Eindrapport Verwey Jonker Integrale-behandeling-van-gezinsleden-bij-huiselijk-geweld.pdf
Tekst van het document
Procesevaluatie Switch
Integrale behandeling van gezinsleden bij huiselijk geweld Katinka Lünnemann Milou Lünnemann
Integrale behandeling van gezinsleden bij huiselijk geweld Procesevaluatie Switch
Katinka Lünnemann Milou Lünnemann Met medewerking van Romie Schonewille Youp Dusault Anne Lemmens
Utrecht, maart 2022
2
Inhoud Voorwoord5 Samenvatting6 1 Inleiding 1.1. Achtergrond ontwikkeling Switch 1.1.1. Integrale en gezinsgerichte aanpak bij geweld in gezinnen 1.1.2. Gefaseerd samenwerken aan veiligheid 1.2. Op maat gezinsbehandeling Switch 1.2.1. Doel en doelgroep 1.2.2. Werkwijze Switch 1.3. Verantwoording van het onderzoek 1.3.1. Doel onderzoek en onderzoeksvragen 1.3.2. Methodologische verantwoording 1.4. Opzet van het rapport
8 8 9 11 13 13 14 16 16 16 19
2 Switch in de praktijk 2.1. Doelgroep 2.1.1. Gezinnen die een intake bij Switch hebben gehad 2.1.2. Gezinnen in behandeling bij Switch 2.2. Werken volgens de uitgangspunten 2.2.1. Analyse en indicatiestelling 2.2.2. De behandeling: stap twee en drie 2.3. Welke middelen en randvoorwaarden zijn nodig 2.3.1. Toeleiding en motivering 2.3.2. Financiering 2.3.3. Stuurgroep 2.4. Conclusie
20 20 20 20 21 21 22 23 24 24 24 25
3 Werkwijze van het integrale behandelteam 3.1. Samenwerking binnen Switch-team 3.1.1. Gezamenlijk verantwoordelijk voor systeemgericht werken 3.1.2. Informatiedeling tijdens teamoverleg 3.1.3. Betrokkenheid teamleden 3.2. Hulp vanuit Switch 3.2.1. Maatgerichte hulp aan partners 3.2.2. Hechtingsgericht werken 3.2.3. Behandelthema’s en interventies 3.3. Wat zijn de resultaten van de behandeling? 3.3.1. Veranderingen bij gezinnen 3.3.2. Moment van afsluiten Switch-traject 3.4. Reflectie op werken volgens de methodiek 3.4.1. Meerwaarde van een Switch-team 3.4.2. Uitdagingen voor de toekomst 3.5. Conclusie
26 26 26 26 27 28 28 29 30 30 30 31 31 31 32 33
4 Ervaringen van gezinsleden 4.1. Achtergrond geïnterviewde gezinnen 4.1.1. Algemene achtergrondkenmerken 4.1.2. Hulpverleningsachtergrond zes gezinnen 4.2. Verwachtingen en afspraken bij de start van Switch 4.3. Ervaren hulp van Switch 4.3.1. Relatiegesprekken 4.3.2. Individuele hulp aan volwassenen 4.3.3. Hulp aan de kinderen 4.3.4. Samenwerking 4.4. Resultaten en verbeterpunten 4.4.1. Resultaten 4.4.2. Verbeterpunten 4.5. Conclusie
34 34 34 34 35 36 36 36 37 37 38 38 38 39 3
5 Samenwerking met netwerkpartners 5.1. Driehoek regievoerder–Switch–gezin 5.1.1. Directe veiligheid en risicogestuurde zorg 5.1.2. Dilemma: melden of vertrouwen? 5.1.3. Verantwoordelijkheid regievoerder en Switch-team 5.2. Samenwerken bij directe veiligheid risicogestuurde zorg 5.2.1. Rol Switch bij inschatten directe veiligheid in voorveld 5.2.2. Switch en de inzet van het strafrecht 5.3. Conclusie
41 41 41 42 43 43 43 43 44
6 Conclusie en aandachtspunten 6.1. De Switch-methodiek 6.1.1. Doelgroep 6.1.2. Uitvoering Switch-traject 6.1.3. Werkzame elementen 6.2. Aandachtspunten voor doorontwikkeling
46 46 46 47 49 50
Literatuur53
4
Voorwoord Het is een enorme opgave om een vernieuwende methodiek te ontwikkelen voor gezinnen die te maken hebben met jarenlange ernstige onveiligheid, een methodiek die systeemgericht is en ook integraal doordat in één team verschillende organisaties samenwerken. Het Switch-team is, samen met de organisaties waar de mensen werkzaam zijn, deze uitdaging aangegaan. In de afgelopen jaren is de Switch-methodiek ontwikkeld en vastgelegd in het werkdocument Programma Integrale Behandeling Huiselijk Geweld. Methodiek voor het doorbreken van structurele geweldspatronen in gezinnen. De methodiek is nog in ontwikkeling. Het onderzoek waarvan in dit rapport de resultaten staan beschreven, is bedoeld om bij te dragen aan het verder ontwikkelen van de methodiek. Wij willen de behandelaren en ondersteuners bedanken voor hun openheid bij het spreken over dilemma’s en dat zij ons wilden toelaten bij de teamvergaderingen. De deskundigen willen we bedanken voor hun tijd en het gezamenlijk nadenken over hoe we gezinnen waar complexe problemen spelen vanuit een integrale aanpak kunnen helpen. We zijn de cliënten dankbaar voor het willen delen van hun ervaringen. Speciaal willen we Hester Mobach bedanken voor haar tijd en enthousiasme en het geduld om aanvullende vragen te beantwoorden.
Het onderzoek is mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het programma Geweld Hoort Nergens Thuis en de gemeente Amsterdam.
5
Samenvatting Switch is een integrale en systeemgerichte aanpak voor gezinnen waar sprake is van structurele onveiligheid, en waar een langdurig traject nodig is om de veiligheid te vergroten door risicogestuurde zorg en te komen tot duurzaam herstel. Switch is in 2018 gestart en wordt uitgevoerd door een vast team van behandelaren en ondersteuners van vier instellingen (De Waag, BRight, Altra en Blijf Groep). Het uiteindelijke doel van Switch is het doorbreken van de intergenerationele overdracht van huiselijk geweld. Switch is een methodiek die in de praktijk is ontwikkeld en in 2020 is vastgelegd in een werkdocument.
Methode van onderzoek Het onderzoek naar de uitvoering van Switch is een procesevaluatie met als doel inzicht te krijgen in de uitvoering van de methodiek. Wordt de doelgroep bereikt die is beoogd? Hoe wordt de methodiek uitgevoerd en worden de uitgangspunten van de Switch in de praktijk gehanteerd? En wat zijn de werkzame elementen? Er is inzicht verkregen in de uitvoering van Switch en de ervaringen van cliënten door interviews te houden met professionals en cliënten, door analyse van documenten, registratie en observaties van teambesprekingen, en via focusgroepen met externe partners.
Resultaten Tot augustus 2021 hebben 30 gezinnen een intake gehad, zijn 14 gezinnen gestart met het Switch-traject en hebben zeven gezinnen Switch afgerond. De gezinnen die na de intake zijn ingestroomd kampen met verschillende problemen, er is een complexe problematiek en ernstig structureel geweld. In een meerderheid van de gevallen gaat het om eenzijdig geweld van man naar vrouw, maar soms is er ook direct geweld tegen de kinderen. Er is politiecontact
geweest en vaak is een Tijdelijk Huisverbod (THV) of straatverbod opgelegd, en/of is de vrouw met kinderen naar de vrouwenopvang gegaan. Regelmatig is sprake van middelengebruik. Er spelen traumaklachten bij volwassenen en kinderen, er is hechtingsproblematiek en er zijn gedragsproblemen en/of een ontwikkelingsachterstand bij kinderen als gevolg van het geweld in het gezin. Na de intake is er voorafgaand aan de behandeling een intensieve integrale analyse om helderheid te krijgen over onder meer geweldsdynamiek, de motivatie tot deelname aan Switch en over de vraag of de veiligheid voldoende is geborgd. Van de gezinnen die wel aan de criteria voldoen, zijn na deze integrale analyse alsnog gezinnen afgewezen omdat zij niet voldeden aan de voorwaarde van voldoende veiligheid en een uitgewerkt veiligheidsplan ontbrak. Zes van de 30 gezinnen die een intake hebben gehad zijn daarom na de intake niet doorgestroomd. Redenen dat gezinnen geen Switch-traject starten zijn: ernstige psychiatrische of verslavingsproblematiek, gebrek aan motivatie of te grote onveiligheid. Dit is conform de in de methodiek omschreven criteria; de gezinnen die het Switch-traject volgen behoren tot de beoogde doelgroep.
