CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Def MER Amsterdam 2022-inclusief wijzigingen 2023.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 8 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Minima-effectrapportage 2022 en de reactie op motie 345 van het lid Boomsma inzake steun gezinnen met laag inkomen en oudere kinderen. (VN2023-002737)17.159 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor een alleenstaande scheelt dit 24 euro, voor het eenoudergezin met twee oudere kinderen is het verschil 57 euro. Daarnaast is de prijs voor gas in 2022 flink hoger, maar dit wordt tot en met 120 procent (gedeeltelijk) gecompenseerd door de energietoeslag. De kosten voor elektriciteit liggen in 2022 juist lager. Dit komt enerzijds doordat de vermindering energiebelasting in 2022 flink hoger ligt dan in 2021 en anderzijds door de btw-verlaging op energie per 1 juli 2022 van 21 naar 9 procent.2 Ook het minimabeleid van de gemeente Amsterdam is op enkele punten aangepast. Hoewel het huidige minimabeleid vergelijkbaar is met dat van 2019, zien we kleine verschillen in de vergoedingen. De vergoeding voor basisschool leerlingen is iets verlaagd terwijl de vergoeding voor het voortgezet onderwijs/mbo gelijk is gebleven. Daarnaast is het bedrag voor kinderen op de Stadspas iets verhoogd en is er een andere verdeling naar leeftijd. Zo krijgen in 2022 met name kinderen van 10 en 11 jaar een hogere vergoeding. Wel blijft de maximale leeftijd 14 jaar. Alles bij elkaar genomen zijn de uitgaven medio 2022 sinds begin 2019 fors gestegen, maar wordt dit voor de meeste huishoudens nog gecompenseerd door de inkomstenstijging over de hele periode. Er zijn echter ook uitzonderingen. In 2022 is bij een paar met twee oudere kinderen op 130 procent een groter tekort zichtbaar dan in 2019.

En zonder de energietoeslag zou dat ook onder 130 procent het geval zijn. Ook bij een paar zonder kinderen is dat het geval. _______________ 2

Alle uitgavencijfers zijn gebaseerd op gegevens van het CBS

26 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

Voorwaarden aan de begroting Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 zijn deze uitkomsten aan een aantal voorwaarden onderhevig, waaronder geen hoge persoonlijke uitgaven. Vooral de energierekening is een belangrijke component. Huishoudens met een energie-onzuinige woning hebben minder bestedingsruimte en bij hen komen de recente prijsstijgingen harder aan. Hun bestedingsruimte zal zich vergeleken met 2019 minder positief hebben ontwikkeld. Een andere voorwaarde is dat alle inkomensondersteuning wordt aangevraagd. Met name de energietoeslag is voor deze uitkomsten belangrijk. Als die niet wordt aangevraagd, zijn de uitkomsten veel negatiever.

5.1.2 Vergelijking armoedevallen In 2022 zien we meer armoedevallen dan in 2019, vooral bij een inkomensniveau van 130 procent. De alleenstaande en het eenoudergezin met jonge kinderen hadden in 2019 niet met een doorstroomval te maken en in 2022 wel. Het eenoudergezin met oudere kinderen had in 2019 al met een doorstroomval op 130 procent te maken en in 2022 is dat nog steeds zo. Bij de paren zien we dat de doorstroomval op 130 procent uit 2019 in 2022 ook een uitstroomval is geworden (het saldo op 130 procent is lager dan op bijstandsniveau). Voor het paar met oudere kinderen geldt dit na invulling van alleen het basispakket; als ook naar de kosten voor sociale participatie wordt gekeken, dan was in 2019 ook al sprake van een uitstroomval. Paren zonder kinderen en paren met jonge kinderen hadden in 2019 op 130 procent alleen te maken met een doorstroomval, zowel na bekostiging van het basispakket als na bekostiging van het basispakket én de kosten voor sociale participatie. In 2022 is in beide gevallen sprake van een uitstroomval. Daarnaast hebben alle paren in 2022 te maken met een uitstroomval op 140 procent van de norm. In 2019 was dit niet het geval. De extra armoedevallen in 2022 worden voornamelijk veroorzaakt door het wegvallen van het recht op energietoeslag boven 120 procent, dit scheelt 108 euro per maand.

Dit komt bovenop de gemeentelijke voorzieningen, die ook een inkomensgrens van 120 procent kennen.

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 27

6. Conclusies Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies.

6.1 Bestedingsruimte De gemeente Amsterdam kent een ruimhartig minimabeleid: bijna alle onderzochte huishoudens kunnen de maandbegroting rond krijgen. Dit is opvallend gelet op de sterk gedaalde koopkracht het afgelopen jaar. De maatregelen om de hoge energierekening te compenseren doen hier duidelijk hun werk. Zonder die maatregelen zouden een aantal onderzochte huishoudens niet rond kunnen komen. Het enige onderzochte huishouden dat de maandbegroting niet rond kan krijgen is het paar met oudere kinderen met een inkomen vanaf 130 procent; als zij de uitgaven voor zowel het basispakket als voor sociale participatie willen bekostigen komen zij op 130 procent van de norm 155 euro per maand te kort. Op de inkomensniveaus hierboven neemt dit tekort weer af naar 120 euro op 140 procent en 82 euro op 150 procent van de norm. Deze resultaten laten zien dat het voor paren met oudere kinderen in zijn algemeenheid lastig is om rond te komen en dat het Amsterdamse minimabeleid hier een passende bijdrage in levert. Immers, zolang dit huishouden nog in aanmerking komt voor gemeentelijke ondersteuning lukt het nog om alle basisuitgaven plus de uitgaven voor sociale participatie te doen, zonder dat een tekort op de maandbegroting ontstaat. Op het moment dat er geen recht meer is op gemeentelijke ondersteuning ontstaan er wel tekorten.

Ook de afbouw van landelijke toeslagen draagt aan deze tekorten bij. Alleenstaande ouders hebben een (veel) hogere bestedingsruimte dan paren. Dit komt in de eerste plaats doordat paren de kosten van twee volwassenen moeten dragen, terwijl het bijbehorende inkomen in verhouding lager ligt: een eenoudergezin ontvangt 70 procent van de norm voor een paar plus de alleenstaande ouderkop vanuit het kindgebonden budget, wat samen neerkomt op ongeveer 90 procent van de norm. Paren ontvangen 100 procent van de norm. De extra inkomsten voor paren (van ongeveer 10 procent) ten opzichte van het eenoudergezin wegen vaak niet op tegen de kosten voor een extra volwassene aan bijvoorbeeld voeding, kleding en de zorgverzekering. Op bijstandsniveau houden alleenstaande ouders met oudere kinderen per maand 182 euro over tegenover 22 euro per maand voor paren met oudere kinderen. Als we kijken naar de bestedingsruimte boven bijstandsniveau zien we dat het verschil in saldo tussen alleenstaande ouders en paren met kinderen nog groter wordt, waarbij de alleenstaande ouder ruim voldoende overhoudt en de paren met kinderen met tekorten te maken krijgen. Hierbij moet in het oog gehouden worden dat we hebben gekeken naar een inkomen ter hoogte van de inkomensgrens voor de minimaregelingen.

