CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag OZA 17-01-2024

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 17 januari 2024, gemeente Amsterdam22.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoe kan je de organisaties die een monopoliepositie hebben, met een sterke lobby in de gemeente, op de juiste manier controleren? Op welke manier controleert de wethouder dat? Men wil zorg van goede kwaliteit, maar zij wil voorkomen dat grotere partijen door middel van een goede lobby meer opdrachten krijgen. Dit zou beter gemonitord kunnen worden. ‘Oma’s Soep’, waarover het lid Wehkamp sprak, doet veel meer. Bij AH heeft men groene mandjes die je kan pakken. Als iemand dat doet, betekent dit dat je een goed gesprek met zo iemand aan kan gaan. De slogan daarbij is: ‘Geen betere zet tegen eenzaamheid dan een goed gesprek’. Zij vindt dat een mooi initiatief. Het probleem is echter dat het een landelijke organisatie is met veel geld. In de Jordaan heb je veel lokale partijen die zich inzetten tegen deze problematiek, dus de armoede onder ouderen. Die worden nu overgeslagen. Op welke manier zou je een samenwerkingsverband tussen deze partijen kunnen stimuleren? Het lid WEHKAMP vindt het op zichzelf niet verkeerd dat grote sociale bedrijven ook geld verdienen aan sociale initiatieven. Het is wel van belang dat daarbij wordt samengewerkt. Dat miste zij in het verhaal van het lid Perdok. Het lid PERDOK sluit zich daarbij aan. Zij vraagt waarom men in de keten niet samenwerkt met politie, jeugdbescherming, zelfstandige psychologen en psychiaters.

Ouderverstoting is een behoorlijk groot probleem. Kinderen zitten vanwege een scheiding in de knel en de jeugdbescherming kan het niet meer aan. Waarom geen pilot met stakeholders die dergelijke problemen in de keten kunnen oplossen? Dat zou heel nuttig zijn voor een versteviging van de sociale basis, want momenteel kan die dit soort problemen niet opvangen. Graag zou zij zien dat de sociale basis aansluit bij AmsterDOEN, iets wat eigenlijk valt onder wethouder Mbarki. De welzijnssector en de zorgbedrijven zijn te bureaucratisch om problemen op te lossen en vaak al te commercieel. Het lid KABAMBA mist de diversiteit in de mantelzorg, hoewel wel in het stuk staat dat jongeren als mantelzorgers meegenomen zullen worden. Verder mist zij taal als onderdeel van de ontwikkeling van weerbaarheid en identiteit van jongeren van biculturele achtergrond. Verschillende organisaties hebben daarop gewezen. Pesten en uitsluiting hebben een zeer negatief effect. Toch wordt daaraan maar weinig aandacht besteed in het stuk, terwijl dit toch een landelijk probleem is. Zij vraagt hoe je daaraan meer aandacht kan geven in de sociale basis. Extra cognitieve vaardigheden worden in het stuk genoemd door organisaties. Dat thema is ook besproken bij inspraakavonden. Zij denkt daarbij aan taal, jezelf kunnen verdedigen, weerbaarheid, maar ook debatteren en skills voor de toekomst.

Zij mist de uitwerking daarvan. Men zei dat dit meer iets is voor onderwijs, maar daarmee is zij het

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

niet eens. De sociale basis is voor ondersteuning en ontwikkeling van onder andere jongeren. De VOORZITTER schorst de vergadering van 10.52-11.02 uur. Wethouder SCHOLTES onderstreept het belang van deze bespreking van de sociale basis. Deze zal voor de komende zes jaar bepalend zijn. Ook hij complimenteert iedereen die hieraan hebben meegewerkt. Dit is een groot stuk waar veel bij komt kijken. Hij was blij te inspreker te horen over dementie. Hij gaat graag op bezoek bij het Odensehuis. Er wordt gewerkt aan het plan ‘Age Friendly City’, dat hij misschien anders zal noemen in de toekomst. Hoe staat men er straks voor in de stad als zoveel mensen leven met dementie? Straks zal een op de vijf mensen komen te lijden aan deze aandoening. Het gaat hem hierbij vooral om het traject voordat mensen in het verpleeghuis belanden. Hoe kunnen ze dan onderdeel zijn van de samenleving en als mensen worden benaderd? Het lid WEHKAMP vraagt naar de vijfvingeraanpak te kijken voor dementie. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat het voor het voorkomen en vertragen van dementie belangrijk is aandacht te geven aan gezonde voeding en beweging. Hij zal dat zeker meenemen. Bij dit voorstel is er meer focus in de vier genoemde opgaven. Tegelijkertijd wordt veel ruimte gegeven aan de stadsdelen en de organisaties in de buurten, inclusief bewonersorganisaties.

Straks gaat het verder met de gebiedsopgave sociaal, waar de stadsdelen samen met bewoners en organisaties kijken naar wat in hun gebied nodig is, en hoe dat past binnen de sociale basis. Er moet een balans gezocht worden tussen het zelf sturen als gemeentebestuur en de ruimte die aan stadsdelen gegeven moet worden. Hij wil niet teveel voorschrijven hoe het allemaal moet. Met dit kader wordt al behoorlijk veel gestuurd. Tot dusverre maakten grote welzijnsorganisaties en kleine bewonersinitiatieven onder dezelfde voorwaarden aanspraak op hetzelfde subsidiepotje. Nu wordt dat anders met de gebiedsgerichte- en kernfuncties. Vanuit het sociaal weefsel, dus de bewonersinitiatieven, kan men incidenteel subsidie aanvragen. De administratieve lasten worden daarbij verlaagd. Dat wordt makkelijker gemaakt. Hij zal de commissie daarover nog dit jaar informeren. De focus op de opgave wordt voor langere tijd vastgelegd. Bij jaarlijkse subsidies moeten organisaties halverwege het jaar alweer na gaan denken over het volgende jaar. Dat geeft onzekerheid, wat niet bevorderlijk is voor de samenwerking. Het is de bedoeling dat er veel meer wordt samengewerkt. Daarom kwam men op de alliantievorming bij de kernfuncties. Bij de gebiedsgerichte functies wordt de vorm niet afgedwongen, maar verwacht men dat de organisaties zich rekenschap geven van wat er al is in de buurt.

Daarbij hoort ook samenwerking. Daar hoort een meerjarige subsidie bij. Hij antwoordt het lid Runderkamp dat het uiteindelijk zes jaar is geworden, wat overigens al een enorme stap vooruit is. Dat is een afweging geweest. Acht jaar geeft inderdaad nog langer zekerheid, maar tegelijkertijd zit het stadsbestuur er dan ook langer aan vast. Er is daarover met de stadsdeelbesturen een discussie geweest. Met zes jaar zit je niet te lang vast aan een subsidie, maar geef je wel de nodige rust en mogelijkheden tot samenwerking. Het is ook goed voor huisartsen als ze voor doorverwijzingen goed op de hoogte zijn van het aanbod in de buurt. Dat geldt ook voor de buurtteams, die ook vaak doorverwijzen en gebaat zijn bij continuïteit en duidelijkheid over het aanbod. Er is naar aanleiding van de inspraak en de stadsconferentie een vierde opgave toegevoegd. Juist de ontmoetingsfunctie valt daaronder. Dat is ook vanuit het besef dat er sprake is van een vergrijzing, met een krimp van de beroepsbevolking. Elkaar ontmoeten en de samenredzaamheid zijn een doel op zichzelf, cruciaal voor het elkaar kunnen helpen en in het algemeen het welzijn van mensen. Het valt zeker ook onder de term ‘positieve gezondheid’ die het lid Van Pijpen vaak gebruikt. Er kan subsidie worden verleend voor meer verbinding en ontmoetingsmogelijkheden

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

Wat betreft bestuurlijke en ambtelijke samenwerking na de subsidieverlening is een passage opgenomen. De samenwerking stopt niet met het maken van een beleidskader. Men zal elkaar in de komende jaren voortdurend vast moeten houden om de gewenste beweging, het aanpakken van de opgaven, goed te kunnen maken. Dat vraagt bestuurlijk en ambtelijk ook om periodiek overleg te blijven voeren, en goed te blijven luisteren naar ervaringen in de stadsdelen. Er is aangegeven dat dat een continu proces is waarop je moet blijven letten. Het lid RUNDERKAMP las in het beleidskader: ‘Om de grote beweging in de stad samen te volgen en te maken, is het ook noodzakelijk dat stadsdelen en directies elkaar goed op de hoogte houden van nieuwe ontwikkelingen.’ Dat is heel goed. Het is duidelijk dat je het niet van tevoren allemaal wilt inkaderen. Dat is bijvoorbeeld voor de monitoring goed uitgedacht. Voorkomen moet worden dat het je straks overkomt en dat je je afvraagt of die samenwerking tussen nieuwe partners, directies en stadsdelen ook niet ingekaderd had moeten worden. Wethouder SCHOLTES snapt dat punt, maar hij weet niet of een bepaalde tekst daarover toevoegen aan het kader daarvoor de oplossing voor zal zijn. Of het goed gaat in de ogen van de stadsdelen zal bij de portefeuillehoudersoverleggen altijd aan bod komen. Andere suggesties hoort hij graag.

