Definitief verslag OZA 17-01-2024
Tekst van het document
Gevolgen van armoede zijn bijvoorbeeld eenzaamheid, of een verlaging van het IQ door schuldenstress. De armoederegelingen hebben als bedoeling verlichting te geven in de situatie. Er zijn zeker meerdere oorzaken voor armoede, zoals psychische problemen, de kansen die iemand krijgt in zijn leven, of fysieke problemen. Toch zijn er ook systemische problemen zichtbaar in het overheidsbeleid. De overheid is bovendien de grootste schuldeiser. Daar ligt dus een belangrijke mogelijkheid om het probleem op te lossen. Het toeslagenschandaal heeft levens verwoest als gevolg van fraudewetgeving die maar op een heel klein deel van de mensen was gericht. Misschien moet het systeem anders worden ingericht, uitgaande van meer vertrouwen. Zij wil hierover graag het gesprek voeren. Terecht vraagt het lid Staartjes hoe de monitor er straks uit komt te zien. Iedereen wil natuurlijk dat armoede niet langer zal bestaan, maar als de systemische problemen niet opgelost worden, bestaan er over vijf jaar nog steeds armoederegelingen. Zij hoopt dat het bereik van die regelingen dan beter is. Dat is het echte doel van deze armoedemonitor. Zij deelt niet de analyse van het lid Staartjes dat de maatregelen niet passend zouden zijn. Dat zijn ze wel, maar het gaat om een heel andere doelgroep die moeilijker bereikbaar is.
De problemen ontstaan niet door een overmaat aan regelingen, maar doordat de regelingen soms te complex zijn. Er wordt nu hard gewerkt aan vereenvoudiging, zoals door bestandskoppelingen. Zo zou iemand in de bijstand
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024
misschien automatisch aanspraak kunnen maken op andere regelingen. Er is ook een koppeling gemaakt met gebruikers van de Voedselbank, of mensen in de schuldsanering. Die kunnen dan direct in aanmerking komen voor de regelingen. Als iemand kortstondig in armoede verkeert, krijgt de gemeente niet automatisch een signaal. Dat moet komen via de partners, de buurtteams, door het verspreiden van informatie, het aanpakken van schaamte etc. Zij antwoordt het lid Yemane dat het college Neighborhood Feminists (NF) blijft steunen in het netwerk. NF en het Armoedefonds zullen zoveel mogelijk geholpen worden en gefaciliteerd. Ook voor volgend jaar is de subsidieaanvraag gehonoreerd. Zij zal het punt van de ongedocumenteerden onder de aandacht brengen van wethouder Groot Wassink. NF en het Armoedefonds zullen ondersteund worden in het netwerk. Zij wil niet zeggen dat ze tevreden is met de 75%, maar het is wel belangrijk dat mensen zo goed mogelijk worden ondersteund en geholpen. Het bereik van de Amsterdamse armoederegelingen is relatief heel hoog. De stadspas heeft een bereik van bijna 90%. Dat is heel hoog. Iedereen die er baat bij heeft, zou een stadspas moeten kunnen krijgen. Er blijft wat dat betreft dus nog ambitie. Het aantal kinderen dat opgroeit in armoede daalt, maar er zijn nog steeds heel veel ouderen, met name die met een migratieachtergrond, die in armoede leven.
Deels komt dat door het AOW-gat. Voor die mensen zijn veel specifieke regelingen, zoals gratis ov voor minimaouderen, maar ook aanvullend vervoer. Er is de Rtm voor ouderen met chronische ziektes. Het is belangrijk dat heel goed naar deze doelgroep gekeken blijft worden, want er is verschil in financieel perspectief als je ouder bent. Ouderen mogen geen enorme inkomensgroei meer verwachten. Dat vorig jaar de vermogenstoets verdween voor de energietoeslag, had daarmee te maken. Een betere samenwerking van stadspas met SVB, UWV en KvK is ingewikkeld vanwege de privacywetgeving. Er wordt, met inachtneming van dat kader, wel gekeken hoe zo goed mogelijk geholpen kan worden via bestandskoppelingen. Zo kan het voor mensen die te maken krijgen met de ene regeling, via een sterk verkort formulier makkelijk gemaakt worden om toegang te krijgen tot een andere regeling. Datzelfde geldt als er verlengd moet worden. Zij antwoordt het lid Broersen verder dat de 8% laag lijkt. Zij heeft wel de indruk dat de hulp van de vroegsignalering daar niet in zit. Wat betreft het punt van de tussenpersonen heeft elk initiatief zijn eigen vertegenwoordiger bij de gemeente. Het lid YEMANE merkt op dat de tussenpersonen als vrijwilligers worden ingezet om mensen richting de formele netwerken te begeleiden. Wethouder MOORMAN antwoordt dat ze zo niet bedoeld zijn in het rapport.
