CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag RO 15.01.2025

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 12 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie RO d.d. 15 januari 202515.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie

RO

Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Woensdag 15 januari 2025 van 13.30 tot 16.31 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 12 februari 2025 Voorzitter: mevrouw Van Pijpen Portefeuillehouders: wethouder Van der Horst Commissiegriffier: mevrouw Nieuwenhuis, de heer Dutilh (commissieondersteuner) Verslaglegging: mevrouw Röling (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Aboelkasem (DENK), Alberts (SP), Bilgin (FvD), Emmerik (PvdD), Von Gerhardt (VVD), Keesman (PvdA), Konings (Volt), Lelkes (JA21), Lochtenberg (CDA), Minderhoud (PvdA), Van Munster (GL), Staartjes (VVD), Taşliyurt (D66), Veenhoff (GL) Overige aanwezigen: M. Ramlal (ombudsman), B. Verheggen (medewerker ombudsman)

1, Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER heet iedereen van harte welkom en stelt vast dat er sprake is van een quorum. b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat wethouder Van Dantzig afwezig is vanwege ziekte. Wethouder Van Der Horst vervangt hem tijdens deze vergadering. Het lid VEENHOFF bezoekt 20 januari 2025 de tentoonstelling Arcam en nodigt de leden uit met haar mee te gaan. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mee dat zij tegenwoordig een tentatiever vergaderorde hebben. De voorzitter verzoekt de leden zich dringend voorafgaand aan te melden, zodat ze de tentatieven zo goed mogelijk kunnen opstellen. De actualiteit wat het lid Minderhoud heeft aangemeld, wordt afgevoerd daar er geen behoefte meer is om deze actualiteit te bespreken. De actualiteit wat het lid Emmerik heeft aangedragen, gaan ze in deze vergadering bespreken. De VOORZITTER stelt voor de rondvraag te behandelen voorafgaand aan de actualiteiten. Daar is geen bezwaar tegen.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

Punt 13 wordt gehamerd en kan ook in de raad worden gehamerd. De punten 5, 6, 7, 8, 10, 12 en 15 worden doorgeschoven naar de volgende vergadering op 12 februari 2025. De agenda wordt vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare RO-vergadering van 27 november 2024 Er zijn geen opmerkingen ontvangen en het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Er zijn geen vragen ontvangen en de termijnagenda wordt voor kennisgeving aangenomen. f. Tkn-lijst Op verzoek van het lid Broersen wordt tkn-stuk 5 geagendeerd. Op verzoek van het lid Lochtenberg wordt tkn-stuk 8 geagendeerd. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen aparte adviezen van de stadsdeelcommissies. 2, Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mede dat er een schriftelijke bijdrage is toegevoegd. Bij punt 2b: Lucien STÖPLER spreekt in namens Buurtplatform Schinkelkwartier. Het buurtplatform is onder andere georganiseerd om de belangen te behartigen van de buurten bij de ontwikkeling van het stadsdeel Schinkelkwartier. Zij maken zich ook zorgen over de toekomstige stadswijk. Voor het beeld, geeft inspreker aan dat de stadswijk 70.000 mensen bevat, dat is evenveel als de stad Assen. Maar waar de stad Assen 83,5 vierkante kilometer heeft, zal deze stadswijk ongeveer iets minder dan twee vierkante kilometer bedragen.

Dus veertig keer zo klein als Assen, maar met net zoveel aantal personen. De voorbeelden van recente nieuwe wijken stemmen niet heel hoopvol over het type wijk wat ze hier gaan ontwikkelen, daar hier sprake is van grote overlast, onvrede als gevolg van grote woondichtheid, weinig groen, weinig faciliteiten en beperkte bereikbaarheid. Het zou te denken moeten geven over het project wat ze dreigen te ontwikkelen in Schinkelkwartier. Zij zijn ontevreden over de geringe invloed die buurten hebben met omwonenden om deze buurt in te richten en te plannen. Zij hebben als Buurtplatform van meet af aan aangegeven dat zij snappen dat er woningen bij gebouwd moeten worden. Dit staat los van dat er heel veel kantoren bij moeten komen, want daarover durven zij te twijfelen. Het gaat erom dat het wordt ingericht op een manier die prettig is

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

voor toekomstige inwoners. De reactie van de gemeente noemt inspreker zeer teleurstellend. Zo zitten zij al jaren vast in eindeloze procedures, overleggen, participatiesessies en verdiepingslagen, zonder dat zij ook maar de geringste invloed hebben kunnen uitoefenen op de plannen. Ondertussen betoogt de opdrachtgever dat zij lekker samenwerken, omdat er acht procedures zijn waarin contact is geweest, zonder daarbij te vermelden dat de voortgang daarin minimaal is geweest. Er zijn positieve invloeden, zoals een artikel van het lid Minderhoud wat aandacht besteedt aan gesprekken met woningcorporaties en buurten die positiever zouden moeten verlopen. Er is politieke wil getoond door het aannemen van een participatie verordening. Inspreker vraagt de raad en het college, de participatieverordening gestand te doen bij de ontwikkeling van de stadswijk Schinkelkwartier en zorg dat ze daar dan ook kunnen meespreken met het projectteam namens het college en de raad. De petitie wordt aan de bode aangeboden en is rondgemaild. Desgevraagd zegt inspreker dat zij zich als buurtplatform hebben aangemeld nadat in de raad de participatienota is aangenomen. Zij hebben veel contact gehad met het tussenteam. Ondanks dat, is daar vooralsnog radiostilte over.

Wanneer gevraagd wordt of de wijk niet zal aansluiten op de behoefte van de mensen die uit andere delen van Nieuw west hier een plek krijgen, geeft inspreker aan dat mensen daarin niet gehoord worden. Zij horen vooral dat mensen niet tevreden zijn, maar als ze een gesprek aanvragen bij de bestuurder, is er geen tijd. Inspreker vraagt zich af of de wijk wel zo aantrekkelijk is, als de bewoners zelf helemaal niet betrokken zijn bij het ontwikkelen daarvan. Gevraagd naar waar de gesprekken vooral over spaak lopen, zegt inspreker dat dit op het moment is dat er boter bij de vis moet komen. Het blijft bij praten, procedures en voornemens, maar er is geen enkele ruimte binnen het proces en plannen van een wijk en de voorstellen van een buurtplatform worden daarin niet meegenomen. Wat betreft het groen, vertelt inspreker dat het groen de grootste wens is van alle mensen die zij hebben gesproken. Het is voor omwonenden heel pijnlijk om te zien dat er dan op het laatste lapje groen een flat wordt geplaatst. Er ontstaan dan discussies over het gebruik van het groen wat overblijft. Zij hebben destijds gezegd, neem nou de referentienormen van het groen en laat zien dat aan deze referentienormen aan worden voldaan. Ook dat voorstel is afgewezen. Tot slot bevestigt inspreker dat hij de indruk heeft dat men onder de groennorm zit in hun buurt.

Bij punt 9: Frans URBAN spreekt in namens Stichting Molen van Sloten waar hij bestuursvoorzitter van is. Zijn eerste taak die hij zes jaar geleden kreeg, is bij de afdeling Erfpracht duidelijk maken dat zij de door de gemeente opgeëiste 80.000 euro niet konden betalen, omdat zij het geld niet hadden en ook niet wilden betalen, omdat dit indruiste tegen de bij de plaatsing van de molen gemaakte afspraken. Namelijk dat de stichting alle opbrengsten van gronduitgifte mocht behouden om aan te wenden voor de instandhouding van de molen. Na het gesprek werd het ijzig stil aan de kant van de gemeente. Pas nadat hun voormalig voorzitter een klacht had ingediend bij de ombudsman, kwam er beweging in de zaak. Maar zelfs toen de ombudsman enige informatie boven tafel kreeg over het verleden, zij bij het opruimen van de molenschuur op relevante bewijsstukken stuiten, weigerde de gemeente zich te verdiepen in het verleden. Inspreker stelt dat zij met een beperkte, geldzuchtige en wantrouwige blik naar hen bleef kijken, hetgeen pijn deed. Zij hadden ook naar de rechter kunnen gaan, hetgeen geen zes jaar had geduurd en dan hadden ze gewonnen, maar dan hadden zij lijnrecht tegenover elkaar gestaan. De ombudsman nam het op zich om niet alleen naar hun gegrond verklaarde klacht te kijken, maar ook te zoeken naar een constructieve oplossing.

