Congestieonderzoek Noord-Holland - afname
Tekst van het document
Congestieonderzoek Noord-Holland Analyse naar beschikbare transportcapaciteit voor afname van elektriciteit onder toepassing van congestiemanagement
SAMENVATTING Aanleiding Op 18 oktober 2023 heeft TenneT met een vooraankondiging de markt geïnformeerd dat er naar verwachting onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is in de provincie Noord-Holland voor verdere groei van afname (vraag) van elektriciteit. De transportschaarste die duurt tot het jaar 2036 wordt veroorzaakt door een sterk groeiende vraag naar elektriciteit. Een groeiende vraag naar elektriciteit was voorzien, en TenneT heeft hiermee rekening gehouden bij het plannen van netuitbreidingen in de Investeringsplannen. Volgens deze plannen wordt tot en met 2036 de capaciteit van het elektriciteitsnet in Noord-Holland met meer dan 4000 MW uitgebreid tot ruim 8500 MW. Sinds de afronding van het Investeringsplan 2022-2031 is er echter aanvullende groei geweest in de totale transportvraag, waardoor gedurende 2023 duidelijk werd dat de geplande netuitbreidingen niet bijtijds gereed zouden komen om deze aanvullende groeiende vraag naar elektriciteit te faciliteren. Om deze reden heeft TenneT op 18 oktober 2023 een vooraankondiging congestie gedaan. Tot en met 2036 komt er bovenop de huidige piekbelasting in Noord-Holland (3217 MW), nog reeds gecontracteerd vermogen van (nieuwe) aansluitingen bij die gedurende de congestieperiode bij zowel Liander (1800 MW) als bij TenneT (2100 MW) in bedrijf zullen komen.
Op het net van TenneT betreft dit met name, maar niet alleen, datacenters. Daarnaast wordt een deel van de totale benodigde transportcapaciteit verklaard door de autonome groei van kleinverbruik in het netwerk van Liander (1500 MW). 1 Dit betekent dat de piekbelasting meer dan verdubbelt ten opzichte van de huidige waarde. De uitbreiding van transportcapaciteit op het net van TenneT houdt deze groei niet bij; hierdoor ontstaat in veel gebieden congestie. In dit onderzoek heeft TenneT de vraag naar transportcapaciteit en de aanwezige transportcapaciteit in detail geanalyseerd en de eventuele noodzaak tot en mogelijkheden voor toepassing van congestiemanagement onderzocht. Dit onderzoek is uitgevoerd op basis van de gewijzigde Netcode die op 19 april 2024 in werking is getreden. Hierbij dient TenneT zich te houden aan de in de Netcode gestelde kaders om waar noodzakelijk en mogelijk congestiemanagement toe te passen tot aan de financiële en/of technische grens. Benodigde transportcapaciteit kan slechts gedeeltelijk worden gefaciliteerd; maatregelen benodigd Uit de rekenresultaten blijkt dat in Noord-Holland de benodigde capaciteit (7270 MW) slechts deels kan worden gefaciliteerd tot en met het einde van de congestieperiode.
Deze benodigde capaciteit bestaat uit de vraag van huidige aangeslotenen, geprognosticeerde vraag van aansluitingen in aanleg/opdracht en de verwachte groei in elektriciteitsvraag van kleinverbruikers. Deze benodigde transportcapaciteit overschrijdt de capaciteit die beschikbaar is in drie deelnetten, zelfs met inzet van congestiemanagement. Deze situatie ontstaat in de deelnetten Vijfhuizen, Noord-Holland Noord en Diemen. In deelnet Oostzaan kan de benodigde transportcapaciteit wel volledig gefaciliteerd worden en is er aanvullend voldoende beschikbare ruimte voor het inpassen van de huidige wachtlijst.
1 De cijfers genoemd in deze passage dienen ter indicatie en zijn gebaseerd op een uitsplitsing van de verwachte
piekvraag per hoogspanningsstation in 2036 in Noord-Holland. Deze uitsplitsing is niet gebaseerd op de netto piekbelasting per deelnet die rekening houdt met een mate van ongelijktijdigheid tussen piekbelastingen.
Deelnet Vijfhuizen: overbelastingen verwacht vanaf 2026; onvoldoende maatregelen aanwezig In deelnet Vijfhuizen wordt voornamelijk congestie verwacht op de 380/150kV-transformatoren op station Vijfhuizen. De verwachting is dat de overbelastingen voor het eerst optreden vanaf 2026. Het aangeboden regelbaar vermogen in dit deelgebied is tot nu toe beperkt, met name door belemmering van uitstootvergunningen en is daarmee niet voldoende om de congestie te kunnen mitigeren. Een extra (vierde) 380/150kV-tranformator wordt naar verwachting in 2029 geplaatst, waardoor de mate van overbelasting beperkt wordt. De overbelasting zal echter hierna weer doorgroeien door de verwachte sterke ontwikkeling in vraag naar elektriciteit in dit deelnet. Bij een deel van deze geprognosticeerde vraag in dit gebied is het nog onzeker of deze plaats gaat vinden, omdat door marktpartijen geplande ontwikkelingen mogelijk niet vergund worden. Daarnaast is er een kans dat een deel van de vraag in dit gebied in een langzamer tempo gerealiseerd wordt dan nu verondersteld is. Deze beide effecten kunnen ertoe leiden dat de voorziene overbelastingen mogelijk in mindere mate of later ontstaan. Met de aanleg van het nieuwe deelnet A9 Zuid (Spaarndam), verwacht in 2031 2, wordt een deel van de belastingvraag omgehangen van deelnet Vijfhuizen naar het nieuwe deelnet A9 Zuid (Spaarndam).
Op basis van huidige verwachte groei is dit nog steeds onvoldoende om de overbelastingen op de 380/150kV-transformatoren in Vijfhuizen te kunnen mitigeren. Naast de transformatoren op Vijfhuizen worden ook overbelastingen verwacht op een aantal 150kV-verbindingen in het onderliggende deelnet. TenneT onderzoekt meerdere technische maatregelen om vermogen te kunnen herverdelen op basis van bestaande en reeds geplande stations om zodoende de congestie te kunnen beëindigen bij inbedrijfname van het nieuwe deelnet A9 Zuid (Spaarndam). Deelnet Noord-Holland Noord: overbelastingen verwacht vanaf 2026; vanaf 2029 niet langer voldoende mitigeerbaar met huidige maatregelen De meest beperkende overbelastingen voor deelnet Noord-Holland Noord worden voorzien op de 150kVverbindingen tussen Beverwijk en Oterleek en tussen Diemen en Wijdewormer; dit zijn de voedende verbindingen voor dit deelnet. Deze overbelastingen kunnen voor het eerst optreden in 2026, maar met behulp van inzet van congestiemanagement kan dit moment worden uitgesteld tot 2029. Vanaf 2029 kunnen naast congestiemanagement mogelijk operationele en technische oplossingen (railsplitsing station Oterleek en verhogen van transportcapaciteit bestaande 150kV-verbindingen) nog in beperkte mate een oplossing bieden. TenneT zal verder onderzoeken wat er nodig is om deze maatregelen te implementeren.
Naast de twee genoemde en meest beperkende 150kV-verbindingen ontstaan er ook overbelastingen op andere 150kV-verbindingen in deelnet Noord-Holland Noord. Er zullen meerdere netinvesteringen moeten plaatsvinden om deze overbelastingen te kunnen verhelpen. Het einde van de congestie in deelnet Noord-Holland Noord is afhankelijk van de uitbreiding van het 380kV-netwerk richting de kop van Noord-Holland. De afronding van dit project wordt verwacht in 20362.
2 Op basis van ‘Investeringsplan Net op land 2024-2033’ d.d. 17 april 2024
Deelnet Diemen: lichte overbelastingen die te mitigeren zijn tot aan 2034 Het derde deelnet waar congestie verwacht wordt is deelnet Diemen. De voornaamste overbelasting treedt op bij de 380/150kV-transformatoren op station Diemen. De verwachting is dat de overbelastingen voor het eerst kunnen optreden vanaf 2028. De transformatoren op station Diemen voorzien zowel deelnet Diemen als Noord-Holland Noord (via de verbinding tussen Diemen en Wijdewormer) van elektriciteit. Op basis van het gevonden regelbaar vermogen in deze deelnetten kunnen de overbelastingen op de transformatoren bijna volledig worden gemitigeerd. Met de aanleg van het nieuwe deelnet Amsterdam Zuidoost (Weesp), verwacht in 20312, wordt een deel van de belastingvraag omgehangen van deelnet Diemen naar het nieuwe deelnet Amsterdam Zuidoost (Weesp). Dit zal tot verlichting in deelnet Diemen leiden. Desondanks worden er vanaf 2034 tot 2036 beperkte overbelastingen verwacht, gerelateerd aan de transportvraag van Noord-Holland Noord (via de verbinding Diemen-Wijdewormer). Gezien een deel van de congestie wordt veroorzaakt door de vraag naar elektriciteit in Noord-Holland Noord, wordt ook in deelnet Diemen het einde van de congestie in 2036 gemarkeerd door de uitbreiding van het 380kV-netwerk richting de kop van Noord-Holland.
