CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag WB 14-04-2021

Raadscommissie Wonen en Bouwen 19 mei 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie WB d.d. 14 april 2021.18.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De zorg van mevrouw Van Pijpen dat groepen tegen elkaar uitgespeeld worden, is gerechtvaardigd. Ook hij is geschrokken van deze cijfers. Het gaat wel om het verdelen van schaarste. Hij is het eens dat afspraken over de verdeling nagekomen moeten worden. Je kunt constateren dat MOBW nu achterblijft en dat is niet conform die afspraken. Hij heeft daarover pittige gesprekken met de corporaties en houdt constant vinger aan de pols bij wat er geleverd wordt aan woningen. De inhaalslag voor de MOBW moet nog plaatsvinden. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt welke concrete sturing nuttig is vanuit de gemeente, om de corporaties zover te krijgen dat die inhaalslag gemaakt wordt. Wethouder IVENS antwoordt dat hij kan proberen de corporaties te stimuleren om de afgesproken 1800 woningen te leveren. Dat betekent open het gesprek met de corporaties aangaan om ze ervan te overtuigen dat deze groep mensen echt bediend moet worden. Over deze verdeling zijn afspraken gemaakt in de stuurgroep kwetsbare groepen, waarin ook de corporaties vertegenwoordigd zijn. Ook na de eerste drie maanden van dit jaar loopt het wat betreft de MOBW nog steeds achter. Daarover wordt dus gesproken met de corporaties. Hij antwoordt mevrouw Van Pijpen dat men 19 november gestart is met het project voor de economisch daklozen. De doelstelling van 200 woningen voor die groep is ambitieus, maar wordt wel haalbaar geacht.

Hopelijk is het aantal voor economisch daklozen bij de volgende monitor beter. De passage over de verkoop van rolstoelwoningen is overgenomen uit afspraak 3k van de samenwerkingsafspraken. Daar staat dat men meer woningen voor rolstoelen wil, en dat rolstoelwoningen, zowel nieuwbouw als de bestaande voorraad, in principe niet verkocht worden. Hij had de afspraak graag harder geformuleerd, maar wil zich er toch aan houden. Bij nieuwbouw moet altijd bekeken worden wat verantwoord is voor een wijk, omdat dan in één keer alle woningen vrij zijn, zonder enige vorm van sociale cohesie. Er moet in dat geval een goede mix met kwetsbare mensen gevonden worden. Er is ook nog de lastige constructie met de aftoppingsgrens, waarbij al in een vroeg stadium aangegeven moet worden hoe duur de woningen worden voor de eerste verhuur. In de monitor spreiding wordt overigens geen onderscheid gemaakt tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Hij antwoordt de heer Leenders dat in de voortgangsrapportage Wmo meer zal staan over de keten.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

Hij antwoordt mevrouw Rooderkerk dat er nu circa 400 personen zitten in de leegstaande hotels. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of het college weleens overwogen heeft om stadsvernieuwingsurgenten niet tijdelijk te plaatsen in een sociale huurwoning, maar op kosten van de gemeente in de vrije sector. Wethouder IVENS antwoordt dat hij dat niet zeker weet. Stadsvernieuwingsurgenten tijdelijk plaatsen is ook meer iets voor de corporaties. Vermoedelijk zullen die niet blij zijn met de rekening van de vrije sector. Verder zou het moeten gaan om woningen in het middensegment in de vrije sector waar ook een tekort aan is. Je zou dan de ene groep verdringen ten gunste van de andere. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat corporaties ook woningen bezitten in het duurdere segment. Zij doelde niet op het middensegment. Als de corporaties tekortschieten bij het aanleveren van woningen voor statushouders, kan de wethouder ze verzoeken om dat binnen een ander segment in hun bezit op te vangen. Wethouder IVENS antwoordt dat hij het gesprek daarover met liefde aan wil gaan. Eigenlijk vindt hij dat de corporaties helemaal geen woningen horen te hebben in het dure segment. Als ze die dan toch hebben, is dat ingegeven vanuit de financiële systematiek. Als ze die duren woningen nu weer ter beschikking moeten stellen, valt het kaartenhuis in elkaar.

De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Zij schorst de vergadering van 11.35-11.40 uur. 9. Bouwstop in Amsterdam Zuidoost (ZD2021-004709) De VOORZITTER heet wethouder Van Doorninck welkom. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ kijkt naar de bouwresultaten van dit college en ziet het ene na het andere dieptepunt. Dat er een gedeeltelijke bouwstop komt bij ongeveer acht projecten in nota bene Zuidoost is ronduit schandalig. Zelfs het in de steigers zetten van nieuwe initiatieven en bouwplannen zodat ook na 2022 doorgebouwd kan worden is nu on hold gezet. Zij vraagt of het college het met haar fractie eens is dat deze gedeeltelijke ontwikkelstop schadelijk is voor woningbouw in de komende jaren en dat die toekomstige generaties dupeert. Om welke nieuwe initiatieven gaat het concreet? Om hoeveel woningen gaat het? Wat is er de reden van dat de bezuinigingen hierop gevolgen hebben voor het ambtelijk apparaat? Die worden immers betaald uit het vereveningsfonds. De heer FLENTGE herinnert aan de beantwoording van de schriftelijke vragen van mevrouw Naoum Néhmé, waarin nadrukkelijk stond dat er geen sprake is van een bouwstop. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat zij refereert aan formele collegebrieven die in handen zijn gevallen van journalisten en haar fractie, waarin staat dat er een ontwikkelstop is ingezet. Dat vindt haar fractie een grote schande.

De heer FLENTGE blijft erbij dat er geen sprake is van een bouwstop. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ herinnert eraan dat Amsterdam eigenlijk al sinds vorig jaar een bouwstop kent. Er werden toen in 6 maanden 78 middeldure huurwoningen gebouwd. Is dat geen bouwstop? In de beantwoording van de schriftelijke vragen van haar fractie spreekt het college zichzelf tegen. Wat is de echte reden voor het bezuinigen op het ambtelijk

