CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

De Beleidsonderzoekers - Eindrapport Evaluatie Sociaal werkkoepel

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 18 januari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Evaluatie Sociaal Werkkoepel Nr. VN2022-04329813.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ervaren knelpunten De betrokkenen binnen de gemeente benoemen een paar knelpunten in het functioneren van de Sociaal Werkkoepel: •

Onvoldoende zichtbaarheid rol Sociaal Werkkoepel De Sociaal Werkkoepel zou zich intern en extern beter kunnen profileren. De rol van de Sociaal Werkkoepel is niet altijd goed zichtbaar. Door de faciliterende rol worden successen niet altijd door de Sociaal Werkkoepel naar buiten gebracht, maar door de andere partijen die zij verbinden en ondersteunen. Voor het kunnen voortzetten van de Sociaal Werkkoepel is het van belang dat deze rol wel gezien en benoemd wordt, om twijfels over het nut van de Sociaal Werkkoepel te voorkomen.

•

Positionering binnen de gemeente De Sociaal Werkkoepel is binnen de gemeente Amsterdam gepositioneerd als aparte eenheid binnen de afdeling Werk. Dit maakt het mogelijk enigszins onafhankelijk te opereren binnen de gemeente. Tegelijkertijd is er sprake van enige overlap met taken van andere afdelingen en van onduidelijkheid over de positionering en afbakening van de rol. De reorganisatie van WPI speelt ook een rol in deze onduidelijkheid. De overlap met andere afdelingen leidt soms tot onderlinge frictie. Ten dele zijn hierover gaandeweg goede werkafspraken gemaakt en is er inmiddels tevredenheid over de samenwerking. Op sommige punten is er nog steeds sprake van ongewenste overlap of onduidelijkheid.

•

Passiviteit van het netwerk De werkgevers in het netwerk kijken vooral naar de gemeente. De werkgevers zouden een actievere rol kunnen vervullen en meer met eigen initiatieven kunnen komen. Dat gebeurt nog te weinig. Deelname aan het netwerk is laagdrempelig doordat er geen kosten verbonden zijn aan deelname, maar dit kan ook tot gevolg hebben dat het als vrijblijvend wordt ervaren.

32

Wensen en verbetersuggesties Naast de benoemde knelpunten, hebben de betrokkenen enkele wensen en verbetersuggesties voor de toekomst: •

Meer strategische rol In de contacten met werkgevers wordt door de Sociaal Werkkoepel op dit moment vooral aandacht besteed aan praktische problemen voor werkgevers. Mogelijk kan ook een meer strategisch gesprek met werkgevers plaatsvinden over de gezamenlijke belangen en ieders inbreng bij het realiseren van de gezamenlijke doelen. Ook binnen de gemeente zou de Sociaal Werkkoepel volgens één van de respondenten nog meer een strategische rol kunnen vervullen. De kennis van het systeem binnen de gemeente kan worden ingezet om meer strategisch invloed uit te oefenen op beleid dat relevant is voor het sociaal werk.

•

Uitbreiding van het netwerk Verschillende respondenten vragen zich af welke partijen/ werkgevers nog niet worden bereikt met het netwerk (zoals bepaalde gebieden in de stad of bepaalde doelgroepen), en wat er nog meer mogelijk is. Over het algemeen vinden betrokkenen het wenselijk dat het netwerk wordt uitgebreid met meer (reguliere) werkgevers.

Andere wensen en verbeterpunten zijn: •

Meer focus op kennissessies, in aanvulling op het netwerken.

•

Uitbreiden van het aanbod met bijvoorbeeld online leergangen en seminars.

•

Meer zichtbare innovaties.

Conclusie De Sociaal Werkkoepel helpt bij het ontwikkelen van het beleid door inbreng van kennis van de praktijk door de contacten met werkgevers en maatschappelijke organisaties. Daardoor is het mogelijk gericht knelpunten voor werkgevers aan te pakken. Het programmateam kent de gemeente en kan daardoor de vertaalslag maken van het veld naar de gemeente en vice versa. Daarnaast heeft de Sociaal Werkkoepel een ambassadeursrol voor sociaal werk binnen de gemeente. Door de focus op sociaal werk en het brede netwerk kan het programmateam aandacht blijven vragen voor deze doelgroep, over domeinen en afdelingen heen.

