CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag raadscommissie Algemene Zaken 27-02-2025.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 27 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie AZ d.d. 27 februari 202414.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het idee dat, zolang je maar binnen de grenzen van de rechtsstaat opereert, alles beter wordt is achterhaald. De democratische rechtsstaat is de basis van politiek handelen maar de toeslagenaffaire en Groningen hebben aangetoond dat burgers verschrikkelijk in de steek zijn gelaten door de rechtspraak en de hoge colleges van staat. Dit betekent dat de instanties die uitvoering geven aan de rechtsstaat buitengewoon kritisch op zichzelf moeten blijven en dit geldt ook voor de juridische functie binnen de gemeente. Ze hoeft het lid Havelaar niet het verschil tussen een deelbelang en het algemeen belang uit te leggen. Burgers kunnen zich groeperen, protesteren en soms zelfs gelijk krijgen maar uiteindelijk heeft de raad altijd het laatste woord, ook in participatietrajecten. Als bijvoorbeeld buurtbewoners zich verzetten tegen het Erotisch Centrum dan moet de raad het algemeen belang voor de stad overwegen wat verder reikt dan alleen het belang van de buurt. Dit geldt ook voor beslissingen zoals de plaatsing van windturbines waarbij de raad een belangrijk oordeel te vellen heeft tussen het belang van huidige en toekomstige generaties. Het is dus niet zo dat burgers die zich verzetten altijd gelijk krijgen. Als burgemeester is ze verantwoordelijk voor de afdeling Juridische Zaken. Onder deze afdeling vallen verschillende juristen bij verschillende diensten. Ze is geen

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-Raadscommissieverslag, 27 februari 2025

voorstander van verdere centralisatie omdat het vaak leidt tot meer bureaucratie en omdat de juristen ook veel kennis van de werkvloer moeten hebben. Er is ongelijkheid tussen de gemeente en burgers en bedrijven maar ook een enorme ongelijkheid tussen burgers onderling. Er zijn voorbeelden van rijke burgers die illegale bouwwerken willen realiseren en over voldoende financiële middelen beschikken om jarenlang te procederen. Ze betwijfelt of een juridische pot zoals voorgesteld door het lid Havelaar hen zou moeten helpen. Het probleem is eerder dat kwetsbare burgers weinig procederen terwijl machtige burgers veel procederen. Het beste antwoord op deze ongelijkheid is het versterken van rechtsbijstand en de sociale advocatuur heeft meer middelen nodig. Er zijn partijen die al jarenlang pleiten voor meer investeringen in de sociale advocatuur en ook het CDA zou bij haar landelijke fractie kunnen aandringen op meer middelen om de rechtsongelijkheid te verminderen. Het lid HAVELAAR geeft aan dat hij niet heeft gezegd dat iedereen die tegen de gemeente procedeert aanspraak moet kunnen maken op dat potje juridische bijstand. Het gaat hem om gevallen waar de gemeente willens en wetens nieuwe regels maakt, juridisch pioniert en kleinere en kwetsbaardere ondernemers en burgers het tegen de gemeente moeten opnemen.

En daar doet de sociale advocatuur niet zoveel aan want die zeggen net zoals de rechtsbijstand, dit is zo'n grote zaak, dat vinden we ingewikkeld, u kunt beter schikken. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat dit soort ongelijkheden kunnen worden tegengegaan met de Wet op de Rechtsbijstand en via landelijke investeringen. Ze neemt aan dat het lid Havelaar onderschrijft dat ook het openbare water een zekere mate van ordening moet kennen en dat je dat niet als juridisch pionieren kan afdoen. Ze is het er wel mee eens dat de gemeente niet moet doorprocederen alleen maar omdat ze bang is voor precedentwerking. Het lid WIJNANTS merkt op dat niet alleen door een rijke toplaag tegen de gemeente wordt geprocedeerd maar ook door hele andere groepen. Hij wijst op de heer Van der Linde die vermoedelijk met steun van de sociale advocatuur alle vele rechtszaken tegen de gemeente heeft gevoerd en dan kan de juridische functie wel wat doorslaan. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de heer Van der Linde een goed voorbeeld is van burgerlijk activisme en effectief gebruik van het recht waarbij hij de gemeente scherp houdt en waarbij hij soms in het gelijk wordt gesteld. De heer Van der Linde is eigenlijk een bewijs van de noodzaak om de rechtsbijstand op orde te houden en te versterken want het heeft de heer Van der Linde ook heel veel gekost.