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

apparaat? Men zegt dat er een efficiencyslag gemaakt moet worden, zonder dat die ten koste mag gaan van de woningbouw. Zij vraagt zich daarbij af waarom een dergelijke efficiencyslag niet eerder is ingezet. Vervolgens staat in de beantwoording dat de overlast voor bestaande woonwijken beperkt moet worden, waardoor scherper getemporiseerd moet worden voor nieuwe initiatieven. Is dat echt zo? En bij welke woonwijken moet de overlast dan beperkt worden? Of is dit een generieke bezuiniging die de gemeentebegroting treft en dus ook het vereveningsfonds? Dat zou bizar zijn, want het vereveningsfonds moet zichzelf bedruipen wat betreft de bouwplannen. Dat fonds wordt niet geacht onderdeel te zijn van de taakstelling van de gemeentebegroting. En als dat toch dreigt te gebeuren, moet er zeer uitvoerig naar wegen en oplossingen worden gezocht om dat te voorkomen. De heer FLENTGE hoort mevrouw Naoum Néhmé eigenlijk zeggen dat er niet bezuinigd mag worden op ambtenaren. Hoe verhoudt zich dat tot de alternatieve begrotingsplannen van de VVD, waarin nog veel harder wordt bezuinigd op ambtenaren? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat die voorgestelde bezuiniging geen betrekking had op de ambtenaren die ingezet worden voor woningbouwplannen. De heer FLENTGE vraagt waarom er in die tegenbegroting niet stond dat van de voorgestelde bezuiniging een paar gebieden worden uitgezonderd.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat de VVD wil bezuinigen op ambtenaren die onder de reguliere begroting van de gemeente vallen. Daar vallen ambtenaren voor de woningbouw niet onder. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt of mevrouw Naoum Néhmé dit college verwijt zuinig om te gaan met de middelen, terwijl ze tegelijkertijd de doelen die dit college zich gesteld heeft wil behouden. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat de VVD het college potverteren verwijt. Het vereveningsfonds is onder dit college volledig leeggehaald. Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat uit de beantwoording van de vragen van mevrouw Naoum Néhmé blijkt dat de proceskosten sterk gestegen zijn in de jaren dat de VVD in het college zat. Nu wordt gekeken hoe met vermindering van de kosten de doelstelling toch behaald kan worden. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat het gaat om een bezuiniging van 16 miljoen euro. Dat heeft het college gisteren geantwoord op de technische vragen van haar fractie. Men kan op een begroting van 6 miljard euro geen 16 miljoen euro vinden. Is dat niet het ultieme bewijs van het potverteren van GroenLinks en SP? Mevrouw VAN PIJPEN onderstreept nog eens dat de doelen worden bereikt. Er is geen bouwstop en er worden niet minder woningen gebouwd dan staat in de doelstelling. Dit lijkt dus een uitstekende en efficiënte omgang met de middelen, waar dit college ook voor staat.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat in de beantwoording van het college gesproken wordt van een kritische afweging bij nieuwe initiatieven en van zaken die on hold worden gezet. Mevrouw ROODERKERK wijst erop dat de in de tegenbegroting van de VVD staat dat er 1300 ambtenaren worden wegbezuinigd. Daarnaast mag er geen specialistische kennis meer ingehuurd worden. Hoe wil de VVD meer woningen bouwen zonder specialistische kennis? Dat zorgt voor grotere achterstanden op de projectontwikkeling.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ herhaalt dat de bezuinigingen van de tegenbegroting niet gaan over de ambtenaren die zich bezighouden met woningbouw. Die worden betaald uit het vereveningsfonds, dat bedoeld is om zichzelf te bedruipen. Mevrouw ROODERKERK reageert dat de VVD ook geen specialistische kennis meer wil inhuren. Er wordt komend jaar veel meer gebouwd dan in de tijd dat de VVD nog in het college vertegenwoordigd was. Dat is niet mogelijk met de bezuinigingen die de VVD voorstelt. Net als het frame van de bouwstop, is dit dus opnieuw een verkeerde voorstelling van zaken. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat de bouwstop geen bouwstop mag heten van het college. In ieder geval is het een ontwikkelstop. En het is asociaal beleid, want hiermee wordt de volgende generatie woningzoekenden gedupeerd. De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat bij de vorige, en vermoedelijk ook de volgende, verkiezingen de woningmarkt en het tekort aan woningen een enorm groot probleem vormen. Het is een van de belangrijkste thema’s voor de stad. En als er dan berichten naar buiten komen dat er mogelijk minder gebouwd wordt in de toekomst dan zou kunnen, is dat altijd zorgelijk. Er moet goed onderzocht worden wat er aan de hand is. Hij zal het woord ‘bouwstop’ niet gebruiken. Feit is dat er acht initiatieven zijn die op dit moment niet uitgevoerd worden, die anders in 2021 wel opgepakt hadden kunnen worden.

Hij vraagt of die informatie klopt. En zo ja, over hoeveel woningen gaat het dan? Terecht heeft de coalitie bij het uitbreken van de coronacrisis gezegd dat er anticyclisch geïnvesteerd moet worden in tijden van crisis. Dat heeft vooral ook te maken met bouwcijfers. Daarom moet men proberen om deze acht initiatieven alsnog dit jaar op te pakken. Hij vraagt hoe dat mogelijk gemaakt kan worden. Er wordt gewerkt aan masterplannen voor Zuidoost en andere wijken, maar het beste masterplan voor de stad komt neer op het bouwen van woningen voor mensen die anders geen woning hebben. Er werden 7500 woningen per jaar beloofd, maar tot nu toe zit men daar ver onder. Ook vorig jaar werden er 2300 woningen te weinig gebouwd. Het is zaak alle initiatieven van projectontwikkelaars, die willen inschrijven en bouwen in Zuidoost of elders, zo snel mogelijk op te pakken. Hoe wil het college dat doen? Hoe kan het zijn dat deze bezuiniging op dit moment gekomen is? En hoe kan het dat de raad dit uit de media moet vernemen? In het FD en andere kranten kon men de reactie van het college lezen. Er zijn allerlei schriftelijke vragen gesteld die in een dag beantwoord werden. Drie weken voor de raad dit uit de media vernam, kregen ontwikkelaars al brieven dat hun projecten niet doorgingen.

Hoe kan het dat de raad niet tijdig is geïnformeerd? Kan dit uitstel nog voorkomen worden? De heer HAVELAAR herinnert de commissie aan de brief van 2 maart die het college stuurde, waarin stond dat gewenste werkzaamheden niet konden worden uitgevoerd. Vrijwel alle, maar kennelijk niet alle, opstalprojecten waarvoor ook contracten waren afgesloten, zouden worden voortgezet. Er stond verder dat er voor 2021 helaas geen budget was om nieuwe projecten op te starten. Het tempo van de stad moest worden aangepast aan de financiële werkelijkheid, stond in de beantwoording van schriftelijke vragen. In andere antwoorden op schriftelijke vragen gaf het college aan dat er meer focus moest komen op het uitvoeren van voorgenomen plannen. Niet alle initiatieven konden tegelijk gedaan worden en men wilde bestaande wijken niet te veel belasten. Al dit soort opmerkingen maken het niet raar dat het college denkt dat er een bouwstop of bouwuitstel ingesteld is. Als er een focus is op minder initiatieven, wat gaat er dan niet meer gebeuren? De kosten namen toe van 50 miljoen euro in 2017 naar 92 miljoen euro in 2020. Maar is dat erg? Als die extra kosten leiden tot meer woningbouw, is het helemaal niet erg.

