Definitief verslag Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 22-05-2024
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
Vergadering
Openbare vergadering van de raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Vergaderdatum Woensdag 22 mei 2024 van 09.00 uur tot 12.00 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 19 juni 2024
Voorzitter: het lid Alberts Portefeuillehouders: wethouders Moorman en Scholtes Commissiegriffier: K. van Klooster, R.N. Heeneman Verslaglegging: Van Vlodrop (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de leden Abdi (PvdA), Bilgin (Forum voor Democratie), Bouali (GroenLinks), Broersen (VOLT), Von Gerhardt (VVD), Haijen (SP), De Jong (JA21), Kabamba (Lijst Kabamba), Van Pijpen (GroenLinks), Runderkamp (PvdA) Staartjes (VVD), Wehkamp (D66), Wijmenga (CDA), Afwezige commissieleden: de leden Badal (CDA), Bakker (Partij voor de Dieren), Belkasmi (PvdA), Bouhassani (PvdA), Bentoumya (GroenLinks), Bobeldijk (SP), Burgers (VVD), Emmerik (Partij voor de Dieren), Garmy (VOLT), Van Haarlem (Forum voor Democatie), Hakiki (DENK), Havelaar (CDA), Hofland (D66), Koyuncu (DENK), Kreuger (JA21), Krom (Partij voor de Dieren), Mangal (DENK), Molema (JA21), Perdok (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Nijssen (VVD) ,Russcher (Forum voor Democratie), Van Schijndel (Forum voor Democratie), Taşliyurt (D66), Van der Veen (GroenLinks), Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Williams (D66) Yacoubi (DENK), Yemane (GroenLinks) Overige aanwezigen: -
ALGEMEEN DEEL 1. a. Opening De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER heet het lid Bouali welkom. Het lid vervangt het lid Yamane tot aan een vreugdevolle mededeling. Het lid Kabamba komt om 10.00 uur. Lid Van der Veen heeft zich afgemeld. Op het display wordt vanaf nu de (resterende) spreektijd getoond. Wethouder SCHOLTES heeft een mededeling over Hulp bij het huishouden. Het regionaal werkcentrum heeft een kwartaalupdate verzonden over de campagne Zorg voor Amsterdam. De gemeente voert een eerste gesprek met nieuwe kandidaten en stuurt ze vervolgens door naar de aanbieders. Sinds 1 januari 2024 hebben zich 677 kandidaten aangemeld. Een derde is doorgeleid naar de aanbieders. Er zijn 44 kandidaten daadwerkelijk in dienst genomen. Daarmee kunnen 250 tot 300 cliënten worden geholpen. De wethouder ziet uit naar meer rendement. Daarvoor worden de komende periode extra activiteiten georganiseerd, zoals banenmarkten en een wekelijks inloopspreekuur voor informatie over dit vak.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
Wethouder MOORMAN gaat in op de vraag van het lid Kabamba over de nieuwe subsidieregeling van het Rijk voor de financiële educatie. Het Samenwerkingsverband voortgezet onderwijs en ook de gemeente heeft het nog eens extra onder de aandacht gebracht van de scholen. DENK heeft gevraagd naar de stand van zaken van ISA. De wethouder deelt mee dat een aantal zaken iets langer duurt dan 1 juni 2024. De brief over dit onderwerp, met een volledige schets van de situatie, komt daarom iets later. DENK heeft dat geaccepteerd. De SP heeft eerder vragen gesteld over de Geert Groote scholen. Die scholen hadden van de inspectie een onvoldoende gekregen over fase 1, de herstelopdracht gericht op het op orde brengen van de financiën en fase 2, het herstellen van de bestuurlijke kwaliteit. Fase 1 is afgerond, fase 2 wordt op dit moment uitgevoerd. Het lid Wehkamp heeft gevraagd wat de gemeente Amsterdam kan leren van de gemeente Utrecht. De stad heeft twee pilots van de gemeente Utrecht overgenomen. Mokum Leert, een training voor directeuren en kernteams voor het omgaan met langdurige tekorten en toekomstbestendig onderwijs en (geïnspireerd op Utrechts Open andere deurendagen), een training waarbij leraren kennismaken met onbekende scholen waarmee de mobiliteit naar andere stadsdelen wordt vergroot.
c. Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mee dat de SP vraagt om agendapunt 7, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de toezegging informatie te geven over cultuursensitieve aspecten binnen de wmo-inkoop, van de agenda af te voeren. De commissie stemt daarmee in. d. Conceptverslag van de vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 20 maart 2024 Er zijn geen wijzigingsvoorstellen; het verslag wordt definitief vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille. Het lid VAN PIJPEN vraagt naar de stand van zaken van de evaluatie van de Aanbesteding dagbesteding, met name wat betreft de motie van de SP over de rol van de dagbesteding. Zij stelt voor om dit op te nemen op de termijnagenda. Wethouder SCHOLTENS zegt toe daar onderzoek naar te doen en de commissie daar zo snel mogelijk over te informeren. Het lid WEHKAMP kijkt uit naar het onderzoek naar vrouwenrechten in de zorg. Dat is in verband met een extra onderzoek uitgesteld. Zij vraagt naar de stand van zaken. De motie is al twee jaar geleden ingediend. Wethouder SCHOLTENS verwacht op korte termijn de resultaten van het onderzoek. f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking: TKN-2, TKN 3, TKN-4, TKN-10 en TKN-13. De verzoeken zijn gemotiveerd in de Dagmeld terug te vinden.
Het lid Van der Veen heeft gevraagd om mevrouw Stellaart uit te nodigen bij de bespreking van de Visiebrief Jeugd (TKN-13). Zij kan dan uitleg geven over het boemerangbeleid. De commissie stemt daarmee in.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek Bij punt 2b: Mevrouw DONDERS spreekt op persoonlijke titel over de centrale loting en de procedure van bezwaar. TKN-6 betreft een brief van de wethouder Onderwijs over de loting. Die was negatiever dan vorig jaar, speciaal voor mevrouw Donders. Zij stelt voor om in de staartverdeling niet alleen het lotingsnummer, maar ook de plek mee te nemen waar iemand is terechtgekomen. Mevrouw Donders is een bezwaarprocedure gestart, omdat de onderwijsbehoefte van haar zoon niet aansluit bij het aanbod van de school waar hij is terechtgekomen. De onafhankelijke toelatingscommissie zal na de onlangs gehouden hoorzitting, binnen tien dagen een besluit nemen. De directeur van de voorkeurschool heeft echter al laten weten zich niet te houden aan het besluit van de toelatingscommissie wegens overbezetting. Wat is dan nog de waarde van een bezwaarschrift? De VOORZITTER bedankt de inspreker voor haar inbreng.
