Evaluatie voorrangsregelingen Amsterdam.pdf
Tekst van het document
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
46
9 Vergelijking gemeenten
met
andere
G4-
In dit hoofdstuk vergelijken we de voorrangsregels van Amsterdam met die in de andere G4-gemeenten. Hierbij is gekeken naar aantal en type voorrangsregelingen en naar de omvang van het onderdeel voorrang binnen de totale gemeentelijke huisvestingsverordening. Met deze vergelijking willen we inzicht krijgen in hoeverre de Amsterdamse voorrangsregels afwijken van die van de andere grote gemeenten, zowel in omvang als inhoud. En wat kunnen we leren van die andere gemeenten? De vergelijking is enigszins arbitrair. Wat in de ene gemeente als een afzonderlijk voorrangslabel wordt beschouwd (en beschreven is in een specifiek artikel), is in de andere gemeente als subcategorie in een onderliggend lid van een artikel binnen de huisvestingsverordening genoemd. Bij de vergelijking hebben we daarom de hoofd- en subcategorieën van de Amsterdamse voorrangsregelingen (zie tabel 3.1 tot en met 3.4) als referentie genomen.
9.1 Aantal voorrangsregelingen Als we de huisvestingsverordening van de vier gemeenten vergelijken, dan blijkt dat de gemeenten Amsterdam en Utrecht de meeste voorrangsregelingen kennen (beiden 13), als we enkel kijken naar de hoofdcategorieën. De gemeente Utrecht hanteert wel aanzienlijk meer subcategorieën. Dit komt vooral doordat in Utrecht voor het passend huisvesten op basis van de woninggrootte een tabel is opgenomen met 24 categorieën (combinatie van aantal kamers en woonoppervlak).
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Het aantal voorrangsregelingen in Rotterdam en Den Haag ligt met 6 tot 8 regelingen wat lager. Figuur 9.1: G4-gemeenten: Aantal voorrangsregelingen (hoofdcategorieën) per gemeente in huisvestingsverordening (type voorrangsregeling) 14 12
3
10 8
2 2
3
1 2
6 4
7
9 5
2
1 2 3
0 Amsterdam Passendheid woning
Utrecht
Rotterdam
Voorrang lokale binding
Den Haag
Verhuisregelingen doorstromers
Bron: Huisvestingsverordeningen Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht (2025).
In alle vier gemeenten hebben de voorrangsregelingen vooral betrekking op een voorrang vanwege de passendheid van de woning. Het gaat dan vooral om de geschiktheid vanwege een zorgbehoefte bij de beoogde doelgroep (ouderen en andere mensen met een zorgvraag). In alle gemeenten worden één of meerdere voorrangsregelingen ten behoeve van maatschappelijke en/of economische binding gehanteerd. Hierbij geldt wel dat in Rotterdam de voorrang voor regionaal/lokaal woningzoekenden als ‘kanbepaling’ is opgenomen. Dit houdt in dat corporaties woningen met voorrang kunnen toewijzen, maar dat dus niet per se moeten. Dit heeft er mee te maken dat de huisvestingsverordening met regiogemeenten gezamenlijk is opgesteld. Om ruimte te behouden voor de regionale verschillen zijn de opgenomen voorrangsregelingen niet als verplichting opgenomen.
47
X X X X X X X X X
X X X * X X X
X
X
X X
X X X X
X
Utrecht
Rotterdam
Voorrang passendheid woning Seniorenwoning Jongerenwoning < kwaliteitskortingsgrens Jongerenwoning > kwaliteitskortingsgrens Woning voor klein gezin Woning voor groot gezin Woning met Wmo-indicatie Rolstoelwoning Wibo-woning Woning tot lage aftoppingsgrens (passend toewijzen) Woning voor woongroepen Woning voor bijzondere doelgroepen Voorrang lokale binding Stadsdeelvoorrang Voorrang jongeren uit eigen gemeente Overige binding (kleine kern) Maatschappelijke beroepen Verhuisregelingen voor doorstromers Van Hoog naar Laag Van Groot naar Beter Verhuizen uit rolstoelwoning Doorstromen binnen hetzelfde complex
Den Haag
Amsterdam
Tabel 9.1 G4-gemeenten: Voorrangsregelingen per gemeente
X X X X X X X X X X
X X
X
X
X X
X
X X
* In Amsterdam vindt toewijzing aan maatschappelijke beroepen plaats op basis van directe bemiddeling, niet op basis van zelf zoeken met voorrang Bron: Huisvestingsverordeningen Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht (2025).
De voorrang voor maatschappelijke beroepen wordt in de meeste G4gemeenten (afgezien van Den Haag) gehanteerd. Verschil daarbij is wel dat de regeling in Amsterdam in de praktijk op basis van directe bemiddeling wordt 22
uitgevoerd, terwijl de regeling in Rotterdam en Utrecht als voorrangsregeling wordt toegepast. Daarnaast zijn medewerkers van brandweer en kinderopvang in deze gemeenten ook als maatschappelijk beroep aangemerkt, waar dat in Amsterdam niet het geval is.
9.2 Omvang binnen de huisvestingsverordening De verschillen in aantal en typen voorrangsregelingen tussen de G4-gemeenten zijn beperkt. De verschillen tussen de gemeenten zijn groter als we kijken naar de omvang van de totale huisvestingsverordening en met name het onderdeel ‘voorrang’. In de eerste plaats valt op dat het totaal aantal artikelen van de huisvestingsverordening in Amsterdam22 (142) aanzienlijk hoger ligt dan in de andere G4gemeenten (alle drie rond de 80 artikelen). Daarbij geldt dat het aandeel van de artikelen dat te maken heeft met voorrangsregelingen in Amsterdam (19% van alle artikelen) hoger ligt dan in de andere gemeenten (10% in Utrecht, 5% in Rotterdam, 4% in Den Haag). Een groot deel van het verschil wordt verklaard door het puntensysteem (dat enkel in Amsterdam van kracht is en waar 16 artikelen aan zijn gewijd). Maar daarnaast geldt ook dat de beschrijving van de voorrangsregelingen in Amsterdam uitgebreider is dan in de andere gemeenten, bijvoorbeeld als het gaat om voorwaarden om in aanmerking te komen voor een voorrangsregeling, afbakening van voorrangsdoelgroepen en rangordening om te bepalen wie binnen de voorrangsdoelgroep als eerste in aanmerking komt voor een aangeboden woning.
Dus naast woonruimteverdeling ook andere onderdelen als urgenties, splitsing, omzetten, opkoopbescherming, toeristische verhuur.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
48
Hoewel in de andere G4-gemeenten woningen vooral op basis van inschrijftijd (en een klein deel loting of afgeleide vormen daarvan) toewijzen, denkt men in sommige andere gemeenten wel na over de mogelijke invoering van een puntensysteem zoals dat in Amsterdam wordt toegepast. Hierbij kijkt men met belangstelling uit naar de specifieke evaluatie van het puntensysteem die later nog zal plaatsvinden. Figuur 9.2: G4-gemeenten: Aantal artikelen in huisvestingsverordening gewijd aan voorrangsregelingen 30 25
druk op de sociale huursector een rol speelt bij het aantal en type voorrangsregelingen dat gemeenten hanteren. Op basis van enkele indicatoren vergelijken we de druk op de sociale huurmarkt23. In grote lijnen kan gesteld worden dat de druk in Amsterdam iets groter is dan in de andere G4-gemeenten. Hoewel het aandeel huurwoningen in bezit van corporaties na Rotterdam het grootst is van de G4, komt slechts een beperkt deel van deze voorraad jaarlijks beschikbaar. In Amsterdam kwam in 2024 2,4% van de totale sociale huurvoorraad beschikbaar via advertenties. Daarmee kent Amsterdam van de G4 het laagste aandeel geadverteerde woningen op de totale sociale huurvoorraad. Ook de gemiddelde slaagkans is het kleinst, al is het verschil met de slaagkans in de gemeente Utrecht beperkt.
20 15
Tabel 9.2 G4-gemeenten: druk op de sociale huurmarkt naar indicator (2024, tenzij anders vermeld)
10 5 0 Amsterdam
Rotterdam
Utrecht
Den Haag
Puntensysteem
Passendheidscriteria
Volgordebepaling
Maatschappelijke / economische binding
Vitale beroepen
Wbmgp
Bron: Huisvestingsverordeningen Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht (2025).
