Conceptverslag RO 24-09-2025.pdf
Tekst van het document
Er is nu veel minder animo voor een bedrijventerrein en experts zeggen dat er op deze plek geen distributiecentra meer nodig zijn. Het lid vraagt zich af waarom er dan wordt doorgegaan. Er is eerder dit jaar een rapport van de ombudsman verschenen waarin staat dat ambtenaren verstrikt zitten in regels en beleid. Het lid heeft het gevoel dat dat ook bij het college zo is. Men lijkt gevangen te zitten in een systeem dat geen ruimte laat voor omschakeling. De discussie over geld is al vaak gevoerd want de stukken die nog onbebouwd zijn kosten zeventig miljoen. Het geld is in dit dossier al uitgegeven voordat het er überhaupt was. Het lid stelt voor te stoppen met doordenderen op 25 jaar oude afspraken en dit flexibel te herstellen met klimaatadaptatie, biodiversiteit en stadslandbouw. Het lid hoorde bij de inspraak dat de wethouder enthousiast heeft geluisterd bij zijn bezoek aan het voedselpark en is benieuwd naar de antwoorden van de wethouder op de volgende vragen. Ten eerste wil het lid graag weten of de wethouder afstapt van het plan om de nu onbebouwde delen te bebouwen. Ook vraagt het lid of de wethouder bereid is om verdere bebouwing voorlopig on hold te zetten om onomkeerbare stappen te voorkomen tot er meer duidelijkheid is over de kansen van het voedselpark.
Tot slot is het lid benieuwd vindt van de concrete plannen voor een voedselpark en een voedselhub in het gebied zoals geschetst door de inspreker. Lid ALBERTS sluit zich in grote lijnen aan bij het verhaal van lid Emmerik. Bij de oprichting van SADC bevond Nederland zich in andere omstandigheden dan nu en golden er andere opvattingen over duurzaamheid, klimaat, enzovoort. Nu is er de keus om te doen wat SADC voorstelt, namelijk vasthouden aan de oude omstandigheden en een beetje toegeven aan de uitstekende ideeën van Voedselpark Amsterdam. Een andere keus is werken aan de toekomst met nieuwe opvattingen, zoals lid Emmerik schetste. De SP kiest voor het laatste en roept op naar de toekomst te kijken. Het lid oppert om analoog aan het transformeren van leegstaande kantoren ook te kijken naar een mogelijke transformatie van het grondgebied van SADC. Het lid meent dat de rauwe kant van het kapitalisme zich uit in het feit dat de gemeente nu klem zit in de grondspeculatie, 15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
RO
maar vindt het onacceptabel dat er op die manier invloed wordt uitgeoefend. Het lid roept op tot creativiteit in plaats van het op voorhand uitgaan van een bedrag van zeventig miljoen. Bij de kantorenleegstand ging de prijs op een gegeven moment omlaag en het lid zou het niet erg vinden als dat ook bij deze grond ging gebeuren. Lid BILGIN is het volledig eens met de inbreng van de stadsdeelcommissie. De discussie gaat niet alleen over een stuk grond, maar vooral over de toekomst van NieuwWest en wat er aan dit kwetsbare stadsdeel kan worden geboden. Het gaat om een stadsdeel met relatief veel inwoners met een laag inkomen die ongezond eten. De vruchtbare grond in de Lutkemeerpolder biedt een unieke en onmisbare kans om de uitdagingen van dit stadsdeel aan te gaan. Daarnaast biedt een voedselpark veel maatschappelijke activiteiten die bijdragen aan een gezonder leven. Het lid verduidelijkt dat de indruk niet heerst dat de wethouder niet geïnteresseerd is, maar dat het wel de vraag is of hetgeen nu op tafel ligt wel genoeg is. Het lid is van mening dat dat niet het geval is. Veel bewoners en ook de stadsdeelcommissie willen nadrukkelijk een deel van het bedrijventerrein bestemmen voor voedselparken en het lid is er trots op dat de stadsdeelcommissie zich hierin unaniem toont.
Enkele jaren geleden ging de discussie nog over het gehele bedrijventerrein en daaraan hing een kostenplaatje van honderd miljoen euro. Nu liggen er behapbare scenario’s die aanzienlijk minder kosten. Het lid oppert de mogelijkheid om scenario’s nog verder op te splitsen en constateert dat de wethouder ook een poging heeft gewaagd om te peilen wat daartoe de mogelijkheden zijn bij SADC. Het lid is van mening dat ook de nieuwe visie die is geopperd voor een voedselhub in het gebied veel meer tegemoetkomt aan de behoeften van Nieuw-West en ook dat daarvoor veel draagvlak bestaat. De kosten moeten volgens het lid dan ook worden bezien in relatie tot de context. Helemaal volbouwen van het gebied is op de langer termijn veel duurder. Een ander punt waar het lid de aandacht op vestigt is het feit dat het verkeer in het gebied nu al vastloopt. Het lid heeft vernomen dat de bedrijven die nu in het gebied gevestigd zijn hierover klagen en dat er zelfs bedrijven zijn die om die reden willen vertrekken. Doorgaan met de bouw van nieuwe bedrijven die veel verkeer en vooral veel vrachtverkeer aantrekken leidt tot grote investeringen in de omliggende infrastructuur. Dat zijn projecten waar enorm veel geld in gaat, veel meer dan in de alternatieve scenario’s. Het lid roept de wethouder op om open te staan voor verschillende opties en alternatieve financieringsmogelijkheden.
Ook roept het lid de wethouder op om in gesprek te gaan met de provincie, waar wordt gewerkt aan een nieuwe omgevingsvisie. Een van de conceptuitgangspunten in deze visie is dat vruchtbare landbouwgrond beschermd wordt en gebruikt wordt voor duurzame landbouw. Het lid hoopt dat de gemeente tegemoet kan komen aan de inzet die zoveel mensen hebben getoond en spreekt de wens uit dat dit een cadeau kan zijn van de wethouder aan Nieuw-West ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Amsterdam. Lid KEESMAN grijpt terug op de voorgeschiedenis van dit plan. Een tijd geleden leefde het idee dat het honderd miljoen euro zou kosten als er iets moest gebeuren met de Lutkemeerpolder. Het lid heeft toen samen met lid Emmerik en lid Veenhoff een goede sessie met ambtenaren gehad over dit bedrag en of er andere scenario’s voor dit gebied voor te stellen waren. Dit gesprek ligt aan de basis van de scenario’s die nu voorliggen en dat is een grote stap voorwaarts. Scenario 3 dat nu voorligt wordt in het bijzonder gezien als laaghangend fruit en wordt als gebalanceerde mogelijkheid in de raadsinformatiebrief gepresenteerd. De PvdA vindt scenario 3 een werkbaar scenario en geeft ter overweging mee of het wenselijk is om voor meer kwantiteit te gaan, zoals onder andere door de stadsdeelcommissie verzocht wordt.