De gemeente moet haar burgers daartoe in staat stellen omdat de overheid over aanzienlijke meer middelen en expertise beschikt en dat kan leiden tot ongelijkheid. Aan het lid Broersen geeft ze aan dat er via de gesprekstafels van Zuurmond diverse systeemfouten aan het licht zijn gekomen. Deze tafels helpen om zulke fouten te identificeren en aan te pakken. Tegenover het lid Hofland erkent ze dat de invoering van het recht op een fout sneller mag verlopen. Momenteel lijkt de implementatie hiervan te veel af te hangen van de welwillendheid van individuele wethouders terwijl het als een algemene regel in de gemeente zou moeten gelden. Dat zou meer duidelijkheid scheppen over de reikwijdte en dan kan ook beter ingekaderd worden wat er wel of niet onder valt. Wat betreft de sociale advocatuur benadrukt ze dat dit primair een landelijke aangelegenheid is en dat gemeentelijke aanvullingen tot rechtsongelijkheid tussen gemeenten kunnen leiden. Toch wordt geïnventariseerd waar de grootste problemen liggen en of de gemeente hierin enige ondersteuning kan bieden aan kwetsbare burgers die het meest afhankelijk zijn van de overheid. Verder legt ze uit dat de gesprekstafels van de commissie Zuurmond nu zijn opgevolgd door leertafels waarmee het opsporen van systeemfouten structureel wordt ingebed in de organisatie.

Op die manier wordt het niet afhankelijk van incidentele gesprekken maar verankerd in de werkwijze van de gemeente.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-Raadscommissieverslag, 27 februari 2025

Tot slot beaamt ze dat procedures inderdaad kunnen worden voorkomen door heldere en eenduidige regelgeving die beter gecontroleerd kunnen worden. Hoewel niet alle procedures kunnen worden vermeden met inspraak en participatie dragen het wel bij aan een opener gesprek, meer wederzijds begrip en soms zelfs een heroverweging van gemeentelijk beleid. Het lid ALBERTS merkt op dat het aantal procedures wel kan afnemen door inspraak en participatie. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat Amsterdam een heel uitgebreide participatieverordening kent, er veel vormen van inspraak zijn en dat er ook geëxperimenteerd wordt met burgerberaden. Het kan altijd meer maar het participatietekort wordt vooral benadrukt door burgers die het oneens zijn met een beslissing. Participatie wil niet zeggen dat je gelijk krijgt en dat misverstand sluipt er nog weleens in. Maar in zijn algemeenheid heeft het lid Alberts gelijk. Het lid BENTOUMYA vraagt of er nog gekeken kan worden naar het voortzetten van de externe commissies bij de bouwvergunningen. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat zij met een vervolgbrief komt op hoe er omgegaan zal worden met de externe commissies en die vraag neemt ze daarin mee. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Dit agendapunt staat geagendeerd voor de gemeenteraad van 5 en 6 maart. Juridische Zaken 8.

Ondervertegenwoordigd Amsterdam De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Nadif. Het lid NADIF begrijpt uit eigen ervaring waarom mensen het vertrouwen in de politiek verliezen. Maatschappelijke problemen zijn vaak het gevolg van politieke keuzes en mensen voelen zich daardoor in de steek gelaten. Tijdens de expertmeeting werd besproken wat politici wel kunnen doen. Zo gaf Younes Douari van Represent Jezelf aan dat mensen meer eigenaarschap moeten krijgen in het politieke proces, bijvoorbeeld door stemloketten op locaties die jongeren aanspreken. Het is belangrijk is om te kijken naar plekken waar mensen zich thuis voelen en overweegt hier een voorstel over in te dienen. Daarnaast benadrukt ze het belang van representatie en levenservaring in de politiek. Ze vraagt zich af in hoeverre de gemeenteraad echt representatief is aangezien slechts 50 procent van de mensen gestemd heeft. Hoewel iedereen zijn best doet om de hele stad te vertegenwoordigen vindt ze dat dit een punt van bewustwording moet blijven. Verder wijst ze op het belang van het erkennen van pijn en trauma binnen verschillende gemeenschappen. Problemen worden generatie op generatie doorgegeven, en als ouders niet stemmen doen kinderen dat vaak ook niet. Ze verwijst naar onderzoeker Floris Vermeulen van de UvA die aangaf dat moeilijke en complexe gesprekken niet uit de weg mogen worden gegaan.