De gemeente hecht, vanaf 2013 toen erfpacht is weggehaald bij de stadsdelen, aan een zuiver erfpachtstelsel. Daar hebben zij begrip voor, maar ambtenaren zouden steeds geïnteresseerd moeten zijn in hun burgers en zich wel moeten verdiepen in Amsterdamse maatschappelijke organisaties. De ogen sluiten voor gemaakte afspraken en rigide vasthouden aan de eigen beperkte blik, mag en kan de gemeente niet doen. Zij hadden veel wind tegen, de ambtelijke molens maalden traag, er werd slecht geluisterd en men wilde het niet begrijpen. Zij werden hier soms moedeloos van en als vrijwilligers wilden zij soms het bijltje er bij neer gooien. Het motto

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

van de molen is, samen de molen laten draaien. Gemeente en burgers zouden samen de stad laten draaien, maar de gemeente lijkt vaak positie tegenover de burger te nemen. De gemeente mag trots zijn op wat tot een mooi sociaal maatschappelijk erfgoed organisatie is uitgegroeid. Samen met ruim zeventig vrijwilligers, met hulp van vrienden en donateurs, onderhouden zij de molen, zijn zij dagelijks open voor bezoekers en helpen zij de voeten van Nieuwslotenaren droog te houden. Zij hopen dat de gemeente uit dit proces lessen trekt en dat ze door een constructieve samenwerking met trots ervoor gaan zorgen dat er nu een meewind gaat waaien voor de molen. Met het gepresenteerde collegebesluit heeft hun bestuur daar alle vertrouwen in. Ze gaan ervanuit dat zij met hulp van de gemeente snel de subsidieaanvraag kunnen indienen, dat er deugdelijke erfpachtcontracten worden opgesteld en dat de gemeente haar toekomstige nieuwe erfpachters zodanig begeleid, dat zij in goede harmonie met elkaar verder kunnen. Zij zijn de ombudsman, met name Bernadette Verheggen, zeer dankbaar voor haar inzet en deskundigheid. Desgevraagd zegt inspreker, dat deze regeling een goede win-win situatie is en dat de gemeente heeft toegezegd dat zij hulp krijgen bij de subsidieaanvraag. Zij vinden het van belang dat de nieuwe erfpachters goed begeleid worden en dat zij samen dat grondstuk goed kunnen benutten.

Bij punt 12: Wijgert VAN AS spreekt in namens Vereniging Herstructurering Foodcenter Amsterdam. De ontwikkeling van het Foodcenter is er niet. Er gebeurt al jaren helemaal niks, ondanks allerlei gemaakte afspraken. In 2010 heeft de gemeente haar ambitiedocument Nieuw Foodcenter Amsterdam opgesteld. Om deze ambitie te realiseren, sloot de gemeente in 2014 een overeenkomst met een ontwikkelaar, wat een ontwikkelaar van luchtkastelen blijkt te zijn. Ruim tien jaar later is er niks gerealiseerd van de ambitie van het college. Tot hun grote spijt heeft de ontwikkelaar medio vorig jaar de overleggen en de samenwerking met hen als vereniging opnieuw stopgezet, omdat zij er met hen niet uitkomen en zij alleen maar voor vertraging zouden zorgen. Volgens de ontwikkelaar zorgen de ondernemers zelf voor een vertraging, maar elke ondernemer wil vooruit en zit helemaal niet te wachten op vertraging, op een belabberd pand om zijn activiteiten uit te voeren of een terrein wat met de dag verloedert. De droom en ambitie van de commissie lijkt vervaagt, in ieder geval enorm vertraagt, waardoor de gemeente geen nieuwe wooneenheden kan aanbieden aan haar bewoners, geen nieuw duurzaam Foodcenter kan aanbieden aan haar stakeholders en al zeker niet aan hun ondernemers die de buik van Amsterdam invulling geven.

Zij beroepen zich op de commissieleden en roepen op ervoor te zorgen dat deze ontwikkeling vlot getrokken wordt, daarin verantwoording te nemen voor de afspraken die de gemeente gemaakt heeft met de ontwikkelaar en zorg te dragen voor inwoners, maar ook voor ondernemers. Ook roept inspreker op zich niet aan het lijntje te laten houden door de ontwikkelaar, de impasse te doorbreken en recht te doen aan de ambitie en de afspraken. Desgevraagd vragen zij de gemeente om regie te nemen. De gemeente is een overeenkomst aangegaan met de ontwikkelaar, waarbij de wethouder zegt, dat er een overeenkomst is met de ontwikkelaar, maar niet met de ondernemers. Volgens inspreker is dit niet juist, want de gemeente heeft wel degelijk een overeenkomst met de ondernemers, namelijk een erfpachtovereenkomst. Het zou ontzettend wenselijk zijn als zij met zijn drieën om de tafel komen om deze impasse te doorbreken. Wanneer gevraagd wordt waarom inspreker het een slecht idee vindt om met elke ondernemer apart afspraken te maken, zegt inspreker dat de ontwikkelaar een overeenkomst heeft met elke individuele ondernemer, dat is een voorlopige aanbieding en dat moet omgezet worden naar een definitieve aanbieding. Zij als vereniging gaan daar geen handtekening onderzetten, maar zij gaan in gezamenlijkheid alle collectieve afspraken namens de ondernemer gestand laten doen in overleg met de ontwikkelaar.

Zo zou het moeten zijn, maar dat gebeurt dus niet. Het risico dat een ondernemer gaat lopen op het moment dat hij op zelfstandige basis tracht een overeenkomst aan te gaan met de ontwikkelaar, geeft hij de ondernemer te doen, want de ondernemer moet zich concentreren op de verkoop en andere activiteiten en kan zich niet elke dag druk maken met wat voor collectieve activiteiten allemaal op zijn pad komt, daar zijn zij als vereniging voor.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

Wat betreft het effect op de lokale economie, als hier geen goede oplossing wordt gevonden, geeft inspreker aan dat zij dan een enorme concessie doen aan de werkgelegenheid en aan de verkeersdrukte in de stad. Op het moment dat het Foodcenter daar dreigt te verdwijnen, doen zij een enorme concessie aan. Nota bene heeft de gemeente in 2010 het Foodcenter bestempeld als logistieke hub voor de binnenstad en er is binnenstedelijk geen mooiere plek om er op die manier invulling aan te geven. Gevraagd naar het gevolg van als een deel van de ondernemers moet verdwijnen, geeft inspreker aan dat er een enorme bedrijvigheid onderling is. Als je dat doorbreekt, dan missen ze een substantieel deel van deze economische invulling. Wanneer naar wat de gemeente of de wethouder volgens inspreker zou moeten doen in het conflict tussen de vereniging en de ontwikkelaar, zegt inspreker dat zij merken in de overleggen om te komen tot een definitieve aanbieding, dat de ontwikkelaar achteruit onderhandeld over de afspraken die in het verleden al gemaakt zijn. Uiteindelijk raken ondernemers met meer kosten opgezadeld dan toen afgesproken is. Thomas VAN MEEL spreekt in namens het poelierbedrijf waar hij samen met zijn twee broers eigenaar van is. Inspreker noemt het een voorrecht te werken op het Food Center. Het terrein en hun pand is aan herstructurering toe.