Aandeel corporatiehuur op totale woningvoorraad Mutatiegraad (% geadverteerde woningen op de totale sociale huurvoorraad) Slaagkans woningzoekenden Gemiddelde actieve zoektijd (in jaren)
Amsterdam 40%
Den Haag 30%
Rotterdam 43%
Utrecht 31%
2,4%
6,0%¹
3,0%³
5,5%
3,4% 5,2
7,6%² 4,4¹
4,7% *
3,7%³ 5,8
¹ percentage 2021, ² percentage 2022, ³ percentage 2023 * In Rotterdam wordt de mediane inschrijfduur gemonitord (niet de gemiddelde actieve zoektijd) Bron: CBS (2025), gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht.
9.3 Druk op de sociale huursector Er zijn dus verschillen in omvang en detailniveau als het gaat om de voorrangsregelingen die de vier grote gemeenten hanteren. Mogelijk dat de mate van 23
Hierbij moet worden aangetekend dat niet iedere gemeente cijfers op dit vlak op dezelfde wijze en met dezelfde frequentie inzichtelijk heeft gemaakt.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
49
9.4 Conclusies Als we de Amsterdamse voorrangsregelingen vergelijken met de andere G4gemeenten, vallen enkele zaken op: • In Amsterdam worden ongeveer even veel voorrangsregelingen gehanteerd als in Utrecht. Het aantal voorrangsregelingen in Rotterdam en Den Haag is beduidend minder. • Het type voorrangsregelingen in Amsterdam is redelijk vergelijkbaar met de andere G4-gemeenten. Er zijn vooral veel regelingen die betrekking hebben op de aard van de woning (bijvoorbeeld geschikt voor senioren/zorgbehoevenden). • Het verschil tussen de gemeenten is vooral te zien in het detailniveau van de voorrangsregelingen. Dit uit zich bijvoorbeeld in het aantal artikelen dat binnen de huisvestingsverordening aan voorrang wordt gewijd. In Amsterdam is het aantal artikelen over voorrang fors hoger dan in de andere gemeenten.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
50
10 Conclusies en aanbevelingen 10.1 Effectiviteit van de regelingen Hoeveel en welke woningen worden via advertenties aangeboden en welke (combinaties van) voorrangsregelingen worden daarbij toegepast? De afgelopen vijf jaar werden er jaarlijks gemiddeld zo’n 7.800 woningen in Amsterdam toegewezen. Iets meer dan de helft daarvan (55%; gemiddeld zo’n 3.500 woningen per jaar) werd via een advertentie op WoningNet aangeboden. De overige 45% werd via directe bemiddeling aan woningzoekenden toegewezen. De afgelopen jaren zijn alle geadverteerde woningen met één of meer voorrangsregelingen aangeboden. Daarbij kunnen vier soorten regelingen worden onderscheiden. 1. Passendheidsregelingen: hiermee wordt vooral beoogd dat specifieke woningen (qua huurprijs, oppervlak of levensloopgeschiktheid) terecht komen bij de doelgroep die hier het meest behoefte aan heeft, zoals jongeren, ouderen of gezinnen. Het zijn vaak exclusieve regelingen, wat inhoudt dat woningzoekenden die niet aan de voorwaarden voldoen, niet in aanmerking komen voor de woning waar zo’n regeling geldt. 2. Urgentie: hoewel de meeste urgente doelgroepen via directe bemiddeling aan een woning worden geholpen, zijn er vier groepen (stadsvernieuwing, semi-stadsvernieuwing, SOS-kandidaten en calamiteitenurgentie) die zelf met voorrang op WoningNet kunnen zoeken naar een woning. 3.
Lokale binding: bij een deel van het aanbod kunnen woningzoekenden met een lokale binding voorrang krijgen: zo geldt de jongerenbinding alleen bij jongerenwoningen en de stadsdeelvoorrang alleen bij bepaalde nieuwbouwprojecten.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
4. Verhuisregelingen zijn bedoeld om een bepaalde verhuisbeweging te stimuleren. Bijvoorbeeld een klein huishouden in een (te) ruime woning door laten stromen naar een kleinere woning (Van Groot naar Beter) of een ouder huishouden (woonachtig in een woning die alleen via een trap te bereiken is) door laten stromen naar een meer (levensloop)geschikte woning (Van Hoog naar Laag). Zowel de urgentieregelingen, regelingen op basis van lokale binding als verhuisregelingen zijn niet exclusief. Als er geen kandidaten zijn die voldoen aan de voorwaarden, dan komen andere woningzoekenden aan de beurt. Het is zeer gebruikelijk dat per geadverteerde woning meerdere voorrangsregelingen van kracht zijn, tot wel tien regelingen per advertentie. Per advertentie gelden vaak maar één of twee passendheidscriteria omdat het meestal exclusieve regelingen zijn. Bij niet-exclusieve regelingen is veel vaker een overlap te zien; met andere niet-exclusieve regelingen, maar ook de combinatie exclusieve regeling met een niet-exclusieve regeling. Zo wordt de voorrang voor jongeren met binding aan Amsterdam altijd gecombineerd met het voorrangslabel voor jongerenwoningen. Ook is er een duidelijke overlap te zien bij de regeling Van Hoog naar Laag en Van Groot naar Beter.
Enkele regelingen worden bij vrijwel elke advertentie toegepast, zoals de voorrangsregelingen voor urgenten en verhuizen uit een rolstoelwoning. In vergelijking met de andere G4-gemeenten hanteert Amsterdam evenveel voorrangsregelingen als de gemeente Utrecht, maar het aantal regelingen is wel duidelijk groter dan in Rotterdam en Den Haag. Het verschil tussen Amsterdam en de andere gemeenten zit met name in het detailniveau van de voorrangsregelingen (dit is bijvoorbeeld te zien aan het aantal artikelen dat binnen de Amsterdamse huisvestingsverordening wordt gewijd aan voorrangsregelingen).
51
Hoe verhoudt de omvang van het aanbod dat via voorrangsregelingen wordt aangeboden voor verschillende doelgroepen zich tot de vraag? Ten eerste is het aantal actief woningzoekenden in Amsterdam (147.500 in 2024) veel groter dan het aantal sociale huurwoningen dat jaarlijks beschikbaar komt (4.500 geadverteerde woningen in 2024). Met voorrangsregelingen kan gepoogd worden om woningen ‘eerlijker’ te verdelen, maar er blijft sprake van verdeling van schaarste. Ten tweede zijn veel van de huidige voorrangsregelingen ooit in het leven geroepen om tot een goede match te komen van een woning met specifieke kenmerken (type, omvang, prijs) en de woningzoekende die daar het beste bij past. Gelijke slaagkansen voor elke doelgroep is nooit één van de doelen van de voorrangsregelingen geweest. Tabel 10.1 laat zien welk percentage van de actief woningzoekenden in aanmerking komt voor een bepaalde voorrang, op welk percentage van het aanbod deze voorrang ‘aan’ stond en welk percentage van het aanbod ook werd toegewezen met deze voorrang. Deze tabel laat zien dat er enkele voorrangsregelingen zijn waarbij de vraag (percentage actief woningzoekenden) redelijk in balans lijkt met het aanbod en de toewijzing. Dat geldt voor jongeren tussen 23 en 27 jaar, senioren en mensen in een rolstoelwoning.
