CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag OZA 21.06.2023

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 12 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 21 juni 202326.146 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

Het lid MANGAL voert vandaag namens zijn collega, die niet aanwezig kon zijn, het woord over de Voorjaarsnota. Daarbij wil hij het hebben over het behoud van kleine scholen en de schadelijke invloed van social media op de jeugd van Amsterdam. Het huidige beleid dicteert dat scholen moeten sluiten als ze te klein zijn. DENK constateert echter dat scholen in Noord worden gesloten, terwijl die nog uitstekende prestaties leveren. Leraren en ouders staan achter deze scholen. Moet de gemeente niet meer inzet tonen om deze kleine scholen te behouden? Het sluiten van scholen en het samenvoegen van leerlingen heeft onmiskenbaar gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs en de leefbaarheid in de wijken. Ouders willen de kleine klassen behouden, maar die riskeren ze, want de afstand tot de school wordt groter en het gevoel van verbondenheid met de buurt verzwakt. Het lid VON GERHARDT vraagt of de fractie van DENK bekend is met het lerarentekort. Het lid MANGAL is daarmee bekend. Het lid VON GERHARDT wijst erop dat het juist al die kleine scholen zijn, die onder de opheffingsnorm zitten, die ervoor zorgen dat het lerarentekort groeit. Je hebt er minder leerlingen per leraar. Zou het geen goed idee zijn om het lerarentekort op te lossen door die kleine scholen te sluiten en samen te voegen? Je zorgt er op die manier voor dat elke leerling een bevoegde leraar voor de klas heeft.

Het lid MANGAL is tegen klassen van zestig leerlingen. Daar krijgen leraren een burn-out van. Het lid VON GERHARDT heeft het niet over klassen van zestig leerlingen. Er is afgesproken dat er een opheffingsnorm is, juist om ervoor te zorgen dat scholen van voldoende grootte zijn zodat leraren voor goede klassen kunnen staan. Daarmee kan het lerarentekort in de gaten gehouden worden. Hoe ziet DENK dat? Het lid MANGAL vraagt zich af hoe groot de klassen dan zouden moeten zijn. Het lid HAIJEN steunt de oproep van het lid Mangal om de goede kleine buurtschool niet zomaar te laten verdwijnen. De SP heeft raadsvragen gesteld over de school in Noord en wacht nog op antwoorden. Weet het lid Mangal dat schoolbesturen gebruik kunnen maken van een uitzonderingsgrond, zodat zij de school open kunnen houden, ook al zit die onder de opheffingsnorm? Het is de vraag waarom het schoolbestuur daarvoor niet gekozen heeft. Het lid MANGAL antwoordt dat hij vervanger is. Hij zal zijn collega op de hoogte stellen van deze vraag. Sociale cohesie is nogal verbonden met de school in de buurt. Als die school verdwijnt, heeft dat impact. De waarde van het onderwijs kan niet alleen in kille cijfers en economische rendementen worden uitgedrukt. Het draait ook om de menselijke maat.

Moet het college niet meer doen om kleine scholen te behouden als die nog uitstekende resultaten behalen en de steun van ouders en docenten genieten? Social media zijn een vloek en een zegen. Ze houden de jongeren geïnformeerd over allerlei zaken en kunnen een waardevol instrument zijn voor kennisuitwisseling en sociale interactie. Er is wel een schaduwzijde. Social media hebben de neiging om normen te verschuiven en abnormaliteiten te normaliseren. Het is verontrustend om te zien hoe deze platforms jongeren een laag zelfbeeld aanleren en ze blootstellen aan excessen die verre van normaal zijn. Hij denkt aan cyberpesten, het verspreiden van onrealistische schoonheidsidealen, of het creëren van een permanente prestatiedruk. Hij las laatst een artikel waarin stond hoe je binnen tien minuten TikTok een rabbithole wordt ingezogen hoe je een einde aan je leven kan maken. De onderzoeker had meerdere accounts aangemaakt en een leeftijd opgegeven van dertien jaar.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

Het lid WEHKAMP verwijst naar het onderzoek ‘Geluk onder Druk?’ van UNICEF, waarin staat dat jongeren de telefoon niet als iets schadelijks zien. Ze zien hem vooral als gebruiksvoorwerp voor sociale interactie, maar die hebben ze natuurlijk ook buiten de telefoon om. Het lid MANGAL vermoedt dat jongeren niet snel een bijeenkomst zouden bezoeken waar uitgelegd wordt hoe je een einde aan je leven kunt maken. Hij vraagt of de wethouder bereid is om beleid te maken in verband met de gevaren van social media. Is het huidig beleid voldoende? Is er geen aanvulling nodig? Hij vat samen dat kleine scholen van grote waarde zijn voor de stad. De gemeente moet zich ervoor inzetten om ze te behouden, zelfs bij krimpende leerlingenaantallen. Daarnaast moeten de schadelijke invloeden van social media op de Amsterdamse jeugd serieus genomen worden. Er moet een actief beleid gevoerd worden om de jeugd te beschermen. Het lid BOOMSMA is het eens met mevrouw Hoogtanders dat het versimpelen van de armoederegelingen een opdracht zou moeten zijn voor de komende periode. Er zijn nu ongeveer dertig van dat soort regelingen. De complexiteit is problematisch omdat mensen het overzicht verliezen, maar bij armoederegelingen gaat het vooral om het bereik. Zoveel mogelijk mensen die er recht op hebben, zouden ze ook moeten weten te vinden. Dat bereik speelt bijvoorbeeld voor de groep werkende armen.

Er staat veel niet in de Voorjaarsnota, zoals het vestigingsklimaat voor huisartsen waarover JA21 het had. Ook staat er niets over verzorgingstehuizen. Het was hem overigens niet bekend dat ‘bejaardentehuizen’ een irriterend woord is geworden. In de Voorjaarsnota staat een kleine selectie onderwerpen die worden aangekondigd voor de begroting. Hij deelt de zorgen van de heer Mangal over de problemen en gevaren van sociale media. Zijn fractie plaatst vraagtekens bij de nieuwe OBA NEXT, wat het betekent en wat er precies gaat gebeuren. De argumenten in die discussie zijn nu al meerdere malen uitgewisseld en de bouw gaat door. Het lijkt hem nu tijd dat de raad meehelpt er een succes van te maken. Het heeft geen zin de discussie erover te blijven herhalen. Hij hoopt dat het een schitterend en iconisch gebouw gaat worden en denkt daarbij aan het aloude Paleis voor de Volksvlijt. Hij is bezig met een voorstel om dat geliefde gebouw opnieuw op te bouwen. Er zijn naar zijn idee combinatiemogelijkheden om dat in Zuidoost te doen. Hij zag dat er lage lasten waren voor de overgang van ICT van de GGD naar de stedelijke ICT. Dat waren lage lasten van 8,4 miljoen euro. Hij begrijpt dat niet, want lage lasten voor ICT komen haast nooit voor. Op pagina 99 staat bijna een miljoen euro voor een onderwijsfonds voor nooddruftige burgers. Hij vraagt een toelichting.

Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Hoogtanders dat ook zij graag een versimpeling wil van het aantal armoederegelingen. Daar doet zij ook haar best voor. Een voorbeeld is de plaatsing van het kindbudget op de stadspas, zodat ouders niet langer naar een locatie hoeven om de kindbonnen op te halen. Een ander voorbeeld is dat iemand met een stadspas daarmee ook in aanmerking komt voor allerlei andere armoederegelingen. Zoveel mogelijk wordt ambtshalve verstrekt, waardoor het voor mensen makkelijker wordt. Tegelijkertijd maakt de verhoging naar 150% het complexer, omdat je daarmee een doelgroep wilt bereiken die nog onbekend is. De mensen van die doelgroep hebben geen uitkering vanuit de gemeente en ze hebben zich eerder nog niet gemeld voor een armoederegeling. Je zult proactief op ze af moeten. Dat gebeurt met de Flying Squad en de verschillende partners. Dit is niet eenvoudig. Zij begrijpt de neiging om meer te doen op het gebied van armoede, want de bestaanszekerheid staat onder druk, maar daarmee wordt de complexiteit van de uitvoering eigenlijk groter. Het lid HOOGTANDERS licht toe dat het haar met die complexiteit gaat om de regelingen zelf, en het aanvraagproces voor mensen. Het gaat haar niet zozeer om wat gedaan moet worden om de mensen in de doelgroep te bereiken. De regelingen zijn

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

moeilijk om aan te vragen. Ze zijn ook allemaal verschillend. Het managen van je eigen armoederegelingen is bijna een dagtaak, als je niet alleen bezig bent met de Amsterdamse regelingen, maar ook met de landelijke. Haar oproep is om dat simpeler te maken. Wethouder MOORMAN is dat volstrekt met het lid Hoogtanders eens. Het ligt er ook nog aan of iets onder de Participatiewet valt of niet. Als het onder de Participatiewet valt, moeten er ongelofelijke lijsten ingevuld worden. Dat soort dingen moet zeker versimpeld worden. Zij is dus voor het verhogen van de normen naar 150%, maar het bereik zal er misschien juist wat door gaan dalen. Zij antwoordt het lid Von Gerhardt dat er behoorlijk veel geld wordt uitgegeven aan schoolgebouwen, veel meer dan wat de gemeente daarvoor krijgt van het Rijk. Het komt wel voor dat de bouw van een school door gebiedsontwikkeling vertraagd raakt. Het lijkt dan of het geld niet volledig is uitgegeven, maar het gaat dan mee naar de jaarschijf daarna. Aan het eind van het jaar sluit de begroting, maar dat betekent niet dat de school niet meer gebouwd gaat worden. Door de gestegen bouwkosten is er een enorme stijging van de kosten voor het bouwen van scholen. Budgetten komen daardoor soms onder druk te staan. Zij was wat betreft de OBA NEXT heel blij met de woorden van de heer Boomsma.

Er is lang over gepraat en iedereen mag er een eigen mening over hebben. Maar er is uiteindelijk een besluit genomen. Met de heer Boomsma roept zij op om er dan ook een succes van te maken. Overigens is het geen of-of. Het is niet de OBA NEXT of de buurtbibliotheken. Ook in Zuidoost blijft het college inzetten op nieuwe buurtbibliotheken. Er komt daarnaast ook een OBA NEXT omdat die noodzakelijk is als je het hebt over ‘verheffing’, of de toekomstontwikkeling. Juist op die plaats in de stad moet plaatsvinden wat eigenlijk aan de Zuidas was gepland. Zij antwoordt het lid Didderen dat de stad inderdaad groeit als kool. De maatschappelijke voorzieningen moeten daarbij aansluiten. Je moet er overigens voor zorgen dat er ook geld blijft voor de bestaande maatschappelijke voorzieningen. Die balans moet goed blijven. Al in het vorige college is een koerswijziging ten opzichte van het verleden afgesproken: de stad groeit niet als er niet voldoende geld is voor de maatschappelijke voorzieningen. Zij is coördinerend wethouder Maatschappelijke Voorzieningen. Er zijn strategische planningen gemaakt over vier jaar, waarin beschreven staat hoe de maatschappelijke voorzieningen meelopen in de groei van de stad. Het Team Schooltuinen reageerde heel enthousiast op de schriftelijke vragen over de schooltuinen. Zijzelf leerde er ook van.

De evaluatie van de NME zal in het vierde kwartaal naar de commissie komen. Het lid DIDDEREN vraagt of dat op de termijnagenda komt. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij daartegen geen bezwaar heeft, maar het zit gewoon in de bestuurlijke planning. Zij antwoordt het lid Yemane dat het herstel meervoudig is. Het gaat al een tijd via de buurtteams, maar je hebt nu ook de specifieke uitkering, de SPUK. Die wordt zo eenvoudig mogelijk uitgevoerd. Je wilt aansluiten bij de leefwereld van mensen, maar het legt wel een druk op de eigen maatschappelijk werkers. Er is ook een steungroep van werknemers van de gemeente Amsterdam die zelf ook slachtoffer waren van het toeslagenschandaal. Die praten mee over de wijze waarop het beleid zo goed mogelijk uitgevoerd kan worden. Daaraan zitten een zakelijke en een emotionele component. Heel vaak wordt gevraagd om psychische bijstand. Wethouder Kukenheim heeft indertijd extra ruimte gemaakt om te zorgen dat mensen niet achteraan de wachtlijst komen. Voor de OBA NEXT heeft men twee locaties op het oog. Ten eerste de K-buurt, waarover vijftig jongeren hebben ingesproken bij de vorige commissievergadering. De andere optie is het Anton de Komplein. Het is in ieder geval heel belangrijk dat de stadsdeelcommissie en het stadsdeelbestuur zich uit kunnen spreken over de locatiekeuze voordat het college een keuze heeft gemaakt.

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

Zij antwoordt het lid Van Laake dat er in de Voorjaarsnota staat dat het college 50 miljoen euro extra heeft vrijgemaakt voor maatschappelijke voorzieningen, waarvan een deel gebruikt zal worden om het Bijlmerpark Theater op te knappen. Ook financiert men er een extra theaterzaal van in Zuidoost, waarbij gekeken wordt of dat in combinatie met OBA NEXT kan. Zij antwoordt het lid Boomsma dat het iconische Paleis voor Volksvlijt eigenlijk een evenementenlocatie was. Zij wacht het initiatief van het lid Boomsma met belangstelling af. Zij ondersteunt zijn pleidooi om het bereik van de armoedevoorzieningen zo hoog mogelijk te krijgen. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat de 10 miljoen euro belangrijk is, ook vanwege de verschuiving van de enkelvoudige specialistische jeugdhulp naar het OKT en het hoogspecialistische deel. Daarvoor is extra geld nodig. Met de casusaanpak wordt geprobeerd de wachtlijsten zoveel mogelijk terug te dringen. In ieder geval mogen jongeren die echt hulp nodig hebben niet te lang op de wachtlijsten blijven staan. Daarvoor wordt de 10 miljoen euro gebruikt. JARA moest ergens landen in de begroting, en er is gekozen voor de Onderwijsbegroting. Zij is echter geen coördinerend wethouder. Dat is de burgemeester, omdat de JARA advies uitbrengt voor het hele college. De vragen daarover kunnen het beste aan de burgemeester gesteld worden.

De gemeente heeft 4,8 miljoen euro gekregen voor onder andere de individuele bijzondere bijstand, maar eigenlijk vooral voor de ondersteuning van studenten. Een groot deel zal gebruikt worden voor het bezwaar en beroep van de studenten. Gisteren kwam het onder de rechter. Het was een soort proefproces om uit te vinden of het een beleidslijn is die in stand kan blijven. Daarmee zal er naar verwachting geen geld overblijven. Zij is het eens met mevrouw Van Laake dat er een oplossing moet worden gevonden voor alle studenten. Daarom benadrukt de gemeente steeds bij het Rijk dat dit zal moeten worden uitgevoerd door DUO, wat een uitvoeringsorganisatie is. DUO is verantwoordelijk voor de inkomenspositie van studenten. Je zag het afgelopen jaar dat het uitvoeren van de energietoeslag maakte dat er een knik zit in bijvoorbeeld de scholierenvergoeding. De gemeente heeft namelijk geen capaciteit genoeg, met een steeds hoger bereikspercentage. Het is logisch dat dit moet voor de minimahuishoudens. Het is onbegrijpelijk dat de gemeente het moet doen voor studenten van wie men de gegevens niet heeft en ook niet de middelen. Volt heeft daarover een motie ingediend. Het gesprek daarover is gevoerd met minister Schouten, zestien studentensteden en DUO. Het was een goed gesprek.