c. Actualiteiten en mededelingen d. Rondvraag Het lid WEHKAMP heeft een vraag naar aanleiding van de studentenprotesten. Een student heeft aandacht gevraagd voor de mentale gezondheid van studenten die moeten dealen met de gevolgen van de ontwikkelingen in Gaza. Kan de gemeente hen op dat gebied bijvoorbeeld met het programma Thrive , helpen?. Wethouder SCHOLTENS deelt mee dat het programma altijd beschikbaar is om mee te denken en expertise te leveren. Daarnaast heeft de gemeente een laagdrempelig aanbod waar iedereen, ongeacht de oorzaak van de stress, gebruik van kan maken. Zo kan de live of via chat gesproken worden met professionals. Arkan heeft eind november 2023 gevraagd of de GGD of andere instanties signalen binnenkrijgen over de oorlog. Verschillende partners hebben toen aangegeven dat daarvoor nog iets specifieks moeten worden opgetuigd. De wethouder kondigt aan daar alert op te zijn en zegt toe dat Thrive beschikbaar is voor expertise en hulp. Het onderwerp, jongeren en hun mentaal welbevinden in verband met deze oorlog, heeft ook speciale aandacht van de burgemeester.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
Het lid VAN PIJPEN heeft een vraag naar aanleiding van het debat in de commissie Ruimtelijke ordening over ICL Noord. Toen is gesproken over de Kankeratlas. Daaruit wordt duidelijk dat in Noord een veel hoger risico is op kanker, vooral op longkanker. Is dat bekend en zo ja, wat zijn daar de oorzaken van? Is er een causaal verband met het bedrijf? Wethouder SCHOLTENS legt uit dat de atlas de geografische spreiding van verschillende kankertypes toont, maar bestrijdt dat dit gekoppeld kan worden aan omgevingsfactoren. Bij longkanker is roken verreweg de belangrijkste risicofactor. Dat kan dus ook een oorzaak zijn in Noord. Ook zijn er andere factoren als asbest of de fijnstofconcentratie (hoewel er in Noord sprake is van minder fijn stof dan in de rest van Amsterdam). Het is het lastig om een verband te leggen met het bedrijf. Op 24 juli 2024 is er een informatieavond voor bewoners, waar de Omgevingsdienst, ICL, de gemeente en de GGD bij aanwezig zijn. Dan is er ruimte voor vragen over gezondheid. Het lid VAN PIJPEN wil weten of er nog nader onderzoek wordt gedaan naar causaliteiten. Wethouder SCHOLTENS verwijst daarvoor naar de partijen die bij dit dossier betrokken zijn. Het lid VON GERHARDT gaat in op de bijdrage van de inspreker. Hij wil graag de wethouder de ruimte geven om er een reactie op te geven.
Wethouder MOORMAN deelt mee dat er dit jaar zeventien bezwaren zijn ingediend. Dat is veel minder dan andere jaren. Bezwaren kunnen worden ingediend als kinderen op een school komen die echt niet passend is. Bijvoorbeeld door een bepaalde manier van lesgeven die niet past bij (de beperkingen van) het kind. Als de onafhankelijke bezwaarcommissie het bezwaar toekent, wordt er gekeken naar een passend aanbod. Dat wil niet per se zeggen dat dan de school van de eerste voorkeur van de bezwaarmaker in beeld komt. Het lid VON GERHARDT vraagt naar de procedure voor het zoeken naar een passende school na een bezwaar. Speelt daar de eerste voorkeur van de bezwaarmaker dan nog een rol? Wethouder MOORMAN kondigt aan dat een van haar medewerkers deze specifieke casus oppakt. Het lid MANGAL heeft een vraag over schooltuintjes. De afdeling Ruimtelijke ordening heeft vastgesteld welke volkstuintjes te veel lood bevatten. De wethouder heeft aangegeven dat de gewassen die daar worden verbouwd, niet kunnen worden geconsumeerd. Geldt dat ook voor de schooltuintjes? Worden die ook goed gecontroleerd en van advies voorzien voor het consumeren van de gewassen? Wethouder MOORMAN deelt mee dat na een eerdere vraag hierover onderzoek is gedaan. Daaruit blijkt dat er geen sprake is van lood in deze tuintjes. Het lid MANGAL merkt op dat de onderzochte volkstuintjes vorig jaar ook nog in orde waren.
Nu blijkt na onderzoek dat er toch lood in voorkomt. De schooltuintjes zijn echter niet nader onderzocht? Wethouder MOORMAN heeft geen nadere informatie en stelt voor dat het lid MANGAL daar verder over spreekt met ter zake deskundigen.
BESPREEKPUNTEN Zorg en Maatschappelijke ontwikkeling
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
3. Begroting 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling GGD AmsterdamAmstelland (huiselijk geweld en seksueel geweld) (VN2024-006266) De VOORZITTER deelt mee dat het college de raad met deze raadsvoordracht vraagt om geen zienswijzen voor de ontwerpbegroting in te dienen. Het lid ABDI deelt mee dat in Nederland iedere acht dagen een vrouw wordt vermoord. In meer dan de helft van de gevallen is de dader de partner of de ex-partner. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat Veilig Thuis in 2023 ruim 10.500 meldingen ontving; in 70 procent van de meldingen was sprake van acuut gevaar of van structurele onveiligheid. Daarnaast blijken ruim tweeduizend vrouwen te maken hebben met intieme terreur, met dwang en controle gepaard met ernstig geweld. Deze vrouwen lopen een hoog risico om vermoord te worden door hun (ex-)partner. Vorig jaar sprak het Openbaar Ministerie voor de eerste keer van vrouwenmoord bij een moord met bruut geweld in Spaarnwoude. Het slachtoffer was met een kogel door haar hoofd geschoten. De ouders hadden alarm geslagen toen hun dochter hen ’s nachts in paniek belde. De stem van de verdachte was hoorbaar op de achtergrond. Na een angstige kreet van de vrouw werd de verbinding verbroken. Dat heeft een trauma opgeleverd voor haar ouders. De vrouw had anderhalf jaar lang een relatie met de verdachte.
Na het verbreken van de relatie, liet de verdachte haar jarenlang niet met rust. Hij zou haar tanden uit haar mond hebben geslagen en haar overgoten hebben met benzine en in brand hebben gestoken. De verdachte bedreigde niet alleen haar, maar ook haar ouders en haar omgeving. Dit afschuwelijke verhaal staat helaas niet op zichzelf. Wekelijks melden zich vier vrouwen bij de politie, omdat ze moeten doodsbang zijn voor hun partner. De ervaring is dat het te lang duurt voordat de politie ingrijpt. De politie heeft ook te weinig oog heeft voor het slachtoffer. Het college ontwikkelt op dit moment de Amsterdamse aanpak vrouwenmoord. Wanneer kan de raad daar de resultaten van verwachten? Een meest voorkomend voorteken van huiselijk geweld is (niet fatale) verwurging. Daarover is echter te weinig kennis bij de professionals. Hoe kan die kennis worden vergroot bij hulpverleners, politie en ziekenhuizen? Stalking (ook online) is ook een belangrijke voorbode voor (vrouwen)moord. Ook daarover is onvoldoende kennis bij professionals. Het is bizar dat slachtoffers zelf bewijzen moeten verzamelen. Wordt hier rekening mee gehouden bij de eigen aanpak? Het is effectief om alle kennis op een plek te verzamelen. Wanneer wordt dat in Amsterdam gerealiseerd? Dat geldt ook voor centrale opvanglocaties.
Hoe wordt gezorgd voor voldoende opvang in de stad? Veel vrouwen kwamen er pas na geweld achter dat hun partner bekend stond als vuurgevaarlijk of een geschiedenis had met geweld. Hoe kan dit worden voorkomen? Het lid Abdi vraagt de wethouder om meer aandacht voor intieme terreur en vrouwenmoord. Zij vraagt om dit goed te communiceren en slachtoffers handvatten te bieden om het gesprek aan te kunnen gaan met hulpverleners. Het lid VAN PIJPEN concludeert uit de voorliggende stukken dat de personele problematiek bij Veilig Thuis inzichtelijker is gemaakt. De problematiek blijft zorgelijk, mede gezien het ziekteverzuim bij de organisatie. De informatie over de aanpak Blijvend veilig was duidelijk. Die aanpak komt voort uit de jeugdbescherming. Wordt in dit kader nu ook naar andere doelgroepen en naar bijvoorbeeld huiselijk geweld gekeken? Uit het onderzoek Plegeraanpak blijkt dat er nog veel te doen is op dat gebied. GroenLinks vraagt daarbij aandacht voor ouderenmishandeling. 1 op de 20 ouderen heeft te maken met een vorm van mishandeling. In het onderzoek wordt gesproken over trias pedagogica. Dat gaat alleen over kindermishandeling, maar wellicht dat er sprake is van een semantische verwarring tussen ouderen en ouders. Het lid WEHKAMP vindt het goed dat persoonlijke verhalen en voorbeelden van mishandeling bekend worden. In het jaarverslag wordt ook gesproken over de
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
cliëntervaringsonderzoeken. Daaruit blijkt dat er meer aandacht nodig is voor het toelichten van de stappen en voor dossiervorming. Wat betekent dat? De onderzoeken zijn via e-mail uitgevoerd. Dat is wellicht niet de meest geschikte manier voor dit onderzoek. Worden daarbij ook de ervaringen van kinderen meegenomen? Worden zij ook gehoord? Het lid DE JONG merkt op dat dit onderwerp op de agenda is gezet omdat de wethouder heeft gevraagd om geen zienswijzen op de begroting in te dienen. Nu blijkt dat er veel commentaar komt op de inhoud van het stuk. Staat de wethouder er met deze verhalen nog steeds achter om geen zienswijzen in te dienen? Wethouder SCHOLTES is blij dat nu ook het jaarverslag, de inhoud, wordt besproken. In oktober 2023 was er een conferentie over dit onderwerp voor professionals, over femicide, vrouwenmoord en intieme terreur. Als je de signalen goed leest, is deze vorm van moord de best voorspelbare moord. Een ervaringsdeskundige, Barbara Godwell (zij is inmiddels in dienst van de Blijfgroep), sprak er over het verlies van haar zus door femicide. Achteraf blijkt dat er veel signalen voor waren. Femicide is te voorkomen. Vaak zijn er voldoende signalen. Professionals moeten die signalen beter leren herkennen en daarop acteren. Daar is, vooruitlopend op het landelijke beleid, het Amsterdamse beleid ook op gericht.