Het zou zinvol kunnen zijn om meer te kijken naar kwaliteit in plaats van meer grond toe te voegen. De PvdA vindt kwaliteit een belangrijk punt om op in te zetten, bijvoorbeeld door bewoners te betrekken en ook door een wisselwerking te faciliteren tussen de stadslandbouw en de bedrijvigheid die nu voor het gebied voorzien is. Als voorbeeld noemt het lid de eerder voorgestelde voedselhub. Samenvattend pleit de PvdA dus voor kwaliteit en niet voor kwantiteit. Het lid wil weten of de wethouder denkt dat daar volop op ingezet kan worden. Ook is het lid benieuwd hoe de wethouder het bezoek aan het voedselpark heeft ervaren en of daar nieuwe inzichten uit voortgekomen zijn. Lid EMMERIK vraagt of de PvdA toch betondozen in het gebied wil neerzetten, ondanks de leegstand die er al is. Ook vraagt het lid zich af hoe het komt dat dezelfde partijen met dezelfde idealen in de stadsdeelcommissie tot een andere uitkomst 16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
RO
komen dan de PvdA in de raadscommissie. Lid KEESMAN antwoordt dat het geen makkelijke beslissing was maar dat zijn fractie toch vindt dat er nu niet moet worden gestreefd naar meer grond. Er moet worden gestreefd naar een kwalitatief goed voedselpark en met de 26 hectare die er nu ligt is dat al een grote uitdaging waarbij de steun van de gemeente hard nodig is. Verder is het volgens het lid simpelweg het geval dat binnen een partij de neuzen niet altijd dezelfde kant op staan in specifieke zaken. Lid ALBERTS vindt dat de PvdA alvast het hoofd in de schoot legt en vindt dat met name jammer omdat er juist een beweging de andere kant op gaande is. Het lid vraagt zich af hoe het komt dat lid Keesman deze beweging mist en al bij voorbaat aan het afhaken is. Lid KEESMAN bestrijdt deze uitspraak en vindt dat de PvdA juist niet afhaakt maar met opgeheven hoofd de uitdaging aangaat om van de huidige situatie een succes te maken. Lid BILGIN vraagt in een interruptie of de PvdA zich realiseert dat Nieuw-West 170.000 inwoners heeft en dat voeding ook een kwestie van kwantiteit is. Ook wijst lid Bilgin op het feit dat de stadsdeelcommissie nadrukkelijk heeft gevraagd om een grotere omvang. Lid KEESMAN antwoordt dat hij het hier van harte mee eens is en dat hij ervoor pleit om de bewoners van Nieuw-West zoveel mogelijk te betrekken bij het voedselpark.
Lid BILGIN verduidelijkt dat het niet gaat over betrokkenheid maar over de omvang van het voedselpark. De vraag is of de PvdA begrijpt dat voeding in zo’n groot stadsdeel voor een groot deel een kwestie is van kwantiteit. Lid KEESMAN vraagt zich hierop af of er wordt bedoeld dat het voedselpark het hele stadsdeel Nieuw-West zou kunnen voeden, want dat is in de beleving van het lid niet aan de orde. Het is nu belangrijk een bewustzijn te kweken, mensen bekend te maken met het concept en ze natuurlijk ook gedeeltelijk te voeden. Lid LOCHTENBERG geeft in een interruptie aan het spoor wat bijster te zijn wat betreft het standpunt van de PvdA. Lid KEESMAN is verrast over deze interruptie. Voor het lid is het klaar dat de gebalanceerde oplossing uit de raadsinformatiebrief als uitgangspunt genomen kan worden om het voedselpark een succes te maken. Lid ALBERTS stelt in een interruptie dat de PvdA met dit standpunt in de onderhandelingen zaken uit handen geeft, en vraagt of lid Keesman dit herkent. Lid KEESMAN moet hier over nadenken, maar concludeert dat hij dit niet herkent. Het lid stelt dat het veel inspanning en geld zal kosten om de strijd voor wat oppervlakte erbij aan te gaan. Het lid vindt het zinvoller om de inspanning te gebruiken om van de situatie die nu geschetst wordt een succes te maken.
In een laatste interruptie wilde lid ALBERTS nog vragen wat lid Keesman verstaat onder kwaliteit, maar de spreektijd van lid Keesman is verstreken dus het antwoord op deze vraag blijft uit. Lid LOCHTENBERG stelt vast dat de voordelen van het behoud van Lutkemeer al uitvoerig zijn besproken en dat zijn partij kansen ziet om samen met boeren, ondernemers, onderwijs en bewoners een circulaire economievorm te creëren. Hierbij kunnen lokale producten, kennis en middelen worden ingezet voor de regio. Het lid vindt dat het plan voor de voedselhub hierbij aansluit. Ook is Lutkemeer in plek waar burgers en kinderen kunnen beleven en leren waar voedsel vandaan komt. Melk komt echt uit een koe en appels komen van een boom. Het lid vraagt of de wethouder kan toelichten wat er op de afgelopen Lutkemeer-bijeenkomst is toegezegd over distributie. Ook wil het lid weten of de wethouder kan bevestigen dat er geen nieuwe verharding komt in de polder en of er in het omgevingsplan rekening kan worden gehouden met voedselgerelateerde bedrijvigheid zoals de voedselhub. Tot slot verzoekt het lid de wethouder de twee jaar tijd te geven waarom het voedselpark heeft verzocht, zodat er meer landbouwgrond kan worden behouden. Lid ABOELKASEM schetst dat de Lutkemeerpolder niet alleen symbool staat voor vruchtbare grond of groene open ruimte.