Het Foodcenter is een logistieke hub en voorziet de binnenstad van voedsel in de gehele breedte. Zijn bedrijf levert dagelijks aan 250 bedrijven, voornamelijk hotels en restaurants. Door hun locatie op het Foodcenter en de korte lijnen hebben zij een hele korte keten. Doordat ondernemers zo snel bij hen kunnen bestellen, wordt er heel weinig weggegooid. De bezorging regelen zij samen met een bedrijf naast hen. Als de grote variatie aan bedrijven niet bij elkaar is gevestigd en niet op korte afstand van het stadscentrum is, zullen zij met veel meer busjes de stad in gaan. Inspreker geeft aan dat het niet zo goed gaat met zijn bedrijf, omdat zijn band op is en hij de vloer en de koelingen moet vervangen. Inspreker krijgt meerdere keren per jaar controle van de Voedsel- en Warenautoriteit. Ieder jaar, vanaf 2016, zeggen zij tegen hen dat ze gaan herstructureren en niet kunnen investeren, omdat zij het niet kunnen terugverdienen en ondertussen is het 2025. Het Marktkwartier wil nu alleen met het bedrijf om de tafel en niet met hun adviseurs of vereniging. Hierdoor zitten zij als kleine ondernemer tegenover twee reuzen die niet luisteren. Verhalen dat zij als ondernemers voor vertraging zorgen, dat zij zouden overvragen of gevaarlijk zijn, zijn niet waar. Volgens inspreker is dit puur bedoeld om minder ondernemers op het terrein te hebben.

Mede namens zijn collega ondernemers doet inspreker een dringend beroep op hen en het college om de opdrachtgever, de herstructurering in een breder perspectief te plaatsen en om onderzoek te doen naar de misstanden bij de ontwikkeling nu. Op de vraag hoelang inspreker dit nog volhoudt en wanneer er echt stappen ondernemen moeten worden, zegt inspreker dat zij vier jaar geleden al een sprong hebben moeten doen, om een bedrijfspand buiten Amsterdam in te trekken, wat ontzettend veel vervoer betekent. Door het vervoer en de dubbelen kosten lopen ze helemaal vast. Als je je geld niet kan verdienen en niet kan investeren, dan komt het punt dat je als ondernemer echt niet meer kan dichtbij. Er is een stip op de horizon nodig. Maurice JENSTER spreekt in namens Fustcentrale Amsterdam. Inspreker bespreekt als bestuurder van de stichting waar hij zeven jaar werkzaam is. Al zeven jaar hoort inspreker dat zij binnenkort gaan verhuizen. De stichting is een logistiek dienstverlener en is een inzamelaar van de herbruikbare verpakkingen en secundaire grondstoffen op het Foodcenter. Zij zijn onderdeel van de collectieve activiteiten. Al bijna tachtig jaar vervullen zij deze rol in Foodcenter. Inspreker uit zijn zorgen over de vertraging en de onzekerheid rondom hun hervestiging, daar dit een enorme last vormt voor de toekomstvisie van de Fustcentrale.

Het ontbreken van een plek in het plaatsingsplan en het ongewis over de toekomst van hun locatie hebben gevolgen voor de innovatie en de omzetting van de circulaire economie en de voedselketen van Amsterdam. Zij hebben zekerheid nodig, voor lange termijn afspraken en grote investeringen. Het onzekere klimaat waarin zij verkeren creëert geen ruimte voor dergelijke investeringen om het Foodcenter, haar klanten en haar ondernemers een afvalvrij en een circulair ecosysteem te kunnen maken. Zij missen efficiëntie en kostenverlichting door het ongewis waarin zij verkeren. Het afgelopen jaar hebben zij meer dan 1,4 miljoen herbruikbare verpakkingen van de

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

aardappel- groente en fruitondernemers en bijna 400 ton aan secundaire grondstoffen weten in te zamelen. Zij bevorderen niet alleen de verduurzaming van het Foodcenter, maar ook van haar klanten, meer dan 450, verspreidt over heel Amsterdam. Zij verbeteren de circulaire logistiek, niet alleen voor grote partijen, maar ook voor de kleine ondernemers. De huidige vestigingsplaats van het Foodcenter is noodzakelijk voor efficiënte belevering van de horeca, maar ook voor de organisatie van de retourlogistiek voor herbruikbare verpakkingen, afval en secundaire grondstoffen. De reeds bestaande inrichting van al deze logistieke processen is van onschatbare waarde. Het onzekere klimaat is funest voor het ondernemerschap. Het Foodenter rijkt veel verder dan alleen de gevestigde ondernemers. Heel Amsterdam ondervindt hierdoor problemen en voedsel is een eerste levensbehoefte. Inspreker doet een dringend beroep om de urgentie van de situatie te herkennen en de ambitieuze plannen die zij hebben voor duurzaamheid niet alleen op papier te zetten, maar ook om snel te zetten in concrete acties. Ze kunnen samen bijdragen aan een groen en gezond Amsterdam. Op de vraag wat het betekent als het Foodcenter Amsterdam buiten de stadsgrenzen zou moeten plaatsvinden, antwoordt inspreker dat het logistieke proces wat er nu is volledig opnieuw ingericht moeten worden.

Op het moment dat ze het Foodcenter buiten de stad plaatsvindt, is snelle levering en bijvoorbeeld levering per fiets, niet meer mogelijk. Dit geeft grote druk op het verkeer en op de kostprijs van de producten. Desgevraagd geeft inspreker aan dat er een nieuwe intekening is geweest waarop een locatie is ingetekend voor collectieve voorzieningen. Tot op heden is dit niet ingetekend. Wanneer zij vragen of zij daar komen te zitten, wordt dit weggewuifd. c. Rondvraag Er zijn geen aanmeldingen voor de rondvraag ontvangen. d. Actualiteiten De VOORZITTER geeft aan dat zij nu de Actualiteit van het lid Emmerik (PvdD) inzake "Geef groen een volwaardige plek in de stad" gaan bespreken. Het lid EMMERIK vertelt over het onderzoek van de organisatie Natuur en milieu in samenwerking met het adviesbureau Sweco wat vlak voor het reces naar buitenkwam. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de hoeveelheid groen per inwoner in vijf jaar met vijfentwintig procent is afgenomen. Eerdere studies toonden ook al een afname van elf procent aan. De trend wordt versterkt door stedelijke verdichting en gebiedsontwikkeling. Te vaak wordt niet voldaan aan groennormen. Dit staat haaks op de klimaat- en gezondheidsdoelen die Amsterdam nastreeft en blijkbaar schiet het huidige beleid tekort. Dit vraagt om directe actie, want voordat je het weet zitten we over twintig jaar met honderd procent afname.

Zoals de inspreker ook zei, willen mensen gewoon meer groen. De Partij voor de Dieren roept op tot een striktere naleving van de groennormen, kwalitatief hoogwaardig groen moet centraal staan in het omgevingsplan en de investeringsnota’s. Daarnaast moet het verlies van groen lokaal en volledig worden gecompenseerd. Ook is het essentieel dat ze in Amsterdam bij de ontwikkeling van nieuwe gebieden al in de ontwerpfase voldoende ruimte reserveren voor groen. Als een gebied eenmaal is gerealiseerd, is het moeilijk achteraf nog groen toe te voegen. Vergroening moet een basisvoorwaarde zijn bij gebiedsontwikkeling, want een stad die steeds meer verhard wordt onleefbaar. Het is het lid niet helemaal duidelijk wat de exacte cijfers. Zo hebben zij een groenmonitor, maar ziet hij de cijfers van Natuur en milieu hierin niet terug. Zij willen dit inzichtelijker hebben. Het lid komt daarom met een motie waarin ze vragen om een monitor om de voortgang van de vergroening te bewaken en de naleving van de normen transparant te maken. Ook zouden zij graag een brede welvaartscan uitvoeren voorafgaand aan het burgerberaad om in kaart te brengen wat de effecten zijn van afnemend groen op de brede welvaart van hun inwoners. Het lid is ook van plan om deze motie tijdens de raad in te dienen.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

Afsluitend roepen zij de commissie op om de belofte van rigoureus vergroenen waar te maken en hun stad leefbaar en toekomstbestendig te maken. Zij vragen de wethouder op deze cijfers te reflecteren en die dalende cijfers te verklaren. Ook vragen zij de wethouder welke maatregelen hij overweegt om deze trend van verstening tegen te gaan en of de wethouder bereid is om een monitor in te stellen die rapporteert en inzichtelijk maakt waar ze staan qua groennormen en eventuele afname of toename. Het lid BILGIN noemt het een zorgelijke ontwikkeling, maar stelt dat deze ontwikkeling voor een deel niet te vermijden is gezien de woningnood waarvoor de oplossing verdichting is. Van een bepaald stukje groen zullen meer mensen moeten maken, wat gevolgen heeft voor het onderhoud. Daar zal meer geld en middelen naartoe moeten. Daarnaast moeten zij zorgvuldig omgaan met de grote bestaande groengebieden en vermijden dat ze daar industrie bouwen, zodat de mensen daar ademruimte behouden. Het lid VEENHOFF geeft aan dat zij de oproep ondersteunen. Het lid wil hier heel graag een discussie over voeren, maar daarvoor is een soort van common ground nodig over de cijfers. De interpretatie van de cijfers doet er nogal toe, ook in vergelijking met de monitor. Zij hebben een afspraak gemaakt met de onderzoekers van het rapport.

