Conceptverslag WB 03-02-2021
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 03-02-2021
CONCEPT Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Wonen en Bouwen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Woensdag 3 februari van 09.00 uur tot 12.20 uur, digitaal Woensdag 3 maart 2021
Voorzitter: mevrouw La Rose Portefeuillehouder: wethouder de heer Ivens Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster Verslaglegging: de heer Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bakker (PvdD), de heer De Boer (JA21), de heer Boomsma (CDA), de heer Flentge (SP), de heer Hammelburg (D66), de heer Havelaar (CDA), de heer Van den Heuvel (ChristenUnie), mevrouw Kiliç (DENK), mevrouw La Rose (PvdA), de heer Mangal (DENK), de heer Mbarki (PvdA), mevrouw Naoum Néhmé (VVD), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden (met bericht): Overige aanwezigen: de heer Stuyver, mevrouw Lanfermeijer, mevrouw Pavlovic, de heer Esser, mevrouw Van der Werd, mevrouw Het Hart
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen hartelijk welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat met ingang van deze vergadering de insprekers voor een specifiek agendapunt hun bijdrage kunnen laten horen bij het algemene inspreekmoment. Dit blijft zo geregeld zo lang er digitaal moet worden vergaderd. Mevrouw BAKKER merkt op dat haar fractie verheugd is met het nieuws dat Amsterdam deelneemt aan de pilot ‘Verplichte chipplicht voor katten’. Zij complimenteert de wethouder hiermee. Wethouder IVENS doet de volgende mededelingen. Gisteren is bekend geworden dat minister Schouten een proef neemt met het verplicht chippen van katten in de gemeenten Alphen aan den Rijn en Amsterdam. Dit wordt nu verder uitgewerkt.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
Op 9 december jl. heeft hij toegezegd aan de corporaties te zullen vragen om een overzicht van de planning bij het isoleren van woningen en het aanbrengen van zonnepanelen in de ontwikkelbuurten. De Federatie van Woningcorporaties schat in dat het mogelijk is een dergelijke planning te kunnen maken. Men verzamelt daartoe momenteel de benodigde gegevens. Deze planning zal gevoegd worden bij de rapportage over de monitor van het duurzaam herstelpakket. Hij heeft de vorige keer een mededeling gedaan over het huurdersnetwerk Amsterdam, waarvan het bestuur was opgestapt. Het huurdersnetwerk heeft op de website gemeld dat het bestuur is afgetreden. De RvC heeft hem meegedeeld dat per 1 februari 2021 een interim-bestuur is aangesteld dat zich gaat bezighouden met de totstandkoming van een nieuw volwaardig bestuur voor de langere termijn. Dit alles heeft geen gevolgen voor de subsidieverstrekking. Per motie is hem verzocht te melden als Artis in financiële problemen komt. Dat is nu het geval. Door de coronacrisis is Artis vorig jaar al een periode dicht gebleven, en ook deze winter is de dierentuin geruime tijd dicht. Daardoor zijn de bezoekersinkomsten gekelderd. Ook de zalenverhuur ligt stil. Artis heeft daarom maatregelen genomen. De geplande aanleg van een leeuwenverblijf is van de baan. Veel mensen hebben hun baan verloren.
Ondanks dit, blijft Artis zitten met een tekort op de exploitatie en het noodzakelijke onderhoud van ongeveer 20 miljoen euro. De gemeentelijke bijdrage van 15 miljoen euro voor de renovatie van het aquarium heeft enige verlichting gegeven, maar er blijft dus nog een tekort van 20 miljoen euro. De gemeente heeft een brief gestuurd aan het ministerie van LNV om het Rijk aan te sporen te komen met een uitwerking van de financiële coronanoodmaatregelen voor dierentuinen. Deze zou eigenlijk al half januari gereed hebben moeten zijn. Ook heeft Amsterdam contact gezocht met de provincie, die instellingen in Noord-Holland ondersteunt die door corona in de problemen komen. Ook Artis heeft deze stappen ondernomen.
c. Vaststellen agenda De VOORZITTER maakt melding van het voorstel om de agendapunten 3 en 4 door te schuiven naar de volgende vergadering. Zij concludeert dat de commissie hiermee akkoord gaat. Verder zijn er twee actualiteiten ingediend. De eerste wordt ingebracht door mevrouw Naoum Néhmé en de heer Havelaar en gaat over het huren van een corporatie terwijl je 59 panden bezit. Zij concludeert dat de commissie akkoord gaat met behandeling van deze actualiteit. De tweede actualiteit van mevrouw Naoum Néhmé gaat over het opkopen van sociale huurwoningen door de gemeente. De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat hij de betreffende stukken nog niet uitgebreid heeft kunnen bekijken. Ze worden bovendien regulier op de commissieagenda. Het is niet aannemelijk dat wethouder Ivens al voor de volgende vergadering overgaat tot het opkopen van woningen, en dus is het de vraag waarom daarover nu een spoeddebat zou moeten worden gevoerd. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat zij niet wil wachten. Het college dient iedere dag te benutten voor het lostrekken van de woningbouw en het terughalen van de institutionele beleggers naar Amsterdam. Dat is veel beter dan dit soort kansloze plannen. Zij vraagt de heer Van den Heuvel te helpen de wethouder zover te krijgen dat hij meer aan nieuwbouw doet, in plaats van geld rond te pompen tussen gemeente en corporaties.
Er
ligt
Mevrouw VAN RENSSEN onderschrijft het betoog van de heer Van den Heuvel. een degelijk onderzoek naar de financiering van een alternatieve
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
financieringsfaciliteit, zoals per motie door de raad gevraagd was. Kansloos zijn de plannen van de wethouder dus niet. Het onderwerp verdient meer aandacht dan mogelijk als actualiteit. Er is ook geen sprake van een spoedeisend karakter. De VOORZITTER merkt op dat de commissie stemt over behandeling van deze actualiteit. Na telling van de stemmen concludeert zij dat een meerderheid tegen behandeling is. De heer FLENTGE vraagt mevrouw Naoum Néhmé of zij haar initiatiefvoorstel (agendapunt 4) toch niet wil agenderen voor vandaag, zodat de Amsterdamse woningmarkt besproken kan worden. De VOORZITTER gaat daar niet mee akkoord. Zij is bereid later nog eens te praten over de omgang met dit soort situaties, waarbij een kleine meerderheid tegen behandeling van een actualiteit is. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WB d.d. 13 januari 2021 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Mevrouw BAKKER constateert dat bij Openbare Ruimte en Groen nog een toezegging openstaat over een realtime versie van het bomendashboard, waarmee men goed kan zien welke bomen er gekapt en herplant worden. De verwachting was dat een dergelijk bomendashboard al eind vorig jaar operationeel kon zijn. Zij vraagt een update in de termijnagenda. Wethouder IVENS zegt dat toe. f.
