CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag WB 14-04-2021

Raadscommissie Wonen en Bouwen 19 mei 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie WB d.d. 14 april 2021.18.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.

WB

Raadscommissieverslag 14-04-2021

CONCEPT Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Wonen en Bouwen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Woensdag 14 april 2021 van 09.00 uur tot 20.22 uur, digitaal Woensdag 19 mei 2021

Voorzitter: mevrouw La Rose Portefeuillehouder: wethouder de heer Ivens, wethouder mevrouw Van Doorninck Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster Verslaglegging: de heer Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bakker (PvdD), de heer Ernsting (GroenLinks), de heer Flentge (SP), de heer Havelaar (CDA), de heer Van den Heuvel (ChristenUnie), de heer Leenders (PvdA), de heer Mangal (DENK), mevrouw Nanninga (Ja21), mevrouw Naoum Néhmé (VVD), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), de heer Van Schijndel (Forum voor Democratie), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden (met bericht): mevrouw Kiliç (DENK) Overige aanwezigen: de heer De Boer (inspreker)

1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen hartelijk welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen Wethouder IVENS doet de volgende mededelingen.  De corporaties blijken niet bereid te zijn om over de atelierwoningen op een kleinere schaal, zoals per stadsdeel of per gebied, te rapporteren. Hij heeft de corporaties gevraagd of het mogelijk is om tijdelijke jongerencontracten voor atelierwoningen te verlengen. Die mogelijkheid blijkt alleen te bestaan door eventueel een tweejaarscontract als verlening te geven na het aflopen van het tijdelijk jongerencontract. Dit is onder andere met De Key besproken. Men kijkt nu of jongeren van deze mogelijkheid gebruik willen maken. De CAWA kijkt momenteel naar een heel andere werkwijze om de doorlooptijd voor atelierwoningen te verkorten. De huidige methode kent een aantal nadelen. De poolsuggestie die vanuit de commissie gedaan werd, wordt daarbij betrokken.  Hij had mevrouw Bakker in verband met Artis beloofd dat hij het bij het gesprek over de resultaten van 2019 ook over dierenwelzijn zou hebben.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

Vorig jaar heeft hij het met Artis vooral gehad over de urgente problematiek rondom de financiën. Hij heeft nu een gesprek gehad met Artis over de prestaties op het gebied van dierenwelzijn. Artis vertelde dat een aantal dierenverblijven zijn vernieuwd. De verblijven voor slingerapen, gibbons, sneeuwuilen en de olifantenstal zijn vernieuwd. Artis heeft het idee laten varen om de leeuwen te laten vertrekken. Het lukt niet om een andere dierentuin te vinden die ze wil overnemen. Het plan om het leeuwenverblijf te vernieuwen wordt daarmee opnieuw actueel. Financieel is dat echter nog niet mogelijk. Samen met Artis is besloten om met alle publieke partijen bij elkaar te gaan zitten. Ook Blijdorp is daarbij betrokken, omdat in Rotterdam ongeveer hetzelfde probleem speelt als bij Artis. Artis, Blijdorp, de wethouders van de betrokken gemeenten, de provincies en het Rijk hebben inmiddels een gesprek gehad. Binnenkort zal nog een tweede overleg volgen over de verdeling van het tweede steunpakket. Mevrouw BAKKER herinnert eraan dat de toezegging over Artis was dat de commissie geïnformeerd zou worden over de voortgang van de resultaatsverplichtingen voor de subsidierelatie, waarbij het ook over dierenwelzijn zou gaan. Ook ging het over de diercollectieplannen van Artis en dierenwelzijn in het algemeen.

Hoeveel diersoorten heeft Artis? Met welk aantal wil Artis dat verminderen? De commissie heeft die diercollectieplannen nog niet gekregen. Zij hoopt dat de wethouder ook schriftelijk nog documenten opzendt, want de toezegging was dus breder. Wethouder IVENS antwoordt dat Artis aan diersoortenreductie doet. Geprobeerd is om afscheid te nemen van de leeuwen, maar dat is niet gelukt. Er is nooit een afspraak met Artis gemaakt over hoeveel minder diersoorten er gehouden zullen worden. Over de ontwikkeling van de diercollectie is nog weinig te zeggen. De gemeente heeft een subsidierelatie met Artis. Die subsidie is hoofdzakelijk bedoeld voor de monumenten. De vraag was echter gericht op dierenwelzijn. Mevrouw BAKKER merkt op dat naar aanleiding van een aangenomen motie afgesproken was dat er resultaatafspraken gemaakt zouden worden, waaronder ook dierenwelzijn viel. Zij zal de assistent van de wethouder de tekst opsturen. Zij verwacht dat er stukken naar de commissie gestuurd worden. c. Vaststellen agenda Staande de vergadering wordt besloten om vanwege de tijd agendapunt 10 door te schuiven naar de volgende vergadering. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WB d.d. 24 maart 2021 Het verslag wordt conform vastgesteld. e.

Termijnagenda, per portefeuille Er worden geen opmerkingen gemaakt. f. TKN-lijst

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

De VOORZITTER meldt dat de leden Naoum Néhmé, Rooderkerk en de fractie van GroenLinks hebben verzocht om TKN-1 te agenderen. Mevrouw Van Soest vraagt TKN-3 te agenderen. De leden Van den Heuvel en Leenders en de fractie van GroenLinks verzoeken TKN-6 te agenderen. De fractie van GroenLinks vraag TKN-7 te agenderen. De leden Leenders, Naoum Néhmé en Havelaar vragen TKN-8 op de agenda te plaatsen. Mevrouw Naoum Néhmé wil TKN-9 en 10 agenderen. De leden Leenders, Wijnants, Havelaar en de fractie van GroenLinks vragen TKN-11 te agenderen. Ten slotte vragen de heer Leenders en de fractie van GroenLinks om TKN-13 op de agenda te plaatsen. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken van de stadsdeelcommissies ontvangen. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek De heer DE BOER spreekt namens het Bewonersplatform Vogelbuurt-IJplein over de raadsrapportage ontwikkelbuurten 2020. Hij vraagt zich af wat ontwikkelbuurten zijn. Dit soort buurten heeft in de loop van de tijd allerlei namen gehad, zoals ‘probleemcumulatiegebieden’ of ‘prachtwijken’. Nu zijn het ontwikkelbuurten, wat staat voor buurten met grote achterstanden, zowel fysiek als sociaal.

In Amsterdam zijn 32 van dat soort buurten, die in onvoldoende mate hebben meegeprofiteerd van de mooie jaren die de stad achter de rug heeft. Nu krijgen die buurten in crisistijd ook nog eens forse klappen te verwerken. Bij een jaarrapportage verwacht je een beschrijving van de problemen. Verder moet er staan wat men daaraan doet en of dat genoeg is. Dat gebeurt als het gaat om nieuwbouw; daarover verschijnt twee keer per jaar een rapportage. Ook gebeurt dat als zich problemen voordoen zoals met de kademuren. Het is droevig vast te stellen in de onderhavige jaarrapportage dat er geen probleemstelling is. Hoe groot zijn de achterstanden precies? Men geeft vervolgens uiterst summiere cijfers over wat aan de achterstanden gedaan wordt. In een verkiezingsjaar geeft men vaak een balans van wat er gedaan is, en wat er nog te doen staat in de komende jaren. Dit is dan een droevig resultaat. Het Bewonersplatform roept het college op om met een échte voortgangsrapportage te komen en die te betrekken bij de komende bestuursperiode. De heer VAN DEN HEUVEL vraagt of de heer De Boer twee concrete dingen kan noemen die hij graag in een dergelijke rapportage zou willen zien. De heer DE BOER antwoordt dat een van die dingen al bij de stukken zit, waarin het gaat over de fysieke achterstanden. Dat is een overzicht waar je niet blij van wordt.

