Conceptverslag WB 03-11-2021
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 03-11-2021
CONCEPT Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Wonen en Bouwen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Woensdag 3 november 2021 van 09.10 uur tot 12.35 uur, hybride vergadering Woensdag 24 november 2021
Voorzitter: mevrouw La Rose Portefeuillehouder: wethouder de heer Wedemeijer Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster Verslaglegging: de heer Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bakker (PvdD), de heer De Boer (JA21), de heer Flentge (SP), de heer Havelaar (CDA), de heer Van den Heuvel (ChristenUnie), mevrouw Kiliç (DENK), de heer Kreuger (JA21), de heer Leenders (PvdA), de heer Mangal (DENK), de heer Mbarki (PvdA), mevrouw Nanninga (JA21), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden (met bericht): Overige aanwezigen: de heer De Ridder (Rekenkamer Metropool Amsterdam), de heer Bruinsma, de heer Verbeek, de heer Goes
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.10 uur en heet iedereen hartelijk welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER merkt op dat naar aanleiding van de persconferentie van het kabinet gisteravond de 1,5 m-maatregelen weer in acht genomen zullen worden. Wethouder WEDEMEIJER doet de volgende mededelingen. Het college heeft vandaag de zelfwoonplicht in de inspraak gelegd. Naar aanleiding van een vraag over hondenlosloopgebieden en het attenderen van hondenbezitters op het gevaar van grasaren zal hij die informatie op de website Amsterdam.nl/honden te zetten. Er komen geen extra woningen bij voor de politie. Dit in verband met de beroepsgroepenregeling, waarnaar gevraagd werd door de heer Mangal. De evaluatie van Van Groot naar Beter en Van Hoog naar Laag, waarnaar gevraagd werd door GroenLinks, is besproken op 2 oktober 2019. Er komt geen nieuwe evaluatie voor de verkiezingen, maar wel mag een voortgangsrapportage over 2021 verwacht worden. c.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
Vaststellen agenda De agenda wordt conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WB d.d. 27 oktober 2021 De VOORZITTER merkt op dat het verslag nog niet is binnengekomen. Het zal bij de vergaderstukken van de commissie van 24 november gevoegd worden en dan worden vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Er worden geen opmerkingen gemaakt. f. TKN-lijst De heer MBARKI verzoekt om TKN-2 te agenderen. Zijn fractie heeft wat vragen over de aanpak woonfraude. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER merkt op dat er geen stukken zijn binnengekomen. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek De heer VERBEEK spreekt op persoonlijke titel over het vaststellen van de wijziging in de huisvestingsverordening per 2022. Hij merkt op dat op de woningmarkt een ratrace gaande is van wanhopige woningzoekenden, huurders die steeds meer moeten betalen voor steeds minder woonruimte. Dat zag de raad al in 2016, of misschien nog eerder. Voor de kamerexploitatie van woningen legde het gemeentebestuur in het belang van de woningvoorraad, de leefbaarheid en de kamerhuurders een bodem in de markt. In de verordening werd vereist dat bij het verbouwen van woningen voor kamerexploitatie de kamers ten minste 12 m2 moesten meten.
Per 1 januari 2020 werd die norm nog verder aangescherpt tot een verbod op het verbouwen voor kamers van welke grootte dan ook. Over dat verbod verklaart de nieuwe wethouder dat hij het beleid op hoofdlijnen niet wil veranderen. Daar is inderdaad geen enkele reden voor. De uitspraak van de Raad van State waarnaar de wethouder verwijst is nu juist geen wijziging van het beleid. Die bevestigt alleen dat het beleid klopt. Dat verbod op kamers kleiner dan 12 m2, en inmiddels van welke grootte dan ook, werkt goed. Dit antwoord heeft B. en W. gegeven in 2020 op schriftelijke vragen van mevrouw Van Soest. Het college stelde haar gerust: bij het verbouwen gold inderdaad een eis van 12 m 2. In de nieuwe HVV is het verbouwen tot onzelfstandige woonruimte volledig uitgesloten. B. en W. zegt in die beantwoording dat men juist is tegemoetgekomen aan de wens om
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
ophokken te voorkomen. Toch zegt de wethouder in zijn voorstel voor het intrekken van het verbouwverbod dat de wijziging de situatie herstelt van voor de uitspraak van de Raad van State. Zoals blijkt uit de voorgelezen antwoorden, is dat onwaar. De nieuwe wethouder moet verkeerd geïnformeerd zijn. Wellicht viel het op dat er naast de afwijzende stadsdeeladviezen slechts enkele inspreekreacties zijn op dit punt. Dat komt hierdoor: in ondenkbare achterbaksheid is de intrekking van dit verbouwverbod voor de insprekers verhuld in de kleine juristenlettertjes. Het is niet gepresenteerd als wijziging, terwijl het een cruciale wijziging is. Hij pleit ervoor te voorkomen dat de woningvoorraad en de leefbaarheid afgebroken worden. Het verbouwverbod mag niet ingetrokken worden. Via een amendement moet het verbouwverbod in de verordening gehouden worden. Het voorgestelde nieuwe artikel 3.1.5 moet geschrapt worden. De heer GOES spreekt op persoonlijke titel over de aanpassing van de huisvestingsverordening. Hij is belastinginspecteur geweest, en daarna 21 jaar rechter. Nu is hij gepensioneerd. Als onafhankelijk wetenschapper heeft hij in het Nederlands Juristenblad al drie keer gepubliceerd over toeristische verhuur. Zij drijfveer is vooral de ernstige schending van de rechtspositie van de toeristische verhuurder.
Het voorliggende voorstel is vooral vanwege de strijdigheid met de IT-richtlijn en de Awb zo dramatisch slecht, dat het noodzakelijk is dat de gemeenteraad het voorstel verwerpt. Hij heeft in zijn inspraakdocument aan het college van 1 juli jl. terdege onderbouwd dat de artikelen waarbij aan platforms verplichtingen worden opgelegd in strijd zijn met de strikt inhoudelijke voorwaarden, met name op het gebied van openbare orde, en ook met de procedurele voorwaarden in de richtlijnen. Ook werd in de richtlijnen een platform om een algehele toezichtverplichting op te leggen. Het college wil echter geen enkel argument van hem in zijn nota van beantwoording. Als een verhuurder zijn verhuurquotum volledig heeft benut en zijn platform daarvan in kennis heeft gesteld, geldt voor dat platform een publicatiegebod. Dit ter kennis stellen is een besluit in de zin van de Awb. Zowel het platform als de verhuurder zijn belanghebbenden. Het besluit moet dan ook zorgvuldig worden voorbereid, waarbij het ondenkbaar is dat het college niet met belanghebbenden in overleg treedt. Het besluit treedt pas in werking als het aan belanghebbenden gemotiveerd is bekendgemaakt. Ten onrechte bestrijdt het college in zijn nota van beantwoording dat de Awb niet op het besluit van toepassing is. Partijen kunnen schorsing van het besluit bewerkstelligen door een voorlopige voorziening aan te vragen.