TKN-lijst De VOORZITTER memoreert het verzoek van de heer Leenders in de dagmail van gisteren om TKN 1, 4 en 6 te agenderen voor de vergadering van 3 maart. Verder vraagt mevrouw Naoum Néhmé om TKN 3 en 4 te agenderen. Mevrouw Kiliç wil TKN 5, 6 en 7 op de agenda zetten. Mevrouw KILIÇ licht toe dat voor ieder van de TKN-stukken 5, 6 en 7 geldt dat het nog in de beginfase van de ontwikkelingen staat. Zij wil er met de wethouder over praten om haar mening te geven. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER merkt op dat dit nieuwe onderdeel van de agenda is gebaseerd op artikel 29 van het nieuwe RvO. Ontvangen stukken van stadsdelen zullen onder dit punt op de agenda geplaatst worden. Tot uiterlijk 13.00 uur op de dag voorafgaande aan de vergadering kunnen leden per mail bij de commissiegriffier gemotiveerd aangeven of er onderdelen van de lijst zijn die men bij een volgende vergadering wil bespreken. Tijdens de vergadering zal de commissie besluiten of het onderwerp inderdaad besproken gaat worden en of een bestuurlijke reactie nodig is. De voorzitter zal dan een voorstel doen voor de datum van behandeling.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
Er zijn geen ingekomen stukken van de stadsdeelcommissies. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek De heer STUYVER spreekt namens Bureau Binnentuinen. Hij is bewoner van Amsterdam-West en initiatiefnemer van onder andere het project ‘Tegels eruit, Groen erin’. Met dat project heeft hij inmiddels meer dan 20.000 tegels opgehaald en private tuinen van Amsterdamse burgers vergroend. Daarbij helpt men de mensen. Per tuin en per bewoner wordt geadviseerd wat de beste oplossing is voor die tuin. Er wordt actief geholpen met vergroenen en klimaatbestendig maken. Vaak adviseert hij om een boom te plaatsen, omdat die vaak verdwijnen uit private tuinen. Bij dat advies houdt hij rekening met onderhoud en de situatie van de persoon in kwestie. Hij heeft dit jaar een projectaanvraag gedaan voor dit jaar van 50-plus bomen. Het blijkt namelijk voor heel veel bewoners moeilijk te zijn om zelf een boomaanvraag te doen. Maar helaas werd de projectaanvraag niet in behandeling genomen, met als voornaamste reden dat projectaanvragen niet passen binnen de subsidieregeling Groen in Amsterdam. Dat verbaast, want de aanvraag voldoet aan alle voorwaarden en doelen van de subsidieregeling. Hij vraagt of er inderdaad geen projectaanvragen mogelijk zijn bij de subsidieregeling Groen.
En zo niet, is er dan niet elders een budget te vinden om vijftig of meer bomen in een keer voor bewoners aan te vragen? Mevrouw VAN PIJPEN vraagt of er officieel bezwaar gemaakt is tegen deze afwijzing. De heer STUYVER antwoordt dat hij tot op heden geen bezwaar heeft gemaakt. Hij wilde eerst bij de gemeenteraad checken wat de intenties van deze subsidieregeling waren. Mevrouw LANFERMEIJER spreekt op persoonlijke titel in met betrekking tot agendapunt 5. Verschillende belangrijke cultuurmakers, waaronder Jan Wolkers, hebben aan de Zomerdijkstraat gewoond. Ze hebben hun erfenis achtergelaten voor de stad, zoals ook verzetsheld Gerrit van der Veen. Aterlierwoningen, zoals Jan Wolkers er had, worden nu alleen nog maar op tijdelijke contracten verhuurd. Cultuur voegt waarde toe aan de stad. Zij behoort tot de eerste generatie huurders in atelierwoningen die na het succesvol doorlopen van een Toptoets een tijdelijk contract hebben gekregen. Onlangs kwam zij erachter dat De Key niet van plan is een voorwaardelijke contractverlenging te geven, iets wat volgens de samenwerkingsafspraken wel zou moeten. Het ziet ernaar uit dat de corporatie een huurcontract heeft gegeven dat het gemeentelijk beleid dwarsboomt. Zij ervaart nu wat deze tijdelijkheid en onzekerheid betekent. Zij heeft hard gewerkt aan het legitimeren en verbreden van haar praktijk.
Vijf jaar in een atelierwoning wonen is geen oplossing voor schaarste. Als kunstenaars de kans wordt gegeven om daadwerkelijk relaties op te kunnen bouwen, zullen nieuwe vormen van interconnectie ontstaan die essentieel zijn om toekomstige problematiek en uitdagingen aan te kunnen gaan. Haar eigen voorbeeld is slechts een voorbeeld van een bredere ontwikkeling. Daarom vraagt zij erop toe te zien dat de corporaties de gemeentelijke afspraken nakomen. Zij vraagt een duurzame oplossing te vinden voor de samenwerking tussen gemeente en corporaties, waarbij alle partijen hun
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
afspraken nakomen. Mevrouw PAVLOVIC behoort met mevrouw Lanfermeijer tot de eerste generatie huurders in atelierwoningen met tijdelijke contracten. Ze kwam erachter dat verhuurder De Key niet van plan is om haar voor te dragen voor kaderhertoetsing voor mogelijke contractverlenging. Volgens De Key staan de jongerencontracten boven het kaderreglement. Maar een tweede termijn van vijf jaar voor atelierwoningen wordt niet alleen in het kaderreglement genoemd. Die wordt ook genoemd in de samenwerkingsafspraken van 2015-2019 en 2020-2023, en ook in het Amsterdams atelier- en broedplaatsenbeleid 2019-2022. In de brief van 3 december die vandaag bij agendapunt 5 wordt aangeboden staat dat de gemeente en de corporaties gezamenlijk mogelijkheden verkennen voor het verhuren van atelierwoningen aan kunstenaars vanaf 28 jaar. De gemeente lijkt dus op de hoogte te zijn van de schrijnende huidige situatie en is op zoek naar een oplossingsmodel. Zij wil echter niet dat de oplossing te laat komt. De huurcontracten verlopen al begin oktober dit jaar, en volgens het kaderreglement zou de verhuurder zes maanden tevoren, dus in maart, een kaderhertoetsing moeten aanvragen. Duidelijk is het dat de gemeente welwillend is en kunstenaars waardevol vindt. Het huidige beleid zou jonge kunstenaars een springplank willen geven, maar die blijkt in werkelijkheid niet lang genoeg te zijn.
De kunstenaars hebben in de afgelopen vijf jaar in hun beroepspraktijk, omgeving en atelierwoning geïnvesteerd. Maar vijf jaar is niet genoeg om daarvan de vruchten te kunnen plukken. Het kunstenaarschap is niet een-opeen te vergelijken met ondernemerschap. Een kunstenaar moet zijn werk uit zichzelf putten. Er is geen uitgestippelde loopbaan om te volgen. Je moet je beroepspraktijk zelf ontdekken en je moet je eigen markt ontwikkelen. Daarvoor is meer tijd nodig dan vijf jaar. Zij is nu dertig jaar oud en staat voor een belangrijke periode in haar kunstenaarscarrière. Het verliezen van werkruimte en woonruimte op dit kwetsbare moment zal grote gevolgen hebben voor haar inkomen en verdere toekomst. Zij heeft in de afgelopen jaren niet het inkomen op kunnen bouwen om nu op de vrije markt te kunnen gaan huren. Voor een sociale huurwoning heeft zij niet de inschrijfduur op WoningNet. Dat betekent dat ze de stad zou moeten verlaten, met verlies van haar netwerk. De wijze waarop uitvoering is gegeven aan het huisvesten van jonge kunstenaars in atelierwoningen is op dit moment in strijd met wat in de samenwerkingsafspraken is afgesproken. Zij hoopt op verbetering. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ hoort mevrouw Pavlovic zeggen dat vijf jaar niet genoeg is voor het broeden van jonge kunstenaars.
Hoe lang denkt zij daarvoor nodig te hebben? Mevrouw PAVLOVIC antwoordt dat zij uiteraard het liefste een contract heeft voor onbepaalde tijd. Zij begrijpt echter dat er nu een nieuw beleid is en dat de gemeente een hand uitsteekt door beleid te maken voor twee keer vijf jaar. Op die manier heb je als jonge kunstenaar de mogelijkheid een inkomen op te bouwen. Als het beperkt blijft tot vijf jaar is dat zonde voor een carrière en voor de stad. De heer ESSER spreekt in bij agendapunt 7 namens mr. Harder met betrekking tot Bosplan 2020-2030. Met dat plan wil men de ingang van het Amsterdamse Bos allure teruggeven. Of, om in het zijn eigen woorden te zeggen, om die een beetje aan te harken. De Boshalte is een bijzondere onderneming. Als hardloper in het Amsterdamse Bos komt hij daar ieder weekend, en soms ook door de week. De Boshalte is een plek met een groot sociaal hart. De ondernemer daar doet er van alles aan om ervoor te zorgen dat de mensen uit de buurt daar komen. Mensen die wat minder bedeeld zijn kunnen er geholpen worden. De ouderen zijn altijd welkom. Bij de Boshalte staan inclusiviteit en diversiteit hoog in het vaandel. Als je bijvoorbeeld koffie drinkt, kan je ook nog een extra koffie afrekenen, die ze turven onder de vermelding ‘uitgestelde koffie’. Die koffie wordt aangeboden aan ouderen, of mensen die het moeilijk hebben. Kinderen spelen er.
