Conceptverslag RO 24-03-2021.docx
Tekst van het document
Zij willen de Noorder IJ-plas ook graag beschermen. Zij vraagt de heer Verbeek contact met haar op te nemen, zodat eventuele moties hierover voorbereid kunnen worden. Wat vindt de heer Verbeek er voorts van dat de Adviescommissie Hoofdgroenstructuur negatief adviseert en dat het college toch zijn plannen wil doorzetten? Dat vindt de heer VERBEEK te ver gaan. Er wordt niet geluisterd naar een onafhankelijke commissie. Behandeling Mevrouw DE BRUINE wijst erop dat onlangs de CU-motie is aangenomen over zonnepanelen op de Noorder IJplas. Die plannen zijn echter al langer in voorbereiding. Haar vraag is of in het toetsingskader nog aanpassingen doorgevoerd kunnen worden in overeenstemming met deze motie. Mevrouw VAN SOEST geeft aan haar speech te zullen bewaren voor de raadsvergadering. De heer LEENDERS heeft allereerst een vraag betreffende functies die niet altijd met elkaar te verenigen lijken in een relatief klein gebied. Hij vindt het goed dat dit gebied nu toegankelijk wordt voor Amsterdammers. Hij wil van de wethouder weten wat al die ambities voor dat gebied betekenen. Verder vraagt zijn fractie om te bekijken of dit gebied niet beter aangesloten kan worden op ’t Twiske, zodat een mooie groene verbinding ontstaat.
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
Mevrouw VAN SOEST wil weten of de heer Leenders weet dat het hier gaat om de hoofdgroenstructuur, waarin ook een windmolen gepland staat, hetgeen betekent dat Zaanstad daar in de buurt geen woningen kan gaan bouwen. De heer LEENDERS antwoordt daarvan op de hoogte te zijn. Mevrouw VAN SOEST vindt de heer Leenders kort door de bocht. Hij vindt het dus goed dat in de hoofdgroenstructuur een windmolen wordt neergezet? De heer LEENDERS is benieuwd naar de antwoorden van de wethouder op de vragen die hierover gesteld zijn. De heer HOFLAND wijst erop dat wegens zeldzame planten er geen sport kan komen in dat gebied. Hij denkt dat er toch wel sport zal moeten komen en vraagt zich af hoe dat gestalte gegeven gaat worden. Verder wil hij weten wat de wethouder vindt van het idee om de uitbreiding naar ’t Twiske in de plannen op te nemen. De heer NIJSSEN laat weten dat de bouw van een windmolen in dit gebied volgens zijn partij geen goed idee is. De heer BOOMSMA wijst erop dat in het stuk staat dat de stad zich niet kan permitteren om op deze plek geen windturbines te bouwen. Dat gaat hem veel te ver, want er staat dat het onontkoombaar is. Hij vindt dat dat soort teksten niet in zo’n juridisch kader thuishoren. Hij zal met een amendement komen om die teksten eruit te krijgen.
De heer ERNSTING noemt de Noorder IJplas een bijzonder gebied met een mooie natuur, maar wel een soort vergeten rafelrand van de stad, die midden in de stad komt te liggen als straks de Sluisbuurt is gebouwd en de noordelijke oever Haven-Stad gaat heten. Dan zal deze groene plek een belangrijke rol spelen en die moet dan ook groen blijven. Hij leest ook dat dat de ambitie is van het college. Tegelijkertijd wordt ook geconstateerd dat het terrein toegankelijker wordt, zodat meer mensen het gebied kunnen bezoeken. Hij zag een negatief TAC-advies met betrekking tot de hoofdgroenstructuur. De inspraak ging volgens hem niet over wind, maar over activiteiten die er op de plas zouden kunnen komen. Volgens hem geeft het toetsingskader antwoord op de TAC, waarbij tegemoet gekomen wordt aan de bezwaren van deze adviescommissie. Dan is er nog een geschil van mening over de vraag of bebouwing daar welkom is. Het college stelt voor om hierover met de toetsingscommissie van gedachten te wisselen. Hij is hier nog niet over uit. Hij denkt dat dit een punt is waar de PvdD iets over gaat zeggen in de raad. Hij wacht dat nog even af. Verder is hij benieuwd naar de beantwoording van de wethouder op de gestelde vragen. Wethouder VAN DOORNINCK hoorde mevrouw De Bruine terecht refereren aan de ingediende motie over zonnepanelen op de plas. Dat maakt inderdaad dat er een wijziging nodig zal zijn.
Op bladzijde 27 zal de tekst moeten worden aangepast en ook de samenvatting op bladzijde 7. Zij zal zorgen voor de tekstvoorstel, die zij met mevrouw De Bruine zal delen. Zij weet niet goed of het college nu nog met een wijziging kan komen, of dat het via een amendement moet gaan gebeuren. Er moet dus wel een wijziging komen naar aanleiding van de ingediende motie. De heer Leenders wees op een stapeling van functies in dit gebied. Het is volgens haar weliswaar nog steeds een conserverend plan, maar het is bekend dat er veranderingen gaan komen. Het idee van grootschalige horeca en recreatie is echter niet de manier waarop zij de toekomst ziet van dat gebied in het toetsingskader. Kleinschalige horeca zou mogelijk kunnen zijn. Het moet een struin natuurgebied blijven. Mevrouw VAN SOEST is het eens met de wethouder dat het er allemaal prachtig uit gaat zien en dat meer mensen daar moeten kunnen recreëren. Maar toch wil de wethouder daar ook een windmolen neerzetten! Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?
34
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat op verschillende plekken in Nederland te zien valt dat natuur en windmolens elkaar niet in de weg hoeven te staan. Ook bij de Ouderkerkerplas staat een windmolen. De heren Leenders en Hofland vroegen zich af hoe ervoor gezorgd kan worden dat er aangetakt wordt aan ’t Twiske. Dat is een idee dat uit het stadsdeel gekomen is. Daar heeft zij goed naar gekeken. Uit onderzoek is echter gebleken dat een ecologische verbinding met ’t Twiske niet goed mogelijk is wegens de barrière van de snelwegen. Daarnaast maken ook graafwerkzaamheden het moeilijk. Bovendien hebben de twee landschappen een andersoortige waterhuishouding, waardoor die verbinding ook anders ligt. Mevrouw VAN SOEST kent het gebied en vraagt zich af of dat ook voor de wethouder geldt. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat zij vorig jaar nog op werkbezoek is geweest bij de Noorder IJplas. Dus zij kent het gebied, maar waar zij aan refereerde was de Ouderkerkerplan waar ook een windmolen staat bij een gebied waarin gerecreëerd wordt. De heer LEENDERS vraagt of het een idee is de bebouwing in dat gebied te maximeren gezien de inpassing in dat gebied. Hij denkt dat het goed is om daar scherp op te blijven. De WETHOUDER wijst erop dat het inderdaad een aanbeveling van de TAC is om die bebouwing te maximeren.
