Eindrapportage RGP De Entree.pdf
Tekst van het document
Eindrapportage project De Entree, i.h.k.v. de Regeling Grote Projecten Vernieuwing van de centrumzijde van Station Amsterdam Centraal en de realisatie van de fietsenstalling Stationsplein 2017-2023
Contactpersoon: Jiska Beelen en Ton de Rijcke, projectmanagement De Entree Opdrachtgever: R. de Jong, ambtelijk opdrachtgever Datum ***
Contactpersoon: Jiska Beelen en Ton de Rijcke, projectmanagement De Entree Opdrachtgever: Robert de Jong, ambtelijk opdrachtgever Datum: 15 november 2023
1
Colofon Auteur(s): Ton de Rijcke (projectmanager) Jiska Beelen (projectmanager) Maarten Albers (financieel adviseur) Toon van de Put (redactie) Contactpersonen: Jiska Beelen en Ton de Rijcke, projectmanagement De Entree In opdracht van: Het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Amsterdam Ambtelijk Opdrachtgever: Robert de Jong Datum: Oktober 2023 Figuur voorzijde: luchtopname van het projectgebied, augustus 2022
2
Management Samenvatting
Voor u ligt de eindrapportage van Project De Entree, als onderdeel van de Regeling Grote Projecten (RGP, vóór 2023: Regeling Risicovolle Projecten, RRP). Deze rapportage informeert over de voortgang en de behaalde resultaten in fase 5 van het PBI (Plan en Besluitvormingsproces Infrastructuur, fase 5 Contract en Realisatie), als basis voor de uittreding van het project uit de regeling. Project De Entree vernieuwde de centrumzijde van Station Amsterdam Centraal over de hele breedte van het Stationseiland, inclusief de Droogbak. Na een lange periode van plannen maken en voorbereiden, trad het project november 2015 toe tot de Regeling Risicovolle Projecten en is begin 2016 het Uitvoerings- en kredietbesluit genomen. Alle werkzaamheden zijn vervolgens in een geïntegreerd (UAV-gc) contract op de markt gezet, en in 2017 gegund aan opdrachtnemer Max Bögl & Partners. Na uitwerking van het ontwerp door de opdrachtnemer, startte in 2018 de uitvoering buiten. Het project onderging meermaals aanpassingen vanwege beleidswijzigingen, raakvlakprojecten en bijbestellingen. Een belangrijke wijziging was het tijdelijk bevriezen van de werkzaamheden aan de Prins Hendrikkade West en het besluit deze werkzaamheden in 2023 in een apart contract onder de naam Entree West op de markt te zetten. Het streven was dat het project medio 2023 gereed zou zijn.
Ondanks een herijking is deze planning grotendeels waar gemaakt. Met de feestelijke opening van de fietsenstalling in januari 2023 en de afronding van wat laatste werkzaamheden daarna, zijn de werkzaamheden vallend onder het (hoofd)contract met Max Bögl afgerond en aanvaard. De werkzaamheden voor Entree West zijn naar verwachting voor de zomer van 2025 gereed, waarna de hele oorspronkelijke opgave van het project de Entree gereed is. De financiële omvang en het risicoprofiel van de werkzaamheden die resteren voor Entree West, zijn van dien aard dat uit de RGP kan worden getreden. Conclusies De projectresultaten die voorafgaand aan de uitvoering zijn geformuleerd zijn allen gerealiseerd. Het project heeft daarnaast een groot aantal extra werkzaamheden uitgevoerd die tot een beter resultaat leiden. Hiermee is tevens voorkomen dat er op korte termijn weer overlast zal ontstaan in het gebied vanwege grootschalige werkzaamheden. Het streven was dat het project medio 2023 gereed zou zijn. Dankzij een herijking is deze planning grotendeels waar gemaakt. Het budget van het project, oorspronkelijk € 153 miljoen ten tijde van het Uitvoerings- en Kredietbesluit, is vanwege vertraging, indexering, tegenvallers en contractwijzigingen uiteindelijk verhoogd tot € 224,2, mede door aanvullende dekking van derden.
De prognose voor einde werk is een positief resultaat van € 8,7 miljoen, waarvan vooruitlopend op de afronding van de
3
werkzaamheden voor Entree West naar verwachting € 5 miljoen kan vrijvallen in de Voorjaarsnota 2024. Eventueel overige vrijval, die op basis van huidige stand te verwachten is, volgt na afronding van Entree-West. De openbare ruimte van de Entree is telkens vlak na gereedkomen van een onderdeel in gebruik genomen en opengesteld voor gebruikers. Hierdoor zijn grote delen van de openbare ruimte inmiddels al meerdere jaren in gebruik. De contractuele aanvaarding van het gehele werk (oplevering) was voorzien begin april 2023, maar is vanwege het nog niet optimaal functioneren van de rolpaden uitgesteld en heeft uiteindelijk plaatsgevonden op 23 oktober 2023. De overdracht aan beheerder(s) is deels gereed. De Cuyperstrap, traminfrastructuur en de fietsenstalling zijn reeds overgedragen aan de betreffende beheerder. Het maaiveld, de steigers in de Middenkom en de bruggen en kademuren zullen naar verwachting eind 2023, na afhandeling van de restpunten door opdrachtnemer, allemaal overgedragen zijn aan de betreffende beheerder.
Uit de evaluaties volgen de volgende aanbevelingen (in willekeurige volgorde): Verleen bij het uitvoerings- en kredietbesluit een budget met een hogere kans van slagen, bijvoorbeeld een kans van 85% (P85) Voer aanvullend op de bestaande advisering op contractvorm en aanbestedingswijze door de Tenderboard een collegiale toets uit op de inhoudelijke kwaliteit van het contract voor dit wordt aanbesteed. Zet de beste mensen in en beperk wisselingen zoveel als mogelijk. Investeer in de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, bijvoorbeeld door de inzet van een ‘neutrale’ samenwerkingscoach. Stel je als projectorganisatie op als goede gesprekspartner met korte lijnen naar de omgeving, die ook breder kijkt dan alleen het project. Versterk de rol van projectbeheersing in het team en bewaak hun centrale plaats in het team. Betrek beheerders in een vroeg stadium en houdt deze gedurende de uitvoering aangehaakt. Zorg dat de Stuurgroep bij de opgave past qua samenstelling, rol en bespreekpunten. Pas dit zo nodig tussentijds aan. Beschouw de eigen organisatie(vorm) kritisch en pas deze tussentijds aan indien nodig.
4
Inhoud Colofon .......................................................................................................................................... 2
Management Samenvatting ....................................................................................... 3 1 Inleiding ................................................................................................................. 7 2 Tijdlijn .................................................................................................................... 8 2.1 Planvorming en voorbereiding (1997 – 2016) ............................................................................ 8 2.2 Gunning aan Max Bögl & Partners (maart 2017) ........................................................................ 8 2.3 ‘Bevriezen’ Prins Hendrikkade West (zomer 2017)..................................................................... 9 2.4 Opstellen integraal definitief ontwerp (2017 – 2018) ................................................................. 9 2.5 Verdieping Westertoegang (jan – juli 2018)............................................................................... 9 2.6 Besluit herijking, aanvullend krediet van € 22 miljoen (2018 – 2019) ........................................10 2.7 Overeenkomen herijking en convenant (2018 – 2021) ..............................................................10 2.8 Realisatie Cuyperstrap (2019 – 2020) .......................................................................................
11 2.9 Vernieuwing traminfra Prins Hendrikkade (eind 2019 – begin 2020) ........................................ 11 2.10 Voorbereiding en ruwbouw fietsenstalling (2019 – 2022) .......................................................12 2.11 Vernieuwing tramemplacement Stationsplein West (zomer 2020).........................................12 2.12 Audit en aanvullend krediet van € 25 miljoen (eind 2020 - februari 2022) ...............................12 2.13 Besluit opnieuw aanbesteden Entree West (eind 2020 – februari 2022)..................................12 2.14 Vernieuwing tramemplacement Stationsplein Oost (zomer 2021) ......................................... 13 2.15 Afbouw, overdracht en opening stalling (2022 - januari 2023) ................................................ 13 2.16 Gunning bouwteam Entree West (februari 2023) ...................................................................14 2.17 Oplevering werkzaamheden contract Max Bögl (maart - oktober 2023) .................................14 2.18 Oplevering Entree West (voorjaar 2025) ................................................................................14 3 Behaalde resultaten............................................................................................... 15 3.1 Projectdoelstellingen en -resultaten ........................................................................................
