CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag RO 24-03-2021.docx

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 14 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie d.d. 24 maart 202128.515 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wethouder VAN DOORNINCK vindt dat het er nu op lijkt dat de heer Boomsma zegt dat zij zich niets had moeten aantrekken van die enquête, want zij had het belangrijker moeten vinden of zij dat woord wel of niet gebruikt heeft. Als de enquête zou uitwijzen, dat de andere mogelijkheden ook weer bespreekbaar waren, dan was dat een duidelijk signaal geweest. Daarom is daarna de discussie over allerlei locaties gegaan en gelukkig is er toen ook nog over veel meer gesproken, zoals de wenselijkheid van een nieuwe Meervaart en over het hele gebied. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat de wethouder haar betoog begon met een knip te maken tussen de interne communicatie en het participatieproces. Waarom is dat onderscheid volgens de wethouder relevant? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat dat voor haar relevant is, omdat zij uiteindelijk de wensen en bedenkingen, meningen, ideeën van Amsterdammers van groot belang vindt in dit traject. In het participatieproces is aangetoond dat Amsterdammers al die wensen, meningen en ideeën uitgebreid op verschillende manieren met het stadsbestuur hebben gedeeld. Het belangrijkste is de precieze communicatie tussen ambtenaren over hoe de allereerste bijeenkomst plaats zou vinden.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil weten of de wethouder het dan met haar eens is dat als uit die interne communicatie blijkt dat er buitengewoon denigrerende opmerkingen naar voren komen over Amsterdammers en soms over andere ambtenaren en soms over het proces, dat dat voor de gemeenteraad belangwekkend kan zijn, want dat zijn dezelfde mensen die het participatieproces gaan begeleiden. Dat kan dan weinig belangwekkend zijn voor het participatieproces zelf. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt het liefst te kijken naar het beeld van het participatieproces zelf en wat daaruit voort is gekomen. Dat is het belangrijkste en daarin valt ook te zien hoe alle ambtenaren die bij dit traject betrokken zijn geweest hun ongelooflijke best gedaan hebben om zo veel mogelijk Amsterdammers te betrekken ondanks de complicaties wegens Corona waarmee rekening gehouden moest worden. Dat vindt zij het belangrijkste, omdat dat haar in staat stelde keuzes te maken. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ twijfelt er niet aan dat het grootste deel van de ambtenaren ook gewoon goed werk leverde. Maar het beeld dat uit de interne communicatie naar voren kwam, is natuurlijk funest.

Als geschreven wordt dat de meeste mensen niet weten waar ze over praten, en als dat geschreven wordt door dezelfde mensen die het participatieproces moeten begeleiden, dan moet de wethouder het toch met haar eens zijn dat dat weinig belangwekkend kan zijn voor het participatieproces. Dat kan de wethouder toch niet ontkennen!

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

Wethouder VAN DOORNINCK wil niet ingaan op één mailtje uit een enorme stapel van mails, die allemaal beoogden dat zo veel mogelijk Amsterdammers konden participeren. Zij gaat ook niet in op een mail die een bestuurder geschreven heeft en waarbij zij in de cc stond. Dat er mensen strategisch geplaatst werden betrof de notulist, zodat deze het gesprek goed kon volgen wegens de weidse verdeling van sprekers over de zaal. Zo simpel lag dat! Het ging ook over de directeur, die iedereen welkom moet heten en daarom iedereen goed moet kunnen zien. Dus soms is de context van een mailtje van belang en als die context gemist wordt, valt de betekenis van zo’n mail niet te duiden. Dan vestigt zij nu dan toch graag de aandacht op de tijdlijn, waarvan zij reeds aankondigde daar graag nader bij stil te staan. Daarbij kan zij heel lang teruggaan, omdat er al heel lang onderzoek is gedaan naar een nieuwe locatie voor de Meervaart. Ook dit traject speelt al heel lang en is heel vaak voortijdig afgeblazen. Dat is erg vervelend. In juni 2018 is er een visiedocument voor de Meervaart gekomen. In november van dat jaar is er een algemeen programma van eisen gekomen. In mei 2019 zijn de contouren van het kunstenplan geformuleerd, waarbij de nieuwbouw van de Meervaart ook werd genoemd en vervolgens is de Meervaart in het budget van de voorjaarsnota gekomen.

Van april tot juni zijn er toen onderzoeken gedaan naar locaties. Op 1 juli was er een bijeenkomst voor genodigden, belangengroeperingen. Toen zijn er twee locaties aan de mensen gepresenteerd. Daarbij waren 60 mensen aanwezig. Toen is er op 23 september ook een bijeenkomst geweest, waarbij de Meervaart en twee locaties besproken zijn. Daar waren ongeveer 100 mensen bij aanwezig. Er zijn toen verschillende ideeën gewisseld over wat er zou kunnen, of waar de voorkeur naar uitging van de aanwezigen. Er waren toen twee variantlocaties aanwezig. Daarna zijn die locaties pas aan wethouder Meriani gepresenteerd. Toen heeft het college daarbij aangegeven dat die locaties problematisch werden gevonden. Het eerste bezwaar was dat als de nieuwe Meervaart op de huidige plek terug zou moeten komen, het theater voor drie jaar dicht zou moeten. De tweede optie was het theater in de hoek te plaatsen, maar dat was de hoofdgroenstructuur. Dus dat was ook een bezwaar. Toen is het idee geopperd het theater in de Sloterplas te bouwen. Dat is toen onderzocht, leidend tot de presentatie van deelonderzoeken, die deels werden teruggestuurd, omdat het college alle voor- en nadelen van die waterlocatie wilde weten. Toen de waterlocatie nog niet aan de orde was, heeft RMD de voorkeur uitgesproken voor de huidige locatie in plaats van de hoeklocatie, omdat deze laatste locatie hoofdgroenstructuur is.

Daarna zijn er enkele gesprekken hierover gevoerd en heeft er ook een werkbezoek plaatsgevonden. Dat was vlak voor de lockdown plaatsvond. Er was toen een plan om ook over die locatie C te participeren, waar de voorkeur van wethouder Meriani en van haar naar uit ging. Toen werd men echter geconfronteerd met Corona en is die participatie niet doorgegaan. Dit verhaal is eenieder bekend, want het is uitgebreid besproken in de commissie en in de raad. Dus het idee dat er al geparticipeerd werd, terwijl locatie C al werd onderzocht, stoelt nergens op. Toen kwam in juni het collegebesluit. Eind juni vond de commissievergadering plaats. Begin juli is het voorbereidingskrediet en de locatie in de gemeenteraad geweest. Daarna is in de zomer 2020 ambtelijk volop gewerkt aan het participatie- en communicatieplan. Een deel daarvan is via de WOB inzichtelijk geworden. Op 22 september hebben wethouder Meriani en zij een gesprek gehad met de stadsdeelcommissie, omdat zij hadden gemerkt dat de stadsdeelcommissie er niet blij mee was dat een optie niet aan hen was voorgelegd, maar wel aan de gemeenteraad. Daarom vond zij het belangrijk dat dat gesprek met het stadsdeel aangegaan werd. Daarbij hebben zijzelf aangegeven in te zien dat zij het stadsdeel eerder hadden moeten betrekken. Toegezegd werd dat dat vanaf toen verder wel zou gebeuren.

