Congestieonderzoek Noord-Holland - afname
Tekst van het document
Vijfhuizen
Holland Noord
Diemen & Amsterdam Zuidoost (Weesp)
Oostzaan
A9 Zuid (Spaarndam)
Vermogen op de wachtlijst per
724
1480
177
240
150
0
0
0
240
0 14
deelnet Waarvan te faciliteren Totaal wachtlijst
2770
De gevraagde transportcapaciteit op stations uit deelnet Diemen en die eerst binnen deelnet Diemen vallen en later binnen deelnet Amsterdam Zuidoost zijn hier samengenomen. Hier is de verdeling nog afhankelijk van verdere inpassing van voedingsgebieden binnen het nieuwe deelnet. De gevraagde transportcapaciteit op het nieuw te realiseren 380/150kV-station A9 Zuid (Spaarndam) bevat aanvragen specifiek op het nieuwe koppelpunt. Hier kan dus alvast een uitsplitsing voor worden gemaakt. 3.4 Verwachte belasting meest beperkende netcomponenten In deze paragraaf wordt visueel weergegeven wat de verwachte belasting is op de beperkende netcomponenten in een situatie met de benodigde transportcapaciteit en zonder congestiemanagement. Dit noemen we ook wel de referentiesituatie. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt dat de verwachte belastingstromen tot overschrijdingen leiden van de aanwezige transportcapaciteit. De verwachte belasting van de 380/150kV-transformatoren en 150kV-verbindingen wordt berekend met vermogensstroomberekeningen. Hierbij is gewerkt met de uitgangspunten uit hoofdstuk 2.
De basis van deze metingen vormen historische metingen op alle uitwisselpunten in het 150kV-netwerk, aangevuld met de benoemde elementen waaronder autonome groei, reeds gecontracteerd vermogen en de te verwachten transportvraag van industriële afnemers, duurzame elektriciteitsproductie en thermische elektriciteitsproductie. Voor elk van deze categorieën is een reële inschatting gemaakt van het belastingpatroon op basis van metingen en/of scenario’s 15. Ook is bij deze berekeningen rekening gehouden met de van toepassing zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen zoals beschreven in paragraaf 2.3. De figuren 3-1 t/m 3-5 tonen de verwachte vermogenstransporten (belasting) met toepassing van de enkelvoudige storingsreserve (n-1) van de beperkende 380/150kV-transformatoren en 150kV-verbindingen. 14 Gevraagde transportcapaciteit kan pas in latere projectfase definitief worden toegekend
15 Belastingprofielen op basis van scenario’s zijn ofwel gebaseerd op de scenario’s en marktsimulaties conform het
Investeringsplan Net op land 2024-2033’ ofwel conform het rapport ‘Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050’.
Per deelnet is rekening gehouden met enkele van de in paragraaf 3.1 genoemde projecten die in bedrijf zullen worden genomen tijdens de congestie periode. Wanneer relevant worden ook de verwachte belasting in het jaar na een netuitbreiding vermeld. Op deze wijze wordt een gedetailleerd inzicht geboden in de congestiesituatie van de benodigde transportcapaciteit in de getroffen deelnetten. 3.4.1 Deelnet Vijfhuizen In deelnet Vijfhuizen zien we op basis van de meest recente belastingprognose de eerste (n-1) overbelasting optreden in het jaar 2026 op de 380/150kV-transformatoren op station Vijfhuizen. De hoogste overbelasting gedurende de congestieperiode vindt plaats in het jaar 2028. Dit is het jaar voorafgaand aan het uitbreiden van de transportcapaciteit op station Vijfhuizen met een nieuwe (vierde) 380/150kV-transformator. De maximale overbelasting in 2028 is 172%. Gedurende 2028 zien we dat de 380/150kV-transformatoren voor 90% van het jaar (circa 7880 uur) boven de 100% belast zullen worden. Na het plaatsen van de nieuwe (vierde) 380/150kV-transformator zakt de overbelasting tot onder de 150%, maar blijft nog steeds boven de 100% gedurende 35% van het jaar. Vervolgens neemt de maximale overbelasting verder toe tot 2036 tot maximaal 154%.
In figuur 3-1 is de geprognotiseerde belasting (n-1) weergegeven van één 380/150kV-transformator in Vijfhuizen (afgebeeld: Vijfhuizen transformator 413) in het meest zwaar belaste jaar (2028).
Figuur 3-1: Verwachte (n-1) belasting 380/150kV-transformatoren Vijfhuizen (VHZ TR413) in 2028
3.4.2 Deelnet Noord-Holland Noord In deelnet Noord-Holland Noord zien we op basis van de huidige belastingprognose de eerste (n-1) overbelasting optreden in het jaar 2026 op de 150kV-verbindingen tussen Beverwijk en Oterleek en tussen Diemen en Wijdewormer. Met behulp van congestiemanagement kan dit moment worden uitgesteld tot 2029. De hoogste overbelastingen gedurende de congestieperiode vinden in de berekeningen plaats in het jaar 2036. Deze bedragen 160% en 222% respectievelijk. Gedurende dit jaar zien we dat deze verbindingen gemiddeld 38% van de tijd boven de 100% zullen opereren. In figuur 3-2 en 3-3 zijn de geprognotiseerde
belasting (n-1) weergegeven van één 150kV-circuit Diemen - Wijdewormer (afgebeeld: Diemen – Wijdewormer zwart) en Beverwijk – Oterleek (afgebeeld Beverwijk – Oterleek zwart) en voor het meest zwaar belaste jaar (2036). In figuur 3-4 is het effect van congestiemanagement weergegeven op de geprognotiseerde belasting (n-1) van één 150kV-circuit Diemen – Wijdewormer (afgebeeld: Diemen – Wijdewormer zwart) voor het jaar 2029. Dit is het jaar wanneer congestiemanagement voor het eerst niet meer toereikend is, en er weer overbelastingen optreden.
Figuur 3-2: Verwachte (n-1) belasting 150kV-verbinding Wijdewormer - Diemen (WYW-DIM150 Z)
Figuur 3-3: Verwachte belasting 150kV-verbinding Beverwijk – Oterleek (BVW-OTL150)
Figuur 3-4: Verwachte belasting 150kV-verbinding Wijdewormer – Diemen (WYW-DIM150 Z) met en zonder congestie management
3.4.3 Deelnet Diemen In deelnet Diemen zien we op basis van de huidige belastingprognose de eerste (n-1) overbelasting optreden in het jaar 2028 op de 380/150kV-transformatoren op station Diemen. De hoogste overbelasting gedurende de congestieperiode vindt plaats in het jaar 2036. De maximale overbelasting in 2036 is 117%. Gedurende dit jaar zien we dat de transformatoren voor minder dan 1% van het jaar boven de 100% zullen opereren. In figuur 3-4 is de geprognotiseerde belasting (n-1) weergegeven van één 380/150kV-transformator in Diemen (afgebeeld: Diemen transformator. 404) in het meest zwaar belaste jaar (2036).