Op voorstel van het lid Abdi is een communicatiecampagne opgestart gericht op vrouwen die in een gewelddadige relatie zitten, met advies en aandacht voor hulpvragen. De campagne wordt nog voor de zomer, een periode waarin het geweld toeneemt, herhaald. Na de zomer worden nog meer activiteiten opgestart, onder andere voor het kweken van bewustwording bij professionals. Wellicht kan Amsterdam nog wat leren van de - latere - landelijke aanpak. Ook ziekenhuizen vallen onder de professionals. Zij zijn verplicht vermoedens van onveiligheid te melden. Het is vervolgens aan Veilig Thuis om te beoordelen of er sprake is van acuut gevaar en of er over moet worden overgegaan tot actie. Het beleid is gericht op vroegtijdig te signaleren om ontsporing van geweld te voorkomen. Daarvoor wordt samengewerkt met informele partijen die dicht bij de doelgroep staan. Ook werken in ziekenhuizen voor dit doel aandachtfunctionarissen. Er wordt terecht aandacht gevraagd voor stalking, vaak een voorbode van vrouwenmoord. Partners als de Blijfgroep en de politie hebben al ervaring met het omgaan met stalking. Daarvoor kan ook een arwareness-traject worden ingezet. Ook krijgen slachtoffers de mogelijkheid om te melden als een stalker in de buurt komt. Er is al eerder gesproken over de verkenning voor een breder kenniscentrum. De wethouder benadrukt dat er in Amsterdam al veel gebeurt op dat gebied.
Zo is Blijvend Veilig aanwezig in verschillende buurten, wordt er gewerkt aan de fysieke inloop in het CSG en komt er een tweede Oranjehuis in Zuidoost. Ook wordt er binnen de gemeenschappelijke regeling hard gewerkt aan een breder kenniscentrum. Daarover wordt in november 2024 een besluit genomen. Naast opvang is er ook aandacht voor ambulante ondersteuning. Dat vraagt om een goed dekkend netwerk. Daar wordt binnen de gemeenschappelijke regeling onderzoek naar gedaan. Het is belangrijk om eerst de veiligheid voor de slachtoffers te garanderen. Daarna kan er een analyse worden gemaakt van de onderliggende oorzaken en gezocht worden naar passende hulp. Daarbij is ook kennis van de pleger belangrijk bij de verschillende vormen van terreur. Bij intieme terreur is er bijvoorbeeld een andere aanpak nodig dan plegers die handelen uit gevoelens van onmacht en geweld. Ook moet er onderscheid worden gemaakt tussen hulp aan plegers binnen een vrijwillig kader en binnen een strafrechtelijk kader. Er is een campagne gestart gericht op (slachtoffers van) femicide of intieme terreur. Daarnaast is er een campagne gericht op omstanders; hoe herken je - in een vroeg stadium - huiselijk geweld en waar kun je terecht voor advies? Veilig Thuis zet ook actief in op de vervolgstappen na een melding.
Het lid ABDI kent verhalen van vrouwen die na behandeling in het ziekenhuis weer naar huis moesten en zelf aangifte moeten doen bij de politie. Dat moet beter worden geregeld.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
Zij vraagt opnieuw aandacht voor digitaal stalking. De bewijslast ligt nu bij de slachtoffers. Wethouder SCHOLTES stelt voor om in een persoonlijk gesprek verder te spreken over de genoemde casussen. Hij beaamt dat slachtoffers zelf moeten bijhouden wat er allemaal gebeurt. Hij ziet uit naar adviezen hoe dat beter kan. Veilig Thuis is nu vrijwel op orde. Dat was in 2023 met de onderbesteding niet het geval. De aanpak Blijvend Veilig is cruciaal om het in de toekomst nog beter te doen. De aanpak is inderdaad ontwikkeld voor een vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen, maar vanaf het begin is aangestuurd op alle leeftijdsgroepen. Zo kun je bijvoorbeeld kindermishandeling en huiselijk geweld niet los van elkaar zien. Ook is er aandacht voor ouderenmishandeling. Politie en bijvoorbeeld de Volwassen-GGZ worden steeds meer onderdeel van deze beweging. Zij hebben kennis van diverse vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ouderen zijn een specifieke doelgroep binnen de regioaanpak. Zij zijn vaker slachtoffer van geweld dan gemiddeld. Eerder is campagne gevoerd voor het voorkomen van financieel misbruik. De campagne wordt rond de Dag van de ouderenmishandeling, 15 juni 2024, herhaald. Veilig Thuis organiseert trainingen Ouderenmishandeling voor professionals en zorgprofessionals.
Trias pedagogica heeft onder andere aanbod ontwikkeld voor het voorkomen van geweld tegen slachtoffers in het algemeen. Het lid VAN PIJPEN wil weten waar zich de deskundigheid op het gebied van ouderenmishandeling bevindt. Waar kunnen mensen, in het bijzonder mantelzorgers, terecht met vragen? Wethouder SCHOLTES legt uit dat ook mantelzorgers advies kunnen vragen bij Veilig Thuis. De medewerkers hebben ook expertise op het gebied van oudermishandeling. Het is ook belangrijk dat mensen weten wat er gebeurt na een melding. Daar wordt ook dan ook specifiek aandacht aan besteed. Veilig Thuis biedt de mogelijkheid om zowel mondeling als schriftelijk klachten (op de website; in twaalf talen) in te dienen. Het is verder belangrijk om de ervaringen van cliënten te bespreken; ook van kinderen van zestien jaar en ouder. Het lid WEHKAMP deelt mee dat in het Kinderrechtverdrag staat dat ook kinderen onder de zestien jaar gehoord mogen worden. Het zou goed zijn om, naast contacten via e-mail, fysiek in gesprek te gaan met deze kinderen. Wethouder SCHOLTES zegt toe dit met Veilig Thuis te bespreken. De wethouder legt uit dat alleen wat betreft de begroting geadviseerd wordt om geen zienswijzen in te dienen. De begroting is sluitend en er worden maatregelen genomen om voor 2026 de kostenstijgingen beter op te vangen. Hij vindt het goed dat er nu ook over het jaarverslag is gesproken.
Het lid DE JONG stelt voor om de procedure aan te passen. De raad levert dan eerst een zienswijze aan en kan deze eventueel later na bespreking weer intrekken. Wethouder SCHOLTES legt uit dat de huidige werkwijze conform de Wet gemeenschappelijke regeling is. Het is goed om de discussie over de begroting te voeren. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt voldoende besproken is en dat de begroting als hamerstuk geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering. De bijbehorende stukken zullen in de raadsvergadering van 26 juni 2024 verder worden besproken.