Die ligt voor alleenstaande ouders vrij hoog en maar iets lager dan de grens voor een paar (zie ook paragraaf 2.2, tabel 2). De gemeente Amsterdam zou daarom kunnen overwegen om de grens voor het recht op inkomensondersteuning voor paren te verhogen zodat die meer in verhouding staat tot de grens voor alleenstaande ouders. Paren zullen veel baat hebben bij een hogere grens.

28 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

6.2 Armoedevallen De gemeente Amsterdam kent een breed pallet aan inkomensondersteunende maatregelen voor inwoners met een laag inkomen. Dat beleid kent een bepaalde inkomensgrens, waarboven er geen recht meer is op financiële ondersteuning. Hierdoor doet er zich een armoedeval voor bij een inkomensniveau (net) boven die inkomensgrens. Die armoedeval verschilt per huishouden en hangt af van het gebruik van inkomensondersteuning. Uit de berekeningen die gedaan zijn in dit onderzoek blijkt dat er een armoedeval optreedt bij een inkomensniveau boven de inkomensgrens voor het minimabeleid. Alle onderzochte huishoudtypen hebben te maken met een doorstroomval op 130 procent van het minimum: de bestedingsruimte op 130 procent is lager dan op 120 procent. Bij paren gaat het zelfs om een uitstroomval: de bestedingsruimte op 130 procent is lager dan op bijstandsniveau. Het is niet alleen het wegvallen van lokale vergoedingen die deze armoedevallen veroorzaken. Op 130 procent nemen ook de landelijke toeslagen, te weten de zorg- en huurtoeslag, (verder) af. Voor eenoudergezinnen en paren begint deze afbouw al bij 120 procent, maar bij dat inkomensniveau wordt de afbouw nog gecompenseerd door gemeentelijke voorzieningen. Als deze wegvallen en de toeslagen worden nog lager resulteert dit in een doorstroomval.

Bij paren zonder kinderen wordt ook een uitstroomval zichtbaar op 140 procent van het minimum; bij paren met kinderen is dit zowel op 140 als 150 procent het geval. We zien deze uitstroomval alleen als we rekening houden met alle uitgaven, dus ook de uitgaven in verband met sociale participatie en de volledige vergoedingen hiervoor. Bij paren met oudere kinderen gaat het om een overgang van een tekort naar een nog groter tekort. Het minimabeleid zorgt ervoor dat paren met oudere kinderen met een inkomen op bijstandsniveau en op 100 en 120 procent WML alle uitgaven kunnen betalen. Zonder het minimabeleid zou er in die gevallen een tekort op de begroting ontstaan, net zoals dat nu het geval is bij een inkomen net boven de inkomensgrens van het minimabeleid (op 130, 140 en 150 procent). Ten aanzien van armoedevallen moet er altijd een afweging worden gemaakt tussen enerzijds het compenseren van kwetsbare huishoudens met een laag inkomen en anderzijds het effect op de bestedingsruimte bij een stijgend inkomen. De gemeente Amsterdam heeft een ruimhartig minimabeleid, dat gunstig uitwerkt voor alle onderzochte huishoudtypen met een inkomen tot en met 120 procent WML. Dit leidt echter tot een armoedeval op 130 procent. Het voorkómen van deze armoedevallen is lastig. De gemeente zou ervoor kunnen kiezen om (enkele) vergoedingen getrapt af te bouwen.

Echter, een dergelijke constructie is voor de uitvoering veel ingewikkelder en voor inwoners niet altijd gemakkelijk te begrijpen. Dit laatste kan leiden tot niet-gebruik, wat als gevolg kan hebben dat huishoudens de begroting niet (meer) rond krijgen. Dit kan als een groter probleem worden beschouwd dan de lagere bestedingsruimte op 130 procent (ten opzichte van 120 procent van de bijstandsnorm). Bovendien ontstaan de genoemde doorstroomvallen niet alleen door de grenzen van het gemeentelijk minimabeleid, maar ook de afbouw van landelijke toeslagen. Als de gemeente de genoemde uitstroomvallen (veroorzaakt door het wegvallen van

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 29

gemeentelijke regelingen) zou willen repareren, dan moet tegelijkertijd de afbouw van landelijke toeslagen gecorrigeerd worden. Wanneer op enig moment wijzigingen optreden in de (afbouw van) landelijke toeslagen, zal bovendien het gemeentelijk beleid hier op moeten worden afgestemd. Het de vraag in hoeverre mensen zich bij hun beslissing om (meer) te gaan werken, alleen maar laten leiden door het bedrag dat zij onder de streep over houden. Het gevoel om weer mee te tellen, het uitzicht op een mogelijke inkomensstijging en niet meer over elke meevaller verantwoording hoeven afleggen aan de sociale dienst, zijn aspecten die zeker ook mee zullen spelen bij de beslissing om al dan niet werk te aanvaarden. Dat blijkt ook uit verschillende onderzoeken. Het SCP en CBS concludeerden dat ontvangers en niet-ontvangers van inkomensondersteuning even hard zoeken naar werk. Het CPB concludeerde dat er wel degelijk een effect is op het zoekgedrag naar werk. En de Inspectie Werk en Inkomen concludeerde dat gedragseffecten van inkomensregelingen niet altijd overeenstemmen met de praktijk. Advies Het Nibud raadt aan om het uitgebreide minimabeleid te handhaven om kwetsbare mensen met een laag inkomen te ondersteunen.

Bij het versoberen van het minimabeleid zullen er waarschijnlijk nog steeds armoedevallen optreden, omdat landelijk beleid soms voor een zeer beperkte toename van het inkomen zorgt. Daarnaast zorgt verlagen van het minimabeleid voor minder bestedingsruimte bij huishoudens zonder perspectief op werk. Ten slotte is het effect van een armoedeval op het aanvaarden van (meer) werk niet eenduidig.

6.3 Armoedevallen na verruiming van lokaal beleid Naast het inzichtelijk maken van de effecten van het huidige beleid kunnen we in dit onderzoek ook kijken naar de effecten van het verruimen van het minimabeleid. Evenals in 2019 hebben we daarom gekeken naar het effect van het verhogen van de inkomensgrens voor de kindregelingen van 120 naar 130 procent. Specifiek gaat het om de scholierenvergoeding, de Stadspas, de gratis laptop of tablet en de vergoeding vanuit het Jeugdfonds Sport en Cultuur. De resultaten zijn weergegeven in tabel 6. In de twee rechterkolommen staan de cijfers zoals deze ook zijn opgenomen in tabel 4, bij een inkomensgrens van 120 procent. In de tweede en derde kolom zijn de saldi opgenomen bij een inkomensgrens van 130 procent. Bij een verschuiving van de inkomensgrens nemen de saldi op 130 procent toe. Dit is vooral relevant voor het paar met oudere kinderen, waarvan het tekort van 155 euro omslaat naar een positief saldo van 37 euro. Bij de overige huishoudens met kinderen was het saldo op 130 procent al positief en is de inkomensondersteuning dus minder hard nodig.

