Conceptverslag RO 03-02-2021.docx
Tekst van het document
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
buurt elkaar kunnen treffen. Van daaruit kan bepaald worden wat nodig is om die woningen te kunnen realiseren. Behandeling Mevrouw KAT heeft een aantal vragen over Monumentenzorg en het participatietraject. Zij schetst de zoektocht die met betrekking tot dit onderwerp plaatsvindt. Zij heeft begrepen dat er een uitwerking van de stedenbouwkundige visie gaat plaatsvinden. Zij hoort de wethouder graag nader over het participatietraject. Verder is er het advies van de Sirk(?). Ook daarover hoort zij het college graag nader. Mevrouw VAN RENSSEN spreekt van een mooi plan en een duidelijk voorbeeld van verdichting inclusief de erbij horende uitdagingen. Zij heeft daarover een aantal vragen. Het plangebied dient integraal ontwikkeld te worden. Zij wil weten welke middelen er zijn voor deze integrale ontwikkeling en welke fasering daarvoor geldt. Kan de ontwikkeling van de openbare ruimte naar voren gehaald worden, zo wil zij weten. Zij begrijpt dat de participatie wordt geëvalueerd o.a. op verzoek van het DB in West. Kan de wethouder aangeven wanneer de resultaten van die evaluatie verwacht kunnen worden? Kunnen die resultaten ook ter informatie aan de raad worden gestuurd? Dan de cultuurhistorie: van het pand van de voormalige Wereldbibliotheek wil zij weten waarom de hal ervan niet behouden kan blijven.
Verder gaat het om diverse kleine en sociale ondernemers, die zo belangrijk zijn voor de economie van de stad. Deze zijn vaak gevestigd in de hal waar zij zojuist van sprak, maar ook bij Hendrick de Keijser. Zijn er met de corporaties bindende afspraken te maken over een eventuele terugkeer garantie voor deze huurders. Dan heeft zij nog een vraag over wat in de bewonersbrief de Tuchtstichting wordt genoemd en die gevestigd is in de oude school. Hij lijkt haar een goede oplossing om dat ook te ontwikkelen. Kan die school ondersteund worden bij de ontwikkeling? De ondergrens van het toe te voegen aantal woningen wordt o.a. bepaald door de bouw- en stichtingskosten. De vraag vooral is echter of er ook een bovengrens bestaat. Die bovengrens zou door de leefbaarheid bepaald kunnen worden. Dat zou met elkaar besproken kunnen worden en worden betrokken bij het investeringsbesluit. Dan heeft zij nog een vraag naar de kwaliteit van de woningen langs de A10. Is het wel een goede woningkwaliteit die daar aanwezig is. Wat kan er gedaan worden aan de constante hinder van de A10 bijvoorbeeld door hogere schermen. Zij hoopt dat er uiteindelijk een mooi plan voor de verdichting van de wijk tot stand zal komen. De heer LEENDERS constateert dat die verdichting een punt is voor de bewoners. Hij heeft geluisterd naar de bewoners en constateert dat niet alles gerealiseerd zal kunnen worden.
Zijn fractie begrijpt heel goed dat de onderhavige plek daar te lastig voor is. Van het college wil hij horen hoe die project verder gaat lopen, terwijl er nu al sprake is van een grote weerstand. Hoe valt dat probleem op te lossen? Naar aanleiding van de inbreng van Tinkebell begrijpt hij niet dat in de projectnota de Wereldbibliotheek maar één keer genoemd wordt. In de stedenbouwkundige visie staat er maar één zin over, namelijk dat het pand op dit moment een onsamenhangend geheel vormt van allerlei oude en nieuwe bouwdelen. Dat zou de reden zijn waarom het niet behouden kan worden. Hij hoort graag de reactie van het college hierop. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA deelt de zorgen van de omwonenden waar het gaat om de participatie, de slechte luchtkwaliteit bij de A10, het groen en het gemeentelijk monument. Zij hoort graag wat meer uitleg van de wethouder daarover. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ leest in de projectnota dat de woningbouwprogrammering nu 40:40:20 is, maar dat de corporaties hebben gevraagd om een groter aandeel sociale huur. Daarvoor heeft het college in deze fase nog geen toestemming gegeven, maar dat kan eventueel later wel het geval zijn. Zij zou dat erg jammer vinden, omdat er al te veel sociale huurwoningen zijn in Amsterdam. Zij wil van de
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
wethouder weten onder welke voorwaarden zij instemming zal verlenen aan het afwijken van de 40:40:20. De heer BOOMSMA wil weten of het klopt dat het gewijzigde plan nog niet is voorgelegd aan het commissie Ruimtelijke Kwaliteit, terwijl dat eerder niet negatief was, maar dat er geen wezenlijke veranderingen zijn doorgevoerd. Hij krijgt graag een reactie hierop van de wethouder. Verder vraagt hij zich af of hier toch niet doorgeschoten wordt in de verdichting. Hoe ziet de wethouder dat? Een van de insprekers opperde de suggestie om drie maanden op te schorten om de bewoners de gelegenheid te geven hun eigen plannen verder uit te werken. Hij hoort graag hoe de wethouder die mogelijkheid ziet. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ hoorde de heer Boomsma vragen of er hier niet doorgeschoten wordt in de verdichting. Zij hoort de heer Boomsma graag over hoe hij dat doorschieten definieert. De heer BOOMSMA vindt dat er doorgeschoten wordt als de verdichting ten koste gaat van de stedenbouwkundige kwaliteit. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat er verdicht gaat worden in de bestaande stad, hetgeen altijd een zeer complexe aangelegenheid is. Toch ziet zij in dit gebied wel mogelijkheden tot verdichting. Dat vergt altijd een afweging, waarbij ook de bewoners betrokken moeten worden. Er is veel participatie geweest, maar de bewoners zijn kennelijk niet tevreden met alle resultaten.
Hoe moet daar mee omgegaan worden? Met participatie, hoe belangrijk ook, is het niet zo dat daarmee altijd iedereen tevreden gesteld kan worden. Zij stelt voor mevrouw Van der Horst het woord te geven over dit proces, omdat zij dit proces helemaal begeleid heeft en daardoor er meer van weet. Het gaat tenslotte om een afweging van het algemeen belang om te komen tot meer woningen, die de stad heel erg hard nodig heeft, maar die wel zo goed mogelijk moeten worden ingepast in de buurt. Mevrouw Kat had vragen over de participatie en hoe ver de uitwerking van de openbare ruimte plaats gaat vinden. Zij denkt dat mevrouw Van der Horst die vraag goed kan beantwoorden. Mevrouw Van Renssen wees erop dat de verdichting specifieke uitwerkingen met zich mee brengt. Zij vraagt of de ontwikkeling van de openbare ruimte naar voren gehaald kan worden. Dat is echter per definitie niet overal mogelijk. De fase van de ontwikkeling van de openbare ruimte is daarom nog niet bepaald. Financieel bestaat er natuurlijk een causaal verband tussen die ontwikkeling van de openbare ruimte en hetgeen er binnengehaald wordt door de verdichting. Door een aantal mensen werd gewezen op de status van de bibliotheek en het geheel. Reeds in 2008 werd er door Monumenten en Archeologie op gewezen dat het achterste bouwdeel een onsamenhangend geheel vormde, doordat er in de loop der tijd heel veel is verbouwd.
