CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag RO 03.07.2024.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 4 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie RO d.d. 3 juli 202418.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie.

RO

Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

CONCEPT Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Woensdag 3 juli 2024 van 13.30 uur tot 16:56 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 4 september 2024

Voorzitter: mevrouw Van Pijpen Portefeuillehouder: wethouder Van Dantzig Commissiegriffier: mevrouw Nieuwenhuis Verslaglegging: mevrouw Röling (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Ahmadi (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Alberts (SP), Aslami (D66), Bilgin (Forum voor Democratie), Emmerik (Partij voor de Dieren), Keesman (PvdA), Konings (VOLT), Lochtenberg (CDA), Mangal (DENK), Minderhoud (PvdA), Van Munster (GroenLinks), Nijhof (GroenLinks), Staartjes (VVD), Taşliyurt (D66), Veenhoff (GroenLinks), De Vos (Partij voor de Dieren) Afwezige commissieleden: Bakker (Partij voor de Dieren), Van Berkel (JA21), Bobeldijk (SP), Broersen (VOLT), Garmy (VOLT), Von Gerhardt (VVD), Van Haarlem (Forum voor Democratie), Havelaar (CDA), Heinhuis (PvdA), Van der Heul (Forum voor Democratie), Hijlkema (VVD), De Jong (JA21), Kabamba (Lijst Kabamba), Koyuncu (DENK), Kreuger (JA21), Lelkes (JA21), Lust (D66), Meerburg (Partij voor de Dieren), Nadif (GroenLinks), Van Renssen (GroenLinks), Russcher (Forum voor Democratie), Van Schijndel (Forum voor Democratie), Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Wehkamp (D66), Wijmenga (CDA), Wijnants (VVD) Overige aanwezigen: mr. C. Delissen, de heer Dutilh (commissieondersteuner), mevrouw De Groot, mevrouw Hanssen, de heer Huismans, de heer Kraag, mevrouw Van Leeuwen, de heer Spel, de heer Vonno, de heer Weijers-Van Dalen en mevrouw Wernsen.

1 Algemeen a Opening De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen welkom. Er zijn voldoende fracties aanwezig om van start te gaan met de vergadering. b Mededelingen Er zijn geen mededelingen. c Vaststellen agenda Punten 3 en 13 worden gehamerd en kunnen ook in de raad gehamerd worden. De agenda wordt vastgesteld.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

d Conceptverslag van de openbare en besloten vergadering van de raadscommissie RO d.d. 12 juni 2024.

Het lid Veenhoff heeft een wijzigingsvoorstel ingediend. Met inachtneming van dit wijzigingsvoorstel wordt het verslag vastgesteld. e Termijnagenda, per portefeuille Er zijn geen aanmeldingen voor de termijnagenda. f TKN-lijst De VOORZITTER stelt vast dat tkn-stuk 9, wat het lid Veenhoff zou willen agenderen, gepiept is en in de commissie Wonen en volkshuisvesting wordt besproken. g Ingekomen stukken Stadsdeelcommissie. Er zijn geen ingekomen stukken. 2 Inhoudelijk deel a Opening inhoudelijk gedeelte

b Inspreekmoment Publiek De VOORZITTER heet de insprekers van harte welkom. Daar zich voor vandaag tien insprekers zich hebben aangemeld, is de inspreektijd verkort naar twee minuten. Mevrouw DE GROOT spreekt op persoonlijke titel met betrekking tot TKN 10, kennisnemen van vervolgaanpak bouwdynamiek, moties 358 en 373 en het initiatiefvoorstel ‘De buurt telt mee’. Zij stelt dat de tegengroep een groep is van 150 betrokken bewoners die te maken hebben met twee volksvertegenwoordigers, de wethouder Ruimtelijke Ordening en stadsvoorzitter Zuid, die al jaren een destructief vergunningsbeleid voeren en dat moet stoppen. Zij zouden volgens haar in een vroeg stadium een toezegging doen aan projectontwikkelaars en verlenen tegen het advies van deskundigen in. Zo krijgen zij volgens haar de ruimte hun verdienmodel te optimaliseren met het bouwen van ondergrondse parkeerkelders. Inspreekster vraagt zich af waarom deze projectontwikkelaars zoveel invloed in Zuid hebben, ook als dit ten koste gaat van de omgeving. Vervolgens spreekt zij over vele jaren met moties, bezwaren, ingediende zienswijzen, ingesproken te hebben, media-aandacht te hebben gehad en vragen van de Tweede Kamer over kelderbouw. De stadsdeelvoorzitter zou in reactie gezegd hebben, dat ze dan moeten zorgen dat de fundering op orde is. Volgens haar zijn deze funderingen op orde, maar toch ontstaat schade door de bouw.

Nu worden in de Van Eeghenstraat parkeerkelders van ongeveer 500 m2 voor vijf auto’s gebouwd, ondanks negatief advies van Waternet en Omgevingsdienst, hetgeen volgens haar direct tot ondergelopen kelders heeft geleid. Dankzij de Raad is vorig jaar een motie voor een onafhankelijk bouwonderzoek unaniem aangenomen naar de oorzaak van de verzakking van de Van Eeghenstraat 94 – 98. Ondanks dat eerder was toegezegd dat de vergunning niet zou worden verleend voordat de oorzaak

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

bekend zou zijn, is de vergunning volgens haar toch afgegeven, ondanks dat er geen onderzoek gestart is. Ze stelt dat uit een presentatie van Waternet is gebleken, dat zij hun onderzoeken baseren op aannames en onvolledige informatie. Ook stelt inspreekster dat de gemeente belangrijke informatie achterhoudt en dat de wethouder zich verschuilt achter de projectontwikkelaar die een onderzoek pas toestaat als een vergunning onherroepelijk is. Mevrouw De Groot vraagt zich af waarom de wethouder geen bouwkundig onderzoek toestaat Desgevraagd geeft mevrouw De Groot aan dat er geen signalen zijn dat er gestart is met een onafhankelijk bouwkundig onderzoek. Wanneer gevraagd wordt naar een specifiek verzoek van mevrouw De Groot, geeft zij aan dat zij wederom vragen dat de wethouder dat onafhankelijk onderzoek gaat uitvoeren en er gekeken wordt naar de grondwater neutrale kelders. Naar aanleiding van de motie is er geen contact geweest, maar is de wethouder met stadsdeelvoorzitter Zuid bij hen geweest om te kijken wat er voor schade is ontstaan. Volgens mevrouw De Groot is toen mondeling toegezegd dat ze het zouden onderzoeken, maar daar is het bij gebleven. De heer SPEL spreekt namens Stichting Molen ’t Haantje over het vaststellen van het Hoogbouwbeleid Amsterdam 2024. September vorig jaar hebben zij al aangedrongen op het opnemen van de molenbiotoop in het hoogbouw beleid.

Behalve een reactie van D66, is daar tot nu toe niks mee gebeurd. Molenbiotopen zijn vaak opgenomen in het omgevingsplan en bevestigen het unieke karakter van molens. Ruimtelijk gaat het naast het zicht op de molen, om het borgen van de vrije windgang. Vroeger was dat een economisch belang, nu is het een essentieel belang voor het behoud van de molen en daarmee met het behoud van het cultureel erfgoed. Een molen zonder vrije windgang kan niet goed functioneren en een molen die stilstaat is gedoemd op termijn te verdwijnen, aldus de heer Spel. Als voorbeeld neemt hij molen De Stamper die sinds 1663 aan de Boerenwetering stond. In 1820 is deze uit Amsterdam verdwenen en in Weesp als molen het Haantje een nieuw leven begon, maar die in de vorige eeuw in verval raakte en in 1990 niet meer kon draaien. Na restauratie draait deze molen sinds 2003 weer in volle glorie, alleen ook nu wordt volgens de heer Spel de vrije windgang weer bedreigd door hoogbouw. De heer Spel zegt dat dit reden is om de molenbiotopen expliciet op te nemen in het hoogbouwbeleid. Molens komen volgens hem voor in alle vier de verschillende gebieden van de hoogbouwregimes. Hij vraagt niet alleen rekening te houden met UNESCO gebied, maar ook met de molenbiotopen.