Figuur 3-5: Verwachte belasting 380/150kV-transformator Diemen in 2036 (DIM TR404)
3.5 Vaststelling en duur van fysieke congestie Zoals eerder toegelicht, is de totale aanwezige transportcapaciteit lager dan de benodigde transportcapaciteit voor de deelnetten Vijfhuizen, Noord-Holland Noord en met beperkte mate in Diemen. De conclusie is dat de huidige transportcapaciteit van de beperkende netelementen in het Noord-Holland ontoereikend is voor de voorziene vraag naar transportcapaciteit. Hieruit is te concluderen dat er sprake is van structurele congestie. Met de in tabel 3-1 genoemde projecten, zal het hoogspanningsnet de komende jaren gefaseerd worden uitgebreid. De aanwezige transportcapaciteit zal daarmee ook geleidelijk vergroot worden. Door deze structurele uitbreidingen, zal vanaf 2036 in geheel Noord-Holland de aanwezige transportcapaciteit naar verwachting weer voldoende zijn om in de toekomstige verwachte transportcapaciteit te voorzien. Dit houdt in dat er naar verwachting voor een periode van twaalf jaar fysieke congestie optreedt. Veranderingen in omstandigheden zoals aanvullende aanvragen naar transportcapaciteit kunnen de periode van congestie verlengen of verkorten. Daarnaast is het voor de deelnetten Vijfhuizen en Diemen ook mogelijk dat na de reeds geplande uitbreidingsprojecten die in 2031 en later in bedrijf zullen komen ook al in voldoende mate een oplossing kunnen bieden en daarmee de periode van congestie kunnen verkorten.
TenneT is momenteel nog bezig met het herverdelen van vermogen tussen de bestaande en nieuwe deelnetten. Onderstaande tabellen tonen de aanwezige, benodigde, beschikbare en gevraagde transportcapaciteit voor de komende jaren per deelnet. Tabel 3-8 geeft de ontwikkeling van de benodigde transportcapaciteit in Noord-Holland weer. De benodigde capaciteit is uitgesplitst in vijf categorieën om meer inzicht te creëren in de belastingontwikkeling. De som van de categorieën is hoger dan de totale benodigde transportcapaciteit. Dit komt omdat de piekbelasting per categorie bepaald is en de totale benodigde transportcapaciteit uitgaat van de piek van de totale belasting. De individuele pieken zullen niet volledig gelijktijdig plaatsvinden. De uitsplitsing is derhalve indicatief en de onderverdeling van de benodigde capaciteit tussen de categorieën zal van moment tot moment verschillen.
Tabel 3-8. Samenvattend overzicht ontwikkeling benodigde transportcapaciteit Noord-Holland Overzicht ontwikkeling benodigde transportcapaciteit (MW) Deelnet
Vijfhuizen
Noord-Holland Noord
Diemen
Jaartal (netsituatie)
2026
2036
2026
2029
2036
2026
2036
2026
2036
Aanwezig
1000
1500
1500
1500
1500
800
530
1000
1500
Benodigd
1244
2302
1592
2022
2736
746
646
730
793
700
700
820
820
820
600
350
560
560
300
980
360
640
810
0
0
0
0
325
525
110
165
250
210
105
270
430
25
25
80
125
240
0
5
10
20
40
270
270
410
800
50
270
40
210
-244
-802
-92
-522
-1236
54
-116
270
707
Huidige aangeslotenen Aansluitingen in aanleg/opdracht met toegezegde transportcapaciteit van TenneT Aansluitingen in aanleg/opdracht met toegezegde transportcapaciteit van Liander (excl. batterijen) Aansluitingen in aanleg/opdracht met toegezegde transportcapaciteit van Liander (waarvan batterijen) Voorziene autonome groei 16
Beschikbaar
16 Inclusief groei binnen contract ruimte van TenneT klanten
Oostzaan
3.6 Transportcapaciteit in nieuwe deelnetten De nieuwe deelnetten zitten momenten in een vroege projectfase. Gezien ze echter cruciaal zijn voor het oplossen van de congestie, zijn deze wel meegenomen in het onderzoek. Op basis van de huidige indeling van voedingsgebieden van de nieuwe deelnetten, zien we geen congestie optreden in deze nieuwe deelnetten. Echter, de gebieden die wellicht nog zullen worden omgehangen naar de nieuwe deelnetten vallen momenteel formeel nog onder bestaande deelnetten Vijfhuizen en Diemen. Er kan nog geen vermogen worden toegekend in deze deelnetten. Voor compleetheid is de ontwikkeling van transportcapaciteit wel opgenomen in deze samenvatting in tabel 3-9 en 3-10. Tabel 3-9. Ontwikkeling van transportcapaciteit in nieuw deelnet A9 Zuid (Spaarndam) A9 Zuid (Spaarndam) (MW) Jaartal (netsituatie)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
Aanwezig
0
0
0
0
0
0
1500
1500
1500
1500
1500
1500
Benodigd
0
0
0
0
0
0
440
461
481
497
509
522
Beschikbaar
0
0
0
0
0
0
1060
1039
1019
1003
991
978
0
0
0
0
0
0
253
256
260
263
268
272
Waarvan gefaciliteerd Wachtlijst 17
146
Tabel 3-10. Ontwikkeling van transportcapaciteit in nieuw deelnet Amsterdam Zuidoost (Weesp) Amsterdam Zuidoost (Weesp) (MW) Jaartal (netsituatie)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
Aanwezig
0
0
0
0
0
0
1500
1500
1500
1500
1500
1500
Benodigd
0
0
0
0
0
0
253
256
260
263
268
272
Beschikbaar
0
0
0
0
0
0
1247
1244
1240
1237
1232
1228
0
0
0
0
0
0
440
461
481
497
509
522
Waarvan gefaciliteerd Wachtlijst 18
-
17 Betreft specifieke aanvragen op het nieuw 380/150kV station A9 Zuid (Spaarndam)
18 Aansluitverzoeken in het nieuwe deelnet A’dam Zuidoost (Weesp) vallen tot latere projectfase nog onder deelnet
Diemen
4. MARKTANALYSE Dit hoofdstuk geeft inzicht in het potentiële aanbod van flexibiliteit in Noord-Holland. Door middel van een consultatie bij marktpartijen is geïnventariseerd welke flexibiliteit mogelijk beschikbaar is voor congestiemanagement. 4.1 Werkwijze marktconsultatie In Noord-Holland is een inventarisatie uitgevoerd naar de mogelijke flexibiliteit van marktpartijen om te kunnen bijdragen aan congestiemanagement. Deze inventarisatie is gedaan door middel van: • Openbare belangstellingsregistratie: op de website PartnersinEnergie.nl is een formulier gepubliceerd waarmee belangstelling van marktpartijen in congestiemanagement geregistreerd wordt. Dit is een gezamenlijke belangstellingsregistratie van alle regionale netbeheerders en TenneT. Alle partijen die zich binnen dit gebied hebben aangemeld zijn benaderd door de netbeheerders om de aangeboden flexibiliteit goed in kaart te brengen. • Gesprekken met aangeslotenen TenneT: Naast de openbare belangstellingsregistratie, heeft TenneT ook gesprekken gevoerd met alle partijen in het gebied die naar inzicht van TenneT potentieel de grootste bijdrage zouden kunnen leveren aan congestiemanagement. In Noord-Holland betrof dit zes partijen, waarmee diverse gesprekken zijn gevoerd.