Er zit veel nieuwbouw in die niets met ontwikkelbuurten te maken heeft. Hij zou daar een betere analyse willen zien. En voor de sociale achterstanden heeft de gemeente OIS, die jaarlijks de thermometer erin steekt. Daarvan zou je toch een overzicht mogen verwachten? Een belangrijk deel van de prestaties moeten door de corporaties worden geleverd. Die hebben keurige overzichten van de voorgenomen investeringen in de komende jaren, maar die zitten er niet bij. Er blijkt heel veel geld naar nieuwbouw te gaan en weinig naar verbouw. Bovendien wordt dat laatste nog minder. Er moeten meer gegevens geleverd worden over hoe het er sociaal en fysiek voor staat, en over de

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

voortgang. Mevrouw VAN SOEST vraagt hoeveel sociale huurwoningen in die ontwikkelbuurten verkocht zijn. En wat zijn de gevolgen daarvan? De heer DE BOER antwoordt dat hij daar geen overzicht van heeft. Dat zou inderdaad ook in de rapportage opgenomen moeten worden. Er wordt overigens het een en ander verkocht, waar het Bewonersplatform ook niet per se tegen is. Maar er worden vooral veel slechte woningen verkocht, met lage labels. Corporaties schuiven die woningen daarmee door naar particuliere eigenaren, die vaak niet over de middelen beschikken om de woningen aan te pakken. De heer LEENDERS vond het opvallend dat armoedebestrijding en onderwijs als thematiek überhaupt niet terugkomen in deze rapportage. Wat vindt de heer De Boer daarvan? De heer DE BOER ziet dat als een extra probleem. De gemeente voert een beleid op die thema’s. In de ontwikkelbuurten zou daar nog een schepje bovenop gedaan moeten worden, maar het is volkomen onduidelijk wat regulier beleid is en wat de extra inspanningen zijn. Het meten blijft ook achterwege. Dit lijkt een optelsom van goede voornemens zonder dat men enige grip op de problemen heeft. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d. Rondvraag De heer LEENDERS vestigt de aandacht op de stroomschade die op studentencomplex Elzenhagen is ontstaan, waaraan aandacht werd besteed door AT5. Hij was er op bezoek.

Door een fout is 400 volt op het stopcontact gezet, waardoor alle apparatuur is doorgebrand. Dat heeft tot veel onrust geleid en had nog veel erger kunnen aflopen, als niet een student wakker was geworden van de rook in haar kamer. De brandmelders deden het niet omdat ze aangesloten waren op datzelfde niet-werkende stroomnet. Eigen Haard is bereid om tot compensatie over te gaan van de geleden schade. Hij vraagt de wethouder in de gaten te houden of die compensatie snel wordt gegeven. Er zijn overigens een stuk of vijf vergelijkbare complexen in Amsterdam. Het gaat om semipermanente woningen die gebouwd zijn door Jan Snel. Hij vraagt of de wethouder kan checken hoe het met de veiligheid is gesteld in die andere woningen, en dan met name de elektra. Al drie jaar klagen de studenten van het complex Elzenhagen bij Eigen Haard over de stroomvoorziening, die niet op orde is. Omdat de deuren in de winter niet dicht konden, werd het binnen niet warmer dan vijftien graden. De studenten geven aan dat Eigen Haard onvoldoende acteerde op klachten daarover. Wil de wethouder in gesprek gaan met Eigen Haard en vragen hoe men in de toekomst om wil gaan met dit soort signalen van de studenten? Een viertal statushouders dat in hetzelfde complex leeft, heeft geen laptop meer. Ze hebben geen materialen meer om hun Nederlandse lessen of een andere opleiding te volgen.

Kan de wethouder polsen of er misschien drie of vier tweedehands laptops beschikbaar kunnen worden gesteld voor deze statushouders? Wethouder IVENS antwoordt dat hij evenzeer geschrokken is van het gebeurde. Het had inderdaad nog veel vervelender kunnen aflopen. Hij zegt toe na te zullen gaan hoe het met dit probleem gesteld is bij andere soortgelijke complexen. De schade moet snel verhaald worden en de studenten en statushouders moeten geholpen worden. Hij zal

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

dit signaal doorgeven aan !WOON in Noord. Dat is de geëigende instantie om mensen bij te staan die hun rechten willen halen. Hij zal !WOON wijzen op de gestelde vragen en verzoeken in deze zaak te assisteren om de huurders zo goed mogelijk te bedienen. Mevrouw VAN SOEST hoorde enige tijd terug van een dame van 79 jaar die van 4-hoog naar 1-hoog wilde verhuizen. De woningcorporatie weigerde deze verhuizing. Zij herinnert aan regelingen zoals Van Hoog naar Laag en Van Groot naar Beter, die toch een speerpunt zijn van dit college. De mevrouw in kwestie voldoet aan alle vereisten en er is een etage onder haar leeggekomen op 1-hoog. De woningbouwcorporatie wil de woning echter verkopen. In hoeverre heeft de wethouder nog macht over de woningbouwcorporaties? Wethouder IVENS antwoordt dat hij helaas geen macht heeft over de corporaties. Ooit is besloten ze te verzelfstandigen. De gemeente kan alleen een poging doen om tot prestatieafspraken met de corporaties te komen, maar daarbij kan niet alles afgedwongen worden. Iets anders is het bestaan van regelingen zoals Van Hoog naar Laag en Van Groot naar Beter. Als dat mogelijk is, moet de mevrouw in kwestie daarvan gebruikmaken. Die regelingen verhinderen echter niet dat corporaties woningen mogen verkopen. Sterker nog, de corporaties moeten van het Rijk zo veel belasting betalen dat ze genoodzaakt zijn om woningen te verkopen.

Mevrouw VAN SOEST vraagt zich af wat voor zin afspraken met de woningcorporaties hebben, als die toch hun eigen gang kunnen gaan. Mevrouw VAN PIJPEN spreekt haar dank uit aan de reinigers die de rotzooi in de parken hebben opgeruimd aan het begin van de mooie dagen. In het Westerpark heeft men grotere afvalbakken neergezet en zij vroeg zich af of dat ook in andere parken zo gebeurd is. Verder vraagt zij of het mogelijk is om aparte glasbakken te plaatsen. Er ligt namelijk heel veel glas. Ook al ruimt men het afval op, toch blijven op de velden kleine ongerechtigheden liggen, zoals peuken of doppen. Kan daar iets aan gedaan worden? Het beste natuurlijk is ervoor zorgen dat er geen afval komt te liggen. Mensen moeten aangespoord worden hun afval in de bakken te deponeren. Misschien kunnen teams van jongeren en studenten de parken in gestuurd worden met materialen, zoals vuilniszakken, om mensen te stimuleren de zaak schoon te houden. Wethouder IVENS deelt de complimenten aan de reinigers. Ze ruimen de troep goed op, maar het blijft onbevredigend dat aan het eind van diezelfde dag er weer eenzelfde hoeveelheid troep ligt. De laatste vraag van mevrouw Van Pijpen is het meest relevante: hoe voorkom je dat er zoveel afval in de parken belandt? Ook deze zomer zal via bewustwording en communicatie het probleem onder de aandacht van de gebruikers van het park gebracht worden.

