Conceptverslag OZA 12.07.2023
Tekst van het document
In de loop van 2024 zal bekeken worden of er aanvullende regelingen nodig zijn. Het lid VAN PIJPEN wijst erop dat het hierbij gaat om een verhoging in een tijd met veel inflatie, en waarin mensen soms al in armoede zitten. De vergelijking met Utrecht en Rotterdam is dus niet op zijn plaats. Alleen monitoring is dus niet genoeg, want daarmee kan je alleen maar achteraf zaken oplossen. Moet je niet nu al kijken naar een uitbreiding van de vrijstellingsregeling? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat Amsterdam al allerlei regelingen kent voor minima. Zo bestaat er de regeling tegemoetkoming chronisch zieken of mogelijkheden bij de zorgverzekeraar. Hij is bereid om opties te onderzoeken. De vergelijking met Utrecht is niet onterecht, want daar is de eigen bijdrage nu al 19 euro en de populatie van Utrecht zal nu ook weer niet zoveel verschillen van de Amsterdamse. Daarbij komt dat bij de bijdrage van 14 euro ook maar weinig mensen een beroep doen op die regeling. Hij is bereid de opties te onderzoeken richting 2024, en tegelijkertijd monitoren wat er gebeurt. Het lid VAN PIJPEN antwoordt dat het nu om een wijziging gaat, dus is het iets anders dan de situatie in Utrecht, waarin men er al op is ingesteld. De kosten in Amsterdam zijn ook wel wat hoger dan in andere steden. Verder gaat het ook om de verandering. Er moet ruimte zijn.
Dat nu weinig mensen gebruikmaken van de vrijstelling, komt omdat die vrij streng is. Dus moet de vrijstelling niet uitgebreid worden? Wethouder SCHOLTES is bereid om in de komende maand de opties te onderzoeken hoe een uitbreiding gerealiseerd zou kunnen worden. Het lid VAN PIJPEN vraagt of die eventuele opties dan in werking zouden kunnen zijn voor de invoering per 2024. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij voor 2024 onderzocht zal hebben wat mogelijk is. Of ze in werking komen is weer een volgende stap. Hij antwoordt de PvdA-fractie dat hij voor de raad schriftelijk in zal gaan op de koppeling met de Begroting 2023. Er zal aandacht besteed worden aan de communicatie over de vrijstelling. Hij antwoordt de D66-fractie dat het inderdaad mogelijk is een vrijstelling aan te vragen met terugwerkende kracht. Je kunt het geld dan nog terugkrijgen als het binnen een termijn van 36 maanden blijft. Hij stelt voor om in de jaarlijkse Wmo-rapportage aandacht te besteden aan de monitoring. Hij antwoordt het lid Haijen dat nog bekeken moet worden hoe de inkomensafhankelijke bijdrage er precies uit komt te zien. Dat is aan het kabinet. Mensen met een midden- of hoog inkomen gaan aanzienlijk meer betalen, maar naar schatting
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
blijft voor 80% van de cliënten het lage tarief. Het zal goed in de gaten moeten worden gehouden. Dat geldt ook voor de mogelijkheden voor de gemeente om bij invoering van het inkomensafhankelijke tarief nog uitzonderingen of vrijstellingen in te voeren. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht voldoende is besproken. Ze is gereed voor middellange behandeling in de raad. 21. Plan van Aanpak wachtlijsten HbH (VN2023-016964) Het lid HAIJEN heeft een punt van orde. Mevrouw Alberts heeft andere verplichtingen. Daarom is het verzoek haar als laatste te plaatsen in de eerste termijn. De VOORZITTER gaat daarmee akkoord. Het lid VAN PIJPEN dankt iedereen voor dit plan van aanpak, waarin gedifferentieerd is gekeken naar oplossingen voor problemen bij de huishoudelijke zorg. Zij kan zich grotendeels vinden in de oplossingen. Indertijd was de enige oorzaak dat hogere inkomens gebruikmaakten van deze vorm van zorg. Nu is het diametraal gekeerd naar het personeelstekort. Zijzelf denkt dat het veel gelaagder is. Jarenlange verwaarlozing van dit fundament van de zorg heeft hieraan een bijdrage geleverd. Het is losgekoppeld van zorg, gebaseerd op efficiëntie en tot een industrieel proces verworden. Cliënten en gebruikers worden soms gek van de onpersoonlijke en soms Kafkaëske benadering die zij krijgen van aanbieders en soms ook de gemeente.
