CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Verwey Jonker Integrale-behandeling-van-gezinsleden-bij-huiselijk-geweld.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 12 oktober 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis nemen van de uitkomsten en vervolgstappen n.a.v. van het rapport ‘Integrale behandeling van gezinsleden bij huiselijk geweld - Procesevaluatie Switch’ en de kosten baten analyse ‘Switch – een Maatschappelijke Businesscase’. (VN2022-03102928.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De gezinnen waarbij Switch nog betrokken is, krijgen momenteel gemiddeld twintig maanden hulp. Als gezinnen instromen, maken zij het traject af (of zijn nog in behandeling). Uit de registratiegegevens blijkt dat bij de gezinnen die behandeld zijn vanuit Switch bijna alle vrouwen en enkele mannen traumagerelateerde klachten

hadden. Bij de meeste gezinnen hebben een of meerdere kinderen trauma­ gerelateerde klachten. Bij de helft van de gezinnen was sprake van opvoedproblematiek en eveneens bij ongeveer de helft van de gezinnen kwam middelenmisbruik voor (vaker door mannen).

2.2.

Werken volgens de uitgangspunten

Switch richt zich op het doorbreken van structurele patronen van geweld in gezinnen en de verwerking van schadelijke gevolgen van dit geweld voor ouders en kinderen, waardoor de kans op herhaling over generaties heen kleiner wordt. Hiervoor zijn er drie stappen in de behandeling van Switch: integrale analyse en indicatiestelling, het verminderen van risicofactoren voor toekomstig geweld, en het verminderen van de schadelijk gevolgen van het geweld (zie ook paragraaf 1.2.3). Hoe worden de uitgangspunten in de praktijk toegepast? 2.2.1.

Analyse en indicatiestelling

In de praktijk wordt na de intake een uitgebreide integrale analyse en indicatiestelling gedaan. De geweldproblematiek wordt in kaart gebracht, evenals de risicofactoren die ten grondslag liggen aan daderschap en slachtofferschap van het geweld. Daarnaast wordt gekeken welke schadelijke gevolgen van het geweld aanwezig zijn bij ouders en kinderen, waaronder de trauma- en/of hechtingsproblematiek. Het komt in de praktijk voor dat na deze eerste stap blijkt dat de behandelvraag van het gezin niet aansluit bij de behandeling vanuit het Switch-team, zo kan er vooral specifieke verslavingshulp nodig zijn voor een van de ouders.

7 Vanwege te veel ontbrekende gegevens is het niet mogelijk om iets te zeggen over hoe de veiligheid zich in de loop van het traject heeft ontwikkeld.

21

Twee aspecten zijn in deze eerste fase van groot belang om door te kunnen stromen naar de behandelfase: motivatie en voldoende veiligheid. Als sprake is van dwangmatige controle en geweld (intieme terreur) blijkt het moeilijk de betreffende mannen te motiveren voor hulpverlening; ze ontkennen of bagatelliseren het geweld en laten nauwelijks of geen verandering in gedrag zien. Druk van buiten, bijvoorbeeld via het strafrecht of voorwaarden stellen aan het krijgen van omgang met de kinderen, is dan nodig om tot motivatie voor behandeling of verandering te komen. In deze situaties van intieme terreur blijkt ook hoe belangrijk het is dat de behandelaren van het Switch-team goed met elkaar afstemmen, zodat tegenstrijdigheden aan het licht komen. Een pleger van intieme terreur is vaak charmant en weet goed hoe hij anderen voor zich in kan nemen. Als dan de partner vanuit angst zich niet vrij voelt te spreken over wat er thuis gebeurt, vergt het kennis en doorvragen van de teamleden om een beter beeld van de situatie te krijgen. Samenwerking in het team helpt om dit soort mechanismen te onderkennen, zo blijkt uit de interviews met behandelaren en sleutelfiguren en uit observaties. Voldoende veiligheid is een voorwaarde om de fase van behandeling te kunnen starten.

Uitgangspunt is dat behandeling pas kan starten als er een veiligheidsplan is met duidelijke afspraken over hoe de directe veiligheid te borgen (een veiligheidsplan van maximaal drie maanden oud) en de veiligheid op het niveau van een zes is geschat. Een regievoerder die is betrokken bij het gezin, moet toezien op de afspraken rond het borgen van voldoende veiligheid. Deze regievoerder, vaak de jeugdbeschermer, maakt geen onderdeel uit van het Switch-team. Als het veiligheidsplan niet op orde is, kan Switch in principe niet starten, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Als het cijfer waarmee de veiligheid wordt beoordeeld lager is dan een zes, kan Switch alleen starten als wordt ingeschat dat het veiligheidsplan beter uitvoerbaar wordt door inzetten van risicogestuurde zorg; het time-outplan van ouders wordt bijvoorbeeld beter uitvoerbaar als behandeling de impulscontrole van vader verbetert. Hierbij wordt met de regievoerder afgesproken hoe lang de onveilige situatie voort mag duren terwijl behandeling ingezet wordt, en welke maatregelen de regievoerder neemt als de veiligheid niet verbetert binnen de

termijn. De regievoerder houdt de verantwoordelijkheid voor de directe veiligheid tijdens het behandeltraject. Het Switch-team bespreekt nieuwe zorgen met de regievoerder, kan advies geven over behandelmogelijkheden en het verkleinen van het risico op herhaling, ondersteunt de ingezette veiligheidsmaatregelen richting het gezin en blijft het gezin motiveren om de afgesproken doelen te behalen. Ook na de eerste fase van de uitgebreide integrale analyse blijft dit punt van voldoende veiligheid en wie voor welke zaken verantwoordelijk is (behandelaren versus regievoerder) een belangrijk aspect waarop afstemming nodig is. De behandelaren benadrukken dat het Switch-team werkt aan de stabiele veiligheid op de langere termijn en dat altijd een regievoerder nodig is die het hele proces van de behandeling volgt en verantwoordelijk is voor de directe veiligheid. Dit waarborgen van de veiligheid is een lastig en ingewikkeld proces en vergt goede afstemming tussen regievoerder en Switch. Het lukt niet altijd een veiligheidsplan sluitend te maken en soms wegen de positieve gevolgen van een veiligheidsmaatregel niet op tegen de negatieve gevolgen.

Belangrijk in de samenwerking tussen regievoerder en Switch is kennis van elkaars werkwijze en een gezamenlijke visie, waarin de regievoerder de voorwaarden creëert zodat de behandelaren met de volwassenen en kinderen aan hun behandeldoelen kunnen werken. Voor de toekomst is de wens met een beperkt aantal regievoerders samen te werken, zodat regievoerders en Switch beter op elkaar ingespeeld raken en de afwegingen steeds sneller en beter gemaakt kunnen worden. 2.2.2. De behandeling: stap twee en drie Als een hulpverleningsplan samen met de ouders is opgesteld, kan de behandeling van Switch starten en wordt hulp ingezet op het verminderen van risicofactoren voor toekomstig daderschap en slachtofferschap van het geweld, en op herstel door het verminderen van schadelijke gevolgen van het geweld voor ouders en kinderen. 22

De risicofactoren waarop de hulp gericht is, zijn: partnerrelatieproblemen, inadequaat opvoedgedrag, psychische problemen van ouders (PTSS, ADHD, persoonlijkheidsproblematiek), onveilige hechting tussen ouders en kinderen en negatieve opvattingen over opvoedstrategieën en communicatie-strategieën. De schadelijke gevolgen waar Switch specifiek de behandeling op richt zijn traumagerelateerde klachten van ouders en kinderen en een onveilige hechting tussen ouders en kinderen. Uit de gesprekken met de behandelaren blijkt dat onveilige hechting en trauma een grote rol spelen bij de intergenerationele overdracht van huiselijk geweld. Een antisociale persoonlijkheid vergroot de kans op intieme terreur en op drop out van de cliënt. Het hebben van een stevig kader voor de pleger blijkt in deze gevallen heel belangrijk, zo komt uit de leersessie naar voren. Het bieden van zo’n stevig kader blijkt echter lastig, volgens verschillende geïnterviewden. Het versterken van de samenwerking met de strafrechtketen zou tot een steviger kader kunnen leiden. In hoofdstuk 5 komen we hierop terug. Er spelen andere risicofactoren een rol bij directe kindermishandeling dan bij partnergeweld. Dit blijkt uit de onderzoeken naar risico op kindermishandeling en op partnergeweld.

