Definitief verslag raadscommissie Algemene Zaken 23-01-2025
Tekst van het document
Dat patroon heeft hij ook gezien bij de demonstraties van Extinction Rebellion en bij het Holocaustmuseum en daarom heeft hij aangegeven dat er iets anders moet gebeuren in het optreden van de driehoek. Het lid ABDI vindt het betreurenswaardig dat het lid Wijnants eromheen blijft draaien omdat zijn woorden het gezag ondermijnen waar hij zelf deel van uitmaakt. Het lid WIJNANTS antwoordt dat het gezag niet wordt ondermijnd door hem maar door relschoppers op straat die bushokjes slopen en die onze wetten en onze democratische normen en waarden afwijzen. Het lid HOFLAND is van mening dat het lid Wijnants met zijn uitspraak het vertrouwen ondermijnt van de instituties die de rechtsstaat vormgeven. In het debat is niet naar voren gekomen dat er grote fouten waren in het optreden van de burgemeester en hij hoopt dat het lid Wijnants nu afstand kan nemen van zijn vreemde formulering onder curatele en dat hij zijn vertrouwen uitspreekt in de burgemeester. Het lid WIJNANTS antwoordt dat het vertrouwen in de burgemeester er is. Aan de andere kant blijft hij kritisch over de uitoefening van bevoegdheden van de burgemeester, bijvoorbeeld bij de opening van het Holocaustmuseum. Hij herhaalt dat het niet zijn woorden zijn die de rechtsstaat ondermijnen. Dat gebeurt door het handelen op straat van relschoppers en mensen die onze samenleving afwijzen.
Dat probleem ligt nu even onder de oppervlakte wellicht door het einde van de oorlog in Gaza, maar dat probleem is niet weggenomen. Het lid ALBERTS roept het lid Wijnants op toe te geven dat hij er met zijn uitspraak naast zat zodat het debat over het politieoptreden verder gevoerd kan worden.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
Het lid WIJNANTS antwoordt dat de burgemeester haar bevoegdheden heeft maar dat het wat hem betreft erom gaat dat ze die op een goede manier inzet. Dat is het punt dat hij wil markeren en daar zijn soms andere zaken voor nodig. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Nadif. Het lid NADIF uit haar zorgen over het demonstratierecht dat steeds verder onder druk lijkt te staan. Ze is van mening dat er met meer ernst gekeken moet worden naar de uitdagingen die Amsterdam te wachten staan gezien de verrechtsing in Nederland en Europa en de verkiezingen in de Verenigde Staten en het steeds gebruikelijker wordt om grondrechten ter discussie te stellen en te suggereren dat deze ingeperkt kunnen worden. Ze bedankt de politie voor het overzichtelijke rapport. In het rapport wordt gesteld dat op het Rokin absoluut niet mogelijk was om onderscheid te maken tussen vreedzame demonstranten en de groep die geweld gebruikte. Tegelijkertijd worden er in het rapport punten genoemd die wijzen op mogelijke verbeteringen. Ze vraagt om verduidelijking van wat de politie hiermee bedoelt. Ze benadrukt het belang van de netwerkeenheid bij de-escalatie en vraagt hoe de inzet van deze eenheid in de toekomst kan worden aangepast zodat de-escalatie in soortgelijke situaties prioriteit krijgt.
Ze wijst erop dat de Dam voor veel mensen een logische plek is om te demonstreren maar dat het daar slecht gesteld is met de hoorbaarheid van vorderingen. Ze vraagt hoe de hoorbaarheid in dit gebied kan worden verbeterd en gestandaardiseerd. Ze spreekt haar waardering uit voor de studenten en anderen die ondanks de intimidatie die ze hebben ervaren in gesprek zijn gegaan met politici. Wat betreft de motie van De Vonk verwacht ze niet dat deze een positieve bijdrage levert aan het debat over het demonstratierecht. Ze roept linkse en progressieve partijen op om een stevig standpunt in te nemen over dit onderwerp en hoopt dat het debat op een andere manier gevoerd kan worden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Broersen. Het lid BROERSEN sluit zich aan bij de woorden van het lid Nadif en waardeert het dat Amsterdam laat zien dat het recht op demonstratie gewaarborgd wordt. Ze vraagt of de evaluatie van het onderzoek naar het politieoptreden op 13 november in het Westelijk Havengebied tijdens de noodverordening ook nog met de raad en de inwoners van Amsterdam gedeeld zal worden. Tevens is ze benieuwd naar de overwegingen achter het verplaatsen van demonstranten naar het Westelijk Havengebied en ze vraagt op welke wijze rekening is gehouden met de veiligheid van de demonstranten.
Ze is benieuwd in hoeverre deze verplaatsing gerechtvaardigd was aangezien soortgelijke verplaatsingen eerder door de rechter zijn vernietigd. Ze wijst erop dat uit verschillende onderzoeken blijkt dat transparantie over de evaluaties van politieoptredens bijdraagt aan een objectieve beoordeling en het versterkt het vertrouwen van burgers in de politie. In dat kader vraagt ze of er stappen worden ondernomen om onderzoeken naar politieoptreden standaard publiekelijk te delen. Ze uit haar zorgen over de beeldvorming van politieoptredens die steeds vaker wordt beïnvloed door beelden op sociale media terwijl de feiten nog onduidelijk zijn. Ze merkt op dat in sommige gevallen de politie snel reageert op dergelijke beelden waardoor misverstanden worden voorkomen. Ze vraagt of snelle en duidelijke opvolging van deze onlinebeelden deel uitmaakt van de standaardwerkwijze van de politie. Tot slot wil ze stilstaan bij het dilemma dat mensen die een klacht hebben over de politie die moeten indienen bij hetzelfde instituut. Ze merkt op dat dit er soms toe leidt dat men geen aangifte durft te doen terwijl een aangifte juist een middel kan zijn om het vertrouwen te bevorderen. Een onafhankelijk meldpunt zou deze drempel kunnen verlagen maar tegelijkertijd kan dit worden opgevat als een teken van wantrouwen richting de politie.
Ze vraagt naar de visie van de burgemeester en de politiecommissaris op de mogelijkheid van een onafhankelijk meldpunt.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Abdi. Het lid ABDI benadrukt dat veel Amsterdammers tijdens demonstraties op een vreedzame manier hun grote zorgen hebben geuit over de situatie in Gaza. Het is betreurenswaardig dat enkele relschoppers strafbare feiten hebben gepleegd en het is goed dat hiertegen is opgetreden. De politie heeft helaas ook geweld moeten gebruiken. Dat heeft een grote impact op het welzijn van mensen en het kan leiden tot blijvende schade. Ze bedankt de politie voor het opgestelde rapport. Ze keurt het buitenproportionele geweld dat in twee gevallen is vastgesteld af maar de PvdA erkent ook dat de politie in Amsterdam onder zeer moeilijke omstandigheden haar werk moet doen. De fractie is dankbaar voor de inzet van de politie om Amsterdam veilig te houden. Het ongefundeerd wegzetten van het volledige politiekorps als nodeloos agressief is schandalig, ondermijnend voor het bevoegd gezag en polariserend. Ze vraagt hoe de leerpunten uit het rapport daadwerkelijk worden meegenomen. Dit betreft onder andere het beter communiceren met demonstranten en het verbeteren van het onderscheid maken tussen vreedzame demonstranten en anderen. De politiechef heeft aangegeven dat demonstranten die een klacht hebben ingediend desgewenst met hem in gesprek kunnen gaan.