Daardoor is er weinig van de oorspronkelijk staat over. Van de hal werd gezegd dat het heel belangrijk is dat het heel goed aansluit op het handhaven en (onverstaanbaar). Dat is het advies dat M&A gegeven heeft. De heer LEENDERS wil naar aanleiding van dit punt weten wat het uitgangspunt is geweest bij het advies van M&A. Er wordt gepleit voor sloop, maar er wordt niets gezegd over het mogelijk herstellen van het monumentale karakter van de achterkant van het pand. Wethouder VAN DOORNINCK vindt dat zij nu een beetje overvraagd wordt. De gesprekken worden reeds sinds 2008 gevoerd. Zij weet niet precies wat daarbij aan de orde is geweest. Zij weet wel dat er voortdurend in nauw overleg met Monumentenzorg bekeken is wat er wel en niet mogelijk is en waarbij vastgesteld is dat er geen bezwaren zijn tegen sloop van de hal. Zij kent die directie als een afdeling die daar wat strak in zit. Mevrouw Van Renssen vroeg naar de garantie van terugkeer voor de nu aanwezige bedrijven in de hal. Dat is onderdeel van het participatieproces. Dat geldt ook voor de huidige gebruikers van Hendrick de Keyser. Stadgenoot heeft aangegeven daar
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
de bedrijvigheid blijvend te willen vestigen. Er wordt ook gekeken naar de positie van de huidige sociale ondernemers. Stadgenoot is ook daar mee bezig en nodigt partijen uit om mee te denken over hoe dat eruit zou kunnen zien. Dan de positie van de stichting in de school. Er hebben al meerdere gesprekken plaatsgevonden met de eigenaar van het gebouw over het opknappen ervan. Vooralsnog heeft de uitnodiging om het gebouw op te knappen niet tot instemming geleid bij de eigenaar. Het is wel zo dat de (?) driehoek niet de plek is waar de stichting wenselijk is. Wat de vraag naar de onder- en de bovengrens betreft, wijst zij op de mogelijkheid van de 33.000 vierkante meter. De vraag is niet gesteld om de bovengrens ervan op te gaan zoeken. Dit om de financiële haalbaarheid niet in gevaar te brengen. Bij de investeringsnota zal de financiële onderbouwing worden geleverd. De vraag of de leefbaarheid in vierkante meters kan worden uitgedrukt is een lastige. Het genoemde volume is mogelijk. Dat er aan de A10 gebouwd wordt betekent dat er goed naar de kwaliteit gekeken moet worden. Daar moet voldoende aandacht aan besteed worden. De suggestie van mevrouw Van Renssen te bezien of het Rijk hierin nog iets kan betekenen neemt zij graag over. Over de uitkomst daarvan kan zij nu natuurlijk nog niets zeggen.
Mevrouw KAT herinnert aan haar vraag over Sirk(?) en hoe dat een rol speelt in het proces. Het advies van het CAK stelde namelijk voor om naar die Sirk-adviezen te kijken. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat het niet per definitie een verplichting is om Sirk-adviezen te hebben. Die adviezen zijn in eerste instantie opgehaald met de bedoeling de eigen plannen te verbeteren. Het advies van het CAK is gevraagd, omdat het zo’n lastige puzzel was om dit gebied te gaan verdichten. Vandaar dat in zo’n vroeg stadium het advies van Sirk is aangevraagd. Die adviezen zijn niet openbaar maar vertrouwelijk (richting de insprekers). Pas na besluitvorming worden adviezen openbaar. Dat is besloten in de verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Met de Omgevingswet en de Wet Ruimtelijke Kwaliteit zou dat aangepast kunnen worden. Dus als de gemeenteraad die verordening wil aanpassen dan zou dit het moment zijn om daar naar te kijken. Dan gaat zij nu verder in op de vragen over hoe de participatie is verlopen. Zij stelt voor dat mevrouw Van der Horst daar straks op in zal gaan. Richting mevrouw Naoum Néhmé meldt zij dat vooralsnog de 40:40:20-verdeling wordt aangehouden. Mocht er ooit een verzoek komen om die verhouding te wijzigen, dan zal daarnaar gekeken worden, maar dat is nu niet aan de orde.
Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is dan verbaasd dat in de financiële paragraaf van deze plannen toch rekening wordt gehouden met het lage aandeel van de vrije sector en een veel hoger aandeel ‘sociale huur’. Blijkbaar gaat het college toch uit van het andere scenario. Daarom toch haar vraag aan de wethouder waarom aan die 40:40:20 wordt vastgehouden. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat men nu nog niet bij het investeringsbesluit is. Er zijn geluiden om te bekijken of die verhouding wel anders kan zijn. Die mogelijkheid wordt door die corporaties geopperd. Daarbij is het college van mening dat er vastgehouden moet worden aan de 40:40:20. Als de corporaties die wijziging graag willen – en zij zijn uiteindelijk de uitvoerders – dan wordt dat meegenomen in de overwegingen. Vanuit het project wordt nu vastgehouden aan die 40:40:20 in dit gebied. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ snapt dat de corporaties dit willen, maar zij wil weten wat de voorwaarden van de wethouder zouden zijn bij de wens van de corporaties om veel sociale huurwoningen te realiseren.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat de gemeente kiest voor die 40:40:20. Het is zo dat de corporaties dit programma hebben aangegeven en de gemeente wil zich niet van te voren rijk rekenen. De heer Boomsma vroeg zich af of er niet doorgeschoten wordt in de verdichting. Hij wilde weten of er nog een nieuw advies van de Sirk(?) komt. Zij wijst erop dat een eerder advies van de Sirk(?) is meegenomen. Zij kan niet overzien of een hernieuwd advies van de Sirk(?) in de rede ligt. De opschorting van drie maanden is lastig, want er is reeds een uitgebreid inspraaktraject geweest. Een participatie is niet een manier waarop men voor 100% gelijk krijgt. Het is een manier om zo veel mogelijk mensen te laten meepraten over de plannen, maar in een verdichtende stad is het niet altijd mogelijk om iedereen in alles ter wille te zijn. Mevrouw VAN DER HORST gaat allereerst in op het punt van de participatie. Zij proeft teleurstelling bij de insprekers en geeft aan dat gevoel ook wel een beetje te delen. De participatie is in een vroeg stadium met een open houding ingegaan met de intentie heel veel op te halen. Dat is echter een kans en een risico tegelijk! Naast het ophalen van veel nuttige informatie bestaat, met name in een complexe situatie als deze, het risico dat er daardoor heel veel onderzocht moet worden, waarover vervolgens weer met de bewoners gecommuniceerd moet worden.
