Definitief eindrapport evaluatie pilot buurtbudgetten.pdf
Tekst van het document
Een tweede element dat al aanwezig is, is het cyclische karakter van de buurtbudgetten. Het jaarlijkse ritme biedt in potentie ruimte voor leren, bijsturen en institutionalisering. De pilots laten echter zien dat deze cyclische herhaling nu vooral functioneert als herhaling van een vaste werkwijze, en minder als een expliciet leer- en ontwikkelproces. Voor een verdere ontwikkeling richting stedelijk participatief begroten is het daarom van belang om deze structuur bewuster te benutten. Concrete handvatten • Bouw een stedelijk participatief begroten proces op als een jaarlijks terugkerende cyclus, zodat bewoners, uitvoerders en bestuurders kunnen leren van eerdere rondes en het proces zich geleidelijk kan ontwikkelen. • Richt na iedere ronde een vast stedelijk leermoment in waarin ervaringen van bewoners, uitvoerders en bestuurders systematisch worden verzameld en vertaald naar concrete aanpassingen in de volgende ronde. • Bundel lessen uit verschillende gebieden en fases van het proces op stedelijk niveau, zodat kennis niet versnipperd raakt maar zichtbaar bijdraagt aan de verdere professionalisering van het instrument. Ook de stemfase vormt een bruikbaar element dat kan worden voortgezet. Bewoners stemmen op plannen van andere bewoners en maken daarmee zichtbaar voor welke voorstellen draagvlak bestaat.
Dat is iets anders dan gezamenlijke prioritering van budgetten, maar het is wel een manier om voorkeuren van bewoners zichtbaar te maken. Voor een stedelijke aanpak kan dit element relevant blijven, mits het niet het enige participatiemoment is, maar onderdeel wordt van een breder proces waarin ook agendasetting, planontwikkeling en gezamenlijke afweging een plek krijgen. Concrete handvatten • Behoud de stemfase als herkenbaar besluitvormend moment, maar plaats deze nadrukkelijk na eerdere fasen van agendasetting, deliberatie en gezamenlijke planontwikkeling. • Gebruik stemming niet alleen om voorkeuren te meten, maar ook om de legitimiteit van een gezamenlijk voorbereid pakket aan voorstellen te versterken. • Combineer in een stedelijke context online stemmen met begeleide stemmomenten op locatie, zodat ook bewoners met minder digitale vaardigheden of minder participatie-ervaring daadwerkelijk kunnen deelnemen. Daarnaast laten de pilots zien dat individuele ondersteuning door ambtenaren, gebiedsmakelaars, buurtwerkers en andere professionals van grote waarde is. Bewoners voelden zich welkom, serieus genomen en goed geholpen. Ook in de planindien- en toetsfase bleek deze ondersteuning belangrijk, bijvoorbeeld bij het aanscherpen van plannen, het aanpassen van begrotingen of het verduidelijken van voorwaarden.
Dit is een sterk element van de huidige buurtbudgetten dat ook in een stedelijk proces behouden moet blijven. Een stedelijke aanpak vraagt echter om een meer structurele organisatie van deze ondersteuning, waarbij de verantwoordelijkheid niet bij een kleine groep uitvoerders blijft liggen, maar breder binnen de organisatie wordt gedragen.
P 20
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Concrete handvatten • Organiseer ondersteuning in een stedelijk proces als een vaste voorziening in alle fasen, zodat bewoners hulp kunnen krijgen bij agendering, planvorming, toetsing, stemming en uitvoering. • Werk met vaste contactpersonen, toegankelijke formats en standaard hulpmiddelen, zodat bewoners hun ideeën eenvoudiger kunnen vertalen naar uitvoerbare voorstellen. • Zet ondersteuning niet alleen in voor individuele initiatiefnemers, maar ook voor groepen bewoners die samen voorstellen ontwikkelen of gezamenlijk prioriteiten moeten afwegen. Tot slot laat met name de ervaring in Noord zien dat lokale inbedding voordelen heeft voor zichtbaarheid, vertrouwen en bereik. Wanneer bewoners zich herkennen in een wijk, buurt of concreet gebied, voelen processen minder abstract en ontstaat sneller betrokkenheid. Een stedelijke aanpak hoeft dat lokale karakter niet los te laten. Integendeel: juist de combinatie van stedelijke themabepaling en lokale werkvormen kan helpen om bewoners op een herkenbare manier aan te laten haken. Concrete handvatten • Verbind stedelijke themakeuzes aan lokale bijeenkomsten in buurten en wijken, zodat bewoners stedelijke vraagstukken kunnen bespreken vanuit hun eigen leefomgeving. • Gebruik vertrouwde plekken zoals buurthuizen, scholen, bibliotheken en markten als vaste locaties voor gesprek, planontwikkeling en afweging.
• Bouw een stedelijk proces op uit herkenbare lokale deelprocessen, zodat bewoners niet alleen op stadsniveau, maar ook vanuit hun eigen buurt betekenisvol kunnen deelnemen.