Daarna heeft er op 29 september een besloten bijeenkomst plaatsgevonden voor een kleine groep betrokkenen, die nauw bij de Meervaart zijn betrokken. Over die bijeenkomst lijkt het nu allemaal te gaan. Die bijeenkomst was bedoeld als de start van het participatieproces. Daarbij waren specifiek partijen uitgenodigd die zich duidelijk hebben uitgesproken. Dat betrof de stakeholders in het gebied. Het werd ook belangrijk gevonden dat ook bewoners daarbij aanwezig zouden zijn. Omdat het nog

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

geen participatieavond was, werd er teruggeblikt op het voorgaande proces om de aanwezigen de gelegenheid te geven hun eventuele zorgen reeds naar voren te brengen, maar er werd ook uiteengezet wat de plannen waren voor het participatieproces. Het idee was dat dat participatieproces aan de ideeën van de aanwezigen kon worden getoetst om de plannen eventueel nog verder aan te scherpen. Het verslag van die bijeenkomst is bekend. Er is toen gezegd dat de participatie in principe over locatie C ging, omdat er over de twee andere locaties al geparticipeerd was. Naar aanleiding van die bijeenkomst zijn er schriftelijke vragen gekomen vanuit deze commissie. Die vragen zijn uitgebreid beantwoord! Daarom verbaast het haar dat nu gedaan wordt alsof veel nieuw is voor de leden van deze commissie. Er is immers al uitgebreid over gesproken. Op 12 oktober is er toen per raadsbrief uiteengezet hoe het participatieproces eruit zou gaan zien. Ook toen werd gezegd dat er in principe alleen over de voorkeurslocatie wordt geparticipeerd, maar dat ook andere facetten aan de orde kunnen komen. Op dat moment liep die enquête al (namelijk van 6 oktober tot 12 november). Die enquête gaf aan dat de voorkeur 50:50 verdeeld lag. Toen is besloten de participatie open te stellen voor andere locaties. Dat is op 12 november ook bekendgemaakt.

Dat heeft geleid tot de themabijeenkomsten, zoals die op 14 december en daarna wat kleinere bijeenkomsten; in het totaal tien bijeenkomsten. Dat eindigde in de terugkoppeling van het participatietraject op 29 maart. Naar aanleiding van daarvan wordt het ambitiedocument opgesteld met alles wat opgehaald is in het participatietraject. Daarbij zal, zoals de heer Hofland verzocht, duidelijk gemaakt worden welke opties er zijn en wat de voor- en nadelen zijn. Dat zal vervolgens naar het college gestuurd worden door haar en college Meriani. Daarna komt het richting de raad. De heer VAN LAMMEREN wil allereerst dat de wethouder bij de tijdlijn ook de jaartallen noemt. Verder wil hij weten of de wethouder zei dat locatie C is vastgesteld nadat er nieuw onderzoek heeft plaatsgevonden (na het werkbezoek in maart 2020). Verder werd het stadsdeel erbij betrokken, want die was verrast door locatie C. Wethouder VAN DOORNINCK dacht wel degelijk jaartallen te hebben genoemd. Het moet allemaal in 2018 of 2019 zijn geweest. Zij is bij 2020 gestopt met het noemen van jaartallen, omdat zij ervan uitging dat eenieder dat wel zou weten. De vraag van de heer Van Lammeren was of het besluit vóór het werkbezoek is genomen. De voorkeur is uitgesproken vóór het werkbezoek, maar toen was het onderzoek nog niet afgerond. Dus er was nog geen besluit genomen.

De participatiebijeenkomsten waren in september 2019. In december 2019 heeft zij gezegd een voorkeur te hebben voor die plaslocatie. Het locatieonderzoek was toen gereed, maar er waren extra onderzoeken nodig. Er is toen dus nog geen besluit genomen. Het besluit is door het college genomen op 2 juni. De stadsdeelcommissie heeft de participatie in september 2019 meegemaakt en is er daarna niet meer bij betrokken geweest. Toen hebben wethouder Meriani en zij gezegd dat de stadsdeelcommissie wel betrokken had moeten worden. Daarom heeft er een extra bijeenkomst plaatsgevonden met de stadsdeelcommissie op 22 september 2020 alvorens het participatieproces met de bewoners gestart werd. Volgens de heer VAN LAMMEREN heeft de wethouder op 9 december een besluit genomen ten gunste van de plas en dat het dus niet langer doorging als een voorkeurslocatie. Toen is namelijk ook (onverstaanbaar). Er staat in de notulen ‘de locatie in de plas is een politiek besluit’. Daarbij werden de namen van wethouder Meriani en Van Doorninck genoemd. Wat is daarop haar reactie? Wethouder VAN DOORNINCK constateert dat de heer Van Lammeren nu een verslag van ambtenaren citeert, waarin van een politiek besluit sprake is. Dat lijkt haar heel erg logisch. Wethouder Meriani had heel veel moeite met het sluiten van het theater voor drie jaar.

Zijzelf had heel veel moeite met het bouwen in de hoofdgroenstructuur. Dus er is een politiek besluit genomen, maar dat is wel door het hele college gedaan! In december heeft zij inderdaad haar voorkeur voor een bepaalde locatie uitgesproken richting de stuurgroep die hiermee werkt.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

De heer VAN LAMMEREN (wederom nauwelijks verstaanbaar) gaat het om de vraag waarom dat standpunt stilgehouden is totdat GroenLinks het besluit genomen heeft. Hij wil van de wethouder horen waarom niemand mocht weten dat er in de plas gebouwd zou gaan worden. Er staat meermalen expliciet vermeld dat de wethouders willen dat dat stilgehouden wordt totdat het college een besluit heeft genomen. Wethouder VAN DOORNINCK hoort de heer Van Lammeren nu refereren aan ambtelijke besluiten en die zijn niet afkomstig uit verslagen van de staven van haar of wethouder Meriani. Het zijn ambtelijke verslagen. Wat zij gezegd hebben is dat zij een voorkeur hebben voor een locatie in de plas. Er is gewoon een TAC-advies geweest over de locatie in de hoofdgroenstructuur. Dus zij zou niet weten wat de heer Van Lammeren bedoelt met dat de TAC gestopt is. Verder was er het idee om op 6 april een participatie te doen over die locatie C. Toen was net de lockdown ingegaan en het ‘online’ overleggen moest toen nog gestalte krijgen. Daardoor is die participatie toen niet doorgegaan. Daarvan hebben zij en wethouder Meriani aangegeven dat dat niet best was en dat dat anders had moeten gebeuren. Daardoor is dat meer dan uitgebreide participatietraject uitgezet na de zomer.

Zij verwijst wederom naar alle verslagen die online te vinden zijn en die duidelijk maken hoe uitgebreid dat participatietraject geweest is, omdat zij wisten dat dat eigenlijk in het voorjaar had moeten gebeuren. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil weten of zij nu goed begrepen heeft dat de wethouder zegt dat terwijl de participatiebijeenkomsten van 2019 gaande waren zij geen voorkeur uitgesproken heeft voor de waterlocatie. Is dat wat zij zojuist zei? Wethouder VAN DOORNINCK bevestigt dit met ‘ja, dat klopt precies’. De participatieavonden over de locaties vonden plaats op 1 juli en 23 september 2019. Pas op 17 oktober heeft zij pas een presentatie gekregen van de participatie-uitkomsten betreffende de locaties. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil weten waarom de wethouder dan een ambtelijk schrijven(?) heeft gekregen, waaruit zij citeert: “… dat als zij kritische vragen krijgt, dat mensen zich voor de gek gehouden voelen, dan moet u het volgende zeggen: Het is er bij “ingeschoten” (sic) dat we in 2019 met omwonenden en anderen hebben gesproken over twee locaties waar uiteindelijk de definitieve locatie niet tussen zat.” Waarom een ambtelijk schrijven als beide momenten niet samen zijn gevallen? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat dit ambtelijke schrijven haar niet bekend is. Bovendien spreekt zij altijd haar eigen woorden uit en niet die van ambtenaren.

