Conceptverslag WB 09-06-2021
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 09-06-2021
CONCEPT Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Wonen en Bouwen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Woensdag 9 juni 2021 van 09.05 uur tot 12.40 uur, hybride Woensdag 30 juni 2021
Voorzitter: mevrouw La Rose Portefeuillehouder: wethouder de heer Ivens Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster Verslaglegging: de heer Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bakker (PvdD), de heer Boomsma (CDA), de heer Flentge (SP), de heer Havelaar (CDA), de heer Van den Heuvel (ChristenUnie), mevrouw Kiliç (DENK), de heer Kreuger (JA21), de heer Leenders (PvdA), de heer Mangal (DENK), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden (met bericht): Overige aanwezigen: de heer De Boer (extern onderzoeker)
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.05 uur en heet iedereen hartelijk welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER doet de volgende mededelingen. De vergadering van vandaag is hybride, met leden die fysiek aanwezig zijn en anderen die digitaal meedoen. De Voorjaarsnota wordt vandaag alleen in eerste termijn besproken. De tweede termijn vindt plaats in de vergadering van 30 juni. De Voorjaarsnota wordt vastgesteld in de raadsvergadering van 7-8 juli. Ook bij de behandeling in tweede termijn en tijdens de raadsvergadering kunnen nog moties en amendementen worden ingediend. Moties bij de Voorjaarsnota die uiterlijk morgen om 16.00 uur worden ingediend zullen voorzien worden van een preadvies. De Jaarrekening wordt vandaag in haar geheel besproken. Ze wordt vastgesteld in de raadsvergadering van 16-17 juni. De heer HAVELAAR merkt op dat vorige week maandag bewoners uit stadsdeel Noord een hoorzitting hebben georganiseerd waarin zij de gemeenteraad van Amsterdam ter verantwoording riepen. Daarbij werd onder andere de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad in het sociale segment in Noord besproken. Bij deze avond waren bijna
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
alle politieke partijen vertegenwoordigd. Er is toegezegd dat de raad een meeting met de woningbouwcorporaties zal organiseren om in gesprek te gaan over de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Vanochtend is een uitwerking van het voorstel rondgestuurd om een expertmeeting te organiseren met de corporaties die bezit hebben in Noord. Er is daarbij ruimte voor input. Hij vraagt of de commissieleden een dergelijke expertmeeting in september willen organiseren. De VOORZITTER peilt de meningen en concludeert dat een meerderheid van de commissie akkoord gaat met het voorstel van de heer Havelaar. De heer HAVELAAR vervolgt dat de expertmeeting georganiseerd zal worden door de heer Flentge en hemzelf. Input voor de bijeenkomst is welkom. Mevrouw VAN SOEST stelt voor om de bewoners bij deze expertmeeting te betrekken. Wethouder IVENS doet de volgende mededelingen. Mevrouw Van Renssen heeft een vraag gesteld over voorzieningen bij de nieuwe studentencomplexen en hoe dat geborgd wordt. Onderzoek wijst uit dat er in ieder geval vraag is naar voldoende gemeenschappelijke ruimte. Bij grotere complexen of campussen is er vaak behoefte aan studieruimte, maar ook commerciële voorzieningen zoals horeca of een sportschool. Deze wensen zijn nu goed ingebed in de processen. De meer recente en toekomstige studentencomplexen zijn dan ook voorzien van de juiste voorzieningen.
Vooral oudere studentencomplexen worden nog als minder veilig ervaren. Het wordt dus geborgd in de processen bij nieuwbouw. De heer Havelaar had een vraag over overlastmeldingen door vakantieverhuur. Vorig jaar is een eerste deel van het onderzoek naar de handhaving op overlastmeldingen gedaan. Daarbij was aandacht voor de vraag wat verstaan kan worden over overlast, welke grond er is om te handhaven en door wie. In vervolg daarop zal een aantal diensten met elkaar spreken over de praktische uitwerking. Dat heeft iets langer geduurd dan eerst gepland. Het beleidskader woonwagens en standplaatsen loopt enige vertraging op doordat de participatie uitloopt. Het conceptbeleidskader is in april voorgelegd aan de bewonerscommissie woonwagenbelangen Amsterdam. Het duurde die commissie wat langer om met een reactie te komen. De participatie laat nog wat langer op zich wachten. Hij komt pas met een kader naar de commissie als er goed geparticipeerd is en er een goed beleidskader ligt. Eerder is de wens uitgesproken dat er op een heleboel plekken in de stad toiletten geplaatst worden. Hij is vooral aan de slag gegaan met seizoensgebonden toiletten in de parken. Er is een budget voor gevonden met een onderbesteding door het mindere aantal evenementen dit jaar. Die drie ton is aangewend om op minimaal vijftien locaties voor de zomer toiletten te plaatsen.
Daarnaast is vanuit het toegankelijkheidsfonds twee ton toegezegd. Daarmee zou het totaal aantal groene toiletlocaties ongeveer 22 worden. Van de grootte van een locatie zal afhangen hoeveel toiletten er komen te staan. De gemeente Amsterdam heeft een aanvraag ingediend bij het Volkshuisvestingsfonds voor een bedrag van ruim 85 miljoen euro, bestemd voor de delen Nieuw-West en Zuidoost, aansluitend op het masterplan in wording en het masterplan dat er ligt. De aanvraag voor Nieuw-West bedroeg ongeveer 35 miljoen euro, en 50 miljoen euro voor Zuidoost. Ruim 33 miljoen euro is voor de ondersteuning van eigenaarbewoners van bijna 3400 woningen binnen VvE’s, 11 miljoen euro om corporaties en particulieren te ondersteunen bij verduurzaming van bijna
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
1900 woningen, 31,5 miljoen euro om de openbare ruimte te verbeteren waar renovaties of verdichting plaatsvindt. Overigens is het fonds in kwestie al overtekend. Meerdere gemeenten hebben claims gedaan. Er zal dus een selectie gedaan moeten worden, of anders moet het Rijk het plafond verhogen. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER maakt melding van het voorstel om de agendapunten 3 en 4 gevoegd te behandelen. Zij concludeert dat de commissie hiermee instemt. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WB d.d. 19 mei 2021 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille De heer LEENDERS vraagt wanneer een antwoord komt op de motie van zijn collega De Heer uit 2019, over het minder aanbesteden van werken in de openbare ruimte. Mevrouw BAKKER leest bij de portefeuille Groen en Openbare Ruimte over het real-time maken van de bomenboekhouding met een bomendashboard. Er zou aan worden gewerkt en naar verwachting zou het dashboard in 2020 operationeel worden. Het is nu 2021. Zij vraagt een update. Verder staat bij Dierenwelzijn dat de jacht tegengegaan zal worden. Dat staat op maart, dus is ook al verstreken. Ook daarvoor vraagt zij een update.