Het leek dat men de uitvoeringsproblemen begreep van de studentensteden, en dat die niet willen dat het de minimahuishoudens raakt. Minister Schouten heeft inmiddels aan de Kamer gezegd dat zij nog een keer zal kijken of het niet op een andere manier uitgevoerd kan worden. Zij antwoordt de heer De Jong dat er betaald wordt aan de uitvoeringspartners op basis van de cliënten die zij behandelen. De dertig partners naar wie de heer De Jong verwijst hebben geen geld gekregen. Ze hebben namelijk geen cliënten behandeld en declareren pas als ze een cliënt in behandeling hebben. Zij vermoedt dat het lid Mangal verwijst naar de mogelijkheid om kleine scholen open te houden door grotere scholenkoepels die kunnen middelen. Ze kunnen dan een gemiddelde per school uitrekenen, waarmee ze dan een school open mogen houden. Dat heeft ertoe geleid dat 20% van de Amsterdamse scholen onder de opheffingsnorm is. Het is zeker zo dat kleine scholen hun waarde hebben, vooral voor krimpgebieden. Je wilt natuurlijk altijd een kleine buurtschool, maar je moet je met 210 basisscholen in Amsterdam afvragen waarom 20% daarvan onder de opheffingsnorm zit. Er is ook een enorm groot lerarentekort.

Maar als je nadenkt over de vraag hoe je je onderwijsmiddelen zo goed mogelijk besteedt, vindt de heer Mangal dan werkelijk dat Amsterdam haar onderwijsgeld moet besteden aan lege klaslokalen? Want dat is wat je doet. Je geeft geld aan lege klaslokalen. Onderwijsgeld is altijd schaars en je zult het zoveel mogelijk in het belang van leerlingen moeten besteden. Daarbij komt dat er een analyse is gemaakt van de kwaliteit van onderwijs in relatie tot kleine scholen.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

Het lid MANGAL vraagt of de wethouder ook heeft gekeken of die succesvolle kleine scholen hun succes bereiken doordat het leraren zijn met kleine klassen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de relatie helaas andersom is. En het is een heel stevige relatie. Te kleine scholen zijn vaak veel kwetsbaarder, omdat ze het met kleinere teams moeten doen. Bij uitval komt de kwaliteit van onderwijs veel sneller onder druk te staan. Helaas komen er heel wat kleine scholen onder de ondergrens. Het lid MANGAL begrijpt dat er kleine scholen zijn die onderpresteren. Hijzelf had het echter over de kleine scholen die wél goed presteren. Maar het gaat nu weer over de kille cijfers. Hij wil het hebben over de menselijke maat, waarbij de kleine school die goed presteert onderdeel is van de sociale cohesie binnen de buurt. Houdt de wethouder daarmee rekening? Wethouder MOORMAN wil het niet hebben over de kille cijfers. Ze heeft het over kansengelijkheid, dat ieder kind goed onderwijs krijgt. Er kan inderdaad altijd een reden zijn om een kleine school open te houden, bijvoorbeeld als het op basis van een denominatie is. Een voorbeeld is een erg kleine school als Cheider, die voor een specifieke populatie een belangrijke rol speelt. In een dergelijk geval wordt een uitzondering gemaakt.

Maar als het gaat om openbaar onderwijs dat al jaren onder de opheffingsnorm zit, kun je je ook afvragen waarom dat eigenlijk zo is. Waarom is de school niet aantrekkelijker? De gemeente sluit geen scholen. Het is aan schoolbesturen zelf om de keuze te maken. Zij vindt het wel dapper van schoolbesturen die kiezen voor sluiting van een te kleine school. De makkelijkste weg is om niets te doen. Het lid HAIJEN heeft raadsvragen gesteld over deze kwestie. Hij vraagt de wethouder om snel met antwoorden te komen. Hij is nieuwsgierig naar de afweging die het schoolbestuur heeft gemaakt. Waarom is er niet gebruikgemaakt van die uitzonderingsgrond? Wethouder MOORMAN verwacht dat de beantwoording aan het eind van de week toegestuurd kan worden. Het lid DE JONG vraagt of er met het geld dat wordt vrijgemaakt voor de specialistische jeugdzorg meer plekken worden ingekocht. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit deels zo is. Bij de ESJH wordt het naar beneden gebracht, waarmee een deel zal overlopen naar de HSJH, waar dus meer ruimte zal worden gemaakt. Het lid DE JONG merkt op dat er een aanbesteding is geweest met een aantal plaatsen, en nu worden buiten de aanbesteding om extra plaatsen ingekocht. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de aanbesteding is gegaan over welke partijen de kernpartners zouden worden. Er zijn tien kernpartners binnen de HSJH.

Daarmee worden steeds afspraken gemaakt over het aantal plekken dat beschikbaar moet zijn. Het valt dus binnen de kaders van de aanbesteding. Het lid DE JONG merkt op dat de declaratie per cliënt ging. In het nieuwe stelsel krijgen ze lumpsum het geld alvast toebedeeld. Gaat de wethouder erop toezien dat het geld dan wel goed wordt besteed? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het zo gaat omdat gebleken is dat vertrouwen noodzakelijk is met partners in het stelsel. Soms moet gekeken worden of lichtere vormen van zorg geboden kunnen worden binnen het totaal. Als je afspraken maakt over de behandelduur, krijg je altijd de verkeerde prikkels. Dan is het beter in

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

vertrouwen te werken. Je zult wel op basis van indicatoren goede afspraken moeten maken. Dat gebeurt in de prestatiedialogen. Zij antwoordt het lid Mangal dat er een motie is ingediend door de heer Boomsma over het verbieden van mobieltjes op school. Dat kan de gemeente natuurlijk niet opleggen. Wel vindt zij dit een belangrijke maatschappelijke discussie. Zij wil het gesprek daarover wel faciliteren. Er is een aantal scholen dat er daadwerkelijk over nadenkt om mobieltjes niet meer toe te laten in de klas. De gemeente kan zich in dat maatschappelijke debat mengen. Samen met wethouder Scholtes heeft zij aanbod aan scholen over de omgang met social media. Het gaat daarbij met name om het mentale welzijn van jongeren. In een programma als ‘kiek.it’ kun je een spel spelen met de leerlingen en vervolgens het gesprek aangaan. Je kunt dan bijvoorbeeld aangeven wat kan op het gebied van sexting, cyber pesten etc. De gemeente faciliteert dat voor scholen. Wethouder SCHOLTES antwoordt het lid Hoogtanders dat je inderdaad bovenop de uitvoering van de regelingen zult moeten blijven zitten. Hij zal haar inbreng wat dat betreft missen als zij burgemeester wordt van Roermond. Hij maakt zich zeker zorgen over het personeelstekort. Binnen Amsterdam Vitaal & Gezond is een coalitie die er gericht naar kijkt. Er zijn geen simpele oplossingen.

De focus zal verlegd moeten worden van zorg naar preventie, wat onderdeel is van Amsterdam Vitaal & Gezond. Het kabinet maakt daarvoor ook IZA- en GALA-gelden vrij. In september komt hij naar de commissie met het raamwerk voor de inzet van die preventiegelden binnen GALA en IZA. Hij antwoordt het lid Van Pijpen dat het besluit over de manier waarop verdergegaan wordt met Gidso nog genomen moet worden. De invoering is gepauzeerd. Er zal zorgvuldig bekeken worden wat gedaan wordt met het voor Gidso gereserveerde geld. Er zijn contractuele verplichtingen. Wat er ook gebeurt met Gidso, een ICTinvestering voor de buutteams is waarschijnlijk nog steeds nodig. Het lid VAN PIJPEN vraagt wat dat betekent voor de 1,2 miljoen euro. Dat is een extra toevoeging, en zit dus nog niet in de contracten. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat voor het geval de gemeente niet verdergaat met Gidso, er waarschijnlijk nog steeds kosten zijn voor de gemeente vanwege de contractuele verplichtingen naar de aanbieder. Hij weet nu nog niet wat met de 1,2 miljoen euro gaat gebeuren. Hij komt er zo snel mogelijk op terug. Hij antwoordt het lid Wehkamp dat hij het artikel ook heeft gezien. Hij is het niet helemaal eens dat er nu weinig gebeurt op het gebied van seksuele voorlichting, en het wijzen op de gevaren van soa’s. Binnen het Centrum voor Seksuele Gezondheid is er een pool van voorlichters.