Zij kent het stuk niet waar mevrouw Naoum Néhmé nu aan refereert. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ geeft aan dat het volgens haar aantekeningen gaat om het derde punt in het stuk met nummer 470. Als de wethouder nu op de toer gaat van ‘ambtenaren zeggen van alles, maar daar houd ik mij niet aan’, dan is dat niet de weg die blijkt uit dit dossier. Het is glashelder wat de sfeer is, die ademt uit de WOB-stukken. Als de ambtenaren niet de noodzaak voelen om de wethouder tegen haar eigen strategie te beschermen, dan zou dit derde punt niet in dat document hebben gestaan. Wethouder VAN DOORNINCK zegt geen vraag te hebben gehoord alleen maar hele rare insinuaties. Zij kan het volgende vertellen. Er zijn twee bijeenkomsten geweest: op 1 juli en op 23 september. Daarna, op 17 oktober 2019, heeft zij de twee locaties gezien en de uitkomst van de participatie. Er is eerst geparticipeerd over twee locaties en daarna is er pas een derde locatie aan de orde gekomen. Dat komt omdat de eerste locatie voor wethouder Meriani problematisch was en de tweede op haar bezwaren stuitten om de naar zij aanneemt nu zeer bekende reden. Mevrouw DE BRUINE begrijpt dat het besluit van de raad over de derde locatie niet is voorgelegd kunnen worden aan de bewoners, hetgeen om een begrijpelijke reden is gebeurd en dat dat getracht is recht te zetten in de participatie na de zomer. Waarom is

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

dat niet breed uitgedragen aan de bewoners? Waarom is toen maar één locatie voorgelegd, namelijk de voorkeurslocatie. Hoe kan dat dan? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat dat precies is wat zij met de raad heeft afgesproken. Toen is namelijk gezegd dat er geparticipeerd zou worden over de voorkeurslocatie. In een motie is toen gevraagd om een heel brede participatie, waarbij ‘draagvlak’ zwaar zou meewegen. Toen is gezegd dat er geparticipeerd zou worden over locatie C, met name omdat daarover nog niet geparticipeerd was. Wethouder Meriani heeft toen gezegd ‘we gaan het de mensen niet door de strot douwen. Er moet wel draagvlak voor zijn.’ In eerste instantie is het participatietraject ingezet op de voorkeurslocatie en naar aanleiding van de enquête werd gezien dat de voorkeurslocatie 50% haalde en dat werd niet voldoende geacht. Toen zijn de andere locaties weer bij de participatie betrokken. Dat is precies zoals dat begin juli met de raad is afgesproken! Dat proces is behoorlijk succesvol geweest, want er is druk geparticipeerd over zowel die locaties als over al die andere belangrijke aspecten. Mevrouw DE BRUINE vraagt of de wethouder erkent dat er een verschil zit tussen participeren op de invulling van die locatie en participeren over die locatie en dat dat bewoners vervolgens heel erg boos heeft gemaakt, omdat er een verkeerde verwachting was gewekt.

Wethouder VAN DOORNINCK erkent dat verschil, maar benadrukt dat zij heel erg duidelijk geweest is en heeft gezegd dat er geparticipeerd zou gaan worden over deze locatie, omdat er nog nooit over die locatie was geparticipeerd. Dus het was nog helemaal niet bekend hoe er in Nieuw-West gedacht werd over die locatie. Het was wel bekend dat er een aantal felle tegenstanders waren, maar hoe er in Nieuw-West in den brede over gedacht werd, was nog niet bekend. Vandaar die enquête. Zij zet haar betoog voort en gaat ervan uit dat met het schetsen van de tijdlijn veel inhoudelijke vragen zijn beantwoord. De heer Van Lammeren had nog een specifieke vraag over de rol van Waternet. Waternet is om advies gevraagd toen de waterlocatie aan de orde kwam. Waternet heeft toen aangegeven dat de kwaliteit van het water daar niet goed is. Zij gaven ook aan dat als er in de plas gebouwd zou worden er watercompensatie nodig zou zijn. Zij zagen daarin dus ook een kans om die waterkwaliteit daar structureel te verbeteren. De heer VAN LAMMEREN vraagt om de rapporten van Waternet hierover. Wethouder VAN DOORNINCK geeft aan dat zij niet over de rapporten van Waternet beschikt. Dat is een kwestie voor haar collega. Zij wijst er wel op dat er tot nu toe geen informatie door de raad gevraagd is. Er zijn WOB-verzoeken gedaan door AT5 en door particulieren. Die WOB-verzoeken zijn beantwoord.

Het AT5-verzoek is in tweeën verdeeld, omdat het zo ontzettend veel was. Met AT5 is afgesproken dat begin mei de nieuwe zending komt. Dan komt dat dus ook de kant van de raad op. Volgens mevrouw NAOUM NÉHMÉ klopt het dat er tot nu toe geen verzoek om dergelijke informatie vanuit de raad is gedaan, maar dat heeft zij dan nu bij dezen gedaan. Zij vraagt om alle mails waar de wethouder en wethouder Meriani bij betrokken zijn en in ieder geval ook het plan B en het voorlopige plan van aanpak van februari 2019; de stand van zaken van subsidies en de dekking die er tekort gekomen wordt en waarvoor bij de provincie en Waternet geld wordt gevraagd, plus de (?) exploitatieramingen, zoals die in de WOB-stukken naar voren komen. Dat is samengevat wat de oppositie graag van de wethouder zou ontvangen. Wethouder VAN DOORNINCK vraagt mevrouw Naoum Néhmé haar verzoek schriftelijk te doen. Er zijn stukken die tot nu toe om juridische redenen niet vrij zijn gegeven. Zij zal kijken wat zij kan doen. Waar zij nu nog over nadenkt is de vraag of zij alle ambtelijke communicatie rond besluiten met de raad moet delen.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ zet uitgebreid uiteen waarom zij meent de wethouder om het geven van een volledige openheid van zaken te kunnen verzoeken. Het spijt haar dat dat veel materiaal betreft. Zij kan het echter niet mooier maken. Wethouder VAN DOORNINCK zegt dat mevrouw Naoum Néhmé mag vragen wat zij wil. Haar valt het wel een beetje op dat zij uit de WOB-stukken niet echt dingen gezien heeft, die niet eerder met de commissie/raad zijn gedeeld. Mevrouw Naoum Néhmé heeft schriftelijke vragen gesteld over die eerste bijeenkomst. Daar is uitgebreid op geantwoord. Er zijn raadsbrieven gestuurd over het hele participatietraject. Er is ambtelijke communicatie geweest, die anders zou hebben geluid als bekend was dat die communicatie in de openbaarheid zou komen. Maar veel meer dan dat is er niet uit die WOB-verzoeken gekomen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt het mooie van omgangvormen dat men van te voren niet denigrerend doe tover Amsterdammers. Dat choqueert haar. Zij vindt dat dat niet kan. Wethouder VAN DOORNINCK wil terugkomen op de opmerkingen van de heren Boomsma en Hofland, die zeiden dat het beeld dat nu ontstaan is, funest is. Dat is zonde, want het gaat ten kosten van de positieve energie die je graag rond de nieuwe Meervaart zou willen zien.

Zij denkt dat zij en wethouder Meriani tijdens de raadsbehandeling duidelijk hebben aangegeven dat ook te zien en dat ook heel erg jammer te vinden. Zij willen dat er een nieuwe Meervaart komt en dat wordt overschaduwd doordat zij in eerste instantie de participatie niet goed vorm gegeven hebben. Daarom hebben zij zich zo enorm ingezet om dat participatietraject na de zomer zo goed mogelijk in te zetten. Als men dan ziet hoe er geparticipeerd is, dan denkt zij dat zij in hun opzet geslaagd zijn. Misschien kan zij hetzelfde aan de raad vragen, namelijk door hier zijn rol en verantwoordelijkheid te nemen door te voorkomen dat het proces, gericht op de totstandkoming van een prachtig cultureel centrum in Nieuw-West, helemaal overschaduwd wordt door dit soort discussies. Maar het is aan de raad om dat wel of niet te doen. De heer HOFLAND wil richting mevrouw Naoum Néhmé zijn woorden, die zij 180° heeft verdraaid, herstellen. Hij heeft gezegd dat je het goed moet doen, ongeacht of je nu gehoord wordt of niet. Hij vindt het heel vervelend dat dat gedaan wordt. Hij hecht eraan dit te zeggen voor de mensen die meekijken. Wethouder VAN DOORNINCK herinnert aan de vraag van de heer Van Lammeren over plan B.