In dat kader noemt ze ook de discussienota van het lid Khan en benadrukt ze hoe belangrijk het is om in gesprek te blijven, zelfs als dat soms confronterend is. Ze haalt de bijeenkomsten over het erotisch centrum aan waar GroenLinks niet altijd populair was maar haar aanwezigheid toch werd gewaardeerd. Tot slot vindt ze dat de focus niet zozeer moet liggen op het verhogen van de opkomst, maar op het vergroten van vertrouwen in de politiek en daar worden al belangrijke stappen in gezet. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Broersen.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-Raadscommissieverslag, 27 februari 2025

Het lid BROERSEN meent dat het wantrouwen richting de overheid inmiddels voldoende is onderzocht en dat het nu tijd is om in actie te komen. De centrale vraag is wat er met deze inzichten gedaan wordt. Tijdens de expertmeeting kwamen verschillende concrete voorstellen aan bod, van een Amsterdamse opkomstplicht tot het versterken van het maatschappelijk middenveld. Het probleem speelt in heel Europa en lokale politici worden verantwoordelijk gehouden voor de landelijke politiek, de Belastingdienst en soms zelfs het handelen van de buurtteams. Volt ziet in het rapport twee duidelijke opdrachten voor de gemeenteraad, het serieus nemen van het maatschappelijk middenveld en het verbeteren van de gemeentelijke dienstverlening. Uit het rapport blijkt dat waar het vertrouwen in de overheid ontbreekt maatschappelijke initiatieven en verenigingen juist wel worden vertrouwd en beter in staat zijn om politiek ondervertegenwoordigde groepen te bereiken. Toch krijgen zij minder erkenning dan bijvoorbeeld wetenschappelijke kennis en verdwijnen belangrijke ontmoetingsplekken zoals buurthuizen. Ze vraagt of het college naar aanleiding van dit rapport een rol ziet in het versterken van deze netwerken. Daarnaast stelt ze dat slechte ervaringen met de gemeentelijke dienstverlening het vertrouwen in de politiek ondermijnen en ertoe kunnen leiden dat mensen volledig afhaken.

Om het vertrouwen te herstellen moet dienstverlening beter toegankelijk en meer betrouwbaar worden. Hoewel het college inzet op een rechtvaardige en dienstbare overheid met een nieuwe bestuursopdracht ontbreken nog concrete details om te kunnen beoordelen of dit voldoende is. Ze vraagt de burgemeester naar het concrete doel en de hoofdvraag van deze bestuursopdracht. Verder merkt ze op dat rapporten vaak focussen op cijfers in plaats van op persoonlijke ervaringen. Omdat de burgemeester eerder aangaf dat de gesprekstafels over juridische vernieuwing worden doorgezet stelt ze voor om mensen met bijzondere klachten uit te nodigen voor deze gesprekken omdat dit waardevolle inzichten kan opleveren. Tot slot erkent ze dat het versterken van vertrouwen een langdurig proces is en niet morgen is opgelost. Hoewel de focus breder moet zijn dan alleen opkomstbevordering, blijven de verkiezingen van 2026 een belangrijk moment en is een hogere opkomst wenselijk. Ze vraagt of de burgemeester concrete punten uit het rapport meeneemt in het plan voor opkomstbevordering en wanneer dit met de raad wordt gedeeld. Vanuit de expertmeeting zijn veel ideeën naar voren gekomen om jongeren beter te bereiken en ze kijkt ernaar uit om daarmee aan de slag te gaan. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Moeskops.

Het lid MOESKOPS krijgt democratische buikpijn van de analyse in het rapport Ondervertegenwoordigd Amsterdam. Het schetst een beeld van diverse groepen Amsterdammers die zich niet langer onderdeel voelen van het maatschappelijk weefsel, wat schrijnend en pijnlijk is. Ze benadrukt dat dit probleem niet met een snelle actie of een motie is op te lossen maar een langdurig traject vergt. Realistische beloftes, duidelijke communicatie en een consequente inzet vanuit de politiek zijn volgens haar noodzakelijk. Ze worstelt met de signalen over de moeizame contactmomenten met de overheid, vooral de frustratie over keuzemenu’s en chatbots. Tegelijkertijd plaatst ze dit in de bredere context waarin digitale klantenservice steeds vaker menselijke ondersteuning vervangt. Ze vraagt zich af of de gemeente een bijzondere verantwoordelijkheid draagt op het gebied van dienstverlening. Uit het rapport blijkt dat de meest concrete en kansrijke aanpak ligt in het creëren van een gastvrije, fysieke ruimte, het tegengaan van schimmelwoningen, het verbeteren van de openbare ruimte en het zorgen voor toegankelijke plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Tot slot gaat ze in op het bevorderen van de opkomst bij verkiezingen. Ze erkent dat er praktische drempels zijn zoals een gebrek aan bekendheid over verkiezingen en fysieke toegankelijkheid van stembureaus.