De heer HAVELAAR las in het verslag van de vorige vergadering een toezegging van de wethouder die hij graag wil opnemen in de termijnagenda. De toezegging was dat bij de najaarsrapportage stadsbehoud een inventarisatie gemaakt zou worden van de kosten om de stad op niveau A, B of C te onderhouden. Wethouder IVENS antwoordt de heer Havelaar dat zijn toezegging was dat hij een indicatie zou proberen te geven van de verschillende kosten. Hij antwoordt de heer Leenders dat de motie over het werken in de openbare ruimte een heel ingewikkelde opgave is waarmee hij veel bezig is met de betrokken diensten en directies. Het zal niet lukken om de resultaten voor de zomer voor te leggen. Hopelijk lukt het kort na de zomer. Hij antwoordt mevrouw Bakker dat de uitvoering van het realtimebomendashboard heel ingewikkeld is. Hij verwacht dat het pas aan het eind van dit jaar gereed is. Hij zal zorgen dat er een update komt in de termijnagenda. Het beleidskader voor de jacht kan uiterlijk in het vierde kwartaal voorgelegd worden aan de commissie. f. TKN-lijst De VOORZITTER meldt dat de leden Leenders en Havelaar verzoeken om TKN-1 op de agenda te plaatsen. De leden Kiliç, Van Soest en Leenders verzoeken TKN-2 te agenderen. Zij concludeert dat de commissie met deze verzoeken instemt.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
Mevrouw ROODERKERK vraagt om TKN-4 op de agenda te zetten. Zij heeft wat vragen bij de uitvoering van de motie. De VOORZITTER concludeert dat de commissie hiermee akkoord gaat. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken van de stadsdeelcommissies binnengekomen. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich geen insprekers gemeld. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d. Rondvraag Mevrouw VAN SOEST hoorde dat in de Stompetorenstraat in Noord een ondergrondse container wordt verwijderd, met als reden dat er geen auto’s kunnen komen omdat het zo nauw is. Dit houdt in dat de oudere mensen die er wonen straks een kilometer moeten lopen om hun huisvuil weg te brengen. Zij vraagt een keer in de week met een klein wagentje ter plekke de huisvuilzakken op te halen. Wethouder IVENS antwoordt dat de bevoegdheden voor de afvalinzamellocaties bij de stadsdelen is neergelegd. Dat heeft de gemeenteraad zo besloten. Hij is het geval nagegaan, en het klopt inderdaad dat de bewuste locatie niet goed bereikbaar is voor de vuilniswagen. Het staat er vaak vol met geparkeerde auto’s waardoor het manoeuvreren lastig en gevaarlijk is. Inmiddels is een tijdelijke bovengrondse restafvalcontainer geplaatst bij de Wognumerstraat 54.
De bewoners zijn daarover geïnformeerd. Onderzocht wordt of op die locatie een ondergrondse container kan worden geplaatst. Er is bij de inrichting van deze tijdelijke locatie rekening gehouden met de voorgeschreven maximale loopafstand. De richtlijn daarvoor is 150 m. Mevrouw VAN SOEST hoorde van een bewoner van Holysloot over twee bouwaanvragen voor een onderkeldering van de huizen, en dat in coderoodgebied. Wethouder IVENS verwijst mevrouw Van Soest voor haar vraag naar de portefeuillehouder RO. Hij zal wethouder Van Doorninck op de hoogte stellen van deze vraag. Mevrouw VAN PIJPEN is blij met de plaatsing van toiletten in parken. Het viel haar wel op dat het schort aan bewegwijzering naar die toiletten. Nog steeds maken mensen gebruik van de bosjes. Kan aangegeven worden dat de toiletten er zijn? Ook zou
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
ze een iets aantrekkelijker uiterlijk wensen van de toiletten, die nu omzoomd worden door hekken. Wethouder IVENS antwoordt dat er niet meer dan een klein budget beschikbaar was om zoveel mogelijk groenplekken te bedienen. Het zijn daarom niet de mooist denkbare toiletten geworden. Hij zal de vraag over de bewegwijzering doorgeven aan de mensen van Stadswerken. De VOORZITTER schorst de vergadering van 10.40-10.45 uur. e. Methode Duisenberg De heer BOOMSMA en mevrouw VAN PIJPEN geven aan de hand van sheets een presentatie over de rapportage ‘Schone stad’. Mevrouw ROODERKERK begreep van de rapporteurs dat er geen goed beeld kon worden gekregen van de doeltreffendheid en doelmatigheid, omdat er vorig jaar geen subjectieve WiA-meting plaats heeft gevonden. Toch waren de CROW-gegevens wél aanwezig. Kan daarmee niet vastgesteld worden of de ingezette middelen al dan niet hebben gezorgd voor een schonere stad? Zij is verder heel blij met de aanbevelingen. Zij vraagt de wethouder om een reactie. Haar fractie werkt graag mee aan een voorstel van de raad om de aanbevelingen uit te voeren. Mevrouw VAN PIJPEN antwoordt mevrouw Rooderkerk dat ook met de CROWgegevens er onvoldoende causaal verband kan worden aangetoond tussen de maatregelen en de daadwerkelijke uitkomst.
Het niveau waarop de indicator wordt gebruikt van de CROW-systematiek is dusdanig breed en algemeen dat je onvoldoende kunt zien of de maatregelen effect hebben. De heer BOOMSMA voegt toe dat om deze reden aanbevolen wordt om dit wat specifieker te doen in één rapportage Amsterdam schoon. Er zijn extra middelen voor bepaalde prioritaire gebieden, maar de CROW-norm geldt voor de hele stad. Het moet dus specifieker, met daarnaast een subjectieve meting of een indicator rondom het opvolgen van meldingen. Wethouder IVENS gaat in op de door de rapporteurs gestelde vraag over de benchmark Schoon. Die wordt dit jaar inderdaad weer gedaan. De resultaten mogen eind november of begin december verwacht worden. De vraag is wat relevante sturingsinformatie is. Er worden constant veel metingen gedaan, voornamelijk bedoeld voor de uitvoerders om te weten of ze op de juiste manier werken. De rapporteurs hebben de complexiteit mooi in kaart gebracht, maar misschien is het nog wel complexer. Zo gaan de buurtbudgetten soms ook naar schoon-maatregelen. Maar leiden alle maatregelen tot een schone stad? Wat vindt de raad relevante data? Hij heeft voldoende subjectieve informatie om te kunnen zeggen dat het Afvaloffensief zeker zin heeft gehad. Het slaat aan. De WiA wordt met opzet om het jaar gehouden.
Jaarlijks gaat veel geld kosten, maar wat vooral telt is het dat niet een heel ander beeld zou geven. Het is ook niet goed om mensen te overvragen bij het invullen van enquêtes, want de resultaten worden daardoor minder betrouwbaar. Hij wil graag met de raad in discussie gaan over goede indicatoren om mee te sturen. Sturen op het afhandelen van meldingen lijkt hem geen goede indicator, want dan zou hij een andere opdracht moeten geven aan de reinigers dan het schoonhouden van de straat: het zo snel mogelijk afhandelen van de meldingen. Er is een enorme reorganisatie geweest. Er werd een cluster gevorm met het cluster Stadsbeheer, Toezicht openbare ruimte, Stadswerken en Afval en grondstoffen. De keuze viel daarop omdat die partijen een relatief kleine beleidsafdeling hebben. Ze hebben weinig overhead en veel uitvoering. Er moet gekeken worden op basis van welke
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
al beschikbare data indicatoren gevonden kunnen worden die de gemeenteraad ook interessant vindt om op te sturen. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt of de benchmark, die de rapporteurs niet hebben aangetroffen, er ook is voor 2020. Wethouder IVENS antwoordt dat de benchmark Schoon dit jaar weer wordt gedaan. Eind november of begin december worden de resultaten ervan verwacht. Hij weet niet of die benchmark er is voor 2020. De heer HAVELAAR antwoordt mevrouw Van Pijpen dat er een benchmark is geweest met data over 2016. Die is verschenen in 2019 en is vorig jaar door de wethouder gedeeld. De gemeente doet mee met de benchmarks die er zijn. Eerste termijn De heer LEENDERS vindt het een mooie overzichtelijke rapportage. Er wordt veel gedaan om de stad schoner te maken, maar het is niet genoeg, of het werkt onvoldoende. Amsterdammers ervaren nog dagelijks overlast. Hoe gaat de wethouder om met de aanbeveling in de rapportage om de financiën en de voortgang van alle activiteiten overzichtelijk bij elkaar te voegen in een rapportage Schoon Amsterdam? Mevrouw BAKKER vindt het een grondige rapportage die een goed beeld geeft van het beleid en de stand van zaken. Ook al is er veel geïnvesteerd en ingezet op gedragsverandering, toch is in de beleving van Amsterdammers de stad nog steeds niet schoon. Dat wordt ook gezegd in een brief die door de rapporteurs wordt aangehaald over 2020.