Het college heeft besloten om alle aanbevelingen over te nemen en specifiek deze niet. Er is gezegd dat alleen tijdelijke bebouwing is toegestaan. Zij kan zich echter voorstellen dat de raad gaat zeggen graag alle aanbevelingen van de TAC over te nemen en die maximering wel te willen invoegen. De heer ERNSTING wil weten of, als de raad er inderdaad toe zou besluiten en die maximering opgenomen wordt, er voldoende ruimte overblijft voor de toetsingscommissie om ook dat nog op inhoudelijke gronden te beoordelen. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat elke keer nog inhoudelijk wordt getoetst aan wat het is. Er is inderdaad geen sport mogelijk wegens de speciale planten die daar groeien. Het bestaande sportcomplex zal waarschijnlijk worden uitgebreid omdat er steeds meer bewoning in de buurt komt, waardoor de intensivering van de sportcomplexen in geheel Noord van belang is. Zij kan zich daarom voorstellen dat dat ook hier het geval is. Richting de heer Nijssen wijst zij erop dat de Noorder IJplas een windgebied is dat in 2012 al in de Windvisie is opgenomen en Amsterdam al langer van plan is om die windmolens daar te plaatsen. Ze staan er nog niet, want dat vergt nog een participatietraject met de omwonenden. De amendementen ziet zij tegemoet in de raad. De heer Ernsting vroeg naar hoe het zit met dat TAC-advies en de windmolens.
Het klopt dat het negatief TAC-advies niet over de windmolens gaat. Wat de TAC over windmolens in de hoofdgroenstructuur zegt, is dat ze in principe niet inpasbaar zijn, maar dat er een uitzondering bestaat voor de uitwerkingsgebieden Windenergie. De TAC heeft zich dus niet uitgesproken over de windtransitie in de Noorder IJplas. De VOORZITTER stelt vast dat hiermee dit onderwerp voldoende besproken en kort besproken zal worden in de raadsvergadering.
13 Uiten van wensen en bedenkingen inzake het voorgenomen collegebesluit om in te stemmen met de Overeenkomst met betrekking tot de uittreding van de gemeente
35
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
Amsterdam uit het samenwerkingsverband Stichting Gooisch Natuurreservaat (ZD2021001883) Gehamerd, ook in de raad.
14 Vaststellen van de niet-structurele 1ste herziening van het exploitatieplan Weespertrekvaart Oost (ZD2021-001867) Gehamerd, ook in de raad.
15 Voortgangsrapportage Sprong over het IJ juli 2019 t/m juni 2021 (ZD2021000380) Gevoegd te behandelen met 16 Instemmen met collegevoordracht bestuurlijke reactie advies commissie d’Hooghe (ZD2021-001663) Deze agendapunten worden behandeld in aanwezigheid van wethouder De Vries. Maar eerst een inspreker en wel de heer Van Dijk op persoonlijke titel. De heer VAN DIJK vertelt dat toen hij drie jaar geleden op het Zeeburgereiland kwam wonen, hij ervan uitging dat de fietsverbinding naar het Oostelijk havengebied er zou komen. Die brug heeft in alle plannen gestaan, inclusief in het coalitieakkoord. Nu probeert de wethouder een streep te trekken door deze verbinding, omdat het zogenaamd nautisch niet mogelijk zou zijn. Hij noemt dat onzin. Hij heeft in het onderzoek ontdekt dat twee van de in opdracht van de gemeenteraad onderzochte varianten niet op verzet stuitten bij Rijkswaterstaat. Op verzoek van de gemeenteraad moest er ook een tunnel worden onderzocht. Die tunnel is gewoon mogelijk. Een van die twee brugvarianten is afgeschoten wegens de boze bewoners op Sporenburg. In het rapport van commissie d’Hooghe worden er lange teksten aan gewijd. Hij roept in herinnering dat het de gemeente Amsterdam zelf is geweest die schreef dat als er geen extra verbinding aangelegd zou worden, de Amsterdamse brug het allerdrukste fietspad zou krijgen van de stad.
Bovendien is hem gebleken dat de voorgesteld pontverbinding niet is voorgelegd aan Rijkswaterstaat. Dus de commissie d’Hooghe heeft allerlei alternatieven onderzocht en tenslotte werd besloten tot een alternatief, dat nooit goed is afgewogen. Daarvan zegt Rijkswaterstaat dat dat alternatief nooit is onderzocht. Het kan wel zijn dat er nu toch een pontje komt, maar dat kan toch niet de reden zijn dat men kan menen dat er nu een goede oplossingsrichting voor de komende tien gevonden zou zijn. Volgend jaar wordt de hogeschool met duizenden studenten gevestigd in de Sluisbuurt; er is daar verder sprake van drie middelbare scholen; er is een bewonersgroep gevormd van 1100 bewoners. Het kan niet zo zijn dat deze fietsverbinding nu wordt weggeschreven, terwijl dat helemaal niet nodig is! Hij roept de gemeenteraad op hier wat aan te doen. De heer VROEGE dankt de heer Van Dijk voor het vele werk dat hij heeft verzet. Hij weet dat de gemeenteraad flink contact heeft gehad met de bewoners van de oostzijde van het water. Hij wil weten of de heer Van Dijk van mening is dat de bewoners van het Zeeburgereiland en IJburg een gelijke mate van participatie is aangeboden door dit college.
36
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
De heer VAN DIJK is van mening dat dat niet het geval is. Dat kwam vooral doordat er toentertijd nog niet veel bewoners van het Zeeburgereiland waren. Dus van een organisatie als op Sporenburg kon gewoon nog geen sprake zijn. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat er een variantenstudie is verricht, waaruit bleek dat, nautisch gezien, die brug vanuit de Sluisbuurt gezien prima kan. Heeft de heer Van Dijk in zijn uitzoekwerk kunnen constateren dat de commissie d’Hooghe de resultaten van die studie heeft meegewogen? De heer VAN DIJK heeft inzicht gekregen in de stukken van de commissie d’Hooghe, maar dat studiemateriaal zat daar niet tussen. De heer ERNSTING wil weten of hij dergelijke verzoeken ook gedaan heeft bij Rijkswaterstaat en bij de Minister van Verkeer en Waterstaat? Dat heeft de heer VAN DIJK inderdaad gedaan, zo laat hij weten. De volgende inspreker is de heer Van den Bergh van de stichting Luchttunnel. De heer VAN DEN BERGH vertelt dat zijn stichting er al vele jaren naar streeft om een heel bijzondere brug over het IJ gebouwd te krijgen. Maar voor nu wil hij bereiken dat er wordt nagedacht over de mogelijkheid om de fietsers gewoon bij het centraal station te laten oversteken.