De monitoring moet nog verder worden uitgewerkt. Over het kwalitatief onderzoek zijn gesprekken gaande met de HvA. Ook kan daarover gesproken worden met de universiteiten. Er wordt ook gekeken naar de output voor de gebiedsopgave en de uitbreiding van de stedelijke monitor. Die moet nog nader uitgewerkt worden. Uiterlijk in het vierde kwartaal van dit jaar zal de commissie daarover geïnformeerd worden. Het is goed dat er aandacht wordt gevraagd voor de Amsterdammers met een fysieke beperking. Die worden inderdaad niet genoemd als aparte doelgroep in het beleidskader. Er is een overlap met diverse andere doelgroepen van de sociale basis. In ieder geval is inclusie een belangrijke voorwaarde in de sociale basis. Zowel fysieke als sociale toegankelijkheid worden als belangrijke voorwaarde genoemd in het beleidskader. Meestal wordt dit in goed overleg gedaan. Hij zal schriftelijk nog wat voorbeelden geven van de wijze waarop in de afgelopen tijd is gewerkt aan de toegankelijkheid van de sociale basis. In principe worden afspraken met partijen gemaakt voor zes jaar, maar de subsidie kan door stadsdelen worden beëindigd als de afspraken aantoonbaar niet worden nageleefd. Wat betreft initiatieven die tussen wal en schip vallen, wordt door het lid Runderkamp verwezen naar een subsidieregeling die er niet meer is.

Op twee momenten per jaar kunnen dit soort initiatieven wel gebruik proberen te maken van de incidentele subsidies voor het sociaal weefsel. Wellicht zijn er ook nog andere subsidieregelingen die een rol kunnen spelen. Hij antwoordt het lid Staartjes dat hij de vraag over de gezonde omgeving begrijpt. Deze subsidievoorwaarde stond echter al langer in de subsidievoorwaarden, dus is ze gewoon overgenomen. Natuurlijk wordt de soep niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Als mensen taart willen eten, kan dat. In de praktijk zal het allemaal in goed overleg gedaan worden. Er komt wel een stok achter de deur, wat vooral van toepassing is als het gaat over activiteiten voor de jeugd. Overigens moet men voor het schenken van alcohol een vergunning hebben. Het lid STAARTJES noemde het voorbeeld in zijn bijdrage niet alleen in verband met alcohol. Hij vraagt of het wenselijk is om de morele normen op deze manier op te leggen aan vrijwilligers die iets willen doen voor anderen in de samenleving. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat in het kader sociale basis allerlei morele normen staan. Er staan vier opgaven in. Men vindt het bijvoorbeeld niet goed dat mensen in eenzaamheid leven, en dat is een morele norm.

Er moet een balans gevonden worden tussen enerzijds de opgaven voor de stad en anderzijds het ruimte laten voor organisaties en stadsdelen om het in te vullen, en aan te passen naar de problemen die zich in dat gebied voordoen. Hij wil niet voorschrijven hoe dat precies moet gebeuren. Er is alle

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

ruimte om er op een ontspannen manier mee om te gaan. Het is vooral een stok achter de deur bij jongerenorganisaties. Het lid STAARTJES wijst op het verschil tussen een morele norm die indirect meegenomen wordt bij een subsidievoorwaarde, en het doel dat een beleid nastreeft, zoals het voorkomen van eenzaamheid. Hij vindt het moeilijk om een moreel wereldbeeld te betrekken bij een beleidsmaatregel die bedoeld is om eenzaamheid te bestrijden. Hij kan zich wat dat betreft vinden in het betoog van JA21. Wethouder SCHOLTES vindt het een papieren discussie. In de praktijk geldt dit al. Ook in de toekomst verwacht hij hiermee geen problemen. Het lijkt hem wel goed als mensen meer in aanraking komen met gezond voedsel. Dat heeft te maken met keuzevrijheid, niet met opleggen. Het lijkt hem prima om daaraan in deze opgave, als onderdeel van de opgave gezondheidsverschillen, aandacht te geven. Het lid MANGAL is het eens met de wethouder dat er bij de gehacktbal (met ‘ck’) alcoholvrije dranken kunnen worden geschonken. Overigens blijkt alcohol volgens The Lancet een belangrijke risicofactor te zijn voor Alzheimer. Wethouder SCHOLTES stelt voor de discussie over dat onderwerp te voeren bij behandeling van het plan voor preventie middelengebruik.

Verder antwoordt hij het lid Mangal dat er voor de bestrijding van discriminatie subsidiemogelijkheden zijn vanuit de regeling Allianties inclusiviteit en anti-discriminatie. Dat valt echter buiten de sociale basis. Hij antwoordt het lid Broersen dat de sociale basis inderdaad financieel moet worden verstevigd. Er wordt veel gevraagd van de vrijwilligers en organisaties in de sociale basis. Hij heeft daarvoor echter momenteel geen geld, dus daarnaar zal men op zoek moeten gaan. Den Haag geeft er ook geen structureel geld voor. SPUK is incidenteel en lastig in te zetten voor een structurele versteviging van de sociale basis. Voor de mentale gezondheid is er het programma Thrive, dat er juist op is gericht om deskundigheidsbevordering te versterken bij professionals die bijvoorbeeld werken met jongeren. Op die manier probeert men de kennis en het gesprek over mentale gezondheid een impuls te geven. Daar waar nodig, kunnen jongeren worden doorverwezen naar de professionele hulp. Het lid MANGAL heeft er moeite mee dat anti-discriminatie buiten de sociale basis valt. Hij wijst erop dat racisme en discriminatie wel degelijk een grote rol spelen. Als iemand door discriminatie niet goed kan opschieten met de buren, tast dat de sociale basis aan.

Is de wethouder dat met hem eens? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij inging op de vraag over cursussen om kennis te vergroten, en zijn antwoord was dat hij daar binnen de sociale basis geen budget voor heeft. Er is elders wel budget voor. Mensen kunnen daarmee subsidie aanvragen. De sociale basis is erop gericht om bewonersorganisaties van alle achtergronden te versterken. Hij antwoordt het lid Broersen dat nog nader uitgewerkt moet worden hoe dat makkelijker indienen van aanvragen eruit moet zien. Het gaat daarbij dus om het sociaal weefsel. Er zal in ieder geval minder informatie gevraagd worden van organisaties. Er stond in de subsidieverordening dat onder de 20.000 euro de subsidie automatisch wordt vastgesteld, dus zonder verantwoordingstraject vooraf. Er worden daarbij uiteraard wel steekproeven gehouden. Hij zal de commissie informeren over de nadere uitwerking. Video-indienen zit er vooralsnog niet in. Hij zal het wel in overweging nemen, want het is een aardig voorstel. Het lid BROERSEN vraagt of de wethouder bedoelt dat er verder naar gekeken zal worden. Is dit een uitnodiging om met een motie te komen?