Het verzoek zal dan door de rechter gehonoreerd worden, want er is sprake van onverwijlde spoed voor belanghebbenden, er is een redelijke mate van zekerheid dat het besluit niet in stand zal blijven. Bovendien weegt het belang van het college niet op tegen de belangen van het platform en de verhuurder. Daarmee ontvalt de benodigde effectiviteit van het besluit. Voor zijn overige argumenten verwijst hij naar de twee eerder toegestuurde argumenten. Als de gemeente zijn advies niet overneemt, zal de rechter de betreffende artikelen onverbindend verklaren. Het is wenselijk dat dat de gemeenteraad de stemming over deze artikelen uitstelt en de tijd neemt om nader advies over de materie in te winnen. De heer HAVELAAR vraagt of de heer Goes tegen de doelstellingen is die de maatregelen beogen, of denkt dat je met deze aan te nemen maatregelen in een juridische valkuil loopt. Zijn ze dus niet uitvoerbaar? De heer GOES antwoordt dat juridische overlast in deze stad een feit is. Ze moet bestreden worden met de juridische middelen die je hebt. Eerst moet je de overlast onderzoeken veroorzaakt door toeristen die in particuliere woningen verblijven. Je moet vaststellen dat inderdaad mensen die via Airbnb huren verantwoordelijk zijn voor de overlast. Dat is niet eenvoudig. Alleen als dat werkelijk zo is, mag je maatregelen nemen. Vandaag zijn de platforms aan de orde.
Het blijkt bijna niet aan te tonen voor de gemeente dat het tonen van een advertentie zonder registratienummer leidt tot ernstige overlast in Amsterdam. Daarom is hij tegen dit voorstel. Ook is hij tegen de gehele paragraaf over toeristische verhuur.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
De heer BRUINSMA spreekt namens Amsterdam Gastvrij over de aanpassing van de huisvestingsverordening. Amsterdam Gastvrij steunt het wijzigingsvoorstel over de platformverplichtingen van harte en vraagt de raad ermee in te stemmen. Amsterdam Gastvrij heeft altijd alle maatregelen gesteund die verhuur transparanter maken, en blijft daar ook in de toekomst steun aan geven. De gemeente mag weten wie waar verhuurt. Houd je je aan de regels, dan is er geen enkele reden om verstoppertje te spelen. Amsterdam Gastvrij heeft dan ook altijd gepleit voor een registratiestelsel. Transparantie maakt ook veel duidelijker wat de werkelijke mate van verhuur is. Doordat de meerderheid van de listings, zo’n 11.000, al lang niet meer actief was, werd het beeld nogal vertroebeld. Eindelijk wordt nu zichtbaar hoeveel verhuurders werkelijk actief zijn. Dat komt goed overeen met het aantal vergunningen. De transparantie die is ontstaan leert ook dat het aantal listings nooit een goede maat voor verhuur is geweest. Helaas is er het laatste jaar op basis van deze cijfers nogal wat onnodige regelgeving ontstaan. Een andere reden om het voorstel te steunen is de volgende. De grote platforms hebben gelukkig al eerder dan verplicht alle inactieve, niet-geregistreerde listings verwijderd. Dat waren er meer dan 10.000.
Hadden ze dat nagelaten, dan hadden deze 10.000 verhuurders een buitensporige boete van bijna 9000 euro kunnen krijgen, waarschijnlijk zonder dat ze wisten waarom. Ze hadden de advertentie immers al uitgezet en ze verhuurden soms al jaren niet meer. De gevolgen van 100 miljoen euro aan boetes zouden niet te overzien zijn. Met platformverplichtingen worden verhuurders dus beschermd tegen onbedoelde overtredingen. In het algemeen geldt dat meer platformverplichtingen leiden tot een kleinere kans op onbedoelde overtredingen van verhuurders. Amsterdam Gastvrij ziet dan ook veel liever een waterdicht systeem met digitale toegangspoorten dan een administratieve hindernisbaan met torenhoge boetes aan de uitgang. Het registratiestelsel met platformverplichtingen is een goede stap in deze richting. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d. Rondvraag De heer HAVELAAR merkt in verband met de boetes op de huisvestingsverordening van ruim 21.000 en ruim 8000 euro op dat hij een woonbooteigenaar sprak die een administratieve fout had gemaakt. Zij kreeg daarvoor een boete van 21.600 euro. Daaruit blijkt dat het goed was geweest als de raad had besloten om eerst een waarschuwing te geven, want deze eigenaar wist het gewoon niet. Ze heeft nu zienswijzen ingediend bij de gemeente.
Hij vraagt hoeveel boetes van 21.600 of 8700 euro er uitgedeeld zijn sinds er gehandhaafd wordt bij particulieren. Wat zijn de belangrijkste redenen daarvoor? Hoeveel bezwaren en zienswijzen hebben deze boetes opgeleverd? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat de raad medio april 2022 via de raadsinformatiebrief resultaten handhaving woonfraude incasso nader geïnformeerd. Het is buitengewoon ingewikkeld om na te gaan hoeveel bezwaren ingediend zijn. Indien gewend kan hij hieraan aandacht geven in de genoemde raadsinformatiebrief. De heer HAVELAAR vindt april 2022 aan de late kant. Medio dit jaar is men actiever gaan handhaven, dus het lijkt niet erg moeilijk om na te gaan hoeveel boetes van dit astronomische bedrag zijn uitgeschreven, of te tellen hoeveel bezwaren daarop zijn binnengekomen.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat het wel degelijk ingewikkeld is, want het moet uit systemen gehaald worden. Dat gaat niet met één druk op de knop. Het kost ambtelijke capaciteit om dit te doen. Hij is benieuwd naar de reden van deze vraag. De heer HAVELAAR antwoordt dat hij nieuwsgierig is hoeveel particulieren deze hoge boetes krijgen. Hij is bang dat het effect van deze maatregel te groot is. Als honderden boetes uitgereikt worden aan inwoners van de stad, moet je nadenken of de maatregel wel het beoogde effect heeft. Dat geldt eens te meer als die boetes leiden tot bezwaren. Wethouder WEDEMEIJER blijft erbij dat het gevraagde teveel ambtelijke capaciteit kost. Hij wil niet te vaak afwijken van de rapportagemomenten en zegt de gevraagde informatie niet toe. De heer WIJNANTS feliciteert de wethouder met de opkoopbescherming, die neerkomt op een majeure beleidswijziging. Er is echter nog een andere majeure beleidswijziging, namelijk de grens van middeldure koop in Amsterdam. Die stond dit jaar op 314.000 euro, en daar wordt nu ineens twee ton bovenop gedaan. Het wordt nu 512.000 euro. Hij vraagt de wethouder de effecten hiervan mee te nemen in het volgende woningbouwbeleid mee te nemen. Wordt ook bij de WiA-cijfers gerekend met deze nieuwe grens? En bij de 40-40-20-verdeling? Wethouder WEDEMEIJER vindt de vraag terecht. Hij is bereid hierover in discussie te gaan.
Hij zal later nog aangeven of de genoemde dingen op basis van de nieuwe grens aangepast zullen worden. In ieder geval kunnen er verschillende getallen gebruikt worden voor verschillende doelen. De wetgever heeft opdracht gegeven om zelf te beoordelen waar die grens ligt voor middeldure koop. De gemeente heeft daarbij een heel grote mate van vrijheid. Er wordt bekeken wat de gemiddelde marktsituatie is in Amsterdam en hoe die verdeeld is over de verschillende prijsklassen. Hijzelf denkt dat de nieuwe grens heel goed is, want daarmee wordt 60% van de markt gedekt. Hij staat open om hierover in discussie te gaan. De heer WIJNANTS vraagt hoe deze toezegging genoteerd kan worden in de termijnagenda. Wethouder WEDEMEIJER kan daarop geen antwoord geven. Hij zal zijn best doen. De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. BESPREEKPUNTEN Openbare Ruimte en Groen 3. Kennisnemen van het rapport van de Rekenkamer ‘Groen in de stad’ en aanbevelingen overnemen (ZD2021-013105) De heer DE RIDDER (Rekenkamer) is trots op dit rapport waarvan hij hoopt dat het in de komende tijd van betekenis zal zijn. De raad vindt groen in de stad heel belangrijk. De Rekenkamer vindt het erg belangrijk om te bekijken hoe je groen in de stad in kaart kan brengen, en het blijkt ingewikkeld te zijn.