Op zondag worden er plaatjes gedraaid. Het is hartverwarmend wat er gebeurt. Om de inclusiviteits- en diversiteitsambities verder vorm te geven heeft men er
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
een paviljoen aan vast gebouwd. Dat is heel mooi en sluit aan bij de aanwezige architectuur. Dat paviljoen is nodig om alle plannen en activiteiten te kunnen ontplooien. Het ‘aanharken’ van het Bosplan maakt dat dit paviljoen waarschijnlijk weg moet, want de Boshalte heeft alleen een tijdelijke vergunning. Zonder die vergunning zal het ondernemerschap van de Boshalte stoppen. Dat is voor de wijk, de buurt en de stad enorm zonde. Hij raadt iedereen aan er eens langs te gaan. Hij vraagt of er vanuit het Bosplan nog ruimte overblijft voor de Boshalte. Krijgt de Boshalte vergunning om het paviljoen te kunnen behouden? Als dat niet kan, kunnen alle geplande activiteiten niet doorgaan. Dat zou een groot gemis zijn voor de stad. Mevrouw VAN DE WERD spreekt namens Comité Dierennoodhulp in bij agendapunt 9. Ruim dertig jaar geleden zat zij vrijwillig een maand lang voor de ingang van Artis opgesloten in een kooi, als protest tegen het gevangenhouden van dieren in dierentuinen. Op deze manier wilde zij de bezoekers van Artis een spiegel voorhouden. Het ergste van het opgesloten zitten vond zij dat ze zich niet terug kon trekken. Dertig dagen lang werd ze continu lastiggevallen door mensen. Dieren in dierentuinen moeten dat hun leven lang ondergaan. Veel van de dieren ervaren stress door de gevangenschap. Ze kunnen veel van hun natuurlijk gedrag niet botvieren.
Sommige dieren gaan gestoord gedrag ontwikkelen, waardoor ze zelfs antidepressiva en antipsychotica toegediend krijgen. Een aantal diersoorten heeft het in de loop der jaren beter gekregen in Artis, maar dat geldt niet voor de leeuwen. Hun trieste verblijf stamt uit 1927. De dieren hebben er niets te doen en kunnen zich alleen vervelen. Jagen is er niet bij. Voor de leeuwen is een vertrek naar Frankrijk beter, want daar krijgen ze het in ieder geval een stuk ruimer. Artis zegt door de coronacrisis niet in staat te zijn om de 4 miljoen euro voor een nieuw leeuwenverblijf op te kunnen brengen. Dat lijkt vreemd. Artis heeft bijna honderd jaar tijd gehad om een beter verblijf voor de leeuwen te maken. Het is triest dat het zo lang heeft moeten duren. De prioriteiten lagen kennelijk steeds ergens anders. Zij pleit ervoor om de leeuwen te laten gaan en ze nooit meer terug te laten komen. Dertig jaar geleden gebruikte men dezelfde argumenten als nu om het tentoonstellen van dieren goed te praten, zoals educatie. Maar met die educatie brengt men de kinderen juist het verkeerde bij! Een respectloze houding ten opzichte van een ander dier. Een dier is geen attractie of vermaaksartikel dat gevangen mag worden gehouden. Het levenslang opsluiten van dieren als bezienswaardigheid past anno 2021 echt niet meer. Een ander argument dat men noemt is het behoud van diersoorten.
Maar de meeste dieren kunnen niet teruggezet worden in het wild. Dat is in al die decennia met dierentuinen maar heel weinig gelukt. Ondanks dat wordt er met de dieren enorm gefokt, met al het nieuwe dierenleed van dien. Artis doet mee aan 114 fokprogramma’s. Tussen 3000 en 5000 gezonde dieren worden jaarlijks in Europese dierentuinen door deze fokprogramma’s achter de schermen gedood, omdat er geen plek voor ze is. Waarschijnlijk ligt het werkelijke aantal nog veel hoger, omdat eigen initiatieven van dierentuinen hierbij niet meegerekend worden. Het zijn allemaal gezonde jonge dieren die worden gebruikt als publiekstrekkers, om daarna gedood te worden. Als je werkelijk dieren wilt houden, moet je de dieren met hun leefgebied in het wild beschermen. Door de coronacrisis heeft Artis nu extra geld nodig. De dieren mogen er niet verhongeren, maar als Amsterdam gemeenschapsgeld weggeeft, moet daaraan een diervriendelijke voorwaarde verbonden worden. Artis moet een diervriendelijke omslag maken. De dierentuin moet stoppen met fokken en zich terugtrekken uit de 114 fokprogramma’s. Men moet de dieren die er nu zijn oud laten worden, maar er mogen geen nieuwe meer bij komen. Dan komt er meer ruimte voor de huidige dieren en kan Artis in de toekomst fungeren als opvang voor dieren in nood. Mevrouw HET HART spreekt namens Animal Earth.
Zij merkt op dat er veel mensen zijn die het moeilijk hebben met alle coronamaatregelen, zoals de lockdown en de avondklok. Maar hoe moet het dan zijn als je je hele leven opgesloten zit voor het vermaak van anderen? En dan zijn er ook nog kinderen die je elke dag aanstaren, naar je praten, bonzen, of met dingen naar je gooien? Dat alles moet een dier in Artis ondergaan.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
Artis werd 183 jaar geleden opgericht. Dieren uit verre landen werden naar de dierentuin gehaald om tentoongesteld te worden. Om een jong dier in de dierentuin te krijgen, moest een volwassen dier dat vaak met de dood bekopen. Even wreed ging men in die tijd om met mensen die er anders uitzagen, zoals Siamese tweelingen, mensen met een bochel, kleine mensen, of mensen uit overzeese gekolonialiseerde gebieden. Ook die werden ter vermaak tentoongesteld. Tot 1958 was er in Brussel een tentoonstelling waar ter vermaak mensen werden tentoongesteld. Daarmee stopte men vanwege het inzicht dat dit volslagen respectloos en onethisch is. Maar datzelfde kan je zeggen als je zo omgaat met dieren. Kinderen leren in een dierentuin eigenlijk hoe je niet met dieren moet omgaan, namelijk ze hun leven lang opsluiten en lastigvallen. Die educatie kunnen kinderen missen als kiespijn. Gevangen houden en tentoonstellen past niet meer in de huidige tijd. Dieren lijken veel meer op mensen dan ze mensen denken. De oud-directeur van dierentuin Blijdorp zei eens: wat heeft die giraffe, zebra of pelikaan misdaan dat hij gevangen moet zitten? Hoe legitimeer je dat? Die vraag houdt haar tot op de dag van vandaag bezig. Die 4 miljoen euro voor een nieuw leeuwenverblijf moet er niet komen. Leeuwen horen vrij te zijn, in Afrika.