Zij vraagt hoe het college deze stelling kan opschrijven, terwijl er geen onderzoek Wonen in Amsterdam is uitgevoerd, waar dit normaal een onderdeel van is. Is dit een conclusie die het college trekt naar aanleiding van meldingen? Een conclusie uit deze rapportage is dat de raad niet kan beoordelen in hoeverre de activiteiten hebben bijgedragen aan het halen van de doelstellingen, en ook niet of het huidige beleid zo efficiënt mogelijk is. Misschien kan daarover op een later moment nog verder gesproken worden met de wethouder. Zij vraagt waarom de informatie over de benchmark Schoon zo moeilijk vindbaar was. Het lijkt alsof de gemeente eerder niet meedeed. Daarvoor zou zij begrip hebben, want NL Schoon is een organisatie waar de verpakkingsindustrie een dikke vinger in de financiële pap heeft, terwijl de oorzaak van al deze ellende juist bij die verpakkingsindustrie ligt. Al die verpakkingen en plastics worden door die industrie geproduceerd. Als die niet op straat belanden, gaan ze de verbrandingsoven in. Het zou al met al beter zijn om die organisatie links te laten liggen. Het schoonhouden van de stad draagt ook bij aan het verminderen van dierenleed. Op alle etensresten komen ratten en meeuwen af. Die ratten worden daarna in het kader van de ongediertebestrijding weer gedood. De heer HAVELAAR heeft de indruk dat de overeenstemming over dit onderwerp heel groot is.
Iedereen wil een schone stad. In de rapportage wordt zichtbaar hoe programma’s, projecten en budgetten over elkaar heen rollen, waardoor het moeilijk is door de bomen het bos te zien. Dat leidt gauw tot meer vragen en meer beleid, terwijl juist uitvoering nodig is. Hij is het eens met het voorstel van de wethouder om te werken met de data die er al zijn om strakker te sturen. Kan de wethouder de commissie faciliteren met een overzicht van de al aanwezige indicatoren, zowel financieel als kwalitatief? En kan de wethouder een voorstel doen voor een proces om met elkaar tot heldere indicatoren en sturingsinformatie te komen? De benchmark waaraan de gemeente heeft meegedaan is 14 maart 2019 verschenen en gemaakt door de Antea Group en het CROW. Het was een benchmark van de G4 met Arnhem en Eindhoven, die vertrouwelijk ter beschikking is gesteld aan de raad. De wethouder gaf aan dat er eind Q1 een vervolg zou komen, maar dat blijkt nu pas
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
eind van dit jaar te worden. Wat is de reden van die vertraging? In december werd een motie van CDA en GroenLinks aangenomen om ook voor de Amsterdammers inzichtelijk te maken hoe schoon de 481 buurten van de stad zijn. Wanneer kan de betreffende website weer online gezet worden? Mevrouw KILIÇ merkt op dat de rapporteurs de vinger op de zere plek hebben gelegd wat betreft doelmatigheid en doeltreffendheid. Als je niet kan zien in hoeverre de gemaakte stappen hebben bijgedragen aan het doel, hoe kan je dan zeker zijn dat het geld goed is besteed? En hoe ga je met die onzekerheid de middelen dan nu verdelen? Het meten van de tevredenheid onder de bewoners is een belangrijke factor om te bepalen of het beleid effectief is geweest. Hoe de tevredenheid nu wordt gemeten, geeft geen volledig beeld. Er wordt een gemiddeld cijfer over de hele stad gegeven voor hoe schoon de stad is. Zij vraagt dat per stadsdeel of wijk uit te splitsen. De opmerking ‘Schoon waar het ertoe doet’ dekt naar haar mening niet de lading. Zij vraagt de wethouder de adviezen van de commissie over te nemen. De heer FLENTGE dankt de opstellers van deze rapportage. Het is belangrijk om scherp te krijgen wat de doelen zijn en wat de resultaten, maar wel moet voorkomen worden dat straks allerlei extra bureaucratie wordt opgetuigd, met allerlei nieuwe rapportages.
Het geld en de capaciteit moet worden ingezet voor het schoonhouden van de stad. Toch deelt hij de behoefte van de rapporteurs om inzicht te krijgen in doelen, hoe die bereikt moeten worden, welke middelen nog nodig zijn etc. Het liefst wil hij dat allemaal onderbrengen in de huidige programma’s in plaats van nieuwe bureaucratie. Er moet een balans gevonden worden tussen het schoonhouden van de stad, ondanks de coronatijd, en de meldingen waarop de stad reageert. Buurtbewoners maken bij hem melding van vuil dat er al lang ligt, maar als hij die melding dan doorgeeft blijkt het soms wel even te duren voor er iets aan gedaan wordt. Kan er niet wat capaciteit vrijgemaakt worden om langs de plekken te gaan met vuilnis waar nog geen melding van gedaan is? Het gaat erom een soort naveeg te organiseren voor plekken waar meldingen zijn geweest en het toch niet op orde is. De heer HAVELAAR moet bij dit voorstel van de heer Flentge denken aan een motie van zijn fractie bij de voorjaarsnota van vorig jaar. Toen ging het met name om Centrum, waar veel klachten waren. De SP-fractie stemde toen tegen. Zou dat nu anders zijn? De heer FLENTGE kan zich niet precies herinneren wat de reden was om toen tegen te stemmen. Hij is in ieder geval bereid serieus te kijken naar een nieuw voorstel in die trant. Mevrouw VAN PIJPEN benadrukt dat de wens tot een schonere stad algemeen gedeeld wordt.
Dat kan door minder afval te hebben, of het nou in of naast de bak geplaatst wordt. Er wordt veel te veel afval geproduceerd. Statiegeld of ander hergebruik heeft voor haar fractie altijd de voorkeur. Alle voorstellen in die richting kunnen op haar steun rekenen. De inzet van het college om de problemen te verminderen is er, ook met flexibele inzet zoals het afvaloffensief, maar de effecten zijn soms onvoldoende zichtbaar. Haar fractie onderschrijft de conclusies en aanbevelingen van de rapportage. De resultaten van het beleid moeten zichtbaarder worden. Het is goed dat men dicht op de uitvoering zit. Die moet centraal blijven staan. Daarvoor moet het wel duidelijk zijn dat er dingen gebeuren die ook werkelijk effect hebben. Overal in de stad zijn initiatieven van buurtbewoners om te helpen aan een schone stad. Ook de meer subjectieve informatie van buurtbewoners en hun collectieven kan goed gebruikt worden. De subjectieve indicatoren zijn voor haar fractie wezenlijk om als raad goed te kunnen sturen. Wethouder IVENS antwoordt dat hij benieuwd is hoe de raad aankijkt tegen de eerste aanbeveling uit de rapportage, namelijk om te komen tot een nieuwe rapportage
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
Schoon Amsterdam. In de rapportage Stadsbehoud wordt al min of meer gerapporteerd over deze onderdelen. Wat zou de raad daaraan nog willen toevoegen? Hij stelt voor om daarover verder te praten bij de rapportage Stadsbehoud. Hij zegt in ieder geval toe met een onderzoeksrapport over bijplaatsingen. Er zijn in dat verband allerlei metingen gedaan naar de effecten van maatregelen. Met een aparte nieuwe rapportage komen zoals aanbevolen in dit stuk lijkt hem niet heel verstandig. Er moet heel gericht gestuurd worden. De heer HAVELAAR wijst erop dat de rapportage Stadsbehoud pas in het najaar verwacht mag worden. Hij wil graag eerder in gesprek over deze zaken. Eigenlijk is het inspirerende voorbeeld van CROW-foto’s van bijplaatsing een mooi voorbeeld van ongericht sturen. Hij wil in gesprek met de wethouder over de beschikbare informatie, welke rapportages er zijn, en hoe alle informatie ook werkelijk naar de raad toe komt. Het gaat dus niet om nieuwe rapportages of onderzoeken, maar om goed te sturen met de veelheid van beleid en rapportages die er al is. Er moet een heldere lijn komen om samen met de wethouder te kunnen sturen. Wethouder IVENS antwoordt dat hij dat ook zo wil. Hij wil in gesprek met de raad, conform de derde aanbeveling. Hij wil dan graag van de raad horen waarop gestuurd moet worden.