De ambtenaren vonden het niet verstandig om een voorstel te doen over het formuleren van normen, omdat daarmee de discussie platgeslagen zou worden. Iedere buurt is anders en met een algemene norm kom je dan in de problemen. Hij begreep dit, maar het speelt natuurlijk altijd bij normen. Met normen kan je discussiëren, en zonder praat je in het luchtledige. Met een norm moet het college kunnen uitleggen waarom het in een bepaalde situatie toch net wat anders ligt. Met alle begrip voor de bezwaren van zijn
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
ambtenaren, wil hij dus toch blijven pleiten voor normen en het stellen van goede doelen. Mevrouw VAN PIJPEN complimenteert de heer De Ridder en zijn medewerkers voor dit onderzoek, waarmee de inzet voor een radicale vergroening onderstreept wordt. De kentering lijkt ingezet, maar er moeten nog verdere stappen gezet worden. Dat is voor haar een kernzin uit het onderzoek. Zij is blij dat het college alle aanbevelingen uit het rapport overneemt. De doorontwikkeling van definities, indicatoren en normen is een goede zaak. Ook zij ziet de noodzaak voor het maatwerk. De balans tegen algemene normen en maatwerk is wezenlijk. Uit het onderzoek blijkt er sprake te zijn van een versnippering van het groen. Haar fractie pleit altijd voor een groene verbinding om die versnippering te verminderen. Zij vraagt dan ook het tegengaan van versnippering mee te nemen bij de verdere ontwikkeling van indicatoren en streefwaardes. Wellicht kan er ook een norm over de maximale versnippering van groen opgenomen worden. Het rapport gaat over groen, niet over blauw. Maar ook het water vertegenwoordigt belangrijke waardes, zoals de natuurwaarde en de gezondheidswaarde. Misschien was dat ook reden voor de verbazing toen IJburg naar voren kwam als wijk waar onvoldoende groen is. Dat is een terechte conclusie als je het zo leest, maar het beeld van IJburg is dat het landelijk is, wat komt door het water.
Daarom is het belangrijk om groen en blauw met elkaar te verbinden bij de verdere ontwikkeling van normen en streefwaardes. Opvallend in het onderzoek zijn de grote verschillen bij het onderhoud van het groen per stadsdeel of zelfs wijk. Zij heeft behoefte aan meer inzicht in de wijze waarop men daarmee omgaat. Graag wil zij nader geïnformeerd worden in een technische sessie. De heer WIJNANTS vraagt mevrouw Van Pijpen hoe zij kijkt naar de aanbeveling over het in evenwicht houden van de ambities voor het beheer en aanleg van groen, afgezet tegen de financiële middelen. Mevrouw VAN PIJPEN antwoordt dat haar fractie de aanbevelingen van het rapport overneemt. Dat geldt dus ook voor die aanbeveling. Zij is benieuwd wat er met de invulling van de aanbeveling gebeurt. De heer WIJNANTS vraagt of haar fractie extra financiële middelen beschikbaar wil stellen. Overweegt zij een amendement om extra geld beschikbaar te stellen? Mevrouw VAN PIJPEN antwoordt dat die vraag vorige week aan de orde kwam bij de begrotingsbehandeling. Sinds deze coalitie aantrad is er veel extra geld gereserveerd voor investeringen in groen. Dat komt nu ook weer in de begroting tot uiting. Mevrouw ROODERKERK voelt zich door dit rapport gesterkt in haar mening dat deze stad radicaal veel groener gemaakt moet worden. Ook bij de woningbouwopgave mag groen niet het onderspit delven. Het moet hand in hand gaan.
Haar fractie is daarvoor met veel voorstellen gekomen, zoals over verticaal groen of kleine stadsbossen. Daaraan wordt gewerkt met de Groenvisie. Uit het rapport blijkt dat er wellicht normen zijn voor de nieuwe stad, maar niet voor de bestaande. Ook zijn er geen normen voor de manier waarop het groen beleefd wordt. Dat is een lacune in het beleid. Haar fractie is verheugd dat het college alle aanbevelingen uit wil voeren. Zij vraagt of het college bereid is dat nog voor de verkiezingen te doen. Ook vraagt zij of het college ook de Groenvisie wil aanpassen. Mevrouw VAN SOEST vraagt of mevrouw Rooderkerk vindt dat de woningbouw zou moeten worden aangepast. In Noord worden woningen gebouwd, op- en in elkaar, waarbij het groen ergens anders gecompenseerd wordt. Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat daarover al veel gediscussieerd is in deze commissie. Haar fractie vindt dat het nodig is woningen te bouwen, maar dan hand in hand met de aanleg van groen. Bij het project in Noord waarover mevrouw Van Soest
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
het heeft, heeft haar partij gezegd dat het binnen het gebied mogelijk moet worden gemaakt dat het groen terugkomt. Daarvoor heeft haar fractie een voorstel ingediend. Dat gebeurt nu ook, en als het niet in het gebied kan, gebeurt het in de directe omgeving. Zij is het eens met mevrouw Van Soest dat de bouw van woningen niet ten koste mag gaan van het groen. Wat haar betreft gaat het daarbij niet alleen over Noord, maar over de hele stad. Zij wil in de binnenstad veel meer groene stegen zien, en in West is een groot tekort aan groen. Mevrouw VAN SOEST vraagt of mevrouw Rooderkerk bereid is om eventueel de woningbouw aan te passen. Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat het wat haar betreft hand in hand moet gaan. Als er een nieuwe straat komt, moet dat ook in de bestaande omgeving leiden tot meer groen. Ook kan gedacht worden aan verticaal groen, groene balkons, etc. Mevrouw VAN SOEST nodigt mevrouw Rooderkerk uit om samen over het NDSM-terrein te lopen. Daar is geen groen. Het is een bedrijventerrein. Daar gaat men woningen bouwen, en als daar geen groen bijgeplaatst wordt ontstaat een probleem. Mevrouw ROODERKERK neemt de uitnodiging aan. Het moet daar inderdaad veel groener. Het college heeft een brief aan de raad gestuurd met het voorstel daar meer groen en sport mogelijk te maken.
Mevrouw VAN PIJPEN vraagt of mevrouw Rooderkerk een contradictie ziet tussen het rapport en de Groenvisie. In het rapport staat toch duidelijk dat de Groenvisie verder uitgewerkt wordt? Mevrouw ROODERKERK wil dezelfde vraag aan het college stellen. Als uit het rapport van de Rekenkamer en de uitwerking daarvan door het college blijkt dat een norm wordt vastgesteld, met een vastgestelde waarde van groen, is het voorstelbaar dat dit effect heeft op de Groenvisie. De heer MBARKI vindt het goed dat dit rapport uitgekomen is, omdat de stad zowel wil groeien als verdichten. Groen is essentieel voor leefbare wijken. Het is goed dat het college de aanbevelingen uit het rapport wil overnemen. Een concrete aanbeveling is het binnen een halfjaar ontwikkelen van een normenkader. Dat moet dan jaarlijks gebruikt worden om bij te sturen. Kan het college zich daaraan houden? Een halfjaar is niet lang. Mevrouw BAKKER is de Rekenkamer dankbaar voor dit grondige onderzoek. Het kan de gemeente verder helpen bij het verbeteren van het beleid. Zoals de Rekenkamer constateert, is het niet altijd duidelijk wat men met ‘groen’ bedoelt in het beleid. Functies en doelen die groen dient zijn heel veelzijdig, maar dat komt onvoldoende tot zijn recht in de functies die in de groenvisie staan. De Rekenkamer komt met een interessante analyse die tot een nieuwe indeling van groenfuncties heeft geleid.