Klachten waarmee niets gedaan wordt en een totaal gebrek aan normale communicatie. Niemand neemt echt verantwoordelijkheid. Wat nu gedaan wordt met dit plan van aanpak moet aan het oplossen van de systeemfouten een bijdrage leveren. Voor de lange termijn is ze blij dat in de brief van de wethouder ook de ontwikkeling van de visie staat vermeld. Zij werkt daaraan graag mee. Er zouden zaken in moeten komen als buurgericht georganiseerd, verbonden met wonen, zorg en welzijn, bijvoorbeeld in de woonzorgcirkels, en met sterke kwaliteitssturing. Daarmee moet snel aan de slag gegaan worden, zodat men er met de huidige aanbieders naartoe kan gaan werken. Het plan van aanpak heeft ook voorstellen voor de middellange termijn. Zij legt daarbij de nadruk op goed werkgeverschap, de verdere ontwikkeling van een kwaliteitsmeting, en een sterk verbeterde klachtenregeling. Ook daarover moet op korte termijn een aanzet worden gegeven. De vraag is of er voor de korte termijn in het plan van aanpak voldoende urgentie zit. De werving vindt zij onvoldoende urgent en creatief. Is WPI wel betrokken geweest bij dit onderwerp? Er zijn tal van belangwekkende initiatieven zoals de Zorgbrigade, maar zij ziet er niets van terug. Over de arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers staat in het plan van aanpak dat er onderzoek naar gedaan moet worden.
Het lid WEHKAMP vraagt of mevrouw Van Pijpen ideeën heeft over hoe het beter kan met de werving. Het lid VAN PIJPEN antwoordt dat zij de suggestie waarmee mevrouw Wehkamp bij de vorige vergadering kwam graag over zou willen nemen. Verder denkt zij dat je in meer wijken in de stad wat zou kunnen doen. Er kan gekeken worden naar statushouders en taal, wat verbonden kan worden met dingen in het plan van aanpak. Belangrijk is dat de deskundigen op het gebied van arbeidsmarkt, bijvoorbeeld bij WPI, daarbij betrokken worden. Men gaat onderzoek doen naar de arbeidsvoorwaarden, maar het probleem is wel bekend: lage salarissen en de behoefte aan een betere vergoeding en reistijden. Daarbij geldt het goed werkgeverschap. Hoe moet dat benadrukt worden? Hoe kunnen de ervaringen van medewerkers daarbij betrokken worden?
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Er wordt onderzoek gedaan naar de inzet van andere aanbieders dan die nu officieel zijn gecontracteerd. Dat klinkt als het op de lange baan schuiven. Het zou sneller kunnen. Zij stelt een eenmalige wachtlijstopschoning voor, waarvoor de middelen nog te vinden zijn in het amendement van het half miljoen. Met een opschoning bedoelt zij dat iedereen van een externe aanbieder eenmalig iemand langs krijgt, om te kijken hoe het ermee staat en een grote schoonmaak te doen, zodat de achterstand niet verder oploopt en gecontroleerd kan worden of de urgentie niet verder is toegenomen. Zij onderstreept wat Cliëntenbelang zei, dat de vermindering van het aantal uren naar een keer per twee weken tijdelijk moet zijn. Er moet een klachtenregeling zijn, een voorziening die werkt zodat goed gemonitord kan worden hoe het ervoor staat. Het lid RUNDERKAMP staat achter de genoemde maatregelen, zoals de pilot met de huishoudcoach, of de overweging om nieuwe cliënten op de wachtlijst in beginsel een keer per veertien dagen te helpen. Dat moet voor een maximale periode van zes maanden zo gaan. Een aandachtspunt is het technisch niet lukken van de centrale wachtlijst. Aanbieders zeggen dat het systeem RIS waarmee de gemeente de beschikkingen afgeeft ook niet onproblematisch is. Door het systeem lukt het niet om tot een centrale wachtlijst te komen.
Een alternatief kan zijn dat je vaart op de informatie vanuit de aanbieders, en op die manier een centrale wachtlijst creëert. Waarom kiest de wethouder niet voor die optie? Het grootste aandachtspunt momenteel is de arbeidsmarkt, zoals de wethouder stelt in zijn brief. Maar als je de maatregelen in de brief leest die specifiek daarover gaan, de twee onderzoeken en de training, vraag je je af of dat wel genoeg is. Moet er niet meer gedaan worden? Hij sluit zich aan bij de vragen van mevrouw Van Pijpen over het inzetten van de nu niet bestede middelen voor een eenmalige grote opschoning van de wachtlijst. De verwachte tijdspaden voor sommige van de maatregelen zijn rijkelijk laat. Waarom wachten tot najaar 2023 om onderzoek te doen naar de mogelijkheid om externe partijen te betrekken als tijdelijke oplossing? Waarom wachten tot najaar 2023 om te onderzoeken of er een vrij te besteden strippenkaart kan worden ingevoerd? Het is de hoogste tijd voor actie in de huishoudelijke zorg. Dit plan van aanpak is daar een goede aanzet toe. Nu is het zaak de maatregelen zo snel mogelijk in te voeren. Het lid WEHKAMP wijst erop dat het najaar al in zicht komt. Het zomerreces begint bijna. Wil de heer Runderkamp dat het onderzoek morgen gedaan wordt? Het lid RUNDERKAMP antwoordt dat de onderzoeken nu al kunnen worden uitgezet.