Kenmerken voor stedelijk participatief begroten om apart te ontwikkelen Waar de buurtbudgetten vooral draaien om planindiening binnen een bestaand format, vraagt stedelijk participatief begroten om een extra fase van gezamenlijke agendasetting en themabepaling. Bewoners moeten niet alleen kunnen reageren binnen bestaande kaders, maar ook samen kunnen bepalen welke stedelijke of gebiedsgerichte vraagstukken centraal moeten staan. Juist die fase ontbreekt nu grotendeels in de buurtbudgetten en moet, als Amsterdam stedelijk participatief wil begroten, bewust worden toegevoegd. Dat is ook van belang omdat een stedelijke aanpak ruimte moet kunnen bieden aan opgaven die niet goed passen binnen de schaal van afzonderlijke buurtplannen, maar juist vragen om thematische, stadsbrede of directie-overstijgende afwegingen. Concrete handvatten • Voeg aan een stedelijk participatief begroten proces een aparte agendasetting-fase toe waarin bewoners, maatschappelijke organisaties en professionals gezamenlijk bepalen welke stedelijke of gebiedsgerichte thema’s prioriteit verdienen. • Ontwerp deze fase als een zichtbaar en zelfstandig onderdeel van het proces, zodat bewoners niet alleen reageren op bestaande kaders, maar ook invloed hebben op de vraag waar het proces over moet gaan.
• Gebruik de opbrengsten van deze fase vervolgens als inhoudelijke basis voor de planontwikkel- en deliberatiefase, zodat bewonersinbreng vanaf het begin richtinggevend is. Een tweede punt betreft deliberatie en gezamenlijke afweging. De kern van stedelijk participatief begroten ligt niet alleen in stemmen, maar juist in het gezamenlijke gesprek over prioriteiten, alternatieven en schaarse middelen. In de pilots kwam dit nauwelijks tot stand. Dat is niet vreemd: de werkvormen waren daar niet op ingericht en de beschikbare tijd en capaciteit waren beperkt. Juist dat laat zien dat deliberatie niet vanzelf ontstaat, maar expliciet moet worden ontworpen.
P 21
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Concrete handvatten • Ontwikkel expliciete werkvormen waarin bewoners met elkaar alternatieven bespreken, prioriteiten afwegen en keuzes maken binnen een begrensd budget. • Richt deliberatie in als zelfstandig procesonderdeel, zodat bijeenkomsten niet vooral informatief zijn maar bewoners daadwerkelijk met elkaar in gesprek gaan over wat belangrijk is en waarom. • Gebruik budgetborden, prioriteitenkaarten en andere visuele hulpmiddelen om gezamenlijke afweging concreet en navolgbaar te maken. Daarmee samenhangend vraagt stedelijk participatief begroten ook om meer ruimte voor co-creatieve planontwikkeling tussen bewoners. In de huidige buurtbudgetten ligt de nadruk op individuele planvorming. Voor een stedelijke aanpak is het nodig om aanvullende werkvormen te ontwikkelen waarin ideeën kunnen samenkomen, worden gebundeld of gezamenlijk verder worden uitgewerkt. Dat betekent niet dat individuele initiatieven moeten verdwijnen, maar wel dat er een extra laag in het proces nodig is waarin bewoners rond gedeelde opgaven tijdelijk samen optrekken. Concrete handvatten • Voeg een fase toe waarin bewoners met vergelijkbare ideeën actief worden samengebracht om voorstellen gezamenlijk uit te werken. • Gebruik de bestaande ervaring met planbegeleiding als basis, maar verschuif de focus van individuele ondersteuning naar ondersteuning van gezamenlijke planvorming.
• Laat bewoners, ambtenaren en inhoudelijke experts tijdelijk samenwerken in thematische ontwerpteams rond gedeelde opgaven of prioriteiten. Ook inclusiviteit vraagt om een steviger en gerichter ontwerp. De pilots laten zien dat een open uitnodiging en algemene communicatie onvoldoende zijn om een diverse groep bewoners te bereiken. Voor stedelijk participatief begroten is inclusiviteit niet alleen een uitvoeringsvraag, maar een ontwerpopgave. Dat vraagt om actieve benadering, verschillende vormen van deelname en mogelijk ook aanvullende instrumenten zoals loting of gerichte uitnodiging voor specifieke deliberatieve sessies. Niet iedereen hoeft immers op dezelfde manier deel te nemen om toch betekenisvol betrokken te zijn. De pilots laten daarnaast zien dat laagdrempeligheid in de praktijk ook begrensd wordt door uitvoeringskeuzes die nodig zijn om het proces beheersbaar te houden. Denk aan het hanteren van een maximaal aantal plannen in Zuid en het werken met strakke criteria en spelregels in Noord. Die keuzes zijn op zichzelf begrijpelijk, maar maken wel zichtbaar dat inclusiviteit, toegankelijkheid en uitvoerbaarheid voortdurend tegen elkaar moeten worden afgewogen. Concrete handvatten • Ontwikkel vooraf een expliciete inclusiviteitsstrategie waarin wordt bepaald welke groepen ondervertegenwoordigd zijn en hoe zij actief worden betrokken.