Die delen ook gratis condooms uit bij scholen, zowel universiteit als hbo en mbo. Via sense.info is ook aanvullende hulpverlening beschikbaar voor jongeren. Hij wil graag samen met het lid Wehkamp kijken wat de mogelijkheden verder zijn. Hij antwoordt het lid De Jong dat er in deze Voorjaarsnota inderdaad geen geld is gereserveerd voor de huisvesting van huisartsen. Het college realiseert zich dat de huisvesting voor huisartsen ingewikkeld is en heeft daarover ook met de Amsterdamse Huisartsenalliantie gesproken. Binnenkort gaat hij langs bij een huisartsencollectief in Noord om het erover te hebben. Het is dus een aandachtspunt dat nog wel vaker aan de orde zal komen. Het lid DE JONG bedoelde niet dat het probleem nu ineens geregeld moet zijn, maar waarom wordt de begroting niet alvast een klein beetje bijgesteld, zodat de wethouder ruimte krijgt om plannen te realiseren? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat er ambtelijke capaciteit wordt gestoken wordt in het dossier. Geld reserveren doe je pas als je weet waarvoor je het wilt inzetten. Of subsidiëren van huisartsen de juiste weg is, weet hij niet. Daar is nu niet voor gekozen. Hij antwoordt het lid Boomsma dat er geïnvesteerd wordt in de ICT van de GGD om die te laten beantwoorden aan de gemeentelijke standaard. Dat is nodig voor

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

continuïteit van zorg en dienstverlening van de GGD en de privacybeveiliging. Deze incidentele uitgave wordt deels gedekt vanuit programma 6. Dat betekent dat er lagere lasten zijn binnen programma 6 en hogere binnen programma B, waar het geld naartoe verschoven wordt. Dat staat op pagina 85. De VOORZITTER concludeert dat de eerste termijn van de Voorjaarsnota afgewerkt is. De tweede termijn wordt de volgende vergadering gehouden. Onderwijs 13. Onderwijs Ambities Amsterdam 2023-2027 (VN2023-014360) De VOORZITTER licht toe dat het punt is geagendeerd op verzoek van de leden Yemane van GroenLinks, Runderkamp van de PvdA, Wehkamp van D66 en Von Gerhardt van de VVD. Het lid YEMANE vond de integraliteit van de ambities erg aansprekend. Er wordt ingezet op een afname van het aantal thuiszitters en minder verwijzingen van het regulier naar het speciaal onderwijs. Zij vraagt hoe dat gaat gebeuren, gezien de stijging van de afgelopen maanden. Zij mist in de onderwijsambities de belangrijke rol van de informele organisaties. Hoe kunnen die meer betrokken worden in het realiseren van deze doelstellingen? Zij las dat de gemeente zich richt op onderwijs in relatie tot de grote maatschappelijke uitdagingen en kansen van de stad, zoals woningbouw, klimaat en energie. Zij vraagt of er gewerkt wordt met andere wethouders in het college.

Hoe integraal werkt het college binnen deze onderwijsambities? Er zijn verschillende uitvoeringsagenda’s. De onderwijsambities worden als iets overkoepelends gezien, en daaronder zitten al die uitvoeringsagenda’s. Is het niet makkelijker om met één grote agenda te werken? Huisvesting en inclusief onderwijs worden wel genoemd in de ambities. Zij vraagt hoe men ervoor zorgt dat ook mensen met een uitdaging naar het regulier onderwijs kunnen. Hoe maak je dat ook binnen school verschillende kinderen, met of zonder uitdaging, elkaar gaan ontmoeten? Het lid WEHKAMP neemt aan dat de aanpak van het lerarentekort in de uitvoeringsplannen komt. Zij ondersteunt de inspreker van vanochtend met haar oproep om een ambitie te formuleren op het betalen van een stagevergoeding. Een van de afspraken bij de ambitie ‘onderwijskwaliteit’ is dat alle kinderen van twee tot vier jaar naar de voorschool of kinderopvang gaan, zodat ze goed voorbereid aan de basisschool beginnen. Zij is heel blij met die ambitie. In Amsterdam moeten kinderen die gebruik willen maken van de voorschool 20 euro betalen. Dat bedrag wordt toch wel vaak als een drempel gezien. Aan de ene kant is een dergelijke inzet reden voor mensen om te blijven gaan, maar aan de andere kant zullen sommige mensen helemaal niet gaan omdat ze die 20 euro moeten betalen. De gemeente Den Haag heeft besloten om de voorschool gratis te maken.

De meest kwetsbare peuters daar, die bijvoorbeeld een taalachterstand hebben, kunnen vanaf volgend jaar gratis naar de voorschoolse educatie voor 16 uur per week. Dat vindt zij een mooi gebaar. Zij vraagt de effecten te onderzoeken van de 20 euro eigen bijdrage. En wat zijn de verwachte effecten en kosten van het afschaffen van die eigen bijdrage voor de meest kwetsbare groepen? Zij vraagt de raad uiterlijk dit najaar daarover te informeren. Zij overweegt met een motie te komen. Het lid MOLEMA vindt het belangrijk om soms een blik naar achteren te werpen om te zien wat er terechtgekomen is van het eerdere werk. Dit college heeft de afgelopen zes jaar een hoop geld gestoken in het onderwijs. Doelen daarbij waren het terugdringen van het lerarentekort en het verkleinen van de kansenkloof. Vorige vergadering bezwoer de wethouder de commissie dat er een veel groter lerarentekort zou zijn als die

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

maatregelen niet genomen zouden zijn. Hoe weet de wethouder dat? Op welke manier wordt de doelmatigheid van bestede gelden gecontroleerd? Zijn er concrete meetmethoden om de verschillende aanpakken te evalueren? In de huidige onderwijsambities ziet zij weinig reflectie op eerder succes en falen. Dat is jammer, want dat is nodig om verstandig beleid te maken voor de toekomst. Het stuk is heel abstract, met weinig concrete maatregelen en een totaal gebrek aan data. Waarom beschikt de wethouder niet over onderzoeksgegevens naar wat de aanleiding is tussen verschillen tussen bepaalde wijken en scholen qua lerarentekort? Of een hoog percentage schoolverlaters en grote verschillen in kansen voor leerlingen? Ook daarbij geldt dat probleemdefinitie van groot belang is. Het college maakt miljoenen vrij voor de aanpak van lerarenachterstanden en lerarentekort, en dat is ook goed. Maar als je niet weet wat ten diepste de oorzaak van de problemen is, ligt er de reële mogelijkheid dat het belastinggeld ondoelmatig besteed wordt. De coronamaatregelen zijn een belangrijke oorzaak van de toegenomen kansenongelijkheid. Die hebben een mokerslag toegediend aan de kansen van de meest kwetsbare kinderen, uit gezinnen met lage inkomens en een laag opleidingsniveau. Vaker dan gemiddeld hebben de ouders een baan waarbij thuiswerk niet mogelijk is, vaak in essentiële beroepen.

In een gezin met een laag inkomen is het normaal al moeilijk rondkomen. Vaak ontbreekt het aan de mogelijkheid om bijscholing te doen. In januari 2021 schreef de wethouder samen met haar collega’s van Utrecht, Rotterdam en Den Haag een brandbrief aan de minister met het verzoek om een actieplan. Zij vraagt hoe het met de voortgang en resultaten daarvan staat. Zij vraagt of er voor mensen met lage inkomens een mogelijkheid is om subsidie te krijgen voor extra huiswerkbegeleiding of bijles. Haar fractie vraagt de wethouder bovendien om een pilot te doen om kinderen met een beperkte achterstand huiswerkbegeleiding te geven van leeftijdsgenootjes. Zij denkt dat aan leerlingen van de examenklas die brugpiepers begeleiden, misschien zelfs tegen een kleine vergoeding. Zij vraagt een reactie. Het lid HAIJEN vindt het lastig dat nu wel de ambities worden besproken, maar nog niet de concrete maatregelen. Die komen in de Lerarenagenda, en die wordt volgende maand behandeld. In die Lerarenagenda komt bijvoorbeeld wel te staan hoeveel zij-instromers Amsterdam opleidt. Een ambitie van de SP is dat niet alleen de gemeente aan zet is, maar ook de schoolbesturen om goed werkgeverschap te leveren. Daarbij doelt hij dan op de begeleiding van startende leraren. Dat staat vastgelegd in de cao, maar het gebeurt niet altijd overal. Of het gaat om lestijdreductie voor startende leraren.