Het gebied belichaamt de mogelijkheid om een samenleving vorm te geven waarin participatie, gemeenschapsgezindheid en gelijke kansen centraal staan. In Nieuw-West hebben bewoners jarenlang te maken gehad met een tekort aan middelen en aandacht. Het is cruciaal om nu te investeren in plekken waar de mensen kunnen verbinden en de Lutkemeerpolder speelt hierin een sleutelrol. Het lid steunt dan ook het door insprekers ingediende plan voor een voedselhub. Participatie betekent immers niet alleen meepraten, maar ook meebeslissen en vorm geven aan wat er gebeurt in de eigen leefomgeving. De Lutkemeerpolder biedt bewoners de kans hun stem te laten horen en samenlevingsverantwoordelijkheid te nemen op het gebied van gezonde voeding, educatieve projecten en werkgelegenheid. Zo kan er samen worden 17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
RO
gebouwd aan iets tastbaars, en wordt eigenaarschap gecreëerd. Het lid roept de vergadering op om als raad gehoor te geven aan de unaniem aangenomen motie van de stadsdeelcommissie om te onderzoeken hoe zoveel mogelijk grond in de Lutkemeerpolder kan blijven behouden. In het oorspronkelijke plan werd een hectare groen behouden, inmiddels is al opgeschoven naar 26 hectare, Het lid hoopt dat er nog meer grond gered kan worden vanwege de maatschappelijke voordelen die dat met zich meebrengt. Tot slot roept het lid de wethouder op om zo nodig tijd te bieden opdat onderzocht kan worden welke middelen benodigd zijn en waar deze middelen vandaan kunnen komen om deze waardevolle grond te kunnen behouden. Lid ASLAMI complimenteert om te beginnen de insprekers en allen die zich hard maken voor de Lutkemeerpolder, niet alleen in de raad maar ook in de stadsdelen. Ook vindt het lid dat de wethouder een compliment verdient vanwege de tijd en moeite die hij genomen heeft om een bezoek te brengen aan het gebied en met betrokkenen te spreken. Het is de eerste keer dat een wethouder ter plaatse is geweest en dat schept enigszins verwachtingen. Het lid vindt dat als je meedenkt, je misschien ook met creatieve ideeën moet komen en het lid kent de wethouder als een creatieve persoon.
De vraag die hieruit voortvloeit is of het voor de wethouder mogelijk of denkbaar is de bestemming van het gebied te wijzigen naar stadslandbouw als het de initiatiefnemers lukt de benodigde zeventig miljoen bij elkaar te brengen. Daarmee kan ruimte worden geschapen voor initiatieven als de voedselhub en voor innovatieve ondernemers. Wethouder VAN WEYENBERG vertelt dat hij zich buitengewoon heeft vermaakt bij het bezoek. Het is een open gesprek geweest met mooie ideeën, maar ook heeft de wethouder kunnen aangeven waar hij niet aan zet is. Hierover volgt nog een uiteenzetting, maar de wethouder wil in ieder geval laten weten dat de gastvrijheid zeer is gewaardeerd. Ook is de wethouder van mening dat passie gewaardeerd kan worden, al is men het niet helemaal met elkaar eens. Inhoudelijk kijkt de wethouder terug naar het verzoek van ruim een jaar geleden van de leden Veenhoff, Keesman en Emmerik om nog eens naar dit dossier te kijken. Het dossier gaat al lang terug en destijds zijn er afspraken gemaakt die nu in principe nog staan, los van de vraag of dezelfde afspraken in deze tijd ook gemaakt zouden worden. De wethouder vindt het overigens belangrijk om te melden dat er momenteel wel degelijk een tekort is aan bedrijfsruimtes in Amsterdam. Niet alleen voor grote, maar ook voor kleinere bedrijven is het lastig om in de stad een plek te vinden.
De wethouder legt uit dat hij zich bij de kennismaking met dit dossier uiteraard bezig heeft gehouden met mogelijkheden, maar ook hebben de scenario’s inzicht gebracht over zaken die niet mogelijk, of beleidsmatig niet wenselijk zijn. Het vertrekpunt in de brief was om op een aantal plekken ruimte te regelen, ook voor stadslandbouw. Niet alleen binnen het bedrijventerrein want het hoofdaandeel van het aantal hectares komt van daarbuiten. Een reden daarvoor is dat de grond op deze plek ontzetten duur is, namelijk vierenhalf miljoen euro per hectare, en dat wordt geboekt op rechtstreekse kosten zoals stadsvernieuwing. In dit licht bezien is zeventig miljoen euro meer dan zes keer de bijdrage van de gemeente aan de stadsvernieuwing in de Wildemanbuurt. Daarom was het belangrijk om te onderzoeken wat wel mogelijk was. Allereerst is een plek gegeven aan De Boterbloem op de drie hectare die in de partiele herziening van het bestemmingsplan opgenomen gaan worden. Daarover zijn met de GEM Lutkemeer afspraken gemaakt. Verder is voor rond de honderdduizend euro 0,7 hectare toegevoegd aan kavel N5, een tender die gewonnen is door andere Voedselpark Amsterdam. Door de partiele herziening gaat deze kavel van acht naar negen hectare. Ten derde is het de bedoeling dat met kavel N6 op iets langere termijn nog 14 hectare wordt toegevoegd.
Hierover is de gemeente in gesprek met de erfpachter en deze grond zal op termijn beschikbaar komen waardoor het van een mogelijk beschikbaar kavel in het bestemmingsplan verschuift naar daadwerkelijk beschikbare grond. Daarvoor moet een goede afspraak worden gemaakt met de erfpachter dus de wethouder houdt nog een kleine slag om de arm. De wethouder benadrukt dat dit ingrijpende zaken zijn en dat de gesprekken met de erfpachters zorgvuldig moeten verlopen. De wethouder staat open voor de suggestie van lid Veenhoff om de inheemse bevolking te betrekken. Wel wacht de wethouder af hoe de gesprekken hierover in de commissie FKD verlopen.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
RO
De wethouder vindt het prachtig dat er met een beginstand van een hectare nu 26 hectare staan en legt uit dat de toename hem best zorgen baarde. De wethouder meldt dat er al uitgewerkte plannen bestaan om richting 2027 of 2028 een succes te maken van kavel N5. Op de vraag wat er bij het bezoek is toegezegd antwoordt de wethouder dat men contact op kan nemen met de gemeente als men ergens tegenaan loopt. Ook is er al vijftigduizend euro subsidie verstrekt voor het opzetten van de coöperatie. Deze toezegging heeft de wethouder kunnen maken omdat de visies dusdanig parallel lopen dat ze nergens tegen beleid van het college of de raad in zouden gaan. De gesprekken lopen zeer constructief, ook op de punten waar zaken anders gewogen worden. Helaas is het niet gelukt de kavel bij de ingang te verwerven omdat daar zakelijke afspraken onder zitten met meerdere aandeelhouders. Daar heeft de wethouder zich toe te verhouden. Tegelijkertijd blijft de vraag wat er mogelijk is op het bedrijventerrein, en het feit dat de gemeente niet zomaar miljoenen uit de pot Stadsvernieuwing kan halen. Overigens is dat ook niet aan de wethouder gevraagd. Men wil zelf graag op zoek naar geld, maar zeventig miljoen euro is de meest ambitieuze vorm en er valt ook te denken aan andere maatvoering.
