Conceptverslag RO 13-01-2021
Tekst van het document
Het is dus én én en niet óf óf. Kan daaruit de conclusie getrokken worden dat er sprake is van minder groen in het park? De initiatiefnemers kunnen zich met hun plannen wenden tot het stadsdeel. Hoe realistisch is de verwachting dat daar een concrete ontwikkeling zal plaatsvinden, zo wil zij weten. Wat is vervolgens het kader waarin dat soort ontwikkelingen zal worden getoetst? De heer LEENDERS begrijpt niet of deze visie nu gereed is of niet. Ook de heer Capel zegt dat de punten van de TAC verwerkt zijn in deze visie. Maar de TAC geeft ook het advies om de noordkop nader uit te werken. Deze kwestie hoort naar zijn mening ook thuis in de visie. Zijn tweede punt gaat over een inspraakronde. De heer Capel gaf aan dat aan participatie is gedaan, maar inspraak is toch echt iets anders dan participatie. Hij benadrukt het belang van inspraak in dit geval. Hij krijgt hierop graag een reactie van de wethouder. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA benadrukt dat bewoners de groen- en natuurbelangen hebben benadrukt. In de brief van de TAC wordt expliciet gevraagd om binnen drie maanden geïnformeerd te worden over wat er met het groen en de natuur gebeurt. De wethouder gaf aan nog terug te zullen komen op de vraag hoe het zit met verharding en bebouwing in het gebied. Voor haar is het belangrijk dat de raad goed kan controleren wat er gebeurt met het advies van de TAC.
Vandaar dat zij benieuwd is om te weten of er een schriftelijke reactie van de gemeente richting de TAC heeft plaatsgevonden. Heeft de TAC daarop mogelijk ook weer gereageerd? Mevrouw DE BRUINE is niet helemaal gerust door het antwoord van de wethouder over het buitenbad van het Mirandabad, want op bladzijde 54 is het buitenbad van de kaart verdwenen. Zij krijgt daar graag grotere duidelijkheid over. Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat mevrouw Kat ervan uitgaat dat het én én is, maar dat is het heel duidelijk niet. Het is óf óf. Dus de eigenaren van kavels die bebouwd zijn kunnen ervoor kiezen om te verhuizen naar plekken waarvan de gemeente denkt dat dat een betere plek is omwille van een hogere kwaliteit voor het park. Zij denkt daarbij aan de noordkop, maar dat kan ook aan de Kennedylaan. Er kan dus niet extra gebouwd worden op de plekken waar de eigenaren nu zitten en vervolgens ook nog aan bijvoorbeeld de Kennedylaan. Dat is de compensatie waar de
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
TAC ook over spreekt. Het gaat dus om verplaatsing van bebouwing, waardoor er minder versnippering is in het park. Voor de realisatie van die visie is men wel afhankelijk van de eigenaren. Dus ook hier geldt weer dat het niet aan de gemeente is om volledig te bepalen wat er precies gaat gebeuren. Het is de gemeente die een toekomstbeeld schetst van de wenselijkheid van het park en vervolgens afhankelijk is van de eigenaren of zij daar interesse in hebben. Zij kan zich voorstellen dat die interesse er is, omdat het ook voor hen interessant is om de woningbouw te gaan ontwikkelen. Het initiatief ligt dus bij de eigenaren en natuurlijk zal met hen het gesprek aangegaan worden over wat wel en niet in de visie past. De TAC ziet de noordkop als een kans, maar niet als een gebied waar de gemeente het voor het zeggen heeft. Mevrouw Bloemberg-Issa benadrukt dat groen, natuur en rust belangrijk zijn. Er zijn echter ook bewoners die voor wat mee reuring pleiten. Voor beide wil de gemeente plaats bieden. Het advies van de TAC is verwerkt in de visie en in de raadsflap vindt men de wijze waarop dat advies is verwerkt. Er hebben ook meerdere gesprekken met de TAC over plaatsgevonden. De TAC heeft daarbij aangegeven dat hun advies op een goede wijze verwerkt is.
Het idee is dat op het moment dat de raad deze visie heeft goedgekeurd, de TAC geïnformeerd kan worden over de wijze waarop hun advies is geïntegreerd. In de visie is voorts het behoud zowel als de verplaatsing van het Mirandabad mogelijk. De uiteindelijke beslissing wordt elders genomen. De heer CAPEL is van mening dat in dit geval inspraak hetzelfde is als participatie. Hij is van mening dat er voor deze visie voldoende participatie heeft plaatsgevonden. Inspraak bij de vergunningverlening is natuurlijk vanzelfsprekend. Hij hoopt dat hij hiermee de heer Leenders gerust kan stellen. Voor de initiatiefnemers is het belangrijk of zij voldoende ruimte zien voor bebouwing elders, maar ook of het daarbij gaat om verstandige investeringen. Er zal in ieder geval een projectleider zijn voor al die initiatieven. Met betrekking tot het punt van de ongewenste verharding wijst hij op het feit dat bij de vergunningaanvraag inspraak mogelijk is, dat ook als een vorm van monitoring kan worden gezien. Dit betekent bijvoorbeeld dat er niet zo maar meer bebouwing bij kan komen, want daardoor neemt immers het verhardingspercentage toe. De heer LEENDERS denkt wat participatie betreft er veel mensen zullen zijn die hun mening zouden willen delen over de visie die nu in deze vorm voorligt. Hij raadt aan na te gaan of die aspecten in de participatie voldoende naar voren zijn gekomen.
Als dat het geval is, dan is hij gerust, maar dat wil hij dan wel graag horen. De VOORZITTER rondt hiermee deze bespreking af, die in de raad een ‘medium’ bespreking zal krijgen. 10 Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Slotermeer 2018 (ZD2020-012377) Er zijn twee insprekers De heer Verbeek op persoonlijke titel Mevrouw Nagtegaal en mevrouw Holtkamp op persoonlijke titel De heer Verbeek blijkt door technische problemen niet hoorbaar. De volgende insprekers zijn mevrouw Nagtegaal en mevrouw Holtkamp. De dames Nagtegaal en Holtkamp konden door technische problemen niet inspreken.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
Behandeling Mevrouw VAN RENSSEN meent dat in dit bestemmingsplan terecht onderscheid gemaakt wordt tussen grondgebonden woningen en appartementen. Er geldt echter een voorwaarde met een afwijkingsbevoegdheid, die het alsnog mogelijk maakt om grondgebonden woningen om te zetten in appartementen. Zij vraagt zich af of ‘belang van bestaande voorraad’, waarvan sprake is, opgenomen kan worden in een bestemmingsplan, omdat dat haar strijdig lijkt met de Wet RO. Maar haar vraag is echter waarom deze ontheffing überhaupt is opgenomen. Dit zou gedaan zijn wegens mogelijke planschadeclaims, maar dat risico wordt vrij klein geacht. Het advies was ook om dat maar voor vijf jaar te doen. Bovendien is er inmiddels de huisvestingsverordening, waarin ook regels voor het omzetten van eengezinswoningen zijn opgenomen. Een van die voorwaarden is dat de oorspronkelijke woning minstens 200m2 moet zijn. Haar vraag is hoe de bepalingen in het bestemmingsplan zich verhouden tot de huisvestingsverordening. Kan de wethouder zich voorstellen dat deze afwijkingsmogelijkheid niet wordt opgenomen, omdat de raad zich juist duidelijk tegen dit soort woningvorming heeft uitgesproken? Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat het hierbij om een bestemmingsplan gaat dat reeds lange tijd in voorbereiding is geweest. Toentertijd was er nog geen zicht op de Huisvestingsverordening.