Dat is heel tijdrovend en ingewikkeld. Dan blijkt ook dat er veel dingen kunnen, maar dat er ook dingen zijn die onmogelijk blijken. Zij denkt dat qua leefbaarheid in dit project belangrijke stappen gezet kunnen worden. Maar daar staat tegenover dat door de verdichting de druk op de leefbaarheid alleen maar groter wordt. De stadsdeelcommissie heeft geadviseerd om het proces te evalueren, hetgeen het dagelijks bestuur van harte omarmt heeft. Belangrijk is ook een goede belangenafweging te kunnen maken. Zij denkt dat er genoeg is opgehaald om die belangenafweging ook goed te doen. Dingen kunnen echter altijd beter. Van de evaluatie zal men kunnen leren, hetgeen in een volgende fase zijn nut zal afwerpen. In de vervolgfase zal er weer geparticipeerd kunnen worden, maar dat proces is nog niet helemaal doordacht, omdat men juist openstaat voor verbeteringen vanuit de evaluatie. De resultaten van de evaluatie worden over ongeveer een maand verwacht. Dan zal weer in gesprek gegaan worden met het bestuur, maar ook met de bewoners over de verbeterpunten. Zij hoopt dat partijen dan weer nader tot elkaar zullen komen. De heer LEENDERS wil weten of mevrouw Van der Horst de resultaten van de evaluatie met deze commissie te delen, want hij is heel benieuwd te horen hoe het proces van de bewoners eruit gaat zien.
Mevrouw VAN DER HORST vindt het van belang om zich in een participatieproces kwetsbaar op te stellen juist om er zo veel mogelijk van te leren. Zij is teleurgesteld in dat proces, niet omdat dat proces niet goed is gegaan, maar omdat zij ziet dat er desondanks veel frustraties zijn onder de bewoners, die vinden dat het allemaal niet goed is gegaan. Zij vindt echter dat ook veel dingen wel goed zijn gegaan. De ervaringen uit de evaluatie zal zij graag delen met deze commissie. Tweede termijn Mevrouw VAN RENSSEN denkt dat voor iedereen geldt dat woningbouw belangrijk wordt gevonden. Voor GL geldt zeker dat woningen in het betaalbare segment keihard nodig zijn. Daarom is het goed dat naar die verdichting gekeken wordt. Het gaat om een integraal project, waarbij ook de bewoners en gebruikers betrokken moeten worden. Daarom is haar verzoek die integrale ontwikkeling recht te doen, waarin de gemeente de regie kan voeren en het gesprek met de buurt vooral te richten op de verbetering van de leefbaarheid.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
De heer LEENDERS begrijpt niet wat er misgaat als het monument in zijn geheel behouden blijft. Hij krijgt daar graag een antwoord op van de wethouder. Ook hoort hij haar reactie graag over de reacties van de bewoners. Wethouder VAN DOORNINCK is het helemaal eens met mevrouw Van Renssen dat het hier om een integraal ontwerp gaat, waarbij het niet alleen gaat om het belang van woningen, verdichting, maar ook om het belang van de leefomgeving. Zij denkt dat het helpt als getoond wordt dat die integraliteit er is. Te zien valt dat die integraliteit in de verschillende fases wordt meegenomen. De bouwplannen worden weliswaar individueel opgesteld, maar dat gaat ook in samenwerking en samenspraak met gemeente, die ook een toetsende rol heeft. Er werd ook gevraagd of er niet één groot omgevingsplan gemaakt kan worden. De vraag is echter of daarmee meer behaald wordt dan met de huidige afspraak, waarbij gezorgd wordt de bouwenveloppes op elkaar aansluiten en dat de openbare ruimte integraal geraamd is en dat de vele onderzoeken op elkaar worden afgestemd. Zij zoekt naar de meerwaarde van de borging voor de zorg van de openbare ruimte, want zij heeft het idee dat dat het belangrijkste punt is. Mevrouw VAN RENSSEN benadrukt dat het er haar om gaat dat er geen stedenbouwkundig plan meer komt en dat de huidige stedenbouwkundige visie het toetsingskader is.
Duidelijk is ook dat eerst de evaluatie wordt afgewacht. Als er dan een integraal omgevingsplan komt, kan gewerkt worden aan de voorwaarden. Daarnaast kunnen dan ook voorwaarden geformuleerd worden betreffende de kwaliteit van de openbare ruimte. Dan kan ook de fasering daarin meegenomen worden. Wethouder VAN DOORNINCK legt uit dat er geen stedenbouwkundig plan is, omdat de stedenbouw plaatsvindt in de vorm van bouwenveloppes. Die bouwenveloppes worden integraal met elkaar afgestemd. Er komt ook een plan voor de openbare ruimte. Op die manier wordt de integraliteit geborgd waar mevrouw Van Renssen naar op zoek is. De heer Leenders vroeg hoe zij aankijkt tegen de weerstand en de oplossingen van mevrouw Van der Horst. Zij denkt dat die goed zijn en dat het goed is dat het hierbij om een projectplan van het stadsdeel gaat en niet een van de centrale stad. Het is belangrijk dat plannen daarbij zo veel mogelijk met de bewoners samen worden gemaakt. Dat is een lastig proces en de vraag of daarmee de weerstand helemaal bestreden kan worden is moeilijk te beantwoorden. De leefomgeving verandert wegens de verdichting en daarbij gaat het erom een kwaliteitsverbetering tot stand te brengen. Zij denkt niet dat het altijd lukt om alle weerstand weg te halen. Het is ook een kwestie van alle mensen in een zo vroeg mogelijk stadium mee te nemen.