De risicotaxatie van kindermishandeling is daarom een andere dan die voor partnergeweld en de behandeling richt zich op andere factoren. Bij kindermishandeling ligt de verantwoordelijkheid altijd bij de pleger (de ouders), hoewel het ook hier van belang is de dynamiek tussen ouder en kind te erkennen en te begrijpen. Lichamelijke en psychische problemen bij het kind kunnen een risicofactor zijn die interacteert met problemen van de volwassenen (de ouders). Bij partnergeweld heeft de niet gewelddadige partner vaak wel een verantwoordelijkheid bij het ontstaan van het geweld en de geweldsdynamiek (bij situationeel geweld). De behandeling in geval van kindermishandeling die direct gericht is op het kind, is door de verschillen in dynamiek anders vormgegeven dan in geval van partnergeweld.

respectvolle manier onder de aandacht te (blijven) brengen. Het kind hoeft niet belast te worden met het hulpverleningsproces van de ouder (soms wordt er bij oudere kinderen wel iets over gezegd), maar andersom is het belangrijk dat ouders weten wat hun kind denkt, voelt en wil. Niet alle kinderen spreken zich rechtstreeks uit naar hun ouder(s) over wat ze ervaren, voelen en denken. Vanuit de gesprekken met een hulpverlener kan een kind hierin ondersteund worden. Wat er wel en niet wordt overgebracht aan de ouders wordt besproken met het kind.

Het doel van Switch is het kind centraal te stellen in de behandeling. Het kind is de reden dat een integrale behandeling noodzakelijk is waar volwassenzorg en jeugdhulp in verbinding met elkaar een behandeltraject vormen. Onderdeel van het Switch-traject is dan ook om de stem van het kind bij ouders op een

Uit de gesprekken met sleutelfiguren komen als belangrijkste voorwaarden naar voren: 1. de toeleiding naar Switch en het motiveren van gezinsleden om hulp te krijgen van het Switch-team, 2 de financiering van de hulp en tot slot een stuurgroep.

Uit de interviews met behandelaren blijkt dat het overbrengen van informatie een complex proces is. Gezaghebbende ouders hebben recht op alle relevante informatie over hun kind tijdens hulptrajecten. Maar wat relevante informatie is, is niet in beton gegoten; wat hoort tot belangrijke ervaringen voor het kind, is soms geen relevante informatie voor de ouders. Een behandelaar: ‘Het kan soms heel moeilijk zijn wat je wel of niet deelt; dat gaat nooit soepel. Dan bespreek je met het kind: mag ik hier iets over zeggen tegen papa of mama en wat moeten we dan zeggen. Of je moet ouders ondersteunen in dat het nu nog niet verteld kan worden, maar dat het later komt en eerst nog een aantal stappen te zetten zijn.’ Behandelaren kunnen bemiddelaar zijn in het overbrengen van informatie. Een belangrijke kracht van Switch is het verbeteren van de band tussen ouders en kinderen. Dit kan doordat de behandelaar van de ouder bij het gesprek met het kind aansluit, of de behandelaar van het kind bij het gesprek met de ouder(s). Maar ook sluiten ouders soms aan bij de gespreken tussen behandelaar en het kind. ‘Nu er meer nadruk ligt op hechting, zijn er ook vaker gesprekken waar moeder of vader aanwezig is bij het gesprek met het kind, zodat de ouder kan horen wat het kind ervaren heeft en beleeft.’ (behandelaar)

2.3.

Welke middelen en randvoorwaarden zijn nodig

23

2.3.1.

Toeleiding en motivering

Een voorwaarde voor Switch is voldoende toeleiding: als er te weinig gezinnen instromen gaat de specifieke kennis verloren. Een minimum van vier gezinnen die in behandeling zijn, lijkt voldoende om voldoende kennis te behouden, zodat de werkwijze niet verloren gaat. De meeste gezinnen komen via jeugdbescherming en de verwachting is dat in de toekomst Blijvend Veilig meer gezinnen zal gaan doorverwijzen. Blijvend Veilig, gestart in 2020, bestaat uit vaste teams van Veilig Thuis, Jeugdbescherming regio Amsterdam (JBRA), Samen Doen, WSG en Blijf Groep. Verschillende sleutelfiguren geven aan dat ze in Amsterdam een doorlopende lijn in hulpaanbod voor ogen hebben: ‘Het mooie is dat Blijvend Veilig met name in de fase van directe veiligheid zit, en Switch met name in de fase van risicogestuurde en herstelgerichte zorg, er is dus een doorlopende lijn.’ In de praktijk is hier (nog) geen sprake van, er vindt geen doorstroming plaats. Een uitdaging voor de toekomst is om de samenwerking tussen Blijvend Veilig en Switch te verstevigen onder meer door vertrouwen in en kennis over elkaars aanpak te versterken.

Om te kunnen doorverwijzen moet er niet alleen kennis aanwezig zijn bij de organisaties die gezinnen zouden kunnen doorverwijzen, maar de gezinsleden moeten ook gemotiveerd zijn en er dient een veiligheidsplan met concrete afspraken aanwezig te zijn, zoals in de vorige paragraaf is beschreven. Het motiveren van ouders, en mannen zijn daarbij vaak moeilijker te motiveren, vergt veel van de hulpverleners. Als de vrouw in de opvang zit speelt Blijf Groep een belangrijke rol in het motiveren (van de vrouw) om in behandeling bij Switch te gaan als gezin. De rol van jeugdbescherming (of een andere organisatie) is essentieel is om alle gezinsleden (vooral de volwassenen) te motiveren de behandeling te starten, zoals gezegd in de vorige paragraaf.

2.3.2. Financiering De financiering van een integrale en gezinsgerichte behandeling is eveneens een belangrijke voorwaarde. Voor het ontwikkelen van de Switch-methodiek is subsidie verleend vanuit het landelijke programma Geweld Hoort Nergens Thuis en door de gemeente Amsterdam. De behandeling en begeleiding van de gezinnen valt binnen de reguliere financiering. De financiële voorwaarden van Switch zijn niet ideaal omdat iedere instelling een eigen financiering heeft, terwijl het een systeemgerichte aanpak is met intensieve samenwerking tussen verschillende instellingen. Door de versnipperde indicatiestelling, voor één gezin moeten soms zes indicaties worden geregeld (minimaal twee huisartsverwijzingen en voor ieder kind een aparte indicatie) en het ontbreken van gezinsindicatie, kan het lang duren voor duidelijk is of de hulp kan worden gefinancierd. In het huidige financieringsstelsel waar financiering vanuit de Jeugdwet, Wmo en Zorgverzekeringswet verkokering met zich meebrengt, is het niet aantrekkelijk om complexe zorg waar veel overleg voor nodig is, aan te bieden. De werkelijke kosten worden in dat geval niet gedekt; veel lichte hulp aanbieden levert voor een organisatie winst op en veel intensieve zorg verlies. Financieel is het bieden van een intensief zorgaanbod voor deze complexe doelgroep niet rendabel.

Over de kosten en baten van Switch is afzonderlijk onderzoek gedaan door Sinzer (2022). 2.3.3. Stuurgroep Tot slot is een goede inbedding van het Switch-team in de verschillende organisaties van belang. Alleen als het management-/bestuursniveau van de verschillende instellingen achter deze samenwerking staat, kan het Switchteam zijn werk goed doen. In de stuurgroep van Switch zitten personen van het management van elke instelling. Deze stuurgroep is essentieel om de voorwaarden te scheppen, zodat de teamleden hun werk goed kunnen doen en te borgen dat Switch blijft bestaan.

24

2.4.