• Gesprekken met aangeslotenen Liander: Aanvullend op de gesprekken met direct aangesloten van TenneT is in samenwerking met Liander een inschatting gemaakt van partijen welke mogelijk flexibiliteit kunnen leveren. Naar aanleiding hiervan zijn, in samenwerking met Liander, 20 klanten benaderd voor het leveren van congestiemanagementdiensten. TenneT heeft samen met Liander deze klanten gesproken om verdiepende vragen te stellen omtrent mogelijke flexibiliteit. Via de openbare belangstellingsregistratie heeft elke aangeslotene in dit gebied de mogelijkheid gehad aan TenneT te laten weten interesse te hebben in het leveren van congestiemanagementdiensten. De partij(en) waarmee een verdiepend gesprek is gevoerd zijn geselecteerd op basis van omvang en ingeschatte potentiële bijdrage aan oplossen van de voorziene congestie. 4.2 Beschikbare flexibiliteit voor congestiemanagement Uit de analyse blijkt dat er 986 aansluitingen in het gebied zijn die groter zijn dan 1 MW, bestaande uit 380 groter dan 1 MW voor invoeding en 606 groter dan 1 MW voor afname. In de marktconsultatie (combinatie belangstellingsregistratie en gesprekken) is een reactie ontvangen op 66 van deze aansluitingen.
Flexibiliteit aangeboden door marktpartijen als onderdeel van congestiemanagement kan bestaan uit ofwel biedingen voor redispatch en/of het sluiten van contracten over capaciteitsbeperking. Het beschikbare vermogen voor congestiemanagement wordt bepaald door het opgegeven geïnstalleerd vermogen van markpartijen, maar ook door de beschikbaarheid van dat vermogen op de benodigde momenten. Zo kunnen elektriciteitsproductie-eenheden die al op maximaal vermogen draaien, geen extra vermogen meer leveren en kunnen zodoende op dat moment geen opregelvermogen aanbieden ten behoeve van congestiemanagement. Anderzijds kan geen afregelvermogen worden geleverd op momenten dat elektriciteitsproductie-eenheden geen elektriciteit produceren. Andere voorbeelden van deze afhankelijkheid zijn dat flexibiliteit uit zon- en windproductie alleen onder bepaalde weersomstandigheden te benutten is en dat industriële vraagrespons niet altijd beschikbaar is. Deze afhankelijkheden zijn door TenneT meegenomen in het onderzoek. Op basis van data uit historische metingen (data 2023) en ontvangen klantdata is de flexibiliteit van conventionele productie-eenheden en zonen windproductie bepaald. Voor de overige flexibiliteit is een inschatting gemaakt van de beschikbare capaciteit op het meest kritische moment.
4.3 Analyse marktconsultatie Op basis van de 26 gesprekken en diverse vervolggespreken heeft TenneT flexibiliteit gevonden, waarvan een gedeelte gecontracteerd zou kunnen worden. De totale indicatieve gevonden flex is 1920 MW, slechts een deel daarvan wordt momenteel beschikbaar (voor contractering) geacht. Tabel 4-1 geeft een uitsplitsing van hoe het totaal aan potentieel van regelbaar vermogen is opgebouwd. Tabel 4-1. Samenvattend overzicht potentieel regelbaar vermogen Overzicht potentieel regelbaar vermogen Type regelbaar vermogen
Potentiële capaciteit (MW)
Grootschalige opwek (energiecentrales)
600
Kleinschalige opwek (WKK's)
400
Back-up generatoren datacenters
900
DSR (Demand Side Response)
20
Totaal
1920
Alle aansluitingen met een gecontracteerd vermogen groter dan 60 MW zijn verplicht om actief bij te dragen aan het oplossen van congestie zoals beschreven in de Netcode art 9.1.3. Onder deze verplichting vallen de grootschalige opwekeenheden, een aantal WKK's (binnen een GDS) en de grootschalige datacenters. Daarnaast zal, gezien de mate van congestie in deelnetten Vijfhuizen en Noord-Holland Noord, hier de ondergrens van de verplichting moeten worden verlaagd naar 1 MW. In deze relevante netdelen zitten ook datacenters kleiner dan 60 MW. TenneT zet in op het contracteren van het merendeel van de grootschalige
en kleinschalige opwek en de gesprekken hiervoor zijn reeds geïnitieerd. Verschillende mogelijke aanbieders van flexibiliteit geven aan dat zij te maken hebben met mogelijk beperkende voorwaarden (bijvoorbeeld vergunningen). Deze factoren vallen buiten de invloedssfeer van TenneT en vormen een belangrijk risico bij het kunnen contracteren en inzetten van grote hoeveelheden flexibiliteit. Vanwege deze onzekerheid wordt dit deel van het vermogen niet als beschikbaar geacht. Het deel dat wel beschikbaar wordt geacht bedraagt in totaal 1020 MW. Uit de marktconsulatie blijkt dat de reeds aangeboden flexibiliteit tot op heden te beperkt is om de naderende congestieproblematiek te kunnen verhelpen. 4.4 Opvolging en aanvullend marktonderzoek De in dit rapport uitgevoerde analyses zijn gebaseerd op de resultaten van het marktonderzoek. Contracten met marktpartijen zijn nog niet gesloten. Na publicatie van het onderzoek zal TenneT dit verder met de relevante marktpartijen bespreken en waar mogelijk contracten afsluiten. In de marktconsultatie is alleen met een bepaalde selectie van klanten gesproken, waarvan verwacht werd dat daar het grootste potentieel zou kunnen zitten voor congestiemanagement.
Dit is aanleiding voor TenneT om te veronderstellen dat er meer potentieel aan regelbaar vermogen is in Noord-Holland dan nu geïdentificeerd, ondanks bekende beperkingen op het leveren van flexibiliteit door verschillende sectoren vanwege de bedrijfsvoering. TenneT zal zich met Liander blijven inspannen om een groter deel van dit potentieel te benaderen voor deelname aan congestiemanagement. Om de marktconsultatie kracht bij te zetten, zal TenneT de ondergrens van de deelnameverplichting verlagen.
5. TECHNISCHE ANALYSE Netbeheerders zijn verplicht om waar mogelijk congestiemanagement toe te passen tot aan de financiële of technische grens. De technische grens wordt bepaald aan de hand van de aanwezige transportcapaciteit en het aanwezige regelbare vermogen. De technische grens bedraagt minimaal 100% van de aanwezige transportcapaciteit en kan met het aanwezige regelbaar vermogen verhoogd worden tot maximaal 150% van de aanwezige transportcapaciteit (zie Netcode artikel 9.10, lid 2 onderdeel d). 5.1 Aanwezig regelbaar vermogen Tijdens de looptijd van dit onderzoek is de Netcode gewijzigd, waarmee onder andere de definitie van regelbaar vermogen voor afname-congestie is gewijzigd. De gewijzigde definitie van regelbaar vermogen voor afname-congestie luidt nu: Vermogen dat overeenkomstig artikel 9.31, eerste lid, van de Netcode elektriciteit voor inzet beschikbaar is.