Het zijn de mensen die aan de kant staan, in het formele circuit zitten. Zij moeten de verbindingen maken met de verschillende initiatieven. Zij antwoordt het lid Broersen dat studieschuld geen saneerbare schuld is. Er geldt een betalingsregeling naar draagkracht voor. Het lid BROERSEN begrijpt dat. Veel mensen met vragen, die net klaar zijn met studeren en een studieschuld hebben, waarvan de rente omhoog gaat, gaan met hun vragen naar het internet in plaats van naar de gemeente. Wethouder MOORMAN begrijpt dat. Het is inderdaad onwenselijk dat mensen in handen vallen van de commerciële schuldhulpverleners. Een beperkte groep mensen maakt geen gebruik van de stadspas. Dat kan verschillende redenen hebben. Alleenstaanden zonder kinderen vinden het aanbod onaantrekkelijk, maar ook schaamte kan een rol spelen. Sommige mensen willen niets van de overheid. Gelukkig kunnen de meeste mensen wel van een stadspas worden voorzien. Zij heeft begrepen dat er door de afdeling Inkoop gekeken wordt naar menstruatieproducten. Als er iets uitkomt, zal zij dat vertellen aan de commissie.
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024
Het lid BROERSEN vindt dat menstruatieproducten niet als iets extra’s mogen worden gezien. Ze zijn doodnormaal, zoals wc-papier. Desnoods gaat haar fractie zelf menstruatieproducten op de wc neerleggen totdat het door de gemeente wordt geregeld. Zij wil wel weten wanneer dat gaat gebeuren. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het nog onderzocht wordt. Het onderwerp hoort bij Beheer. Zij antwoordt het lid Williams dat er inderdaad veel verschillende menstruatieproducten aangeboden worden. Er is wel sprake van een stigma, maar dat wordt toch steeds meer doorbroken. Zij wist niet dat 28 mei de dag van Menstruation Health was. Heel veel dagen in het jaar hebben vrouwen te maken met menstruatie. Zij berekent dat een vrouw van bijna 50, zoals zijzelf, meer dan 3000 dagen ongesteld is geweest. Natuurlijk heeft zij er geen probleem mee om zo’n bandje te dragen op 28 mei, maar er is veel meer dan dat nodig. Helaas blijkt er een sterke relatie te bestaan tussen het vrouw zijn en in armoede te leven. Het lid WILLIAMS vraagt of mensen echt beter worden van al die plekken waar mensen toegang hebben tot menstruatieproducten. Wethouder MOORMAN vindt dat een heel ingewikkelde vraag. Dit houdt verband met gezondheid en is dus eigenlijk een vraag voor de wethouder Zorg. Iemand die te weinig geld heeft voor menstruatieproducten kan daardoor gezondheidsschade opdoen.