Zij verzoeken om het behoud van de Amsterdamse molen te borgen met de beschermingsregels van de molenbiotopen in het omgevingsplan en daarnaast de molenbiotoop expliciet te noemen als aspect waar Amsterdam in het hoogbouwbeleid rekening mee houdt. Vervolgens stelt hij voor als aanvulling paragraaf 1.7 de volgende zin op te nemen; ‘hoogbouw houdt rekening met de molenbiotoop’. Desgevraagd geeft de heer Spel aan dat zij te laat zijn betrokken in de participatie in het Cacaokwartier. Zij denken dat als de nota van uitgangspunten straks voorligt, dit dan toch goed zou kunnen komen. Wanneer gevraagd wordt of hij heeft gezien dat er een inpassingstudie komt en denkt dat dit een oplossing zal zijn, geeft de heer Spel aan dat hij denkt dat het het beste is om kort te benoemen dat ze rekening houden met de molen. Hij vult aan dat zij dit ook kunnen opnemen in het hoogbouwbeleid en aan kunnen geven op de kaart. Mevrouw WERNSEN spreekt op persoonlijke titel over het vaststellen van het bestemmingsplan Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. Zij staat hier omdat ze ongelooflijk boos en verdrietig is over de uitkomst van een vierjarig durend proces waarvan de uitkomst nu te lezen is in het bestemmingsplan. Zij is de bewoonster van het varende woonschip op de Zeeburgerdijk 585. Vervolgens citeert zij uit een brief en schetst zij haar situatie.

Zij kan niet akkoord gaan met het plan van de gemeente, wan dit kost haar heel veel geld voor een oplossing die niet gelijkwaardig is en zeker geen verbetering is. Wat haar nu wordt vergund, is een ark van twintig bij vijf bij drie, een maatvoering kleiner dan de huidige vergunning. Over de kosten die zij moet maken is in het geheel niet nagedacht. Op haar voorstel, om haar ark te vergunnen in een maatvoering gelijk aan al haar buren en daarmee de te maken winst in vierkante meter, is nooit serieus op ingegaan. Naar haar inzien wordt vastgehouden aan een beleidsnotitie uit 2013 wat geen arken hoger dan drie

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

meter toestaat, terwijl er al van dit plan wordt afgeweken door een ark te vergunnen. Van precedentwerking is naar haar mening geen sprake, daar het hier om een individueel geval gaat in het belang van de stad Amsterdam. Zij vraagt haar belang serieus te nemen door een definitief besluit uit te stellen wat betreft de paragrafen die haar situatie betreffen. Desgevraagd geeft zij aan dat een varend woonschip veel onderhoud en veel geld voor verzekeringen kost om varende te kunnen blijven, maar straks ze misschien nog maar één keer per jaar uitvaren. Daarom vraagt zij om een alternatief. De andere boten zijn volgens mevrouw Wernsen allemaal arken, daardoor is er niemand anders meer die er varend uit hoeft. Wanneer gevraagd wordt of haar compensatie is aangeboden, geeft zij aan dat de gemeente haar aangeeft dat ze er een ark mag aanleggen. Maar dan heeft zij heel veel kosten en mag zij waarschijnlijk niet dieper gaan liggen. In een eerdere fase is gesproken over een alternatieve liglocatie. Daar heeft zij geen nee tegen gezegd, maar op dat moment in het proces was het voor haar niet gelijkwaardig. Bij haar lig-plek zit ook een tuin van 200 m2. Dat wil zij niet zomaar opgeven. Als ze zelf een alternatief voorstel zou mogen doen, zou dat zijn dat als ze haar financieel niet kunnen compenseren, zij haar dan compenseren door vierkante meters.

Zij sluit niet uit dat er nog meer oplossingen zijn. Mr. C. DELISSEN spreekt namens INF Van Galen B.V. met betrekking tot het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Mercatorpark’ waarvoor hij ook een zienswijze heeft ingediend. INF Van Galen B.V. is de exploitant van een KFC Restaurant. Bij dit restaurant hoort een drive through, een parkeerplaats en een ruimte om bevoorraad te worden. Door het ontwerp wordt zijn cliënt in de bedrijfsbelangen onevenredig geraakt, zo verdwijnen de parkeerplaatsen die er nu zijn in zijn geheel en er worden slecht deels parkeerplaatsen elders teruggebracht, maar waar dit gaat zijn is volgens hem volstrekt onduidelijk. In het ontwerp stond eerst dat die parkeerplekken geoormerkt zouden zijn, maar deze term is naar aanleiding van de zienswijze geschrapt. Vervolgens zegt hij dat het nog steeds niet gegarandeerd is dat locatie en hoeveelheid parkeerplaatsen gewaarborgd terugkomen. Hij zegt dat er nu dus parkeerplaatsen verdwijnen en enkel wordt gezegd dat ze in de toekomst van plan zijn deze terug te laten komen, maar waar en op welke afstand is onduidelijk, waardoor niet gegarandeerd is of deze beschikbaar blijven ten behoeve van de bedrijfsvoering. Daar wordt volgens hem naar de toekomst geschoven in een privaat rechterlijk kader. Dit betekent concreet dat de bedrijfsbelangen onvoldoende in kaart zijn gebracht en afgewogen.

Bovenstaande beperkingen van de bedrijfsbelangen betekenen dat de ongewijzigde vaststelling van het ontwerp niet in stand kan blijven, aldus inspreker. Desgevraagd geeft mr. C. Delissen aan dat zijn cliënt niet tegen woningbouw is, maar er op geen enkele manier is gekeken hoe je het gebied op een andere manier zou kunnen inrichten. Terwijl je naar zijn inziens op het moment dat je een bestemmingsplan gaat vastleggen kijkt naar de belangen die er spelen, welke belangen relevant zijn en vervolgens weeg je die af. Hier gaat het volgens inspreker bij de eerste stap al mis. Mevrouw VAN LEEUWEN spreekt op persoonlijke titel over het vaststellen van de Investeringsnota Couperusbuurt (stadsdeel Nieuw-West) en het beschikbaar stellen van een krediet. Zij als bewoners zijn er in zijn huidige vorm niet blij mee. Zij erkennen dat er grote huizen voor gezinnen moeten komen, maar niet ten koste van hun prachtige buurt. Hun buurt is een icoon van de Nederlandse wederopbouw architectuur. Het is getekend door Cornelis van Eesteren zelf en niet voor niets beschermd stadsgezicht. Zij is van mening je met zo’n buurt voorzichtig mee moet omgaan. Ze begrijpen dat er vernieuwd moet worden, maar de huidige tekeningen liggen zo ver van de oorspronkelijke gedachte vandaan dat dit op deze manier geen doorgang zou moeten vinden.

De plannen kruisen in tegen alle principes van de tuinstad, aldus inspreekster. De nieuwbouw noemt zij megalomaan en zorgt volgens haar voor een hoog stedelijk woongebied met veel steen, extreme verdichting en weinig groen wat ook nog verstopt zit in de binnentuinen van de nieuwe gebouwen. Nu is de buurt niet hoog stedelijk, maar is het een tuinstad en zo moet het volgens haar ook blijven. Nieuwbouw en verdichting zijn ze niet op tegen, maar daarvoor is grootschalige sloop niet nodig. Zij zijn van mening dat nieuwbouw volstaat op de lege plekken bij de Burgemeester Roëllstraat en niet zeven, maar maximaal vijf lagen hoog. Zo

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

blijft het groen zichtbaar, de tuinstadgedachte overeind en het karakter van de buurt bewaard. Nieuwbouw veel dieper in de buurt aan de Burgemeester Eliasstraat en de Burgemeester Rendopstraat is wat hun betreft ongewenst. Juist daar tast je het karakter van de buurt aan. Tenslotte willen ze niet dat het parkje aan de A.M. de Jongstraat bebouwd wordt en roepen zij op om het groen te behouden. Waardoor er nog meer groen uit de buurt verdwijnt. De heer WEIJERS-VAN DALEN spreekt namens BC Couperusbuurt eveneens over het vaststellen van de Investeringsnota Couperusbuurt. Hij stelt dat woningcorporatie Stadgenoot de buurt jaren is verwaarloosd, zowel het onderhoud van de woningen en ook de woningen. Nu hebben ze als oplossing slopen, omdat de woningen te klein en te vochtig zijn en schimmel hebben, hetgeen volgens hem allemaal voorkombare problemen zijn. Bewoners waren blij dat hun woningen eindelijk werden aangepakt, maar Stadgenoot wil eigenlijk alleen omhoog, aldus inspreker. Na druk uit verschillende kanten werd besloten de noordkant te renoveren en de zuidkant te slopen en alle contracten te ontbinden. 50 procent van de te renoveren huurwoningen worden verkocht. Terugkeerders gaan naar nieuwe flats, ook bewoners die met behoud van een tuin is beloofd. Dit staat volgens hem ook in het sociaal plan.

