percentages komen voor bij de regelingen ten aanzien van de passendheid van de woning. De meest voorkomende voorrang is de voorrang voor lage inkomens (bij 69% van de actief woningzoekenden). Dit is te verklaren doordat een groot aantal actief woningzoekenden bestaat uit huishoudens met een inkomen tot de huurtoeslaggrens (primaire doelgroep). Daarnaast heeft 24% voorrang bij woningen voor jongeren van 23 tot en met 27 jaar en 17% bij woningen voor kleine gezinnen. Urgentie, lokale binding en verhuisregelingen komen slechts in beperkte mate voor bij de actief woningzoekenden met voorrang. Daarbij spelen meerdere factoren een rol.