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij erover wil nadenken, maar hij weet niet of het past binnen de subsidieverordening. Het is niet per se een uitnodiging, want hij weet nog niet wat hij met het idee gaat doen. Het lid BROERSEN vraagt om uit te zoeken of het kan in zo’n verordening. Kan de wethouder daarop terugkomen? Wethouder SCHOLTES zegt dat toe, maar het kan niet voor de volgende raadsvergadering. Hij neemt het mee in de uitwerking als blijkt dat het zou kunnen. Er is in de sociale basis alle ruimte voor het betrekken van bewoners en bewonersorganisaties, zowel in het sociaal weefsel als in de gebiedsgerichte tak. Later gaat het naar de gebiedsgerichte opgave sociaal, die vanuit de stadsdelen wordt gecoördineerd. Daarbij hebben bewoners een belangrijke stem bij het formuleren van de opgaven in een gebied. Het lid BROERSEN vroeg met name de bewoners te betrekken bij de beoordeling of het aanbod aansluit bij wat nodig is. Dat staat specifiek in de nota van beantwoording, maar het staat niet in de monitor. Wethouder SCHOLTES vindt dat een terecht punt. Hij verwacht van de partijen die de kernfuncties verzorgen dat zij met bewoners spreken om te kijken of wat zij doen overeenkomt met de behoeften van de bewoners. Er ligt ook een belangrijke regiefunctie voor het stadsdeel. Dat moet luisteren naar geluiden of het goed gaat.

Het dagelijks bestuur zal jaarlijks terugkoppelen aan de stadsdeelcommissies over hoe het gaat. Het lid BROERSEN wil er niet te gemakkelijk van uitgaan dat bewoners de weg naar het systeem weten te vinden. Er zijn mensen met een zorgvraag die niet weten waar ze daarmee terecht kunnen. Zij zou actiever een uitvraag naar de bewoners willen doen over wat zij nodig hebben. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij van de organisaties eist dat zij actief de bewoners daarover consulteren en opzoeken. Mocht het daarbij toch misgaan, dan rest altijd nog de weg via de stadsdeelcommissie en het dagelijks bestuur. Hij antwoordt het lid Wehkamp dat het haalbaarheidsonderzoek voor de sociale kaart wat langer gaat duren. Hij heeft de overtuiging dat dat samen met de partners in de sociale basis zal moeten gebeuren. Je moet organisaties en activiteiten actueel houden, iets wat een goed beheer vereist. Het moet gebeuren samen met de partners, anders kom je met iets te zitten waarmee de partners niet willen werken. Hij denkt niet dat het te laat is. Als dit goed met de partners onderzocht wordt, ontstaat een beter systeem dat ook echt gebruikt wordt. Verder kan de verplichting altijd worden meegenomen in de subsidiebeschikking. Hij zal nog terugkomen op de rijke schooldag en zal de vraag daarover doorgeleiden naar de afdeling Onderwijs. Hij is bereid nog eens te kijken naar de bedrijven.

Een buurtcafé kan een rol spelen in de sociale basis, want ook daar ontmoeten mensen elkaar. Hij weet niet of het zinvol is om daarover meer tekst toe te voegen. In ieder geval kunnen bedrijven een belangrijke rol spelen in de sociale basis. Het lid STAARTJES vraagt of in het buurtcafé alcohol geschonken mag worden. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat dit zeker mag, want een buurtcafé heeft een alcoholvergunning. Men zal hier ontspannen mee om kunnen gaan. Het lid DE JONG vindt deze verordening helemaal niet ontspannen. Men probeert krampachtig grip te krijgen op wat eigenlijk natuurlijke initiatieven van bewoners zouden moeten zijn. Er worden steeds meer dingen bij betrokken, zoals grote bedrijven. De suggestie wordt gedaan om er ook nog politie en jeugdzorg bij te betrekken. Waar ligt de grens?

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

Wethouder SCHOLTES vraagt hoe JA21 wil dat de samenleving eruit komt te zien. Hij kon dat niet opmaken uit het betoog van het lid De Jong. Het is nuttig te gaan kijken bij de initiatieven die nu aanwezig zijn in de sociale basis. Hij maakt bezwaar tegen wat het lid De Jong zei over het ‘kopen van sociale cohesie’. In de praktijk zijn er vrijwilligers die voor (haast) niets veel werk doen in de buurten. De gemeente maakt het voor hen iets gemakkelijker door te helpen bij het betalen van de huur van het pand waar men de activiteiten organiseert. Het lijkt erop dat het lid De Jong steeds meer pleit voor medicalisering van problemen. Veel zou in de zorg opgelost moeten worden. Ook hij is daarvoor, maar er kan ook veel op een andere manier worden opgelost. Veel vragen zijn geen zorgvragen, maar sociale vragen. Het lid DE JONG vraagt waar de grens van dit kader ligt. Waar stopt het? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat er vier opgaven zijn geformuleerd. Daarvoor wil hij gaan. De bewoners, stadsdelen en organisaties krijgen veel ruimte om daarbinnen voorstellen te doen over hoe zij dat willen doen. Hij is het eens dat het kader niet teveel ‘geladen’ moet worden met allerlei opgaven. Er moet veel ruimte geladen worden aan de stadsdelen.

Hij antwoordt het lid Wehkamp verder dat hij kunstbemiddelaars kent in Oost die goed samenwerken met de welzijnscoach, gefinancierd door Den Haag met de SPUKGALA-middelen. Als kunst als middel wordt ingezet voor iets wat past bij het aanpakken van de opgave, kan men daarvoor in principe subsidie krijgen. Binnen de brede talentontwikkeling wordt kunst en cultuur specifiek genoemd. Toch zul je geen viool leren spelen in het buurthuis. Vanuit de sociale basis kan echter prima worden doorverwezen naar de daarvoor geschikte organisaties. Het lid WEHKAMP is daar heel blij mee. Zij vraagt of kunst en cultuur genoemd kunnen worden in het beleidskader, voor zover ze voor welzijn kunnen worden ingezet. Wethouder SCHOLTES is bereid om constructief naar een voorstel in die richting te kijken. Als het stuk moet worden geamendeerd, moet dat door de raad gebeuren. Hijzelf denkt dat dit kader voldoende ruimte biedt om dit te doen. In die zin heeft hij geen amendement nodig. Hij antwoordt het lid Van Pijpen dat het idee van de zorgzame buurten volgens hem goed uitgewerkt is. Daar kan eventueel nog verder naar gekeken worden. Het is voor hem in ieder geval een belangrijk punt. De partners zullen zelf met oplossingen moeten komen voor de verdere vormgeving. Hij vindt het een goed idee om de ouderenwerkers terug te laten keren, maar extra geld heeft hij er niet voor.

Veel opbouwwerkers zullen in de praktijk ouderenwerker zijn. Als je er niet een specifieke ouderenwerker van maakt, zou dat misschien het intergenerationele contact kunnen bevorderen. Het lid VAN PIJPEN ging het wat betreft de ouderenwerkers niet over extra geld. Zij vraagt er specifieke aandacht aan te geven binnen de kernfunctie, net zoals dat er is voor jongerenwerk. Zo nodig zal zij met een amendement komen. Wethouder SCHOLTES denkt dat specifieke ouderenwerkers extra geld zullen kosten. Wel kan hij van opbouwwerkers extra aandacht vragen voor ouderen. Wat betreft de kwaliteit van het opbouwwerk is het de bedoeling dat er een soort leefomgeving komt met partners, een beetje zoals de toekomstige buurtwerkacademie. De overheid is opdrachtgever, maar vooral ook partner. Ze wil uitstralen dat zij in de komende zes jaar gezamenlijk wil leren, ook in de gebiedsdialoog. Als een partij in meerdere stadsdelen activiteiten wil ontplooien, kunnen ze dat in één aanvraag meenemen. Het kan aan de stadsdelen overgelaten worden om vast te stellen wat de subsidieplafonds zijn voor de verschillende onderdelen. Hij denkt niet dat stadsdelen ervoor zullen kiezen om al het geld naar één onderdeel te laten gaan. De