30 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

Ondanks het verschuiven van de inkomensgrens blijft nog steeds een doorstroomval op 130 procent zichtbaar bij alle huishoudens met kinderen. Deze doorstroomval wordt veroorzaakt door lagere landelijke toeslagen en het wegvallen van het recht op gemeentelijke voorzieningen die niet specifiek op kinderen gericht zijn. Hiervan is de energietoeslag de belangrijkste. Wel zien we dat bij paren met kinderen op 130 procent niet langer sprake is van een uitstroomval (een lager saldo dan op bijstandsniveau), maar van een doorstroomval (een lager saldo dan op 120 procent). Bij de eenoudergezinnen met kinderen ontstaat een doorstroomval op 140 procent, die zich niet voordoet als de inkomensgrens voor kindregelingen op 120 procent ligt. Bij paren met kinderen was al een uitstroomval zichtbaar op 140 en 150 procent en deze blijft ook zichtbaar verschuiving van de inkomensgrens naar 130 procent. Tabel 6: Vergelijking saldo inkomsten min uitgaven bij een inkomensgrens van 130 procent en 120 procent

c. Eenoudergezin m et 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) 130 procent saldo na saldo na basispakket basispakket en participatie bijstand € 503 € 385 100% € 1.056 € 935 120% € 1.229 € 1.108 130% € 1.122 € 1.001 140% € 1.121 € 922 150% € 1.148 € 948 d. Eenoudergezin m et 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) saldo na saldo na basispakket basispakket en participatie bijstand € 323 € 182 100% € 781 € 641 120% € 878 € 738 130% € 774 € 634 140% € 714 € 484 150% € 742 € 512

f. Paar m et 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) saldo na saldo na basispakket basispakket en participatie bijstand € 363 € 201 100% € 387 € 224 120% € 491 € 326 130% € 374 € 209 140% € 376 € 113 150% € 411 € 149 g. Paar m et 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) saldo na saldo na basispakket basispakket en participatie bijstand € 207 € 22 100% € 230 € 46 120% € 335 € 150 130% € 222 € 37 140% € 173 € -120 150% € 212 € -82

€ € € € € €

saldo na basispakket 503 1.056 1.229 1.098 1.121 1.148

120 procent saldo na basispakket en participatie € 385 € 935 € 1.108 € 899 € 922 € 948

€ € € € € €

saldo na basispakket 323 781 878 692 714 742

120 procent saldo na basispakket en participatie € 182 € 641 € 738 € 461 € 484 € 512

€ € € € € €

saldo na basispakket 363 387 491 350 376 411

120 procent saldo na basispakket en participatie € 201 € 224 € 326 € 87 € 113 € 149

€ € € € € €

saldo na basispakket 207 230 335 139 173 212

120 procent saldo na basispakket en participatie € 22 € 46 € 150 € -155 € -120 € -82

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 31

Al met al lijkt het verhogen van de inkomensgrens van de kindregelingen niet de meest voor de hand liggende keuze, aangezien de meeste huishoudens geen tekort hebben bij een inkomen van 130 procent van de norm. Ook de armoedeval op 130 procent blijft bestaan, hoewel deze val wel “zachter” wordt en voor paren omslaat van een uitstroomval naar een doorstroomval. Beter kan de gemeente specifiek inzetten op de ondersteuning van paren met (oudere) kinderen. Dit huishouden krijgt met tekorten te maken vanaf het moment dat geen recht meer bestaat op de kindregelingen van de gemeente. In de huidige situatie is dat bij een inkomensniveau boven 120 procent; als de regelingen door zouden lopen tot 130 procent, ontstaat er een tekort vanaf 140 procent van de norm. Zoals aangegeven in paragraaf 6.1 zou de gemeente bijvoorbeeld de inkomensgrens van het minimabeleid voor paren kunnen verhogen zodat die meer in verhouding staat tot de grens voor alleenstaande ouders. Daarnaast is het verstandig om mensen goed te blijven informeren over de eindigheid van de tegemoetkomingen.

6.4 Voorwaarden voor rondkomen Zoals aan het begin van dit onderzoek is aangegeven zijn de resultaten van dit rapport onderhevig aan een drietal voorwaarden: 1. Men moet goed met geld kunnen omgaan; 2. Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft; 3. Er moeten geen hoge persoonlijk onvermijdbare uitgaven zijn. De conclusies van dit rapport moeten met die voorwaarden in het achterhoofd geïnterpreteerd worden. Kijkend naar de voorwaarden kan gesteld worden dat er heel veel verwacht wordt van huishoudens met een laag inkomen. Het is daarom goed dat de gemeente Amsterdam voorzieningen kent die hulp bieden als aan deze voorwaarden niet wordt voldaan. Dergelijke voorzieningen zijn zowel in de preventieve sfeer als in de curatieve sfeer. Er is ook een aantal regelingen uit het minimabeleid die hierop inspelen waarmee we in dit onderzoek geen rekening hebben gehouden, zoals bijvoorbeeld de woonkostentoeslag, de reiskostenvergoeding scholieren, de scholingslening en de passende huur. Deze regelingen zorgen ervoor dat als de aannames die voor dit onderzoek zijn gedaan niet met de werkelijkheid overeen komen, bijvoorbeeld als sprake is van een hogere huur, huishoudens toch nog de mogelijkheid hebben om rond te kunnen komen. De uitkomsten van dit onderzoek laten zien dat de meeste onderzochte huishoudens hun maandbegroting rond kunnen krijgen.

Dit is opvallend gelet op de sterk gedaalde koopkracht het afgelopen jaar. De maatregelen om de hoge energierekening te compenseren doen hier duidelijk hun werk. Zonder die maatregelen zouden een aantal onderzochte huishoudens niet rond kunnen komen. Dat geldt zeker voor huishoudens met hogere kosten dan waar we in dit onderzoek rekening mee hebben gehouden. Bijvoorbeeld huishoudens met een combinatie van een hogere huur en een onzuinige woning. Zij worden extra geraakt door de hoge energieprijzen terwijl de compensatie voor hen niet veel hoger is dan voor huishoudens met een energiezuinige woning.