De plannen van de commissie d’Hooghe zien er van bovenaf gezien prachtig uit, maar iedere realiteitszin ontbreekt eraan! Verbijsterend! Dacht men nu echt dat de fietser een enorm eind gaat omfietsen? Maar dan zijn brug achter het CS, de Vrij Over! Die brug was voor de commissie geen optie. Ondanks dat de fietsers meteen aan de overtocht kunnen beginnen. Zonder geplaagd te worden door weer en wind of uitlaatgassen, staan zij nu te wachten. De Vrij Over zal een hoge brug zijn, zodat zelfs cruiseschepen er gewoon onderdoor kunnen varen. En de binnenvaartschippers kunnen hun zorgen laten varen! Het IJ blijft dezelfde breedte houden, want de pijlers staan op de oever. Hij stelt voor om voor 25.000 euro een technisch haalbaarheidsonderzoek te laten doen. De Amsterdammer verdient het dat het college met dat geld over de brug komt! Er zijn nog veel meer grote voordelen van de Vrij Over. Die kan men uitgebreid lezen op de website van de stichting of op hun facebookpagina. Hij kan er uren over praten. De laatste inspreker op dit onderwerp is mevrouw Bransen. Mevrouw BRANSEN wijst erop dat de Amsterdamse brug op dit moment de enige fietsverbinding is van het Zeeburgereiland met de binnenstad. Zij benadrukt de wenselijkheid van de nieuwe fietsverbinding, die de afstand naar het CS met 1,2 kilometer zou verkorten. Commissie d’Hooghe erkent de waarde van die fietsverbinding.
Bovendien zou daarmee de belasting van de Amsterdamse brug worden voorkomen. Zij vindt dat met de komst van de hogeschool in de Sluisbuurt er aanleiding genoeg is om de bereikbaarheid met de fiets in dat gebied te verbeteren. De Sluisbuurt wordt een autoluwe, hoog-stedelijke buurt met een lage parkeernorm. In de model split wordt het aandeel fiets 10% hoger dan in de rest van het Zeeburgereiland en Sporenburg. Zij pleit voor een hoogwaardige en veilige fietsverbinding met de binnenstad. Zonder die extra verbinding moet een groot deel van de 25.000 fietsers van en naar de Amsterdamse brug langs het drukke kruispunt IJburglaan/Zuiderzeeweg, met lange wachttijden als gevolg. Deze tekst is niet van haarzelf, maar komt uit het mobiliteitsplan Zeeburgereiland / IJburg en is in 2018 geschreven door de gemeente Amsterdam! Inmiddels vindt de gemeente het geen enkel probleem om 25.000 fietsers door de Indische buurt te laten fietsen. Als reden hiervoor wordt aangevoerd dat de commissie d’Hooghe de belangen van de bewoners van Sportenburg disproportioneel zwaarder gewogen heeft dan die van de studenten van de hogeschool, de bewoners van de Indische buurt, Zeeburgereiland en IJburg.
37
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
De bruggen naar Noord worden hiermee op het spel gezet. Uit alle stukken van Rijkswaterstaat blijkt echter dat er wel degelijk ruimte voor een oplossing is, die voor beide partijen werkt. Zij roept daarom op nogmaals te kijken naar het advies van commissie d’Hooghe. Aangezien het geld van de gemeente Amsterdam toch op is, kan hier alle tijd voor genomen worden! De heer VROEGE wil weten of mevrouw Bransen het idee heeft dat de commissie d’Hooghe alle bewoners goed gehoord heeft? Mevrouw BRANSEN wijst erop dat de gemeente aanvoert dat daar nautische redenen voor zijn. Zij heeft echter alle stukken doorgenomen en gezien dat die redenen er echt niet zijn. Er is geen technische reden waarom er geen brug kan komen. Zij wijst op het feit dat onderzoeken elkaar hier tegenspreken. Volgens de heer ERNSTING gaat het in de discussie om een tunnel of een verbinding via het Cruquiuseiland. Hij wil weten wat de meerwaarde is van de Cruquiusroute. Mevrouw BRANSEN wijst erop dat er nog een andere variant is, die door de heer d’Hooghe zelf is voorgesteld, namelijk via Cruquius richting Sporenburg. Die variant is verder niet onderzocht, maar zou wel de gewenste verkorting opleveren. Zij wijst erop dat er meerdere verbindingen mogelijk zijn, die nog niet bekeken zijn. Er wordt naar haar mening te makkelijk gezegd dat bepaalde dingen niet kunnen, terwijl dat niet waar is.
De heer LEENDERS maakt mevrouw Bransen complimenten voor de constructieve manier waarop zij haar bijdrage levert. Hij zal in de behandeling van dit agendapunt op zijn inhoudelijke opmerkingen terugkomen. Er zijn twee insprekers voor agendapunt 16, waar de heer Lowe de eerste van is. Hij spreekt in op persoonlijke titel. De heer LOWE woont op het Zeeburgereiland. Hij spreekt zijn steun uit voor de vorige twee insprekers die pleitten voor de fietsverbinding naar Sporenburg. Hij mist die directe, vaste verbinding. De verbinding naar het centrum per fiets is voor hem niet toegankelijk. Bestemmingen zoals bijvoorbeeld de OBA zijn zaken die voor hem per fiets praktisch onbereikbaar zijn. De verbinding naar het centraal station is in zijn woonomgeving een hot item. Hij wil hiermee de commissie een inzicht verschaffen in zijn persoonlijke situatie en die van zijn gezin. De heer VROEGE hoort de heer Lowe bevestigen dat de fiets het belangrijkste mobiliteitsmiddel is. Hij wil weten of de heer Lowe op de hoogte was, toen hij zijn woning op het Zeeburgereiland kocht, van de plannen voor de fietsbrug. Was dat mede aanleiding om daar te gaan wonen? De heer LOWE geeft aan toen gezien te hebben dat een fietsbrug mogelijk was. Hij heeft verder niet begrepen waarom van die plannen is afgezien. De laatste inspreker is de heer Van Breda van Syb van Breda & Co. Architects.
De heer VAN BREDA meent dat nu het advies van de commissie d’Hooghe af is, de strijdbijl tussen het ministerie, Rijkswaterstaat en de gemeente Amsterdam begraven is. Of toch niet? Fietsers die willen oversteken worden straks verleid om dat via een hele dure brug te gaan doen. De oostelijke brug komt in de plaats van waar nu het oosterveer ligt met 2500 reizigers per dag. Samen met het Buiksloterveer en IJpleinveer zijn het er 80.000. Die brug wordt een kilometer lang met heel weinig vervoerswaarde. De westelijke brug van het advies ligt volgens hem een stuk logischer. Haven-Stad is er voorlopig echter nog niet. Het duurt daardoor nog wel twintig jaar, voordat zo’n grote dure brug verantwoord is. Dus de druk blijft op het centrale deel liggen.
38
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
Voor de inwoners van Noord en de toekomstige bewoners daar, blijft de oversteek bij CS verreweg het populairst. De uitstekende fietsinfrastructuur rondom het CS met zijn nieuwe in aanbouw zijnde stallingen, maken dat het blijvend aantrekkelijk zal zijn om bij CS over te steken, wat men ook doet met bruggen op de flanken. D’Hooghe zegt tot zijn grote spijt dat daar geen fietstunnel zal moeten komen, want die zou qua inpassing niet gunstig zijn. Dus men blijft aangewezen op de auto of de fiets op een overvolle pont. Dat moet en kan veel beter! Een fietsverbinding achter het CS over het IJ is volgens hem wel degelijk heel goed mogelijk. Dat levert geen hinder voor de scheepvaart en geen hinder voor de fietser. Bovendien is de peperdure pont dan niet langer nodig. Dat plan ligt er en dat heet IJ-doel(?). Dat is niet alleen een goed plan, het is ook een (?), want het is tot drie keer goedkoper dan welke brug over het IJ dan ook. Er is geen risico voor bezwaren van omwonenden. Er hoeft niemand te worden uitgekocht en het sluit direct aan op de bestaande infrastructuur. Een consortium kan de tunnel financieren, aanbesteden, bouwen en onderhouden. Amsterdam heeft een zorg minder en kan tientallen, zo niet honderden miljoenen euro’s besparen.