Het gaat over groen voor bewegen en ontmoeten, groen voor rust en herstel, groen voor klimaatadaptatie en groen voor natuur. Die functies kunnen natuurlijk ook hand in hand gaan. Het lijkt haar een logische verdeling waarbij de onduidelijkheden beperkt blijven. Enige tijd geleden kwam haar fractie met een initiatiefvoorstel om kunstgrasvelden en velden van een ander materiaal dan natuurgras niet meer te rekenen tot het oppervlak aan groen, omdat zij dat misleidend vindt. Kunstgrasvelden zijn niet levend en kunnen tot hittestress en wateroverlast zorgen. Haar fractie blijft bij dat standpunt en wil het daarom niet meerekenen bij het uitwerken van nieuwe groenfuncties. Eerder werd in de groenvisie en de nota van beantwoording aangekondigd dat er ook groennormen worden ontwikkeld voor de bestaande stad. Uit interviews van de Rekenkamer blijkt die intentie bij de gemeente echter niet. Kan het college die onzekerheid wegnemen? Het lijkt juist wel waardevol om dit te doen en het zou kunnen gebeuren op basis van deze nieuwe groenfuncties die nog moeten worden uitgewerkt.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
Kan het college hierop terugkomen in het plan van aanpak? De Rekenkamer komt ook met een aanbeveling over het beter definiëren van groen, het kiezen van indicatoren, een goede onderbouwing en een verstandig gebruik van streefwaarden. Daarnaast zijn er nog aanbevelingen over de aandacht voor groen in besluitvorming en het evenwicht tussen ambities en financiële middelen. Al die aanbevelingen worden door haar fractie onderschreven. Zij dringt erop aan om ze nog voor de verkiezingen met een plan van aanpak naar de raad te sturen. Vlak voor de vorige verkiezingen stelde het college referentienormen vast voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. Dat stuk heeft haar fractie toen geagendeerd voor de nieuwe raad, maar daar kwam het niet van. De normen zijn dus nooit in de raad besproken. Dat is een gemiste kans. Zij vraagt het college om met het plan van aanpak niet direct nieuwe normen vast te stellen, maar ze tegen die tijd als raadvoordracht aan de raad aan te bieden. Op die manier komt er vroegtijdig ruimte voor debat. Zij hoort graag van andere fracties of die het daarmee eens zijn. Mevrouw VAN SOEST sluit zich grotendeels aan bij het betoog van de vorige spreker. Maar als er in Noord 2000 woningen zijn gekapt voor de woningbouwvereniging, hoe moet dat dan gecompenseerd worden? Zij vraagt de wethouder daar nog naar te kijken.
Aanbeveling 4 van het rapport lijkt haar voor meerdere uitleg vatbaar. Daarin wordt aanbevolen om normen verstandig te gebruiken en oog te houden voor maatwerk en details. Zij vraagt hoe het college deze aanbeveling uit denkt te voeren. Het mag niet zo zijn dat het college deze aanbeveling in zijn voordeel uitlegt. Zij vraagt de heer De Ridder daarop nog nader in te gaan. De heer VAN DEN HEUVEL sluit zich ook voor een groot deel aan bij het betoog van mevrouw Bakker. Kunstgras behoort inderdaad niet tot het normale groen en heeft ook andere eigenschappen dan natuurgras voor sporters. Mevrouw BAKKER wijst erop dat soms velden met een verharde ondergrond wel degelijk nodig zijn. Je kunt niet goed hockeyen op gewoon gras. Het is belangrijk om voldoende sportfaciliteiten te hebben, ook voor sporten die normaal gras niet kunnen gebruiken. Het gaat haar er alleen om dat kunstgras niet gerekend mag worden tot het oppervlak groen. Het is geen levend groen. De heer VAN DEN HEUVEL is het daarmee geheel eens. Ook sluit hij zich aan bij de vragen die mevrouw Rooderkerk stelde over het proces. Komt er voor de verkiezingen al een verdere uitwerking naar de raad? In het rapport staat dat het vormgeven van medebeheer bij het groenbeleid als nogal ingewikkeld wordt ervaren. Ook constateert men dat Amsterdammers participeren die normaliter niet zo snel participeren in gemeentebeleid.
Het zou fijn zijn als het college op dat punt verder in wil gaan. In het rapport staat dat de ambtelijke organisatie en de wijze waarop regels worden gesteld soms nogal lastig lijken aan te sluiten bij participatie en medebeheer. Dat verhoudt zich misschien op gespannen voet met het extra normenkader, dat zeker nodig is. Hij vraagt het college daaraan bij de uitwerking nog verder aandacht te geven. De heer DE RIDDER is het met mevrouw Van Pijpen eens dat ‘blauw’ ook een belangrijk aandachtspunt is voor de stad, bijvoorbeeld als het gaat om klimaatadaptatie. Je moet voorzichtig zijn om IJburg-West als een blauwdruk te zien voor uitbreiding. Niet overal heb je de mogelijkheden om zoveel blauw te creëren, en daarbij komt dat ook in zo’n wijk groen niet onbelangrijk is. Hij antwoordt mevrouw Van Soest dat normen stellen een pleidooi betekenen voor transparantie. Hij vindt dat ontzettend belangrijk. Het is aan de raad om die transparantie te gebruiken als iets niet goed gaat. Het is ook aan de raad om te zeggen of hij het eens is met vastgestelde normen en streefwaarden. Daarom is het zo belangrijk de functies te onderscheiden. Hij antwoordt mevrouw Bakker dat een sportveld met kunstgras valt onder ‘groen’
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
dat misschien zinvol is voor ontspanning. Dat is een van de verschillende functies van groen. De Rekenkamer vindt het belangrijk om scherpe definities te maken van de verschillende functies. Daaruit kunnen dan ook scherpe normen worden geformuleerd. Als men ziet dat, ook scherp geformuleerde, streefwaarden niet worden gehaald, kan daarop het college aangesproken worden. Hij antwoordt mevrouw Van Soest dat een norm niet per se ten faveure van het college werkt. Een norm werkt ten faveure van het debat dat de raad met het college voert. Daarom is de transparantie zo belangrijk. Zonder normen is er geen discussie en wordt de transparantie ondermijnd. Wethouder WEDEMEIJER merkt op dat er twee bewegingen zijn: groen en de verdichtende stad, en groen en het ontharden van de stad. Een stapeling van normen leidt in zijn ervaring als stadsdeelbestuurder tot heel ingewikkelde discussies. Toch is hij het met de Rekenkamer eens dat een norm zinvol kan zijn, bijvoorbeeld als het gaat om de verharde stad. Maar het is niet eenvoudig om dat op korte termijn op te lossen. Hij zegt mevrouw Rooderkerk toe dat hij uit zal zoeken of een vastgestelde norm gevolgen kan hebben voor de Groenvisie. Als je normen vaststelt moet je ook vastleggen hoe hard ze zijn en hoe ze zich verhouden tot andere normen.
Hij antwoordt mevrouw Van Pijpen dat hij ook geconstateerd heeft dat er sprake is van een versnippering van het groen. Dat is bijvoorbeeld aan de hand in Zuidoost. Het verbinden van versnipperd groen is vastgelegd in de Groenvisie. Het rapport gaat niet over blauw, maar er is wel een verbintenis door de groene oevers. Daaraan wordt heel veel aan gewerkt. Toch zou dat nog meer uitgebreid kunnen worden. Hij zal dat zeker meenemen. Er zijn veel verschillen per stadsdeel. Op het gebied van uitvoering, sommige door aannemers en sommigen door eigen beheer. Als daarvoor genoeg belangstelling is, wil hij graag een technische sessie organiseren. Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat het haar gaat om het onderhoud van het groen. Zij doelt daarbij op het maaien, of algemeen onderhoud van het groen. Wethouder WEDEMEIJER merkt op dat er een norm is. Die moet worden uitgevoerd. Als een technische sessie gewenst is, kan hij die toezeggen. Hij antwoordt mevrouw Rooderkerk dat het plan van aanpak in Q1 verwacht mag worden. Hij zal bekijken of de normen in de Groenvisie moeten worden vastgelegd. Normen moeten in ieder geval ergens worden vastgelegd. Hij antwoordt de heer Mbarki verder dat het de intentie is om het normenkader binnen een halfjaar vast te stellen. Als het niet lukt, komt hij bij de commissie terug. Hij antwoordt mevrouw Bakker dat hij de vier functies van het groen heel zinvol vindt.
