CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag RO 15.01.2025

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 12 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie RO d.d. 15 januari 202515.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

afspraak. De klacht van die stichting werd afgedaan met onvoldoende onderzoek. Een brief van de oud-voorzitter van deze stichting, de heer Ko Kuiper, drager van de Andreaspenning, drager van een lintje met een gouden speld gedecoreerd, werd simpelweg door de burgemeester intern gerouteerd naar de directie die de problemen veroorzaakte. Wat ooit een bond genootschap was, samen de stad maken, viel uit elkaar. Zijn zorg is breder dan deze kwestie alleen. Overal in Amsterdam lopen mensen die wat bijzonders doen voor de stad en die hebben vaak dezelfde problemen. Ze maken afspraken met de gemeente, vaak bestuurlijk, maar in de uitvoering gaat dat vervolgens mis, door de ambtelijke starheid en beperkte blik op regels en kaders. Dat schaadt het maatschappelijke partnerschap met de stad die essentieel is om de stad vooruit te helpen. De ombudsman is er zeer tevreden over dat het college zijn aanbeveling volledig overneemt, maar mist ook de reflectie. Zo vraagt de ombudsman zich af waarom de gemeente niet kritisch is geweest op haar eigen rol in deze zaak en waarom dezelfde ambtelijke blik hetzelfde bleef. Dit zonder dat iemand het initiatief nam om bijvoorbeeld persoonlijk contact te zoeken of daadwerkelijk fundamenteler onderzoek te doen. Zonder ingrijpen van de ombudsman, was deze stichting failliet geweest.

De ombudsman zegt dat het terecht is dat de voorzitter van de stichting zich afvraagt wat de gemeente hiervan geleerd heeft. De ombudsman vraagt wat deze gemeente wil geven, als ze niet reflecteert op haar eigen handelen, als afspraken vergeten worden, klachten niet serieus genomen worden en de focus blijft op regels in plaats van samenwerking. Dat zet ook de toekomstige partnerschappen onder druk en noemt daarbij drie voorbeelden. Tot slot stelt de ombudsman dat dit geen incidenten zijn en noemt het een structureel probleem. De ombudsman roept de gemeente Amsterdam op zich meer kwetsbaar op te stellen en te reflecteren. Het lid ABOELKASEM geeft aan dat zij graag met de wethouder willen reflecteren op deze zaak en dat zij nieuwsgierig zijn naar de ambtelijke gedragingen waar naar gerefereerd wordt en vraagt om een toelichting. Ombudsman RAMLAL zegt dat het gaat om het negeren van afspraken in het verleden, een verkeerde berekening en de klachtafdoening die ver onder de maat was. Het lid LOCHTENBERG vraagt ze ook hebben kunnen achterhalen waar die starheid vandaan komt en of ze daar een beeld van hebben gekregen. Ombudsman RAMLAL merkt zelf dat vaak de zuiverheid van het erfpachtsysteem nogal het leidende perspectief is vanuit de afdeling Grond en ontwikkeling. Die zuiverheid van het systeem leidt er soms toe dat ze afwijkingen daarvan niet meer horen.

De starheid zit in het voortdurend willen bewaken van de systematiek en daarmee voorbij gaan aan bepaalde feitelijkheden. Bernadette VERHEGGEN, medewerker van de ombudsman, stelt dat een rode draad in het onderzoek is geweest, dat de ambtenaren bleven kijken met de huidige eigentijdse blik. Men heeft zich niet verdiept, tot een jaar terug niet, in het lezen van het oorspronkelijke erfpachtcontract uit 1989. Ook hebben ze zich niet verdiept in de financiële conditie van de stichting. De ambtenaar die deze portefeuille had en die houding had aangekomen, kreeg de kans om die lijn steeds te voorzetten. Dat was een heel zwaar traject om daar toch doorheen te brengen. Het lid LOCHTENBERG vindt het heel goed dat de ombudsman dit heeft uitgezocht, maar hier gaat heel veel capaciteit in zitten. Het lid vraagt zich af, dat op het moment dat ze zo’n onderzoek aankondigen, of er dan niet een lampje gaat branden om zelf even goed het dossier in te duiken. Bernadette VERHEGGEN geeft aan dat het gaat om vijf jaar, maar dat zij ook gehinderd werden tijdens de coronaperiode. Een andere hindernis was dat bij het opruimen van de schuur van de molen, documenten werden gevonden waaruit bleek dat de ombudsman, de wethouder en ook de burgers, onjuist waren geïnformeerd vanuit