15 3.2 Maaiveld .................................................................................................................................. 15 3.3 Traminfrastructuur................................................................................................................... 17 3.4 Fietsenstalling Stationsplein .................................................................................................... 17 3.5 Bruggen en kademuren............................................................................................................19 3.6 Steigers .................................................................................................................................. 20 3.7 Cuyperstrap ............................................................................................................................ 20 4 Financiën .............................................................................................................. 21 5 Aandachtpunten voor gebruik ................................................................................ 22 5.1 Algemene stand van zaken ..................................................................................................... 22 5.2 Maaiveld ................................................................................................................................. 22
5
5.3 Traminfrastructuur ..................................................................................................................23 5.4 Fietsenstalling ........................................................................................................................ 24 5.5 Bruggen en kademuren .......................................................................................................... 25 5.6 Steigers .................................................................................................................................. 25 5.7 Cuyperstrap ............................................................................................................................ 26
6 Resultaat evaluaties .............................................................................................. 27 6.1 Tussentijdse evaluatie contract (2019) ..................................................................................... 27 6.2 Audit n.a.v. tekort (2021) ........................................................................................................ 28 6.3 Eindevaluatie met opdrachtnemer Max Bögl (2023) ............................................................... 29 6.4 Eindevaluatie met team opdrachtgever (2023) ........................................................................30 6.5 Evaluatie met de Stuurgroep (2023)......................................................................................... 31 6.6 Evaluatie met Ondernemersoverleg Stationseiland (2023) ......................................................32
6
1 Inleiding
Voor u ligt de eindrapportage van Project De Entree, als onderdeel van de Regeling Risicovolle Projecten. Deze rapportage informeert over de voortgang en de behaalde resultaten in fase 5 van het PBI (Plan en Besluitvormingsproces Infrastructuur, fase 5 Contract en Realisatie), als basis voor de uittreding van het project uit de regeling. Voorafgegaan door een lange periode van plannen maken en voorbereiden, treedt project De Entree november 2015 toe tot de Regeling Risicovolle Projecten (sinds 2023: Regeling Grote Projecten). Als onderdeel van het grotere gebied “Stationseiland” heeft De Entree tot doel de centrumzijde van Station Amsterdam Centraal van een nieuwe entree te voorzien die prettig, veilig en goed bereikbaar is voor reizigers, bezoekers en omwonenden, met meer water, minder auto’s en meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Na het Uitvoerings- en kredietbesluit begin 2016, worden alle werkzaamheden in een geïntegreerd (UAV-gc) contract op de markt gezet, dat in 2017 gegund wordt aan opdrachtnemer Max Bögl & Partners. In 2018 start de uitvoering buiten. Vanwege beleidswijzigingen, raakvlakprojecten en bijbestellingen loopt het project al snel vertraging op. Dit alles leidt tot het tijdelijk bevriezen van de werkzaamheden aan de Prins Hendrikkade West en het besluit in 2019 het hele project te herijken.
In 2022 wordt besloten de werkzaamheden voor Entree West uit het hoofcontract te halen en apart in de mark te zetten. Sinds de start communiceert het project medio 2023 gereed te zijn. Met de feestelijk opening van de fietsenstalling in januari 2023 en de afronding en aanvaarding van (rest)werkzaamheden vallend onder het contract met Max Bögl in de maanden daarna, is deze planning grotendeels waar gemaakt. Hoewel op moment van schrijven de oplossing van enkele restpunten nog in volle gang is, is het resterende risicoprofiel zodanig dat toepassing van de RGP niet langer nodig is. Deze Eindrapportage is dan ook de basis voor instemming van het College van B&W met de beëindiging van de toepassing van de RGP op project De Entree. Met de afronding van de werkzaamheden van contract Entree West voor de zomer van 2025 is de hele oorspronkelijke opgave van het project De Entree gereed. Leeswijzer Hoofdstuk 2 neemt u door de tijdlijn van het project. Hoofdstuk 3 benoemt meer in detail de behaalde resultaten voor de stad. Hoofdstuk 4 gaat in op de financiën en hoofdstuk 5 beschrijft de aandachtspunten voor gebruik en restrisico’s. Hoofdstuk 6 loopt langs de evaluaties, audits en tegenspraaksessies vanaf PBI fase 5, dat wil zeggen vanaf de toekenning van het Uitvoeringskrediet, en geeft lessen mee voor huidige en toekomstige projecten.
7
2 Tijdlijn
Tijdlijn van Project De Entree
2.1 Planvorming en voorbereiding (1997 – 2016) In 1997 start de idee- en planvorming voor het grotere gebied Stationseiland met het Masterplan Reizigersmachine. Via de belangrijke mijlpalen: vaststelling Stedenbouwkundig Programma van Eisen in 2001; vaststelling Bestemmingsplan Stationseiland in 2003; vaststelling Voorlopig Ontwerp Stationseiland in 2012; voorkeursbesluiten in de periode 2014 – 2015; incorporatie amendement Uitgraven Open Havenfront conform het Masterplan in 2014; opname in de Regeling Risicovolle Projecten per november 2015; passeert in januari 2016 het Uitvoerings- en kredietbesluit de raad.
2.2 Gunning aan Max Bögl & Partners (maart 2017) Het project besteedt de verschillende werkzaamheden in één geïntegreerd zogeheten UAV-gc contract aan. Verschil met een 'traditioneel' contract is dat zowel ontwerp als realisatie bij de aannemer ligt. Dit houdt in dat de gemeente een aantal zaken die zij normaliter zelf doet, zoals bijvoorbeeld het uitwerken van het voorlopig ontwerp (VO) tot een definitief ontwerp (DO), bij de opdrachtnemer belegt. Daarnaast maakt ook de vernieuwing van de traminfrastructuur,
8
werkzaamheden die normaal het GVB uitvoert, onderdeel uit van het contract. Bouwbedrijf Max Bögl wint de aanbesteding en wordt daarmee Opdrachtnemer.
2.3 ‘Bevriezen’ Prins Hendrikkade West (zomer 2017) Vanwege beleidsbesluiten om het noordelijke deel van de Nieuwezijds Voorburgwal éénrichtingsverkeer te maken, touringcarhaltes te verwijderen uit de binnenstad en de Prins Hendrikkade West ter plaatse van de P1 Parkeergarage anders in te richten, moet het ontwerp van de projectgebieden Prins Hendrikkade West en Martelaarsgracht worden herzien. In plaats van als één van de eerste delen in uitvoering te gaan, wordt het deelgebied ‘bevroren’ en in de fasering helemaal naar achteren verplaatst.
2.4 Opstellen integraal definitief ontwerp (2017 – 2018) Het opstellen van het integraal Definitief Ontwerp duurt – uiteindelijk een jaar - langer dan gepland, vanwege vele wijzigingen op het contract. Met name in het tramontwerp zijn veel aanpassingen geweest die hebben geleid tot wijziging van het maaiveldontwerp. Ook beleidswijzigingen (bijvoorbeeld op het gebied van touringcar en varen) en leiden tot wijzigingen van de oorspronkelijke gecontracteerde uitvraag. Het opnemen van extra werk (‘bijbestellingen’) in het project wordt als nuttig en/of noodzakelijk beschouwd vanuit efficiëntie overwegingen of om te voorkomen dat kort na oplevering van het project de omgeving opnieuw hinder ondervindt. Grote bijbestellingen zijn de realisatie van de Cuyperstrap, het vervangen van grote ondergrondse stroomkabels (de zogenaamde tractievoedingskabels) voor het tramsysteem en noodzakelijke vernieuwing van de kade grenzend aan het westelijk tramemplacement.