Conclusie

Uit de beschrijving van de doelgroep komt naar voren dat deze overeenkomt met de beoogde doelgroep. Het gaat om gezinnen waar sprake is van structureel geweld en zorgen op het gebied van trauma, agressiebeheersing en hechtingsproblematiek. Ernstige psychiatrische of verslavingsproblematiek is een contra-indicatie. Na de intake is er voorafgaand aan de behandeling een intensief traject om helderheid te krijgen over de motivatie tot verandering en het borgen van voldoende veiligheid. Deze fase mondt uit in een, gezamenlijk met gezinsleden opgesteld, hulpverleningsplan. Het is mogelijk dat na deze eerste fase het Switch-traject stopt omdat de veiligheid niet voldoende is, (een van de) ouders onvoldoende zijn gemotiveerd of de hulpvraag niet aansluit bij wat Switch kan bieden. Dit komt echter zelden voor. Belangrijk in de behandelfase is zowel het verminderen van risicofactoren die onveiligheid veroorzaken, als het inzetten op herstel door het verminderen van de schadelijke gevolgen van het geweld. Bovendien staat het kind centraal en is de behandeling gericht op het verbeteren van de verbinding tussen kinderen en hun ouders. In geval van directe kindermishandeling ziet de behandeling er anders uit dan bij partnergeweld. Switch is een intensieve vorm van behandelen en ondersteuning bieden waar verschillende organisaties in samenwerken als één team.

De instroom via doorverwijzing vanuit jeugdbescherming, Blijvend Veilig of andere organisaties is essentieel. De huidige kaders van financiering vormen geen stabiele basis voor deze integrale intensieve systeemaanpak.

25

3

Werkwijze van het integrale behandelteam

Dit hoofdstuk gaat in op de samenwerking binnen het Switch-team (3.1), de hulp die wordt geboden aan gezinnen (3.2) en wat deze hulp volgens de behandelaren oplevert (3.3). Vervolgens wordt de samenwerking met gezinnen besproken (3.4). We besluiten het hoofdstuk met een reflectie op de hulp van Switch: wat gaat goed en wat kan beter (3.5).

3.1.

Samenwerking binnen Switch-team

3.1.1.

Gezamenlijk verantwoordelijk voor systeemgericht werken

Er zijn verschillende behandelaren en ondersteuners van de vier instellingen (De Waag, BRight, Altra en Blijf Groep) betrokken bij het Switch-team. Na de fase van analyse bespreekt het hele team aan de hand van de resultaten welke ondersteuning een gezin nodig heeft, welke behandelaren betrokken worden bij dit gezin en wie welke hulp oppakt. Samen met de gezinsleden wordt het hulpverleningsplan vastgesteld. Tijdens het traject kan dit worden aangepast, bijvoorbeeld als naar voren komt dat toch traumatherapie nodig is; de behandelaar intensiveert dan de behandeling, of stapt in, terwijl de maatschappelijk werker naar de achtergrond gaat. Het bepalen van de volgorde van de hulp is belangrijk, zo geven de behandelaren aan. Niet alle hulp wordt tegelijkertijd aangeboden. Eerst is de hulp meer gericht op het creëren van rust en meer veiligheid, en dan bijvoorbeeld op opvoedondersteuning, maar het kan ook voorkomen dat eerst opvoedondersteuning wordt geboden en daarna traumabehandeling. Soms willen behandelaren te snel, maar komt uit de gesprekken met de cliënt naar voren dat zij dit niet aankunnen en wordt in overeenstemming met de cliënt de

hulp gedoseerd aangeboden. ‘Het is bijvoorbeeld belangrijk dat cliënten eerst rust krijgen in het brein, voordat ze zich kunnen openstellen voor bepaalde hulp.’ (behandelaar) Het is belangrijk dat het Switch-team goed met elkaar afstemt wie wanneer met welke hulp aan de slag gaat. De volgordelijkheid van de hulp aan verschillende gezinsleden is hierbij een punt van bespreking. Uit de interviews met sleutelfiguren komt naar voren dat in principe wordt gestart met de behandeling van ouders omdat ouders de onveiligheid veroorzaken en zelf eerst stabiel en beschikbaar genoeg moeten zijn tijdens de traumabehandeling van het kind, zeker bij (heel jonge) kinderen. Een behandelaar: ‘Bij traumabehandeling van een kind onder de 4 jaar vertelt de ouder het traumaverhaal, maar als iemand dat niet kan omdat diegene constant zelf getriggerd wordt, dan moet je dat eerst behandelen.’ Als een kind echter ernstig lijdt onder de traumaklachten, wordt wel direct gestart met traumabehandeling. Bij de start van Switch was er een globaal plan. In de loop van de tijd is, met behulp van het landelijke actieprogramma Geweld Hoort Nergens Thuis, de ervaring en kennis gebundeld in de integrale methodiekbeschrijving. Er zijn meer richtlijnen gekomen die helpen om systematisch en zorgvuldig te werken. De bespreking van casussen scherpt ook de inzichten. 3.1.2.

Informatiedeling tijdens teamoverleg

Tijdens het behandeltraject van een gezin vindt informatie-uitwisseling plaats tussen de behandelaren van het Switch-team. Zij komen wekelijks bij elkaar met als doel de hulp af te stemmen, te monitoren en waar nodig bij te stellen. Tijdens het overleg wordt vooral procesmatige informatie uitgewisseld, dus over het verloop van de behandeling. Behandelaren vertellen dat het in principe niet gaat over inhoudelijke informatie, al vindt soms wel afstemming plaats over wat besproken is tussen een ouder en diens behandelaar, zodat de behandelaar van de andere ouder dit kan meenemen in de behandeling. Tijdens dit overleg vinden ook casusbesprekingen plaats. Elke behandelaar kan een gezin inbrengen waar ze een vraag over hebben. Van tevoren is duidelijk 26

welke gezinnen er op de agenda staan. De behandelaar die het gezin op de agenda heeft gezet, schetst eerst kort de situatie en de vraag die hij of zij heeft, soms aangevuld door andere betrokken behandelaren van het gezin. Vervolgens stellen de andere behandelaren (kritische) vragen om de situatie duidelijk te krijgen en geven ze hun mening of een hypothese, wat ervoor zorgt dat de situatie ook vanuit een ander perspectief wordt belicht. Tot slot wordt in de meeste gevallen afgesproken wie welke actie gaat uitzetten en wanneer dit gaat gebeuren. In onderstaand voorbeeld komt naar voren hoe zo’n bespreking gaat over wat de beste aansluiting is van de verschillende behandelingen of ondersteuning aan gezinsleden. Het gesprek betreft een gezin met drie zoons in de beginfase van de behandeling. Het gezin wordt ter bespreking ingebracht. De vraag aan het team is of starten met traumabehandeling bij de kinderen al mogelijk is.

De kinderen zijn door de jeugdbehandelaar gescreend op trauma, waarbij zij ziet dat er sprake is van verhoogde prikkelbaarheid en stagnatie op school. Zij relateert dit aan de ervaringen van geweld tussen ouders waarvan de kinderen getuige zijn geweest. Het team bespreekt in hoeverre ouders op dit moment in staat zijn deze kinderen te ondersteunen in een emotioneel proces als traumabehandeling. Een behandelaar: ‘Mijn indruk is dat deze ouders nog niet voldoende emotioneel stabiel zijn en daarom onvoldoende beschikbaar zijn om dit goed te begeleiden. De ouders erkennen niet dat de kinderen geweld hebben meegemaakt waardoor zij de kinderen na de behandelsessie thuis niet goed kunnen opvangen.’ Vervolgens is de vraag welke hulp dan in de tussentijd passend zou zijn voor deze kinderen, zolang de ouders nog onvoldoende beschikbaar zijn. Voorstel is de kinderen wel te zien en de ervaringen in het hier en nu met hen te bespreken en hen hierbij te steunen.

Bovenstaande laat zien dat het team afstemt welke zorg op welk moment het meest passend is en welke interventies het meest haalbaar en effectief zijn gezien de mentale beschikbaarheid van ouders. 3.1.3.

Betrokkenheid teamleden

De observaties laten zien dat iedereen van het Switch-team zich mengt in de discussies, dat informatie wordt aangevuld zodat een betere afweging mogelijk is en dat men niet bang is om (kritische) vragen te stellen. Tijdens het overleg wordt met diepgang en respect gecommuniceerd, iedereen voelt zich betrokken en denkt kritisch mee zodat de beste beslissing genomen kan worden. Er heerst een informele, vertrouwde sfeer; iedereen durft te zeggen en te vragen wat hij of zij wil. Zo brengt een van de behandelaren een situatie in waarbij onduidelijk is wat hier het beste gedaan kan worden. De behandelaren van het Switch-team denken verschillend over de situatie, maar het blijft een rustig gesprek en uiteindelijk komen ze gezamenlijk tot een beslissing waar (lijkt het) iedereen zich in weet te vinden. Tijdens de overleggen zijn er enkel serieuze gesprekken, er worden tussendoor geen grapjes gemaakt en er is geen smalltalk tussendoor. Elk overleg start met de zogenaamde ‘kruimels van de week’. Dit zijn positieve punten in de behandeling van de gezinnen. Er wordt bijvoorbeeld opgemerkt dat een moeder kon de-escaleren tijdens een moeilijk gesprek met haar partner waardoor de behandelaar het idee heeft dat ze een stapje verder kunnen met de behandeling.