Toen werd door de bewoners nadrukkelijk gevraagd om het omzetten wel te regelen. Daarom is toen besloten tot het gemaakte onderscheid. Wegens het ruimtelijke aspect ervan is het wel opgenomen kunnen worden in het bestemmingsplan op deze manier. Gebleken is dat het planschadeprofiel van het splitsingsverbod niet erg groot is. Toch wordt de afwijkingsbevoegdheid zekerheidshalve opgenomen. Het is wel van belang om te zien dat activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan, altijd in de Omgevingsvergunning moeten worden aangevraagd op grond van de Wabo. Daardoor kan die voorwaarde weer wel in het bestemmingsplan worden opgenomen. De VOORZITTER denkt dat dit onderwerp hiermee voldoende besproken is en een korte behandeling zal krijgen in de raadsvergadering.
Grondzaken 11 Warmteplan Strandeiland fase 1 (ZD2020-014663) Op verzoek van de heer LEENDERS wordt dit onderwerp besproken in de raadscommissie VED. Ruimtelijke ordening 12 Kennisnemen van het collegebesluit inzake voortgang eeuwigdurende erfpacht grafrust (ZD2020-010842)
Grondzaken 13 Kennisnemen van het collegebesluit tot het vaststellen van het Uitvoeringsbesluit 2020 bij de Algemene bepalingen voor voortdurende erfpacht voor
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
woningcorporaties 1998 Amsterdam (ZD2020-014882) Inspreker is de heer De Lange van SEBA De heer DE LANGE wijst erop dat dit besluit nauw samenhangt met het grondwaardebeleid. Hij vindt het jammer dat dit onderwerp afzonderlijk behandeld wordt en niet in combinatie met de BSQ. Hij legt op een technische manier uit waarom dat belangrijk is. Het gaat nu om de verkoop van 58.000 woningen, die woningbouwcorporaties kunnen verkopen. De vraag daarbij is welke grondprijzen door de gemeente gehanteerd worden en of die prijzen marktconform zijn. In Artikel 13 van het stuk staat dat voor een gemiddelde woning van 70m 2 de sociale huurprijs 227 euro per vierkante meter gebruiksoppervlak is. Hij legt uit dat in sommige stadsdelen blijkt dat daar nog eens 269 euro per vierkante meter moet worden bijgeteld. Per saldo is de totale grondprijs 496 euro per vierkante meter gebruiksoppervlak. Dan komt men voor een woning van 70m2 uit op een kleine 35.000 euro. Hij stelt daar tegenover dat als het in Oud-West gaat om een woning van 300.000 euro met een BSQ van gemiddeld 30% er uitgekomen wordt op een grondwaarde van 81.000 euro! De vraag is daarom of hier sprake is van staatssteun, hetgeen betekent dat de koopprijs voor particuliere bewoners niet marktconform kan zijn. Het zou hierbij dan gaan om een soort staatssteun aan woningbouwcorporaties van wellicht enkele miljarden.
Behandeling Mevrouw NAOUM NÉHMÉ denkt dat de wijze waarop de grondprijs wordt berekend voor de corporaties aangepast moeten worden naar aanleiding van de nieuwste samenwerkingsafspraken, omdat die grondprijs niet op dezelfde wijze tot stand komt als elders het geval is. Daardoor is mogelijk sprake van staatssteun. Zij heeft hierover twee vragen. Er is een klacht hierover ingediend bij de Europese Commissie. Zij wil weten wat daarvan de status is. Verder wil zij weten wat de reden is dat de grondprijs in de samenwerkingsafspraken met circa 10% is verlaagd ten opzichte van 2016. Waarom gelden voor de corporaties lagere grondprijzen? De heer BOOMSMA vraagt zich ook af wat de rechtvaardiging is van het feit dat de gemeente twee verschillende methodes hanteert om de grondwaarde te bepalen, hetgeen ten voordele van de corporaties uitpakt en in het nadeel is van particuliere huiseigenaren. Hoe kan het zijn dat de prijzen ten opzichte van 2016 nog verder worden verlaagd? Is dat marktconform of niet? Hij vindt het ook interessant dat men ervoor kiest om nieuwe aanbiedingen te indexeren voor de komende jaren. Dat zou een prima oplossing zijn voor mensen die nog niet zijn overgestapt. Hij vraagt zich af of hier een juridisch advies is opgesteld voor wat betreft de vraag of hier sprake is van staatssteun of niet.
Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat dit uitvoeringsbesluit 2020 een nadere uitvoering is van de gemaakte samenwerkingsafspraken. Het is dus niet een nieuw beleid. Die samenwerkingsafspraken binden de corporaties aan een heleboel eisen vanuit de gemeente. Dat zijn allemaal zaken die niet gelden voor particuliere huiseigenaren of particuliere huurders. Dat is de reden waarom er tot een andere prijs gekomen kan worden. Dat slaat neer op de grondprijzen. Wat de vermeende staatssteun betreft, geldt dat het bouwen en exploiteren van sociale huurwoningen voor corporaties geen rendabele activiteit is, omdat er zoveel eisen aan zitten. Bovendien is het zo dat corporaties de verplichting hebben om eventuele winsten direct weer in sociale woningbouw te investeren. Dat geldt natuurlijk niet voor particuliere verhuurders. Daarom ziet zij niet dat hier het risico speelt op staatssteun. Zij moet het antwoord op de vraag van mevrouw Naoum Néhmé schuldig blijven, die vroeg wat de status is van de klacht bij de Europese Commissie. Zij komt hier zo snel mogelijk op terug.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is verbaasd door het antwoord van de wethouder, want het gaat hier over sociale huurwoningen die verkocht worden. Dat zijn dus niet (?) activiteiten. Zij wijst op wat gebleken is uit de gesprekken met IVBN over hoe de gemeente de residuele grondprijs weet te berekenen, waarbij sprake is van gewenste grondprijzen. Haar vraag aan de wethouder is of zij de wijze van berekening van de grondprijzen, die voor corporaties gelden, met de raad wil delen. Wethouder VAN DOORNINCK zal nagaan of zij dat kan doen. De heer MANGAL vraagt zich af waarom er een hele aparte methode is ontwikkeld voor die berekening. Kon er niet gewoon gewerkt worden met een soort korting voor bepaalde diensten. Waarom dat verschil? Wethouder VAN DOORNINCK legt uit dat er voor woningbouwcorporaties andere vragen gelden, omdat zij geen rendabele activiteiten uitvoeren, omdat er eisen aan hen gesteld worden én omdat als zij winst zouden maken op de verkoop van hun panden hun winst onmiddellijk in sociale woningbouw geïnvesteerd moet worden. Er is geen sprake van de verlaging van grondprijzen ten opzichte van 2016. Het is het verschil tussen vierkante meter BVO en GBO. De heer MANGAL vindt het geen antwoord op zijn vraag (de korting voor bewezen diensten). Waarom een aparte berekening? Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat de gevolgde procedure gelijk is aan die welke landelijk gevolgd wordt.