Hetgeen niet was goedgekeurd door de bewonerscommissie, maar Stadgenoot ging door. In de investeringsnota staat volgens hem een summiere beschrijving waar de gelden vandaan moeten komen. Uit leningen en verkoop van broodnodige sociale huurwoningen, waar nu echte mensen in wonen met een regulier contract, aldus inspreker. Het hele plangebied valt binnen 25 kilometer van het Natura 2000 gebied. In de investeringsnota is de onderzoekplicht in één zin benoemd als niet noemenswaardige effecten, echter is er volgens inspreker geen gedegen onderzoek naar de milieueffecten. Vervolgens geeft hij aan dat de tendens in nieuwbouw is dat de woningen best kleiner mogen zijn, maar tegen dezelfde huurprijzen. Hij vraagt zich af voor wie deze kleine woningen passend zijn en geeft aan dat zij samen met partner woningen krijgen aangeboden kleiner dan 45 m2. Nu er geen sprake meer is van een stadslaan, is er volgens hem voldoende ruimte om langs de Burgemeester Roëllstraat te verdichten en daarmee zonder sloop een karakteristieke wijk te verbeteren. De wijk heeft naar zijn inziens een hoog bouwtechnisch en architectonische geschiedenis en bijzonder welstandsniveau. De gemeente verplicht daarom kopers in de buurt hun gevel in de jaren 50 stijl terug te brengen met een dwangsom als duwtje in de rug, maar vervangen door flats lijkt geen probleem.

Tot slot roept hij op om niet toe te staan dat de Couperusbuurt wordt omgetoverd tot de Bijlmer. Desgevraagd zegt de heer Weijers-Van Dalen dat op dit moment van 50 procent van de sociale woningen die gerenoveerd zouden moeten worden, worden verkocht. Bij deze woningen zitten ook de tuinen. Alles wat erbij gebouwd wordt, heeft geen tuin. Mensen die nu een tuin hebben, hebben volgens hem bijna geen kans om terug te keren naar een woning met tuin. Ook zegt hij dat in het sociaal plan wel beloofd is om een woning met tuin terug te krijgen. De heer VAN VONNO spreekt op persoonlijke titel ook over het vaststellen van de Investeringsnota Couperusbuurt. Zij zijn als bewonerscommissie al vijftien jaar bezig met sloopplannen. Vervolgens zegt hij dat zij al die tijd te maken hebben gehad met procedurele missers, onbehoorlijk bestuur en kapitaalvernietiging. Er zijn in al die tijd met het toen zittende bestuur van het stadsdeel duidelijke afspraken gemaakt. Bewoners zouden als eerste inspraak hebben en er zou heel duidelijk naar hen geluisterd worden. Ze hebben met veel stadgenoten en de gemeente om de tafel gezeten om de plannen te bespreken. Hun voorstellen voor verandering ten aanzien om de huurcontracten te ontbinden werden ter zijde geschoven. Ze hebben hierover gesproken met de directeur van de woningcorporatie en de wethouder Woningbouw gesproken.

Dit heeft ertoe geleid dat zij Stadgenoot nu in een nieuwsbrief te kennen heeft gegeven dat zij geluisterd hebben naar de bewoners en de bewonerscommissie en dat de huurcontracten niet zullen worden ontbonden. In werkelijkheid is Stadgenoot volgens de heer Van Vonno door het stadsdeel teruggefloten. Daarnaast is het maar half waar, dat de huurcontracten niet zullen worden ontbonden. Dit geldt volgens hem uitsluitend voor de woningen die niet gesloopt of verkocht gaan worden. Vanwege dit laatste feit zijn ze nog steeds, zijn ze nog steeds niet tevreden

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

met de ontwikkelingen. Zij willen namelijk dat er geen bestaande huurwoningen verkocht gaan worden. Stadgenoot heeft volgens hem het plan de helft van de huurwoningen te verkopen. Vervolgens zegt hij dat het hierbij gaat om 325 huurwoningen die gerenoveerd gaan worden, de helft hiervan gaat verkocht worden als eengezinswoning. Daarvoor moeten wel twee woningen worden doorgetrokken. Zo blijven er 160 woningen en komen er 80 woningen, dus in totaal 85 woningen minder, aldus de heer Van Vonno. De heer KRAAG spreekt namens het Voedselpark/ Lutkemeer met betrekking tot punt 14, het bespreken van de raadsinformatiebrief en het verslag Verdiepend gesprek/ Joint fact finding tussen Voedselpark Amsterdam en Gemeente Amsterdam. Hij woont in Amsterdam-West, naast het Voedselpark bij de Lutkemeerpolder. Hij roept op om de Lutkemeerpolder te behouden, omdat het zeer kostbaar is. Als ondernemer heeft hij mogen ervaren dat dit een plek is waar je verliefd op kan raken, maar ook een plek voor de maatschappij en voor de toekomst. Er kan heel veel gebeuren, onze toekomst is heel belangrijk, onze jongeren zijn heel belangrijk, aldus de heer Kraag. Hij geeft aan zelf met jongeren te werken en actief bij hen betrokken te zijn. Het is prachtige grond waar zij heel veel mee kunnen doen, zo wijst hij erop dat bietsuiker ook uit Nederland kan komen.

Tot slot roept hij op om de Lutkemeerpolder te behouden, omdat het kostbare grond is, het is creatief, ze kunnen hun jongeren hierin meenemen en ze kunnen echt een stempel zetten. Desgevraagd geeft hij aan dat voor hem als ondernemer er niets zo mooi is als producten op korte afstand te houden, want die zijn duurzaam en vers. Maatschappelijk heeft het hem echt geholpen om in de natuur bezig te zijn, maar ook de warmte en openharigheid waarmee hij door de organisatie is ontvangen. Hij is werkzaam als kok en heeft een cateringbedrijf. Hij komt uit een project van Jamie Oliver en werkt tot de dag van vandaag nog steeds met jongeren die hij de kans wil geven om zich te ontplooien. De heer Kraag vertelt dat hij jongeren de kans wil geven om te ontplooien. Desgevraagd geeft hij aan dat jongeren zo ook gezonder gaan eten en meer respect leren hebben voor eten. De jongeren zijn zich echter intussen ook bewust van het hele grote bord met “Te huur” wat in het gebied staat. Mevrouw HANSSEN spreekt op persoonlijke titel ook in op punt 14. Zij vroeg al eerder om in gesprek te gaan met Voedselpark Amsterdam. Zij zien in dat een projectplan uit 2003 om een distributiehal op het laatste stukje vruchtbare grond van Amsterdam te bouwen niet meer van deze tijd is of bij de visie van deze stad past.