Daarnaast zijn er mogelijkheden om gesprekken te faciliteren tussen demonstranten en agenten wanneer disproportioneel geweld is gebruikt. Ze vraagt of er nog andere manieren zijn waarop slachtoffers van geweld kunnen worden bijgestaan. Het is van groot belang dat mensen melding kunnen maken van onrecht bij contact met de politie. Onderzoek van het Openbaar Ministerie kan uitwijzen of grenzen zijn overschreden. Dat is belangrijk voor zowel demonstranten als voor de politie. Ze vraagt de politiechef of er bij meldingen momenteel voldoende wordt gedaan en of mensen goed de weg weten te vinden om een melding te doen. Tot slot vraagt ze de burgemeester te reflecteren op de leerpunten die in het rapport worden genoemd en of zij vanuit haar rol nog zaken wil toevoegen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kabamba. Het lid KABAMBA merkt op dat beelden van excessief politiegeweld en meldingen hierover schadelijk zijn voor het vertrouwen in de politie. Ze vraagt hoe de onafhankelijkheid van het klachtenproces wordt gewaarborgd en of men erop kan vertrouwen dat klachten over geweld onpartijdig worden onderzocht. Daarnaast wil ze weten of persoonsgegevens van demonstranten die melding hebben gemaakt van politieoptreden worden opgeslagen. Ze vraagt of het optreden proportioneel was en op welke wijze er lessen worden getrokken uit deze situaties.
Ze wil weten of bij de beoordeling ook is meegenomen dat sommige agenten mogelijk door een gevoel van woede in hun taak keuzes maken die niet proportioneel zijn. Ze heeft respect voor de functie van politieman of -vrouw maar juist daarom moet er gewerkt worden aan een situatie waarin mensen zich meer beschermd voelen en waarin demonstranten beter rechtsbescherming genieten. Verder wil ze weten of er een onafhankelijke evaluatie komt van alle gebeurtenissen rondom het politieoptreden en vraagt ze of er een moment gepland wordt waarop er in gesprek kan worden gegaan met mensen die klachten hebben ingediend en die hun ervaringen willen delen zonder aanwezigheid van camera's. Ze benadrukt dat het essentieel is dat de gemeente verantwoordelijkheid neemt voor het politieoptreden en voor het waarborgen van een veilige ruimte voor demonstranten. Amsterdam is een vrije plek waar mensen hun meningen kunnen uiten. Het is van groot belang dat dit recht serieus wordt genomen. Demonstratierecht is een fundamenteel onderdeel van de vrijheid van meningsuiting voor iedereen.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
Het lid VAN BERKEL vraagt het lid Kabamba of zij het met hem eens is dat het handelen van de politie beoordelen als buitenproportioneel een oordeel van de rechter zou moeten zijn. Het lid KABAMBA antwoordt dat bij de beelden van de klappen die zijn uitgedeeld geen oordeel van de rechter meer nodig is. Inmiddels is er ook een onderzoek waarin toegegeven wordt dat sommige dingen niet zijn gegaan zoals ze hadden moeten gaan. Het lid VAN BERKEL vraagt of het lid Kabamba het met hem eens is dat de politie het alleenrecht heeft op geweld wanneer dat nodig is. Het lid KABAMBA antwoordt dat dit illustreert hoe gemakkelijk het is om een situatie te framen waarin het lijkt alsof men zich niet mag uitspreken over de vrijheid van het eigen lichaam en de bescherming die het verdient wanneer men als vreedzame demonstrant optreedt. Ze wijst het lid Van Berkel op zijn opmerking over hoe ernstig het is wanneer mensen gewelddadig worden behandeld vanwege wie ze zijn of van wie ze houden. Het lid Van Berkel heeft zelf overtuigingen en idealen waarvoor hij vreedzaam kan demonstreren. Als er dan buitensporig geweld tegen hem wordt toegepast zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat dit wordt veroordeeld.
In een vrij land dat staat voor de vrijheid van meningsuiting moet het mogelijk zijn om te zeggen dat niemand dergelijke klappen verdient, zeker niet wanneer men op vreedzame wijze voor zijn rechten opkomt. Het lid VAN BERKEL vraagt of het lid Kabamba zeker weet dat er door de politie buitenproportioneel geweld is gebruikt tegen vreedzame demonstranten. Het lid KABAMBA antwoordt dat ze het rapport heeft gelezen en daar staat het in. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Hofland. Het lid HOFLAND erkent dat het niet gebruikelijk is dat de raad vragen stelt over de taken van de politie. Hij waardeert de bereidheid van de politieorganisatie om verantwoording af te leggen voor een optreden dat veel impact heeft gehad op de stad. Het gaat hem daarbij vooral om de vraag of het optreden in lijn was met de principes van radicale vrede en de-escalatie. Hij is benieuwd of er bij de burgemeester en de politiecommissaris zaken zijn waarvan ze zeggen dat uit het onderzoek blijkt dat er keurig binnen de wet is gehandeld maar die ze de volgende keer anders of beter zullen doen omdat het fijner is voor zowel de politiemedewerkers als de demonstranten. Het rapport bevestigt dat er in twee gevallen geweld is gebruikt dat niet in verhouding stond tot het doel. Dat is vastgesteld door de officier van justitie. Hij is benieuwd welke lessen hieruit zijn getrokken.
In het rapport mist hij een bevredigend antwoord op het probleem dat demonstranten soms worden gesommeerd om te vertrekken terwijl dit in de praktijk niet mogelijk blijkt. Hij vraagt of er niet altijd gezorgd zou moeten worden voor een veiligheidscorridor zodat mensen in dergelijke situaties een veilige uitweg hebben. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Schijndel Het lid VAN SCHIJNDEL spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de politie met dit rapport kritisch naar zichzelf kijkt. Hij deelt niet de mening dat het demonstratierecht onder druk staat. Om de zware politie-inzet bij demonstraties te verlichten stelt hij voor dat de burgemeester kan overwegen af te zien van het principe van sight and sound bij een tegendemonstratie. Volgens hem is dit een keurige invulling van het demonstratierecht en vormt het geen beperking ervan.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
Hij sluit zich aan bij het lid Wijnants in de constatering dat gebeurtenissen zoals bij het Holocaustmuseum, de UvA-protesten en de Maccabi-rellen de vraag opwerpen of het toezicht op de burgemeester intensiever zou moeten zijn. Hij suggereert dat een vorm van verscherpt toezicht waarbij er meer indringend wordt gekeken naar hoe de burgemeester handelt in de handhaving van de openbare orde gepast kan zijn. Dit toezicht zou niet alleen achteraf moeten plaatsvinden maar bij belangrijke gebeurtenissen waarvan problemen voorzienbaar zijn ook vooraf. Hij is genegen zich aan te sluiten bij de laatste waarschuwing van de VVD aan de burgemeester. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Berkel. Het lid VAN BERKEL wil graag weten of de burgemeester De Vonk zal vragen om afstand te nemen van hun absurde en beschimpende toon tegen de politie. Het lid VAN SCHIJNDEL geeft aan dat het wel essentieel is dat de leden van de mobiele eenheid uit Zeeland, Groningen of Drenthe van tevoren goed op de hoogte worden gebracht van de ambtsinstructie en dat disproportioneel geweld, zoals twee keer is voorgekomen, niet mag voorkomen. Het lid VAN BERKEL antwoordt dat hij het daarmee eens is. Hij hoopt dat Forum voor Democratie het met hem eens is dat ze vol achter de politie moeten staan die door een vreselijke periode is gegaan met enorm lange diensten en elke keer weer moest komen opdraven.