32 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

7. Belangrijkste wijzigingen voor 2023 In de voorgaande hoofdstukken werd gekeken naar de bestedingsruimte van verschillende huishoudtypen in het jaar 2022. Voor het jaar 2023 staan een aantal veranderingen op de planning. Hieronder wordt toegelicht welke veranderingen in beleid, prijzen en lonen in 2023 een rol zullen spelen.

7.1 Beleid Het belastingtarief in de eerste belastingschijf daalt licht en bijna alle heffingskortingen stijgen. Ook de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget gaan omhoog. Voor de hoogste inkomens en de zelfstandigen daalt het aantal aftrekposten. Specifiek gaat het om de volgende veranderingen per 1 januari 2023: Tarief eerste belastingschijf daalt en heffingskortingen stijgen Het tarief voor de inkomstenbelasting in de eerste schijf daalt van 37,07 procent naar 36,93 procent. Huishoudens gaan dus minder belasting betalen. De algemene heffingskorting stijgt met € 182 naar € 3.070 euro. Het percentage waarmee deze wordt afgebouwd blijft nagenoeg gelijk. Vanaf een inkomen van € 22.660 wordt de algemene heffingskorting afgebouwd. De maximale arbeidskorting stijgt met € 792 naar € 5.052. Ook hier blijft het percentage waarmee deze wordt afgebouwd nagenoeg gelijk. Na de grens € 41.895 wordt de arbeidskorting afgebouwd. De inkomensafhankelijke combinatiekorting stijgt, met € 160 naar € 2.694. Vanaf 2023 kunnen de algemene heffingskorting, arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting niet meer uitbetaald worden aan de minstverdienende partner als die geboren is na 1962. Bij AOW-huishoudens kan dit nog wel. De ouderenkorting voor stellen stijgt met € 109 naar € 1.835 en de alleenstaande ouderenkorting stijgt met € 29 naar € 478.

De bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (bijdrage Zvw) voor gepensioneerden en zelfstandigen blijft nagenoeg gelijk. Deze maatregelen zijn direct merkbaar op de loonstrook of de betaalspecificatie van de uitkering of het aanvullend pensioen. Aftrekposten nadeliger voor hoogste inkomens en zzp’ers Het maximale tarief voor aftrekposten zoals de hypotheekrente, de ondernemersaftrek, de zorgkosten, etc., gaat omlaag naar het tarief van de eerste schijf (36,93 procent). De zelfstandigenaftrek wordt met € 1.278 verlaagd naar € 5.033. Weinig veranderingen voor woningeigenaren Het eigenwoningforfait daalt van 0,45 procent naar 0,35 procent De bijtelling bij geen of geringe eigenwoningschuld stijgt van 13,3 procent naar 16,67 procent. Deze maatregelen zijn merkbaar bij de belastingaangifte over 2023 in 2024, of via de voorlopige aanslag.

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 33

De toeslagen stijgen Het kindgebonden budget voor het eerste en het tweede kind stijgt met € 36 per maand. Vanaf het derde kind gaat het omhoog met € 44 per kind per maand. Het extra bedrag voor alleenstaande ouders (de alleenstaande ouderkop) stijgt met € 47 per maand. Ook de inkomensgrens voor het kindgebonden budget gaat omhoog. De kinderbijslag gaat per kwartaal met € 21 tot € 30 omhoog afhankelijk van de leeftijd van het kind. De huurtoeslag stijgt, omdat het deel van de huur wat huishoudens zelf moeten betalen, lager wordt. Ook gaat de maximale huurgrens met € 45 omhoog naar € 808. De zorgtoeslag gaat € 40 tot € 60 per maand omhoog, afhankelijk van het inkomen. Ook voor de zorgtoeslag geldt dat de inkomensgrens omhooggaat. Hierdoor krijgen meer mensen recht op zorgtoeslag. Financieel kwetsbare huishoudens (met een inkomen van maximaal 120 procent van de bijstandsnorm) ontvangen ook in 2023 de energietoeslag van € 1.300. Minimumloon en uitkeringen stijgen Het minimumloon gaat op 1 januari 2023 met 10 procent omhoog. Deze stijging komt boven op de reguliere indexatie. De uitkeringen die aan het minimumloon zijn gekoppeld, zoals de bijstand, de Wajong en de AOW, stijgen daardoor ook met 10 procent. Voor de netto bijstandsuitkering betekent dat een stijging van € 134 per maand voor gehuwden/samenwonenden en € 94 per maand voor alleenstaanden.

De aanvullende pensioenen worden voor het eerst in jaren weer geïndexeerd. Overige veranderingen Vanaf het schooljaar 2023-2024 hebben studenten weer recht op een basisbeurs. Vanwege de hoge inflatie wordt het bedrag voor uitwonende studenten extra verhoogd. Zij krijgen er elke maand € 165 bij. Er komt een prijsplafond om de stijging van de energierekening te compenseren. De collectiviteitskorting voor de basiszorgverzekering (maximaal 5 procent) verdwijnt per 1 januari. Voor de aanvullende zorgverzekering blijft de collectiviteitskorting wel bestaan. Huurders met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum en een huur boven de € 550 (prijspeil 2020) krijgen per 1 juli 2023 een verlaging tot dat bedrag. Hier hebben we in deze berekeningen nog geen rekening mee gehouden.

7.2 Prijzen Het overheidsbeleid is niet het enige dat verandert. In de koopkracht wordt ook rekening gehouden met prijsstijgingen. Dit zijn verwachtingen. Het is immers vooraf niet zeker hoe hoog de prijzen zullen stijgen. De premie voor de zorgverzekering De premie voor de basiszorgverzekering stijgt naar verwachting gemiddeld met € 11 per maand. De overige prijzen stijgen met 5,5 procent Het CPB verwacht dat de prijzen volgend jaar met gemiddeld 2,6 procent zullen stijgen. Dit is veel lager dan de prijsstijging zoals we die dit jaar zien. Of de inflatie daadwerkelijk zo zal uitpakken is erg onzeker. Er moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de prijzen ook volgend jaar nog sterk blijven stijgen.

34 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

Naast de verwachte stijging van 2,6 procent heeft het CPB ook een scenario uitgewerkt waarbij de prijzen met gemiddeld 5,5 procent stijgen. Dat is het geval wanneer de gasprijzen aanhoudend hoog blijven. Prijsplafond energie Inmiddels heeft het kabinet vanaf 1 januari 2023 een prijsplafond voor energie ingesteld. Voor gas wordt het maximale tarief € 1,45 per kuub tot een verbruik van 1.200 kuub. Voor elektriciteit wordt het maximale tarief verlaagd tot € 0,40 per kWh tot een verbruik van 2.900 kWh. Voor het energieverbruik boven het plafond betalen huishoudens en andere kleinverbruikers het tarief zoals opgenomen in het energiecontract. Voor november en december 2022 ontvangen huishoudens een vaste korting op de energierekening van € 190 per maand. Momenteel wordt er nog naar oplossingen gezocht voor huishoudens die niet in aanmerking komen voor het prijsplafond, bijvoorbeeld huishoudens met blok/stadsverwarming.