2.5 Verdieping Westertoegang (jan – juli 2018) Terwijl nog aan het DO gewerkt wordt, start op 8 januari 2018 het werk aan de verdieping Westertoegang. Een verzoek van Waternet om gelijktijdig het diep liggende riool bij de Droogbak aan de kop van het Singel te vernieuwen betekent een langere doorlooptijd, maar dankzij grote inspanning van de opdrachtnemer zijn de werkzaamheden tijdig gereed. Gelijk met de indienststelling van de Noord-Zuidlijn gaat in de nacht van 21 op 22 juli 2018 de ‘knip' (wegnemen van het autoverkeer) op de Prins Hendrikkade tussen Martelaarsgracht en het Damrak in, als een van de nieuwe hoofdroutes in de binnenstad. Tegelijkertijd is vanaf dat moment de Paleisstraat autoluw en de Nieuwezijds Voorburgwal Noord eenrichtingsverkeer.
9
Werkzaamheden Westertoegang in 2018.
2.6 Besluit herijking, aanvullend krediet van € 22 miljoen (2018 – 2019) Om de gewenste bijbestellingen mee te nemen in het project, zonder daarbij de vertraging en hinder voor de omgeving te veel op te laten lopen, wordt vanaf de zomer van 2018 onder de naam Herijking met de opdrachtnemer gewerkt aan een nieuwe planning. Het lukt deze overeen te komen. Wel staan er een hoger risicoprofiel tegenover en aanvullend krediet van € 22 miljoen, waarover de gemeenteraad eind 2019 positief besluit. Vergeleken met de planning uit de Aanbieding gaan de spoor- en maaiveldwerkzaamheden één jaar naar achteren en de fietsenstalling een half jaar. De gecommuniceerde einddatum blijft zo haalbaar. Ook wordt besloten het procesmanagement van Opdrachtnemer op basis van regie te vergoeden, zodat opdrachtnemer extra capaciteit kan inzetten als dat in het belang van de planning nodig is.
2.7 Overeenkomen herijking en convenant (2018 – 2021) De Herijking krijgt zijn uitwerking in de herzieningen van de contractuele afspraken over scope en planning met de opdrachtnemer. Deze worden gefaseerd in drie delen met Max Bögl overeengekomen. In aanvulling hierop w0rdt in juli 2020 een convenant gesloten tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over het borgen van de kwaliteit van het werk, het versterken van de samenwerking en meer zekerheid over het behalen van mijlpalen door introductie van een incentive op deelmijlpalen.
10
2.8 Realisatie Cuyperstrap (2019 – 2020) Kort na de start in januari 2019 ontstaan er bij de bouw van de Cuyperstrap complicaties doordat de ondergrond instabieler blijkt dan verwacht. Uitgebreid onderzoek wijst het creëren van een bouwkuip in de vorm van een ‘vrieslichaam’ (wand van bevroren grondwater) aan als beste aanpak om het werk alsnog te realiseren. Op 6 juli 2020 kan wethouder Dijkstra de Cuyperstrap openen. De Cuyperstrap verbindt de stationshal met de metroverdeelhal
2.9 Vernieuwing traminfra Prins Hendrikkade (eind 2019 – begin 2020) In twee Tijdelijke Buiten Gebruik Names (TBGN1) gaat de traminfrastructuur aan de Prins Hendrikkade op de schop, te weten het kruispunt met de Martelaarsgracht in oktober 2019 en dat met het Damrak in maart 2020. Beide keren wordt 24/7 doorgewerkt om de tramexploitatie zo kort mogelijk te hinderen, en wordt de dienstregeling conform planning hervat.
1
Periode waarin er geen trams rijden over een bepaald tracé omdat dit nodig is om de werkzaamheden aan het spoor uit te kunnen voeren.
11
2.10 Voorbereiding en ruwbouw fietsenstalling (2019 – 2022) Najaar 2019 starten de werkzaamheden voor de fietsenstalling met het aanbrengen van damwanden en het verder uitgraven van de Middenkom. Vervolgens wordt de fundering aangebracht met daarop onderwaterbeton. Hierna is de bouwkuip leeg gepompt en kon opdrachtnemer het betonnen casco afbouwen. Eind maart 2022 is de ruwbouw zover gevorderd dat het water weer in de binnenkom kan worden gelaten.
2.11 Vernieuwing tramemplacement Stationsplein West (zomer 2020) Tussen eind maart 2020 tot september 2020 zijn de traminfrastructuur en eindhaltes aan de westzijde van het Stationsplein aan de beurt. Deze TBGN veroorzaakt weinig hinder, omdat er vanwege de Corona pandemie nauwelijks nog reizigers zijn. Ondanks dat corona ook onzekerheid meebrengt in materiaalimport is de ingebruikname van het tramemplacement conform planning. In deze periode is – als bijbestelling - ook de kade naast het westelijk emplacement vernieuwd. De oorspronkelijke kade had vanwege de aanpassing aan het emplacement iets verhoogd moeten worden, wat gezien de staat niet meer mogelijk was.
2.12 Audit en aanvullend krediet van € 25 miljoen (eind 2020 - februari 2022) In november 2020 ontstaat bij het projectteam de zorg dat het tekort op de Prognose Einde Werk (PEW) groter is dan eerder werd aangenomen. Onder andere door een fout in het financiële systeem waarin de PEW wordt bijgehouden, waardoor er in werkelijkheid meer van de risicoreservering is uitgegeven dan het overzicht aangeeft. Ook moet het projectteam haar prognose van de proceskosten tot einde werk vanuit de aannemer en de gemeente zelf naar boven bijstellen. De melding van het projectteam is aanleiding om in december 2020 een externe audit naar de omvang en oorzaken van het tekort, en benodigde verbeteringen in gang te zetten. De auditors adviseren om € 25 miljoen aanvullende dekking aan te vragen. Februari 2021 wordt deze toegekend met € 10 miljoen binnen het SMF budget en € 15 miljoen uit de Algemene middelen.
2.13 Besluit opnieuw aanbesteden Entree West (eind 2020 – februari 2022) Ook na de ‘bevriezing’ blijven zich rondom Prins Hendrikkade-west steeds nieuwe ontwikkelingen voordoen die maken dat het ontwerp niet afgerond kan worden. Als eind 2020 de scope nog niet stabiel is, komt daar het inzicht bij dat uitvoering door Max Bögl de uitvoering van het contract enorm zou verlengen en tot aanzienlijke meerkosten zou leiden. Zodoende ontstaat het besluit de werkzaamheden uit het contract met Max Bögl te halen, het ontwerp zelf als gemeente af te maken, opnieuw aan te besteden en op te dragen aan een andere opdrachtnemer. Ook de externe audit van begin 2021 (zie paragraaf 2.12) beveelt deze stap aan en in februari 2022 wordt de raad erover geïnformeerd.
12
2.14 Vernieuwing tramemplacement Stationsplein Oost (zomer 2021) Tijdens de TBGN van mei 2021 tot half oktober 2021 ondergaat de traminfrastructuur aan de oostzijde Stationsplein haar vernieuwing. Tegelijkertijd wordt als bijbestelling voor Programma Bruggen en Kademuren de Kamperbrug versterkt. Vanwege Corona zijn er nog steeds minder reizigers dan normaal die overlast kunnen ervaren. De ingebruikname verloopt conform planning.
2.15 Afbouw, overdracht en opening stalling (2022 - januari 2023) Voorjaar 2022 is de ruwbouw van de stalling gereed en start opdrachtnemer met de afbouw van de stalling. Installaties zoals verlichting, brandmelders, camera's en fiets controle systeem worden ingebouwd. Het geluiddempende plafond wordt gemonteerd en de fietsenrekken worden geplaatst. Als laatste komen de rolpaden in de stalling. Op 9 januari 2023 komt de fietsenstalling, na overdracht van de opdrachtnemer aan de gemeente, in beheer bij Parkeren. In opdracht van Parkeren wordt NS de beheerder/exploitant van de stalling, die ook zorgt voor de inbouw van toegangssystemen, de winkel/werkplaats en het plaatsen van 700 OV fietsen. Op 25 januari 2023 openen staatsecretaris Viviënne Heijnen, wethouder Melanie van der Horst en Wouter Koolmees, president-directeur van NS, de fietsenstalling ‘Stationsplein’ in een feestelijke bijeenkomst.