De drie leeuwen die er nu nog zijn kunnen beter naar een park in Frankrijk, waar ze het beter hebben. Zij vraagt het welzijn van dieren voorop te stellen nu Artis in financiële nood verkeert. Er moeten diervriendelijke eisen verbonden worden aan financiële hulp voor de dierentuin. Artis moet stoppen met het fokken van dieren. De dieren die er nog zijn moeten door natuurlijk verloop verdwijnen. Hierdoor krijgen de overblijvende dieren meer ruimte en worden er geen gezonde, overtallige dieren meer gedood. Op den duur kan zo iets goeds terug gedaan worden voor dieren, als opvang voor dieren in nood. Zij vraagt de gemeenteraad geschiedenis te schrijven en van Artis een dierenopvang te maken voor dieren in nood. De VOORZITTER schorst de vergadering van 9.55-10.00 uur. c. Actualiteiten Huren van een corporatie terwijl je 59 panden bezit Mevrouw NAOUM NÉHMÉ las in de NRC recent een bericht over misbruik van sociale huurwoningen. Twee jaar geleden kwam het FD erachter dat 10-20% van de sociale huurwoningen, dat betekent 18.000-36.000 sociale huurwoningen, scheef worden bewoond. En nu in de NRC ging het over huurders van sociale huurwoningen die elders minimaal twee woningen in bezit hebben. Dat is een slechte zaak, want het holt het draagvlak uit voor de sociale huursector.
Haar fractie heeft al eerder voorgesteld om misbruik op te sporen via informatieuitwisseling tussen gemeente en corporaties. Zij vraagt zich na het bericht in NRC af of het goed gaat met die opsporing. Haar fractie ontvangt ook signalen van Amsterdammers dat sociale huurders soms in het buitenland vakantiewoningen bezitten. De wethouder is van een geval in Oost op de hoogte gebracht. Zij vraagt hem daarop te reflecteren. De heer FLENTGE vindt het goed dat dit onderwerp geagendeerd wordt. Toch vraagt hij zich af of mevrouw Naoum Néhmé scheefwoners, die soms maar iets te veel verdienen voor een sociale huurwoningen, gelijktrekt met echte fraudegevallen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil het hebben over de wijze waarop sociale huurwoningen gebruikt worden, en of het daarbij gaat om eigenlijk gebruik. Scheefwonen is oneigenlijk gebruik van een sociale huurwoning. Daarbij doelt zij dan vooral op mensen die twee keer modaal verdienen en toch gebruikmaken van een sociale woning. De heer FLENTGE merkt op dat middenhuurders inmiddels geen toegang meer hebben tot sociale huurwoningen. Maar toch vormen die een volkomen andere categorie dan mensen die ook nog bezig zijn met adres- of woonfraude. Je moet toch een nadrukkelijke scheiding maken tussen middeninkomens die in een sociale huurwoning
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
wonen en mensen die fraude bedrijven? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ benadrukt dat sociale woningen bedoeld zijn voor mensen met een laag inkomen. Natuurlijk is er wel verschil tussen de twee genoemde groepen, maar het gaat in de kern om het oneigenlijk gebruik van sociale huurwoningen. Die woningen moeten behouden blijven voor degenen die er recht op hebben. De heer FLENTGE is het eens dat de sociale huurwoningen bestemd moeten zijn voor mensen die het nodig hebben. Toch is er een wezenlijk onderscheid tussen scheefwoners, vaak mensen met een middeninkomen, en mensen die woon- of zelfs adresfraude plegen. Mevrouw VAN SOEST is het eens met de heer Flentge. Er wordt teveel scheefgewoond. Maar er zijn ook mensen die tijdelijk scheefwonen. Wat moet met die mensen gebeuren? En waarom bepleit mevrouw Naoum Néhmé niet dat mensen die iets meer verdienen dan de grens, de woning mogen kopen? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat haar fractie twee jaar geleden twee voorstellen heeft ingediend om scheefwonen aan te pakken. Mevrouw Van Soest en de DENK-fractie hebben daar toen voorgestemd. De fracties van SP en andere coalitiepartijen hebben er tegengestemd. En natuurlijk bepleit zij verkoop van sociale huurwoningen aan zittende huurders. Haar fractie heeft daarom het voorstel van ChristenUnie en CDA van enkele maanden geleden met volle overtuiging gesteund.
Daarin werd voorgesteld om corporaties op te roepen om woningen te verkopen aan zittende huurders. In de beantwoording van het college staat dat corporaties dat al doen en dat zij moeten verkopen aan natuurlijke personen, met inachtneming van zelfbewoningsclausules. Vooral starters en natuurlijke personen hebben profijt van de verkoop van sociale huurwoningen. Mevrouw VAN SOEST roept op om dan gezamenlijk een motie in te dienen waarin staat dat corporaties die woningen moeten verkopen, dat aan de zittende huurders doen die te veel verdienen voor een sociale huurwoning. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is het daarmee eens, maar er is al een voorstel aangenomen van ChristenUnie en CDA, waarin het college wordt opgeroepen dit te doen. Zij wil dit onderwerp sowieso agenderen voor de raad. De heer HAMMELBURG vond het schokkend te lezen dat er, met alle wachtlijsten, zo veel vermogende mensen in sociale huurwoningen zitten. Hij vraagt mevrouw Naoum Néhmé waarom ze dit onderwerp hier wil bespreken, en niet in Den Haag. Dáár moet toch de wetgeving worden veranderd? Wat vraagt mevrouw Naoum Néhmé de wethouder precies? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt de wethouder hoe het gaat met de uitvoering van haar voorstel over informatiewisseling tussen gemeente en corporaties, ook inzake adresfraude. Verder vraagt zij wat de wethouder nodig heeft aan wettelijke instrumenten.
Zij herinnert aan haar woorden in de raad van twee jaar geleden. Zij had toen signalen gekregen dat mensen elders hypotheekrenteaftrek kregen, en dus woningen bezaten, en tegelijkertijd in Amsterdam sociale huurders waren. De wethouder wilde toen kijken hoever men kon komen, ook met de Belastingdienst, waarmee gesproken werd voor informatie-uitwisseling. Hoe gaat het met de uitvoering van het voorstel van haar fractie? Als zij weet welke wettelijke instrumenten de wethouder nodig heeft, wil zij daar graag met andere partijen er in Den Haag op aandringen. De heer HAMMELBURG sluit zich aan bij deze laatste oproep. Maar hij begrijpt de eerste vraag van mevrouw Naoum Néhmé niet. De huidige aanpak van woonfraude in Amsterdam is gebaseerd op wat frauduleus is. En dit is, helaas, nog niet frauduleus. Heeft mevrouw Naoum Néhmé al overlegd met haar collega’s in Den Haag over wat gedaan
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
kan worden om dit in de toekomst te voorkomen? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat zij dat inderdaad heeft gedaan. Het probleem is dat vermogen momenteel niet meetelt bij het toewijzen van sociale huurwoningen; het gaat nu alleen om inkomen. Van dat gat in de wet wordt misbruik gemaakt. Nog erger is het vermogen in het buitenland. De heer VELDHUYZEN vermoedt dat scheefhuurders blijven zitten tot er genoeg middenhuur beschikbaar is. En als middenhuur op termijn dure huur wordt, zoals nu steeds gebeurt, zijn ook die woningen niet meer betaalbaar voor de huidige scheefhuurders. Is mevrouw Naoum Néhmé het met hem eens dat als je middenhuur gaat bouwen, dat zo veel mogelijk eeuwigdurende middenhuur moet zijn? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ proeft hierin de onjuiste aanname dat scheefwoners middeninkomens zijn. De heer VELDHUYZEN vraagt wat het antwoord van mevrouw Naoum Néhmé is als het specifiek gaat om de middeninkomens. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat het niet of-of is. Als sociale huurwoningen met name aan zittende middeninkomens worden verkocht, en het college wil die woningen nu opkopen, dan worden deze middeninkomens kansloos op de woningmarkt. Je moet scheefwonen aanpakken en de doorstroming bevorderen. De heer VELDHUYZEN begrijpt niet dat hij de VVD-fractie nooit hoort over eeuwigdurende middenhuur. Als je middenhuur bouwt, moet je ervoor zorgen dat het ook middenhuur blijft.