Dat zijn allemaal caobepalingen die goed moeten worden nageleefd om de startende leraar een handje te helpen. Hij was heel blij te lezen dat er plannen zijn om prestatieafspraken te maken met de scholen, ook als het gaat om vaste contracten. De prestatieafspraken kunnen een goed middel zijn om te zorgen voor het goede werkgeverschap. Amsterdam geeft veel geld uit aan goed onderwijs, en mag dus ook wat terugvragen van de scholen. Hij vraagt of de wethouder bereid is om te pleiten voor stagevergoedingen, en dan niet alleen voor de LIO-stagiaires, dus voor leraren in het laatste jaar van hun opleiding, maar voor alle stagiaires. Het lid VON GERHARDT complimenteert de wethouder met haar constante inzet voor de kwaliteit van het onderwijs. Zijn fractie ondersteunt de ambities. Er komen ontzettend veel uitvoeringsagenda’s. Hij vraagt hoe de samenhang eruit komt te zien. Het lijkt hem lastig voor de scholen, met alle verschillende subsidies. En hoe zorg je ervoor dat wat je bij het ene doet, niet ten koste gaat van wat je bij het andere doet? Zorgen sommige ambities niet voor meer druk op de leraren? Momenteel zijn er te weinig leraren, dus hebben de scholen budget. Hij stelt voor om de stagevergoedingen voor hen te regelen, zodat studenten aan de onderwijsopleiding niet in geldproblemen komen.

Het lid BOOMSMA vindt het heel goed dat de organisaties, de onderwijsaanbieders en de gemeente dit document hebben opgesteld. Hij vraagt in

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

hoeverre ouders, leerlingen en studenten zelf betrokken zijn bij dit document. Als je zo’n coalitie smeedt, zou dat toch moeten? Het is belangrijk dat de MR’en op scholen goed functioneren en hun rol vervullen. Dat zou een onderdeel moeten zijn. Men gaat gezamenlijk vaststellen waaraan pedagogische en didactische kwaliteit voor Amsterdam moet voldoen. Hij is benieuwd hoe men dat gaat monitoren. Door meer data te delen, hoopt men zicht te krijgen op ongewenste schoolverschillen in de stad. Hij vraagt om welke onderwijsverschillen het precies gaat. En welke data worden er gedeeld? Worden die ook openbaar gemaakt? Wethouder MOORMAN begrijpt dat de commissieleden enige moeite hebben met deze eerste onderwijsambities. Er moeten nog allerlei uitvoeringsagenda’s komen. De gemeente heeft maar een zeer beperkte rol voor de kwaliteit van het onderwijs, of de manier waarop cao-afspraken worden gemaakt. Tegelijkertijd is het duidelijk dat er ongelijkheid is en dat er schoolverschillen zijn, dat de kwaliteit niet overal op orde is. Het stadsbestuur kan daar de ogen niet voor sluiten. Dat het onderwijsveld samen met de gemeente een handtekening zet onder deze ambities, betekent een enorme stap. Het is nog nooit in een andere gemeente zo gebeurd. Elke keer, als er iets van een uitvoeringsagenda op tafel ligt, kan je terug naar de onderwijsambities.

Je kunt dan teruggrijpen op het doel dat voor ogen stond. Soms gaat het bij deze ambities best ver. Het is dus zo abstract nog niet, antwoordt ze mevrouw Molema. De kwaliteit moet op orde zijn. Er moet afgesproken worden wat kwaliteit eigenlijk is. Er zijn openbare data over kwaliteit, dus dat is transparant. Maar dat gaat alleen over de eindopbrengsten, terwijl je juist wil zien welke toegevoegde waarde een school heeft. Een school met veel leerlingen die veel bijles krijgen, kan fantastische eindopbrengsten hebben zonder dat goede kwaliteit wordt geboden. Omgekeerd kan ook. Naast de basisvaardigheden opdoen, is de ontwikkeling van een leerling tot een goed burger in deze samenleving ook een belangrijk onderdeel van kwaliteit. En ook dat er goed zorg wordt geboden voor leerlingen die dat nodig hebben. Het is dapper van de schoolbesturen dat er afspraken over gemaakt zijn, met een gesprek dat reikt tot buiten de eigen muren van de school. Zij denkt dat je als stad tevreden mag zijn dat het onderwijsveld de gestelde ambities onderschrijft. Het lid VON GERHARDT vraagt of er nog een brief komt met alles wat de wethouder belangrijk vindt dat in de afspraken over kwaliteit moet komen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat die brief er komt. De uitvoeringsagenda op kwaliteit is er nog niet, dus die moet worden uitgewerkt. Uiteraard zal die voorgelegd worden aan de commissie.

Een groot document, zoals door de leden Von Gerhardt en Yemane geopperd, is eigenlijk onhoudbaar. De kwaliteit moet nog uitgewerkt worden en de Lerarenagenda is al aan de commissie gestuurd. Ook krijgt de commissie het in de cyclus van de onderwijshuisvestingsplannen een keer per jaar voorgelegd. Dat alles bij elkaar stoppen in één document lijkt haar ondoenlijk. Zij antwoordt het lid Yemane verder dat de informele organisaties van belang zijn, Voor dit document zijn echter afspraken gemaakt met de formele organisaties. Het lid YEMANE vraagt of de informele organisaties niet alsnog als partner kunnen worden meegenomen, dus dat bij het uitvoeren van de verschillende ambities samengewerkt wordt met informele organisaties. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit zal gebeuren waar dat nodig en logisch lijkt. Voor de uitdagingen van de toekomst heb je onderwijs nodig. Voor de klimaattransitie heb je ontzettend veel technische geschoolde mensen nodig om de zonnepanelen te leggen en de windmolens te bouwen. Het gaat in dit geval over de samenhang tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt.

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

Er is inderdaad een toestroom naar het speciaal onderwijs. Dat is een trend die het college al lang wil keren. Er zit daarbij ook een huisvestingsvraagstuk. Wil je inclusief onderwijs bieden, dan zal er ook ruimte moeten zijn voor de zorg. Je moet dan waarborgen dat kinderen krijgen wat ze nodig hebben, zodat ze niet naar het speciaal onderwijs hoeven. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat de Lerarenagenda op tafel bij de commissie ligt. Daarin wordt de stagevergoeding benoemd. Eerder is een bijeenkomst geweest van de AOb over de aanleiding voor het interview destijds over het anders organiseren. De inspreekster van vandaag, Erva Calkin, gaf toen al aan dat het met die stagevergoeding niet goed was. Dat was voor haarzelf toen een eyeopener. Het was de reden om het onderwerp nadrukkelijk op tafel te leggen in de besprekingen met de onderwijsinstellingen. Zij is blij dat stages in de toekomst vergoed zullen worden. Wat betreft de kinderopvang doet Amsterdam het veel beter dan Den Haag. Daar heeft men ongeveer 50% bereik, terwijl dat percentage in Amsterdam op bijna 80 ligt. In Amsterdam wordt al lang 16 uur vergoedt, terwijl men in Den Haag daar nog mee moet beginnen. In Amsterdam is men naar 2 jaar gegaan, waar Den Haag nog op 2,5 jaar zit. Soms brengen werkende mensen met minima-inkomens hun kinderen naar de voorschool.