Op het moment dat men een participatietraject ingaat en men weet dat de voorkeurslocatie wellicht ter discussie komt, dan is het goed om niet alles op alles te zetten, maar dat er ook alvast nagedacht gaat worden over een bredere participatie. Dat is plan B. Zoals men kan zien is dat plan uiteindelijk ook gewoon uitgevoerd. Op 2 juli 2020 heeft het college besloten over de waterlocatie. De heer Leenders vroeg zich af wanneer vastgesteld kan worden dat het traject goed is gegaan. Zij denkt dan aan de goede bijeenkomsten die er geweest zijn. Verder laat zij hem weten dat zij in gesprek is met de ontwikkelaar over dat hotel. Dat heeft nog niet tot een concluderend gesprek geleid, want dat is afhankelijk van wat de uiteindelijke ontwikkelingen worden. Zij heeft richting de ontwikkelaar wel laten weten ook andere invullingen te zien voor de rechten die de ontwikkelaar heeft, dan specifiek een hotel. Alternatieven daarvoor zijn in het participatietraject uitgebreid aan de orde geweest. De heer Van Schijndel vroeg zich af waarom, als men zo graag die waterlocatie wil, er toch geparticipeerd wordt. Dat vindt zij precies het tegenovergestelde van wat het college gedaan heeft. Ja, er was een voorkeur voor de waterlocatie, maar dat gaat niet doorgedrukt worden als niemand dat wil, zoals mevrouw Meriani duidelijk heeft aangegeven. (schorsing.

De tweede termijn vindt plaats in het avondgedeelte)

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

Tweede termijn Mevrouw DE BRUINE heeft nog geen antwoord gehad van de wethouder op de vraag of zij kan bevestigen dat de stukken die nu voor liggen alles is over het participatietraject en of dat er nog lijken uit de kast kunnen komen. De heer VAN LAMMEREN mist nog concrete antwoorden op vragen. Het college heeft dus op 2 juli een besluit genomen. Hij wil weten of daarover veel discussie is geweest in het college. Op 15 april is er een commissievergadering geweest in het stadsdeel Nieuw-West en op 20 april 2020 is er een besluit genomen. Er was aan dat besluit toegevoegd ‘om het niet verder te delen’. De locatie moest dus stilgehouden worden. Weet de wethouder wellicht hoe dat standpunt tot stand is gekomen? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ stelt vast dat de wethouder de genodigden voor de bijeenkomst van september 2020 beoordeeld heeft. Heeft zij daarbij mensen geweigerd, zo is haar vraag, en als dat het geval was, wie waren die mensen dan. Heeft zij wellicht ook mensen toegevoegd? Zo ja, wie zijn die mensen? De heer BOOMSMA hoort de wethouder spreken van ‘selectief shoppen’ en raadt de raad aan zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het positieve beeld. Er is veel ingezet, maar hij mist daarbij dan toch een stukje reflectie op dit hele proces.

Weet de wethouder wel waarom die grote woede is ontstaan? De eerste fout was om die eerste twee locaties te laten vallen ten gunste van die derde. Hij denkt dat er wel wat meer aan de hand is. Hij is daarom wel benieuwd naar die andere stukken. Hij ziet de mogelijkheid dat er toch gestuurd is. Hij begrijpt dat er ook opdracht is gegeven aan andere instellingen om campagne te voeren voor de voorkeurslocatie. Hoe zit dat? Waarom is dat plan B geheim gehouden? Volgens hem bestaat daar geen juridische grondslag voor. Als dat plan inderdaad uitgevoerd is, dan is het vreemd dat tegen AT5 werd gezegd dat dat geheim moest worden gehouden. Hij krijgt daarom toch nog graag een toelichting op wat dat plan B inhoudt. Mevrouw KILIÇ verwijst naar een mail, waarbij zij nieuwsgierig is naar de reactie van de wethouder daarop. Het betreft een mail van 15 september 2020 over de bijeenkomst van 19 september over de Meervaart. Zij citeert daaruit en wijst erop dat er melding wordt gemaakt van een tweestrijd tussen burgers. Daarom zou er voor gezorgd moeten worden dat er meer gewone mensen worden uitgenodigd. Daarbij ziet zij ook sturing plaatsvinden. De heer LEENDERS heeft in zijn eerste termijn reeds het belang van de uitspraak van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit genoemd. Hij is benieuwd waar hij dat advies kan vinden in de WOB-stukken. Zijn tweede vraag betrof die hotelfunctie.

Hij dringt erop aan uit te zoeken of die ontwikkelaar niet verleid kan worden af te zien van die hotelfunctie. De heer ERNSTING constateert dat van de zware beschuldigingen die in de eerste termijn door sommige collega’s zijn geuit, weinig over is gebleven. Hij ziet ook dat er gepoogd is om alle stemmen te horen, maar niet om stemmen weg te drukken. Alle stemmen die te maken hebben met die waterlocatie zijn aan bod geweest. Dat is ook in verslagen terug te lezen. Hij vindt dat het complete beeld en de resultaten van het participatietraject moeten worden afgewacht. Pas dan kan een oordeel geveld worden. Dan kan er geoordeeld worden over de beste locatie. Hij roept eenieder op het belang van Nieuw-West daarbij voorop te stellen. De heer VAN SCHIJNDEL constateert dat het college bepaalde voorkeuren heeft qua locatie. Ook ambtenaren zijn hier erg druk mee bezig. Hij denkt dat dat een goede lijn is van het college. Het is voor de deugdelijkheid en de integriteit van het participatietraject iets waar de politiek gezag dragende wethouder heel streng op moet letten, zodat niet

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

wordt geprobeerd om bepaalde voorkeuren iets sterker naar voren te laten komen dan andere. Dat is de taak van een wethouder. Hij is er niet van overtuigd of dit hier is gelukt. Wethouder VAN DOORNINCK hoorde mevrouw De Bruine vragen of dit alles is. Zij heeft reeds gezegd dat het WOB-verzoek in tweeën is geknipt, omdat het zo groot is. Het tweede deel komt in mei. Mevrouw DE BRUINE begrijpt dat er meer stukken komen, maar haar gaat het om stukken over de uitspraken die ambtenaren hebben gedaan en waarvan de wenkbrauwen gaan fronsen. Wethouder VAN DOORNINCK vindt die vraag moeilijk te beantwoorden. Zoals zij in de eerste termijn reeds heeft aangegeven stond zij ervan te kijken dat er heel veel nieuws gelezen werd in WOB-stukken, die tot nu toe naar buiten zijn gekomen. Als het gaat om de taal die ambtenaren onderling wisselen, dan keek zij daarvan op en dat vindt zij ook niet prettig om te lezen, maar daar gaat zij niet helemaal over. Mevrouw De Bruine sprak echter van ‘lijken uit de kast’. Zij heeft niet de indruk dat dergelijke zaken uit dit WOB-verzoek zijn gekomen. Alle feiten waren immers al bekend. De rest komt dus in mei en zij gaat er niet van uit dat dat dingen zal opleveren die nog niet bekend zijn. Aangezien alles reeds gedeeld is met de raad. De heer Van Lammeren vroeg nog specifiek naar plan B.

Zij heeft er reeds op gewezen dat er natuurlijk een plan B was, want als men een participatietraject ingaat met het idee dat als mensen zich daar niet achter gaan stellen, de plannen moeten worden bijgesteld, dan is er een plan B nodig. Een specifiek document ‘Plan B’ is iets dat zij niet kent. Zij weet wel dat het onterecht geen onderdeel is geweest van het WOB-besluit. Dat document had gewoon geleverd moeten worden. De gemeente neemt hierover contact op met de indiener. Dat document kan alsnog worden aangeleverd. Mevrouw VAN SOEST meent dat de wethouder de vraag van mevrouw De Bruine zojuist niet goed beantwoord heeft, want wie is er dan wel politiek verantwoordelijk? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt die vraag niet zo begrepen te hebben. Maar als de vraag is wie er politiek verantwoordelijk is, dan is zij dat. Vervolgens werd gevraagd naar de discussie in het college. Wel, het college spreekt met één mond, zoals men weet. De heer BOOMSMA is blij dat dat plan B nu toch bekend zal worden gemaakt. Begrijpt hij goed dat het ten onrechte niet was meegenomen? Of heeft AT5 gelijk als gezegd wordt dat het stuk om juridische redenen niet openbaar gemaakt wordt. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt gezegd te hebben dat het stuk ten onrechte niet op de inventarisatielijst terecht is gekomen.