Er zijn ook enkele voorrangsregelingen die bij veel advertenties worden toegepast, maar waarbij de doelgroep klein is. Bij de voorrang voor urgente woningzoekenden wordt dit gedaan omdat deze huishoudens snel aan vervangende woonruimte geholpen moeten worden en omdat relatief veel woningen in potentie voor hen passend zouden zijn. Ook de verhuisregelingen voor doorstromers worden vaak aan gezet. Ze zijn bedoeld voor huishoudens die aanvankelijk misschien nog geen verhuiswens hadden, maar hiermee mogelijk gestimuleerd worden. Het gevolg is dat woningen waar deze typen voorrangsregelingen (urgentie en verhuisregelingen) aan staan, relatief weinig worden toegewezen aan de doelgroep die voldoet aan de voorwaarden. Bij de urgentieregelingen is dat een gegeven. Bij de verhuisregelingen voor
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
doorstromers is de wens bij gemeente en woningcorporaties om de doelgroep te vergroten en wordt ook al enige tijd gekeken hoe regelingen zoals Van Hoog naar Laag en Van Groot naar Beter aangepast kunnen worden (inclusief de communicatie rondom de regelingen) om het gebruik ervan te vergroten (zie ook de evaluatie naar deze regelingen uit 2024). Tabel 10.1: Gemeente Amsterdam. Vraag (percentage actief woningzoekenden met voorrang) vergeleken met aanbod (percentage geadverteerde woningen met voorrang) en uiteindelijke toewijzing (percentage toegewezen woningen met voorrang), inclusief vraag en aanbod aan doelgroep zonder voorrang over periode 2024 ¹ Type voorrang
Voorrangsregeling
Vraag
Aanbod
Jongeren tot en met 22 jaar* Jongeren 23 tot en met 27 jaar* Grote gezinnen* Kleine gezinnen Wmo-indicatie Senioren (inclusief Wibo)* Rolstoelwoning* Lage inkomens Urgentie Calamiteitenurgentie Stadsvernieuwing Semi-stadsvernieuwing SOS-kandidaat Lokale Jongerenbinding binding Stadsdeelvoorrang Inwoners Weesp VerhuisVan Groot naar Beter regeling Van Hoog naar Laag Verhuizen uit rolstoelwoning Geen voorrang (m.u.v. voorrang lage inkomens) Totaal 2024
17,6% 23,8% 4,7% 16,8% 1,2% 12,6% 0,2% 68,7% 0,0% 0,9% 0,2% 0,0% 8,7% 3,4% 0,9% 0,4% 0,5% 0,0% 27,4% 147.521
5,7% 26,7% 3,8% 7,8% 19,4% 13,9% 0,8% 58,3% 93,3% 93,3% 71,8% 93,3% 20,5% 0,3% 3,8% 54,0% 33,3% 94,1% 0,0% 4.497
Passendheid
Toegewezen met voorrang 5,7% 26,7% 3,8% 7,8% 12,1% 13,9% 0,8% 56,3% 0,8% 9,6% 3,7% 0,0% 19,6% 0,3% 3,1% 2,3% 2,1% 0,1% 16,0% 4.485
* Exclusieve regeling ¹ Percentages tellen op tot meer dan 100%, omdat actief woningzoekenden voor meerdere voorrangsregelingen in aanmerking kunnen komen en woningen met meerdere voorrangsregelingen aangeboden kunnen worden Bron: Cijfers WoningNet (2025); bewerking AFWC.
52
Bij enkele voorrangsregelingen zien we dat het aandeel van de vraag veel groter is dan het aandeel van het aanbod. Dat geldt bijvoorbeeld voor jongeren tot en met 22 jaar, kleine gezinnen en de lage inkomens. De tabel laat ook zien dat ruim een kwart van de actief woningzoekenden in 2024 niet in aanmerking kwam voor één van de voorrangsregelingen. Dit zijn alleen woningzoekenden tussen 28 en 55 jaar zonder kinderen, omdat alleen voor deze groep geen passenheidsregelingen zijn. In 2024 zijn, net als in de jaren daarvoor, geen woningen geadverteerd zonder voorrangsregelingen. Echter, een deel van het woningaanbod dat wordt geadverteerd met een voorrangsregeling wordt uiteindelijk niet toegewezen aan iemand met voorrang. Als er dan geen exclusieve regeling van toepassing is, komen vervolgens woningzoekenden zonder voorrang aan de beurt. Op die manier werd 16% van de geadverteerde woningen in 2024 (en gemiddeld 17% in 2020 - 2024) toegewezen aan mensen die niet in aanmerking kwamen voor voorrang (woningzoekenden tussen 28 en 55 jaar zonder kinderen). Overigens zijn er daarnaast ook woningen toegewezen aan woningzoekenden die weliswaar in aanmerking komen voor voorrang, maar niet voor de voorrang die gold bij de woning die zij uiteindelijk kregen toegewezen.
Daardoor is het totale aandeel woningen dat zonder voorrang is toegewezen nog iets groter (20% in 2024, 23% over de afgelopen vijf jaar). Zijn de verschillende regelingen doeltreffend, in de zin dat: a) de juiste woningen terecht komen bij de juiste doelgroep; b) mensen met binding aan een gebied daar kunnen blijven wonen; c) urgenten die met voorrang zelf een woning zoeken, binnen de beoogde termijn aan een woning worden geholpen? Bij de meeste voorrangsregelingen ten aanzien van de passendheid van woningen wordt bijna 100% toegewezen aan de doelgroep die hiervoor beoogd werd. Dat geldt ook voor de voorrangsregelingen die gericht zijn op woningzoekenden met lokale binding. Daarmee kan gesteld worden dat deze
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
regelingen zeer effectief zijn. De doelen die ooit beoogd werden, worden bereikt. Dit betekent echter niet dat alle huishoudens die in aanmerking komen voor één van deze regelingen snel geholpen kunnen worden. Daarvoor is het aantal actief woningzoekenden te groot. De vier urgentieregelingen zijn bij vrijwel alle geadverteerde woningen van toepassing, terwijl slechts een beperkt aandeel van de woningen ook wordt toegewezen aan urgente woningzoekenden. In die zin lijkt de regeling niet effectief. Maar een ruim en divers woningaanbod voor deze doelgroep helpt wel om te bewerkstelligen dat mensen met urgentie tijdig naar een andere woning verhuizen. De doelstelling om urgent woningzoekenden tijdig te verhuizen wordt over het algemeen wel gehaald, hoewel de termijnen die nodig zijn om te verhuizen per situatie kunnen verschillen (zeker bij stadsvernieuwingsurgentie kan de planning van werkzaamheden wel eens vertraging oplopen). Stadsvernieuwingsurgenten en semi-stadsvernieuwingsurgenten worden gemiddeld binnen vijf tot acht maanden gehuisvest (terwijl ze vanaf anderhalf jaar voor aanvang van de werkzaamheden de urgentie kunnen krijgen). SOS-kandidaten en calamiteitenurgenten worden gemiddeld binnen drie maanden gehuisvest. Daarbij geldt ook dat wie niet tijdig zelf een woning vindt, alsnog via directe bemiddeling aan een woning wordt geholpen.
De voorrangsregeling op basis van jongerenbinding heeft er niet toe geleid dat het aandeel toegewezen jongerenwoningen aan Amsterdamse jongeren significant is verhoogd. Dat komt mede doordat ook voor de invoering van de voorrangsregeling al een groot deel van de jongerenwoningen (83%) aan Amsterdamse jongeren werd toegewezen. De verhuisregelingen voor doorstromers (Van Groot naar Beter, Van Hoog naar Laag, verhuizen uit rolstoelwoning) worden bij een groot aandeel advertenties toegepast. Toch wordt er beperkt gebruik van gemaakt. Wel bleek uit de evaluatie uit 2024 dat als woningen op basis van Van Hoog naar Laag of Van Groot naar Beter worden toegewezen, de beoogde doorstroming wel tot stand
53
komt. Deze voorrangsregelingen doen waarvoor ze in het leven zijn geroepen, maar niet in de mate zoals wellicht werd verwacht. Op dit moment onderzoeken gemeente en corporaties hoe het aantal verhuizingen in het kader van de verhuisregelingen kan worden verhoogd. Wat zijn de gevolgen van voorrangsregelingen voor de kansen van verschillende doelgroepen, qua leeftijd, huishoudenssamenstelling (zowel voor groepen die in aanmerking komen voor voorrang als groepen die daar juist niet voor in aanmerking komen)? Om inzicht te krijgen in de kansen per doelgroep zijn verschillende indicatoren van belang (de slaagkans, het aandeel woningtoewijzingen aan een doelgroep op het totaal aantal toegewezen woningen, de gemiddelde inschrijftijd en zoektijd). Tabel 10.2 geeft een overzicht van deze indicatoren voor verschillende groepen woningzoekenden. Op basis daarvan zijn de kansen voor ouderen (55 jaar en ouder) en jongeren (23 tot en met 27 jaar) het grootst. Zeker voor ouderen zijn er soms meerdere voorrangsregelingen waar zij gebruik van kunnen maken. Hun slaagkans is het hoogst van alle doelgroepen, al is de slaagkans voor ouderen de afgelopen jaren wel afgenomen. Daarbij lijkt de invoering van het puntensysteem een rol te spelen. Met dit systeem wordt vooral actief reageren beloond, iets waar tot op heden vooral jongeren van lijken te profiteren.