Deelnet Oostzaan: gevraagde capaciteit kan gefaciliteerd worden Uit de rekenresultaten blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit (het benodigde vermogen inclusief de wachtlijst), volledig gefaciliteerd kan worden in deelnet Oostzaan. Hier wordt op basis van de huidige inzichten en op basis van de geanalyseerde wachtlijst geen congestie verwacht. Dit betreft de gezamenlijke wachtlijst bij Liander en TenneT van begin december 2024. In 2031 wordt de capaciteit van deelnet Oostzaan uitgebreid met een vierde koppeltransformator. De technische- en financiële grens worden overschreden; geen ruimte voor wachtlijst in deelnetten met congestie Ondanks de inzet van congestiemanagement bij het faciliteren van de benodigde transportcapaciteit, wordt in deelnet Noord-Holland Noord vanaf 2031 de maximale technische grens van 150% overschreden. De verwachting is dat deze overschrijding plaats zal vinden op de verbindingen tussen Diemen en Wijdewormer. In deelnet Vijfhuizen wordt vanaf 2026 de technische grens bereikt en overschreden. Hier zal de nieuwe (vierde) 380/150kV-transformator in 2029 de technische grens doen laten stijgen en daarmee zal de overschrijding van deze grens krimpen. Vervolgens zal de belasting weer verder doorgroeien tot boven de maximale technische grens van 150% in 2036.
Naast de technische grens wordt in het congestiegebied Noord-Holland ook de financiële grens overschreden. Daarmee is het dus niet mogelijk om middels congestiemanagement (een deel van de) wachtlijst te faciliteren. In deelnet Diemen zien we geen overschrijding van de technische grens, maar wel van de financiële grens waardoor er ook in dit deelnet geen ruimte vrij komt voor de wachtlijst. In deelnet Oostzaan kan de wachtlijst zonder congestiemanagement gefaciliteerd worden. In de andere deelnetten zullen de beschikbare congestiemanagementmiddelen volledig worden ingezet voor het faciliteren van de benodigde transportcapaciteit.
Onvoldoende flexibiliteit beschikbaar voor voldoende toepassing congestiemanagement; verplichting op aanbieden congestiediensten benodigd Om congestiemanagement toe te kunnen passen, moet er voldoende regelbaar vermogen (flexibiliteit) beschikbaar zijn, op basis van procedures en (contract)specificaties conform bijlage 11 (redispatch) en bijlage 12 (capaciteitsbeperking) van de Netcode. Hiervoor is TenneT afhankelijk van het aanbod van flexibiliteit van huidige en toekomstige aangeslotenen op het hoogspanningsnetwerk van TenneT en het distributienet van Liander. Aangeslotenen die flexibiliteit leveren, dienen op verzoek van de netbeheerder tijdens piekmomenten het verbruik, of opwek van elektriciteit aan te passen. Aangeslotenen groter dan 1 MW kunnen verplicht worden een aanbod voor flexibel vermogen te doen; aangeslotenen groter dan 60 MW zijn hiertoe standaard verplicht. Op basis van de uitkomsten van de huidige marktconsultatie concludeert TenneT dat er onvoldoende regelbaar vermogen beschikbaar is gekomen om de congestie te kunnen verhelpen. TenneT is in gesprek met marktpartijen om meer regelbaar vermogen beschikbaar gesteld te krijgen en/of te ontwikkelen. Voor alle aangeslotenen met een transportvermogen (invoeding of afname) van 60MW of groter geldt reeds de verplichting zoals opgenomen in de Netcode om deel te nemen aan congestiemanagement.
Daarnaast zal, gezien de mate van congestie in deelnetten Vijfhuizen en Noord-Holland Noord, hier de ondergrens van de verplichting moeten worden verlaagd naar 1 MW. TenneT en Liander zullen in contact treden met de groep aangeslotenen op wie daarmee de verplichting van toepassing wordt, conform de procedure beschreven in artikel 9.1.5 van de Netcode. Snelle uitbreiding van het net en aanvullende maatregelen ter verlichting stroomnet zijn benodigd De benodigde transportcapaciteit overschrijdt de capaciteit die beschikbaar is in drie deelnetten, ook met inzet van congestiemanagement. Deze situatie ontstaat in de deelnetten Vijfhuizen, Noord-Holland Noord en Diemen. In Vijfhuizen en Noord-Holland Noord worden de overbelastingen significant vanaf resp. 2026 en 2029. De resultaten van dit onderzoek zijn gebaseerd op de gehanteerde inputdata en enkele aannames. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de geprognotiseerde benodigde vraag naar transport van elektriciteit. Deze benodigde transportcapaciteit bestaat uit de vraag van huidige klanten, aangevuld met reeds aangegane verplichtingen en voorziene autonome groei. Elk van die drie componenten heeft impact op de uiteindelijke probleemgrootte en in elk van de drie componenten kunnen aanvullende maatregelen helpen het stroomnet te verlichten.
Belangrijke aannames voor de totale transportbehoefte in Noord-Holland bevatten onzekere ontwikkelingen, zoals de inbedrijfname en ontwikkeltempo van grote datacenters, de ontwikkeling van industriële en agrarische vraag naar elektriciteit in Noord-Holland (Noord), het beëindigen van grootschalige elektriciteitsproductie te Velsen, en de realisatie van de verwachte autonome groei bij kleinverbruikers. Deze ontwikkelingen zijn met name afhankelijk van marktomstandigheden en overheidsbeleid. Gezien deze ontwikkelingen en onzekerheden daarin, zal TenneT in samenwerking met overheden en marktpartijen aanvullende maatregelen onderzoeken en treffen. Dit zal bijvoorbeeld betrekking hebben op de mogelijkheid om regelbare opwek in bedrijf te houden en/of aanvullend te ontwikkelen. Met name in deelnet
Vijfhuizen zal nader onderzocht worden of klanten met reeds gecontracteerde transportcapaciteit daadwerkelijk hiervan gebruik mogen en zullen gaan maken en/of welke flexibiliteit hier ter beschikking komt aan de netbeheerders. Hierbij is het nodig om meer duidelijkheid te creëren omtrent vergunningen. Daarnaast kunnen samen met overheden aanvullende maatregelen getroffen worden die helpen de voorziene piekbelasting te dempen, zoals de verdere implementatie van ‘slim laden’ en netbewuste woningbouw. De gehanteerde prognoses voor autonome groei kunnen daarbij nader aangescherpt worden naar de nieuwste inzichten, waaronder het opnemen van ontwikkelingen rondom slim elektrisch laden en netbewust bouwen van woningen. Naast de ontwikkeling in de vraag naar elektriciteit, speelt de realisatie van netuitbreidingen van TenneT en Liander een cruciale rol. Uitbreidingsprojecten die gedurende de congestieperiode (sneller) in bedrijf zullen komen, kunnen een groot effect hebben op de beschikbaarheid van transportcapaciteit. TenneT zal daarom samen met overheden blijven werken aan de snelle realisatie van cruciale uitbreidingsprojecten. Met name de realisatie van een 380 kV-verbinding richting de Kop van Noord-Holland, een nieuw 380/150kV koppelpunt Amsterdam Zuidoost (Weesp) en een nieuw 380/150kV koppelpunt A9 Zuid (Spaarndam) zijn daarbij van groot belang.
Voor een spoedige realisatie van deze projecten is tijdige ruimtelijke inpassing en vergunningsverlening benodigd. Indien er vertraging optreedt in de planning van (deze) uitbreidingsprojecten, zal dit tot verergering en verlenging van de congestie leiden. In dit onderzoek is rekening gehouden met inbedrijfname-data van projecten zoals opgenomen in het ‘Investeringsplan Net op land 2024-2033’ d.d. 17 april 2024. Uitgangspunten van het onderzoek In dit onderzoek heeft TenneT op basis van huidige informatie de meest realistische inschatting van de toekomstige situatie gemaakt. TenneT zal dit onderzoek herzien bij significante ontwikkelingen in het congestiegebied, zoals netuitbreidingen en gewijzigde marktomstandigheden. Bij wijzigingen zal TenneT te allen tijde de veiligheid en leveringszekerheid van elektriciteit vooropstellen en zich daarbinnen maximaal inspannen om gevraagde transporten te faciliteren.