Ze mist ook een laagdrempelige manier om kiezers te informeren zoals een politieke markt waar partijen in gesprek kunnen gaan met

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-Raadscommissieverslag, 27 februari 2025

burgers. Ze verwijst naar haar ervaringen in Bunnik waar een dergelijke markt een vast onderdeel was van verkiezingen. Daarom doet ze een oproep aan de commissieleden om samen met haar op zo’n markt in de Stopera te gaan staan. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Heinhuis. Het lid HEINHUIS sluit zich daar graag bij aan en stelt voor om zo’n politieke markt ook in alle stadsdelen te organiseren en daar waar de mensen nu nog minder stemmen. Ze vindt het onacceptabel dat zoveel Amsterdammers niet stemmen, zich niet vertegenwoordigd voelen en het vertrouwen in de politiek hebben verloren. Volgens haar is dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid van links tot rechts. Bij het lezen van het rapport herkent ze veel bekende problemen die zo structureel en complex zijn dat ze moeilijk op te lossen zijn. Ze verwijst naar de Franse schrijver Édouard Louis die benadrukt dat juist de mensen voor wie politiek het meest bepalend is, vaak het minst vertegenwoordigd worden. Dit illustreert hij met een voorbeeld van zijn gezin dat een financiële meevaller van 100 euro kreeg en hoe dit hun leven beïnvloedde terwijl het voor anderen geen verschil maakt. Ze vindt dat de politiek zich hier bewust van moet zijn en beleid moet maken met oog voor degenen bij wie het echt een verschil maakt.

Daarnaast benadrukt ze het belang van nieuwe en aanvullende ideeën om meer mensen bij de politiek te betrekken. Ze verwijst naar de expertmeeting waar de waarde van het maatschappelijk middenveld werd besproken. Organisaties zoals Represent Jezelf en Kleur de Kamer bereiken groepen die de politiek moeilijk bereikt en kunnen een belangrijke rol spelen in het bevorderen van de opkomst. Ze is benieuwd hoe de burgemeester met deze organisaties samenwerkt om mensen meer te betrekken bij de politiek en dat begint natuurlijk bij het stemmen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kabamba. Het lid KABAMBA herkent het wantrouwen vanuit haar eigen ervaring. Ze vindt dat mensen gewaardeerd zouden moeten worden voor wie ze zijn, niet waar ze vandaan komen. Alle politiek is identiteitspolitiek maar de enige identiteitspolitiek die niet mag is die van de etnische identiteit. Ze verwijst naar de organisatie Represent Jezelf die succesvol jongeren bereikt door daar te zijn waar deze mensen al actief zijn in plaats van hen te vertellen hoe ze zouden moeten denken. Politici moeten niet proberen de rol van bruggenbouwer of influencer te spelen, ze moeten begrijpen dat alles politiek is en dat politieke invloed zichtbaar moet zijn in het dagelijkse leven van mensen. Als mensen geen politici kennen of zien dat de politiek niets voor hen doet, dan zullen ze zich niet vertegenwoordigd voelen.

De daling van de opkomst is in bepaalde wijken zoals Nieuw-West en Zuidoost is een gevolg is van de daling van empathie en bestaanszekerheid. Mensen voelen zich niet aangesproken door de politiek wanneer hun primaire behoeften worden vermarkt. Haar vraag is wat de gemeente gaat doen om ervoor te zorgen dat alle mensen zich aangesproken voelen en niet alleen maar de mensen die altijd aangesproken worden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Berkel. Het lid VAN BERKEL meent dat grote groepen Amsterdammers zich niet vertegenwoordigd voelen door zowel de gemeente als de politiek omdat de gemiddelde afgehaakte Amsterdammer waarschijnlijk alles op één hoop gooit. In de technische sessie ging het veel over perceptie, oftewel de indruk dat burgers zich niet goed vertegenwoordigd voelen maar de gebrekkige vertegenwoordiging van met name lager opgeleiden is een keihard feit. Onderzoek toont aan dat wat de hoger opgeleide minderheid wil realiteit wordt en dat de gewone Amsterdammer het nakijken heeft. Als concreet voorbeeld noemt hij het feit dat Amsterdam veel gesubsidieerde theaters heeft maar geen brug over het IJ.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-Raadscommissieverslag, 27 februari 2025