4. Toestemming voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling (GR) GGD Amsterdam-Amstelland (huiselijk geweld en seksueel geweld), conform de eerder gepresenteerde conceptregeling (d.d. 29 november 2023) (VN2024-006268)
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
De VOORZITTER stelt vast dat niemand het woord wil voeren. Het onderwerp kan als hamerstuk voor de raadsvergadering worden geagendeerd.
5. 5 Raadsinformatiebrief behorend bij het Jaaroverzicht ‘Buurtteam Amsterdam in beeld 2023’ en actualiteiten buurtteams (VN2024-005686) De VOORZITTER deelt mee dat in de brief een toelichting is opgenomen op het jaaroverzicht. Het lid RUNDERKAMP vindt het een goede ontwikkeling dat Amsterdammers voor brede ondersteuningsvragen op het gebied van zorg, wonen en bijvoorbeeld schuldhulpverlening terecht kunnen bij een loket, volgens het principe zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Uit de rapportage blijkt dat er in 2023 weer meer mensen zijn geholpen en dat de wachttijden bij de buurtteams zijn afgenomen. De PvdA is enthousiast over de maatwerkbudgetten bij kleine hulpvragen, zoals verhuiskosten, maar vraagt nog aandacht voor een aantal aandachtspunten. Het buurtteam van Amsterdam-Centrum heeft moeite met de vele uiteenlopende vragen. Zo zijn er vragen op het gebied van zorg, specialistische vragen over autisme, dementie en bijvoorbeeld verward gedrag. Die vragen moeten worden doorgeleid, maar de wachtlijsten bij de zorgaanbieders zijn erg lang. Waarom is dit probleem niet opgenomen in de focuspunten van 2024? Het is voor de buurtteams niet altijd mogelijk om direct contact te leggen met de gemeente of de stadsdeelkantoren. Dat moet en kan beter met bijvoorbeeld een generiek aanspreekpunt per buurtteam of per stadsdeel.
Het lid Runderkamp vraagt tot slot aandacht voor de 1,3 miljard euro die de regering per jaar gaat bezuinigen op preventie. Dat gaat wellicht ten koste van programma’s als Gezond en actief leven Amsterdam en bijvoorbeeld de rookprogramma’s. Dat zal het aantal vragen aan buurtteams alleen maar doen stijgen. Het lid VAN PIJPEN maakt zich ook grote zorgen over de 1,3 miljard euro aan bezuinigingen, ook in relatie tot het werk van de buurtteams. Het is goed dat de buurtteams deel uitmaken van het sociaal weefsel in Amsterdam. Het aantal vragen over een aantal onderwerpen, bijvoorbeeld bestaanszekerheid, stijgt. Het valt op dat steeds de zelfredzaamheid centraal staat, maar ook de samenredzaamheid is belangrijk, want niet iedereen is even zelfredzaam. Er wordt gesproken over vormen van sturing en over indicatoren. Dat zijn vage termen. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? En wat is de stand van zaken van de personele bezetting. Uit het rapport Overgang ambulante ondersteuning bleek maar weer eens dat ondersteuning geen product is, maar per definitie een relatie is tussen mensen. Het lid STAARTJES merkt op dat de buurtvoorziening een kostbare, maar ook een waardevolle voorziening is. Voor een goede dienstverlening is een goede samenwerking met de sociale basis nodig. De personele capaciteit moet passen bij de taakstelling en de opgave.
Ook vraagt het om een goede samenwerking met de huisartsenzorg. Aan de samenwerking met de sociale basis moet nog hard gewerkt worden. De wethouder zet in op stevig samenwerken, zo staat in de brief. Wat bedoelt de wethouder daar precies mee? Op dit moment lijkt het alleen te gaan over gebiedsdialogen. Daar is echter niet iedereen even tevreden over. Er is op dit moment een tekort aan gekwalificeerd personeel, zeker gezien de gemeentelijke ambities die de buurtteams moeten waarmaken. Hoe ziet de toekomst eruit? Veel huisartsen kunnen op dit moment de buurtdiensten onvoldoende vinden, omdat bij hen niet precies bekend is wat het aanbod is. Veel inwoners gaan met klachten eerst naar de huisarts. Wat kan de gemeente daar aan doen?
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
Het lid HAIJEN merkt op dat de inzet van de buurtteams (vier jaar geleden), budgetneutraal moest zijn. Het gaat echter om een mega-operatie, waarvoor 70 miljoen euro per jaar is uitgetrokken. De SP steunde die beweging naar laagdrempelige toegang dichtbij en was ook voorstander van verregaande samenwerking tussen buurtteams en welzijnsorganisaties. De beweging naar laagdrempelige toegang tot zorgvragen in de buurt is goed gelukt en wordt steeds meer herkenbaar. Het gaat om zeer uiteenlopende zorgvragen. Dat zorgt ervoor dat de buurtteams met heel veel problemen worden geconfronteerd. Dat blijkt ook uit de hoge werkdruk. Zij hebben moeite om alles te kunnen bolwerken. Het kabinet biedt ook geen structurele oplossing. Is de 70 miljoen euro per jaar nog wel toereikend? Wordt er nog nagedacht over het aantrekken van extra personeel? Het lid STAARTJES merkt op dat het gewoon niet lukt om de vacatures in te vullen. Het budget is het probleem niet. Het lid HAIJEN beaamt dat er sprake van krapte op de arbeidsmarkt, maar benadrukt dat de buurtdiensten ook worden geconfronteerd met een hoge werkdruk. De gemeente moet er alles aan doen om extra personeel te werven. Dat is - met een goede campagne - ook gelukt bij de hulp bij huishouding. De buurtteams moeten werken aan het standaardiseren van de werkwijze. Wat is de stand van zaken? Er is onderzoek gedaan naar de ambulante ondersteuning.
Het was een kwalitatief goed onderzoek met aandacht voor de ervaringen van inwoners. Een van de pijlers is de ondersteuning aan Amsterdammers om in hun eigen netwerk te zoeken naar oplossingen. Die vermeende zelfredzaamheid kan wel de uitkomst zijn, maar dat is echter nooit een uitgangspunt geweest. Er zijn nu eenmaal Amsterdammers die niet zelfredzaam zijn en gewoon hulp nodig hebben. Het lid Hayen noemt vervolgens enkele voorbeelden. De VOORZITTER heet alle aanwezige kinderen van groep 5 van de basisschool Samenspel uit Zuidoost welkom en complimenteert hen dat ze de vergaderingen in alle stilte volgen. Het lid BROERSE vindt het goed te lezen dat de buurtteams zich positief ontwikkelen, maar stelt ook vast dat de arbeidstekorten in Amsterdam enorm toenemen, ook bij de buurtdiensten. Het doorverwijzen van zorgvragen over autisme of dementie naar meer specialistische zorg vraagt om een specifieke aanpak en om voldoende personeel. Is daar voldoende capaciteit voor? Uit de uitstroomcijfers van 2023 blijkt dat tien procent het contact verbreekt tijdens de hulpverlening.