Ook vertelt een behandelaar dat in een gezin waar de gesprekken vaak vermoeiend en heftig zijn, nu een constructief gesprek plaatsvond en ook de ouders aangaven het een erg prettig gesprek te hebben vonden. Verder komt uit de gesprekken met behandelaren naar voren dat het team goed op elkaar is ingespeeld, men zich kwetsbaar opstelt, open staat voor een ander perspectief en steun aan elkaar ervaart. De observaties bevestigen dit. ‘In het huidige Switch-team heeft iedereen van begin af aan ontzettend zijn best gedaan om zo snel mogelijk een veilige sfeer te creëren; waarbij iedereen zijn zorgen deelt, kan aangeven waar je je incompetent over voelt en aarzelingen en dillema’s 27

kan delen zonder dat een collega het raar vindt. Iedereen is kwetsbaar, iedereen doet zijn best, iedereen heeft weleens een misser of vergeet iets, maar we hebben elkaar en vooral de steun van elkaar nodig. Dus je moet niet een groot ego hebben.’

3.2.

Hulp vanuit Switch

De gezinnen die hulp krijgen van Switch, hebben een lange geschiedenis van onveiligheid, maar er hoeft geen lange geschiedenis te zijn met veel verschillende hulpverlening. Er zijn gezinnen waarbij de problematiek in de loop der tijd tot een ‘explosie’ is gekomen. Deze gezinnen kunnen lang onder de radar functioneren, waarbij het geweld en de onveiligheid in het gezin niet naar buiten kwam. Veilig Thuis informeert bijvoorbeeld bij scholen hoe het gaat met de kinderen. Veel kinderen in geweldssituaties functioneren nog verbazend goed, aldus een behandelaar, waardoor de school dan niet direct zorgen heeft om het kind. Dit kan de zorgen bij de onderzoeker van Veilig Thuis dan wegnemen. Maar als een kind geen signalen geeft, wil dat niet zeggen dat het kind veilig is in de thuissituatie. Het zegt waarschijnlijk wel iets over de coping-strategieën van het kind, aldus behandelaren. Er zijn ook gezinnen met een voortraject van twee jaar jeugdbescherming. De ouders kunnen ‘hulpverleningsmoe’ zijn van de jeugdbescherming, er is weerstand en geen vertrouwen dat behandeling en begeleiding vanuit Switch hen kan helpen. Switch is dan een eerste kennismaking met intensieve hulp en behandeling. Niet alle ouders die zeggen mee te willen werken en het behandeltraject van Switch zijn gestart, zijn echt gemotiveerd om tot verandering te komen.

Dan heeft behandelen eigenlijk geen zin, aldus een behandelaar: ‘Als er geen behandeling nodig is volgens ouders en er geen hulpvragen zijn, komt dit niemand ten goede. Dit leidt tot ellenlange trajecten. Kauwgumzaken noemen we dit wel. Er is geen verbetering te zien, omdat ouders wel mee willen werken, maar er niet echt voor gaan.’ Ook niet alle kinderen zijn gemotiveerd voor hulp vanuit Switch, bijvoorbeeld omdat ze geen klik hebben met de behandelaar of omdat ze negatieve ervaringen hebben met eerdere hulp en daardoor geen vertrouwen hebben in de hulpverlening. Als een kind problemen heeft maar geen hulp wil, kan

behandeling niet worden afgedwongen. Als ouders niet gemotiveerd zijn tot verandering van gedrag of kinderen geen hulp willen, terwijl dit wel nodig is, wordt met de regievoerder van jeugdbescherming gezocht naar een oplossing. Wat lastig kan zijn tijdens het traject is verwachtingsmanagement naar ouders toe. Ouders hebben soms het idee dat door mee te doen aan een Switch-traject hij of zij de kinderen weer kan zien. Zo geeft een behandelaar aan: ‘Een vader zegt dat Switch ervoor moet zorgen dat zijn kinderen hem weer willen zien. Dat heeft Switch op verschillende manieren geprobeerd, maar die kinderen maken een keuze. De machteloosheid van vader voel je, maar je kan kinderen niet dwingen.’ Behandelaren zetten hun kennis en kunde in, zodat de lading en pijn van het geweld bij kinderen minder wordt Zij kunnen de ouders helpen met het uitspreken van spijtbetuigingen en liefde naar hun kind Maar dit maakt niet altijd dat een kind daarom zijn of haar ouder weer wil zien. Ook voor kinderen zijn sommige dingen niet realistisch of haalbaar en is het soms iets voor een latere levensfase. 3.2.1.

Maatgerichte hulp aan partners

Vanuit Switch wordt zowel individuele hulp geboden aan ouders en kinderen, als gezamenlijke hulp aan partners. Partners kunnen een gezamenlijke behandelaar hebben. Soms is er een gezamenlijke behandelaar omdat geen van de ouders een trauma heeft of problematiek waar individuele behandeling voor nodig is. Dan zijn er partnerrelatiegesprekken. Partnergesprekken worden gevoerd met ouders en hun behandelaar, of door een gezamenlijke behandelaar. Het kan ook zijn dat er drie behandelaren betrokken zijn bij een stel: één voor de vrouw, één voor de man en één voor de relatiegesprekken. Of er is één behandelaar en er vinden ondersteunende gesprekken plaats met de maatschappelijk werker binnen Switch. Als ouders uit elkaar zijn, kan het zijn dat ouders het verdriet van de relatiebreuk nog niet onder controle hebben. Dan ligt de focus vaak meer op de behoeften van de kinderen. Dan kunnen herstelgesprekken plaatsvinden in plaats van relatiegesprekken.

28

Deze gesprekken gaan meer over ouderschap, omdat partners nog wel moeten samenwerken als ouders. Reden om geen relatiegesprekken te voeren is dat een van de ouders niet vrij kan spreken tijdens de partnerrelatiegesprekken, zoals bij intieme terreur; dan vergroten deze relatiegesprekken de onveiligheid. Daarnaast kan het voorkomen dat tijdens gezamenlijke gesprekken blijkt dat een van de ouders zoveel last van een trauma heeft dat dit een belemmering is voor de relatiegesprekken. Traumaklachten doen zich soms pas voor als er meer veiligheid ontstaat; tijdens de onveiligheid wordt vaak een overlevingsstand ingeschakeld die gevoelens van angst onderdrukt. Als dat niet meer nodig is komen deze gevoelens pas aan de oppervlakte. Dit fenomeen heeft zich zowel bij vrouwen als kinderen voorgedaan tijdens de Switch-trajecten. Op zo’n moment kan de traumabehandelaar meteen starten met de behandeling (en het ijzer smeden als het heet is). Dit in tegenstelling tot de reguliere zorg, die moet verwijzen naar een instelling waar dikwijls een wachtlijst is van maanden. Deze maatgerichte wijze van werken betekent dat er wel of geen partnergesprekken zijn, of dat gestart wordt met partnergesprekken en tijdens het traject blijkt dat eerst individuele hulp moet worden geboden en de gezamenlijke hulp aan partners pas later weer kan worden opgepakt. 3.2.2.