4.3

Maatschappelijke organisaties Toegevoegde waarde De samenwerking met maatschappelijke organisaties richt zich vooral op het bevorderen van de instroom in sociaal werk (uit zorg en onderwijs). De vijf maatschappelijke organisaties die voor deze evaluatie zijn geïnterviewd zijn dan ook zorg- en onderwijsorganisaties (zie bijlage 1), en daarnaast netwerkorganisatie De Omslag20. De maatschappelijke organisaties hebben periodiek overleg met een projectmanager van de Sociaal Werkkoepel en sommigen werken samen met

De Omslag ondersteunt en verbindt organisaties die zich bezighouden met maatschappelijke participatie van mensen in kwetsbare posities in de samenleving. Het netwerk van De Omslag bestaat uit organisaties in de geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang, verslavingszorg, gehandicaptenzorg, welzijn, verpleging en verzorging, en onderwijs. Daarnaast heeft De Omslag een netwerk van sociale ondernemers.

20

33

de Sociaal Werkkoepel aan vernieuwende projecten. Het gaat bijvoorbeeld om de eerder benoemde projecten ‘mbo praktijkleren met praktijkverklaring’ en de oriëntatiestage. De maatschappelijke organisaties zien de volgende meerwaarde van de Sociaal Werkkoepel: Het stimuleren van verbindingen tussen organisaties over domeinen heen De maatschappelijke organisaties waarderen het brede netwerk van de Sociaal Werkkoepel, waardoor (meer) verbindingen over domeinen heen worden gemaakt. De respondenten geven aan dat zij via de Sociaal Werkkoepel nieuwe contacten hebben gekregen. Verbindingen tussen organisaties worden door de Sociaal Werkkoepel gestimuleerd en gefaciliteerd.

“Dat ik ondersteuning krijg bij mijn eigen ideeën, dat ze het breder trekken en de juiste partners vinden.”

“De werkzaamheden van de Sociaal Werkkoepel zijn niet per se essentieel, maar het helpt enorm als je aan elkaar gelinkt wordt.” De rol als vraagbaak en meedenker De Sociaal Werkkoepel heeft vooral ook een meerwaarde voor de maatschappelijke organisaties in het adviseren en meedenken over zowel projecten als de doorstroom van individuele kandidaten. Net als de werkgevers waarderen de maatschappelijke organisaties de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de Sociaal Werkkoepel, alsmede de bereidheid om mee te denken en de expertise. Specifiek noemt één van de respondenten de meerwaarde van een ‘helikopterview’ en ‘out of the box denken’. Ook de kennis over financieringsmogelijkheden is genoemd als meerwaarde.

“Als ik een beroep op de Sociaal Werkkoepel doe, denken ze altijd mee, ook als ze niet een pasklaar antwoord hebben. Ze kunnen goed over grenzen heen denken en geven goede tips.” “Ze zijn altijd bereikbaar en bereid om mee te denken.” “Als ik een vraag heb, bel ik ze gewoon.” Het aanjagen van projecten De maatschappelijke organisaties waarderen ook de aanjagende rol van de Sociaal Werkkoepel. Het versnellen en versterken van initiatieven en het vasthouden van de aandacht bij alle partijen. De maatschappelijke organisaties hebben vaak een andere doelstelling en focus, waardoor het voor hen lastig kan zijn de aandacht op deze specifieke doelgroep te richten en vast te houden. De aanjagende rol van de Sociaal Werkkoepel helpt daarbij. Als kanttekening hierbij is door een respondent genoemd dat het vooral om de inzet van de medewerkers gaat, en deze mogelijk ook op een andere manier kan worden georganiseerd.