Op de CROW-norm, objectief? Of op subjectieve indicatoren? Het wordt ingewikkeld als de raad wil dat er gestuurd wordt op de afhandelingssnelheid van meldingen, want dat kan leiden tot tegenstrijdige belangen. Het gesprek daarover is zeer relevant. Daarom wil hij graag weten wat mogelijk is. Met alle beschikbare metingen kan heel veel inzichtelijk gemaakt worden. Het beste lijkt het hem als een delegatie uit de raad het gesprek hierover met hem aangaat. De heer HAVELAAR is het eens met de wethouder. Hij vraagt de wethouder het proces te faciliteren waarin dat gesprek georganiseerd kan worden. Het lijkt erg onhandig om dat met spreektijden in een commissievergadering te moeten doen. Wethouder IVENS is het daarmee volledig eens. De heer LEENDERS is blij met deze handreiking van de wethouder en wil graag een bijdrage geven. Het zou voor de koppeling naar de financiële functie goed zijn om een overzicht te geven van wat beschikbaar is, zodat de raad kan kiezen waarop hij wil sturen. Wethouder IVENS heeft de indruk dat iedereen hetzelfde zegt. Bij de heer Leenders gaat het over het bij elkaar brengen van de objectieve data, maar daarnaast is er nog het subjectieve. Hij is bereid om OWS nog eens te vragen naar de mogelijkheden op dat vlak, maar het zal geen nieuwe WiA worden. Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat het in de rapportage vooral gaat over doelmatigheid.
Zij vraagt een reactie van de wethouder op de conclusie over doelmatigheid en doeltreffendheid. Wethouder IVENS is het ook hiermee eens. Het zou goed zijn als dat allemaal veel beter gaat. Er moet wel goed samen afgebakend worden waarop gestuurd moet worden. Sturing op basis van formatie is interessant, maar tot nu toe werd hij via de begroting gevraagd om op basis van geld te sturen. Over dat soort zaken wil hij graag met de raad spreken. Hij zou graag een bedrag willen noemen als de raad hem vraagt om bijvoorbeeld 2% procentpunt omhoog te gaan met de schoonheidsgraad. Hij antwoordt de heer Havelaar dat veel stadsdelen goed weten hoe het in hun wijken gaat. Het zou inderdaad goed zijn om dat per wijk inzichtelijk te maken. Daarvoor zijn allerlei CROW-metingen beschikbaar. De heer HAVELAAR vestigt de aandacht op een aangenomen motie waarin gevraagd wordt om de kaart die vroeger online stond, waarin voor de buurten in
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
Amsterdam inzichtelijk was wat de kwaliteit was, weer inzichtelijk te maken. Dat is geen nieuw verzoek. Wethouder IVENS antwoordt dat hij de raad binnenkort zal informeren over de uitvoering van motie 1365 van het CDA. De heer LEENDERS vraagt wanneer de commissie met de wethouder in gesprek kan gaan. Voor hem is het belangrijk dat het preventief handelen meegenomen wordt. Daarbij moet samengewerkt worden met de bewoners. Wethouder IVENS is het met de heer Leenders eens. Hij zal met de voorzitter overleggen over de beste wijze waarop het gevraagde gesprek tussen uitvoering en de raadscommissie vorm kan krijgen. Mevrouw VAN PIJPEN is blij met het aanbod van de wethouder. Zij vraagt daarnaast een uitbreidere reactie op deze rapportage. Dat kan met een brief. Wethouder IVENS antwoordt dat hij vooral de beste weg wil vinden, samen met de commissie. Een uitgebreide schriftelijke reactie lijkt hem minder nodig. Hij heeft heel weinig beleidscapaciteit op deze directie waarop hij zuinig wil zijn. Als de raad het wil komt hij natuurlijk met een schriftelijke reactie. Mevrouw VAN PIJPEN kan akkoord gaan met het voorstel van de wethouder, als het mogelijk is op korte termijn verder te spreken met de wethouder. De VOORZITTER concludeert dat dit gesprek georganiseerd zal worden. De methode-Duisenberg is voldoende besproken.
Zij bedankt namens de commissie WB de rapporteurs en de onderzoekers voor hun werk. Zij schorst de vergadering van 10.35-10.40 uur. 3. Vaststellen Jaarverslag 2020 (VN2021-013696) 4. Bestuurlijke reactie op accountantsverslag 2020 gemeente Amsterdam van ACAM (VN2021-014623) Mevrouw VAN PIJPEN memoreert dat het aantal initiatieven voor medebeheer met bewoners voor openbare ruimte is toegenomen. In 2019 waren er 674 projecten. In de begroting was het al opgehoogd naar 700. Nu zie je feitelijk 826 van dat soort projecten. Dat is een heugelijk feit voor haar fractie, die voorstander is van een verdere vergroening van de openbare ruimte. Zij komt daar nog op terug bij de behandeling van de Voorjaarsnota. Mevrouw VAN RENSSEN zag in het Jaarverslag een positief effect bij de Waboleges. Die forse stijging van het aantal bouwaanvragen in 2020 was goed nieuws. De toename van inhuur en inzet heeft geleid tot extra capaciteit en baten. Zij vraagt wanneer de beleidsevaluatie van de Wabo verwacht mag worden. Er was een forse piek in het aantal bezwaarschriften in verband met vergunningen die in de huisvestingsverordening zijn opgenomen.
Zijn al die bezwaarschriften nu naar tevredenheid afgehandeld? Wordt er met de burgemeester naar gekeken voor het aanpassen van de procedure van de hoorzittingen? De heer LEENDERS vindt het goed dat de loden leidingen apart benoemd worden in het Jaarverslag, hoewel niet terug te vinden is welke kosten de gemeente tot nu toe gemaakt heeft voor de aanpak van dat probleem. Hij zou die informatie graag alsnog krijgen. Nog steeds ligt er geen plan voor alle ontwikkelbuurten. Dat is pijnlijk, ook omdat de buurten waarvoor nog geen plan is allemaal in Noord liggen. Het gaat om de
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
Waterlandpleinbuurt, De Kleine Wereld, de Volewijck, het IJplein en Banne Zuid. De toelichting daarbij vindt zijn fractie onduidelijk. Zo staat er dat in Noord de gebiedsontwikkeling en de ontwikkelbuurten geografisch afwijken. Wat betekent dat? Verder staat er dat de plannen voor de buurt in Noord apart ontwikkeld worden, met een eigen participatieproces. Waarom is dat zo? En dan staat er nog dat het extra capaciteit kost in Noord, die daar beperkt beschikbaar is. Toch staat er dan geen mitigerende maatregel bij. Had de wethouder dat niet tevoren kunnen weten voor die vijf buurten? Wanneer kan de raad deze plannen tegemoetzien? Zijn fractie wil de plannen graag dit jaar nog onder ogen krijgen. Verder vraagt hij hoeveel van de beschikbare 10 miljoen euro voor ontwikkelbuurten in 2020 uitgegeven is. Dat staat ook niet in het Jaarverslag. De heer MANGAL merkt op dat al de vragen van zijn fractie door de heer Leenders zijn gesteld. Wethouder IVENS antwoordt mevrouw Van Renssen dat Wabo valt onder wethouder Van Doorninck. Over de beleidsevaluatie weet hij niet veel, maar het viel hem wel op dat er meer geld binnenkwam. Dat blijkt echter niet structureel te worden. Er ligt daar dus geen geld voor het grijpen. Heel vaak worden de bezwaarschriften van de huisvestingsverordening niet naar tevredenheid afgehandeld. Evenmin worden ze altijd binnen de gestelde termijn afgehandeld.