• Combineer open communicatie met gerichte uitnodiging, loting en samenwerking met netwerken die vertrouwen genieten bij bewoners die nu nauwelijks deelnemen. • Organiseer verschillende manieren van deelname naast elkaar, zodat bewoners ook betekenisvol kunnen bijdragen wanneer zij niet aan alle fasen van het proces meedoen. Daarnaast laten de pilots zien dat een stabielere organisatorische basis nodig is. Veel leunt nu op een kleine groep gemotiveerde medewerkers. Zodra ambities als inclusiviteit, deliberatie en gezamenlijke planontwikkeling worden toegevoegd, loopt het realiseren van die ambities tegen grenzen aan. Een stedelijk proces vraagt daarom om een bredere organisatorische basis, met meer eigenaarschap binnen de ambtelijke organisatie en een duidelijkere rol van thematische afdelingen. Participatief begroten raakt immers niet alleen de participatie beleidsmedewerkers, maar ook de afdelingen die uiteindelijk met de opbrengsten aan
P 22
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
de slag moeten. Dat geldt des te sterker wanneer een stedelijke aanpak ook ruimte wil bieden aan grotere en directie-overstijgende opgaven, omdat zulke voorstellen niet binnen één uitvoeringslijn of beleidsdomein kunnen worden opgepakt. De bestuurlijke context rond de pilots maak daarnaast duidelijk dat het capaciteitsvraagstuk breder is dan alleen het aantal beschikbare uren of mensen. De pilots laten ook zien dat hoge ambities niet vanzelf leiden tot een passende inrichting van ondersteuning, sturing en besluitvorming. Wanneer ambities rond inclusiviteit, laagdrempeligheid, deliberatie en jongerenbereik worden gestapeld, vraagt dat niet alleen meer uitvoeringscapaciteit, maar ook eerder en explicieter programmamanagement, strategische keuzes en tijdige opschaling van ondersteuning. Zonder die keuzes ontstaat het risico dat te veel tegelijk wordt gevraagd van een klein uitvoerend team. Concrete handvatten • Bouw voort op de uitvoeringskennis die in de buurtbudgetten aanwezig is, maar organiseer die binnen een bredere en stabielere stedelijke structuur. • Betrek naast een kernteam ook thematische beleidsafdelingen, communicatie en financiën vanaf het begin actief bij ontwerp, uitvoering en opvolging.
• Leg tijd, capaciteit en verantwoordelijkheden vooraf expliciet vast, zodat inclusiviteit, deliberatie en gezamenlijke planontwikkeling niet afhankelijk blijven van incidentele inzet. • Richt het proces zo in dat ook grotere, complexere en directie-overstijgende voorstellen inhoudelijk en organisatorisch kunnen worden beoordeeld en uitgewerkt, bijvoorbeeld door vanaf het begin meerdere beleidsdomeinen gezamenlijk aan tafel te organiseren. Ten slotte vraagt stedelijk participatief begroten om een explicietere verbinding met de gemeentelijke begrotingscyclus. In de huidige buurtbudgetten is die relatie beperkt zichtbaar. Voor een stedelijke aanpak is juist van belang dat bewoners niet participeren in een losstaand project, maar in een proces dat herkenbaar verbonden is met echte bestuurlijke besluitvorming. Dat vraagt om een duidelijk moment in de jaarlijkse planning van de gemeente waarop bewonersinput daadwerkelijk invloed kan hebben op keuzes over middelen of prioriteiten. Concrete handvatten • Ontwerp een stedelijk participatief begroten proces zo dat de inbreng van bewoners op een herkenbaar moment kan doorwerken in de gemeentelijke begrotingsvoorbereiding. • Maak vanaf de start duidelijk hoe agendasetting, deliberatie, planontwikkeling en besluitvorming zich verhouden tot de bestuurlijke planning van college en raad.
• Versterk de geloofwaardigheid van het proces door in bestuurlijke stukken zichtbaar te maken welke thema’s, voorstellen en prioriteiten uit het participatieve traject zijn meegenomen in verdere besluitvorming.
Wat dit betekent voor een volgende stap De pilots laten zien dat een stedelijke aanpak van participatief begroten niet kan ontstaan door de huidige buurtbudgetten simpelweg groter te maken. Daarvoor zijn de verschillen in doel, schaal en proceslogica te groot. Tegelijkertijd laten de buurtbudgetten wel degelijk zien op welke onderdelen Amsterdam al een basis heeft: er is ervaring met het participatief bestemmen van publieke middelen, met planindiening en stemming, en met de begeleiding van bewoners in een lokaal ingebed proces. De opgave voor Amsterdam ligt daarom niet in het vervangen van het ene instrument door het andere, maar in het gericht doorontwikkelen van het participatieve instrumentarium. Dat betekent enerzijds investeren in kenmerken die in de buurtbudgetten al aanwezig zijn en versterkt kunnen worden, en anderzijds bewust
P 23
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
nieuwe procesonderdelen ontwikkelen die nodig zijn voor stedelijk participatief begroten, zoals agendasetting, deliberatie en gezamenlijke prioritering. De pilots maken daarbij ook duidelijk dat een volgende stap alleen kansrijk is wanneer niet alleen ambities worden geformuleerd, maar ook helder wordt vastgelegd in welke volgorde deze worden ontwikkeld, welke ondersteuning daarvoor nodig is en voor welk type opgaven het proces daadwerkelijk ruimte moet bieden. Alleen onder die voorwaarden kan een gefaseerde invoering van stedelijk participatief begroten realistisch en geloofwaardig vorm krijgen.