Wordt er dan nog geprobeerd om contact te zoeken? Als later het arbeidstekort afneemt, wordt er dan ook nog gekeken naar uitbreiding van het aantal locaties? Het lid WEHKAMP is blij met de stand van zaken van de buurtteams, maar stelt ook vast dat cliënten met ambulante ondersteuning soms tussen wal en schip belanden. Scholen hebben een specifieke zorgmedewerker. In het rapport staat dat de buurtteams bij de gebiedsgerichte plannen goed samenwerken met deze OKT’er. Is het niet moeilijk om op dat gebied in gebieden te denken? Er is onderzoek gedaan naar specifieke hulp voor specifieke doelgroepen. Dat onderzoek heeft echter weinig opgeleverd. Er zijn geen nieuwe conclusies aan verbonden. Met welk doel is dat onderzoek verricht? Wethouder SCHOLTES merkt op dat de buurtteams destijds gestart zijn met drie gigantische uitdagingen: de coronacrisis, de inflatiecrisis en de toeslagenaffaire. Ze hebben die uitdagingen opgepakt zonder dat er elders gaten zijn gevallen. Dat is een enorme prestatie. De wethouder spreekt met de buurtteams, hun partners en onder andere met de huisartsen en is dus op de hoogte van allerlei gedachten en zorgen. Daaruit blijkt dat de buurtteams een belangrijke plaats in de buurt hebben ingenomen.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
De PvdA heeft vragen gesteld over de samenwerking binnen het sociaal domein. Het doorverwijzen is inderdaad een belangrijk aandachtspunt. In 2024 wordt met de buurtteams gekeken hoe passende zorg voor iedereen beschikbaar kan worden gemaakt. Daarbij zijn de contacten met de verschillende zorgpartners, netwerkvorming richting de sociale basis en richting specialistische zorg, belangrijk. Het Buurtteam Centrum heeft aandacht gevraagd voor de groep ouderen. Een medewerker van het buurtteam heeft in het tv-programma Argos gesproken over mensen (ouderen, die vaak geen sociaal netwerk hebben) die tussen wal en schip dreigen te vallen. Voor het intensiveren van hulp aan ouderen is een apart budget opgenomen in de begroting. Met de buurtdiensten wordt gesproken over hun opdracht op dit gebied. De PvdA heeft ook aandacht gevraagd voor het contact van de buurtdiensten met de gemeente. Het is niet realistisch dat alle medewerkers van de buurtdiensten (ruim negenhonderd) direct contact kunnen opnemen met de gemeente. Afgesproken is dat er binnen de buurtteams specialistische kennis moet opgebouwd. De specialisten hebben vaak een goede toegang tot een medewerker binnen de gemeente en vice versa. Iedereen wil het liefst een contactpersoon die alles weet en het overzicht heeft. Dat is echter niet realistisch.
De gemeente heeft daarom gekozen voor zes-jaarlijkse subsidies in plaats van jaarlijkse subsidies. Dat geeft ruimte voor het opbouwen en onderhouden van netwerken, zodat partijen elkaar beter weten te vinden. Dat kost echter tijd. Het is ook een - gedeeltelijke - verantwoording van de partijen zelf. Een specifiek aandachtspunt is de samenwerking tussen buurtteams en huisartsen van de Coalitie chronisch zieken van Amsterdam vitaal gezond. Jaarlijks vindt een evaluatie plaats van die samenwerking . De wethouder is zich zeer bewust van de complexe opdracht en de dilemma’s van de buurtteams. Het stapelen van opdrachten moet worden voorkomen. Naar aanleiding van het rapport van onder andere HVA en de Universiteit van Utrecht zijn er al verbeteringen aangebracht in de signalering. In het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen is aandacht voor preventie, maar de bijbehorende financiële paragraaf baart zorgen. Er is nog veel onduidelijk. De wethouder stelt voor om de ontwikkelingen af te wachten. Hij benadrukt dat Amsterdam vol inzet op preventie. Dat zal ook blijken uit de voorjaarsnota en de voorstellen voor de begroting voor de komende jaren. Er wordt veel gesproken over zelfredzaamheid en samenredzaamheid. Op dat gebied is de wethouder het volledig eens met het lid Van Pijpen.
De wmo is erop gericht om mensen zo zelfredzaam mogelijk te maken, maar dat is niet voor alle mensen weggelegd, bijvoorbeeld omdat ze geen netwerk hebben. Als samenleving moet je het samen doen. Zelfredzaamheid wil echter niet zeggen dat je alles in je eentje moet doen. Maar het is ook belangrijk om de samenredzaamheid te versterken. Het lid VAN PIJPEN stelt voor om dit dan ook zo in de stukken op te nemen. Daarmee ontstaat een goed beeld van de medewerkers van de buurtteams. Wethouder SCHOLTES zegt toe daar een volgende keer op te letten. Het sociaal domein is ingewikkeld en het is moeilijk om meetbare indicatoren vast te stellen om causale verbanden te kunnen leggen tussen de inzet van de buurtteams en het welzijn en de gezondheid van individuele Amsterdammers. Dat is een tijdrovend proces dat samen met de buurtteams wordt doorlopen. Het lid HAIJEN is van mening dat niet alles is uit te drukken in indicatoren. Daarom was hij ook zo blij met dat kwalitatieve onderzoek. Wethouder SCHOLTES is ook voorstander van kwalitatief onderzoek, maar benadrukt dat het ook belangrijk is te weten met welke investeringen in het sociaal domein je het meest kunt bereiken. Het is goed om te weten wat werkt voor de gezondheid en de sociale samenhang en wat niet. Dat is ook een wens van de meerderheid van de gemeenteraad.
Het lid DE JONG merkt op dat in de technische sessie over dit onderwerp het gebrek aan indicatoren een reden was voor de rekenkamer om te melden dat er geen goed
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
zicht is op de resultaten. Hij complimenteert de wethouder dan ook met het voorliggende stuk. Wethouder SCHOLTES koestert dit compliment van JA21. De personele tekorten bij de buurtteams vallen relatief mee, zeker ten opzichte van andere zorgpartijen. Zij hebben een relatief goede cao. De wethouder is niet ontevreden over de lengte van de wachtrijen, maar benadrukt dat er nog altijd vacatures open staan. De buurtteams worden wel geconfronteerd met lange wachttijden bij de specialistische organisaties waarnaar ze moeten doorverwijzen, zoals Hulp bij het Huishouden. De medewerkers steken, vanuit hun verantwoordelijkheidsgevoel, veel tijd en energie in zaken als hulp bij het huishouden. Dat zorgt echter weer voor extra werkdruk. In het rapport Overgang ambulante ondersteuning staat dat zorg geen product is, maar bestaat uit een relatie tussen zorgverlener en de Amsterdammer. Dat is een belangrijk aandachtspunt bij alle inkoop op dit gebied. De VVD heeft opmerkingen gemaakt over de samenwerking met de sociale basis. Dat kan zeker beter. Volgend jaar wordt gestart met een nieuw kader. De subsidieaanvragen worden op dit moment beoordeeld met aandacht voor een langere periode van zekerheid, maar ook met aandacht voor de kleinere initiatieven waarmee mensen in de buurt elkaar weten te vinden. De wethouder spreekt met de huisartsen over samenwerking binnen de buurt.
Het is echter ook een eigen verantwoordelijkheid om elkaar te vinden en zaken aan elkaar over te dragen en terug te koppelen. De samenwerking wordt gemonitord en jaarlijks geëvalueerd binnen de Coalitie Amsterdam vitaal en gezond. De buurtteams besteden ook aandacht aan het verwerven van specialistische kennis, onder andere op het gebied van dementie, GGZ en veiligheid. Er zijn ook steeds meer ervaringsdeskundigen in dienst. Uit de uitstroomcijfers blijkt dat tien procent het contact verbreekt. Als medewerkers het idee hebben dat er iets anders dan de hand dus, nemen zij altijd contact op. In nieuwe gebieden wordt altijd gekeken of de dekking van de buurtteams wel voldoende is, maar ook in de bestaande stad wordt gekeken naar de behoefte aan dependances. Het lid BROERSE is blij dat het aantal mensen dat geholpen is met slechts één contactmoment, heel hoog is. De tien procent die het contact verbreken en verdwijnen wellicht van de radar. Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat deze mensen in beeld blijven? Wethouder SCHOLTES legt uit dat buurtteammedewerkers het contact opzoeken als zij een indicatie hebben dat hulp alsnog nodig is. Daarom zijn de contacten met formele en informele partijen in de buurt zo belangrijk. Uniformering van de werkprocessen is een blijvend aandachtspunt. Daarover wordt stevig gediscussieerd met de buurtteams.