Het meest alarmerend volgens Partij voor de Dieren is die vijfentwintig procent per inwoner, hetgeen niet per inwoner, maar per woning is. De afname aan aantal vierkante meters is niet per jaar, maar per vijf jaar. De alarmbel wordt gehoord, maar ze moeten het wel goed eens zijn over de cijfers. In gesprek met Sweco kwamen ze op heel andere getallen dan in de tabellen stonden. Het blijkt dat ze een ingewikkelde truc hebben gedaan, omdat ze gericht waren op buurten. Dan krijg je een heel vertekend beeld in Amsterdam, omdat zij buurten hebben die heel versteend zijn en buurten die heel groen zijn. Je krijgt iets waar je dan niet zoveel mee kan, hetgeen Sweco ook erkende. Als ze dan teruggaan naar het gemiddelde aantal groen voor een woning, dan kloppen de cijfers ineens. Dan zien ze dat er tien procent woningen bij gekomen zijn en dat verdisconteert dan in een afname van ongeveer 1,2 procent. Dat zijn eigenlijk de woningen die zij aan de randen van de stad hebben bijgewoond. Zij kunnen geen grond bijklussen in Amsterdam. Ze zullen of moeten ontstenen, of door op hoogte dingen bij te bouwen. Die gegevens zitten dan weer niet in de cijfers van Sweco. Zij hebben een initiatiefvoorstel wat een aantal van deze registratiezaken en de hele infrastructuur, hoe ze dat regelen, adresseert. Dat initiatiefvoorstel komt er echt aan.

Het verhaal over de Europese herstel verordening vond het lid ook interessant, want daar ligt ook nog een juridische kader en daar wacht het lid met smart op. Het lid EMMERIK snapt dat het lid Veenhoff de cijfers niet heel inzichtelijk vindt en geeft aan de cijfers beter te willen kunnen beoordelen en beter te reageren. Het lid VEENHOFF begrijpt de vraag. Ze hebben al heel veel, maar het kan geen kwaad omdat goed vanuit de gemeente op te schrijven, ook in reactie op het rapport. Het lid STAARTJES zegt dat het referendum over de hoofdgroenstructuur hun iets geleerd heeft, is dat Amsterdammers, links en rechts, voldoende groen belangrijk vinden, maar ze zijn het niet altijd met elkaar eens hoe dat precies moet. Het lid vindt het goed dat het lid Emmerik aandacht vraagt over dit punt. Dit punt wordt uitgewerkt in een uitvoeringsplan groen. Die staat morgen voor de commissie OMW op de agenda. Het lid vindt het terecht dat het lid Emmerik zegt dat bij gebiedsontwikkeling eigenlijk groen een basisvoorwaarde moet staan. Juist in het uitvoeringsplan groen staat dat het niet scherp is, wat nu precies de groentoevoeging is die komt uit de gebiedsontwikkeling. Dit is een black box en het lid vraagt de wethouder hoe dit ontstaan is. Het lid KEESMAN deelt de zorg omtrent de cijfers.

Nadat zij gebeld hebben met Sweco, kwamen zij tot de conclusie dat ze die vijfentwintig procent niet te serieus moeten nemen. Het lid stelt dat er bijna 10 procent meer bewoners bij zijn gekomen en dan toch relatief geringe afname van het groen. Daar hebben ze toch iets gepresteerd. Het lid deelt ook de zorg en zij willen toewerken naar een complete stad en wijst ook op andere voorzieningen. Zij zijn ook benieuwd wat er uit het burgerberaad gaat voortkomen.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

Wethouder VAN DER HORST deelt de zorg, daar zij herkennen die cijfers ook niet. Zij zien nog een kleine afname als ze kijken naar de cijfers. Natuurlijk is dat een zorg. Als er woningnood is, is het altijd goed om dat niet alleen per gemeente te bekijken en te kijken naar het geheel. Er zijn meer woningen nodig in het gebied. Ze hebben er bewust voor gekozen om dat via verdichting en in verstedelijkt gebied te laten plaatsvinden en niet de natuur rondom Amsterdam daarvoor aan te gaan tasten. Dat betekent per saldo, dat als ze dat zouden doen, er meer groen zou verdwijnen, dan dat ze het op deze manier doen. Ze proberen juist door verdichting zo duurzaam en met zo min mogelijk verlies van groen te doen. De wethouder denkt dat ze daar continue op kunnen verbeteren. Ze kijken ook bij de nieuwe woningbouwplannen hier heel kritisch naar, steeds beter om het meer te vergroenen. Dat zullen ze de komende tijd ook blijven doen. Tegelijkertijd zien ze ook dat in de echt versteende stadsdelen van Amsterdam, het centrum, oost, west, dat daar juist een toename van het groen is geconstateerd. Ook vanuit de groenmonitor. De wethouder denkt dat het best interessant is dat ze er ook in slagen om in zeer verstedelijkt gebied wel degelijk te vergroenen.

Dat biedt misschien ook een klein beetje hoop voor de toekomst, als ze die aanpak volhouden en daar meer op inzetten, dat ze groen nog steeds kunnen toevoegen. Het lid VEENHOFF vraagt of de wethouder onderschrijft dat dan ook het belang van het rapport is, dat er ook aangetoond wordt dat dertig procent minder dan vijftien vierkante meter heeft van de buurten in Amsterdam, en dat dit juist iets is wat ze naar moeten kijken. Wethouder VAN DER HORST kan er een eind in meegaan om het zo te bezien, maar wijst erop dat ze bijvoorbeeld een buurt hebben die heel erg als versteends wordt aangemerkt, terwijl het Rembrandtpark er wel naast zit. Als dat net niet meegerekend wordt, krijg je wel een heel vertekend beeld. Door die bril bekeken en dat meenemende, is dat dan waarde. Het gaat uiteindelijk om de buurt waarin je woont. Hetzelfde geldt voor vierkante meters. Ze kunnen zich hierop blindstaren, maar als het groen niets voorstelt, hebben ze niet zo veel aan vierkante meters. De wethouder verwijst ook naar het ecologisch maaibeleid waardoor heel veel biodiversiteit wordt mogelijk gemaakt. Ook is er aandacht voor de groeiplaatsen van bomen en de waterkwaliteit. Dit wil niet zeggen dat ze niet kritisch moeten zijn op de hoeveelheid groen.