34

“Zonder de Sociaal Werkkoepel gaat het niet los komen. Als je mensen met een beperking naar de arbeidsmarkt wilt helpen, moet je daar iets voor doen. Dat kost veel tijd en energie. Het is fantastisch om daar mensen op in te zetten.” “Ze zijn echt de aanjager op dit gebied, ze proberen te versnellen en versterken om mensen aan het werk te helpen.”

Signaleren en agenderen van knelpunten De maatschappelijke partners benoemen dat de Sociaal Werkkoepel een rol vervult in het signaleren van knelpunten in de praktijk en het agenderen van deze knelpunten binnen de gemeente Amsterdam. Eén van de respondenten noemt het een ‘schakelpunt’ tussen alle betrokkenen.

“Door continu in gesprek te zijn met allerlei partijen en de gemeente krijgen ze in beeld: wat speelt er, wat zijn knelpunten?” “Ze kennen alle partijen binnen de gemeente en staan met de voeten in het netwerk. Ze kennen de geluiden van ondernemers en kunnen dat meenemen binnen de gemeente Amsterdam.” Het geven van een bredere bekendheid aan bestaande initiatieven Enkele respondenten benoemen dat de Sociaal Werkkoepel kan helpen bij het geven van meer bekendheid aan initiatieven voor de doelgroep. Zowel binnen Amsterdam als daarbuiten. De maatschappelijke organisaties geven daar zelf weinig aandacht aan.

Ervaren knelpunten De maatschappelijke partners zien een aantal knelpunten of verbeterpunten: •

Overlap met De Omslag De maatschappelijke organisaties ervaren een overlap tussen het netwerk van de Sociaal Werkkoepel en het netwerk van De Omslag. Ze vragen zich af in hoeverre het werk van de Sociaal Werkkoepel voldoende onderscheidend is en of er niet teveel dubbeling in de activiteiten zit. De meerwaarde zit, aldus één van de respondenten, vooral in de verbinding met de gemeente en de regierol van de gemeente.

•

Passiviteit van het netwerk Enkele respondenten betwijfelen of de Sociaal Werkkoepel een netwerk is waar iedereen zich eigenaar van voelt.

35

“Ik had aanvankelijk verwacht nog meer te voelen dat we met zijn allen onder dezelfde paraplu zitten, dat het echt een koepel is.” Andere wensen van maatschappelijke organisaties zijn: •

Het onderzoeken van verdere mogelijkheden voor samenwerking, door middel van een ‘benen op tafel sessie’.

•

Meer zichtbaarheid geven aan wat de Sociaal Werkkoepel doet, intern en extern.

•

Meer zeggenschap bij de Sociaal Werkkoepel, zodat meer resultaten kunnen worden behaald.

Conclusie De maatschappelijke organisaties voelen zich ondersteund door de Sociaal Werkkoepel bij het initiëren en realiseren van vernieuwende initiatieven om de instroom en doorstroom van de doelgroep te verbeteren. Deze initiatieven waren anders wellicht niet of minder snel gerealiseerd. De Sociaal Werkkoepel helpt hierin vooral door het bij elkaar brengen van partijen, het meedenken en adviseren, de aanjagende rol en het geven van een bredere bekendheid aan initiatieven. Daarnaast ondersteunt de Sociaal Werkkoepel ook door het meedenken over mogelijkheden voor individuele leerlingen/cliënten. De expertise en betrokkenheid van de projectmanagers wordt daarin gewaardeerd.

36

37

Conclusies

Op basis van de verzamelde informatie over de opdracht en werkwijze van de Sociaal Werkkoepel en de ervaringen van stakeholders, beschrijven we in dit hoofdstuk de conclusies over het functioneren van de Sociaal Werkkoepel, de toegevoegde waarde en aandachtspunten.