De wethouder is van mening dat er niets hoeft stil te staan om te voorkomen dat alles is volgebouwd is als de initiatiefnemers het geld bijeen hebben gebracht. De realiteit is dat een bedrijventerrein als dit zich altijd stapsgewijs ontwikkelt en de wethouder heeft de overtuiging dat er geen risico is dat alle kavels weg zijn als er een half jaar of een jaar wordt gestudeerd op de kans van slagen. Een overweging daarbij is dat de wethouder denkt een rol te kunnen spelen in het gesprek tussen Voedselpark Amsterdam en SADC. Lid EMMERIK meent hieruit te concluderen dat er weinig animo is voor de bedrijven, maar wethouder VAN WEYENBERG stelt dat de ervaring ook bij andere bedrijventerreinen leert dat ze stapsgewijs worden ingenomen. De wethouder denkt ook de vraag van lid Alberts te hebben beantwoord. Over de genoemde leegstand meldt de wethouder dat er nu een groot distributiecentrum staat en dat er een tweede is vergund. De gemeente heeft bij het tweede distributiecentrum bepaald dat er pas mag worden gebouwd als er een huurder voor is want er wordt niet gebouwd voor leegstand. Verder is de gemeente voornemens in de partiële herziening van het bestemmingsplan de uitbreiding naar 3 hectare voor De Boterbloem en de toevoeging van 0,7 hectare voor kavel N5 op te nemen. Er is geschoven in het plan om de 2 hectare te vinden en dat is in goed gesprek gegaan.
Lid VEENHOFF vraagt in een interruptie of het klopt dat de suggestie in de brief dat de grond geschonken is door SADC onjuist is, en dat het inderdaad om een verschuiving gaat. De wethouder legt uit dat het inderdaad een soort verschuiving is geweest met als belangrijkste opbrengst de 2 hectare voor De Boterbloem. De gemeente wil zoals gemeld in de partiele herziening de andere vormgeving van het bedrijventerrein met toevoeging van de genoemde 2 en 0,7 hectare opnemen. Daarnaast wil de gemeente opnemen dat er niet nog meer ruimte komt voor distributieactiviteiten dan de twee die nu vergund zijn. Logistiek wordt daarom uit de bestemming gehaald. Normale bedrijfsmatige bestemmingen waaronder ook voedselgerelateerde bestemmingen blijven in het bestemmingsplan. De wethouder vindt het voorstel voor een voedselhub interessant, maar wijst erop dat dat een struikelblok kan worden als dat logistiek is. De gemeente wil in ieder geval af van grote distributies met grootschalige transportbewegingen. Bij de partiële herziening dient er dus goed opgelet worden en mocht een eventuele voedselhub in de klem komen dan denkt de wethouder dat er wel een oplossing gevonden wordt. Lid LOCHTENBERG vraagt wat het schrappen van logistiek doet met de waarde van de grond. De wethouder meldt dat hij niet de indruk heeft dat er impact is op de grondprijs.
Lid LOCHTENBERG vraagt in een vervolginterruptie een bevestiging dat de waarde van de grond niet stijgt en de wethouder antwoord dat de inschatting is dat het waardeverhogend noch waardeverlagend zal zijn. Ook merkt de wethouder op dat het uitgaan van meerdere verdiepingen niet waardeverhogend is. De gemeente rekent weliswaar met vloeroppervlaktes, maar de ervaring bij dit soort terreinen is dat er niet met vloeren wordt gewerkt maar met een vloer met stellages. Lid LOCHTENBERG merkt in een interruptie op dat de waarde wel omhoog is gegaan bij Amsterdam City Hub. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt hierop dat de grond in dit geval niet van Amsterdam was, maar van de haven en het grondprijsbeleid loopt daar anders. In het Amsterdamse beleid ontstaat er meer vloeroppervlak als bedrijven gestapeld worden. In 19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
RO
het voorliggende plan richt de wethouder zich primair op helpen het plan tot een succes te maken, en hij is optimistisch over alle ontwikkelingen. Het enige punt van de initiatiefnemers waar wethouder VAN WEYENBERG geen rol ziet voor de gemeente is het bijeenbrengen van het geld. De wethouder geeft in overweging dat voor Europese subsidies de Rijksdienst voor Ondernemers allerlei hulplijnen heeft voor mensen met projecten. De wethouder meent dat dat de plek is waartoe de initiatiefnemers zich kunnen wenden. Om als gemeente zelf een initiatief te bedenken tegen beleid van de gemeente zelf voelt niet consistent en zoals gezegd vindt de wethouder niet dat de gemeente daarin aan zet moet zijn. De wethouder kan wel een gesprek initiëren tussen Voedselpark Amsterdam en SADC en inmiddels heeft SADC aangegeven een voedselhub interessant te vinden en dat zou een vertrekpunt kunnen zijn. Het is ontzettend dure grond. De wethouder kreeg onlangs een mail van een ongerelateerde partij over de verwerving van bijna 30 hectare in Friesland. Voor het bedrag dat daarmee gemoeid was zou er in de Lutkemeerpolder nog geen hectare kunnen worden aangekocht. Mocht het geld gevonden worden dan kan men uitgaan van een positieve grondhouding bij de wethouder. Het enige dilemma dat de wethouder vooralsnog ziet is dat het intrekken van de logistieke bestemming de voedselhub niet moet bijten.
Daar valt te zijner tijd wellicht nog wat huiswerk te doen. Lid VEENHOFF vraagt na hoe de kwalificatie grootschalig moet worden gezien in de brief waar gesproken wordt over grootschalige distributie. De wethouder geeft aan dat niet helemaal precies te weten, maar dat het onderliggende doel is de grote verkeersbewegingen niet groter te laten worden. Lid KONINGS vraagt of de partiele herziening nog voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen kan worden verwacht. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat daar nog even over nagedacht moet worden. Lid EMMERIK vraagt voor de duidelijkheid of het klopt dat verdere bebouwing niet on hold wordt gezet, maar dat de gemeente ervan uitgaat dat er niet gebouwd wordt. De wethouder herhaalt dat, gezien de ervaringen met het vullen van andere bedrijventerreinen, de verwachting niet bestaat dat in het komende jaar alle ruimte uitgegeven zal zijn. Lid LOCHTENBERG vraagt namens de fractie van het CDA of de wethouder kan bevestigen dat hij heeft toegezegd dat er geen nieuwe verharding komt in de polder. De wethouder antwoordt dat hij deze toezegging niet kan plaatsen en dat hij over verharding niets heeft gezegd. Tot slot meldt wethouder VAN WEYENBERG dat kavel N3 vervuild is en dat die vervuiling serieus is. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan en op basis van dat onderzoek wordt gekeken wat het perspectief is.