Nader onderzoek zal hier meer inzicht in moeten geven. De relatief gunstige positie voor jongeren van 23 tot en met 27 jaar komt mede voort uit dat er de laatste jaren meer woningen als ‘jongerenwoning’ zijn gelabeld. Op basis van de indicatoren is de positie van gezinnen het slechtst in Amsterdam. Er bestaan weliswaar voorrangsregelingen voor kleine en grote gezinnen, maar het woningaanbod waar deze doelgroep behoefte aan heeft (een ruime woning met meerdere kamers) is dusdanig schaars in Amsterdam, dat hun kansen kleiner zijn dan gemiddeld.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Dit geldt ook voor jongeren tot en met 22 jaar. Zij komen in aanmerking voor jongerenwoningen, maar het specifieke woningaanbod (vooral woningen tot de kwaliteitskortingsgrens) voor deze doelgroep is beperkt. Daar komt bij dat ze ten opzichte van oudere leeftijdsgroepen nauwelijks inschrijftijd konden opbouwen (dat tot de introductie van het puntensysteem een belangrijke factor in de rangorde bij de woningtoewijzing was). Hun positie is de laatste jaren wel verbeterd door de invoering van het puntensysteem en door een groter aanbod van jongerenwoningen. Ook de kansen voor de doelgroep die niet in aanmerking komt voor voorrang (het grootste deel van de een- + tweepersoonshuishoudens van 28 tot en met 55 jaar) is lager dan gemiddeld in Amsterdam. Maar doordat een deel van de geadverteerde woningen niet wordt toegewezen aan mensen met voorrang, komen zij alsnog voor een aanzienlijk deel van het woningaanbod in aanmerking. Tabel 10.2: Gemeente Amsterdam. Samenvatting kansen per doelgroep op het vinden van een sociale huurwoning op basis van vier indicatoren (2024) A. Slaagkans
B. Toewijzingen
C. Inschrijftijd
D. Zoektijd
Positie sociale huur
t/m 22 jr. z. kinderen 23 t/m 27 jr. z. kinderen 28 t/m 55 jr. z. kinderen* *waarvan geen voorrang 55+ jr. z. kinderen gezin met kinderen Veel positiever dan gemiddeld (A+B= veel groter, C+D = veel korter) Iets positiever dan gemiddeld (A+B= groter, C+D = korter) Iets negatiever dan gemiddeld (A+B= kleiner, C+D = langer) Veel negatiever dan gemiddeld (A+B= veel kleiner, C+D = veel langer)
54
10.2 Begrijpelijkheid van het systeem Is het systeem van voorrangsregelingen duidelijk voor betrokkenen? Betrokken organisaties zoals de woningcorporaties, de buurtteams en Stichting !WOON komen vooral in contact met mensen die vragen hebben over de voorrangsregels. Hoewel er veel vragen bij de verschillende instanties binnenkomen, mag - gezien het grote aantal actief woningzoekenden - ook verondersteld worden dat er een grote groep is die op basis van de beschikbare informatie haar weg weten te vinden in WoningNet en de voorrangsregels. Tegelijkertijd is er een groep woningzoekenden voor wie de voorrangsregels minder duidelijk of onbekend zijn. Een centrale plek waar alle informatie over de regelingen staat, wordt gemist en daarnaast is er behoefte aan meer proactieve informatievoorziening op basis van het zoekprofiel en de persoonskenmerken van inschreven woningzoekenden. Dit zijn aandachtspunten die deels al naar voren kwamen uit de evaluatie van de verhuisregelingen Van Groot naar Beter en Van Hoog naar Laag (2024). Daarnaast komt naar voren dat de MyQii app zeker op termijn kan helpen om sneller te bepalen of mensen voldoen aan de voorwaarden, maar dat er op dit moment nog een verbeterslag nodig is (bijvoorbeeld de ondersteuning door een helpdesk). Er wordt al gewerkt aan technische verbeteringen van de app en in 2026 wordt het gebruiksgemak vergroot.
Medewerkers van corporaties, buurtteams en Stichting !WOON constateren dat de groep woningzoekenden die minder zelfredzaam is groeit en daarmee ook de groep waarvoor het systeem van voorrangsregels (en de informatie daarover) te complex is. Partijen verschillen van mening over in welke mate je woningzoekenden moet faciliteren in hun informatiebehoefte en waar dat ergens ophoudt.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Zijn de oorspronkelijke doelen van de voorrangsregelingen nog steeds relevant? Veel voorrangsregelingen worden door de verschillende partijen (woningzoekenden, corporatiemedewerkers, buurtteams, Stichting !WOON) nog steeds als relevant beschouwd. Bijvoorbeeld als het gaat om de passendheid van de woning (qua aard, omvang, prijs). Uit de gesprekken komt geen sterk geluid naar voren om het huidige aantal regelingen sterk in te perken. Wel klinken er stemmen om het aantal voorrangsregelingen niet verder uit te breiden. Een deel van de ondervraagde partijen vinden dat er relatief veel voorrangsregelingen voor ouderen zijn, terwijl hun slaagkans bovengemiddeld hoog is. Er zou gekeken kunnen worden of sommige regelingen samengevoegd of vereenvoudigd kunnen worden. Anderzijds benoemen diverse partijen het positieve effect van een verhuizing van een ouder huishouden op de doorstroming. Meestal leidt zo’n verhuizing tot een langere verhuisketen dan wanneer een jonger huishouden verhuist. Een andere suggestie is om de voorrang voor mensen met semistadsvernieuwingsurgentie te heroverwegen. Door een deel van de corporatiemedewerkers wordt de vraag gesteld of het gerechtvaardigd is om deze groep, gezien de druk op de woningmarkt, voorrang te verlenen.
10.3 Aanbevelingen In grote lijnen kan gesteld worden dat de doelen die beoogd zijn met de huidige set voorrangsregelingen, behaald worden. Dat geldt zeker ten aanzien van de passendheidsregelingen en de voorrang voor lokale binding waar bijna overal 100% van de woningen worden toegewezen aan de beoogde doelgroep. Tegelijkertijd zijn voorrangsregelingen bedoeld om bepaalde groepen voorrang te geven ten opzichte van andere groepen: niet iedere woningzoekende kan
55
tijdig aan een woning geholpen worden. Woonruimteverdeling is in de huidige woningmarkt helaas de verdeling van schaarste. Wel zijn er diverse aanbevelingen te geven waarmee de werking van voorrangsregels verbeterd kan worden of de oorspronkelijk doelstellingen mogelijk herzien moeten worden.
3.
Effectiviteit 1.
2.
Er zijn veel voorrangsregelingen waar ouderen voor in aanmerking komen, terwijl deze doelgroep de beste mogelijkheden heeft om aan een sociale huurwoning te komen. Daarbij is het de vraag of bepaalde voorrangsregelingen voldoende onderscheidend zijn. Vaak worden regelingen gezamenlijk bij dezelfde advertenties ingezet. Het is belangrijk om met elkaar het gesprek te voeren of al deze regelingen waar ouderen aanspraak op kunnen maken nog voldoende bestaansrecht hebben of dat sommige regelingen ook samengevoegd kunnen worden. Het gaat daarbij met name om de regelingen seniorenwoningen, Wibo-woningen, Wmo-indicatie en Van Hoog naar Laag. Het is belangrijk om eventuele inperking of samenvoeging van regelingen voor ouderen met mate toe te passen. De slaagkans van ouderen is nu weliswaar het hoogst van alle doelgroepen, maar is al enkele jaren dalende. Bovendien hebben verhuizingen van ouderen een gunstig effect op de doorstroming. Ondanks de voorrangsregelingen voor gezinnen met kinderen (die een hoge positie in de rangorde hebben) zijn hun kansen op een sociale huurwoning lager dan gemiddeld. Het verdient aanbeveling om te kijken of er meer woningen als gezinswoning kunnen worden aangemerkt.
Dit is deels al in werking gezet door een aanpassing in de huisvestingsverordening waardoor corporaties de mogelijkheid hebben om buiten de gestelde vierkante meter-eis voorrang voor gezinnen aan te zetten en toe te wijzen.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
4.
5.
De invoering van het puntensysteem heeft de afgelopen jaren effect gehad op de kansen van doelgroepen in de sociale huursector. De kansen voor jongeren zijn gestegen, de kansen voor ouderen afgenomen. De vraag is of dit een tijdelijk effect is in de eerste jaren na invoering of dat deze trends zich de komende jaren verder voortzetten. Advies is om bij de evaluatie van het puntensysteem (2026) extra aandacht te hebben voor de verwachte trends in de toekomst, inclusief het effect op de slaagkansen per doelgroep. Voor invoering van de voorrang voor Amsterdamse jongeren werd al een hoog percentage jongerenwoningen aan jongeren woonachtig in de gemeente toegewezen. Dit is na invoering van de voorrang ongeveer gelijk gebleven. Voer met elkaar het gesprek of de voorrang voor Amsterdamse jongeren een toegevoegde waarde heeft of eventueel afgevoerd kan worden. Neem in die beoordeling mee dat de mate van binding van Amsterdamse jongeren (hoeveel jaar men al woonachtig is in de gemeente) die een woning kregen toegewezen, mogelijk wel is toegenomen dankzij de voorrangsregeling. De voorrangsregelingen zijn ooit ingevoerd vanwege één of meerdere doelstellingen. Vaak hadden deze betrekking op de passendheid van de woning of het stimuleren van een bepaalde verhuisbeweging. Het garanderen van een bepaalde (gelijke) slaagkans heeft daarin veel minder een rol gespeeld.