13
2.16 Gunning bouwteam Entree West (februari 2023) Aannemer KWS verwerft medio februari 2023 het bouwteamcontract voor Entree West.
2.17 Oplevering werkzaamheden contract Max Bögl (maart - oktober 2023) De werkzaamheden van de Entree worden, merendeels conform planning, gefaseerd contractueel opgeleverd. Op 31 maart 2023 geldt het hele werk als gereed, op twee delen na, die nog niet aan de contracteisen voldoen: het spoorwerk op de Martelaarsgracht en de rolpaden van de fietsenstalling. Als eerste herstelt de opdrachtnemer het spoorwerk en levert dit per 14 juli 2023 alsnog op. De rolpaden kennen na de opening hardnekkige storingen. Aangesproken op de achterblijvende prestaties, vervangen opdrachtnemer en leverancier diverse onderdelen en voeren zodanige verbetering door dat de rolpaden op 23 oktober 2023 kunnen worden aanvaard. Zoals bij elk project kent het project restpunten. Hierover bestaat overeenstemming en de opdrachtnemer rondt deze af in 2023.
2.18 Oplevering Entree West (voorjaar 2025) Begin 2023 krijgt KWS na het bouwteamcontract ook het eerste van de twee deelcontracten voor de bouw gegund. Dit betreft de werkzaamheden bij de Westertoegang. Het tweede bouwcontract wordt naar verwachting in december 2023 afgesloten. De uitvoering van Entree West start in het derde kwartaal van 2023, met voorziene oplevering voor de zomer van 2025.
14
3 Behaalde resultaten
3.1 Projectdoelstellingen en -resultaten Project De Entree had de volgende projectdoelstellingen: Versterken van de ruimtelijke kwaliteit; Verbeteren van de bereikbaarheid; Waarborgen functionaliteit in elke fase van de realisatie. Om de projectdoelstellingen te realiseren zijn de volgende projectresultaten geformuleerd: 1. Een waardige entree van Amsterdam voor de reizigers; 2. Transformeren van het gebied tot het domein van het langzaam verkeer; na het verplaatsen van de (lijn)bussen en taxi’s naar de IJ-zijde van het station en het verdiepen van de Westertoegang, wordt het gebied door de ‘knip’ autoluw; 3. Een grootschalige opwaardering van het maaiveld: open inrichting, vrij van obstakels en hoogwaardige bestrating met allure (natuursteen en gebakken klinkers); 4. De realisatie van 7.000 ondergrondse fietsparkeerplaatsen als onderdeel van de integrale opgave in het stationsgebied; 5. De vernieuwing en vergroting van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de tramemplacementen en -haltes; 6. De vergroting van het Open Havenfront zodat hier meer water komt waardoor het Stationseiland weer als een eiland kan worden beleefd; 7. Een ruimtelijke reservering (casco) voor ondergrondse ruimte voor voorzieningen voor de passagiersvaart. In onderstaande paragrafen zijn de behaalde projectresultaten toegelicht.
3.2 Maaiveld Project De Entree heeft de openbare ruimte vernieuwd en creëerde meer ruimte voor de groeiende stroom voetgangers en fietsers (projectresultaten 1, 2 en 3). Dit is gerealiseerd door: 1. De realisatie van een ‘knip’ voor autoverkeer in de Prins Hendrikkade tussen Damrak en Martelaarsgracht. Het autoverkeer verplaatst zich sindsdien in oost-westrichting via de Michiel de Ruijtertunnel. 2. Het verwijderen van alle fietsrekken op maaiveld. Fietsers kunnen hun fiets parkeren in de nieuwe ondergrondse fietsenstalling Stationsplein of in één van de andere fietsenstallingen op het Stationseiland. 3. Het zoveel mogelijk verwijderen van (losse) objecten op het maaiveld, zoals borden, kasten, masten, enz.
15
4. De verbreding van de Middentoegangsbrug voor meer ruimte op de route van het Damrak naar het station. 5. Verbreding van de fietspaden in het gebied. De nieuwe inrichting van de openbare ruimte is conform de Puccinimethode. Er zijn drie soorten materialen gebruikt: natuursteen op het Stationsplein en op de route naar het Damrak, gebakken klinkers voor de voetpaden en fietspaden van de Prins Hendrikkade en asfalt tussen de tramsporen en voor de overige fietspaden. In het gehele gebied is de openbare verlichting vernieuwd, waar mogelijk zijn verlichtingsmasten en spanmasten voor de tram gecombineerd, om het aantal objecten op maaiveld te beperken. Op de kruispunten zijn diverse nieuwe verkeersregelinstallaties (VRI) installaties aangebracht. Bomen Aan het maaiveld zijn 38 nieuwe bomen toegevoegd en 12 bomen worden nog geplaatst in het kader van Entree west. Hiermee is de hoofdbomenstructuur langs de Prins Hendrikkade gecompleteerd. De bomen aan het Prins Hendrikplantsoen en op de Prins Hendrikkade zijn geplaats in boombunkers, zodat ze een goede groeiplaats hebben en schade aan de wortels door geparkeerde auto’s of laad- en losverkeer wordt voorkomen. Kabels en leidingen Ook heeft opdrachtnemer alle kabels en leidingen van Liander en Waternet vernieuwd.
Bij het werk aan een gasleiding heeft zich een incident voorgedaan, wat leidde tot een brand voor het Art’otel aan de Prins Hendrikkade. Hierbij zijn geen gewonden gevallen, maar het hotel raakte wel beschadigd. De verzekering heeft de schade aan het Art’otel vergoed. De brand is in opdracht van Liander onderzocht door KIWA. De aanbevelingen van KIWA zijn door Liander doorgevoerd in de werkwijze voor werken aan gasleidingen. Bijbestelling: waterdicht maken dak metroverdeelhal Op verzoek van (toenmalig) Metro & Tram is het dak van de metroverdeelhal gecoat met een waterdicht materiaal, om lekkage van het dak te verhelpen. Het coaten is gecombineerd met de werkzaamheden op het Stationsplein en uitgevoerd tijdens Corona wat de overlast voor reizigers beperkt heeft. Bijbestelling: Vernieuwen illuminatie Stationsgebouw Op verzoek van V&OR is de illuminatie (aanlichting) van het Stationsgebouw vernieuwd. Het gebouw kan nu in allerlei kleuren aangelicht kan worden en er is de mogelijkheid om pictogrammen op de bestrating te projecteren die voetgangers naar de Cuyperspassage leidt indien het station gesloten is. Er zijn speciale masten geplaatst, waar naast de illuminatie ook de bovenleiding en gewone verlichting aan bevestigd zijn.
16
3.3 Traminfrastructuur Project De Entree heeft de traminfrastructuur vernieuwd en uitgebreid om meer capaciteit te creëren op dit belangrijke begin- en eindpunt van tramlijnen (projectresultaat 5). Dit is gerealiseerd door: 1. De tramsporen en wissels te vernieuwen, waarbij de bogen en wissels zijn uitgevoerd in een hogere (d.w.z. hardere) staalkwaliteit dan gebruikelijk. Hierdoor is de levensduur van de sporen langer en is er minder uitval vanwege onderhoud. 2. Alle halteplaatsen te verlengen zodat op iedere halte twee trams achter elkaar kunnen halteren. 3. De perrons te verhogen en op niveau van de tram te brengen zodat trams beter toegankelijk zijn voor reizigers met kinderwagens e.d. of een mobiliteitsbeperking; 4. De vernieuwing van de gehele bovenleiding en deze beweegbaar (d.w.z. flexibel, i.t.t. statisch) ophangen waardoor storingen als gevolg van breuken minder vaak voorkomen; 5. Het aanbrengen van ‘zwerfstroommatten’ onder de sporen, waardoor zogenaamde ‘zwerfstromen’ 2beperkt worden en de levensduur van damwanden in het gebied wordt verlengd. Door de vervanging van de traminfrastructuur gefaseerd in vijf fases uit te voeren, konden tramlijnen altijd halteren nabij het Centraal Station en bleef de overlast ondanks de grote vervangingswerkzaamheden beperkt.