Stadsdeelbestuurders kunnen daarmee verder aan de slag gaan. Hij wil nu niet ingaan op de discussie rond kunstgrasvelden. Hij zal bij de volgende vergadering uiteenzetten hoe hij omgaat met de raadsvoordracht. Hij antwoordt mevrouw Van Soest dat hij de casus over de compensatie van 2000 bomen niet kent. Hij komt er de volgende keer bij de mondelinge mededelingen op terug. Het beleid is om gekapte bomen te compenseren. Hoe je omgaat met maatwerk en details is een ingewikkelde vraag. Het is het werk van de stadsdelen. Er zal nog op teruggekomen worden in het plan van aanpak. Hij antwoordt de heer Van den Heuvel dat participatie en medebeheer inderdaad ingewikkeld is. Het gaat steeds meer richting standaardisatie. Juist in de stadsdelen zie je dan dat burgers willen medebeheren. Hij zal dat zeker meenemen, want de betrokkenheid van de burgers is essentieel om de openbare ruimte in een zo goed mogelijke staat te houden. Tweede termijn Mevrouw BAKKER las in het stuk dat uit de interviews niet naar voren kwam dat
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
er urgentie zou zijn om voor de bestaande stad groennormen te ontwikkelen. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder WEDEMEIJER wil niet toezeggen dat er een norm komt, maar hij zal er wel serieus over nadenken. Het is duidelijk dat je voor de bestaande stad zal moeten nadenken over het groen. Bij een stapeling van normen lukt het niet meer dingen uit te voeren, omdat de ene de andere norm tegenspreekt. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is en gereed voor een middellange behandeling in de raad. De commissie zal nog onderling bespreken of de voorgestelde technische sessie gewenst is. Zij schorst de vergadering voor enkele ogenblikken. Bouwen en Wonen 4. Vaststellen wijzigingen in de Huisvestingsverordening per 2022 (ZD2021-013800) Mevrouw VAN SOEST vraagt de wethouder nadere toelichting te geven op het woonwagenbeleid dat uitgevoerd moet worden. Zij vraagt een toelichting te geven op de manier waarop dit in de toekomst vormgegeven wordt. De heer WIJNANTS merkt op dat de beleggers aangegeven hebben dat de geldigheidsduur van de woonvergunning van één maand onhandig is. Er zit namelijk vaak een langere periode van leegstand tussen, waardoor de vergunningen weer vervallen. Mensen kunnen er dan niet gaan wonen, wat slecht is voor de nieuwe bewoners en voor de beleggers.
Kan er iets gedaan worden met de geldigheidsduur van de woonvergunningen, zodat het iets beter op de praktijk aansluit? Mevrouw ROODERKERK is het eens met de voorstelde wijzigingen. Met name denkt zij daarbij aan de verbeterpunten die opgenomen worden in de voorrangsregeling voor beroepen zoals leraar of politie, en de wijzigingen bij het puntensysteem voor woningen. Ook steunt haar fractie de boetes voor platforms die zich niet houden aan de regels over het publiceren van niet-geregistreerde verhuurders. De heer MANGAL is blij dat bewoners in de buurt voorrang gaan krijgen op woningen die nog in hun eigen buurt worden gebouwd. Dat is belangrijk voor de doorstroming en voor de sociale middenhuur. Hij vraagt of hiermee ook de inwonende daklozen worden bedoeld. Er wordt gesproken over twee stadsdelen. Welke zouden dat zijn? Zit Zuidoost daar ook bij? Daar komen namelijk geen sociale woningen bij. Hij vraagt of met deze regeling de vrijgekomen sociale woningen met de beoogde doorstroom kunnen worden vergeven aan bijvoorbeeld de kinderen van Zuidoost die inmiddels geen kinderen meer zijn, maar gedwongen moeten blijven wonen bij hun ouders, waar hun leven op pauze staat. Het komt daar zelfs voor dat getrouwde stellen op een oude puberkamer moeten blijven bij een van de ouders. In Zuidoost wordt alleen middenhuur in de vrije sector gebouwd.
25% reservering voor deze voorrang is dan wellicht wat dunnetjes. Heeft de wethouder in beeld hoeveel woningen nodig zouden zijn om dit probleem in de komende vier tot vijf jaar op te kunnen lossen? Mevrouw VAN RENSSEN vindt het goed dat bewoners van woongroepen en wooncoöperaties nu ook hun eigen medebewoners kunnen kiezen in bijzondere situaties, terwijl wel aan de voorwaarden van inkomenseisen moet worden voldaan. Zij vraagt of dit ook voor woonzorggroepen geldt. Mensen zoeken steeds vaker een woning in de buurt. Ze verhuizen het liefst naar een straat verder. Daarom is zij blij met deze voorrangsregeling in de huisvestingsverordening. Zij is blij dat het eerste project, op de Paasheuvelweg, nu ook is opgenomen in de bijlage van de huisvestingsverordening. Zij vraagt de wethouder nog iets te zeggen over volgende projecten. En is het in de toekomst mogelijk om eventueel
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
de voorrang per gebied, waarbij ze doelt op het gebiedsniveau van 22 plus 1 gebieden in Amsterdam, eventueel te verfijnen of in te voeren? Op die manier zou het bijvoorbeeld mogelijk moeten worden dat jongeren uit de Diamantbuurt die niet meer bij hun ouders willen worden voorrang krijgen uit de Diamantbuurt, en niet mensen uit bijvoorbeeld Buitenveldert die voorrang krijgen. Zij vraagt de wethouder of het mogelijk is om in de toekomst de aanmelding van deze projecten niet alleen op basis van vrijwilligheid te doen, maar het verplicht te stellen. Het toevoegen van kamers is volgens de Raad van State ook woningvorming in de zin van de Huisvestingswet. De betreffende wijziging ziet zij echter als een verandering van wat men voor ogen had in 2019. Het is niet helemaal een beleidsneutrale wijziging. Indertijd ging men ervan uit dat het toevoegen van kamers niet mogelijk zou zijn zonder vergunning. Wethouder Ivens heeft dat toen meerdere keren bevestigd. De woningvormingsvergunning is feitelijk een verbod om te verbouwen voor kamerverhuur. Door nu een vrijstelling te geven op dat verbod om te verbouwen, worden eigenlijk onrechtmatige situaties in de hand gewerkt. Dan wordt een woning die later wordt verkocht alvast vertimmerd, of men plaatst een muurtje erbij zonder dat er een omgevingsvergunning voor bouwen voor nodig is. Dat kan dan niet of onvoldoende gehandhaafd worden.