Het lid VAN SCHIJNDEL wil best achter de politie gaan staan. Het gaat hem om beleidsbeslissingen van de burgemeester die misschien fout zijn geweest en daar moet kritisch naar gekeken worden. Hij wacht het onafhankelijk onderzoek af maar is voorshands niet overtuigd van de redelijkheid en de verstandigheid van de politie-inzet in die nacht na de wedstrijd. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER spreekt haar waardering uit voor de politie die haar belangrijke werk moet verrichten met een beperkte capaciteit en onder hoge werkdruk. Tegelijkertijd veroordeelt ze excessief politiegeweld nadrukkelijk en benadrukt ze het belang van een zorgvuldige inzet van het geweldsmonopolie. Het is noodzakelijk om stil te staan bij de expliciete beelden die naar buiten kwamen van de UvA-demonstraties en de situaties rondom de noodverordening. Het gebruik van geweld door de politie moet altijd uiterst zorgvuldig zijn en het verliezen van beheersing in situaties waarin een burger op de grond ligt moet worden voorkomen. Hoewel de situaties tijdens de noodverordeningen nog worden onderzocht blijkt uit de evaluatie dat de politie in enkele gevallen onnodig geweld heeft ingezet. Ze merkt op dat de rapportage niet duidelijk maakt wat de gevolgen zijn van deze constateringen.
Daarom vraagt ze naar de interne protocollen met betrekking tot het sanctioneren van onnodig geweld en de maatregelen die worden genomen om herhaling in de toekomst te voorkomen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Alberts. Het lid ALBERTS merkt op dat het niet de eerste keer is dat er wordt teruggekeken op politieoptreden tijdens demonstraties waarbij emoties hoog oplopen. Steevast wordt geconcludeerd dat het om mensenwerk gaat en dat het soms fout kan gaan. Ze waardeert het dat de politie in dit geval inzicht heeft getoond en spreekt haar bewondering uit voor de handreiking van de politiechef om het persoonlijke gesprek aan te gaan. Daarnaast complimenteert ze de burgemeester met haar rechtsstatelijke houding in het debat over het demonstratierecht waaruit blijkt dat Amsterdam de vrijheid van
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
meningsuiting en het recht op demonstreren serieus neemt en benadrukt dat Den Haag hiervan nog wat kan opsteken. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR is van mening dat het in tijden van maatschappelijke onrust niet verstandig is om instituties zoals de politie en de burgemeester in twijfel te trekken. Zijn vraag aan de burgemeester en de hoofdcommissaris is in hoeverre zij het schadelijk vinden voor het functioneren van de politie en de driehoek wanneer zulke uitlatingen worden gedaan. Daarnaast vindt hij het staatsrechtelijk verwarrend om eerst een motie van wantrouwen in te dienen en vervolgens twee maanden later van degene over wie de motie ging een toezegging te vragen om aan te blijven. De VOORZITTER schorst de vergadering voor vijf minuten. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA geeft aan dat het rapport in opdracht van de hoofdcommissaris is geschreven en dat zij de bestuurlijke verantwoordelijkheid ervoor draagt. Het overgrote deel van de meer dan drieduizend demonstraties in Amsterdam verloopt vreedzaam. Dat is een compliment aan de demonstranten zelf die zich uit willen laten over maatschappelijke onderwerpen en daartoe de straat op gaan. Daarmee oefenen ze een belangrijk recht uit en dat doen zij vreedzaam. Ook de politie verdient een groot compliment.
De politie heeft de demonstraties begeleid, dat is vreedzaam gegaan en er is geen geweld gebruikt. De inzet van politie is gericht op de bescherming van het recht van demonstratie en van de demonstranten zelf. Dat doen in de eerste plaats de vredeseenheden en daarnaast ook agenten uit de stad en uit het land, de ME en de arrestatie-eenheden. Zij hebben de demonstraties professioneel, vreedzaam en proportioneel begeleid. Het idee dat er vaak buitenproportioneel geweld zou zijn gebruikt zou hartgrondig bestreden moeten worden. Bij de grote aantallen demonstraties die er zijn geweest zijn er niet alsmaar meer incidenten en het is ook niet zo dat demonstraties steeds vaker uit de hand lopen. Als je een groot aantal demonstraties hebt, heb je daar ook een aantal incidenten bij maar over het algemeen is het demonstratieklimaat in Nederland goed en wordt het recht goed uitgeoefend. Nederland kan daar trots op zijn, zeker wanneer de internationale omgeving en ook de nationale maatschappelijke en politieke omgeving onrustig is waardoor er dus behoefte bij mensen is om zich te kunnen uiten. Er zijn een aantal heel akelige incidenten geweest bij de bezettingen van UvA waarbij er is opgetreden door de politie en later op 10 en 13 december waarover het onderzoek nog loopt.
De politie heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar het eigen optreden en ook bij het optreden bij de UvA is dat overwegend verantwoord, proportioneel en beheerst geweest. Het is een aantal keren misgegaan en daar heeft de politie zelf onderzoek naar gedaan en de politie heeft onafhankelijke wetenschappers laten meekijken in dat onderzoek. Dat getuigt van een grote mate van openheid en bereidheid om het eigen handelen kritisch ter discussie te stellen. Daar waar er fouten zijn gemaakt moet dat kritisch onderzocht worden en moet dat gevolgen hebben wanneer er sprake is geweest van wangedrag. Die gevolgen zijn er maar dat wangedrag is op individueel niveau. Dat is niet op het niveau van het korps, dat is niet op het niveau van grote groepen agenten en dat moet hier heel erg duidelijk gemarkeerd worden. De burgemeester wil iedereen in deze raad die dit erkent en ziet en daar opmerkingen over heeft gemaakt bedanken voor het onderscheid dat ze maken tussen het gedrag van een enkeling en het gedrag van het korps.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
Wanneer de rapportage van Al Jazeera leidt tot nieuwe aanwijzingen dan worden die doorgeleid naar het Openbaar Ministerie en dan zullen ze vanzelfsprekend onderzocht worden en wordt het onderzoek hernomen. Aanvankelijk leek er geen sprake van dat op 10 november de politie geslagen had. Dat is later gecorrigeerd omdat uit beelden bleek dat er wel geslagen was. Dat wordt nu onderzocht door de Rijksrecherche en wanneer het is afgerond en het blijkt dat er verkeerd is gehandeld, dan zal dat vanzelfsprekend gevolgen hebben. Ook de beelden van 13 november zien er ernstig uit maar het relaas van de handhaver die daar aanwezig was lijkt toch een ander beeld te geven dan dat van de demonstranten. De tegengesteldheid van die verhalen vereist dat daar goed onderzoek naar wordt gedaan. Op het moment dat daarover meer bekend is zal dat ook gedeeld worden. Het lid KHAN vraagt wanneer de Rijksrecherche het onderzoek naar 13 november is gestart. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat dit onderzoek door de politie zelf gedaan wordt en ook daarvan zullen de uitkomsten met de raad gedeeld worden. Ze heeft er grote bezwaren tegen dat De Vonk buiten deze zaal uitspraken doet die niet herhaald worden op het moment dat er verantwoording kan worden afgelegd. Wanneer er verwijten worden gemaakt aan het adres van de politie dan moeten die ook weersproken kunnen worden.