Dit betreft al het vermogen dat TenneT gecontracteerd heeft bij klanten en/of Congestion Service Providers (CSPs), ofwel in de vorm van redispatch contracten (bijlage 11) ofwel capaciteitsbeperkingscontracten (bijlage 12). In de huidige werkwijze van TenneT worden pas na afloop/publicatie van een congestierapport contracten gesloten met klanten en/of CSPs voor het leveren van flexibiliteit. Het regelbaar vermogen dat strikt genomen voldoet aan de nieuwe definitie is derhalve nihil, aangezien TenneT de benodigde contracten met klanten nog niet afgesloten heeft. Indien regelbaar vermogen voor afname-congestie in ruimere zin wordt uitgelegd, veronderstelt TenneT vermogen als regelbaar indien dat vermogen naar verwachting beschikbaar komt door contractering. In de marktanalyse heeft TenneT de omvang van het vermogen bepaald dat naar verwachting beschikbaar kan komen via contracten (conform bijlagen 11 en 12 van de Netcode). Het gaat hierbij om het regelvermogen dat geleverd kan worden in de juiste energierichting, op de juiste geografische locatie en op de verwachte congestiemomenten. In de provincie Noord-Holland heeft TenneT per hoogspanningsstation geanalyseerd hoe groot het potentiële regelbaar vermogen is dat beschikbaar zou kunnen komen via contracten met aangeslotenen of via Congestion Service Providers. Deze omvang is bepaald op basis van de marktanalyse.
Het potentiële aanwezige regelbare vermogen door middel van contracten is in deze situatie geanalyseerd voor alle stations in de provincie Noord-Holland. Daarbij is het totale potentiële regelbare vermogen vastgesteld op 1920 MW. Daarvan wordt op basis van betrokkenheid van partijen en de algemene verplichting voor partijen boven de 60 MW het deel 1010 MW als voorwaardelijk vastgesteld beschouwd. Hierbij zit ook een aandeel Demand Side Response van TenneT-aangeslotenen. Dit getal is vastgesteld op basis van het maximale aangeboden (piek)vermogen en representeert dus niet per definitie het daadwerkelijk beschikbare regelbaar vermogen op ieder benodigd moment in de tijd.
Het inzetbare regelbaar vermogen van significante grootte zit met name bij conventionele elektriciteitscentrales (gascentrales) bij Velsen en Diemen en grotere direct aangesloten partijen bij TenneT. Door hier congestiemanagement in te zetten is het mogelijk om de vermogensstromen richting Noord-Holland Noord over de verbindingen tussen Beverwijk en Oterleek en tussen Diemen en Wijdewormer beter te balanceren en zo het net beter te benutten. Samen met het regelbaar vermogen gevonden bij met name tuinders(collectieven) in Noord-Holland Noord, kunnen we voor dit deelnet congestiemanagement inzetten. Hierbij wordt rekening gehouden met de verwachting dat de conventionele opwek bij Velsen per 2031 uit bedrijf zal zijn. Vanaf dat moment is het dus moeilijker om de vermogensstromen richting Noord-Holland Noord goed te kunnen balanceren en wordt de inzet van regelbaar vermogen in Noord-Holland Noord minder effectief. Naast gesprekken over bestaand regelbaar vermogen is TenneT ook in gesprek met de Provincie om te verkennen of het mogelijk is samen met een, reeds geïdentificeerde, marktpartij meer flexibel (regelbaar) vermogen te ontwikkelen in Noord-Holland Noord. Ook wordt onderzocht in hoeverre de aanwezige noodstroom (diesel) aggregaten geïnstalleerd bij datacenters, ingezet kunnen worden voor congestiemanagementdiensten.
Dit bedraagt circa 900 MW in geheel Noord-Holland en zou met name in deelnet Vijfhuizen perspectief kunnen bieden. Deze aggregaten zijn 99% van de tijd niet in gebruik waardoor er veel inzet beschikbaar zou blijven ten behoeve van verlichting van de congestie. Vooralsnog wordt de inzet hiervan beperkt door vergunningen. Dit onderzoek wordt nader uitgevoerd. Daarom zijn deze aggregaten in dit onderzoek vooralsnog niet meegenomen als beschikbare congestiemanagementmiddelen. 5.2 Technische grens Op basis van het voorwaardelijk vastgestelde regelbaar vermogen en de aanwezige transportcapaciteit, is de technische grens van de provincie Noord-Holland bepaald. De technische grens valt echter niet eenduidig vast te stellen of toe te passen in het vermaasde netwerk van TenneT. Dit komt vanwege gelijktijdigheidsfactoren (is flexibel vermogen op het juiste moment inzetbaar?) en locatiefactoren (welk effect heeft het in een vermaasd netwerk?). De toepassing van de technische grens op het net van TenneT betekent dat voor alle netwerkelementen in vermogensstroomberekeningen eerst getoetst wordt aan het uiterste van de technische grens (150%). Een overschrijding van deze norm leidt ertoe dat de hoeveelheid vermogen, dat additioneel aangesloten zou worden onder toepassing van congestiemanagement, in elk geval gelimiteerd dient te worden.
Vervolgens is getoetst of de belasting op de 380/150kV-koppeltransformatoren en op de 150kV-verbindingen met afroep van het beschikbare regelbare vermogen aan de netontwerpcriteria voldoet. Om de leveringszekerheid te waarborgen, dient dat een bedrijfsveilige netsituatie te zijn. Met deze toetsing wordt het regelvermogen op accurate wijze meegenomen in het analyseren van de technische grens. Deze toetsing is van belang omdat bij overschrijdingen het regelbare vermogen namelijk op een specifieke locatie in het netwerk aanwezig dient te zijn om de overbelasting te reduceren én op specifieke momenten inzetbaar dient te zijn.