Hij roept Amsterdam op om deze plannen nu eens een keer wel serieus mee te nemen in de volgende fase van onderzoeken betreffende de Sprong over ’t IJ. Behandeling De heer VROEGE spreekt allereerst namens zijn partij zijn steun uit voor de fietsers van met name IJburg en het Zeeburgereiland. Hij roept in herinnering dat hij in het verleden in deze steun werd dwarsgezeten door GroenLinks. In 2012 maakte D66 reeds bekend dat een fietsbrug een goed idee was. De VVD vond het toen een belachelijk idee, maar ondertussen is ook de VVD bijgedraaid en is nu ook voor een fietsbrug. Dat doel komt dus steeds dichterbij. Hij wijst erop dat er vandaag voor de tweede maal op verzoek van D66 gesproken wordt over het advies van de commissie d’Hooghe. De eerste keer gebeurde dat, omdat die commissie zich plotseling ongevraagd ging buigen over een mogelijke fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Dat was oorspronkelijk niet de bedoeling. De discussie ging over een brug over het IJ. De plannen voor een brug over het Amsterdam-Rijnkanaal waren toen al in kannen en kruiken. Tot op de dag van vandaag is hem niet duidelijk op wiens verzoek de heer d’Hooghe zich ging bezighouden met die brug. Was dat de minister of mevrouw Van Doorninck of was het zijn eigen idee? Vervolgens gaf de raad een opdracht aan het college richting de onderhandelingstafel met het Rijk.
De raad wilde namelijk van het college dat men zich richting het Rijk zou hard maken voor deze fietsbrug. Hij vindt het teleurstellend dat in de nu voorliggende brief gesteld wordt dat die onderhandelingsinzet niet ten gunste van Amsterdam is uitgepakt. Daarom wil hij van de wethouder horen wat zij gedaan heeft met die wens van de Amsterdamse gemeenteraad. Wat heeft zij gedaan voor het belang van de fietsers? Heeft zij zich daar hard voor gemaakt en stevig onderhandeld? De heer BOOMSMA wil per interruptie weten of hetgeen de heer Vroege zojuist naar voren bracht bedoeld is om nu toch af te wijken van het advies van de commissie d’Hooghe? De heer VROEGE wijst erop dat die commissie een advies geeft en dat vervolgens het besluit aan de volksvertegenwoordigers is. Hij heeft uiteraard kennisgenomen van het advies van de commissie d'Hooghe, dat een aantal slimme en goede oplossingen bevat, maar wat er gesteld wordt over de verbindingen aan de oostflank en de fietsverbindingen zou hij toch willen typeren als flauwekul. De heer ERNSTING wil weten of de heer Vroege de indruk heeft of er in de Tweede Kamer nu iets ten positieve is veranderd ten gunste van de Amsterdamse fietsers sinds de afgelopen verkiezingen. Zijn indruk is namelijk dat dat niet het geval is.
39
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
De heer VROEGE vindt dit een schot voor open doel, want als GroenLinks dit keer wel ja zegt tegen deelname in de coalitie, dan gaat het wel goed komen. Hij ziet het vol vertrouwen tegemoet. De heer ERNSTING is benieuwd waar het dualisme bij D66 is gebleven. Het gaat natuurlijk om een meerderheid in de Tweede Kamer! De grootste partij in het land, de VVD, heeft zich in het verleden bepaald niet een vriend betoond van Amsterdam of van de Amsterdamse fietsers. Sterker nog de bruggen over het IJ heeft Amsterdam bij de VVD-minister moeten bevechten, want die is het daar duidelijk niet mee eens. Volgens de heer VROEGE is dat altijd een discussie geweest tussen de bestuurders onderling. Het onderwerp heeft nooit op de agenda van de Kamer gestaan. Hij zag echter Amsterdamse leden op de VVD-kandidatenlijst, dus hij heeft goede hoop dat de positieve indruk voor Amsterdam nu beter is dan in het verleden. De heer ERNSTING zegt de heer Vroege als een wat cynisch ingesteld mens te beschouwen, maar nu betoont hij zich toch aardig naïef. Hij vraagt de heer Vroege zijn collega’s in de Tweede Kamer op te roepen de VVD hierin bij te laten trekken. De heer VROEGE zegt dit zeker van plan te zijn. Hij hoopt dat de heer Ernsting hetzelfde gaat doen.
Hij gaat nu verder met de vraag aan het college: ‘hoe gaan wij nu verder met dit plan?’ Er ligt een advies waar het college nu iets van vindt, maar ondertussen zijn we drie jaar onderweg met dit college. Hij hoopt dat nog tijdens deze coalitieperiode er stappen gezet gaan worden. Hij las in de krant dat het geld van de gemeente op is. Dus er kunnen geen huizen meer gebouwd worden in Zuidoost. Is er nog wel genoeg geld en ambtenaren om de planvorming voor deze brug op te starten, zo is zijn zorg en zijn vraag aan het college. De heer LEENDERS reageert op de opmerking met betrekking tot Zuidoost en de huizenbouw aldaar. Hij vraagt zich af of de heer Vroege het college (onverstaanbaar). De heer VROEGE zegt geen verstand te hebben van huizenbouw. Hij reageerde alleen op wat hij in de krant heeft gelezen. Hij hoopt dat er nog geld genoeg is om in de komende maanden de plannen voor de brug vlot te trekken. Vervolgens vestigt hij de aandacht op de IJbaan, waarvoor D66 en de raad brede steun heeft. Hij hoort graag van het college wat het gaat doen om dit plan weer een stukje verder te helpen. Zeker nu de brugverbinding aan de westkant van de stad lang op zich gaat laten wachten, is zo’n IJbaan een goede, tijdelijke oplossing.
Gaat het college hier eigener beweging mee verder? Of heeft het college wederom een duwtje in de rug van de raad nodig in de vorm van een motie? Hij hoopt dat dat niet nodig is. De heer LEENDERS geeft aan graag samenhang te willen zien in de concrete stappen die met betrekking tot de Sprong over het IJ worden genomen en de concept Omgevingsvisie. Hij wil weten wanneer die concrete vervolgstappen tegemoet gezien kunnen worden. Dan zijn vraag over de fietsverbinding vanaf het Zeeburgereiland. Er blijken twee brugvarianten mogelijk. Zijn vraag is of die varianten niet verder bekeken kunnen worden. In zijn beleving zijn er geen belemmeringen. Daarom is hij benieuwd wat het vervolg is. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ sluit zich graag aan bij de vragen van de heer Leenders en de heer Vroege. Zij vraagt zich af of dit advies van de commissie d'Hooghe Amsterdam de komende vijftig jaar vooruit zal helpen. De VVD betwijfelt dat. De vervoerswaarde van de oostbrug is twijfelachtig en de vaste fietsverbinding met de Sluisbuurt is afgeschoten. Toch heeft onderzoek aangetoond dat het wel mogelijk is om een brug bij de Sluisbuurt aan te leggen. Waarom ziet zij deze optie niet terug? Waarom heeft de commissie d'Hooghe niet naar die studie gekeken? Waarom is die studie überhaupt niet te vinden?