P 24
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
H5. Conclusie De pilots in Noord en Zuid laten zien dat binnen de gemeentelijke organisatie veel inzet, betrokkenheid en uitvoeringskracht aanwezig is. Projectleiders, uitvoerende teams en wijkprofessionals hebben onder tijdsdruk en binnen beperkte randvoorwaarden bijeenkomsten georganiseerd die door deelnemers overwegend positief zijn beoordeeld. Bewoners voelden zich tijdens de bijeenkomsten welkom en goed begeleid. Ook in de planindien-, toets- en stemfase is zichtbaar geworden dat veel inzet is gepleegd om bewoners te ondersteunen, plannen verder te brengen en het proces toegankelijk te houden. Tegelijkertijd bleef de opkomst bij de bijeenkomsten beperkt en is het bereik van nieuwe of minder betrokken doelgroepen slechts in beperkte mate verbreed. Daarbij is van belang dat het hier ging om pilots binnen stadsdeelbrede buurtbudgettrajecten. De bevindingen uit deze evaluatie sluiten aan bij een bredere bestuurlijke voorkeur om binnen buurtbudgetten met name in te zetten op meer buurtgerichte aanpakken. De resultaten suggereren namelijk dat een meer buurtgerichte opzet meer mogelijkheden biedt voor bereik, nabijheid en co-creatieve samenwerking dan een stadsdeelbrede ronde. De bevindingen uit hoofdstuk 2 laten zien dat de pilots in de praktijk vooral functioneerden als informatieve en ondersteunende momenten, met een sterke nadruk op één-op-één begeleiding.
Daardoor kwamen cocreatie, gezamenlijke afweging en deliberatie slechts beperkt van de grond. Ook het bereik bleef in beide pilots grotendeels beperkt tot bewoners die al actief of bekend waren met participatieve processen. Pogingen om nieuwe doelgroepen, waaronder jongeren, te betrekken, hebben op onderdelen wel contacten en initiatieven opgeleverd, maar nog niet geleid tot een aantoonbaar bredere of meer diverse deelname aan bijeenkomsten of planindiening. De uitvoering leunde bovendien sterk op een kleine groep betrokken ambtenaren. Tegen deze achtergrond maakt de evaluatie duidelijk dat de pilots zijn uitgevoerd binnen de logica van de buurtbudgetten, terwijl de leerdoelstelling mede gericht was op stedelijk participatief begroten. Die spanning is relevant, omdat beide instrumenten een andere proceslogica kennen. Buurtbudgetten zijn in de kern ingericht rond individuele planindiening, ambtelijke toetsing en stemming op afzonderlijke voorstellen. Participatief begroten vraagt juist nadrukkelijker om gezamenlijke deliberatie, collectieve prioritering en afweging van publieke middelen. Dat verschil betekent niet dat beide instrumenten los van elkaar staan of niets met elkaar gemeen hebben.
Integendeel: buurtbudgetten bevatten elementen die ook voor stedelijk participatief begroten van waarde kunnen zijn, zoals bewonersinvloed op publieke middelen, een cyclisch proces, stemmingen, begeleiding en lokale inbedding. De evaluatie laat echter wel zien dat het van belang is beide instrumenten expliciet van elkaar te onderscheiden, juist om scherper te kunnen bepalen wat uit de buurtbudgetten kan worden voortgezet en wat aanvullend moet worden ontwikkeld. De evaluatie laat zien dat deliberatie, co-creatie en inclusiviteit niet vanzelf ontstaan en ook niet eenvoudig kunnen worden toegevoegd aan een proces dat primair op individuele planvorming is ingericht. Meer deliberatie, inclusiviteit en gezamenlijke planontwikkeling vragen om andere werkvormen, meer voorbereidingstijd, actieve werving en een steviger organisatorisch fundament. De pilots maken daarmee duidelijk dat het huidige jasje van de buurtbudgetten te krap wordt wanneer deze ambities zwaarder op het proces worden gestapeld, zonder dat tijd, capaciteit en procesontwerp daarin mee veranderen. Wie deze ambities serieus wil realiseren, zal dus niet alleen het proces moeten aanpassen, maar ook expliciet moeten kiezen wat wanneer wordt ontwikkeld en welke ondersteuning daarvoor beschikbaar is.
Tegelijkertijd benadrukken de pilots dat de buurtbudgetten zelf een waardevol instrument blijven binnen de participatieve gereedschapskist van de gemeente Amsterdam. Zij bieden bewoners al concrete invloed op de besteding van publieke middelen, maken lokaal draagvlak zichtbaar en bouwen voort op bestaande
P 25
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
netwerken en initiatieven in buurten en stadsdelen. De vraag is daarom niet of buurtbudgetten moeten plaatsmaken voor stedelijk participatief begroten, maar hoe beide instrumenten zich tot elkaar verhouden en gericht kunnen worden doorontwikkeld. Juist daarin ligt de meerwaarde van deze evaluatie: niet in het tegenover elkaar zetten van beide instrumenten, maar in het benoemen van de aandachtspunten die van belang zijn als Amsterdam de stap naar een stedelijk participatief begroten proces serieus wil zetten. Hoofdstuk 4 laat zien dat een volgende stap richting stedelijk participatief begroten niet neerkomt op opschaling van het huidige instrument, maar op gerichte doorontwikkeling. Een deel van de bestaande kenmerken van de buurtbudgetten kan daarbij worden voortgezet en versterkt, zoals bewonersinvloed op publieke middelen, de cyclische opzet, de stemfase, bewonersbegeleiding en lokale inbedding. Andere kenmerken vragen om een expliciet andere inrichting, zoals gezamenlijke agendasetting, deliberatieve werkvormen, co-creatieve planontwikkeling, een gerichte inclusiviteitsstrategie en een bredere organisatorische basis. Daarbij is ook terughoudendheid op zijn plaats. Op basis van deze evaluatie kunnen slechts beperkt uitspraken worden gedaan over wat in de Amsterdamse context daadwerkelijk bijdraagt aan inclusie in een deliberatief proces.