Samenvattend overzicht resultaten congestieonderzoek Noord-Holland Onderstaande tabellen vormen een samenvattend overzicht van de ontwikkeling van de congestie en geven inzicht in de effectiviteit van congestiemanagement (CM) per deelnet. Wanneer relevant worden in het kort bijzonderheden toegelicht. In hoofdstukken 3 t/m 6 zal meer worden uitgeweid over deze resultaten. Het vermogen op de wachtlijst, zoals weergeven in de onderstaande tabellen, betreft het totaal vermogen van alle klantaanvragen op de gecombineerde TenneT-Liander wachtlijst per deelnet zoals bij TenneT bekend. De toename in de piekbelasting per deelnet zal lager uitvallen dan dit gesommeerd vermogen, aangezien de piekbelasting van individuele aangeslotenen niet volledig gelijktijdig zullen plaatsvinden. Tabel 1. Ontwikkeling van congestie in Vijfhuizen Samenvattend overzicht transportcapaciteit in deelnet Vijfhuizen (MW) Jaartal (netsituatie)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
Aanwezig
1000
1000
1000
1000
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500
Benodigd
1004
1244
1458
1715
1959
2121
2084
2134
2190
2227
2265
2302
Beschikbaar
-4
-244
-458
-715
-459
-621
-584
-634
-690
-727
-765
-802
1000
1000
1000
1000
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
244
458
715
459
621
584
634
690
727
765
802
3
Gefaciliteerde transportcapaciteit met toepassing van CM waarvan extra door middel van CM Tekort aan transportcapaciteit Wachtlijst
3
724, waarvan circa 480 MW grootschalige batterijsystemen
Betreft overbelasting van circa 101% voor 2 uur in 2025 en valt binnen risicoacceptatie
Tabel 2. Ontwikkeling van congestie in Noord-Holland Noord Samenvattend overzicht transportcapaciteit in deelnet Noord-Holland Noord (MW) Jaartal (netsituatie)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
Aanwezig
1500
4
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500
Benodigd
1420
1592
1781
1945
2022
2163
2367
2508
2551
2597
2667
2736
Beschikbaar
80
-92
-281
-445
-522
-663
-867
-1008
-1051
-1097
-1167
-1236
1420
1592
1781
1945
1945
1945
1945
1945
1945
1945
1945
1945
0
92
281
445
445
445
445
445
445
445
445
445
0
0
0
0
77
218
422
563
606
652
722
791
Gefaciliteerde transportcapaciteit met toepassing van CM waarvan extra door middel van CM Tekort aan transportcapaciteit Wachtlijst
1480, waarvan circa 650 MW grootschalige batterijsystemen
Tabel 3. Ontwikkeling van congestie in deelnet Diemen Samenvattend overzicht transportcapaciteit in deelnet Diemen (MW) Jaartal (netsituatie)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
Aanwezig
800
800
800
800
800
800
530
530
530
530
530
530
Benodigd
728
746
779
803
827
848
531
554
575
597
621
646
Beschikbaar
72
54
21
-3
-27
-48
-1
-24
-45
-67
-91
-116
728
746
779
800
827
848
530
554
575
597
597
597
0
0
0
0
27
48
0
24
45
67
67
67
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
24
49
Gefaciliteerde transportcapaciteit met toepassing van CM waarvan extra door middel van CM Tekort aan transportcapaciteit Wachtlijst
177, waarvan 0 MW grootschalige batterijsystemen
4 Uitbreiding capaciteit kabelverbindingen Beverwijk-Oterleek gedurende 2025 is reeds verdisconteerd in de 2025-
waarde.
De daling in aanwezige transportcapaciteit voor deelnet Diemen wordt veroorzaakt door groei van transport uit deelnet Diemen richting Noord-Holland Noord. Deze groei komt door de groei in vraag naar elektriciteit in Noord-Holland Noord gecombineerd met het uit bedrijf gaan van de centrales bij Velsen. Waar eerst via de 150kV-stations Velsen en Beverwijk een groot aandeel van de vraag naar elektriciteit voorzien werd, wordt er na de uitbedrijfname van de conventionele productie-eenheden bij Velsen relatief meer vermogen vanuit de Diemen-zijde geleverd. Dit heeft effect op de aanwezige capaciteit van het deelnet Diemen. De daling vanaf 2031 in de benodigde transportcapaciteit wordt veroorzaakt door het verplaatsen van vermogen van deelnet Diemen naar het nieuwe deelnet A’dam Zuidoost (Weesp). Tabel 4. Ontwikkeling van transportcapaciteit in Oostzaan Samenvattend overzicht transportcapaciteit in deelnet Oostzaan (MW) Jaartal (netsituatie)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
Aanwezig
1000
1000
1000
1000
1000
1000
1500
1500
1500
1500
1500
1500
Benodigd
643
730
841
789
814
828
712
731
744
760
776
793
Beschikbaar
357
270
159
211
186
172
788
769
756
740
724
707
643
730
841
789
814
828
712
731
744
760
776
793
712
807
926
877
898
910
794
810
824
837
851
865
Waarvan gefaciliteerd zonder toepassing CM Gefaciliteerd inclusief WL Wachtlijst (MW)
240 5
5 Aandeel van opslag kan niet worden weergeven in deelnet Oostzaan omwille van vertrouwelijkheid klantgegevens.
VOORWOORD Dit rapport bevat de bevindingen van het congestieonderzoek dat is uitgevoerd voor de verwachte transportschaarste ten gevolge van groei in afname in Noord-Holland. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen of en in welke mate er sprake is van congestie en om te bepalen in hoeverre het mogelijk is om congestiemanagement toe te passen in het betreffende congestiegebied. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de eisen die aan een congestieonderzoek zijn gesteld in de Netcode elektriciteit. Gedurende de looptijd van dit onderzoek is de Netcode gewijzigd door de ACM. TenneT heeft dit rapport in lijn gebracht met de aangepaste regels in de Netcode die op 19 april 2024 in werking is getreden. TenneT en Liander hebben gezamenlijk onderzoek gedaan naar de toepassing van congestiemanagement. Hierbij heeft Liander prognoses opgesteld en ondersteund bij het analyseren van mogelijk beschikbare flexibiliteit van aangeslotenen in het netwerk van Liander. Mede op basis van deze gegevens heeft TenneT vastgesteld in welke mate er congestiemanagement uitgevoerd kan en dient te worden. De resultaten hiervan zijn opgenomen in dit rapport, waarbij er onderlinge afstemming heeft plaatsgevonden over de conclusies van dit rapport. Dit rapport is als volgt opgebouwd.
Hoofdstukken 1 en 2 behandelen de aanleiding en achtergrond van de verwachte congestie en de gehanteerde methodologie bij het uitgevoerde onderzoek. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de omvang en duur van de verwachte congestie behandeld. Hoofdstuk 4 behandelt de marktanalyse, waarin de uitkomsten van het marktonderzoek worden toegelicht. Congestiemanagement is immers afhankelijk van de deelname van marktpartijen. In hoofdstuk 5 wordt de technische analyse beschreven. Hierin is getoetst hoeveel congestiemanagement toegepast kan worden in relatie tot de technische grens en zijn overige technische beperkingen en randvoorwaarden geanalyseerd. Hoofdstuk 6 behandelt de financiële analyse, waarin de financiële grens en geschatte kosten van congestiemanagement worden berekend. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 geconcludeerd of en in welke mate congestiemanagement kan worden toegepast in het 150 kV-netwerk van Noord-Holland voor het oplossen van de verwachte congestie.