Belangrijk in de behandelfase is zowel het verminderen van risicofactoren die onveiligheid veroorzaken, als het inzetten op herstel door het verminderen van de schadelijke gevolgen van het geweld. Bovendien staat het kind centraal en is de behandeling gericht op het verbeteren van de hechting: het contact tussen kinderen en hun ouders. Switch-trajecten zijn langdurige trajecten van meer dan een jaar waarin kleine en grote successen worden geboekt. Een goed op elkaar ingespeeld team dat elkaar vertrouwt en waar mensen zich kwetsbaar opstellen wordt gezien als voorwaarde voor succes. Hierdoor kan het team hulp bieden aan moeilijke gezinnen en dit volhouden, ook als er geen beweging naar verbetering lijkt te zijn. De samenwerking in het Switch-team draagt bij aan het doorzetten van de begeleiding en behandeling waardoor de veiligheid duurzaam wordt vergroot, trauma’s worden verwerkt en de relatie tussen ouders en kinderen verbetert.
6
Om tot voldoende veiligheid in het gezin te komen is samenwerking in de driehoek regievoerder -Switch - gezin cruciaal. Deze driehoeksverhouding is in de praktijk vol uitdagingen. Het is belangrijk dat de regievoerder de veiligheidsafspraken handhaaft en actief betrokken blijft bij het gezin als het in behandeling is bij Switch. Op het moment dat er problemen ontstaan tijdens het Switch-traject kan er dan goed worden geschakeld tussen regiehouder en het Switch-team, wat leidt tot meer veiligheid en rust in de gezinnen. Voor de groep gezinnen waar veel onveiligheid is, de pleger alles ontkent en de vrouw heel bang is, wordt veel onmacht ervaren in het bereiken van voldoende veiligheid. Een strafrechtelijke maatregel kan dan ondersteunend zijn.
Een lange adem geeft resultaat Switch sluit aan bij de mogelijkheden van de individuele gezinsleden en de aanwezige gezinsdynamiek; de hulp wordt gedoseerd en aangeboden vanuit wat nodig is. Hierdoor voelen gezinsleden zich gehoord, gemotiveerd en ondersteund. Kleine successen dragen bij aan de motivatie om door te zetten. Bovendien biedt Switch tegelijk praktische hulp en therapie, wat een belangrijke voorwaarde is om tot verandering te komen: praktische ondersteuning draagt bij aan meer rust in het gezin en er is ruimte voor het psychische proces van verandering. In alle gezinnen is meer veiligheid. Er is verbetering in de communicatie tussen partners onderling en tussen ouders en kinderen. Ouders gaan bewuster naar zichzelf kijken en het gaat beter met de kinderen. Kinderen zitten in het begin vaak vast; ze durven of mogen niet praten over het geweld dat thuis heeft plaatsgevonden. Gedurende de behandeling wordt het voor kinderen normaler om over het geweld te praten. Daarnaast zijn er kinderen die beter gaan slapen of kleine ontwikkelingssprongen maken. Het lukt behandelaren, gezamenlijk met de kinderen, het perspectief en stem van kinderen beter te laten horen bij zowel ouders als de jeugdbescherming.
De kracht van Switch is dat er echt maatwerk wordt geleverd vanuit gebundelde expertise van forensische ggz, jeugdhulp, volwassenen ggz en maatschappelijke ondersteuning. De kans is groter dat er continuïteit is in de behandeling.
Aandachtspunten voor doorontwikkeling Er zijn een aantal aandachtspunten voor de doorontwikkeling. Allereerst gaat het om de beoogde doelgroep. Deze wordt bereikt, maar in een klein aantal gezinnen met grote onveiligheid is de pleger niet gemotiveerd voor verandering, waardoor het zwaartepunt van het Switch-traject ligt op zorg voor veiligheid en niet op risicogestuurde zorg en herstel van alle gezinsleden. Deze kleine groep vraagt om verdieping. Ten tweede verdienen kinderen een gevarieerder aanbod aan hulp. Ten derde is het belangrijk dat de randvoorwaarden op orde zijn. Door de verschillen in financiering en de wachtlijstenproblematiek kan Switch niet altijd starten als het nodig is. Soms konden hierdoor geen intakes plaatsvinden en gezinnen niet starten met een Switch-traject. Tot slot: er is nog weinig inzicht in de effecten van Switch wat betreft bereiken van stabiele veiligheid, vermindering van trauma’s en het versterken van de hechting. Aanvullend onderzoek is nodig om hierin meer inzicht te verkrijgen.
7
1
Inleiding
In dit hoofdstuk staan we stil bij de achtergrond van Switch: een methodiek die is opgezet vanuit de noodzaak specialistische behandeling in te zetten voor een specifieke groep gezinnen waar het structureel onveilig is. Nadat we zijn ingegaan op de reden om Switch te ontwikkelen (1.1), gaan we in op de uitgangspunten van de methodiek Switch (1.2). Daarna verantwoorden we het onderzoek: doel van het onderzoek, onderzoeksvragen en onderzoeksmethode (1.3). We sluiten af met de opzet van het rapport. Voor we hier op ingaan, geven we een casusbeschrijving van een fictief gezin, dat past in de doelgroep van Switch.
1.1.
Achtergrond ontwikkeling Switch
Sinds eind 2018 bestaat het Programma Integrale Behandeling en Begeleiding bij Huiselijk geweld (PIBBH) in Amsterdam, dat wordt aangeboden aan gezinnen waarbij sprake is van langdurig ernstig geweld. De naam PIBBH is in september 2021 veranderd in Switch, een gezinsbehandeling op maat bij huiselijk geweld. De methodiek komt voort uit de behoefte aan een integrale en systeemgerichte aanpak voor gezinnen die kampen met structurele onveilig heid. Vanuit de praktijk is deze methodiek ontwikkeld in de jaren 2019 en 2020 en vervolgens op schrift gezet. Switch is ontstaan vanuit een al langer lopende samenwerking tussen vier instellingen: Blijf Groep (vrouwenopvang), De Waag (forensische zorg), Altra (jeugdhulpverlening) en BRight GGZ (reguliere ggz). In 2014 sloot een vast team van experts uit deze instellingen aan bij een multidisciplinair casusoverleg binnen Blijf Groep om maatschappelijk werkers advies te geven over situaties met een zeer complexe huiselijk geweld-problematiek. Uit dit overleg is in 2018
Gezin Pierson Het gezin bestaat uit vader, moeder, een dochter (11) en twee zonen (9 en 7). Het gezin is bij jeugdbescherming terechtgekomen na een tijdelijk huisverbod (THV) wegens direct gevaar voor escalatie in een context van jarenlang geweld van vader naar moeder en van vader naar de kinderen. Het THV werd niet nageleefd: de vader ging naar huis ondanks het verbod. De moeder verlaat met de kinderen het huis op aandringen van jeugdbescherming wegens te grote onveiligheid. Na een kort ander verblijf zijn zij naar de vrouwenopvang gegaan. In die periode wordt Switch erbij betrokken. Jarenlang vond geweld plaats in het gezin, bestaande uit zowel psychische mishandeling (schelden, vernederen) en fysieke mishandeling (slaan) door vader. Moeder gebruikt geen geweld. Er zijn traumaklachten bij alle kinderen. Ze zijn getuige geweest van fors geweld tegen de moeder. De oudste van 11 is hier ook tussen gesprongen. Het meisje geeft aan regelmatig niet naar school te gaan omdat ze zich zorgen maakt om haar moeder. Ze wil moeder dan helpen met het huishouden. De jongens gedragen zich druk en kunnen ook naar elkaar en moeder veel schreeuwen en schelden of dingen stukmaken. Moeder is overbelast. Zij heeft traumaklachten en heeft last van gevoelens van somberheid en uitzichtloosheid. Zij weet niet of ze nog met vader verder wil.