Dit is ook de lijn van de stadsdelen Nieuw-West,. Zuidoost en West, dus stadsdelen die juist veel met het verkameren van vooral eengezinswoningen te maken krijgen. Ook zijn dat stadsdelen waar nog ruimte zit in de quota. Het is dus niet vreemd dat juist deze stadsdelen zich daar zorgen over maken. Sinds de uitspraak van de Raad van State is de situatie al een jaar zo. Zij ziet daarom geen noodzaak om dit nu aan te passen. Er zijn op een gegeven moment twee alternatieven uitgewerkt. Je zou het naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State kunnen laten zoals het is, of je zou de voorgestelde vrijstelling de enige kunnen laten zijn. De effecten van die vrijstelling kun je verder niet helemaal goed overzien. Hoe zorg je ervoor dat het vertimmeren van de woning geen nadelige effecten heeft op de leefbaarheid? Als er een kamerverhuurvergunning is verleend, is woningvorming van kamers toegestaan. Dat is zo afgesproken. Je zou de huisvestingsverordening zo kunnen wijzigen dat alleen woningvorming is toegestaan voor kamers waarvoor een kamerverhuurvergunning is aangevraagd en ook verleend. Daarvoor zou je dan de vrijstelling kunnen opnemen. Voor andere situaties blijft dan staan dat het vertimmeren, dus het woningvormen, is verboden. Op die manier heb je geen dubbele vergunningen en extra bureaucratische lastten en zijn de voorwaarden helder voor Amsterdammers.
Haar fractie heeft in december per motie gevraagd naar een onderzoek naar de wijkindeling voor de kamerverhuur en de verschillende quota. Zou de voorgestelde wijziging niet in dat licht moeten worden besproken? Wanneer mogen de uitkomsten van dit onderzoek verwacht worden? De heer FLENTGE sluit zich aan bij de gestelde vragen van mevrouw Van Renssen. Hij vraagt zich vooral af wat de gevolgen zijn van de vrijstellingen. Hij is heel blij met alles wat gedaan is voor de voorrangsregeling. De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt mevrouw Van Soest dat hij in een later stadium nog in zal gaan op het woonwagenbeleid. In dit geval gaat het allemaal om beleidsneutrale wijzigingen. Hij antwoordt de heer Wijnants dat het technische probleem dat hij aankaart bij hem bekend is. Om het op te lossen zal de verordening aangepast moeten worden; hij kan er nu niet snel iets aan doen. In ieder geval kijkt hij er serieus naar. Hij dankt mevrouw Rooderkerk voor de regeling. Hij antwoordt de heer Mangal dat de voorrangsregeling toepassen voor daklozen uit het stadsdeel niet eenvoudig te realiseren is. De daklozen moeten ingezetenen zijn en duidelijk te verwijzen zijn naar het bekende stadsdeel.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
De heer MANGAL licht toe dat hij niet doelde op de daklozen die buiten slapen, maar op daklozen die wel ingeschreven staan als woningzoekenden, maar geen woning kunnen vinden. Dat zijn soms mensen die moeten blijven inwonen bij hun ouders of vrienden. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat die gewoon meedoen, voor zover ze een duidelijke verbinding hebben met een stadsdeel. Hij kan niet zeggen hoeveel woningen er nodig zijn, want de vraag is overweldigend. Dit is een van de manieren om de problemen op te lossen, maar wonderen kun je er ook niet van verwachten. In Zuidoost wordt dit in ieder geval zeer positief ontvangen. Hij antwoordt mevrouw Van Renssen dat de woonzorggroepen meegenomen zijn. De heer MANGAL wijst erop dat het ging om twee stadsdelen, dus nog een andere naast Zuidoost. Welk stadsdeel is dat? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat het in principe van toepassing is op alle stadsdelen. Hij antwoordt mevrouw Van Renssen verder dat voor het geval iemand in de zolder van een vergunde verkamerde woning, bijvoorbeeld met drie kamers, een tussenwandje plaatst, waardoor van drie vier kamers gemaakt worden, het de bedoeling is dat daarvoor opnieuw een kamervergunning aangevraagd wordt. Het moet opnieuw getoetst worden. De Raad van State zegt daarvan dat het om woningvorming gaat. Die valt onder een andere kolom van juridische regels en moet getoetst worden.
Mevrouw Van Renssen zegt dat het om een nieuwe omstandigheid gaat, maar zoals hij het begrijpt is het de bedoeling dat de extra verkameringen onder de kolom van het kamerverhuurbeleid valt en dat zelfstandige woningvorming onder een andere kolom valt. In zijn visie wordt hiermee geprobeerd een technische verandering aan te brengen waardoor alle verkameringen onder dezelfde kolom vallen. Als die vrijstelling niet verleend wordt, moet bedacht worden welke normen van toepassing moeten zijn op deze woningvormsnorm. Maar welk criterium wil men dan voor die extra kamers? Hij ziet dit niet als een ongebreidelde uitbreidingsdrift, want de uitbreiding van kamers wordt getoetst aan de normen voor kamerverhuur, dus inclusief de geluidsisolatie. Mevrouw VAN RENSSEN ging het om de uitwerking hiervan op de Amsterdamse woningmarkt. Zij vraagt of aan de vrijstelling, dus de ene kolom, precies dezelfde voorwaarde getoetst kan worden, op voorwaarde dat in de andere kolom een kamerverhuur is verleend. Je kunt dan alleen verbouwen als je ook gaat verhuren met een vergunning. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat er allerlei vormen van verbouwen bestaan die al dan niet onder de omgevingsvergunning voor het bouwen vallen. Hij kan dat nu niet nauwkeuriger uitleggen. Mevrouw VAN RENSSEN ging het om het woningvormen, dus de kolom van de Huisvestingswet waarover de wethouder het had.
Dat was een andere kolom dan de omzettingsvergunning. Het is allemaal Huisvestingswet, maar als je aan het woningvormen de voorwaarde verbindt dat je een verleende kamerverhuurvergunning moet hebben, dan zijn alle situaties daarbuiten nog steeds verboden. Kan dat verder onderzocht worden? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat hij het wil onderzoeken, maar het is wel een extra juridische stap. Je moet dan een woningvormingsvergunning gaan beoordelen aan de hand van kamerverhuurregels. Beter is het direct een kamerverhuurvergunning extra in te dienen, omdat je dan meteen in de goede kolom zit. De vrijstelling beoogt om mensen naar de juiste kolom te duwen, dus de kolom kamerverhuurvergunningen. Mevrouw Van Renssen wil dat de woningvormingsvergunning een aparte toets krijgt. Hij wijst er in dat verband op dat je bij het aanvragen van de woningvormingsvergunning de
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
kamerverhuurvergunning ook nog steeds aangevraagd moet worden. Dat zijn dus twee vergunningen voor de uitbreiding van drie naar vier kamers. Het is in ieder geval niet de bedoeling om iets vrij te stellen of makkelijker te maken. Mevrouw VAN RENSSEN reageert dat men goed zal moeten kijken of dit inderdaad niet leidt tot vrijstellen of het makkelijker te maken, dus dat het zo uitwerkt in de regels. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht gereed is voor een middellange behandeling in de raad. 5. Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Kreuger inzake het bericht dat woningbouw in Amsterdam niet genoeg zou lonen (ZD2021-013733) Mevrouw NANNINGA licht toe dat er signalen waren dat de woningbouw in Amsterdam soms niet aantrekkelijk genoeg is. Vastgoedadviseur Savills had dit geconcludeerd op basis van het dalende aantal afgegeven bouwvergunningen. Het college gaf de volgende reactie: ‘Het college monitort aan de hand van het aantal in aanbouw genomen woningen.’ Dat betekent dus niet op het aantal afgegeven vergunningen. De nu in aanbouw genomen huizen zijn projecten waarmee men al jaren geleden is gestart. Wethouder Ivens zei met enige regelmaat dat zijn opvolger, of misschien zelfs pas de wethouder daarna, de resultaten van zijn werk zou kunnen laten zien. Dat betekent dat de cijfers voor het aantal startbouw meer iets zeggen over het college van vijf jaar geleden.