Het proces van aanvragen, het voeren van de regie en vragen aan zorgaanbieders verschilt nog per buurtteam. Dat geldt ook voor de evaluatie van wie wat doet, de monitoring en bijvoorbeeld de definitie van een wachtrij. Dat maakt sturing ingewikkeld, maar het is ook voor partners en gewikkeld. In het Jaarplan 2024 is opgenomen dat buurtteams gaan werken aan de implementatie van een uniforme werkwijze. D66 heeft vragen gesteld over de mensen die tussen wal en schip belanden. Dat komt weinig voor bij de ambulante ondersteuning. Maar de wethouder beaamt dat het gebeurt. Het is dan ook een belangrijk aandachtspunt. Gebiedsgerichte analyses zorgen voor een juiste inzet van de buurtteams op locaties waar dat het hardst nodig is. OKT streeft naar vaste contactpersonen bij de organisaties. Onderzoeken bevestigen wat al bekend is, met name wat betreft de inzet van ervaringsdeskundigen. De wethouder zegt toe de raad daarover met een raadsinformatiebrief voor de zomer van 2024 te informeren. Het lid STAARTJES begrijpt dat bij de samenwerking met de sociale basis het nieuwe kader bepalend is. Dat is echter pas in 2026 mogelijk. Op welke manier kan ervoor worden gezorgd dat ook de informele groepen worden betrokken bij de buurtteams?
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
Wethouder SCHOLTES antwoordt dat het nu al een opdracht is van de buurtteams om ook aandacht te hebben voor onbereikbare groepen. Ook is er al een opdracht om een netwerk te vormen. Alles is erop gericht om elkaar beter te weten vinden. Dat geldt ook voor de samenwerking met informele partijen. De inzet van ervaringsdeskundigen draagt daar aan bij. De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte is en een tweede termijn en dat het onderwerp voldoende is besproken.
6. Raadsinformatiebrief Evaluatie Project Gidso en bijbehorende bijlagen (VN2024006363) Het lid VAN PIJPEN vindt het een schokkend rapport en eigenlijk ook een schokkend proces. Wat is er intern met dit rapport gedaan? Wordt er wel verantwoordelijkheid voor genomen? Ze mist de rol van een bestuurlijke besturing. Er wordt slechts - op het laatst gesproken over de rol van de wethouder. Hoe kan het dat een Directie Sociaal iets voortzet, dat tegen het advies van externe deskundigen in gaat? De raad heeft vanaf 2019 diverse malen gevraagd om meer duidelijkheid. Die is er nooit gekomen. Wat is daar vanuit de bestuurlijke sturing mee gedaan? Een onderliggende vraag is: van wie zijn de data? Het gaat om gevoelige informatie. Wie heeft er toegang toe en wat is de zeggenschap van Amsterdammers daarover? Die relevante vraag moet eerst beantwoord worden. Het gaat om veel meer dan alleen maar machtsverhoudingen. GroenLinks wil dat de gemeente leert van dit rapport. Er moet eerder gereageerd worden op signalen, ook op signalen van de raad. Dat is nu niet gebeurd. Het lid BROERSE is ook geschrokken van deze evaluatie. Zij vraagt aandacht voor de werkwijze bij signalen. Bezwaren van leden van de projectgroep en signalen van de werkvloer zijn constant genegeerd of onterecht als oplosbaar bestempeld. Het is pijnlijk dat signalen van onderop niet serieus worden genomen.
Dat komt echter wel vaker voor bij de gemeente. Organisaties hebben al vanaf het begin het gevoel gehad dat ze niet als gelijkwaardige partners aan tafel zaten. Ze vonden de samenwerking ook onplezierig en de dominante rol van de gemeente heeft de samenwerking ook geen goed gedaan. Er wordt gesproken over het grote belang van een inclusieve en gelijkwaardige samenwerking. Wat betekent dat? Wat gaat de gemeente in de toekomst met dit soort signalen doen? Wordt de werkwijze aangepast? Wethouder SCHOLTES kan zich de verontwaardiging van de raadsleden voorstellen. Hij voelt zelf ook enig ongemak. Hij is pas sinds kort betrokken bij dit dossier en kan (nog) niet alles goed wegen. De lessen zijn duidelijk en het is voor hem als verantwoordelijk bestuurder duidelijk dat hij ervoor moet zorgen dat dit nog niet nog eens gebeurt, met name in relatie met de betrokken partijen. Gidso is ingevoerd toen er nog geen buurtteams waren. Dat kan een verklaring zijn dat het vanaf het begin niet goed is gegaan. Maar ondertussen zijn er voldoende mogelijkheden geweest om daar iets aan te doen. Dat is echter niet op de goede manier gebeurd. Signalen van mensen zijn daarbij cruciaal voor bijsturingen. Wethouder Moorman heeft kort na haar overname van dit dossier gezorgd voor een evaluatie op basis van de signalen. De resultaten waren de aanleiding om Gidso stop te zetten.
Met Gidso dacht men specifieke problemen te kunnen oplossen zonder te kijken naar het geheel. Daar moeten lessen uit worden getrokken. De gedachte heerste dat projecten haalbaar en uitvoerbaar leken. Dat heeft geleid tot een lange doorlooptijd, maar de hamvraag (is dit nog wel wat we willen?) werd niet beantwoord. Ook is het te weinig met het bestuur en de raad besproken. De signalen van de buurtteams worden nu uiterst serieus genomen. Er is nog steeds een informatiesysteem nodig. Daarbij moeten de buurtteams bij worden betrokken.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
Een andere les is dat er geen unieke standaardapplicatie moet komen waarmee alles moet kunnen. Dat lijkt niet mogelijk. Ook moet er meer aandacht zijn voor privacy. Zo is toeleiding tot wmo-voorzieningen (met gebruik van persoonsgegevens) een taak van het college. De betreffende gegevens zijn dan ook van de gemeente. De gemeente heeft echter geen taak bij de feitelijke uitvoering met gespreksverslagen, notities en ondersteunende stukken. Het is niet gewenst om beide soorten gegevens samen op te nemen in een systeem. Daarover moet een goede discussie worden gevoerd met de buurtteams. Ook moeten in het kader van het ambtelijk opdrachtgeverschap duidelijke afspraken worden gemaakt met alle partijen, inclusief de raad, over sturing van het project en over tempo, transparantie en risico’s. Verder zijn voorzieningen voor informatievoorziening middelen en geen doelen op zich. Dat was bij Gidso niet het geval. De wethouder beaamt dat er - samen met de raad - beter gekeken moet worden naar transparantie, de dilemma’s en de problemen. Hij zegt toe hiervan te leren en signalen van zowel de gemeenteraad als de buurtteams in de toekomst serieus te nemen. Tweede termijn Het lid VAN PIJPEN heeft vertrouwen in deze wethouder. Zij mist echter een reactie op haar opmerkingen over de bestuurlijke sturing.
Gaat dat echt veranderen? De Directie Sociaal heeft tegen alle adviezen in een besluit genomen waarvoor geen bestuurlijke afweging heeft plaatsgevonden en dat niet gelegitimeerd door een wethouder. Dat is bijzonder. De lessen die de wethouder nu trekt, hadden al eerder getrokken moeten worden. Daar moet beter op worden gestuurd. Het lid BROERSE gaat in op de opmerking van de wethouder dat gestart is met Gidso voordat de buurtteams bestonden. Dan had dat bij de start van de buurtteams opnieuw beoordeeld moeten worden. Verder had de evaluatie eerder plaats moeten vinden en de signalen hadden serieuzer moeten worden meegenomen. Hoe gaat de wethouder dat in de toekomst verbeteren bij de opstart van een nieuwe directie of een nieuw team? Wethouder SCHOLTES zegt toe bij alles wat hij doet, specifiek bij het opstarten van informatiesystemen, de stand van zaken met de partners zal bespreken, signalen goed zal opvangen en waar nodig ervaringsdeskundigen zal inzetten. Hij zegt ook toe om regelmatig intern om informatie te vragen en transparant te zijn richting gemeenteraad over de stand van zaken en mogelijke dilemma’s. Dat is zijn manier van bestuurlijke sturing. Hij zegt ook toe bij nieuwe informatiesystemen de geleerde lessen toe te passen.