Spoor met hogere staalkwaliteit Punt dat veel aandacht heeft gevraagd is de hogere staalkwaliteit van de bogen en wissels. Niet eerder is een dergelijke hoge kwaliteit spoor op deze schaal gerealiseerd. Extra complicerende factor was dat de traminfrastructuur door opdrachtnemer is vernieuwd, waar dit anders door GVB wordt gedaan. Achteraf kan worden gesteld dat de fabricage van spoor met een hogere spoorkwaliteit is onderschat. Het nieuwe spoor is harder dan de gebruikelijke spoorstaven, maar de in het contract geëiste kwaliteit wordt niet overal gehaald. Zie ook paragraaf 5.3. Bijbestelling: vernieuwen tractievoeding Op verzoek van (toenmalig Metro & Tram heeft is nagenoeg alle tractievoeding (elektriciteitsvoorziening voor de tram) in het gebied vernieuwd zodat er minder storingen van de tramexploitatie zijn.
3.4 Fietsenstalling Stationsplein Een belangrijk onderdeel van het project was de bouw van een ondergrondse fietsenstalling voor circa 7000 fietsen onder het openhavenfront. Deze fietsenstalling maakte het mogelijk om meer water in het gebied terug te brengen en fietsenrekken van straat te verwijderen (projectresultaat 2
Zwerfstroom is stroom van de tram die door de ondergrond weglekt en daarbij het roesten van metalen objecten in de ondergrond, zoals damwanden, versnelt.
17
1, 3, 4, 6 en 7). De fietsenstalling is toegankelijk via een compacte ingang met elektrische rolpaden aan de Prins Hendrikkade ter hoogte van de Martelaarsgracht. Vanuit de stalling kunnen OVreizigers ondergronds direct doorlopen naar de metroverdeelhal en de trein. In de zuidelijke wand van de stalling, onder de lage kade aldaar, bevindt zich een casco ruimte die momenteel niet in gebruik is. Voor de bouw van de fietsenstalling moest eerst de traminfrastructuur op de Prins Hendrikkade verlegd worden zodat de Middenkom in zuidelijke richting uitgebreid kon worden. Bij het vergroten van de Middenkom bleek dat de uitkomende grond verontreinigd was met PFAS. De verontreinigde grond is daarom over het water afgevoerd naar een daarvoor geschikte locatie. Daarna kon de constructie/ruwbouw van stalling zelf gebouwd worden door damwanden te slaan, onderwaterbeton te storten, de bouwkuip leeg te pompen en vervolgens het betonnen casco te bouwen. In de periode januari t/m oktober 2021 stond er in de bouwkuip een zogenaamde ‘torenkraan’ waarmee bouwmaterialen efficiënt in de bouwkuip gehesen konden worden. Na het gereedkomen van de ruwbouw startte de afbouw van de stalling en heeft operationeel beheerder NS de stalling ingericht met fietsrekken en voorzieningen voor reiziger en beheerder.
Ten noorden de stalling bevindt zich een ‘reservering’ voor de eventuele toekomstige uitbreiding van de metrolijn, namelijk het ‘sluiten van de ring’ van Centraal Station naar Isolatorweg. Deze reservering (d.w.z. een gemarkeerde strook op de kaart van het gebied) moet vrij blijven van bouwwerken. De doorsteek van fietsenstalling naar de metroverdeelhal bevindt zich wel in deze reservering, maar is demonteerbaar uitgevoerd. De doorsteek van fietsenstalling naar metroverdeelhal kan daardoor relatief snel verwijderd en weer teruggebouwd worden, wanneer deze spoorlijn gerealiseerd wordt.
Sgraffito’s In de fietsenstalling hebben twee enorme kunstwerken een nieuwe plek gekregen. Het betreft wandkunstwerken, zogeheten sgraffito’s, die ooit onderdeel waren van het Jan Swammerdam Instituut. De kunstwerken zijn in 1965 gemaakt door Lex Horn. Bij de sloop van het instituut zijn drie unieke wandkunstwerken, elk ruim 2,5 bij ruim 6,5 meter, gered. Twee hiervan, namelijk ‘Het
18
Straatongeluk’ en ‘Het Laboratoriumonderzoek’, zijn na een lange periode in opslag in de fietsenstalling geplaatst aan weerszijden van de doorsteek naar de metroverdeelhal. Maatregelen vanwege valgevaar op rolpaden Bij het ontwerp van de fietsenstalling is gekozen voor elektrische rolpaden omdat deze veel comfort bieden voor reizigers en een grote capaciteit hebben. In 2019 ontstonden, naar aanleiding van valincidenten met de rolpaden naar metroverdeelhal op Amsterdam CS, zorgen over de veiligheid van deze rolpaden bij natte weersomstandigheden. Project De Entree en directie Parkeren onderzochten gezamenlijk de ernst van de situatie en mogelijke oplossingen. Dit onderzoek leidde tot de volgende aanpassingen aan de toegang van de fietsenstalling: Toepassing van een zwaardere kwaliteit rolpaden, met een grotere stroe eid en beter bestand tegen (regen)water. Versterken van de wand van de toegangszone, zodat het in een later stadium mogelijk is om een overkapping boven de toegang te plaatsen. Opstarten van een apart project waarin gewerkt werd aan een passend ontwerp, mocht het toch noodzakelijk blijken om een overkapping te plaatsen ter bescherming van de rolpaden tegen weersinvloeden. In de periode tussen 26 januari en 31 augustus 2023 is het gebruik en de veiligheid van de rolpaden gemonitord. Hierbij blijkt dat weersomstandigheden niet leiden tot gladheid en incidenten.
Meer dan 75% van de incidenten wordt veroorzaakt door onoplettendheid, verkeerd gebruik of drukte. Op het totaal aantal parkeeracties is de kans van een valincident door neerslag nagenoeg 0%. Op 10 oktober 2023 heeft het college daarom ingestemd met het beëindigen van project overkapping. Cascoruimte onder de zuidelijke kade Onder de gehele zuidelijke kade bevindt zich een holle ruimte die toegankelijk is via de toegangstrap tussen de rolpaden naar de fietsenstalling. Deze ruimte ontstond door de keuze voor een lage kade en is casco afgewerkt. Ten tijde van de opstelling van het contract was het idee dat deze ruimte eventueel gebruikt kon worden door reders die een ligplaats hebben aan de zuidelijke steigers van de Middenkom. In het casco is een reservering aangebracht voor de realisatie van een lift en daglichttoetreding. In overleg met Programma Varen en Directie Vastgoed is bekeken welke aanpassingen nodig zijn om deze ruimte geschikt te maken voor gebruik. De kosten daarvoor zijn zodanig hoog dat reders hebben aangegeven hier geen gebruik van te maken.