Niet zozeer over het huidige college. En omdat de startbouwaantallen niet zoveel zeggen over het huidige college, kan dit college ook niet goed beoordeeld worden op het werk dat het in de afgelopen tijd heeft gedaan. Het is om die reden dat investeerders af en toe zeggen dat het niet rendabel genoeg is, wat dan weer door het college weggewoven wordt. Het probleem is dat de raad nu geen goede indicatoren heeft om de claims te beoordelen. In schriftelijke vragen had haar fractie gevraagd voor hoeveel woningen er bouwvergunningen uitgegeven werden. Die informatie geeft een indicator die iets vroeger in het proces zit. En dat aantal is dalende. Minder bouwvergunningen zullen op termijn onherroepelijk leiden tot minder woningen. Zij vraagt wat de wethouder vindt van het dalend aantal woningen waarvoor een bouwvergunning is afgegeven. En als dat aantal bouwvergunningen toch geen goede graadmeter is, wat is dan wel een goede indicator om het beleid van dit college te beoordelen? De startbouwaantallen zijn dat in ieder geval niet. Is de wethouder dat met haar eens? De heer FLENTGE gaat er niet direct vanuit dat het college geen goed werk levert als investeerders klagen dat ze niet meer kunnen bouwen omdat hun winstmarges niet goed zijn. Zijn vraag aan de wethouder is of er voldoende inschrijvers zijn bij grond die uitgegeven wordt in tenders voor woningbouw.
Als dat voldoende is, lijkt het in beginsel goed te zitten. Mevrouw NANNINGA reageert dat zij het gewoon helder wil hebben. Zij zegt niet zonder meer dat de investeerders zo zielig zijn. De heer FLENTGE reageerde in algemene zin. Hij wilde alleen maar zeggen dat de raad soms iets te snel de kritiek van investeerders overneemt, als die iets roepen. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt mevrouw Nanninga dat hij de signalen van haar fractie niet echt herkent. Tot op heden werden alle projecten altijd volgetekend. Projectontwikkelaars en beleggers willen graag. Een bouwvergunning kan voor een enorm complex zoals een flat worden verleend, maar ook voor een eenheid. Het aantal bouwvergunningen zegt dus op zichzelf niets. Dat is wel het geval bij de planvoorraad. Daarover zal gesproken worden bij de tweedekwartaalrapportage woningbouwplan. Dan
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
kan je per jaar en per soort woning zien wat de planvoorraad is. Vervolgens is er de discussie over het slagingspercentage. Het klopt dat de volgende colleges de linten gaan doorknippen van het werk van het huidige college. De planvoorraad en het slagingspercentage zijn de indicatoren waarmee je de toekomst kan beoordelen, hoewel natuurlijk onder voorbehoud van economische crises etc. Mevrouw NANNINGA kondigt een motie van haar fractie die voor de begrotingsbehandeling. Dit punt hoeft dan niet zelfstandig geagendeerd te worden voor raadsbehandeling. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Openbare Ruimte en Groen 6. Het KNMI-rapport Klimaatsignaal’21: Hoe het klimaat in Nederland snel verandert (ZD2021-014401) Mevrouw VAN RENSSEN is opgeschrikt door het Klimaatsignaal naar aanleiding van het IPCC-rapport van augustus. Volgens het KNMI krijgt Nederland steeds meer te maken met extreem weer. Dat betekent voor het stedelijk gebied van Amsterdam dat men behalve met meer wateroverlast en extremere buiten, ook rekening zal moeten houden met meer droogte en hitte. Dat kan aanleiding geven tot gezondheidsschade. De vraag is nu wat gedaan moet worden om de huidige normen, zoals verwoord in de hemelwaterverordening en de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie, aan te passen naar aanleiding van dit Klimaatsignaal.
Daarbij doelt zij ook op het kijken naar verschillende normen voor verschillende gebieden, afhankelijk van de situatie daar. Mevrouw BAKKER merkt op dat de urgentie om de stad voor te bereiden op hevige buien en langdurige droogte onderstreept wordt door dit Klimaatsignaal. Het lijkt er zelfs op dat de inspanningen wat dit betreft nog groter moeten worden. Bij bespreking van de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie werd erkend dat er heel veel actie moet worden ondernomen. Ook in het Rekenkamerrapport Groen staat dat inrichting volgens de huidige normen niet afdoende zal zijn om de stad voor te bereiden op het veranderende klimaat. Het zal ten koste gaan van de leefbaarheid van de stad. Een groot punt voor haar fractie is de onduidelijkheid wat betreft de doelstellingen en tussenrapportage van de voortgang. Zij wil dat de raad steeds tussentijds inzicht krijgt in de voortgang per gebied. Is men de stad werkelijk klimaatbestendig aan het maken? Waar is het risico op wateroverlast het grootst? Waar verpietert het groen na droogte? Al die dingen moeten inzichtelijk worden zodat de raad kan controleren. Het klimaat werkt ook door in de woonkwaliteit, als woningen niet goed geïsoleerd zijn en het er in de zomer erg heet, en in de winter erg koud is. Dat gaat ten koste van de gezondheid van mensen.
Stappen maken op dit vlak heeft niet alleen gevolgen voor de klimaatbestendigheid van de stad, maar ook voor de gezondheid van mensen. De echte actie en planning daarvan is voor haar fractie niet duidelijk. Het is heel belangrijk dat er goed gerapporteerd wordt. En wat gebeurt er met de hemelwaterverordening en de normen? Mevrouw ROODERKERK vindt in het Klimaatsignaal handvatten voor de omgang met de opwarming in Amsterdam. Uit het Klimaatsignaal blijkt dat elke 10% toename van bomen zorgt voor een afkoeling van 0,3 graden in de stad, met name in de directe omgeving ervan. Dat onderstreept het belang van vergroening. Zij sluit zich aan bij de al gestelde vragen over de hemelwaterverordening. De afspraak is dat die direct aangepast wordt na publicatie van dit Klimaatsignaal. Er moet voldoende regenwater worden opgevangen, en meer nog dan nu al afgesproken is voor nieuwbouw en bestaande bouw na transformaties. Zij verwacht dat deze aanpassingen zo snel mogelijk aan de raad
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
worden voorgelegd. Wethouder WEDEMEIJER vindt dit rapport een belangrijk signaal. Het is echter wat anders dan het Klimaatscenario dat later nog van het KNMI verwacht mag worden. Dat zal een enorme doorrekening geven. De hemelwaterproblematiek zal betrokken worden bij de aanpak van het omgevingsprogramma riolering, die momenteel geschreven wordt. Dan zal ook een herijking van hemelwaterverordening aan de orde komen, voor zover dat nodig is. Met dit Klimaatsignaal is er nog geen aanleiding om de hemelwaterverordening aan te passen. Hij antwoordt mevrouw Bakker dat de eerste tussenrapportage gepland staat voor 2022. Hij zal daarover nog meer zeggen bij de mededelingen van de volgende vergadering. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. Op voorstel van mevrouw Van Renssen wordt het geagendeerd voor de gemeenteraad. Bouwen en Wonen 7. Uitkomsten expertmeeting over kwaliteit huurwoningen in Amsterdam (ZD20210143737) De heer FLENTGE merkt op dat er in de afgelopen jaren goede stappen gezet zijn op dit terrein. Er gebeurt van alles en veel is veranderd sinds een aantal jaren terug. Toch zijn er nog steeds problemen. Mevrouw VAN SOEST memoreert de motie die de SP en haar partij vier jaar geleden hebben in gediend, waarin gevraagd werd om een Apk-keuring voor woningen.