Inmiddels zijn ze twee jaar, verschillende campagnes en een uitgebreid plan om het Voedselpark te realiseren en heel veel Lutkemeer-ommetjes verder. Amsterdam lijkt het te snappen dat ze hun natuur moeten beschermen. Zo stemden zij massaal tegen de nieuwe hoofdgroenstructuur die net als het projectplan het groen ondergeschikt stelt, aldus inspreekster. Vorig jaar sprak zij ook bij de bijeenkomst Met de kennis van nu in Buurtboerderij Osdorp. Zij is uiterst trots dat er een Joint Fact Finding daaruit voorgekomen is en dat de feiten, of in ieder geval de discussies, helder op tafel liggen en de raadscommissie nu met de kennis van nu opnieuw kan beslissen. Zij vraagt hardop of de Lutkemeerpolder wel echt een geschikte plek is voor een business park, of de winst van het daarvan boven de winst van natuur of voedselpark gaat en welke waarden hier een rol spelen. Zij vraagt of zij de kosten op de lange termijn kunnen meenemen, voor onhandige stadslogistiek, de gezondheid van de mensen en vooral voor het missen van een grote kans op een Voedselpark voor Amsterdam. Zij wijst op het bord Te Huur, waardoor het lijkt dat er nog kavels over zijn. Inspreekster roept om elke vierkante meter die vrij is nog te redden, een holistische kostenberekening te maken en politieke inzet om de bouw te stoppen. Tot slot vraagt zij hoe ze nu verder willen.

Wanneer gevraagd wordt of zij een oplossing bij de hand heeft, verwijst zij naar de uitkomst van de Joint Fact Finding en stelt zij voor opnieuw in discussie te gaan over wat nu de waardes zijn. De belangrijkste vraag is naar haar mening wat de meerwaarde is voor de toekomst, een distributiecentrum waar niet zodanig vraag naar is, of het Voedselpark. Het gaat volgens haar daarbij om de lange termijn waarde die zij heel erg missen. Tot slot wijst zij ook naar de extra kosten vanwege de stadslogistiek en de klimaatverandering, die niet meegenomen zijn in dit kostenplaatje.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

De heer HUISMANS spreekt in op hetzelfde agendapunt. Hij stelt dat uit de Joint Fact Finding rond de Lutkemeerpolder duidelijk is geworden dat ook experts van de gemeente erkennen dat deze locatie niet geschikt is als logistiek hub. Kees-Willem Rademakers, docent en adviseur van de gemeente op het gebied van stadslogistiek heeft hun bijgepraat. Het stads-logistieke beleid van Amsterdam is behoorlijk, maar in de praktijk zou hier niet veel mee gedaan kunnen worden, omdat de visie niet vertaald wordt naar een concrete aanpak, regels noch grenzen. Zonder gemeentelijke regie gaan vastgoed cowboys gokken met grond rondom Amsterdam en framen dit als duurzame stadslogistiek, aldus de heer Huismans. Vervolgens zegt hij dat door het ontbreken van regie of regels kunnen bedrijven met een bouwvergunning zich toeleggen op productie of opslag voor een landelijk distributienetwerk, terwijl juist dat ook op andere locaties in de regio kan en die zijn er nog voldoende. Ook wijst hij erop dat als een centrum lang leeg blijft staan, dit geen probleem is voor de ontwikkelaar, zolang hij zijn huurinkomsten krijgt. Zij roepen op tot onmiddellijke bouwstop, omdat het zou kunnen gebeuren dat als de gemeente besluit tot niet verdere ontwikkeling de al vergeven bouwvergunningen wel worden doorgezet.

Met als resultaat een gemankeerd bedrijventerrein met enkele bebouwde kavels zonder samenhang en zonder goede aansluitingen op de verkeerde plek. De polder is dan wel flink verminkt zonder dat het nodig is geweest. Hij noemt dit verkwisting van belastinggeld. Tot slot roept hij op een groepje experts opdracht te geven uit te zoeken hoe zo’n bouwstop zonder al te grote financiële en juridische kleerscheuren tot stand komt. De VOORZITTER stelt vast dat zij hiermee aan het einde zijn gekomen van het inspreekmoment voor het publiek. c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. d Rondvraag Het lid VAN MUNSTER wil graag een rondvraag stellen over ICL. Hij zegt dat zij vorige raad een motie hebben aangenomen waarmee zij besloten hebben onderzoek te doen naar de luchtkwaliteit, maar afgelopen week is er een artikel in het Parool verschenen over schepen die ontgassen. Daarin staat onder andere dat ze een verandering van de buitenlucht registeren, maar ze niet kunnen meten om welke stoffen het gaat, wat voor concentraties het zijn en wie ze uitstoten. Om dat te achterhalen speelt beheer verdachte meldingen door aan politie of scheepvaartinspectie. Hij vraagt hoe de wethouder hiernaar kijkt, daar zij allemaal willen weten wat er in de lucht zit in Noord.

Ook vraagt het lid de wethouder niet naar de letter, maar naar de geest van de motie die zij behandeld hebben te handelen zodat zij op een goede manier onderzoek kunnen doen naar de luchtkwaliteit in Noord. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan blij te zijn met deze inbreng, daar zij het zo goed mogelijk willen doen. Hij geeft aan dat wat betreft de scheepsuitstoot dit nieuw voor hem is en hij nagaat wie daar dan het gezag over heeft. De VOORZITTER vult aan dat daar schriftelijke vragen over zijn gesteld en dat wethouder van Buren hiervoor verantwoordelijk is. Het lid ALBERTS vraagt naar aanleiding van de inspreker over de Burgemeester van Eeghenstraat de wethouder wanneer het onafhankelijke deskundigheidsonderzoek komt waar met de motie vorig jaar unaniem om gevraagd is. Het lid vervolgt dat zij in de ter kennisname brief het antwoord hebben gekregen dat anders van rechtswege moest die vergunning verstrekt worden. Zij vraagt waarom dat onderzoek uitblijft, ook omdat het een motie betreft die uitgevoerd moet worden.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

Wethouder VAN DANTZIG herkent zich niet in de woorden van het lid Alberts. Zij hebben destijds aangegeven dat ze onderzoek zullen doen. Zij hebben toen door juridische zaken laten checken of bij de vergunningverlening, waarna hij vermeld heeft dat dit komt omdat anders de vergunning van rechtswege verleend zou moeten worden. Verder stelt hij dat zij nog steeds recht hebben op het onderzoek dat Waternet doet aan de kant van het Vondelpark. Hiervoor is nog wel tijd nodig en het resultaat volgt dan naar verwachting in Q3, aldus de wethouder. Het lid ALBERTS geeft aan dat in de motie werd gesproken over water- en bouwkundig onderzoek en nu lijkt het woord bouwkundig te zijn overgeslagen. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat hij toen al bij de beantwoording had verteld dat hij de wens van de raad ziet, maar tegelijkertijd gebonden is aan wet- en regelgeving. De wethouder zegt dat hij bij het afhandelen van de motie al heeft laten weten hoe zij daarmee om kunnen gaan en hij daardoor van mening is dat de commissie al is bediend. Zij kunnen wel het onderzoek van Waternet doen, maar een bouwkundig onderzoek kunnen zij niet afdwingen. Hij heeft nog een wel keer door het juridisch bureau naar de vergunningverlening laten kijken en verder kan hij niet verder gaan dan de wet hem toestaat. Het lid AHMADI vraagt hoe de wethouder de rol van Waternet hierin ziet.

Wethouder VAN DANTZIG vindt dat zij als stadsbestuur de organen die hun adviseren zoals Waternet serieus moeten nemen en serieus als externe partijen moeten zien. Hij wil dan ook niet mee op de oproep, of wat gesuggereerd wordt, dat zij Waternet buiten spel moeten zetten. De wethouder zegt dat er geen organisatie is die meer kennis heeft dan Waternet. Vervolgens zegt de wethouder dat het college Waternet nooit buiten spel zal zetten, als de raad dat doet, dan is dat wel een motie van wantrouwen aan de kennis van Waternet en zullen zij met goede argumenten moeten komen, want het college ziet deze argumenten niet. Het lid AHMADI geeft aan het heel belangrijk te vinden dat er wel geluisterd wordt naar de zorgen van bewoners die zich hierheen ernstig tekort geschoten voelen en dat is meer het belang wat zij terug genomen wil zien worden, in plaats van dat het een aanklacht tegen Waternet is, dat eerste hoort zij namelijk niet terug. De VOORZITTER vraagt of het lid Ahmadi haar vraag kan verhelderen, daar de wethouder de vraag niet helemaal begrijpt. Het lid AHMADI vraagt hoe zich dat verhoudt tot het meenemen van de zorgen van de bewoners specifiek en om een onafhankelijk onderzoek hebben gevraagd als dat op dit moment niet gebeurt. Wethouder VAN DANTZIG stelt dat Waternet een onafhankelijke partij is en daarmee een onafhankelijk onderzoek.