De pilots laten vooral zien dat het betrekken van ondervertegenwoordigde groepen moeilijk is en in de huidige aanpak nog onvoldoende lukt. Dat vraagt om realisme: stedelijk participatief begroten garandeert niet vanzelf een bredere of meer diverse deelname, maar vraagt om een expliciete strategie, passende werkvormen en voortdurende aandacht voor de aansluiting bij verschillende vormen van betrokkenheid van bewoners. De conclusie van deze evaluatie is daarmee dat buurtbudgetten en stedelijk participatief begroten niet elkaars tegenpolen zijn, maar verschillende en complementaire instrumenten. Juist door ze helder van elkaar te onderscheiden, gericht door te ontwikkelen en scherper te kiezen in ambities en randvoorwaarden, kan Amsterdam op een realistische en geloofwaardige manier toewerken naar een volgende stap in de versterking van zijn participatieve instrumentarium.
P 26
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Bibliografie Afdeling Buitengewone Zaken. “Gemeente Amsterdam. Een stadsbrede evaluatie van buurtbudgetten.” Gemeente Amsterdam, juni 2024. https://openresearch.amsterdam/nl/page/109527/stadsbredeevaluatie-buurtbudgetten. Bartocci, Luca, Giuseppe Grossi, Sara Giovanna Mauro, and Carol Ebdon. “The journey of participatory budgeting: a systematic literature review and future research directions.” International Review of Administrative Sciences 89, no. 3 (2022). https://doi.org/10.1177/00208523221078938. Bleijenberg, Christine en Kristof Jacobs. “Evaluatiekader Lokale Burgerberaden.” Lokale Democratie, 21 februari 2025. https://vng.nl/publicaties/evaluatiekader-lokale-burgerberaden. Cabannes, Yves. “Participatory Budgeting: A Significant Contribution to Participatory Democracy.” Environment and Urbanization 16, no. 1 (2004). https://doi.org/10.1177/095624780401600104. Hofman, Joop. “Publicatiereeks over burgerparticipatie. Nederland op weg naar de burgerbegroting.” Cluster Democratie en Burgerschap Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, augustus 2011. https://www.rodewouw.nl/assets/files/brochure-nederland-op-weg-naar-burgerbegroting-joophofman-1.pdf. Netwerk Democratie in Actie. “Factsheet Burgerbegroten.” Mei 2023. https://lokaledemocratie.nl/file/download/a9caf7e7-21c5-4b04-b11a-f2487fcb2492/factsheet-burgerbegrotenmei-2023.pdf.
Pawson, Ray and Nicholas Tilley. Realistic evaluation, 1997. London: Sage. Rihs, Theresa. “The Role of Power in the Participatory Budget of Paris.” Technischen Universität Wien, 28 September 2022. https://repositum.tuwien.at/handle/20.500.12708/102277. Sintomer, Yves, Carsten Herzberg, and Anja Röcke. “Participatory Budgeting in Europe: Potentials and Challenges.” International Journal of Urban and Regional Research 32, no. 1 (2008). doi:10.1111/j.14682427.2008.00777.x. Swaner, Rachel. “Trust Matters: Enhancing Government Legitimacy through Participatory Bugeting.” New Political Science 39, no. 1 (2017). https://doi.org/10.1080/07393148.2017.1278856. Van Noorloos, Femke. “Participatief begroten in Brazilië.” La Chispa Politiek & Maatschappij, 11 augustus 2016. https://www.lachispa.nl/artikelen-politiek-maatschappij/participatief-begroten-in-brazilie/. Wampler, Brain. A Guide to Participatory Budgeting, October 2000. https://internationalbudget.org/wpcontent/uploads/A-Guide-to-Participatory-Budgeting.pdf. Wampler, Brian. “Participatory Budgeting: Core principles and Key Impacts.” Journal of Public Deliberation 8, no. 2 (2012). https://delibdemjournal.org/article/id/410/.
P 27
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Williams, Emyr, Emily St. Denny, and Dan Bristow. “Participatory Budgeting: An Evidence Review.” Public Policy Institute for Wales, August 2017. https://www.oidp.net/docs/repo/doc215.pdf.
P 28
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Bijlagen 1. Topiclijst interviews Projectleiders pilot Noord & Zuid Thema Voorstellen & achtergrond
Voorbereiding & verwachtingen
Werkwijze & keuzes
Doelgroepen bereiken & betrekken
Knelpunten & successen
Voorbeeldvragen Wat is jullie rol binnen de pilot en bij de gemeente Amsterdam? Hoe hebben jullie buurtbudgetten als participatie instrument de afgelopen jaren ervaren? Wat doen jullie nu anders in de pilot?