Wellicht is sanering mogelijk maar misschien wordt dat te duur. Momenteel kan er absoluut geen voedsel op verbouwd worden maar misschien kan er wel een bos op geplant worden. Het gesprek over dit kavel loopt en de wethouder verwacht nog voor het einde van het jaar nader zicht op de status van dit kavel te hebben. Lid LOCHTENBERG vraagt voor de zekerheid of er goed is afgesproken dat er contact opgenomen wordt met Voedselpark Amsterdam als er zich een huurder of een exploitant meldt die meerdere kavels zou willen ontwikkelen. De wethouder meldt dat dit een van de redenen is waarom het belangrijk is dat Voedselpark Amsterdam en SADC in gesprek gaan. Niemand wil voor onverwachte verrassingen komen te staan. Tweede termijn Lid VEENHOFF is blij met de actieve en zelfs proactieve houding van de wethouder en ook met de manier waarop nu het gesprek wordt gevoerd in de commissie. Ook toont het lid zich verheugd over het feit dat Voedselpark Amsterdam en SADC in gesprek gaan. De enige vraag die het lid nog heeft is of de wethouder iets kan zeggen over het feit dat er een aantal kavels is dat sowieso nog niet kan worden uitgegeven. Lid LOCHTENBERG sluit zich aan bij de complimenten van lid Veenhoff en wil graag weten of Voedselpark Amsterdam een prioriteit heeft aangeven in de gewenste kavels en of die het langs gereserveerd kunnen worden.
Wethouder VAN WEYENBERG bedankt de leden voor de vriendelijke woorden en meldt dat er een aantal kavels wacht op de partiele aanpassing van het bestemmingsplan. Ook zijn er kavels die worden geraakt door het schrappen van de logistieke bestemming. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor de raadsvergadering van 12 en 13 november. 20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
RO
9 Bespreken van de raadsinformatiebrief over de voortgang van het Amsterdams daklandschap, dakstrategie en de beantwoording van de motie 747.23 (VN2025-012256) De VOORZITTER meldt dat er voor dit agendapunt een schriftelijke bijdrage is ontvangen van insprekers. De bijdrage is te vinden bij de stukken van agendapunt 2b. Lid EMMERIK gebruikt zijn overgebleven 23 seconden spreektijd om te vragen of de wethouder kan toezeggen dat de beleidsnotitie Gebruik en inrichting daken nog dit jaar naar de raad wordt gestuurd. Lid TAJ is blij met de dakenstrategie en met de ambitie om in 2050 alle daken te gebruiken benutten omdat de ruimte schaars is en de daken goed gebruikt kunnen worden. Het lid memoreert aan het feit dat zijn voorgangster een motie heeft ingediend waarvan het college zegt dat hij is afgedaan. Genoemde motie roept op tot het opstellen van regels aan de hand waarvan de daken goed benut kunnen worden en tot op heden is dat niet gebeurd. Het lid constateert dat de motie nog niet is afgedaan en vraagt of er duidelijk onderscheid gemaakt kan worden tussen bestaande daken, nieuwe daken en gebiedsontwikkeling. Verder vraagt het lid zich af wat er bij bestaande daken gedaan kan worden om mensen te inspireren en ze ertoe te bewegen hun daken optimaal te benutten. Het lid heeft dezelfde vraag voor nieuwbouwdaken.
Er wordt verwezen naar de bouwverordening maar dan gaat het alweer over landelijke regelgeving. De vraag is welke regelgeving er in de gemeente ingezet kan worden. Tot slot spreekt het lid complimenten uit over de brief. Er staan goede voorbeelden in en de intentie van de wethouder en het college om naar de geest van de eerder ingediende motie te handelen is duidelijk. Lid KONINGS sluit zich aan bij de complimenten van de vorige sprekers. Toch signaleert het lid dat er nog veel knelpunten zijn en ook dat er verschillen zijn tussen stadsdelen onderling. In de brief wordt de beleidsnotitie Gebruik en inrichting daken aangekondigd. Het lid wil graag weten wanneer deze notitie verwacht kan worden en of hij in de commissie kan worden besproken. Wethouder VAN WEYENBERG geeft aan niet in te gaan op de vraag of een motie wel of niet is afgedaan. Dit laat echter onverlet dat de invulling van de motie nog moet plaatsvinden. Ten eerste vraagt de wethouder op de kaart Groene en multifunctionele daken. Op deze kaart zijn veel voorbeelden van groene en multifunctionele daken te zien, inclusief zonnepanelen. Vanaf eind oktober worden in deze kaart ook gegevens verwerkt over het aantal vierkante meters groene daken uit de groenmonitor. Er komt ook eigen regelgeving voor de gemeente en de beleidsnotitie Gebruik en inrichting daken wordt nog dit jaar verwacht.
De notitie gaat over de regelingen die kunnen worden getroffen en welke Amsterdamse stappen er nodig zijn om tot een uniforme regeling te komen. De uniformiteit is nodig om onduidelijkheid bij initiatiefnemers en onnodige belemmeringen die nu in de praktijk worden ervaren te kunnen wegnemen. Ook wordt er een planning opgesteld voor de uitwerking. De brief wordt in november of december verwacht in het college en normaal gesproken komt hij vlak voor de kerst aan bij de raad. Misschien wordt het net na de kerst. De wethouder wijst nog op de hemelwaterverordening, die in een stad als Amsterdam nodig is. De verordening is een voorbeeld van hoe lokale regelgeving soms echt iets toevoegt. De hemelwaterverordening bepaalt bijvoorbeeld dat nieuwbouwwoningen zes centimeter regen moeten kunnen opvangen op het dak. In de praktijk leidt deze regel tot 95 procent groene daken bij nieuwbouw. Na een korte discussie stelt de VOORZITTER vast dat motie 747.23 niet is afgedaan en sluit de voorzitter het agendapunt. 10 Bespreken van de raadinformatiebrief ter afdoening van de toezegging over bouwhoogten IJburg (VN2025-012255) Lid VEENHOFF schetst dat er in IJburg een blok is waar voor de bouw veel ruimte is gegeven in het bestemmingsplan. Dit heeft tot gevolg gehad dat er heel hoog en diep gebouwd kon worden en het heeft drie jaar geduurd voordat het bestemmingsplan weer is ingeperkt.