5.1

Functioneren Sociaal Werkkoepel Als we kijken naar het functioneren van de Sociaal Werkkoepel, staan de volgende twee elementen centraal: •

De kwaliteit van het netwerk

•

De kwaliteit van het programmateam

Kwaliteit van het netwerk Uit de gesprekken met de netwerkpartners kunnen we concluderen dat het netwerk vrij goed functioneert. De betrokkenen zijn van mening dat de relevante partijen op het gebied van sociaal werk zijn aangesloten. De activiteiten van de Sociaal Werkkoepel worden door de netwerkpartners vaak bezocht en positief beoordeeld. Ook kunnen we constateren dat, alhoewel netwerkpartners zeggen dat er onduidelijkheid is over de taakverdeling binnen de gemeente, de rol van de Sociaal Werkkoepel als verbinder, aanjager en vraagbaak bij hen goed

bekend is. De onduidelijkheid leidt in veel gevallen dan ook niet tot concrete problemen, aangezien netwerkpartners waar nodig worden doorverwezen naar de juiste contactpersonen. Een aandachtspunt is dat het netwerk geen duidelijke toegevoegde waarde heeft voor sommige partijen met veel ervaring (en connecties) in het sociaal werk. Ook signaleren diverse betrokkenen dat het netwerk vrij passief is, en het initiatief bij de gemeente blijft liggen. Een verdere uitbreiding van het netwerk met (meer) reguliere werkgevers is volgens betrokkenen ook wenselijk.

Kwaliteit van het programmateam Bij de netwerkpartners is er erkenning en waardering voor de kennis en kunde van het programmateam. Daarnaast is er veel waardering voor de toegankelijkheid, bereikbaarheid en de snelheid van handelen (het ‘aanpakken’). Ook ervaart men dat het programmateam volhoudend is, en doorgaat tot het resultaat is bereikt. De inbreng van het programmateam bij overlegstructuren wordt gewaardeerd en diverse netwerkpartners (binnen de gemeente en maatschappelijke organisaties) betrekken hen dan ook graag bij initiatieven en overleggen die gerelateerd zijn aan sociaal werk.

5.2

Toegevoegde waarde De netwerkpartners zien over het algemeen een toegevoegde waarde van de Sociaal Werkkoepel, al wordt daarbij door sommigen als kanttekening geplaatst dat het wellicht niet per se in de vorm van de Sociaal Werkkoepel hoeft. Men vindt het vooral belangrijk dat er aandacht is voor sociaal werk en dat er bij de gemeente medewerkers zijn die zich specifiek daarvoor kunnen inzetten. Op basis van deze evaluatie kunnen we concluderen dat de belangrijkste toegevoegde waarde van de Sociaal Werkkoepel (ten opzichte van de reeds bestaande structuren) zit in (de combinatie van) de volgende vier kenmerken: 5.

Positie binnen de gemeente, met de blik naar buiten gericht

Doordat de projectmanagers werkzaam zijn bij de gemeente Amsterdam, en ook ruime werkervaring hebben binnen de gemeente, kennen zij de gemeentelijke organisatie goed. Dat stelt hen in staat de weg te vinden binnen deze grote, complexe organisatie. Daardoor kunnen zij werkgevers en maatschappelijke organisaties in contact brengen met de voor hen relevante contactpersonen binnen de gemeente. En daarnaast de knelpunten die werkgevers en maatschappelijke organisaties ervaren agenderen binnen de relevante afdelingen van de gemeente. De sterke verbinding met de gemeentelijke organisatie is ook een belangrijk onderscheidend element ten opzichte van het netwerk van De Omslag. Voor medewerkers van de gemeente is de kennis van de praktijk bij werkgevers en maatschappelijke organisaties een waardevolle inbreng bij het formuleren van het gemeentelijk beleid. Door met veel partijen in gesprek te zijn, kan het programmateam knelpunten signaleren en agenderen. 6.

Verbinder over domeinen heen

Het programmateam heeft contacten in de verschillende domeinen die van belang zijn voor de instroom in het sociaal werk, zoals zorg en onderwijs. Zowel binnen de gemeente als daarbuiten.