Hechtingsgericht werken Bij Switch wordt daarnaast hechtingsgericht gewerkt, door bijvoorbeeld met (een van) de ouders en kinderen samen gesprekken te voeren gericht op hechtingsbreuken die mede door het geweld zijn veroorzaakt. Het doel van deze gesprekken is dat het kind ervaringen en eigen betekenisgeving kan delen met de ouder(s) en ouders hier responsief voor zijn door empathie te tonen en erkenning te geven voor de gevoelens, ervaringen en de betekenis van de ervaringen van het kind. Voorwaarde is dat ouders eerst zelf tegenover het kind het geweld erkennen en verantwoordelijkheid nemen, zodat het kind de ruimte en veiligheid voelt om te kunnen spreken. De onderwerpen die in

zo’n gezamenlijk gesprek aan bod komen, worden ook weer aangehaald in de individuele gesprekken. Het is een proces van zoeken of de ouder(s) aanwezig moeten zijn bij de gesprekken met kinderen. Behandelaren merken dat kinderen vragen vaak anders beantwoorden als ouders erbij zijn. Kinderen zijn vaak ook opener als ouders er niet bij zijn. Aan de andere kant is het belangrijk dat ouders soms bij de gesprekken met kinderen aanwezig zijn, zodat ze zien welke problemen er spelen bij hun kind en waar herstel mogelijk is in de hechtingsrelatie. Ouders kunnen zich schuldig voelen, omdat zij de problematiek ‘veroorzaakt’ hebben. Door ze te betrekken bij de gesprekken met het kind, krijgen ouders het gevoel dat ze hun kind ook weer kunnen helpen om van deze problemen af te komen. Het is niet mogelijk om (een van) de ouders te laten aansluiten bij de gesprekken met het kind als de traumabehandeling van het kind dusdanig over de ouder gaat, dat het voor het kind te zwaar is als de ouder er bij is. Als ouders niet bij het gesprek met het kind zijn, kan het voorkomen dat de behandelaar wel iets wat het kind verteld heeft, wil delen met de ouder. Het is zoeken naar manieren waarop wel iets kan worden verteld aan de ouders, zonder dat dit schadelijk is voor het kind. Het liefste geeft de behandelaar samen met het kind de informatie aan de ouder(s), dat vinden de meeste kinderen ook prima.

Het kan ook voorkomen dat de behandelaar informatie moet delen met de jeugdbeschermer, bijvoorbeeld als het gaat om directe veiligheid. Een behandelaar: ‘Informatie die met een jeugdbeschermer wordt gedeeld, is bijvoorbeeld als ouders een ernstig incident hebben gehad. Dan maken we ons zorgen om de veiligheid, en dan moeten er andere veiligheidsafspraken worden gemaakt.’ Hierbij moeten behandelaren soms directief zijn en tegen het kind zeggen dat ze dit moeten vertellen, ook al vindt het kind dit niet fijn. Dan worden de gevoelens van het kind wel benoemd en wordt dit ook besproken met de ouders en behandelaren van de ouders. Tot slot wordt soms ook de informatie vanuit gesprekken met de ouder gedeeld met het kind.

29

3.2.3. Behandelthema’s en interventies Behandelaren noemen verschillende behandelthema’s, zoals de veiligheid, problematiek van ouders, opvoeding en intergenerationele overdracht. Er wordt altijd gesproken over de veiligheid en het geweld in het gezin. Uit de interviews met de behandelaren komt naar voren dat zij bij vrouwen altijd de cirkel van geweld bespreken en dieper ingaan op het geweld dat speelt en waar de agressie vandaan komt, maar dat dit bij de mannen niet altijd lukt. De inhoud en doelen van de behandeling hebben betrekking op de triggers die tot agressie in de relatie leiden. Door te werken aan de individuele problemen van gezinsleden, neemt het geweld in het gezin af. In de relatietherapie wordt ook aandacht besteed aan verantwoordelijkheid nemen voor het geweld vanuit jezelf, in plaats van altijd naar de ander te wijzen. Daarnaast zijn er gesprekken over de problematiek van ouders en wat daaraan gedaan kan worden. De hulp in deze gesprekken kan gericht zijn op een trauma of een persoonlijkheidsstoornis. In de fase waarin herstelgericht wordt gewerkt en er geen zorgen zijn omtrent de veiligheid, wordt niet ingegaan op de veiligheid (behalve een check of er nieuw geweld heeft plaatsgevonden).

Ook gaat het over de ouderschapsrol, dan worden vragen gesteld, zoals: ‘Wat betekent dat voor jou als ouder, of wat merkt jouw kind ervan?’ Ouders kunnen het lastig vinden om opvoedondersteuning of adviezen te ontvangen. Zij ervaren het als een afwijzing; dat ze geen goede ouder zijn. Dit maakt het dan lastig om een vertrouwensband op te bouwen met ouders, ook omdat de behandelaar moet schakelen met de jeugdbescherming. Opvoedondersteuning wordt in het begin van de behandeling aangeboden door te zoeken naar concrete oplossingen voor acute problemen. Later in het behandeltraject, als er meer stabiliteit in het gezin is, wordt opvoedondersteuning geboden door samen met de ouder(s) te reflecteren op hun eigen gedrag. Ouders ervaren vragen over opvoeding dan niet direct als afwijzing, maar ook als ondersteunend. Een ander gespreksonderwerp is intergenerationele overdracht. Behandelaren stimuleren cliënten om na te denken over de intergenerationele overdracht van het geweld. Dit doen ze door met cliënten in gesprek te gaan over de rol

van hun eigen jeugd in hun huidige relatie of ouderrol, en door het perspectief van het kind en hoe kinderen reageren met de ouders te bespreken. De behandelaren werken met bestaande interventies. Zo wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van cognitieve gedragstherapie, schematherapie, narratieve exposure, EFT of EMDR en daarnaast altijd psycho-educatie. Bij de traumabehandeling staan in principe de herinneringen die nog veel lading hebben centraal, en daarnaast wat de cliënt gemist hebben bij de partner. Dit betekent dat het naast de interventies die ze inzetten, ook belangrijk is dat cliënten hun verhaal kunnen vertellen, dat ze zich gehoord voelen. Daardoor neemt de stress ook al af.

3.3.

Wat zijn de resultaten van de behandeling?

3.3.1.

Veranderingen bij gezinnen

Een belangrijke uitkomst van Switch is verandering in de communicatie tussen partners en tussen ouders en kinderen. Ouders gaan bewuster naar zichzelf kijken in de zin van ‘hoe kan ik het anders doen en wat heb ik daarvoor nodig?’ Het komt voor dat het contact tussen de ex-partners nu goed verloopt, ondanks dat de vader zijn kinderen niet ziet. Of juist dat de vrouw veel moeite doet om te zorgen dat de kinderen goed contact hebben met de vader. De behandelaren zien dat het beter gaat met de kinderen. Kinderen zitten in het begin vaak vast; ze durven of mogen niet praten over het geweld dat thuis heeft plaatsgevonden. Gedurende de behandeling wordt het voor kinderen normaler om over het geweld te praten. Er zijn kinderen die beter gaan slapen, of kleine ontwikkelingssprongen maken. Het hoeft echter niet altijd duidelijk zichtbaar te zijn, soms is het moeilijk om te merken dat het beter gaat met kinderen. Ouders zien dit niet altijd, het is afhankelijk van hoe sensitief ouders zijn of ze merken dat het beter gaat met hun kind. Bij sommige gezinnen is het geweld helemaal gestopt na een intensieve periode van behandelen. ‘Zo is er een gezin waar de vader geen contact meer heeft met 30

het gezin, en in principe is het dan altijd wel veilig. En in een ander gezin is er rust gekomen doordat ouders zijn gescheiden, en daar is nu goed contact tussen ouders’, vertelt een behandelaar. Het kan ook zijn dat er geen (fysiek) geweld meer is, maar ouders nog steeds veel ruzie maken, wat stress oplevert bij de kinderen. En het komt voor dat de behandelaren geen grip krijgen op de situatie. Ondanks een partnerrelatie-traject vinden er ernstige incidenten plaats. Als het onveilig blijft, komt moeder soms ook tot de conclusie dat het zo niet langer gaat. ‘Dan staat er een vrouw die nog steeds veel moet verwerken, maar die wel de regie in eigen handen neemt en gaat scheiden van haar partner’, aldus een behandelaar. Het belang van de kinderen wordt dan voorop gesteld. De ouder verlegt de focus van strijd met de ex-partner naar invulling geven aan haar eigen leven met de kinderen en het proces om als afzonderlijke ouder verder gaan. Kortom, behandelaren merken op dat ze in veel gezinnen progressie zien, maar dit gaat met kleine stapjes. Soms is er lange tijd het gevoel dat er weinig beweging is, en dan opeens is er een verandering. 3.3.2. Moment van afsluiten Switch-traject Als er nog maar twee organisaties betrokken zijn bij het gezin (in plaats van vier) wordt de hulp vanuit Switch afgesloten.