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

ambtelijke zijde. Dat heeft de net verbeterde relatie naar een dieptepunt gebracht, waardoor het maanden duurde, voordat mensen weer constructief met elkaar om de tafel konden. Het is niet zo dat ze constant in een zwaar traject hebben gezeten, maar daar waar mensen met de ruggen tegen mekaar staan, daar maak je geen stappen. Het lid STAARTJES zegt dat het college heeft gezegd dat dit een heel uitzonderlijk geval is, waardoor ze nu wel een keer kunnen afwijken van het erfpachtbeleid. Hoe kijkt de ombudsman daarnaar? Moet er niet in het beleid een soort van maatwerk oplossing worden opgenomen, zodat er vaker afgeweken gaat worden? Of is deze casus zo uitzonderlijk, dat er een volgende keer wel een keer afgeweken kan worden. Ombudsman RAMLAL heeft ook vanuit de stichting vernomen, dat vanuit ambtelijke zijde werd geschermd, dat als ze het hier zo aanpakken, dan zal dat voor heel veel andere situaties ook zo moeten worden gedaan. Daarop gaf de stichting aan dat zij ongeveer de enige molen zijn met een zodanige constructie, waardoor een precedentwerking een drogreden lijkt te zijn. In algemene zin is er de juridische verplichting dat er een inherente beleidsafwijking mogelijk is in het algemene bestuursrecht, die dwingt ook om te kijken of zich feiten en omstandigheden zich voordoen, waardoor ze af moeten wijken van het beleid.

Dit is een simpel voorbeeld, van waar zich dat feitelijk voordeed. De ombudsman ziet ook vanuit de juridische blik dat ze gewoon hadden moeten zeggen dat het hier anders is dan algemeen. Ook snapt de ombudsman dat het heel ingewikkeld is voor de ambtenaren, want het is een hele grote stad, met heel veel erfpachtconstructies, waarin heel veel veranderingen zijn geweest. Dat maakt ook meteen dat er soms situaties zijn waarin bestuurders afspraken hebben gemaakt in het verleden en dat het ook vergt van de gemeente om na te denken of het nodig is af te wijken van het algemene beleid. Bernadette VERHEGGEN zegt dat het niet zozeer beleidsafwijking betreft, maar het ontwikkelingsbedrijf heeft als kerntaak grond uitgeven in erfpacht. De tegenhanger daarvan is eventueel ook weer een contract terugnemen. Dat is niet afwijken van beleid, maar eerder de andere kant op, het is dan eerder een omkering van het beleid. Het lid VEENHOFF stelt dat het hier gaat over het correctiemechanisme, daar zij willen dat er in een eerder stadium gecorrigeerd wordt en dat er niet een heel onderzoek gedaan wordt. Het lid vraagt of de eerdere aanpassing daarin niet voldoende is geweest. Ombudsman RAMLAL stelt dat de klachtbehandeling in deze situatie een tijd heeft plaatsgevonden, namelijk in 2019.

De ombudsman heeft veel contact met de burgemeester die veel aandacht heeft voor het verbeteren van de klachtenprocedure. Dus de gemeente is daar ook mee aan de slag en de ombudsman hoopt dat dit soort situaties, waarbij het helemaal naar de ombudsman gaat, wordt voorkomen. In zijn eigen praktijk ziet de ombudsman dat er nog geworsteld wordt. Het is een hele ingewikkelde organisatie met vele onderdelen. Tegelijkertijd moet het wel op orde zijn, anders raken mensen in de problemen. De VOORZITTER stelt vast dat er geen vragen meer zijn aan de ombudsman en bedankt de ombudsman voor zijn toelichting. Zij geeft de leden nu de mogelijkheid voor de bespreking. Het lid ABOELKASEM zegt dat het rapport van de ombudsman toont, dat zonder de tussenkomst van de ombudsman de stichting Molen van Sloten failliet zou gaan. Het lid verwijst ook naar de inspreker. Er werd niet geluisterd door de ambtenaren en men wilde het gewoon niet begrijpen. De inspreker noemt dit een zeer problematische gang van zaken, omdat dit niet alleen gaat over de stichting, maar ook over de manier waarop zij als gemeente omgaan met hun inwoners en hun organisatie. De essentie is dat wanneer vrijwilligers en betrokkenen zich zo slecht gehoord voelen, het vertrouwen in de overheid en de ambtelijke organisatie onder druk komt te staan. De gemeente zat kennelijk vast in een tunnelvisie.