De technische grens voor de deelnetten is weergegeven in tabel 5-1. In deelnet Vijfhuizen is regelbaar vermogen beperkt, waardoor de technische grens gelijk is aan de aanwezige transportcapaciteit. De technische grens voor deelnet Noord-Holland Noord is vastgesteld op de maximale technische grens van 150% van de aanwezige transportcapaciteit. In beide deelnetten wordt de technische grens overschreden. Door deze overschrijdingen van de technische grens is er in deze deelnetten geen aanvullende ruimte voor klanten op de wachtrij. In deelnet Diemen wordt de technische grens niet overschreden door de benodigede, danwel de gevraagde transportcapaciteit. Een kanttekening hierbij is dat het gevonden regelbare vermogen in dit deelnet tevens wordt ingezet om de overbelastingen in deelnet Noord-Holland Noord te mitigeren. Dit heeft een effect op de kosten van congestiemanament, hetgeen verder wordt toegelicht in hoofdstuk 6. Ook in deelnet Oostzaan wordt ook de technische grens niet overschreden door de benodigde, danwel de gevraagde transportcapaciteit, waardoor er ruimte is voor klanten op de wachtlijst. Tabel 5-1. Overzicht technische grens per deelnet Overzicht ontwikkeling transportcapaciteit Deelnet
NoordHolland Noord
Vijfhuizen
Diemen
Oostzaan
Jaartal (netsituatie)
2028
2036
2036
2030
2036
2030
2036
Aanwezige transportcapaciteit (MW)
1000
1500
1500
800
530
1000
1500
Regelbaar vermogen (MW)
0
0
770
250
250
0
0
Technische grens (MW)
1000
1500
2250
1050
780
1000
1500
Technische grens (% t.o.v. aanwezige transportcapaciteit)
100
100
150
131
147
100
100
Benodigde transportcapaciteit (% t.o.v. aanwezige transportcapaciteit)
172
153
182
106
122
83
53
Gefaciliteerde transporten In 2025 is in Noord-Holland de verwachte hoeveelheid getransporteerde elektriciteit zonder toepassing van congestiemanagement 13.242 GWh. Deze zal toenemen tot 30.730 GWh in 2036. Dit betreft de transporten in de situatie waarin enkel de benodigde transportcapaciteit wordt gefaciliteerd. Overschrijdingen boven de 100% in deze situatie zijn hierin niet meegerekend. Door toepassing van congestiemanagement wordt er naar verwachting 884 GWh extra getransporteerd in 2029. Na dit jaar zijn er naar verwachting niet genoeg congestiemanagement middelen meer beschikbaar om dit nog verder te kunnen verhogen. De extra getransporteerde energie betreft de transporten in de situatie waarin, conform de resultaten van dit onderzoek, een deel van de wachtlijst wordt gefaciliteerd in deelnet Oostzaan. Het totale volume aan ingezette congestiemanagementmaatregelen zijn opgenomen in de laatste regel van tabel 5-2. Tabel 5-2. Overzicht gefaciliteerde transporten Getransporteerde elektriciteit Noord-Holland Jaartal (netsituatie)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
13.242
16.949
19.550
20.528
24.750
26.355
28.428
29.223
29.645
29.993
30.371
30.730
0
1
252
657
932
932
932
932
932
932
932
932
0
14
72
214
338
338
338
338
338
338
338
338
Getransporteerde elektriciteit (in GWh) zonder toepassing van congestiemanagement Getransporteerde elektriciteit (in GWh) door toepassing van congestiemanagement Verwachte volume aan ingezette congestiemanagement maatregelen (in GWh)
5.3 Kortsluitvermogen Naast de technische grens is ook geanalyseerd of de toepassing van congestiemanagement zou leiden tot overschrijdingen van het toegestane kortsluitvermogen. Deze toets is uitgevoerd bij het referentiescenario van het laatst gepubliceerde Investeringsplan. De berekeningen laten een overschrijding van de kortsluitvastheid zien voor 380/150kV station Diemen en 150kV station Velsen. Het risico op overschrijding is met name aanwezig op station Diemen. Hier wordt gebruik gemaakt van inzet van de conventionele elektriciteitscentrale die rechtstreeks op de 150kV-rail van het station is aangesloten, om zo de belasting op de 380/150kVtransformatoren te verminderen. Bij gelijktijdige invoeding van zowel de conventionele elektriciteitscentrale als alle vier de 380/150kV-transformatoren wordt de kortsluitvastheid van de 150kV-installatie in beperkte mate overschreden. De kortsluitvastheid op 150kV-station Velsen wordt in specifieke situaties al overschreden en hiervoor zijn reeds operationele maatregelen van toepassing. Het kortsluitknelpunt zal in beperkte mate toenemen als de nieuwe (vierde) 380/150kV transformator op Beverwijk in bedrijf wordt genomen in
combinatie met een voorziene beperkte inzet van de conventionele elektriciteitscentrales. Wanneer er vier 380/150kV-transformatoren in Beverwijk in bedrijf zijn en er simultaan gebruik wordt gemaakt van een conventionele elektriciteitscentrale aangesloten op de 150kV-rail op station Velsen zal hier een kortsluitknelpunt optreden. Dit betekent dat kortsluitvastheid mogelijk een belemmering vormt voor het toepassen van congestiemanagement. Er moet nader onderzoek worden gedaan naar mogelijke aanvullende (tijdelijke) operationele maatregelen om de kortsluitknelpunten op de betreffende 150kV-stations in de operationele situatie op te kunnen lossen, mogelijk in combinatie met een betredingsverbod in een periode van een verwachte hoge belastingvraag en een grote benodigde inzet van congestiemanagement. 5.4 Technische maatregelen Voor de toepassing van congestiemanagement moet rekening gehouden worden met de operationele veiligheidsgrenzen. TenneT heeft de verantwoordelijkheid om de veiligheid en betrouwbaarheid van de netten en van het transport van elektriciteit over de netten te waarborgen. Om congestiemanagement in dit gebied uit te voeren, zijn er aanvullende maatregelen nodig ter waarborging van de netveiligheid, omdat de benodigde transportcapaciteit de capaciteit mét congestiemanagement (ver) overschrijdt.
Deze maatregelen zijn in de meeste gevallen niet een structurele oplossing, maar kunnen worden ingezet om belasting op knelpunten te verlichten. Een permanente oplossing moet volgen uit de genoemde projecten uit tabel 3-1 en verdere inpassing van de nieuwe deelnetten. Om de geïdentificeerde belasting gerelateerde knelpunten te kunnen verlichten heeft TenneT de potentie van verscheidene maatregelen onderzocht. Welke dit betreft, de verwachte impact, en mogelijke bijkomende consequenties worden hieronder toegelicht. TenneT gaat verder met het implementeren van deze maatregelen, waarbij ook afgestemd zal worden met Liander om de (technische) haalbaarheid hiervan te duiden. Maatregel 1 en 2 zijn relatief grote wijzigingen in topologie en hebben grote consequenties op de bedrijfsvoering van het net en derhalve is nader onderzoek benodigd naar de (on)mogelijkheden van toepassing hiervan. Maatregel 3 en 4 zijn voorbeelden van het herverdelen van vermogen. Een dergelijke herverdeling kan op vele manieren plaatsvinden. Maatregel 3 en 4 zijn de meest relevante mogelijke herverdelingen in deelnet Vijfhuizen voor het in bedrijf komen van het nieuwe deelnet A9 Zuid (Spaarndam). -
Maatregel 1: Railsplitsing 150kV-station Oterleek. Door het splitsen van de rails van 150kV-station Oterleek kan de belasting van Noord-Holland Noord beter verdeeld worden over de verbindingen tussen Beverwijk en Oterleek en tussen Diemen en Wijdewormer. Dit kan de scheeflast tussen beide verbindingen sterk verminderen. De verwachting is dat we de maximale geobserveerde scheeflast in 2036 met een verhouding van circa 1:1,85 (Diemen – Wijdewormer bijna tweemaal zo zwaar belast als Beverwijk – Oterleek) significant kunnen egaliseren en hierdoor de aanwezige transportcapaciteit beter benut kan worden.