Het lijkt haar wel iets ingewikkelds om dat te betrekken bij de monitor. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat er meerdere specifieke armoederegelingen voor ouderen bestaan. Die worden genoemd in de armoedemonitor. Zij antwoordt het lid Perdok dat het monitoren in de technische sessie aan de orde kan komen. In de zomer waren er voor de stadspas technische problemen, maar dat is nu ingelopen. Daardoor stagneerde het. Zij kent geen andere signalen. Tweede termijn Het lid STAARTJES vraagt wanneer het armoedebeleid effectief is. Het antwoord van de wethouder was dat het gaat om het bereik. Heel veel mensen zijn om verschillende redenen niet te bereiken. Sommigen willen niet bereikt worden. Iedereen vindt armoede afschuwelijk. Armoede is geen keuze. De vraag is wat de gemeente kan doen om het probleem aan te pakken. Het bereik van de regelingen dient vergroot te worden, maar de wethouder weet niet in hoeverre dat nog mogelijk is in Amsterdam, juist omdat het bereik vaak al zo hoog is. Wethouder MOORMAN antwoordt dat door het wegnemen van de stress, zoals nu gebeurt door de pilot Gewoon Geld Geven, bij mensen positieve effecten mogen worden verwacht voor de gezondheid. Maar als al dat soort effecten wordt geprojecteerd op armoedebeleid, loop je het risico dat het armoedebeleid zich gaat concentreren rondom armoederegelingen.
Beter zou het zijn als de overheid een beleid voert waarmee voorkomen wordt dat armoede ontstaat. Er moet meer gebeuren dan alleen armoederegelingen. Werken moet weer echt gaan lonen en de onzekerheid moet niet ongelijk verdeeld worden. De opstelling van de overheid moet meer uitgaan van vertrouwen in de burger. De gemeente moet schulden snel signaleren en zo snel mogelijk oplossen. Vroegsignalering heeft het meest positieve effect gehad in de afgelopen tien jaar. Vroeger had je 800 huisuitzettingen per jaar en tegenwoordig zijn dat er nog maar 30. Het voorkomen van problemen is uiteindelijk het beste. Het lid YEMANE verzoekt het punt te agenderen voor de raad. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende behandeld is. Op verzoek van het lid Yemane wordt het geagendeerd voor de raad van 28 februari a.s.
34
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024
Onderwijs 7. Raadsinformatiebrief en evaluaties kansenaanpak Primair Onderwijs (PO) 20212022 en Voortgezet Onderwijs (VO) 2021-2022 (VN2023-026633) De VOORZITTER licht toe dat het punt is geagendeerd op verzoek van het lid Wehkamp. In de brief geeft het college uitleg over de belangrijkste uitkomsten van de evaluaties Kansenaanpak po en kansenaanpak vo. Er wordt ingegaan op de voortgang van die aanpakken. Het gaat hier om een doorgeschoven punt van de vorige vergadering. Het lid WEHKAMP is heel blij met deze aanpak. Het onderzoek van de UvA over woordenschat in het po is erg interessant. Zij vraagt welke lessen de wethouder hieruit trekt. De woordenschat blijkt het sterkst te groeien in de groepen 6 en 7. Wordt de kansenaanpak daarop dan ook het meeste gericht? De suggestie kwam om een keuzemogelijkheid te geven voor de wijze waarop de kansenaanpaksubsidie ingericht wordt. Neemt de wethouder deze aanbevelingen over? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de belangrijkste les is dat de kansenaanpak werkt. Er zal nog bekeken worden of het mogelijk is het te controleren met een controlegroep op vergelijkbare scholen buiten Amsterdam. Vaak is gesproken over het meer sturen op de wijze waarop de kansenaanpak wordt ingezet op de verschillende scholen. Wel is gezegd dat de kansenaanpak alleen gebruikt wordt voor bewezen interventies.
Het is ook belangrijk dat het aansluit bij de behoeftes binnen de school, want binnen de 178 scholen die dit inzetten bestaat de nodige variatie. Meestal gaat men voor taalles. Die vrijheid is belangrijk, want professionals weten het beste wat werkt. De lessen die hieruit naar voren komen zijn vooral van belang voor de onderlinge uitwisseling. Er worden bijeenkomsten georganiseerd waarbij men hierover kan spreken. Het lid WEHKAMP vraagt of ouders en kinderen worden betrokken bij de kennisuitwisseling. Wethouder MOORMAN antwoordt dat ouders en kinderen niet direct betrokken worden bij de kennisuitwisseling. Wel denkt zij dat de MR erbij betrokken is. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 9. Raadsinformatiebrief schooltuinen en natuureducatie (VN2023-026638) De VOORZITTER licht toe dat het punt geagendeerd is op verzoek van het lid Emmerik. Het was een TKN-stuk voor de vergadering van 13 december jl. In de jaarrapportage schooltuinen en natuureducatie geeft men de resultaten van 2022-2023 en de focus op het komende jaar weer. Het lid EMMERIK complimenteert het college met dit programma. Zijn fractie is ervan onder de indruk. De hoge waardering door leerlingen geeft aan hoe fantastisch het functioneert. Toch biedt het nog meer kansen. De vraag is hoe je het eerlijke verhaal aan kinderen vertelt.