Er is een juridische grond om het nu nog niet openbaar te maken in verband met de afronding van het participatietraject. Op het moment dat die juridische basis vervalt, wordt het stuk vrijgegeven. De heer BOOMSMA snapt niet zo goed wat dat behelst, want volgens hem is een plan B hetgeen men gaat doen als er te weinig draagvlak is voor de waterlocatie. Op grond van welk artikel is het dan nu nog geheim? Wethouder VAN DOORNINCK heeft reeds toegelicht wat die juridische insteek is, namelijk dat er voor gezorgd wordt dat op het moment dat uit de enquête zou blijken dat mensen niet overtuigd zijn van de waterlocatie, een participatietraject zo zou worden ingericht dat alle locaties aan bod zouden komen. Dat is een juridische weigeringsgrond, omdat het participatietraject nog loopt. Dat is de reden waarom dat specifieke document, dat zij niet kent, niet openbaar gemaakt kan worden. Zij is verder geen jurist. Men zal het met dit antwoord moeten doen.

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

De heer VAN SCHIJNDEL is van mening dat er vijf gronden zijn om plan B niet openbaar te maken. De wethouder kan echter staande de vergadering communiceren met haar ambtenaren, die precies kunnen nagaan welke grond het precies is. Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat de heer Van Schijndel er ten onrechte vanuit gaat dat zij gedurende het debat voortdurend met haar ambtenaren communiceert. Dat is echter niet het geval. Haar volle aandacht is bij de commissievergadering. Wat zij reeds gezegd heeft, is hetgeen zij van haar ambtenaren heeft meegekregen. Er is een weigeringsgrond en op het moment dat die grond vervalt, kan het stuk openbaar gemaakt worden. De heer VAN SCHIJNDEL wil dat de wethouder dan zo snel mogelijk met een briefje naar de raad komt, waarin die grond wordt uiteengezet. Wethouder VAN DOORNINCK heeft uiteindelijk nu doorgekregen dat die grond is dat de belangen van de gemeente geschaad kunnen worden. Dat is de weigeringsgrond. De heer HOFLAND wil weten of de tekst van plan B bekend gemaakt wordt op het moment dat de juridische grond wegvalt om het niet openbaar te maken. Wethouder VAN DOORNINCK bevestigt dit. Wanneer dat het geval zal zijn, weet zij niet zo precies. De heer HOFLAND wil weten waarom dat participatieproces bij die beslissing wordt betrokken. Wethouder VAN DOORNINCK geeft aan dit van de juristen te hebben doorgekregen.

Zij is daar niet verder ingedoken, omdat zij de specifieke juridische kennis daartoe mist. Zij wil daarom geen juridische uitspraken doen. De heer VAN SCHIJNDEL heeft artikel 10 van de WOB gegoogled. Het gaat om de economische of financiële belangen van de gemeente. Maar die zijn toch niet in het geding bij dit participatieproces? Wethouder VAN DOORNINCK herhaalt dat zij geen WOB-jurist is. Zij denkt dat het niet goed is als nu de finesses van weigeringsgronden behandeld gaan worden. Het liefst komt zij hier schriftelijk op terug. De heer Van Lammeren had nog een vraag over het besluit in de stadsdeelcommissie van 15 april. Dat zal zij moeten nagaan, want dat is haar niet bekend. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat op meerdere plekken in de WOBstukken wordt gezegd dat de meerderheid van het college voor de waterlocatie is. Welke wethouders hebben tegen de waterlocatie gestemd? De VOORZITTER geeft aan dat deze vraag niet passend is. Het college spreekt met één mond. Ook de raad moet zich daar aan houden. Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat het college inderdaad met één mond spreekt. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt niet naar de beraadslaging binnen het college, maar zij wil weten waarop op meerdere plekken in de stukken staat dat de meerderheid van het college voor de waterlocatie ging. Wie was de minderheid. Wethouder VAN DOORNINCK herhaalt dat het college met één mond spreekt.

Verder vroeg mevrouw Naoum Néhmé of er een lijstje werd rondgestuurd van goedgekeurde of afgekeurde deelnemers. Zij heeft reeds uiteengezet dat de allereerste bijeenkomst, nog voordat het participatietraject was ingezet, er een vergadering van

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

genodigden is gehouden. Daarbij is naar een balans gezocht tussen positieve en negatieve meningen. Daaraan refereert ook de mail van de stadsdeelbestuurder aan. De heer Boomsma vroeg zich af hoe het komt dat er toen meer voorstanders werden uitgenodigd dan tegenstanders. Dat was echter niet het geval, zo stelt zij nadrukkelijk. Uiteindelijk bleken er wel meer voorstanders aanwezig te zijn, maar dat komt omdat enkele zeer nadrukkelijke tegenstanders het beter hadden geoordeeld om niet op de uitnodiging in te gaan. Daar kan zij dan verder ook niet veel aan doen. Zij vond het wel belangrijk om de Vrienden van de Sloterplas wel te spreken. Daarom is zij een op een met de mensen in gesprek gegaan, omdat het werd betreurd dat zij niet deelnamen aan die eerste startbijeenkomst. Het was niet de bedoeling dat er meer voorstanders waren. Het ging juist om een balans. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ hoort dat de wethouder niet wil zeggen wie de meerderheid in het college is. Was het besluit rond de waterlocatie een unaniem besluit van het college? Dat was een unaniem besluit van het college, aldus de WETHOUDER. Mevrouw KILIÇ begrijpt dat de afspiegeling van de bewoners toen niet lukte, omdat een groep weigerde gevolg te geven aan de uitnodiging. Zij is ook blij dat gestreefd werd om mensen die wat minder gehoord worden wel uit te nodigen.

Uit de stukken krijgt zij echter de indruk dat er op die representatie gestuurd werd. Zij snapt echter de motivatie van de wethouder. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat dat inzicht gisteravond in de stadsdeelcommissie heel goed gedeeld is. Dat heeft ertoe geleid dat vrijwel de hele commissie daarin gevolgd is. Mevrouw DE BRUINE hoort de wethouder verklaren dat er tegenstanders waren uitgenodigd, maar niet kwamen opdagen. Zij meent dat de Vrienden van de Sloterplas wellicht niet kwamen opdagen, niet omdat zij niet wilden, maar vanwege de Covidmaatregelen. Ging het nog om andere groepen? Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat er zeker tegenstanders aanwezig waren. Dus zij zegt niet dat alle tegenstanders niet kwamen opdagen. Zij weet van de Vrienden van de Sloterplas dat die niet aanwezig waren. Dat was niet wegens Covid, want dat zouden zij wel aangegeven hebben. Er was volgens haar nog een tegenstander die niet verscheen, maar dat heeft zij niet echt paraat. De heer VAN SCHIJNDEL hoort van de unanimiteit in de besluitvorming in het college. Normaal is natuurlijk een meerderheidsbesluitvorming. Daar is niets mis mee. Uit de stukken blijkt toch dat er een meerderheid en een minderheid was. Waarom noemt de wethouder de besluitvorming uiteindelijk dan toch unaniem? Wethouder VAN DOORNINCK geeft aan dat de besluitvorming unaniem was.