39

Uit de evaluatie blijkt dat het de Sociaal Werkkoepel bijdraagt aan het leggen van (nieuwe) contacten tussen netwerkpartners in deze domeinen en tussen afdelingen binnen de gemeente. De netwerkpartners zijn van mening dat het programmateam er goed in slaagt de relevante partijen bij elkaar te brengen, en de samenwerking op het gebied van sociaal werk aanjaagt. Het is te verwachten dat dit bijdraagt aan een verbetering van de ketensamenwerking. 7.

Ambassadeur voor sociaal werk

Zowel binnen als buiten de gemeente wordt het als meerwaarde ervaren dat het programmateam een focus heeft op sociaal werk. Veel netwerkpartners binnen en buiten de gemeente hebben andere primaire doelen en/of een bredere doelgroep. Daarmee bestaat het risico dat de doelgroep van sociaal werk onvoldoende aandacht krijgt. Terwijl het organiseren van werk voor deze doelgroep volgens betrokkenen blijvende aandacht vraagt. Door de blijvende focus op sociaal werk vervult het programmateam binnen en buiten de gemeente een ambassadeursrol, door alle partijen aan te spreken op hun rol en hen te motiveren om meer te doen voor deze doelgroep. 8.

Laagdrempelig en toegankelijk voor werkgevers en maatschappelijke organisaties

De Sociaal Werkkoepel slaagt erin toegankelijk en laagdrempelig te zijn voor werkgevers en maatschappelijke organisaties, door goed bereikbaar te zijn en snel te handelen. De projectmanagers hebben de ruimte om flexibel in te spelen op de vragen en behoeftes van de netwerkpartners, en met hen mee te denken. Door de ruime kennis en ervaring van het programmateam en de contacten in verschillende domeinen (binnen en buiten de gemeente) kunnen zij goed meedenken over de vraagstukken van de netwerkpartners en met vernieuwende ideeën komen of partijen met elkaar in verbinding te brengen die elkaar verder kunnen helpen. Die inbreng wordt doorgaans goed gewaardeerd. De persoonlijke aandacht van de Sociaal Werkkoepel is voor werkgevers een belangrijke toegevoegde waarde.

We concluderen dan ook dat de Sociaal Werkkoepel er in slaagt om ervaren knelpunten binnen de gemeentelijke organisatie (zoals intern gericht, hokjes-denken, onvoldoende meedenkend/flexibel) voor netwerkpartners in het sociaal werk te verminderen. De mate waarin dit daadwerkelijk leidt tot extra arbeidsplaatsen, instroom of doorstroom is niet vast te stellen. Wel is te constateren dat er sprake is van een verbetering van de randvoorwaarden voor de netwerkpartners om hun rol te vervullen bij het realiseren van banen in het sociaal werk. Daarmee kan worden verondersteld dat de activiteiten van de Sociaal Werkkoepel hebben bijgedragen aan de behaalde resultaten.

40

5.3

Aandachtspunten We zien de volgende aandachtspunten voor het functioneren en de toekomst van de Sociaal Werkkoepel: 1.

Het netwerk is passief

In het uitvoeringsbesluit Sociaal werk is aangegeven dat de samenwerking in de koepel in de ontwikkelfase geregisseerd zou worden vanuit een gemeentelijk programmabureau.21 Daaruit klinkt een veronderstelling dat het netwerk gaandeweg voor zichzelf zou gaan werken. In de praktijk constateren de betrokkenen echter dat de netwerkpartners zich vrij passief opstellen en het netwerk sterk vanuit de gemeente wordt gestuurd. De netwerkpartners voelen zich geen mede-eigenaar van het netwerk. De externe partners wachten af wat de gemeente doet en komen weinig zelf met nieuwe initiatieven. Werkgevers zoeken werknemers voor hun organisatie, en als dat goed loopt is dat voor hen vaak voldoende. Er wordt door werkgevers weinig geïnvesteerd in het stimuleren van de instroom in sociaal werk voor de langere termijn. Het is de vraag of het mogelijk is dit te veranderen en of de gemeente bereid is de trekkersrol te blijven vervullen. 2.