Het is een taak van hun allen om hier keihard voor te werken en heel kritisch naar de gebiedsontwikkeling te blijven kijken en tegelijkertijd is de wethouder ook hoopvol gestemd op de richting. De wethouder denkt dat ze nog meer moeten doen, het onderhoud ook belangrijk is hierin en dat ze hier in de toekomst voldoende geld voor hebben. Wat betreft de cijfers herkent de wethouder dat in de groenmonitor ze daar nog meer helderheid over kunnen geven en zegt toe dat ze in de groenmonitor daar ook meer per inwoner kunnen gaan rapporteren zodat ze daar meer grip op kan krijgen. In reactie op de vraag hoe ze het verder kunnen tegengaan, zegt de wethouder dat ze de afgelopen tijd 220 projecten aan vergroening afgerond hebben in de stad en er zitten 221 weer in de pijplijn om dat te doen. En in de nieuwe plannen kijken ze heel kritisch naar de gebiedsontwikkeling en hoeveel groen ze daarin toevoegen. Met betrekking tot de vraag hoe zij kijken naar het monitoren van groen in gebiedsontwikkeling, is dat nog steeds niet altijd even goed inzichtelijk. Ze denken dat ze daar nog meer inzicht in kunnen krijgen. De komende tijd besteden ze daar extra aandacht aan. Ze hopen toe te kunnen werken naar een nog betere rapportage daarop, zodat ze dat beter in het totaal kunnen meenemen. Dat wordt nog vervolgd en daar komen ze nog op terug.

Het lid STAARTJES neemt aan dat de wethouder de ambitie, rigoureus vergroenen, volledig onderschrijft. Daarom begrijpt het lid niet dat die data niet al inzichtelijk zijn. Wethouder VAN DER HORST vindt dat het iets anders is om het heel goed te registreren in cijfers, dan dat je de ambitie hebt om te kijken waar je maar ruimte hebt om

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

extra groen toe te voegen en dat ook doen. Dat doen ze wel. Een volgende stap is het cijfermatige, maar dat doet niets af aan de inzet die ze nu al doen bij het vergroenen. Het lid STAARTJES zegt dat bij gebiedsontwikkeling ook financiën vrij komen en dat ze daarin keuzes kunnen maken hoe ze de financiën in willen zetten. Morgen hebben ze het over de budgetten waar het groen uit betaald wordt. Daarom is het wel belangrijk om te weten wat uit de gebiedsontwikkeling qua financiën precies mogelijk is om dat waardevolle groen mogelijk te maken. Daarom snapt het lid niet, waarom de wethouder dat niet al scherp heeft neergezet. Wethouder VAN DER HORST herhaalt dat zij de afgelopen tijd er achter zijn gekomen dat het een tandje scherper kan. De wethouder denkt dat de aandacht voor de projecten echt enorm gegroeid is ten opzichte van een aantal jaren geleden waarin dat veel minder werd meegenomen. In de woningbouw zien ze ook altijd dat de planvoorbereiding van wat nu opgeleverd wordt heel lang geleden is. Wat ze nu voorbereiden, zien ze veel later. De komende jaren zullen ze zien dat er veel meer groen wordt toegevoegd in deze gebieden. Ook als het gaat om klimaatadaptatie, proberen ze de openbare ruimte daar steeds scherper op in te richten. Dit komt ook wel weer terug, want ze zijn zich ervan bewust dat ze hier nog iets in te doen hebben.

Wat betreft de vraag over de natuurherstelwet die in 2024 vastgesteld is, dat betekent ook geen verlies aan groen in verstedelijkt gebied. Ze zijn met alle gemeenten nog aan het verkennen wat dat nu precies betekent en hoe ze dat het beste kunnen gaan invullen qua definities en kaders. Te zijner tijd, als ze daarin verder zijn, kunnen ze dit ook delen met de raad. De wethouder ziet de moties tegemoet. Het lid EMMERIK begrijpt dat er stappen worden gezet en er geleerd wordt van het verleden, maar de directeur van Natuur en milieu zegt volgens het lid dat die groenvisie een papieren werkelijkheid blijft. In de omgevingsvisie staat letterlijk rigoureus vergroenen en niet rigoureus bouwen. Dat er stappen worden gezet, dat is prima, maar stapjes noemt het lid niet rigoureus. Het lid vraagt de wethouder om een reflectie. Wethouder VAN DER HORST zegt dat het handig is als dit gesprek ook verder gaat in de commissie MOW, omdat het daar natuurlijk gaat over het uitvoeringsplan en de uitwerking daarvan. Toegespitst op rigoureus vergroenen in gebiedsontwikkeling, doen zij dit steeds meer en zien zij in de toekomst ook hoe ze dit beter kunnen gaan registreren. Wat het andere betreft, komt er binnenkort nog een verdere uitwerking van hoe ze dat doen. Vervolgens zegt de wethouder naar de 221 projecten die in voorbereiding zijn en de 220 projecten die ze hebben opgeleverd niet niks is.

Op dat het niet genoeg zou zijn, geeft de wethouder aan dat het nooit genoeg is. De wethouder denkt dat ze de komende jaren ook zullen zien dat er steeds meer roep om groen komt en behoefte aan groen is. Daar willen ze zeker in verder. Ze zijn ook echt wel bezig en laten een mooie ontwikkeling zien. Laten ze er met elkaar scherp op zijn dat het meer gaat worden in de toekomst. De VOORZITTER stelt vast dat de actualiteit voor nu voldoende is besproken. Morgen staat deze actualiteit ook op de agenda bij de commissie MOW naast een aantal andere zaken rondom groen. De moties die het lid Emmerik wil indienen worden op de raadsagenda gezet voor het indienen van moties. BESPREEKPUNTEN Grond en Ontwikkeling 3 Vaststellen van de Investeringsnota Kolenkitbuurt Midden (stadsdeel West) en het beschikbaar stellen van een krediet (VN2024-015914) De VOORZITTER geeft aan dat er bij dit agendapunt een geheime bijlage is toegevoegd en stelt vast dat er geen leden zijn die de geheime bijlage willen bespreken.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

Het lid KONINGS zegt dat de Kolenkitbuurt een investering verdient en dat het goed is dat de buurt nu opgeknapt gaat worden. Om te kijken of de samenwerking met de buurt goed verloopt, kijkt het lid altijd naar de zienswijzen die zijn ingediend. Er zijn ook zienswijzen geregistreerd die mondeling zijn doorgegeven, hetgeen het lid een goede keuze vindt, daar niet iedereen in dit soort buurten de weg naar een online formulier weet te vinden. Het zou goed zijn als deze werkwijze ook bij meerdere projecten wordt ingezet. Ondanks alle vragen, valt het aantal zienswijzen mee. Daarnaast viel het lid op dat de opmerkingen niet eens over het pand zelf gaan, maar meer over stukken die net buiten het plan liggen. Dat wijst erop dat het plan zelf goed geland is en de samenwerking op dit goed verloopt. Volt hoopt dat ook in de volgende fase van het project er heel veel aandacht blijft voor participatie. Het lid zag ook een rode draad in de wens van de bewoners en de stadsdeelcommissie, namelijk de tunnels onder de A10, die eigenlijk de toegang tot de Kolenkitbuurt zijn. Iedereen wil dat dit zo snel mogelijk onder handen worden genomen, omdat deze drie onderdoorgangen sterk vervuild zijn en heel onveilig aanvoelt. Het lid vraagt of deze tunnels voorrang krijgen bij de verdere aanpak van dit gebied.

Het lid VEENHOFF vraagt aandacht voor het advies van de stadsdeelcommissie dat de inspraak nu tegelijk is verlopen met bewoners als de stadsdeelcommissie. Dat betekent dat de stadsdeelcommissie geen kennis heeft van de zienswijzen op het moment dat zij besluitvorming doen. Dat vonden zijn in West ongewenst en dat is aangenomen dat advies en erbij gezegd dat ze dit ook duidelijk moeten maken in de voordracht naar de gemeenteraad. Het lid vindt dat heel belangrijk, want al dat werk, al die inspraak en al die overleggen, is allemaal in het stadsdeel gedaan en dat willen ze kant en klaar hier hebben liggen. In de nota van beantwoording staat dat het zou worden opgenomen voor de voordacht, maar het staat er niet in. Het lid vraagt of zij in het vervolg het zo in de processen kunnen doen, dat zij eerst inspraak bewoners doen, dan advisering uit een stadsdeel met de nota van beantwoording en dan naar de raad. Ook zou het lid integraal een adviseringsformulier van het stadsdeel willen zien bij de stukken. Het lid wil zien wat het DB Heeft geadviseerd, wat de stadsdeelcommissie heeft geadviseerd, wat het uiteindelijk geworden is en wat het college er daarna mee doet. Het lid ALBERTS geeft aan dat hun partij heeft berekend hoeveel sociale woningen er nu bijkomen in Amsterdam en zij komen er dan niet helemaal goed uit. Het lijkt er nu op dat er slechts 59 woningen bijkomen.