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

dagelijkse bestuurders hebben steeds naar hem het belang onderstreept van de kleine initiatieven. Het lid VAN PIJPEN gaat het niet om de stadsdelen, maar om de democratische checks and balances die er op een goede manier in verwerkt moeten worden. Dat er geen democratische controle op zit, baart haar zorgen. Het moet onderdeel zijn van het systeem, en niet een kwestie zijn van vertrouwen. Wethouder SCHOLTES vindt het wel een kwestie van vertrouwen in de wijze waarop de stadsdelen met hun dagelijkse besturen en stadsdeelcommissies functioneren. In formele zin gaat het om een bevoegdheid van de dagelijkse besturen. In de praktijk kunnen stadsdeelcommissies altijd vragen stellen, maar ook door adviezen uit te brengen. Adviezen van stadsdeelcommissies moeten volgens de verordening zeer zwaarwegend worden beoordeeld. Afwijken daarvan kan alleen met een schriftelijke motivatie. Het lid VAN PIJPEN vertrouwt de stadsdeelcommissies daarin, maar dat betekent wel dat die zelf het initiatief moeten nemen. Dus niet dat er aan hen iets wordt voorgelegd, of dat zij daarover geïnformeerd worden. Wethouder SCHOLTES is het daarmee eens, maar dat is iets voor de dagelijkse besturen en de stadsdeelcommissies. Hij antwoordt het lid Perdok dat er hierbij geen sprake is van aanbestedingen in de sociale basis. Wel gaat het over subsidies.

Hij snapt de zorg dat het geld straks gaat naar alle grote welzijnsinstellingen. Worden die daarmee niet te dominant? Daarom is het onderscheid gemaakt tussen de kernfuncties, waar in de praktijk de welzijnsinstellingen op zullen inschrijven. Met name bewonersorganisaties en informele organisaties kunnen subsidie aanvragen via het sociaal weefsel en de gebiedsgerichte tak. Het zal de taak zijn van de kernfuncties om bewonersorganisaties daarbij te ondersteunen. Hij antwoordt het lid Perdok dat er ruimte is voor de genoemde wensen als die initiatieven vanuit organisaties komen, om de samenwerking op te zoeken en onderdeel te laten zijn van de subsidieaanvraag. Hij antwoordt het lid Kabamba dat er goed gekeken zal worden naar het ondersteuningsaanbod voor mantelzorg in de stad. Een relatief klein deel van de mantelzorgers maakt gebruik van het ondersteuningsaanbod, dus er zal goed moeten worden gekeken of het nog goed aansluit. Hij zal ook kijken hoe mensen die niet weten dat zij mantelzorger zijn beter bereikt kunnen worden. Daar komt hij een later moment op terug. Taal en pesten zijn belangrijke zaken, maar hij weet niet of deze problemen opgelost kunnen worden via het kader sociale basis. Wel is geprobeerd om sociale toegankelijkheid als voorwaarde mee te nemen.

Pesten en uitsluiting vallen onder de portefeuille Onderwijs, maar ze zijn wel een belangrijk aandachtspunt voor het jongerenwerk. Er zal vanuit de Agenda Digitale Stad nog geholpen worden om jongerenwerkers daarbij beter te equiperen. Tweede termijn Het lid MANGAL dankt voor het meenemen van de mantelzorgers, ook van degenen die zich er niet van bewust zijn dat ze het zijn. Hij vraagt hoe de wethouder staat tegenover het idee om achttienjarigen een sociaal dienstjaar aan te bieden. Zou de wethouder positief tegenover een voorstel in die trant staan? Verder wil hij weten hoe de wethouder de ouderen van de eerste generatie denkt te benaderen. En kan er een overzicht geleverd worden van wat wel en niet gefinancierd kan worden met dit budget? Dat is nog vrij onduidelijk. Welk bereik wordt hiermee beoogd? Het lid WEHKAMP vraagt hoe het lid Mangal die sociale diensttijd ziet. Jongeren hebben al te kampen met een hoge prestatiedruk. Het lijkt haar te ver gaan om er een soort verplichting van te maken. Wat hebben de jongeren er zelf van gezegd?

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

Het lid MANGAL antwoordt dat de inzet van vrijwilligers afneemt, terwijl er genoeg jongeren zijn die dit willen doen. Zij weten echter niet hoe zij zich hiervoor kunnen aanmelden. Dat moet vrijwillig gaan; er is geen sprake van een verplichting. Dit met de kanttekening dat vrijwillig natuurlijk niet vrijblijvend betekent. Mensen moeten er wel op kunnen rekenen. Het lid PERDOK vraagt waarom er in de keten niet wordt samengewerkt met politie, jeugdbescherming, zelfstandige psychologen en psychiaters. Verder vraagt zij waarom er geen overlapping is met AmsterDOEN. AmsterDOEN en de sociale basis zouden elkaar kunnen versterken. Het lid KABAMBA vraagt taal mee te nemen bij weerbaarheid en identiteit. Verder vraagt zij les te geven in cognitieve vaardigheden zoals programmeren en debatteren. Wethouder SCHOLTES erkent het belang van taal bij weerbaarheid, cognitieve vaardigheden etc. Dat is echter iets voor de organisaties in de buurten. Dit kader biedt daarvoor alle ruimte. Hij antwoordt het lid Perdok dat je niet in het kader moet voorschrijven dat er gewerkt moet worden met bepaalde organisaties. Het samenwerken wordt gevraagd door de organisaties die subsidie aanvragen in de sociale basis. In Centrum is AmsterDOEN een belangrijke partner. Hij antwoordt het lid Mangal dat stadsdeelcommissies het gevraagde overzicht krijgen. Tegen die tijd kan ook het lid Mangal dat zien.

Het overzicht van waarvoor je nu subsidie kunt aanvragen zit duidelijk in het kader, gecombineerd met de subsidievoorwaarden. Er is niet iets extra’s nodig. Hij erkent dat het belangrijk is om ouderen van de eerste generatie te benaderen. Hoe dat moet, kan niet vanuit dit kader voorgeschreven worden. Er zijn veel organisaties actief in buurten die er goed in zijn. Verder wordt van de organisaties in de kernfuncties gevraagd zich rekenschap te geven van de wijze waarop ze van ervaringsdeskundigheid gebruikmaken. Landelijk bestaat al een vrijwillige maatschappelijke diensttijd, waar jongeren van 12-30 jaar zich vrijwillig in kunnen zetten voor een ander. Daarnaast zijn er in de sociale basis organisaties die vraag en aanbod van vrijwilligers met elkaar matchen, en die kunnen gesubsidieerd worden. Het gaat hem te ver om ieder jaar alle achttienjarigen hierover een brief te sturen. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht gereed is voor een middellange behandeling in de raad. 4.

Voortgangsrapportage toegankelijkheid 2022: Iedereen doet mee! (VN2023026626) De VOORZITTER licht toe dat het college hiermee aan de gemeenteraad een beeld geeft van de hoeveelheid en diversiteit van inspanningen die zijn verricht. Daarnaast worden de plannen en ambities toegelicht die er in dat kader zijn om de participatie en sociale, fysieke en digitale toegankelijkheid voor inwoners van Amsterdam met een beperking verder te verbeteren. Het stuk stond op de TKN-lijst en is geagendeerd op verzoek van de leden Van Pijpen en Runderkamp. Het lid VAN PIJPEN vindt dat er nog niet genoeg gebeurt. De urgentie en prioritering zal bij de gemeente, maar ook bij uitvoerders in andere publieke organisaties zoals de NS, het GVB en andere, echt omhoog moeten. Haar partij zou concretere eisen willen stellen en daaraan ook consequenties willen verbinden. Een voorbeeld: boetes die ten goede komen aan de doelgroep die erdoor geraakt wordt.