Kan de wethouder hierop reageren? Kan de wethouder uitleggen wat er in deze casus precies is gegaan? En hoe de wethouder kan voorkomen dat ze in andere

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

projecten weer dezelfde discussie gaan voeren. Tenslotte hoort het lid graag welke waardevolle lessen ze hieruit hebben geleerd en of het dossier kan worden gedeeld binnen de gemeentelijke organisatie. Het lid BILGIN heeft niets meer toe te voegen aan het betoog. Wethouder VAN DER HORST bedankt de ombudsman voor zijn interventie, want uiteindelijk heeft dit tot een oplossing bijgedragen die voor alle partijen fijner is. De wethouder denkt dat ze de ombudsman daar zeer erkentelijk voor zijn. Het is een vrije unieke casus, waarbij afspraken zijn gemaakt in het stadsdeel, die aan beide kanten niet goed gedocumenteerd of zijn kwijtgeraakt waardoor deze discussie kon ontstaan. De ambtenaren hebben niks anders dan integer weten te willen handelen en volgens opdracht vanuit de erfpacht. Een van de lessen is dat ze even moeten uitzoomen en er boven moeten hangen, los van de precieze richtlijnen. De wethouder heeft dat lerend vermogen wel gezien. In het gesprek wat de wethouder naar aanleiding van deze casus gevoerd heeft, heeft zij gezien dat er echt geleerd is van deze casus, maar wel dat het te lang heeft geduurd voordat deze inzichten kwamen. De wethouder heeft ook begrepen dat zij nu binnen Grond en ontwikkeling deze les ook overnemen. Omdat het een vrij unieke casus is, gaat het veel meer over hoe ze zoiets benaderen en niet dat ze ander beleid voor nodig hebben.

Angst voor precedentwerking is vaak echt wel terecht, want dat komt veel voor. In deze casus hadden ze eerder tot de conclusie moeten komen dat dit hier niet speelde. Ze volgen alle aanbevelingen uit het rapport op. Daarnaast heeft de ombudsman nog één ding aangedragen van hoe zij hiervan kunnen leren. Tegelijkertijd zien zij op andere terreinen nog wel wat te doen hebben als organisatie. De wethouder denkt dat dit continue een zoektocht is naar hoe ze dit nu goed kunnen doen, hoe geven ze per directie opdrachten en hoe zorg je dat je boven kan gaan hangen om het gesprek te gaan voeren van wat willen nu eigenlijk precies en wat was hier het maatschappelijk belang en hoe gaan ze ermee om. De wethouder bedankt de ombudsman en spreekt haar waardering voor de molen uit. De subsidie is toegezegd en dit gaan ze regelen. Hopelijk gaan ze de komende tijd meer met elkaar werken in een positieve stand, met heel veel erkenning van het werk wat door de vrijwilligers wordt gedaan. Het lid STAARTJES vraagt hoe ze de twee uitspraken van de wethouder, namelijk, dat er moet afgeweken worden van het beleid en dat het gaat over hoe ze uitvoerend het moeten aanvliegen, tegenover elkaar moeten zien. Wethouder VAN DER HORST zegt dat dit een hele unieke casus was. Er bleek uiteindelijk wel gewoon documentatie en een afspraak te zijn en dat heeft een geldigheid.