Inhoudsopgave
1. INLEIDING EN CONGESTIEGEBIED
12
2. METHODOLOGIE EN UITGANGSPUNTEN
15
2.1 Opbouw onderzoek 2.2 Inputdata en uitgangspunten 2.3 Netmodel en gehanteerde netontwerpcriteria 2.4 Onzekerheden 2.5 Overzicht gebruikte definities
15 16 17 18 19
3. OMVANG VAN DE CONGESTIE
21
3.1 Aanwezige transportcapaciteit 3.2 Benodigde transportcapaciteit 3.3 Gevraagde transportcapaciteit 3.4 Verwachte belasting meest beperkende netcomponenten 3.5 Vaststelling en duur van fysieke congestie 3.6 Transportcapaciteit in nieuwe deelnetten
21 24 25 27 31 33
4. MARKTANALYSE
34
4.1 Werkwijze marktconsultatie 4.2 Beschikbare flexibiliteit voor congestiemanagement 4.3 Analyse marktconsultatie 4.4 Opvolging en aanvullend marktonderzoek
34 34 35 36
5. TECHNISCHE ANALYSE
37
5.1 Aanwezig regelbaar vermogen 5.2 Technische grens 5.3 Kortsluitvermogen 5.4 Technische maatregelen
37 38 40 41
6. FINANCIËLE ANALYSE
43
6.1 Financiële grens 6.2 Geschatte kosten van congestiemanagement
43 44
7. CONCLUSIE
46
7.1 Vervolg en aanvullende acties
48
8. NAWOORD
49
1. INLEIDING EN CONGESTIEGEBIED Zoals vermeld in de vooraankondiging van 18 oktober 2023 verwacht TenneT structurele congestie voor afname in de provincie Noord-Holland. Het bestaande 150kV-netwerk in Noord-Holland kan worden onderverdeeld in vier deelnetten: • Deelnet Noord-Holland Noord: dit deelnet omvat op hoofdlijnen het gebied boven het Noordzeekanaal met uitzondering van Zaandam/Zaanstad en Amsterdam Noord; • Deelnet Oostzaan: dit deelnet omvat op hoofdlijnen Amsterdam Noord, Amsterdam Centrum, havengebied Amsterdam en Zaandam/Zaanstad; • Deelnet Diemen (Amsterdam Zuidoost in de vooraankonding): dit deelnet omvat op hoofdlijnen Amsterdam Zuidoost, Diemen, IJburg, Weesp, Amstelveen en ’t Gooi; • Deelnet Vijfhuizen: dit deelnet omvat op hoofdlijnen Amsterdam Zuidas, Schiphol, Hoofddorp en Haarlem. Na 2030 wordt het 150kV-netwerk in Noord-Holland uitgebreid met nog eens twee deelnetten, waarbij bepaalde regio's/gebieden worden overgezet van een bestaand deelnet naar een nieuw deelnet: • Deelnet A9 Zuid 6 (Spaarndam): dit deelnet zal op hoofdlijnen het havengebied Amsterdam, de stedelijke gebieden rondom Haarlem en Bloemendaal en het noordelijk deel van de gemeente Haarlemmermeer gaan omvatten. • Deelnet Amsterdam Zuidoost 7 (Weesp): dit deelnet zal op hoofdlijnen Amsterdam Zuidoost (deels), Weesp (deels), Amstelveen en 't Gooi gaan omvatten.
De duur van de congestieperiode verschilt per regio/deelnet: • De verwachte structurele congestie in het deelnet Noord-Holland Noord duurt minimaal tot 2034 en mogelijk tot 2036. • De verwachte structurele congestie in de regio Noord-Holland Zuid (deelnet Oostzaan, Diemen en Vijfhuizen) duurt tot minimaal 2031 en mogelijk tot 2033. De duur van de aangegeven congestieperiodes is afhankelijk van de realisatietermijn van een aantal cruciale uitbreidingsinvesteringen. De nieuwe 380kV-verbinding naar een nieuw te realiseren 380/150kV-station in de kop van Noord-Holland biedt additionele transportcapaciteit voor het deelnet Noord-Holland Noord. In zuidelijk Noord-Holland wordt de 380/150kV-transformatorcapaciteit in Oostzaan en Vijfhuizen uitgebreid. Tevens worden twee nieuwe 380/150kV-stations gerealiseerd, namelijk A9 Zuid (Spaarndam) en Amsterdam Zuidoost (Weesp). Daarnaast wordt het 150kV-netwerk in heel Noord-Holland op meerdere plekken verzwaard of uitgebreid.
6 A9 Zuid is een (tijdelijke) werknaam voor dit nieuwe 380/150kV-station. De definitieve naamgeving wordt vastgesteld als de daadwerkelijke locatie bekend is. 7 Amsterdam Zuidoost is een (tijdelijke) werknaam voor dit nieuwe 380/150kV-station. De definitieve naamgeving wordt vastgesteld als de daadwerkelijke locatie bekend is.
De verwachte congestie wordt veroorzaakt doordat de benodigde transportcapaciteit groter is dan de aanwezige transportcapaciteit. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door snelle ontwikkelingen in een groeiende vraag naar elektriciteit op zowel het netvlak van TenneT als op het netvlak van Liander. Specifiek gaat het dan om industriële elektrificatie, grootschalige batterijsystemen, datacenters, glastuinbouw, woningbouw en de verduurzaming van zowel mobiliteit (laadpalen) als de gebouwde omgeving (warmtepompen). De hieruit voortvloeiende transportbehoefte kan niet volledig gefaciliteerd worden met de aanwezige transportcapaciteit van het huidige hoogspanningsnet. De verwachte congestie ontstaat op verschillende plekken in het 150kV-netwerk. De belangrijkste plekken worden hieronder voor elk afzonderlijk deelnet kort toegelicht: • Deelnet Noord-Holland Noord: de verwachte congestie ontstaat voornamelijk op de 150kVverbindingen tussen Diemen en Wijdewormer en tussen Beverwijk en Oterleek; • Deelnet Oostzaan: geen congestie verwacht op basis van huidige inzichten; • Deelnet Diemen: de verwachte congestie treedt voornamelijk op bij de koppeltransformatoren tussen het 380kV- en 150kV-netwerk in Diemen; • Deelnet Vijfhuizen: de verwachte congestie treedt voornamelijk op bij de koppeltransformatoren tussen het 380kV- en 150kV-net werk in Vijfhuizen.
In Figuur 1-1 is een uitsnede gemaakt van het 150kV-netwerk in Noord-Holland. De meest beperkende netcomponenten worden in Figuur 1-1 aangeven met behulp van rode lijnen en cirkels. Dit congestiemanagementonderzoek is gericht op het 150kV-netwerk in Noord-Holland dat door TenneT wordt beheerd. Onderliggende distributienetten beheerd door de regionale netbeheerder (Liander 8) en gesloten distributiesystemen (GDS) zijn geen onderdeel van dit congestieonderzoek. Het landelijke 380kV-netwerk is ook geen onderdeel van dit congestieonderzoek.
8
Stedin beheert een deel van het middenspanningsnetwerk in de omgeving van Heemstede. Dit wordt gevoed vanuit het 150kV-netwerk via Liander. Derhalve is er in dit onderzoek gewerkt met data van Liander, waarin data van Stedin in is verwerkt.
Figuur 1-1. Geografisch overzicht 150kV-netwerk Noord-Holland
2. METHODOLOGIE EN UITGANGSPUNTEN 2.1 Opbouw onderzoek Het congestieonderzoek start met een berekening van de te verwachte vermogensstromen in de referentiesituatie. Dit is de verwachte toekomstige situatie waarin de reeds toegewezen aansluit- en transportverzoeken bij TenneT en Liander afgerond zijn en de door Liander ingeschatte autonome groei voor (klein)verbruik gerealiseerd is. Aanvullende aansluit- en transportverzoeken zijn in de referentiesituatie niet meegenomen. Deze verwachte vermogensstromen worden getoetst aan de netontwerpcriteria. De vermogensstromen zijn berekend per uur voor een geheel jaar. Vervolgens wordt onderzocht of en in welke mate additioneel vermogen toegevoegd zou kunnen worden met toepassing van congestiemanagement. Hiertoe worden verschillende berekeningen gedaan, waarbij het toegevoegde vermogen onder toepassing van congestiemanagement sequentieel opgehoogd wordt. Dit wordt getoetst aan zowel de financiële als de technische grens. Netbeheerders zijn verplicht om waar nodig en mogelijk congestiemanagement toe te passen tot aan de financiële of technische grens (Netcode artikel 9.10 lid 2). De financiële grens is een door de Netcode vastgestelde limiet aan de omvang van congestiemanagement die door netbeheerders uitgevoerd moet worden.