De fractievoorzitter heeft uitspraken gedaan bij de oprichtingsbijeenkomst van De Vonk die herhaald zouden moeten worden in een debat. Vervolgens kondigt het lid Veldhuyzen op Instagram aan dat hij een motie in gaat dienen over drugstesten en drugsgebruik bij de Amsterdamse politie terwijl daar in de commissie niet over gesproken kan worden. Ze vindt de gang van zaken beneden elk peil. Wanneer er in het publieke debat aantijgingen worden gedaan over politieagenten die elke dag hun leven riskeren en opkomen voor de Amsterdamse bevolking, demonstraties begeleiden en beschermen, dan horen verwijten aan hun gedrag hier geadresseerd te worden zodat ze ook weersproken kunnen worden. En dat het lid Ahmadi zich daar op zo'n labbekakkerige manier van distantieert vindt ze geen pas geven. De Amsterdamse politie opereert buitengewoon secuur en dit soort aantijgingen aan het adres van de Amsterdamse politie geven geen pas. Het lid AHMADI herhaalt dat zij niet voor het lid Veldhuyzen kan spreken. Burgemeester HALSEMA wil graag weten of De Vonk met een motie komt. Als dat het geval is dan wil ze een advies kunnen geven tijdens de commissievergadering omdat het raadsdebat niet meer is dan de afronding van deze vergadering waarbij het lid Veldhuyzen niet aanwezig is.
Het lid AHMADI antwoordt dat ze kan worden aangesproken op wat ze zelf zegt en als er een motie zou zijn, dan komt die niet van haar. Burgemeester HALSEMA herhaalt dat De Vonk uitspraken doet over Amsterdamse agenten die beschamend zijn tegenover het korps dat zich elke dag uit zijn naad werkt voor de Amsterdamse bevolking en voor demonstranten. Het geeft geen pas om een motie te laten hangen onder verwijzing naar een collega die niet aanwezig is. In de richting van het lid Wijnants zou ze willen zeggen dat hij wanneer hij bijval krijgt van de complotdenkers van Forum voor Democratie zich moet afvragen tot welk niveau hij gedaald is. Het lid VAN SCHIJNDEL geeft aan dat hij dat een onbehoorlijke uitspraak van de burgemeester vindt. Er behoort hier een nauwkeurig debat gevoerd te worden en dat doet de burgemeester op dit punt niet en dat is de burgemeester onwaardig
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
Burgemeester HALSEMA beschouwt dat vanuit Forum voor Democratie als een compliment. Ze is geen voorstander van een standaardonderzoek zoals voorgesteld door het lid Broersen omdat het zou betekenen dat er vanuit wantrouwen wordt gekeken naar de politie. Wanneer er een aanleiding is zal er onderzoek gedaan worden, maar niet standaard. Ze ziet ook geen aanleiding voor een onafhankelijk meldpunt omdat de klachtencommissie die nu de meldingen in behandeling neemt onafhankelijk is. Het lid BROERSEN legt uit dat het gaat om het standaard openbaar maken van onderzoeken wanneer er onderzoek plaatsvindt. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat het afhankelijk is van de aard van het onderzoek. Daar waar een onderzoek diep in de persoonlijke levenssfeer van agenten treedt of als het deel uitmaakt van een strafrechtelijk onderzoek wordt het ingewikkelder. Maar wanneer het gaat om een onderzoek zoals dat nu openbaar wordt gemaakt, dan is het logisch om dat andere keren ook te doen. Het lid BROERSEN vraagt of de burgemeester kan reflecteren op het onafhankelijk meldpunt met het oog op de insprekers die hebben aangegeven dat ze het niet durven om een klacht in te dienen. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat ze contact heeft met de insprekers. De politie zal daar heel secuur mee om moeten omgaan zodat mensen zich altijd veilig kunnen voelen. Ze neemt aan dat hoofdcommissaris daar nog op in zal gaan.
In antwoord op de vraag van het lid Hofland herhaalt ze dat ze achter de operaties staat die zijn uitgevoerd en van mening is dat de juiste keuzes zijn gemaakt en de juiste beslissingen zijn genomen. Een veiligheidscorridor of de wijze waarop demonstranten beter beschermd kunnen worden lijkt haar een meer algemene les die geleerd kan worden omdat mensen altijd in de gelegenheid moeten kunnen zijn om weg te gaan. De VOORZITTER geeft het woord aan politiechef Holla. Politiechef HOLLA benadrukt dat het voor de politie belangrijk was om een zorgvuldige reconstructie te maken aangezien het een zeer bijzondere periode betrof. Er wordt geprobeerd inzicht te bieden in hoe de dagen zijn verlopen, welke fasering een optreden kent, welke dilemma’s zich voordoen en hoe het proces werkt. Bij een optreden wordt altijd begonnen met de-escalatie. Daarvoor zijn meerdere methoden beschikbaar en de inzet van de netwerkeenheid die contact onderhoudt met demonstranten speelt hierin een belangrijke rol. Het doel is om geweld zoveel mogelijk te voorkomen. Voordat er wordt opgetreden wordt er altijd in meerdere talen gewaarschuwd en er worden waarnemers ingezet om te controleren of deze waarschuwingen goed hoorbaar zijn. Elk grootschalig optreden wordt standaard geëvalueerd. Dit gebeurt door de betrokkenen zelf die hun bevindingen vastleggen in evaluatieformulieren.
Deze evaluaties worden gebruikt om lessen te trekken voor toekomstige optredens. Bij meldingen van geweldstoepassing wordt dat gerapporteerd door de leidinggevende of wordt een individuele geweldsrapportage opgesteld. Een onafhankelijke hulpofficier beoordeelt deze meldingen aan de hand van gesprekken met betrokkenen, beeldmateriaal en de melding zelf. Hij of zij kijkt of er sprake was van proportioneel en subsidiair geweld. Bij twijfel wordt de melding doorgestuurd naar de geweldscommissie die een oordeel velt over het optreden. Dit oordeel wordt vervolgens bekrachtigd door de politiechef. Indien er sprake is van ernstige verwondingen of een uitzonderlijke situatie wordt contact opgenomen met de officier van justitie. Deze kan besluiten een strafrechtelijk onderzoek te starten of de Rijksrecherche in te schakelen. Bij klachten wordt geprobeerd deze zo laagdrempelig mogelijk te behandelen. Klachten kunnen worden ingediend via internet, formulieren of persoonlijk op een
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
politiebureau. De klachtenprocedure kent verschillende fasen. In eerste instantie worden klagers uitgenodigd voor een gesprek met klachtenfunctionarissen om te achterhalen waarom de klacht is ingediend en wat de klager ermee wil bereiken. Er wordt tevens aangeboden om een gesprek te voeren met de persoon tegen wie de klacht is ingediend. Aan het einde van deze fase kan de klager de klacht voorleggen aan een onafhankelijke klachtencommissie. Indien de klacht gegrond wordt verklaard worden concrete leerpunten vastgesteld. Als de klager na afloop niet tevreden is kan deze zich wenden tot de Nationale ombudsman voor een onafhankelijk onderzoek. Aangiftes tegen politiemedewerkers worden opgenomen door een gespecialiseerde afdeling. Iedere aangifte wordt voorgelegd aan de officier van justitie die beoordeelt wat verder onderzocht moet worden en uiteindelijk beslist over de vervolgbaarheid van de zaak. Het lid BROERSEN vraagt de politiechef hoe hij aankijkt tegen de bereidheid van mensen om melding te maken bij de politie wanneer ze zich onprettig voelen omdat ze hun klacht moeten indienen bij hetzelfde instituut waarvan zij geweld hebben ervaren. Politiechef HOLLA legt uit dat de politie streeft naar een laagdrempelige manier om klachten te ontvangen. Als iemand liever via een vertrouwenspersoon een klacht wil indienen is die mogelijkheid altijd beschikbaar.