3.5 Bruggen en kademuren Naast de verbreding van de Middentoegangsbrug zijn alle kademuren rond de Middenkom vernieuwd. Met uitzondering van de noordzijde zijn de kademuren constructief één geheel met de ondergrondse fietsenstalling. Ter hoogte van hotels is de oorspronkelijke kade in zuidelijke richting verplaatst ten behoeve van een grotere Middenkom (projectresultaat 6). Bijbestelling: Versterken landhoofden Kamperbrug Op verzoek van Programma Bruggen en Kademuren zijn de landhoofden van de Kamperbrug versterkt. Deze werkzaamheden zijn gecombineerd met de werkzaamheden aan oostelijk
19
tramemplacement. Hierdoor zou er tijdelijk al geen tramverkeer mogelijk zijn over de Kamperbrug. De werkzaamheden hebben tijdelijk tot omwegen geleid voor voetgangers, fietsers en busreizigers uit oostelijke richting. Verwijderen oud landhoofd brug 326 Onder de oude tramsporen voor het Barbizon Hotel bevond zich nog het landhoofd van - door project NoordZuidlijn - gesloopte brug 326 in de Prins Hendrikkade. Project Entree vernieuwde deze tramsporen en heeft daarbij op verzoek van Project NoordZuidlijn het oude landhoofd verwijderd en de kademuur hersteld. Bijbestelling: Vervanging noordelijke kade Middenkom De oorspronkelijke kade was aan het einde van zijn levensduur. Voor de vervanging van het westelijk tramemplacement moest het maaiveld iets opgehoogd worden. Samen met de beheerder is de inschatting gemaakt dat deze kade dit niet zou kunnen dragen. R&D heeft een nieuw ontwerp voor de kade gemaakt, waarbij het oorspronkelijke talud is vervangen voor een verlaagde kade met aanlegmogelijkheden voor rondvaartboten.
3.6 Steigers Aan de zuidkant van de Middenkom zijn bovenop het dak van de fietsenstalling nieuwe steigers gebouwd voor de rederijen. Programma Varen realiseert laadinfra bij de steigers voor elektrisch varen. Tot het gereed komen van de laadinfra zijn er voor reders (laad)voorzieningen in de Oostkom aan tijdelijke steigers, die door de gemeente worden gehuurd via het raamcontract van programma Bruggen en Kademuren.
3.7 Cuyperstrap De Cuyperstrap verbindt de metroverdeelhal met de centrale hal (Cuypershal) van het station. De Cuyperstrap en de doorsteek van de ondergrondse fietsenstalling naar de metroverdeelhal kunnen reizigers ondergronds, comfortabel en direct van de stalling naar het station lopen. In het contract van De Entree was de bouw van de Cuyperstrap als optie opgenomen. Na gunning is besloten deze trap daadwerkelijk te bouwen (projectresultaten 1 en 2). De bouw bleek technisch een complexe opgave, omdat in de hal van het station gebouwd moest worden direct boven het casco van de Noord-Zuidlijn. Kort na de start in januari 2019 ontstonden er complicaties doordat de ondergrond instabieler bleek dan verwacht. Uitgebreid onderzoek wijst het creëren van een bouwkuip in de vorm van een ‘vrieslichaam’ (wand van bevroren grondwater) aan als beste aanpak om het werk alsnog te realiseren. Tijdens de bouw vond uitgebreide monitoring plaats van het metrostation, op eventuele verzakking en scheurvorming. De gekozen uitvoeringsmethode blijkt goed te werken en op 6 juli 2020 kan wethouder Dijkstra de Cuyperstrap openen.
20
4 Financiën
Omdat de werkzaamheden voor Entree West nog niet gereed zijn, is er op het moment van schrijven van deze Eindrapportage nog geen sprake van afsluiting van het krediet. Daarom wordt in dit hoofdstuk gesproken over een Prognose Einde Werk (PEW) per peildatum 30 september, en is nog geen sprake van financiële decharge. In onderstaande tabellen staan het dekkingsoverzicht en de projectkosten (geraamd versus gerealiseerd + verplicht + geprognosticeerd). Afsluitend is een prognose gegeven van het projectresultaat aan het einde van het project.
Het budget van het project, oorspronkelijk € 153 miljoen ten tijde van het UKB, is vanwege vertraging, tegenvallers en contractwijzigingen uiteindelijk verhoogd tot € 224,2, mede dankzij aanvullende dekking van derden. De prognose voor einde werk is een positief resultaat van € 8,7 miljoen, waarvan vooruitlopend op de afronding van de werkzaamheden voor Entree West naar verwachting € 5 miljoen kan vrijvallen in de Voorjaarsnota 2024. Eventueel overige vrijval, die op basis van huidige stand te verwachten is, volgt na afronding van Entree-West.
21
5 Aandachtpunten voor gebruik
5.1 Algemene stand van zaken De openbare ruimte van de Entree is telkens vlak na gereedkomen van een onderdeel in gebruik genomen en opengesteld voor gebruikers. Hierdoor zijn grote delen van de openbare ruimte inmiddels al meerdere jaren in gebruik, terwijl de contractuele aanvaarding van het werk van opdrachtnemer en de overdracht aan de beheerder(s) nog niet heeft plaatsgevonden. Achtereenvolgend zijn in gebruik genomen: Westertoegang, juli 2018; Stationsplein west, september 2020; Cuyperstrap, juli 2020; Stationsplein oost, oktober 2021 Prins Hendrikkade Oost: in delen van november 2020 t/m december 2021 Middenkom en fietsenstalling: januari 2023. De contractuele aanvaarding van het werk (oplevering) zou volgens het contract voor het gehele werk in één keer plaatsvinden. Deze datum die volgens het contract was voorzien begin april 2023, is vanwege de problemen met de rolpaden uitgesteld en heeft uiteindelijk plaatsgevonden op 23 oktober 2023. De overdracht van het werk aan beheerder(s) is deels gereed. De Cuyperstrap, traminfrastructuur en de fietsenstalling zijn reeds overgedragen aan de betreffende beheerder. Het maaiveld, de steigers in de Middenkom en de bruggen en kademuren zullen naar verwachting eerste helft 2024, na afhandeling van de restpunten door opdrachtnemer, allemaal overgedragen zijn aan de betreffende beheerder.
Hieronder volgt per asset een toelichting en eventuele bijzonderheden.
5.2 Maaiveld Het maaiveldwerk beslaat diverse verschillende assets die ieder een eigen beheerder hebben binnen V&OR, namelijk: Verhardingen; Openbare verlichting; Verkeersregelinstallaties; Verkeerinformatiesystemen/bewegwijzering; Illuminatiesysteem Centraal Station; Bomen.
22
Afhandelen gebreken door opdrachtnemer Op dit moment zijn er nog enkele werkzaamheden die de aannemer moet uitvoeren voordat de overdracht kan plaatsvinden. Naast de restpunten gaat het om het oplossen van een aantal gebreken (bijvoorbeeld verzakkingen in de bestrating). Het projectteam handelt deze zaken af. Nazorg nieuwe bomen Nieuw geplante bomen worden de eerste 5 jaar na de aanplant verzorgd door de leverancier. De aansturing hiervan gebeurt door de beheerder (V&OR). Hierna valt het onderhoud van de bomen binnen het reguliere onderhoud van bomen in de stad. Overige werkzaamheden Daarnaast zijn er werkzaamheden die niet bij de aannemer belegd kunnen worden, maar wel plaats moeten vinden. De belangrijkste is het opnieuw aanbrengen van de bestrating op de Middentoegangsbrug, omdat de tegels hier gedeeltelijk losliggen. In het voorjaar van 2024 zal gestart worden met deze werkzaamheden, waarna de overdracht aan V&OR rond de zomer 2024 kan plaatsvinden. Voor deze werkzaamheden zullen delen van de Middentoegangsbrug nog afgezet moeten worden.
5.3 Traminfrastructuur Ook de traminfrastructuur is zodra deze gereed was in gebruik genomen. De traminfrastructuur is in vijf stappen in gebruik genomen: kruispunt Martelaarsgracht (TBGN 1A): 30 oktober 2019; kruispunt Damrak (TBGN 1B): 16 maart 2020; Stationsplein West (TBGN 2): 31 augustus 2020; Stationsplein Oost & P. Hendrikkade Oost (TBGN 4): 19 oktober 2021; Realiseren beweegbare bovenleiding (TBGN 5): 18 juli 2022. TBGN 3 betrof oorspronkelijk de realisatie van een tijdelijke keerlus voor lijn 26 (de IJtram). Deze werkzaamheden zijn bij aanvang van het werk uit het contract met opdrachtnemer gehaald en door het toenmalige Metro & Tram in definitieve vorm gerealiseerd, in het kader van de betrouwbaarheid van lijn 26. De traminfrastructuur is bij de ingebruikname telkens ‘voorlopig’ door GVB in beheer genomen. In oktober 2023 is alle traminfrastructuur overgedragen aan GVB. Verhoogde kwaliteit/slijtvast spoor In het contract is voor de bogen en wissels een hogere hardheid van het staal geëist. Opdrachtnemer heeft deze hardheid niet overal gerealiseerd en voldoet daarmee niet aan contractuele eisen. De consequentie hiervan is dat het beheer van de rails mogelijk duurder wordt dan eerder werd aangenomen en de rails een kortere levensduur kent.