Wat de korting betreft overvraagt de heer Mangal haar. Het lijkt haar een rare zaak om van te voren een afspraak te maken over welke grondprijs berekend zal worden. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp hiermee voldoende behandeld is. 14 Kennisnemen van het Collegebesluit tot het vaststellen van aanvullend beleid voor de overgang van erfpachtrechten naar eeuwigdurende erfpacht tbc de overnamen van corporatiewoningen door wooncoöperaties (ZD2020-014885) Dit agendapunt is doorgeschoven 15 Beantwoording vraag raadslid Naoum Néhmé over bouwverhoudingen in Sloterdijk-Centrum (ZD2020-014964) Dit agendapunt is doorgeschoven 16 Kennisnemen van het collegebesluit d.d. 17 november 2020 inzake het vaststellen van de lijst ‘Opdrachtgeverschap projecten in de gebiedsontwikkeling’ en de kaart met grenzen van stedelijke gebieden, projecten en belangen (ZD2020014910) Dit agendapunt is doorgeschoven 17 Brief over vervolg planontwikkeling Havenstraatterein en overleg
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
tramorganisaties (ZD2020-014929) Dit agendapunt wordt behandeld in aanwezigheid van de heer Capel, voorzitter stadsdeel Zuid. Mevrouw DE BRUINE heeft de volgende opmerkingen en vragen over de voorliggende brief. Allereerst refereert zij aan de tender (behandeld in de commissievergadering van 11 december 2019) waar een meerderheid voor was. Het betrof een tender tussen de 500 en 1250 vierkante meter plus een aantal randvoorwaarden. Zij kan de getrokken conclusie niet terugvinden in het verslag van toen. Daarom is haar vraag waarom de wethouder stelt dat de randvoorwaarden bij die tender door een meerderheid van de commissie werden gesteund? Verder wijst zij erop dat de Raad van State in maart 2019 het bestemmingsplan heeft vernietigd, omdat de belangen van de tramorganisatie onvoldoende werden behartigd. Daarom verbaast het haar dat de wethouder nu harde eisen stelt aan de organisatie. Zij vraagt zich af of de wethouder hierbij niet doorschiet in het stellen van harde eisen aan vrijwilligersorganisaties in de stad. De tramorganisaties maken zich grote zorgen over de haalbaarheid van het plan. Het aangaan van een loods van maximaal 1250 m2 is afhankelijk van tal van randvoorwaarden.
De vragen van de tramorganisatie komen maar niet op tafel! Zij vraagt de wethouder of zij kan toezeggen dat de vragen van de tramorganisaties nog dit kwartaal worden beantwoord, zodat een verdere vertraging van het proces kan worden voorkomen. Verder is er nog geen onderzoek gedaan naar overlast door stof en geluid die afkomstig is van het trammuseum of het ernaast liggende GVB. De gemeentelijke monumentenstatus is voor het Amsterdamse deel voor het trammuseum afgewezen, terwijl het voor het Amstelveense deel wel is toegewezen. Kan de wethouder deze afwijzing motiveren? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ sluit zich aan bij alle vragen van mevrouw De Bruine. Zij refereert daarbij aan de motivatie van de uitspraak van de Raad van State destijds. Zij hoort graag een nadere reactie van de wethouder daarop. Zij wijst erop dat het recht van verenigen een grondwettelijk recht is in Nederland. Dat recht lijkt hier nu onder grote druk te staan. Daarom wil zij weten waarom de daarop betrekking hebbende eisen worden gesteld door de wethouder. Mevrouw VAN SOEST steunt de bijdrage van mevrouw De Bruine en mevrouw Naoum Néhmé. Zij benadrukt dat de stad zuinig moet zijn op het historisch bezit. Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt richting mevrouw De Bruine dat het gaat om een meerderheid van de raad.
Om snelheid in het proces te behouden is echter een voorstel gedaan dat besproken is en waarbij de meeste partijen – misschien niet de meerderheid van de commissie – toen akkoord gingen. In de raad was er in ieder geval een meerderheid voor het aanvaarden van deze 1250 m 2 voor de tramloods. Daardoor kon het college door met dit bestemmingsplan. Daarom worden op deze manier de gesprekken nu gevoerd, zodat een situatie voorkomen wordt waarin de gesprekken weer vastlopen. Daarom zijn er die specifieke eisen aan organisaties gesteld, want het moet allemaal ingepast worden in het bestemmingsplan. De kwestie loopt immers al heel lang. Het belangrijkste is dat als deze tramloods in het bestemmingsplan wordt opgenomen er moet worden aangetoond dat het een levensvatbaar verhaal is. Vandaar dat zij vraagt om een personele unie, omdat eenheid in beleid en bestuur gegarandeerd moet zijn. Daarom is het belangrijk te weten met wie afspraken gemaakt kunnen worden. Zij gaat graag verder met de tramorganisaties, maar daarbij moet zij wel bepaalde zekerheden hebben om dat staande te kunnen houden en daar zijn stevige afspraken voor nodig. Mevrouw De Bruine had voorts zeer specifieke vragen, waarvoor haar kennisniveau tekortschiet. Zij verwijst daarom naar de mensen van het stadsdeel,
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
maar ook van de centrale stad, die de begeleiding van dit project voortdurend op zich nemen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil weten of de wethouder het met haar eens is dat het ook een kwestie is van bestuurlijk vermogen, om – ondanks het feit dat het verschillende organisaties zijn – het toch te proberen om daarmee te schakelen in plaats van uiteindelijk toch het verenigingsrecht te schaden, hetgeen een grondwettelijk recht is. Wethouder VAN DOORNINCK kan de redenatie van mevrouw Naoum Néhmé voor een groot deel volgen, maar zij kijkt ook even naar de praktijk, dat wil zeggen de gesprekken die de afgelopen jaren gevoerd zijn. Daarbij is het tot nu toe niet gelukt om met drie partijen op één lijn te komen. Vandaar de nu gestelde eisen en die zijn ook juridisch gecheckt. Daarbij bleek dat die eisen gesteld mogen worden. Het proces kan eenvoudig niet voort als die eisen niet gesteld zouden mogen worden. Er heeft reeds een uitgebreide discussie rond de monumentenstatus plaatsgevonden. Voor Amsterdam geldt dat twee belangrijke plannen niet door kunnen gaan als die monumentenstatus wordt toegekend. Vandaar dat het college het verzoek om die monumentenstatus niet wil inwilligen. Er wordt wel voor gezorgd dat de inpassing in het terrein wel erg goed is. Bovendien is de lijn al een keer aangepast, dus er is geen sprake nu van een oorspronkelijke situatie.