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

Er wordt veel gesproken in de Regioraad over wat een toegankelijke halte is. Dat moet duidelijk gedefinieerd worden. Heel belangrijk is ook dat er gezorgd voor een veel snellere en betere reactie bij bijvoorbeeld kapotte liften. Toegankelijkheid moet een centraler onderdeel worden van het beleid. Aan het aantal haltes en de loopafstanden bij overstap zie je dat het eigenlijk alleen maar slechter is geworden. Het is ontoegankelijker geworden. De voetgangersnota heeft een aantal knelpunten niet opgelost, zoals ook duidelijk wordt uit de reacties vanuit het veld. De digitale toegankelijkheid is ook heel belangrijk. Zij heeft met haar collega IJmker vragen gesteld over de toegankelijkheid van websites. Dat kan duidelijk beter. De openbare ruimte is gewoon een schande. Op veel plaatsen is het totaal onmogelijk om met een rolstoel te rijden, of met een rollator of kinderwagen te lopen. Dat moet bij handhaving hoger op de agenda komen. Zij geeft in overweging om wat specifieker handhavers per stadsdeel op de toegankelijkheid te laten handhaven. Het moet ook zichtbaar worden. Amsterdammers moeten ook medeverantwoordelijk gemaakt worden, want de fietsen en vuilniszakken worden door hen daar neergezet. De gemeente dient ook het goede voorbeeld te geven. Gemeentevoertuigen mogen niet op de stoep parkeren.

Evenmin mag de gemeente kerstboomverzamelplaatsen op de stoep aanleggen, zoals zij een keer zag. Veiligheid blijft onderbelicht in de rapportage. Bij de verbouw van The Movies is de wc nu boven aangelegd. Iemand in een rolstoel kan er niet meer naartoe. Zij doet de suggestie in gesprek te gaan met de BIZ-zen om over de toegankelijkheid te spreken. Voorgesteld wordt nu om een keer in de vier jaar met een rapportage te komen. Dat is echt te weinig. Misschien kan de rapportage in een wat kortere vorm een keer per twee jaar uitkomen. Verder vraagt zij om structureel aandacht te geven aan toegankelijkheid in andere commissies. Het lid RUNDERKAMP wijst op het vele wat in Amsterdam al gebeurt op het gebied van toegankelijkheid. Een voorbeeld is wat er in 2022 gebeurde voor de toegankelijkheid van de verkiezingen. Alle leerlingen van het speciaal onderwijs zijn in contact gebracht met toegankelijke sportvoorzieningen en werden doorverwezen naar mogelijk sportaanbod in de buurt. Toch kan Amsterdam nog veel toegankelijker. In Londen heeft men voetgangerslichten bij oversteekplaatsen waar het voetgangerslicht aangepast was van een lopend persoon naar iemand in een rolstoel. Een simpele ingreep die positief werkt voor de bewustwording en draagvlak geeft voor mensen met een beperking.

Hij vraagt of dat ook in Amsterdam ingevoerd kan worden, bijvoorbeeld met in ieder stadsdeel een dergelijk verkeerslicht bij een oversteekplaats. De aanbesteding voor toegankelijke toiletten is afgerond en gegund. In het programma van eisen stond dat het integraal toegankelijke toiletten moesten zijn, dus ook voor rolstoelgebruikers. Maar in de toiletten die zijn aanbesteed zitten geen brancards en tilliften, waardoor ze niet voor alle gebruikers toegankelijk zijn. In de komende tien jaar worden de stations Zuid en Amsterdam Centraal verbouwd. Hij stelt voor om met ProRail te overleggen over de aanleg daar van toiletten met tillift en brancard. Sommige plekken zijn totaal niet toegankelijk voor rolstoelgebruikers. In het centrum van Amsterdam, met grachten, bruggen, stoepen en geparkeerde fietsen is het heel moeilijk om toegankelijke looproutes aan te leggen. In Parijs zijn de komende zomer de Olympische Spelen. Daar rijdt dat dan een rolstoeltoegankelijk wandelvoertuig rond. Hij vraagt of dat ook in Amsterdam geïntroduceerd kan worden. Over de toegankelijkheid tot hulpmiddelen is vorig jaar uitvoerig gesproken. In november werd daarover een motie aangenomen. Er werden door de wethouder gesprekken gevoerd met de leveranciers over de toegankelijkheid tot die hulpmiddelen. Hij vraagt daarover iets te vertellen.

En kunnen de managementrapportages van de rolstoelleveranciers ook gedeeld worden met de raad? Dat mag geanonimiseerd gebeuren. Hij wil een beter beeld krijgen hoe het gaat met de reparaties. Op dit moment is er met de leveranciers een vorm van marktwerking. Is die optimaal binnen het kader ingericht? Er zijn geen bonus-malusregelingen met de leveranciers. Met alle vier is een contract afgesloten, waardoor je de prestaties kunt

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

vergelijken. Maar het geeft geen prikkel om het beter te doen, nu het niet goed gaat. Hij vraagt een reactie. Uiteindelijk gaat het hierbij om de naleving van het VN-verdrag over de rechten van mensen met een handicap. Dat moet altijd voorop blijven staan. Het lid WILLIAMS vraagt meer inzicht te geven in wat er precies per stadsdeel aan toegankelijkheid gerealiseerd wordt op de tien speerpunten van de inclusieagenda. Met name is hij daarbij geïnteresseerd in de stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Op de website vindt hij nu maar een rolstoeltoegankelijk toilet in Nieuw-West en een in Zuidoost. Het zou mooi zijn als dat aantal in twee jaar verdubbeld wordt. Het college wil meer focus aanbrengen, prioriteiten stellen en komen tot een aantal concrete punten dat aangepakt gaat worden. Het voornemen is om met diverse groepen te spreken. Hij vraagt wanneer de wethouder die gesprekken wil voeren. Hij vraagt verder extra aandacht te geven aan gesprekken met jongeren, en met een goede vertegenwoordiging van belanghebbenden uit alle stadsdelen. Het is in dat verband goed te lezen dat de adviezen van het Jeugdplatform Amsterdam zijn meegenomen in de voortgangsrapportage. De voortgangsrapportage zou vaker moeten verschijnen.

Hij vraagt de commissie, desnoods via raadsbrieven, op hoofdlijnen ten minste een keer per jaar te informeren over de stand van zaken, met knelpunten en ambities. Het lid PERDOK onderschrijft de bijdragen van de vorige sprekers. Wethouder SCHOLTES zal sommige van de gestelde vragen schriftelijk beantwoorden, omdat ze liggen op het terrein van andere portefeuilles. Hijzelf is coördinerend wethouder en roept de raadsleden op om de discussies over dit onderwerp te voeren in de betreffende commissies, zoals de commissie Openbare Ruimte en de commissie Verkeer. Hij herkent veel van wat hier is gezegd over de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Het is belangrijk de ervaringsdeskundigen bij het herinrichten van de openbare ruimte te betrekken. Het komt voor dat in de uitvoering keuzes gemaakt worden die niet in de planning stonden, waarbij bijvoorbeeld ineens een stoepje verdwijnt en de toegankelijkheid problematisch wordt. Dat bleek hem bij het lopen van een route met Cliëntenbelang Amsterdam. Wethouder Van der Horst zal over het betrekken van ervaringsdeskundigen in gesprek gaan met de portefeuillehouders in de stadsdelen. Zij zal waarschijnlijk nog dit kwartaal hierover een brief sturen aan de commissie. Hij antwoordt het lid Runderkamp dat het idee van de verkeerslichten zeer sympathiek klinkt. Maar wettelijk mag het niet.