Anders wordt het op termijn onbetaalbaar voor de groepen waar de VVD voor opkomt. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat het college zelf de eeuwigdurende middenhuur heeft opgeofferd. Vrij snel na aantreden schreef het dat eeuwigdurende middenhuur te duur was met 40.000 euro per woning. De verwijten van de heer Veldhuyzen moeten dus eerder gericht worden aan de coalitiepartijen. Die deden gratuite voorstellen in het coalitieakkoord. Mevrouw VAN RENSSEN ziet hier een schaamteloos gebrek aan solidariteit en dankt de VVD-fractie voor het agenderen van dit punt. Mevrouw Naoum Néhmé zei eerder in het debat met de heer Flentge dat dit nu eenmaal de wet is. Maar het probleem is juist dat het nog niet de wet is. Zij is blij met het voorstel van mevrouw Naoum Néhmé om huisjesmelkers aan te pakken en is benieuwd wat die voorstelt om eventueel tweede of derde woningbezit moeilijker te maken. Of onmogelijk, als je al een contract hebt voor een sociale huurwoning. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat vermogen mee moet tellen voor de inkomensgrens, die maakt of iemand al dan niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. Zij is in het algemeen niet tegen het bezit van een tweede of derde woning, maar wel bij sociale huurders. Die maken dan misbruik van het systeem. De heer MBARKI vindt het goed dat mevrouw Naoum Néhmé dit punt agendeert.
Maar heeft zij ook nagedacht over methodes van opsporing om dit tegen te gaan? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat zij denkt aan gegevensuitwisseling tussen het kadaster en corporaties. De heer MBARKI merkt op dat dit landelijk geregeld zou moeten worden. Maar heeft mevrouw Naoum Néhmé ook ideeën over lokale ingrepen? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat een voorstel van haar fractie is
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
aangenomen waarin ook enkele ideeën staan om dit op te lossen. Zij wil graag van de wethouder horen hoe het daarmee staat en of er lokaal nog meer instrumenten denkbaar zijn die de raad in een motie of voorstel kan vervatten. De heer HAVELAAR merkt op dat meer dan duizend mensen in een sociale huurwoning zitten, terwijl ze zelf een of meerdere koopwoningen bezitten. Zijn fractie is geschrokken van die berichten. Sociale huurwoningen zijn bedoeld voor mensen die zelf vanwege hun inkomen niet aan een betaalbare woning kunnen komen. De wachttijd in de stad loopt op tot vijftien jaar. Terecht hebben de Tweede Kamerfractie van VVD en CDA vragen gesteld over de mogelijkheid een vermogenstoets in te voeren, bij aanvang en gedurende de huurperiode. In hoeverre heeft de gemeente zelf mogelijkheden om deze extreme vorm van scheefwonen aan te pakken? En worden die al toegepast? Er zijn situaties denkbaar waarin iemand een woning bezit en tegelijkertijd in een sociale huurwoning woont, bijvoorbeeld als je ouders zijn overleden en de erfenis verdeeld is. Voorzichtigheid is dus geboden bij de conclusies en de aanpak van dit extreme scheefwonen. Ziet de wethouder nog meer logische verklaringen voor de situatie waarin iemand een woning bezit en tegelijkertijd in een sociale huurwoning woont? In Amsterdam gaat Eigen Haard van iedere huurder na of die koopwoningen bezit. Dat kan dus.
Vorig jaar heeft die corporatie zo’n vijftien huurcontracten beëindigd, bijvoorbeeld als iemand in een koopwoning woont en de huurwoning onderverhuurt. In hoeverre is die werkwijze al gemeengoed bij andere corporaties? Is de wethouder bereid om dat beleid tot gemeengoed te maken? Hij is benieuwd op welke manier de aanpak van Eigen Haard onderdeel kan worden van structurele maatregelen om scheefwonen en andere vormen van woonfraude aan te pakken. De heer HAMMELBURG onderstreept dat iemand met tientallen woningen in bezit die een sociale huurwoning verhuurt, deze woning steelt van mensen op de wachtlijst. Het is pure diefstal. Hij sluit zich geheel aan bij het betoog en de vragen van de heer Havelaar en geeft de wethouder in overweging om te gaan pleiten voor een vermogenstoets, zowel bij aanvang als gedurende het huurcontract. Wil de wethouder daarvoor landelijk gaan pleiten? De heer FLENTGE dankt voor het agenderen van dit onderwerp. Het is ook goed dat de NRC hieraan aandacht heeft gegeven en dat CDA en VVD dit landelijk aan de orde stellen. Helaas mag dit wettelijk, als iemand maar keurig woont in zijn sociale huurwoning en de huur betaalt, mag deze elders woningen bezitten. VVD en SP hebben samen een lange traditie in de Tweede Kamer als het gaat om gezamenlijk optrekken tegen allerlei vormen van huurfraude, voornamelijk in de sociale huursector.
Hopelijk sluiten andere partijen zich aan om samen dit gat in de wet te dichten. In de NRC werd ook aandacht besteed aan woonfraude en adresfraude. Eigen Haard en andere corporaties doen er al veel aan, maar tot een oplossing van het probleem is het nog niet gekomen. Welke lokale instrumenten zijn nog denkbaar, zonder in strijd te komen met de privacywetgeving? Overigens zou hij van de VVD en CDA ook graag wat meer enthousiasme willen zien voor het bestrijden van de schaarste aan sociale huurwoningen. Ook zou hij graag eens een debat willen over de pied-à-terres. De raad moet het aandurven om in tijden van woningschaarste ook dat onderdeel aan te pakken. De heer MANGAL benadrukt dat het in dit geval gaat om huizenbezitters die wonen in een sociale huurwoning. Hoe kan dat in deze tijd van woningnood? Wat kan de wethouder doen tegen dit probleem? Welke maatregelen kunnen woningcorporaties nemen om hiertegen op te kunnen treden? De heer DE BOER schrok van het artikel in de NRC. Duizend mensen in corporatieswoningen bezitten andere woningen, deels ook in Amsterdam. Het is duidelijk dat hier een grens moet worden getrokken. Hij vraagt hoe het zit met de aanpak van woonfraude en sluit zich aan bij de oproep om in Den Haag te pleiten voor nieuwe wetgeving. Een vermogenstoets zou een goed idee kunnen zijn.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
De heer VELDHUYZEN vindt het bizar dat iemand woningen bezit en tegelijkertijd een corporatiewoning bewoont. Hij dankt voor het agenderen van dit onderwerp en roept op om de Tweede Kamerfracties van de Amsterdamse partijen op de hoogte te brengen van wat nodig is. Wethouder IVENS wijst op het grote tekort aan betaalbare woningen in de stad. Het voelt heel erg verkeerd als deze in beslag worden genomen door mensen die elders een enorm vermogen hebben. Het gevolg is dat mensen die een betaalbare woning nodig hebben, gedwongen worden een veel te dure woning te accepteren. Dit moet niet kunnen. Als iemand twee woningen heeft betekent dit dat iemand anders geen woning heeft. De vraag is waarom er vooraf niet op vermogen wordt getoetst. Wel kijkt men naar het inkomen uit werk en woning, beleggen en spaargeld, maar niet naar het vermogen zelf. In de Woonagenda staat al dat Amsterdam voorstander is van een vermogenstoets. Overigens zou dat niet alle problemen oplossen. Het kan ook dat mensen die een eigen woning bezitten, deze verkopen en bijvoorbeeld naar een meer toegankelijke woning willen gaan. Dat kunnen zij dan soms niet helemaal bekostigen, en dan gaan ze naar een sociale huurwoning. Er moet dus altijd een zeker vermogen toegestaan zijn. Een vermogenstoets vooraf lijkt hem echter wenselijk.