Vader heeft een belaste voorgeschiedenis en is als kind ernstig mishandeld. Hij is al eerder in aanraking gekomen met justitie in verband met geweld in een eerdere relatie. Vader bagatelliseert het geweld en zegt dat moeder dermate weinig overwicht heeft op de kinderen dat hij steeds weer de boel moet komen redden nadat moeder hem wanhopig opbelt.
8
Switch voortgekomen: er wordt niet door experts geadviseerd, maar deze nemen deel aan een gezamenlijke aanpak van begeleiding en behandeling met eenzelfde doel: ‘integrale analyse én behandeling bieden aan zowel volwassenen als kinderen in gezinnen waar huiselijk geweld speelt door specialisten op gebied van daderschap én slachtofferschap’ (Mobach, 2020, p.6). In deze paragraaf staan we stil bij het belang van een integrale en systeemgerichte aanpak. Hierbij besteden we ook aandacht aan de landelijke visie ‘Gefaseerde netwerkzorg voor veiligheid’ die het uitgangspunt is voor de integrale en systeemgerichte aanpak. Ook de Switch-methodiek is gebaseerd op deze visie. 1.1.1.
Integrale en gezinsgerichte aanpak bij geweld in gezinnen
Aard van het geweld Geweld in gezinnen is een veelvoorkomend en maatschappelijk probleem, het is van alle tijden en vindt onder alle bevolkingsgroepen en in alle culturen plaats. Het kent verschillende gezichten, van jaarlijks enkele incidenten vanuit stress, langdurige onveiligheid door fysiek geweld, bedreigingen, vernedering, seksuele dwang en controle, tot seksueel misbruik van kinderen of verwaarlozing. Al het geweld in het gezin heeft (ernstige) gevolgen voor de kinderen en voor volwassen slachtoffers, of het nu gaat om geweld tegen de partner of tussen ouders, of om geweld gericht op kinderen. Mannen en vrouwen gebruiken geweld in hun relatie, maar vrouwen ervaren meer en ernstiger geweld dan mannen, en de controle over hun leven door hun partner is veel groter. Dit beïnvloedt de impact van het geweld: er is meer angst en vaker continue spanning (Van Eijkern et al., 2018; Steketee et al., 2020). Begin deze eeuw is op grond van verschillende empirische studies een onderscheid naar geweldspatronen gemaakt. Dit was nieuw omdat er tot dan toe wel aandacht was voor profielen van plegers en slachtoffers, maar niet voor het interactiepatroon en geweldspatroon. Er is een belangrijk verschil tussen geweld in relaties dat voornamelijk voortkomt uit stress en communicatieproblemen
tussen de partners, en geweld dat samenhangt met macht en controle over de andere partner. In het eerste geval wordt gesproken van situationeel geweld (common couple violence) en in het tweede geval van sterk controlerend geweld (patriarchal terrorism of intieme terreur) (Johnson, 1999, 2006; Johnson, Ollus & Nevala, 2008; Stark, 2007). Bij situationeel geweld gaat het meestal om niet-frequente agressieve conflicten in relaties, vaak zonder ernstig letsel; er valt wel eens een klap en er wordt wel eens geduwd of met servies gesmeten. Maar het kan ook gaan om chronisch geweld of zeer ernstige incidenten. Beide partners kunnen het initiatief nemen. De gewelddadigheid in de relatie verdwijnt met het verminderen van de stress factoren, zoals financiële zorgen, of problemen op het werk of met het ouder worden. Bij intieme terreur is er eenzijdige controle en geweld, meestal van de man naar de vrouw. Door intimidatie, vernedering en inperking van haar vrijheid wordt controle uitgeoefend. Ook kan het gaan om controle van de financiën en dreigementen (tegen het slachtoffer, de kinderen of huisdieren). Daarnaast spelen vaak jaloezie, krenking en wraak een rol. Het geweld escaleert dikwijls in frequentie en ernst in de loop van de relatie tot ernstig, levensbedreigend geweld. De impact van dit gedrag is dat vrouwen (en kinderen) voortdurend in angst leven.
Ook zonder veel of ernstig geweld kan door een proces van controle, isoleren en vernedering de weerbaarheid en autonomie van de vrouw en eventuele kinderen worden afgebroken. (Johnson & Leone, 2005; Johnson, Ollus & Nevala 2008; Stark, 2007). Onderzoek naar kinderen die opgroeien in een gezin met intieme terreur laat zien dat kinderen zich bewust zijn van het controlerende gedrag. Psychisch ervaren kinderen een gebrek aan ruimte om zichzelf te uiten; ze zijn continu bezig met hoe ze zich moeten gedragen tegenover de controlerende ouder. Ze beperken zichzelf als manier om controle op de situatie te houden: niet zichtbaar zijn, niet luid praten, eenzame plekken opzoeken waar ze zich veilig voelen (Callaghan, Alexander, Sixsmith, & Fellin, 2018). Ook lijden kinderen onder het feit dat de moeder weinig bewegingsvrijheid heeft, waardoor (zeker jonge) kinderen ook weinig sociale contacten hebben met anderen (Katz, 2016).
9
Belangrijk is te herkennen dat het bij geweld in relaties niet zozeer om een ‘geweldsincident‘ gaat maar om de context en de continuïteit. Het onderscheid tussen situationeel geweld en intieme terreur is gradueel. Een geweldsdynamiek tussen partners die in eerste instantie vooral voortkomt uit stress en communicatieproblemen, kan zich ontwikkelen tot een geweldsdynamiek die trekken heeft van intieme terreur waarin de man met steeds meer dwang en geweld de controle probeert te houden, terwijl de vrouw zich steeds verder terugtrekt, in angst leeft en zichzelf kwijtraakt. Dit wordt de spiraal van geweld bij paren genoemd (Van Lawick, 2015). Naast situationeel geweld en intieme terreur komt ook verdedigend geweld voor, gepleegd als reactie op het geweld van de ander. Ook kunnen partners elkaar controleren en beheersen en beiden gewelddadig zijn (Graham-Bermann & Edleson, 2001; Johnson, Ollus & Nevala, 2008). Naast de geweldsdynamiek zijn ook andere onderliggende factoren van belang bij het zoeken naar de juiste aanpak, zoals schulden, uit de hand gelopen opvoedsituaties, psychiatrische problematiek van een van de ouders en lichte verstandelijke beperkingen. De verschillende soorten van geweld hebben ook verschillende gevolgen voor de kinderen. Zo leidt partnergeweld vaker tot meer emotionele onveiligheid en op de langere duur tot traumaklachten bij kinderen.
Verwaarlozing leidt tot meer hechtingsproblematiek. Goede screening en analyses van het soort geweld en de problematiek in het gezin is nodig om gericht maatwerk te bieden (Steketee et al., 2020). Dit geldt zeker voor de doelgroep van Switch. Geweld in het gezin hangt samen met de onveilige hechting tussen kind en ouders: ouders zijn in dat geval voor de kinderen zowel een bron van veiligheid als de bron van angst. Daarnaast is er een samenhang met emotionele onveiligheid bij kinderen. Wanneer kinderen zich emotioneel onveilig voelen, zullen ze overlevingsgedrag vertonen zoals vermijdend gedrag (vluchten) of juist boos worden (aanvallen) of stil zijn, niet bewegen (bevriezen). Deze overlevingspatronen zullen bij langdurige onveilige situaties leiden tot chronische toxische stress, wat een structurele verandering in de waarneming veroorzaakt (Steketee et al., 2020). Jonge kinderen lijden er meer onder dan
oudere kinderen omdat zij niet kunnen ontsnappen aan de onveilig situatie (Tierolf, Lünnemann & Steketee, 2014). Jonge kinderen die in een onveilige gezinssituatie opgroeien reageren met hyperarousal- een chronische staat van verhoogde alertheid en underarousal of dissociatie – een chronische staat van afgeslotenheid van de directe omgeving (Cook et al., 2005; Carpenter, 2009; Meijer, 2019). Er is ook een samenhang tussen geweld en trauma, zowel bij kinderen als volwassenen (Steketee, 2020). Bovendien is een samenhang tussen trauma bij de ouder en trauma bij kinderen vastgesteld (Lünnemann, 2019). Aandacht voor traumatic bonding is van belang om tot een goede hulpverlening te kunnen komen. Extreme angst en grote afhankelijkheid kan leiden tot een dubbelzinnige binding tussen slachtoffer en dader, of het nu om ouder en kind of om mishandelde vrouwen en hun partners gaat. Onderdeel van traumatic bonding is identificatie met de agressor (Dijkstra, 2001; Herman, 1993; Dutton, 1995). Naast de directe gevolgen van geweld in het gezin voor kinderen en volwassenen, is er ook het risico van intergenerationele overdracht.