Het is daarom goed dat het om een stadsdeelproject gaat, omdat men er daardoor zo bovenop kan zitten. De heer Leenders vroeg nog waarom het uitgangspunt van de woningbouwcorporatie sloop is en niet herbouw. Zij denkt dat dat komt omdat restauratie duurder is. Het gebouw van de Wereldbibliotheek wil men restaureren, maar dat moet financieel wel haalbaar zijn. De heer LEENDERS kan zich vinden in de beantwoording van de wethouder ten aanzien van de weerstanden. Hij vraagt om aandacht te houden voor de informatiepositie van het stadsdeel. Wat de Wereldbibliotheek betreft wil hij weten waarom het niet mogelijk is het pand in zijn geheel te restaureren en niet voor een deel te slopen. Als de WETHOUDER naar de participatie en de adviezen van de Sirk(?) kijkt, die wel bij het stadsdeel liggen, maar niet gedeeld zijn met de stadsdeelcommissie, dan is het wel zo dat die adviezen zijn meegenomen in de verdere ontwikkeling van de plannen. Dat er voor gedeeltelijke sloop van het pand gekozen is, heeft een financiële reden. Mevrouw VAN DER HORST wijst op de uitgebreide en deskundige bijdrage van een van de insprekers (mevrouw Simonse), waarbij gewezen werd op het belang van het behoud van de ziel van het gebouw van de Wereldbibliotheek. Zij denkt dat dat heel
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
belangrijk is. Zij denkt dat als er voor gezorgd wordt – richting Tinkebell en de inspreker, de heer Van Veen – dat als er in de volgende fase gezocht wordt naar het behoud van de ziel van het verleden er een belangrijke bijdrage geleverd wordt, waarbij ook de aansluiting met de toekomst van de stad niet gemist moet worden. Eigen Haard heeft toegezegd dat gesprek heel graag aan te willen gaan. De heer LEENDERS vraagt de wethouder hem en de commissie nader te informeren over de financiële afweging achter de beslissing tot sloop in plaats van restauratie. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat het daarbij ook gaat om het toevoegen van volume in plaats van die grote hal. Daarmee wordt de financierbaarheid van het plan bereikt. De financiële informatie heeft zij op dit moment niet paraat. Zij zal er naar kijken. Zij wijst er nog op dat deze kwestie al loopt sinds 2008. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp hiermee voldoende is besproken.
13 Kennisnemen van het collegebesluit van 24 november 2020 inzake wijziging van de Overstapregeling naar eeuwigdurende erfpacht, zodat onder voorwaarden ook notarissen die niet behoren tot de Ring Amsterdam van de KNB overstapakten kunnen passeren. (ZD2020-0?? De heer BOOMSMA benadrukt dat het CDA steeds de wenselijkheid heeft benadrukt dat ook notarissen van buiten de Ring Amsterdam akten kunnen passeren. Dit wil het college nu juist niet en daarom heeft men zich tot het ACM gewend, die daarop gereageerd heeft. Nu zijn we weer maanden verder en moet geconstateerd worden dat de prijzen enorm zijn gestegen. Nu komt het college met allerlei aanvullende eisen, die het proces weer verder frustreren. Die eisen zijn naar zijn mening onredelijk. Waarom?! Hij vindt dat moeilijk te begrijpen en vraagt zich af of die eisen ook voor Amsterdamse notarissen en of die daar allemaal wel aan voldoen. Heeft het college enig idee van notarissen van buiten de Ring Amsterdam die wel aan die eisen voldoen? Hij wil dit onderwerp sowieso agenderen in de raad, omdat hij een motie wil indienen, waarmee hij de aanvullende eisen ongedaan wil maken. De heer VAN SCHIJNDEL meldt dat hij vandaag als erfpachter is overgestapt, omdat hij de overstapaanbieding geaccepteerd heeft. Hij is van mening dat de bijdrage door notarissen van buiten de Ring Amsterdam niet verzwaard mag worden.
Hij meent dat dat stellig nu het geval is. Dat leidt tot problemen met de ACM. Hij hoort daarom graag wat de stand van zaken is van de overleggen met de ACM. Zijn zij hiermee akkoord gegaan? Wethouder VAN DOORNINCK meldt dat de belangrijkste reden om eisen te stellen aan notarissen die de overstap doen, is dat het college ervoor wil zorgen dat er bekendheid is met het erfpachtstelsel. Vandaar dat aanvankelijk de keuze werd gemaakt voor notarissen van de Ring Amsterdam. Inmiddels is het college ermee akkoord gegaan om ook notarissen van buiten de Ring aktes te laten passeren, maar daarbij worden dan wel eisen gesteld, zoals bekendheid met het erfpachtstelsel. Er blijkt nu dat er 59 kantoren zijn die meedoen en dat er één kantoor van buiten de Ring aan toegevoegd is. Er zijn voorts twee kantoren die in het proces zitten om zich ook daarbij aan te sluiten. De ACM heeft laten weten dat er geen aanleiding is om nog verder onderzoeken te doen, omdat er inmiddels twaalf verzoeken van Notariskantoren zijn geweest om toegelaten te worden tot het overstapportaal. Dat is de stand van zaken. Zij hoorde de heer Boomsma zeggen het onderwerp naar de raad te willen piepen. Zij denkt daarom dat de rest van de discussie in de raad gevoerd zal worden.
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
De heer VAN SCHIJNDEL is van mening dat deze kwestie beter in de commissie besproken kan worden dan in de raad. Hij denkt dat kennis van het erfpachtstelsel verkregen kan worden door het bestuderen van de site. Hij wijst erop dat de ACM niet de enige is die bepaalt of bepaalde praktijken rechtelijk door de beugel kunnen. Uiteindelijk beslist de rechter daarover. Hij wil daarom weten of er juridisch advies is ingewonnen over de kwetsbaarheid van deze bezwarende eisen, die worden gesteld aan notarissen van buiten Amsterdam. Wethouder VAN DOORNINCK is verbaasd door deze vraag, want gezien wordt dat de ACM hier kritisch naar gekeken heeft en dat de ACM op dit moment geen aanleiding meer ziet om daar verder onderzoek naar te doen. Daarom lijkt het haar onnodig om nog verder juridisch advies over in te winnen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ leest dat het college geen aanleiding ziet om een verder rechtelijk onderzoek te starten. Zij wil van de wethouder horen of ACM weet dat het college extra eisen stelt aan notarissen van buiten Amsterdam. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat de ACM van de aanpassingen in de overstapregeling heeft gezegd dat er geen aanleiding is voor verder wettelijk onderzoek te doen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ herhaalt haar vraag, omdat in de wijziging van de overstapregeling staat onder welke voorwaarden. Er staat geen specificering van de voorwaarden.