7.3 Lonen De meeste mensen die in loondienst werken, profiteren volgend jaar waarschijnlijk van de verhoging van het cao-loon. De verwachting van het CPB is dat de lonen volgend jaar gemiddeld met 3,7 procent zullen stijgen. Net als de prijsstijgingen is dit een gemiddelde. Niet iedereen krijgt evenveel, en ook niet direct vanaf de maand januari. Er zijn ook groepen waar het cao-loon niet stijgt. Zelfstandigen moeten zelf een tarief vaststellen.

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 35

Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Het Nibud gebruikt diverse bronnen voor de referentiecijfers. Hieronder volgt een korte verantwoording van keuzes en bronnen uitgesplitst naar het basispakket en de uitgaven voor sociale participatie. De bedragen in de begrotingen zijn de bedragen voor de periode vanaf juli 2022. De uitgavenpakketten worden in overleg met andere organisaties regelmatig aangepast. De prijzen van de pakketten worden elk jaar herijkt en zo nodig aangepast.

Basispakket Huur Er is gerekend met een huur van 535 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 580 euro voor meerpersoonshuishoudens. Energie Dit is 90 procent van de prijs van gemiddeld verbruik naar huishoudtype. Voor huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd geldt hierop een opslag van 10 procent. Daarbij hanteert het Nibud de prijs van het gemiddelde verbruik. Bij deze rapportage is uitgegaan van het prijspeil voor nieuwe contracten van mei 2022, waarbij rekening is gehouden met lagere energiebelastingen en BTW die per juli 2022 is ingevoerd. Lokale lasten Dit zijn de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verminderd met de eventuele kwijtschelding. Telefoon, televisie en internet Deze bedragen zijn gebaseerd op het bellen met een mobiele telefoon met een sim-only abonnement voor 100 tot 150 belminuten per maand met een databundel tot maximaal 500 MB, een basisabonnement voor internet en een basis digitaal televisie abonnement. We gaan er van uit dat iedereen in het huishouden van 12 jaar en ouder een eigen mobiele telefoon heeft. Zorgverzekeringen Dit betreft de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering inclusief een tandartsverzekering. Voor de basisverzekering wordt uitgegaan van een naturaverzekering. Voor huishoudens die voldoen aan de voorwaarden zijn de tarieven voor de collectieve basisverzekering en de aanvullende verzekering (incl.

tand) gehanteerd. Overige verzekeringen Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering, een inboedelverzekering en voor volwassenen in huishoudens onder de pensioengerechtigde leeftijd een uitvaartverzekering. Onderwijs Deze bedragen zijn gebaseerd op onderzoek van SEO, zoals gepubliceerd in de Schoolkostenmonitor 2018-2019. Het betreffen onder andere de vrijwillige ouderbijdrage, leermiddelen en gereedschappen, ICT-benodigdheden en kosten voor extra schoolactiviteiten.

36 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

Kinderopvang Dit zijn de kosten inclusief de landelijke vergoeding die wordt gegeven. Voor een alleenstaande ouder gaan we ervan uit dat er op bijstandsniveau gebruik wordt gemaakt van een dagdeel per week peuteropvang. Bij een hoger inkomen gaan we uit van 20 of 30 uur per week kinderopvang. Voor paren gaan we op elk inkomensniveau uit van een dagdeel per week peuteropvang. Vervoerskosten Voor ieder lid van het huishouden zijn dit de kosten van een fiets en de kosten voor stadsen streekvervoer met de bus. Hierbij is uitgegaan van een beperkte hoeveelheid vervoer per maand. Voor huishoudens met zorgkosten zijn de kosten van een fiets niet meegerekend maar gelden de kosten voor het collectieve vervoer (belbus). Uitgaven in verband met het verkrijgen of behouden van werk We houden rekening met werkgerelateerde kosten (vervoer, representatieve kleding). Hiervoor houden we een vast bedrag aan. Ouderen en huishoudens met extra zorgkosten hebben geen werkgerelateerde kosten. Kleding en schoenen Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor kleding. Het gaat hierbij net als bij alle andere uitgavenposten om een goedkoop pakket met nieuwe artikelen. De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Inventaris en onderhoud Bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inventaris en onderhoud.

De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en eigen onderzoek. Niet-vergoede ziektekosten In het basispakket zitten kosten die elk huishouden heeft. De kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, aspirines e.d. plus het bedrag dat een huishouden maximaal kwijt kan zijn aan het eigen risico van de zorgverzekering. Zelfzorgmiddelen In het basispakket zitten kosten die elk huishouden heeft. Deze kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, aspirines e.d. Voor AOW-gerechtigden is een hoger bedrag opgenomen dan voor jongere huishoudens. Voeding De bedragen zijn gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheden voor een gezonde voeding van het Voedingscentrum en de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Was- en schoonmaakmiddelen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibudonderzoek. Persoonlijke verzorging Er is uitgegaan van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. Diversen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon voor diverse uitgaven.

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 37

Pakket voor sociale participatie Het bedrag dat overblijft nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan, is bestemd voor vrije bestedingen, waaronder sociale participatie. Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. De uitgavenposten waar rekening mee is gehouden staan hieronder weergegeven evenals de richtbedragen voor deze uitgavenposten. Het gaat hierbij om een voorbeeld van een invulling van activiteiten. Bij vakanties/uitgaan kan ook gedacht worden aan andere activiteiten zoals het bezoeken van een museum of zwembad. Uitgaven aan sociale participatie, bedrag per maand € Contributies en abonnementen per kind 4 tot 12 jaar 12,50 per persoon vanaf 12 jaar 18,50 per huishouden 2,50 Bezoek ontvangen per persoon 9,50 per huishouden 12,50 Op bezoek gaan per persoon 6,50 Vakantie/uitgaan per persoon 19,00 per huishouden 25,50 Vervoer per kind 4 tot 12 jaar 2,50 per persoon vanaf 12 jaar 8,00 Bron: Hoff et al, SCP/Nibud, 2009, berekeningen Nibud, 2022

38 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 39

Bijlage 2 | Begrotingen In de volgende tabellen zijn de begrotingen van de verschillende voorbeeldhuishoudens opgenomen. Bovenaan staan de inkomsten en daaronder de uitgaven aan het basispakket en aan sociale participatie. Het basispakket is verdeeld in vaste lasten, reserveringsuitgaven en huishoudelijke uitgaven. In de begrotingen zijn landelijke en lokale inkomensondersteunende maatregelen van de gemeente verwerkt. De uitgavenposten waar lokale tegemoetkomingen tegenover staan zijn aangeduid. De bedragen worden weergegeven in hele euro’s, waardoor optellingen een euro te laag of te hoog kunnen lijken.