40
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
Hoe kan het dat de technisch adviseurs van d'Hooghe telkens wel de varianten heeft onderzocht van bruggen en tunnels naar Noord, maar geen letter wijdt aan de verbinding met het Zeeburgereiland? De VVD is om die reden niet tevreden met de bestuurlijke reactie van het college, temeer daar er staat dat een fietsbrug vanuit nautisch oogpunt niet mogelijk is. Dat zegt commissie d'Hooghe echter niet. Die commissie zegt namelijk letterlijk ‘het is niet gewenst vanuit nautisch oogpunt’. Dat is vanuit bouwkundig oogpunt een wereld van verschil. Tot slot de vraag of het advies nu per se beantwoord moet worden. De VVD vindt namelijk dat dat niet het geval is. Allereerst is dat omdat de stedelijke financiën er zorgelijk voor staan. Er moet een forse bijdrage van Amsterdam worden betaald en dat geld is er niet. In de pers is over de aanhechtingsplek voor de oostbrug in Noord gewag gemaakt van veel haken en ogen, die in de komende vijftien jaar nog niet opgelost zullen zijn. De heer VROEGE is van mening dat mevrouw Naoum Néhmé niet erg helder maakt wat zijzelf vindt. Is de VVD-fractie in Amsterdam een voorstander van een fietsbrug naar Zeeburgereiland? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ benadrukt dat haar fractie daar voorstander van was en dat nog steeds is. De heer BOOMSMA stelt dat het inderdaad beter zou zijn als er een kortere fietsverbinding was.
Dus als dat kan: graag! Hij denkt echter ook dat men uit moeten kijken voor een nieuw brugscenario, waarbij er weer jaren gepland gaat worden en veel geld uitgegeven wordt aan iets dat vervolgens toch niet blijkt te kunnen. Commissie d'Hooghe is niet voor niets ingesteld. Hij vreest dus dat als Amsterdam richting Rijkswaterstaat weer dwars gaat liggen, dat alleen maar meer tijd gaat kosten. Die waarschuwing wil hij meegeven. De heer ERNSTING spreekt van een bijzonder moment, omdat er een doorbraak bereikt is in het streven om Amsterdam Noord en de rest van de stad beter aan elkaar te knopen voor fietsers. Dat is nodig want dat stadsdeel groeit uit zijn voegen. Het botensysteem staat onder enorme druk. Het is daarom goed om te zien dat dat inzicht nu is geland bij het Rijk via de tussenstap met de commissie d'Hooghe. Dat is de winst van wat nu voorligt. De raad betoont zich echter geen vriend van de fietser, zo zegt hij ook tegen zijn collega van D66, als dat inzicht nu weer op de werf gezet wordt door dit rapport niet over te nemen en ook niet samen met Rijkswaterstaat verder te gaan. Hij ziet die brug via Sporenburg naar de Sluisbuurt ook graag komen, hetgeen volgens hem ook geldt voor het college.
Zijn vraag aan het college is wat er gebeurd is, waardoor die brug onder druk is komen te staan en wat zouden de gevolgen kunnen zijn als de raad zich vervolgens nu deels zou onttrekken aan het rapport van commissie d'Hooghe. Hoe zou het Rijk daarop kunnen gaan reageren? Als hij het betoog van mevrouw Naoum Néhmé volgt, dan lijkt het hem dat er van het Rijk ook niet veel verwacht hoeft te worden als het gaat om de vraag of er drie bruggen worden gebouwd in plaats van twee. De heer VROEGE meent dat die drie bruggen wel gebouwd worden. Het gaat om de vierde brug. Hij wil weten of de heer Ernsting kansen ziet als er binnenkort een andere wind gaat waaien op het ministerie. Is het geen gemiste kans als nu niet geprobeerd zou worden de goede plannen weer op tafel te krijgen? De heer ERNSTING zegt toe zijn Tweede Kamer-fractie op de hoogte te brengen van de wens om een nieuwe frisse wind door het ministerie te laten waaien. Het gaat om meer dan alleen een brug naar Sporenburg. Zo lang er echter geformeerd lijkt te gaan worden tussen VVD en JA21, ziet hij het somber in. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ stelt dat GroenLinks in 2017 gewoon is weggelopen, dus die mooie verhalen zijn een beetje misplaatst. Zij hoorde de insprekers zeggen dat
41
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
onderzoek bij Rijkswaterstaat heeft opgeleverd, dat het Rijk geen probleem blijkt te hebben met de vaste fietsverbinding. Hoe ziet de heer Ernsting dat? De heer ERNSTING heeft naar dat onderzoek gevraagd bij Rijkswaterstaat en het antwoord was dat daar nog geen antwoord op is en dat de termijnen overschreden zijn. Dus hij weet niet waar mevrouw Naoum Néhmé haar kennis vandaan haalt. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ herhaalt dat de insprekers letterlijk hebben gezegd dat Rijkswaterstaat geen bezwaar had tegen de fietsbrug. Misschien dat de wethouder daar aanstonds op in zal gaan. Wethouder VAN DOORNINCK begint met te benadrukken blij te zijn met het advies van commissie d'Hooghe en dat het college eruit is met het Rijk. De strijdbijl van zo’n 150 jaar is hiermee begraven voor wat betreft de aanleg van bruggen over deze Rijkswaterweg, die het IJ nu eenmaal is. Het Rijk geeft tenslotte toestemming, maar als de Haven, het centraal nautisch beheer, de partijen die zich tot nu toe tegen Amsterdam keerden in de plannen voor bruggen nu gezamenlijk zeggen dat het een goed advies is, dan is dat een enorm goed uitgangspunt om verder te gaan. Daar is zij heel erg blij mee. Daarmee is men uit de impasse, hetgeen haar doet opmerken de woorden van de heer Boomsma daarom heel goed te begrijpen. Het is fijn dat Amsterdam nu samen met alle andere betrokken partners aan de slag kan.