De wethouder vindt het vanzelfsprekend dat signalen van mensen in het werkveld en van ervaringsdeskundigen meegenomen moeten worden in de check&balances. Daarbij zal hij als bestuurder iedere keer aandacht voor vragen en daar opvolging aan geven. Het rapport wordt intern gebruikt als een lerende aanpak. Het college blijft verantwoordelijk. Het lid BROERSE twijfelt niet aan de woorden van de wethouder dat hij hier scherp op zal zijn en dit goed zal oppakken. Maar in principe zou dit niet mogen afhangen van de juiste instelling van een wethouder. Zijn woorden, onder andere over het nemen van verantwoordelijkheid, moeten een werkwijze worden, want het moet over tien jaar met een andere wethouder ook nog goed gaan. Wethouder SCHOLTES deelt mee dat de werkwijze hier al op is aangepast. Bij de vervanging van Trajectus, het systeem voor de toeleiding naar de centrale toegang, is al gestart met de geleerde lessen van Gidso. In de Coalitie digitale zorg lopen vergelijkbare projecten. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken. Het lid VAN PIJPEN wil dit onderwerp in de raad te bespreken.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
7. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de toezegging informatie te geven over cultuursensitieve aspecten binnen de wmo-inkoop (Raadscommissie OZA - 12 oktober 2023) (VN2024-005690) Dit agendapunt is afgevoerd van de agenda.
Publieke gezondheid en preventie 8. Raadsinformatiebrief Rijksvaccinatieprogramma: opkomst 2023 en voortgang aanpak (VN2024-005680) Het lid RUNDERKAMP vindt het verdrietig dat er nu weer over dit onderwerp moet worden gesproken. De vaccinatiegraad daalt. Er zijn in het verleden veel mensen overleden aan mazelen en bijvoorbeeld kinkhoest. Die ziektes zijn nu al decennia uitgestorven en zijn nu teruggekomen, omdat mensen zich niet meer laten vaccineren. De kern van het probleem is het verloren vertrouwen in de overheid. Dat vertrouwen moet de overheid weer terug winnen, zowel landelijk als in Amsterdam. De PvdA steunt dan ook de plannen van de wethouder om het aanbod van vaccinaties zo laagdrempelig mogelijk te maken. Het lid Runderkamp vraagt in dat kader naar de samenhang met de landelijke aanpak Vertrouwen in vaccinaties. Die aanpak kent ook een aantal lokale aspecten, zoals de wijkgerichte aanpak en de twijfeltelefoon. Huisartsen worden vaak geconfronteerd met desinformatie over vaccinaties. Zijn er mogelijkheden om dat lokaal tegen te gaan. Het lid STAARTJES wil weten of de PvdA bereid is om hiervoor extra middelen beschikbaar te stellen. Het lid RUNDERKAMP stelt voor om daar in een grotere samenhang verder over te spreken. Voor de PvdA behoort dat tot de mogelijkheden. Het lid WEHKAMP merkt op dat er dit jaar al 250 gevallen van kinkhoest zijn geconstateerd.
Vorig jaar om deze tijd was dat één geval. Het is wachten op een mazelenuitbraak in Amsterdam. Het is goed dat de wethouder daar op inzet, ondanks het gebrek aan middelen vanuit het Rijk. Hieruit blijkt maar weer eens het belang van preventie. D66 is blij met de wijkgerichte aanpak van de wethouder. De fractie steunt zijn oproep richting het Rijk. Het lid STAARTJES wil ook van D66 weten of de fractie bereid is om daar middelen voor beschikbaar te stellen. Het lid WEHKAMP antwoordt dat er nu al 800.000 euro besteed wordt aan vaccinatie. Een eventueel hoger budget zal bij de bespreking van de voorjaarsnota aan de orde komen. Juist mensen die in armoede leven, laten zich minder vaccineren. Vaak hebben ze andere zaken aan hun hoofd. Het is goed dat met hen het gesprek wordt aangegaan. Spreekster is benieuwd naar de inzichten die uit deze gesprekken ontstaan. Kunnen mensen ergens terecht voor vragen over vaccineren? Dat kan de afstand verkleinen. Bij corona werkte dat heel goed. Ook moeten mensen zich in de buurt kunnen laten vaccineren. Wellicht dat op dat gebied kan worden samengewerkt met bijvoorbeeld voedselbanken, de voorschool en de buurtteams. Uit de antwoorden op vragen van D66 over kinderopvang blijkt dat de GGD bij de kinderopvang actief voorlichting kan geven, maar dat de behoefte minimaal is. Dat is opvallend en zorgelijk.
Op welke manier kan die behoefte worden vergroot, bijvoorbeeld met een andere communicatie, bijvoorbeeld met een standaardbrief?
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
Het lid VAN PIJPEN sluit zich aan bij de woorden over het belang van vaccinaties en is blij dat de wethouder daar samen met andere grote steden actie op heeft ondernomen. Ook GroenLinks vraagt inzage in de financiën, met name in de bijdrage van het Rijk. Wat is de stand van zaken, mede gezien het hoofdlijnenakkoord? Het lid STAARTJES vindt het een Amsterdams probleem. De wethouder vindt dat het rijksvaccinatieprogramma ook door het Rijk moet worden gefinancierd. Het is goed om dat te proberen, maar probleem in Amsterdam moet door de gemeente worden opgelost. Daarom stelt de VVD voor om, naast de 800.000 euro, extra geld beschikbaar te stellen voor een verdere intensivering van de aanpak. Het lid WEHKAMP vindt het vreemd om te stellen dat het een Amsterdams probleem is. Het is wel degelijk een landelijk probleem. Daarop moet landelijk beleid worden gevoerd. Het heet ook niet voor niets het rijksvaccinatieprogramma. De gevolgen als mensen niet voldoende zijn ingeënt, zijn voor het Rijk. Zij vindt dat zowel het Rijk als de gemeente Amsterdam alle zeilen moet bijzetten. Het lid STAARTJES vindt dat de consequenties voor onvoldoende vaccinatie voor de gemeente zijn. Als de vaccinatiegraad daalt is dat een probleem voor de gemeente Amsterdam. Daarom moet de gemeente dit probleem met eigen middelen oplossen.
Het lid WIJMENGA pleit voor een goede aanpak van de problemen voor samenwerking met het Rijk. Een goede volksgezondheid is van levensbelang. De informatie voor jonge ouders moet goed, betrouwbaar en overal beschikbaar zijn. In de brief is aandacht voor samenwerking in het veld. De huisartsen en ziekenhuizen slaan nu gelukkig de handen in elkaar om de ongewenste stroom van desinformatie te weerspreken. Het blijkt dat informele contacten er toe doen. Hoe kan de gemeente er voor zorgen dat ook nietprofessionals beschikken over de juiste informatie? De gemeente kan daarbij een voorbeeld nemen aan de kruisverenigingen van vroeger. Destijds gingen niet alleen de professionals, maar ook de inwoners zelf aan de slag als EHBO’ers, mantelzorgers en als vraagbaak. De gemeente moet zorgen voor een fijnmazig netwerk dicht bij de ouders met informatie hoe belangrijk vaccinatie is. Het lid KABAMBA wil weten of huisartsen en andere partners die informatie wel actief mogen aanbieden aan patiënten, de kraamzorg en aan nieuwe ouders. Er gebeurt al veel via het consultatiebureau. Is een hogere frequentie van e-mailcontact mogelijk met de ouders over vaccinaties? Zij vraagt ook om een social media campagne, specifiek gericht op ouders en schoolgaande kinderen over ziektes als de mazelen en kinkhoest en over vaccineren.