40 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

a. Alleenstaande bijstand

100%

120%

130%

140%

150%

1102 111 264 0 0 0 0 0 1477

1359 111 263 0 0 0 0 0 1733

1624 111 176 0 0 0 0 0 1911

1745 108 126 0 0 0 0 0 1979

1831 88 73 0 0 0 0 0 1992

1917 68 32 0 0 0 0 0 2017

VASTE LASTEN huur 535 energie 37 gas 16 •• elektriciteit 21 w ater 9 gemeentelijke heffingen 0 • waterschapsheffingen 0 • telefoon, televisie, internet 65 zorgverzekering 128 overige verzekeringen 22 onderw ijs 0 kinderopvang 0 contributies en abonnementen 2 vervoer 17 levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen * w erkgerelateerde kosten 0 totaal vaste lasten 816

535 37 16 •• 21 9 28 15 65 128 22 0 0 2 17 * 67 926

535 37 16 •• 21 9 28 15 65 128 22 0 0 2 17 * 67 926

535 145 124 21 9 28 15 65 162 22 0 0 2 17 * 67 1068

535 145 124 21 9 28 15 65 162 22 0 0 2 17 * 67 1068

535 145 124 21 9 28 15 65 162 22 0 0 2 17 * 67 1068

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

55 73 25 6 32 0 * 190

55 73 25 6 32 0 * 190

55 73 25 6 32 0 * 190

55 73 25 6 32 0 * 190

55 73 25 6 32 0 * 190

55 73 25 6 32 0 * 190

Huishoudelijke uitgaven voeding w as- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

237 7 21 0 * * 4 •• 269

237 7 21 0 * * 4 •• 269

237 7 21 0 * * 4 •• 269

237 7 21 0 * * 5 270

237 7 21 0 * * 5 270

237 7 21 0 * * 5 270

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1276

1385

1385

1528

1528

1528

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

201

349

527

451

464

489

SOCIALE PARTICIPATIE

71 ••

71 ••

71 ••

104

104

104

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

130

278

456

347

360

385

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkom sten

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kw ijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 41

b. Alleenstaande oudere AOW

100%

120%

130%

140%

150%

1327 111 266 0 0 0 0 0 1704

1327 111 266 0 0 0 0 0 1704

1546 111 247 0 0 0 0 0 1904

1650 111 199 0 0 0 0 0 1960

1749 103 147 0 0 0 0 0 1999

1848 84 90 0 0 0 0 0 2022

VASTE LASTEN huur 535 energie 53 gas 30 •• elektriciteit 23 w ater 10 gem eentelijke heffingen 0 • w aterschapsheffingen 0 • telefoon, televisie, internet 65 zorgverzekering 143 overige verzekeringen 13 onderw ijs 0 kinderopvang 0 contributies en abonnementen 2 vervoer 9 •• levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen * w erkgerelateerde kosten 0 totaal vaste lasten 830

535 53 30 •• 23 10 0 • 0 • 65 143 13 0 0 2 9 •• * 0 830

535 53 30 •• 23 10 28 15 65 143 13 0 0 2 9 •• * 0 873

535 161 138 23 10 28 15 65 162 13 0 0 2 15 * 0 1006

535 161 138 23 10 28 15 65 162 13 0 0 2 15 * 0 1006

535 161 138 23 10 28 15 65 162 13 0 0 2 15 * 0 1006

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

55 73 25 9 32 0 * 193

55 73 25 9 32 0 * 193

55 73 25 9 32 0 * 193

55 73 25 9 32 0 * 193

55 73 25 9 32 0 * 193

55 73 25 9 32 0 * 193

Huishoudelijke uitgaven voeding w as- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

236 7 20 0 * * 4 •• 267

236 7 20 0 * * 4 •• 267

236 7 20 0 * * 4 •• 267

236 7 20 0 * * 5 268

236 7 20 0 * * 5 268

236 7 20 0 * * 5 268

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1290

1290

1333

1467

1467

1467

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

414

414

572

493

532

555

SOCIALE PARTICIPATIE

71 ••

71 ••

71 ••

71 ••

104

104

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

343

343

501

422

428

451

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkom sten

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kw ijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

42 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

c. Eenoudergezin met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) bijstand INKOMSTEN netto loon/uitkering 1102 zorgtoeslag 111 huurtoeslag 294 kinderbijslag 166 kindgebonden budget 467 kinderopvangtoeslag 0 voorlopige aanslag 0 forfaitaire vergoeding 0 totaal inkom sten 2140

100%

120%

130%

140%

150%

1688 111 294 166 467 707 124 0 3557

1917 68 226 166 446 707 199 0 3730

2025 44 181 166 434 1061 211 0 4122

2133 19 133 166 422 1061 211 0 4145

2241 0 84 166 409 1061 211 0 4172

VASTE LASTEN huur 580 energie 126 gas 58 •• elektriciteit 68 w ater 17 gem eentelijke heffingen 0 • w aterschapsheffingen 0 • telefoon, televisie, internet 65 zorgverzekering 143 overige verzekeringen 28 onderw ijs 0 •• kinderopvang 0 contributies en abonnementen 2 vervoer 27 levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen * w erkgerelateerde kosten 0 totaal vaste lasten 989

580 126 58 •• 68 17 37 25 65 143 28 0 •• 737 2 27 * 67 1853

580 126 58 •• 68 17 37 25 65 143 28 0 •• 737 2 27 * 67 1853

580 235 167 68 17 37 25 65 162 28 10 1105 2 27 * 67 2360

580 235 167 68 17 37 25 65 162 28 10 1105 2 27 * 67 2360

580 235 167 68 17 37 25 65 162 28 10 1105 2 27 * 67 2360

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

96 •• 90 25 6 32 0 * 249

96 •• 90 25 6 32 0 * 249

96 •• 90 25 6 32 0 * 249

109 90 25 6 32 0 * 262

109 90 25 6 32 0 * 262

109 90 25 6 32 0 * 262

Huishoudelijke uitgaven voeding w as- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

332 11 49 0 * * 7 •• 399

332 11 49 0 * * 7 •• 399

332 11 49 0 * * 7 •• 399

332 11 49 0 * * 10 402

332 11 49 0 * * 10 402

332 11 49 0 * * 10 402

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1636

2501

2501

3024

3024

3024

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

503

1056

1229

1098

1121

1148

SOCIALE PARTICIPATIE

118 ••

121 ••

121 ••

200

200

200

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

385

935

1108

899

922

948

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kw ijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 43

d. Eenoudergezin met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) bijstand INKOMSTEN netto loon/uitkering 1102 zorgtoeslag 111 huurtoeslag 294 kinderbijslag 237 kindgebonden budget 525 kinderopvangtoeslag 0 voorlopige aanslag 0 forfaitaire vergoeding 0 totaal inkom sten 2269