Doorvragen/verdieping Hebben jullie eerder een rol gespeeld in de buurtbudgetten? Wat zien jullie als successen en verbeterpunten?
Wat zijn jullie verwachtingen bij de start van de pilot? Welke instrumenten en interventies hebben jullie gekozen voor deze pilot? Hoe hebben jullie de uitgangspunten van de gemeenteraad (inclusiviteit, co-creatie, etc.) vertaald naar de praktijk? Hoe hebben jullie het proces ingericht (online platform, fysieke bijeenkomsten, jongerenaanpak)? Hoe is de samenwerking met ambtenaren en bewoners georganiseerd (co-creatie)? Zijn er onderweg aanpassingen gedaan?
Waar hopen jullie vooral op? Welke zorgen hebben jullie vooraf? Waarom juist deze aanpak? Waren er alternatieven? Kun je een concreet voorbeeld geven van hoe deze uitgangspunten een plek hebben gekregen in de pilot? Welke keuzes waren lastig en waarom?
Hoe worden jongeren, ouderen en mensen met taal- of andere barrières benaderd? Wat denken jullie dat goed werkt bij het betrekken van ondervertegenwoordigde groepen? Hoe worden bewoners ondersteund bij het indienen en uitwerken van plannen? Hoe hebben jullie ervoor gezorgd dat het proces van de pilot inclusief wordt georganiseerd en ingericht? Hoe gaan jullie de samenstelling van inwoners die meedoen aan de pilot meten en bijhouden? Wat waren de grootste uitdagingen tijdens de pilot? Kun je een concreet succesmoment noemen dat jullie bijblijft?
P 29
Kan je concrete voorbeelden geven?
Hoe is er omgegaan met spanningen of tegenstrijdige belangen? Wat was de aanleiding en wat leverde dit op? Welke kanalen en partners zijn hierbij belangrijk? En wat werkt juist niet? Waarom niet?
Welke rol speelde begeleiding (door ambtenaren/maatschappelijke organisaties)? Wat doen jullie anders dan bij het ‘normale’ buurtbudget? Kunnen wij deze samenstellingen ontvangen? Hoe zijn die opgelost of deels opgevangen? Wat maakte dit moment tot een succes?
Gemeente Amsterdam
Resultaten & evaluatie
1 mei 2026
Welke opbrengsten heeft de pilot opgeleverd? Hoe hebben bewoners het proces ervaren? Welke lessen nemen jullie mee voor een eventuele stadsbrede aanpak?
Wat zijn voorbeelden van plannen die wel/niet haalbaar bleken? Hebben jullie signalen gekregen van meer eigenaarschap of vertrouwen? Wat zouden jullie volgende keer anders doen?
Bestuurders Thema Achtergrond & visie
Verwachtingen pilots
Uitgangspunten & kaders
Bestuurlijke & politieke context
Vooruitblik
Voorbeeldvragen Hoe kijkt u terug op de ontwikkeling van buurtbudgetten in Amsterdam? Welke doelen wil de gemeenteraad volgens u met participatief begroten bereiken? Welke elementen van stadsbreed participatief begroten vindt u het meest interessant of kansrijk? Wat verwacht u dat de pilots in Noord en Zuid opleveren? Wat ziet u als het belangrijkste doel van deze pilots?
Wanneer zou u zeggen dat de pilots een succes zijn? Waarom zijn juist de uitgangspunten inclusiviteit, co-creatie, haalbaarheid, transparantie en evaluatie gekozen? Wat ziet u als grootste uitdaging om inclusiviteit te realiseren? Hoe belangrijk acht u co-creatie tussen bewoners, ambtenaren en experts? Hoe past participatief begroten in de bredere democratiseringsagenda van de stad? Hoe kijkt u aan tegen het risico van ‘verdunning’: dat een stadsdeelbrede uitrol betekent dat de mensen die je juist wil bereiken, buiten beeld kunnen raken? Hoe ziet u de verhouding tussen de pilots en een eventuele stadsbrede uitrol van participatief begroten? Stel dat de middelen en capaciteit geen beperking vormen: wat zou u dan als eerste aanpakken of verbeteren m.b.t de buurtbudgetten?
P 30
Doorvragen/verdieping Wat zijn volgens u de belangrijkste effecten die tot nu toe zichtbaar zijn? Welke problemen of knelpunten moet deze aanpak helpen oplossen? Hoe verhoudt dit instrument zich tot andere vormen van democratische vernieuwing in de stad? Welke uitkomsten vindt u doorslaggevend voor een vervolg? En stel dat de pilots minder opleveren dan gehoopt, bijvoorbeeld qua cocreatie of bereik: wat is dan uw verhaal? Wat heeft de pilot dan wél opgeleverd? Wat leert u uit deze pilots dat echt verder kan worden gebracht? Welke weegt u het zwaarst en waarom?
Zijn er groepen waarvan u bang bent dat ze buiten beeld blijven? Waar zit volgens u de meerwaarde? Welke rol ziet u voor de gemeenteraad zelf? Hoe kunnen die volgens u worden overbrugd?