Er komen bijvoorbeeld spandoeken, stickers en er worden social media ingezet. Ook gaat men met de activatieteams weer de parken in. Men gaat dan in gesprek met de bezoekers, deelt gratis papier- en afvalzakjes uit, prikt zwerfafval, en laat vooral goed zien dat er schoongemaakt wordt. Er wordt dus juist opgeruimd terwijl de parkbezoekers aanwezig zijn om ze bewust te maken van hun afvalproductie. Er zijn in het kader van de Zomeraanpak Schoon 2021 veertig extra afvalbakken geplaatst in parken, op plekken waar drukte verwacht wordt. Daarbij wordt een boodschap geplaatst: ‘gooi je troep in de afvalbakken en als ze vol zitten, neem het dan mee’. Het is mogelijk om aparte glasbakken te plaatsen, zoals vorig jaar ook gebeurde in het Vondelpark. Ook dit jaar gebeurt dat, hoewel het vorig jaar niet tot veel succes leidde. Er werd onvoldoende gebruik van gemaakt, en er belandde veel andere troep bij. Het kleine, achtergebleven vuil op de grasvelden wordt uiteindelijk ook opgeruimd, maar het is ondoenlijk op een drukke dag alle peuken en doppen weg te krijgen. Dat moet dan op een later moment gebeuren. Mevrouw BAKKER herinnert aan de schriftelijke vragen van haar fractie over de kap van twee beeldbepalende esdoorns in West. Kap mocht omdat ze licht zouden tegenhouden bij een raam. Maar dat was geen geldig motief voor kap, zo bleek uit de

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

boomverordening. Uit de beantwoording van de vragen blijkt nu dat West nog een aparte set regels kent uit 2012, die lichtontneming wél als grond ziet voor het verlenen van een kapvergunning. Daarom is de kapvergunning verleent. Dat is voor haar fractie onwenselijk. Zij vraagt de lokale regels hiervoor ongeldig te verklaren. In ieder geval zou er een gesprek komen waarin de verhouding tussen de stedelijke regels en de richtlijn van stadsdelen onderwerp van gesprek zouden zijn. Is dat gesprek al geweest? Wat is er uitgekomen? Wethouder IVENS antwoordt dat hij de beantwoording van de genoemde schriftelijke vragen grotendeels aan stadsdeel West heeft overgelaten. Daardoor vond hij uit dat er kennelijk nog losse regelingen bestaan, terwijl de bedoeling van de stedelijke boomverordening was dat alle oude regelingen zouden komen te vervallen. Dat is kennelijk nog niet helemaal gebeurt. Op dit moment worden al die oude regelingen in stadsdelen in kaart gebracht. Zijn intentie is dat er één verordening is voor de hele stad, met één set aan regels, zonder allerlei andere regelingen in stadsdelen. Na de genoemde inventarisatie van regelingen in stadsdelen zal met de stadsdelen gesproken worden over afschaffing van die eigen regelingen ten faveure van één uniforme regeling voor de stad. Dat gesprek is nog niet gevoerd, maar de voorbereidingen zijn dus gestart.

Mevrouw BAKKER is blij dat dit in gang is gezet. Verder schijnen er borden te zijn geplaatst in het Vondelpark waarmee mensen met honden gewaarschuwd worden om hun hond aangelijnd te houden in verband met gif. Het zou gaan om rattengif of drugspoep van mensen in de bosjes. Het verhaal gaat dat er hierdoor al meer dan tien honden dood zijn gegaan in het Vondelpark. De dierenambulance leek van niets te weten. Zij vraagt wat er aan de hand is. Wordt er onderzoek naar gedaan? Wethouder IVENS had dezelfde vragen. Navraag bij de politie, handhaving en de eigen gebiedscoördinator van het park leerde dat er geen meldingen zijn binnengekomen. Daarom is besloten de bordjes in kwestie maar weer te verwijderen. Hij hoopt dat mensen contact met hem opnemen als toch blijkt dat er problemen zijn. Zonder meldingen moet hij ervan uitgaan dat er niets aan de hand is. Mevrouw ROODERKERK herinnert aan de gesprekken die de wethouder zou gaan voeren met marktpartijen over de bouwkosten. Die toezegging kwam vorig jaar november na de dip bij de bouw van middenhuur. Is er al iets te zeggen over de voortgang van die gesprekken? Wethouder IVENS antwoordt dat de afspraak was dat de manier waarop de residuele grondprijs berekend wordt nog met de marktpartijen zou worden afgestemd.

Wethouder Van Doorninck heeft duidelijk gezegd dat dit geen onderhandelingen zijn, want er kan alleen maar inzicht gegeven worden in de manier waarop de gemeente de residuele grondprijs berekent. Er heeft een aantal goede gesprekken plaatsgevonden en er zijn hem geen zorgwekkende signalen ter ore gekomen. Hopelijk kan dit dossier nog voor komende zomer afgesloten worden en is het voor iedereen duidelijk hoe alles berekend wordt. Mevrouw ROODERKERK vraagt hoe het zit met de toiletvoorzieningen in parken. Daar is een groot tekort aan. Dat tekort kan voor afval zorgen, maar ook ongemak bij mensen die een toilet nodig hebben. Wethouder IVENS antwoordt dat dit heel ingewikkeld is. De raad heeft hem opdracht gegeven om iets te doen aan toiletten, maar zonder daar extra geld voor te mogen uittrekken. Dat is een puzzel. Hij kijkt met de stadsdeel of het toch mogelijk is om wat extra middelen te vinden om op de meest urgente plekken toiletten te kunnen plaatsen. Naar verwachting zullen deze zomer in een aantal parken toch wat toiletten geplaatst worden, maar niet zo veel als hij zou willen.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

BESPREEKPUNTEN Bouwen en Wonen 3. Vaststellen van de Hemelwaterverordening Amsterdam (ZD2021-004506) De heer LEENDERS merkt op dat deze verordening gaat over het goed kunnen afvoeren van regenwater. Door klimaatverandering neemt het belang toe dat goed te regelen. Hij vraagt of een verordening beter werkt dan een bestemmingsplan. Naar verwachting misschien wel, maar dat vraagt wel iets voor de communicatie van deze verordening. Het moet duidelijk zijn waar men aan moet voldoen. Hoe gaat de wethouder dat voor elkaar krijgen? De norm die in deze verordening gesteld wordt is 60 liter, en dat is naar het idee van zijn fractie aan de lage kant. Het wachten lijkt te zijn op het Klimaatsignaal’21 van het KNMI. Dat zou richtinggevend moeten zijn voor het rioleringsplan, en dat moet weer in het omgevingsplan komen. Daarmee zou het vier jaar kunnen duren voor de norm, die aan de lage kant is, uiteindelijk naar boven bijgesteld kan worden. Hij vraagt hoe adaptief deze verordening is in de tussentijd. Kan de norm in de tussentijd al naar bijvoorbeeld 70 liter verhoogd worden? De waterschappen vragen daar ook om. Mevrouw BAKKER vindt het goed dat deze verordening vernieuwd is. Zij wijst er echter op dat voldoende bomen en ander groen in de stad fungeren als een spons die zorgt voor directe waterberging.

Maar waterlast is in de bestaande stad een groot probleem, en tegelijkertijd een structureel tekort aan geld voor groen. Er zou dus meer aan de bron van de problemen gedaan kunnen worden. De regels gaan over nieuwbouw, of bij heftige verbouwingen in de bestaande stad. Maar juist in bestaande wijken weet men al waar het een probleem is. Het college zegt geen noodzaak te zien om de regels toe te passen op bestaande bouwwerken en terrassen, vooral naast tuinhuizen. Maar waarom zou men dat niet doen bij kleine werkzaamheden? Zij sluit zich aan bij wat de heer Leenders opmerkte over de norm van 60 liter. Een schriftelijke inspreker wees erop dat de waterbergingseis niet geformuleerd is vanuit een tekort aan hemelwater, maar uitgaande van een overdaad. Het primaire doel van de verordening is het voorkomen van schade door een extreme regenbui, maar het kan nuttig zijn om het breder te trekken, want men kampt ook met droogte. Je lost dan in een keer twee problemen op. Vindt het college het voorkomen van schade door extreme buien belangrijker dan het voorkomen van schade door droogte? Haar fractie maakt zich zorgen over de handhaving. Er is geen apart vergunningstelsel ingericht. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning biedt deze verordening dus geen grondslag om die af te wijzen.