Bij de twee gevallen waarin het politieoptreden als niet-proportioneel is beoordeeld hebben collega-politiemensen direct opgetreden en hun collega aangesproken. De hulpofficier heeft gesprekken gevoerd met de betrokken agenten. In geen van beide gevallen is een klacht of aangifte ingediend door de betrokkenen en er zijn geen verwondingen geconstateerd bij de personen tegen wie geweld is gebruikt. Desondanks is vastgesteld dat het optreden niet op deze wijze had mogen plaatsvinden. Het lid KHAN vraagt voor de duidelijkheid of bij beide gevallen er geen sprake was van ernstige verwondingen. Politiechef HOLLA antwoordt dat de politie dat niet heeft kunnen constateren en betrokkenen hebben zich niet gemeld. Het lid KHAN wil niet te veel ingaan op individuele gevallen maar zou toch willen weten of de zoon van de inspreker zich heeft gemeld of aangifte heeft gedaan. Politiechef HOLLA antwoordt dat er contact is gelegd met deze betrokkene. Bij de twee incidenten die als niet-proportioneel zijn beoordeeld is niet gewacht op een klacht of een aangifte maar is zelfstandig beoordeeld dat dit geweld niet had moeten plaatsvinden. Het lid KHAN vraagt of het incident van de inspreker wordt betrokken bij het onderzoek dat nog loopt. Politiechef HOLLA antwoordt dat het wordt meegenomen mits de inspreker de aangifte doorzet.
Het lid AHMADI vraagt of de politiechef herkent dat het proces bemoeilijkt wordt wanneer iemand die een aanklacht wil indienen niet weet om welke agenten het gaat. Politiechef HOLLA herkent dat probleem. Dat is ook de reden waarom dit soort onderzoeken veel tijd vragen om helemaal te reconstrueren wat er is gebeurd en of het geweld terug te voeren is naar een individuele politieambtenaar. Het lid AHMADI merkt op dat wanneer mensen om een identificatie vragen dat die vaak niet gegeven wordt. Ze vraagt of de politiechef ruimte ziet om dat veranderen.
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
Politiechef HOLLA herkent dat niet. De collega's die geweld gebruiken melden hun geweld en daar waar het gekoppeld wordt aan letsel vindt er onderzoek plaatst naar dat letsel en die collega. Het lid AHMADI wijst erop dat het daarom lastig is om een klacht in te dienen. Politiechef HOLLA beaamt de constatering van het lid Ahmadi. Het geweldstelsel van de politie is gebaseerd op een leercurve. Als een agent geweld heeft gebruikt wordt beoordeeld of deze daarvan geleerd heeft en of er geen aanleiding is om plichtsverzuim te vermoeden. In dergelijke gevallen volgt geen verdere straf. Tijdens de opleidingen van ME'ers wordt veel aandacht besteed aan beheersing waarbij beelden van complexe situaties worden getoond om te leren omgaan met spannende en stressvolle momenten. Over het incident van 10 november meldt hij dat dit nog onderwerp is van onderzoek door de Rijksrecherche. Aanvankelijk was er verwarring over de incidenten maar inmiddels zijn alle beschikbare beelden verzameld en deze worden meegenomen in het onderzoek. Hij benadrukt dat het protocol is om onmiddellijk hulp te bieden wanneer iemand gewond raakt. Zodra duidelijk werd dat een ambulance nodig was is dit direct gemeld. Hij stelt nadrukkelijk dat er geen enkele instructie is binnen de politie om een gewonde persoon te laten liggen tijdens een optreden.
Op moment dat een demonstratie wordt aangemeld neemt de politie direct contact op met de organisatie van de demonstratie om afspraken te maken en alles in goede banen te leiden. Als een demonstratie niet is aangemeld proberen de politie en de gemeente alsnog contact te leggen met de betrokkenen om ervoor te zorgen dat de demonstratie zo vreedzaam mogelijk kan verlopen. Het uitgangspunt bij elk optreden is een vreedzaam verloop. Het onderscheid tussen vreedzame en niet-vreedzame demonstranten is niet de rode draad in het politieoptreden. Bij de meeste demonstraties werd veelvuldig gewaarschuwd en de meeste vreedzame demonstranten hebben daar gehoor aan gegeven en zijn vertrokken. Op het moment dat er wel opgetreden moest worden ging dat vaak om demonstranten die in verzet gingen. Op het Rokin was er sprake van een situatie waarin demonstranten in verzet gingen terwijl er aan de achterkant nog winkelend publiek aanwezig was. Dat was een leermoment over hoe communicatie richting het publiek en de demonstranten verbeterd kan worden zodat mensen beter gewaarschuwd worden en voldoende ruimte krijgen om de situatie te verlaten. Het lid ABDI vraagt waarom het zo moeilijk is om goed te communiceren, contact te leggen en onderscheid te maken.
Politiechef HOLLA antwoordt dat het over het algemeen goed lukt om contact te leggen met demonstranten en organisatoren maar dat het in deze specifieke periode moeilijker was. Deze moeilijkheden maakten het ingewikkelder om het optreden van de politie uit te leggen. Om ervoor te zorgen dat waarschuwingen over naderend politieoptreden goed worden gehoord en begrepen zijn extra waarborgen ingebouwd. Dit omvat onder andere het inzetten van waarnemers die controleren of de waarschuwingen hoorbaar zijn. Op deze manier wordt geprobeerd ervoor te zorgen dat iedereen bij een demonstratie begrijpt dat er een optreden gaat plaatsvinden. Hij benadrukt ook dat de politie probeert snel te reageren op uitspraken en beelden die op sociale media circuleren. Het probleem daarbij is dat het kan worden opgevat als een oordeel terwijl de politie bij voorkeur haar eigen evaluatie afwacht om de context van het optreden goed te kunnen beoordelen waarna een reactie volgt via een persbericht of een officiële verklaring vanuit de driehoek. De leerpunten worden meegenomen naar toekomstige optredens en verwerkt in de opleidingen. De landelijke opleiding is voor elke ME’er gelijk. Bij de briefing voor een
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
optreden in Amsterdam wordt specifiek aandacht besteed aan de bijzondere omstandigheden omdat optredens in Amsterdam inderdaad anders zijn dan in andere delen van Nederland. Het lid NADIF merkt op dat bij de taakomschrijving van de ME op de website van de politie weinig aandacht wordt besteed aan de-escalatie. Ze vraagt of er naast de opleidingen ook landelijk aanbevelingen zijn voor de-escalatie bij mensen die nu in functie zijn. Politiechef HOLLA antwoordt dat ME’ers vier keer per jaar een training volgen en dan worden dit soort scenes nagespeeld en wordt er uitleg gegeven over de-escalatie. Over het algemeen worden Nederlandse ME’ers ingezet om te de-escaleren en ze beginnen met een licht uniform. Alleen waar de situatie het vraagt wordt er meer bescherming aangedaan. Het lid NADIF merkt op dat veel demonstranten geconfronteerd werden met diensthonden, wapenstokken en schilden en dat werd als zeer intimiderend ervaren. Politiechef HOLLA antwoordt dat er geweld is gebruikt tegen mensen die waarschuwingen hebben gehoord maar niet weg zijn gegaan en de confrontatie met de politie zijn aangegaan. Persoonsgegevens van mensen die een klacht indienen worden geregistreerd voor de klacht maar worden niet opgeslagen in de reguliere politiesystemen.