Beperkte zichtbaarheid van de rol van de Sociaal Werkkoepel

De rol van het programmateam als verbinder en ‘smeerolie’, heeft tot gevolg dat de bijdrage aan initiatieven en resultaten voor de buitenwereld vaak weinig zichtbaar is. De direct betrokkenen waarderen deze rol doorgaans wel en zien de meerwaarde daarvan. De kracht is daarmee ook een zwakte. Doordat altijd wordt samengewerkt met andere afdelingen binnen de gemeente en/of externe netwerkpartners, komen de resultaten doorgaans op andermans conto. Het programmateam stelt zich in deze ook terughoudend op om te voorkomen dat anderen vinden dat de Sociaal Werkkoepel teveel op hun terrein komt of met de eer gaat strijken. Daarmee is het vergroten van de zichtbaarheid van de rol van de Sociaal Werkkoepel lastig.

“Ze mogen meer naar buiten brengen wat ze naar binnen doen.” 3.

Positionering binnen de gemeente

Er is, bij werkgevers en maatschappelijke organisaties, soms onduidelijkheid over de taakverdeling tussen de Sociaal Werkkoepel en andere afdelingen van de gemeente, met name met het Werkgeversservicepunt. Sommigen ervaren dat als een knelpunt, doordat zij op verschillende manieren door de gemeente benaderd worden over ongeveer hetzelfde onderwerp. Voor de meeste netwerkpartners levert deze onduidelijkheid in de praktijk echter geen concrete knelpunten op, zolang Werkgeversservicepunt en de Sociaal Werkkoepel naar elkaar doorverwijzen of samen optrekken als dat gezien de vraag of behoefte van de werkgever wenselijk is.

21

Uitvoeringsbesluit Sociaal werk. Hoe Amsterdam sociaal werk organiseert. Gemeente Amsterdam, 2018.

41

Wel vragen sommige netwerkpartners zich af waarom er, in de nieuwe organisatiestructuur, een afdeling sociaal werk is en een Sociaal Werkkoepel. Duidelijkheid over de taakverdeling vinden zij wenselijk. 4.

Gebrek aan doorzettingsmacht

Enkele externe en interne netwerkpartners benoemen dat, alhoewel het programmateam knelpunten voor het realiseren van sociaal werk signaleert, het niet altijd lukt om oplossingen te realiseren of resultaten te bereiken. Dit hangt onder andere samen met het grote aantal afdelingen van de gemeente waar de verantwoordelijkheden voor eventuele veranderingen liggen. En daarnaast met de afhankelijkheid van de Sociaal Werkkoepel van de medewerking van die afdelingen, aangezien zij daarover geen zeggenschap hebben. Uiteraard zal daarbij ook een rol spelen dat binnen de gemeente verschillende belangen tegen elkaar worden afgewogen, en daarmee niet altijd keuzes worden gemaakt die het meest gunstig uitvallen voor de ontwikkeling van het sociaal werk in Amsterdam.

“Het signaleren doen ze zeker, oplossingen zijn vaak wat weerbarstiger. Ze brengen wel de juiste partijen bij elkaar. Er zijn kortere lijntjes.”

5.

Bereik Sociaal Werkkoepel / omvang van het netwerk

Alhoewel de geraadpleegde netwerkpartners van mening zijn dat de partijen die van belang zijn voor het sociaal werk in Amsterdam zijn aangesloten, benoemen sommigen dat verdere uitbreiding van het netwerk met meer (reguliere) werkgevers goed zou zijn. Door meer reclame te maken voor sociaal werk danwel meer te investeren in marketing en communicatie, zouden meer werkgevers geïnspireerd kunnen worden om plaats te bieden aan de doelgroep. Volgens deze netwerkpartners zijn er meer werkgevers die iets willen doen, maar daartoe ‘een zetje’ nodig hebben.

5.4

Suggesties van de onderzoekers In deze afsluitende paragraaf nemen wij als onderzoekers de ruimte om enkele punten ter overweging mee te geven voor de Sociaal Werkkoepel en de gemeente.