Mevrouw Naoum Néhmé wilde weten of het oude bestemmingsplan er zomaar bij gepakt mag worden omwille van de haast. De systematiek van de Wet RO en de jurisprudentie van de Raad van State staat toe dat bij vernietiging van het bestemmingsplan terug wordt gevallen op het ontwerpbestemmingsplan. Dat is wat er gedaan is door het college. Het criterium om niet de hele bestemmingsplanprocedure te doorlopen is dat er sprake is van een wezenlijk anders plan. Hier gaat het niet om een wezenlijk anders plan. Het gaat nu om de wel of niet inpassing van die tramloods. Vandaar dat het college dit kan doen. Beroep staat alleen open voor belanghebbenden, die eerder een zienswijze hebben ingebracht. De heer CAPEL erkent dat er intensieve contacten zijn vanuit het stadsdeel met de tramorganisaties. Dus als er nog vragen zijn, zoals die van mevrouw De Bruine, dan kan men zich tot de medewerkers van het stadsdeel wenden. De organisaties maken zich zorgen over de haalbaarheid van het businessplan. De gemeente heeft haar expertise aangeboden bij het opstellen van dat businessplan. Het gaat hierbij om een zeer aanzienlijk bedrag aan investeringen, waarvoor de gemeente niet zo maar even een blanco cheque kan uitschrijven. Daar handelt het college en het stadsdeel naar. Vandaar de voorwaarden.
Het goede nieuws is dat het businessplan een voldoende basis vormt voor het kunnen voldoen aan het huurcontract. De tweede voorwaarde betrof steeds de omvang van het trammuseum. Die omvang is in samenspraak met de tramorganisaties bepaald. De derde voorwaarde is de personele unie, die voor de hand ligt, omdat samenwerking onontbeerlijk is. Die unie is dus nodig om te voorkomen dat de zaak toch weer uiteenvalt. De gemeente wil dat cultureel erfgoed wel, maar dan zodanig dat het de gewenste woningbouw niet in de weg zit. De gemeente wil nu zo snel mogelijk gaan tenderen. Hij benadrukt de wenselijkheid de zaak positief te benaderen en niet uitsluitend te concentreren op barrières. Iedereen moet meewerken om dit tot een goed einde te brengen. Mevrouw VAN SOEST hoorde de wethouder zojuist aangeven niet alle vragen van mevrouw De Bruine te kunnen beantwoorden, waarvoor zij verwees naar het stadsdeel. Zij zou graag zien dat de commissieleden de beantwoording van die vragen schriftelijk krijgen gepresenteerd. Wethouder VAN DOORNINCK meent gehoord te hebben dat die vragen heel specifieke detailvragen waren aan de tramorganisaties betreffende de uitvoering. Zij denkt dat de gewenste voortgang wil dat de tramorganisaties die antwoorden krijgen,
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
want daar gaan de zorgen om. De VOORZITTER denkt dat hiermee dit onderwerp voldoende is behandeld. 18 Afsprakenbrief en co-creatie Volkstuinen De Nieuwe Kern (ZD2020-014994) Er zijn drie insprekers Mevrouw Snel-Mulder op persoonlijke titel Mevrouw Van Doorn van Ons Lustoord De heer De Boer op persoonlijke titel De eerste inspreker is mevrouw Snel-Mulder. Mevrouw SNEL-MULDER is zeer verontrust door de mededeling van de wethouder over het doorgaan van de afspraken over De Nieuwe Kern op 9 december. De wethouder sprak daarbij naar haar mening over een ander, op zichzelf staand traject. De afspraak is tot stand gekomen in overleg met de gemeente, de bond van volkstuinders en een zelfstandig tuinpark. De gemeente heeft gesteld dat de inhoud van de gesprekken geheim moest blijven. Er is dus nooit ruggenspraak gehouden met de tuinders, zoals de wethouder dat wel doet voorkomen. Bezwaren die haar achterban naar voren bracht werden afgedaan met het argument dat de maatregelen gebaseerd waren op stedelijk beleid, dat voor alle tuinparken zou gaan gelden. Dit stedelijk beleid is voorlopig van tafel. Wethouder Van Doorninck refereert aan afspraken met de gemeente OuderAmstel. Het participatie traject over De Nieuwe Kern met Ouder-Amstel heeft geresulteerd in een alternatief voor (?).
De voorstellen in de afsprakenbrief bevatten elementen die van invloed zijn op de vormgeving van het volkstuinpark. Hoe goed is het overleg met Ouder-Amstel! Met de nu voorliggende afsprakenbrief zou er 275m2 van het park verdwijnen. Deze tuinders kunnen in de buurt een tuin van 130m2 aanleggen. De Permanentverklaring Volkstuinen van 1970 stelt dat vergelijkbare vervangende tuinen hun recht zijn. Zijn de ambtenaren dat vergeten? De co-creatie: er wordt een proces voorgesteld waarin tuinders over 10 belangrijke punten niets te zeggen hebben. Met elkaar mogen ze wel besluiten welke tuinen moeten verdwijnen voor een fietspad en voor voorzieningen waar niemand op zit te wachten. Zij vindt het onvoorstelbaar dat mevrouw Van Doorninck na de excuses van 9 december aan alle volkstuinders en het intrekken van de uitvoeringsstrategie, denkt dat de afsprakenbrief van de 9e december wel door kan gaan voor De Nieuwe Keren. Deze vier parken vallen wel onder de uitvoeringsstrategie! Daar worden zij echter van buiten gesloten. Zij stelt voor dat wethouder Van Doorninck een hoorzitting organiseert met de betrokkenen van de afspraken. Dan kan duidelijk worden wat hier misgaat. De volgende inspreker is mevrouw Van Doorn. Mevrouw VAN DOORN vertelt dat Ons Lustoord in 1957 op de huidige plek is terechtgekomen samen met Nieuw Vredelust en Dijkzigt.