Het lid AHMADI vraagt of het mogelijk is om te kijken wat er mogelijk is wanneer iemand een agent om identificatie vraagt en dat niet krijgt. Politiechef HOLLA antwoordt dat bij dit soort optredens op linie het uit praktische en tactische overweging niet haalbaar is om de identiteit vast te stellen. Aan de hand van de datum en de plaats kan achterhaald worden wie daar heeft opgetreden. Bij dit soort grootschalige optredens waar honderden politiemensen worden ingezet is het complex om te achterhalen wie het is geweest maar over het algemeen is dat geen probleem. Wanneer er wordt gesommeerd om weg te gaan wordt altijd geprobeerd de mensen te begeleiden. Het lid BAKKER herhaalt haar vragen over wat er gebeurt wanneer er wordt vastgesteld dat er disproportioneel politiegeweld is gebruikt. Wat betekent dat in de praktijk, wat voor gevolgen heeft dat en is er een beleid qua waarschuwing of sanctionering om het in de toekomst te voorkomen? Politiechef HOLLA legt uit dat de Nederlandse politie werkt volgens een geweldstelsel dat duidelijk voorschrijft hoe geweld moet worden toegepast en beoordeeld. Dit stelsel vereist dat elke geweldsaanwending wordt getoetst op subsidiariteit en proportionaliteit. De beoordeling wordt uitgevoerd door een hulpofficier van justitie en wanneer het leidt tot verder onderzoek wordt dat ook vastgelegd.
Het lid BAKKER vraagt wat dat in de praktijk betekent voor de desbetreffende agenten Politiechef HOLLA antwoordt dat het kan zijn dat de hulpofficier tegen de betrokkene zegt, dit is er gebeurd, dit is mijn oordeel en dit kun je ervan leren. Dat kan ook op groepsniveau plaatsvinden. Als de hulpofficier oordeelt dat nader onderzoek nodig is dan kan dat leiden tot een disciplinair onderzoek waarin een straf wordt opgelegd en het kan ook leiden tot een strafrechtelijk onderzoek waarbij de officier van justitie het onderzoek uitvoert. Dus afhankelijk van het geweld en de beoordeling daarvan vindt de afdoening plaats.
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
Het lid KHAN vraagt hoe hij het moet wegen wanneer in het rapport wordt gesproken van toegepast geweld in verhouding tot het beoogde doel. Politiechef HOLLA antwoordt dat afhankelijk van de situatie passend geweld een wapenstok, traangas, een waterwerper of een hond kan zijn. Wanneer demonstranten na drie waarschuwingen niet weggaan wordt bijvoorbeeld de lange wapenstok als passend geweld beschouwd. Dat is geweld en dat is pijnlijk voor degene die het ondervindt maar er is in opdracht van het bevoegd gezag opgetreden. Het lid BAKKER vraagt hoeveel geweld een agent moet gebruiken voordat ontslag volgt of iemand van straat gehaald wordt. Politiechef HOLLA antwoordt dat er bij optredens commandanten en een hulpofficier aanwezig zijn die het geweld beoordelen. Politiemensen weten dat ze het geweldsmonopolie zuiver moeten hanteren en dat ze daar verantwoording over moeten afleggen. Op het moment dat een agent drie keer optreedt en het geweld buitenproportioneel is weet hij dat dit consequenties heeft. Er wordt kritisch gekeken naar het toegepaste geweld. Geweldsincidenten worden geregistreerd en waar een aangifte is gedaan wordt het onderzocht onder leiding van het Openbaar Ministerie. Er wordt dus niet lichtvaardig over gedaan. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. Op verzoek van het lid Ahmadi wordt het geagendeerd voor de gemeenteraad van 5 en 6 maart.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR wil voor het verslag aangemerkt hebben dat hij in eerste instantie er tegen was Ondervertegenwoordigd Amsterdam uit de stukken te halen omdat er een expertmeeting komt. Het is vertragen van een zeer kritisch rapport dat gaat over mensen die zich niet vertegenwoordigd voelen. De staat van juridische functie en andere stukken zijn al in december of november doorgeschoven. Het zijn allemaal rapporten die aangeven hoe het nu gaat en dat is het niet goed. Hij heeft er groot bezwaar tegen dat bespreking wordt uitgesteld. Juridische Zaken 8. Bespreken van de raadsinformatiebrief over aanbevelingen over openbaarheid VN2024-018039 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR merkt op dat hij de enige spreker is. Wanneer de burgemeester toezegt dat zij inhoudelijk aanwezig is bij de interpellatie en daar ook vragen beantwoordt, dan kan dit punt van de agenda gehaald worden. De VOORZITTER concludeert dat het agendapunt niet besproken wordt. 9. De eerste Staat van de juridische functie VN2024-018035 Dit agendapunt wordt uitgesteld. Op verzoek van het lid Havelaar wordt het onderwerp geagendeerd voor een inhoudelijke behandeling in de raad van 5 en 6 maart 2025. Algemene Zaken
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
10. De gebroken belofte van de rechtsstaat rapport van de Staatscommissie rechtsstaat VN2024-018036 Dit agendapunt wordt uitgesteld. Op verzoek van het lid Havelaar wordt het onderwerp geagendeerd voor een inhoudelijke behandeling in de raad van 5 en 6 maart 2025. 11. Opvolging onderzoeksrapport aanloop dodelijk steekincident Robert Scottstraat Amsterdam VN2024-017966 De VOORZITTER meldt dat voor dit agendapunt leden van de commissie OZA en SED zijn uitgenodigd. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Pijpen. Het lid VAN PIJPEN merkt op dat het steekincident in de Robert Scottstraat niet de eerste keer is dat een dergelijk incident plaatsvindt. Ze ziet twee hardnekkige problemen die ten grondslag liggen aan incidenten als gevolg van onbegrepen gedrag. Het eerste probleem is het grote aantal systeemfouten. Er zijn te veel organisaties waarin niemand verantwoordelijk is voor het totaal en waar verantwoordelijkheden worden afgeschoven. Ook de slechte positie van naasten is een zorgwekkend punt. Er wordt nu een pilot georganiseerd waarin gekeken wordt naar de verantwoordelijkheid van alle betrokken organisaties zoals zorginstellingen, woningcorporaties en de gemeente. De pilot duurt slechts een half jaar en ze vraagt zich af of dat voldoende tijd is om te kunnen beoordelen of het effectief werkt en hoe de resultaten van de pilot na afloop zullen worden gebruikt.