Er moet daarom niet een nieuwe strijdbijl gehanteerd gaan worden. Dat is de reden waarom Amsterdam dit advies van de commissie d'Hooghe heeft aanvaard: de stad kan hiermee aan de slag. Betekent dit nu dat het college onverdeeld blij is met het advies? Nee! Het is namelijk niet gelijk aan De Sprong over het IJ, zoals dat in 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad. Dat was de voorkeursoptie. In 2018 heeft de stad echter een heel hard nee gekregen van Rijkswaterstaat op de Javabrug. Daardoor moest er naar een nieuwe vorm gezocht worden en daaruit is de commissie d'Hooghe voortgekomen samen met het Rijk en de nautische partners. Dat leidde tot een oplossing. De verbreding naar niet alleen twee bruggen over het IJ, maar ook naar de Rijkswaterwegen werd gedaan om te voorkomen dat er opnieuw geschilpunten zouden ontstaan in de komende tijd. Dus er is gezocht naar een oplossing die voor langere tijd mee zou kunnen. Vanuit dat oogmerk heeft commissie d'Hooghe zich ook uitgesproken over de brug naar Zeeburgereiland. Reagerend op de vraag van de heer Vroege of zij richting het Rijk haar teleurstelling heeft laten blijken toen bleek dat de brug niet door zou gaan, wijst zij op het feit dat zowel het Rijk als het college hun wensen en opvattingen bij de heer d'Hooghe hebben neergelegd. Daarbij werd benadrukt dat diens advies een zwaarwegend advies zou zij.
De heer VROEGE wijst erop dat zijn vraag was wie die brug over het AmsterdamRijnkanaal erin gefietst heeft. Hij hoort de wethouder zeggen dat dat de nautische partijen waren. Welke partijen zijn dat precies? Het ging toch om een strijd tussen Rijk en gemeente, maar wie zijn dan die derdenpartijen? Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat het het Rijk was die uiteindelijk een ja of een nee moest geven over een brug, maar het centraal nautisch beheer en ook de Haven Amsterdam zijn natuurlijk partijen die zich in deze discussie nadrukkelijk hebben laten horen. Zij waren ook partners tijdens het onderzoek van commissie d'Hooghe. Die partijen hebben aangedrongen naar die hele ontwikkeling te kijken voor de komende jaren. Richting mevrouw Naoum Néhmé benadrukt zij dat hiermee wel degelijk lang vooruit gekeken wordt in plaats van alleen antwoord te willen geven op hoe er zo snel mogelijk naar de overkant gekomen kan worden. Daarmee werd ook rekening gehouden met de waarschijnlijkheid dat er veel meer vrachtverkeer over het water gaat plaatsvinden. Dat is een ontwikkeling die het college bijzonder toejuicht, omdat die benadering veel duurzamer is. Daardoor zijn die vaarwegen ook veel serieuzer genomen als belangrijke vaarwegen. Daardoor ontstond ook het verhaal van precies dat kruispunt van het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal.
Dat zou een nog groter nautisch knelpunt kunnen worden dan het reeds is.
42
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
Vandaar dat d'Hooghe heeft gezegd niet met een oplossing te komen voor één conflict, maar met een langjarige oplossing voor de verbondenheid van Amsterdam en de veiligheid van de Rijkswaterwegen plus de nautische belangen. Zij denkt dat dat een verstandige stellingname was, omdat daarmee voorkomen wordt dat er steeds weer met elkaar conflicten en belangen moeten worden uitgevochten. Dit is dus de achtergrond van waarom dit proces in gang is gezet. Daarom heeft Amsterdam, maar ook het Rijk gezegd het advies als zwaarwegend te zullen beschouwen. Dan zijn er vragen gesteld over het onderzoek van Witteveen + Bos dat antwoord gaf of de vraag waarom er eerst geen nautische bezwaren waren en nu ineens wel. Dat bureau heeft een eerdere studie uitgevoerd in 2017. Toen werd ervan uitgegaan dat de fietsbrug naar de Sluisbrug haalbaar was. Maar een nadere uitvoering van dat onderzoek als gevolg van het investeringsbesluit leidde tot de conclusie dat de fietsbrug op die locatie niet wenselijk was, want te breed (300 meter). Daardoor was de brug stedenbouwkundig niet inpasbaar. Daarom is deze variantenstudie niet verder afgerond en ook niet meegenomen in de stukken voor de commissie d'Hooghe. Het is daardoor ook niet terecht gekomen in het WOB-verzoek.
Hoe komt het nu dat eerder leek dat het wel zou kunnen en dat later bleek dat dat niet het geval was? Dat komt door de eisen die zijn vastgelegd in de Richtlijn Vaarwegen. Op basis van eerder informatie van Rijkswaterstaat uit 2016 ging de gemeente ervan uit dat de fietsbrug een breedte van 200 meter zou hebben. In het onderzoek werd echter al vrij snel duidelijk dat het huidige vaarwegprofiel ter hoogte van de gewenste fietsbrug volgens de (?) breder is, namelijk 300 meter. Die extra breedte is volgens Rijkswaterstaat nodig wegens de complexe nautische situatie op die plek. Daarbij komt de versmalling ter hoogte van de Amsterdamse brug en de aanwezigheid van het Bunkerterrein(?). Rijkswaterstaat heeft toen aangegeven dat een fietsbrug naar Sporenburg een breedte van 300 meter volledig zou moeten overspannen op een hoogte van minimaal 9,10 meter en bij voorkeur 11,35 meter. Met andere woorden: de brugpijlers moeten volledig buiten de vaarweg worden geplaatst. Dat leidt ertoe dat de op- en afritten van de brug niet meer op de goede manier zijn in te passen. De heer VROEGE wijst op de nautische problematiek van dat kruispunt tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en het IJ, waar een oplossing met een pont misschien nog veel lastiger zou zijn. Die pontverbinding is echter niet onderzocht door commissie d’Hooghe.
Kan de wethouder daarom garanderen dat Rijkswaterstaat en alle nautische partners geen bezwaar hebben met een permanente pontverbinding? Gezien het belang van de scheepvaart en de nautische problematiek aldaar. Wethouder VAN DOORNINCK meent die vraag te kunnen beantwoorden door in te gaan op de vraag ‘hoe gaat het nu verder?’ Er wordt nu verder gegaan aan de hand van het advies van commissie d'Hooghe. De komende maanden gaat zij aan de slag met de actualisering van de nota van uitgangspunten op basis van dat advies. Daarmee zal met een aangepast besluit betreffende Sprong over het IJ gekomen worden. Dat wil het college zeker nog tijdens deze collegeperiode voorleggen aan de raad. Daarbij wil het college ook dat het onderzoek gedaan wordt naar de ponten die in het advies zitten. Het college neemt daarin het initiatief, maar doet dat samen met de nautische partijen en Rijkswaterstaat. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ reageert op de bewering van de wethouder dat het nautisch gewoon niet mogelijk is, terwijl er gesteld wordt dat het ‘nautisch niet evident’ is. Hoe legt de wethouder dat uit? Wethouder VAN DOORNINCK meent gezegd te hebben dat het stedenbouwkundig lastig is wegens de grootte van die overbrugging en de constructies die daarvoor nodig zouden zijn. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil weten waar de bezwaren precies liggen.