Ook als het gaat om participatie ziet hij dat hoger opgeleide goed geïnformeerde burgers die de juiste ambtelijke taal spreken makkelijker de weg naar de Stopera vinden. Dit komt ook terug in het onderzoek Ondervertegenwoordigd Amsterdam waaruit blijkt dat de gevestigde partijen vooral de hoogopgeleide grachtengordelelite bedienen terwijl Wesley of Mo uit Nieuw-West vaak achteraan moeten aansluiten. Hij vraagt of de burgemeester kan toezeggen de raad regelmatig te informeren over de plannen om de opkomst bij de komende verkiezingen te verhogen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR verwijst naar het boek De black-box-democratie van Dilara Bilic waarin wordt uitgelegd dat we ons niet moeten blindstaren op opkomstpercentages. Deze cijfers zijn slechts een resultaat van hoe betrokken mensen zich voelen bij de politiek. Het probleem ligt niet in het opkomstpercentage maar in de mate van betrokkenheid van burgers. Dit aspect miste hij in de expertmeeting waar het te veel ging om acties van politici in plaats van nadenken over hoe het maatschappelijk middenveld versterkt kan worden. Hij wijst op de opkomst van sociale media die vaak stereotypen bevestigen. Mensen die al negatieve ideeën over de overheid hebben, krijgen alleen maar berichten te zien die die opvattingen versterken.

Tegelijkertijd zeggen mensen dat politici alleen maar langskomen als ze gekozen willen worden. Daarom stelt hij voor om vanuit de gemeente een soort zendtijd voor politieke partijen te maken zodat burgers niet afhankelijk zijn van algoritmes op platforms zoals Instagram en TikTok en een breder beeld krijgen van wat politieke partijen doen en het werk van de raad niet alleen maar in het Parool en de Telegraaf staat. Het lid KHAN vraagt op basis waarvan beleid gemaakt moet worden wanneer je je niet wilt blindstaren op opkomstcijfers. Het lid HAVELAAR antwoordt dat de gemeente sterk moet inzetten op het bespoedigen van vrijwilligerswerk. Dat kan heel erg helpen om mensen het gevoel te geven dat ze in een sociaal verband zitten waar ze met elkaar ook over politiek kunnen spreken. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Khan. Het lid KHAN denkt dat ondervertegenwoordiging in feite gelijkstaat aan afhaken en dat er diverse concepten en ideeën zijn over hoe hiermee omgegaan moet worden. Het kan bijvoorbeeld betrekking hebben op een West-Afrikaanse dokter in de H-buurt die binding heeft met de buurt maar wordt verdrongen door een groot bedrijf of jongeren die geen woning meer kunnen vinden in hun eigen buurt.

In het rapport staat bovendien dat extra beleidsaandacht voor dit probleem niet noodzakelijk leidt tot een verminderd gevoel van ondervertegenwoordiging, wat de kwestie extra complex maakt. Hij pleit voor een focus op opkomstcijfers omdat dit objectief meetbaar is en een concreet doel biedt om naar te streven. Annet Terpstra deed hiervoor goede voorstellen, zoals het eerder opzetten van mobiele stembureaus in buurten met lage opkomstcijfer zodat er ook buurtactiviteiten kunnen worden georganiseerd die gericht zijn op ondervertegenwoordigde groepen. Dit biedt hen de kans om kennis te maken met de stemlocatie en informatie te ontvangen. Een ander voorstel was het stellen van opkomstnormen in buurten met extreem lage opkomstpercentages. Daarnaast benadrukt hij het belang van het stimuleren van jongeren om te gaan stemmen omdat de eerste stemervaring op achttienjarige leeftijd de kans vergroot dat ze later weer gaan stemmen. Hij stelt voor om van democratie een feest te maken bijvoorbeeld door achttienjarigen op te halen met een limousine en hen met champagne te verwelkomen. Het gaat om een signaalwerking door meer aandacht te hebben voor de groepen die op afstand staan, hen laten zien dat ze erbij horen en tegelijkertijd bijdragen aan het versterken van het wij-gevoel.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-Raadscommissieverslag, 27 februari 2025