De heer HAMMELBURG merkt op dat er behalve vooraf, ook een periodieke vermogenstoets nodig is tijdens de huurperiode. Voorkomen moet worden dat iemand gedurende zijn verblijf in een sociale huurwoning vermogen opbouwt en toch in de sociale huurwoning blijft zitten. Is de wethouder daar ook voor? Is hij bereid dat te bepleiten in Den Haag? Wethouder IVENS antwoordt dat hij daarop nog terugkomt. Er moet ook getoetst worden of de sociale huurder volgens het contract, ook daadwerkelijk woont in die woning. Als dat niet zo is, heet dat woonfraude. Hij antwoordt mevrouw Naoum Néhmé dat woonfraude inderdaad bestreden moet worden, bijvoorbeeld door koppelingen tussen bestanden. Hij antwoordt de heer Havelaar dat alle corporaties op hun eigen manier bezig zijn met het opsporen van woonfraude. De corporaties overleggen hoe ze van elkaar, en in het bijzonder Eigen Haard, kunnen leren. De heer HAVELAAR vraagt of de corporaties uit hun overleg over het bestrijden van woonfraude tot conclusies zijn gekomen. Wat leren ze van elkaar? Wethouder IVENS antwoordt dat de andere corporaties met name leren van de werkwijze van Eigen Haard. Tot nu toe doen de corporaties het allemaal op hun eigen manier. Ze moeten samen op zoek naar de meest efficiënte manier van het opsporen van woonfraude. Het gesprek tussen de corporaties is recent gestart, mede naar aanleiding van de berichtgeving in de krant.
Er zijn nog geen conclusies getrokken. Het komt ook voor dat iemand in een sociale huurwoning te maken krijgt met een flinke inkomensstijging, of een erfenis ontvangt, of in meerdere woningen gaat beleggen. Het is dan de vraag waar de grens moet liggen. Als iemand een paar duizend meer per jaar gaat verdienen ligt er geen probleem. Maar iemand die huizenbezitter wordt, met vier woningen in handen, is een ander geval. Het is dan voor het gevoel niet te rechtvaardigen dat diegene nog gebruikmaakt van een sociale huurwoning. Hij antwoordt mevrouw Naoum Néhmé dat hij op de hoogte is van dat soort gevallen. Hij hoorde van iemand in een sociale huurwoning die ook een huis bezit in het buitenland, en dat mag. Ook hoorde hij van iemand in een sociale huurwoning en die een zelfbouwwoning ging bouwen. Die ging hij daarna verhuren, en ook dat mocht. Mede naar aanleiding van dat geval is de zelfwoonplicht ingevoerd bij zelfbouwwoningen. En dan kent hij het voorbeeld van een kamerhuurder die kleine belegger is geworden, in het bezit van meerdere panden. Ook zoiets mag, ook al onttrekt hij een kamer aan de schaarse voorraad. Om dit soort gevallen te voorkomen kan de zelfwoonplicht helpen. Hij is bereid om bij het Rijk aan te dringen op een vermogenstoets, maar het gaat niet alleen om sociale
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
huurders. De zelfwoonplicht kan vooromen dat mensen meerdere huizen hebben, en anderen geen huis. Overigens geldt bij sociale huur dat iemand die rendement haalt uit vermogen, of veel meer gaat verdienen, te maken krijgt met grotere huurverhogingen. De woning stijgt op die manier in prijs uit het sociale segment. De heer HAMMELBURG vraagt het in debat te houden bij de sociale huurwoningen, want daarop richt zich de grote verontwaardiging naar aanleiding van het NRC-artikel. Sociale huurwoningen worden bezet gehouden door mensen met een enorm vermogen. Het gaat niet om mensen die net wat te veel zijn gaan verdienen. Hij vraagt een heel stevige uitspraak van de wethouder richting Den Haag. Wethouder IVENS antwoordt dat zijn standpunt in dezen duidelijk is. Hij heeft het gehad over de sociale huurwoningen en is het daarover eens met de heer Hammelburg. Scherpe uitspraken naar Den Haag hebben minder zin bij een demissionaire minister. Die zal gaan wetswijziging gaan voorstellen. De heer HAMMELBURG vraagt of de wethouder voor of tegen het invoeren van een vermogenstoets is als iemand al in een sociale huurwoning zit. Wethouder IVENS ziet dat als een van de mogelijkheden die kunnen helpen. Die vermogenstoets zou dan niet te laag mogen liggen; je moet ermee voorkomen dat iemand met meerdere woningen een sociale huurwoning bezet houdt.
Het moet niet zo zijn dat je na ontvangst van een erfenis direct je huis uit moet. Er moet een substantiële drempel zijn. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of de wethouder weet dat, volgens een evaluatie van Aedes, slechts 40% van alle corporaties in Nederland inkomensafhankelijke huren doorberekenen. Is de wethouder bereid om samen met haar een oproep te doen aan de corporaties? Dat iedereen die meer verdient dat de sociale huurgrens gewoon inkomensafhankelijke huren krijgt? Wethouder IVENS antwoordt dat mevrouw Naoum Néhmé hem vraagt buiten zijn bevoegdheden te treden. In Amsterdam berekenen veel corporaties inkomensafhankelijke huren. Bij die inkomensafhankelijke huren stijgen de huren iets sneller, maar dat tempo is te laag voor mensen die meerdere huizen bezitten. Hij is niet tegen inkomensafhankelijke huurverhogingen, maar dat betekent niet dat mensen met een klein middeninkomen direct een gigantische extra huurverhoging krijgt. Hij wil graag een huurverlaging voor mensen die moeite hebben om de huur te betalen en een flinke huurverhoging voor degenen die heel makkelijk de huur kunnen betalen, misschien omdat ze meerdere panden bezitten. Tweede termijn Mevrouw VAN SOEST vraagt een lijst met de verkopen van woningen per woningcorporatie.
Hoeveel verkopen die in welke buurt? Verder vraagt zij of de corporaties verplicht kunnen worden om woningen te verkopen aan de betreffende scheefwonende huurders. Mensen die in de loop van de tijd boven de inkomenstoets komen, krijgen de maximale huurverhoging. Als die mensen die woningen verlaten, heb je een heel hoge huur van woningen in de sociale sector. Is het mogelijk een huurverlaging te geven aan mensen met een jaarlijks inkomen tot 15.000 euro? Dat zou beter zijn dan alle vangnetten. De huur zou naar inkomen moeten worden berekend. Is de wethouder dat met haar eens? De heer HAVELAAR complimenteert de wethouder met de nuances die hij aanbrengt in zijn beantwoording, ondanks de soms extreme voorbeelden die hij gaf. Hij vraagt om bij de voorbereiding van de bespreking van woonfraude tegen de zomer, ook aandacht te besteden aan dit soort voorbeelden. Het is goed alle schaduwzijdes van een
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
hard beleid voor mensen die wel te goeder trouw zijn, bij de besprekingen te betrekken. De heer MANGAL vraagt de wethouder zich vooral te richten op mensen die huizen bezitten in Amsterdam. Het gaat erom dat ze in Amsterdam woningen bezet houden. Of ze ook in het buitenland woningen bezitten doet er in dit geval niet toe. Later kan nog eens gekeken worden naar de vermogens in het buitenland. De heer HAVELAAR vraagt waarom vermogen in het buitenland voor de heer Mangal niets uitmaakt. De heer MANGAL antwoordt dat het bij deze actualiteit gaat om huurders van een sociale woning die ook nog een huis bezitten in Amsterdam, of elders in Nederland. Fraude op basis van vermogen moet natuurlijk aangepakt worden. De heer HAVELAAR vraagt waarom de heer Mangal in dit geval alleen wil kijken naar vermogen in Nederland. Waarom maakt vermogen in het buitenland hierbij niets uit? Voor het CDA maakt dat wel degelijk uit. Hij begrijpt niet waarom DENK zo’n theoretische scheiding maakt tussen Nederland en het buitenland. En bedoelt de heer Mangal met ‘buitenland’ landen buiten Europa, of zou ook Schengen of de EU meegenomen kunnen worden? De heer MANGAL is tegen fraude bij mensen met een groot vermogen, in het buitenland of in Nederland. Het gaat om vermogen waar ze bij kunnen. In dit geval gaat het hem om het aanpakken van de woningnood.