Dat betekent dus dat er iets in de manier van opschrijven is, waardoor je verdwaalt. Zij vraagt om een brief waarin dat nog een keer goed opgeschreven wordt, zodat ze goed kunnen zien of ze niet alleen sociale huurwoningen bouwen en welke percentage dat dan uiteindelijk is, want ze willen uiteindelijk nog graag 40/40/20 verwezenlijken. Als ze sociale huurwoningen gaan neerzetten, loopt de huurprijs heel snel richting het maximum, de 800 euro. Hoe gaan ze voorkomen dat de zittende bewoners die graag terug willen, het probleem gaan krijgen, dat ze het risico lopen dat ze het niet kunnen betalen? Want dan komen de mensen niet terug in de eigen buurt. Als het gaat om speciale woningen, wordt er in het algemeen gesproken over gezinswoningen en woningen voor mindervaliden. Hoe weten ze of deze ambities ook gerealiseerd gaan worden? Als laatste vraagt het lid hoe ze de bewoners meenemen in het inrichten van de openbare ruimte en de rest van het hele project. Het lid TAŞLIYURT vindt het een mooie investeringsnota waarin verdicht wordt, er worden 145 woningen toegevoegd en er komen ook een aantal midden huurwoningen bij. In het nieuwe programma is veertien procent bestemd voor midden huur, van hen mag dit altijd een hoger percentage zijn.

Maar in dit plan is er ook de verplichting om minimaal het aantal gesloopte sociale huurwoningen terug te bouwen, vandaar ook een lager percentage aan midden huurwoningen in deze investeringsnota. Er wordt goed gebruik gemaakt van bouwhoogtes. Het lid onderschrijft ook het verhaal van het lid Veenhoff. Wethouder VAN DER HORST zegt toe dat zij het advies van de stadsdeelcommissie alsnog opnemen. In het vervolg kunnen zij kijken naar hoe ze zo’n

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

advies presenteren en vraagt zij of de wethouder Ruimtelijke Ordening ernaar kijkt of dat in timing per project kan. Soms kan dit in tijd verschillen. De wethouder noemt de mondelinge zienswijzen een interessante vorm en geeft aan dat zij er zeker naar zullen kijken of dat op bepaalde projecten heel nuttig kan zijn. Ze houden blijvend aandacht voor de participatie. Ze zien nu ook bewoners die nu nog mee willen praten en ze zien ook een buurt die verandert. Het projectteam blijft ook echt in gesprek met bewoners om dit met elkaar te kunnen bespreken. De wethouder zegt een brief toe wat betreft de vraag van het lid Alberts betreffende de sociale huur, zittende bewoners en bepaalde woningen voor mensen met een beperking. Het lid VEENHOFF vraagt of de wethouder in de brief kan uitsplitsen wat het percentage is van het aantal toegevoegde woningen. Wethouder VAN DER HORST zegt dit toe, en als het niet kan, staat dit ook in de brief. De VOORZITTER vat samen dat er in ieder geval nog een gewijzigde voordracht komt waarin procesmatig recht wordt gedaan aan het advies van de stadsdeelcommissie en er komt nog een brief. Later in de vergadering wordt vastgesteld dat het technisch niet mogelijk is om de voordracht aan te passen en wordt afgesproken dat zij dit in de brief meenemen. Het punt wordt dan in de raad kort besproken.

De brief komt dan voorafgaand aan de raadsvergadering en dan kan alsnog bekeken of dat besproken moet worden. Voor nu is het punt hiermee voldoende besproken. Ruimtelijke Ordening 4 Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afdoening motie 183 inzake nader onderzoek naar de luchtvervuiling in Amsterdam Noord in verband met de ervaren overlast van en bezorgdheid over de uitstoot van o.a. ICL Fertilizers (VN2024-017514) De VOORZITTER geeft aan dat ook de commissies MOW en OZA bij dit agendapunt zijn uitgenodigd. Het lid VAN MUNSTER vindt de afdoening ver ondermaats. De geest van de motie is heel duidelijk, doe onderzoek naar de luchtkwaliteit in Noord, omdat mensen daar in onzekerheid leven en bang zijn dat hun gezondheid wordt geschaad, maar dat komt geen zins terug in de afdoening van deze motie. Er wordt heel letterlijk naar de tekst van de motie gekeken en er wordt gezegd dat het technisch heel ingewikkeld is, misschien niet de goede techniek en er zijn ook allemaal andere overheidsorganen bij betrokken, maar dat ze wel met elkaar in gesprek blijven. Het lid vindt dat na al die jaren echt volstrekt onvoldoende. Tevens staat in de afdoening, daar neemt het lid zelfs aanstoot aan, dat het feit dat er zoveel longkanker is in dat specifieke deel van Noord, daar wordt gezegd dat dit waarschijnlijk samenhangt met roken.

Waar blijkt dat uit? Uit welk onderzoek is dat gebleken? Net zomin als ze kunnen zeggen dat er zoveel longkanker is door ICL. Dat is juist het hele idee van deze motie, onderzoek wat daar in de lucht is, waar tienduizenden Amsterdammers zo’n last van hebben. Het lid wil een motie indienen om het college te vragen om een breed integraal onafhankelijk onderzoek te doen naar de luchtkwaliteit in Noord. Het lid vindt dat de bewoners in Noord dat verdienen en dat dit ook een manier is om hun zorgplicht als stad, met de provincie, de GGD en de omgevingsdienst, in te vullen. Het lid is benieuwd hoe de rest van de raad daarnaar kijkt. Het lid KEESMAN is het in grote lijnen eens met het voorgaande. Zijn indruk is dat het gaat om twee punten. De ene kant is dat de uitstoot van stoffen, fijnstof, die mogelijk tot longkanker zouden kunnen leiden en aan de andere kant de uitstoot van chloorwaterstof en fluorwaterstof door ICL die leiden tot geurhinder. Fijnstof kunnen zij wel meten, maar geurhinder kunnen zij bijna niet meten. Er is wel een soort eNoses netwerk, maar dat legt

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

het volledig af tegen hun eigen neuzen, die wel degelijk in de gaten hebben dat er iets loos is, in dit geval ICL Fertilizers. Het lid wil aan het verhaal van het lid Van Munster toevoegen, dat als er dan een vervolgactie is, dat dit dan rechtdoet aan die twee verschillende problemen die hier lijken te spelen. Fijnstof, hetgeen waarschijnlijk een breder onderzoek vereist. En de uitstoot van chloorwaterstof en fluorwaterstof, waarbij eigenlijk een actie aan de bron vereist . Zij hebben de indruk dat dit ook wel oplosbaar is, maar dat zou wel een kostbare aangelegenheid kunnen worden. Het lid KONINGS deelt wat het lid Van Munster zegt. De bewoners die lucht inademen van de kunstmestfabriek ICL maken zich daarover zorgen en die zorg is ook terecht, want ICL stoot zoutzuur en fluorwaterstof uit. Dat zijn stoffen waarvan bekend is dat ze slecht zijn voor de gezondheid. De vraag is in welke concentratie het dan in de lucht is. De manier waarop dit op dit moment gemeten wordt, is aan de hand van modellen, en ze weten allemaal hoe vaak modellen er naast kunnen zitten. De oplossing is meten aan de schoorsteen, maar daar is alleen een rapport van wat door ICL zelf is opgesteld, dus dat is geen onafhankelijke informatie.