Bij het lezen van de raadsinformatiebrief schooltuinen en natuureducatie werd het duidelijk dat de melk- en vee-industrie diep is doorgedrongen tot het Amsterdamse natuureducatieaanbod. Het wordt samengesteld door boeren en melkveehouderijen en gesponsord door ZuivelNL. Eerder heeft zijn fractie een motie ingediend waarin gevraagd werd deze lobby te stoppen. Helaas kreeg deze motie onvoldoende steun in de raad. De wethouder gaf in zijn reactie op de motie aan dat het vervelend zou zijn als de veeindustrie invloed zou hebben op het lesprogramma, maar dat er geen mogelijkheden waren omdat er landelijke richtlijnen zijn. Hij vraagt of de wethouder het wenselijk vindt dat ZuivelNL dit lesprogramma sponsort. Geeft dit niet een enorm diffuus signaal af
35
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024
richting de Amsterdammers? De gemeente pleit enerzijds voor meer plantaardige eiwitten en een circulaire economie. Anderzijds laat de gemeente de lesprogramma’s voor de kinderen financieren door deze vervuilende en dieronvriendelijke sector. In de raadsinformatiebrief stelt het college dat dit educatieprogramma kinderen zelf in staat stelt om een gesprek te voeren over de voedselkeuzes die ze maken. Zijn eigen dochter vertelde hem echter dat op haar school nauwelijks vegetarische, laat staan veganistische opties zijn. Hoe voert men het gesprek over het maken van keuzes als er geen keuze is? Hij vraagt uitleg. Het college onderstreept in diverse beleidsdocumenten dat het toe moet naar een plantaardiger voedingspatroon. Zijn fractie ziet voor de natuureducatie dan ook een waardevolle rol voor de gemeente om te benadrukken dat er een plantaardige voedselkeuze is. Daarmee kunnen kinderen een eerlijke en volledige mening vormen over dit onderwerp. Dat kan alleen als het eerlijke verhaal aan hen wordt verteld. De discussie wordt vaak bij diners gevoerd en is vaak vervelend. Het eerlijke verhaal moet echter worden verteld in de klaslokalen.
Wordt er in de klaslokalen verteld dat zuivelkoeien elk jaar worden geïnsemineerd, omdat ze alleen melk geven als ze net gekalfd hebben? En dat die kalfjes, als het stiertjes zijn, gemest en geslacht worden, en dat dochters eenzelfde lot wacht als hun moeders? Dan is er nog de impact op de natuur en de opwarming van de aarde. De melkveehouderij is een van de grootste milieuvervuilers van Nederland, de belangrijkste oorzaak voor het fosfaatoverschot, en vervuilt de bodem met giftige zware metalen. Natuurlijk kan geen ongecensureerde versie van dit verhaal aan de kinderen voorgeschoteld worden. Het eerlijke en complete verhaal lees je niet terug in deze rapportage boerderijeducatie. Hij vraagt de wethouder hoe dit verhaal op een kindvriendelijk manier geïntegreerd kan worden in het lesprogramma. Kan de wethouder hierover een brief aan de commissie doen toekomen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat men in de loop der jaren anders is gaan denken over de vleesverwerkende- en zuivelindustrie. Het is goed dat het lid Emmerik de link legt naar natuur- en boerderijeducatie. Schooltuinen zijn inmiddels meer dan honderd jaar oud. Ze ontstonden omdat kinderen vroeger nooit in aanraking kwamen met een koe. Ze wisten niet waar de melk vandaan kwam. Eerlijkheid over het proces hoort bij een bewuste omgang met zuivel.