Zij blijft van mening dat, omdat de voorkeurslocatie niet een echte meerderheid had, het een goede zaak was dat de participatie daarna verbreed is naar meerdere locaties. De opdracht aan andere instanties om campagne te voeren voor de waterlocatie, is haar onbekend. Mevrouw DE BRUINE hoort de wethouder zojuist zeggen dat zij niet herkent dat vastgoedbedrijven specifiek werden opgedragen een campagne voor de raad uit te voeren. Uit document 137, dat ook in de staf van de wethouder is gedeeld, blijkt zwart op wit dat het wel degelijk de opdracht was. Hoe kan de wethouder dit dan niet weten? Wethouder VAN DOORNINCK heeft dat document niet direct voor ogen en zal daar dus nog even naar moeten kijken. Zij kan zich echter niet herinneren dat er een actieve opdracht is uitgegaan vanuit noch wethouder Meriani, noch vanuit haarzelf.

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

Wellicht is gezegd dat als men voor die locatie is, men dat best mag laten horen. Dat lijkt haar ook niet zo gek. Precies zoals zij de Vrienden van de Sloterplas hebben laten weten dat zij zich natuurlijk moeten laten horen in hun afwijzende mening. Zij snapt de opmerking van de heer Leenders over de hotelontwikkeling. Dat is ook de reden waarom zij daarover in gesprek zijn met de ontwikkelaar. Het advies van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit geeft voortdurend advies, omdat de ruimtelijke inpassing van de nieuwe Meervaart van groot belang is. Er is daarvoor een speciale commissie gevormd die meekijkt. Zij denkt dat er in de volgende fase opnieuw een advies van de commissie komt. Dat zal zo blijven. De heer Van Schijndel legde de nadruk op de deugdelijkheid van het participatietraject. Daarop is zij reeds een aantal keren ingegaan. Het participatieproces over het voorkeursbesluit verdient niet de schoonheidsprijs. Dat is ruiterlijk erkend. Toen is verbetering toegezegd en gezien de opkomst van het daarop volgende participatietraject denkt zij dat die opzet geslaagd is. Op 29 maart vindt de slotbijeenkomst plaats. De raad zal natuurlijk van die uitkomsten ook verslag gedaan worden. De heer VAN SCHIJNDEL hoort de erkenning dat het de schoonheidsprijs niet verdiende, maar zijn punt was dat de wethouder misschien strenger moet zijn richting haar eigen ambtenaren.

Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat zij steeds weer geleerd heeft van participatietrajecten als dingen niet naar wens liepen. Er is ongelooflijk hard aan dit traject gewerkt, want dat vergt zeer veel inzet. Mevrouw VAN SOEST heeft het stuk waar mevrouw De Bruine over sprak erbij gepakt. Zij citeert daaruit. Haar vraag is hoe de wethouder dit kan uitleggen? Wethouder VAN DOORNINCK is van mening dat zojuist gedaan te hebben. Mevrouw VAN SOEST meent dat dat de uitleg van de wethouder is. Zij kan het niet anders uitleggen dan dat hier een tegenpad op geduwd wordt. Zij mag het woord manipuleren niet gebruiken, maar het lijkt er toch heel sterk op. Hoe kan de wethouder dit ontkrachten? Wethouder VAN DOORNINCK blijft van mening dat zij dat zojuist heeft uitgelegd. Er zijn heel veel spelers en er is gezegd dat als men voorstander is dat dan vooral te laten horen. Verder was het de bedoeling om een zo breed mogelijke communicatie op te zetten. De communicatie is er op gericht geweest dat zo veel mogelijk mensen gingen participeren. Dat met succes, want er hebben heel veel mensen geparticipeerd! Volgens de heer BOOMSMA is dit toch iets anders. Hij vraagt of er opdracht is gegeven tot campagnes en dan zegt de wethouder daar niets van te herkennen. Vervolgens geeft zij aan misschien gezegd te hebben ‘je mag je laten horen’.

Dat is toch iets anders dan wat er staat, namelijk ‘een voorstel doen aan ontwikkelaars voor een eigen campagne’. Hij vindt het vervelend om op deze manier te moeten discussiëren. Er kan toch gewoon toegegeven worden dat er op aangedrongen is dat er zo’n campagne kwam! Wethouder VAN DOORNINCK ontkent stellig dat er een dergelijke opdracht is gegeven. Er wordt haar heel veel voorgelegd en als er dan wordt voorgelegd dat ontwikkelaars wordt aangeraden ook hun stem te laten horen, dan is dat iets dat in het proces zit, maar dat is niet vooropgezet beleid van de wethouder geweest. Dat zou een heel ander verhaal zijn. De VOORZITTER sluit hiermee dit debat en stelt vast dat het onderwerp hiermee in voldoende mate besproken is.

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

d Rondvraag De heer BOOMSMA wijst erop dat er twee grote wandschilderingen van Street Art aangebracht zijn in het Kleine Gartmanplantsoen, Beschermd stadsgezicht wordt daarmee aangetast. Hij wil weten of die schilderingen zijn geplaatst zonder vergunning? Hij is dus benieuwd wat de procedure is geweest. Wethouder VAN DOORNINCK moet bekennen dat zij dit zal moeten nagaan en bij betwijfelt bovendien of dit in deze commissie thuishoort in plaats van in de commissie Openbare Ruimte. Zij komt hierop terug of anders haar collega. De heer VAN SCHIJNDEL heeft een vraag voor wethouder Everhardt. Het betreft het Marine-etablissement. Na een jaar corona heeft dat geleid tot een andere kijk op waar een goed bestuur rekening mee moet houden. Hij is uit op een herbezinning inzake de toekomst van het Marineterrein. Wat is in het belang van de stad? Hij wijst erop dat ieder land in zijn hoofdstad een grote militaire operatiebasis voor calamiteiten heeft. Amsterdam heeft dat dus straks niet meer. Voorstelbare calamiteiten zijn op lange termijn terreuraanslagen, bombardementen, oproer, een ebola-achtig virus. Dat alles kan zich voordoen. Het wegvallen van een grootschalige militaire operatiebasis is niet in het belang van de stad Amsterdam.

Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? Kan er in de ogen van de wethouder sprake zijn van een denkpauze om de toekomst van het terrein opnieuw met het Rijk te bespreken, zodat een grote militaire presentie mogelijk is? Wethouder EVERHARDT benadrukt dat het Marineterrein ook in de toekomst uitvalsbasis blijft voor calamiteiten. Daarom is de vraag van de heer Van Schijndel niet nodig. Hij herinnert aan zijn brief van vorig jaar mei aan de commissie over de uitkomst van het gesprek met Defensie en Rijksvastgoed. De nota van uitgangspunten komt voor de zomer richting de raad. Dan zal hij het gesprek verder aangaan. De heer VAN SCHIJNDEL heeft die brief ook gelezen en meent dat het neerkomt op een compacte kazerne, namelijk een landingsplatform. En dat is het dan! Dus het is geen grootschalige basis meer voor militaire operaties. Dat kan dus een groot verlies zijn. Kan de wethouder daar in het belang van de stad toch niet nog eens een keer naar kijken? Wethouder EVERHARDT wijst erop dat er afspraken zijn gemaakt juist met betrekking tot die calamiteiten. Hij komt daar dus voor de zomer op terug. De heer LEENDERS heeft een vraag naar aanleiding van de commissie Wonen en Bouwen van vanochtend waar het ging over de bomen in Elsenhagen Zuid. Wethouder Ivens verwees zijn vraag door naar de wethouder van deze commissie.

Hij wijst erop dat de bomen die daar moeten verdwijnen om financiële redenen niet terugkeren. Zijn vraag is of die bomen betaald kunnen worden vanuit de grondexploitatie van de gebiedsontwikkeling. Kan de wethouder ook bekijken of het mogelijk is voor bewoners om daar (onverstaanbaar) zelf financieel aan bij te dragen? Wethouder VAN DOORNINCK heeft er met de heer Ivens over gesproken. De bomen die niet teruggeplaatst kunnen worden in Elsenhagen Zuid komen terecht in het herplantfonds en komen dus elders terug in Noord. Dat zal dan vanuit de grondexploitatie betaald worden. Het lijkt haar een goed plan te bekijken hoe de bewoners daaraan mee zouden kunnen betalen.