5.4.1

Doelstellingen gerichter formuleren Het valt op dat de doelstelling voor sociaal werk in Amsterdam uit meerdere componenten bestaat. Het betreft de Wsw, beschut werk, het doelgroepregister en andere mensen uit de Participatiewet die met een loonkostensubsidie en/of jobcoach aan het werk gaan. Daarmee lijkt het alsof uitstroom uit de Wsw makkelijk te compenseren is door iemand uit de Participatiewet met een loonkostensubsidie aan het werk te krijgen, eventueel via beschut werk. Dit is echter niet eenvoudig. Als onderzoekers denken we dat het beter werkt de doelgroepen apart te monitoren. Houd bij en communiceer over het aantal beschutte werkplekken (in een beschutte werkomgeving of bij een reguliere werkgever), communiceer over het aantal mensen

42

uit het doelgroepregister wordt geplaatst. Laat zien hoeveel mensen met de praktijkroute of een forfaitaire loonkostensubsidie worden geplaatst en communiceer over de uitstroom uit de Wsw. Is dat allemaal natuurlijk verloop door pensionering of worden er ook plekken omgezet in nieuw beschut werk of regulier werk? Daarnaast zou de Sociaal Werkkoepel zich kunnen beraden op andere uitkomstmaten, die meer inzicht geven in de daadwerkelijke meerwaarde. De directe invloed op het aantal plaatsingen van mensen die nog niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen is immers beperkt. De meerwaarde van de Sociaal Werkkoepel ligt meer in de mate waarin het lukt partijen bij elkaar te brengen en op voor alle betrokkenen relevante wijze met elkaar te verbinden, zodat er blijvende aandacht is voor sociaal werk en samenwerkingen tot stand komen. En daarnaast in het voorkomen dat werkgevers die actief willen zijn in het sociaal werk vastlopen op onnodige barrières. Tegelijkertijd zijn ook deze aspecten lastig (kwantitatief) te monitoren.

5.4.2

Interne en externe profilering De kracht van de Sociaal Werkkoepel is ook de zwakte. Verbinden van partijen en het fungeren als smeerolie tussen de partijen, maakt dat successen vaak afstralen op anderen. Dat hoeft niet erg te zijn als de positie van de Sociaal Werkkoepel niet ter discussie staat. Daar waar er twijfels zijn over het nut van de Sociaal Werkkoepel kan het verstandig zijn toch iets meer de rol van de Sociaal Werkkoepel te benoemen en te zorgen dat successen wel op de Sociaal Werkkoepel afstralen. Bij verlenging van de Sociaal Werkkoepel zouden de activiteiten zich meer kunnen richten op uitbreiding van het netwerk en profilering van de rol, activiteiten en meerwaarde van de Sociaal Werkkoepel, om daarmee ook de inzet te legitimeren. Misschien helpt het om de Sociaal Werkkoepel centraler te positioneren en een plek te maken waar je als ondernemer of als partner bij wilt horen. Een publiek figuur als uithangbord kan helpen om een koepel te worden waar je ‘bij moet horen’.

43

Bijlage 1:

Respondentenoverzicht

Gemeente Amsterdam Afdeling/organisatie

Naam en functie

Sociaal Werkkoepel

Erwin Schut, programmamanager Annemarie Klip, projectmanager

Sociaal Werkkoepel

Anneke Broekman, projectmanager Inge Dullens, projectmanager

WPI

Judith Duveen, directeur Werk

WPI

Jaap Weijenberg, afdelingsmanager Sociaal Werk

WPI beleid

Marc de Lange, beleidsmedewerker Werk en Inkomen Rogier Korterink, teammanager beleidsteam Werk en Inkomen