Het punt is dat als ze daar meer in waren gedoken, ze daar naar kunnen handelen. Vanuit het nieuwe beleid wat er is, moeten ze ook wel nieuwsgierig zijn naar het oude. Het is niet dat er niks gebeurd is, maar het was wel een vrij ingewikkelde casus, omdat er al een afspraak lag. Het lid ABOELKASEM zegt dat het klopt dat het een hele unieke casus is met een unieke constructie. Het lid vraagt of het een idee is dat zij in de toekomst maatschappelijke instellingen als maatwerk beoordelen in plaats van een ambtenaar sec op de regels te laten handhaven. Wethouder VAN DER HORST zegt dit soort vergaande uitspraken zeker niet te gaan doen in deze commissie, omdat de wethouder dit niet kan overzien door haar beperkte kennis van dit dossier. Over deze casus kan zij zeggen dat ze nu weer op een goede weg zitten en dat het er om ging dat ze niet het hele beleid moeten veranderen, maar dat ze er altijd even boven moeten hangen. Het gaat dan om gedrag binnen organisatie wat moet veranderen, dan dat het nu allemaal uitzonderingen vergt. De VOORZITTER stelt vast dat dit agendapunt voldoende is besproken en niet gepiept hoeft te worden naar de raad.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

10 Bespreken van de Actualisatie Meerjarenperspectief Grondexploitaties (AMPG) 2024 (VN2024-017515) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de volgende vergadering. 11 Bespreken van de afdoening van de toezegging uit de commissie RO van 25-092024 over toelichting ophogen Baaibuurt West en van de toezegging uit de commissie RO van 23-10-2024 over toelichting ontwikkelingen met het Baaibuurt Collectief (VN2024017508) Het lid VEENHOFF bedankt voor de brief en geeft aan dat ze nog een vraag had openstaan van de vorige vergadering. Zo heeft zij een zaal vol stedenbouwkundigen en architecten gezien die zeggen dat het anders kan, maar zij kunnen dit niet beoordelen. Daarom hadden ze gevraagd of het niet verstandig is om het ingenieursbureau of andere deskundigen van de gemeente met deze mensen om de tafel te laten gaan. Het lid heeft hier nog geen antwoord op en hoort graag of dit lukt. Het lid EMMERIK sluit zich aan bij het lid Veenhoff. Die plannen hebben heel veel los gemaakt bij de bewoners. De oproep ‘Geen zand over de Baaibuurt’ is al 641 keer ondertekend en zij pleiten voor een aanpak die groen en cultuur niet vernietigd, maar juist versterkt. Zij zouden graag kijken naar wat daar nog mogelijk is. Deze oorspronkelijke bewoners en hun gemeenschap vormen de ziel van de Baaibuurt.

Als ze echt een creatieve en inclusieve wijk willen realiseren, moeten ze zorgen dat deze mensen altijd kunnen terugkeren en hun rol in de buurt behouden blijft. Het lid roept om niet alleen woningen te bouwen, maar ook een buurt te creëren waar groen, cultuur en betaalbaarheid hand in hand gaan. Het lid BILGIN bedankt het college voor het verschaffen van meer duidelijkheid over het ophogen met zand. Het lid vindt het jammer dat het college tot de conclusie is gekomen dat de plannen van het Baaibuurtcollectief onhaalbaar zijn, al was het onzeker of de plannen nu in de uitvoering nog konden worden aangepast. Het lid had graag gezien dat hier eerder duidelijkheid over was. Het lid ziet graag in het vervolg van het proces dat de mensen die in het gebied woonden een rol krijgen. Wat dat betreft is hij nog niet gerustgesteld. Het lid vindt het opmerkelijke dat ex-bewoners wel mogen meepraten, maar geen perspectief krijgen op een plek in de nieuwe wijk. Mogelijk is daar een goede redenering achter, maar in plaats daarvan ziet het lid een redenering met tegenstrijdigheden. Naar aanleiding wat geschreven is, vraag het lid sinds wanneer het behoud van de sociale cohesie en de gemeenschap in strijd met de gebiedsontwikkeling. In het participatieplan uit mei 2024 leest hij namelijk ook dat ze niet vanaf niks bouwen en de waarden en kwaliteiten van het huidige gebied behouden.