Er staat dat de handhaving voor ingebruikname van het gebouw toeziet op de naleving van de verordening. Zij wijst er in dat verband op dat de benodigde capaciteit daarvoor ontbreekt. In de nota van beantwoording staat dat dit een onderdeel wordt van het besluitvormingsproces. Zij vraagt nadere uitleg. Welk besluitvormingsproces wordt bedoeld? Mevrouw VAN RENSSEN is blij dat men na de inspraakversie ook de bestaande bebouwing heeft toegevoegd. De norm van 60 wordt echter ingehaald door de werkelijkheid van de nabije toekomst. Zij vraagt waarom gewacht moet worden op Klimaatsignaal’21 voor de norm aangescherpt wordt. Het is toch nu al bekend dat die aanscherping noodzakelijk is? Meerdere scenario’s gaan uit van 67 mm per uur, of zelfs 80. Stichting RIONED geeft aan dat 60 l niet klimaatbestendig zal zijn. Er komen normen voorbij van 150 of 120 voor nieuw in te richten gebieden. In de gemeente Wijdemeren hanteert men een norm van 150 l voor nieuwbouw. Ook Diemen gebruikt voor de buitenruimte een norm van 120 l. Die geldt ook voor de nieuwbouw in Holland Park. Afgezien van die cijfers, gaat het erom dat het water de woningen niet kan binnendringen en dat de stad niet nodeloos wordt verhard. Het hoogheemraadschap

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

vraagt om een strengere norm. Het liefst ziet zij 90, maar 70 of 80 l is ook al een verbetering. Ziet de wethouder daar mogelijkheden voor? In zomer 2020 werd een motie van haar aangenomen waarin gevraagd werd te onderzoeken welke gebieden strengere normen kunnen hanteren dan die 60. De wethouder vond dat toen een goed idee, maar de resultaten van een dergelijk onderzoek zijn nog niet toegestuurd. In de verordening wordt ook de mogelijkheid genoemd om bepaalde gebieden aan te wijzen waar andere normen gelden. Welke gebieden overweegt het college om dit hier op te nemen? De verordening biedt ook de mogelijkheid om minder strenge eisen te stellen. Dat wil zij liever niet. Er moeten niet minder strenge normen gesteld worden dan 60 mm voor nieuwe gebieden. Is het college van plan om toch gebruik te maken van deze bevoegdheid? Al eerder is in een motie gevraagd om een aantal concrete maatregelen te onderzoeken, die daarna in verordeningen of lokale regelgeving opgenomen zouden kunnen worden. Zij denkt daarbij ook aan eenvoudige dingen zoals het plaatsen van een regenton of het aanleggen van een groen dak op bestaande hoge bebouwing. Je zou in ruil daarvoor een korting kunnen geven op de rioolheffing. Welke concrete maatregelen zijn verder nog onderzocht? Een van de uitgangspunten is ‘Groen, tenzij’.

Komt dat ook terug in de aanleg van een waterberging? Wordt dan de groene versie ervan gestimuleerd? Ambitie is noodzakelijk, want de gemeente moet voorbereid zijn op klimaatverandering. Amsterdam heeft die kans nu en moet die dan ook grijpen. Mevrouw ROODERKERK vraagt of met deze verordening een toekomstgerichte maatregel genomen wordt. Of is het mogelijk om die 60 l nog wat te verhogen en zo te voorkomen dat men over 10-20 jaar dezelfde problemen krijgt in de nieuwe wijken? Haar fractie is blij dat deze norm ook gaat gelden voor renovaties, maar er blijft op die manier toch nog een groot deel van de stad over dat regelmatig onderloopt. Dat zijn de bestaande wijken. Wanneer komt er nog een uitgebreider plan voor klimaatadaptatie in die wijken? Zij wijst op de moties van haar fractie met die van GroenLinks over uitbreiding van de hemelwaterverordening en moties van haar fractie over het vergroenen van pleinen en stegen. Mevrouw VAN SOEST herinnert aan de belofte van de toenmalige wethouder Kock om bij de bouw van de Zuidas 120 l/m2 aan te houden. Hoe verhoudt zich die belofte tot deze voordracht? Wethouder IVENS antwoordt dat Amsterdam ambitieus is met deze hemelwaterverordening. Veel gemeenten hebben helemaal geen hemelwaterverordening. Hij antwoordt mevrouw Bakker dat de hemelwaterverordening niet aangepast wordt; er wordt een hemelwaterverordening ingevoerd.

De verordening kan zeker nog wel aangescherpt worden in de toekomst, maar dit is al een behoorlijke stap. De norm van 60 wordt gehanteerd omdat die in ook gebruikt wordt in het gemeentelijk rioleringsplan. Het zou gek zijn om een hogere norm aan te leggen voor andere partijen dan de gemeente. Dit jaar wordt nog bekeken of de normen van het gemeentelijk rioleringsplan goed zijn. Wordt de norm daarin verhoogd, dan zal dat uiteraard ook in deze verordening gebeuren. Daarbij geldt de waarschuwing dat een plotsklaps veel ambitieuzere norm nogal wat betekent voor de ontwikkelende partijen. De gemeente zal deze hogere eisen gedeeltelijk betalen via een lagere grondprijs, maar als die eis niet gecompenseerd wordt, zoals bij corporaties of maatschappelijke voorzieningen, moet het betaald wordt uit de gemeentebegroting of de corporatiebegroting. De gehanteerde norm van 60 l vindt hij verantwoord. Mevrouw VAN RENSSEN hoort van de wethouder dat het gemeentelijk rioleringsplan misschien nog aangepast wordt. Dat zou dan vermoedelijk vallen onder de Omgevingswet. Het omgevingsplan zou dan ook gewijzigd moeten worden, tegen meer werk en meer procedures dan als de hemelwaterverordening nu aangepast wordt. Zij verwacht dat het op die manier minstens twee of drie jaar zal duren. Het duurt dan nog twee of drie jaar voor Klimaatsignaal’21 kan worden ingevoerd, wat ten koste gaat van

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

droge voeten in de stad. Hoe ziet de wethouder de vertraagde aanpassing van de norm? Wethouder IVENS antwoordt dat er een bewuste keuze is gemaakt voor de gebruikte norm, die enigszins aansluit bij de gemeentelijke plannen. De verordening is overigens in de inspraak gegaan met de norm van 60. Zou het niet vreemd zijn om die norm ná de inspraak nog enorm te verhogen? Het is gelukt om de ontwikkelingspartijen mee te krijgen bij deze norm, en dan kan je die niet zomaar gaan verhogen. Dat lijkt willekeur. Mevrouw VAN RENSSEN reageert dat meerdere insprekers vragen om een hogere norm. Je zou de verhoging dus ook kunnen doorvoeren naar aanleiding van de inspraak. Verder weet iedereen dat 60 mm inmiddels niet meer een normale bui is. Er zijn extremere buien op komst. Net als omliggende gemeenten, mag Amsterdam wel iets ambitieuzer zijn in dit opzicht. Wethouder IVENS herhaalt dat 60 de norm is, afkomstig uit het gemeentelijk rioleringsplan, en opgelegd door de raad. Een aanpassing van de hemelwaterverordening kan een halfjaar duren, dus dat zal niet enorm ingewikkeld zijn. Als dat gebeurt moet het wel netjes gebeuren, met inspraak etc. De heer LEENDERS merkt op dat hij voor een zorgvuldige procedure is, maar dan wil hij wel een tijdlijn.