Het als kind meemaken van geweld in de thuissituatie vergroot het risico om later als volwassene, hetzij als pleger, hetzij als slachtoffer, opnieuw in een gewelddadige thuissituatie te belanden (Ehrensaft, 2003; Swan & Snow, 2006; Groen, 2003; Markowitz, 2001; Stith et al., 2000). Jongens die getuige zijn van geweld van vader naar moeder hebben vooral kans op het plegen van geweld tegen hun partner en kinderen, terwijl vrouwen een groter risico lopen op slachtoffer schap van partnergeweld door geweld van moeder naar kind in hun jeugd. Als vrouwen in hun jeugd getuige zijn van geweld door de moeder naar vader, vergroot dit de kans op partnergeweld door de vrouw als volwassene. (Heyman & Smith Slep, 2002; Lünnemann & Pels, 2013). Het voorbeeld van ouders kan dus een belangrijke rol spelen bij de intergenerationele overdracht van geweld. Of geweld in de jeugd wordt voortgezet in de volwassenheid is van meer factoren afhankelijk dan alleen geweld in het gezin van herkomst. Het is daarom belangrijk ook zicht te krijgen op de mechanismen die eraan bijdragen dat het geweld
10
zich over generaties heen voortzet (Dixon, Brown & Hamilton, 2009; Swan & Snow, 2006; Rosen et al., 2001; Markowitz, 2001). Integrale en systeemgerichte aanpak Gezien de ernst en complexiteit van huiselijk geweld en kindermishandeling bepleit de overheid al decennia in verschillende beleidsstukken een integrale en systeemgerichte aanpak, dat wil zeggen een samenhangende en systemische aanpak waarbij aandacht is voor de problemen die op de verschillende leef gebieden spelen voor de betrokken gezinsleden (dader en slachtoffer; ouders en kinderen) (Lünnemann, Goderie & Tierolf, 2010). De werkelijkheid is echter weerbarstiger. Hoewel er de afgelopen jaren meer voorbeelden zijn van een integrale en systeemgerichte aanpak, zoals Signs of Safety, De GIPS, Oranje Huis-methodiek, Multifocus, Take a Break, laat onderzoek in Nederland telkens weer zien dat het integraal samenwerken met aandacht voor alle gezinsleden in de praktijk moeilijk te realiseren is. Er is een gebrek aan afstemming tussen de professionals onderling en met de gezinsleden (Tierolf, Lünnemann & Steketee, 2014; Vink et al., 2015; Vogtländer & van Arum, 2016; Steketee et al., 2020, Lünnemann et al., 2020). Er is onvoldoende uitwisseling van informatie en er ontbreekt een gezamenlijke visie op de problematiek.
Hierdoor worden de feitelijke onveiligheid in het gezin en de kwetsbaarheid van het ouderschap niet goed ingeschat en lichte kindsignalen worden niet begrepen in de context van de thuissituatie (Vogtländer, Tan & Lünnemann, 2016). Sociale professionals onderschrijven dikwijls het belang van (interdisciplinaire) samenwerking, maar de complexiteit van de problematiek maakt het vaak moeilijk om de samenwerking goed vorm te geven (Van Hattum & van Hal, 2015). Dikwijls ontbreekt de regie of specifieke regie op veiligheid en/of is er verwarring over wie de regie heeft (Toezicht Sociaal Domein, 2017; Steketee
1
et al., 2020). De samenwerking tussen het zorgdomein en het veiligheidsdomein rond de aanpak van intrafamiliaal geweld is in ontwikkeling maar heeft nog een lange weg te gaan (Lünnemann et al., 2017; Lünnemann & Van Arum, 2017; Lünnemann & ter Woerds, 2020). Het stoppen van het geweld in gezinnen is een langdurig proces, en een belangrijke voorwaarde voor het verbeteren van het welzijn van kinderen en volwassenen. Verminderen van het geweld bevordert het welbevinden van ouders en kinderen, maar alleen als het geweld echt is gestopt, gaat het even goed met de gezinnen die bij Veilig Thuis zijn gemeld als met andere gezinnen (Steketee et al., 2020). Er is meestal wel een of andere vorm van hulpverlening, maar het effect daarvan op het daadwerkelijk stoppen van het geweld is onvoldoende (Tierolf et al., 2014; Steketee et al., 2020). Het belang van veiligheid komt tot uiting in de landelijke visie ‘Gefaseerd samenwerken voor veiligheid’.1 De kern van de visie is het onderscheid tussen directe veiligheid, duurzame veiligheid en herstel. Deze visie ligt ook ten grondslag aan de methodiek Switch. Daarom gaan we hier in de volgende paragraaf nader op in. 1.1.2.
Gefaseerd samenwerken aan veiligheid
Het onderscheid tussen directe veiligheid en duurzame (of stabiele) veiligheid is cruciaal. In de eerste fase gaat het om het stoppen van geweld en onveiligheid en het beschermen van het slachtoffer, terwijl het in de tweede fase gaat om het aanpakken van de (drie belangrijkste) onderliggende factoren die de onveiligheid in stand houden om zo het patroon van onveiligheid te doorbreken. Directe veiligheid gaat voor duurzame veiligheid en vraagt om andersoortige maatregelen (Vogtländer & Van Arum, 2016).
Linda Vogtländer en Sander van Arum schreven het visiedocument ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg’ in opdracht van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en GGD/GHOR in het kader van het programma dat was ingesteld om de inrichting van de Veilig Thuis-organisaties te begeleiden. Deze visie ligt ten grondslag aan het werken door Veilig Thuis en meer specifiek de veiligheidstaxatie van Veilig Thuis.
11
Directe veiligheid Pas bij een voldoende niveau van veiligheid komen volwassenen en kinderen tot rust en kunnen zij weer goed nadenken. Zonder voldoende veiligheid zijn mensen aan het overleven. Het rationeel denkende deel van de hersenen komt pas weer beschikbaar als iemand zich weer voldoende rustig en veilig voelt, zodat weloverwogen keuzes mogelijk zijn en er vertrouwen is in de eigen kracht. Daarom moeten er eerst basale afspraken over directe veiligheid zijn en een systeemgericht plan hoe die afspraken te realiseren zijn (het veiligheidsplan). Het gaat om afspraken over omgaan met conflicten (time-out), hulp en toezicht in huis door het eigen netwerk. Ook maatregelen die actuele stressbronnen aanpakken, zoals hulp bij financiën of praktische zorg voor de kinderen, kunnen bijdragen aan directe veiligheid. Ook intrusieve traumatische herbelevingen van een gezinslid kunnen de directe veiligheid nadelig beïnvloeden en traumabehandeling kan dan noodzakelijk zijn. Daarnaast kan het gaan om veiligheidsmaatregelen, zoals het opleggen van een huisverbod, of een strafrechtelijke maatregel, bijvoorbeeld een straatverbod of contactverbod. Zorgen voor directe veiligheid betekent dat er tijdelijk een noodverband om het gezin wordt gelegd, met of zonder verplichtend kader, en dat er gewerkt wordt aan de bodemeisen van veiligheid.