Opdrachtnemer betaalt hiervoor een bedrag ter compensatie, dat door het project wordt terugbetaald aan subsidieverstrekker VRA.
23
Bevestiging bovenleiding aan stationsgebouw Op een aantal plaatsen is de bovenleiding van de tram met zogenaamde rozetten bevestigd aan de gevel van het stationsgebouw. Dit leidt tot extra kosten voor NS voor onderhoud aan het stationsgebouw vanwege veiligheidsprocedures voor het werken in de nabijheid van de bovenleiding. Dit geldt bijvoorbeeld voor herstelwerkzaamheden aan gevels en dak en glasbewassing. Gemeente Amsterdam betaalt NS hiervoor eenmalig een vergoeding. Verzakking nieuw spoor Bij oplevering eind maart 2023 bleek een deel van het spoor nabij de Martelaarsgracht te zijn verzakt. Inmiddels is deze verzakking opgelost.
5.4 Fietsenstalling De oplevering door opdrachtnemer en overdracht van ondergrondse fietsenstalling aan beheerder Parkeren heeft op 9 januari 2023 plaatsgevonden. De stalling is vervolgens op 27 januari feestelijk geopend. NS verzorgt namens Parkeren de exploitatie van de fietsenstalling. Parkeren is ook beheerder van de casco ruimte die zich onder de zuidelijke kademuur bevindt. De openstelling van de fietsenstalling en het verwijderen van de rekken op maaiveld, vraagt een grote inspanning van handhaving. Dagelijks worden fietsen op maaiveld verwijderd. Alle fietsen moeten immers in de nieuwe of bestaande stallingen geparkeerd worden. Voldoende inzet van handhaving blijft een aandachtspunt. Rolpaden De rolpaden zijn op 9 januari 2023 niet aanvaard van opdrachtnemer. De rolpaden kenden vanaf de opening van de stalling veel storingen en voldeden daarmee niet aan de contracteisen. In de periode januari tot juli 2023 zijn door de leverancier diverse vervangingen en verbeteringen doorgevoerd aan de leuningbanden en het remsysteem. Het aantal storingen is sindsdien gedaald tot een acceptabel niveau. Wel is extra onderhoud van de rolpaden noodzakelijk om de beschikbaarheid op een goed niveau te houden. In overleg met beheerder Parkeren is besloten dat dit – met compensatie van opdrachtnemer voor de hogere onderhoudskosten - geaccepteerd kan worden.
Parkeren zal voor de rolpaden en roltrappen (twee stuks, naar metroverdeelhal) een meerjarig onderhoudscontract afsluiten met de leverancier. Bijzondere assets De stalling kent enkele bijzondere onderdelen, namelijk: In de fietsenstalling zijn twee kunstwerken (zogenaamde Sgraffito’s) van kunstenaar Lex Horn opgenomen, die ook door Parkeren beheerd worden. Het onderhoud hiervan kan uitgevoerd worden door de kunstwacht in opdracht van Parkeren. Een deel van metroverbindingstunnel die de stalling ondergronds verbindt met de metroverdeelhal wordt beheerd door GVB. Dit betreft het deel tussen de waterkering en de brandwerende exploitatiesluiting. De stalling wordt middels camera’s bewaakt. Parkeren beheert de installatie voor de CCTV. Liander beheert haar eigen ruimte voor elektrische aansluitingen in de fietsenstalling.
24
De zuidelijke damwand van de fietsenstalling functioneert tevens als waterkering. De Gemeente Amsterdam (V&OR) is verantwoordelijk voor het beheer van deze waterkering incl. infiltratieriool en de eventuele inspectie van de drie extra damwanden.
5.5 Bruggen en kademuren De bruggen en kademuren komen in beheer bij V&OR. Het exacte afbakenen van de scope per beheerder is complex omdat de constructie van kademuren en de Middentoegangsbrug enerzijds, en die van de nieuwe fietsenstalling anderzijds in elkaar overlopen. Per beheerder V&OR, GVB en Parkeren is vastgelegd wie welke scope beheert. Afhandelen gebreken door opdrachtnemer Op dit moment zijn er nog enkele werkzaamheden die de opdrachtnemer moet uitvoeren voordat de overdracht kan plaatsvinden. Naast de restpunten gaat het om het oplossen van een aantal gebreken, zoals bijvoorbeeld het vernieuwen van de coating van de leuningen van de kademuren. Kamperbrug Project De Entree heeft de landhoofden van de Kamperbrug versterkt. Het brugdek dient jaarlijks gemonitord te worden door V&OR als beheerder.
5.6 Steigers Nieuwe steigers Middenkom De steigers in de Middenkom worden overgedragen aan beheerder VOR. Programma Varen maakt afspraken met reders over terugkeer en het gebruik van de steigers (wie mag aanleggen en onder welke condities?). Programma Varen is ook verantwoordelijk voor de realisatie van nutsvoorzieningen (water en elektra) voor reders op de steigers en kades in de Middenkom. Dit gebeurt in afstemming met Team Uitstootvrije Mobiliteit (TUM) en V&OR. Vergunningverlening voor eventuele opstallen loopt via Stadsdeel Centrum. Bedoeling is dat hier zeer terughoudend mee wordt omgegaan. Tijdelijke steigers in de Oostkom In de Oostkom liggen nog de tijdelijke steigers die nodig waren ten tijde van de werkzaamheden in en aan de Middenkom. Deze tijdelijke steigers zijn op verzoek van Programma Varen behouden om rondvaartrederijen toegang te geven tot (elektrische) laadinfra zolang de definitieve laadinfra in de Middenkom niet gereed is. De huur van de tijdelijke steigers in de Oostkom is door het project samen met programma Varen geregeld middels een deelopdracht binnen het raamcontract van Programma bruggen en kademuren (PBK). De verplichting om deze steigers en de bijbehorende voorzieningen (walkasten voor stroom en water, aansluit kabels etc.) in de toekomst te verwijderen is overgedragen aan Programma varen.
25
5.7 Cuyperstrap Voor het beheer van De Cuyperstrap zijn op 30 oktober 2018 al afspraken vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst tussen Gemeente Amsterdam en NS: Het GVB (als opvolger van Metro&Tram) verzorgt het dagelijks beheer en correctief alsmede preventief onderhoud van de Cuyperstrap en het rolluik; NS Stations verzorgt het dagelijks beheer en correctief alsmede preventief onderhoud van de technische voorzieningen, zoals bijvoorbeeld de roltrap, van de Cuyperstrap; Het vervangingsonderhoud is voor kosten en risico voor Gemeente Amsterdam. De Cuyperstrap is op 6 juli 2020 in gebruik en in beheer genomen bij NS stations en GVB genomen. Op 19 mei 2021 is de overdracht aan het toenmalige Metro& Tram geformaliseerd.
26
6 Resultaat evaluaties
Conform de bedoeling van de RRP is het project op meerdere momenten geëvalueerd en zijn er zogenaamde dwarskijksessies georganiseerd. Voor deze Eindrapportage beschouwen we de evaluaties uit fase 5 PBI. De in fase 5 uitgevoerde evaluaties zijn: A. B. C. D. E. F. G. H.