Wanneer kan concreet de hemelwaterverordening aangepast worden aan de eigenlijk nu al bestaande realiteit? De wethouder schetst een tegenstelling ten aanzien van de ontwikkelaars. Dat is vreemd. Als er gebouwd wordt en de bebouwing voldoet niet aan de noodzakelijke afwateringsnormen, wat heb je dan bereikt? Gaat het niet om kwaliteit van bouwen? Dan heb je ook een iets hogere norm nodig dan deze 60. Wethouder IVENS antwoordt dat er momenteel geen norm is. Er wordt nu een norm ingevoerd bij nieuwbouw en dat mag ambitieus genoemd worden. In de loop van 2021 zal het gemeentelijk rioleringsplan weer bekeken worden. Als daar dan een nieuwe norm in komt te staan, duurt het daarna nog ongeveer een halfjaar voordat dat getal doorgevoerd kan worden in de hemelwaterverordening. Natuurlijk bepaalt de gemeenteraad welke norm nu in de hemelwaterverordening komt te staan, hoewel hij misschien niet in kan staan voor de consequenties als de norm hoger wordt. Als er een hogere norm opgenomen wordt, zou het wel netjes zijn de nieuwe versie opnieuw de inspraak in te laten gaan. De heer LEENDERS vraagt of een norm van 70 überhaupt besproken is met de partijen. Wethouder IVENS antwoordt dat de norm van 60 in de inspraak gelegd is. Verder heeft hij een gesprek geprobeerd aan te gaan met de partijen over het opleggen van een hemelwaterverordening, dus nog afgezien van de precieze norm.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt het verhaal van de wethouder realistisch. Zij vraagt welke dekking gevonden moet worden als de gemeenteraad toch een norm van 70 wil doorvoeren. Wethouder IVENS antwoordt dat hij geen hogere norm dan 60 tot in detail onderzocht heeft. Hij kan dus ook niet zeggen wat een hogere norm gaat kosten. Het zal een effect hebben in het vereveningsfonds, maar het effect voor corporaties en maatschappelijke voorzieningen mag evenmin vergeten worden. Mevrouw ROODERKERK begrijpt niet waarom de wethouder een hogere norm niet onderzocht heeft. Er ligt immers een motie van de fracties van GroenLinks en D66 waarin gevraagd wordt een hogere norm te onderzoeken.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

Wethouder IVENS antwoordt dat hij die motie niet precies voor ogen heeft. Op sommige plekken kan de norm wel degelijk verhoogd worden. 120 l zou voorkomen bij een bui die nu een keer in de 250 jaar zou voorkomen. Toch wil hij 120 niet als norm aanhouden. Hij benadrukt nogmaals dat de invoering van een hemelwaterverordening sowieso een enorme stap betekent. Hij antwoordt de heer Leenders dat je het in een bestemmingsplan van gebied tot gebied kan doen, terwijl een verordening een generieke regeling is, ook voor plekken waar wel bestemmingsplannen zijn vastgesteld, maar zonder norm daarin. Een verordening is een krachtiger signaal. Uit de inspraak kwam de wens naar voren dit ook van toepassing te verklaren bij verbouwingen. Dat was gecompliceerd, omdat het afhangt van de definitie van een ‘verbouwing’. Betekent het bouwen van een dakkapelletje direct dat de hemelwaterberging op orde moet worden gebracht? Daarom is een definitie gezocht om ook voor de bestaande stad de hemelwaterverordening toepasbaar te maken. Bij ingrijpende verbouwingen geldt nu de hemelwaterverordening, wat ook kan omdat er via een verordening gewerkt wordt en niet via bestemmingsplannen. Hij antwoordt mevrouw Bakker dat regen niet een groter probleem is dan droogte. In deze verordening gaat het om de aanleg van goede waterbergingen, juist ook om het te kunnen gebruiken ten tijde van droogte.

Ook wil men zo stimuleren dat het regenwater op het grondwater geloosd wordt, waarmee droogtes dan weer worden tegengegaan. Over de handhaving staat het een en ander in de financiële onderbouwing van de raadsvoordracht. Er staat dat toezicht en het handhaven van de verordening, vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet, aangesloten wordt op het reguliere Omgevingsvergunning Bouwen-traject, dat belegd is bij de stadsdelen. Geschat wordt dat die activiteiten ongeveer 0,5 fte extra beslag leggen op de bestaande formatie. De inschatting is dat dit geen problemen gaat opleveren, zolang er een goede instructie gegeven wordt aan de 289 medewerkers. Voor dit laatste zal gezorgd worden. Door de mensen van de projectontwikkeling wordt gezorgd dat er rechtstreeks gecommuniceerd wordt naar de ontwikkelde partijen. Die willen overigens vaak graag toekomstgericht bouwen, zonder waterproblemen in de toekomst. Dit is zeker niet de enige maatregel in het kader van klimaatadaptatie. Binnenkort komt een uitvoeringsplan klimaatadaptatie met nog veel meer maatregelen. Hij antwoordt mevrouw Rooderkerk verder dat het antwoord over het vergroenen van de pleinen snel naar de commissie gestuurd wordt. Hij antwoordt mevrouw Van Soest dat het mogelijk is dat er voor de Zuidas een norm van 120 komt.

Die mogelijkheid biedt de verordening, voor het geval de wethouder Zuidas het bestempelt tot een verhoogd risicogebied. Hij antwoordt mevrouw Van Renssen dat hij niet het voornemen heeft om lagere normen vast te stellen. Tweede termijn Mevrouw VAN RENSSEN merkt op dat klimaatadaptatie ook voor Haven-Stad heel belangrijk is, zoals gisteren bleek bij het integraal raamwerk van Haven-Stad. Er wordt gebouwd aan een stad voor 2040. Zij denkt dat men daar zomaar 90 van de 20 mm ook in de openbare ruimte zou willen toevoegen. Er zijn dus zeker gebieden waar het mogelijk is een strengere norm te hanteren. Zij vraagt naar aanleiding van de motie van haar fractie en D66 welke gebieden het college heeft overwogen voor het stellen van strengere normen. Op grond van wat de wethouder zei, neemt zij aan dat er geen bezwaar tegen is om de bevoegdheid om lagere normen te stellen uit de verordening te halen. Klopt dat? Er zou een verbeterplan voor de kolken komen met WaterNet. Kan de wethouder dat verbeterplan ook aan de raad toesturen? Voor zover zij weet wordt per 1 januari 2022 de Omgevingswet ingevoerd. De hemelwaterverordening is onderdeel van het omgevingsplan. Dat laatste aanpassen is echter veel lastiger dan het aanpassen van de hemelwaterverordening. Daarom roept zij ook op om die norm nu al aan te scherpen.

Hoe ziet de wethouder dat? Verder ziet zij uit naar het uitvoeringsprogramma voor klimaatadaptatie. Wanneer mag dat verwacht worden?

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

Wethouder IVENS merkt op dat de kolken vallen onder wethouder De Vries. Men is bezig geweest om de kolken tijdens de rust van de eerste lockdown extra te reinigen. Hij weet niet hoe het staat met de plannen. Er zijn op dit moment nog geen gebieden in zicht waar hogere normen overwogen worden. Het is mogelijk om via een amendement de aanwijzingsbevoegdheid voor gebieden met lagere waardes uit de verordening te halen, maar hij is daar niet voor. Je moet altijd een zekere flexibiliteit houden, want je weet niet wat voor situaties zich voor zullen doen in de toekomst. Er is geen noodzaak voor een dergelijk amendement, want hij heeft geen enkele intentie om van die bevoegdheid gebruik te maken. Men hoeft niet bang te zijn dat voor elk project grote onderhandelingen gaan plaatsvinden over de norm. Het is juist de bedoeling duidelijkheid te verschaffen aan de ontwikkelende partijen; het gaat om een vaste norm waaraan men moet voldoen. Hij overziet niet wat er gaat gebeuren met de invoering van de Omgevingswet. Het zou allemaal eenvoudiger worden, maar misschien wordt het juist ingewikkelder om iets aan te passen, zoals mevrouw Van Renssen zegt. Hij wil een rechtvaardige waarde in de verordening zetten en die verordening is relatief makkelijk aan te passen. Het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie ligt momenteel bij de andere wethouders.