De volgende fase van de hulp wordt pas ingezet als het veiligheidsplan heeft bewezen te werken, waarmee de directe veiligheid (veiligheid op het niveau van een zes) gerealiseerd is (Vogtländer & Van Arum, 2016). Risicogestuurde zorg Als er voldoende veiligheid is, richt de aandacht zich op het aanpakken van de (meest relevante) riscofactoren die bijdragen aan de structurele onveiligheid. In deze fase wordt een hulpverleningsplan opgesteld. In de eerste fase gaat het om onderzoek naar de feiten: de feitelijke gebeurtenissen, de omstandigheden en welke directe schadelijke gevolgen eruit voortvloeien. In de tweede fase gaat het om onderzoek naar de risicofactoren. Gestructureerde, systeemgerichte risicotaxatie leidt tot inzicht in het wel of niet aanwezig zijn van psychische klachten (waaronder psychotrauma, depressie en persoonlijkheidsproblematiek),
verslavingsproblematiek en verstandelijke beperking. Ook worden de eventuele schulden in kaart gebracht. Aan de hand van de (drie) meest belangrijke risicofactoren met een aanwijsbaar nadelig effect op de veiligheid wordt dan een hulpverleningsplan opgesteld. Hierin gaat het bijvoorbeeld om hulp voor de vader om boosheid te reguleren, hulp voor de moeder om depressieve klachten aan te pakken waardoor zij voor de jonge kinderen beschikbaar is of thuiszorg om de ouders en hun netwerk te ondersteunen bij de aanpak van een extreem vervuilde woning. Vogtländer en Van Arum benadrukken dat het een systeemgerichte risicotaxatie moet zijn omdat het de veiligheid binnen de relaties in het gezin betreft; de concrete doelen moeten de veiligheid in de dagelijkse interactie van alle leden van het gezin betreffen. In geval van structureel geweld is het noodzakelijk een vasthoudende samenwerking met de pleger te realiseren en zicht te krijgen op het risicoprofiel van de pleger en op de dynamiek van het geweld tussen de partners, waarbij expertise van de forensische psychiatrie van belang is (Vogtländer & Van Arum, 2016).
In de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld gaat de aandacht van professionals dikwijls vooral uit naar de moeder, omdat deze meer ontvankelijk is voor hulp, of omdat de professionals het lastiger vinden om de vader te motiveren als die zich onttrekt aan hulp voor verandering van het interactiepatroon. Als er sprake is van agressief gedrag, wordt dit gedrag eerder ontweken door professionals dan dat het agressieve gedrag wordt besproken en aangepakt, of dat er diagnostiek plaatsvindt. Ook de kinderen krijgen dikwijls geen aparte aandacht; er wordt niet onderzocht welk kind welk steun en/of hulp nodig heeft, er worden geen kindplannen gemaakt voor elk kind apart (Tierolf, Lünnemann & Steketee, 2014: Vogtländer, Tan & Lünnemann, 2016; Steketee et al, 2020). Aandacht voor herstel Als het hulpverleningsplan in gang is gezet om te komen tot stabiele veiligheid, is het mogelijk om hulp te verlenen aan individuele gezinsleden bij hun verdere ontwikkeling en maatschappelijke participatie. Vaak wordt 12
traumabehandeling ingezet om de geweldservaringen te verwerken, psychische klachten te verminderen en persoonlijke ontwikkeling te bevorderen. Het is voor ouders goed hulp te krijgen voor hun persoonlijke problemen en traumatische ervaringen. Met kinderen gaat het beter als het thuis veilig is, maar voor herstel is het belangrijk dat alle kinderen aandacht krijgen en niet alleen kinderen die probleemgedrag vertonen of klachten hebben. Voor alle kinderen is het belangrijk dat er naar hen wordt geluisterd en hun behoeften serieus worden genomen (Vogtländer, Tan & Lünnemann, 2016; Pels, Lünnemann & Steketee, 2011; Steketee et al., 2020). Dit geldt vanaf het eerste begin van de gefaseerde zorg. Zo moet volgens Vogtländer en Van Arum al in de eerste fase van directe veiligheid als vast onderdeel van het veiligheidsplan met de kinderen worden gesproken, moeten kinderen zelf een vertrouwensfiguur aan kunnen wijzen en uitleg krijgen waarom het plan er is, wat er is gebeurd en wat er gaat gebeuren (Vogtländer & Van Arum, 2016). Tegen de achtergrond van bovenstaande landelijke visie is Switch gepositioneerd op het moment dat er voldoende veiligheid is; er is minimaal een veiligheidsplan. Switch heeft een rol als het gaat om het verkleinen van de risicofactoren voor geweld en onveiligheid. In de volgende paragraaf gaan we in op de achtergrond en werkwijze van Switch.
1.2.
Op maat gezinsbehandeling Switch2
Eerst gaan we in op het doel en de doelgroep, en vervolgens de werkwijze van Switch. 1.2.1.
Doel en doelgroep
De gezinsbehandeling is gericht op het doorbreken van structurele patronen van huiselijk geweld via risicogerichte zorg, en op veiligheid van alle gezinsleden en duurzaam herstel om daarmee ook de huidige intergenerationele overdracht van huiselijk geweld te doorbreken. De doelgroep van Switch bestaat uit gezinnen met een hoog risico op herhaling van geweld en met een complexe achtergrond. Het gaat om gezinnen met minimaal één kind tussen de 9 maanden en 18 jaar. Gezinnen met een of meer van de volgende kenmerken komen in aanmerking: structureel partnergeweld en/of kindermishandeling, zorgen omtrent ouders op het gebied van trauma, agressieregulatie, opvoedvaardigheden, zelfbeeld, stress en/of de kwaliteit van de partnerrelatie; zorgen omtrent de kinderen op het gebied van trauma, hechtingsproblematiek, gedragsproblemen en/of een ontwikkelingsachterstand als gevolg van huiselijk geweld (Mobach, 2020, p. 8-9). Het gaat om alle vormen van structureel geweld, zowel situationeel geweld als intieme terreur (zie paragraaf 1.1.1). Alleen als sprake is van ernstige psychiatrische problemen (psychotische stoornis, ernstige verslaving, ernstige depressie al of niet met suïcidaliteit) is het niet mogelijk deel te nemen aan Switch. Daarnaast kan Switch alleen starten als alle betrokken gezinsleden bereid zijn om deel te nemen en Nederlands of Engels spreken.
Ook moeten alle gezinsleden van 12 jaar en ouder toestemming geven voor het uitwisselen van informatie tussen de verschillende behandelaren van het behandelteam.
2 We baseren ons op het ontwikkeldocument ‘Programma Integrale Behandeling Huiselijk geweld; methodiek voor het doorbreken van structurele geweldpatronen in gezinnen’ (Mobach, 2020). Dit document biedt zowel een theoretisch kader als een praktische handleiding.
13
Als er andere hulpverlening bij het gezin betrokken is, dient deze te kunnen aansluiten bij de aanpak van Switch. 1.2.2.
Werkwijze Switch
Switch werkt conform de landelijke visie Gefaseerd samenwerken voor veiligheid, zoals uiteen gezet in paragraaf 1.1.2 en biedt risicogestuurde zorg en herstelgerichte zorg. De methode Switch is gepositioneerd nadat een veiligheidsplan is gemaakt, dat gericht is op het bereiken van voldoende veiligheid, en risicogestuurde zorg en herstelgerichte zorg kan starten (Mobach, 2020, p. 12-14). Voor of tijdens de intake kan blijken dat het in het gezin nog te onveilig is om risicogestuurde zorg te starten. Dan kan de regievoerder met het eigen team in gesprek gaan over de extra veiligheidsmaatregelen die nodig zijn. Dit kan leiden tot aanpassing van het veiligheidsplan en voldoende veiligheid, waarna een start van Switch kan worden overwogen (Mobach, 2020, p. 29-30). Als een gezin na de intake start met de behandeling zijn er drie stappen: een integrale analyse en indicatiestelling, het verminderen van risicofactoren voor toekomstig geweld, en het verminderen van de schadelijke gevolgen van het geweld (Mobach, 2020, p. 10-11). De integrale analyse en indicatiestelling bestaat uit het beoordelen van de geweldsdynamiek (stressfactoren en/of controle en dwang) en het inschatten van het risico op het opnieuw plaatsvinden van geweld. Gebruik wordt onder meer gemaakt van de Masic. Daarnaast worden krachten binnen het gezin geïnventariseerd.