Het maakt hem niet zoveel uit of huizenbezitters sociale woningen bezet houden, of dat zij fraude plegen terwijl ze vermogen hebben. De heer HAMMELBURG constateert dat de heer Mangal een onderscheid maakt tussen mensen die hun vermogen opgebouwd hebben in Nederland, en mensen die vermogen hebben in het buitenland. De eersten kunnen als frauduleus bestempeld worden als ze een sociale huurwoning vasthouden. De tweede groep niet. Hij vraagt de heer Mangal om dat standpunt nog eens te herzien. De heer MANGAL blijft erbij dat vooral de woningnood in Amsterdam aangepakt moet worden. In de hier besproken casus is hij vooral geschrokken van huizenbezitters in sociale huurwoningen. Hij is het eens met de vermogenstoets. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat zij pleit voor een vermogenstoets voor sociale huurders, met aandacht voor al het vermogen dat de betrokkene heeft, in Nederland of in het buitenland. Kan een dergelijk voorstel rekenen op de steun van de DENK-fractie? De heer MANGAL antwoordt dat inderdaad gekeken moet worden naar het vermogen van een sociale huurder. De heer DE BOER verduidelijkt dat volgens de heer Mangal een huisjesmelker met een huis in Flevoland die woont in een sociale huurwoning in Amsterdam, een probleem is. Maar een sociale huurder die allerlei villa’s buiten de EU bezit, aan een mooi strand, op een mooi eiland of ergens anders, is niet zo erg.
Dat heeft volgens de heer Mangal geen prioriteit. Is de heer Mangal het met hem eens dat een sociale huurder nooit panden, in binnen- of buitenland, mag bezitten? De heer MANGAL is dat met hem eens. De heer DE BOER begrijpt daaruit dat de heer Mangal geen prioriteit wil stellen. Er wordt niet eerst gekeken naar mensen met een vermogen in Nederland, maar ook naar mensen met vermogen in het buitenland.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
De heer MANGAL antwoordt dat hij die vraag al heeft beantwoord. Wethouder IVENS antwoordt mevrouw Van Soest dat er over de verkopen van woningcorporaties gerapporteerd wordt bij de prestatieafspraken, en dan niet per corporaties maar over het geheel van alle corporaties. In Den Haag is voorgesteld om corporaties te verplichten om de woningen te verkopen aan zittende huurders, maar dat mocht niet. De eigendomsrechten van corporaties zijn namelijk beschermd. Je kunt ze dus niet verplichten te verkopen. Wel is er een motie aangenomen in Amsterdam die zegt dat een corporatie die een woning gaat verkopen, in eerste instantie moet kijken naar de zittende huurder. Als een woning gezien wordt als sociale huurwoning, kan de huur in principe stijgen tot wel 800 euro per maand. Maar bij vertrekt van de huurders blijft het toch een sociale huurwoning, waarbij de huurgrenzen, de aftoppingsgrens en de sociale huurgrens gelden. De huur moet dan dus verlaagd worden voor de nieuwe bewoner. Hij is het eens dat huurverlagingen mogelijk zouden moeten zijn. Hij antwoordt de heer Havelaar dat hij bij de aanpak van woonfraude ook zal proberen aandacht te geven aan goedwillende huurders. Toch zijn er regels met een ‘goed’ en ‘fout’. Dat moet streng beoordeeld worden. Hij antwoordt de heer Mangal dat hij voor een vermogenstoets is.
Het maakt hem daarbij niet uit waar dat vermogen zich precies bevindt, in binnen- of buitenland. Er moet wel een redelijke drempel aangehouden worden; niet elke euro hoeft daarbij meegeteld te worden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. d. Rondvraag Mevrouw BAKKER las op AT5 dat het riool onder de grond van de Plantage Parklaan wordt vervangen. Er groeien boomwortels doorheen die zorgen voor verstoppingen. Zij vraag welke consequenties dit voor de bomen zal hebben. Wethouder IVENS hoorde van WaterNet dat dit geen consequenties heeft voor de bomen. Men legt het nieuwe riool op een grotere afstand van de bomen aan. Het oude riool zal worden dichtgemetseld. Het wordt niet verwijderd. De heer MANGAL vernam dat er mensen zijn die een mail krijgen van WoningNet omdat de bijdrage niet betaald zou zijn. Hij vraag hoe lang men de tijd krijgt om WoningNet te betalen. Hoe herken je dat het niet om een officieel bericht van WoningNet gaat? Wethouder IVENS heeft ook signalen ontvangen over Phishing bij WoningNet. WoningNet probeert iedereen te informeren over deze Phishing. De tip is om altijd eerst in te loggen op de site van WoningNet, om daarna pas te betalen. Overigens is het tot een jaar na uitschrijfing wegens niet betalen mogelijk om de inschrijving te laten herstellen. De inschrijfduur blijft dan behouden.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Zij schorst de vergadering voor enkele ogenblikken. 5. Samenwerking tussen corporaties en de CAWA (ZD2020-014869) De heer HAMMELBURG constateert dat men nog meer onderzoek wil doen om te kijken hoe de knelpunten kunnen worden opgelost. Hij vraagt hoe men ervoor wil zorgen dat dit ook werkelijk is opgelost, in plaats van deze discussie jaar in jaar uit te voeren. Kunstenaar verdienen duidelijkheid. Verder vraagt hij een toelichting van de wethouder over manier waarop stichting
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
De Key omgaat met de samenwerkingsafspraken. Kan de wethouder uitleggen hoe dit nu precies zit? Houdt De Key zich niet aan de afspraken die met CAWA en de corporaties zijn gemaakt? De Key dient zich aan de afspraken te houden die met alle afspraken die met alle corporatie gemaakt zijn over atelierwoningen. Zijn fractie hoopt dat er geen discussie moeten zijn over de IJzeren Voorraad. Hij vraagt of de raad jaarlijks inzage kan krijgen in het aantal atelierwoningen op buurtniveau. Mevrouw VAN RENSSEN sluit zich grotendeels aan bij de woorden van de heer Hammelburg. Toewijzing gaat via de CAWA, maar wachtlijsten zijn niet mogelijk. Haar vraag is of ook een kleine wachtlijst, of een pool, eventueel een mogelijkheid kan zijn. Wat kan daartegen een bezwaar zijn? In de brief staat dat de adressen van de IJzeren Voorraad gedeeld worden met de leden van de commissie WB. Het zou fijn zijn als die ook gedeeld konden worden met leden van de commissie KDD. Wethouder IVENS merkt op dat nog een aantal dingen uitgezocht moet worden. Wel geregeld is dat de huurder zich inschrijft bij WoningNet. Hij zal het bericht aan de corporaties en de CAWA van harte ondersteunen. Hij is het eens dat er met voortvarendheid dingen uitgezocht moeten worden. Voor atelierwoningen gelden andere dingen dan voor ateliers. Een atelierwoning wordt verhuurd onder een jongerencontract.