100%

120%

130%

140%

150%

1688 111 294 237 525 0 0 0 2855

1917 68 226 237 504 0 0 0 2952

2025 44 181 237 492 0 0 0 2979

2133 19 133 237 480 0 0 0 3002

2241 0 84 237 468 0 0 0 3030

VASTE LASTEN huur 580 energie 126 gas 58 •• elektriciteit 68 w ater 17 gemeentelijke heffingen 0 • w aterschapsheffingen 0 • telefoon, televisie, internet 75 zorgverzekering 143 overige verzekeringen 28 onderw ijs 32 •• kinderopvang 0 contributies en abonnem enten 2 vervoer 52 levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen * w erkgerelateerde kosten 0 totaal vaste lasten 1056

580 126 58 •• 68 17 37 25 75 143 28 32 •• 0 2 52 * 67 1184

580 126 58 •• 68 17 37 25 75 143 28 32 •• 0 2 52 * 67 1184

580 235 167 68 17 37 25 75 162 28 99 0 2 52 * 67 1379

580 235 167 68 17 37 25 75 162 28 99 0 2 52 * 67 1379

580 235 167 68 17 37 25 75 162 28 99 0 2 52 * 67 1379

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

130 •• 99 25 6 32 0 * 292

130 •• 99 25 6 32 0 * 292

130 •• 99 25 6 32 0 * 292

146 99 25 6 32 0 * 307

146 99 25 6 32 0 * 307

146 99 25 6 32 0 * 307

Huishoudelijke uitgaven voeding w as- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

517 11 63 0 * * 7 •• 598

517 11 63 0 * * 7 •• 598

517 11 63 0 * * 7 •• 598

517 11 63 0 * * 10 601

517 11 63 0 * * 10 601

517 11 63 0 * * 10 601

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1946

2074

2074

2288

2288

2288

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

323

781

878

692

714

742

SOCIALE PARTICIPATIE

140 ••

140 ••

140 ••

230

230

230

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

182

641

738

461

484

512

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kw ijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

44 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

e. Paar zonder kinderen bijstand

100%

120%

130%

140%

150%

1574 212 294 0 0 0 0 0 2080

1726 212 294 0 0 0 0 0 2232

1951 166 219 0 0 0 0 0 2336

2060 141 173 0 0 0 0 0 2374

2170 116 123 0 0 0 0 0 2409

2279 91 77 0 0 0 0 0 2447

VASTE LASTEN huur 580 energie 67 gas 16 •• elektriciteit 51 w ater 14 gem eentelijke heffingen 0 • w aterschapsheffingen 0 • telefoon, televisie, internet 75 zorgverzekering 256 overige verzekeringen 35 onderw ijs 0 kinderopvang 0 contributies en abonnementen 8 vervoer 35 levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen * w erkgerelateerde kosten 0 totaal vaste lasten 1069

580 67 16 •• 51 14 37 25 75 256 35 0 0 8 35 * 67 1197

580 67 16 •• 51 14 37 25 75 256 35 0 0 8 35 * 67 1197

580 175 124 51 14 37 25 75 324 35 0 0 8 35 * 67 1374

580 175 124 51 14 37 25 75 324 35 0 0 8 35 * 67 1374

580 175 124 51 14 37 25 75 324 35 0 0 8 35 * 67 1374

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

109 86 25 10 64 0 * 294

109 86 25 10 64 0 * 294

109 86 25 10 64 0 * 294

109 86 25 10 64 0 * 294

109 86 25 10 64 0 * 294

109 86 25 10 64 0 * 294

Huishoudelijke uitgaven voeding w as- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

431 9 42 0 * * 6 •• 487

431 9 42 0 * * 6 •• 487

431 9 42 0 * * 6 •• 487

431 9 42 0 * * 8 489

431 9 42 0 * * 8 489

431 9 42 0 * * 8 489

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1851

1979

1979

2157

2157

2157

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

229

253

357

217

252

290

SOCIALE PARTICIPATIE

115 ••

115 ••

115 ••

167

167

167

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

114

138

242

50

85

123

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkom sten

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kw ijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 45

f. Paar met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) bijstand

100%

120%

130%

140%

150%

1574 212 294 166 193 0 0 0 2439

1726 212 294 166 193 0 0 0 2591

1951 166 219 166 193 0 0 0 2695

2060 141 173 166 193 0 0 0 2733

2170 116 123 166 193 0 0 0 2768

2279 91 77 166 193 0 0 0 2806

VASTE LASTEN huur 580 energie 143 gas 58 •• elektriciteit 85 w ater 20 gem eentelijke heffingen 0 • w aterschapsheffingen 0 • telefoon, televisie, internet 75 zorgverzekering 285 overige verzekeringen 39 onderw ijs 0 •• kinderopvang 0 contributies en abonnementen 8 vervoer 44 levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen * w erkgerelateerde kosten 0 totaal vaste lasten 1194

580 143 58 •• 85 20 37 25 75 285 39 0 •• 0 8 44 * 67 1322

580 143 58 •• 85 20 37 25 75 285 39 0 •• 0 8 44 * 67 1322

580 252 167 85 20 37 25 75 324 39 10 5 8 44 * 67 1485

580 252 167 85 20 37 25 75 324 39 10 13 8 44 * 67 1493

580 252 167 85 20 37 25 75 324 39 10 16 8 44 * 67 1496

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

144 •• 106 25 10 64 0 * 349

144 •• 106 25 10 64 0 * 349

144 •• 106 25 10 64 0 * 349

157 106 25 10 64 0 * 362

157 106 25 10 64 0 * 362

157 106 25 10 64 0 * 362

Huishoudelijke uitgaven voeding w as- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

441 12 70 0 * * 9 •• 533

441 12 70 0 * * 9 •• 533

441 12 70 0 * * 9 •• 533

441 12 70 0 * * 13 537

441 12 70 0 * * 13 537

441 12 70 0 * * 13 537

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

2076

2204

2204

2384

2392

2395

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

363

387

491

350

376

411

SOCIALE PARTICIPATIE

162 ••

162 ••

165 ••

263

263

263

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

201

224

326

87

113

149

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkom sten

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kw ijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

46 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

g. Paar met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) bijstand

100%

120%

130%

140%

150%

1574 212 294 237 252 0 0 0 2569

1726 212 294 237 252 0 0 0 2721

1951 166 219 237 252 0 0 0 2825

2060 141 173 237 252 0 0 0 2863

2170 116 123 237 252 0 0 0 2898

2279 91 77 237 252 0 0 0 2936

VASTE LASTEN huur 580 energie 143 gas 58 •• elektriciteit 85 w ater 20 gemeentelijke heffingen 0 • w aterschapsheffingen 0 • telefoon, televisie, internet 85 zorgverzekering 285 overige verzekeringen 39 onderw ijs 32 •• kinderopvang 0 contributies en abonnem enten 8 vervoer 70 levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen * w erkgerelateerde kosten 0 totaal vaste lasten 1261