Ook de schade als gevolg van het geweld wordt in kaart gebracht aan de hand van gevalideerde vragenlijsten (SVL voor volwassenen & Cries voor kinderen). Op grond van voorgaande informatie wordt een integrale probleemanalyse opgesteld, met speciale aandacht voor de veiligheid van
de kinderen. Bij de keuze voor de zorg gaat het primair om het vergroten van de veiligheid (zie ook (Mobach, 2020, p. 17-20). Als na deze inventarisatiefase blijkt dat behandeling binnen Switch niet wenselijk is, kan integrale analyse en indicatiestelling wel de grondslag zijn voor een ander zorgaanbod. In die zin vormt deze fase een op zichzelf staand onderdeel. Na de integrale analyse en indicatiestelling start de behandeling gericht op het verminderen van risicofactoren voor toekomstig geweld. Per risicofactor worden behandeldoelen beschreven. Het gaat om de volgende thema’s: partner relatieproblemen, inadequaat opvoedingsgedrag, psychische problemen ouders, persoonlijkheidsproblematiek, onveilige hechting, negatieve opvattingen. Per thema worden verschillende behandeldoelen gesteld, zoals afname van controlerend gedrag, ouders zijn in staat veilig en adequaat conflicten op te lossen of ouder onderkent schade bij het kind of de partner als gevolg van eigen agressie. Ook richt de behandeling zich op herstel van de schade die is ontstaan door het geweld bij volwassenen en kinderen. Doel is dat kinderen en volwassenen geen last meer hebben van traumagerelateerde klachten en dat de onveilige hechting zich ontwikkelt naar een veilig hechting.
Zoals in paragraaf 1.1 is aangegeven, hangt geweld samen met onveilige hechting tussen kind en ouders en met traumak lachten van kinderen en ouders. Ook jeugdtrauma’s bij de ouders spelen een rol. Switch is vernieuwend als het gaat om aandacht voor hechting in geval van partnergeweld. Hoewel het inzicht in de samenhang tussen een onveilige hechtingsstijl en destructieve patronen in de intieme relatie niet nieuw is (Johnson, 2004; Doumas et al., 2008; Buck et al., 2012), is het gebruik van hechtingsgerichte interventies in geval van structureel geweld in de relatie en het gezin wel nieuw (zie ook Mobach, 2020, p. 21-25).3 Het hechtingsgericht werken heeft tot doel de destructieve patronen in de relaties te doorbreken.
3 Gebruik wordt gemaakt van Attachment Based Family Therapie (Diamond, 2013), Attachment Focused Family Therapie (Hughes, 2007) en Emotionally Focused Therapie (Johnson, 2004).
14
Belang van een multidisciplinair team voor een systeemgerichte aanpak Een vast team van zeven behandelaren of begeleiders werkt vanuit één visie (een hechtingsgerichte en trauma-sensitieve aanpak) en geeft behandeling en begeleiding aan de verschillende gezinsleden. Er wordt gewerkt vanuit een integratief model: een multidisciplinair team, niet-hiërarchisch georganiseerd, werkt samen om een sluitend zorgsysteem te bieden. Elk gezinslid heeft, indien nodig, een eigen behandelaar en/of begeleider, en de behandelaren en begeleiders werken samen rond een gezin. Hierdoor ontstaat verbinding: verbinding met en binnen gezinnen en verbinding tussen de hulpverleners. Dit geeft veiligheid en stabiliteit (Mobach, 2020, p.6). Tijdens het hele Switch-traject zijn er vaste evaluatiemomenten met het gezin, de regievoerder, de coördinerend behandelaar van het gezin bij Switch, en soms andere betrokken hulpverleners of de school. Het met gezinnen samenwerken is een essentieel onderdeel van de Switch-methodiek. Er wordt een systeemgerichte aanpak gehanteerd. Deze wordt verschillend ingevuld voor gezinnen waar sprake is van structureel situationeel geweld en gezinnen waar sprake is van dwangmatige controle, ook wel intieme terreur genoemd (zie paragraaf 1.1.1). In geval van situationeel geweld zijn beide ouders doorgaans gemotiveerd en staan zij open voor verandering.
Hier zijn relatiegesprekken belangrijk. Tijdens gezamenlijke gesprekken is het mogelijk veiligheidsmaatregelen te toetsen op haalbaarheid, bijvoorbeeld met de zogeheten time-outprocedure die is ontwikkeld door Martine Groen en Justine van Lawick (2013). Ook de herhalende destructieve relatiepatronen die meestal voorafgaan aan geweld worden in kaart gebracht. Voor het doorbreken van deze destructieve patronen wordt binnen Switch onder andere Emotionally Focused Therapy (EFT) ingezet. Zo nodig, bijvoorbeeld bij trauma, zijn er ook individuele trajecten voor beide ouders. Er is altijd ook een individueel traject voor de kinderen. In geval van intieme terreur is een ander behandeltraject geïndiceerd omdat de pleger van het geweld moeilijk te motiveren is en zich meer onttrekt aan de hulpverlening. Het blijkt erg moeilijk om bij deze categorie plegers verandering
te bewerkstelligen. Dit komt met name doordat zij het geweld lang blijven ontkennen en/of bagatelliseren. Systeemgesprekken met ouders samen zijn bij intieme terreur niet gewenst (contra geïndiceerd) omdat er geen gelijkwaardige situatie is waar beide partners zich vrij voelen te spreken en omdat de gezamenlijke gesprekken aanleiding kunnen zijn voor meer geweld en controle (Stith, 2011). Het contact tussen de ouders tijdens de behandeling (en in het dagelijkse leven) is daarom in geval van intieme terreur vanaf de start van het traject Switch minimaal, er zijn bijvoorbeeld geen relatiegesprekken en geen gezamenlijke evaluatiegesprekken. Beide ouders hebben een eigen behandeling, en ook de kinderen hebben een eigen traject. Het contact tussen de hulpverleners is bij intieme terreur essentieel om tot een goede behandeling te komen: het behandelteam deelt de relevante informatie en er wordt gezamenlijk nagedacht over de beste wijze van behandelen.
Afstemming tussen de hulpverleners brengt zaken aan het licht die van belang zijn voor de individuele trajecten, zoals: z het geven van tegenstrijdige signalen van het slachtoffer naar de pleger; z het voortduren van controlerende of agressieve gedragingen van pleger naar slachtoffer; z beïnvloeding van de (ex-)partner via de kinderen; z kwaadspreken over de (ex-)partner tegen de kinderen; z effect van het contact zoeken van pleger met slachtoffer op het slachtoffer. (Mobach, 2020, p. 14-17.)
15
1.3.
Verantwoording van het onderzoek
Het Verwey-Jonker instituut is gevraagd om een procesevaluatie uit te voeren naar hoe Switch wordt uitgevoerd en hoe cliënten de begeleiding en behandeling hebben ervaren. Het onderzoek is gestart in het najaar van 2020. Het verzamelen van data gebeurde in de periode januari 2021 tot oktober 2021. 1.3.1.
Doel onderzoek en onderzoeksvragen
Het doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de wijze waarop Switch wordt uitgevoerd en om ervan te leren. De resultaten van het onderzoek bieden inzichten die kunnen bijdragen aan de doorontwikkeling van Switch. Het is een evaluatief onderzoek waarbij enerzijds de uitvoering van de methodiek wordt onderzocht: wordt de methodiek conform de uitgangspunten uitgevoerd of zijn er andere wegen ingeslagen, bijvoorbeeld om knelpunten op te lossen? Anderzijds wordt de samenwerking onderzocht. Het betreft zowel de samenwerking binnen het integrale behandelteam, bestaande uit behandelaren afkomstig van De Waag, Altra, BRight GGZ en Blijf Groep, als de samenwerking tussen Switch en externe organisaties. Het gaat dan om jeugdbescherming, Blijvend Veilig, Veilig Thuis en de strafrechtpartners (reclassering, politie en Openbaar Ministerie). Tot slot wordt ook inzicht verkregen in de resultaten van de behandeling: wat zijn de ervaringen van cliënten en hoe kijken de behandelaren aan tegen de resultaten van de behandeling voor de diverse gezinsleden (vrouwen, mannen en kinderen). De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Hoe wordt Switch uitgevoerd en wat zijn de resultaten van het behandeltraject? Deze hoofdvraag is onderverdeeld in de volgende deelvragen. 1. 2.
3. 4.
Wat zijn de ervaringen van de gezinsleden die behandeling hebben ontvangen van Switch? Hoe gaat de samenwerking in de keten en welke partners zouden erbij betrokken kunnen worden?
1.3.2.