In november 2020 kregen de tuinders de afsprakenbrief gepresenteerd zonder eerdere communicatie! Ook de Bond van Volkstuinders heeft haar tuinders ook niets gevraagd. Zij voelt zich monddood gemaakt door geheime besprekingen. De nu voorgestelde maatregelen, zoals de fietspaden, zijn reeds in haar tuinpark. Een extra verhard fietspad is dan ook overbodig. Om het tuinpark heen bevinden zich reeds veilige en verlichte fietspaden. Het park is openbaar en iedereen is welkom. Zij weet dat de gemeente reeds is gevraagd door haar achterban de afsprakenbrief als niet geschreven te beschouwen. Zij zegt achter te blijven in verwarring, ongeloof en verbijstering. Zij kan haar gevoelens niet goed overbrengen. De laatste inspreker is de heer De Boer
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
De heer DE BOER is van mening dat de voorliggende afsprakenbrief geen doel op zich is. Het is een instrument om tot iets moois te komen. Wat was ook al weer de schoonheid die de partijen voor ogen hadden? Dat was o.a. de te bouwen wijk. Oorspronkelijk zouden voor dit plan twee halve volkstuinparken en een geheel tuinpark opgeofferd moeten worden. Het is dankzij de overlast van het vliegverkeer dat vele tuintjes zullen worden gespaard. Met een beetje goede wil kan Amsterdam dezelfde bouwopgave realiseren en de wijk om hun tuinpark heen bouwen. In het voorlopig ontwerp voor deze wijk is een stadspark ingetekend. Er staan huizen ingetekend waar nu Nieuw Vredelust ligt. Het nieuwe stadspark verhoudt zich in natuurwaarde als de sojavelden tot het regenwoud dat ervoor wordt gekapt. Dat park zou qua natuurwaarde 60 jaar achterstand betekenen ten opzichte van wat nu Nieuw Vredelust doet. Hij wijst de raadsleden erop dat nu het moment gekomen is om te kiezen voor de Groene Kern, een wijk met hetzelfde aantal woningen rond een kern met hoogwaardige en een volgroeide natuur. In de afsprakenbrief ligt besloten dat aan het einde van deze bestuursperiode de gemiddelde grootte van de volkstuintjes kleiner zal zijn, dat het aantal Amsterdammers met een volkstuintje zal zijn verminderd en dat het totale oppervlak van Amsterdamse tuinparken zal zijn afgenomen.
Zoiets is in geen 50 jaar gebeurd! Sinds het begin van vorige eeuw hebben de Amsterdamse tuinparken een permanente status. Hij vraagt de raadsleden de permanentverklaring uit de nota Walraven te eerbiedigen en de groene ambitie te vertalen door Nieuw Vredelust en Ons Lustoord onderdeel te maken van de Groene Kern. Het is tijd om de afsprakenbrief te heroverwegen. Behandeling Mevrouw BLOEMBERG-ISSA heeft kunnen zien dat onderdelen van de uitvoeringsstrategie Volkstuinenbeleid gepresenteerd zijn als vaststaand beleid. Bepaalde onderdelen zijn echter ingetrokken, maar toch zijn sommige zaken wel reeds vastgelegd via de afsprakenbrief. De vertegenwoordigers van de volkstuinders hebben bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop deze afsprakenbrief tot stand is gekomen. Tuinders zijn niet gehoord en niet op de hoogte gehouden. Onder hen bestaat geen draagvlak voor de afspraken. Zij heeft de volgende vragen voor de wethouder. Is de wethouder bereid om deze afsprakenbrief in te trekken en om de tuinders in de besluitvorming te betrekken? Is de wethouder bereid om een hoorzitting te organiseren over hoe het gegaan is? Kan de wethouder reageren op de genoemde permanentverklaring, waarin afspraken zijn vastgelegd over wat er gebeurt als de volkstuinen verdwijnen.
De heer LEENDERS vraagt zich af welke elementen uit de uitvoeringsstrategie in de afsprakenbrief zitten en welke (onverstaanbaar) voor de uitvoeringsstrategie die opnieuw bezien wordt. Hij begrijpt niet hoe deze afsprakenbrief nu op tafel kan liggen als de wethouder niet met de betrokkenen gesproken heeft. Ook daarover hoort hij de wethouder graag nader. Mevrouw VAN RENSSEN ziet graag dat er op een goede manier wordt gekeken naar de afspraken die zijn gemaakt met de verschillende tuinparken en met name naar de vraag hoe het proces nu wel vlot getrokken kan worden. Zij ziet graag dat bekeken wordt hoe het groen van Nieuw Vredelust behouden kan blijven, ondanks de uitdaging die dat zou bieden in de aanlegfase. Zij vraagt de wethouder daarop in te gaan. Mevrouw VAN SOEST sluit zich aan bij de vragen van mevrouw BloembergIssa en de heer Leenders. Zij benadrukt dat een afsprakenbrief van 93 pagina’s geen brief meer is, maar een boekwerk. Zij vindt het te gek voor woorden dat men hiermee opgezadeld wordt. Zij vraagt de wethouder te bekijken of het mogelijk is hier een uittreksel van te maken.
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
De VOORZITTER verwijst mevrouw Van Soest naar de flap waar een bestuurlijke samenvatting in moet staan. De heer NIJSSEN weet dat hij het niet beter kan zeggen dan de insprekers, maar hij doet een poging. Tijdens de inspraakavond heeft hij de wethouder horen zeggen de uitvoeringsstrategie terug te trekken. Daarom is hij verbaasd dat er nu wel vastgehouden wordt aan deze afsprakenbrief voor De Nieuwe Kern. Pijnlijk is dat die afsprakenbrief zonder betrokkenheid van de tuinders tot stand is gekomen. Ook hij vraagt om deze afsprakenbrief in te trekken en alsnog met de betrokken tuinparken in gesprek te gaan. Wethouder VAN DOORNINCK denkt dat het goed is om in te zien dat de situatie van de tuinen in De Nieuwe Kern verschilt van de andere tuinparken in Amsterdam. Daar wil zij werken met een uitvoeringsstrategie richting meer toegankelijkheid en meer ruimte voor anderen om te genieten van het groen. Zij heeft eind vorig jaar inderdaad gezegd de ontwikkeling even on hold te stellen en het gesprek aan te gaan. Dat betrof met name de huurverhoging. De situatie van de tuinen in De Nieuwe Kern is in zoverre anders dat het idee dat er iets met de afspraken moet gebeuren niet specifiek een uitvloeisel zijn van de uitvoeringsstrategie, maar een uitvloeisel van plannen die 2017 tussen Amsterdam, Ouder-Amstel en de andere grondeigenaren gemaakt zijn om daar een woonwijk van te maken.