De gedachte daarbij is dat sommige huishoudens (bijvoorbeeld met een specifieke behoefte) een extra steuntje in de rug nodig hebben. Dit leidt wel tot verschillen in de kansen per doelgroep op een sociale huurwoning. Het verdient aanbeveling om met elkaar het gesprek te voeren over wat een reële kans per doelgroep op een sociale huurwoning in Amsterdam zou moeten zijn. En welke doelgroepen daarbij iets meer (en minder) geholpen zouden moeten worden. Op basis van die discussie kan beter bepaald worden of voorrangsregelingen
56
6.
7.
8.
aangepast moeten worden om de kansen per doelgroep beter op elkaar af te stemmen. In aanvulling op aanbeveling 4 zou ook specifiek aandacht gegeven moeten worden aan de positie van woningzoekenden zonder voorrang. De afgelopen jaren werd gemiddeld 17% van het jaarlijkse woningaanbod toegewezen aan deze doelgroep. a) De eerste stap is om het gesprek met elkaar te voeren of dit percentage voldoende is. b) Vervolgens zou het gesprek gevoerd moeten worden of er behoefte is aan nadere sturing aan de voorzijde om mensen zonder voorrang de zekerheid te geven van een minimum aantal woningen dat bij hen terecht komt, of er vertrouwen is dat ook zonder sturing voldoende woningen bij deze doelgroep terechtkomen. c) Tenslotte is het belangrijk om doorlopend de kansen van woningzoekenden met en zonder voorrang goed te monitoren. Voer met elkaar het gesprek over het voortzetten van de regeling voor semi-stadsvernieuwingsurgenten. Weeg de voordelen (urgenten worden tijdig geherhuisvest, waarbij minder ruime gezinswoningen nodig zijn dan zonder de urgentieregeling) op tegen de nadelen (meer woningen nodig voor de huisvesting van urgenten)? Met name bij kleinere renovatieprojecten, waarbij zittende huurders niet per se hoeven te verhuizen, stellen corporaties de vraag of deze urgentie met voorrang wenselijk is. Wees terughoudend met het toevoegen van nieuwe voorrangsregelingen.
De discussie over de kansen voor mensen zonder voorrang, maar ook de complexiteit van het huidige systeem, laat zien dat corporatiemedewerkers, maar ook een deel van de woningzoekenden meer voorstander zijn van het terugdringen van het aantal regelingen, dan verdere uitbreiding. Bovendien laat de casus stadsdeelvoorrang zien hoe langdurig een voorbereidingstraject kan zijn om tot een nieuwe regeling te komen.
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Begrijpelijkheid Een veelgehoord kritiekpunt is dat het systeem van voorrangsregelingen in Amsterdam voor een deel van de woningzoekenden te complex is. Duidelijke, uniforme toelichting zou helpen om de complexiteit voor een deel weg te nemen. 1.
2.
3.
4.
5.
Creëer één centrale online omgeving waar alle informatie over de voorrangsregelingen te vinden is. Geef bekendheid aan de vindbaarheid van deze informatie, zodat woningzoekenden snel de informatie kunnen vinden die ze zoeken. Hanteer bij de informatie eenvoudig taalgebruik. Zet meer mogelijkheden in om bij de online-informatie nadere toelichting te kunnen geven (bijvoorbeeld door het gebruik van pop-up berichten), waar mogelijk toegespitst op het zoekprofiel van de woningzoekende. Verbeter de werking van de MyQii app. Zorg voor een goede bereikbaarheid van de helpdesk, zodat woningzoekenden snel met hun vragen over de app geholpen kunnen worden. Hier worden momenteel al stappen in gezet. Het is gebruikelijk om een groot aantal voorrangsregelingen per advertentie in te zetten. Tien regelingen per advertentie is geen uitzondering. Hier zitten vaak ook regelingen bij op basis waarvan sporadisch een woning wordt toegewezen. Dit grote aantal regelingen kan woningzoekenden (met name zonder voorrang) het gevoel geven alsof zij nooit in aanmerking gaan komen voor een woning. Het verdient aanbeveling om te kijken of elke voorrangsregeling (ook als de doelgroep daarvoor zeer klein is) bij elke advertentie altijd getoond moet worden. Mogelijk kan hierbij in de weergave van advertenties onderscheid gemaakt worden naar het zoekprofiel van woningzoekenden.
Houdt oog voor het persoonlijke contact om de werkwijze van voorrangsregelingen toe te lichten. Dat betekent dat woningzoekenden
57
altijd naast online informatie ook met vragen terecht kunnen op andere plekken (bijvoorbeeld fysiek loket of door te bellen met hun corporatie).
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
58
Bijlage I: Doelen per voorrangsregeling Onderstaande tabel geeft een overzicht van de geformuleerde doelstellingen per voorrangsregeling. Het gaat hier om de doelstellingen die terug te vinden zijn in bestuurlijke stukken en/of beleidsnota’s. Naam regeling Voorrang op basis van passendheid woning Seniorenwoning Jongerenwoning (t/m 22 jaar) Jongerenwoning (23 t/m 27 jaar) Woning voor kleine gezinnen (≥ 61 m²) Woning voor grote gezinnen (≥ 70 m²) Woning met Wmo-indicatie Rolstoelwoning (algemeen, 3 kamers en ≥ 4 kamers) Lage inkomens Voorrang met urgentie Stadsvernieuwingsurgentie Semi-stadsvernieuwingsurgentie SOS-urgentie Calamiteitenurgentie Voorrang op basis van lokale binding Stadsdeelvoorrang Jongerenbinding Inwoners Weesp Verhuisregelingen voor doorstromers Van Hoog naar Laag Van Groot naar Beter Verhuizen uit rolstoelwoning
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Beoogd doel Woning met specifieke kenmerken toewijzen aan een passende doelgroep Slaagkans vergroten voor doelgroep (vanwege weinig opgebouwde inschrijftijd) Slaagkans vergroten voor doelgroep (vanwege weinig opgebouwde inschrijftijd) Woning met specifieke kenmerken toewijzen aan een passende doelgroep Woning met specifieke kenmerken toewijzen aan een passende doelgroep Woning met specifieke kenmerken toewijzen aan een passende doelgroep Woning met specifieke kenmerken toewijzen aan een passende doelgroep Woning met specifieke kenmerken toewijzen aan een passende doelgroep Oplossen (binnen anderhalf jaar) van acuut huisvestingsprobleem buiten de schuld bewoner Oplossen (binnen anderhalf jaar) van acuut huisvestingsprobleem buiten de schuld bewoner Snel oplossen (binnen drie maanden) van acuut huisvestingsprobleem buiten de schuld bewoner Snel oplossen (binnen zes maanden) van acuut huisvestingsprobleem buiten de schuld bewoner 1. Versterken van sociale cohesie tussen huidige en nieuwe bewoners 2. Mensen met binding behouden voor het stadsdeel 1. Slaagkans vergroten voor doelgroep (vanwege weinig opgebouwde inschrijftijd) 2. Jongeren met binding behouden voor het gebied 1. Mensen met binding behouden voor het stadsdeel 2. Verminderen van eventuele nadelen als gevolg van fusie, inclusief overgang ander woonruimteverdeelsysteem 1. Ouderen met binding behouden voor het gebied 2.
Woningen met specifieke kenmerken toewijzen aan een passende doelgroep 1. Doorstroming op woningmarkt vergroten 2. Woningen met specifieke kenmerken toewijzen aan een passende doelgroep 1. Woning met specifieke kenmerken toewijzen aan een passende doelgroep 2. Doorstroming op woningmarkt vergroten
59
Doelen voorrangsregelingen op basis van passendheid woning Voor deze voorrangsregelingen geldt dat bestuurlijk is vastgesteld dat zij als doel hebben om te zorgen dat een specifieke woning wordt toegewezen aan een groep die aan dat type woning behoefte heeft. In de toelichting van de Amsterdamse Huisvestingsverordening staat dat ervoor is gekozen om bepaalde typen woonruimten te koppelen aan een specifieke doelgroep. Het gaat daarbij om ‘woningzoekenden voor wie die woonruimte, gelet op de aard, de grootte of de prijs daarvan, bijzonder geschikt is’. Doelen voorrang met urgentie In artikel 12 van de Huisvestingswet staat opgenomen dat een gemeente kan bepalen urgentie toe te kennen aan groepen van wie de noodzaak tot huisvesting ‘dringend noodzakelijk’ is. Van de urgente groepen in Amsterdam zijn stadsvernieuwingsurgenten (inclusief semi-stadsvernieuwingsurgenten en SOS-kandidaten) en calamiteitenurgenten de enige groepen die nog zelf naar een woning moeten zoeken. Bij de implementatie van de regionale nieuwe woonruimteverdeling is bepaald dat alle urgenten - met uitzondering van stadsvernieuwingsurgenten - direct bemiddeld zouden worden. In het beleidsvoorstel nieuwe woonruimteverdeling staat echter niet opgenomen waarom de keuze is gemaakt dat stadsvernieuwingsurgenten nog wel zelf zoeken.