Gaat het daardoor te veel kosten, gaat de vervoerswaarde daardoor omlaag? Zij krijgt graag een
43
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
heel precies antwoord van de wethouder. Er lijkt namelijk wat licht te zitten tussen de woorden van de wethouder en die van commissie d'Hooghe. Wethouder VAN DOORNINCK ziet dat licht niet zo. Commissie d'Hooghe heeft heel veel zaken bij elkaar genomen. D'Hooghe zei dat het stedenbouwkundig niet wenselijk is en dat komt door die grote overspanning, die gemaakt moet worden. Wegens de huidige Richtlijn Vaarwegen is het ook niet mogelijk. Dat is de conclusie van commissie d'Hooghe en vervolgens is het stedenbouwkundig niet inpasbaar gezien de overspanning die gemaakt moet worden en de op- en afritten die daarvoor nodig zijn. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ noemt zich geen vervoersdeskundige, maar hoort de wethouder steeds over stedenbouwkundige condities spreken, terwijl er de woorden van commissie d'Hooghe zijn die spreken van ‘nautisch niet evident’. Gaat het hierbij dan over hetzelfde? Dus nogmaals de vraag: als d’Hooghe spreekt van ‘nautisch niet evident’, waarom blijft de wethouder dan wijzen op stedenbouwkundige problemen? Gaat het daarbij dan om hetzelfde? Wethouder VAN DOORNINCK geeft toe dat nautische en stedenbouwkundige argumenten twee verschillende dingen zijn. Commissie d'Hooghe heeft gezegd dat er ernstige nautische bezwaren zijn en dat het stedenbouwkundig vrijwel onmogelijk is om die enorme overspanning van 300 meter te maken met ook nog eens goede op- en afritten.
Dus het is een combinatie van twee factoren, die commissie d'Hooghe ook allebei noemt. De heer LEENDERS wil allereerst weten of het mogelijk is een duiding te geven van het rapport van Witteveel + Bos, omdat hij dat nu niet goed kan beoordelen. Verder wil hij weten wanneer de wethouder terugkomt op het besluit aangaande Sprong over het IJ. Wethouder VAN DOORNINCK zegt die onderbouwing schriftelijk te zullen doen toekomen. Zij kan zich voorstellen dat hierdoor de indruk ontstaat dan hier dingen door elkaar lopen. Dat komt omdat de studie van Witteveen + Bos plus de variantenstudie uiteindelijk niet verder zijn afgerond, omdat deze problemen werden gezien. Zij komt hier schriftelijk op terug. Wat de vraag naar het uitwerkingsplan betreft, geeft zij aan nu te gaan werken aan een aangepast voorkeursbesluit Sprong over het IJ. Daarbij zal het advies van commissie d'Hooghe worden ingepast. Dat zal deze raadsperiode nog worden voorgelegd. Alles zal op alles gezet worden om dat nog voor elkaar te krijgen. Daarna komt een uitvoeringsplan. Maar om geen tijd te verliezen zal er bij de verdere uitwerking van het voorkeursbesluit Sprong over het IJ ook meteen een voorkeursuitwerking van de oostbrug worden voorgelegd. Dan komt zij terug bij de vragen van de heer Vroege betreffende de IJbaan/kabelbaan. Hierbij wordt ook het advies van commissie d'Hooghe gevolgd.
Het wordt als een secundaire verbinding gezien, met name voor de ontsluiting van de PTAlocatie. Er is overleg met de stichting en er wordt nog onderzocht of alternatieve tracés mogelijk zijn met een betere vervoerswaarde en die eerder gerealiseerd zouden kunnen worden en die minder conflicteren met het tracé van de westbrug. Dit is de stand van zaken. Verder vroeg de heer Leenders om verdere concrete stappen in combinatie met de omgevingsvisie. De verbindingen staan in de concept-Omgevingsvisie aangegeven als vaste oeververbindingen. Dat zal worden aangepast in de vorm van ‘bruggen’. Mevrouw Naoum Néhmé vroeg of dit een antwoord was voor de komende 50 jaar. Zij denkt dat er met een veel bredere en langere blik gekeken is naar Amsterdam en dan niet alleen vanuit de vraag wat de allersnelste verbinding is, maar met name vanuit de vraag wat de goede verbinding is voor de komende 50 jaar voor Amsterdam, waarbij partijen elkaar niet langer in het vaarwater gaan zitten, maar juist dat vaarwater met elkaar op een mooie manier gaan delen.
44
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
Zij is het helemaal eens met de heer Boomsma die waarschuwde voor wederom een jarenlang gekissebis. Het voorliggende zal nu met elkaar uitgevoerd gaan worden, want hierover zijn alle partijen het met elkaar eens. Een mijlpaal! De heer Ernsting hoopte op een nieuwe wind binnen het ministerie, maar zij roept hierbij op enige voorzichtigheid te betrachten, want de strijd tussen het Rijk en Amsterdam al veel langer duurt dan welke politieke kleur dan ook. Er bestaat nu met Rijkswaterstaat een overeenkomst waaraan vastgehouden kan worden. En zij stelt zich voor dat nu met gezwinde spoed en met veel enthousiasme aan het werk gegaan wordt met het voorkeursbesluit. Wethouder DE VRIES denkt dat het, wat de brug naar het Zeeburgereiland betreft, handig is voor de raadsleden als zij zien waar exact de legger van Rijkswaterstaat is afgepaald in het Amsterdam-Rijnkanaal in de richting van het IJ. Als men daar de blik op richt, dan wordt het meteen duidelijk hoe onmogelijk het is om daar een brug te maken. Waar hij wel mee aan de slag gaat is de ponten. Er bestaat met Rijkswaterstaat een afspraak voor een tijdelijk project van tien jaar. Daarom wordt het op deze manier gedaan. Voor de partij van de IJbaan was het een hard gelag dat gezegd werd het niet verstandig geacht werd om de IJbaan precies te leggen op de plek als waar de westbrug gemaakt gaat worden.
Tegelijkertijd worden wel kansen gezien dat die IJbaan zou kunnen bijdragen. Daarom is naar alternatieve tracés omgezien. Daarop zijn de mensen van de IJbaan ook met een mogelijk tracé gekomen. Dus het college is actief bezig met die stichting. De stichting wil op termijn wel graag snel verder. Hij kan over de tijdsplanning verder weinig concreet zijn. Tweede termijn De heer VROEGE kondigt aan dit onderwerp graag te willen piepen naar de raad voor wellicht extra moties. Hij heeft nog één vraag richting wethouder Van Doorninck, namelijk wat zij gedaan heeft met de duidelijke oproep vanuit deze commissie richting de onderhandelingstafel met het Rijk. Heeft zij een concrete poging gedaan om deze brug weer op tafel te krijgen? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil dit onderwerp ook graag piepen naar de raad en wil ook haar waardering uitspreken over de laatste opmerking van wethouder Van Doorninck en de bestuurlijke reactie. Kan zij in de schriftelijke toelichting die nog de kant van de raad op komt over Witteveen + Bos meenemen waarom de technisch adviseur van commissie d'Hooghe allerlei wensen van bruggen en tunnels naar Noord heeft onderzocht, maar helemaal niets heeft onderzocht qua varianten voor de vaste fietsverbinding? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt richting de heer Vroege in de onderhandeling met het Rijk alles op alles te hebben gezet.