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Wijnants. Het lid WIJNANTS denkt dat er ook Amsterdammers zijn die zijn afgehaakt omdat ze niet meer verwachten dat Amsterdams van politieke kleur verandert en dan zeggen laat maar zitten, ik hoef niet meer te stemmen, het is toch allemaal links. Dat is in toenemende mate een sfeer waarom heel veel mensen niet stemmen en de VVD ziet bij haar eigen kiezersonderzoeken dat mensen om die reden afhaken om te stemmen voor de gemeenteraad. Het lid MOESKOPS vindt het toch een verschil of mensen afhaken omdat je denkt ik dop mijn eigen boontjes wel of omdat je denkt er wordt niet naar me geluisterd. Het lid WIJNANTS is het daarmee eens. Een lage opkomst komt voort uit een gebrek aan eigenaarschap en betrokkenheid bij de samenleving terwijl de opkomst juist stijgt wanneer mensen het idee hebben dat hun stem daadwerkelijk invloed heeft en hun belangen vertegenwoordigd worden. Hij verwijst naar het boek van J.D. Vance dat inzichtelijk maakt waarom mensen in rurale gebieden van Amerika zich ondervertegenwoordigd en machteloos voelen en hoe dat leidt tot woede en frustratie. Daarnaast benadrukt hij het belang van het maatschappelijk middenveld bij het versterken van betrokkenheid omdat het draait om eigenaarschap.

Dat is ook wat Benjamin Franklin probeerde op te bouwen, een samenleving waarin burgers zich niet alleen betrokken voelen maar ook betrokken kunnen zijn. In Amsterdam ontbreekt die mogelijkheid voor veel groepen, mede door een eenzijdige vertegenwoordiging binnen de politiek en het bestuur. Hij is ervan overtuigd dat het doorbreken van deze oververtegenwoordiging zal bijdragen aan een hogere opkomst omdat mensen dan weer het gevoel krijgen dat er echt iets te kiezen valt. Het lid HEINHUIS wijst erop dat uit het rapport blijkt dat het gaat om mensen in een ongelijke situatie die aantoonbaar last hebben van beleid en dat is toch ook heel vaak landelijk beleid en daar is al heel lang een andere politieke kleur aan de macht. Het is te makkelijk om het af te schuiven op de lokale politiek, alsof dat de reden is dat mensen afgehaakt zijn. Het probleem is een stuk complexer en structureler. Het lid WIJNANTS antwoordt dat er ontzettend veel variëteit is geweest de afgelopen vijftien jaar in de landelijke politieke kleur en dat de VVD er altijd in zat is wat anders. Het lid HEINHUIS antwoordt dat het in Amsterdam nog steeds gaat om een democratisch gekozen meerderheid die de coalitie vormt. Dus het is ook wat te makkelijk om dat dan af te doen als de oorzaak van het probleem dat mensen niet meer gaan stemmen.

Het lid WIJNANTS denkt dat de democratie en eigenaarschap sterker worden als er aandacht is voor de minderheid in de samenleving. De minderheid in de Amsterdamse samenleving en de relatief grote groep die niet gehoord wordt zijn de mensen die in dit rapport genoemd worden met een lage opleiding en een achtergestelde positie maar ook de mensen die hij noemt en die worden te vaak vergeten. Het lid HEINHUIS weet dat er inderdaad mensen zijn die gefrustreerd zijn omdat ze niet meer 50 kilometer per uur mogen rijden maar dat zijn niet de mensen die in dit rapport naar voren komen als structureel ondervertegenwoordigd in dit land en onze democratie. Het lid MOESKOPS wijst erop dat in het rapport staat dat de inhoudelijke en beleidsmatige keuzes weinig te maken hebben met het gevoel van

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-Raadscommissieverslag, 27 februari 2025

ondervertegenwoordiging en dat met een ander politieke kleur dat gevoel niet verdwijnt omdat de situatie van die mensen niet verdwijnt. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA legt uit dat ze dit onderzoek heeft laten uitvoeren als reactie op Afgehaakt Nederland van Cuperus en De Voogd waarin werd geconcludeerd dat mensen op het platteland en in de regio's achtergesteld waren ten opzichte van de steden. Ze vond deze analyse te beperkt en meende dat het hier niet om een geografisch probleem ging maar om een sociaaleconomisch en klassenprobleem dat overal in Nederland speelt, ook in de steden. Ze wilde met dit onderzoek aantonen dat investeringen in stedelijke gebieden noodzakelijk zijn ondanks de politieke tendens om middelen te verschuiven naar de regio’s. De uitkomsten van het onderzoek zouden niemand mogen verrassen aangezien Amsterdam al jarenlang beleid voert om segregatie en armoede te bestrijden. Ze benadrukt dat de stad zowel rijke als zeer arme inwoners kent, 180 nationaliteiten herbergt en dat armoede in Amsterdam vaak een etnische component heeft wat discriminatie en stigmatisering versterkt. Dit is geen nieuwe constatering. Achtereenvolgende colleges, ongeacht de politieke samenstelling, hebben geprobeerd deze ongelijkheid te verminderen door sociale investeringen.