Conform de Netcode hoeven netbeheerders geen congestiemanagement toe te passen om transporten te faciliteren waardoor de ingeschatte kosten de vastgestelde financiële grens overschrijden. Startend vanuit de referentiesituatie wordt getoetst hoeveel extra vermogen kan worden toegelaten totdat de verwachte kosten gelijk zijn aan de financiële grens. Om daadwerkelijk congestiemanagement toe te kunnen passen, is participatie noodzakelijk van marktpartijen die flexibel inzetbaar vermogen kunnen leveren d.m.v. getekende contracten overeenkomstig bijlage 11 en 12 van de Netcode. Om dit flexibel vermogen in kaart te brengen is een consultatie bij marktpartijen gedaan, op basis waarvan geanalyseerd is in welke mate marktpartijen flexibiliteit beschikbaar zouden kunnen en willen stellen. Daarbij is het van belang dat deze flexibiliteit ook op de juiste locaties en benodigde tijdstippen wordt aangeboden om daadwerkelijk fysieke congestie op te kunnen lossen. De contracten zijn nog niet getekend, hiermee zal TenneT na publicatie van dit congestieonderzoek starten. Aan de verplichting van netbeheerders om waar (nodig en) mogelijk congestiemanagement toe te passen, wordt ook een limiet gesteld door het bereiken van de technische grens. De technische grens zorgt ervoor dat het netwerk niet structureel overbelast wordt om zodoende de leveringszekerheid te blijven borgen.
Tijdens de analyses wordt iteratief berekend hoeveel additioneel vermogen toegevoegd zou kunnen worden met inzet van regelbaar vermogen (congestiemanagement) zonder dat de technische grens wordt overschreden. Vervolgens zijn de deelconclusies uit de financiële-, markt- en technische analyse gecombineerd om tot een oordeel te komen of en in welke mate congestiemanagement toegepast kan worden om te voorzien in de benodigde en/of gevraagde transportcapaciteit. Daarbij is ook getoetst of er binnen de technische en financiële
grens eventueel nog aanvullende ruimte beschikbaar is. Indien er naar verwachting, eventueel onder voorwaarden, nog mogelijkheden zijn voor het honoreren van aanvullende transportverzoeken, is dit ook aangegeven in deze conclusie. Daarnaast is ook getoetst op een mogelijke overschrijding van het toegestane kortsluitvermogen van het netwerk en is er geanalyseerd of er overige technische maatregelen noodzakelijk zijn om congestiemanagement veilig uit te kunnen voeren. 2.2 Inputdata en uitgangspunten Uitwisselingsprofielen per TenneT-hoogspanningsstation vormen de basis voor dit congestieonderzoek. Deze uitwisselingsprofielen geven de verwachte vermogensstromen weer per station, per uur. Dit zijn netto profielen, dat wil zeggen dat het de optelsom is van de op dat moment geldende elektriciteitsproductie en verbruik verbonden aan het station. Dit bestaat in dit onderzoek uit een combinatie van de klanten van TenneT en klanten van Liander.
De profielen met daarin de verwachte totale benodigde transportcapaciteit zijn door Liander aan TenneT aangeleverd en zijn opgebouwd uit verschillende elementen: • De meetgegevens van het meest recente jaar ten tijde van onderzoek, in dit geval 2023; • De klantaansluitingen (met bijbehorende transportcapaciteit) die reeds in aanleg zijn of in opdracht waren gegeven voor de vooraankondiging; • De door Liander ingeschatte autonome groei van zowel afname als productie. 9 Naast de geprognosticeerde uitwisseling tussen TenneT en Liander, is de verwachte vraag naar transportcapaciteit door aangeslotenen (zowel afname als productie) op het hoogspanningsnetwerk van TenneT van belang voor het bepalen van de totale benodigde transportcapaciteit. Hierbij is voor de huidige elektriciteitscentrales en (industriële) afnemers een inschatting gemaakt op basis van bij TenneT bekende gegevens, gebruik makend van historische meetgegevens, door klanten aangeleverde gegevens en verwachtingen en gesimuleerde marktinzet (zoals ook gebruikt in het Investeringsplan Net op Land 20242033). Groei van de vraag naar transportcapaciteit door industriële afnemers (binnen het reeds vastgelegde gecontracteerd transportvermogen) is met behulp van dezelfde gegevens voorzien van een zo realistisch mogelijk verbruiksprofiel.
Aanvragen tot verhoging van de reeds gecontracteerde transportcapaciteit door bestaande klanten of aanleg van nieuwe aansluitingen voor grootverbruikers zijn geregistreerd als ‘nieuwe aanvragen’. Dit geldt zowel voor aanvragen gedaan bij Liander als bij TenneT. In het rapport is bestudeerd of aan de gevraagde transportcapaciteit voldaan kan worden.
9
Autonome groei bestaat uit veranderingen binnen het reeds gecontracteerde vermogen (grootverbruik), en prognoses voor kleinverbruikers. Zowel de autonome groei als de aansluitingen in aanleg of opdracht representeren een te verwachten groei in transportbehoefte die door de netbeheerder niet kan worden beïnvloed (omdat voor autonome groei geen aanvragen tot transportcapaciteit worden gedaan en voor de aansluitingen in aanleg of opdracht geldt dat transportcapaciteit reeds is toegekend).
In de (meerjarige) prognoses van Liander aangeleverd aan TenneT heeft Liander het door hen verwachte netgedrag van (batterij)opslag opgenomen. Deze zijn door TenneT onverkort gebruikt in de analyses voor dit rapport. De impact van batterijen die direct aangesloten worden op het net van TenneT is geen onderdeel geweest van de analyses die ten grondslag liggen aan dit rapport; deze impact zal op een later moment door TenneT bekeken worden, ook in het licht van tijdsduur gebonden transportrechten (TDTR). Voor dit rapport zijn de batterijen direct aangesloten op het netwerk van TenneT net-neutraal verondersteld. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de hoeveelheid batterij-aanvragen bij TenneT zeer fors is, zodanig fors dat – op het moment dat deze allemaal zouden worden aangesloten – dit tot enorme overschrijdingen van de technische grenzen zou leiden. Het beeld van TenneT is momenteel echter dat een groot deel van de nu lopende initiatieven zich niet daadwerkelijk zal materialiseren. Opslag is veelal actief op real-time markten die onvoorspelbaar zijn. Opslag wordt daarom in beginsel alleen aangesloten met ten minste Redispatch- en CBCcontracten, met als doel (toekomstige) congestie niet te verergeren.
2.3 Netmodel en gehanteerde netontwerpcriteria Bij de bepaling van de aanwezige en benodigde capaciteit wordt rekening gehouden met de van toepassing zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen. De netontwerpcriteria volgen uit de Elektriciteitswet en het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas 10. De berekeningen voor dit congestieonderzoek zijn getoetst aan de reguliere ontwerpcriteria: bij normaal bedrijf dient een enkelvoudige storing aan een circuit, transformator of productie-eenheid niet te leiden tot een onderbreking van transport. In het gehanteerde netmodel kent elk netwerkcomponent een maximale technische belastbaarheid die van toepassing is in de zomermaanden (april t/m oktober) en in de wintermaanden (november t/m maart). Die waarden kunnen verschillen omdat de thermische belastbaarheid van de netwerkcomponenten samenhangt met de omgevingstemperatuur. De berekende belasting van ieder netwerkcomponent bij een enkelvoudige storing dient lager te zijn dan de maximale belastbaarheid van dit netwerkcomponent; anders is er sprake van een overschrijding. In dit congestieonderzoek is niet getoetst aan het n-2 criterium (‘operationeel n-1’).
Dit criterium analyseert het netwerk gegeven de niet-beschikbaarheid wegens onderhoud aan één willekeurig circuit, transformator of productie-eenheid in combinatie met een storing aan één willekeurig ander circuit, transformator of productieeenheid. Bij de beoordeling van het n-2 criterium wordt rekening gehouden met de mogelijkheid om onderhoud te plannen ten tijde van gunstige productie- en belastingsituaties. Dat wil zeggen dat er alleen sprake is van een knelpunt als onderhoud niet meer gepland kan worden zonder dat de enkelvoudige storingsreserve kan worden gegarandeerd. Om onderhoud toch mogelijk te maken, ondanks dat hier in de simulaties geen rekening mee is gehouden, zouden aangeslotenen afgeregeld kunnen worden.
10 Zie Elektriciteitswet 1998, artikel 16, vierde lid en het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.
2.4 Onzekerheden Een congestieonderzoek bevat inherent onzekerheid omdat toekomstige netwerk- en marktsituaties worden gesimuleerd. Tegelijkertijd dient het onderzoek te leiden tot een discrete conclusie: welke verzoeken om transportcapaciteit kunnen worden gehonoreerd met toepassing van congestiemanagement? Daarom zijn de uitkomsten van dit congestieonderzoek geënt op prognoses, inschattingen op basis van historische dataanalyses en beoordelingen van experts. De berekende resultaten kunnen zowel positief als negatief beïnvloed worden door verschillende factoren. Voorbeelden hiervan zijn onvoorziene niet-beschikbaarheid van netwerkelementen, onvoldoende mogelijkheden om onderhoud te verschuiven, veranderingen in gebruiksprofielen van grootverbruikers, onvoldoende beschikbaar regelbaar vermogen en afwijkingen ten opzichte van de veronderstelde gelijktijdigheid van variabele duurzame elektriciteitsproductie (i.e. het weer). Daarnaast laat het eerste moment waarop fysieke congestie optreedt zich moeilijk bepalen.