Het lid vraagt hoe dit kan als ze alles slopen en de huidige bewoners niet meer terug kunnen. Sociale cohesie is ook iets wat je door de jaren heen opbouwt. Het lid is bang om de bestaande sociale cohesie te verliezen. De nieuwe buurt wordt kennelijk een eigenzinnige buurt waarin unieke kenmerken in de rafelrand terug kunnen komen. Hier ziet het lid een rol weggelegd voor de mensen die jaren in deze buurt hebben gewoond. Tijdens de rondleiding door deze buurt, heeft het lid gezien wat deze buurt uniek maakt. Deze kenmerken kunnen terugkomen in een klein deel van de nieuwe Baaibuurt west. Daarbij denkt het lid aan een complex met gedeelde voorzieningen met een tuin waarin verschillende activiteiten worden ondernomen, waar de buurt aan kan deelnemen. Als ze de ex-bewoners van dit gebied actief betrekken en als eerste de kans bieden om dit complex wat te huren of te kopen, zijn ze volgens het lid een flinke stap verder. Wethouder VAN DER HORST heeft begrepen dat het ingenieursbureau wel al bij presentaties van het Baaibuurt Collectief is geweest. Het is niet dat er zij nooit met elkaar hebben gepraat en er nooit kennis is uitgewisseld over de mogelijkheden. De wethouder zoekt daar dan naar wat de verdere behoefte is. De wethouder ziet een gebied waar ook al

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

veel ontwikkelingen zijn en weg mensen zijn. Wat betreft de ophoging, lijkt het de wethouder niet dat daar technisch gezien nog heel andere mogelijkheden zijn als ze daar een toekomstbestendige buurt willen bouwen. Het plan ten aanzien van de toegankelijkheid van de openbare ruimte wordt daar helemaal niet in geborgd en dat is juist iets wat ze heel belangrijk vinden als college en stad. Ook de waterkwaliteit zou helemaal niet verbeterd worden. Er zijn heel veel kwaliteiten die zij wel juist willen toevoegen als zij een toekomstbestendige stad willen maken die niet verankerd zijn in dat plan. De wethouder snapt dat het altijd goed is om met elkaar in gesprek te blijven, maar ziet niet heel veel mogelijkheden om daar heen en weer over te blijven pingpongen, omdat het vrij groots is hoe het niet kan. De wethouder denkt dat het goed is als ze in gesprek blijven in de verdere ontwikkeling over andere dingen die wel kunnen. De vraag is of die behoefte er is, als die ophoging doorgaat, maar dat zullen zij wel aanbieden. De wethouder ziet niet op dit moment hoe ze dit plan nu kunnen overnemen en ze zijn al begonnen. Ze moeten ook eerlijk zijn dat ze nu niet hele plannen kunnen veranderen en dat deze ophoging echt nodig is voor de toekomst van de stad. In het verleden hebben ze dat niet altijd gedaan en daar hebben ze spijt van.

Het lid BILGIN stelt het heel opmerkelijk te vinden dat de bewoners die daar tot eind vorig jaar woonden, absoluut niet terug kunnen komen. Hoe willen zie die mensen dan betrekken bij de verdere planvorming en participatie. Het lid vraagt of het niet verstandig is om te kijken welke opties mogelijk zijn om die rafelranden en die bewoners terug kunnen komen. Wethouder VAN DER HORST zegt dat dit een terugkerend thema is, van tijdelijke invulling voordat er gebouwd wordt versus wat doe je vervolgens met de tijdelijke invulling. De wethouder denkt dat er altijd op een gegeven moment de wens ontstaat om wat tijdelijk is structureel te verankeren. Het zijn tijdelijke contracten en voor een deel was er niet eens een mogelijkheid om daar te wonen, maar gebeurde dat toch in een soort van rafelrand. Tijdelijkheid is wel tijdelijk. Anders kunnen ze nooit meer die tijdelijkheid geven, omdat ze er vervolgens aan vast zitten. Dat is wat hier gaande is, hoe vervelend ook. Tijdelijke contracten zijn op een gegeven moment eindig om deze gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Het lid BILGIN stelt dat het verschil hier wel is dat er in de stukken en in het participatieplan staat dat kenmerken die tot nu aanwezig waren, terug zouden komen in de nieuwe buurt. Daar zal je echt mensen voor nodig hebben die daar hebben gewoond.