In het geval van de calamiteitenurgenten is alleen binnen Amsterdam afgesproken dat deze groep nog zelf zoekt zo lang de gedupeerden van de toeslagenaffaire tot deze groep behoren. De gemeente Amsterdam stelt voor geen enkele urgente groep een maximumaantal toekenningen vast omdat alle urgent woningzoekenden conform de Amsterdamse urgentiecriteria recht hebben op voorrang. Wel is het zo dat in de samenwerkingsafspraken met de woningcorporaties is opgenomen dat 30% van de vrijkomende woningen op jaarbasis naar urgent woningzoekenden mogen gaan. Doelen voorrang op basis van lokale binding In de toelichting van de Huisvestingsverordening staat opgenomen dat de stadsdeelvoorrang als doel heeft om de band tussen zittende bewoners en nieuwe bewoners van te versterken. Dit bevordert de sociale cohesie en zorgt ervoor dat er bij realisatie van nieuwbouw gebouwd wordt voor de buurt. De stadsdeelvoorrang geldt alleen bij de eerste oplevering van aangewezen nieuwbouwcomplexen. Bestuurlijk is niet vastgesteld op hoeveel complexen de voorrang elk jaar mag worden toegepast. Wel is het zo dat de gemeente Amsterdam elk jaar bij niet meer dan 50% van de verleende huisvestingsvergunningen binnen een bepaald segment voorrang mag geven op basis van binding.
Elk jaar wordt daarom gekeken of er niet te veel complexen voor stadsdeelvoorrang worden aangewezen, waardoor het aantal verhuringen met voorrang de 50% overschrijdt. In de raadsinformatiebrief ‘Lokale voorrangsregelingen in de regio en invoeren lokale voorrang voor jongeren’ van 18 april 2019 staat dat de jongerenbinding wordt ingevoerd om de ‘de slaagkans van Amsterdamse jongeren te bevorderen.’ Bij het ontwerp van de voorrangsregeling, die in de Huisvestingsverordening is opgenomen sinds 2020, werd gesteld dat 100% van de jongerenwoningen met voorrang moest gaan naar jongeren die binding hebben met Amsterdam. Met de Huisvestingsverordening van 2024 is dit percentage naar beneden gesteld naar 30 - 50% van de jongerenwoningen omdat bleek dat jongeren die bijvoorbeeld vanwege een paar maanden stage niet in aanmerking kwamen voor de voorrang werden uitgesloten. In de raadsinformatiebrief over de wijzigingsverordening van 2024 staat
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
60
benoemd dat de gemeente Amsterdam minimaal 25% van de jongerenwoningen wil toewijzen op basis van woonpunten en dat de gemeente rekening houdt met de maximaal 25% van de jongerenwoningen die woningcorporaties mogen verloten. Doelen verhuisregelingen voor doorstromers Van Hoog naar Laag Uit het oorspronkelijke initiatiefvoorstel aan de gemeenteraad van Ymere voor VHNL blijkt dat de corporatie in de eerste plaats het doel had om mensen met binding te behouden voor het stadsdeel. Door ‘Van hoog naar laag’ in te zetten konden bewoners langer in hun stadsdeel blijven wonen. Ymere stelt in het initiatiefvoorstel dat het ‘gemeenschappelijke doel [van de huurderkoepel en Ymere] is dat ouderen de kans krijgen om langer in hun vertrouwde buurt te blijven wonen’ (Bron: experiment woonruimteverdeling Van Hoog Naar Laag, commissie verkeer en volkshuisvesting, 24 september 2008). Ook het bevorderen van doorstroming en zorgen voor een betere match tussen huurder en woning staan als voordelen genoemd. Van Groot naar Beter De voorrang voor kandidaten van ‘Van Groot Naar Beter’ bestaat al sinds 1998 en heette toen nog ‘Van Groot Naar Klein’. Voor deze tijd bood Stichting Het Woningbedrijf Amsterdam (nu: Ymere) ook al begeleiding aan kandidaten die naar een kleinere woning wilden verhuizen, maar daar was geen voorrang aan gekoppeld.
In het eerste voorstel om voorrang bij de regeling als experiment uit te voeren, wordt gesteld dat de wachttijden voor een grote woning onaanvaardbaar lang zijn. Het doel van de regeling was (ook toen al) om grote woningen vrij te spelen voor gezinnen. Verhuizen uit rolstoelwoning In de raadsinformatiebrief over de Aanpak Rolstoelwoningen wordt benoemd dat het hogere doel van de hele Aanpak is dat de wachtlijst voor Amsterdammers die een rolstoelwoning nodig hebben wordt teruggedrongen. Eén van de manieren om dit doel te bereiken is door de verhuisregeling ‘Verhuizen uit rolstoelwoningen’ in te zetten. In de raadsinformatiebrief wordt gesteld dat deze regeling ervoor zorgt dat de ‘bestaande voorraad rolstoelwoningen beter wordt ingezet.’
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
61
Bijlage II: Cijfers per voorrangsregeling Jongerenwoning tot en met 22 jaar
Hoe moet men de voorrang aanvragen? Aanbod met voorrang Aantal in 2024: 256 % van totale aanbod: 6% Kenmerken van aangeboden woning met voorrang ≤ 2 kamers 3 kamers ≥ 4 kamers
Urgentie
< kwal. kortingsgrens < 2e aftoppingsgrens > 2e aftoppingsgrens
Woningen tot de kwaliteitskortingsgrens. Hierbij geldt een huurtermijn van maximaal vijf jaar Huishoudens waarbij alle personen 18 t/m 22 jaar, geen student zijn en geen kinderen hebben Woningen met specifieke kenmerken (qua woonoppervlakte en huurprijs) toewijzen aan doelgroep die daar op grond van leeftijd en aanspraak op huurtoeslag het meest behoefte aan heeft Wordt automatisch aangevinkt in het zoekprofiel in WoningNet op basis van de inschrijfgegevens Samenhang met andere voorrangsregelingen Toegewezen met voorrang* Regeling toegepast in combinatie met andere regelingen: Aantal in 2024: 256 % van aanbod met voorrang: 100% Jongeren 23 t/m 27 jaar % van totale aanbod: 6% Passendheid
Kenmerken woningaanbod Doelgroep Doel van de regeling
Verhuisregeling
Lokale binding
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp 0%
20% 40% 60% 80% 100%
Kleine gezinnen Grote gezinnen Eerst WMO, dan senioren Senioren (incl. WIBO) Rolstoel Lage inkomens Calamiteitenurgentie Stadsvernieuwingsurgentie Semi stadsvernieuwing SOS kandidaat Amsterdamse jongeren Stadsdeelvoorrang Inwoners Weesp Van Groot naar Beter Van Hoog naar Laag Verhuis uit rolstoelwoning
< 23 jaar 23 tot 28 jaar 28 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar 65 jaar en ouder Eenpersoonshuishouden Mphh. zonder kinderen Klein gezin (≤ 2 kinderen) Groot gezin (≥ 3 kinderen) Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Geen doelgroep 0% 20% 40% 60% 80%100%
0% 20% 40% 60% 80% 100%
*Kenmerken o.b.v. alle aangeboden woningen met deze voorrangsregeling
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
62
Jongerenwoning 23 tot en met 27 jaar Woningen boven de kwaliteitskortingsgrens. Hierbij geldt vaak een huurtermijn van maximaal vijf jaar Huishoudens waarbij alle personen 23 t/m 27 jaar, geen student zijn en geen kinderen hebben Woningen met specifieke kenmerken (qua woonoppervlakte) toewijzen aan doelgroep die daar op grond van leeftijd het meest behoefte aan heeft Wordt automatisch aangevinkt in het zoekprofiel in WoningNet op basis van de inschrijfgegevens Samenhang met andere voorrangsregelingen Toegewezen met voorrang* Regeling toegepast in combinatie met andere regelingen: Aantal in 2024: 1.198 % van aanbod met voorrang: 100% Jongeren t/m 22 jaar % van totale aanbod: 27%