Wethouder VAN DOORNINCK legt uit dat de eisen die nu gesteld worden in overleg met de landelijke notariële beroepsorganisaties zijn gemaakt. Daar weet de ACM ook van. De heer BOOMSMA wil weten of de ACM ook akkoord gaat met de specifieke voorwaarden die nu zijn opgetuigd. Hij ziet dat nog steeds als nodeloos bezwarende voorschriften. Zijn vraag was of alle Amsterdamse kantoren ook aan deze voorwaarden kunnen voldoen. Wethouder VAN DOORNINCK herhaalt dat de ACM weet van deze voorwaarden en daarmee akkoord gegaan is. Zij kent alle notarissen van Amsterdam en die hebben bewezen over de nodige kennis te bezitten. De heer VAN SCHIJNDEL komt terug op ‘voldoende bekendheid met het stelsel’. Hij wijst erop dat de tekst die de notaris moet gebruiken volledig standaard is. Dat sluit uit dat er extra eisen gesteld moeten worden aan notarissen van buiten de stad. Wethouder VAN DOORNINCK wijst er nogmaals op dat de aanvullende eisen in overleg met de brancheorganisaties tot stand zijn gekomen. Het lijkt haar daarom dat ook die organisaties eveneens vinden dat de landelijke notarissen aan die eisen moeten voldoen. Die eisen moeten in zich voordoende gevallen getoetst worden. De heer VAN SCHIJNDEL begrijpt dat de Amsterdamse notarissen deze aanpak wel zien zitten. Hij vraagt of de landelijke broederschap dit alles kan billijken en goedkeuren.
Wethouder VAN DOORNINCK hoort zichzelf voortdurend herhalen dat de eisen die het college stelt in overleg met en op advies van de landelijke notariële beroepsorganisatie tot stand gekomen zijn. Er bestaat inderdaad een modelakte, maar de invulling blijft uiteindelijk maatwerk. Daarin is het van groot belang dat de notarissen kennis hebben van het Amsterdamse erfpachtstelsel.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp hiermee voldoende besproken is en dat het gepiept wordt naar de raad van maart.
Zuidas en Marineterrein 14 Kennisnemen van de afhandeling toezegging inzake de ontwikkeling van maatschappelijke voorzieningen in Zuidas (ZD2020-014886) De eerste inspreker is mevrouw Koens-Bromet van de bewonersvereniging De Mirandabuurt. Mevrouw KOENS-BROMET refereert aan de eerder toegestuurde standpunten van haar vereniging. Er is nogal wat mis gegaan. Zij wil allereerst benadrukken dat zij aanzienlijke bezwaren heeft tegen de voorgenomen herziening van het bestemmingsplan Kop Zuidas 2018. Dat bestemmingsplan is tot stand gekomen na een intensief overleg met de bewoners en de gebruikers van De Mirandabuurt. In de twee jaar van dit overleg zijn allerlei toezeggingen gedaan aan bewoners en hun vereniging. Daarom zijn zij boos en teleurgesteld dat die toezeggingen in één keer de prullenbak zijn ingegooid en vervangen zijn door drie grootschalige voorzieningen. Het bestemmingsplan maakt voorzieningen van maximaal 250m2 mogelijk. Het gaat nu om aanzienlijke overschrijdingen en dat allemaal zonder de bewoners daarin te kennen. De vereniging die frequent vergaderde met Bureau Zuidas is volledig buiten spel gezet. Bovendien passen deze voorzieningen niet in het beleid van de gemeente en het getuigt ook allemaal niet van een goede ruimtelijke ordening. Het lijkt haar ook volledig willekeurig dat deze locatie is aangewezen voor de drie voorzieningen.
Er zijn twee alternatieven, namelijk Ravel en kavel 13 of Vivaldi. Hierop is een zienswijze ingediend. Deze locaties zijn wel geschikt voor deze drie voorzieningen. De locatie op de Zuidas is om meerdere redenen onlogisch. Verder spreekt zij van een zeer gebrekkige communicatie met Bureau Zuidas op dit moment en dat zijn zij niet gewend, want normaal worden zij wel serieus genomen. Er is daarom ook een WOBverzoek gedaan. Zij verzoekt de commissie dringend de herziening te herzien en te verwerpen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ schrikt van deze inspraak en de manier waarop bewoners aan de kant worden geschoven. Wederom vindt dit plaats in stadsdeel Zuid. Daar lijkt haar structureel iets mis te gaan met participatie. Haar vraag: een van de criteria van het SHB is dat er sprake moet zijn van een evenwichtige spreiding over de stad van maatschappelijke voorzieningen. Kan de inspreker aangeven welke maatschappelijke voorzieningen al aanwezig zijn in De Mirandabuurt en de Kop Zuidas? Mevrouw KOENS-BROMET antwoordt dat er al heel veel maatschappelijke voorzieningen zijn in een heel kleine buurt. De volgende inspreker is de heer De Visser op persoonlijke titel De heer DE VISSER wil als belangrijkste punt wijzen op het gebrek aan participatie.
De voorzieningen worden nu als een soort fait à complis gepresenteerd, terwijl er een heel ruim overleg over het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden, waarin telkens is benadrukt dat het om kleinschalige voorzieningen zou moeten gaan. Het pakt nu allemaal heel groot uit zonder dat daar nog iets aan gedaan lijkt te kunnen worden. Dit terwijl er op een steenworp afstand de mogelijkheid is om de voorzieningen wel te realiseren. Dit schaadt het vertrouwen in het overleg en de gemeente. De volgende inspreker is de heer Kramps, secretaris VVE Zuidelijke Wandelweg 93-127. De heer KRAMPS sluit zich aan bij hetgeen is ingebracht door de bewonersvereniging De Mirandabuurt. Hij verwijst naar het verslag van 5 juni 2006 van
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
Bureau Zuidas waaruit duidelijk blijkt dat de maximale omvang 250m2 zal zijn, terwijl het nu over 1200 resp. 1000 m2. Behandeling Mevrouw NAOUM NÉHMÉ meldt dat de VVD buitengewoon kritisch is over de wijze waarop de conceptherziening van het bestemmingsplan Kop Zuidas wordt doorgedrukt. Nadat het in het kader van het bestemmingsplan Kop Zuidas een keurig participatieproces was doorlopen, waarbij de bewoners aangaven geen grootschalige voorzieningen te willen en dat in het bestemmingsplan zelf ook werd opgenomen, worden de bewoners nu opeens geconfronteerd met een conceptherziening van het bestemmingsplan die het hele participatieproces overboord gooit. Uit niets blijkt dat in het proces van de conceptherziening sprake is geweest van een zorgvuldige afweging van alle belangen. Zij hoort de wethouder graag nader over deze belangenafweging. Verder wil zij weten of het college bereid is deze conceptherziening on hold te zetten, zodat alle partijen eerst worden gehoord. Wethouder EVERHARDT constateert dan toen de visie op de Zuidas in 2016 is vastgesteld, besloten werd de afspraken met betrekking tot grootschalige voorzieningen te reviseren, omdat het referentiekader pas laat is vastgesteld voor dit soort sociale voorzieningen. Daarom komt dit punt steeds terug.