Methodologische verantwoording
Het onderzoek bestond uit een documentanalyse, interviews en focusgroepen, het bekijken van registratiegegevens en het bijwonen van bijeenkomsten van het Switch-team. Vanwege corona zijn alleen de interviews met gezinsleden face to face gehouden. De interviews en focusgroepen met behandelaren en externe organisaties, evenals de observaties van de bijeenkomsten van het Switch-team, vonden online plaats. A. Documentanalyse Op basis van verschillende documenten is informatie verzameld over de achtergrond, uitganspunten en werkwijze van Switch. We hebben verschillende documenten bestudeerd die worden gebruikt: een checklist voor de aanmeldbespreking van Switch, de informatiesheet voor cliënten en voor externe organisaties, en de methodiek van “Programma Integrale Behandeling Huiselijk geweld; methodiek voor het doorbreken van structurele geweld patronen in gezinnen” (Mobach, 2020). B. Interviews sleutelfiguren, behandelaren en gezinnen Gedurende het onderzoek zijn verschillende semigestructureerde interviews gehouden, zowel met behandelaren van het Switch-team als met personen van externe organisaties. Ook zijn de gezinnen zelf gesproken. Van de gesprekken hebben we verslagen gemaakt. In de hoofdstukken worden geparafraseerde uitspraken ter illustratie gebruikt.
Wat is de (beoogde) doelgroep en wat zijn de uitgangspunten van Switch? Hoe ziet de werkwijze van het integrale behandelteam eruit?
16
Sleutelfiguren Voor een eerste verkennende fase zijn interviews gehouden met sleutelfiguren over het doel, de uitgangspunten, opzet en uitvoering van Switch. We hebben gesproken met iemand van Blijf Groep die niet in het behandelteam zit, maar wel vanaf het begin van het project betrokken is geweest en lid is van de stuurgroep van Switch. Daarnaast hebben we gesproken met drie behandelaren van het Switch -team. Eerst met de behandelaar vanuit De Waag, die zowel in het Switch-team als de stuurgroep zit. En vervolgens een gesprek met twee behandelaren, waarvan één ook lid is van de stuurgroep van Switch. De ene behandelaar is afkomstig van BRight GGZ en de andere behandelaar van Altra. Gezinnen Via de behandelaren van Switch zijn gezinnen benaderd voor het onderzoek. Nadat gezinnen toestemming gaven voor een interview, belde de onderzoeker van het Verwey-Jonker Instituut de individuele ouders van het gezin. In totaal konden zeven gezinnen benaderd worden voor de interviews door een onderzoeker van het Verwey-Jonker Instituut (van de 14 gezinnen die een Switch-traject hebben afgerond of nog volgen). Van drie gezinnen gaven beide partners aan dat zij benaderd mochten worden, van de andere vier gezinnen had één van de partners aangegeven open te staan voor een interview.
Uiteindelijk hebben zes gezinnen deelgenomen aan het onderzoek en van één gezin hebben beide partners deelgenomen. Beide partners zijn afzonderlijk van elkaar gesproken. Aan de ouders hebben we gevraagd of kinderen ouder dan 8 jaar ook open stonden voor deelname, dat was bij één gezin het geval. In de interviews staan de ervaringen van de cliënten centraal. We zijn ingegaan op de vraag hoe het gezin bij Switch terecht is gekomen en hoe de hulp van Switch eruitzag (zowel individueel, gezamenlijk als hulp aan kinderen/ (ex-)partner). Ook is gevraagd naar wat deze hulp hun heeft opgeleverd: wat zijn volgens hen positieve punten en verbeterpunten (werkzame elementen)? Daarnaast ging het gesprek over hoe het nu met het gezin gaat. Volwassenen kregen een vergoeding van 20 euro voor het interview en kinderen 10 euro.
Behandelaren Nadat de meeste interviews met de gezinnen waren afgerond, zijn (opnieuw) interviews gehouden met behandelaren van het Switch-team. Dit waren eerst twee groepsgesprekken en daarna nog twee individuele gesprekken. Een groepsgesprek levert doorgaans een interessante discussie tussen groepsleden op, waardoor de verschillen in inzicht en ervaring naar voren komen. Bovendien levert dit soort gesprekken niet alleen informatie op voor de onderzoekers, maar zijn groepsgesprekken vaak ook leerzaam voor deelnemers doordat het een moment van gezamenlijke reflectie is. Het eerste groepsgesprek was met een behandelaar vanuit BRight GGZ en een begeleider vanuit Blijf Groep. Beiden zijn betrokken bij de ouders, waarbij de een zich richt op traumabehandeling van cliënten en de ander begeleiding biedt als maatschappelijk werker. Het tweede groepsgesprek was met twee behandelaren vanuit Altra. De een houdt zich vooral bezig met traumabehandeling van kinderen, de ander biedt opvoedondersteuning aan ouders en heeft gesprekken met kinderen over hoe het met hen gaat. Daarnaast zijn er nog twee individuele gesprekken geweest met behandelaren van De Waag. De een geeft individuele hulp aan ouders, de ander geeft zowel individuele hulp als systeemgesprekken of partner-gesprekken.
In de interviews is ingegaan op de uitvoering van de behandeling aan de verschillende gezinsleden, de resultaten van de behandeling, de positieve punten en verbeterpunten (werkzame elementen) van Switch. Daarnaast is ingegaan op de informatie-uitwisseling en samenwerking, zowel binnen het Switch-team als met externe organisaties. C. Groepsinterviews en focusgroepen externe organisaties Switch is onderdeel van een netwerkaanpak. Voor de instroom is Switch afhankelijk van netwerkpartners, tijdens de behandeling is er samenwerking met externe partners. Na de behandeling kan overdracht plaatsvinden. Om de (mogelijke) samenwerking met externe organisaties beter in kaart te brengen zijn interviews en focusgroepen gehouden, eerst op het thema samenwerking met Jeugdbescherming Amsterdam en Blijvend Veilig rond de intake. Daarna 17
rond de samenwerking tussen de domeinen zorg en veiligheid met politie, reclassering, het Openbaar Ministerie en Veilig Thuis. Samenwerking rond de intake De gezinnen die door Switch behandeld worden, komen meestal via de jeugdbescherming, maar kunnen ook via Blijvend Veilig4 komen. Daarom is in de beginfase van het onderzoek een groepsinterview met twee personen van de Jeugdbescherming Amsterdam gehouden. De een was gedragsdeskundige en heeft de portefeuille huiselijk geweld en kindermishandeling, waardoor ze ook te maken heeft met Switch. De ander neemt tijdelijk de portefeuille huiselijk geweld over van een collega, waardoor ze te maken krijgt met Switch. Daarnaast begeleidt ze gezinsmanagers waarvan er twee een gezin begeleiden die behandeling krijgen vanuit Switch. In dit interview is ingegaan op de instroom, het creëren van veiligheid bij gezinnen en de samenwerking met het Switch-team. Vervolgens is een focusgroep gehouden met twee personen vanuit Switch, twee personen vanuit de Jeugdbescherming Amsterdam, vier personen vanuit Blijvend Veilig en één persoon vanuit Blijf Groep. Aan de hand van twee vignetten is een gesprek gevoerd over de rol en verwachtingen van iedere organisatie in de samenwerking, het creëren van directe veiligheid, het veiligheidsplan, informatie-uitwisseling en het verlenen van risicogestuurde hulp aan deze complexe doelgroep.
Samenwerking zorg en veiligheidsdomein Een ander belangrijk thema dat uit de beginfase van het onderzoek naar voren kwam, is de vraag naar de rol van het strafrecht bij gezinnen die door Switch behandeld worden en waar het niet lukt om de veiligheid op een niveau van een zes te krijgen: er zijn bijvoorbeeld steeds weer ernstige incidenten waarbij
de politie is betrokken. Ook kan de reclassering betrokken zijn omdat er een toezicht loopt. In dit kader is een gesprek geweest met een behandelaar van het Switch-team om te inventariseren tegen welke problemen het Switch-team aanloopt rondom de behandeling van plegers van huiselijk geweld en welke thema’s met de strafrechtpartners besproken dienen te worden. Daarnaast is er een informatief gesprek geweest met de politie over mogelijkheden van de politie en het Switch-team om elkaar te ondersteunen. Vervolgens is een focusgroep gehouden met mensen van Switch, politie, Openbaar Ministerie en Veilig Thuis. Naast het bekend maken van Switch bij deze externe partners was het doel van deze focusgroep om aan de hand van (dezelfde) twee vignetten een gesprek te voeren over de rol van de verschillende externe organisaties en het betrekken van het strafrecht bij het Switch-traject. Aangezien de reclassering niet bij deze focusgroep kon aansluiten, is er een afzonderlijk groepsgesprek geweest met iemand vanuit de reclassering, iemand vanuit het OM en een lid van het Switch-team. Hier werd de rol van het strafrecht besproken en meer in het bijzonder de rol van de reclassering als het gaat om het motiveren van plegers die in een behandeltraject bij Switch zitten. D.