Hij roept op eerst de resultaten van het onderzoek af te wachten, voordat nu al in twijfel wordt getrokken of Waternet degene is die dit zou moeten doen zonder dat de kennis van dit onderzoek bekend is. Hij denkt dat dit echt onverstandig is. Het lid VEENHOFF ziet dat ook zo. Het probleem zit volgens haar op het bouwkundig verhaal en zij wil daar nog verduidelijkend naar vragen. Zij vraagt of dat een probleem is, dat dat een privaatrechtelijke kwestie is en dat de overheid daar niet in kan treden. Of is er een mogelijkheid voor een bestuursorgaan om te zeggen dat zij dit bouwkundig onderzoek opleggen en kan erop ingegrepen worden, want dat is ook wat de bewoners zeggen. Het gaat meer om metingen, over de fundering en als er geen damwand is geslagen, dat als die funderingen bijvoorbeeld al niet zo goed zijn, wat bijvoorbeeld onduidelijk is, dan kan dat allemaal invloed hebben. Dat zou je volgens het lid boven water

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

willen krijgen, want daar zit volgens haar de pijn. Zij denkt dat het verstandig is dat goed helder te hebben. Wethouder VAN DANTZIG vindt dit een terechte vraag. De wethouder legt uit dat zij vanuit hun publiekrechtelijke taken geen bevoegdheid hebben dit af te dwingen. Dit heeft er mede mee te maken dat de verzakking van het gebouw gekomen is doordat er een kelder gegraven is, wat het moeilijk maakt dit aan te tonen. De verzakking moet wel worden opgelost, maar het paradoxale is dat een van de zaken waarmee je een verzakking oplost het aanpakken van de fundering en dat vaak gebeurt samen met de kelderbouw, aldus de wethouder. Hij heeft eerder al aangegeven dat de eigenaar bereid is naar de bouwkundige staat te kijken, maar hij hecht er wel aan te zeggen dat de verzakking niet komt door de kelderbouw, want dit was verzakt voordat de vergunning verleend moest worden. De eigenaar is in principe bereid naar de bouwkundige staat te kijken, maar dat het ook zo is dat er bezwaar is gemaakt en dat bezwaar uiteindelijk niet gegrond is verklaard. Hij zit als wethouder daarmee ook wel in de ingewikkelde juridische positie dat zij elk spoor hebben uitgelopen. Eerder heeft hij de commissie al toegevoegd dat zij kunnen kijken wat zij in hun eigen regelgeving kunnen veranderen, maar dat een hoop daarin beperkt is.

Het lid LOCHTENBERG geeft aan dat hij in de zomervakantie tijd wil besteden aan meerdere initiatiefvoorstellen, daarvoor heeft hij vijf technische vragen gesteld aan het grondbedrijf, echter willen zij hem sommige antwoorden niet geven. De griffie maakt zich hier met hem zorgen over en heeft twee weken geleden overleg gehad met de gemeentesecretaris. Het lid Lochtenberg zegt dat het gemeentemanagementteam is van mening dat deze vragen beantwoord moeten worden. Hij vraagt of de wethouder kan toezeggen dat deze vragen voor de zomer beantwoord kunnen worden. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat deze vraag zonder vooroverleg gesteld wordt en hij daarmee nog niet het begin van een antwoord kan geven. Daar het via de gemeentesecretaris en het gemeentemanagementteam loopt en zij daarom moeten kijken of überhaupt politieke actie voor nodig is. Hij kan zich voorstellen dat het noodzakelijk is dat het college van de geheimhouding ontdoet, maar dat zal hij moeten uitzoeken. Daarbij geeft de wethouder aan dat het is makkelijker dit soort vragen te beantwoorden, als hij dit vooraf weet. Het lid LOCHTENBERG wijst erop dat het twee weken geleden is besproken in het GMT/ GEM.

Het lid geeft aan dat het gaat om circa 300 documenten die al openbaar hadden moeten worden die beloofd is aan de raad in 2021 en betreft vragen die al meerdere jaren openliggen en vraagt de wethouder dit nogmaals en bijvoorbeeld later op terug kan komen. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat hij zoals bekend niet in het managementteam zit en geeft aan dat als het een volgende keer bij hem eerder wordt aangemeld, hij eerder antwoord kan geven. De VOORZITTER geeft in zijn algemeenheid aan dat het goed is van tevoren vragen aan te melden. Het lid VEENHOFF heeft een vraag over de ecologische structuur, dat is nog steeds geldig en nu ze geen nieuwe hoofdgroenstructuur op korte termijn kunnen verwachten, vraagt zij zich af of het mogelijk is die ecologische structuur te laten toetsen door het TAK. Wethouder VAN DANTZIG noemt dit een terechte vraag. De wethouder is naar aanleiding van het debat vorige week een brief te laten toekomen waarin zij uiteenzetten waar ze nu staan in het dossier rondom de hoofdgroenstructuur, welke acties er aan komen en welke zaken moeten wachten. Hij zegt bij deze die brief toe en zal in deze brief ook een antwoord op deze vraag geven.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

Het lid AHMADI heeft in navolging van ICL een vraag. Zij vraagt of de wethouder ervan op de hoogte is dat er onlangs een dak van een loods is ingestort, van de bewonersavond die daar was georganiseerd, de uitkomst hiervan en een staking die daar laatst had plaatsgevonden. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat het belangrijk is te zeggen dat de provincie hier het bevoegde gezag is, tegelijkertijd waren de provincie en de gemeente beiden aanwezig bij de bewonersavond. Hij kan daar een verslag van toezeggen, zodat zij zelf kunnen nalezen hoe dat verlopen is. De VOORZITTER stelt vast dat ze hiermee aan het einde zijn gekomen van de rondvraag. BESPREEKPUNTEN Ruimtelijke Ordening 3 Vaststellen van het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 9 – kavel 1.7 (VN2024-006430) Dit punt is gehamerd. 4 Vaststellen van het Hoogbouwbeleid Amsterdam 2024 (VN2024-007080) Het lid VEENHOFF geeft aan dat het beleid er goed uit ziet. Ze zien vooral een ruimtelijke benadering en zij vragen extra aandacht voor de maatschappelijke en sociale benadering, want uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mensen die in hoogbouw wonen aanzienlijk minder interactie hebben met elkaar en de buitenwereld, hetgeen volgens haar niet goed is om een fijne buurt vorm te geven.

Het lid zegt dat meerdere flats eigenlijk een buurt op zich is, je zou de straat op willen tillen naar boven, zodat je deze ontmoeting kan krijgen als op straat. Met het specifieke design van hoogbouw kun je daar rekening mee houden en ze wijst daarbij op een proefschrift wat hierover geschreven is en hoe je het met ontwerpen van ontmoetingsruimtes op hogere niveaus moet doen. Vervolgens zegt het lid Veenhoff dat maatschappelijke functies altijd onder druk staan in de stad en het is altijd zoeken naar de ruimte. Als een ontwikkelaar een groot gebied ontwerpt moet dit worden mee ontworpen, maar bij hoogbouw is dat volgens haar niet direct zo. Het lid verwijst naar een aantal passages in de tekst, die zij graag ook als vuistregel in de tekst zal opgenomen willen zien. De enige vuistregel die in de tekst staat, is dat je niet direct van de parkeergarage naar de woning moet kunnen gaan, want als je dat wel hebt is dat niet goed, want dan heb je risico op ondermijning en kom je elkaar niet tegen. Het lid Veenhoff zou graag meer daarover in de vuistregels willen opgenomen zien. Het andere wat er staat is dat de begane grond een open karakter moet hebben, maar dat is goed voor de mensen op de begane grond en straat, maar de mensen boven in de flats hebben daar niks aan. Ze wijst erop dat zij weten dat er altijd een groot krachtenveld is met dit soort plannen en ontwikkelingen.