Dat kent een vijfjaarsperiode, zonder de mogelijkheid het met nog eens vijf jaar te verlengen. Er kan alleen met twee jaar verlengd worden. Hij heeft zelf tot nu toe geen strijdigheid kunnen constateren met de prestatieafspraken. Mevrouw VAN RENSSEN is het eens dat de samenwerkingsafspraken gehandhaafd moeten worden. Zij las wel in bijlage 3 dat na vijf jaar verhuur opnieuw moet worden getoetst of aan de voorwaarden wordt voldaan. Dat is dus een afspraak over vijf plus vijf. Wethouder IVENS herhaalt dat vijf plus vijf wettelijk niet mogelijk is. Twee jaar verlenging kan wel. Hij zal De Key vragen of dat een optie is. De heer HAMMELBURG merkt op dat andere corporaties wel gebruikmaken van de extra twee jaar. Waarom zou De Key dat niet doen? Hij ondersteunt een oproep van de wethouder aan De Key om dat nog eens goed te bekijken. Wethouder IVENS zegt toe dat hij contact met De Key op zal nemen. Verder antwoordt hij de heer Hammelburg dat er nu eindelijk inzicht is in de adressen van de IJzeren Voorraad. Die zijn niet openbaar. Hij ziet geen bezwaar tegen het op stadsdeelniveau openbaar rapporteren. Op buurtniveau zou het herleidbaar zijn. De heer HAMMELBURG begrijpt niet waarom het op buurtniveau wel herleidbaar zou zijn. De buurten zijn redelijk groot. Hij verzoekt daarom om de corporaties te vragen om het op buurtniveau te doen. Wethouder IVENS zegt toe dat hij het zal vragen.
Hij antwoordt mevrouw Van Renssen dat het idee van een pool interessant is om onder de aandacht te brengen van CAWA. Daarbij tekent hij aan dat het maar om heel weinig woningen gaat die per jaar verhuurd worden. Of een pool heel veel soelaas brengt weet hij niet. Het lijkt geen probleem om het aan KDD te rapporteren. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Dierenwelzijn 6. Discussienota Proefdieren in Amsterdam (ZD2020-014869)
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
Mevrouw BAKKER merkt op dat het dierenwelzijnsbeleid van Amsterdam veelzijdig is. Maar proefdieren vallen er nog niet onder. Het college wil de voorhoedepositie bij dierenwelzijn behouden en uitbouwen. Haar fractie ziet daar mogelijkheden toe. De nationale overheid heeft al jaren de ambitie om voorloper te zijn in proefdiervrije innovatie, maar zonder groot succes. Het is ook niet terug te vinden in de cijfers over proefdieren. Diermodellen hebben maar een beperkte voorspellende waarde. 90% van de resultaten van dierproeven is niet toepasbaar op mensen. In Amsterdam worden veel dierproeven gedaan; negen instellingen hebben daarvoor een vergunning. De universitaire instellingen zijn verplicht om cijfers door te geven aan de NVWA, maar commerciële bedrijven hoeven dat niet in plaats van privacy en concurrentiebelang. In de bijlage van het stuk worden wat cijfers op een rijtje gezet. Daaruit blijkt dat in 2018 minstens 75.600 dieren in Amsterdam op de een of andere manier als proefdier zijn gestorven. In heel Nederland zijn dat er afgerond 793.700 dieren. Amsterdam heeft er dus een behoorlijk aandeel in. Het gaat in Amsterdam om onder andere muizen, ratten, konijnen, cavia’s, geiten, zebravissen, varkens en resusapen. In de bijlage wordt per instelling het type onderzoek vermeld.
Zij schrok van de moedeloosheid van verschillende woordvoerders in de Tweede Kamer over dit onderwerp. De heer Moorlag van de PvdA zei onlangs dat alle partijen eigenlijk op één lijn zitten. Het liefst willen ze naar proefdiervrij, maar er komt maar geen trenddoorbraak. De heer Futselaar van de SP was zelfs bang dat men over vier of acht jaar globaal dezelfde discussie zal voeren. Uit de correspondentie van minister Schouten blijkt dat er kleine stapjes worden gezet. Maar vooral dat er nog duizelingwekkende aantallen dierproeven worden gedaan. Zij stelt voor om als gemeente proactief aan de slag te gaan en concrete stappen te maken waar andere gemeenten een voorbeeld aan kunnen nemen. Zo zou Amsterdam in het economisch vestigingsbeleid een expliciete plek kunnen geven aan proefdiervrije innovatie. Met bestaande starterprogramma’s zou proefdiervrije innovatie op de kaart gezet kunnen worden, met een financiering of een prijs. Zoals de heer De Groot van D66 zei in de Tweede Kamer, zijn er financiële impulsen nodig en nieuwe innovatieve onderzoekers moeten in het zonnetje gezet worden. Ook de gemeente zelf kan aandacht geven aan proefdiervrij onderzoek door het aangaan van een samenwerking waarbij de naleving van de Code Openheid Dierproeven een rol speelt. Men kan aandringen op het registreren van niet-geslaagde proeven om onnodige herhaling van dierproeven te voorkomen.
Zij stelt voor om een rondetafelgesprek te houden met de betrokkenen om te kijken waar die kansen zien. Ook wil zij graag een rondleiding organiseren bij een proefdiercentrum en een onderzoeksplek met proefdiervrije methoden. De VU staat er positief tegenover om de woordvoerders van deze commissie rond te leiden met een evenwichtig programma. Zij vraagt welke mogelijkheden de andere partijen zien. En welke mogelijkheden wil de wethouder onderzoeken? Mevrouw VAN PIJPEN is blij met de agendering van dit onderwerp en dit doorwrochte voorstel. Het is goed dat Amsterdam het voortouw neemt met het agenderen van dit onderwerp. Alles moet op alles worden gezet om het gebruik van proefdieren in medisch onderzoek te verminderen en liefst uit te bannen. Haar fractie staat positief tegenover de opties die in deze discussienota staan vermeld. Zij is zeker geïnteresseerd in een rondetafelgesprek en in een rondleiding. Het is wel verstandig om een prioriteit te stellen bij de voorstellen die in deze nota worden gedaan. Dat geldt met name voor de voorstellen onder het eerste blokje in de nota. Het mag geen papieren tijger worden. In het tweede blokje zit de doelstelling van innovatie verwerkt. De betrokkenheid van Amsterdam in het Life Sciences & Health-programma is een goede aanleiding. Op de agenda van de commissie FED staat ook een stuk over het economisch herstel na corona.
Daarin wordt ook Life Sciences & Health genoemd. Dat kan aanleiding zijn om daar nog eens samen naar te kijken. Bij de voorstellen onder punt 1 verwijst mevrouw Bakker naar initiatieven bij de UMC’s Groningen, Leiden en Nijmegen. Zij vraagt of de gemeenten in kwestie daar ook
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2021
WB
bij betrokken zijn. De heer MBARKI is van mening dat waar mogelijk proefdiervrij gewerkt moet worden. Graag hoort zijn fractie van de wethouder hoe investeringen in bepaalde industrieën gerijmd kunnen worden met het proefdiervrij maken van de samenleving. Als het anders kan, moet dat zeker gebeuren. De heer MANGAL dankt mevrouw Bakker voor dit interessante discussiestuk. Hijzelf heeft in het verleden ook met proefdieren gewerkt op het Nederlands Kanker Instituut Antoni van Leeuwenhoek. Uit eigen ervaring kan hij dus zeggen dat onderzoekers er zeker niet om staan te springen om proefdieren te gebruiken. De schaarste aan alternatieven waarmee men vroeger te maken had, is in de afgelopen jaren flink ingelopen. Dat kon met 3D-technieken, virtual reality en verbeterde in vitrokweektechnieken. Vaak mis je in de verslagen van de instituten en bedrijven cijfers over het gebruik van proefdieren en de alternatieven die in gebruik zijn genomen als vervanging. Een dergelijke openheid heeft namelijk geen gevolgen voor de concurrentiepositie. Hij zou die cijfers graag krijgen van de verschillende instituten en bedrijven. Storend is de aaibaarheidsfactor. Voor- en tegenstanders van dierproeven maken daar grif gebruik van. Hij hoopt dat men in cijfers die in de toekomst worden gepubliceerd ook de ongewervelde dieren meeneemt. Ook voor die dieren zou men alternatieven moeten gebruiken.