Toch moet zij zeggen dat er geen onderhandeling met het Rijk heeft plaatsgevonden. Er is een commissie en met het Rijk was van te voren bepaald dat zij de uitslag van de commissie als een zwaarwegend advies zouden beschouwen. Het is dus geen onderhandelingstraject geweest met het Rijk. Er is een onafhankelijke commissie geweest die aan de slag gegaan is met de wensen van allerlei partijen. De heer VROEGE zegt verbaasd te zijn en hij vraagt zich af waarom het zeven maanden geduurd heeft, voordat de minister en de wethouder met een gezamenlijke verklaring kwamen over het rapport d'Hooghe. Als ze alleen maar hoefde te tekenen bij het kruisje had de wethouder dat zeven maanden geleden al kunnen doen. Wat heeft zij samen met de minister al die maanden gedaan? Wethouder VAN DOORNINCK verklaart samen met de minister gesprekken te hebben gevoerd over de vraag of zij zich konden vinden over alle aspecten van het advies. Daar zaten punten in waarop het Rijk eerst nog wat extra onderzoek wilde doen. Daarom begrijpt zij de vraag van de heer Vroege niet zo goed.
45
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
De heer VROEGE vindt de vraag of beide partijen zich konden vinden in alle elementen van het advies de crux van de zaak. De gemeenteraad van Amsterdam heeft gezegd zich niet te kunnen vinden in het advies ten aanzien van de oostbrug. Zijn vraag is of de wethouder dat standpunt van de gemeenteraad heeft meegenomen in haar overwegingen of heeft zij dat standpunt niet meegenomen. Wethouder VAN DOORNINCK verklaart dat standpunt natuurlijk te hebben meegenomen. De heer VROEGE wil toch weten hoe de wethouder handen en voeten gegeven heeft aan dat standpunt van de raad. Wethouder VAN DOORNINCK hoort de heer Vroege nu vragen hoe de gesprekken gevoerd zijn met het Rijk naar aanleiding van het zwaarwegend advies. Zij kan zeggen dat er vanuit verschillende partijen gereageerd is op dat advies. Uiteindelijk heeft men met elkaar besloten om het advies als zwaarwegend te omarmen. Uiteraard heeft Amsterdam datgene wat de raad daarover gezegd daarin meegenomen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ meent dat nu misschien het meest cruciale moment van het debat wordt bereikt en zij hoort dat de wethouder plotseling kortaf wordt. Zij vindt dat jammer en vraagt zich af hoe zij precies de wensen van de raad geuit heeft. Heeft zij met de handen op tafel geslagen? Zij zou graag de verslagen van die gesprekken willen ontvangen.
Wethouder VAN DOORNINCK verklaart het standpunt van de raad nadrukkelijk onder de aandacht van het Rijk te hebben gebracht. Voor zover zij weet zijn er geen verslagen van die gesprekken. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil weten wat ‘onder de aandacht gebracht’ betekent. Wethouder VAN DOORNINCK verklaart dat dat betekent dat zij dat standpunt doorgegeven heeft. Zij wist echter vanaf het begin dat was gezegd dat het advies van de commissie als zwaarwegend zou worden beschouwd. Zij wist ook dat als Amsterdam aan de touwtjes zou gaan trekken, het Rijk dat ook zou doen. Dus zij heeft het uitdrukkelijk onder de aandacht gebracht bij het ministerie. Daar zal men het mee moeten doen. Zij gaat nog in op de vraag van mevrouw Naoum Néhmé over de toegezegde schriftelijke toelichting en de vraag of hetgeen commissie d'Hooghe gezegd heeft over het Zeeburgereiland daaraan toegevoegd kan worden. Dat zal zij doen, maar dat moet zij wel opvragen bij de commissie. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ informeert of, als de wethouder aan de touwtjes had getrokken, Rijkswaterstaat dat ook had gedaan, zij bang was andere onderdelen van het advies te verliezen of vult nu de wethouder voor Rijkswaterstaat in dat zij de brug niet willen? Of was zij bereid om de brug weg te geven, om andere onderdelen in het advies te krijgen? Wethouder VAN DOORNINCK zegt verbaasd te zijn over deze vragen.
Zij hebben gevraagd om een onafhankelijk advies. Dat onafhankelijke advies is er gekomen. Vervolgens is er met Rijkswaterstaat gekeken of iedereen uiteindelijk voldoende heeft gekregen, want niemand heeft precies gekeken wat hij wilde. Vanuit Amsterdam waren er wensen, die natuurlijk ter sprake zijn gekomen. Er is echter gezegd dat er gedaan werd wat men met elkaar had afgesproken, namelijk het advies als zwaarwegend over te nemen. Zowel het Rijk als Amsterdam hebben dat advies omarmd of er zich bij neergelegd, het is maar net hoe men het wil formuleren. Er gaat een brug gebouwd worden en daar is 150 jaar strijd over gevoerd met het Rijk!
46
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021
RO
De VOORZITTER sluit hiermee de beraadslaging over dit punt en geeft aan dat het geagendeerd zal worden in de raadsvergadering van 21 april a.s.
Grondzaken 17 Kennisnemen van het collegebesluit d.d. 2 februari 2021 inzake een verdeling van de notariskosten in het geval van een wijziging van de WOZ-waarde 2015, waardoor de reeds gepasseerde overstapakte gewijzigd moet worden. (ZD2020-015120) De heer BOOMSMA constateert dat de chaos steeds groter wordt. Hij heeft ook gevraagd of dat gevolgen kan hebben voor de BSQ’s. Worden die ook herberekend? Hij vindt dat de helft van de notariskosten niet juist is. Het gaat immers om de gemeente die op de eerste plaats de verkeerde waarde heeft vastgesteld. Dus moet de gemeente dan ook zelf die notariskosten betalen. In het tkn-stuk staat dat dat wel vijf miljoen euro zou kunnen gaan kosten. Een enorm bedrag met mogelijk 20.000 gevallen. Het gaat om een korte aanpassing van het bedrag. Dus een notaris hoeft daar niet een heel onderzoek naar te doen. Dus het moet redelijk snel kunnen gebeuren. Daarom vraagt hij zich af of het niet iets zou kunnen zijn om per aanbesteding te doen. Wethouder VAN DOORNINCK hoort de heer Boomsma stellen dat het een fout is van de gemeente, maar de gemeente zowel als de erfpachter konden ervan uitgaan dat het ging om vastgestelde bedragen. Daar werd vanuit gegaan en daarom is er voor gekozen om de kosten te verdelen. Het is maar een kleine aanpassing.
Het idee om dat bij de aanbesteding bij de notaris te regelen, vindt zij een interessant idee, maar het overstijgt een beetje haar inhoudelijke kennis van zaken om te kunnen doorzien hoe dat precies werkt. Zij wil het wel nagaan of zoiets mogelijk zou zijn. Zij vindt het op dit moment moeilijk om de algemene vraag van de heer Boomsma te beantwoorden, want dat is afhankelijk van de vraag hoeveel bezwaren gegrond zijn en welke effecten en consequenties het heeft. Zo’n aanbesteding bij de notaris lijkt haar niet makkelijk, omdat de erfpachter immers vrij is in zijn notariskeuze. Het kan wellicht in de vorm van een aanbod opgelost worden. Zij is bereid om daar nog naar te kijken. De VOORZITTER sluit deze vergadering om 21.30 uur.
47