Spiegel Neerlands Diep (resultaten meegenomen in audit 2021) * Projectcheck najaar 2018 (resultaten meegenomen in audit 2021) * Tussentijdse evaluatie contract in 2019 ** Audit n.a.v. het tekort in dekking in 2021 ** Eindevaluatie met opdrachtnemer Max Bögl in 2023 Eindevaluatie met team Opdrachtgever in 2023 Eindevaluatie met de Stuurgroep Entree in 2023 Eindevaluatie met de ondernemers en stakeholders in 2023
*
Onderdeel ‘A. Spiegel ND’ en ‘B. Projectcheck’ zijn ook meegenomen in ‘D. Audit n.a.v. het tekort in dekking´. ** Van genoemde evaluaties zijn ‘C. Tussentijdse evaluatie contract’ en ‘D. Audit n.a.v. het tekort in dekking’ eerder al gedeeld met de Raad.
Ook in eerdere PBI fases zijn evaluaties uitgevoerd, die zich richtten op (input voor) de contractering en uitvoering. De resultaten daarvan zijn hier niet meegenomen. Deze hebben reeds hun beslag gekregen in de aanbesteding, het contract en governance.
6.1 Tussentijdse evaluatie contract (2019) Naar aanleiding van de vele wijzigingen op het contract vroeg raadslid Vroege naar de relatie met de contractvorm Design & Construct. In een quickscan is antwoord gegeven op zijn twee vragen.
1. Was het contract klaar om aan te besteden, of zoals het ook wel heet “fit for tender”? Was de scope van de opgave, gezien de vele wijzigingen na aanbesteding, wel voldoende hard om het contract op de markt te zetten? Contractvorm was passend: Het argument om alle verschillende projectonderdelen in één opdracht aan één marktpartij aan te besteden blijft goed verdedigbaar. Het alternatief, meerdere deelprojecten aanbesteden, heeft als nadeel dat afstemming met stakeholders en tussen deelprojecten de verantwoordelijkheid van opdrachtgever is en dat deze door de verschillende opdrachtnemers aansprakelijk gesteld zal worden voor eventuele wijzigingen of vertragingen.
27
De uitwerking had op onderdelen beter gemoeten: De projectorganisatie en de Stuurgroep hebben, na signalen dat het contract nog onvoldoende uitgekristalliseerde elementen omvatte, de afweging gemaakt de aanbesteding toch te starten vanwege de wens om snelheid te maken. Bij het spoorwerk pakte dit slecht uit. De complexiteit van de spooropgave had een prominentere rol moeten krijgen tijdens de voorbereiding van de aanbesteding en in de selectie- en gunningscriteria aangezien dit het meest risicovolle onderdeel voor het halen van de planning was. Ook ontbraken in het contract een aantal controlemogelijkheden op de planning en sturingsmogelijkheden op kwaliteit. Financiële flexibiliteit was onvoldoende: De ervaring leert dat projecten van deze omvang (> € 100 miljoen), op complexe locaties met veel vervoersstromen en een grote mate van onzekerheid in de ondergrond en bestaande constructies, veel scopewijzigingen kennen. Daarvoor is meer financiële ruimte, flexibiliteit, armslag nodig dan waarmee in het Uitvoerings- en kredietbesluit rekening is gehouden.
2. Is het project qua sturing (governance) wel juist georganiseerd en/of zijn er aanbevelingen te doen? Stevige rol stuurgroep wenselijk: In een afsprakenkader is vastgelegd dat de stuurgroep een adviserende rol heeft. In een dergelijk complex project zou de stuurgroep daarnaast een rol moeten hebben in het leveren van tegenspraak en als “challenge board” voor het projectteam. De stuurgroep dient ook nadrukkelijker een rol te spelen in het beperken van invloeden van buiten. Zet belangrijke stakeholders in stuurgroep: De stuurgroep dient een adequate vertegenwoordiging te zijn van de belangrijkste stakeholders en beheerders/gebruikers. In dat licht bezien ontbreken Parkeren voor de fietsparkeergarage en een vertegenwoordiging vanuit V&OR voor bestuurlijk gevoelige raakvlak (beleids)dossiers zoals Autoluw, opheffen touringcar haltes, realiseren van locaties voor rondvaartboten en bouw van nieuwe kademuren en bruggen.
6.2 Audit n.a.v. tekort (2021) De constatering in het najaar 2020 dat het verwachte resultaat negatiever zou uitkomen dan de tot dan toe gerapporteerde € 1,2 miljoen negatief (PEW, prognose einde werk) was aanleiding voor om een externe audit, die zich richtte op twee aspecten.
1. Nader onderzoek naar omvang tekort en realistische Prognose Einde Werk. Extra krediet nodig van € 25 miljoen: De audit bepaalt het tekort Einde Werk op € 23,4 miljoen en stelt, na een probabilistische analyse dat het project - met een waarschijnlijkheid van 50% (P50) met € 25 miljoen extra dekking afgerond kan worden, onder de voorwaarde dat hier strak op gestuurd wordt.
2. Wat zijn de onderliggende oorzaken voor het tekort, het feit dat dit niet eerder is opgemerkt en de benodigde verbeteringen?
28
Contractvorm is op zichzelf passend, maar de uitwerking was onvoldoende: Na een uitgebreide afweging is bewust gekozen voor een UAV-gc contract (deels E&C en deels D&C) en het bij de markt beleggen van de werkzaamheden aan de spoorinfrastructuur, met als belangrijkste argumenten snelheid maken in het uit te voeren werk, (raakvlak) risico’s en kosten beperken en de kennis van de markt benutten. Oorzaak tekort is een samenspel van factoren: De oorzaak voor de kostenoverschrijding is een samenspel van meerdere factoren: de complexe binnenstedelijke omgeving, een onvoldoende uitgewerkt contract (ontbrekende en tegenstrijdige eisen), meerdere scopewijzigingen, veel contractwijzigingen, cruciale teamwisselingen in een relatief onervaren team en een financieel ongezonde start. Deze factoren hebben zich op verschillende momenten in het project voorgedaan en elkaar versterkt. Het is derhalve niet mogelijk om één onderliggende oorzaak aan te geven, wel dat alle factoren zich vanaf de start hebben gemanifesteerd. Tekort laat opgemerkt door fout in financiële administratie en hoge werkdruk: Het team werkt met meerdere losstaande systemen (i.c. VISI, AFS, Cloxxs en Excel). De verschillende overzichten worden bewerkt door verschillende projectteamleden en informatie van het ene systeem moet handmatig overgezet worden naar het andere.
Hierdoor is het geheel foutgevoelig en was er binnen het team geen gedeeld beeld van de financiële situatie. Ook focust het team, door de hoge werkdruk, minder op kostenprognoses en integraal werken dan gewenst. Strakke beheersing kosten noodzakelijk: Er zijn slechts beperkt mogelijkheden om besparingen te behalen. Wel is het mogelijk en noodzakelijk om het project in het vervolg strak te beheersen, met een accent op 1) versterking van de projectbeheersing en verbetering van de financiële administratie, 2) beheersing van de scope van het project en 3) het intensiveren van de bestuurlijke betrokkenheid.
6.3 Eindevaluatie met opdrachtnemer Max Bögl (2023) In februari 2023 hebben het projectteam van opdrachtgever en opdrachtnemer gezamenlijk het project en de samenwerking geëvalueerd. De belangrijkste aanbevelingen zijn hieronder beschreven. Het formele proces zorgde niet voor gevoel van gezamenlijkheid: De teams van opdrachtnemer en opdrachtgever menen allebei dat het (op onderdelen onvoldoende uitgewerkt) contract en de vele bijbestellingen hebben geleid tot veel inhoudelijke en contractuele discussies. In die gesprekken kwamen beide partijen slechts moeizaam bij elkaar, en ontstond het gevoel dat het ieder voor zich was: twee partijen met elk een eigen proces, risico’s en deadlines. De escalatieregeling werd te laat ingezet waardoor inhoudelijke discussies te lang voortduurden. Investeer bij veel personele wisselingen blijvend in kennismaking en samenwerking: De vele inhoudelijke en contractuele discussies trokken een forse wissel op beide teams, wat medeveroorzaker was van het grote aantal personele wisselingen. Hierdoor moest regelmatig