Wat betreft het programma van eisen was de insteek het stellen van hoge eisen en gunnen op de laagste prijs. Die hoge eisen zitten er dus zeker in. Er is gebruikgemaakt van de internationale toegankelijkheidsstandaard, waarin niets staat over een tillift met een brancard. De eisen zijn ook afgestemd met Cliëntenbelang Amsterdam en met de stadsergonoom. Plaatsing van een toiletunit met tillift zou de prijs ook verder opvoeren, en daarbij veel ruimte vragen in de openbare ruimte. Er zou in ieder geval vanuit de portefeuille Verkeer eerst onderzoek gedaan moeten worden naar de behoefte, gebruik, kosten en spreiding van dergelijke voorzieningen. Het lid RUNDERKAMP blijft erbij dat de toiletten niet voor alle Amsterdammers toegankelijk zullen zijn. Daarom zijn verzoek om op de twee stations, Zuid en Centraal, die nu groot worden verbouwd, werkelijk voor iedereen toegankelijke toiletten te bouwen. Wethouder SCHOLTES begrijpt het verzoek. Wethouder Van der Horst zal er verder naar moeten kijken. Misschien is het mogelijk om zorglocaties, waar dit soort voorzieningen aanwezig zijn, open te stellen. Verder gaat ProRail over de toiletten op de stations. Cliëntenbelang heeft met ProRail contact over de verbouwing van NS-stations. Het idee van een toegankelijk wandelvoertuig in de binnenstad is interessant.

Een fijnmazig en toegankelijk busje over de grachtengordel zou een voordeel kunnen hebben.

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

Er momenteel echter geen dekking voor te vinden. Verder is dit iets voor de commissie Verkeer en Vervoer. Er is voor het reces uitgebreid gesproken over de hulpmiddelen. De eerste gesprekken hebben plaatsgevonden en de volgende gesprekken zijn gepland in het eerste kwartaal van dit jaar. De leveranciers geven aan dat in de zomer sprake was van een dip in hun prestaties. Er zou nu verbetering zijn in de bereikbaarheid en de leveringstermijnen. In reactie op de motie heeft de gemeente nadere data opgevraagd over de doorlooptijd van reparaties. Eind februari zal hij de commissie over de uitwerking van de motie informeren. Zijn eigen focus zal nu vooral liggen op het verbeteren van de dienstverlening van deze leveranciers richting de gebruikers, naast de gesprekken die gevoerd worden, met daarbij ook gebruikers en Cliëntenbelang. Hij zal een aantal van de door het lid Van Pijpen gestelde vragen schriftelijk beantwoorden. Ook hij verbaasde zich over het toilet van The Movies. In het nieuwe Kunstenplan is inclusie, vooral ook voor mensen met een beperkingen, heel belangrijk. Het lid VAN PIJPEN wijst erop dat The Movies een bioscoop is, een commerciële onderneming die niet valt onder het Kunstenplan. Ook de private bedrijven zullen de toegankelijkheid moeten waarborgen.

Wethouder SCHOLTES antwoordt dat daarover het gesprek aangegaan zal worden met die organisaties, samen met Kunst en Cultuur en Cliëntenbelang. Het gesprek voeren met de BIZ-zen is een heel goed idee, maar het zal wel tijd en capaciteit kosten. Aan wethouder Mbarki moet gevraagd worden of die daarvoor ruimte ziet. Hij denkt dat de toegankelijkheid in de stad meer gebaad is bij daadwerkelijk werken aan de toegankelijkheid dan bij het schrijven van extra rapportages. Er zijn al gesprekken gevoerd met Cliëntenbelang, partijen in de stad en jongeren over een nadere prioritering. Het moet komen tot drie prioriteiten die extra aandacht zullen krijgen. Ook een korte rapportage kost veel werk, want die zal dan weer moeten worden afgestemd met ongeveer zeventig contactpersonen. Het lid VAN PIJPEN hoort van de wethouder dat er meer aandacht moet komen voor de toegankelijkheid. Daar helpt een rapportage dan toch bij? Zonder rapporteren verzandt het allemaal. Hoe zorgt de wethouder ervoor dat die aandacht er is bij zijn collega’s in het college? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat er doorlopend beleidsstukken in de commissies ter sprake komen waarin toegankelijkheid een rol speelt. Verder is het lid Van Pijpen er gewoon bij. Zij is ook lid van de commissie Openbare Ruimte.

De overige gestelde vragen over Verkeer en Openbare Ruimte zal hij in overleg met wethouder Van der Horst schriftelijk beantwoorden. De ambitie voor digitale toegankelijkheid is dat alle websites en applicaties van de gemeente gaan voldoen aan het Besluit digitale toegankelijkheid overheid. Voor alle websites en apps moet dan een toegankelijkheidverklaring zijn ingediend bij de rijksoverheid. Er zal dan een toegankelijkheidsstatus A, B of C worden toegekend. Uiteindelijk moeten alle apps en sites status A krijgen. Daar wordt dit jaar aan gewerkt. De planning is mede afhankelijk van de resultaten van het project Webdomeinen. In 2024 wordt er een nieuwe versie van de website gelanceerd. Momenteel wordt een inventarisatie gemaakt van alle websites en subdomeinen om in te schatten hoeveel extra capaciteit en middelen er nodig zijn om de inhaalslag in de gemeente te maken. Prioriteit krijgen websites en apps die de gemeente gebruikt voor de communicatie met bewoners, ondernemers, bezoekers en professionals. Over de prioritering wordt overlegd met de gebruikers. Hij snapt de vraag van het lid Williams over inzicht resultaten en inzet stadsdelen, maar het is heel complex. Het antwoord kan per thema en beleidsdossier verschillen. Er is geen simpele monitor om over alle speerpunten per stadsdeel een volledig beeld te geven. Hij raadt het derhalve af om dit van hem te vragen.

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

Over de focus zijn de eerste gesprekken met Cliëntenbelang gevoerd. Dit jaar worden voorbereidingen getroffen. In het tweede kwartaal moeten de gesprekken met belanghebbenden, zoals jongeren en andere partijen, starten. Wat betreft de rapportage verwijst hij naar zijn beantwoording van de vragen van het lid Van Pijpen. Tweede termijn Het lid RUNDERKAMP benadrukt dat er geen wethouder Toegankelijkheid is. Deze bespreking van de voortgangsrapportage toegankelijkheid is dus de gelegenheid om vragen te stellen. Daarom zijn ook leden van andere commissies hiervoor uitgenodigd. Misschien kan een volgende keer ook de wethouder MOW hierbij uitgenodigd worden. Hij laat een foto zien waaruit de bedoeling van zijn voorstel met de verkeerslichten duidelijk moet worden. Hij zal die foto op de raadsmail zetten. Hij zou niet weten waarom een dergelijk iets wel in Londen kan, en in Nederland niet. Hij zal dat uitzoeken. Hij wil de wethouder ook niet oproepen om de wet te breken. Toch lijkt dit hem passen binnen een geoorloofd stukje burgerlijke ongehoorzaamheid. Hij is benieuwd hoe het Rijk handhaaft als Amsterdam hiertoe overgaat. Als het Rijk er een probleem van maakt, is hij alleen maar blij. Het uiteindelijke doel van de verkeerslichten is bewustwording. Het lid DE JONG vindt het onwenselijk dat de wethouder oproept tot het breken van de Nederlandse wet.

Het lid RUNDERKAMP begrijpt dat, maar hij heeft het toch gedaan. Het lid VAN PIJPEN wijst erop dat volgende week in de raad besloten wordt over de vervanging van verkeerslichten. Wethouder SCHOLTES neemt nota van alles wat gezegd is. Het lid VAN PIJPEN vraagt het punt te agenderen voor de raad. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. Het is gereed voor een eventuele behandeling in de raad. Zij schorst de vergadering van 12.31-19.36 uur. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 5.

Amsterdamse Armoedemonitor en Schuldenmonitor (VN2023-026625) De VOORZITTER licht toe dat deze monitor ontwikkeld is door O&S met als doel inzicht te krijgen in armoede en schulden. Dit agendapunt omvat twee onderzoeken van O&S rondom armoede en schulden. Het punt is geagendeerd op verzoek van de leden Staartjes en Wijmenga. Het lid STAARTJES geeft door dat het lid Wijmenga, dat vanavond niet aanwezig is, heeft gevraagd om een technische sessie over dit onderwerp. Zij wil namelijk graag weten hoe precies naar de cijfers gekeken moet worden. Ook vraagt zij of onafhankelijke experts vanuit het werkveld naar de cijfers hebben gekeken en die ook kunnen duiden. De Amsterdamse armoedemonitor is voor de raad een van de belangrijkste instrumenten om na te gaan of het Amsterdamse beleid werkt. Amsterdam wil een solidaire stad zijn voor de inwoners. Dat was ook de inzet van het vorige college. De Amsterdamse monitor geeft aan dat het lijkt te werken. Het aantal minimagezinnen daalt. Toch heeft deze commissie ook andere stukken gekregen die helemaal de andere kant op wijzen. Die zeggen dat het beleid juist niet werkt. Het is erger geworden en er moet meer inzet komen. Wat is er aan de hand?