BESPREEKPUNTEN Zuidas en Marineterrein

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

3 Instemmen met de concept Investeringsnota Verdi Deelplan 2 (ZD2021-002788) De eerste inspreker is mevrouw De Groot van de stichting Exploitatie Olympisch Stadion Amsterdam. Mevrouw DE GROOT refereert aan de besluitvorming in de jaren negentig rond dit gebied. Voorwaarde was dat het behoud van het Rijksmonument daarbij gegarandeerd zou zijn. Vandaag de dag staat de gemeenteraad opnieuw voor een belangrijke keuze. Zij roept de raad op het Olympisch Stadion te eren. Door een mail van de afgelopen week zijn er namelijk zorgen ontstaan rond het voortbestaan van het stadion. Zij hoopt dat de raadsleden op de hoogte zijn van de zorgwekkende toekomstsituatie. Zij en haar achterban maken zich grote zorgen. Het Olympisch Stadion kan in 2028 zijn honderdjarig jubileum vieren. Zij benadrukt dat het stadion niet zo zeer een monument is, maar een levendig sport- en evenementenstadion voor grote activiteiten met een maatschappelijk of commercieel karakter. Zij herinnert aan een aantal grootse evenementen. Het gaat dus niet alleen om een gebouw, maar om een onderdeel van de ziel van Amsterdam! De huidige exploitatie noemt zij van levensbelang voor het behoud van het Rijksmonument Olympisch Stadion.

Dus redt het Olympisch Stadion of kiest de raad ervoor dat het stadion zijn 100jarig bestaan niet haalt!? Als de huidige plannen voor bebouwing naast de reeds bestaande recente bebouwing doorgaat, vreest zij dat daardoor het stadion zal verstikken. Zij roept de raad op zich niet te laten misleiden met de mededeling dat het college in gesprek is met het stadion en dat er een plan moet komen dat zo gunstig mogelijk is voor beide partijen, omdat er gestreefd wordt naar een ontwikkeling met zo min mogelijk nadelige gevolgen voor derden. De kern van het probleem wordt daardoor niet duidelijk. De antwoorden zijn niet compleet en daarom vreest zij voor het voortbestaan van het Olympisch Stadion. Haar exploitatie stopt als Verdi er komt. Zij roept de raad op het Olympisch Stadion te redden en niet de geschiedenis in te gaan als de opdrachtgever voor de sloop van het stadion. Mevrouw DE BRUINE wil weten op welke manier mevrouw De Groot betrokken is bij het plan Verdi en de inspraak daaromtrent. Mevrouw DE GROOT vertelt dat het stadion zich reeds in het begin heeft gemeld voor participatie, maar zijn daarin toen niet gehoord. Inmiddels hebben zij wel contact met de ontwikkelaars van Verdi. Het gaat echter om onderwerpen die onvoldoende zijn uitgekristalliseerd. Als deze investeringsnota wordt goedgekeurd, komen zij in een trein terecht die voort dendert. Dan is er geen weg meer terug.

De heer VAN LAMMEREN (slecht verstaanbaar) wil mevrouw De Groot op korte termijn spreken over de details rond de stand van zaken van het plan Verdi. Hij meent dat daar nogal wat mis mee is. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt mevrouw De Groot haar zorgen, zoals recentelijk uiteengezet in de mail aan alle commissieleden, te herhalen. Zij hoort graag nader over de bezwaren met betrekking tot de geluidscontouren, zodat het eenieder duidelijk wordt dat het voortbestaan van dit iconische gebouw inderdaad op de tocht staat. Mevrouw DE GROOT legt uit dat er in de huidige plannen voor gekozen is om aan de zijde van de snelweg een groot gebouw neer te zetten, zodat het geluid van de snelweg wordt tegengehouden. Dat betekent dat er een hoge structuur gebouwd wordt aan de zijde van het stadion, hetgeen betekent dat als dat woningen worden er geluidsnormen gaan gelden, die het onmogelijk maken dat verder nog grootschalige evenement in het stadion gaan plaatsvinden. Binnenkort worden er besluiten genomen rond het Schinkeleiland. Dat betekent dan dat de cirkel rond is.

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

De volgende inspreker is de heer Philipsen namens ontwikkelingsmaatschappij Buitenveldert BV De heer PHILIPSEN meldt zich deels te kunnen vinden in het betoog van mevrouw De Groot. Hij kan daaraan toevoegen dat de gevel van de bebouwing langs de snelweg per jaar zo’n 75% van de zon zal tegenhouden. De planning van het gebouw gaat uit van een hoogte van 50 meter! Hij zegt voorbeelden te hebben gezien van de geplande bebouwing in dat gebied. Er is naar zijn mening hier te weinig over nagedacht en maakt melding van diverse fysieke problemen. Zijn advies is ‘veeg dit plan van tafel!’ Behandeling De heer HOFLAND benadrukt, ook naar aanleiding van de inspreker, dat de exploitatie van het Olympisch Stadion niet in gevaar mag komen. De marathon moet daar bijvoorbeeld kunnen aankomen zonder dat het geluidsoverlast voor de omgeving te hoog wordt. Hij wil weten of er gesprekken gevoerd worden met de exploitant om dit mogelijk te maken en of de geluidsnormen voor woningbouw daarvan deel uitmaken. Verder vraagt hij de wethouder in te gaan op de vraag of tijdens de bouw van de sporthal Zuid iedereen kan blijven sporten. De heer ERNSTING hoorde de inspreekster over het Olympisch Stadion iets zeggen over evenementen en dat leek ook muziekevenementen te betreffen. Hij vraagt zich af of D66 de bedoeling heeft woningbouw tegen te houden voor het kunnen houden van muziekevenementen.

De heer HOFLAND wijst erop dat de Marathon van Amsterdam een evenement is, zoals ook het geval was toen Hazes er een concert gaf. Zijn vraag betreft een woningbouw die dergelijke evenementen niet in de weg staat. Misschien is er wel een geluidswal te maken. Het gaat hem erom dat partijen daarover in gesprek gaan, zodat er én een mooie wijk gemaakt kan worden én het stadion geëxploiteerd kan blijven. De heer BOOMSMA vindt het heel goed dat daar woningen worden gebouwd, maar hij vindt wel dat dat een gezonde exploitatie van het stadion niet mag frustreren. Zeker, sportevenementen moeten gewoon door kunnen gaan. Belemmeringen van geluid of parkeren moeten zo veel mogelijk weggenomen worden. Hij wil weten hoe die participatie is verlopen. Wethouder EVERHARDT wijst erop dat de raad in 2017 het besluit heeft genomen om hier een mooi woongebied te maken, waarbij aandacht is voor de betaalbaarheid van de woningen, maar ook voor groenvoorzieningen en zeker ook voor sportvoorzieningen. Dat is deelplan 2 dat nu voorligt. Hij zegt toe dat er voor zorggedragen gaat worden dat tijdens de bouw van de sporthal het sporten gewoon kan blijven doorgaan. Op welke wijze dat dan gaat gebeuren, vormt nog even een puzzel. Het stadion is een icoon voor de stad. Er zijn met het stadion afspraken gemaakt voor de komende vier jaar.

Voor hem is het klip en klaar dat de huidige exploitatie van het stadion een randvoorwaarde is voor de verdere planontwikkeling. Hij heeft van de inspreker begrepen dat de zorgen daaromtrent nog steeds leven. Hij zegt toe er voor zorg te zullen dragen dat over die zorg – die ook zijn zorg is – op een goede manier het gesprek gevoerd zal worden. De exploitatie van het stadion moet gewaarborgd zijn. Dan gaat het inderdaad om het geluid. Er zijn reeds onderzoeken gedaan, die aangeven dat bij de huidige exploitatie een bepaalde geluidsnorm hoort die geen probleem geeft. Toch zijn daar nog steeds zorgen over en die zal hij trachten weg te nemen. De volgende fase is die van het ontwerpbestemmingsplan. In dat kader zal er zeker teruggekomen worden op de problematiek die nu aan de orde is. In de tussentijd zal hij de gesprekken met het Olympisch Stadion en de zorgen op een goede manier trachten te adresseren. De VOORZITTER stelt vast dat die onderwerp hiermee nu klaar is voor een behandeling in de raad waar het kort besproken zal worden.