-
Maatregel 2: Deelnetten Vijfhuizen en Diemen koppelen (pocket vorming uitstellen). Door het verbinden van de deelnetten Vijfhuizen en Diemen kan de belasting op de 380/150kV-koppeltransformatoren op station Vijfhuizen worden verlicht. De belasting op de 380/150kV-koppeltransformatoren op station
Diemen neemt met deze maatregel echter toe. Daarnaast zien we in deze configuratie knelpunten optreden op de verbindingen tussen de deelnetten. Dit betreft kabels tussen stations Zorgvlied en Venserweg en tussen Nieuwemeer en Amstelveen. -
Maatregel 3: Belasting herverdelen van 150kV station Zorgvlied naar 150kV station Venserweg. Door het maken van een splitsing op de rail van station Zorgvlied is het mogelijk om maximaal 66 MW capaciteit uit deelnet Vijfhuizen te voeden vanuit deelnet Diemen. Hierdoor kan de overbelasting op de 380/150kVtransformatoren op Vijfhuizen maximaal zakken met circa 6%, waarbij de belasting op de transformatoren op station Diemen toeneemt met ongeveer hetzelfde percentage. Deze maatregel kan dus niet worden toegepast wanneer er op Diemen een knelpunt ontstaat wat niet meer kan worden teruggebracht met congestiemanagement.
-
Maatregel 4: Belasting herverdelen van 150kV station Haarlemmermeer naar 150kV station Sassenheim. Door gebruik te maken van de verbinding tussen Haarlemmermeer en Sassenheim kan maximaal 80 tot 100 MW achter Sassenheim worden geplaatst. Hierdoor kan de overbelasting op de 380/150kV transformatoren op Vijfhuizen maximaal zakken met circa 10%. Deze maatregel mag niet resulteren in knelpunten op de 150kV-verbinding tussen Leiden en Sassenheim.
Naast de bovenstaande maatregelen heeft TenneT ook onderzocht of er door vervanging of opwaardering van beperkende netcomponenten in netschakels met congestie een snel behaalbare verhoging van limieten mogelijk is. In Noord-Holland heeft dat op de beperkende netcomponenten tot nu toe alleen een kleine potentiële verhoging opgeleverd op de 150kV-verbinding tussen Diemen en Wijdewormer.
6. FINANCIËLE ANALYSE Netbeheerders zijn verplicht om waar mogelijk congestiemanagement toe te passen tot aan de financiële of technische grens. Netbeheerders hoeven geen congestiemanagement toe te passen om transporten te faciliteren waarmee de ingeschatte kosten van congestiemanagement de vastgestelde financiële grens overschrijden. Zodra de gevraagde transportcapaciteit groter is dan de aanwezige transportcapaciteit, leidt het aansluiten van additioneel vermogen tot verdere congestie. Dit kan uitgedrukt worden in een jaarvolume van congestie (in MWh) bij aansluiting van een bepaalde hoeveelheid additioneel vermogen (in MW). Als onderdeel van de financiële analyse wordt een inschatting gemaakt van de kosten voor het uitvoeren van congestiemanagement (€/MWh). Hiermee kan vervolgens berekend worden tot welke kosten het aansluiten van een bepaalde hoeveelheid additioneel vermogen naar verwachting zal leiden. In de analyse wordt vervolgens berekend hoeveel vermogen (transportcapaciteit) toegevoegd kan worden totdat de financiële grens overschreden wordt. Dit vormt een bovengrens aan het toe te voegen vermogen door toepassing van congestiemanagement. Of het ook mogelijk is tot aan deze bovengrens additioneel vermogen aan te sluiten is afhankelijk van de technische analyse en het beschikbare regelbare vermogen.
De financiële analyse is een vooraf bepaalde kosteninschatting en vormt niet het budget waarmee netbeheerders congestiemanagement uitvoeren. 6.1 Financiële grens De financiële grens bedraagt €1,02 per MWh van de hoeveelheid elektriciteit die met de aanwezige transportcapaciteit kan worden getransporteerd in het congestiegebied gedurende de periode waarvoor het congestiegebied is aangewezen. De aanwezige transportcapaciteit is in paragraaf 3.1 vastgesteld op 4300 MW van 2025 t/m 2028, en op 4800 van 2029 t/m 2030 en vervolgens op 8530 MW van 2031 t/m 2036 wat het einde van de congestie periode markeert. De aanwezige transportcapaciteit wordt dus vermenigvuldigd met het aantal uren per jaar (8760) en de in de Netcode vastgestelde parameter (1,02 €/MWh). Cumulatief bedraagt de financiële grens daarmee €744,8 miljoen. Gezien de meerjarige duur van de congestie, wordt de financiële grens per kalenderjaar bepaald en gesommeerd over de gehele congestieperiode. De vooraankondiging congestie is gedaan in oktober 2023. Daarom is er bij de bepaling van de financiële grens voor de congestieperiode ook rekening gehouden met het laatste kwartaal van 2023 en geheel 2024. In deze periode is dezelfde minimum transportcapaciteit gehanteerd als in de periode 2025 t/m 2036. In tabel 6-1 is een overzicht te vinden van de financiële grens per jaar binnen de verwachte congestieperiode.
Tabel 6-1. Overzicht financiële grens Overzicht financiële grens Jaartal
Q4 2023 - 2024
2025-2028
2029 - 2030
2031-2036
Aanwezige transportcapaciteit
4300
4300
4800
8530
Financiële grens (per jaar in miljoenen €)
38,4
38,4
42,9
76,2
Financiële grens (miljoenen €; cumulatief)
744,8
6.2 Geschatte kosten van congestiemanagement Om te bepalen hoeveel congestiemanagement toegepast kan worden op basis van de financiële grens, is het nodig een schatting te maken van de verwachte kosten voor het uitvoeren van congestiemanagement. Deze schatting is gebaseerd op het verwachte congestievolume, de verwachte kosten per eenheid van regelvolume en factoren voor de efficiëntie van inkoop en redispatch. De kosteninschatting is afhankelijk van aannames gebaseerd op analyses van in het verleden toegepaste redispatch. De markt voor congestiemanagement is nog in ontwikkeling. Indien de kosten bij het toepassen van congestiemanagement in de bedrijfsvoering significant afwijken van de gehanteerde inschattingen, zal TenneT opnieuw evalueren in welke mate congestiemanagement toegepast kan worden onder de financiële grens. Op basis van de financiële grens van € 744,8 miljoen is bepaald dat door het toepassen van congestiemanagement geen aanvullende capaciteit te faciliteren is. Congestiemanagement zal worden toegepast om deelnetten met congestie zo veel mogelijk van de benodigde transportcapaciteit te voorzien. Hierbij wordt de financiële grens al bereikt.