Als het volgens hen rijp is voor besluitvorming gaat het naar het college en daarna naar de raad. Mevrouw VAN RENSSEN is het eens dat het uitvoeringsprogramma zo breed mogelijk gedragen moet worden. Het is een verantwoordelijkheid voor het hele college en de hele stad. Zij vraagt wat nodig is om een onderzoek te beginnen naar de verschillende gebieden en eventueel strengere normen. Moet zij de betreffende motie nog eens indienen? Wethouder IVENS antwoordt dat hij niet precies weet om welke motie het gaat. Twee keer indienen lijkt hem zinloos. Hij gaat ervan uit dat hij de motie op de een of andere manier heeft afgedaan. Dat zal hij uitzoeken. Het antwoord kan hij geven in de raadsvergadering van volgende week. De heer LEENDERS vraagt wanneer een eventuele wijziging van deze verordening doorgevoerd kan worden, als de norm daarom gaat vragen. Kan een moment of kwartaal genoemd worden? Wethouder IVENS herhaalt dat het nieuwe rioleringsplan, voor zover hij weet, begin 2022 verwacht mag worden. Het kost globaal een halfjaar om een verordening aan te passen, wat dus neerkomt op eind 2022, voor zover daarvoor een onderbouwing is. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht gereed is voor een middellange behandeling in de eerstkomende raad. Zij schorst de vergadering van 10.30-10.35 uur. Openbare Ruimte en Groen 4.

Informatiebrief voedselstrategie, actielijn 4, korte ketenaanpak (ZD2021-001498) Mevrouw VAN PIJPEN ziet af van haar bijdrage vanwege spreektijden. De heer LEENDERS is enthousiast over de ontwikkelingen die in deze informatiebrief staan. Het is mooi om lokale Amsterdamse producten te kunnen kopen, maar het zou nog mooier zijn als die voor meer Amsterdammers bereikbaar worden. Voor veel Amsterdammers is een stuk zeep van 8 euro vrijwel onbetaalbaar. Hij vraagt de wethouder om in de verdere ontwikkeling van de ketenaanpak ook aandacht te geven aan de betaalbaarheid. Welke ambities heeft de wethouder nog verder? Zijn eigen suggestie is om eens in deze commissie, of in een expertmeeting, verder te praten met de betrokken stakeholders. Hij vraagt ondersteuning voor de organisatie daarvan.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

Mevrouw VAN SOEST vraagt wat een korte keten is. En waarom wil de gemeente die bevorderen? De korte keten wordt omschreven als het bevorderen van de consumptie van lokale en regionaal geteelde en gekweekte voedingsmiddelen ter vervanging van vergelijkbare typen producten, die dan wel van verder weg komen. Het gaat daarbij niet alleen om de afstand, maar ook om het verminderen van het transport in de keten. Zij vraagt hoe deze voordracht zich verhoudt tot de aanbestedingsverordening. Een voorbeeld vormen de bloemisten. Voorheen had je bloemisten op alle plekken in Amsterdam die een bloemetje verzorgden op een adres in de buurt, maar nu is het er nog maar één. Dat is zo gekomen door het aanbestedingsbeleid. Zij vraagt een toelichting. Wethouder IVENS antwoordt dat bij het aanbestedingsbeleid allerlei Europese regels een rol spelen. De korte ketens betekenen een agenda; het geeft aan welke kant men op wil gaan. Het college wil dit in gang zetten voor de stad, zowel voor de producenten in de regio als voor de consument. Het is de bedoeling om melkbedrijven in de regio te krijgen waarvan de melk verkrijgbaar is in de schappen van de winkels. Dat zijn de korte ketens. Hij antwoordt de heer Leenders dat het stimuleren van die korte ketens niet automatisch de betaalbaarheid bevordert.

De Boeren van Amstel zijn wel iets duurder, want die proberen ook de biodiversiteit en de weidevogels te stimuleren, wat extra geld kost. Er is veel mis met het beprijzingssysteem voor voedsel. Soms is het goedkoper om iets van heel ver te halen, iets wat met heel goedkope arbeid geproduceerd is. De transportkosten wegen daar niet tegenop. Met de korte keten kijk je niet alleen naar de goedkoopste producten. Op dit moment zit men in een fase waarin het zaak is de korte keten te stimuleren, ook al zullen de producten te duur zijn voor een deel van de mensen met een laag inkomen. De innovatie moet ergens beginnen. Hij antwoordt de heer Leenders verder dat hij buiten de vergadering om graag de mogelijkheden van een expertsessie of technische sessie bespreekt. Hij is uiteraard bereid te helpen om een aantal partijen bij elkaar te krijgen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. Bouwen en Wonen 5. Opzet wijkenrapportage ‘gemengde stad’ (ZD2021-002306) De heer MANGAL is blij dat de wethouder zo voortvarend aan de slag is gegaan met de motie en de aanbeveling van het rekenkamerrapport. Hij mist echter enkele parameters die een indicatie kunnen geven van de dynamiek en de verandering van de wijken. Hij vraagt inzicht te geven in de gemiddelde woninggrootte per wijk.

Welke groepen wonen daar? Hoeveel ouderen en ouderenwoningen zijn er? En hoeveel daarvan zijn sociale huurwoningen? Hoeveel zijn er verkocht als sociale woning? Binnen de sociale huur ziet hij graag een uitsplitsing naar gezinswoningen en HAT-units voor studenten en tijdelijke behuizing. De winkels in de plinten zeggen veel over de wijk wat betreft signatuur of de toegekende vergunningen. Deze analyse mist hij in de opzet. Ten slotte is hij benieuwd of er een analyse aan deze rapportages is verbonden over hoe de sociaaleconomische verbetering in de wijk heeft plaatsgevonden. Is dat het gevolg van verstoting door kapitaalkrachtige nieuwe bewoners? Of is het meer een verbetering van de situatie van de oude bewoners? En waar komen de eventueel verstoten bewoners uiteindelijk terecht? Een overzicht van al dan niet woningzoekende, thuiswonende jongvolwassenen en kinderen geeft inzicht in de behoefte die in de wijk aanwezig is, of binnenkort zal zijn. Hij vraagt puntsgewijs antwoord van de wethouder over de vraag of hij wel of niet bereid is deze punten op te nemen in de rapportage. Tezamen geven ze namelijk een duidelijk inzicht in de gentrificatie die kan optreden. Hij gaat ervan uit dat de genoemde punten al op de een of andere manier worden gemonitord, omdat de wethouder heeft verzekerd dat deskundigen in de gemeente adviseren op gentrificatie.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

Mevrouw ROODERKERK vindt de opzet een mooie uitwerking van de toezegging aan haar collega Hammelburg. Doel was om inzicht te geven in alle componenten die belangrijk zijn voor een gemengde stad en gemengde wijken. Volgens de rekenkamer is dat inzicht in alle aspecten van belang, zodat wethouders integraal voor gemengde wijken kunnen zorgen. Zij vraagt of de componenten kunnen worden toegevoegd die bij andere wethouders ondergebracht zijn, maar wel van belang zijn voor gemengde wijken, zoals scholen, culturele en maatschappelijke voorzieningen, of sport. En is het mogelijk om de leden van andere commissies en de wethouders uit te nodigen als de wijkrapportage gemengde wijken in deze commissie besproken wordt, zodat ook vragen aan andere wethouders gesteld kunnen worden? Wethouder IVENS antwoordt dat de commissie zelf bepaalt wie uitgenodigd wordt voor de vergadering. Er is gekozen voor de koppeling aan het tweejaarlijkse onderzoek Wonen in Amsterdam, met vooral aandacht voor de vraag naar de ruimtelijke spreiding, dus wie waar woont. Nu hoort hij over een behoefte aan verbreding naar de vraagstukken rond sociale cohesie, de wijkvoorzieningen etc. Maar die worden al belicht in de overkoepelende monitor Staat van de Stad Amsterdam, waarmee het risico ontstaat dat er dubbel werk gedaan wordt. Zijn advies is om dit beperkt te houden.