Hoe moet men de voorrang aanvragen? Aanbod met voorrang Aantal in 2024: 1.201 % van totale aanbod: 27% Kenmerken van aangeboden woning met voorrang ≤ 2 kamers 3 kamers ≥ 4 kamers
Kleine gezinnen
Passendheid
Kenmerken woningaanbod Doelgroep Doel van de regeling
< 23 jaar 23 tot 28 jaar 28 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar 65 jaar en ouder
Grote gezinnen Eerst WMO, dan senioren Senioren (incl. WIBO) Rolstoel Lage inkomens
< kwal. kortingsgrens < 2e aftoppingsgrens > 2e aftoppingsgrens
Urgentie
Calamiteitenurgentie
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp
Stadsvernieuwingsurgentie Semi stadsvernieuwing
Eenpersoonshuishouden Mphh. zonder kinderen Klein gezin (≤ 2 kinderen) Groot gezin (≥ 3 kinderen)
0%
20%
40%
60%
80% 100%
Lokale binding
Amsterdamse jongeren
Verhuisregeling
SOS kandidaat
Van Groot naar Beter
Stadsdeelvoorrang Inwoners Weesp
Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Geen doelgroep
Van Hoog naar Laag Verhuis uit rolstoelwoning 0% 20% 40% 60% 80%100%
0% 20% 40% 60% 80% 100%
*Kenmerken o.b.v. alle aangeboden woningen met deze voorrangsregeling
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
63
Woning voor kleine gezinnen Kenmerken woningaanbod Doelgroep Doel van de regeling Hoe moet men de voorrang aanvragen? Aanbod met voorrang Aantal in 2024: 350 % van totale aanbod: 8%
Woning is groter dan 60 m² en beschikt over drie of meer kamers Huishoudens met één of twee thuiswonende, minderjarige kinderen Woningen met specifieke kenmerken (qua woonoppervlakte en aantal kamers) toewijzen aan doelgroep die daar op grond van huishoudenssamenstelling het meest behoefte aan heeft Wordt automatisch aangevinkt in het zoekprofiel in WoningNet op basis van de inschrijfgegevens Samenhang met andere voorrangsregelingen Toegewezen met voorrang* Regeling toegepast in combinatie met andere regelingen: Aantal in 2024: 350 % van aanbod met voorrang: 100% % van totale aanbod: 8% Jongeren t/m 22 jaar
Kenmerken van aangeboden woning met voorrang Passendheid
Jongeren 23 t/m 27 jaar
≤ 2 kamers 3 kamers ≥ 4 kamers
Grote gezinnen
< 23 jaar 23 tot 28 jaar 28 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar 65 jaar en ouder
Eerst WMO, dan senioren
Senioren (incl. WIBO) Rolstoel Lage inkomens
< kwal. kortingsgrens < 2e aftoppingsgrens > 2e aftoppingsgrens
Urgentie
Calamiteitenurgentie
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp
Stadsvernieuwingsurgentie Semi stadsvernieuwing
Eenpersoonshuishouden Mphh. zonder kinderen Klein gezin (≤ 2 kinderen) Groot gezin (≥ 3 kinderen)
Verhuisregeling
Lokale binding
SOS kandidaat
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60%
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Amsterdamse jongeren Stadsdeelvoorrang Inwoners Weesp
Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Geen doelgroep
Van Groot naar Beter Van Hoog naar Laag Verhuis uit rolstoelwoning
0% 20% 40% 60% 80% 100% 0% 20% 40% 60% 80%100%
*Kenmerken o.b.v. alle aangeboden woningen met deze voorrangsregeling
64
Woning voor grote gezinnen Kenmerken woningaanbod Doelgroep Doel van de regeling Hoe moet men de voorrang aanvragen? Aanbod met voorrang Aantal in 2024: 172 % van totale aanbod: 4%
Woning is groter dan 70 m² en beschikt over vier of meer kamers Huishoudens met drie of meer thuiswonende, minderjarige kinderen Woningen met specifieke kenmerken (qua woonoppervlakte en aantal kamers) toewijzen aan doelgroep die daar op grond van huishoudenssamenstelling het meest behoefte aan heeft Wordt automatisch aangevinkt in het zoekprofiel in WoningNet op basis van de inschrijfgegevens Samenhang met andere voorrangsregelingen Toegewezen met voorrang* Regeling toegepast in combinatie met andere regelingen: Aantal in 2024: 172 % van aanbod met voorrang: 100% % van totale aanbod: 4% Jongeren t/m 22 jaar
Kenmerken aangeboden woning met voorrang Passendheid
Jongeren 23 t/m 27 jaar
≤ 2 kamers 3 kamers ≥ 4 kamers
< 23 jaar 23 tot 28 jaar 28 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar 65 jaar en ouder
Kleine gezinnen Eerst WMO, dan senioren Senioren (incl. WIBO) Rolstoel Lage inkomens
< kwal. kortingsgrens < 2e aftoppingsgrens > 2e aftoppingsgrens
Urgentie
Calamiteitenurgentie
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp
Stadsvernieuwingsurgentie Eenpersoonshuishouden Mphh. zonder kinderen Klein gezin (≤ 2 kinderen) Groot gezin (≥ 3 kinderen)
Semi stadsvernieuwing
Verhuisregeling
Lokale binding
SOS kandidaat
0%
20% 40% 60% 80% 100%
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
Amsterdamse jongeren Stadsdeelvoorrang
Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Geen doelgroep
Inwoners Weesp Van Groot naar Beter Van Hoog naar Laag
0% 20% 40% 60% 80% 100%
Verhuis uit rolstoelwoning 0% 20% 40% 60% 80%100%
*Kenmerken o.b.v. alle aangeboden woningen met deze voorrangsregeling
65
Seniorenwoning (inclusief Wibo-woning) Nultredenwoning, vaak gelegen in rustige wijken met goede voorzieningen in de buurt, zoals winkels, openbaar vervoer en medische faciliteiten Senioren: Huishoudens waarbij minimaal één persoon 55 jaar of ouder is. Wibo-woning: Eerst huishoudens met minimaal één persoon 75 jaar of ouder, daarna huishoudens met minimaal één persoon 65 jaar of ouder, daarna huishoudens met minimaal één persoon 55 jaar of ouder Woningen met specifieke kenmerken (qua levensloopgeschiktheid) toewijzen aan doelgroep die daar op grond van leeftijd/fysieke gesteldheid/gezondheidssituatie daar het meest behoefte aan heeft Wordt automatisch aangevinkt in het zoekprofiel in WoningNet op basis van de inschrijfgegevens Samenhang met andere voorrangsregelingen Toegewezen met voorrang* Regeling toegepast in combinatie met andere regelingen: Aantal in 2024: 622 % van aanbod met voorrang: 100% Jongeren t/m 22 jaar % van totale aanbod: 14%
Doelgroep
Doel van de regeling Hoe moet men de voorrang aanvragen? Aanbod met voorrang Aantal in 2024: 627 % van totale aanbod: 14% Kenmerken van aangeboden woning met voorrang ≤ 2 kamers 3 kamers ≥ 4 kamers
Urgentie
< kwal. kortingsgrens < 2e aftoppingsgrens > 2e aftoppingsgrens
Passendheid
Kenmerken woningaanbod
Verhuisregeling
Lokale binding
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp 0%
20%
40%
60%
80% 100%
Jongeren 23 t/m 27 jaar Kleine gezinnen Grote gezinnen Eerst WMO, dan senioren Rolstoel Lage inkomens Calamiteitenurgentie Stadsvernieuwingsurgentie Semi stadsvernieuwing SOS kandidaat Amsterdamse jongeren Stadsdeelvoorrang Inwoners Weesp Van Groot naar Beter Van Hoog naar Laag Verhuis uit rolstoelwoning
< 23 jaar 23 tot 28 jaar 28 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar 65 jaar en ouder Eenpersoonshuishouden Mphh. zonder kinderen Klein gezin (≤ 2 kinderen) Groot gezin (≥ 3 kinderen) Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Geen doelgroep 0% 20% 40% 60% 80%100%
0% 20% 40% 60% 80% 100%
*Kenmerken o.b.v. alle aangeboden woningen met deze voorrangsregeling
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
66
Woning voor mensen met Wmo-indicatie, gevolgd door senioren
Doelgroep Doel van de regeling Hoe moet men de voorrang aanvragen? Aanbod met voorrang Aantal in 2024: 874 % van totale aanbod: 19% Kenmerken van aangeboden woning met voorrang ≤ 2 kamers 3 kamers ≥ 4 kamers