De wetgever zegt dat deze mensen hun eigen bijdrage zelf moeten betalen. Dat mag niet gratis. Anders krijgen ze helemaal geen toeslag meer. Dat zou een ramp betekenen voor de begroting van Amsterdam, want het loopt in de tientallen miljoenen. Zij wil ook geen onderscheid maken tussen ouders die werken en ouders die niet werken, die allemaal een minimuminkomen hebben. Al heel lang voert zij op dit punt een lobby naar Den Haag. Amsterdam wil de mogelijkheid om minimahuishoudens, ongeacht of ze werken of niet werken, volledig te compenseren, zonder daarmee het risico te lopen vervolgens de hele toeslag terug te moeten betalen. Het beste zou gratis kinderopvang voor alle kinderen zijn. Zij antwoordt mevrouw Molema dat het misschien wat abstract is, maar toch concreter dan ooit. In de uitvoeringsagenda’s wordt gekeken hoe effectief het is en wat ermee gedaan wordt. In de Lerarenagenda staat concreet wat bereikt is. De verschillen die er zijn hebben met armoede te maken. Sommige kinderen hebben meer nodig dan andere kinderen. Er zijn grote verschillen zichtbaar tussen scholen waar de kinderen wel, of juist niet met ontbijt naar school gaan. Dat legt een extra druk op die scholen en de leraren, want die moeten meer compenseren. Als er schaarste is op de markt, is het voor sommige leraren aantrekkelijk om juist op die scholen les te geven waar minder van je wordt verwacht.

Daarom is het noodzakelijk dat leraren op plekken waar meer van ze wordt verwacht, meer krijgen. Het lid MOLEMA vindt armoede een brede term. Zij kan zich voorstellen dat verschillen in wijken, buurten en scholen meerdere oorzaken kunnen hebben. Zij begrijpt niet waarom daar geen onderzoek naar gedaan kan worden. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er grote verschillen zijn tussen de scholen qua schoolgewicht. Bij schoolgewicht gaat het dus over de achtergrond van de ouders van de leerlingen. Op basis van dat schoolgewicht zie je grote verschillen tussen de scholen. Dat hangt helemaal samen met het lerarentekort. Als het schoolgewicht groter is, is de kans groter dat er een lerarentekort is. Dat zal niet overal zo zijn, omdat sommige scholleiders dat weten tegen te houden. Het Kohnstamm Instituut heeft dat onderzocht. Daarin werd antwoord gezocht op de vraag waarom het zo is dat sommige scholen met een hoog schoolgewicht er toch in slagen een goede kwaliteit te bewaren. Zij kan dat onderzoek nogmaals toesturen. Helaas zijn de sociaaleconomische achtergronden van de leerlingen niet gelijkmatig gespreid over de stad. Er bestaan wat dat betreft grote verschillen. Het lid MOLEMA zou willen weten waar die verschillen hem precies in zitten. Dan kan je daarop goed sturen. Is de wethouder bereid om dat per wijk en per buurt in kaart te brengen?

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

Wethouder MOORMAN antwoordt dat uit elk onderzoek blijkt dat het een samenspel is van veel verschillende factoren. Heel belangrijk daarbij is de sociaaleconomische achtergrond van de leerlingen. Maar er zijn ook factoren zoals een sterke schoolleider die dat effect weet tegen te gaan. Daarom is in de Lerarenagenda een extra ondersteuningsbeurs ingevoerd voor de schoolleider. 15.000 euro juist op de plekken waar dat hard nodig is. De schoolleider hoeft dan niet zelf voor de klas te gaan staan en kan zich bezighouden met de pedagogische kwaliteit en visie van de school. Met de bonus voor leraren op plekken waar de tekorten het grootst zijn, is voorkomen dat het verschil groter werd. Dat bleek dus zeer effectief. Je kunt doorgaan met onderzoeken, maar de vraag is nu meer wat je eraan moet doen. Het lid MOLEMA vraagt wat het bezwaar is tegen die onderzoeken, zodat je tijdig kan bijsturen en exact weet waardoor het probleem wordt veroorzaakt. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er heel veel kennis en informatie is over die vragen. Je hebt het schoolgewicht, de verschillen in de tekorten, de verschillen tussen de wijken. Wat heeft mevrouw Molema nog meer nodig? Zij wil er buiten deze vergadering graag eens verder over praten met mevrouw Molema. Desgewenst kan zij mevrouw Molema een literatuurlijst bezorgen, want er is heel veel onderzocht en geschreven op dit punt.

Zij antwoordt het lid Haijen dat zij veel contact heeft met de AOb. Laatst werd een petitie door de AOb aangeboden, om te kijken wat gedaan kan worden in het vo zodat leraren in ieder geval hun rekeningen kunnen blijven betalen. Zij antwoordt het lid Von Gerhardt dat ook zij wil voorkomen dat het een ten koste gaat van het ander. Alles hangt met elkaar samen. Zij antwoordt het lid Boomsma dat zij leraren- en directeurentafel heeft waarmee ze heel vaak spreekt. Ook spreekt zij regelmatig met de AOb en gaat ze vaak op werkbezoek. Wat betreft de ongewenste schoolverschillen zal de kwaliteit in de uitvoeringsagenda uitgewerkt worden. Daarin komt ook te staan hoe informatie zo goed mogelijk met elkaar gedeeld kan worden, en hoe transparant dat kan. De schoolbesturen en schoolleiders steken hiermee wel hun nek uit. Dat moet gewaardeerd worden. Het lid BOOMSMA vindt het heel belangrijk dat de MR’en goed blijven functioneren. Soms heeft hij de indruk dat het niet goed genoeg gaat. Als je ambities gaat vaststellen, lijkt het logisch om de MR’en daarbij te betrekken. Kan de wethouder dat bij de scholen onder de aandacht brengen? Wethouder MOORMAN is dat met het lid Boomsma eens. Soms zie je bij scholen die moeten sluiten, dat de MR daar niet altijd genoeg bij wordt betrokken. Dat is niet goed. Zij zal dit in de gaten houden.

Het lid MOLEMA vraagt nog iets te zeggen over de huiswerkbegeleiding. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de 8,6 miljard NPO-middelen voortkwam uit de brief die destijds gestuurd is aan de toenmalige minister Slob. Daaruit is heel veel geld vrijgekomen voor de scholen zelf, waarmee ze veel huiswerkbegeleiding geven om de coronavertragingen in te lopen. Ook gaat er veel geld naar de sociale basis in de stadsdelen. De VOORZITTER concludeert dat dit punt voldoende is besproken. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 15. Kennisnemen van het Jaarverslag schuldhulpverlening 2022 (VN2023-014354) De VOORZITTER licht toe dat het punt is geagendeerd op verzoek van mevrouw Yemane.

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

Het lid WILLIAMS complimenteert de wethouder met haar inzet. Ondanks alle inzet, toont de schuldmonitor 2022 aan dat een groot deel van de Amsterdammers dat problematische schulden ervaart geen hulp heeft. Hij vraagt hoe toegankelijk de hulp ervaren wordt door degenen die geen hulp ontvangen. In het jaarverslag onder ‘cijfers toeslagenschandaal’ leest hij dat van de groep gedupeerde ouders van ongeveer 5000, er ruim 3000 aangeven hulp nodig te hebben. Een groot deel zegt dus geen hulp nodig te hebben. Er zijn ouders die expliciet bij de buurtteams aangeven geen aanvullende hulp nodig te hebben. Misschien komt dat door het geringe vertrouwen in de overheid. In hoofdstuk 4 van het Amsterdamse akkoord 2022-2026 staat dat vertrouwen begint bij de overheid. Hij vraagt de wethouder de commissie uit te leggen hoe het onderdeel ‘Bouwen aan vertrouwen’ in 2022 aandacht heeft gekregen, met name in de Amsterdamse ondersteuning- en hersteloperatie toeslagenschandaal.