Het kan wel voorkomen dat sommige individuele gezinsleden in het kader van herstelgerichte zorg nog hulp blijven ontvangen vanuit een van de organisaties die samen Switch vormen. In de meeste gevallen wordt eerst de risicogestuurde zorg afgerond, terwijl de herstelgerichte zorg nog enige tijd doorgaat (conform de landelijke visie Gefaseerd samenwerken voor veiligheid). Het blijft volgens de behandelaren lastig om een duidelijk eind te bepalen voor de hulp van Switch: ‘het staat niet vast waar je wil eindigen als behandelaar’. In sommige gezinnen komt het voor dat het Switch-team aangeeft dat het maximale voor dat moment in de behandeling is bereikt, maar dat er nog steeds zorgen zijn of stressfactoren spelen in het gezin. Dan is het aan de regievoerder om het gezin verder in de gaten te houden en mogelijk komt er later een moment dat behandeling wel geschikt is voor dit gezin.

3.4.

Reflectie op werken volgens de methodiek

3.4.1.

Meerwaarde van een Switch-team

De behandelaren zien als belangrijke meerwaarde het geïntegreerd werken door mensen met een verschillende achtergrond en expertise van verschillende organisaties. Alle gezinsleden worden betrokken bij de hulpverlening. Dit zorgt ervoor dat een goed beeld ontstaat van de gezinsdynamiek, want met beide ouders en kinderen wordt besproken wie wat heeft gezien en tegelijkertijd wordt de problematiek van het gehele gezin aangepakt. Dit is anders in de reguliere zorg. Bij jeugdzorg worden de kinderen behandeld en als dan blijkt dat ouders veel persoonlijke problemen hebben, waardoor ze de kinderen niet goed kunnen opvangen en steun kunnen bieden, is niet direct hulp aan de ouders mogelijk. Switch biedt zowel praktische hulp als therapie, waardoor de behandeling meer oplevert. Een belangrijk pluspunt is ook dat er tijdens het traject regelmatig gezamenlijk besprekingen zijn over casuïstiek waar behandelaren die wel en niet zijn betrokken bij het gezin gezamenlijk de probleemanalyse doen in een open sfeer, waarin men elkaar scherp houdt door vragen te stellen en feedback te geven. Hierdoor komen veel verschillende aspecten en zienswijzen aan bod en is er ‘een helikopter view’: alle aspecten en perspectieven (kind, vader, moeder) worden meegenomen. Zo is er een goede inschatting mogelijk van de gewenste interventies en de timing van de hulp voor de verschillende gezinsleden.

De kracht van Switch is maatwerk: dat wat nodig is om tot verandering te komen en aansluit bij het gezin, wordt ingezet. Een ander belangrijk voordeel van het Switch-team is, dat de deelnemers elkaar steunen in het ingewikkelde proces om met de gezinsleden tot verandering te komen. Het stoppen van het geweld, het verwerken van trauma’s en het verbeteren van de hechting is een langdurig proces van vallen en opstaan. Binnen het team is er discussie over wat je als professional moet toestaan aan omgangsvormen en incidenten binnen gezinnen. Wanneer is er actie nodig omdat het te onveilig is, wanneer moet je het tempo van de gezinsleden volgen 31

en wanneer moet er echt geduwd worden? Behandeling van deze doelgroep is zwaar, daarom is er vaak een doorverwijzing naar weer een andere hulpverlener, bijvoorbeeld omdat de professional zich niet competent voelt. Door te werken als team kan de zwaarte van de behandeling en begeleiding worden gedeeld. Ook de kleine succesmomenten worden benoemd. Het is daarom beter vol te houden. De kans is groter dat er continuïteit is in de behandeling. Een behandelaar tijdens een groepsgesprek: ‘Het geweld is niet morgen gestopt en daar ben je minimaal een jaar met elkaar voor aan het werk, waarbij je constant met elkaar bespreekt en afweegt wat nodig is. Daardoor kan je ingewikkelde dingen doen, terwijl je in je eentje misschien eerder het gezin had overgedragen naar een andere organisatie. Daarnaast ook het gezamenlijk dragen van soms moeizame vooruitgang bij volwassenen, dat ze zo beschadigd zijn dat het lang duurt eer ze die sensitieve rol naar kinderen kunnen nemen. Het is fijn als je dat niet in je eentje ervaart, maar dat je collega’s daar ook tegenaan lopen.’ Meerwaarde van het Switch-team is ook dat cliënten het prettig vinden dat er veel communicatie is tussen de behandelaren van het team. Het heeft tot gevolg dat er versnelling is in het behandelproces, zo brengen behandelaren naar voren. Ook hoeven cliënten hun verhaal minder vaak te vertellen.

Behandelaren die de kinderen zien, merken op dat kinderen zich gehoord voelen. Ook lukt het om, gezamenlijk met de kinderen, het perspectief en de stem van het kind beter te laten horen bij zowel ouders als de jeugdbescherming. Kortom, door de samenwerking in het Switch-team kan kwalitatief goede hulp geboden worden aan alle gezinsleden, die aansluit bij wat nodig is. De hulp is daardoor ook bij stagnatie in het veranderproces vol te houden, waardoor uiteindelijk verandering plaatsvindt. Bovendien kunnen de hulpverleners elkaar ondersteunen waardoor het werk langer vol te houden is. 3.4.2. Uitdagingen voor de toekomst De belangrijkste uitdagingen die naar voren komen zijn nog meer systemisch werken en aandacht voor plegers, verbeteren van de veiligheidsplannen en

meer aandacht voor huisvesting. Daarnaast zijn er een aantal meer procedurele punten. Integraal systemisch werken doorontwikkelen Behandelaren zien dat bij Switch integraal gewerkt wordt, en ook systemisch, maar hierin kan nog doorontwikkeling plaatsvinden. Het zou goed zijn vaker dan nu met alle partijen en betrokkenen van het gezin in één kamer gesprekken te voeren, dus met het gehele gezin tegelijk aan het werk, in plaats van apart met de kinderen en ouders in gesprek. Dit versterkt de gezamenlijkheid. Ook de grootouders zouden erbij betrokken moeten worden, zeker als zij een rol hebben in de geweldsdynamiek. Een behandelaar: ‘De bovenlaag van ouders, oma’s en opa’s, hebben in veel culturen nog wat meer te zeggen. Het sociale netwerk kan je er nog wat meer bij betrekken. De bovenlaag doet iets, die kan een beetje roet in het eten gooien’. Daarnaast komt uit enkele gesprekken naar voren dat vooral met de vrouwen gesproken wordt over de cirkel van geweld en de achterliggende factoren van de geweldsdynamiek. Er is een groep plegers die het geweld ontkennen en niet aanspreekbaar zijn op het creëren van een veilige relatie met partner en kinderen. Het kan lastig zijn om als integraal team zowel de veiligheid te bevorderen als bij de plegers aan te sluiten die het geweld ontkennen en het gevoel hebben dat ze niet worden gehoord (zie ook hoofdstuk 4 over de ervaringen van vaders).

Een andere uitdaging is om het traject voor kinderen te verkorten. Kinderen lijden onder de taaiheid van de problematiek die vaak bij ouders speelt. Ouders kunnen dan nog niet voor verlichting bij de kinderen zorgen, omdat ze te veel bezig zijn met hun eigen problematiek. Behandelaren geven aan dat het nodig is te bekijken hoe kinderen sneller hulp en ondersteuning kunnen krijgen die eraan bijdraagt dat het beter met ze gaat. Veiligheidsplannen Een ander punt betreft de veiligheidsplannen. Voorafgaand aan de hulp door Switch dient er een concreet veiligheidsplan te liggen dat aansluit bij 32

de mogelijkheden van het gezin. Behandelaren merken op dat de doelen niet altijd concreet genoeg zijn, de gemaakte afspraken te licht zijn of dat nietrealistische doelen worden opgesteld voor het gezin: de doelen zijn te hoog gegrepen, ‘te olympisch’. De doelen lijken meer gebaseerd te zijn op hoop dan dat het haalbaar is voor het gezin. In veiligheidsplannen is er bovendien vaak geen termijn verbonden aan het halen van de doelen.

uit te vragen. Er is behoefte aan een checklist voor de aanmeldbespreking. Hierdoor is er meer houvast wat aan de orde moet komen bij de aanmeld­ bespreking. Ook is de vraag wanneer de MASIC afgenomen moet worden; hiervoor wordt een beslisboom gemaakt. Een ander punt is of het afnemen van de intake door een of meer vaste behandelaren moet gebeuren. Nu is er één vaste behandelaar, en dit kan vertraging opleveren.