Welke risico’s ziet u bij opschaling naar stedelijk niveau?
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
2. Vragenlijst Pilot Noord Bedankt dat u vanavond aanwezig was bij deze bijeenkomst voor het buurtbudget in het stadsdeel Noord. De gemeente Amsterdam wil graag weten wat u vond van deze bijeenkomst om te leren van uw ervaringen. Wilt u deze vragenlijst invullen? Laat het ons weten als u hierbij hulp nodig heeft. Het invullen duurt ongeveer 5 minuten. Alvast bedankt voor uw hulp! 1.
Eerst willen we u wat vragen stellen over uzelf.
Wat is uw geslacht?
Wat is uw leeftijd?
Wat is uw hoogst afgeronde opleiding? (omcirkel het meest passende antwoord) Basisonderwijs
VMBO
HAVO/VWO
MBO
HBO
2. De volgende vragen gaan over uw betrokkenheid bij de buurt of wijk Hoe bent u bij deze bijeenkomst terecht gekomen?
Heeft u eerder meegedaan met het buurtbudget?
Ja / Nee
Zo ja, wanneer?
Bent u vaker aanwezig bij bewonersbijeenkomsten in de buurt of stad? Zo ja, bij wat voor bewonersbijeenkomsten bent u eerder geweest? Wanneer was dat?
Wat doet u nog meer voor en in de buurt of wijk?
3.
De volgende vragen gaan over hoe tevreden u bent met deze bijeenkomst
P 31
Ja / Nee
WO
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Welk rapportcijfer geeft u deze bijeenkomst?
… / 10
Wat ging er goed tijdens deze bijeenkomst?
Wat kon er beter?
4. Nu volgt een aantal stellingen over de bijeenkomst in het algemeen Helemaal oneens
Oneens
Neutraal
Eens
Helemaal eens
Weet niet
Helemaal eens
Weet niet
Ik voelde me welkom Ik ben met respect behandeld De bijeenkomst is eerlijk verlopen Ik vind dat de mensen in deze bijeenkomst lijken op de mensen die in mijn buurt wonen (in leeftijd, achtergrond of interesses). Hieronder heeft u ruimte om uw antwoorden toe te lichten
5.
Nu volgen enkele stellingen over uw plan of idee voor het buurtbudget Helemaal oneens
Oneens
Ik heb het gevoel dat ik verder ben geholpen met mijn plan of idee Ik had voldoende ruimte om mijn eigen ideeën in te brengen
P 32
Neutraal
Eens
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Ik heb voldoende informatie gekregen over hoe ik mijn plan kan indienen Ik snap hoe het proces van het buurtbudget er verder uit ziet Hieronder heeft u ruimte om uw antwoorden toe te lichten
6. Hieronder een aantal stellingen over de organisatie van de bijeenkomst Helemaal oneens
Oneens
Neutraal
Eens
Helemaal eens
Weet niet
De bijeenkomst bood voldoende mogelijkheden om mee te doen Tijdens de bijeenkomst werd er rekening gehouden met mensen die niet goed Nederlands spreken (anderstaligen/meertaligen) De begeleiding van de bijeenkomst was neutraal De begeleiding van de bijeenkomst was goed Er is met aandacht naar de mening van alle deelnemers geluisterd Ik heb vooraf voldoende informatie gekregen over de bijeenkomst Hieronder heeft u ruimte om uw antwoorden toe te lichten
7.
Hieronder een aantal stellingen over uw verwachtingen na afloop van de bijeenkomst Helemaal oneens
Oneens
Ik voel me na deze bijeenkomst meer
P 33
Neutraal
Eens
Helemaal eens
Weet niet
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
betrokken bij mijn buurt en wijk Ik heb na deze bijeenkomst meer vertrouwen in hoe de gemeente bewoners betrekt bij de buurtbudgetten Ik sta positief tegenover de buurtbudgetten Ik heb er vertrouwen in dat ik word begeleid door de gemeente bij het indienen en uitvoeren van mijn plan Hieronder heeft u ruimte om uw antwoorden toe te lichten
P 34
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Pilot Zuid Bedankt dat u vanavond aanwezig was bij deze themabijeenkomst voor het buurtbudget in het stadsdeel Zuid. De gemeente Amsterdam wil graag weten wat u vond van deze bijeenkomst om te leren van uw ervaringen. Wilt u deze vragenlijst invullen? Laat het ons weten als u hierbij hulp nodig heeft. Het invullen duurt ongeveer 5 minuten. Alvast bedankt voor uw hulp! 1.
Eerst willen we u wat vragen stellen over uzelf.
Wat is uw geslacht?
Wat is uw leeftijd?
Wat is uw hoogst afgeronde opleiding? (omcirkel het meest passende antwoord) Basisonderwijs
VMBO
HAVO/VWO
MBO
HBO
WO
2. De volgende vragen gaan over uw betrokkenheid bij de buurt of wijk Hoe bent u bij deze bijeenkomst terecht gekomen?
Heeft u eerder meegedaan met het buurtbudget?
Ja / Nee
Zo ja, wanneer?
Bent u vaker aanwezig bij bewonersbijeenkomsten in de buurt of stad?
Ja / Nee
Zo ja, bij wat voor bewonersbijeenkomsten bent u eerder geweest? Wanneer was dat?