Urgentie
< kwal. kortingsgrens < 2e aftoppingsgrens > 2e aftoppingsgrens
Nultredenwoning, vaak gelegen in rustige wijken met goede voorzieningen in de buurt, zoals winkels, openbaar vervoer en medische faciliteiten Eerst: huishoudens met een Wmo-beschikking voor verhuiskosten, daarna huishoudens met minimaal één persoon van 65 jaar en ouder Woningen met specifieke kenmerken (qua levensloopgeschiktheid) toewijzen aan doelgroep die daar op grond van leeftijd/fysieke gesteldheid/gezondheidssituatie daar het meest behoefte aan heeft Woningzoekenden moeten eerst zelf een Wmo-indicatie aanvragen bij de gemeente. De voorrang voor senioren wordt automatisch aangevinkt in het zoekprofiel in WoningNet op basis van de inschrijfgegevens. Samenhang met andere voorrangsregelingen Toegewezen met voorrang* Regeling toegepast in combinatie met andere regelingen: Aantal in 2024: 544 % van aanbod met voorrang: 61% Jongeren t/m 22 jaar % van totale aanbod: 12% Passendheid
Kenmerken woningaanbod
Verhuis- Lokale regeling binding
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60%
Jongeren 23 t/m 27 jaar Kleine gezinnen Grote gezinnen Senioren (incl. WIBO) Rolstoel Lage inkomens Calamiteitenurgentie Stadsvernieuwingsurgentie Semi stadsvernieuwing SOS kandidaat Amsterdamse jongeren Stadsdeelvoorrang Inwoners Weesp Van Groot naar Beter Van Hoog naar Laag Verhuis uit rolstoelwoning
< 23 jaar 23 tot 28 jaar 28 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar 65 jaar en ouder Eenpersoonshuishouden Mphh. zonder kinderen Klein gezin (≤ 2 kinderen) Groot gezin (≥ 3 kinderen) Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Geen doelgroep 0% 20% 40% 60% 80%100%
0% 20% 40% 60% 80% 100%
*Kenmerken o.b.v. alle aangeboden woningen met deze voorrangsregeling
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
67
Rolstoelwoning Kenmerken woningaanbod
Woning met specifieke kenmerken gericht op de behoeften van mensen met een indicatie voor een rolstoelwoning. Deze woningen zijn gelijkvloers, met brede doorgangen en veiligheidsvoorzieningen zoals beugels in de badkamer en een veilige badkamerinrichting. Ze zijn vaak gelegen in rustige wijken met goede voorzieningen in de buurt, zoals winkels, openbaar vervoer en medische faciliteiten Rolstoelwoning < drie kamers: huishouden met indicatie voor een rolstoelwoning. Rolstoelwoning met drie kamers: huishouden met indicatie rolstoelwoning en één of twee minderjarige thuiswonende kinderen. Rolstoelwoning met ≥ vier kamers: huishouden met indicatie rolstoelwoning en drie of meer minderjarige thuiswonende kinderen Woningen met specifieke kenmerken (qua rolstoeltoegankelijkheid) toewijzen aan doelgroep die daar op grond van Wmoindicatie het meest behoefte aan heeft Woningzoekenden moeten eerst zelf een Wmo-indicatie aanvragen bij de gemeente Samenhang met andere voorrangsregelingen Toegewezen met voorrang* Regeling toegepast in combinatie met andere regelingen: Aantal in 2024: 35 % van aanbod met voorrang: 100% % van totale aanbod: 1%
Doelgroep
Doel van de regeling Hoe moet men de voorrang aanvragen? Aanbod met voorrang Aantal in 2024: 36 % van totale aanbod: 1%
Passendheid
Kenmerken van aangeboden woning met voorrang ≤ 2 kamers 3 kamers ≥ 4 kamers
Urgentie
< kwal. kortingsgrens < 2e aftoppingsgrens > 2e aftoppingsgrens
Verhuis- Lokale regeling binding
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp 0%
20%
40%
60%
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
80%
Jongeren t/m 22 jaar Jongeren 23 t/m 27 jaar Kleine gezinnen Grote gezinnen Eerst WMO, dan senioren Senioren (incl. WIBO) Lage inkomens Calamiteitenurgentie Stadsvernieuwingsurgentie Semi stadsvernieuwing SOS kandidaat Amsterdamse jongeren Stadsdeelvoorrang Inwoners Weesp Van Groot naar Beter Van Hoog naar Laag Verhuis uit rolstoelwoning
< 23 jaar 23 tot 28 jaar 28 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar 65 jaar en ouder Eenpersoonshuishouden Mphh. zonder kinderen Klein gezin (≤ 2 kinderen) Groot gezin (≥ 3 kinderen) Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Geen doelgroep 0% 20% 40% 60% 80% 100% 0% 20% 40% 60% 80% 100%
*Kenmerken o.b.v. alle aangeboden woningen met deze voorrangsregeling
68
Lage inkomens Kenmerken woningaanbod Doelgroep
Doel van de regeling Hoe moet men de voorrang aanvragen? Aanbod met voorrang Aantal in 2024: 2.623 % van totale aanbod: 58%
Woningen tot lage aftoppingsgrens (< € 682, prijspeil 2025) Eenpersoonshuishouden < AOW leeftijd, inkomen < € 28.375, Eenpersoonshuishouden > AOW leeftijd, inkomen < € 27.775, Meerpersoonshuishouden < AOW leeftijd, inkomen < € 37.625, Meerpersoonshuishouden > AOW leeftijd, inkomen < € 37.350 (prijspeil 2025) (1) Woningen met specifieke kenmerken (qua huurprijs) toewijzen aan doelgroep die daar op grond van het inkomen daar het meest behoefte aan heeft. (2) Voldoen aan landelijke norm voor het Passend Toewijzen Wordt automatisch aangevinkt in het zoekprofiel in WoningNet op basis van de inschrijfgegevens Samenhang met andere voorrangsregelingen Toegewezen met voorrang* Regeling toegepast in combinatie met andere regelingen: Aantal in 2024: 2.523 % van aanbod met voorrang: 96% % van totale aanbod: 56% Jongeren t/m 22 jaar
Passendheid
Kenmerken van aangeboden woning met voorrang ≤ 2 kamers 3 kamers ≥ 4 kamers
Urgentie
< kwal. kortingsgrens < 2e aftoppingsgrens > 2e aftoppingsgrens
Verhuisregeling
Lokale binding
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp 0%
20% 40% 60% 80% 100%
Jongeren 23 t/m 27 jaar
< 23 jaar
Kleine gezinnen
23 tot 28 jaar
Grote gezinnen
28 tot 35 jaar
Eerst WMO, dan senioren
35 tot 45 jaar
Senioren (incl. WIBO)
45 tot 55 jaar
Rolstoel
55 tot 65 jaar
Calamiteitenurgentie
65 jaar en ouder
Stadsvernieuwingsurgentie Eenpersoonshuishouden
Semi stadsvernieuwing SOS kandidaat
Mphh. zonder kinderen
Amsterdamse jongeren
Klein gezin (≤ 2 kinderen)
Stadsdeelvoorrang
Groot gezin (≥ 3 kinderen)
Inwoners Weesp Van Groot naar Beter
Primaire doelgroep
Van Hoog naar Laag
Secundaire doelgroep
Verhuis uit rolstoelwoning
Geen doelgroep 0% 20% 40% 60% 80% 100%
0% 20% 40% 60% 80% 100%
*Kenmerken o.b.v. alle aangeboden woningen met deze voorrangsregeling
363.117/G | Evaluatie voorrangsregelingen sociale huur
69
Calamiteitenurgent Kenmerken woningaanbod Doelgroep
Woningen tot de liberalisatiegrens < € 900 (prijspeil 2025) Personen in acute noodsituatie (onder andere brand, explosie, gedupeerden toeslagenaffaire) in of met bestaande woningen, waarbij bevoegd toezichthouder een herstelperiode van ≥ vier maanden voorziet Urgent woningzoekenden met spoed (binnen zes maanden) van passende woonruimte voorzien De woningcorporaties starten de aanvraag voor calamiteitenurgentie bij de gemeente. Aanvragen voor slachtoffers toeslagenaffaire worden gedaan door het buurtteam of doorbraakteam. Samenhang met andere voorrangsregelingen Toegewezen met voorrang* Regeling toegepast in combinatie met andere regelingen: Aantal in 2024: 38 % van aanbod met voorrang: 1% % van totale aanbod: 1%