Benadrukt moet worden dat de overheid niet over de inhoud van lesprogramma’s kan en mag gaan. Een stichting houdt dit in opdracht van de gemeente goed in de gaten. Die geeft aan dat het lesmateriaal in kwestie objectief is. Het lid EMMERIK merkt op dat er in de afgelopen tientallen jaren veel veranderingen opgetreden zijn in het lesmateriaal. Ook dit lesmateriaal kan veranderen, zelfs al heeft de gemeente er geen invloed op. Wethouder MOORMAN wilde dat ook zeggen. De maatschappij verandert en die verandering vindt haar weg naar het lesmateriaal. Dat betekent niet dat de overheid kan dicteren wat kinderen op school te leren krijgen. Er zitten ook beperkingen aan de mogelijkheden van sponsoring. Het mag niet schadelijk zijn voor het kind en er mogen geen logo’s of namen van de sponsor gebruikt worden in digitaal of analoog lesmateriaal. Het lid EMMERIK begrijpt dat, maar als de tabaksindustrie gezond leven gaat sponsoren zal de raad er het ook niet mee eens zijn. Wethouder MOORMAN erkent dat, maar benadrukt ook dat het lesmateriaal van ZuivelNL niet wordt gebruikt bij de boederijeducatielessen. Er wordt ook niet naar verwezen vanuit de gids. Het programma Gezonde Scholen wordt door de GGD uitgevoerd, in samenwerking met een partij die scholen stimuleert om gezonde schoolkantines hebben, met voldoende groente en fruit.
Nog niet alle scholen doen eraan mee, maar elk jaar is er sprake van een stijgende lijn. De gemeente kan daarbij echter niets opleggen.
36
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024
Het stimuleren van een meer plantaardig voedingspatroon is inderdaad geen gek idee, rekening houdend met alles wat speelt in de wereld. Zij dankt voor alles wat het lid Emmerik daarover zei. Het lid EMMERIK vraagt het onderwerp kort te behandelen in de raad. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Het wordt voor een korte behandeling geagendeerd voor de raad. 10.
Voortgangsrapportage Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam 2022 & 2023 (VN2023-026629) De VOORZITTER licht toe dat het programma in 2015 is gestart om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen in Amsterdam les krijgen in gezonde lucht. In de voortgangsrapportage 2022-2023 wordt een overzicht gegeven van de tot nu toe behaalde resultaten, en die de gemeente nog wil behalen. Het lid WEHKAMP brengt onder de aandacht dat het moeilijk leren is in snikhete gebouwen, dus in de zomer. Als schoolbesturen koeling willen in de schoollokalen, moeten die dat zelf betalen. Dat geld gaat dan niet naar onderwijs. Haar voorgangster in de commissie, het lid Rooderkerk, heeft gevraagd naar uitbreiding van het Gezonde Scholen-programma over warmtebeheersing en hittestress. De uitkomst van dat onderzoek is dat de gemeente ervoor heeft gekozen om dit niet verder op te pakken en uit te zoeken, ook vanwege de kosten die eraan verbonden zijn. Zij vraagt wat gedaan moet worden met alle kinderen die in de zomer door de hitte niet goed kunnen leren. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit zit in de norm ‘kosten voor nieuwbouw’. Een doorrekening leert echter dat het 30 miljoen euro gaat kosten, terwijl het hierbij om een verantwoordelijkheid van de scholen zelf gaat. Het moet dus worden teruggelegd bij de schoolbesturen. Het lid WEHKAMP vraagt zich af of de gemeente niet iets anders kan doen.