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

Uit de Amsterdamse Armoedemonitor blijkt dat twee derde van de minimagezinnen in duurzame armoede verkeert. Verder blijkt dat dit ook de groep te zijn die goed gebruikmaakt van de vele regelingen die er zijn. Tegelijkertijd is er een groep, ongeveer een derde van de minimagezinnen, die kortstondiger in armoede leeft. Die gezinnen komen uit de armoede. Vaak zijn dat de mensen die en baan hebben, of hebben gehad, of die perspectief hebben op werk. Deze groep wordt niet goed bereikt door de vele regelingen die Amsterdam aan het optuigen is. Zijn fractie vindt dat er een effectief armoedebeleid nodig is. Volgens het college zijn er te veel regelingen, en kunnen die ook averechts werken. De vraag is hoe je ervoor kan zorgen dat de regelingen werken. Mensen moeten niet langdurig in een armoedige situatie verkeren. Iedereen kan in zo’n situatie belanden, en dan is het belangrijk dat er perspectief is. Er moeten hulpmiddelen zijn om eruit te komen. Uit de monitor kan opgemaakt worden dat de vele regelingen daarvoor niet het geijkte middel zijn. Het lid YEMANE vraagt hoe de VVD ervoor wil zorgen dat mensen niet langdurig in armoede blijven verkeren. Het lid STAARTJES antwoordt dat duurzaam werk de manier is om uit de armoede te komen. Het lid YEMANE herinnert aan de motie van de VVD waarin gevraagd wordt 150% van het minimum toe te kennen van de kindregelingen.

Achtergrond daarvan is dat mensen die werken soms ook te maken hebben met grote armoede. Hoe ziet het lid Staartjes dat? Het lid STAARTJES antwoordt dat uit de monitor zichtbaar wordt dat er een grote groep is die al geruime tijd in armoede verkeert. Dat kan intergenerationele armoede veroorzaken. Opgroeien in armoede betekent dat je zelf ook een grotere kans hebt om in armoede te geraken. Om die reden heeft zijn fractie voorgesteld om de ouder-kindregeling te verruimen. Meer gezinnen kunnen er dan gebruik van maken. Zijn fractie denkt dat een armoederegeling dan echt effect kan hebben. Misschien niet direct op dat gezin, maar wel op de generatie die erna komt. De armoede zet dan niet door in de volgende generatie. Dat zie je ook terugkomen in deze monitor. Zijn fractie denkt dat een effectief armoedebeleid er zo uit moet zien. Het lid YEMANE wijst erop dat veel mensen die werken toch in armoede leven. Het lid STAARTJES antwoordt dat werk de belangrijkste remedie is. Maar er zijn mensen met een behoorlijk hoog inkomen die toch in armoede leven door de hoge lasten, de schulden en tegenslag in het leven. De gemeente kan daar soms niet veel aan doen. Mensen moeten daar zelf uit zien te komen. Het is dan zaak te kijken hoe je ervoor zorgt dat de kinderen er niet de dupe van worden. Daarom wil zijn fractie die regelingen inzetten en eventueel uitbreiden.

Er moet inderdaad meer gebeuren. Hij vraagt hoe deze monitor er over vier jaar uit komt te zien. Wat is er dan concreet veranderd waardoor je kan zeggen: het beleid is een succes geweest? Het lid YEMANE vraagt wanneer de VVD tevreden is. Wat moet er over vier jaar uit de monitor komen? Het lid STAARTJES antwoordt dat hij tevreden is als mensen alleen kortstondig in armoede verkeren. Armoede kan altijd voorkomen; dat is onvermijdelijk. Als die groep sneller weer aan het werk komt, is hij tevreden. Dan werken de genomen maatregelen kennelijk. Het lid YEMANE merkt op dat niemand in armoede wil leven. Het is geen keuze. Er kunnen verschillende omstandigheden optreden waardoor mensen in armoede raken, en die kan inderdaad over meerdere generaties voortduren. Werk is helaas niet altijd de enige oplossing. Juist onder werkende mensen zie je de armoede sterk stijgen. Dat komt

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

onder andere door inflatie. Mensen worden afgesloten van het water; zelfs zo’n kleine rekening kunnen ze niet meer betalen. Geen enkele ouder wil die armoede meegeven aan zijn kinderen. Liever had zij dat er minder regelingen waren voor deze mensen. Het zou beter zijn als zij zich niet bezig hoefde te houden met iets als menstruatiearmoede. Maar helaas, het is nodig die regelingen op te zetten om te voorkomen dat mensen door het ijs zakken. Het lid STAARTJES vraagt een toelichting op de uitspraak dat armoede een keuze is. Niemand zegt dat. Het lid YEMANE heeft niemand horen zeggen dat armoede een keuze is. Wel vindt zij dat er soms iets te makkelijk over het onderwerp wordt gesproken. Alsof werk de enige weg uit de armoede is en mensen dat zelf niet willen. Het is goed dat het college aan de slag gaat met de informele netwerken. Die moeten inderdaad beter benut worden, in samenwerking met de formele netwerken. Het rapport Helpende Handen was mooi om te lezen. De inspreker van Neighborhood Feminists (NF) maakte zich zorgen over de uitgiftepunten, omdat de behoefte alleen maar stijgt. In de brief staat dat de gemeente zich vooral inzet voor het behouden van de huidige uitgiftepunten. Zij vraagt of het college bereid is met extra uitgiftepunten bij het vaststellen van de subsidie voor 2024.

Kan het college toezeggen dat het met het Armoedefonds en NF een uitvoeringsstrategie gaat opstellen, gericht op voorlichting aan kwetsbare groepen in de samenleving, zoals ongedocumenteerden? 75% van de minima maakt gebruikt van de regelingen. Zij vraagt of het college daarmee tevreden is. De cijfers voor ouderen met een migratieachtergrond in armoede dalen niet. Velen hebben te maken met een groot AOW-gat. Heeft het college een specifieke visie voor de ouderen? Er komen steeds meer oudere minima bij. Misschien is het een idee om iets als de halveringsagenda voor kinderen in armoede op te zetten specifiek voor ouderen. De stadspas wordt automatisch toegekend aan mensen in de bijstand, en is daarmee de regeling die het beste wordt bereikt. Zij vraagt of naar een soortgelijke samenwerking gekeken kan worden voor mensen die een uitkering ontvangen van het UWV of de SVB. Is het mogelijk dat die mensen ook automatisch een stadspas toegekend krijgen? Veel zelfstandigen hebben recht op bepaalde regelingen. Zij vraagt of daarbij een samenwerking met de KvK mogelijk is. 8% krijgt hulp van de klantmanager schuldhulpverlener. Dat lijkt een laag percentage. Zij vraagt hoe ingezet wordt op het bereiken van meer Amsterdammers. Verder vraagt zij hoe de tussenpersonen of sleutelpersonen worden ondersteund.