Het gaat inderdaad over het bestemmingsplan en is een uitvoering van het Strategisch Huisvestingsplan Jeugdzorg en Basisvoorzieningen 2019-2025, vastgesteld voor de raad in 2019. Daarbij is ook aangegeven dat er tien bovenwijkse 24-uursopvangvoorziening in de stad zouden moeten gaan landen in specifieke gebieden. Dit is een van die gebieden! Vervolgens is gekeken naar plekken die daarvoor geschikt zouden zijn. Dat is deze plek gebleken. Daarvoor is in het bestemmingsplan ruimte. Hij constateert ook dat dat niet te groot is wegens de 24-uursvoorziening, die nu die 1200 m2 nodig heeft. Er moet inderdaad een aanpassing voor worden gepleegd leidend tot een herziening van het bestemmingsplan. Dat is met de bewoners gecommuniceerd en hij ziet ook de reacties daarop, maar dat betekent niet dat hij het hele proces on hold gaat zetten. Hij gaat wel zorgvuldig om met de ook in de brief gestelde bepaling. Hij gaat wel verder met het proces, omdat hij ook een bijdrage wil leveren aan de gewenste inzet voor 24uursopvang, want zoals bekend is daar absoluut behoefte aan in de stad. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt dit een teleurstellend antwoord van de wethouder, omdat hij toegeeft dat het weliswaar past in het bestemmingsplan, maar niet qua opvang. Bovendien gaat het de bewoners niet alleen om de 24-uursopvang, maar ook over de broedplaats en het gezondheidscentrum.
Hij geeft aan de belangen te gaan meewegen, maar niets on hold te zetten. Hij maakt de mensen dus blij met een dooie mus! Het bestemmingsplan is bedoeld om rechtszekerheid te geven! Wethouder EVERHARDT meent hier zorgvuldig te handelen. Hij heeft de bewoners hierover schriftelijk geïnformeerd. Het toentertijd vastgestelde bestemmingsplan gaat herzien worden. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp hiermee voldoende is besproken.
15 Halfjaarlijkse Rapportage Zuidasdok 1 januari t/m 30 juni 2020, eindrapportage mediation traject en inkoopstrategie Zuidasdok. (ZD2020-013420) Besloten wordt dit agendapunt nu niet te behandelen en te verschuiven naar 3 maart a.s.
TOEGEVOEGD AGENDAPUNT
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 16 Uitstel besluitvorming realisatie metrostation Sixhaven. Nr. VN2021-002390 Dit agendapunt wordt in aanwezigheid van wethouder De Vries behandeld. De heer VROEGE gaat in op de brief van wethouder Van Doorninck betreffende uitstel met zicht op afstel. Ook de tunnel en de bruggen zijn uitgesteld. De brug over het Amsterdam – Rijnkanaal is van tafel en nu dreigt ook station Sixhaven te worden afgevoerd door dit college. Dat vindt D66 zorgelijk m.n. wegens de bouwambities in Noord. Die plannen zijn alleen levensvatbaar als er tevens voor een goede infrastructuur gezorgd wordt. Die les had men toch moeten trekken uit het bouwen van IJburg waar ook niet tijdig voor een infrastructuur gezorgd werd! Naar zijn mening moet uitgangspunt van verdichting ook toegepast worden op station Sixhaven wegens het enorme aantal woningen dat in dat gebied gerealiseerd gaat worden. De heer ERNSTING is verbaasd over de toonzetting van de heer Vroege, want diens partij zit in het college en ook in de regering. Volgens hem is de heer Vroege het met hem eens dat het niet aan de ambities van deze stad ligt dat het punt van die vaste oeververbindingen maar niet los wil komen, maar dat dat andere oorzaken heeft, namelijk een minister die niet meewerkt.
Heeft de heer Vroege zijn licht niet opgestoken bij zijn collega’s in de Tweede Kamer betreffende de vraag waar die blokkade nu precies zit. De heer VROEGE vindt het makkelijk om anderen de schuld te geven. Het gaat erom wat de raad nu zelf doet als stad. Daar is het Rijk niet voor nodig. Ook voor het besluit rond dit station is het Rijk niet nodig. Dit zijn dingen die Amsterdam zal kan doen. De heer ERNSTING is van mening dat de toestemming van het Rijk wel nodig is, omdat er een blokkade van het Rijkswater plaatsvindt. Dat kan Amsterdam niet doen of wil de heer Vroege het IJ gaan bezetten? De heer VROEGE benadrukt dat zijn partij niet van het bezetten is. Hij benadrukt dat het erom gaat dat Amsterdam zelf voorstellen kan maken. Hij merkt dat er in deze periode vooral geprobeerd wordt om de sfeer met het Rijk goed te houden. Dat is belangrijk, maar moet niet uitsluiten dat er soms met de vuist op tafel geslagen wordt omwille van het voortmaken met de plannen. Dat mist hij. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil weten wat de heer Vroege vindt van het argument van de heer Ernsting dat er sprake is van een blokkade vanuit het Rijk. Herkent de heer Vroege dat? De heer VROEGE weet dat de mening van de heer Ernsting en van hem over de VVD-minister eensluidend zijn. Hij zou het fijn vinden als de minister wat meer aan de stad dacht en niet alleen aan het onderhoud.
Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil horen waar het punt van de blokkade vanuit Den Haag inhoudelijk op neerkomt. Ervaart de heer Vroege die blokkade? De heer VROEGE ervaart die blokkade zeker, want er ligt al bijna 9 maanden een rapport. Als de minister de stad gunstig gezind was, zou er allang een advies gelegen hebben. Hij hoopt dat de partij van mevrouw Naoum Néhmé een keer met de vuist op tafel gaat slaan. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil dan weten met welke vuist de partij van de heer Vroege op tafel geslagen heeft inzake dit punt bij het Kabinet. Zij zou dat graag doen voor
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
Amsterdam. Zij wil graag weten wat zijn partij gedaan heeft om de minister gunstig te stemmen voor de belangen van Amsterdam. De heer VROEGE benadrukt dat mevrouw Naoum Néhmé moet geloven dat hij dat gedaan heeft, maar soms is het verstandig om zoiets niet uit te dragen in de openbaarheid. Hij heeft vragen aan het college betreffende de tunnel en station Sixhaven. Als die zaken er niet komen mist de stad nog steeds voldoende verbinding met stadsdeel Noord. Hij wil weten of het college nu heel snel het gesprek daarover aangaat met de raad. Verder wil hij weten waarom station Sixhaven niet integraal is meegenomen in het mobiliteitsplan van Noord. Het college schrijft voorts dat de kosten 250 miljoen euro zouden zijn. Hij heeft met experts gesproken en die zeggen dat dat het geval zou zijn als er met veel luxe gewerkt zou worden. Het kan ook simpel en sober gehouden worden en dan wordt het een stuk goedkoper. Heeft het college daarnaar gekeken? Als dat niet gedaan is, is het college dan bereid om een second opinion te verkrijgen? Verder wil hij weten of het college de gemaakte analyse onderschrijft met betrekking tot de te maken kosten voor de metrobeveiliging en het ecosysteem.