Mag men uit de besparingsopgave de conclusie trekken dat de efficiency in de afgelopen jaren enorm gedaald is? Verder staat er dat vrijwel alle opstalprojecten waarover contracten afgesloten worden, voortgezet worden. Hij vraagt of dat betekent dat

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

er ook projecten zijn waarover contracten afgesloten zijn die niet voortgezet worden. En zo ja, welke zijn dat dan? Er is kennelijk geen ruimte voor nieuwe projecten. Men moet zich aanpassen aan de financiële werkelijkheid. Maar tegelijkertijd worden er in de afgelopen jaren minder woningen gerealiseerd, met name in het middeldure segment, dan men graag zou willen. Ondanks de bouwrecords worden er minder woningen gerealiseerd dan zou moeten. Er moet dus een inhaalslag komen, waarvoor nieuwe projecten nodig zijn. Als die ruimte voor nieuwe projecten er niet blijkt te zijn, hoe kan je dan een inhaalslag maken? Het lijkt dan van een bouwuitstel naar een bouwafstel te gaan, op de lange termijn. Hoe ziet de wethouder de 20% bezuiniging in relatie met de noodzaak om te versnellen met woningbouw? In de beantwoording van schriftelijke vragen staat dat de ambitie van de gemeente ten aanzien van woningbouw ongewijzigd is. Hij vraagt of deze discussie, en de brieven die eraan ten grondslag liggen, eventueel wel invloed kunnen hebben op de mate van waarschijnlijkheid dat deze ambitie gerealiseerd wordt. Mevrouw ROODERKERK wijst erop dat men niet te maken heeft men een bouwstop, maar met een bouwpiek. Het college wil namelijk dit jaar 7500 woningen bouwen, en ook in de jaren tot aan 2025. De wethouder zegt op koers te liggen om dit cijfer te gaan halen.

Dat moet hij dan natuurlijk nog wel waarmaken. Kwalijk is dat onder meer de VVD met het frame van een bouwstop komt, zonder verdere plannen. In elke zin van de beantwoording van het college op de gestelde vragen staat dat er geen sprake is van een bouwstop. De heer VAN DEN HEUVEL erkent dat er 7500 woningen worden beloofd voor de aankomende jaren en dit jaar. Dat wordt echter bij lange na niet gehaald. Dan komen er berichten dat nieuwe initiatieven niet uitgevoerd kunnen worden vanwege bezuinigingen. Wil D66 de oppositie dan aanvallen omdat die kritische vragen stelt? Waarom valt die partij de wethouder niet aan omdat de bouwcijfers niet gehaald worden en nieuwe initiatieven niet aangenomen kunnen worden? Mevrouw ROODERKERK is het helemaal eens dat de oppositie met kritische vragen mag komen. Zij komt ook met een aantal kritische vragen aan de wethouder. Van de oppositie mag verwacht worden dat ze kritisch meekijkt en zo bijdraagt aan het bouwen van de woningen. Frames in de wereld helpen, jaagt de ontwikkelaars alleen maar weg. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ herinnert eraan dat de D66-fractie een motie van afkeuring haar steun onthield, toen het college in 6 maanden 78 middeldure huurwoningen had gebouwd. Dat is toch iets anders dan het college kritisch volgen? Mevrouw ROODERKERK verzoekt mevrouw Naoum Néhmé om met constructieve voorstellen te komen.

Met frames neerzetten bouw je geen woningen. En er moeten 7500 woningen gebouwd worden. Daarbij zal zij de wethouder kritisch volgen en bevragen, maar op haar eigen manier. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat het college zelf in een landelijke krant de bouwstop heeft bevestigd. Zij verwijst naar het FD. Zij vraagt mevrouw Rooderkerk te reageren op de passages die de heer Havelaar zojuist voorlas uit de brieven van het college aan ontwikkelaars. Daarin staat bijvoorbeeld: ‘Wij gaan niet door met nieuwe plannen.’ Mevrouw ROODERKERK antwoordt: ‘In het frame van Naoum Néhmé kun je niet wonen.’ Mevrouw VAN SOEST was gisteravond bij een expertmeeting over Haven-Stad. Vallen de kosten waarom het hier gaat niet in het niet bij die voor Haven-Stad? En dan gaat het alleen over plannen; er is nog niets concreets. Al die proceskosten hebben

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

betrekking op plannen. Zij vraagt daar meer op te letten, zodat plannen die in een vergevorderd stadium zijn door kunnen gaan. Mevrouw ROODERKERK is het eens dat de proceskosten goed in de gaten moeten worden gehouden. Daarop wordt gelukkig 20% bezuinigd. Tegelijkertijd moet doorgegaan worden met de bouw van woningen waarover in de coalitie afspraken zijn gemaakt. Die afspraken moeten nagekomen worden. In de beantwoording zegt de wethouder dat eerst de afgesproken woningen gebouwd zullen worden. Daarna pas gaat men aan de slag met plannen die daar nog bovenop komen. Dat lijkt een realistische manier van werken. Mevrouw VAN SOEST vraagt of Haven-Stad dan op een lager pitje gezet moet worden. Mevrouw ROODERKERK wil niets op een lager pitje zetten. Het gaat erom dat de afgesproken woningen ook werkelijk gebouwd worden, zodat er veel meer woningen beschikbaar komen. Mevrouw VAN SOEST wijst nogmaals op de grote sommen geld die worden gestort in de proceskosten van Haven-Stad. Die verhinderen toch andere projecten? Er zullen toch keuzes gemaakt moeten worden? Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat volgens de wethouder de proceskosten teruggeschroefd worden, zonder dat dit de realisatie van de plannen in gevaar brengt. Dat is efficiënt omgaan met de ambtelijke capaciteit. De heer HAVELAAR hoorde mevrouw Rooderkerk zeggen: ‘In een frame van de VVD kun je niet wonen’.

Maar mevrouw Naoum Néhmé vroeg een reactie op een citaat van de wethouder, dat een deel van de gewenste werkzaamheden niet kan worden uitgevoerd, dat helaas niet alles gedaan kan worden en dat er meer focus moet komen. Wat vindt mevrouw Rooderkerk daarvan? Mevrouw ROODERKERK vraagt de wethouder het beeld van de betrokken partijen recht te zetten dat hun projecten niet worden opgepakt door de gemeente. Heeft de wethouder het gevoel dat het vertrouwen er nog steeds is bij ontwikkelaars, marktpartijen en beleggers dat de plannen die zij bij de gemeente leggen ook uitgevoerd worden? De heer HAVELAAR wijst erop dat deze coalitie misschien jaar op jaar bouwrecords vestigt, maar zonder zich de opdracht van de raad te realiseren. De afspraak is op jaarbasis gemiddeld 1670 middeldure huurwoningen. Het is haast stuitend dat de oppositiepartijen die afspraak van de coalitiepartijen moet najagen. Hoe ziet een jaar voor de verkiezingen de realisatie van de woningbouwambitie van deze coalitie eruit? Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat zij het eens is dat er 1670 middenhuurwoningen gebouwd moeten worden. Dat is van groot belang en daarop blijft haar fractie hameren. De wethouder ligt op koers voor de bouw van die 7500 woningen. In Zuidoost zijn net allerlei nieuwe woningen gerealiseerd, waaronder middenhuur. Het is belangrijk kritisch te blijven, maar wel gebaseerd op feiten.