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

Ruimtelijke Ordening 4 Vaststellen van het bestemmingsplan “Kantoren met baliefunctie Centrum” (ZD2021-001088) Besloten wordt dit agendapunt nu niet te behandelen, omdat een kleine maar noodzakelijke aanpassing nodig is. Het college heeft daarom verzocht deze raadsvoordracht nu niet te behandelen.

5 Planschaderisico bestemmingsplan “Kantoren met baliefunctie Centrum” (ZD2021-001090) Besloten wordt dit agendapunt nu niet te behandelen, omdat een kleine maar noodzakelijke aanpassing nodig is. Het college heeft daarom verzocht deze raadsvoordracht nu niet te behandelen.

6 Instemmen met het nemen van een voorbereidingsbesluit voor het plangebied Museumkwartier – Valeriusbuurt 2021 (ZD2021-001330) De heer NIJSSEN wil weten hoe het zit met de mogelijke planschade en hoe er om gegaan wordt met het Jan van Goyen medisch centrum. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat juist omdat er een voorbereidingsbesluit genomen wordt, de kans op planschade veel kleiner wordt. De functies van het Jan van Goyen medisch centrum zijn goed gewaarborgd. In het huidige bestemmingsplan heeft het medisch centrum een maatschappelijke functie. Dat wordt in het nieuwe bestemmingsplan ook zo gehandhaafd. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp nu klaar is voor behandeling in de raad en daar gehamerd zal worden.

7 Vaststellen van het bestemmingsplan E-buurt Oost en wijzigen Welstandnota (ZD2021-002098) Mevrouw DE FOCKERT constateert dat er is afgewezen van de gebruikelijke programmering, want er is nu sprake van 20% sociaal, 53% midden en 27% duursegment. Er is voor gekozen om door te stromen vanuit Zuidoost. Zij leest niet in de stukken wat daar de reden van is. Zij wil weten of het de bedoeling is om bewoners van Zuidoost voorrang te geven. Verder wil zij weten of voorkomen kan worden dat woningen gekocht worden door investeerders die de woningen dan weer voor hogere prijzen doorverkopen. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat destijds bij het vaststellen van het stedenbouwkundig plan eind 2019 deze verdeling van woningen is vastgesteld. Dat is toen gedaan op basis van de gegevens over de woningvoorraad in de buurt. Kijkend naar de totale buurt valt de verdeling uit op 62%, 17% en 21%. Komen er nog woningen bij dan zal dat uiteindelijk resulteren in een iets hoger percentage ‘sociaal’. Bij de doorstroming gaan de sociale huurwoningen van Rochdale allereerst toegewezen worden aan de bewoners van de flats (?) en Gravenstijn. Die flats worden de

31

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

komende tijd verduurzaamd en gerenoveerd. Bij de (?)-woningen wordt in de selectie gevraagd aan de ontwikkelaar hoe hij kan bijdrage aan de bevordering van doorstroming in Zuidoost. Daarnaast zijn er ZBO-woningen en daarbij wordt bekeken hoe omwonenden betrokken kunnen worden bij de selectie van de bouwgroepen. Dus er wordt steeds bekeken of mensen uit Zuidoost betrokken kunnen worden. In dit vast te stellen bestemmingsplan wordt speculatie onmogelijk gemaakt. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp voor nu voldoende besproken is en kort besproken zal worden in de raadsvergadering.

8 Vaststellen bestemmingsplan Drostenburg-Dubbelink Venserpolder (ZD2021001482) Gehamerd, ook in de raad.

9 Vaststellen bestemmingsplan Woonboten Oostenburgervaart (ZD2021-001872) Er is een inspreker op dit punt, namelijk de heer Stuij op persoonlijke titel. De heer STUIJ wijst erop dat hij en zijn achterban onvoldoende geïnformeerd zijn over dit bestemmingsplan. Zijn zienswijze wordt afgedaan met ‘noodlottige samenloop van omstandigheden’. Hij is bouwer en ontwerper van woonboten. De woonboot waar het hier om gaat komt in aanmerking voor opheffing, verplaatsing of vervanging van woonboten. Het ontwerpbestemmingsplan mist alle mogelijkheden om gebruik te maken van mogelijkheden om die wijzigingen op een fatsoenlijke wijze te regelen. Er kan zonder een binnenplanse vrijstelling niet voldaan worden aan het Bouwbesluit. Een groen dak in plaats van zonnepanelen. Het plan Oostenburg is een van de bestemmingsplannen waarin woonboten wel zijn opgenomen met redelijke eisen. Waarom wordt (niet verstaanbaar) gebruikt om het huidige bestemmingsplan te wijzigen? Daar is volgens hem geen reden toe. Hij denkt dat het om een reparatie gaat van een groep bouwers uit 2012, die zich destijds tegen hoogbouw aan de overzijde hebben verzet. Negen jaar later is die hoogbouw nagenoeg klaar en komt er een ontwerpbestemmingsplan voor het (?) gedeelte van de bouw. Daar komt dan nog het volgende bij.

In het nu voorliggende ontwerpbestemmingsplan worden naar zijn mening cruciale onderdelen niet onderbouwd en zijn zelfs strijdig met diverse dingen. Hij vraagt de commissieleden dringend de voordracht goed door te lezen. In dit plan moet gebruik gemaakt worden van een buitenplanse vrijstelling, maar dat wordt onmogelijk gemaakt. Tot slot wijst hij op zijn persoonlijke schade. De behandeling van dit agendapunt is gehamerd, ook in de raad.

10 Kennisnemen en aanvaarden van planschaderisico bestemmingsplan Woonboten Oostenburgervaart (ZD2021-001873) Gehamerd, ook in de raad.

11 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan August Allebéplein, blok 6 (ZD2021001906)

32

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 24 maart 2021

RO

Er blijken voor dit onderwerp geen sprekers te zijn. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp kort besproken zal worden in de raadsvergadering.

12 Vaststellen Ruimtelijk Toetsingskader Noorder IJ-plas (ZD2020-014753) Inspreker is de heer Verbeek op persoonlijke titel. De heer VERBEEK zegt ook in te spreken namens alle bewoners en 600 Vrienden van de Noorder IJ-plas, maar ook namens de toekomstige bewoners van het nieuwe Amsterdam Noord. Hij benadrukt vervolgens de schoonheid van de plas en roept op die schoonheid in stand te houden. (Moeilijk verstaanbaar) Hij wijst erop dat er in de hoofdgroenstructuur gebouwd dreigt te gaan worden. Daarom maakt hij zich zorgen over de toekomst van dit gebied dat toch bedoeld is te zorgen voor het welzijn van de Amsterdammers. Hij schetst de historische ontwikkeling. In het onschuldig lijkende toetsingskader Noorder IJ-plas wordt gevraagd dit beschermde gebied op te offeren aan de windindustrie, want daarmee zal de bescherming van dit gebied wegvallen. Hij doet met deze inspraak een appèl op de wijsheid van de raad. De heer LEENDERS hoort de heer Verbeek refereren aan het belangrijkste advies van de Adviescommissie Hoofdgroenstructuur. Hij krijgt daar graag een toelichting op. De heer VERBEEK benadrukt dat hun belangrijkste advies is dat er niet gebouwd mag worden in de hoofdgroenstructuur. Dat is vastgelegd in het bestemmingsplan! Mevrouw BLOEMBERG-ISSA benadrukt dat haar partij er alles aan zal doen om deze dreigende aantasting van de hoofdgroenstructuur ongedaan te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9959411/1