Het lid vindt de afdoening van de motie heel erg teleurstellend, want er is nog steeds geen oplossing voor de bewoners en het lid vraagt of de wethouder kan reflecteren op hoe ze wel een oplossing gaan vinden. Het lid ALBERTS vindt de afdoening zeer teleurstellend. Zij wilden namelijk weten hoe de luchtkwaliteit daadwerkelijk is, dan moeten ze niet met berekeningen komen, want dat is een papieren werkelijkheid, terwijl ze juist de echte werkelijkheid wilden. De vraag is of de wethouder het zelf ook wel wil weten, want nu blijven ze werken met oude methodes, en dan krijg je ook oude antwoorden. Je zou op zoek moeten gaan naar de benodigde expertise en die in moeten schakelen. Waar het lid ook over struikelde, dat is het verschrikkelijke verhaal rond de enorme hoeveelheid kankergevallen in TuindorpOostzaan. In de provincie, waar het lid ook zit, krijgen ze ook telkens hetzelfde antwoord van Tata Steel. Het lid vindt dat echt gemakzucht, want als je een eind verderop gaat en mensen ook roken, zie je dat verhaal helemaal niet. Het lid roept op dat niet meer te zeggen. De inspanningen van ICL om een schone fabriek te krijgen, noemt het lid minimaal. Ze hebben iets van 500.000 euro geïnvesteerd om de boel te verschonen, terwijl er dus een hoop miljoenen klaar liggen om te gebruiken, hetgeen het lid een lachertje noemt.

Nu gaat het er volgens het lid erom ICL zover te krijgen dat ze echt schoon gaan produceren. Vervolgens zegt het lid dat ze het er niet over hebben gehad dat er ook illegaal op het water wordt geloosd. Hier gebeurt niets aan. Er kan gezegd wordt dat dit aan de omgevingsdienst is en aan de provincie, maar wat gaan ze doen als die samenwerking met de provincie niet goed loopt, want zij zijn degenen die de bevoegdheden hebben. Verder vindt het lid ook dat er goed moet worden gelet op de samenwerking met de GGD, waar Amsterdam over gaat. Het lid spreekt haar volledige steun uit voor de motie van de GroenLinks, daar doen ze aan mee. Wethouder VAN DER HORST zegt dat de luchtkwaliteit haar, en zeker ook het college, zeer aan het hart gaat. Zij vinden het ongelooflijk belangrijk dat er schonere lucht in deze stad komt en daar doen ze ook veel voor. Het is voor bewoners ook een hele nare situatie als ze dingen ruiken, weten dat het niet goed zit in de lucht en dat ze zich daar enorm zorgen over maken. De wethouder benadrukt dat ze een paar dingen van elkaar moeten onderscheiden. Stank is weer iets anders, of iets schadelijk is of niet. Waarbij stank wel heel naar is en wel degelijk iets voor je gezondheid doet, maar iets anders is dan het inademen van giftige stoffen. Tegelijkertijd hebben zij een Amsterdams luchtmeetnet, wat beheerd wordt door de GGD in opdracht van de gemeente.

Die monitort ook de gezondheidsrelevante stoffen zoals fijnstof, stikstofdioxide, afkomstig van diverse bronnen, binnen en buiten Amsterdam. Daar gelden wettelijke en gezondheidskundige advieswaarden voor. De belangrijkste uitstoot van ICL is zoutzuur en fluorwaterstof. Dit zijn stoffen waarvoor geen toetsingskader bestaat en die lastig meetbaar zijn in de buitenlucht en op locaties waar bewoners hinder ervaren al miljoenen keren verdund zijn. Daarnaast voert de wind ook verontreinigde lucht aan van andere gebieden, bronnen en bedrijven.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

De wethouder begrijpt goed de wens, maar breed luchtkwaliteitsonderzoek in woonwijken is niet het meest geschikt om vast te stellen of die gassen afkomstig zijn van ICL. Daarvoor moeten ze de uitstoot meten bij de bron, de schoorsteen. Daarmee kunnen ze juridisch een bedrijf aanpakken. De wethouder is een klein beetje bang dat ze nu de hele tijd het hebben over dat er onderzoek moet komen en de wethouder snapt waar die wens vandaan komt, maar het is wel duidelijk dat er te veel wordt uitgestoten. Er moet iets aan gebeuren en er moet gehandhaafd worden. Dat is een heel moeilijk proces. Zij hebben gesprekken met de provincie om ervoor te zorgen dat dit ook gebeurt. Er is een handhavingstraject, de omgevingsdienst probeert daar op te handhaven, maar ICL verzet zich daartegen. Dat is het ding waar ze inzitten, om er voor te zorgen dat ze daar doorheen komen. Er is volgens de wethouder niet zoveel discussie over dat ze iets moeten doen. De wethouder wil niets bagatelliseren, maar ze helpen bijna het bedrijf door weer te onderzoeken, want dan zijn ze de komende twee jaar weer verder, terwijl het wel duidelijk is dat er wat moet gebeuren. De wethouder vindt het heel vervelend dat het overkomt alsof ze die zorg niet serieus nemen, alsof ze niks willen doen. Ze zitten wel een beetje met hun handen gebonden, want uiteindelijk is de provincie bevoegd om dit te doen.

De wethouder heeft hier ook al over gesproken met de Gedupteerde en ze willen het ook graag voorzetten. Het lid ALBERTS zegt dat het zwartboek wel is ontvangen, maar bij navraag nog niet gelezen is. De interesse daar is traag, waardoor ze moeten helpen door druk van buitenaf. Juist die pressie daarvoor, zorgt daarvoor dat de provincie gaat lopen. Er is wel degelijk een traject mogelijk met aanschrijvingen, boetes, et cetera, waardoor die tent daar dicht gaat. Wethouder VAN DER HORST is het er mee eens dat zij druk moeten zetten. Tegelijkertijd is dat ook wat ze kunnen en moeten doen en dat is wat ze prima kan toezeggen om verder mee te gaan. De wethouder vindt het een goed signaal wat het lid Alberts hier afgeeft, dat daar nog te weinig urgentie wordt gevoeld. Dan is het ook aan hen om dat nogmaals over te brengen, met instandhouding van een goede relatie kan je dat volgens de wethouder ook prima met elkaar doen. Het lid VAN MUNSTER is blij dat de wethouder zegt, dat ze niet alleen moeten onderzoeken, maar dat er ook wat moet gebeuren. Er zijn al te hoge concentraties van zoutzuur en fluorwaterstof gemeten. Het lid zou bijna zeggen, waarom gaan ze dan nu niet alvast beginnen met handhaven. Wat betreft dat luchtmeetnet, doen ze dat om bepaalde stoffen in de lucht te meten. Dat luchtmeetnet hebben ze in heel Amsterdam, behalve daar. Het lid vindt dit raar.

Ze willen toch sowieso, los van ICL, weten hoe het gesteld is met de luchtkwaliteit. Misschien moeten ze het ook breder trekken dan ICL, want ook Bunge, olieterminals en varend ontgassen, staan ook op de lijst. Het probleem is veel groter dan ICL, dat is ook de reden dat hij vraagt om dat brede onderzoek en het lid snapt niet waarom ze daar geen luchtmeetnet neerzetten. Ze willen toch eigenlijk altijd weten hoe het staat met de luchtkwaliteit en dan gaan ze in het stuk Amsterdam waar de luchtvervuiling het groot is, het niet neerzetten, omdat het niet zou werken. Dan kunnen ze het in de rest van de stad ook wel opdoeken zou het lid bijna willen zeggen. Hoe kijkt de wethouder daarnaar. Wethouder VAN DER HORST stelt dat het meten van fijnstof zoals zij doen, echt iets anders is dan het probleem dat hier speelt. Dat kunnen ze alleen goed meten bij de schoorsteen. Dat onderscheid is heel belangrijk. De wethouder benadrukt dat er wel al een dwangsom ligt bij ICL vanuit de bevoegdheid van de provincie. Dus er gebeurt wel wat, alleen zit er wat hen betreft te weinig echte voortgang op, omdat er weer juridische stappen tegenover staan. Dat is waar zij nu staan. Een onderzoek is niet de juiste weg, zonder het te willen bagatelliseren, want het probleem is dat ze daar wat aan moeten doen.