Dat is een belangrijk verschil en misschien is het dan toch waard om te verdiepen in op welke manier dit terug kan komen en welke rol die mensen daar in kunnen krijgen. Wethouder VAN DER HORST denkt dat ze dan wel specifiek moeten zijn over welke kenmerken het dan gaat. Ze hadden het over natuur en over eigenzinnigheid. Ze kunnen heel goed dingen terug laten komen in het gebied, maar dat hoeft niet per se te betekenen dat de huidige bewoners een plek kunnen krijgen in de nieuwbouw. Dat is niet iets wat ze kunnen regelen op dit moment. Het lid EMMERIK vraagt of er dan wel of geen plaats is voor kunstenaars en creatievelingen die de buurt vormgaven. Wethouder VAN DER HORST daar is wel ruimte voor, maar dat betekent specifiek voor deze mensen. Het wordt dan niet per definitie uitgesloten dat het voor deze mensen is, maar het is meer algemeen hoe ze kavels kunnen invullen. Wie er dan precies zullen komen, dat is een hele andere vraag. Het lid VEENHOFF heeft het idee dat de toezegging van de vorige keer niet helemaal is overgekomen. De vraag was, waarvan de wethouder zei dat hij er over na ging denken, of zij heel technisch precies op dit punt konden gaan uitwisselen. Het lid heeft toen begrepen dat dit niet is gebeurd, maar meer door algemenere mensen is samengezeten.

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

Het lid heeft toen gezegd, dat als het niet voor dit project is, dan eventueel voor een volgend project. Er ligt volgens het lid nog steeds een kans om met de experts om de tafel te gaan. Wethouder VAN DER HORST zegt de vraag beter te begrijpen, maar zegt dat twee dingen door elkaar worden gesuggereerd. Eén is of ze dat nog in dit project willen doen, twee is of ze breder moeten nadenken of ze dat niet bij andere projecten moeten overwegen. En voor dit project hier, is het gewoon geen haalbare kaart, dus dan gaat het voor dit traject niet zoveel veranderen. Dat tweede zal de wethouder doorgeven aan haar collega wethouder. De VOORZITTER stelt vast dat de wethouder hierbij toezegt dat wethouder Van Dantzig hier dan op terugkomt. Dit punt is op dit moment voldoende besproken en wordt preventief gepiept naar de vergadering van maart. 12 Bespreken van de beantwoording raadsadres Vereniging Herstructurering Foodcenter Amsterdam d.d. 8 en 18 oktober 2024 en het raadsadres van de Vereniging Herstructurering Foodcenter Amsterdam d.d. 3 december 2024 (VN2024-018190) Dit punt is doorgeschoven naar de volgende vergadering. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Grond en Ontwikkeling 13 Instemmen met het verlengen van het gemeentelijk voorkeursrecht op een deel van de locatie Klaprozenbuurt te Amsterdam (VN2024-016079) Dit agendapunt is gehamerd.

14 Bespreken van de beantwoording van de schriftelijke vragen van het lid Minderhoud inzake Werkspoorhal, Oostenburg, stadsdeel Centrum d.d. 21 oktober 2024 (VN2024018790) Het lid MINDERHOUD zegt dat in augustus Het Parool publiceerde dat de Werkspoorhal al langer leeg stond, omdat er plannen waren om padelbanen te realiseren, maar die waren al maandenlang niet gerealiseerd. Vervolgens zijn zij in gesprek gegaan met bewoners en hebben zij een bijeenkomst georganiseerd om te bespreken hoe ze een invulling kunnen geven die tegemoet komt aan de wensen van de buurt. Toen vroegen ze of er iemand aanwezig was van Nedstede, stak er niemand zijn hand op. Vervolgens bleek een stationair advocaat van het bureau van de vastgoedeigenaar aanwezig te zijn. Hierna heeft de huidige eigenaar op LinkedIn gezegd dat hij weet wie er aanwezig waren en die mensen die hal nooit of te nimmer meer inkomen. Dat hij ons voor rotte vis uitmaakt, is tot daaraan toe. Maar dat hij bewoners de toegang ontzegt in een hal in hun eigen buurt, gaat toch wat ver en lijkt zeker niet de bedoeling. Wat betreft de inhoud, licht Minderhoud toe dat in de toelichting van het uitwerkingsplan, een stedenbouwkundige structuur is opgenomen waarin staat dat de Werkspoorhal voor bewoners openbaar toegankelijk moet zijn.