Kan vooral rondom de Amsterdamse ondersteuning herstel toeslagenschandaal extra aandacht gegeven worden aan het bouwen van vertrouwen van burgers in de overheid met gerichte initiatieven? Ziet de wethouder kans om te leren van de resultaten van mooie lokale initiatieven, zoals de schuldenvrije buurten die zich richten op het versterken van vertrouwen en het terugdringen van financiële problemen in buurten, zoals in Nieuw-West, Zuidoost en Noord? Het lid PERDOK vraagt waarmee de 3000 ouders hulp nodig hebben van de buurtteams. Wat zijn de belangrijkste hulpvragen van deze ouders waarin nog niet is voorzien? Het Rijk heeft inmiddels besloten om voor het eind van het jaar de groep partners mee te nemen in de compensatieregelingen. Zij vraagt of onderzocht is hoeveel mensen recht hebben op deze partnercompensatieregelingen. Zo ja, waar kan dat onderzoek gevonden worden? Of wordt het nog toegevoegd? Zij is blij dat de inzet van de pauzeknop vooralsnog zo goed wordt omarmd. Dat gebeurt zelfs landelijk. Er is voor gekozen om door te gaan. Helaas ziet zij in de evaluatie niets over de inspanningen van ervaringsdeskundigen die het plan mogelijk hebben gemaakt.

Wordt dat nog toegevoegd? Komt er een analyse van de wijze waarop burgerparticipatie tot succes heeft geleid? Is de wethouder nog van plan om de ervaringsdeskundigen hierin te betrekken, en ze een terugkoppeling te sturen om op deze manier te laten zien hoe praktijkervaring beleidsmatig wordt geïmplementeerd? En hoeveel kracht het heeft dat ze hun ervaringen blijven delen om tot goed beleid te komen? Dit was een heel moeilijke doelgroep om te bereiken en te betrekken bij het participatieproces. Ze moesten voorbij hun schaamte gaan, en hebben hun pijnlijke verhalen neergelegd bij het team. Het is netjes als er een juiste terugkoppeling komt, en dat ze uitgebreider in de stukken beschreven worden. In het jaarverslag wordt op de laatste pagina wel een kleine vage regel gewijd aan praktijkervaringen, maar zonder analyse toe te voegen. Zij is trots op het team van de wethouder, maar vooral op de ervaringsdeskundigen. De pauzeknop is een succesverhaal. Wethouder MOORMAN merkt op dat de schuldenmonitor een keer per jaar wordt gepresenteerd. Het lid Williams heeft hem goed bestudeerd. Mensen met financiële problemen hebben vaak moeite om hulp te vragen. Er is veel schaamte; mensen hebben de neiging het zelf op te lossen. Er wordt veel gebruikgemaakt van informele organisaties om te zorgen dat de drempel voor mensen lager wordt.

Niet iedereen weet dat de hulp gratis beschikbaar is voor iedereen. Het is belangrijk om in de communicatie steeds duidelijk te maken dat de hulp er is. Door corona en misschien ook het toeslagenschandaal wordt in de samenleving het gesprek gemakkelijker gevoerd. Mensen vragen daarom gelukkig wat makkelijker om hulp. Bij het toeslagenschandaal zijn de ouders heel proactief benaderd met de vraag of ze extra hulp nodig hadden. Dat bleek in de meeste gevallen zo te zijn, hoewel sommige ouders niet meer geholpen wilden worden door de overheid, omdat het vertrouwen er echt niet meer is. Zij antwoordt het lid Perdok dat men bijvoorbeeld om financiële hulp vraagt.

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

Het lid WILLIAMS vraagt wat er gedaan wordt aan het gebrek aan vertrouwen bij mensen, vooral als het gaat om schuldhulpverlening. Hij kent een Amsterdamse van tachtig jaar die in heel grote schulden zit. Zijn advies was om eens te kijken op de gemeentewebsite, of te gaan praten met de buurtteams. Zij zei daarop dat ze helemaal niets met de overheid te maken wil hebben. Hoe zorg je ervoor dat weer iets van vertrouwen opgebouwd wordt, voor je begint met het implementeren van programma’s? Wethouder MOORMAN antwoordt dat bouwen aan vertrouwen voortdurend doorgaat, en dat op heel verschillende manieren. Daarbij moet worden gewerkt met partners die wel het vertrouwen hebben. Zo sprak zij gisteren nog met Lucia Martis van Stichting ProFor in Zuidoost. Die geniet enorm veel vertrouwen in de buurt en helpt te zorgen dat mensen doorgeleid worden naar formele schuldhulpverlening, die zelf een te hoge drempel heeft. Ook spreekt ze een paar keer per maand met de NoordAs, een steungroep voor mensen die zelf allemaal in de schulden en financiële problematiek zitten. Zij antwoordt mevrouw Perdok verder dat er inmiddels in de buurtteams gewerkt wordt met ervaringsdeskundigen. Er zijn nu 24 van in dienst. Het doel is dat aantal tot boven de 40 te laten stijgen. De schuldenvrije buurt dient inderdaad om van vier buurten zoveel mogelijk te leren van de praktijk.

De toeslagenschandaalouders hebben met name hulp nodig met financiën, woonproblematiek en psychosociale problemen. Landelijk is de indicatie dat het gaat om 10.000 ex-partners. Hoeveel dat er in Amsterdam zijn weet zij niet. Het zal zo goed mogelijk gemonitord worden om te bekijken hoe ex-partners zo goed mogelijk ondersteund kunnen worden. De ervaringsdeskundigen zijn zeker de mensen die te maken hebben met de pilot pauzeknop. De evaluatie laat zien hoe het werkt bij mensen die erdoor geholpen worden, en hoe het verder geëvalueerd kan worden. Juist in de evaluatie zit dus de ervaring van de mensen die ermee te maken hebben. Het lid PERDOK vraagt of men nu niet aan de gegevens van de partners kan komen. Het is belangrijk te weten hoeveel ex-partners er zijn in Amsterdam die de regeling nodig hebben. Zij vindt het antwoord van de wethouder niet bevredigend. Zij ziet maar één regel in het verslag waarin staat dat de praktijkervaringen meegenomen worden in het landelijk stuk. Zij ziet geen terugkoppeling. Wethouder MOORMAN antwoordt dat Amsterdam de gegevens niet krijgt van de ex-partners. Het is onbekend wie dat zijn. Zij zullen zichzelf moeten melden opdat Amsterdam de ondersteuning kan bieden. Als dat ingaat zal de commissie geïnformeerd worden over de manier waarop dat gebeurt. Zij vindt het jammer dat het lid Perdok het te mager vindt.

Ervaringskennis is een steeds groter onderdeel van de ontwikkeling van het beleid. Ervaringskennis heeft in toenemende mate een zeer belangrijke plek. Het lid PERDOK hoorde de reacties van de groep die heeft meegeholpen gehoord, en die mensen vinden dit te mager. Ze hadden een aantal eisen en daaraan is niet voldaan. Ze eisten betrokkenheid bij de pilot, wat niet gebeurde. Verder een duidelijke terugkoppeling, wat ook niet gebeurde. Juist bij deze doelgroep van kansarme jongeren met afstand tot de politiek, lijkt het handig om te kijken hoe hun vertrouwen hersteld kan worden. Wethouder MOORMAN herkent de eisen. Zij verwijst hiervoor naar de participatieraad, want zij weet niet vanuit welke organisatie deze eisen zijn gesteld. Het lid PERDOK antwoordt dat de eisen komen van een belangenorganisatie die zich inzet voor dak- en thuislozen, en kansarme jongeren.

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

Wethouder MOORMAN antwoordt dat de pauzeknop voortgekomen is uit vele gesprekken, onder andere in de tijd dat mevrouw Perdok bij haar meeliep. Er werd toen geconstateerd dat mensen die in een traject zaten richting een definitieve oplossing voor hun schuldenproblematiek vaak nog veel extra stress ervoeren. Men vond het als gevolg daarvan noodzakelijk om daaraan iets te doen. Daar is het idee van de pauzeknop uit voortgevloeid. En het blijkt een effectieve methode te zijn. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Het wordt geagendeerd in de raad. Zij schorst de vergadering van 12.40-19.30 uur.