De heer HAVELAAR merkt op dat D66 en CDA het helemaal eens zijn dat die 1670 middeldure huurwoningen gerealiseerd moeten worden. Het is alleen stuitend dat de oppositie daar zo achteraan moet gaan. De heer VAN SCHIJNDEL vindt dit een brij van cijfers en feiten. De beeldvormingspartij D66 is erg bezig met beeldvorming. Er is sprake van een reëel probleem. Er zijn minder mensen om de plannen verder door te ontwikkelen, maar mevrouw Rooderkerk doet alsof haar neus bloedt. Dat hoort toch niet voor een serieuze

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

politieke partij? Mevrouw NANNINGA vindt het schandalig dat mevrouw Rooderkerk haar toevlucht zoekt tot woordspelletjes om het falen van haar eigen coalitie te maskeren. Hoe moet je het noemen als een bouwplan wordt uitgesteld of niet doorgaat? Ook zij kan Jan Schaefer parafraseren: in het uitstellen en opschorten van bouwplannen kun je niet wonen. Mevrouw VAN SOEST heeft een vraag over Haven-Stad. Kan de wethouder aangeven op welke bouwprojecten de wethouder die 10% minder proceskosten slaan? De heer VAN SCHIJNDEL vraagt wat mevrouw Van Soest bedoelt met ‘proceskosten’. Zijn dat juridische kosten van het voeren van processen tegen partijen? Of gaat het om de ambtelijke bijstand? Wat heeft mevrouw Van Soest tegen het snel door ontwikkelen van Haven-Stad? Mevrouw VAN SOEST antwoordt dat zij met ‘proceskosten’ doelt op plankosten, dus niet op juridische kosten. En van haar mag Haven-Stad doorgaan, hoewel zij het als een utopie beschouwt. De heer VAN SCHIJNDEL heeft een discussie met wethouder Van Doorninck gehad over het belang van haar portefeuille voor het gaande houden van de woningbouw. Er zou daarom onder geen beding mogen worden bezuinigd op haar ambtelijk apparaat. Dat betekent dus het uitzonderen van G&O en de mensen van Woningbouw van de kaasschaaf. Hij vroeg mevrouw Van Doorninck of zij dat kon garanderen. Haar antwoord was dat zij dat niet kon.

Daarom vraagt hij nu wethouder Ivens of het uiterste wordt gedaan, ook in deze coronatijd, om de ambtelijke capaciteit in stand te houden of eigenlijk uit te breiden. De heer FLENTGE constateert dat de behoefte aan woningen bouwen in de stad heel erg groot is en dat het college een hoge ambitie heeft gesteld. Hij hoopt dat men onverkort doorgaat met het nastreven van deze doelstellingen. Daaraan moet worden vastgehouden omdat de noodzaak zo groot is. Maar toch blijken sommige delen van de stad pijn te lijden. Niet elk deel van de stad kan veel projecten tegelijk aan. Sommige delen van de stad veranderen in een bouwput. Noord is daarvan een voorbeeld. De heer HAVELAAR herinnert aan zijn eerdere citaten uit brieven van de gemeente, waarin stond dat helaas niet alle gewenste activiteiten opgepakt kunnen worden. Natuurlijk is hij het eens met de heer Flentge als die zegt dat de draagkracht van een buurt voor het realiseren van de woningbouwplannen essentieel is. Maar wat vindt de heer Flentge van de opmerkingen van het college dat nu niet alle gewenste projecten opgepakt kunnen worden? Dat nu geen nieuwe projecten opgepakt kunnen worden? Ziet de heer Flentge daar risico’s voor het realiseren van de ambitie? De heer FLENTGE antwoordt dat hij in de beantwoording leest dat de projecten overeind blijven.

Hij vindt het zelf niet erg als een duur project wegvalt, als daar een betaalbaar project voor in de plaats komt, zoals gebeurt in Noord. De vraag aan het college of de geambieerde aantallen overeind blijven staan is heel terecht. Mevrouw NANNINGA vindt de behoefte aan bezuinigingen logisch, in deze tijd van economisch zwaar weer. Maar het is onbegrijpelijk dat de bouwopgave, wat een kerntaak is van de gemeente, onderwerp is van die bezuinigingen. Het faciliteren van bouw mag niet gehinderd worden. Het is al erg genoeg dat de gemeente Amsterdam miljoenen verspilt aan het aardgasvrij maken van wijken, aan biomassacentrales, windturbines etc. Al dat geld moet besteed worden aan het op stoom houden van het bouwtempo. De middenklasse vlucht de stad uit omdat Amsterdam faalt in het bouwen. Natuurlijk zijn de proceskosten niet hetzelfde als bouwkosten. Ambtelijke kosten zijn onderwerp van bezuiniging. Maar in een grote wooncrisis zoals de huidige is het een

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

kwestie van politieke wil waarop men wil bezuinigen. Na de schamele prestatie van 78 woningen in het middensegment in een halfjaar, wordt er nu ook nog bezuinigd op proceskosten. Een bouwstop mag je het niet noemen, maar het proces raakt in ieder geval wel vertraagd. Zij roept op om deze bezuiniging te schrappen, en zoveel mogelijk hinderlijke regels rondom bouwen en wonen los te laten. Het bouwen moet hervat worden, en er moet zelfs nog een schepje bovenop. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt de heer Van den Heuvel dat het hier gaat om de brief die in antwoord op een raadsadres van ontwikkelaars gestuurd is. De ontwikkelaars hadden initiatieven waarvan ze hoopten dat die in 2021 al meegenomen zouden worden in de projecten die in Zuidoost draaien, namelijk Amstel III en Arenapoort. Zij spraken hun teleurstelling erover uit dat hun initiatieven in 2021 nog niet meegenomen konden worden, en dat dit pas in de volgende jaren kon. De raad heeft hun raadsadres doorgeleid naar het college. Het antwoord op het raadsadres van het college is op de commissieagenda gekomen. Het is dus niet via de media gegaan. Er wordt gewerkt in 170 projecten in de gemeente. Met name in de transformatiegebieden zijn er ontwikkelaars die al projecten hebben lopen in bepaalde gebieden, en daar extra initiatieven aan willen toevoegen.

Dat is omdat ze enthousiast zijn over de bouwproductie in Amsterdam en de enorme ambities in de gemeente op dat vlak. Zij willen er graag aan meedoen. Toch is het voor de gemeente niet mogelijk om altijd op alle initiatieven direct in te gaan. Daarbij komt dat ook G&O gevraagd is om een deel van de bezuinigingen die zijn voorgesteld bij de begroting voor zijn rekening te nemen. Dat betekent dat iets selectiever moet worden omgegaan met nieuwe initiatieven. Dat zijn initiatieven die nog geen plan zijn en bovenop de ambities voor woningbouw komen. De heer HAVELAAR las in de brief dat er geen ruimte is voor nieuwe projecten. Dat is iets anders dan ‘iets selectiever’ zijn voor nieuwe projecten. Verder staat dit debat in de context van bezuinigingen. Hij vraagt of deze nieuwe initiatieven niet opgepakt konden worden omdat er bezuinigd wordt. Of kon het sowieso niet? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat er altijd een afweging gemaakt moet worden over welke initiatieven direct, en welke later opgepakt kunnen worden. Daarbij spelen verschillende factoren. Bijvoorbeeld of de buurt het aankan, of de bouw het logistiek aankan. Maar ook speelt de vraag of het initiatief in kwestie de meest efficiënte manier is om de proceskosten in te zetten, in de wetenschap dat daarop bezuinigd moet worden. Benadrukt moet worden dat het hierbij om initiatieven gaat, niet om hele projecten.