Het faciliteren van het totale benodigde (tevens gevraagde) transportcapaciteit door middel van congestiemanagement leidt dus tot overschrijding van de financiële grens, daardoor is het niet mogelijk om in de totale gevraagde transportcapaciteit te voorzien. In Oostzaan kan de gevraagde transportcapaciteit wel volledig worden gefaciliteerd zonder congestiemanagement. Dit draagt dus niet bij aan de overschrijding van de financiële grens. Echter, wanneer in de toekomst de belasting boven de 100% uit komt is er geen financiële ruimte beschikbaar voor congestiemanagement om aanvullend partijen van de wachtlijst te kunnen faciliteren. De congestie in Noord-Holland is niet volledig op te lossen met congestiemanagementmiddelen. Toepassing van congestiemanagement met de huidige beschikbaar geachte middelen is alleen effectief in deelnetten Noord-Holland Noord en Diemen. Uit de som van het extra gefaciliteerde vermogen in tabellen 2 en 3 uit de samenvatting volgt dat er totaal 522 MW aan extra transportcapaciteit worden vrijgemaakt voordat er weer nieuwe overbelastingen optreden. Tabel 6-2 geeft een overzicht van de benutting van de financiële grens met toepassing van congestiemanagement in Noord-Holland Noord en Diemen.
Hierin is congestiemanagement in deelnet Vijfhuizen dus niet meegenomen aangezien TenneT hier momenteel geen congestiemanagementmiddelen beschikbaar heeft vanwege beperkingen omtrent uitstootvergunningen. Zoals
eerder geconcludeerd zullen er in 2029 voor het eerst overbelastingen plaatsvinden in deelnet Noord-Holland Noord die ook met congestiemanagement niet meer te verhelpen zijn. Na dit jaar zien we de benodigde inzet van regelbaar vermogen en de daaraan verbonden verwachte congestiemanagementkosten sterk toenemen, terwijl de verwachtte beschikbaarheid van de beschikbare middelen beperkt wordt door klant gedreven factoren en dus onvoldoende is. Voor de periode tussen 2029 en 2036 zullen andere oplossingen een rol moeten spelen en/of er moet meer regelbaar vermogen beschikbaar komen uit de markt. Tabel 6-2. Benutting financiële grens Financiële aspecten congestiemanagement Noord-Holland Noord / Diemen (miljoenen €) Jaartal (netsituatie)
2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036
Kosten van congestiemanagement in deelnetten Noord-Holland Noord
0
4
21
62
98
98 19
98
98
98
98
98
98
0
4
25
87
185
283
381
479
577
675
773
871
en Diemen Cumulatief Benutting totale financiële grens (%)
117 %
19 De verwachtte kosten per jaar zullen niet verder kunnen toenemen vanwege beperkingen bij aanbieders van congestiemanagementmiddelen; er resteert wel onopgeloste congestie waarvoor mitigerende maatregelen benodigd zijn.
7. CONCLUSIE Op basis van de uitgevoerde analyses in dit onderzoek concludeert TenneT dat ondanks de inzet van congestiemanagement de benodigde transportcapaciteit niet volledig getransporteerd kan worden in de deelnetten Noord-Holland Noord, Vijfhuizen en Diemen. In deelnet Diemen zien we dat het knelpunt ten gevolge van de benodigde transportcapaciteit hier pas tegen het einde van de congestieperiode zal ontstaan. Tevens concludeert TenneT dat in het deelnet Oostzaan naar huidig inzicht geen congestie zal optreden en volledig kan worden voldaan aan de gevraagde 240 MW additionele transportcapaciteit zoals bekend bij TenneT medio december. Voor Noord-Holland (met uitzondering van Oostzaan) betekent dit dat alle bestaande en nieuwe aanvragen voor transportcapaciteit geweigerd moeten worden (op de wachtlijst komen) totdat de capaciteit van het hoogspanningsnetwerk uitgebreid is. Het einde van de congestie in deelnet Noord-Holland Noord is afhankelijk van de uitbreiding van het 380kV-netwerk richting de kop van Noord-Holland (incl. nieuw 380/150kV-station in de kop van Noord-Holland). De afronding van dit project wordt verwacht in 2036. Voor de deelnetten Vijfhuizen en Diemen zullen de nieuwe deelnetten A9 Zuid (Spaarndam) en Amsterdam Zuidoost (Weesp) de congestie aanzienlijk verzachten.
TenneT onderzoekt meerdere technische maatregelen om vermogen te kunnen herverdelen op basis van bestaande en reeds geplande stations om zodoende de congestie te kunnen beëindigen bij inbedrijfname van de nieuwe deelnetten A9 Zuid (Spaarndam) en Amsterdam Zuidoost (Weesp). In de periode tot het moment van inbedrijfname van de reeds geplande uitbreidingsprojecten zal TenneT verdere (technische) maatregelen onderzoeken en actief op zoek gaan naar – en mogelijk helpen ontwikkelen van – meer regelbaar vermogen om te kunnen voorzien in de benodigde transportcapaciteit. In deelnet Oostzaan kan zonder toepassing van congestiemanagement aan de gevraagde transportcapaciteit worden voldaan. Deze conclusie is wel mede afhankelijk van tijdige realisatie van het nieuwe deelnet A9 Zuid (Spaarndam) en het uitbreiden van station Oostzaan met een vierde 380/150kV-transformator. Aangezien de inzet van congestiemanagement in Noord-Holland nodig is om te voldoen aan de benodigde transportcapaciteit en daarmee de financiële grens ook overschreden wordt, is het niet mogelijk om met regelbaar vermogen aanvullende ruimte beschikbaar te maken in deelnet Oostzaan. Wel is er mogelijk een kleine hoeveelheid vermogen beschikbaar binnen de huidige aanwezige (geplande) capaciteit voor verdere aanvragen.
Deze extra aanvragen mogen met een extra piekbelasting niet leiden tot overschrijding in onderliggende netcomponenten, aangezien er geen middelen voor congestiemanagement beschikbaar zijn. Aanvragen zullen dus individueel getoetst moeten worden. In tabel 7-1 is een overzicht weergeven van de resultaten van het congestieonderzoek. In totaal kan 240 MW van de gevraagde transportcapaciteit momenteel gefaciliteerd worden en 2530 MW momenteel niet worden gefaciliteerd. Dit betekent dat in de deelnetten Noord-Holland Noord, Vijfhuizen en Diemen alle nieuwe aanvragen voor transportcapaciteit moeten worden geweigerd en op de wachtlijst moeten worden geplaatst. Daarnaast zal TenneT de komende periode congestiemanagementcontracten conform bijlage 11 en/of 12 gaan sluiten.