Het lijkt het lid daarom verstandig om iets meer van deze sociale componenten in die vuistregels te borgen. Tot slot geeft het lid Veenhoff aan dat ze al een en ander heeft voorbereid en dat ze graag hoort of er meer animo is, zodat ze mogelijk zoiets kunnen indienen. Het lid STAARTJES vraagt wat GroenLinks dan toegevoegd zou willen hebben aan deze vuistregels. Het lid VEENHOFF antwoordt dat zij dit al heel precies had uitgezocht. Zo staat bij zeven dat bij het gebruik en inrichting van daken, terrassen, balkons en groen in de

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

gevels dragen maximaal bij aan de BENG regels en klimaatadaptatie. Daartoe zouden zij eenvoudig kunnen toevoegen dit gelegenheid biedt tot ontmoeting en interactie. Het lid STAARTJES stelt dat de vuistregels ook bedoelt waren om initiatiefnemers tot innovatie te dwingen, die vervolgens getoetst zouden worden door een subcommissie. Hij vraagt hoe GroenLinks daartegenaan kijkt en vraagt of zij niet initiatiefnemers die ruimte moeten bieden om zelf met ideeën te komen. Het lid VEENHOFF bevestigt dit, maar zegt dat zij wel richtlijnen kunnen meegeven. Het lid STAARTJES geeft aan dat zij blij zijn met het hoogbouwbeleid dat er ligt. Ook met de gedachte dat het makkelijker zou worden om hoogbouwinitiatief mogelijk te maken, daar zij dit nodig hebben in deze verdichtende stad. Hun punt gaat ook over die vier principes. Het waren er vijf in de omgevingsvisie en vier in dit stuk. Zij hadden bij de versmalling van de openbare ruimte, naar een leefbare openbare ruimte. Daar waren zij erg blij mee, want zij vinden ook dat die plinten die in hoogbouw zitten moet bijdragen aan een levendige buurt. In hun optiek doe je dat door ruimte te creëren voor maatschappelijke voorzieningen, voor ondernemingen, om te zorgen voor een levendigheid ontstaat daaruit. Zij zien dat niet zo terugkomen in die vuistregels waar eigenlijk net even een andere insteek is.

Hij vraagt de wethouder of hij het met hen eens is, dat die levendigheid het beste geborgd kan worden om die ruimte te creëren voor al die functies. Hoe zou de wethouder dat terug zien komen in de vuistregels zoals het er nu staat. Het lid ALBERTS heeft ooit een motie in de provincie ingediend over de molenbiotoop. Toen kreeg zij antwoord, dat dit dieren behelsde. Zij merkt op dat iemand het toen echt niet begrepen heeft. Hier is het wel heel specifiek dat er om gevraagd wordt rondom een molen wel ruimte moet zijn, anders vangt deze geen wind en gaat deze eraan. Het lid Alberts vraagt of de wethouder daar een motie voor nodig heeft of dat hij toezegt dat hij dit gaat verwerken in dit stuk. Het lid LOCHTENBERG bedankt het college voor het actualiseren van het hoogbouwbeleid. Het verduidelijken van regels, met name voor het UNESCO erfgoed spreekt hen erg aan. In de nota van beantwoording leest hij dat het hoogbouwbeleid is gebaseerd op drie principes, namelijk hoogbouw bij ov-knelpunten, bij het IJ en het beschermen van beschermde stadsgezichten en het UNESCO gebied. Dan heb je hoogbouw bij het IJ en de tweekilometerzone van het UNESCO overlappen elkaar een beetje. Lopen we als gemeente geen gevaar dat de UNESCO status in gevaar komt, is zijn eerste vraag.

De tweede vraag is, bij verschillende erfgoedverenigingen met wie hij contact heeft gehad, is er onduidelijkheid tussen het verschil tussen een hoogbouweffectrapportage en een inpassingsstudie Hij heeft van het ambtenarenapparaat begrepen dat dit haast gelijk is. Hij vraagt de wethouder of hij in het openbaar dit kan bevestigen, zodat de zorgen bij erfgoedverenigingen zijn weggenomen. Vervolgens zegt hij dat hoogbouweffectrapportages in het verleden werden gedaan door een andere groep ambtenaren dan degene die nu de inpassingstudie gaan doen, dat zijn namelijk de mensen die hetzelfde projectteam zijn die de hoogbouw gaan doen. Hij vraagt welke overwegingen de wethouder heeft ten aanzien van die kritische tweede blik die nu misschien komt te vervallen, omdat het projectteam het zelf gaat doen. Het lid MINDERHOUD zegt dat zijn fractie overwegend positief is. Hij zegt dat een echt nachtmerriescenario is als zij het hebben over hoogbouw, is dat zij een middelgrote Amerikaanse stad worden met lelijke hoogbouw met vrij weinig in de plinten en totale disconnectie tussen de verdiepingen wat er op straat gebeurt. Het lid denkt dat zij met dit hoogbouwbeleid echt tegemoetkomen aan de leefbare stad. Uit de nota van beantwoording maakt hij op dat ook veel Amsterdammers dit vinden en dat zij hierbij kritische vragen hebben.

Zo vragen zij zich af of het sociale aspect van hoogbouw, namelijk grote glimmende torens en alles wat daarom heen is, dat dat vergeten wordt en dat die connectie niet voldoende gewaarborgd wordt. Dat begrijpen zij ook. Tegelijkertijd wordt er wel veel

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

gedaan om die zorgen weg te nemen, maar zij zijn benieuwd naar een stukje extra waarborg, dat er in het lijstje van documenten waarin staat wat allemaal relevant is om mee te nemen dat zij daar ook de ontwikkelstrategie bij zetten. Dit document gaat over de ruimtelijke kwaliteit en aspecten van de hoogbouw, tegelijkertijd hebben ze heel veel documenten opgesteld over het waarborgen van leefbare buurten met voldoende maatschappelijke voorzieningen en leefbaarheid op straat en groen. Het lijkt hem goed hier ook naar te verwijzen, zonder in te gaan op het verdere beleid want dit kan altijd nog wijzigen, aldus het lid Minderhoud. Als tweede punt, over het erfgoed, zijn zij het er helemaal mee eens dat het UNESCO erfgoed beschermd moet worden. Ooit noemde iemand dat een stapeltje goud in het hart van de stad. Het lid zegt dat zij daar heel erg zuinig mee moeten zijn. Hij denkt dat die inpassingstudie een hele goede toevoeging is, omdat je dan aan de voorkant van een ontwikkeling gaat kijken of iets past en of iets daadwerkelijk impact heeft. Hij is heel erg benieuwd, omdat het een nieuwe wijze is van werken en het zo belangrijk is dat het UNESCO wereld erg goed beschermd blijft, of ze dan na de eerste paar keer dat ze dat inpassen gaan toepassen, of ze dan kunnen kijken of ze dan een brief kunnen krijgen hoe dat precies is gegaan en wat de impact is.

Zodat ze dan kunnen bespreken of die inpassingstudie het beoogde doel behaald. Het lid TAŞLIYURT zegt dat het goed is dat ze dit vandaag bespreken en geactualiseerd is. Hij vindt het mooi om te zien dat er veel inspraak is geweest. Met het nieuwe hoogbouwbeleid is nu vooraf duidelijk waar wel en waar niet hoogbouw gewenst is. Dat schept duidelijkheid. Hoogbouw is er voor een reden en wordt steeds belangrijker, omdat zij moeten verdichten, rekening houdend met voldoende groen, maatschappelijke voorzieningen en heel veel andere belangrijke belangen. Hij zou graag van de wethouder willen weten hoeveel extra woningen hoogbouw Amsterdam de komende jaren kan opleveren. Het lid snapt dat dit beleid hier niet specifiek op ingaat, maar wellicht is er toch een doorkijk mogelijk. Ook vraagt hij in hoeverre Schiphol nog een beperking vormt om hoogbouw te realiseren en hoe zij hiermee omgaan. Tot slot merkt hij op dat zij vaak zien dat hoogbouw niet in elkaar overvloeit en zij zien in veel nieuwe investeringsnota’s één hoge toren en daarnaast een paar kleine gebouwen van een paar meter hoog. Zouden ze dit meer in elkaar moeten overvloeien, ook om meer woningen te realiseren in de toekomst. Het lid DE VOS miste in dit stuk een verwijzing naar de groennorm die stelt dat als je woningen bouwt dat er ook bepaalde hoeveelheid vierkante meters groen gerealiseerd moet worden.