Ook moeten zij geïnformeerd worden over de gevolgen voor volwassenen als zij besmet raken omdat de kinderen gevaccineerd zijn. Het lid HAYEN is zeer verbaasd over de opmerking van de VVD. Ziektes stoppen niet bij de gemeentegrenzen. Hij is zeer verwonderd over dat nieuwe liberale inzicht. De VOORZITTER stelt vast dat de VVD geen behoefte heeft om te reageren. Wethouder SCHOLTES benadrukt dat Nederland een landelijk volksgezondheidprobleem heeft. Het zou uitermate teleurstellend zijn als het Rijk geen enkele verantwoordelijkheid voelt om er werk van te maken. De staatssecretaris noemt de wijkaanpak een goed voorbeeld van iets wat de gemeente extra kan doen. Het Rijk zou er met de gemeenten mee aan de slag moeten gaan. Hij kondigt aan daar met de staatssecretaris bij zijn aanstaande bezoek aan Amsterdam het gesprek over te voeren. De VVD mag uitspreken dat het Rijk hierbij geen verantwoordelijkheid heeft. De VVD heeft in de Tweede Kamer ook tegen het voorstel voor extra geld voor het rijksvaccinatieprogramma gestemd. Dat is jammer, maar wie weet wat het nieuwe kabinet nog gaat doen?
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
Het lid STAARTJES merkt op dat het Rijk wel degelijk haar verantwoordelijkheid neemt. Het draagt bij aan het vaccinatieprogramma. Zijn opmerkingen hadden betrekking op de gebiedsgerichte aanpak. Daar was eerder geen extra geld voor nodig. Amsterdam moet nu zelf zorgen voor voldoende middelen voor het Amsterdamse programma. Wethouder SCHOLTES vindt dat Rijk en gemeenten een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben. Amsterdam zet hiervoor al 750.000 euro in, voor een deel gericht op een specifieke campagne voor ouders met jonge kinderen. Dat is echter incidenteel geld. De wethouder herhaalt dat ook het Rijk hierin een verantwoordelijkheid heeft. Hij kondigt aan bij de begroting een voorstel in te dienen om een deel van het geld structureel te maken. In de brief van de Tweede Kamer wordt de wijkgerichte aanpak genoemd als een goed voorbeeld. Ook andere gemeenten kiezen voor deze aanpak. De twijfeltelefoon is een landelijk initiatief en kan straks ook worden ingezet voor vragen over vaccinaties. Het kan versterkend werken voor het werk van de GGD in Amsterdam. De wethouder kondigt aan daar in de communicatie naar te verwijzen. Naast huisartsen lopen ook (jeugd)verpleegkundigen aan tegen problemen met desinformatie over vaccineren. Daar is veel aandacht voor en daar is ruimte en tijd voor gemaakt bij de inloop.
De GGD spreekt met de artsen en verpleegkundigen hoe desinformatie kan worden tegengegaan. Ook de staatssecretaris zal er aandacht aan besteden. Er zijn dit jaar al 111 gevallen van kinkhoest; voor corona waren dat er gemiddeld veertien. Dat baart grote zorgen. De inloopspreekuren voor informatie over vaccinaties zijn gestart in mei 2023. De opkomst is dit jaar gestegen. Er wordt, afhankelijk van de behoefte in de wijk, altijd gekeken naar nieuwe priklocaties. Zo is er in mei 2024 eenmalig gevaccineerd op een school met veel nieuwkomers in Oost. Met ouders met jonge kinderen wordt gesproken over hun twijfels. Daar is de campagne op onder andere social media op gericht. De wethouder van mening dat het persoonlijk contact tussen kinderdagverblijven en jeugdverpleegkundigen effectiever is dan een standaardbrief. Het lid WEHKAMP vindt het gek dat kinderdagverblijven aangeven geen behoefte te hebben aan informatie. Zij stelt voor om daar extra op in te zetten. Wethouder SCHOLTES benadrukt dat er altijd contact wordt gezocht met de kinderopvang om te weten waar behoefte aan is. Hij beaamt dat er geen apart contact is met kraamzorg en kondigt aan te verkennen wat de gemeente op dat gebied nog kan doen. Het lid KABAMBA vindt kraamhulp na een bevalling een goed moment om buiten het bestaande systeem (via het consultatiebureau) om te spreken over vaccineren.
Wethouder SCHOLTES herhaalt dat hij dat pad zal verkennen. Hij noemt een voorbeeld van een moeder die eerder twijfels had en na een gesprek met de GGZ zich nu inzet binnen haar eigen netwerk om vaccinatie bespreekbaar te maken. Zo zijn er meer voorbeelden uit de verschillende gemeenschappen. Ook niet-professionals zijn essentiële partners. Tweede termijn Het lid VAN PIJPEN heeft een vraag aan de VVD. Als bijvoorbeeld Utrecht geen geld uitgeeft aan vaccinaties, gaat de gemeente Amsterdam dan mensen uit Utrecht weren? Het lid STAARTJES vindt dat er een karikatuur wordt gemaakt van zijn opmerking. Hij herhaalt dat het hier een probleem van Amsterdam is. In Utrecht is het een probleem van Utrecht. Iedere gemeente moet het op zijn eigen manier aanpakken. Het college zegt
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
dat de aanpak van Amsterdam werkt. De raad moet daar voldoende geld voor beschikbaar stellen. Het lid VAN PIJPEN vindt het geen karikatuur. Zij blijft erbij dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van Rijk en gemeenten om mensen te beschermen. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het lid Wehkamp wil het onderwerp bespreken in de raadsvergadering.
Onderwijs 9. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘Lang Leve de Bieb: de eerste Amsterdamse bibliothekenvisie’ en de bibliothekenvisie (VN2024-005682) Het lid WEHKAMP is blij met deze bibliothekenvisie met onder andere een gratis bibliotheekpas voor jongeren en docenten. Zij is niet blij met de door de nieuwe (landelijke) coalitie voorgestelde boete op boeken. Daarom is het belangrijk dat Amsterdam inzet op goed lezen. De VVD maakt zich altijd zorgen over het verminderen van de leesvaardigheid; het is dan gek dat deze partij instemt met die boete. Zij vraagt de wethouder en de VVD om een reactie. Het lid VON GERHARDT is zelf ook geschrokken van de boete op boeken en op kunst en cultuur (door de verhoging van de btw). Hij kondigt aan daar met de fractie in de Tweede Kamer over te spreken. Dit moet voor iedereen toegankelijk zijn. Een boete helpt daar niet bij. Het lid WEHKAMP is blij met deze reactie. Zij vraagt de wethouder wat deze btwverhoging betekent voor de SPUK-uitkering voor bibliotheken. D66 heeft eerder een initiatiefvoorstel ingediend voor een Amsterdamse verhalenprijs. Kinderen kunnen dan verhalen vertellen over wat ze meemaken. Het lid ziet uit naar de behandeling van dit voorstel. Daarvoor heeft zij al verschillende gesprekken gevoerd. De OBA vond het een goed plan. Het is mooi dat docenten een gratis pas krijgen.
Een docent vroeg naar een soort uitwisselingsprogramma over boeken. Hoe kijkt de wethouder daar naar? Op de Kikker, een leuke IKC in Nieuw-West, werden kinderen geadviseerd over leuke boeken. De Leesdetective in Utrecht helpt kinderen op scholen een goede match te maken met boeken. De organisatie geeft advies over boeken. Zijn dat ook goede ideeën voor Amsterdam? Het lid Wehkamp onderschrijft de ambities, maar ze zijn lastig meetbaar. Hoe kan het succes van deze visie worden gemeten en hoe wordt de raad ervan op de hoogte gesteld? De bibliotheek in IJburg blijkt vaak dicht te zijn. De bibliotheek is drie dagen per week gesloten, twee dagen per week de hele dag open en verder alleen dagdelen. Ook de stadsdeelcommissie vindt dat onvoldoende. Ook het aanbod is beperkt met vooral kinderboeken. Het lid RUNDERKAMP merkt op dat de openbare bibliotheken al meer dan honderd jaar een belangrijke rol spelen in de stad. Hij hekelt dan ook de boete op boeken. Hij is blij met de reactie van de VVD in deze commissie. Hij onderschrijft de ambities in de visie met een grote rol voor de bibliotheken in het leven van de Amsterdammers en bij de liefde voor het lezen. Hij prijst de maatregelen als een gratis lidmaatschap voor jongeren tot 27 jaar en voor docenten. De bibliotheek in Brooklyn is in 2023 gestart met het uitgeven van bibliotheekpassen met een beeltenis van de rapper Jay-Z.