Als er geen station Sixhaven komt, betekent dat dan dat de frequentie in de toekomst niet verhoogd kan worden? Heeft het college dat onderzocht? De heer BOOMSMA begrijpt niet wat de heer Vroege bedoeld met zijn beeld van het uiteindelijke station Sixhaven. Wat zou dat oplossen? De heer VROEGE geeft een technische uitleg. De heer ERNSTING denkt dat het besluit om het station Sixhaven wegens de kostentoename uit te stellen een verstandig besluit is. Hij denkt óók, zoals ook in het rapport De Hooghe wordt voorgesteld, dat een voetgangerstunnel aldaar dat station overbodig maakt. Bovendien komt die tunnel uit op een prettigere plek dan waar nu station Sixhaven gepland is. Dus hij denkt dat het goede besluit wordt genomen. Hij vindt daarom dat men voort moet gaan met het rapport De Hooghe. Hij snapt het punt van de heer Vroege heel goed waar het de verdichting betreft aan de noordkant van het IJ. Hij ziet ook dat de stad een pas op de plaats heeft moeten maken wegens het dwarsliggen van het Rijk. Het wachten is op een gezamenlijke bestuurlijke reactie op het rapport De Hooghe. Hij vermoedt dat het college staat te popelen om die bestuurlijke reactie te geven. Hij denkt dat hij weet waar die terughoudende houding van het Rijk vandaan komt. Hij hoort echter graag het antwoord van het college op die vraag.
Hij hoopt dat de heer Vroege samen met GroenLinks op wil trekken richting Den Haag om daar de boel vlot te trekken, want dat is van wezenlijk belang voor de stad. De heer LEENDERS wijst erop dat het hierbij gaat om iets groters dan alleen station Sixhaven, namelijk de verbinding van Noord met de rest van de stad. Hij kent de ambities van de verbindingen en de plannen in verband met commissie De Hooghe. Hij wil weten hoe het kan dat de nieuwe investering nu drie keer zo veel kost dan de raming van drie jaar geleden. De redenen die nu worden opgegeven voor de nieuwe raming lijken hem niet (?). In de halfjaarrapportage leest hij dat de prognose voor de middelen voor Sixhaven 4 ton zijn. Hij vraagt de wethouder deze middelen, die nu vrij komen, in te zetten voor de twee nieuwe bruggen uit het plan van De Hooghe. In de voortgangsrapportage staat ook dat er afspraken gemaakt worden om het advies tussen Rijk en gemeente onderdeel te laten zijn van de procesafspraken om vervolgens de afspraken mee te nemen in de planning. Zijn fractie zou graag zien dat in het tweede kwartaal met concrete procesafspraken gekomen wordt. Zijn laatste vraag betreft de financieringsambitie ten aanzien van de Sprong over het IJ. Zijn fractie krijgt graag inzicht in de dekking van de projectkosten van de ontwikkeling van de oeververbindingen van de komende jaren.
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
Mevrouw DE BRUINE meldt dat haar fractie de zorgen deelt van de voorgaande sprekers. Verder wil zij weten of omwonenden zijn geïnformeerd over het besluit metrostation uit- of af te stellen. Zij hoort graag wat de reacties zijn van de mensen die daar in de buurt wonen. Zij hoort voorts graag wat de wethouder graag zou willen betreffende de ontwikkeling rond dit metrostation. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is van mening dat er iets mis is met de Amsterdamse belangenbehartiging in Den Haag. Zij hoort graag wat het college weerhoudt om in Den Haag met de vuist op tafel te slaan. Zij vindt het jammer dat station Sixhaven is uitgesteld. De met de bouw van het station gemoeide kosten vindt zij echter niet mis te verstaan. Daardoor heeft zij begrip voor deze beslissing tot uit- of afstel. Als die kosten echter afgezet worden tegen kosten die gemoeid zijn met de koop van de sociale huurwoningen aldaar, zoals wethouder Ivens van plan is, dan blijkt het toch een kwestie van prioriteiten stellen. Het is duidelijk waar het college geld voor wil uittrekken. Inhoudelijk sluit zij zich aan bij de vragen van de heer Vroege. Zij vraagt de wethouder af te wegen of een voetgangerspassage, zoals voorgesteld door de heer De Hooghe, een echt alternatief is voor een metrostation. De heer VOEGE vindt dat mevrouw Naoum Néhmé helemaal gelijk heeft als het gaat om de financiën.
Als er in Amsterdam Noord een fatsoenlijk parkeertarief ingevoerd wordt, kan de stad het helemaal zelf betalen. Wat vindt mevrouw Naoum Néhmé van die suggestie ter dekking van het metrostation? Dat gaat mevrouw NAOUM NÉHMÉ echter veel te ver en noemt dat het vergelijken van appels met peren. Ze gaat dus hierin dus niet mee met de heer Voege. De heer ERNSTING vindt dat parkeren en de metro wel raakvlakken hebben, maar wat echt een ‘gekke peer’ is, zijn de sociale huurwoningen die mevrouw Naoum Néhmé noemde. Misschien kan zij toch nog een keer reflecteren op dat verkeersdomein en hoe de parkeeropbrengst gebruikt zou kunnen worden voor het financieren van het metrostation. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is het er niet mee eens om de autobezitters te laten betalen voor de infrastructuur van de gebruikers van het OV. Volgens haar is het OV een infrastructuur waar iedereen recht op heeft. Zij ziet niet in waarom de autobezitter daarvoor zou moeten betalen. De heer ERNSTING raadt mevrouw Naoum Néhmé aan de verordening op de parkeerbelasting nog maar eens te lezen. Daarin staat namelijk keurig beschreven wat daar allemaal aan infrastructuur uit betaald wordt. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ kent die verordening, maar zij is het niet eens met die keuze. De heer BOOMSMA wijst erop dat het om bijna een verdrievoudiging van de kosten gaat vergeleken met hetgeen drie jaar geleden werd voorzien.