Vaak gaat het om ontwikkelaars die al binnen Amsterdam aan de slag zijn. Het zijn ook geen woningen die al geteld zijn, maar om woningen die daar nog bovenop zouden komen. De gemeente gaf in dat geval aan dat het een interessant initiatief was, maar dat ze het niet meteen kon oppakken vanwege de noodzaak efficiënt met de proceskosten om te gaan. Wellicht is het college daar iets strenger in geworden dan voorheen, omdat in de begroting is afgesproken dat ook G&O een bijdrage moet leveren aan de algemene middelen. De heer HAVELAAR vraagt wat er niet efficiënt is aan het kijken naar nieuwe initiatieven, als je achterloopt bij de woningbouwrealisatie. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat het gaat om nieuwe initiatieven, dus niet om plannen die al in het woningbouwplan zaten. Het zijn initiatieven die daar nog bovenop zouden komen. Er wordt niet gezegd dat de gemeente er niet aan wil, alleen dat het initiatief in kwestie pas in de volgende tranche opgepakt zal worden. Het is de bedoeling dat de huidige bouwpiek aanhoudt. Daarom moet er in elke fase voldoende planvoorraad zijn. Het gaat erom de bouwlogistiek en de ambtelijke capaciteit op de juiste manier in te zetten, om op een efficiënte manier om te gaan met de proceskosten. De heer HAVELAAR merkt op dat er een krappe planvoorraad is waar 50-60%

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

realisatie in zit. Nu is er een partner waarmee de gemeente al werkt die zegt dat hij buiten de planvoorraad om een goed idee heeft. En dan zegt de gemeente, die achterloopt op de coalitiedoelstelling voor woningbouwrealisatie, dat het initiatief niet efficiënt zou zijn en dat er 16 miljoen euro bezuinigd moet worden. Hij begrijpt er niets van. Wethouder VAN DOORNINCK merkt op dat plannen zoveel mogelijk opgepakt worden. Als er nieuwe plannen komen, hebben deze niets te maken met de huidige, ruime, planvoorraad. Ze kunnen in een later stadium bij de planvoorraad gevoegd worden. De heer VAN SCHIJNDEL merkt op dat een ‘initiatief’ betekent dat er meer woningen worden gebouwd. Dat er iets extra’s gedaan gaat worden. Dat is toch welkom? Misschien zijn de omstandigheden over een paar jaar, als het initiatief wél kan worden opgepakt, totaal anders. Dan wordt dat goede idee misschien nooit uitgevoerd. Het is ten principale onjuist om mee te gaan met die algemene bezuiniging. De politieke keuze voor woningbouw is zeer breed gedragen. G&O moet worden uitgezonderd van de bezuinigingen. Mevrouw VAN DOORNINCK antwoordt dat G&O niet uitgezonderd is van de bezuinigingen. De 20% bezuiniging betekent dat dezelfde zaken opgepakt kunnen worden, maar dat efficiënter gewerkt gaat worden. Niet elk initiatief wordt omarmd, als men weet dat het onmogelijk is er direct mee aan de slag te gaan.

Ondertussen wordt 80 miljoen euro uitgegeven om de bouwproductie en de planvorming goed te houden. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ begrijpt van de wethouder dat ze 20% kan bezuinigen, terwijl alles ook doorgaat. Dat blijkt natuurlijk niet uit haar eigen antwoorden, waarin zij zegt dat nieuwe initiatieven de ijskast ingaan. Zij vraagt of het klopt dat het gaat om een bezuiniging van 16 miljoen euro. En om hoeveel nieuwe initiatieven gaat het? Mevrouw VAN DOORNINCK antwoordt dat de bouwproductie met hetzelfde tempo doorgaat. De initiatieven voor het toevoegen van planvoorraad worden opgepakt op het moment dat daarvoor de capaciteit aanwezig is. Zij heeft een lijstje met de initiatieven waarom het nu gaat. Het gaat om een project bij IKEA over de vernieuwing van de winkel en een woningbouwproject, Hogehilweg 17-19, woningbouw en een kantoor; een project van Merin, twee projecten van Certitudo, vastgoedtransitie van JeugdzorgPlus De Koppeling, een project van ING en anderen voor woning en kantoor, Hoekenrode , Atlas Arena, Vans, een horecapaviljoen. Over die projecten gaat de brief. Ze kunnen vanaf volgend jaar opgepakt worden. Dit jaar nog niet, wat geen effecten heeft op de ontwikkelingen ronds de Hondsrugweg op dit moment. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ reageert dat zij het niet heeft over de bouwproductie. Zij had het over nieuwe initiatieven.

Zij vraagt de wethouder om de namen van de projecten schriftelijk aan de commissie te doen laten toekomen. Verder wil zij weten om hoeveel woningen deze nieuwe initiatieven samen gaan. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat het om nieuwe initiatieven gaat. Die verkeren nog niet een fase waarbij je kan zeggen om hoeveel woningen het gaat. Zij herhaalt dat het nog geen plannen zijn. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of er inderdaad 16 miljoen euro wordt bezuinigd op G&O. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat in 2020 de kosten 92 miljoen euro bedroegen. Voor dit jaar gaat men uit van 80 miljoen euro, waarvan 70% kosten zijn voor de uitvoering en 30% voor de voorbereiding. De heer VAN DEN HEUVEL denkt dat het wel degelijk mogelijk is een schatting te maken van het aantal woningen dat deze initiatieven zouden kunnen opleveren. Wat is

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

die schatting? Verder vraagt hij een overzicht van de initiatieven aan de commissie te sturen. Verder vraagt hij of dit betekent dat nieuwe initiatieven in de rest van dit jaar allemaal uitgesteld worden tot volgend jaar. En wat betekent dat voor de nieuwe initiatieven die volgend jaar ingediend worden? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat bij elke nieuw initiatief wordt bekeken of dit het juiste moment is om ze op te pakken. Dat kan per project verschillen. Soms is het goed een project direct op te pakken omdat er een mooie link is met een ander project, maar het kan ook dat het beter later opgepakt kan worden, bijvoorbeeld om wat de buurt aankan. Het college wil duidelijk zijn naar initiatiefnemers over wat wel of niet kan. Dat heeft niet alleen te maken met kosten, maar ook met het belang de capaciteit op de best mogelijke manier in te zetten. Meer mensen in dienst hebben betekent niet automatisch dat veel meer bouwprojecten opgepakt kunnen worden. De heer VAN DEN HEUVEL neemt na het horen van de wethouder aan dat het mogelijk is dat er dit jaar nog meer nieuwe initiatieven uitgesteld moeten worden. Dit lijstje van negen is dus nog niet het totaal van wat in 2021 niet opgepakt kan worden. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat bij elk initiatief beoordeeld zal worden of het voor nu opportuun is of niet. Je zult dus per jaar kijken wat er nog opgepakt kan worden.