De afhandeling van de bezwaren ligt bij het Juridisch Bureau. Het nieuwe beleid dat de burgemeester voornemens is te gaan voeren, landt nog niet in alle uitvoeringen. Het zou wel mooi zijn als vaak vooraf de juridische procedure kan worden voorkomen door goed samen het gesprek aan te gaan. Hij antwoordt de heer Leenders dat het budget voor de aanpak loden leidingen niet goed aangegeven kan worden. Er is gewerkt met de capaciteit van het Programma Woningkwaliteit. Op die manier kon hij met wat herprioriteringen binnen het programma aan de gang gaan met de loden leidingen, zonder eerst bij de gemeenteraad om extra geld te hoeven vragen. Deze herprioritering wordt doorgezet. Voor 2021 is een werkbudget van 88.000 euro ingezet, gereserveerd voor onder andere waterkeuringen en communicatie. Er is binnen Noord inderdaad een aantal ontwikkelbuurten nog zonder plan. In Noord hebben de plannen allemaal een eigen beleid nodig, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Geuzenveld, waar een heleboel plannen aan elkaar konden worden gekoppeld. Vorig jaar was de participatie lastig, wat tot vertragingen van de plannen heeft geleid. Daarbij kwam dat plannen in Noord moeilijk waar te maken zijn. Er gaan daar relatief weinig grondexploitaties, waarmee een deel van de plannen gefinancierd worden, tegelijk van start.
Hij vindt dat hij pas een plan aan het college kan voorleggen als dat ook waargemaakt kan worden. Het moet lukken voor al die buurten nog dit jaar een plan te maken, omdat de grootste bottlenecks intussen weggenomen zijn. Voor Banne Zuid komt er een soort actieprogramma. Met de nieuwe inrichting zijn de grootste slagen al gemaakt. Van de 10 miljoen euro voor ontwikkelbuurten is 12 miljoen euro afgegeven. Dat kan, omdat in 2019 te weinig geld werd uitgegeven. Van die 5 miljoen euro besloot men voor 2020 2 miljoen euro extra uit te trekken, en 3 miljoen euro extra voor 2021. De VOORZITTER concludeert dat het Jaarverslag 2020 en het accountantsverslag 2020 van de ACAM voldoende zijn besproken. De betreffende voordrachten zijn gereed voor behandeling in de raadsvergadering van 16 juni. 5. Vaststellen van de Voorjaarsnota 2021 en de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2021 (VN2021-013568) Eerste termijn Mevrouw VAN RENSSEN vraagt aandacht voor nieuwe ontwikkelgebieden en het behoud van de bestaande stad. Het is een uitdaging om de plancapaciteit op orde te
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
houden. Daaraan wordt hard gewerkt. Een andere uitdaging is het slagingspercentage zo hoog mogelijk te houden. De druk op de woningmarkt wordt veroorzaakt omdat veel bestaande woningen te duur worden verhuurd. Ze zijn niet binnen het bereik van starters of mensen die als koopstarter de Amsterdamse woningmarkt op willen. Ingrijpen is noodzakelijk. In 2017 is een motie ingediend waarin gevraagd werd om zo snel mogelijk een zelfwoonplicht voor Amsterdamse woningen in te voeren. Inmiddels zijn er juridische middelen om in te grijpen in de bestaande woningvoorraad. Op 8 februari 2021 is in de Tweede Kamer een amendement aangenomen dat het mogelijk maakt om categorieën woningen aan te wijzen in de huisvestingsverordening. Ook kunnen gebieden aangewezen worden waar de nieuwe regeling van toepassing is. De opkoopbescherming komt neer op de invoering van een woonplicht voor bestaande woningen. Na vaststelling in de Eerste Kamer kan de gemeente met de huisvestingsverordening aan de slag. Haar fractie wil die het liefst in het eerste kwartaal aanpassen, zodat de schaarse woningen in de stad kunnen worden beschermd. Haar fractie zal daarvoor een motie indienen. De heer KREUGER erkent dat de huren in Amsterdam te hoog zijn. Die moeten inderdaad gereguleerd worden.
Maar hoe wil GroenLinks het woningtekort oplossen? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat woningen beschikbaar moeten zijn voor alle Amsterdammers. Ze moeten betaalbaar zijn. Met minder dure verhuur wordt ook een deel van het tekort opgelost. De heer KREUGER wijst erop dat het tekort veel groter is dan nu door de bouwproductie wordt geleverd. Hoe moet dat opgelost worden? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat het tekort vooral betrekking heeft op betaalbare woonruimte, dus niet zozeer op woonruimte. Er staat best wel wat woningen te huur, maar voor heel hoge prijzen, soms tot 2000 euro per maand. De heer KREUGER antwoordt dat ook die dure woningen bewoond worden. Ze staan over het algemeen niet leeg. Er moeten dus meer woningen bij komen. Binnen de MRA zijn al gauw ruim 200.000 woningen extra noodzakelijk. Er worden echter afspraken gemaakt voor 170.000 nieuwe woningen. Dat is te weinig. Wat gaat GroenLinks daaraan doen? Mevrouw VAN RENSSEN blijft benadrukken dat haar fractie het momenteel vooral zoekt in betaalbaarheid van de woningen. Dit college is heel goed aan het bouwen. Er ligt een ambitie van 7500 woningen per jaar. Dat zijn historische bouwcijfers. De heer HAVELAAR vraagt mevrouw Van Renssen of zij voor komend jaar vast wil houden aan de woningbouwambitie, zoals vastgelegd in het Woningbouwplan 20182025.
Is zij bereid om die ambitie in de begroting te herhalen? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat zij inderdaad wil vasthouden aan de ambitie van gemiddeld 7500 woningen per jaar. De heer HAVELAAR wijst erop dat men om die ambitie te realiseren voor komend jaar veel meer zal moeten begroten dan die 7500. De gemeente loopt namelijk achter op die doelstelling. Dat staat niet in de huidige doelenboom; daar wordt met te lage aantallen begroot voor de komende jaren. Zonder wijziging van die doelenboom kan men de doelstellingen niet halen. Mag hij van GroenLinks een motie verwachten om de doelenboom aan te passen? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat zij niet van plan is met een dergelijke motie te komen. De plancapaciteit is voldoende, maar moet wel op peil gehouden worden.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
De heer HAVELAAR benadrukt dat hij mevrouw Van Renssen wil houden aan de afgesproken ambitie. Als zij niet met de door hem voorgestelde motie komt, betekent dat het loslaten van de ambitie. Waarom doet zij dat? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat zij die woorden voor de rekening van de heer Havelaar laat. De ambitie van GroenLinks ligt nog steeds op 7500 woningen per jaar gemiddeld. Mevrouw VAN SOEST is het in grote lijnen eens met mevrouw Van Renssen. Maar hoe wil die de woningbouwplannen realiseren in de wetenschap dat er zoveel zoekgebieden zijn voor windturbines? Zijn die dingen te combineren? Mevrouw VAN RENSSEN denkt inderdaad dat dit te combineren is. Mevrouw VAN SOEST herinnert aan de gezondheidsproblemen die door de windturbines kunnen optreden. Moet je geen keuzes maken tussen windturbines en woningen? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat haar fractie ervoor kiest een complete stad te bouwen. Daarvoor moeten iedere dag, bij elk project, heel veel afwegingen gemaakt worden. Mevrouw BAKKER hoorde wethouder Ivens op AT5 zeggen dat de grenzen wat betreft woningbouw in zicht zijn. Hij ziet weinig ruimte voor nieuwe huizen en hij waarschuwt dat wij ons niet moeten blindstaren op bouwcijfers. Dat waren heel verstandige woorden van de wethouder.