Hij vraagt zich af hoe de wethouder de groennorm tot dit hoogbouwbeleid in verhouding ziet staan. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat hoogbouw is geen doel op zich, maar doel is het realiseren van fijne woningen in fijne buurten. Hij vindt dit een goede toevoeging, maar is voornemens in een brief te reageren hoe zij hier het beste mee om kunnen gaan. Hetzelfde gaat hij doen met de molenbiotoop, daar dit een tamelijk technisch onderwerp is. Het ingewikkelde is hier de specifieke inpasbaarheid. Ze moeten goed nadenken over een verwoording hoe dit kan kloppen, een molenbiotoop is voor een groot deel ook wettelijk beschermd, maar waar en in welke mate gaan ze schriftelijk doen toekomen. Ook denkt de wethouder dat het goed is om helder te maken wat het verschil is tussen een hoogbouweffectrapportage en een inpassingstudie en waarom ervoor gekozen is dit via het projectteam te doen waarbij uiteindelijk een integrale commissie nog controleert. Er is wel altijd nog een externe partij die daarnaar kijkt. Daar hier vragen over waren, lijkt het hem goed dit nog helder toe te lichten. Wat betreft de evaluatie over de inpassingstudie vindt hij eigenlijk een hele waardevolle suggestie, dus dat gaan zij doen. Zodra zij genoeg data bij elkaar hebben, zullen zij een brief krijgen waar zij wat mee kunnen. Vervolgens zegt de wethouder over de aantallen, dat hoogbouw geen doel op zich is.

Zij hebben er geen specifieke streefcijfers bij. In de ontwikkelstrategie hebben zij vastgesteld dat zij tot 10.000 woningen rondom Stationsgebieden kunnen komen, waarbij hoogbouw vaak de inzet is om te verdichten. Bij specifieke hoogbouwclusters kan dat overvloeien, maar zij gebruiken ook hoogbouw voor stedenbouwkundig accepteren en

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

dan is het minder logisch om dat te doen. De wethouder vindt het belangrijk te blijven benadrukken dat hoogbouw stedenbouwkundig blijven inpassen. Dus dat het niet zo is dat ze kijken hoe ze zoveel mogelijk torens kunnen realiseren, maar passende torens om er een fijne stad van te maken. De wethouder zegt dat zij ervan overtuigd zijn dat dit beleid UNESCO proof is, maar als zij hier nog zaken over tegenkomen nemen zij dit in de brief mee. De wethouder zegt dat Schiphol beperkt. Afhankelijk van in welke zone zij zitten waartoe dat beperkt is. Soms is het mogelijk daar uitzonderingen voor te vragen, maar in de regel worden die niet heel snel gehonoreerd is. Als je richting Nieuw-West gaat, bij Osdorpplein, dan is 40 of 60 meter echt het maximum. Verder wil hij benadrukken dat boven de 70 meter hoogbouw echt exponentieel duurder wordt. Dan moet je het dubbele aanleggen, waardoor het vaak niet aantrekkelijk is om tot grote toren te komen. Het moet uiteindelijk goed in balans zijn. In Amsterdam is zo hoog mogelijk niet specifiek het doel. Het moet fijne en betaalbare hoogbouw zijn. Tot slot zegt hij dat de groennorm overal de richtlijn is om naar toe te werken. De VOORZITTER stelt vast dat de wethouder een evaluatie na enige tijd toezegt en er dan nog een toelichtende brief komt die betrokken kan worden bij moties of eventuele amendementen voor de raad.

Het lid STAARTJES vraagt of in de brief over maatschappelijke voorzieningen meegenomen wordt hoe de goede plinten en leefbaarheid ingevuld worden. Wethouder VAN DANTZIG bevestigt dat dit zijn inzet is. Hij ziet dat als het blokje hoe ze zorgen dat het gewoon goed is, maar ook gezellig. Dat kunnen zij volgens de wethouder heel goed met elkaar onderbouwen. Hij snapt de wens en gaat dit zo helder mogelijk opschrijven zodat zij zich in de raad hiertoe kunnen verhouden. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt voldoende is besproken en daarmee klaar is voor bespreking in de raad. Het punt wordt op midden gezet voor de raad. 5 Vaststellen van de zienswijzen op de financiële jaarstukken van de recreatieschappen Groengebied Amstelland, Spaarnwoude Park en Twiske-Waterland. (VN2024006634) Het lid STAARTJES zegt dat hem in het bijzonder gaat het om Spaarnwoude. Hij stelde de vorige keer de vraag of er financiële ruimte is om de participantenbijdrage te verhogen indien nodig. De wethouder gaf toen als antwoord, dat zij zich aansluiten bij de afspraken in de kadernota, dus we houden het ambitieniveau zoals het nu is, dus geen verhoging van de participantenbijdrage. Zijn fractie maakt zich erg zorgen of de staat van het recreatieschap in de toekomst wel behouden blijft.

Zij vragen zich af of de wethouder voornemens is in de komende AB vergadering daar aandacht daarvoor te vragen en met de andere partijen op zoek te gaan naar een oplossing en al dan niet te kijken of er andere financieringsmogelijkheden zijn Het lid ALBERTS zegt dat zij recreatie begrijpen, want ze moeten naar buiten gaan wat zij in de recreatiegebieden doen, maar dat kost geld. De heer Bleken heeft destijds bedacht dat zij een bruidsschat krijgen en dan houden ze zelf de broek op, maar nu zien zij in feite dat er nu problemen zijn. Zij vindt het afschalen bij het groengebied Amstelland naar niveau B, in feite een bezuiniging, want zij gaan intensiever gebruiken, maar wel een niveau lager in het beheer zitten. Dus dat vindt zij al een probleem en zij weet niet in hoeverre door de wethouder naar voren wordt gebracht, maar dat zou natuurlijk best ook kunnen. Daar hoort waarschijnlijk ook die bijdrage, die participantenbijdrage, ook bij. Als tweede punt, wat buiten het verhaal van het groengebied valt, zit wel de mogelijkheid om die windturbines neer te zetten, terwijl daar een beschermingsregime op zit, in de vorm van dat je moet kunnen uitleggen dat er geen schade komt op de natuur. Het staat in een natuurgebied, waardoor zij zich afvraagt waar dit goed gaat, want zij denkt

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

dat dit fout gaat. Het belangrijkste vindt zij om stil te staan bij Twiske-Waterland, want die willen in een Natura 2000 gebied, daar mag eigenlijk niks, in ieder geval niet overnachten, een vakantie lodge neer zetten. Zij vindt dat zij daar wat van moet zeggen, want als zij zwichten voor de projectontwikkelaar gaat de Natura 2000 daar aan. Het lid vindt dat als je gaat kijken naar wat voor recreatie mogelijk is, dat als je onder een boom zit ook recreatie is, maar dat brengt bijna geen schade aan. Zij vraagt Amsterdam ook de ladder van Leisure toe te passen, want een lodge is hartstikke schadelijk voor het natuurgebied. Het lid EMMERIK zegt dat in de programmabegroting 2025 van het Twiske is te lezen dat zij weer actief evenementen willen gaan werven, dat wegvallen van evenementen als een groot risico wordt gezien. Men zegt letterlijk dat voor een zwaarder regelgeving is een risico, het maatschappelijke vergrootglas waaronder evenementen liggen is een risico, dat Twiske een Natura 2000 gebied is werkt belemmerd en klimaatverandering kan roet in het eten gooien, staat er geschreven aldus het lid Emmerik. Hij zegt dat het echte grote risico niet wordt genoemd, namelijk het ecologische risico wat evenementen in de natuur met zich meeneemt, zoals geluidsoverlast, bomenbeschadiging, verstoren van het broedseizoen, verstoren van habitat en verder.