Als daarbij dan gekeken wordt naar de hoge kosten voor vervangend vervoer, dan vraagt hij zich af of dit werkelijk een verrassing is. Wat is de verklaring dat er drie jaar geleden zo’n verkeerde inschatting is gemaakt? Wethouder DE VRIES begint met de vraag van mevrouw De Bruine, namelijk ‘wat wil de wethouder zelf?’ Die wethouder zou namelijk graag metrostation Sixhaven willen kunnen aanbieden. Men moet wel realistisch blijven. Het gaat om veel geld en op dit moment gelden er heel veel wensen en verlangens, die tegen elkaar moeten worden afgewogen. Daarom staat er ook in de brief dat het station voor een bepaalde tijd is uitgesteld. Er is dus niet definitief besloten dat er geen metrostation Sixhaven komt.
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
Hij reageert vervolgens op de heer Vroege die wees op de ontbrekende infrastructuur bij de aanleg van IJburg. Hij weerspreekt dat dat het geval was. Verder laat hij weten dat hij een uur geleden nog een scherp gesprek had met de staatssecretaris over de daling in het openbaar vervoer. Verder werd gevraagd of Sixhaven in het mobiliteitsplan zit van Noord en of het daarom niet gezamenlijk behandeld moet worden. Hij snapt die redenering. Dat mobiliteitsplan is af en kan op korte termijn verwacht worden. In dat plan valt te zien dat wat nu besproken wordt past en overwogen is binnen dat mobiliteitsplan. Velen vragen waarom de kosten nu ineens veel hoger blijken te zijn. Hij legt uit dat de eerste schetsontwerpen weinig met financiering te maken hadden. Nu pas kon daar goed naar gekeken worden en toen bleek dat er grote kostenposten als een verdeelhal en een fietsenstalling nodig zijn. Dat heeft financiële consequenties. Een beveiligingssysteem behoort echter niet tot die grote kostenposten. Als het alleen daarop had gezeten dan was dat uiteindelijk geen belemmering geweest. Het financiële probleem schuilt in die andere onderdelen. Waar is wel dat bij een verandering van het systeem weer een aanpassing van dat beveiligingssysteem zal moeten plaatsvinden. De heer Vroege wees erop dat het volgens experts allemaal goedkoper zou kunnen.
Hij houdt er van gewoon reële kosten op tafel te leggen, daarom is hij altijd bereid om desgewenst met experts over dit onderwerp te spreken. Verder stelt de heer Vroege dat het station mooi in het CEW(?) gepast had kunnen worden. Dat is waar, maar dat is voor de bezetting van de huidige lijn niet erg belangrijk. Dat zou wel het geval zijn bij een verdere doortrekking van de Noord/Zuidlijn. Mocht het nodig zijn dan zal de aanleg van het metrostation in dat kader worden meegenomen. De heer Leenders wees op het feit dat er nu middelen vrijvallen, die wellicht elders kunnen worden ingezet. Die kosten vallen echter niet vrij aan de kant van de gemeente Amsterdam, maar wel aan die van de Vervoersregio. Daar zou die discussie wel kunnen worden gevoerd. Richting mevrouw De Bruine meldt hij dat er te voren niet met de omwonenden hierover gecommuniceerd is. Hij heeft wel gelezen dat de jachthaven blij is met het collegebesluit. Hij heeft geen negatieve reacties gehoord. Mevrouw Naoum Néhmé is van mening dat het bedrag voor de aankoop van sociale huurwoningen beter in de bouw van het station gestoken kan worden. Volgens hem staan die woningen echter anders in de boeken dan het station. Het zijn, economisch gezien, verschillende grootheden. Verder wijst hij erop dat er heel veel autobezitters gebruik maken van het OV.
De heer BOOMSMA wil weten of het echt onmogelijk was om deze verdriedubbeling van kosten te voorzien. Wethouder DE VRIES denkt dat dat wellicht wel het geval was, omdat veel fysieke voorzieningen toentertijd niet zijn doorgerekend. Het was toen dus wel bekend dat er veel kosten waren, waarvan nog geen beeld gevormd was. De heer LEENDERS leest met betrekking tot die vrijvallende middelen dat 417.000 euro gereserveerd zijn, maar hij hoorde de wethouder zeggen dat dat in de sfeer van de Vervoersregio valt. Hij begrijpt dan niet goed waarom dat in de halfjaarrapportage staat. Misschien dat de wethouder daarover iets kan zeggen. Wethouder DE VRIES kan zich voorstellen, dat die middelen daar wel instaan, maar dat het toch thuishoort in de Vervoersregio. Hij zegt echter bereid te zijn dat nader uit te zoeken voor de heer Leenders. Wethouder VAN DOORNINCK gaat allereerst in op de vele geluiden van ongeduld vanuit de raad betreffende het uitblijven van de bestuurlijke reactie op het advies van De Hooghe. Zij kan zich daar van alles bij voorstellen. In de volgende commissievergadering wordt echter de voortgang in de Sprong over het IJ besproken. Dan zal dat punt in deze commissie besproken kunnen worden. Zij denkt dat dan ook de
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 3 februari 2021
RO
punten van de tunnel en andere onderdelen van het advies aan de orde zullen kunnen komen. De heer Vroege stelde dat de tunnel door haar is uitgesteld. Die tunnel is altijd onderdeel geweest van de plannen met betrekking tot het IJ en is ook op die manier behandeld. Die tunnel staat nog steeds op de commissieagenda. Richting de heer Leenders die om inzicht in het verdere proces vroeg, wijst zij erop dat dit onderwerp in de volgende commissievergadering besproken zal worden. De buurtbewoners zijn niet vlak voor dit besluit op de hoogte gesteld. Wel bestaat er een klankboordgroep vanuit de buurt over de ontwikkelingen rond Sixhaven. Daar zal zij binnenkort weer een gesprek mee hebben. Dus de communicatie met de buurt heeft constant plaatsgevonden. Verder benadrukt zij richting mevrouw Naoum Néhmé dat het hele traject van Commissie De Hooghe en het advies volledig in het teken staat van de verbetering van de relatie met het Rijk. Zij denkt dat dat heeft bijgedragen aan het herstel van die relatie. Verder was er de vraag of het herstel niet iets anders is dan het metrostation. Dat is natuurlijk zo, maar zij denkt dat het in grote steden niet zelden voorkomt dat maatregelen getroffen worden waar niet alle inwoners van profiteren. Zij begrijpt wat de Commissie De Hooghe daarover zegt. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp hiermee voldoende besproken is.
BESLOTEN DEEL Op voorstel van mevrouw Naoum Néhmé wordt het besloten deel voor vanavond verzet naar 3 maart.
De VOORZITTER sluit deze vergadering om 18.21 uur.
31