Wat doet u nog meer voor en in de buurt of wijk?
3.
De volgende vragen gaan over hoe tevreden u bent met deze bijeenkomst
Welk rapportcijfer geeft u deze bijeenkomst?
… / 10
P 35
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Wat ging er goed tijdens deze bijeenkomst?
Wat kon er beter?
4. Nu volgt een aantal stellingen over de bijeenkomst in het algemeen Helemaal oneens
Oneens
Neutraal
Eens
Helemaal eens
Weet niet
Helemaal eens
Weet niet
Ik voelde me welkom Ik ben met respect behandeld De bijeenkomst is eerlijk verlopen Ik vind dat de mensen in deze bijeenkomst lijken op de mensen die in mijn buurt wonen (in leeftijd, achtergrond of interesses). Hieronder heeft u ruimte om uw antwoorden toe te lichten
5.
Nu volgen enkele stellingen over uw plan of idee voor het buurtbudget Helemaal oneens
Oneens
Ik heb het gevoel dat ik verder ben geholpen met mijn plan of idee Ik had voldoende ruimte om mijn eigen ideeën in te brengen Ik heb voldoende informatie gekregen over
P 36
Neutraal
Eens
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
hoe ik mijn plan kan indienen Ik snap hoe het proces van het buurtbudget er verder uit ziet Hieronder heeft u ruimte om uw antwoorden toe te lichten
6. Hieronder een aantal stellingen over de organisatie van de bijeenkomst Helemaal oneens
Oneens
Neutraal
Eens
Helemaal eens
Weet niet
De bijeenkomst bood voldoende mogelijkheden om mee te doen Tijdens de bijeenkomst werd er rekening gehouden met mensen die niet goed Nederlands spreken (anderstaligen/meertaligen) De begeleiding van de bijeenkomst was neutraal De begeleiding van de bijeenkomst was goed Er is met aandacht naar de mening van alle deelnemers geluisterd Ik heb vooraf voldoende informatie gekregen over de bijeenkomst Hieronder heeft u ruimte om uw antwoorden toe te lichten
7.
Hieronder een aantal stellingen over uw verwachtingen na afloop van de bijeenkomst Helemaal oneens
Oneens
Ik voel me na deze bijeenkomst meer betrokken bij mijn buurt en wijk
P 37
Neutraal
Eens
Helemaal eens
Weet niet
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Ik heb na deze bijeenkomst meer vertrouwen in hoe de gemeente bewoners betrekt bij de buurtbudgetten Ik sta positief tegenover de buurtbudgetten Ik heb er vertrouwen in dat ik word begeleid door de gemeente bij het indienen en uitvoeren van mijn plan Hieronder heeft u ruimte om uw antwoorden toe te lichten
P 38
3. Observatieformulier Algemene gegevens Datum Locatie Pilot (Noord/Zuid) Type bijeenkomst Aantal aanwezigen
Diversiteit en inclusiviteit Waar kijken we naar? Wat voor groep zien we? Wat is de samenstelling van de aanwezigen?
Observaties
Citaat deelnemer(s)
Zijn er anderstaligen of laaggeletterden aanwezig (o.b.v. waarneming onderzoekers)?
Toegankelijkheid en laagdrempeligheid Waar kijken we naar? Hoe is de bijeenkomst georganiseerd (locatie, ontvangst, taal, materialen)?
Observaties
Citaat deelnemer(s)
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Zijn er belemmeringen zichtbaar voor deelname?
Hoe wordt er omgegaan met de waargenomen aanwezigheid van anderstaligen/laaggeletterden? Hoe worden bewoners tijdens de bijeenkomst aangemoedigd om ideeën te delen?
Betrokkenheid en interactie Waar kijken we naar Doen deelnemers actief mee? Was de sfeer geanimeerd (vragen stellen, plannen indienen)?
Observaties
Citaat deelnemer(s)
Zijn er momenten waarop deelnemers afhaken (niet meedoen, naar buiten starten, eerder weggaan)? Wat is de omgang met verschillende meningen in de groep?
P1
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Ondersteuning door stadsdeel en organisatie Waar kijken we naar Welke ondersteuning krijgen bewoners bij het formuleren van hun plannen?
Observaties
Citaat deelnemer(s)
Hoe reageren bewoners op aanwezigheid van ambtenaren/experts? Hoe worden bewoners begeleid door de organisatie van de bijeenkomst?
Werkvormen en gespreksbegeleiding Waar kijken we naar Welke werkvormen worden gebruikt (plenaire uitleg, tafelsessies, 1-op-1 hulp)?
Observaties
Citaat deelnemer(s)
Is er een afwisseling van werkvormen?
Worden er co-creatieve werkvormen toegepast?
P2
Gemeente Amsterdam
1 mei 2026
Ervaren transparantie Waar kijken we naar Hoe wordt het vervolgproces uitgelegd en hoe reageren deelnemers hierop?
Observaties
Citaat deelnemer(s)
Zijn er veel vragen van deelnemers over de volgende stappen?
Ruimte voor extra observaties/ citaten bewoners
P3
Wijnhaven 88 2511 GA Den Haag 070 - 87 00 460 info@emma.nl www.emma.nl Volg ons op LinkedIn