Dit is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder: • De snelheid waarmee aangeslotenen de transportcapaciteit gebruiken bij aangevraagde groei in gecontracteerd transportvermogen; • De snelheid waarmee Liander en TenneT (wanneer van toepassing) nieuwe aansluitingen realiseren en de snelheid waarmee deze aansluitingen daadwerkelijk gebruik maken van de gecontracteerde transportcapaciteit; • Hoe de voorziene autonome groei in de netwerken van Liander zich daadwerkelijk manifesteert; • Andere afhankelijkheden, zoals (on)voorziene niet beschikbaarheid van netcomponenten en weersinvloeden. In Noord-Holland zijn er twee gebieden waar nieuwe datacenters gerealiseerd worden en/of waar bestaande datacenters worden uitgebreid (waarvan een deel wordt overgezet van het middenspanningsnet van Liander naar het hoogspanningsnet van TenneT). Dit speelt voornamelijk in deelnet Noord-Holland Noord in de omgeving van Middenmeer en in deelnet Vijfhuizen in de gemeente Haarlemmermeer (Schiphol Rijk). Ten aanzien van deze gebieden is voor ieder afzonderlijk datacenter een verwachting opgesteld voor de datum inbedrijfname en het gevraagde (gecontracteerde) transportvermogen. Het is in bepaalde mate onzeker of de betreffende datacenters de vooraf vastgestelde inbedrijfnamedatum daadwerkelijk gaan halen en of het daarmee samenhangende transportvermogen ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
In de praktijk kan de situatie in beide deelnetten mogelijk gunstiger worden als daadwerkelijke inbedrijfnamedata en transportvermogens van één of meerdere datacenters achterblijven bij wat vooraf is aangenomen. Een versnelde inbedrijfnamedatum of een eerdere benutting van het gecontracteerde transportvermogen is in de meeste gevallen niet aannemelijk in verband met een directe afhankelijkheid met uitbreidingsprojecten van TenneT. Daarnaast is er een bedrijventerrein voor met name grootschalige glastuinbouw gelegen in deelnet NoordHolland Noord (omgeving Middenmeer), met een gesloten distributiesysteem (GDS) voor gas-, elektra en
warmtetransport. Dit gesloten distributiesysteem is door middel van een separaat 150 kV-hoogspanningstation aangesloten op het net van TenneT. Dit GDS kenmerkt zich aan de ene kant door belastinggerelateerde bedrijven (glastuinbouw, datacenter(s) en andere bedrijven) en aan de andere kant door zowel conventionele als duurzame elektriciteitsproductie (WKK's, zon-pv en wind op land). Voor het gebied wordt een aanzienlijke toename van de netto belastingvraag voorzien. In dit congestieonderzoek is een aanname gedaan voor een netto uitwisselingsprofiel. Dit netto uitwisselingsprofiel kenmerkt zich door een aanzienlijke en snel stijgende belastingvraag. Het is onzeker of de belastingvraag daadwerkelijk zo snel zal stijgen als in het toegepaste netto uitwisselingsprofiel is aangenomen. In het deelnet Noord-Holland Noord kan de situatie mogelijk gunstiger worden als de aangenomen belastinggroei achterblijft op verwachting. Daarnaast is er nog onzekerheid over een mogelijke (definitieve) uitbedrijfname van de conventionele productie-eenheden die zijn aangesloten op 150kV-station Velsen. In het congestieonderzoek is hiervoor een aanname gedaan op basis van de opgave van de eigenaar/producent in het kader van het meest recente investeringsplan (IP2024).
Als de betreffende productie-eenheden mogelijk toch langer in bedrijf blijven dan heeft dit een positief effect voor deelnet Noord-Holland Noord. In dit onderzoek heeft TenneT op basis van huidige informatie de meest realistische inschatting van de toekomstige situatie gemaakt. Bij wijzigingen door onvoorziene invloeden, zal TenneT te allen tijde de veiligheid en leveringszekerheid van elektriciteit vooropstellen en zich daarbinnen maximaal inspannen om gevraagde transporten te faciliteren. 2.5 Overzicht gebruikte definities De in het onderzoek gehanteerde definities zijn opgenomen in de Begrippencode Elektriciteit. Begrip
Definitie Netcode / Begrippencode elektriciteit
Aanwezige transportcapaciteit
De maximale capaciteit dat een net aan kan, met inachtneming van de van toepassing
(MW)
zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen.
Benodigde transportcapaciteit
De transportcapaciteit nodig om aan de vraag naar transport van alle gecontracteerde
(MW)
aangeslotenen in een (deel)net te voldoen, als bedoeld in artikel 2.3 van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.
Beschikbare
Het deel van de aanwezige transportcapaciteit dat niet wordt ingezet om aan de
transportcapaciteit (MW)
benodigde transportcapaciteit te voldoen. De beschikbare transportcapaciteit is gelijk aan het verschil tussen de aanwezige transportcapaciteit en de benodigde transportcapaciteit.
Gevraagde transportcapaciteit
De transportcapaciteit nodig om aan de vraag naar transport van één individuele
(MW)
aangeslotene, namelijk de aanvrager, te voldoen.
Regelbaar vermogen voor
Vermogen dat overeenkomstig artikel 9.31, eerste lid, van de Netcode elektriciteit
afname-congestie
voor inzet beschikbaar is.
Technische grens
De technische grens is gelijk aan 100% van de aanwezige transportcapaciteit vermeerderd met het regelbaar vermogen; de bovenlimiet van de technische grens is 150% van de aanwezige transportcapaciteit.
Financiële grens
Financiële grens overeenkomstig artikel 9.10, tweede lid, onderdeel c van de Netcode: Deze bedraagt 1,02 euro per MWh van de hoeveelheid elektriciteit die met de aanwezige transportcapaciteit kan worden getransporteerd in dit congestiegebied gedurende de periode waarvoor het congestiegebied is aangewezen;
Begrip
Definitie TenneT
Gevraagde transportcapaciteit
De transportcapaciteit nodig om aan alle vraag naar transport te voldoen bestaande
(MW)
uit de benodigde transportcapaciteit en aanvragen naar transportcapaciteit (‘de wachtlijst’).
Gefaciliteerde
De totale transportcapaciteit die gefaciliteerd wordt op het net van TenneT (of op het
transportcapaciteit met
onderliggende
toepassing van
congestiemanagement. Dit bestaat uit het deel van de benodigde transportcapaciteit
congestiemanagement (MW)
boven de aanwezige transportcapaciteit, aangevuld met het deel van de gevraagde
net
van
een
regionale
netbeheerder)
transportcapaciteit dat kan worden gefaciliteerd.
met
toepassing
van
3. OMVANG VAN DE CONGESTIE 3.1 Aanwezige transportcapaciteit Het 150kV-net in Noord-Holland valt onder te verdelen in verschillende deelnetten. De optelsom van de aanwezige transportcapaciteit van alle deelnetten geeft een totale aanwezige transportcapaciteit van NoordHolland. De aanwezige transportcapaciteit van Noord-Holland bedraagt 4300 MW in 2025. Dit zal toenemen met geplande netuitbreidingen tot 8530 MW vanaf 2031. Hiervan komt een groot deel van de extra capaciteit (3000 MW) beschikbaar met de aanleg van twee nieuwe 380/150kV-stations A9 Zuid (Spaarndam) en Amsterdam Zuidoost (Weesp). De aanwezige transportcapaciteit is in vermaasde netten van TenneT echter niet eenduidig vast te stellen. Hoewel de belastbaarheid (technisch geïnstalleerde transportcapaciteit) van individuele netwerkelementen bekend is, is de aanwezige transportcapaciteit hier geen simpele optelling van. Zo is de actuele belasting van het netwerk van invloed op de verdeling van vermogensstromen over de verschillende schakels in het netwerk en daarmee van invloed op de nog resterende transportcapaciteit. De aanwezige transportcapaciteit voor de netdelen in Noord-Holland is vastgesteld door de vermogensstromen in deze netdelen te analyseren op basis van de benodigde transportcapaciteit.