De heer VAN SCHIJNDEL vindt de hoogte van de bezuiniging op het G&O heel groot. Dat had nooit mogen gebeuren. Kan daar nog niets aan gebeuren, bijvoorbeeld door hogere grondprijzen te gaan rekenen? Of anders door de duurzaamheidseisen terug te schroeven? Er moeten genoeg woningen gerealiseerd worden. Zoals het nu gaat, loopt de gemeente achter de feiten aan. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat er in Amsterdam ongelofelijk veel gebouwd wordt, en dat al jaren achter elkaar. Op die manier is men op veel plekken in de stad tegelijk aan de gang. Dat betekent dat iedereen zo goed mogelijk ingezet moet worden. Meer mensen inzetten betekent niet automatisch dat meer gebouwd kan worden. Dat heeft ook met bouwlogistiek te maken. Het komt voor dat men de materialen niet kan krijgen. Daarmee moet zo efficiënt mogelijk omgegaan worden, zodat elke keer de bouwambities gehaald kunnen worden, tot 2025. Zij antwoordt de heer Van den Heuvel verder dat die acht initiatieven nog 20002500 woningen extra aan de planvoorraad zou kunnen toevoegen. Die kan men later in de planvoorraad meenemen. Wethouder IVENS merkt op dat de planvoorraad voor de komende jaren voldoende is. Er is geen sprake van een bouwstop. Hij is blij dat iedereen in de commissie dat nu erkent. Dat beeld moet ook rechtgezet worden bij de marktpartijen. Daarmee is hij hard bezig. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ komt met een ordevoorstel.

Zij stelt voor deze vergadering voort te zetten in de avond, omdat het een uitermate belangrijk onderwerp is. De VOORZITTER wijst erop dat dit punt nooit voldoende behandeld zal zijn. Zij stelt voor het te agenderen in de raad, of anders opnieuw op de commissieagenda te zetten voor de volgende vergadering. Zij brengt het ordevoorstel van mevrouw Naoum Néhmé in stemming en concludeert dat een meerderheid van de commissie voorstemt. Er komt dus een avonddeel. Verder concludeert zij dat de aanwezige wethouders bereid zijn om ’s avonds aanwezig te zijn. De vergadering vanavond zal vanwege de avondklok maximaal een uur bedragen, van 19.30-20.30 uur. De heer MANGAL merkt op dat hij afzag van een bijdrage bij dit onderwerp. Dat was omdat de overdracht niet helemaal soepel is verlopen. Vanavond zal hij aanwezig

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

zijn. De heer ERNSTING vindt het wat vreemd dat de commissie uren wil vergaderen over een krantenartikel, terwijl net agendapunt 10 is doorgeschoven, waarmee 100 miljoen euro per jaar is gemoeid. Kan dat dan vanavond ook behandeld worden? De VOORZITTER antwoordt dat dit mogelijk is als de tijd dat toelaat. De vergadering wordt om 20.30 uur gesloten. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat het hier niet gaat om een krantenartikel, zoals de heer Ernsting zegt. Het gaat om een buitengewoon ernstige zaak. Zij vraagt de coalitie te stoppen met het bagatelliseren van wat hier aan de hand is. De VOORZITTER schorst de vergadering van 12.50-19.30 uur. Tweede termijn De heer VAN DEN HEUVEL vindt het niet nodig om het te hebben over de noodzaak van dit debat, gezien de grootte van de problematiek op de Amsterdamse woningmarkt. Met de coronacrisis zei de coalitie dat er anticyclisch geïnvesteerd moest worden. De crisis moest aangewend worden om de grote uitdagingen in Amsterdam goed aan te pakken. Daarmee was hij het eens. Maar toen moest worden bezuinigd op de proceskosten voor nieuw te ontwikkelen woningbouwprojecten. Het gevolg: acht of negen initiatieven hebben te horen gekregen dat hun project dit jaar niet van start gaat. Daarbij gaat het om 2000-2500 woningen. Hij kan niet geloven dat dit totaal geen effect zal hebben op de woningbouwproductie, op de ambitie of de aankomende jaren.

Als dat zo was, waarom deed men dat dan niet al veel eerder? Dan had men miljoenen kunnen besparen. Hij vraagt daarom wat dit gaat betekenen voor de plancapaciteit van de komende jaren, bijvoorbeeld tot aan 2030. Dit uitstel van projecten moet toch effect hebben op de mogelijkheden voor volgend jaar? Of het jaar daarna? Stel dat diezelfde investeerders straks met nieuwe plannen komen? Die investeerders willen toch bouwen, hebben plannen klaarliggen en willen toch investeren? Leidt dit uitstel dan niet tot nieuw uitstel in de komende jaren? Verder vraagt hij naar de reden voor dit besluit. Wat was het afwegingskader ten opzichte van andere projecten om deze projecten niet door te laten gaan? Hadden ze een negatieve grondexploitatie? De heer HAVELAAR herinnert aan zijn vragen eerder in de vergadering, of de efficiency gedaald was, welke opstalprojecten waarover contracten waren afgesloten niet voortgezet worden, of er wel kans was om de bouwachterstand in te halen als er geen ruimte is voor nieuwe projecten, en hoe omgegaan wordt met die ambitie. Is het realiseren van die ambitie nog even waarschijnlijk als voor deze brief? Het is belangrijk om serieus met elkaar naar woningbouw in deze stad te kijken. Hij hoopt op een constructieve bijdrage van D66 en GroenLinks in deze tweede termijn. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ sluit zich aan bij de vorige sprekers.

Zij vraagt of de 16 miljoen euro bezuiniging eenmalig is, alleen voor dit jaar. Of is het een structurele besparing op de proceskosten? Verder vraagt zij of deze bezuiniging van 16 miljoen euro overbodig is als er meer middeldure huur gebouwd wordt. Welk keuzemenu krijgt de raad van het college? Welke afweging maakt het college bij de keuze tussen de initiatieven? Zij wil het graag weten als het gaat om het negatieve saldo van een grondexploitatie. Haar fractie kan niet begrijpen dat de systematiek van het vereveningsfonds gescheiden is van de gemeentebegroting. Het moet zichzelf kunnen bedruipen. Zij begrijpt niet dat een generieke taakstelling op de gemeentebegroting automatisch van toepassing wordt verklaard op het vereveningsfonds. Het lijkt haar een politieke keuze. Datzelfde geldt om aan de knop ‘proceskosten’ te draaien in plaats van aan andere knoppen uit het vereveningsfonds.