Huisvesting of tijdelijk onderdak bieden Het ontbreken van huisvesting of tijdelijke woonruimte wordt genoemd als knelpunt. Als er structurele onveiligheid is, en een time-outregeling niet werkt, is het noodzakelijk dat er een plek is om naar toe te gaan. Om veiligheid te creëren is het soms noodzakelijk dat een van de ouders (tijdelijk) ergens anders gaat wonen. Ook als het besluit is genomen om uit elkaar te gaan is het ontbreken van huisvesting een knelpunt. Dit is weliswaar een heel praktisch punt, maar wel een belangrijke voorwaarde om een goede behandeling te kunnen bieden. Zoals eerder naar voren kwam, kan de situatie veiliger worden als ouders niet meer samenwonen en uit elkaar gaan. ‘Als bijvoorbeeld een moeder geen huisvesting heeft, kan ze geen rust vinden, waardoor ze haar kinderen in het behandeltraject niet kan bijstaan’, zegt een behandelaar.

3.5.

Praktische of procedurele aspecten Tot slot komen meer praktische problemen naar voren. Uit de observaties blijkt dat bij aanmelding van de gezinnen vaak vertraging ontstaat doordat het niet goed loopt met formulieren die externe organisaties moeten aan­­ leveren. Voorheen was er een procesbewaker die het Switch-team hieraan hielp herinneren. Het zou helpen als er opnieuw een procesbewaker komt die hierop kan toezien. Een ander punt dat uit de observaties naar voren kwam, is dat het niet duidelijk wordt of de afgesproken acties ook worden uitgevoerd: in het wekelijks teamoverleg komt niet terug of de afspraken van het vorige overleg zijn nagekomen. Een ander punt betreft de intake met het gezin. De intake wordt steeds uitgebreider. De vraag die speelt binnen Switch is hoe belangrijk het is om alle items

Conclusie

Door een Switch-traject is in veel gezinnen progressie te zien. Soms is er lange tijd het gevoel dat er weinig beweging is, en dan opeens is er een verandering. Er is verbetering in de communicatie tussen partners en tussen ouders en kinderen, het gaat beter met de kinderen en de veiligheid is vergroot. Door de samenwerking in het Switch-team kan kwalitatief goede hulp geboden worden aan alle gezinsleden, die aansluit bij wat nodig is. De hulp is ook bij stagnatie vol te houden, waardoor uiteindelijk verandering plaatsvindt. Bovendien ervaren hulpverleners steun aan elkaar, waardoor het werk langer vol te houden is. Er zijn ook uitdagingen voor de toekomst: het integrale en systeemgerichte werken kan nog worden versterkt, veiligheidsplannen zouden concreter kunnen, en huisvesting voor (tijdelijk) gescheiden ouders is van belang voor het vergroten van de veiligheid. Ook op praktische punten rond de instroom en intake zijn verbeteringen wenselijk.

33

4

Ervaringen van gezinsleden

In dit hoofdstuk staat het perspectief van ouders en kinderen centraal. Wat zijn hun verwachtingen en ervaringen met de geboden hulp door Switch? We beschrijven eerst de achtergrond en ontvangen hulp op grond van de registratiegegevens en de gesprekken. Vervolgens gaan we in op de verwachtingen en geboden hulp. We besluiten het hoofdstuk met de resultaten van het Switchtraject en punten ter verbetering die naar voren zijn gebracht.

4.1.

Achtergrond geïnterviewde gezinnen

Er is gesproken met vier mannen, drie vrouwen en één kind, en het gaat om zes gezinnen. In een geval is met een moeder en een van haar kinderen gesproken en daarnaast is gesproken met een vrouw en man die uit elkaar zijn. 4.1.1.

Algemene achtergrondkenmerken

De volwassenen met wie we hebben gesproken zijn tussen de 40 en 55 jaar oud. Bij vijf van de zes geïnterviewde gezinnen zijn de partners uit elkaar; bij het andere gezin waren de partners nog bij elkaar ten tijde van het interview. Bij de vijf gezinnen waar partners uit elkaar zijn, wonen de kinderen bij moeder. Bij één gezin heeft moeder ook kinderen met een eerdere partner, daarvan wonen de kinderen zowel bij vader als moeder.

Bij drie van deze vijf gezinnen is omgang opgestart tussen vader en de kinderen. Bij twee gezinnen loopt dit nu goed en is er ook goed contact tussen de man en vrouw. Bij één gezin loopt nog een rechtszaak over de omgang met de vader. Bij vijf gezinnen is de hulp van Switch afgesloten, bij het andere gezin werd de hulp bijna afgesloten ten tijde van het interview. Twee gezinnen geven aan dat de hulp van Switch is overgedragen naar het Ouder- en Kindteam (OKT). 4.1.2. Hulpverleningsachtergrond zes gezinnen Met de vrouwen en mannen is gesproken over de hulp voorafgaand aan het Switch, waaronder hulp door de politie. Hulp voorafgaand aan het Switch-traject Bij alle zes gezinnen is na een incident de politie gebeld. Vier mannen hebben naar aanleiding hiervan een Tijdelijk Huisverbod of contactverbod gekregen. Bij alle gezinnen is de jeugdbescherming betrokken geraakt. Bij vier gezinnen hebben de vrouw en kinderen (niet altijd direct na het incident) in de vrouwenopvang gezeten. Switch is via de Blijf Groep, jeugdbescherming of Samen Doen betrokken geraakt. Uit de gesprekken komt naar voren dat in drie gezinnen eerder hulp was vanuit het wijkteam, school en/of een psycholoog. Uit de registratiegegevens blijkt echter dat er meer hulp is geboden.8 Hulp tijdens het Switch-traject De gezinsleden hebben verschillende vormen van hulp ontvangen tijdens het Switch-traject.

Zo hebben drie gezinnen zowel relatiegesprekken als individuele gesprekken gehad. Dit konden gesprekken zijn met een maatschappelijk werker, een traumatherapeut of opvoedondersteuning. De andere drie gezinnen

8 Het is bekend dat respondenten niet altijd weten welke hulp er in de afgelopen jaren is geweest voor zichzelf, de kinderen of hun (ex-)partner (Tierolf et al., 2010; Steketee et al., 2020).

34

hebben enkel individuele hulp gekregen. Daarnaast hebben de kinderen hulp gehad vanuit Switch. De interviews met cliënten laten zien dat bij één gezin traumatherapie is opgestart voor de vrouw. Deze hulp werd pas later in het Switch-traject opgestart, zodat eerst traumahulp aan kinderen geboden kon worden. De vrouw wilde zelf pas later een traumabehandeling, zodat ze er voor de kinderen kon zijn als zij traumatherapie kregen. De andere vrouw geeft aan geen traumatherapie te hebben ontvangen. Van de andere drie gezinnen is het onduidelijk of de vrouw traumatherapie heeft gehad, omdat alleen de man is geïnterviewd. Als we naar traumabehandeling bij de mannen vragen, blijkt dat één man gesprekken heeft gehad met BRight GGZ (traumatherapeut). Uit de gesprekken met de volwassenen komt naar voren dat in vier gezinnen de man gesprekken heeft gehad met een behandelaar van De Waag. Een vrouw geeft aan dat de man hulp kreeg vanuit verslavingszorg. Een andere vrouw benoemt dat haar partner alcoholverslaafd was, maar het is onduidelijk of hij daar hulp voor heeft gekregen. De interviews met ouders laten zien dat een deel van de kinderen traumatherapie heeft gekregen vanuit Switch. Bij twee gezinnen kreeg een van de kinderen ook hulp vanuit een andere organisatie voor de problematiek, zoals De Bascule.