Registratiegegevens Switch heeft de registratiegegevens van de gezinnen die behandeld zijn door Switch in de periode 2018 tot en met augustus 2021 geanonimiseerd aangeleverd. Dit betrof de volgende gegevens: aanmelddatum, eventuele afsluitingsdatum, aanmeldorganisatie, leeftijd gezinsleden, gezinssamenstelling, soort geweld, betrokkenheid politie/justitie, cijfer veiligheid gezinsleden, sprake van traumaklachten gezinsleden, opvoedproblemen, middelenmisbruik en bij welke hulpinstanties het gezin al bekend was.
4 De pilot Blijvend Veilig is een samenwerking tussen Veilig Thuis, Gecertificeerde instellingen, Raad voor de Kinderbescherming en Blijf Groep met als doel niet meer ná elkaar, maar sámen met elkaar rond het gezin en met het gezin te werken.
18
E. Observatie bijeenkomsten Switch-team Tot slot zijn observaties gedaan bij drie overleggen van het Switch-team, namelijk een leersessie en twee multidisciplinaire overleggen (MDO)5. De leersessie gaf aanvullend inzicht in de uitvoering van Switch: welke stappen in de uitvoering lukken goed en waar zitten de knelpunten? De observaties van de twee MDO’s gaven inzicht in de manier van overleg tussen de behandelaren: welke onderwerpen worden besproken, hoe wordt de discussie gevoerd (alleen informatie uitwisselen, tot de kern komen) en wat zijn vervolgstappen (worden concrete afspraken gemaakt en acties uitgezet)? Daarnaast gaven observaties kennis omtrent de sfeer en hoe de samenwerking en communicatie verloopt tussen de behandelaren van het Switch-team.
waarin het bereiken van directe veiligheid voorop staat en de fase van risicogestuurde zorg en herstel. We sluiten in hoofdstuk 6 af met een conclusie en aandachtspunten voor de doorontwikkeling van Switch.
F. Bespreking conceptrapport met expertgroep Het rapport in concept is besproken met een expertgroep, waarin naast leden van Switch ook de gemeente aansloot, evenals twee experts: Sander van Arum van Civil Care en Gerrianne Rozema van Sterk Huis, beiden zeer deskundig in de aanpak van huiselijk geweld.
1.4.
Opzet van het rapport
In dit hoofdstuk hebben we de achtergrond van het onderzoek geschetst. In de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5 beantwoorden we de deelvragen. In hoofdstuk 2 staan we stil bij de uitgangspunten van Switch en de doelgroep in de praktijk. In hoofdstuk 3 gaan we in op de werkwijze van het integrale behandelteam, de dilemma’s die zij in hun werk tegenkomen en de resultaten die behandelaren constateren bij de gezinnen. De ervaringen van de gezinsleden die deelnamen aan een Switch-traject zijn beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 staan we stil bij de samenwerking en afstemming met externe partners in de fase
5 Aanwezig op deze sessies zijn: twee systeemtherapeuten van de Waag, een psychiater van de Waag, een psychotherapeut van de volwassenen ggz BRight, een gedragswetenschapper jeugd van Altra en ambulant hulpverlener en een maatschappelijk werker vanuit Blijf Groep.
19
2
Switch in de praktijk
In dit hoofdstuk gaan we in op de in de praktijk gehanteerde uitgangspunten van de methodiek Switch en de doelgroep die is bereikt. We baseren ons vooral op de interviews met sleutelfiguren, de observaties van de leersessies en registratiegegevens. Daarnaast gebruiken we informatie die uit de interviews met behandelaren en cliënten naar voren kwam. Soms verwijzen we naar de methodiekbeschrijving.
2.1.
Doelgroep
In deze paragraaf beschrijven we aan de hand van de registratiegegevens eerst de algemene achtergrondkenmerken van de gezinnen die zijn aangemeld. Vervolgens gaan we in op de gezinnen die na de intake een Switch-traject starten. 2.1.1.
Gezinnen die een intake bij Switch hebben gehad
Er zijn 30 gezinnen aangemeld bij Switch in de periode 2018 tot en met augustus 2021. Hiervan zijn 16 gezinnen na de intake niet ingestroomd. Uit de registratie komen verschillende redenen naar voren. Van drie gezinnen ontbreken de gegevens omdat die bij aanvang nog niet geïnventariseerd werden. Bij zes van deze gezinnen had de reden te maken met het ontbreken van de veiligheid terwijl bij één gezin de veiligheid al ruim voldoende was en geen noodzaak voor intensieve integrale behandeling. Bij vier gezinnen was de man of waren beide ouders niet gemotiveerd om een behandeling van Switch te starten.
Verschillende redenen speelden een rol voor drie andere gezinnen, die varieerden van verslaving vader die op de voorgrond stond, beide ouders hadden geen vaste woonplaats, detentie van vader en een te hoge eigen bijdrage (zorgverzekering) voor ouders. 2.1.2.
Gezinnen in behandeling bij Switch
Algemene achtergrondgegevens Voor de start van het onderzoek, in oktober 2020, waren er twaalf gezinnen in behandeling bij Switch. Deze gezinnen zijn alle ingestroomd vanaf december 2018 tot en met oktober 2019. Gestreefd werd naar 33 gezinnen in de periode 2020 – 2021 . In de periode 2020 tot en met augustus 2021 zijn uiteindelijk twee gezinnen ingestroomd.6 Dit betekent dat in totaal veertien gezinnen zijn ingestroomd. Van deze veertien gezinnen zijn twaalf gezinnen aangemeld via de Jeugdbescherming Amsterdam, één gezin via Samen Doen en één gezin via Blijvend Veilig. Vanuit de registratiegegevens van de veertien gezinnen die zijn ingestroomd weten we dat de mannen gemiddeld 42 jaar oud zijn (range: 35 – 55 jaar) en vrouwen 39 jaar (range: 32 – 51 jaar). De gezinnen hebben gemiddeld vier kinderen (range: 1 – 5 kinderen) met een gemiddelde leeftijd van 9 jaar (range: 1 – 18 jaar).
6 De redenen voor de lage instroom hebben te maken met organisatorische en financiële redenen bij Altra, BRight GGZ en De Waag. Bij Altra, die alle kinderen in een gezin dan begeleidt, moet voldoende (financiële) ruimte zijn. Als deze er niet is, kunnen geen intakes plaatsvinden.
20
Betrokken hulp voor Switch Bij dertien van de veertien gezinnen is politie of justitie betrokken geweest voorafgaand aan Switch; er is aangifte gedaan, reclassering is betrokken of een tijdelijk huisverbod is afgegeven.7 Bijna alle gezinnen (twaalf van de veertien) waren al bekend bij een (hulpverlenings)instantie voordat ze bij Switch kwamen. Van negen gezinnen was bekend dat ze gemiddeld vijf jaar (range; 1 – 10 jaar) hulpverlening hadden gehad voordat Switch werd ingezet. Deze ingezette hulp was onder andere vanuit de organisaties: jeugdbescherming, Blijf Groep, reclassering, De Waag, Ouder- en Kindteam (OKT), een psycholoog, Arkin, Opvoedpoli of Families First. Soort geweld Uit de registratiegegevens komt naar voren dat in alle gezinnen sprake is van partnergeweld, waarbij in meerderheid van de gezinnen eenzijdig geweld van de man naar de vrouw (n=9) speelt en in een minderheid (n=5) geweld van beide partners. In dertien gezinnen zijn de kinderen getuige van het geweld. Daarnaast kwam in drie van deze gezinnen ook directe kindermishandeling voor naar een of meerdere kinderen. Hulp en klachten tijdens het Switch-traject Bij zeven gezinnen is de hulp van Switch ondertussen afgesloten en bij de andere zeven gezinnen loopt de behandeling nog. De gezinnen waarbij de hulp is afgesloten, hebben gemiddeld achttien maanden hulp gehad van het Switch-team.