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

Mevrouw VAN PIJPEN schrok van het nieuwsbericht over een vermeende bouwstop in Amsterdam. Met andere partijen diende ze daarom direct schriftelijke vragen in. De antwoorden waren duidelijk genoeg: er is geen bouwstop, de planvoorraad is goed gevuld en de voortgang van de ambitie om 7500 woningen gemiddeld per jaar te bouwen blijft staan als een huis. Ook de beantwoording van de vragen van de oppositie was duidelijk. Er is geen bouwstop. Daarom volgt zij dit debat met stijgende verbazing. De planvoorraad zit vol. De ambitie staat. Er worden vergunningen verleend. Er wordt volop gebouwd. Er is geen bouwstop of ontwikkelstop. Er is geen vergunningenstop. Als gevolg van een ambtelijke bezuiniging vindt er alleen een temporisering van ideeën plaats. Ideeën, want plannen zijn het nog niet. De heer VAN SCHIJNDEL wijst erop dat het schrappen van acht initiatieven corresponderend met 2000-2500 woningen ook als een huis staat. In het middensegment vooral zit het erg tegen; daaraan kan mevrouw Van Pijpen toch niet voorbijgaan? Het gaat toch om het boeken van resultaten, niet alleen om het hebben van ambities? Mevrouw VAN PIJPEN antwoordt dat het hierbij gaat om een temporisering van ideeën. De plannen of woningen staan niet als een huis. Wel staan alle gemaakte afspraken als een huis. In vorige debatten is uitvoerig gesproken over het laten aantrekken van de middenhuur.

De plannen daarvoor moeten volop voortgang vinden, en dat vinden ze ook. Er is namelijk geen bouwstop, geen ontwikkelstop, geen vergunningenstop etc. Het loopt gewoon door. De heer VAN SCHIJNDEL wijst erop dat er wel degelijk sprake is van een vertraging bij het omzetten van ideeën en initiatieven in concrete bouwprojecten. Dat is een vertraging ten opzichte van wat mogelijk was geweest als de capaciteit bij G&O voldoende was geweest. Dat is ernstig met deze woningnood. Mevrouw VAN PIJPEN antwoordt dat het agendapunt ‘bouwstop’ heet. Uiteindelijk had men het over een ontwikkelstop, maar ook daar is geen sprake van. Beter zou men het kunnen hebben over de ambitie om voldoende woningen te gaan bouwen. Frames als ‘bouwstop’ of ‘ontwikkelstop’ helpen daar niet bij. De heer FLENTGE antwoordt dat hij het op inhoud zeer oneens is met de oppositie. Wel vraagt hij mevrouw Van Pijpen het debat aan te gaan op inhoud. De vragen van de oppositie zijn belangrijk als men gezamenlijk de woningbouw wil bevorderen. Mevrouw VAN PIJPEN is het eens dat op inhoud gedebatteerd moet worden. Alle frames zijn kwalijk. Die leveren geen bijdrage aan de gigantische bouwambitie van de stad. Je moet het hebben over een temporisering als gevolg van een ambtelijke bezuiniging, zoals door de raad in de begroting vastgesteld.

Zij is blij dat de eerdere 30% bezuiniging op de projectkosten is teruggebracht tot 20%. Ze zijn nu op het niveau van 2019. Zij vraagt wat een realistisch percentage is om problemen te voorkomen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt mevrouw Van Pijpen wat het ‘temporiseren van ideeën’ precies betekent. Mevrouw VAN PIJPEN verwijst daarvoor naar de eerdere beantwoording van wethouder Van Doorninck. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt het teleurstellend dat mevrouw Van Pijpen als antwoord op haar vraag doorverwijst naar de beantwoording van wethouder Van Doorninck. Die gaf nota bene toe dat door dit besluit 2000-2500 woningen op de tocht staan. Mevrouw NANNINGA wil het graag bij de inhoud houden. Zij vraagt naar de afwegingscriteria voor deze 20% bezuiniging. Waarom is niet bezuinigd op duurzaamheidskosten? Waarom niet op de verdeling 40-40-20? Waarom koos men

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

uitgerekend hiervoor? Waarom worden er juist in Zuidoost allemaal projecten in de koelkast gezet? Op een dergelijk gebied dat in de lift zit moet toch geen rem? Als men aan 40-40-20 sleutelt, is deze bezuiniging misschien helemaal niet nodig. Waarom praat de raad daar niet over? Van deze bezuiniging raken aannemers in paniek, en weg is de bouwproductie. De heer FLENTGE oppert in plaats van 40-40-20 alleen nog betaalbare woningen te bouwen. Is dat een idee, of wil mevrouw Nanninga de andere kant op? Wil zij voornamelijk voor mensen met veel geld bouwen? Mevrouw NANNINGA wijst erop dat juist de middeldure huur nodig is. Zij pleit niet voor dure huizen met zwembaden. De heer FLENTGE is het eens wat betreft de middeldure huur. Hij vraagt of mevrouw Nanninga dat niet ten koste wil laten gaan van de sociale woningen. De VOORZITTER wijst erop dat mevrouw Nanninga geen spreektijd meer heeft. De heer SCHIJNDEL hoort dat initiatieven getemporaliseerd worden. Vaak gaat het om alle lopende projecten waaraan iets toegevoegd zou worden. Hij vraagt wethouder Van Doorninck of dit dan niet zou leiden tot juridische aansprakelijkheden van de gemeente, omdat die niet te goeder trouw en voortvarend dit soort initiatieven oppakt. Wethouder IVENS is blij dat het woord ‘bouwstop’ niet meer gebruikt wordt. Dat is het dus niet. Er werd zomaar iets geponeerd, wat daarna een eigen leven is gaan leiden.

Mensen gaan dat woord ‘bouwstop’ dan steeds vaker gebruiken, wat voor je het weet allerlei partijen afschrikt. Het heeft veel energie en tijd gekost om alle mensen die wilden gaan investeren in de stad duidelijk te maken dat er afwegingen gemaakt worden, maar dat afspraken nagekomen worden en dat verdergegaan wordt met plannen uit de planvoorraad. De bouwpiek gaat gewoon door, zoals zichtbaar als je door de stad fietst. Hij antwoordt de heer Havelaar dat de achterstanden wel meevallen. In de vorige collegeperiode werden gemiddeld ongeveer 6500 woningen per jaar gebouwd, terwijl dat nu gemiddeld ruim 7200 woningen is. Dat ligt nog 3,5% onder het gestelde doel van 7500 woningen. Tot 2025 zitten er in de planvoorraad nog 49.000 woningen. Om de ambitie van 52.500 woningen voor de periode 2018-2025 te halen, zijn er nog 31.000 woningen nodig. Aan de huidige planvoorraad van 49.000 verandert niets. Er wordt gewerkt aan al die projecten. Meerjarig moet een slagingspercentage van 63% te halen zijn, en daarmee zouden de doelstellingen gehaald worden. De gemeente is dus hard op stoom om de bouwpiek die 2014 begon minstens tot 2025 door te laten lopen. De heer HAVELAAR wijst erop dat het slagingspercentage dat nodig is bij deze planvoorraad zeer krap en spannend is. Hij gunt Amsterdam dat de doelen gehaald worden, maar het zal wel spannend worden. 3,5% is niet weinig.