Mevrouw ROODERKERK reageert dat het doel van de wijkrapportage is om te kijken hoe gemengd de wijken en buurten zijn. Dan is het niet genoeg om uit te zoeken hoeveel soorten woningen er staan; het gaat om de menging van die wijken. Ook de rekenkamer wijst erop dat er nog geen goed beeld is van de mate waarin wijken gemengd zijn. De rekenkamer pleit voor een integrale aanpak. Het is zonde om het alleen over wonen te hebben, alleen omdat het belegd is bij Wonen. Zij vraagt om een integrale aanpak. Wethouder IVENS antwoordt dat hij iets anders van de rekenkamer heeft begrepen. Hij vroeg waarom de rekenkamer het rapport met hem wilde bespreken, waarop men antwoordde dat het de bedoeling was het ruimtelijk aspect van de segregatie te belichten. Daarop heeft hij een bestuurlijke reactie geschreven. Kennelijk heeft mevrouw Rooderkerk een ander gesprek gehad met de rekenkamer en de motie anders bekeken. Hij is bereid om tegemoet te komen aan de wensen van mevrouw Rooderkerk, maar vraagt zich wel af of dat de commissie zal helpen. Hijzelf zou zich hierbij graag focussen op de ruimtelijke aspecten, waarop de heer Mangal ook zijn vragen richt. Hij antwoordt de heer Mangal verder dat hij bereid is iets op te nemen over de woninggrootte. Hij weet niet alles van elke woning, maar de suggestie is goed. Het is lastig om de inhoud van de plinten op te nemen.

Plinten maken dat er economische activiteiten in de buurten kunnen plaatsvinden, maar hij weet niet hoe hij de plinten helemaal op kan nemen in de monitor. Mevrouw ROODERKERK vraagt niet om de Staat van de Stad Amsterdam over te doen in deze monitor, maar als je wilt weten wat een gemengde stad is, moet er meer informatie gegeven worden dan alleen over de woningen. Hoe zit het met het onderwijs, de cultuurvoorzieningen et cetera? Dat soort parameters wil zij graag in de monitor zien. Misschien komt zij in de raad hierover met een motie. Wethouder IVENS antwoordt dat het in de monitor wel zou kunnen gaan om de fysieke aanwezigheid van de genoemde voorzieningen. Hij zou op kunnen nemen hoeveel scholen er bijvoorbeeld in een wijk staan. De sociale cohesie vindt hij niet thuishoren in de rapportage. Mevrouw ROODERKERK gaat daarmee akkoord. Mevrouw VAN SOEST vraagt om de leerbaarheid van de wijken te betrekken in de monitor.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

Wethouder IVENS vindt dat een goede suggestie. Hij zal de woninggrootte, voorzieningen en leefbaarheidscijfers opnemen in de rapportage. Uiteindelijk is de monitor bedoeld om ongewenste effecten van verdringing te voorkomen. In dat verband bestaat heel veel beleid, zoals de samenwerkingsafspraken, de terughoudendheid met de verkoop van sociale woningen in bepaalde wijken, of het bij sloop/nieuwbouw minstens zoveel sociale huur terug laten komen. Dat beleid kan wellicht verder vormgegeven worden aan de hand van deze rapportage. De heer MANGAL dankt de wethouder voor zijn toezegging. Als er een beeld is van wie er wonen, zoals thuiswonende jongvolwassenen, kan met een latere rapportage vergeleken worden of de samenstelling verandert en hoe dat beweegt. Is dat mogelijk? Wethouder IVENS antwoordt dat dit precies de bedoeling van deze rapportage is. Het gaat erom zicht te krijgen wie waar woont, en hoe dat verandert in de tijd. Daarvoor moet de rapportage steeds opnieuw gemaakt worden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. 6. Kennisnemen van de brief inzake de afhandeling van motie 103.21 inzake oog voor de financiële positie van huurders (ZD2021-002625) De heer LEENDERS vraagt of minister Ollongren al gereageerd heeft op de brief die Amsterdam gestuurd heeft.

Wil de wethouder de beantwoording van de minister willen delen met de commissie? Wethouder IVENS antwoordt dat de minister niet specifiek gereageerd heeft op de brief van Amsterdam. Wel heeft zij in het algemeen gereageerd. De motie over huurbevriezing is aangenomen en de minister heeft toegezegd deze uit te zullen voeren, inclusief een compensatie voor de corporaties. Over de RREW-subsidie, waarover de motie ook ging, heeft wethouder Moorman de commissie op 17 maart geïnformeerd. De subsidie is toegekend. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. 7. Rechter schrapt verbod op Airbnb in drie wijken binnenstad De heer LEENDERS wijst op de ongebreidelde vakantieverhuur in de stad. De coalitie streeft daarom naar een verbod op vakantieverhuur in de wijken waar de balans verstoord is. Er kwam in november 2018 een motie waarin gevraagd werd om een verbod op vakantieverhuur in drie buurten, en die werd aangenomen met een ruime meerderheid. De huidige uitspraak van de rechter lijkt implicaties te hebben voor de uitvoering van die motie, en daarmee de wens van de raad. Zijn fractie blijft ambitieus en ongeduldig om dit probleem voor eens en altijd goed op te lossen. Hij vraagt of de wethouder bereid is in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechter. De belangen van de bewoners lijken namelijk onvoldoende meegewogen te zijn in de uitspraak.

De rechter doet een aantal suggesties voor de gemeente om alsnog tot een betere regulering te komen. Welke van die suggesties wil de wethouder gaan onderzoeken? Zijn fractie is ervoor dat meerdere paden bewandeld gaan worden en dat daarvoor extern juridisch advies ingewonnen wordt. Mevrouw VAN RENSSEN sluit zich aan bij de woorden van de heer Leenders. Ook haar fractie dringt aan op hoger beroep en om andere mogelijkheden te onderzoeken, zoals via het bestemmingsplan. De heer FLENTGE hoopt dat dit niet de laatste stap is geweest. De gemeente moet onverdroten voortgaan met het terugdringen van de overlast door Airbnb. Hij hoopt

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

op een strijdbare wethouder. Er stond in Het Parool een groot artikel over de gedaalde huurprijzen in de stad. Grotendeels komt dat door externe factoren, maar toch heeft ook Airbnb er mee te maken. Dat soort knoppen waaraan gedraaid is door Amsterdam blijkt effect te hebben gehad. Wethouder IVENS antwoordt de heer Flentge dat hij vanochtend in de krant las over een onderzoek dat in opdracht van Airbnb gedaan was. Er kwam uit dat de door Amsterdam gestelde restricties goed zijn, omdat ze voorkomen dat de huizenprijzen opgedreven worden. Dat zou te maken hebben met het 30-dagencriterium. In dit geval gaat het over gebieden waar geen vakantieverhuur mogelijk was. Dat verbod heeft de rechter nu teruggedraaid. Hij vindt het een vreemde uitspraak die erop neerkwam dat de nieuwe Huisvestingswet voorschrijft dat je gebieden mag aanwijzen, waarmee geïmpliceerd zou worden dat dit niet mocht volgens de oude Huisvestingswet. Dat is een vreemde redenatie. Hij steunt het advies van zijn juridisch bureau om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak. Tegelijkertijd valt een positieve grondhouding te bespeuren in de uitspraak. Er mogen met de nieuwe Huisvestingswet in ieder geval wél gebieden aangewezen worden. Voor dit jaar is dat nu teruggedraaid; er zijn nu geen gebieden meer aangewezen omdat de rechter het betreffende besluit van het college vernietigd heeft.