Werkgeversservicepunt

Ben van der Knoop, directeur Werkgeversservicepunt

Regionaal Werkcentrum

Selma Nijhof, manager Regionaal Werkcentrum

Economische Zaken

Egon van Wees, programma coördinator Amsterdam Impact

Bureau Social Return

Giancarlo Carboni, manager bureau Social Return

OJZ, afdeling Zorg

Martijn de Wit, beleidsmedewerker Wmo dagbesteding

Werkgevers: sociale firma’s Organisatie

Naam en functie

Milieuwerk /

David Jansen, directeur / oprichter

Social Capital Kringloopbedrijf

Menno Hoekstra, directeur

De Lokatie The Good Roll

Sander de Klerk, directeur /oprichter

BMS Security

Bulent Dogan, directeur / oprichter

Swink

Niels van Buren, directeur

Upperbloom

Tom van Ruitenbeek, directeur / oprichter

Pantar, directie

Lex de Boer, directeur Chérie de la Rambelje, directiesecretaris / strategisch adviseur

Pantar

Clemens Pasman, accountmanager Annemiek Beemsterboer, strategisch adviseur Jeremy Buitenhuis, hoofd leren en ontwikkelen

44

Werkgevers: overige Organisatie

Naam en functie

Vrije Universiteit

Renee van Scheppingen, coördinator Participatiebanen

Luchtvaart Community

Femke Woltman, programmamanager

Schiphol SVB

Marieke de Vaan, portefeuillehouder diversiteit en inclusie

PostNL

Evy Eijsermans, programmamanager participatie Sipke Plat, projectmanager outsourcing & personele concepten

Maatschappelijke organisaties Organisatie

Naam en functie

Stichting De Omslag

Corine van de Burgt, directeur

Cordaan

Renata Wieringa, projectmanager Werk en Dagbesteding

De Regenboog

Bas de Groot, programmacoördinator Werkprojecten Marit Postma, manager werk en activering

ROC van Amsterdam

Milo Stokman, Programmamanager Leven Lang Ontwikkelen

Orion college

Mieke Termeulen, docent/jobcoach

45

Bijlage 2:

Overige bijeenkomsten en webinars

Onderstaand is een overzicht opgenomen van de bijeenkomsten en webinars die de Sociaal Werkkoepel (mede) heeft georganiseerd vanaf de start in 2018 tot en met juni 2022. Dit zijn de bijeenkomsten náást de reguliere zomer- en winterevents, digitale netwerksessies, in- en doorstroomsessies en pitch en match markten die in paragrafen 2.4.3 en 2.4.4 zijn beschreven. Dit overzicht is aangeleverd door het programmateam van de Sociaal Werkkoepel. Jaar 2018

Activiteiten •

Commissarissendiner voor deelnemingen gemeente Amsterdam (12 juni 2018)

•

Prijsvraag sociaal werk. Meer dan 30 plannen ingediend, bij uitreiking 50 gasten aanwezig. (3 december 2018)

2019

•

Webinar rekentool voor 200 professionals van gemeente en maatschappelijke organisaties

•

Bijeenkomst met zorgbestuurders over mogelijkheden voor werkplekken sociaal werk op niveau 1 en 2.

•

Mede-organisatie Conferentie Buying for social impact

•

Mede-organisatie viering 100e medewerker bij sociale firma Milieuwerk, met circa 100 gasten.

•

1.000 maal Raak voor professionals sociaal werk WSP en afdeling sociaal werk, met circa 120 gasten.

2021

•

Webinar duurzame inzetbaarheid Amsterdamse arbeidsmarkt voor Pantar (9 juli 2020)

•

Webinar arbeidsmarktinformatie met WSP voor professionals gemeente.

•

Webinar arbeidsmarktinformatie met WSP voor professionals Praktijkonderwijs en VSO, met 170 deelnemers.

•

Netwerkbijeenkomsten voor publiek-private samenwerking.

2022 (t/m juni)

•

Lunchtalk over de Harrietraining (meer dan 30 deelnemers)

•

Lunchtalk over Mbo Praktijkleren bij gemeente en UWV (twee sessies, totaal meer dan 40 deelnemers)

•

Mede-organisatie feestelijke aftrap samenwerking Pantar en Upperbloom met de wethouder, circa 50 gasten. (2 maart 2022)

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12236812/1