Deze bestaat uit historische metingen, aangevuld met door TenneT samengestelde belastingprofielen op basis van ontvangen klantdata en prognoseprofielen van Liander. Hiermee is vastgesteld dat de aanwezige transportcapaciteit voor de deelnetten Oostzaan en Vijfhuizen wordt begrensd door de aanwezige transportcapaciteit (n-1) van de 380/150kV-transformatoren per koppelstation (3x 500 MVA in Oostzaan en 3x 500 MVA in Vijfhuizen). Voor het deelnet Diemen wordt de aanwezige transportcapaciteit ook bepaald door de aanwezige transportcapaciteit (n-1) van de 380/150kV-transformatoren op koppelstation Diemen (2x 500 MVA en 2x 450 MVA). Echter wordt een deel van deze transportcapaciteit ook gebruikt om het deelnet NoordHolland Noord te voorzien. De aanwezige transportcapaciteit voor deelnet Diemen wordt dus bepaald door de aanwezige transportcapaciteit (n-1) van de 380/150kV-transformatoren in Diemen, minus het vermogen dat via de 150kV-verbindingen tussen Diemen en Wijdewormer richting deelnet Noord-Holland Noord wordt getransporteerd. De resultante hiervan is een aanwezige transportcapaciteit van 800MW. De aanwezige transportcapaciteit voor het deelnet Noord-Holland Noord wordt beperkt door de 150kVverbindingen tussen Beverwijk en Oterleek (4 circuits) en tussen Diemen en Wijdewormer (3 circuits). Opgeteld geeft dit een aanwezige transportcapaciteit (n-1) van circa 1500 MVA.
Tijdens piekmomenten van (één van) deze verbindingen is de belasting van Noord-Holland Noord niet gelijkmatig verdeeld over deze 150kV-verbindingen. Deze zogenaamde scheeflast beperkt de aanwezige transportcapaciteit van NoordHolland Noord omdat de betreffende 150kV-verbindingen niet (altijd) optimaal benut kunnen worden.
De komende jaren wordt de aanwezige transportcapaciteit in Noord-Holland uitgebreid met de in tabel 3-1 genoemde projecten om structureel te kunnen voorzien in de groeiende vraag naar transportcapaciteit. De geplande inbedrijfnamedatum is gebaseerd op het ‘Investeringsplan Net op land 2024-2033’ d.d. 17 april 2024. Naast de genoemde projecten zijn er nog diverse andere netverzwaringsprojecten in de provincie NoordHolland gepland. Deze hebben echter geen significant effect op de aanwezige transportcapaciteit, maar dienen andere doelen en zijn daarom niet meegenomen in tabel 3-1. Tabel 3-1. Geplande uitbreidingsprojecten Provincie
Project
Noord-Holland
A-1002654 Netversterking (150kV) Velsen – Beverwijk – Oterleek
Noord-Holland Noord-Holland
A-1000319 Beverwijk 380kV uitbreiden met een nieuwe (vierde) 380/150kV-transformator A-1000321 Diemen – Zeeburgereiland 150kV uitbreiden met een nieuw (vierde) circuit)
Geplande datum inbedrijfname 11 2026 2029-2031 2031-2033
Noord-Holland
A-1003017 Noord-Holland Noord netuitbreiding 380kV
2033-2036
Noord-Holland
A-1002892 Oostzaan 150kV realiseren nieuw station
2026
Noord-Holland
A-1002930 Hemweg 150kV vervangen station
2028
Noord-Holland
A-1003219 Sloterdijk 150kV realiseren nieuw station (incl. verbinding)
2028
Noord-Holland Noord-Holland Noord-Holland Noord-Holland Noord-Holland Noord-Holland Noord-Holland Noord-Holland Noord-Holland Noord-Holland
A-1002893 Oostzaan 380kV uitbreiden met een nieuwe (vierde) 380/150kV-transformator A-1003408 & A-1003409 A9 Zuid (Spaarndam) 380/150kV realiseren nieuw station (incl. vier 380/150kV-transformatoren) A-1003251 Westpoort 150kV realiseren station (incl. verbindingen) A-1003097 Amstelveen 150kV vervangen station en Amstelveen Zuid 150kV realiseren station (incl. verbindingen) A-1003410 & A-1003411 Amsterdam Zuidoost (Weesp) 380/150kV realiseren nieuw station (incl. vier 380/150kV-transformatoren) A-1003240 Bijlmer Oost 150kV realiseren nieuw station A-1000320 Diemen - 's Graveland 150kV uitbreiden met een nieuw (derde) circuit A-1000318 Netversterking 150kV Amsterdam Zuidoost (Amstelveen) A-1003397 Vijfhuizen 380kV uitbreiden met een nieuwe (vierde) 380/150kV-transformator A-1003512 Haarlem Hofmanweg realiseren station (incl. verbinding)
2029-2031 2029-2031 2029-2031 2029-2031 2029-2031 2029-2031 2032-2034 2031-2033 2029 2028
De technische transportcapaciteit op de bestaande koppelpunten (koppeling tussen de 380kV- en 150kVnetwerken) Vijfhuizen, Beverwijk en Oostzaan zal groeien als gevolg van de geplande investeringen (uitbreiden transformatorcapaciteit). De technische transportcapaciteit van het bestaande koppelpunt 11 Op basis van ‘Investeringsplan Net op land 2024-2033’ d.d. 17 april 2024
Beverwijk zal gefaseerd toenemen. Daarnaast worden er in Noord-Holland drie nieuwe koppelpunten gerealiseerd waardoor de totale technische transportcapaciteit qua koppelpunten in Noord-Holland aanzienlijk zal toenemen. In tabel 3-2 is de toename van de totale transportcapaciteit van de betreffende koppelpunten weergegeven. Tabel 3-2. Transportcapaciteit van koppelpunten. Huidige technische
Toekomstige technische
Geplande datum
Koppelpunt (380-150 kV)
transportcapaciteit (N-1)
transportcapaciteit (N-1)
inbedrijfname
Vijfhuizen
(MVA) 1000
(MVA) 1500
uitbreiding 2029
Beverwijk
500
1000
2026
Beverwijk (vanaf 2026)
1000
1500
2029-2031
Oostzaan
1000
1500
2029-2031
A9 Zuid (Spaarndam)
0
1500
2029-2031
Amsterdam Zuidoost (Weesp)
0
1500
2029-2031
Kop van Noord-Holland
0
1500
2033-2036
De technische transportcapaciteit van de bestaande 150kV-verbindingen Beverwijk – Oterleek (nu nog Velsen – Oterleek) en Diemen – Zeeburgereiland (nu nog Diemen – Wijdewormer) wordt uitgebreid door het aanleggen van nieuwe kabelcircuits. De technische transportcapaciteit van de bestaande 150kV-verbinding Oostzaan – Hemweg wordt uitgebreid door het (her)aansluiten van een reeds bestaand circuit dat momenteel buiten bedrijf is. Daarnaast worden er een aantal nieuwe 150kV-verbindingen gerealiseerd vanaf nieuwe koppelpunten waarmee enerzijds de nieuwe deelnetten gerealiseerd kunnen worden en bestaande deelnetten/koppelpunten ontlast kunnen worden. In tabel 3-3 is de toename van de totale transportcapaciteit van de betreffende 150kV-verbindingen weergegeven. Tabel 3-3. Transportcapaciteit van verbindingen. Huidige technische
Toekomstige technische
Geplande datum
Verbinding (150kV)
transportcapaciteit (N-1)
transportcapaciteit (N-1)
inbedrijfname
Beverwijk – Oterleek
(MVA) 240
(MVA) 830
uitbreiding 2026
Oostzaan – Hemweg
830
1143
2028
Sloterdijk – Hemweg
0
700
2028
Westpoort – Sloterdijk
0
1050
2029-2031
A9 Zuid (Spaarndam) – Westpoort
0
1050
2029-2031
A9 Zuid (Spaarndam) – Haarlem Hofmanweg
0
700
2029-2031
Amstelveen – Amstelveen Zuid
0
700
2029-2031
0
1050
2029-2031
0
1050
2031-2033
Amsterdam Zuidoost (Weesp) – Bijlmer Oost Amstelveen Zuid – Bijlmer Oost (of Amsterdam Zuidoost)
Diemen – Zeeburgereiland 380kV Kop van Noord-Holland
480
720
2031-2033
0
2600 12
2033-2036