Op basis van dit plan is vervolgens een deel van Oosterburg op 15 juni 2016 tussen de gemeente en Stadgenoten een anterieure overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst is onder andere opgenomen dat Stadgenoot bij de ontwikkeling van de Werkspoorhal aan bepaalde voorwaarden moet doen met betrekking tot de publieke toegankelijkheid en deze voorwaarden via een zogeheten kettingbeding aan een volgende eigenaar moet opleggen. Dus dat als de hal wordt verkocht aan een volgende eigenaar, dat de volgende eigenaar ook moet voldoen aan de voorwaarden omtrent de publiekelijke toegankelijkheid. Het lid geeft aan dat het lid intussen is de hal meermaals van eigenaar gewisseld. Door het kettingbeding zijn er wel voorwaarden waar de nieuwe eigenaar, Nedstede, moet voldoen, zoals de publiekelijke

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

toegankelijkheid en het doorkruisen van de hal van de straat naar de waterkant. Onder die voorwaarde mag de huidige eigenaar daar padelbanen realiseren. De huidige eigenaar lijkt dat op die voorwaarde niet meer te willen, waardoor hij nu dreigt met leegstand. Het lijkt erop dat de eigenaar de hal alleen wil openstellen voor betalende klanten, zoals zijn andere initiatieven op Ibiza en Blaricum. Het lid zegt dat het een behoorlijke klucht is geworden, want de bedoeling van de gemeente was met die anterieure overeenkomst dat de hal een plek zou blijven voor de buurt waar je publiek toegankelijk door heen kan lopen. Dat staat nu op het spel, omdat de huidige eigenaar niet wil voldoen aan die voorwaarden. Nu wil de eigenaar de hal dichtgooien en hebben zij geen instrument om dat te voorkomen. Het lid vraagt de wethouder wat zij als gemeente kunnen doen om dat gesprek aan te gaan en die hal wel publiek toegankelijk te krijgen en ervoor te zorgen dat het plek voor de buurt is. Het lid Minderhoud kondigt twee moties aan die dit soort problemen moeten voorkomen. Daarbij verwijst het lid ook naar een golfbaan in een andere gemeente, die nu verloederd is. Zij denken aan een motie omtrent een leegstandsverordening voor commerciële bestemming in navolging van de leegstandsverordening die zij hebben voor woonbestemmingen.

Op die manier kunnen ze voorkomen dat eigenaren vastgoed strategisch leeg laten staan, in afwachting van een hogere biedingsprijs of hogere bieder ten aanzien van de invulling. Ook hebben zij een motie in de maak die gaat over het onderzoeken van de effectiviteit van anterieure overeenkomsten en kettingbedingen op dit soort locaties. Het lid heeft geen zicht op dit in andere soortgelijke vastgoedobjecten. Dit soort plekken zijn cruciaal voor de leefbaarheid in de stad en daar moeten ze absoluut een goed beeld bij hebben voordat ze daar een besluit over nemen wat ze doen met deze prachtige locaties. De VOORZITTER stelt als punt voor orde van het proces, dat dit punt niet gepiept kan worden naar de raad, daar dit de beantwoording van schriftelijke vragen betreft. De moties kunnen ingediend worden als initiatiefvoorstellen of op een ander moment worden ingediend. Het lid VON GERHARDT mist de reflecties van de PvdA zelf en hun eigen rol die ze erin hebben gespeeld, dat er nu niks gaat gebeuren in deze hal. Het PvdA zou ook op plekken in de media gezegd hebben dat ze niet moeten willen dat ondernemers iets van geld verdienen aan deze stad. Terwijl volgens het lid, als ze een invulling willen geven, aan welke plek dan ook, zal er altijd iemand moeten zijn die er iets van geld aan verdiend.