Vier van de zes gezinnen geven aan dat er met regelmaat gesprekken waren tussen de gezinscoördinator van het Switch-team, beide partners en de regievoerder. Deze gesprekken gingen over hoe het op dat moment ging. Twee mannen zeggen dat deze gesprekken er niet waren. Een man geeft aan dat van begin af aan ieder een eigen traject had. De andere man gaf aan dat helemaal aan het begin er wel een gesprek is geweest met iemand van het Switch-team, zijn ex-partner en de regievoerder, maar gedurende het traject niet meer.

4.2.

Verwachtingen en afspraken bij de start van Switch

Alle geïnterviewden zeggen dat de hulp vanuit Switch een vrijwillige keuze was, al geeft één vrouw tegelijk aan dat de jeugdbescherming het deed lijken alsof het verplicht was: ‘In principe heb je niet zoveel te willen.’ De gesproken vrouwen en mannen vinden het lastig om terug te halen wat precies hun verwachtingen waren voordat gestart werd met het Switch-traject en welke afspraken er zijn gemaakt. Mannen benadrukken dat zij hun relatie wilden redden of het contact met kinderen wilden herstellen. Zij verwachtten dat er concrete adviezen zouden worden gegeven en dat de relatie daarmee gered kon worden. De vrouwen zeggen daar niets over. Enkele geïnterviewden geven aan dat zij verwachtten dat Switch een goede behandeling zou zijn vanwege de samenwerking tussen de verschillende organisaties. Eén vrouw geeft aan dat ze verwacht had dat ze door de samenwerking haar verhaal niet telkens opnieuw hoefde te vertellen, maar dat viel haar tegen. Enkele volwassenen zeggen dat ze verwachtten snel hulp te krijgen nadat het duidelijk was dat ze een intake bij Switch zouden hebben, maar dit bleek niet het geval: het duurde lang voordat bekend was of het gezin geschikt was, of door de zomervakantie kon de hulp pas na de zomer starten.

De ouders weten niet meer precies wat voor afspraken er zijn gemaakt, maar enkele weten nog dat er een veiligheidsplan is opgesteld waarin afspraken staan over wat ze moeten doen als er ruzie is. De man van het stel dat bij elkaar is gebleven geeft aan dat dit werkte: ‘Doordat je deze afspraken had - ik moest naar buiten en frisse lucht halen, mijn vriendin moest binnen blijven en daar rustig worden - kwam je tot bezinning.’ Daarnaast benoemen enkele ouders dat er doelen waren waaraan gewerkt moest worden, bijvoorbeeld dat er een omgangsregeling komt. Deze doelen werden, zo geven enkele mannen aan, als te abstract ervaren of te algemeen: geen drugsgebruik en geen gewelddadigheden.

35

4.3.

Ervaren hulp van Switch

Uit de interviews blijkt dat er grote verschillen in beleving zijn. De drie vrouwen en de man wiens relatie door het Switch-traject is verbeterd, zijn over het algemeen tevreden over het Switch-traject; zij voelen zich geholpen en gerespecteerd. Ook hebben ze het gevoel dat zij de regie hebben over de behandeling in die zin dat er niet over het gezin werd beslist, maar dat er in overleg besluiten werden genomen. Zo geeft een vrouw aan: ‘Alles kon overlegd worden, en er werd meegedacht en geluisterd. Ook kon ik aangeven als ik het niet eens was met hoe iets was opgeschreven in een verslag.’ Drie mannen zijn negatief, omdat hun doel de relatie te herstellen of het contact met de kinderen te herstellen, niet is bereikt. Een van de mannen erkent dat de behandelaren kunnen helpen om het contact met de kinderen te verbeteren maar uiteindelijk is het aan de kinderen of zij hem willen zien. Hij voelt zich gehoord en heeft meer inzicht in zichzelf, de kinderen en de situatie gekregen. De andere twee mannen voelen zich niet gehoord. Uit de gesprekken komt naar voren dat ze het geweld en de onveiligheid ontkennen, en alleen ondersteuning willen in het weer opbouwen van een relatie met de ex-partner. In beide gevallen is de vrouw met de kinderen gevlucht naar de vrouwenopvang.

We zien hier een discrepantie tussen enerzijds aan een Switch-traject willen deelnemen, maar anderzijds niet gemotiveerd zijn of in staat zijn om te veranderen, zoals ook door behandelaren is aangegeven in hoofdstuk 3. We gaan achtereenvolgens in op de relatiegesprekken, individuele hulp aan volwassenen, hulp aan de kinderen en samenwerking tussen behandelaren en jeugdbescherming. 4.3.1.

Relatiegesprekken

Als het mogelijk is, worden partnerrelatiegesprekken gevoerd. Uit de gesprekken met vrouwen en mannen komt naar voren dat soms tijdens deze relatiegesprekken blijkt dat een van de partners (de man) niet in staat is te

reflecteren op zijn eigen rol en dominant aanwezig is. De drie gezinnen die gezamenlijke gesprekken hebben gehad met het Switch-team zijn hier wisselend over, en dit hangt samen met de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen (gewelddadige) gedrag. De man wiens relatie is verbeterd, geeft aan dat hij en zijn partner hier veel aan hebben gehad. Ze kregen opdrachten mee, waarmee ze aan de slag gingen. Een vrouw geeft daarentegen aan dat de relatiegesprekken niet goed werkten en ook maar enkele keren hebben plaatsgevonden, omdat de partner zeer dominant aanwezig was in deze gesprekken. Behandelaren waren niet in staat zijn wantrouwen weg te nemen. Haar verhaal kreeg daardoor geen of te weinig ruimte. In het andere geval blijkt uit het gesprek met de man dat hij het geweld ontkent en de hulpverlening de schuld geeft dat de vrouw geen contact meer wil met hem. En dat er daarom geen relatiegesprekken meer waren. Bovenstaande sluit aan bij wat ook de behandelaren stellen: relatiegesprekken hebben alleen zin als beide partners kunnen reflecteren op hun eigen gedrag. 4.3.2. Individuele hulp aan volwassenen Uit de gesprekken komt naar voren dat de meeste volwassenen tevreden zijn over de individuele hulp die ze hebben gekregen: er werd naar ze geluisterd, ze konden hun verhaal kwijt en ze vonden de behandelaar prettig in het contact.

Wel wordt benoemd dat het soms veel gesprekken waren, en dat de klik met de ene behandelaar beter was dan met een andere. De drie vrouwen geven aan dat ze alles konden bespreken tijdens de gesprekken die ze gevoerd hebben en ze hadden het idee dat ze zichzelf konden zijn. Ook werd gesproken over het geweld in de relatie. Zo geeft een vrouw aan dat ze meer inzicht heeft gekregen in wat ‘normaal’ gedrag is in een relatie. Een andere vrouw heeft handvatten gekregen hoe ze met haar ex-partner om kan gaan, en ze heeft geleerd om haar grenzen beter aan te geven. Een man geeft aan dat hij heeft leren praten over wat hij wil en wat hem dwarszit, niet alleen met zijn partner, maar ook met zijn zoon. En een andere man zegt dat de individuele gesprekken prettig waren, dat er goed werd geluisterd, 36

maar dat hij had gehoopt dat het contact met zijn kinderen zou verbeteren. Twee mannen zijn minder tevreden over de individuele hulp die ze gekregen hebben. Deze mannen geven aan dat behandelaren luisterden en dat ze hun hart konden luchten, maar ze hadden niet het idee dat ze geholpen werden. Ze willen adviezen en duidelijke handvatten gericht op herstel van het contact met hun ex-partner. De zorgen over geweld worden door hen niet als aandachtpunt genoemd in hun behandeling. Dit betekent dat de behandelaar deze mannen niet kan bereiken in het gesprek over de onveiligheid en het belang van veiligheid voor een relatie met partner en kinderen. Uit de gesprekken met de vrouwen komt voorgaande constatering ook naar voren. Twee vrouwen geven aan dat ze niet het idee hebben dat de hulp hun man veranderd heeft. Zo geeft een vrouw aan dat er niet (genoeg) is gedaan aan zijn persoonlijkheidsstoornis en een andere vrouw beschrijft: ‘Hij heeft een sterk karakter en is moeilijk te stoppen, ik had niet het idee dat behandelaren de expertise hadden om hem rustig te krijgen.’ De derde vrouw is wel heel tevreden over de hulp die haar ex-partner heeft gekregen: ‘Ze wisten hoe ze met hem om moesten gaan en hij had ook respect voor de behandelaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11888616/1