In Noord-Holland wordt de aanwezige transportcapaciteit per deelnet bepaald door de daadwerkelijke bedrijfsvoering van het 150kV-netwerk, mogelijke onderliggende knelpunten en/of niet-optimale verdeling van belasting (‘scheeflast’). Hierdoor kan de totale transportcapaciteit lager uitkomen dan de som van de technische capaciteit van alle koppelpunten. Zoals samengevat in tabel 3-2 komt er in een aantal deelnetten extra transportcapaciteit beschikbaar door het plaatsen/realiseren van extra 380/150kV-transformatoren. Deze toename is in tabel 3-4 terug te zien in 2031 voor de deelnetten Oostzaan en de nieuwe deelnetten A9 Zuid (Spaarndam) en Amsterdam Zuidoost (Weesp). In deelnet Vijfhuizen vindt de toename plaats in 2029. Tabel 3-4. Overzicht ontwikkeling aanwezige transportcapaciteit Overzicht ontwikkeling aanwezige transportcapaciteit Noord-Holland (MW) Jaartal (netsituatie)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
Vijfhuizen
1000
1000
1000
1000
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500
Noord-Holland Noord
1500
1500
1500
1500
1500
1500
1500 13
1500
1500
1500
1500
1500
Diemen
800
800
800
800
800
800
530
530
530
530
530
530
Oostzaan
1000
1000
1000
1000
1000
1000
1500
1500
1500
1500
1500
1500
0
0
0
0
0
0
1500
1500
1500
1500
1500
1500
0
0
0
0
0
0
1500
1500
1500
1500
1500
1500
4300
4300
4300
4300
4800
4800
8530
8530
8530
8530
8530
8530
A9 Zuid (Spaarndam) Amsterdam Zuidoost (Weesp) Totaal
3.2 Benodigde transportcapaciteit De benodigde transportcapaciteit is gedefinieerd als de capaciteit benodigd om aan de vraag naar transportcapaciteit van alle gecontracteerde aangeslotenen te kunnen voldoen. Hieronder wordt verstaan de vraag naar transportcapaciteit van huidige aangeslotenen, de vraag naar transportcapaciteit van nog niet aangesloten maar reeds gecontracteerde aansluitingen en de vraag naar transportcapaciteit als gevolg van autonome groei (zie § 2.2). De totale benodigde transportcapaciteit voor de afname van elektriciteit in Noord-Holland in 2036 bedraagt 7271 MW. De benodigde transportcapaciteit is berekend aan de hand van de piek van alle gelijktijdige belastingprofielen. Dit betreft een netto berekening (rekening houdend met gelijktijdigheid) omdat de som van 12 Betreft de minimale (n-1) capaciteit. Uiteindelijke capaciteit zal voor de aanleg nog worden bepaald afhankelijk van
diverse ontwikkelingen.
13 Hier is de toename in transportcapaciteit door de vierde 380/150kV-transformator bij Beverwijk (500MVA) vanaf 2031
niet weergegeven omdat het limiterende knelpunt op de verbinding tussen Beverwijk en Oterleek ligt. Deze is wel in de totale aanwezige transportcapaciteit van Noord-Holland meegenomen.
alle individuele pieken van de belastingprofielen hoger ligt. Tabel 3-5 geeft weer hoe de benodigde transportcapaciteit verdeeld is over de verschillende netdelen. Tabel 3-5. Overzicht ontwikkeling benodigde transportcapaciteit Overzicht ontwikkeling benodigde transportcapaciteit Noord-Holland (MW) Jaartal (netsituatie)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
Vijfhuizen
1004
1244
1458
1715
1959
2121
2084
2134
2190
2227
2265
2302
Noord-Holland Noord
1420
1592
1781
1945
2022
2164
2367
2508
2550
2598
2667
2736
Diemen
728
746
779
803
827
848
531
554
575
597
621
646
Oostzaan
643
730
841
789
814
828
712
731
744
760
776
793
0
0
0
0
0
0
253
256
260
263
268
272
0
0
0
0
0
0
440
461
481
497
509
522
3795
4312
4859
5252
5622
5961
6387
6644
6800
6942
7106
7271
A9 Zuid (Spaarndam) Amsterdam Zuidoost (Weesp) Totaal
In deelnet Oostzaan is een afname van benodigde capaciteit te zien tussen 2027 en 2028. Dit wordt veroorzaakt vanwege verschakelingen in het stroomnet van Liander die worden meegenomen in de aangeleverde prognoses. Deze verschakelingen zijn randvoorwaardelijk voor het effectueren van de conclusie dat de volledige wachtlijst gefaciliteerd kan worden. Verder zijn is er een afname te zien in de benodigde transportcapaciteit voor deelnetten Oostzaan en Diemen tussen 2030 en 2031. Deze afname wordt veroorzaakt door het in bedrijf nemen van de nieuwe deelnetten van TenneT waarvanuit het verschil in vermogen gevoed zal worden. Op basis van tabel 3-4 en 3-5 kunnen we concluderen dat in de deelnetten Noord-Holland Noord, Vijfhuizen en Diemen de aanwezige transportcapaciteit niet voldoende is om te kunnen voldoen aan de benodigde transportcapaciteit. In het deelnet Oostzaan is de totale aanwezige transportcapaciteit wel voldoende om te kunnen voldoen aan de benodigde transportcapaciteit. In de nieuwe deelnetten A9 Zuid (Spaarndam) en Amsterdam Zuidoost (Weesp) komt ook voldoende transportcapaciteit beschikbaar om aan de benodigde transportcapaciteit te voldoen.
3.3 Gevraagde transportcapaciteit De gevraagde transportcapaciteit bestaat uit de benodigde transportcapaciteit aangevuld met de openstaande aanvragen voor transportcapaciteit door klanten van ofwel TenneT dan wel Liander (‘nieuwe aanvragen’). Dit betreft de aanvragen op ‘de wachtlijst’. De gevraagde transportcapaciteit is berekend door de nieuwe piekbelasting te bepalen van de optelling van de additionele klantprofielen bovenop de benodigde transportprofielen. In tabel 3-6 is de gevraagde transportcapaciteit per deelgebied weergegeven.
Tabel 3-6. Overzicht ontwikkeling gevraagde transportcapaciteit Overzicht ontwikkeling gevraagde transportcapaciteit Noord-Holland (MW) Jaartal (netsituatie)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
Vijfhuizen
1216
1457
1666
1913
2155
2317
2280
2330
2386
2423
2461
2498
Noord-Holland Noord
1847
2047
2228
2382
2458
2596
2804
2938
2967
2998
3036
3074
Diemen
868
886
919
943
967
987
655
671
686
704
726
748
Oostzaan
741
836
955
906
927
939
823
839
853
866
880
894
A9 Zuid (Spaarndam)
0
0
0
0
0
0
399
402
406
409
414
418
0
0
0
0
0
0
440
461
481
497
509
522
4672
5226
5768
6144
6507
6839
7401
7641
7779
7897
8026
8154
Amsterdam Zuidoost (Weesp) Totaal
In de deelnetten Noord-Holland Noord, Vijfhuizen en Diemen is de totale aanwezige transportcapaciteit onvoldoende om de gevraagde transportcapaciteit te kunnen faciliteren. In het deelnet Oostzaan is de totale aanwezige transportcapaciteit wel voldoende om de gevraagde transportcapaciteit te kunnen faciliteren. In de nieuwe deelnetten A9 Zuid (Spaarndam) en Amsterdam Zuidoost (Weesp) komt ook voldoende transportcapaciteit beschikbaar om aan de gevraagde transportcapaciteit te voldoen. Om inzicht te creëren in de verdeling van de gevraagde vermogens per deelnet is tabel 3-7 bijgevoegd. Het gevraagde vermogen (transportcapaciteit) dat in deelnet Oostzaan op de wachtlijst staat en vrijgegeven kan worden is 240 MW. Hiermee kan de volledige wachtlijst in het deelnet Oostzaan gefaciliteerd worden. In de deelnetten Noord-Holland Noord, Vijfhuizen en Diemen kan er geen gevraagd vermogen van de wachtlijst vrijgegeven worden, de totale aanwezige transportcapaciteit is in deze deelnetten onvoldoende om de gevraagde transportcapaciteit (inclusief wachtlijst) te kunnen faciliteren. Vermogen (transportcapaciteit) dat in nieuwe deelnetten is aangevraagd en/of beschikbaar komt na inbedrijfname van de relevante geplande uitbreidingsprojecten zal pas later in de verschillende projectfases definitief toegekend kunnen worden.
Tabel 3-7. Overzicht totaal vermogen op de wachtlijst Gevraagd vermogen op de wachtlijst Noord-Holland (MW) NoordDeelnet