Hoewel er op dit vlak successen zijn geboekt blijft het een hardnekkig en diepgeworteld probleem. Het collegeprogramma voor ongelijk investeren probeert een antwoord te bieden op deze ongelijkheden. De gemeenteraad is zich hiervan bewust en het is vreemd dat haar nu wordt gevraagd hoe zij dit probleem gaat oplossen. Het is de verantwoordelijkheid van de politieke partijen om hier beleid voor te maken. Het onderzoek is bedoeld om een steviger fundament te leggen onder de masterplannen nu het rijk overweegt geld weg te halen bij stedelijke gebieden en te herverdelen over kleine provinciesteden en het platteland. Tot slot benadrukt ze dat het probleem complex en verdrietig is en wenst ze de politieke partijen succes bij de komende verkiezingen. Ze roept hen op om bij de Voorjaarsnota en de begroting goed na te denken over waar zij investeringen willen doen. In reactie op het lid Wijnants merkt ze op dat armoede en achterstand geen relatieve begrippen zijn. Ze vindt het ongepast om hierover grappen te maken aangezien veel mensen in Amsterdam door structurele armoede, schuldenproblematiek en afstand tot de arbeidsmarkt niet aan stemmen toekomen. Het lid WIJNANTS erkent dat hij blij is dat hij hier in de gemeenteraad kan zitten waar dit soort onderwerpen worden besproken en waar partijen zijn die dit soort materie noemen.

Dat zal hij ook blijven doen en dat trekt hij zich ook persoonlijk aan. Burgemeester HALSEMA vindt dat een geweldig antwoord. Het onderzoek verwijst naar een boek van Norbert Elias over de gevestigden en de buitenstaanders. Dit boek uit de jaren zestig erkende al het probleem van de combinatie van armoede en het ontbreken van toegang tot het politieke debat. Het onderzoek is gedateerd omdat partijen als de PVV en BBB nog als buitenstaanders worden gepresenteerd terwijl zij inmiddels in het hart van de macht zitten. De uitkomsten van het onderzoek zijn niet verrassend en vormen al vijftig jaar de basis het Amsterdams beleid. Het probleem dat het lid Nadif beschrijft is een gevolg is van de meritocratie en dat is zichtbaar in de Amsterdamse gemeenteraad, de landelijke politiek en de bureaucratie. De toenemende afstand in onderwijs, ervaringen en privilege tussen politici en de meeste inwoners van de stad draagt hieraan bij. Voor een deel is dat te repareren door als politicus veel op straat te zijn en de afstand te verkleinen door verhalen te vertellen. Daarnaast moeten politieke partijen in de ledenopbouw en politieke representatie ook rekening houden met die verschillende groepen in de stad. Na de zomer komt een plan voor opkomstbevordering maar ze wijst op een beperking die haar daarbij is opgelegd. Enkele jaren geleden werd bepaald dat de

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-Raadscommissieverslag, 27 februari 2025

gemeente niet specifiek aandacht mocht besteden aan groepen met een grote afstand tot de politiek omdat dit bepaalde politieke partijen zou kunnen bevoordelen. Daardoor werd het voeren van een doelgroepencampagne vrijwel onmogelijk gemaakt terwijl een dergelijke campagne noodzakelijk is als men echt een hogere opkomst wil realiseren. Wanneer raadsleden vinden dat iedereen gelijke kansen moet hebben dan moeten zij erkennen dat de afstand tot het stemproces voor verschillende groepen ongelijk is. Dit vraagt om gerichte maatregelen zoals aandacht voor analfabetisme, taalbarrières en de situatie van laagopgeleide en werkloze mensen en dat betekent dat anderen daar weer de conclusie uit kunnen trekken dat hun achterban dan minder bediend wordt. Het lid NADIF stelt voor om die beperking eerder op de agenda van de raad te zetten zodat de uitkomst van de bespreking meegenomen kan worden in het plan voor de opkomstbevordering. Burgemeester HALSEMA bevestigt dat ze het plan voor de opkomstbevordering beter kan voorbereiden wanneer er duidelijke richting is vanuit de gemeenteraad. Er werd gezegd dat buurthuizen verdwijnen maar dat is in Amsterdam niet het geval. Op veel plekken worden nieuwe buurthuizen gebouwd maar het is de vraag of deze voorzieningen voldoende mensen bereiken omdat het vaak om kleinere groepen gaat.