Destijds besloegen die plannen meerdere tuinparken. Er zouden toen meer tuinparken moeten verdwijnen. Daarna is zij in gesprek gegaan met Ouder-Amstel om te kijken of er op een andere manier met de wensen van Ouder-Amstel om daar woningen te laten verrijzen zou kunnen worden omgegaan. Een andere invulling zou wellicht leiden tot een mindere inlevering van ruimte door de volkstuinen. Daar zijn heel goede gesprekken over gevoerd. Dat heeft geleid tot het plan dat nu voorligt. De verschillende uitvoeringen daarvan bij de volkstuinparken zijn daar integraal onderdeel van. Dus de afsprakenbrief voor de volkstuinen van De Nieuwe Kern zijn een direct gevolg van de afspraken die gemaakt zijn met Ouder-Amstel. Zij is er erg blij mee dat het haar destijds gelukt is om veel meer volkstuinen te behouden dan in eerdere plannen het geval was. Het betekent echter nog steeds dat niet alles kan blijven. De gevonden oplossing houdt in dat wel alle tuinders kunnen blijven maar dan op een iets kleiner gebied. Dat betekent een herinrichting van de tuinen. Daar gaat de afsprakenbrief voor een groot deel over. Zij begrijpt dat dat voor tuinders die moeten verhuizen een enorm gemis is. Maar dit is het resultaat van de afspraken die eerder gemaakt zijn.
Ondanks de noodzaak om woningen te bouwen, is toch een poging gedaan om deze nieuwe wijk tot stand te brengen en alle tuinders toch een plek voor een tuin te bieden in dit gebied. Dat vergt dus een andere inrichting. Vandaar dat het lijkt dat zij zich hier niet houdt aan het feit dat zij heeft gezegd het uitvoeringsbesluit op te schorten. Mevrouw Bloemberg-Issa vroeg naar hoe het zit met die permanentverklaring. Er is inderdaad ooit afgesproken dat als een tuin moet verdwijnen dat gecompenseerd moet worden. Die compensatie wordt nu dus gevonden in die nieuwe inrichting van de drie tuinen die overblijven nadat Nieuw Vredelust plaats heeft moeten maken voor woningbouw. Er zijn daarbij afspraken gemaakt met de Bond die drie tuinparken vertegenwoordigt en met de Federatie. De besturen van de andere parken waren daarbij wel aanwezig als toehoorder. In verband met de gewenste toegankelijkheid van de tuinparken, waaraan zij wel wil vasthouden, gaat zij op 3 februari samen met de wethouder van Ouder-Amstel bij de verschillende tuinbesturen op bezoek om hierover het gesprek te gaan voeren. De afsprakenbrief is in feite het begin van een co-creatie, waarbij een paar afspraken als gegeven gelden. Het zijn de tuinders die samen gaan bedenken hoe die hele inrichting eruit gaat zien met voorwaarden, zoals een fietspad en die toegankelijkheid.
Die gesprekken zullen in april gevoerd gaan worden. Dus dan pas begint de verdere uitwerking van de afsprakenbrief, omdat het dan hopelijk fysiek kan gaan gebeuren in plaats van online, want daar zijn de gesprekken te belangrijk voor!
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
Daarom is zij van mening dat het voorbarig zou zijn om nu de afsprakenbrief in te trekken, omdat er sowieso pas later aan co-creatie begonnen gaat worden. Op 3 februari heeft zij dat gesprek met de bestuurders. Hier geldt dus een andere achtergrond dan bij de uitvoeringsstrategie, waarnaar in de afsprakenbrief wordt verwezen. Over de knelpunten huurverhoging, beheer en riolering bestaan nog geen vaste standpunten in de afsprakenbrief. Daarom denkt zij dat met de afspraken die in de afsprakenbrief staan prima met de co-creatie kan worden begonnen met de betrokken partijen in april. Verder stelt zij voor om dit traject zijn eigen loop te laten hebben. Tweede termijn Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoorde de wethouder zeggen dat de afsprakenbrief niet een specifiek uitvloeisel is van de uitvoeringsstrategie. Daarom wil zij horen waarom er dan wel verwezen wordt naar de beleidspunten van de uitvoeringstrategie. Bovendien is het niet vaststaand beleid, maar het wordt wel als zodanig gepresenteerd. Zij ziet het dus heel anders dan de wethouder. Daarom houdt zij vast aan haar standpunt deze afsprakenbrief nu niet door te laten gaan en deze in te trekken en opnieuw met de tuinders in gesprek te gaan. Met betrekking tot de permanentverklaring hoorde zij de wethouder verklaren dat het allemaal wel goed komt, omdat de tuinen op een andere plek terugkomen.
Is de wethouder bereid om een vergelijkbaar gebied te zoeken, zodat de tuinen ook hun grootte en aantal behouden blijven? De heer LEENDERS vraagt zich af welk beleidskader hier nu leidend is in dit gebied. Hij hoort de wethouder daar nog graag nader over. De heer NIJSSEN is van mening de tuinders van De Nieuwe Kern te horen zeggen dat dit niet hun verhaal is, omdat zij hierin niet gehoord zijn. Van een co-creatie is dan ook geen sprake. De wethouder wijst hierbij naar de afspraken die gemaakt zijn met Ouder-Amstel. Ook voor hem geldt dat hij vraagt de afsprakenbrief van tafel te halen. Wethouder VAN DOORNINCK meent zojuist duidelijk te hebben gemaakt dat zij ervan uitging dat toen zij de afsprakenbrief opstelde de uitvoeringsstrategie aangenomen zou worden. In de uitvoeringsstrategie staan echter veel punten waar ook de Bond van Volkstuinders het helemaal eens waren. Het is niet zo dat nu alle punten uit de uitvoeringsstrategie ‘bij het vuilnis worden gezet’. Zij heeft gezegd het gesprek aan te zullen gaan over met name de huurverhoging. Dat is een van de belangrijkste punten waarom er zo veel verzet was. Dat is een van de belangrijkste punten waarover zij met de tuinders en de Bond opnieuw in gesprek gaat. De huurverhoging en het beheer zijn twee dingen die niet in de afsprakenbrief staan.