Welke rol heeft de PvdA gespeeld in het mislukken van dit plan en wat zijn ze er met zijn allen opgeschoten dat het op dit moment leegstaat. Het lid MINDERHOUD denkt dat zij hierin helemaal geen aandeel hebben gespeeld. Het lid denkt dat de huidige eigenaar domweg niet wil voldoen aan de voorwaarde die staat in de anterieure overeenkomst. Zij hebben helemaal niks te doen gehad met die anterieure overeenkomst uit 2016. Het lid snapt de vraagt van de VVD niet helemaal en zij hebben nooit gezegd dat je geen geld mag verdienen in deze stad. Zij hebben gezegd dat je prima geld mag verdienen in deze stad, maar dat je wel moet voldoen aan de afspraken die we hier met de gemeente tussen vastgoedeigenaren hebben. Het lid VON GERHARDT stelt dat het lid Minderhoud daar daadwerkelijk een rol in gespeeld heeft, door het artikel wat het lid met zijn fractievoorzitter heeft geschreven. Daarna heeft dit bedrijf gezegd dat ze dit allemaal niet meer gaan doen. Wat schieten ze er nu mee op, op een moment dat ze nu eigenlijk niks hebben, terwijl ze daar ook horeca en sportgelegenheden hadden kunnen hebben. Wat schiet de PvdA hier nu mee op. Het lid MINDERHOUD vindt het heel bijzonder dat het lid Von Gerhardt nu een pleidooi houdt tegen het vasthouden aan regels die ze met elkaar hebben opgesteld.

Wat ze simpelweg proberen te doen, is proberen te voldoen aan de voorwaarden uit die anterieure overeenkomst. Ze moeten wel voldoen aan die voorwaarden, want die zijn van belang voor de buurt en het stedenbouwkundig plan.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

Het lid VON GERHARDT zegt dat er een enorme maakbaarheid blijft hangen bij de PvdA. Uiteindelijk zorgt het ervoor dat projecten niet doorgaan en dat deze hal nu leeg staat. Het lid denkt dat als ze die maakbaarheid zo vol blijven houden, die buurt uiteindelijk helemaal niks heeft. De vraag is ook waarom ze zo hoog van de toren blazen, met het gevaar dat het de komende jaren nu leeg blijft staan. Wat heeft de buurt daar dan aan gehad. Het lid MINDERHOUD vindt dat hij het eens is met de VVD dat het lid in de gemeenteraad zit, omdat het lid in de maakbaarheid van de stad gelooft. De huidige eigenaar wil niet voldoen aan de anterieure overeenkomst zoals die is gesloten tussen Stadgenoten, de gemeente en vastgelegd in een kettingbeding. Dat heeft niks te maken met wat de PvdA daarmee heeft gedaan. Dat is echt een overeenkomst tussen hen en het lid snapt niet dat het lid Von Gerhardt denkt dat zij hier iets mee te maken hebben. Wethouder VAN DER HORST zegt ter reflectie dat er tussen Stadgenoten, Werkspoorhal en de gemeente wel een verschil van inzicht is in hoeverre en van welke duur de verplichting van de openbare toegankelijkheid in een kettingbeding zit en hoe lang dat moet zijn. Tussen Stadgenoot en Werkspoorhal is daar nu nog een discussie gaande, dus de wethouder wil daarin voorzichtig zijn om daar heel veel uitspraken over te gaan doen, omdat ze dat nog even moeten zien.

Wat voor hen echt belangrijk is, is dat het voor voetgangers openbaar toegankelijk is. Daarnaast denkt de wethouder dat het wel interessant kan zijn ernaar te kijken, hoe die kettingbedingen en anterieure overeenkomsten worden overgedragen. Hoe ze bij een overdracht van eigenaarschap eventueel bij de gemeente terugkomt hoe dat nu wordt overgedragen. De wethouder zegt nu niet dat ze dat gaan doen, maar dat het interessant is om daarnaar te kijken. De wethouder ziet de motie tegemoet, want ze zien dat het hier niet helemaal wordt uitgevoerd op een manier die zij in de anterieure overeenkomst hebben gezet. Stadgenoten voert daar nu verder een discussie op. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken. Het punt kan niet gepiept worden naar de raad. Ruimtelijke Ordening 15 Bespreken Ontwikkeling Weespersluis (VN2025-000014) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de volgende vergadering. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 16:31 uur.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15111862/1