Ze denkt dat er modernere en alternatieve manieren nodig zijn om vooral jongeren te bereiken. Tegelijkertijd overweegt ze dat ouderwetse methoden zoals straathoekwerkers die dichter bij de burgers stonden ook effectief kunnen zijn. Er zijn veel maatschappelijke netwerken die door de gemeente worden ondersteund, onder andere via de masterplannen en sociale investeringen. Daar wordt veel aandacht aan besteed maar het college moet hierin duidelijker richting van de raad krijgen. Het lid BROERSEN geeft aan dat het rapport concrete voorbeelden geeft van jongeren die geen plek hebben in jongerencentra die zich ook in buurthuizen bevinden. Ze neemt de opdracht voor de raad om richting te geven wel serieus. Burgemeester HALSEMA kent die opmerkingen uit het rapport. Er zijn verschuivingen maar tegelijkertijd ook veel nieuwe initiatieven. Het aantal buurthuizen verschilt per stadsdeel en in sommige stadsdelen zijn er zelfs meer buurthuizen dan tien jaar geleden. Ze stelt voor om met de wethouder Jeugd en jongerenwerk de concrete discussie daarover te voeren. De bestuursopdracht Betrouwbare en rechtvaardige gemeente is een vervolg is op Vertrouwen in de overheid. Het beleid was gesplitst in dienstverlening en dejuridisering en wordt nu weer samengebracht zonder het direct om te zetten in een bestuursopdracht.

De Staat van de juridische functie wordt nu uitgebreid naar andere onderdelen zoals klachtafhandeling en elementaire dienstverlening die kwantitatief en cijfermatig beter gecontroleerd moeten worden zodat duidelijk wordt wat er goed gaat en waar verbeteringen nodig zijn. De politieke markt van het lid Moeskops en de zendtijd voor politieke partijen van het lid Havelaar zijn geen gemeentelijke opgave. Het is aan de politieke partijen zelf die hierover met bijvoorbeeld AT5 kunnen onderhandelen. Het lid HAVELAAR vindt het belangrijk dat burgers wat vaker van verschillende politieke partijen zien en stelt voor om raadsleden en politieke partijen op een gelijke manier te presenteren in het huis-aan-huisblad van de gemeente. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de raad een extra bedrag zou kunnen toekennen aan AT5 om daar zorg voor te dragen. Het lid van Berkel suggereerde dat duurzame armoede of achterstanden de schuld zijn van dit zittende college. Het onderzoek laat echter veel langere historische lijnen en veel structurelere problemen zien die niet in politieke tegenstellingen zijn te vervatten.

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-Raadscommissieverslag, 27 februari 2025

Het lid VAN BERKEL vraagt of de burgemeester het met hem eens is dat de oververtegenwoordiging van hoger opgeleiden in de politiek ervoor zorgt dat een groot deel van de samenleving zich ondervertegenwoordigd voelt. Burgemeester HALSEMA is het daarmee eens. Maar het gaat niet alleen om vertegenwoordiging in opleiding maar ook om representatie, kleur, afkomst, etniciteit. Het lid VAN BERKEL vraagt of de burgemeester een idee heeft waardoor het zou kunnen komen dat in de periode dat zij zelf in de Tweede Kamer zat er veel meer vertegenwoordiging was van mensen die lager opgeleid waren. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de eenvoudige verklaring is dat de hele samenleving een steeds groter belang is gaan hechten aan opleidingen en diploma's en dat heeft mensen die een lage opleiding en weinig diploma’s hebben op grotere afstand gezet. De Tweede Kamer is daarin de spiegel van de samenleving. Het lid VAN BERKEL vraagt of het niet voor een groot deel de verantwoordelijkheid is van de politieke partijen om juist die mensen verkiesbaar te stellen die deze groepen vertegenwoordigen. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat ze al heeft aangegeven dat elke politieke partij rekening zou moeten houden met haar politieke representatie. Dit betreft niet alleen opleidingen, sociaaleconomische positie en afkomst maar ook representatie in kleur, etniciteit en geloof.

Ze is benieuwd hoe het lid Khan zich voorstelt om iets aan het wij-gevoel te doen. Ze geeft aan dat er al veel initiatieven voor worden genomen om dat gevoel te versterken. Ze legt uit dat een stad gedeeltelijk de macht heeft om maatschappelijke en economische tegenstellingen te verkleinen maar dat belangrijke delen zoals belastingen en inkomenspolitiek buiten de gemeentelijke bevoegdheid liggen. Dat curricula van scholen en de hoeveelheid geld voor jeugdzorg niet door de gemeente worden bepaald maakt het ook ingewikkeld. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het punt wordt geagendeerd voor de gemeenteraad van 2 en 3 april. De VOORZITTER sluit de vergadering om 17:01 uur.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15262399/1