HEROPENING De VOORZITTER heropent de vergadering om 19.30 uur. BESPREEKPUNTEN Publieke Gezondheid en Preventie 6. Plan van aanpak Thrive Amsterdam mentaal gezond 2023-2026 (VN2023006199) Eerste termijn Het lid VAN PIJPEN vertelt dat men gisteren schrok van de monitor waaruit bleek dat de mentale gezondheidssituatie van Amsterdammers sterk is verslechterd. De vraag is of het plan Thrive Amsterdam voldoende is. Het is belangrijk om de oorzaken van slechte mentale gezondheid in kaart te brengen en daarop te interveniëren. Wat zijn de doelstellingen? Is het uitvoeren van de activiteiten op zich al voldoende? Waarop wordt er gestuurd? Daarnaast mist het plan een financiële paragraaf. Het lid RUNDERKAMP vindt de berichten in het Parool van gisteren alarmerend. De mentale gesteldheid is verder verslechterd door corona. Waar de coronapandemie is afgelopen, is de pandemie van de mentale gesteldheid nog steeds gaande. Dit blijkt uit de onderzoeken van GGD Amsterdam zoals geïllustreerd in het plan van aanpak van Thrive Amsterdam. Het aantal Amsterdammers dat zich eenzaam voelt is alleen maar gestegen in de nasleep van corona. De mentale gesteldheid van jongeren is in Amsterdam nog zorgelijker dan in de rest van Nederland, waar dit in 2008 en 2012 nog omgekeerd was. De fractie PvdA steunt de wethouder in de actielijnen om het verergeren van de mentale klachten tegen te gaan.

De fractie mist in het plan daarentegen de focus op het voorkomen dat mentale klachten überhaupt ontstaan. Twee specifieke thema’s waar de wethouder op zou kunnen sturen, zijn het belang van beweging en de opkomst van social media. Kan de wethouder hierop reflecteren? Het lid DIDDEREN zegt dat ook de fractie Partij van de Dieren zich ernstige zorgen maakt over de toename van mentale gezondheidsklachten van de Amsterdammer. Waar de fractie ontzettend blij is met het plan Thrive Amsterdam, vraagt zij zich af of dit voldoende is. Hoe kan het dat Amsterdammers meer stress, eenzaamheid en psychische klachten ervaren dan andere Nederlanders? Is er bij de wethouder uitgebreid onderzoek bekend over de toenemende mentale gezondheidsklachten bij zowel jongeren als in het algemeen? Met het oog op preventie is een duidelijk overzicht van de oorzaken van mentale gezondheidsklachten gewenst, inclusief de feiten en de vergelijking met de rest van Nederland. Zodra dit overzicht beschikbaar is, wil de fractie Partij van de Dieren hierover

31

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

in gesprek met de commissie. Wellicht kunnen een aantal leden van de commissie samen een discussienota indienen. Daarnaast is het goed dat het plan Thrive Amsterdam een aanpak voor leerlingen bevat op het gebied van mentale gezondheid. Waarom wordt voorgesteld hier in het voortgezet onderwijs mee te beginnen en niet al eerder, bijvoorbeeld aan het einde van het basisonderwijs? Er wordt in het plan veel gesproken over veerkracht. Hoe wordt er binnen Thrive Amsterdam daarnaast omgegaan met thema’s zoals empathie, zelfcompassie, compassie naar anderen, omgaan met en verwoorden van emoties, je kwetsbaar opstellen en omgaan met conflicten? Waar ziet de wethouder nog ruimte om deze andere vaardigheden te integreren in het plan? Het lid WILLIAMS doet een bijdrage namens het lid Wehkamp. Hij bedankt de wethouder voor het plan van aanpak. Het plan bouwt voort op eerdere activiteiten van Thrive Amsterdam, maar dit komt niet duidelijk naar voren. Kan de wethouder inzicht geven in de keuzes die gemaakt zijn naar aanleiding van de evaluatie van het vorige programma? Welke lessen neemt Amsterdam daarnaast mee uit programma’s van andere grote gemeenten? Een belangrijk onderdeel van Thrive Amsterdam is deelname aan onderzoeksconsortia. De fractie D66 roept de wethouder op om in de onderzoeken oog te houden voor de verschillen tussen mannen, vrouwen en non-binaire personen.

Onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat meisjes op middelbare scholen bijna twee keer zoveel emotionele problemen melden dan jongens. Wat betreft jongeren roept de fractie D66 op de jongerenraad te betrekken bij Thrive Amsterdam, omdat het Nationaal Preventieakkoord van mentale gezondheid aanraadt om medezeggenschap te organiseren. Daarnaast de vraag of scholen in het voortgezet onderwijs en mbo actiever ondersteuning aangeboden kunnen krijgen van de schooladviseur van GGD Amsterdam om jongeren handvatten te geven. Het lid DE JONG is benieuwd in hoeverre het STORM-traject al is uitgezocht en waar in het traject men zich op dit moment bevindt. Het lid HOOGTANDERS doet een bijdrage namens het lid Von Gerhardt, die dit onderwerp ook hoog op zijn agenda heeft staan. Psychische problematiek en depressie zijn ziekten, maar in het plan wordt alleen gesproken over klachten. Waarom wordt dit in het plan niet benoemd? Dit zou helpen om het bespreekbaar te maken en te zoeken naar oplossingen. Het lid BOOMSMA vindt mentale gezondheid een ongelooflijk belangrijk onderwerp en is het eens met de fractie GroenLinks. Hij vraagt zich af waar het geld precies naartoe gaat en of het voldoende is? Het budget is niet gealloceerd aan bepaalde doelen en daardoor is succes niet goed meetbaar.

Wat is naast corona de oorzaak van de stijging in mentale problemen? Landelijk is er een vijfde actielijn, namelijk mentaal gezond online. Het is een gemis als omgaan met social media niet in het plan van Thrive Amsterdam terugkomt. Het is een erg belangrijk thema en een mogelijke oorzaak voor de toenemende problematiek. Is Thrive Amsterdam ook bezig met het thema drugsgebruik en in hoeverre komt het terug in de voorliggende aanpak? Wat zit er in de toolkit voor studentenverenigingen? Tot slot de vraag hoe Thrive Amsterdam aan de slag gaat met de in het plan genoemde normen binnen een gezin rondom slapen en andere dagelijkse gewoonten? Wethouder SCHOLTES bedankt alle sprekers voor hun inbreng en de aandacht voor de mentale gezondheid van Amsterdammers. Nogmaals dank aan de fractie VVD voor het mooie initiatiefvoorstel. Een aantal vragen gaat over de oorzaken van problemen op gebied van mentale gezondheid en hoe het plan hierop stuurt. Verschillende onderzoeken wijzen op oorzaken als prestatiedruk bij studenten, bestaansonzekerheid, de mate van gezond eten en

32

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 21 juni 2023

bewegen, eisen van de maatschappij, werkdruk en stress. Hier kan eventueel extra onderzoek naar worden gedaan en een discussienota over worden ingediend. Het programma Thrive Amsterdam is echter geen allesomvattend aanbod om alle problemen rondom mentale gezondheid op te lossen. De focus ligt op laagdrempelige preventieve interventies. Zo tracht het plan het gesprek over mentale gezondheid te normaliseren, omdat dat mensen helpt en mensen elkaar beter kunnen helpen. Op die manier wordt voorkomen dat mentale klachten erger worden en begrijpt men ook dat bepaalde psychische problemen een ziekte zijn. De wethouder refereert aan het metafoor van een stoplicht dat dankzij deze aanpak niet van groen of oranje op rood springt. Het lid RUNDERKAMP vindt het goed dat het plan ingaat op manieren om te voorkomen dat het metaforische stoplicht niet van oranje op rood springt. Hij maakt zich echter zorgen of het plan voldoende voorkomt dat het stoplicht van groen op oranje springt. Wethouder SCHOLTES benoemt het brede aanbod binnen het plan, wat juist ook bedoeld is om te voorkomen dat het stoplicht van groen naar oranje gaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12942418/2