Als mevrouw Van Renssen een leefbare stad wil, waar ligt dan de grens? Is het in 2025 genoeg? Komt er dan geen huis meer bij? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat de ambitie blijft dat er tot 2025 gemiddeld 7500 woningen per jaar bij komen. Dat kan, want daarvoor zijn plannen vastgesteld met als uitgangspunt wijken die heel leefbaar zijn. Zo had wethouder Ivens het bij AT5 ook over plannen in Amstel III en Haven-Stad. Mevrouw BAKKER herhaalt haar vraag: bouwt Amsterdam vanaf 2025 er geen huis meer bij? Is het dan genoeg? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat Amsterdam toegankelijk en bereikbaar moet zijn voor iedereen. Zij gelooft in verdichting. Het moet mogelijk zijn op meer plekken te verdichten. Binnentuinen moeten beschermd worden, maar er zijn andere plekken waar verdicht kan worden. De bouwambitie van GroenLinks blijft onverminderd hoog. Mevrouw BAKKER wijst op een andere uitspraak van wethouder Ivens, dat je niet eindeloos kan blijven verdichten. Is mevrouw Van Renssen het daar niet mee eens? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat zij op dit punt andere opvattingen heeft dan wethouder Ivens. De heer VAN DEN HEUVEL hoort veel tegenstrijdigs bij GroenLinks. De bouwambitie moet op peil blijven. Maar de aantallen voor de komende jaren worden niet opgevoerd, wat nodig zou zijn om de ambitie te halen.
Ook wil GroenLinks enorm gaan verdichten, waarvoor de plancapaciteit op peil gehouden moet worden. Maar ondertussen geeft dit college minder geld uit aan het projectbureau dat al die plannen moet maken. Dat verhaal van GroenLinks klopt toch niet? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat het verhaal van GroenLinks juist heel consistent is. Het is niet zo dat het hele projectbureau wegbezuinigd is. Er zijn juist duidelijk keuzes gemaakt om de kennis te behouden en zo snel mogelijk aan de plancapaciteit te kunnen gaan werken.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
In plaats van over bouwcijfers, moet deze discussie over de bestaande stad gaan, en het behoud van de bestaande voorraad. ChristenUnie, CDA en D66 hebben terecht een amendement ingediend in de Tweede Kamer. Zij is benieuwd wat die partijen hiervan vinden. Er moet gebruikgemaakt worden van de beperkte juridische mogelijkheden die voorhanden zijn. Zij vraagt hoe dat zo snel mogelijk kan gebeuren, om de bestaande voorraad betaalbaar te houden. De heer KREUGER wijst erop dat dit de commissie Bouwen is, dus is het logisch dat over bouwcijfers wordt gesproken. Op dit moment wonen mensen tot 30 jaar bij hun ouders. Gezinnen trekken de stad uit. Is het dan raar dat het over bouwcijfers gaat? Mevrouw VAN RENSSEN vraagt aandacht voor het vergroenen van stenen pleinen. Dat kan door in ieder stadsdeel een plein te vergroenen. Samen met bewoners kan men gaan tegelwippen in de openbare ruimte. Zij heeft met mevrouw Van Pijpen aan de stadsdelen gevraagd welke pleinen daarvoor in aanmerking komen. Er werden voor ieder stadsdeel een of twee aangedragen. De heer WIJNANTS vindt dit een goed moment om terug te blikken, met de laatste voorjaarsnota van dit college. De onomkeerbare conclusie is dat het niet de goede kant op gaat. De bouwcijfers vertonen een scherp dalende trend, van ruim 8000 via 7000 naar ruim 5000.
En wie weet welk nieuw dieptepunt dit jaar wordt bereikt? Dat is schrijnend, gezien de enorme woningnood in de stad. De heer LEENDERS merkt op dat bouwen in coronatijd een uitdaging betekent. Hout is het afgelopen jaar twee keer zo duur geworden. Hoe kijkt de heer Wijnants aan tegen de impact van corona op de bouwproductie? De heer WIJNANTS ziet die impact, maar dat laat onverlet dat dit college zijn doelstellingen niet haalt. Het slaagt er in onvoldoende mate in om bij te sturen. Je zult nooit helemaal weten wat de invloed van corona precies geweest is, maar het college had volgens zijn fractie wel degelijk iets anders kunnen doen. De trend is slecht, terwijl alles nog enigszins gered wordt door de bouwcijfers uit 2018, waarvoor wethouder Van der Burg verantwoordelijk was. Verder is een discrepantie zichtbaar in de bouwcijfers. Bij de middenhuurwoningen is een achterstand opgebouwd van bijna 2000 woningen. Daarvan zal men in de komende jaren behoorlijk last krijgen. Ook met de sociale huur gaat het niet echt de goede kant op. De heer LEENDERS vraagt wat wethouder Van der Burg indertijd heeft gedaan voor de betaalbaarheid van woningen die nu gebouwd worden. Wat was de impact van de gronduitgiftes van toenmalig wethouder Van der Burg? De heer WIJNANTS antwoordt dat hij daarop later in zijn betoog nog terugkomt. Ook qua studentenwoningen gaat het niet goed.
De ambitie is om 9000 studentenwoningen te realiseren in vier jaar tijd, maar het zijn er tot nu toe maar 2325 in plaats van 4500, dus een achterstand van bijna 2200 woningen. De planvoorraad bedraagt slechts 1600 woningen. Daarmee is de opgelopen achterstand niet meer in te halen. Zijn fractie komt daarom nog met een motie waarin gevraagd wordt om twee grote studentencomplexen te bouwen. Iets anders is dat de woninggrootte drastisch is teruggelopen. Het is gegaan van gemiddeld 78 m2 voor nieuwbouwwoningen in 2016 naar 58 m2 in 2020. Als je wilt samenwonen of kinderen krijgt, is het erg ingewikkeld om een passend huis te vinden in Amsterdam. Voor veel mensen is dat de reden om de stad te verlaten. De achterstand bij het aantal koopwoningen is het grootste probleem voor de stad. Daardoor verdwijnt de middenklasse en wordt Amsterdam een stad voor arm en rijk. De heer LEENDERS vraagt hoe de VVD aankijkt tegen het betaalbaar houden van koopwoningen die op de markt komen. Zijn fractie heeft daarvoor moties ingediend.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
De heer WIJNANTS antwoordt dat hij onbekend is met de mening van mevrouw Naoum Néhmé, de woordvoerster van zijn fractie die hij vandaag vervangt, maar hijzelf denkt dat het uiterst verstandig is om te gaan kijken naar anti-speculatiebedingen voor nieuwbouwwoningen. Voor de bestaande voorraad is het een heel andere discussie. Mevrouw ROODERKERK merkt op dat zij het eens is met de VVD-fractie dat er meer en sneller gebouwd moet worden. Toch mag men niet uit het oog verliezen dat deze coalitie meer bouwt dan ooit tevoren. Veel meer dan toen de VVD deel uitmaakte van de coalitie. Klopt het dat de heer Wijnants de bouw van meer grotere woningen voorstaat? De heer WIJNANTS antwoordt dat er in 2017 er nog 7200 woningen werden gebouwd, en dit jaar maar 5900. Welk college bouwt dan meer woningen? Naar de grootte van woningen moet goed gekeken worden. De gemeente kan dat probleem oplossen via de grondprijsstelling. Als de gemeente niet langer het onderste uit de kan wil halen, kunnen ontwikkelaars gemakkelijker grotere woningen bouwen. Mevrouw ROODERKERK merkt op dat de heer Wijnants het heeft over het aantal woningen in aanbouw, niet over het aantal gebouwde woningen.