580 143 58 •• 85 20 37 25 85 285 39 32 •• 0 8 70 * 67 1390

580 143 58 •• 85 20 37 25 85 285 39 32 •• 0 8 70 * 67 1390

580 252 167 85 20 37 25 85 324 39 99 0 8 70 * 67 1604

580 252 167 85 20 37 25 85 324 39 99 0 8 70 * 67 1604

580 252 167 85 20 37 25 85 324 39 99 0 8 70 * 67 1604

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

179 •• 114 25 10 64 0 * 392

179 •• 114 25 10 64 0 * 392

179 •• 114 25 10 64 0 * 392

194 114 25 10 64 0 * 407

194 114 25 10 64 0 * 407

194 114 25 10 64 0 * 407

Huishoudelijke uitgaven voeding w as- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

603 12 85 0 * * 9 •• 709

603 12 85 0 * * 9 •• 709

603 12 85 0 * * 9 •• 709

603 12 85 0 * * 13 713

603 12 85 0 * * 13 713

603 12 85 0 * * 13 713

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

2362

2491

2491

2725

2725

2725

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

207

230

335

139

173

212

SOCIALE PARTICIPATIE

185 ••

185 ••

185 ••

293

293

293

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

22

46

150

-155

-120

-82

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkom sten

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kw ijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 47

Bijlage 3 | Uitgebreid overzicht van de resultaten Toelichting bij de tabel: • De eerste twee kolommen (zwart) geven het netto inkomen weer en het verschil in netto inkomen tussen twee opeenvolgende inkomensniveaus. • De volgende drie kolommen (blauw) hebben betrekking op het saldo na invulling van de noodzakelijke uitgaven in het basispakket. Hierbij is ook het verschil in het saldo tussen twee opeenvolgende inkomensniveaus weergegeven. En het verschil in bestedingsruimte op 100, 120, 130, 140 en 150 procent ten opzichte van de bestedingsruimte op bijstandsniveau. • De laatste drie kolommen (groen) hebben betrekking op het saldo na invulling van de uitgaven uit het basispakket en het pakket voor sociale participatie. Ook hier zijn de verschillen weergegeven. • Een negatief saldo op de maandbegroting is in rood weergegeven. • Indien een hoger inkomen leidt tot minder bestedingsruimte (de zogenoemde armoedeval) dan is dit bij het betreffende inkomensniveau aangegeven met een rood pijltje:

48 | Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022

inkomen

%

netto inkomen

na basispakket

na basispakket en participatie

verschil met voorgaande inkomenscategorie

verschil met voorgaande inkomenscategorie

toename netto inkomen

toename t.o.v. 100%

€ € € € €

257 178 67 13 25

€ € € € €

257 435 502 515 541

€ € € € € €

201 349 527 451 464 489

€ € € € €

147 178 -76 13 25

€ 147 € 325 € 249 € 263 € 288

€ € € € € €

130 278 456 347 360 385

€ € € € €

147 178 -109 13 25

€ 147 € 325 € 216 € 230 € 255

-0 200 55 39 23

€ € € € €

-0 200 256 295 318

€ € € € € €

414 414 572 493 532 555

€ € € € €

-0 158 -79 39 23

€ -0 € 158 € 79 € 118 € 141

€ € € € € €

343 343 501 422 428 451

€ € € € €

-0 158 -79 6 23

€ -0 € 158 € 79 € 85 € 108

€ € € € €

553 172 -130 23 27

€ 553 € 725 € 595 € 618 € 645

€ 385 € 935 € 1.108 € 899 € 922 € 948

€ € € € €

550 172 -209 23 27

€ 550 € 723 € 514 € 536 € 563

saldo

verschil met 100%

saldo

verschil met 100%

a. Alleenstaande bijstand 100% 120% 130% 140% 150%

€ € € € € €

1.477 1.733 1.911 1.979 1.992 2.017

b. Alleenstaande oudere AOW 100% 120% 130% 140% 150%

€ € € € € €

1.704 1.704 1.904 1.960 1.999 2.022

€ € € € €

c. Eenoudergezin m et 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) bijstand 100% 120% 130% 140% 150%

€ € € € € €

2.140 3.557 3.730 4.122 4.145 4.172

€ 503 € 1.418 € 1.418 € 1.056 € 172 € 1.590 € 1.229 € 392 € 1.982 € 1.098 € 23 € 2.005 € 1.121 € 27 € 2.032 € 1.148

d. Eenoudergezin m et 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) bijstand 100% 120% 130% 140% 150%

€ € € € € €

2.269 2.855 2.952 2.979 3.002 3.030

€ € € € €

587 97 27 23 28

€ € € € €

587 684 710 733 761

€ € € € € €

323 781 878 692 714 742

€ € € € €

459 97 -187 23 28

€ 459 € 556 € 369 € 392 € 419

€ € € € € €

182 641 738 461 484 512

€ € € € €

459 97 -277 23 28

€ 459 € 556 € 279 € 302 € 330

152 104 38 34 38

€ € € € €

152 256 294 329 367

€ € € € € €

229 253 357 217 252 290

€ € € € €

24 104 -140 34 38

€ 24 € 128 € -12 € 22 € 61

€ € € € € €

114 138 242 50 85 123

€ € € € €

24 104 -192 34 38

€ 24 € 128 € -64 € -30 € 9

€ € € € € €

363 387 491 350 376 411

€ € € € €

24 104 -141 26 36

€ 24 € 128 € -13 € 13 € 48

€ € € € € €

201 224 326 87 113 149

€ € € € €

24 102 -239 26 36

€ 24 € 126 € -114 € -88 € -52

207 230 335 139 173 212

€ € € € €

24 104 -196 34 38

€ 24 € 128 € -68 € -33 € 5

€ € € € € €

22 46 150 -155 -120 -82

€ € € € €

24 104 -305 34 38

€ 24 € 128 € -177 € -142 € -104

e. Paar zonder kinderen bijstand 100% 120% 130% 140% 150%

€ € € € € €

2.080 2.232 2.336 2.374 2.409 2.447

€ € € € €

f. Paar m et 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) bijstand 100% 120% 130% 140% 150%

€ € € € € €

2.439 2.591 2.695 2.733 2.768 2.806

€ € € € €

152 104 38 34 38

€ € € € €

152 256 294 329 367

g. Paar m et 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) bijstand 100% 120% 130% 140% 150%

€ € € € € €

2.569 2.721 2.825 2.863 2.898 2.936

€ € € € €

152 104 38 34 38

€ € € € €

152 256 294 329 367

€ € € € € €

Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022| 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12361301/1