In de tussentijd was er geen grip op de bouw en dat heeft tot gevolg gehad dat sommige mensen hun tuin tot zes meter hoog hebben volgebouwd. Uiteindelijk is daarover geklaagd en daarop is het bestemmingsplan gewijzigd. Het lid vraagt zich af hoe dat heeft kunnen gebeuren en hoe dat normaal gesproken gaat. Er is immers van tevoren 21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
RO
lang getekend en de welstandscommissie heeft zich erover gebogen. Het lid is benieuwd of het in dit geval gewoon fout is gegaan. Het tweede punt waar het lid mee zit is dat het bestemmingsplan uiteindelijk is ingeperkt naar twaalf meter en dat daarmee voor iedereen bij recht optopping werd toegestaan. Het was niet mogelijk om daarvan in individuele gevallen af te wijken en er is een woning die zodanig is ingebouwd dat hij nu onverkoopbaar is. Het lid constateert dat bij de blokken rondom dit blok optopping wordt geregeld via een binnenplanse afwijking en zo’n constructie biedt wel sturingsmiddelen. Het lid wil graag weten hoe dat in het bestemmingsplan zit en of optopping normaliter geregeld wordt via een binnenplanse afwijking. Wethouder VAN WEYENBERG deelt mede dat het hier gaat om twee locaties die onder verschillende bestemmingsplannen vallen. Naar het beeld van de wethouder is er niets misgegaan en is het gegaan volgens de procedures die ervoor gehanteerd dienen te worden. Het bestemmingsplan IJburg eerste fase, tweede herziening, herziet regels met de gerealiseerde dan wel vergunnende situatie voor negen bouwblokken op IJburg en met bestemmingsplannen die voor de overige blokken van IJburg in de eerste fase van toepassing zijn. Onder de Wet ruimtelijke ordening werden bestemmingsplannen elke tien jaar herzien.
Daarbij werd dan een globaal bestemmingsplan opgesteld dat later via een herziening kon worden teruggebracht naar de regels. Momenteel worden onder de Omgevingswet bestemmingsplannen per gebied aangepast en uiteindelijk worden vergunnende activiteiten opgenomen in het Omgevingsplan Amsterdam zodat er altijd een actueel omgevingsplan is, In het geval dat nu aan de orde is klopt het dat de regels voor de ene kavel afweken van de regels voor de andere en dat gold ook voor bouwhoogte. De wethouder snapt dat dit vragen oproept, maar het is een normale gang van zaken dat er wordt gevarieerd in onder andere bouwhoogte. Er is in het bestemmingsplan niet gekozen voor de systematiek van de omliggende blokken omdat de bouwhoogten al waren opgenomen in de stedenbouwkundige opzet. In die opzet golden al verschillende bouwhoogten. Er is gekozen om dezelfde systematiek te hanteren binnen bouwblokken, maar niet tussen bouwblokken en er was geen plan om de bouwhoogten terug te brengen. In dit specifieke geval paste de optopping tot twaalf meter binnen de bouwhoogte en er was geen weigeringsgrond. Bij het andere blok zou bij een optopping vanaf negen meter de bouwhoogte uit de bestemming al overschreden worden. Lid VEENHOFF stelt vast dat het geschetste probleem niet erkend wordt en dat er steeds dezelfde antwoorden komen. Het lid overweegt schriftelijke vragen te gaan stellen.
De wethouder constateert dat lid Veenhoff het beleid gewijzigd zou willen zien, terwijl de wethouder niet de indruk heeft dat dat nodig is. De VOORZITTER sluit het agendapunt. 11 Bespreken van het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West (GOP Nieuw-West) (VN2025-012254) Lid STAARTJES licht toe waarom dit punt is geagendeerd. Het gebiedsgericht omgevingsplan Nieuw-West gaat de inspraak in en dit is een goed moment om iets te zeggen over het proces en het instrument zelf. Voor het lid zijn drie dingen van belang. Het instrument GOP moet systematisch ingezet gaan worden, de stadsdeelcommissies moeten betrokken worden en de doelen en dilemma’s moeten worden gemonitord. Het gebiedsomgevingsprogramma is een waardevol nieuw instrument en juist vanwege de schalende dynamiek van Amsterdam is het van belang dit programma niet ad hoc in te zetten. Het moet gestructureerd en democratisch geborgd zijn. Naast Nieuw-West zijn er inmiddels ook in Zuid, Centrum en Zuidoost GOPs gestart. Het lid vindt dat Amsterdam zich bij uitstek leent voor een systematische toepassing en dat het GOP goed aansluit bij het bestuurlijke stelsel van de stad. Het vertaalt de door de raad vastgestelde kaders naar gebiedsniveau. Daarbij is het belangrijk dat stadsdeelcommissies, die een richtinggevende taak naar de raad hebben gekregen, worden betrokken.
Zij vertegenwoordigen bewoners en kennen de gebieden waar de scherpe keuzes gemaakt moeten worden. Dat is ook terug te zien in het onderhavige GOP. Keuzes in de openbare ruimte hebben grote impact op bewoners en ondernemers en tot nu toe blijven deze afwegingen te vaak een zaak van consultants en ambtenaren. Dat levert weliswaar positieve MER-rapportages op maar gaat voorbij aan de scherpe politieke en financiële 22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
RO
keuzes die ook gemaakt moeten worden. Voor de raad is het ondoenlijk om alle dilemma’s uitgebreid te bespreken en de stadsdeelcommissies zijn hiervoor het juiste orgaan. Het lid is van mening dat dit in Nieuw-West onvoldoende is gebeurd bij de totstandkoming van dit concept. Waar in de stukken staat dat de stadsdeelcommissie vroegtijdig betrokken was, bleek het in de praktijk beperkt te zijn tot een informatieve sessie en daarmee is de commissie feitelijk op afstand gehouden. De stadsdeelcommissie gaat nog advies geven op het vastgestelde conceptproduct, maar evaluaties laten zien dat de reguliere adviesroute onvoldoende uit de verf komt. In het GOP wordt gesteld dat er nog een monitor wordt ontwikkeld die intern beschikbaar wordt gesteld. Het lid verzoekt met het oog op de rol van de raad en de stadsdeelcommissies en de keuzes die gemaakt moeten worden dat deze monitor openbaar wordt gemaakt. Het liefst ziet het lid dat deze monitor wordt gekoppeld aan de bestaande Monitor omgevingsvisie zodat de raad periodiek wordt geïnformeerd. Het lid vraagt concreet een visie en een afwegingskader voor de inzet van dit nieuwe instrument. Daarnaast verzoekt het lid dat de stadsdeelcommissies structureel en volwaardig betrokken worden en niet slechts via een informatiesessie of via een niet-werkende adviesroute.