Als de heer Wijnants vindt dat er grotere woningen gebouwd moeten worden, betekent dat toch automatisch dat er ook veel duurdere woningen gebouwd worden? Hoe rijmt de heer Wijnants dat met zijn opmerking dat er te weinig betaalbare woningen zijn? De heer WIJNANTS antwoordt dat hij het heeft over woningen die in aanbouw zijn genomen. Daar zit geen discrepantie. Mevrouw Rooderkerk heeft gelijk met wat zij zegt over grotere woningen, maar daartegenover staat dat mensen een grotere woning willen in Amsterdam. Die moet je dan wel kunnen bouwen. Als de gemeente het onderste uit de kan wil halen met de grondprijs worden de woningen inderdaad heel duur. Het probleem is niet dat de ontwikkelaars het onderste uit de kan willen halen, maar dat de gemeente dat wil. De oplossing voor dit probleem ligt bij de wethouder. Mevrouw ROODERKERK merkt op dat een woning verkocht wordt tegen marktprijs, en die is in Amsterdam erg hoog. Er moeten geen grotere woningen gebouwd worden, maar middeldure huurwoningen. De heer WIJNANTS reageert dat het D66 is die met de focus op middenhuurwoningen een hele groep uitsluit. Mensen willen niet eeuwig in middenhuur blijven hangen. Er moet een gemengde stad worden gebouwd. Mevrouw VAN SOEST vraagt de heer Wijnants voor wie hij wil bouwen.
Voor mensen uit Amsterdam? Of volgt hij liever het voorbeeld van Alkmaar? Die zeggen dat ze geen Amsterdammers meer willen die de grote woningen komen bezetten. Wil de heer Wijnants haar voorstel steunen dat mensen verplicht zijn economisch gebonden te zijn aan Amsterdam om een woning te kunnen krijgen? De heer WIJNANTS vindt dat geen goed idee. Mevrouw VAN SOEST wijst op het grote ruimtegebrek in de stad. Bij de Klaprozenweg wordt zelfs op de snelweg gebouwd. Hoe wil de heer Wijnants verder? Waar moeten die 60.000 woningen in Noord gebouwd worden? De heer WIJNANTS antwoordt dat er verschillende plekken zijn waar gebouwd kan worden. Mevrouw VAN RENSSEN is het niet eens met de heer Wijnants. Alleen beleggers willen het onderste uit de kan halen van de Amsterdamse woningmarkt. Soms wonen die in Canada of Saoedi-Arabië. Zij nodigt de heer Wijnants uit om voor de motie voor opkoopbescherming te stemmen.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
De heer WIJNANTS antwoordt dat hij voorstander is van een dergelijke motie. De heer FLENTGE merkt op dat met het huidige beleid acht van de tien woningen betaalbaar worden. De VVD stelt nu voor om acht van de tien woningen in het marktsegment te gaan bouwen. Dat moet dan ook nog een grondkorting krijgen. Hoe kan het dat je een pleidooi houdt voor de middenwoningen, terwijl je tegelijkertijd de helft van de woningen, in het dure segment, ook overeind wil houden? Als de heer Wijnants serieus is, moet alles op het middensegment gegooid worden. De heer WIJNANTS antwoordt dat mevrouw Naoum Néhmé in dat verband een zeer interessante verrassing in voorbereiding heeft. De heer FLENTGE veronderstelt dat een interessante ontwikkeling van de VVD neerkomt op meer markt en meer geld sluizen naar beleggers. De VVD heeft al een plan, waarbij acht van de tien woningen aan de markt gegeven worden. En daarvan gaat dan nog de helft naar dure huur en dure koop. Daar zit geen Amsterdammer op te wachten. De heer WIJNANTS is het eens dat nog eens goed moet worden gekeken naar de indeling in categorieën. Dure koop is alles vanaf drie ton, terwijl de gemiddelde koopwoning inmiddels vijf ton kost. Die categorieën sluiten niet aan op de werkelijkheid. Maar verder zitten Amsterdammers te springen om dure koopwoningen van drie tot vijf ton.
Ook zijn er Amsterdammers die wachten op middeldure huur, of sociale woningen. Aan alle woningen is behoefte. Hij verwacht dat zijn fractie het met de SP-fractie op heel veel punten kan gaan vinden, maar de enorme focus op huurwoningen gaat de stad op lange termijn niet redden. Mensen vertrekken uit de stad omdat ze geen koopwoning kunnen vinden. Het college zou meer moeten inzetten op de bouw van koopwoningen. De heer FLENTGE merkt op dat zonder enige vorm van regulering, nieuwe koopwoningen gauw zes tot acht ton gaan kosten. Als de heer Wijnants opkomt voor de middeninkomens, zoals verpleegkundigen en politieagenten, dan moet hij inzetten op middenhuur. De heer WIJNANTS is het eens dat de markt beperkt moet worden. Ook hij ziet wat er gebeurt. Toch moet je eerst de woningen bouwen voordat je gaat beperken. Beperkingen opleggen voordat je gaat bouwen is de verkeerde insteek. Daarmee jaag je beleggers de stad uit. De heer VAN DEN HEUVEL heeft nog vragen aan de heer Wijnants over diens verhaal van vandaag in De Telegraaf over het schoonhouden van parken. De heer WIJNANTS stelt voor het hierover buiten de vergadering verder te hebben. De heer VAN DEN HEUVEL licht toe dat de heer Wijnants in de krant heel mooie dingen roept, terwijl alle plannen die hij in het artikel voorstel staand beleid zijn, of anders door andere partijen zijn ingediend.
Is de heer Wijnants bereid om die plannen in de commissie toe te lichten? De heer WIJNANTS antwoordt dat de parkconciërges door de wethouder zijn gekaapt toen het initiatiefvoorstel in voorbereiding was. Verder was hij zich er niet van bewust dat andere plannen gekopieerd zijn. Hij stelt voor dat de heer Van den Heuvel zijn initiatiefvoorstel mede ondertekent. De heer VAN DEN HEUVEL zal dat niet doen. Er staan geen nieuwe dingen in het plan. De toiletten heeft D66 al lang voorgesteld. Ondernemers mede verantwoordelijk maken is door de PvdD voorgesteld. Vrijwilligersinitiatieven van bewoners is staand beleid. De overkoepelende parkenaanpak zit al in de Groenvisie die vorig jaar is
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
vastgesteld. Hij vraagt waarom de VVD met een dergelijk voorstel komt. De heer WIJNANTS antwoordt dat het initiatiefvoorstel nog ingediend moet worden. Tegen die tijd zal er in alle eerlijkheid over gediscussieerd worden. De heer KREUGER vraagt waarom de heer Wijnants nu niet in alle eerlijkheid erkent dat zijn voorstellen ergens anders vandaan komen. De heer WIJNANTS vraagt zijn plan op zijn merites te beoordelen. Er zitten ook veel nieuwe punten in het plan. Er worden nu structureel geen middelen meer vrijgemaakt voor het Programma Woningkwaliteit. Dat is jammer, want een woning moet voldoen aan bepaalde standaarden. Hij vraagt op welke manier het Programma Woningkwaliteit voldoende geborgd kan worden, met voldoende middelen. Al eerder is geconstateerd dat er twee belangrijke vraagstukken zijn op het gebied van Openbare Ruimte, Groenbeheer en Reiniging. Aan de ene kant moet de capaciteit vergroot worden, en aan de andere kant is een mentaliteitsverandering nodig bij de Amsterdammers en de bezoekers. Je kunt je afval niet zomaar overal weggooien of bijplaatsen. Op dit laatste punt komt zijn fractie met een motie. Een mogelijkheid om de mentaliteitsverandering te bewerkstelligen is misschien positieve beelden te laten zien, zoals schone parken, in plaats van een foto van een afvalberg in het Vondelpark.