Het is toch wenselijk dat scholen het geld besteden aan onderwijsprogramma’s en niet aan verkoeling bij warmte? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het een keer ophoudt. Er is indertijd een onverstandige keuze gemaakt om het onderhoud van scholen neer te leggen bij scholen, in plaats van bij de gemeente. De scholen krijgen er in een lumpsum geld voor. De gemeente doet al veel meer dan ze moet doen. Zij weet niet waar zij die 30 miljoen euro vandaan moet halen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 11. Afdoen moties 'Inzicht in leegstand' en 'Kijk kritisch naar de prioriteiten voor vaststellen rangorde aanvragen onderwijsvoorzieningen' (VN2023-026624) De VOORZITTER licht toe dat het onderwerp geagendeerd is op verzoek van het lid Wehkamp. Het gaat om een TKN-stuk bij de vergadering van 13 december jl. Bij de behandeling van het Onderwijshuisvestingsplan 2020-2023 zijn deze twee moties ingediend. Hert college wordt erin gevraagd om inzicht te bieden in de leegstand en kritisch te kijken naar de prioriteit voor het vaststellen van de rangorde van aanvragen onderwijsvoorzieningen. Het lid WEHKAMP merkt op dat de cijfers stammen uit 2022. Ze worden niet steeds geactualiseerd. Toch zijn er grote lijnen te ontdekken. Opvallend is dat er in Zuid en Weesp veel scholen zijn met te weinig ruimte. Elders zijn er ook scholen die veel
37
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 17 januari 2024
ruimte over hebben. Er zijn scholen die wel 12.000 m 2 tot hun beschikking hebben, waarvan dan 10.000 m2 vrij staat. Ook zijn er scholen die 4000 m2 gebruiken in een school van 5000 m2. Van deze ruimtes zou goed gebruik kunnen worden gemaakt voor kinderopvanglocaties. Lastig is dat die kinderopvang weer moet vertrekken als de school uitbreidt. Scholen moeten melding doen van medegebruik. Zij vraagt hoe vaak scholen dit doen. In het kaartje wordt geen informatie gegeven over de bouwkundige staat van de scholen. Niet over de luchtkwaliteit, niet over het fijnstof, de aanwezigheid van een gymzaal die openbaar is gebruiken, of van een goed schoolplein. Kan de afdeling Onderwijshuisvesting zich inspannen om meer relevante huisvestingsgegevens daarin te ontsluiten? Ten slotte zijn er veel kleine scholen in Amsterdam met een onderwijskwaliteit die niet altijd goed is en negatieve effecten op het lerarentekort in Amsterdam. Hoe zorg je ervoor dat deze scholen zoveel mogelijk gaan samenwerken in deze gebouwen? Welke mogelijkheden zijn er? Wethouder MOORMAN antwoordt dat met de drie gestelde vragen rekening wordt gehouden in het onderwijshuisvestingsplan. Scholen maken melding van medegebruik, wat dan meegewogen wordt bij de beoordeling of er sprake is van leegstand in een gebouw. Leegstand wordt gebruikt voor zaken als huiswerkbegeleiding, zorg, of remedial teaching.
In werkelijkheid is het een enorm ingewikkelde puzzel. De afdeling Onderwijshuisvesting is iedere dag bezig met de prognoses, de aanvragen die zijn gedaan, de bouwkundige staat van gebouwen checken. Tientallen mensen zijn daarmee dagelijks bezig. Het is heel lastig om die gedetailleerde informatie, die ook nog eens voortdurend verandert, goed bij de raad te krijgen. En wat wil de raad daarmee, anders dan controleren of het college zorgvuldig is, en zo goed mogelijk omgaat met de vierkante meters? Dat zit in de huisvestingsverordening. Alle scholen -behalve Klein Amsterdamzijn gestart in medegebruik. In de nieuwste verordening staat dat scholen die willen samenvoegen voorrang krijgen, ook voor een nieuw schoolgebouw. De waarborgen zitten dus in het afgesproken beleid. Het lid WEHKAMP gaat ervan uit dat de wethouder het werk goed doet. Zij vraagt of er data aan het kaartje kunnen worden toegevoegd over luchtkwaliteit, het fijnstof, de aanwezigheid van een gymzaal. Wethouder MOORMAN antwoordt dat bij een vraag naar medegebruik alles gecheckt wordt. Het is onbegonnen werk om dat allemaal continu inzichtelijk te maken voor de raad. Ook de bouwkundige staat verandert continu. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.08 uur.
38