Ze is benieuwd of de pilot leidt tot doorzettingsmacht, vooral in de gevallen waar het zorgmijders betreft en vraagt welke bevoegdheden nodig zijn om ook bemoeizorg te kunnen geven. Daarnaast vindt ze dat de omgeving een sterkere rol zou moeten krijgen in de meldingsketen en in staat gesteld zou moeten worden om zorg af te dwingen. Het gaat daarbij ook om veiligheidsmaatregelen voor de omgeving en ze vraagt hoe dit aspect wordt meegenomen in de pilot. De wachtlijsten in de GGZ vormen een gigantisch probleem en ook de politie heeft gewezen op de toename van mensen met onbegrepen of onveilig gedrag. Ze is benieuwd hoe de samenwerking met de GGZ in Amsterdam kan worden verbeterd zodat er weer echte zorg geleverd kan worden en iedereen een plek krijgt. Tot slot wil ze benadrukken dat mensen met onbegrepen gedrag vaak een groter risico vormen voor zichzelf dan voor hun omgeving en daar moet de samenleving met warmte, medemenselijkheid en zorg op reageren en niet met repressie. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Abdi. Het lid ABDI beschouwt incidenten met personen met onbegrepen gedrag als een urgent en hardnekkig probleem dat politieke aandacht verdient. Ze heeft al vaak noodkreten ontvangen van Amsterdammers met zorgen over hun kind of familieleden, met klachten over tekorten in de GGZ, gebrek aan hulp en lange wachtlijsten.
De politie ontvangt meer dan vierhonderd meldingen per dag over mensen met onbegrepen gedrag terwijl dit geen kerntaak van de politie is. Deze mensen hebben professionele hulp nodig en het is essentieel dat er snel een uniforme aanpak komt. Als aanvulling op de bestaande plannen wil ze onderzoeken welke mogelijkheden er zijn binnen de Algemene Plaatselijke Verordening. Ze spreekt haar zorgen uit over het feit dat de meldpunten onder druk staan en de bezetting niet optimaal is waardoor meldingen soms maanden blijven liggen. Ze is benieuwd naar het standpunt van de burgemeester hierover.
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
Een groot knelpunt is volgens haar hardnekkige zorgmijding. Hoewel ze begrijpt dat bemoeizorg een uitdaging is vraagt ze wat hiervoor nodig is en welke opties er op tafel liggen waarover de raad kan meedenken. Met betrekking tot de levensloopaanpak vraagt ze zich af of deze effectief is en wil ze graag weten wat de belangrijkste knelpunten zijn. Daarnaast stelt ze vragen over de rol van de GGZ en pleit ze voor meer inzet van ervaringsdeskundigen. Tot slot vraagt ze of er binnen de veiligheidsregio mogelijkheden zijn voor het aanbieden van prikkelarme shortstay-plekken waarvoor in Amsterdam geen ruimte is. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA wijst op de stijging van het aantal incidenten in Amsterdam die worden veroorzaakt door personen met onbegrepen gedrag. De casus in de Robert Scottstraat werd bemoeilijkt door zorgmijding maar dat neemt niet weg dat er ook sprake was van systemisch falen. Er is bewust gekozen om deze zaak te laten onderzoeken omdat al snel duidelijk werd dat de problematiek zich over meer instanties en een lange periode uitstrekte. Gedurende deze tijd liep de dader in en uit de zorg waardoor de aansluiting volledig verloren ging. Tegelijkertijd waren veel hulpverleners min of meer op de hoogte van de situatie.
Het is pijnlijk om te constateren dat het incident mogelijk voorkomen had kunnen worden of minder ernstig had kunnen zijn als het systeem completer was geweest. De conclusie is dat er niet langer gezocht moet worden naar houtje-touwtjeoplossingen binnen de bestaande verhoudingen tussen zorg- en hulpverleningsinstellingen en repressie. Er moet een structurele verandering komen. Om deze reden is het crisiscentrum in het stadhuis ingericht. Hier werken mensen met mandaat van alle betrokken instanties samen. Op 3 februari wordt een nieuw meldnummer gelanceerd en zal er meer bekend worden gemaakt over de bijbehorende pilot. Deze pilot richt zich op de behandeling van ernstige, lopende casussen. Hierbij komen alle betrokken partijen samen aan tafel om onmiddellijke oplossingen te vinden. Het doel is om te voorkomen dat mensen van het kastje naar de muur worden gestuurd. De pilot dient niet alleen om zware casussen direct op te lossen maar ook om inzicht te krijgen in de knelpunten. Hierbij wordt onderzocht waar landelijke regelgeving of privacywetgeving de samenwerking bemoeilijkt en waar informatie-uitwisseling tussen hulpverleningsinstellingen en woningcorporaties vastloopt. Op basis van de resultaten wordt bepaald welke structurele veranderingen nodig zijn. Na zes maanden wordt besloten of er meer tijd nodig is of dat de aanpak in de lijn kan worden ondergebracht.
Het lid VAN PIJPEN vraagt wanneer casussen terechtkomen bij crisiscentrum. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat casussen via het nieuwe meldnummer bij het crisiscentrum terechtkomen. Dit nummer vervangt ook de bestaande meldnummers. Daarnaast kunnen zaken worden ingebracht via de woon- en zorgmeldpunten. Hoewel de meldpunten in de stadsdelen momenteel overbelast zijn is het niet de bedoeling deze te ontmantelen omdat zij juist beschikken over lokale en specifieke kennis van de wijk. Deze meldpunten moeten beter in staat worden gesteld om effectief te functioneren. Bij de Voorjaarsnota zal het college aandringen op een versterking van de woon- en zorgmeldpunten. Ook de positie van naasten en buren moet beter in beeld komen. Momenteel komt informatie nog bij verschillende instanties terecht waardoor mensen zich vaak van het kastje naar de muur gestuurd voelen. Ze wijst er nogmaals op dat veel mensen met onbegrepen gedrag geen overlast veroorzaken maar juist eenzaam zijn en aandacht nodig hebben. Het lid VAN PIJPEN is van mening dat ook de steeds grotere groep ouderen met onbegrepen gedrag meer aandacht verdient
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
Burgemeester HALSEMA antwoordt dat het hier niet gaat om algemene zorg voor kwetsbare mensen maar om het veiligheidsperspectief. Dat is een belangrijk onderdeel van deze pilot. Het is terecht dat het cliëntbelang centraal staat maar er is soms te weinig aandacht geweest voor de mensen die overlast ervaren. In het kader van de pilot kan daarin verschuiving plaatsvinden zodat mensen die hinder ondervinden van anderen meer aandacht krijgen. Collega-burgemeesters in de veiligheidsregio hebben interesse getoond in de pilot. Ze heeft afgesproken dat de evaluatie met hen zal worden gedeeld en dat onderzocht wordt of de regio een sterkere rol kan spelen bij de problematiek. De GGZ is direct betrokken bij de pilot en is waar mogelijk ook aanwezig in het crisiscentrum. Daarnaast zijn de woningcorporaties van groot belang en ook zij worden actief betrokken bij de pilot. Ze zal aan het projectteam van de pilot voorleggen om te bekijken hoe ervaringsdeskundigheid kan worden betrokken. Tegelijkertijd benadrukt ze dat de pilot vooral gericht is op het forceren van een doorbraak in het systeem. Om die reden wil ze de pilot niet te zwaar belasten met te veel ambities. Het belangrijkste doel is om de kern van het systeem beter op orde te krijgen. Het lid ABDI is benieuwd hoe de burgemeester kijkt naar de rol van de GGZ omdat die het ingewikkeld vindt om hierin op te trekken.