Partij voor de Dieren, organisaties en omwonenden maken zich al jaren hard om dit niet meer in natuurgebieden te laten plaatsvinden. Dat Twiske Waterland wil juist meer festivals en evenementen in dit Natura 2000 gebied, wat hen betreft is dit totaal onbegrijpelijk. Hij vraagt aan de wethouder dat het klopt dat er een festival erbij komt of dat ze hiernaar op zoek zijn in Twiske en hoe de wethouder hierop reflecteert. Ook vraagt het lid de wethouder hoeveel festivals er eigenlijk plaats kunnen vinden. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat het goed is vooraf te zeggen dat bij groengebied Amstelland niet is afgeschaald naar niveau B, maar juist verhoogd is naar niveau B voor het gebied in zijn geheel. Vervolgens zegt hij dat als de raad geld wil reserveren voor de participantenbijdrage, het altijd ten koste zal gaan van wat anders. Eerder heeft hij aan de Partij voor de Dieren toegezegd dat het college positief kijkt naar de groei van de participantenbijdrage als de inwoners groeien, maar dat het wel betekent dat alle participanten ook extra moeten bijdragen. De wethouder wijst erop het niet alleen Amsterdammers zijn die daar gebruik van maken. Het geld is er op dit moment niet en van andere participanten is ook niet gevraagd om meer bij te dragen. Zolang die er niet is, zal Amsterdam het ook niet actief op tafel leggen.

De wethouder geeft aan eerder verteld te hebben dat het coalitieakkoord stelt dat er genoeg ruimte voor evenementen moet zijn en het college voelt zich daaraan gebonden. Als er evenementen uit recreatiegebieden verdwijnen, moeten er meer evenementen in Amsterdam of de regio plaatsvinden en zal het aantal binnenstedelijke evenementendagen uitgebreid moeten worden, wat hij niet wenselijk vindt. Het lid EMMERIK interrumpeert en zegt dat zij wel fan zijn van festivals maar niet in kwetsbare natuurgebieden. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat op dit moment is alleen het Lentekabinet in het Twiske. Hij heeft zelf daar ook polshoogte genomen om te kijken hoe daar wordt omgegaan met de natuur en met de ecologen en heeft de indruk dat daar met de ecologische waarden en beschermde vogelsoorten zeer secuur wordt omgesprongen. Hij is het met de Partij voor de Dieren eens dat er zeer zorgvuldig een risico is, maar dat regels in Natura 2000 gebieden ook extreem zwaar zijn. Hij heeft er vertrouwen in dat de organisatoren zich daar aanhouden. Wat betreft de vraag over de lodges, is Amsterdam er niet bij voorbaat tegen verschillende manieren van recreatie als het past binnen Natura 2000 regels en ook in balans is met andere vormen.

Hij heeft zelf op dit moment niet geconstateerd dat het toestaan van deze lodges echt afbreuk doet aan andere manier van recreëren, maar het lijkt hem helder dat de vergunningsverlener, die waarschijnlijk langs de provincie zal lopen, daar goed naar moet kijken en anders vertrouwen zij erop dat gemeente Oostzaan dat in haar bevoegdheid doet.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

Het lid ALBERTS geeft aan dat men in Natura 2000 niet mag overnachten en vraagt zich af waarom dan toch wordt toegestaan dat er overnacht wordt. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat als de gemeente Oostzaan vindt dat ze dit kunnen toestaan, dat zij vanuit het recreatieschap niet per definitie een bezwaar tegen hebben. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt voldoende is besproken en dit punt in de raad kort kan worden besproken. 6 Vaststellen van het bestemmingsplan Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (VN2024006383) Het lid KEESMAN zegt het mooi te vinden dat deze brug er komt, daar zij hier al jaren op wachten. Zij vragen zich hoe wel af hoe dat nu zit met de toegang en vragen zich af of dit vanaf het water voldoende geborgd is. Het is zo dat de bruggen er maximaal twee keer per jaar uitgenomen wordt. Zij stellen zich dan voor dat het dan goed mogelijk is om te coördineren, dat eenieder die dit wil voor reparatie bijvoorbeeld kan uitvaren. Zij vinden het een sterk idee dat ze vervolgens allemaal op hetzelfde moment klaar zijn en weer tegelijk kunnen terugvaren. Hij vraagt of de wethouder daarop kan reflecteren en vraagt of de keuze voor dit type keuze wel de juiste is en dit type brug ook op andere plekken in de stad wordt toegepast. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat hem dit ook is opgevallen en dit een coördinatief een ingewikkeld probleem is.

Daarom hebben ze afgesproken dat er afstemming onderling is met de gemeente. Zij hebben op basis van de gesprekken die zij gevoerd hebben, zij vertrouwen dat dit moet kunnen. Tegelijkertijd realiseren zij zich als gemeente dat de praktijk weerbarstiger kan zijn. Dat zou in zijn beleving kunnen betekenen dat als dit niet lukt zij hier een oplossing voor moeten zoeken. Bijvoorbeeld dat het dek nog een keer extra open zou moeten, als dat zo is dan zorgen zij daarvoor, maar tegelijkertijd denken zij dat ze met de juiste coördinatie voor elkaar krijgen. De wethouder zit er positief in, maar hij geeft aan dat de raadsleden ervan op aan kunnen dat als het met heel veel coördinatie en medewerking van iedereen, toch niet lukt, zij als gemeente oplossingen zullen zoeken. Het lid KEESMAN vraagt of het dan ook een optie is dat ze tot de conclusie komen dat zij beter toch een beweegbare brug kunnen installeren. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat zij met elkaar hebben vastgesteld dat de kosten van een beweegbare brug, en het onderhoud wat daarbij hoort, dat dat geen serieuze optie is. Dat betekent dat zij binnen deze vaste brug het zo goed mogelijk moeten doen en daar heeft hij vertrouwen in. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt hiermee voldoende is besproken. Dit punt kan dan in de raad kort worden besproken.

7 Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Purmerweg 46’ (VN2024-006116) Het lid KEESMAN zegt dat er slechts twee zienswijzen zijn ingediend en hij vraagt zich af of de bewoners in dit geval wel proactief zijn benaderd. Ten tweede geeft hij aan dat de Stadsdeelcommissie Noord vraagt om onderzoek te verrichten om extra groen in de directe omgeving van Purmerweg 46 mogelijk te maken en vraagt of het college hiertoe bereid is. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat het hier om een zeer kleine wijziging van bestemmingsplan gaat, wat betekent dat zij het lichtste regime van participatie gevolgd

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 juli 2024

RO

hebben, wat in overeenstemming met de richtlijnen is. Hij heeft ook kennisgenomen van de vraag van het Stadsdeelcommissie Noord en zegt dat binnen dit bestemmingsplan het groen voor 100 procent wordt gecompenseerd. De wethouder zegt dat hij deze wens zal doorgeleiden naar aanpak Noord en wethouder Groen, want die zouden hierover dan gaan. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt voldoende is besproken en stelt voor het in de raad te hameren. 8 Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Zuidas-Verdi- Noordzone IJsbaanpad’ (VN2024-007043) Het lid KEESMAN zegt dat de stadsdeelcommissie vraagt, wat naar mening van de Partij voor de Arbeid terecht is, om betaalbare voorzieningen in de plinten om ruimte te bieden aan lokale ondernemers zoals een bakker of een groenteboer en ook maatschappelijke voorzieningen zoals een buurthuis of een kringloopwinkel. Het college meldt dat dat niet via een bestemmingsplanwijziging gerealiseerd kan worden. Dat snappen zij, maar hij vraagt wat kan het college kan doen om dit wel te bevorderen. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat het ingewikkelde hierbij is dat huurprijsregulering binnen het bestemmingsplan op gronden niet van de gemeente zelf zijn. Dat is niet te doen. Tegelijkertijd heeft de gemeente zelf nog wat grond in bezit en gaan zij afspraken proberen te maken over goede maatschappelijke voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14446336/1