Tot slot vraagt het lid om de GOP monitor publiek toegankelijk te maken en als het kan op te nemen in de Monitor omgevingsvisie. Lid BILGIN sluit zich aan bij het betoog van lid Staartjes. Lid TAJ sluit kan zich ook vinden in de woorden van lid Staartjes. GroenLinks pleit al langer voor meer inzicht in het proces en is erg blij met deze ontwikkeling. Het lid wijst op een rijksmonument dat zich bevindt tussen de Johan Jongkindstraat en de Lelylaan. Het pand blijft op de erfgoedlijst maar is van slechte kwaliteit en er spelen problemen met schimmel en dergelijke. Het lid wil graag weten hoe de wethouder hiernaar kijkt. Verder refereert het lid aan de zogenoemde Osdorp-file en het lid vreest dat deze file groter gaat worden door de verdichting. Ook hierover wil het lid graag de mening van de wethouder weten. Tot slot heeft het lid begrepen dat er oeverlanden bebouwd gaan worden. Het lid vraagt waar dat precies gaat gebeuren en roept op het niet te doen omdat de oeverlanden fungeren als de longen van Nieuw-West. Lid ABOELKASEM constateert in aansluiting van het betoog van lid Taj dat de monumentale status van panden in de praktijk soms knelt en dat dat in Nieuw-West ook is terug te zien, bijvoorbeeld in het Sloterhofcomplex. Daar heeft de monumentale status er in het verleden toe geleid dat particuliere verhuurders niet zijn overgegaan tot renovatie of verduurzaming.
Het gevolg daarvan is dat veel bewoners in slecht geïsoleerde woningen met vocht en schimmel hebben gewoond. Het lid vraagt welke ruimte het college ziet om soepeler om te gaan met bestaande monumentale woningen. De VOORZITTER deelt mede dat ondertussen stadsdeelbestuurder Doevendans in aangesloten en heet de bestuurder van harte welkom. Wethouder VAN WEYENBERG deelt mede dat het GOP een prachtig nieuw instrument omdat het bestuurlijk een aantal hoofdafwegingen zichtbaar maakt. Soms kan niet alles en in een proces zitten altijd keuzes die in het vervolgproces tot versnelling leiden. Er moeten soms lastige knopen worden doorgehakt en dat zijn ingewikkelde afwegingen. Het instrument is een niet-juridisch, zelfbindend instrument waar de wethouder erg blij mee is. Het is als eerste ingezet in Nieuw-West omdat hier dilemma’s voorlagen zoals de monumentale status. Maar er waren meer knelpunten en de wethouder dacht dat er met dit instrument op korte termijn de meeste toegevoegde waarde te behalen was. Het instrument is volgens de wethouder met grote eendracht ingezet en er wordt gewerkt aan de inzet van dit instrument in een aantal andere gebieden als Buitenveldert, Zuid-Oost, de haven en mogelijk Centrum. De wethouder geeft toe dat hij huiverig is om meer monitoring toe te voegen omdat er al heel veel gemonitord wordt.
De wethouder wil best kijken of deze monitoring ergens een plek kan worden gegeven maar wil wel zeker weten dat het daadwerkelijk iets toevoegt. De wethouder wil graag dingen verder brengen in plaats van aanvoer van nog meer papier. Wethouder VAN WEYENBERG vindt het verder belangrijk om te vermelden dat bij het opstellen van het GOP de stadsdeelcommissie niet gepasseerd is, zoals het zou kunnen lijken uit de opening van lid Staartjes. Op dit moment ligt het plan bij de stadsdeelcommissie en de wethouder had die bespreking eigenlijk willen afwachten alvorens het plan in de commissie te behandelen. Lid Staartjes heeft echter aangegeven 23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
RO
het plan in de commissie te willen bespreken en daaraan voldoet de wethouder graag. Juist omdat de wethouder nog in afwachting is, is er geen sprake van kwade wil of passeren. Lid STAARTJES legt in een interruptie uit dat het plan juist nu geagendeerd is om dat uit evaluaties blijkt dat de formele adviesroute die nu is ingegaan niet goed werkt, waarop de wethouder antwoordt dat de stadsdeelcommissie in de beginfase twee keer betrokken geweest bij technische sessies. Daarna is er een schriftelijk advies uitgebracht en dat ligt er nu. Lid STAARTJES zet uiteen dat hij heeft uitgezocht of de stadsdeelcommissie betrokken is geweest en dat blijkt niet het geval te zijn. Het lid vindt dat stadsdeelcommissie op een heel andere manier moeten worden betrokken in het proces en daarom is dit punt geagendeerd. Wethouder VAN WEYENBERG meldt dat waar hij eerder stadsdeelcommissie zei, hij DB had moeten zeggen. Toch heeft de wethouder niet de indruk dat er ruis in de samenwerking zit en hij zou het erg jammer vinden als dat wel zo was. Stadsdeelbestuurder DOEVENDANS deelt mede niets inhoudelijks te gaan zeggen omdat het proces nu loopt. Over het proces zelf verteld de bestuurder dat er verschillende hetebrijsessies zijn geweest in het stadsdeel met ondernemers en bewoners, waarbij ook de stadsdeelcommissie meerdere keren is uitgenodigd.
Het bestuurlijke stelsel schrijft voor dat er een stadsdeelcommissie is die advies geeft over het advies van het DB. Dat loopt gelijktijdig met de inspraakperiode die nu is geopend. Beide trajecten komen later terug bij het college. Lid STAARTJES deelt in een interruptie mede dat hij het proces kent en dat dat het prima is dat het gevolgd wordt. Het lid constateert echter dat er in het stuk staat dat de stadsdeelcommissie actief heeft kunnen meedenken maar dat dat blijkt in de praktijk alleen een informatieve sessie te zijn geweest. Het lid vraagt of dat een verstandige keuze is geweest en of de stadsdeelcommissie niet veel eerder in het proces had moeten meedenken. Stadsdeelbestuurder DOEVENDANS deelt mede dat de stadsdeelcommissie wel is uitgenodigd voor de hetebrijsessies, net als alle andere stakeholders. Daarin worden ook punten opgehaald. En de stadsdeelcommissie heeft ook extra rechten omdat ze advies mag geven. De bestuurder is van mening dat het proces goed gevolgd is. Lid STAARTJES constateert dat een hetebrijsessie valt onder participatie maar dat stadsdeelcommissies wel een apart mandaat hebben. Het was beter geweest als zij hun rol ook op een andere manier hadden kunnen vervullen en dat is het punt dat het lid wilde maken. Stadsdeelbestuurder DOEVENDANS dankt lid Staartjes en spreekt de hoop uit dat het college de suggesties van het lid meeneemt naar andere GOPs.