De technische- en financiële grens worden overschreden; geen ruimte voor wachtlijst in deelnetten met congestie Ondanks de inzet van congestiemanagement bij het faciliteren van de benodigde transportcapaciteit, wordt in deelnet Noord-Holland Noord vanaf 2031 de maximale technische grens van 150% overschreden. De verwachting is dat deze overschrijding plaats zal vinden op de verbindingen tussen Diemen en Wijdewormer. In deelnet Vijfhuizen wordt vanaf 2026 de technische grens overschreden. Hier zal de nieuwe (vierde) 380/150kV-transformator in 2029 de technische grens (MW) doen laten stijgen en daarmee zal de overschrijding van deze grens krimpen. Vervolgens zal de belasting weer verder doorgroeien tot net onder de 150% in 2036. In deelnet Diemen en Oostzaan wordt de technische grens niet overschreden. Naast de technische grens wordt wel de financiële grens van het gehele congestiegebied overschreden bij het faciliteren van de benodigde transportcapaciteit. Daarmee is het dus niet mogelijk om middels congestiemanagement (een deel van de) wachtlijst te faciliteren. In Tabel 7-1 wordt per deelnet een overzicht van de resultaten van het laatste jaar in de congestieperiode weergegeven. Gezien de technische- en financiële grens worden overschreden is er geen ruimte voor de wachtlijst in deelnetten Vijfhuizen, Noord-Holland Noord en Diemen.
In Oostzaan kan wel de wachtlijst worden gefaciliteerd zonder toepassing van congestiemanagement. Dit betreft 318 klanten (240 MW) van de gezamenlijke wachtlijst zoals bekend bij TenneT medio december. Tabel 7-1 Overzicht resultaten congestieonderzoek in het laatste jaar van de congestieperiode (2036) Vijfhuizen
Noord-Holland Noord
Diemen
Oostzaan
Aanwezige capaciteit (MW)
1500
1500
530
1500
Benodigde capaciteit (MW)
2302
2736
646
793
724
1480
177
240
Gevraagde capaciteit (MW)
2498
3074
748
894
Regelbaar vermogen (MW)
0
823
250
0
Vermogen op wachtlijst* (MW)
7.1 Vervolg en aanvullende acties Uit conclusies in dit onderzoek is geconstateerd dat er drie richtingen zijn die aanvullende aandacht en monitoring vereisen om de voornaamste consequenties van de netcongestie te mitigeren. Deze drie richtingen hebben betrekking op de ontwikkeling van elektriciteitsbehoefte in de verschillende deelnetten, het verder contracteren en ontwikkelen van regelbaar vermogen en de technische aspecten van het stroomnet (uitbreidingen en technische maatregelen). Belangrijke aannames voor de totale transportbehoefte in Noord-Holland bevatten onzekere ontwikkelingen, zoals de inbedrijfname en ontwikkeltempo van grote datacenters, de ontwikkeling van industriële en agrarische vraag naar elektriciteit in Noord-Holland (Noord), het beëindigen van grootschalige elektriciteitsproductie te Velsen, en de realisatie van de verwachte autonome groei bij kleinverbruikers. Deze ontwikkelingen zijn met name afhankelijk van marktomstandigheden en overheidsbeleid. Gezien deze ontwikkelingen en onzekerheden daarin, zal TenneT in samenwerking met overheden en marktpartijen aanvullende maatregelen onderzoeken en treffen. Dit zal bijvoorbeeld betrekking hebben op de mogelijkheid om regelbare opwek in bedrijf te houden en/of aanvullend te ontwikkelen.
Met name in deelnet Vijfhuizen zal nader onderzocht worden of klanten met reeds gecontracteerde transportcapaciteit daadwerkelijk hiervan gebruik mogen en zullen gaan maken en/of welke flexibiliteit hier ter beschikking komt aan de netbeheerders. Hierbij is het nodig om meer duidelijkheid te creëren omtrent vergunningen. Daarnaast kunnen samen met overheden aanvullende maatregelen getroffen worden die helpen de voorziene piekbelasting te dempen, zoals de verdere implementatie van ‘slim laden’ en netbewuste woningbouw. De gehanteerde prognoses voor autonome groei kunnen daarbij nader aangescherpt worden naar de nieuwste inzichten, waaronder het opnemen van ontwikkelingen rondom slim elektrisch laden en netbewust bouwen van woningen. Naast de ontwikkeling in de vraag naar elektriciteit, speelt de realisatie van netuitbreidingen van TenneT een cruciale rol. Uitbreidingsprojecten die gedurende de congestieperiode (sneller) in bedrijf zullen komen, kunnen een groot effect hebben op de beschikbaarheid van transportcapaciteit. TenneT zal daarom samen met overheden blijven werken aan de snelle realisatie van cruciale uitbreidingsprojecten. Met name de realisatie van een 380 kV-verbinding richting de Kop van Noord-Holland, een nieuw 380/150kV koppelpunt Amsterdam Zuidoost (Weesp) en een nieuw 380/150kV koppelpunt A9 Zuid (Spaarndam) zijn daarbij van groot belang.
Voor een tijdige realisatie van deze projecten is tijdige ruimtelijke inpassing en vergunningsverlening benodigd. Indien er vertraging optreedt in de planning van (deze) uitbreidingsprojecten, kan dit tot verergering en verlenging van de congestie leiden. In dit onderzoek is rekening gehouden met inbedrijfname-datums van projecten zoals opgenomen in het ‘Investeringsplan Net op land 2024-2033’ d.d. 17 april 2024. TenneT onderzoekt ook mogelijkheden die (tijdelijke) verschakelingen in het in huidige stroomnet kunnen bieden om netcongestie te verlichten. Deze zijn toegelicht in hoofdstuk 5. Hierbij moet men denken aan het herverdelen van vermogen tussen stations en/of deelnetten, of het beter sturen van vermogensstromen tussen stations door middel van wijzigingen in nettopologie.
8. NAWOORD TenneT zal dit onderzoek herzien bij significante ontwikkelingen in het congestiegebied, zoals netuitbreidingen en/of gewijzigde marktomstandigheden. In dit onderzoek heeft TenneT op basis van huidige informatie de meest realistische inschatting van de toekomstige situatie gemaakt. Bij wijzigingen zal TenneT te allen tijde de veiligheid en leveringszekerheid van elektriciteit vooropstellen en zich daarbinnen maximaal inspannen om gevraagde transporten te faciliteren.
TenneT heeft dit onderzoeksrapport uitgevoerd volgens de regels uit de gewijzigde Netcode die op 19 April 2024 in werking is getreden. TenneT zal dit onderzoek herzien bij significante ontwikkelingen in het congestiegebied, zoals netuitbreidingen en gewijzigde marktomstandigheden. In dit onderzoek heeft TenneT op basis van huidige informatie de meest realistische inschatting van de toekomstige situatie gemaakt. Bij wijzigingen zal TenneT te allen tijde de veiligheid en leveringszekerheid van elektriciteit vooropstellen en zich daarbinnen maximaal inspannen om gevraagde transporten te faciliteren.
BIJLAGEN
20
20 De netversterking van deze verbinding komt gedurende 2025 in bedrijf. De hier getoonde grafiek geeft de toekomstige
belasting weer op de huidige netsituatie en betreft daarmee een overschatting.