Wethouder IVENS antwoordt dat de planvoorraad vooral in het sociale segment nog niet voldoende is. Daarin zitten de grootste tekorten en daarvoor is de planvoorraad ook niet op orde om de doelen helemaal te realiseren. In andere segmenten is dat wel het geval. Voor het sociale segment heb je een heel hoog slagingspercentage nodig om de doelen te bereiken. De betaalbare sector is de categorie die het zwaarste onder druk staat. De planvoorraad is geruststellend, maar de verdeling sociaal-middelduur-huur is dat nog niet. Daarover zal nog vaak gesproken moeten worden. Het is zaak met zijn allen aan de slag te gaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelaars en beleggers gaan twijfelen omdat allerlei beelden ontstaan. Hij blijft ook in gesprek met de ondernemers, zoals morgen onder andere met Certitudo. De heer HAVELAAR kreeg wel degelijk de indruk dat het college wil afremmen. Er werd gezegd dat men niet alle gewenste werkzaamheden meer uit kon voeren, dat er

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

meer focus moest zijn, dat men zich moest aanpassen aan het ritme van de stad. Is het raar dat hij daarvan schrikt? Wethouder IVENS antwoordt dat er geen enkele rem is, maar juist een versnelling. Hij denkt dat de 7500 per jaar gehaald worden. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt mevrouw Naoum Néhmé dat men in de afgelopen jaren te maken heeft gehad met sterk oplopende proceskosten. In 2017 stond het nog op 50 miljoen euro. Dat ging naar 92 miljoen euro in 2020. Nu zit het op 80 miljoen euro. Dat is het niveau waarvan zij denkt dat je ermee door kunt. Het zal wel per jaar bekeken moeten worden. Over het afwegingskader heeft zij het vanochtend uitgebreid gehad. Het is altijd maatwerk. Als er afspraken op schrift zijn gezet, zal een project nooit uitgesteld worden. Die afweging wordt alleen gemaakt bij nieuwe initiatieven. Er wordt dan gekeken wat er gebeurt in het gebied. Het kan dat bouwlogistiek belemmerend werkt. De vraag die gesteld wordt is hoe het nieuwe initiatief het beste past bij de andere plannen, en wat de buurt aankan. Zij antwoordt mevrouw Nanninga dat in Zuidoost ongelofelijk veel gebeurt. In de planvoorraad zitten 2500 woningen in Zuidoost. Dat betekent dat je soms nieuwe initiatieven met een jaar moet uitstellen, omdat het anders teveel wordt in verband met een selectieve omgang met de capaciteit.

Zij antwoordt de heer Van Schijndel dat initiatieven die getemporiseerd worden, vaak bij ontwikkelaars zijn die al in een project bezig zijn. Niet projecten worden getemporiseerd, maar initiatieven binnen een project. Het gaat om nieuwe initiatieven die iets verder in de tijd gezet worden. Ook die projecten worden uiteindelijk uitgevoerd. Ze zorgen ervoor dat de hoge planvoorraad niet alleen tot 2025 bestaat, maar ook daarna. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of de bezuinigingen op de proceskosten eenmalig zijn of structureel. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat de proceskosten nu teruggebracht zijn naar 80 miljoen euro, wat ongeveer het niveau van 2019 is. Waarschijnlijk is dit het juiste niveau, maar dat zal per jaar bekeken worden. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil weten of het uitstel beperkt blijft tot de huidige acht initiatieven, of dat het er meer worden. Daarom haar vraag of de bezuiniging op de proceskosten eenmalig is of structureel. Wethouder VAN DOORNINCK herhaalt dat zij denkt dat het niveau van 80 miljoen euro werkbaar is, hoewel dat jaarlijks moet blijken. Er ligt ook een taakstelling bij G&O die uitgevoerd moet worden. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt waarom de generieke taakstelling voor de gemeentebegroting ook het vereveningsfonds raakt. Dat zijn twee aparte geldpotten.

Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat de financiële situatie van de gemeente, in deze coronacrisis, dusdanig dat ook aan G&O gevraagd is om een bijdrage te doen aan de algemene middelen. Dat is ook vastgesteld in de begroting. De heer VAN DEN HEUVEL vraagt of er een risico bestaat dat dit jaar nog meer nieuwe initiatieven blijven liggen tot volgend jaar. En loop je niet het risico dat andere projecten volgend jaar ook weer later opgepakt moeten worden? Dit geldt vooral omdat de wethouder min of meer zegt dat de 80 miljoen euro structureel wordt in de komende jaren. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat de initiatieven per jaar bekeken worden. Als initiatieven veel kansen bieden, of er ruimte komt omdat een ontwikkelaar even wat tijd nodig heeft, kan wellicht toch weer een nieuw initiatief opgepakt worden. Er zal wel steeds een afweging gemaakt worden over de efficiëntie van werken. Je kunt niet

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

zeggen dat initiatieven die nu een jaar uitgesteld worden, leiden tot een jaarlijkse ophoping. De heer HAVELAAR vergelijkt het met een ijswinkel. Als die ieder jaar meer ijsjes verkoopt, nemen zijn kosten daarmee ook enorm toe. Hij kan dan wel besparen, maar dan raakt het ijs op. Daarom zijn vraag: zijn de toegenomen kosten een gevolg van slechte efficiency, of zijn ze gevolg van de bouwpiek waarover wethouder Ivens het heeft? In dat laatste geval lijken hem besparingen op dit terrein heel onverstandig. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat de toegenomen kosten te maken hebben met de bouwpiek. Maar de gemeente heeft al langere tijd te maken met een bouwpiek. Als de gemeente door corona in een diepe crisis verkeert, moet heel efficiënt met mensen en capaciteit omgegaan worden. En dat is wat er gebeurt. De heer VAN SCHIJNDEL vraagt of G&O ook gevraagd is een bijdrage te leveren aan de algemene middelen. Komt dat neer op de kaasschaaf? Of heeft G&O toch een bijzondere behandeling gekregen en hoeft daar minder bezuinigd te worden dan elders? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat G&O gevraagd is een bijdrage te leveren. Dat is vanwege de ernst van de crisis waarin de gemeente verkeert. Mevrouw NANNINGA antwoordt de heer Flentge dat er meer middenhuur moet komen. Haar partij wil dat daarvoor iets afgehaald wordt van zowel het sociale- als het topsegment.

Alle ballen moeten op de middenhuur. Zij vraagt wethouder Van Doorninck, die het heeft over maatwerk, waarom dan gekozen is voor deze operatie en niet voor bezuinigingen op duurzaamheid, of sleutelen aan de bouwverhoudingen. Zij vraagt het onderwerp te agenderen voor de raad. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat deze keuze is gemaakt omdat efficiënter werken mogelijk was, omdat het goed is alleen die initiatieven op te pakken waarmee je aan de slag kan, en omdat de ambities van Amsterdam wat betreft betaalbaarheid van woningen en de kwaliteit van woningen overeind blijven staan. De VOORZITTER concludeert dat dit onderwerp op voorstel van mevrouw Naoum Néhmé geagendeerd wordt voor de raadsvergadering van 26 mei 2021. De heer HAVELAAR vraagt om agendapunt 10 vanwege de tijd door te schuiven naar de volgende vergadering. De VOORZITTER brengt dit voorstel in stemming en concludeert dat een meerderheid van de commissie instemt met het voorstel om agendapunt 10 door te schuiven naar de vergadering van 19 mei 2021. Zij sluit de vergadering om 20.22 uur.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10167153/1