Hij is wel van plan om in de gaten te houden of het in die drie gebieden weer net zo druk wordt als voor de pandemie. Als dat zo is, zullen weer verbodswijken aangewezen worden. Daarvoor komen dan met name de drie gebieden waarover het nu gaat in aanmerking. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of er boetes zijn uitgedeeld na het instellen van deze verbodswijken. En wat gaat het college doen met die boetes? Krijgen mensen die de boete al hebben betaald, het geld terug? Wethouder IVENS antwoordt dat hij niet weet hoeveel boetes uitgedeeld zijn in coronajaar 2020. Maar het is moeilijk die boeters te innen als het besluit is vernietigd. Er zijn tot nu toe maar weinig boetes uitgedeeld. Hij nagaan wat er gebeurt met boetes die al betaald zijn. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of de wethouder het met haar eens is dat dit leidt tot politiek cynisme bij veel Amsterdammers. Eerst komt de gemeente met stoer beleid, om vervolgens bakzeil te halen bij de rechter. Is het college bereid om met dat soort stoer beleid te stoppen? Al dat procederen komt ten koste van de belastingbetaler. Dat geld kan beter gebruikt worden om een bouwstop te voorkomen. Wethouder IVENS antwoordt dat de bouwpiek nog steeds doorgaat. Amsterdammers zijn volgens hem blij dat het bestuur blijft pionieren. Vakantieverhuur beteugelen komt neer op pionieren.

Een stabilisatie van de vakantieverhuur was al enigszins zichtbaar voor de coronacrisis uitbrak, dus is het niet helemaal duidelijk of de stabilisatie met het beleid te maken had. Hij antwoordt mevrouw Naoum Néhmé dat hij inderdaad heeft getwijfeld over een hoger beroep. Maar de uitspraak is erg onduidelijk en de rechter heeft ook niet over de verdere reikwijdte van het Amsterdamse pionieren een uitspraak gedaan. Het is nog de vraag wat Europese wetgeving mogelijk maakt. Daarom wil hij meer juridische duiding in deze zaak. De heer LEENDERS vraagt om een tijdlijn. Wanneer is het verbod mogelijk weer van kracht? Wethouder IVENS hoopt dat het mogelijk is volgend jaar het verbod in de drie wijken te herstellen, als de drukte daar deze zomer weer aanleiding toe geeft. Op dit moment is het echter mogelijk een vergunning aan te vragen in deze drie wijken. De heer FLENTGE vraagt of de gemeente zich als een schoothondje moet gedragen dat op schoot van Airbnb gaat zitten. Zitten Amsterdammers daarop te

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

wachten? Hij hoopt dat de wethouder blijft knokken voor een leefbare stad. Wethouder IVENS antwoordt dat de Amsterdammers voor de coronacrisis klaar waren met de grote toeristische druk op hun buurten. Die zorgen moeten serieus genomen worden. Daarom wil hij kijken wat mogelijk is en de strijd blijven voeren, ervan uitgaande dat het toerisme weer aantrekt. De heer LEENDERS verzoekt het onderwerp op de raadsagenda te zetten. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. Op verzoek van de heer Leenders zal het geagendeerd worden voor de gemeenteraadsvergadering van 24 mei 2021. 8. Voorgangsrapportage Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen 2020 (ZD2021-001284) Mevrouw VAN PIJPEN herinnert aan de bespreking van de verdeling van de verschillende groepen over de beschikbare woningen bij de vorige vergadering. Groepen mogen niet tegen elkaar uitgespeeld worden. Maar blijkens deze uitvoering worden die groepen toch niet gelijkwaardig behandeld. Ze worden wel degelijk tegen elkaar uitgespeeld. De groep van beschermd wonen en de maatschappelijke opvang heeft minder woningen toegewezen gekregen dan de andere groepen. Dat geldt met name voor de sociaal-medisch urgenten. Er moet dus goed gestuurd worden om ervoor te zorgen dat de groep van de MOBW daadwerkelijk een woning toegewezen krijgt. Zij vraagt hoe daarop wordt gestuurd.

Zijn er extra instrumenten voor nodig? Er ligt voor de economisch daklozen een doelstelling van 200 tijdelijke woningen per jaar, maar tegelijkertijd leest zij dat er in 2020 maar 20 woningen daadwerkelijk zijn aangeboden, waarvan maar 17 werden ingevuld. Dat verschil is wel heel groot. Zij vraagt een toelichting. Er staat in de tekst dat er in principe geen rolstoelwoningen verkocht moeten worden. Waarom staat er ‘in principe’? Liefst moeten er helemaal geen woningen verkocht worden, en dan helemaal geen rolstoelwoningen. Staat dat in de afspraken met de corporaties? Haar fractie is benieuwd naar het rapport. Zij vraagt of er verschil in toewijzing bestaat tussen nieuwbouw en bestaande bouw. De heer LEENDERS merkt op dat het aantal dak- en thuislozen verdubbeld is. Er zijn nog steeds wachtenden in de ketens. Ook zijn fractie krijgt zorgelijke signalen over die ketens. Hij vraagt hoe die keten van MOBW er precies uitziet. Hoeveel wachtenden zitten er in de verschillende onderdelen van de keten? Mevrouw ROODERKERK vindt de brief zorgelijk. Nog maar voor de helft van de kwetsbare groepen die in 2019 binnen drie maanden een woning kregen, krijgt nu een woning. Het probleem is dus urgent. Zij vraagt hoe het staat met de uitvoering van de motie van haar fractie over huisvesting van studenten en kwetsbare groepen in leegstaande hotels.

Verder wil zij weten hoe het staat met de uitvoering van de toezegging voor het leveren van een overzicht van mogelijk te realiseren tijdelijke locaties. De heer FLENTGE denkt niet, zoals D66, dat hotels als tijdelijke woningen veel soelaas zullen geven. Er moeten permanente woningen komen, met uitzicht op een vaste verblijfplaats. Dat betekent dat er meer sociale huurwoningen moeten komen. Hij is zeer teleurgesteld over dit percentage. Men zal zich moeten afvragen hoeveel betaalbare sociale woningen gewenst zijn in deze stad. Hij denkt dat er veel meer nodig zijn. Hij vraagt hoe het percentage voor begeleid wonen verhoogd kan worden. Ook daar lijkt sprake te zijn van een flinke scheefgroei. Mevrouw ROODERKERK erkent dat structurele oplossingen nodig zijn. Er wordt

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 14 april 2021

WB

niet genoeg gebouwd voor deze kwetsbare groepen. Er zal breder gekeken moeten worden naar andere oplossingen. Niet alleen sociale woningen zijn nodig, maar voor de doorstroming ook meer middenhuur. De heer FLENTGE is blij dat mevrouw Rooderkerk behalve middenhuur, ook sociale woningen wil bouwen. Dat is een mooi startpunt voor het verdere beleid van het college. Mevrouw ROODERKERK reageert dat zij niets nieuws zegt. Het gaat erom dat men zich houdt aan de bestaande afspraken. Zij wil juist breder kijken. Niet alleen hameren op sociale woningen, maar juist meer aandacht voor middenhuur. En als er niet genoeg gebouwd wordt, zijn tijdelijke oplossingen noodzakelijk. De heer FLENTGE merkt op dat het vooral gaat om sociale huren. Meer middenhuur zal niet helpen voor deze kwetsbare groepen. Hij hoopt samen met D66 de wethouder opdracht te kunnen geven om nog meer betaalbaar te bouwen. Als het nodig is moet gezocht worden naar tijdelijke woningen, maar liefst permanent. Wethouder IVENS is het eens dat men zich veel meer moet richten op de bouw van betaalbare woningen. De 40-40-20 begint ook steeds meer effect te krijgen. Hij is het volledig eens met mevrouw Rooderkerk dat ook gekeken moet worden naar de tijdelijke locaties. Binnenkort kan de lijst locaties ingezien worden door de raadsleden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10167153/1