Zij denkt dat een verwijzing naar het uitvoeringsstrategie, die nog niet aangenomen was, niet geldt, maar wel de verwijzing naar het volkstuinenbeleid zoals we dat kennen uit 2005, waarin meer diversiteit, meer toegankelijkheid en meer openbaarheid werd gevraagd. Dat was een beleid dat eigenlijk in de uitvoering is blijven hangen. Daarom is samen met de Bond geconcludeerd dat er een nieuwe uitvoeringsstrategie moet komen, maar het beleid uit 2005 geeft al een aantal punten over openbaarheid, diversiteit etc. Dus het is niet zo dat de afsprakenbrief nergens op gebaseerd is. Mevrouw Bloemberg-Issa vroeg om een vergelijkbaar gebied te zoeken. Daar is naar gekeken. Het zou betekenen dat een ander groen gebied opgegeven moet worden voor volkstuinen. In Amsterdam zijn er echter niet veel groengebieden en die diversiteit daarin wordt nu juist zo gewenst. Daarom is zo’n keuze niet de eerste die zij zou maken. Dus de precedentwerking van de heer Leenders vreest zij niet zo. Zij denkt dat het in De Nieuwe Kern juist kan gaan om een mooi voorbeeld van hoe andere tuinen
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
gaan werken aan hun grotere toegankelijkheid. Er is in de uitvoeringstrategie gezegd dat het voor iedere tuin maatwerk zou worden wat het nieuwe beleid precies inhoudt. Dat is precies wat in De Nieuwe Kern gedaan wordt. Het beleid dat geldt is het Amsterdamse beleid, omdat Amsterdam de verhuurder is van de tuinen. Het is Amsterdams grondgebied in de gemeente OuderAmstel. Zij is het eens met de stelling van de heer Nijssen dat er geen co-creatie heeft plaatsgevonden. Daar gaat nog aan begonnen worden! De afsprakenbrief is het startschot om tot de co-creatie te komen. Om verwarring te voorkomen gaat zij op 3 februari met haar collega uit Ouder-Amstel naar de tuinders om hen te spreken over deze afspraken. De voorzitter sluit hiermee deze beraadslaging 19 Motie van de leden Kat, Kreuger, De Heer, Naoum Néhmé en Ceder inzake het Investeringsbesluit NDSM-werf 2020 (Amsterdam succesvolle Plek moet blijven) (ZD2020-015056) Er zijn twee insprekers De heer Steenbeek van Pllek De heer Ezinga van IJver Amsterdam De heer STEENBEEK dankt voor de steun gevoeld tijdens de lobby van de afgelopen twee jaar. De motie voelde voor hem als een grote erkenning vanuit de Amsterdam. Hij moet echter concluderen dat er in feite weinig veranderd is in de positie van Pllek. De motie stelt dus niet gerust gezien de reactie van het college daarop. Hij begrijpt het niet meer.
De gemeenteraad pleit ervoor de plek van Pllek zo lang mogelijk te behouden, maar het college laat andere gemeentelijke belangen zwaarder wegen dan het verlangen van de raad. Hij heeft reeds laten zien waarom Pllek zo bijzonder is voor de stad zonder enige subsidie. De programmering van Pllek is echter een zeer kostbare zaak. De afgelopen 12 maanden is er dan ook alleen maar met verlies gedraaid. De afbraak van Pllek gaat trouwens ook tonnen kosten. Misschien krijgt hij van het college te horen dat Pllek nog één jaar langer mag blijven. Dat is geen perspectief! En zonder perspectief kan Pllek niet functioneren. Dan bestaat Pllek niet meer zoals hij dat aangetoond heeft. Daarom vraagt hij de raad met klem Pllek dat perspectief te bieden na Corona. Dat wil zeggen drie jaar extra tot 2025 en daarna eventueel per jaar een jaar verlenging. Hij heeft samen met de gemeenteraad opgeroepen Pllek zo lang mogelijk te behouden, maar helaas ziet hij daarvan weinig terug. Daarom is zijn vraag wat de aangenomen motie waard is als er niet op geacteerd wordt. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat in de reactie van het college op de motie staat dat de verlenging van de huurovereenkomst telkens voor maximaal één jaar gaat zijn.
Is dat een voldoende termijn voor de heer Steenbeek om te kunnen programmeren en vooruit te plannen? De heer STEENBEEK antwoordt een eerste jaar nodig te hebben om geld te verdienen, maar ook afbreken kost heel veel geld! Zijn schatkist is nu helemaal leeg en hij zit in de schulden. Er is bovendien perspectief nodig! Anders valt er niet meer te programmeren. De volgende inspreker is de heer Elzinga, maar doordat de techniek het wederom laat afweten moet afgezien worden van deze bijdrage. Behandeling
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
Mevrouw KAT heeft dit punt geagendeerd wegens de belangen van een groot aantal betrokken organisaties. Zij heeft daarbij ook gesproken met NDSM Maakstad. Daarbij bleek haar dat de gehele ondernemersvereniging zich op dit moment zorgen maakt over het proces rondom de gebiedsontwikkeling van NDSM-Oost. Er blijkt een tegenstelling te bestaan rond het realiseren van bedrijvigheid en de ondernemersfunctie ten opzichte van de sportopgave die eerder door de raad is vastgesteld. Die tegenstelling is groot! Het is misschien een moeilijk proces om de ondernemers en de bewoners bij elkaar te brengen, maar het kan. Zij wil de wethouder meegeven deze uitdaging samen aan te gaan. Het is haar helder dat de functies moeten blijven bestaan. Waarom lukt dat niet en waarom zijn de zorgen van die ondernemers zo groot? De ondernemers van NDSM-Oost hebben aangegeven mee te doen in de gebiedsontwikkeling en om gezamenlijk tot een plan te komen. Zij geven daarbij aan te geloven dat dat haalbaar is. Dus er is bereidheid van de ondernemers, zoals ook die van de inwoners. Van de kant van het college ziet zij echter nog geen enkele uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek; geen enkele keuze wordt voorgelegd aan de raad over waar het naar toe gaat met de gebiedsontwikkeling.
Ondertussen heeft men te maken met de motie en met Pllek die geen perspectief heeft als ondernemer om de komende periode te gaan ondernemen. Dat rekent zij de wethouder absoluut aan! De vraag is hoe hier nu mee verder te gaan? Wat voor perspectief kan geboden worden aan Pllek en aan de rest van de ondernemers in het gebied. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ hoort dat mevrouw Kat gepassioneerd is en vindt dat passend bij het onderwerp dat nu besproken wordt. Zij denkt de woorden van mevrouw Kat te kunnen samenvatten door te stellen dat zij niet blij is door de wijze waarop het college de motie uitvoert. Mevrouw KAT zegt inderdaad niet tevreden te zijn over de wijze waarop het college omgaat met de motie. Zij ziet de handreiking van de ondernemers richting het college. Dus het woord is nu aan het college om daar antwoord op te geven. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is blij met deze reactie van mevrouw Kat, wier partij immers lid is van de coalitie. Zij hoort graag van mevrouw Kat wat zij uit deze bespreking wil halen en wat wethouder Van Doorninck nu absoluut moet zeggen vanmiddag. Mevrouw KAT hoort een handreiking van de ondernemers naar de toekomst toe. Zij zou graag zien dat de gebiedsontwikkeling een start gaat krijgen. Daarnaast is er ook de gewenste bedrijvigheid. Het is een kwestie van én én: de groenopgave, maar ook het behoud van werkgelegenheid van de culturele ondernemers in het gebied.
Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil weten of mevrouw Kat ook aanstuurt op 2028 waar het de wethouder betreft? Als de wethouder daar niet aan wil voldoen, welke gevolgen gaat mevrouw Kat daar dan aan verbinden vanuit de coalitie? Mevrouw KAT kan daar nu nog niet op ingaan, want zij is benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. Zij wil echter heel helder zijn over de gebiedsontwikkeling. D66 ziet de groenopgave, maar met behoud van de ondernemers, de werkgelegenheid en dus het behoud van de culturele ondernemers in dat gebied. De heer LEENDERS is blij met deze agendering door mevrouw Kat. Hij hoorde haar zorgen die niet alleen betrekking hadden op groen, maar ook op de cultuur en het ondernemerschap. De PvdA sluit zich aan bij de oproep tot samenwerking, die de ondernemers daar ook doen. Zijn fractie wil ook wijzen op het belang van de kleine
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
ondernemers, want ook die zijn onlosmakelijk verbonden met de NDSM. Hij vraagt de wethouder om met hen in gesprek te gaan. Er wordt gezocht naar nieuwe manieren van ontwikkelen. Dat is hier nu juist mogelijk! Hij roept op in gezamenlijk aan dit gebied te gaan werken om er een unieke participatie te laten slagen voor een uniek gebied. De dag van mevrouw NAOUM NÉHMÉ kan niet meer stuk nu zelfs de PvdA het opneemt voor ondernemers. Zij sluit zich aan bij de woorden van de heer Leenders en mevrouw Kat en zij roept de wethouder op zeker met (?) te spreken, maar ook om de ondernemers zo snel mogelijk uit te nodigen voor een gesprek en dat zij ook de motie uitvoert die breed is aangenomen, namelijk perspectief op de lange termijn. Iedere keer een jaar verlengen biedt natuurlijk in het geheel geen perspectief! Wethouder VAN DOORNINCK sluit zich aan bij de eensgezindheid in de commissie. Het idee dat NDSM ontwikkeld gaat worden als een groene plek met cultuur en ook bedrijvigheid, maar waarbij groen wel voorop staat. Daar staat het college ook achter. Daarbij worden de betrokken NDSM-partijen uitgenodigd om mede uitvoering te geven aan de plannen. Dat gesprek waartoe zij opgeroepen wordt, wordt allang gevoerd. Het gaat qua besluitvorming wel richting de vraag wat die toekomst dan is. Er is ooit gesteld voorlopig even niets te doen en allerlei tijdelijke initiatieven toe te laten.
Op het moment dat er aan een nieuwe invulling gewerkt gaat worden en de raad haar de opdracht geeft om al die tijdelijke contracten op te zeggen, dan is dat wel een situatie waarin daar zich reeds de meest prachtige initiatieven hebben voorgedaan. Dat betekent echter niet dat alle belangen zoals ze nu gevestigd zijn één op één overgezet kunnen worden. Dan komt er geen verandering. Die vergroening is ongelooflijk belangrijk, omdat bekend is dat NDSM de groennorm niet haalt. Die groennorm vindt de raad immers ontzettend belangrijk. Het is dus een verhaal van passen en meten. Daar nodigt zij iedereen voor uit. Dat betekent ook dat het soms om botsende belangen gaat. Dan is volgens haar de beste aanpak niet alleen maar vast te houden aan gevestigde belangen, want dan komt men niet tot elkaar. Het gaat er dan om de openheid te bereiken om gezamenlijk tot een nieuw plan te komen. Die openheid moet echter wel tot de mogelijkheden behoren. Dat is waar zij alle gebruikers en ondernemers toe oproept. Te stellen dat de motie vraagt om perspectief voor langere termijn, zoals mevrouw Naoum Néhmé doet, vindt zij raar waar het gaat om partijen met een tijdelijk contract. Het is niet voor niets dat er vanuit de gemeente huiverigheid bestaat bij het toestaan van tijdelijke oplossingen, omdat niets zo permanent is als iets tijdelijks.
De motie vraagt specifiek dat Pllek nu niet moet wijken voor gelijksoortige initiatieven en het te behouden tot het moment dat er een definitieve invulling is voor de lange termijn. Dat beleid voert zij uit en daar houdt zij zich aan. Dat heeft ook te maken met die andere grote opgaven die er in dit gebied liggen. Als die groene norm immers niet gehaald wordt, dan wordt ook de wijk niet gehaald die men daar wenst. Onder al die voorwaarden gaat zij graag het gesprek aan. Dat gebeurt ook voortdurend. Tweede termijn Mevrouw KAT geeft aan dat haar zorgen en die van de ondernemers nog steeds niet zijn weggenomen. Zij ziet een herhaling van antwoorden, die zij al eerder vernomen heeft. Zij ziet de problemen, maar waarom heeft het college dan de afspraak gemaakt met één ondernemer tot 2028? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil de reactie van het college op de motie piepen naar de raad, omdat ook haar zorgen niet weggenomen zijn. De heer LEENDERS wil weten of de wethouder reeds met medebewoners gesproken heeft. Kan de maakindustrie blijven in NDSM?
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 13 januari 2021
RO
Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat de haalbaarheidsstudie in het voorjaar gepresenteerd zal worden. Dan kan er veel breder gesproken gaan worden hierover. Dat lijkt haar ook het beste moment om hierover verder met elkaar te spreken. De makers die er op dit moment zitten, daar heeft zij zeker mee gesproken. Die kunnen ook blijven. Zij willen echter meer ruimte en daar zit natuurlijk de bottleneck, want als iedereen meer ruimte wil dan gaan we het daar niet halen. Die sport en het groen zijn immers ook van zeer groot belang. Zij staat ervan te kijken dat zij dit alles nu te horen krijgt, terwijl de raad nu juist zo uitvoerig aangedrongen heeft op het belang van de sport en het groen aldaar. Nu wordt verkend wat er in die ruimte allemaal mogelijk is. Als men daarnaast die radicale vergroening ook nog eens wil laten plaatsvinden, dan krijgt zij het idee dat er nu op een aantal zaken erg vooruitgelopen wordt en dat de raad vraagt om verlenging van de tijdelijkheid, terwijl zij wil bekijken hoe verschillende gebruikers van het NDSM-terrein in de toekomst ook een plek kunnen krijgen. Volgens haar moet dat de volgende discussie zijn en niet de discussie hoe tijdelijkheid voortdurend verschoven kan worden. Die verlenging geldt zo lang er nog geen definitieve plannen zijn. Alle gebruikers van het NDSM-terrein zijn onderdeel van het gesprek over de definitieve toekomst.
De VOORZITTER sluit hiermee deze beraadslaging. Hij wijst erop dat de agendapunten die doorgeschoven worden reeds eerder zijn doorgeschoven. Alle punten werden geagendeerd door mevrouw Naoum Néhmé. Daarom vraagt hij haar aan de griffie aan te geven welke van de vier punten nog echt besproken moeten worden. Hij sluit vervolgens de vergadering.
BESLOTEN DEEL Agendapunt 9 (geheim) is gehamerd.
De VOORZITTER sluit deze vergadering om 18.33 uur.
32