De wethouder vindt het heel vervelend als de beantwoording niet die urgentie heeft uitgestraald, maar dat is wel wat zij voelen. De wethouder zegt doe dat zij het warm zal overdragen en ervoor zal zorgen dat zij die druk blijven zetten. Het lid VAN MUNSTER is blij dat de wethouder de urgentie voelt. Het lid stelt voor dat zij parallel aan het onderzoek, handhaven wat ze kunnen handhaven. Het lid heeft er

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

erg veel moeite mee dat bedrijven jarenlang tekeer kunnen gaan en iedereen weet dat het niet deugd, maar dat ze er altijd juridisch weer mee weg kunnen. Het lid is benieuwd of zij niet vanuit het punt van de publieke gezondheid handhavend kunnen optreden en daar sowieso onderzoek gaan doen naar de publieke gezondheid. Wethouder VAN DER HORST zegt dat het onderzoek niet nodig is om hen aan te sporen dat er iets moet gebeuren. Volgens de wethouder moeten ze druk blijven zetten dat er ordentelijk gehandhaafd wordt en dat de urgentie meer gevoeld wordt. Dat ze een brede taak hebben om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren, voelt de wethouder ook heel sterk. Alleen ziet de wethouder niet wat dit onderzoek, wat heel moeilijk gaat zijn om te staven, hun gaat opleveren wat ze willen, want ze willen dat die uitstoot daar gewoon naar beneden gaat. Het lid VAN MUNSTER hoort de wethouder zeggen dat het onderzoek niet het middel is, maar het frappeert hem dan gewoon dat ze dit al jarenlang weten en dat er eigenlijk niks gebeurt. Dat maakt dat de raad gaat zoeken naar middelen van hoe ze het wel kunnen afdwingen. Er moet gewoon wat gebeuren en ze moeten echt optreden. Wethouder VAN DER HORST begrijpt de frustratie heel goed. Het is wel heel goed om te weten dat tot een paar jaar geleden ICL zelf al die onderzoeken deed en dat dus nu de OD dit heeft gedaan.

Dat is een heel groot verschil van inzicht wat ze nu hebben, ook wat onafhankelijker, zodat ze ook een betere grond hebben om te gaan handhaven. Het is uiteindelijk de provincie die via de OD dat doet, maar waar zij zeker druk op uit oefenen. De wethouder denkt ook wel dat er echt een verschil is met daarvoor. Alleen is het nog niet opgelost en dat frustreert ons allemaal. Het lid KEESMAN wil toch nog de uitstoot van fijnstof en de andere kant de geurhinder uit elkaar trekken. Is het zo dat de wethouder zegt, dat op het gebied van die fijnstof en de stoffen die kanker kunnen veroorzaken, ze voldoende weten wat de situatie is en geen aanvullend meetnet nodig hebben? En dat ook de uitstoot zoals die nu is, geen aanleiding geeft tot grote zorg, wat extra actie zou vereisen? En wat betreft de geur, is het zo dat de wethouder zegt, dat ze hun actie specifiek op ICL gaan richten, aan de bron, en dat dan het probleem gaat oplossen? Wethouder VAN DER HORST stelt dat ze fijnstof hebben, wat ze zelf ook meten, dan heb je zoutzuur wat wel degelijk echt giftig is en dat past ook bij de gezondheidsklachten die de bewoners hebben. Daarnaast heb je geur, en geur hoeft niet per se op je keel te slaan en daar heb je mentaal heel veel last van. Daar is nog geen beleid voor. Voor het zoutzuur weten ze dat het te veel is en dat het naar beneden moet. Daar is nu een dwangsom op.

Voor de geur, zijn in heel Nederland de bewoners daar te weinig tegen beschermd, omdat daar niet veel beleid op is. De provincie is daarin in de lead en zij gaan hun beleid daar op aanscherpen, maar dat gaat nog twee jaar duren. En dan kunnen ze alleen nieuwe vergunningen op toetsen. De OD probeert nu wel de vergunning van ICL aan te scherpen op andere gronden, maar het is onzeker over dat juridisch haalbaar is. Ook daar zijn wel stappen ingezet, omdat bekend is dat de geur daar tot overlast leidt. Het lid KEESMAN stelt dat de termijnen van twee jaar geen aanleiding geven tot geruststelling. Het lid stelt dat hij ergens gelezen heeft, dat er een regel is dat per jaar maar twee procent van de tijd de geur overschreden mag worden. Is dat een grond waarop ICL op korte termijn aangepakt kunnen worden? Wethouder VAN DER HORST zegt dat het schijnt dat ze daar nu wel aan voldoen, maar in hun vergunning zijn überhaupt dat soort criteria nu niet opgenomen. Dat maakt het zo ingewikkeld om daar op te kunnen handhaven. Ten aanzien van de termijn van twee jaar, stelt de wethouder voor, via de fracties daar wat lobbywerk op te verrichten, want uiteindelijk maken zij het beleid niet, dat maakt de provincie. Het is goed als fracties laten weten hoe belangrijk dit is en het lijkt de wethouder dat ze daar gevoelig voor zijn.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

RO

Tweede termijn Het lid ALBERTS stelt dat ICL nu op de rem aan het trappen is en dat is een tactiek. Het lid wijst er op dat ICL eigenlijk zou moeten verplaatsen en dat traineren van het proces, ook ermee te maken zou kunnen hebben dat ze gewoon een dikke zak met geld willen hebben om te verplaatsen. Dat ze daarom heel terughoudend zijn in het aanpassen van schoon produceren, dat ze daarmee hen onder druk zetten om over de brug te komen. Dat zou helemaal niet moeten, want ze moeten gewoon schoon produceren. Wethouder VAN DER HORST deelt de constatering dat ze niet echt meewerken en neemt daarvan akte. De VOORZITTER stelt dat dit agendapunt voldoende is besproken en de eerstvolgende raad aan de orde komt, want het punt was de vorige keer al gepiept. 5 Bespreken van de raadsinformatiebrief en jaarverslag en beleidsevaluatie VTH Bouw & Gebruik 2023 (VN2024-017510) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de volgende vergadering. 6 Bespreken van de raadsinformatiebrief verhouding VTH bevoegdheden centraal en lokaal bestuur en rol gemeenteraad (VN2024-017511) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de volgende vergadering. Grond en Ontwikkeling 7 Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de beleidsadviescommissie erfpacht (VN2024-017512) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de volgende vergadering.

8 Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de pilot geschillencommissie erfpacht (VN2024-017513) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de volgende vergadering. 9 Bespreken van het rapport van de Ombudsman Metropool Amsterdam; ”Wind tegen; wind mee” inclusief de reactie van het college (VN2024-017516) De VOORZITTER heet de ombudsman en de medewerker van harte welkom. Zij krijgen drie minuten de mogelijkheid om het rapport toe te lichten. Ombudsman RAMLAL zegt dat Amsterdam beschikt over een bijzonder stuk cultureel erfgoed, de Molen van Sloten, gelegen tussen Osdorp en Sloten. Deze molen werd oorspronkelijk gebruikt voor het bemalen van de Akerpolder en is een van de weinige molens die open is voor publiek en stelt dat de betrokken Amsterdammers belangrijk zijn voor deze stad. De stichting Molen van Sloten zet zich al 35 jaar in om deze molen te behouden. Dit zonder subsidies en op basis van een afspraak met de gemeente om inkomen te generen uit ondererfpacht. Maar sinds 2017, toen de stichting ruimte gaf voor een bierbrouwerij, die mensen in dienst nam met een afstand tot de arbeidsmarkt, begon de ellende. Ambtenaren zagen dit plots als een commerciële activiteit, zonder dat daar iets is veranderd en legden eisen en claims op die voorbij gingen aan die oorspronkelijke

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15111862/1