Burgemeester HALSEMA erkent dat het inderdaad lastig is om toegang te krijgen tot informatie en om gegevens uit te wisselen. De pilot wordt ook gebruikt om te onderzoeken waar deze obstakels zich bevinden. Soms zijn de knelpunten te wijten aan cultuurverschillen of verschillen in omgangsvormen tussen organisaties. In dergelijke gevallen is het belangrijk dat er gesprekken plaatsvinden die de samenwerking kunnen verbeteren. Daarnaast kan het probleem ook voortkomen uit landelijke regelgeving. De verschillende vormen van aansturing worden daarom zorgvuldig bijgehouden zodat er een goed onderbouwde discussie in Den Haag kan worden gevoerd over wat er nodig is om de samenwerking te versterken. Het lid VAN PIJPEN vraagt of er een werkbezoek aan het crisiscentrum georganiseerd kan worden en ze is benieuwd wanneer de evaluatie is afgerond. Burgemeester HALSEMA denkt dat het heel goed is wanneer geïnteresseerde raadsleden over een maand of twee een bezoek brengen aan het crisiscentrum. De evaluatie zal met de raad gedeeld zal worden en er worden geen definitieve stappen gezet zonder dat daarover een gesprek met de raad is gevoerd. De VOORZITTER constateert dat er voldoende interesse is in een werkbezoek aan het crisiscentrum en sluit het agendapunt. 12.
Bespreken van de verkenning en het advies voor het Nieuw Amsterdams Verbond VN2024-018034 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom. Het lid KROM geeft aan dat de Partij voor de Dieren kritisch staat tegenover initiatieven als het Nieuw Amsterdams Verbond vanwege de risico’s. Een belangrijke zorg is dat dergelijke samenwerkingen kunnen leiden tot afhankelijkheid van commerciële bedrijven terwijl de verantwoordelijkheid voor het leefbaar houden van wijken niet bij commerciële organisaties zou moeten liggen. Bedrijven hebben eigen belangen die vaak conflicteren met de belangen van de inwoners van Amsterdam.
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
Daarnaast merkt ze op dat uit de lijst met betrokken bedrijven blijkt dat er weinig tot geen overleg heeft plaatsgevonden met duurzame organisaties. Als voorbeeld noemt ze ING dat nog steeds grootfinancier is van fossiele investeringen en wapens. Dit roept de vraag op hoe kan worden voorkomen dat bedrijven aan socialwashing doen en zich in Amsterdam als weldoener profileren terwijl ze elders onherstelbare schade aanrichten. Ze vraagt zich af of de gemeente bereid is geld van zulke bedrijven aan te nemen en daarmee het welzijn van de stad mede afhankelijk te maken van dergelijke organisaties. Een ander risico dat ze benoemt is willekeur. Bedrijven kunnen kiezen waar zij zich op willen richten binnen een portfolio terwijl de gemeente de regie hierover zou moeten behouden. Bovendien vindt ze deze aanpak ondemocratisch omdat bedrijven ervoor kunnen kiezen om bijvoorbeeld bomen aan de Zuidas te planten terwijl andere wijken of stadsdelen buiten beeld blijven. Het lid SCHMIT vraagt waarom de Partij voor de Dieren niet blij is met het gegeven dat bedrijven willen bijdragen aan de stad. Het lid KROM antwoordt dat ze zou willen dat bedrijven gewoon voldoende belasting betalen zodat ze niet gevraagd hoeven te worden bij dit soort projecten.
Het lid SCHMIT merkt op dat de gemeente bepaalt waar de bomen worden geplant en dat verder nergens uit blijkt of een boom is gefinancierd door de ING. Het lid KROM stelt dat het gaat om serieuze risico’s wanneer commerciële organisaties worden betrokken bij het welzijn en de voorzieningen van de stad. Het creëren van afhankelijkheid van dergelijke partijen voor basisvoorzieningen in wijken vindt ze gevaarlijk. Ze benadrukt dat er goed moet worden nagedacht of je dit überhaupt wilt, zeker wanneer het gaat om organisaties zoals ING. Ze vindt het dan ook noodzakelijk om de risico’s grondig te bespreken. Het lid SCHMIT heeft vertrouwen in het bedrijfsleven en vraagt of het lid Krom zich realiseert dat door haar houding de interesse van bedrijven om bij te dragen aan de stad afneemt. Het lid KROM herhaalt dat de raad kritisch moet zijn op het bedrijfsleven en bedrijven moet aanspreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheden. Het betrekken van een bedrijf dat investeert in wapens en fossiele brandstoffen bij het op orde houden van de stad vindt ze geen juiste keuze. Ze vraagt hoe de governance is geregeld in het geval een initiatief voor een paar jaar wordt gesteund, de gemeente haar subsidiebudget naar andere doeleinden heeft overgeheveld en het betrokken bedrijf zich vervolgens terugtrekt.
Ze wil weten of de gemeente dan nog controle heeft en of er iemand is die het overzicht bewaakt. Het voorstel om in het kader van Amsterdam 750 jaar 7.500 mensen van hun schuld af te helpen of 7.500 kinderen met een kwetsbare achtergrond een studiebeurs inclusief levensonderhoud te schenken noemt ze immoreel. Ze vraagt zich af wie bepaalt welke kinderen geholpen worden en welke niet. Volgens haar zouden bedrijven zich moeten inzetten voor alle mensen die in armoede leven. Ze wijst erop dat volgens het CBS 56.000 mensen in Amsterdam in armoede leven, het hoogste percentage in Nederland. Ze stelt voor om een effectrapportage te maken en na te denken over hoe het geld structureel het best ingezet kan worden om iedereen in armoede te helpen, te ontzorgen of te stimuleren. Ze benadrukt dat bedrijven dit nu ook al kunnen doen zonder dat er eerst een verbond voor hoeft te worden opgericht. Het idee om bedrijven goede sier te laten maken door het jubileum van Amsterdam 750 jaar te gebruiken om een dubieuze loterij op te zetten voor mensen in armoede noemt ze een bijzonder slecht idee.
34
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Definitief Raadscommissieverslag, 23 januari 2025
Het lid SCHMIT vindt dit een verkeerde voorstelling van de waarheid. In het voorstel van het Nieuw Amsterdams Verbond staat heel duidelijk dat het gemeentebestuur bepaalt hoe en waar het geld besteed wordt. Het lid KROM antwoordt dat ze liever inzet op structurele oplossingen voor armoede. Ze vraagt of de burgemeester het hiermee eens is en of zij ook vindt dat er goed gekeken moet worden naar de governance van dit project zodat de gemeente de regie behoudt in plaats van slechts een plek aan tafel. Daarnaast vraagt ze of de burgemeester bereid is de door haar genoemde risico's verder te onderzoeken en hierop terug te komen in de raad. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit. Het lid SCHMIT is voorstander van publiek-private samenwerking en benadrukt dat het Nieuw Amsterdams Verbond die samenwerking kan versterken. Dit initiatief sluit aan bij het voorstel van D66 voor het Amsterdams Investeringsfonds dat bedrijven en de overheid in staat stelt gezamenlijk stedelijke uitdagingen aan te pakken. Amsterdam heeft een lange traditie van publiek-private samenwerking. Nog steeds dragen ondernemers bij door bijvoorbeeld zonnepanelen of bomen te doneren of door initiatieven zoals het koken van soep met eenzame ouderen. Een negatieve houding tegenover het bedrijfsleven kan ondernemers ontmoedigen en is daarmee een gemiste kans voor de gemeente om samen te werken.