Over Sloterhof meldt de stadsdeelbestuurder dat dit een langlopend dossier is. Het gaat om een private vastgoedontwikkelaar die een pand heeft met woningen van slechte kwaliteit. Er zijn meerdere gesprekken met deze ontwikkelaar gevoerd en met name over de kozijnen in het pand is er nu afgesproken dat er stalen kozijnen van betere kwaliteit worden geplaatst waardoor het schimmelprobleem en andere zaken worden opgelost. Het is wel een groot complex en de verwachting is dat dit enkele jaren gaat duren. Lid TAJ meldt dat de vraag over de Osdorper file niet is beantwoord. De stadsdeelbestuurder deelt mede dat dit probleem is benoemd in de investeringsnota rondom het Osdorpplein, specifiek fase 2b. Daarin is een stuk opgenomen over hoe de verkeerssituatie daar verbeterd kan worden. Lid TAJ verduidelijkt dat de vraag niet alleen ging over de Osdorpfile maar over het brede mobiliteitsprobleem in heel Nieuw-West. Het lid mist in het plan de mobiliteit. Stadsdeelbestuurder DOEVENDANS licht toe dat het GOP vooral aangeeft wat er waar kan gebeuren, maar dat er niets in staat over financiering. Als het gaat om mobiliteit, moet ook de openbare ruimte worden meegenomen en dan wordt breed gekeken naar wat er nodig is.
Lid ABOELKASEM is blij dat er een oplossing is gevonden is voor het Sloterhofcomplex, maar vraagt of er in de toekomst ook dezelfde flexibiliteit kan worden opgebracht bij andere projecten of andere buurten in Nieuw-West waar hetzelfde probleem speelt. De stadsdeelbestuurder antwoordt dat het GOP nu laat zien dat er een gebied redelijk wordt vrijgelaten op dit gebied, maar dat ze het hierbij laat omdat dit nog met de stadsdeelcommissie besproken moet worden. Lid STAARTJES is blij met de suggestie van de stadsdeelbestuurder aan het college om zijn inzicht over te nemen. Verder vraagt het lid nogmaals naar het afwegingskader voor het inzetten van een GOP en het lid is benieuwd of het college bereid is daar werk van te maken. Wethouder VAN WEYENBERG deelt mede dat hij even wil nadenken over de suggestie. De wethouder vindt namelijk dat de rol van het 24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
RO
stadsdeelbestuur naar de stadsdeelcommissie een zuivere rol is. Wel staat de wethouder open voor een eventuele andere vorm, maar daar zal dan over nagedacht moeten worden. De wethouder legt over het afwegingskader uit dat er nu een aantal projecten zijn gekozen die stapsgewijs worden uitgevoerd. Het is nog zoeken naar een uitgedestilleerd en wetenschappelijk onderbouwd afwegingskader omdat er net begonnen is met het instrument. Lid STAARTJES vindt dat er niet een wetenschappelijk onderbouwd afwegingskader hoeft te zijn maar dat een politiek-bestuurlijk afwegingskader al voldoende is zodat de raad kan zien waarom ervoor gekozen is. De wethouder herhaalt de eerdergenoemde beweegredenen voor het inzetten van een GOP in Nieuw-West en houdt zich beschikbaar voor suggesties. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het opnemen op de agenda van de raadsvergadering van 12 en 13 november. Grond en Ontwikkeling 12 Bespreken van de raadsinformatiebrief over afdoening motie 213.23 van de leden Minderhoud c.s. inzake actieve grondpolitiek (VN2025-012258) Dit punt is afgevoerd van de agenda. 13 Bespreken van de raadsinformatiebrief over de positieve vonnissen van de rechtbank Amsterdam omtrent de gronduitgiften op het Food Center aan Marktkwartier C.V. en Wheere B.V. (VN2025-012257) Dit punt is afgevoerd van de agenda.
Woningbouw 15 Bespreken van de Handreiking Gewoon Goed (VN2025-012253) Lid NOORDMAN vindt dat de handreiking begint met een mooi statement. Er wordt gebouwd voor de toekomst van een gemengde stad en de inwoners verdienen hierbij kwalitatief goede woningen. Daarin heeft Amsterdam een traditie hoog te houden en Forum voor Democratie steunt dit. Forum voor Democrati vindt wel dat de inwoners meer verdienen dan dat. Ze verdienen ook mooie woningen in de gevierde architectonische traditie van de stad, zodat ook nieuwe inwoners trots kunnen zijn dat ze in Amsterdam wonen. Forum voor Democratie roept op nieuwe generaties het recht te gunnen om van hun stad te houden en ze het gevoel te geven dat ze echt in Amsterdam wonen. Volgende generaties zullen niet onder de indruk zijn van optimalisatie van gebiedsniveau of stroomlijning van werkwijze en planproces. Daarom moet er niet alleen op kwaliteit worden gestuurd, maar ook op mooie woningen die architectonisch de verbinding zoeken waar de stad 750 jaar geleden mee begon. Lid EMMERIK vraagt hoe de wethouder borgt dat klimaatadaptieve maatregelen niet vrijblijvend zijn maar noodzakelijk worden. Verder wil het lid graag weten wat de aangepaste provinciale omgevingsbeoordeling met MRA-basisveiligheidsniveaus concreet voor Amsterdam betekent. Tot slot vraagt het lid wanneer de beloofde terugkoppeling van de menukaart kan worden verwacht.
Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt op de laatste vraag dat er contact is met de provincie. Er wordt geprobeerd om nog dit jaar te beschrijven hoe de toetsende rol van de gemeente kan worden opgepakt. Ook wordt gekeken hoe de gemeente zelf ontwikkeling moet starten om goed aan de verordening te voldoen. Hiervoor dient de provincie de vraag te beantwoorden welk schaalniveau van toepassing is bij de gemeente Amsterdam. De wethouder deelt over de 25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025
RO
menukaart mede dat er nu een boek ligt, getiteld Inspiratie voor klimaatadaptief bouwen in 17 maatregelen. Dit boek is gemaakt door collega’s als een middel om juist ontwikkelaars te inspireren en te motiveren om meer te doen aan klimaatadaptief bouwen dan wettelijk verplicht. Het is geen wettelijk kader. Er komen over het boek positieve berichten terug van de partijen die ermee moeten werken. De wethouder noemt in een terzijde de hemelwaterverordening als een belangrijke maatregel in het kader van klimaatadaptief bouwen. Wethouder VAN WEYENBERG is het met lid Noordman eens dat er mooi gebouwd moet worden en is trots op de mooie Amsterdamse projecten die prijzen winnen. De wethouder constateert dat nieuwe woningen met plezier worden betrokken en vindt dat de gemeente Amsterdam mooi bouwt. Het is niet allemaal Berlage en dat zou qua energieverbruik en om andere redenen ook niet mogelijk zijn. Maar er moet oog zijn voor architectuur. Sluiting De VOORZITTER bedankt iedereen voor de bijdrage en wijst er nogmaals op dat er op 16 oktober in de ochtend wordt vergaderd over de begroting met de collega’s van de commissie Wonen en Volkshuisvesting. De VOORZITTER sluit de vergadering om 17:17 uur.
26