Daarnaast komt zijn fractie met een motie waarin gevraagd wordt te onderzoeken welke capaciteitsvergroting echt nodig is om de gewenste schoonheidsgraad te bereiken. De heer HAVELAAR vraagt waarom die motie nodig is als er al toegezegd is dat het gevraagde komend najaar onderdeel zal worden van de rapportage Stadsbehoud. De heer WIJNANTS antwoordt dat hij daar nog naar zal kijken. Mevrouw BAKKER vraagt of de VVD wil dat men op zoek gaat naar een schoon park, terwijl bijna alle parken in de stad een troep zijn. Dat wordt toch fake news? De heer WIJNANTS antwoordt dat gedragsveranderingsexperts zeggen dat het juist beter is niet iets negatiefs laten zien. Als je steeds maar laat zien dat parken vies zijn, met veel afval, dan normaliseer je dat gedrag. Terwijl je juist het omgekeerde wilt bereiken. Hij is het wel eens dat je niet fake news moet brengen en dingen wegmoffelen. Het doel is een schone stad, en de middelen moeten ondergeschikt zijn aan dat doel. Mevrouw BAKKER wijst erop dat volgens het Jaarverslag er een fikse achterstand is bij het herplanten van bomen die zijn gekapt om veiligheidsredenen. In 2020 liep men ongeveer 2150 bomen achter, en elk jaar komen daar naar verwachting gemiddeld 1500 gekapte bomen bij.
De nieuwe cijfers voor dit jaar staan gepland voor 30 juni, maar het college meldt in een persbericht in mei dat het in dit plantseizoen 1569 bomen heeft laten planten. In een persbericht van AT5 vond zij het kapcijfer tot nu toe dit jaar, dat op 1300 staat. Als dat klopt, is de winst heel bescheiden met 269 bomen. In dat tempo is men pas over acht jaar klaar met het inhalen van de achterstand. De inhaalslag waarover de wethouder het steeds heeft, moet echt zoden aan de dijk zetten, anders wordt de doelstelling niet gehaald. Men dreigt tot diep in de volgende bestuursperiode achter de feiten aan te blijven hollen. Als niets gedaan wordt, zijn straks voor het project Elzenhagen Zuid 1143 bomen gekapt die niet vervangen worden. Dat is ongewenst. Bij het laatste debat daarover heeft zij daarom een voorstel ingediend om deze bomen alsnog te planten in de omgeving van Elzenhagen Zuid, of elders in Noord. De reactie van het college was toen dat zij maar dekking moest proberen te vinden in de Voorjaarsnota. Daarom heeft zij nu een amendement ingediend met een voorstel voor een dekking uit het programma Stadsbehoud. Zij vraagt de wethouder constructief mee te denken. Verder heeft zij een motie ingediend waarin gevraagd wordt te stoppen met het
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
kappen van gezonde bomen bij het opknappen van een straat. Op dit moment kan men ervoor kiezen om in een straat alle bomen te kappen als er maar een paar bomen tussen zitten met een slechte levensduurverwachting. Dit om tot een evenwichtig beeld te komen zonder verschillen in de grootte van de bomen. Dat vindt haar fractie belachelijk. Bomen zijn stuk voor stuk waardevol. De ‘discontinuïteit van het groenbeeld’ mag nooit leiden tot de kap van gezonde bomen. Mevrouw ROODERKERK hoorde de wethouder op AT5 waarschuwen dat de stad bijna vol is. Zij hoopt op een nuancering van die uitspraak, want ook de wethouder gaat voor het doel van gemiddeld 7500 woningen per jaar. Ook haar fractie wil meer en sneller bouwen. Zij roept de wethouder op niet alleen te zorgen voor meer woningen, maar ook voor verdichting van het groen. Dat zoiets kan, bleek haar tijdens een werkbezoek in de Van Deysselbuurt in Geuzenveld. Zij zag daar de ruimte in het straatontwerp, met brede lanen en groen tussen de woningen. De woningen worden soms hoger herbouwd. Er wordt ook gewerkt aan het vergroenen van pleinen door de aanleg van voedselbos. Zij roept de wethouder op om te bouwen, maar tegelijkertijd ook te zorgen voor een leefbare stad. De heer KREUGER vraagt hoeveel woningen D66 wil laten bouwen per jaar.
Wat komt er in het verkiezingsprogramma? Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat zij niet vooruit kan lopen op het verkiezingsprogramma, dat op dit moment geschreven wordt samen met de leden. Momenteel houdt haar fractie vast aan de afgesproken 7500 woningen per jaar. De heer KREUGER merkt op dat die 7500 woningen te weinig is, gezien het tekort in de MRA. Moet dat aantal dan niet verhoogd worden? Mevrouw ROODERKERK is het daarmee eens. Zij is blij dat de heer Kreuger harder wil gaan, zoals ook haar fractie dat wil. Toch is het nu eerst zaak om de 7500 te halen na deze coronacrisis. De heer KREUGER concludeert dat op die manier straks een heel grote groep mensen tot 2030 geen woning zal hebben. Landelijk zou men om dit te voorkomen kunnen denken aan een beperking van migratie, maar Amsterdam gaat daar niet over. Men zal keuzes moeten maken. Mevrouw ROODERKERK ziet een beperking van migratie niet als een instrument. Wel deelt zij de zorg van de heer Kreuger dat er te weinig woningen zijn. Er moet in de komende jaren heel veel worden gebouwd. Haar fractie is een van de mede-indieners van de motie waarin opkoopbescherming wordt voorgesteld. Dat is belangrijk om ervoor te zorgen dat de woningen er zijn voor starters en Amsterdammers, en niet voor beleggers. Het lerarentekort is met 20% toegenomen. In de rapportage staat dat er 125 sociale woningen met voorrang zijn gegeven aan leraren.
Voor private woningen waren dat er maar 15. Zij vraagt hoe men kan zorgen voor meer lerarenwoningen in de private sector. Het probleem is dat woningen al snel te duur worden voor leraren. Haar fractie is met allerlei voorstellen gekomen om tot meer groen te komen, met groene pleinen, stegen, stadsbossen, tiny forests, groene daken en bushokjes. Zij vraagt hoe men de 1 miljoen euro extra wordt besteed. Zij wil meer in detail zien wat er wordt vergroend in de stad. De heer FLENTGE hoorde van mevrouw Rooderkerk dat het private segment voor leraren misschien te duur zal zijn. Bedoelt zij dat D66 inziet dat zeker voor startende leraren een sociale huurwoning een heel reëel alternatief kan zijn? Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat er voor meer voorrangwoningen voor leraren afspraken gemaakt worden met sociale corporaties. Er zijn op die manier in het
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 juni 2021
WB
afgelopen jaar 125 woningen geleverd. Daarnaast wordt ook ingezet op de private markt. Dat heeft echter maar 15 woningen opgeleverd. Zij ziet daarom in het private segment nog veel ruimte voor meer woningen voor leraren. Wat kan men doen om ervoor te zorgen dat er meer woningen beschikbaar komen? De heer FLENTGE kan zich voorstellen dat de leraren behoefte hebben aan betaalbare, dus sociale huurwoningen. Is D66 tot het inzicht gekomen dat de sociale huur ook bestemd moet worden voor mensen in de publieke sector, zoals leraren? Dat zou betekenen dat het sociale huursegment groot genoeg moet blijven. Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat er meer middenhuur moet komen voor leraren, politieagenten, zorgmedewerkers etc. Daarmee creëer je een apart segment tussen sociaal en duur. Dat bevordert de doorstroming en zorgt ervoor dat er meer betaalbare huurwoningen beschikbaar komen voor deze groepen. De vraagt is hoe je meer private woningen met voorrang voor leraren krijgt. De heer FLENTGE reageert dat het inderdaad heel goed zou zijn als er meer middenhuurwoningen voor leraren beschikbaar komen. Maar mogelijk is er een grotere vraag bij leraren naar sociale huur. Zou dat voor een leraar dus geen reëel alternatief kunnen zijn voor dure private woningen? Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat er afspraken zijn gemaakt voor sociale woningen. Die steunt haar fractie.