Vindt de heeft Flentge dat er op dat vlak na vier jaar dingen verbeterd zijn? De heer FLENTGE is nog steeds voor die APK, maar daarvoor is wel landelijke steun nodig. Er moet een afdwingbaar recht zijn om die Apk-keuring in te stellen. Hij bedoelde te zeggen dat er ook in de Stopera inmiddels veel gebeurt op het gebied van achterstallig onderhoud. Het is wel duidelijk dat er nog ontzettend veel moet gebeuren. Er zijn nog steeds plekken in de stad waar het label G domineert. Dat betekent dat er veel woongenot ontbreekt voor Amsterdammers. Mevrouw VAN SOEST herinnert aan de schimmelwoningen en tocht in de Van der Pekbuurt. Toch heeft men de renovatie nu weer twee jaar uitgesteld. Het wordt misschien zes jaar na het raadsbreed aannemen van de motie dat het tot uitvoering komt. De heer FLENTGE denkt dat hij het met mevrouw Van Soest eens is. Het probleem is dat niet de gemeente, maar de corporatie de huisbaas is. De publieke controle is helaas op afstand gekomen. Hij wil niet passief afwachten, maar de gemeente is niet de huiseigenaar. Er is nu een korting gekomen op de verhuurderheffing. Dat zou bij de corporaties kunnen leiden tot een herafweging. Ze zullen ook meer betaalbare woningen moeten gaan bouwen. En misschien zouden ze kunnen overwegen om de renovatie van deze krotten te versnellen. Woningen met label G moet zo snel mogelijk verbeterd worden. Dat kan versneld worden.
Er zijn nog steeds huishoudens met geisers. Die zouden moeten verdwijnen. Zoals de corporaties aangaven zijn er nog steeds veel plekken met enkel glas. Ook daar moet een plan voor gemaakt worden. Er zijn doucheruimtes waarbij de mechanische ventilatie niet werkt met als gevolg schimmelvorming. Ook de huisbazen zullen gestimuleerd moeten worden om aan al dat soort zaken iets te doen. Hij vraagt of de vermindering van de landelijke belasting hiervoor misschien een perspectief biedt. De heer HAVELAAR is het op hoofdlijnen eens met de heer Flentge. De
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
corporaties hebben aangegeven dat er soms ook sprake is van een stapeling van eisen, zoals die met betrekking tot duurzaamheid, welstand etc. Daardoor moeten er relatief hoge bedragen in weinig woningen gestopt worden. Men investeert liever iets minder geld per woning, zodat er meer woningen met enkel glas of geisers aangepakt kunnen worden. Is de heer Flentge bereid om daarnaar te kijken? Dus wat minder eisen stellen, zodat meer woningen kunnen worden verbeterd? De heer FLENTGE snapt dat de corporaties grote aantallen willen halen. Ze willen veel woningen verbeteren, liever dan een klein aantal heel sterk verbeteren. Toch is hij het niet eens met het verminderen van de eisen. Je gaat op die manier een gevaarlijk pad op. De Amsterdammers krijgen dan renovaties die niet brengen wat ze ervan verwachten. De heer HAVELAAR vraagt welk alternatief de heer Flentge dan ziet. De heer FLENTGE antwoordt dat er geen alternatief is. Hij wil niet een situatie waarbij men een heel klein aantal woningen sterk verbeterd, terwijl het gros van de huurders achter het net vist. Minder eisen stellen klinkt hem echter wat te liberaal. De heer WIJNANTS merkt op dat isolatie ook los van de labelstappen ontzettend belangrijk is. Isolatie leidt tot meer comfort. En labelstappen kunnen op allerlei manieren worden bereikt, zoals door een andere manier van verwarmen.
Zijn suggestie is om specifiek isolatie in het programma woningkwaliteit meer te gaan volgen. Hoeveel woningen zijn er daadwerkelijk goed geïsoleerd? Zijn er verschillende categorieën in te benoemen? De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat er nog steeds mensen in een huis wonen met schimmel aan de wand. Label G-woningen zijn een probleem in Amsterdam. Hij kondigt aan dat hij nog door zal gaan over de casus Van der Pekbuurt. De aanbevelingen van de expertmeeting zijn interessant, met name de Apk-keuring voor woningen. Hij vraagt de wethouder daarover iets te zeggen. Het is belangrijk dat het Actieplan Wonen en Bouwen, waar deze coalitie helaas 7 miljoen euro vanaf heeft gehaald, na de volgende verkiezingen op een goede manier doorgezet wordt. Door die 7 miljoen euro minder is ook het programma woningkwaliteit op de tocht komen te staan. Hij vraagt ook de andere fracties hieraan veel aandacht te geven. De heer HAVELAAR is benieuwd naar de reactie van het college op de gehouden expertmeeting. Verder vraagt hij of er mogelijkheden zijn om de prestatieafspraken tussen de gemeente en de corporaties open te breken en aan te passen als de verhuurderheffing lager wordt, of hopelijk ooit helemaal afgeschaft wordt.
Als die mogelijkheden er zijn, wat is dan de inzet van het college wat betreft de kwaliteit van woningen in die prestatieafspraken? De corporaties vragen om een meer integrale aanpak. Als een wijk verbeterd wordt, zou ook onder- en bovengronds de openbare ruimte aangepakt moeten worden. Kunnen de corporaties ook parapluvergunningen, zodat zij minder tijd kwijt zijn aan het aanvragen van vergunningen? Wat is de reflectie van de wethouder op het stapelen van eisen, waarbij de corporaties met name de duurzaamheidseisen noemden? Vorig jaar zeiden particuliere beleggers in een expertmeeting dat zij investeren in duurzaamheid zagen als waardevermeerderend en het toekomstbestendig maken van woningen. Dat verraste hem. Ook verassend voor hem was dat de corporaties juist de aanvullende eisen van de gemeente als belemmerend ervoeren voor hun woningbouwtaak. Hoe ziet de wethouder dat? De vereniging Vastgoedbelangen liet een rekenvoorbeeld zien waaruit bleek dat men bij sociale huurwoningen een netto negatieve cashflow had. De investeringen in dat soort woningen konden ze niet op langere termijn terugverdienen via sociale verhuur. Hij vraagt wat de gemeente kan doen om particuliere verhuurders te stimuleren om woningen in het sociale segment te houden. Zou dat kunnen door bij te dragen in de onderhoudskosten? Sociale huurwoningen zijn toch gesubsidieerde woningen?
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 november 2021
WB
Hij vraagt of de gemeente mogelijkheden heeft om ervoor te zorgen dat de 50.000 die nog 100% enkel glas hebben en de 50.000 met gedeeltelijk dubbelglas, uiterlijk 2030 helemaal verdwenen zijn? Dus kan de wethouder ervoor zorgen dat in 2030 alle woningen in de stad dubbelglas hebben? Is het een kwestie van geld? Verschillende experts zeiden dat de gemeente actiever moet gaan aanschrijven op de kwaliteit van woningen. In het verleden deed men dat veel beter. Hoe denkt de wethouder daarover? In hun reactie op de expertmeeting spraken Maarten de Boer en Eva Bollen van ‘sussende woorden’. Zij zien de avond als een tussenstation naar betere woningen in Amsterdam. Zij vragen de kwaliteit van woningen beter in kaart te brengen. De corporaties gaan dat doen. Dat moet dit najaar klaar zijn. Hij vraagt dat tegen die tijd te bespreken, met de reactie van het college daarop. Hoe gaat men in de toekomst de kwaliteit van woningen in Amsterdam beter monitoren? Mevrouw VAN SOEST merkt op dat haar fractie met die van de SP een motie ingediend hebben voor de Apk-keuring van woningen. Bij de aanbevelingen staat dat er een Apk-keuring moet komen voor alle huurwoningen in de commerciële sector. Samen met de SP-fractie is haar fractie druk bezig geweest om de sloop van de Van der Pekbuurt tegen te houden. Dat had succes. Dit zit de woningbouwcorporatie nog steeds niet lekker.