Is het mogelijk deze mensen voor hun diensten te betalen als ze ervoor willen werken of een baan willen krijgen? Hun werk is vaak gelijkwaardig aan formele hulp. Hoe draagt de gemeente bij aan de erkenning van het werk en de inzet van deze sleutelpersonen? Het lid BROERSEN heeft veel vragen al gesteld in de commissie SCD. In 2022 heeft naar schatting 8% van de Amsterdammers problematische schulden. Dat zijn schulden anders dan studieschulden en worden door de betrokkenen zelf als een probleem ervaren. Het aandeel van Amsterdammers met problematische schulden is in 2022 iets lager dan in voorgaande jaren. Zij vraagt waarom de studieschuld niet meegenomen is. Voor veel mensen die al lang geen student meer zijn is dit relevant, want de schuld telt bijvoorbeeld mee voor een hypotheek. Wat maakt de studieschuld anders? Het lid STAARTJES wijst erop dat studieschulden soepele aflossingsvoorwaarden hebben, juist op het moment dat iemand een laag inkomen heeft. Is dat niet voldoende reden om studieschulden te onderscheiden van andere typen schulden? Het lid BROERSEN erkent dat studieschulden soepele aflossingsvoorwaarden hebben, maar tegelijkertijd leveren ze voor jongeren mensen veel stress op. Studenten zijn indertijd verleidt om te lenen tegen 0% rente. Nu is die rente sterk gestegen en

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

daarmee ook de stress voor de betrokkenen. Zij kan zich voorstellen dat studieschulden gescheiden worden van andere schulden, maar je mag niet doen alsof ze niet bestaan. Een deel van de minima dat recht heeft op de stadspas maakt daar geen gebruik van. Zij vraagt waarom dat zo is. Wordt er onderzoek naar gedaan? Wat kan gedaan worden om mensen te stimuleren van de stadspas gebruik te maken? De gemeente erkent het probleem van de menstruatiearmoede en ondersteunt organisaties die mensen daarbij helpen. Er wordt ingezet op veel publieke uitgiftepunten. Zij geeft de gemeente daarvoor een groot compliment. Toch is het vreemd dat op de toiletten van de gemeente Amsterdam zelf nog geen menstruatieproducten te vinden zijn. Volt vindt dat menstruatieproducten gezien moeten worden als iets essentieels, zoals wcpapier. De wethouder heeft eerder aangekondigd dat zij zou kijken naar de mogelijkheden, maar dat was geen toezegging. Zij vraagt wanneer menstruatieproducten verwacht mogen worden op de openbare toiletten van de gemeente. Het lid WILLIAMS heeft gewerkt voor Simavi. In verschillende landen heeft hij gezien wat menstruatiearmoede betekent voor vrouwen en mensen die menstrueren. Hij complimenteert het college voor zijn inzet bij het tegengaan van menstruatiearmoede. Hij vraagt of bij het verstrekken van producten een keuze wordt gegeven aan de gebruikers.

Niet alle gebruikers van menstruatieproducten zijn hetzelfde. Wordt hiermee rekening gehouden bij het groeiend aantal plekken waar menstruatieproducten beschikbaar zijn? Hoe zorgt de wethouder dat er kwantitatief onderzoek gedaan blijft worden, om de voortgang bij het tegengaan van menstruatiearmoede te meten? Volgens de inspreker vanochtend is er nog steeds sprake van een taboe rond menstruatie. Hij vraagt in dat verband om dit en volgende jaren extra aandacht te geven aan 28 mei, een dag die al tien jaar internationaal erkend wordt als Menstrual Health Day. Hij vraagt of de wethouder bereid is om samen met hem op 28 mei een Menstruation Bracelet te dragen om het taboe op menstruatie te helpen doorbreken. Het lid RUNDERKAMP voert het woord namens het lid Bouhassani, die er vanavond niet bij kan zijn. In Amsterdam bestaan vele armoederegelingen, die allemaal nodig zijn voor de bestaanszekerheid. In de voorliggende monitor wordt een lichte daling zichtbaar van het aantal minimahuishoudens, en daarmee ook van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede. Tegelijkertijd zie je een stijging van de inkomensongelijkheid. De meeste kinderen die opgroeien in armoede wonen in Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Dat maakt de masterplannen voor deze stadsdelen zo belangrijk. Een andere trend is dat de minimapopulatie vergrijst.

Het is belangrijk aandacht te schenken aan ouderen, en vooral eenzame ouderen. Hij vraagt of er net als voor de energietoeslag een vermogenstoets gedaan kan worden voor armoederegelingen specifiek voor ouderen. Het lid PERDOK is blij dat het aantal minimagezinnen daalt. Opvallend is dat er vergeleken met het aantal mannen steeds meer vrouwen bij de minima horen. Er moet anders gekeken worden naar vrouwen in armoede en ingezet worden op een verbetering van de sociaaleconomische positie van deze mensen. Er moet gekeken worden naar de andere focuspunten, hoe de middelen gebruikt worden voor hen. Zij vraagt wat het effect is van het armoedebeleid. Armoede zal anders bekeken moeten worden. Een baan is niet langer een garantie voor een betere financiële status. Geconstateerd is dat werkende minima moeilijk te bereiken zijn. Moet er extra ingezet worden op het aanbod van organisaties, zodat deze groep bereikt kan worden? Het stigma moet in ieder geval af van armoede, zodat deze groep mensen zich kan doorontwikkelen. De toegankelijkheid van menstruatieproductenuitgiftepunten varieert per locatie. Bij de OBA gaat het heel goed, maar dat is soms anders bij uitgiftepunten in kwetsbare wijken. Een voorbeeld is dat menstruatieproducten soms achter slot en grendel bewaard worden, waarmee het doel niet bereikt kan worden.

Zij vraagt hoe de gemeente monitort en controleert wat de juiste manier is, en of de producten op de juiste manier aangeboden worden.

31

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024

Zij vraagt verder of er signalen bekend zijn dat het aanvragen van nieuwe stadspassen soms misgaat en dat het lang kan duren voordat dat hersteld wordt. Wat kan daartegen gedaan worden? Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Staartjes dat een technische sessie over dit onderwerp haar een goed idee lijkt. Er zijn in Amsterdam behoorlijk veel armoederegelingen en het is verstandig daar goed kennis van te nemen. Er zijn experts van O&S die veel weten van de CBS-data. Het is altijd fijn te zien dat het beleid werkt, maar het idee van armoederegelingen is niet om mensen uit de armoede te halen, maar om de gevolgen ervan te verzachten. Armoede is op individueel niveau geen keuze, maar op nationaal niveau kan dat wel gezegd worden. Gedacht kan worden aan het toeslagenschandaal, of het feit dat mensen veel te weinig verdienen. De staatscommissie sociaal minimum heeft laten zien dat werken te weinig loont, dat er te veel onzeker werk is en dat mensen te snel belanden in een situatie waarin ze te weinig verdienen. Vaak staat de overheid meer aan de kant van de schuldeiser dan aan die van de schuldenaar. De Belastingdienst is de grootste schuldeiser en heeft dit jaar nog meer schulden laten opbouwen. De oplossing voor armoede ligt dus niet in armoederegelingen. De oplossing ligt in een beter landelijk sociaal beleid om te voorkomen dat het in Amsterdam dweilen is met de kraan open.

In dat kader wijst zij erop dat de VVD landelijk al heel lang aan de knoppen zit. Het zou goed zijn als men in die partij goed nadenkt over de oorzaken van armoede. Wethouder Groot Wassink heeft erop gewezen dat werk wel degelijk een belangrijk onderdeel is van het beleid. Werk kan helpen om de stress van mensen in armoede te verlichten, en daarmee het perspectief te vergroten, maar toch is er geen directe relatie tussen werk en armoede. Het lid Staartjes verwijst naar de 150% voor kinderen om de intergenerationele armoede te verkleinen. Daarmee heeft hij een punt. Het vergroten van de ontwikkelmogelijkheden en het wegnemen van stressfactoren uit het leven van kinderen geeft mogelijkheden jezelf beter te ontwikkelen. Goed onderwijs is uiteindelijk de beste kans op een goede baan, en geeft dus de minste kans om in armoede te belanden. Het lid STAARTJES merkt op dat er niet één vorm, niet één oorzaak of één oplossing voor armoede bestaat. De oplossing ligt niet alleen in nationaal sociaal beleid. Dit college wil ongelijk gaan investeren voor gelijke kansen, wat suggereert dat het niet alleen gaat om verlichting, maar ook om kansengelijkheid. Dat betekent mensen de kans geven om uit de armoede te komen. Hoe verhoudt dat zich tot deze monitor? Wethouder MOORMAN erkent dat, maar daarvoor is meer nodig dan armoederegelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13809268/1