Het beeld wordt nu geschetst dat met sommige van de maatregelen wordt gewacht tot het najaar, of bij sommige zelfs tot begin 2024. Die tijd is er niet. Bovendien wordt zo het beeld geschetst dat het dan weer maandenlang moet gaan duren, terwijl sommige van die onderzoeken veel sneller klaar moeten kunnen zijn dan in de tijdspaden staat aangegeven. Het lid WEHKAMP werkte als student in de HbH en merkte hoe waardevol het kan zijn om die gesprekken te voeren. Zij is blij dat deze plannen er liggen. Er is creatief nagedacht. Ook is nagedacht over de komende nieuwe regelgeving, waarop voorgesorteerd wordt in de communicatie. Zij is daar blij mee. Een van de maatregelen is het standaard controleren of een cliënt volgens de basisregistratie personen van de gemeente huisgenoten op hetzelfde adres ingeschreven heeft staan. De opgave is hiervoor een proces te ontwerpen, zodat gemeentelijk informatie gekoppeld kan worden aan de informatie van de intakers. Het is goed dat rekening wordt gehouden met de privacywetgeving. Zij vraagt of hiervoor een DPIA kan worden uitgevoerd om alle privacyrisico’s onderzocht te hebben, zodat ze gemitigeerd kunnen worden. D66 vindt het belangrijk dat mensen die asiel in Nederland aanvragen, zo snel mogelijk aan het werk kunnen gaan. Als HbH aansluit bij het niveau van die mensen,
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
kunnen ze misschien verleid worden op deze manier aan de slag te gaan, bijvoorbeeld bij mensen die hun eigen taal spreken. Dit kan gecombineerd worden met het onderzoek van de wethouder naar de inzet van anderstaligen door taallessen of taalondersteuning. Eerder deed zij al de suggestie ook te kijken naar alleenstaande ouders, die vaak maar een paar uur willen werken. De organisatie dacht dat daar wel vraag naar was. Vooral organisaties die werken bij Female Empowerment zeiden dat de ouders als de kinderen op school zijn, vaak twee of drie uur willen werken. Haar fractie ondersteunt het idee van een grote opschoning van de wachtlijst zoals GroenLinks dat naar voren bracht. Het lid HAIJEN merkt op dat de nood hoog is als het gaat om HbH. Het gaat om kwetsbare Amsterdammers die maanden moeten wachten tot ze de zorg krijgen. Hij is blij dat er een actieplan ligt, maar de SP is toch ook zwaar teleurgesteld. Voor de Lerarenagenda wordt 24 miljoen euro uitgetrokken. Als Amsterdam 750 gevierd wordt, trekt men daarvoor 11 miljoen euro extra uit. Voor dit plan om kwetsbare Amsterdammers de zorg te geven waarop ze recht hebben, trekt men een paar ton extra uit. Dat geeft de verhoudingen weer. Het lid VAN PIJPEN vraagt waaraan de SP het geld zou willen uitgeven als er meer geld zou zijn. Het lid HAIJEN antwoordt dat de gemeente ook moet zorgen voor goed werkgeverschap.
Wat doet de gemeente concreet om te zorgen dat partijen als Cordaan kunnen zorgen voor goed werkgeverschap? Er is een nieuwe cao afgesloten in de zorg met een flinke loonsverhoging van 10%. Kan die loonsverhoging betaald worden met het geld dat nu beschikbaar gesteld wordt? Hoe gaat de gemeente zorgen voor die loonsverhoging, zodat personeel geworven wordt en behouden blijft? Het personeel heeft het erg zwaar. Hij heeft begrepen dat je onder de huishoudcoach een ergotherapeut moet verstaan. Daar is hij blij mee, want dat is een zorgprofessional. Ook leest hij iets over een robotstofzuiger. Begrijpt de wethouder dat die robotstofzuiger in het verkeerde keelgat kan schieten? Wordt zoiets aangeboden aan kwetsbare Amsterdammers die zorg nodig hebben? Moeten die kwetsbare Amsterdammers 14020 bellen als de batterijen op zijn? Het lid WEHKAMP wijst erop dat stofzuigen zwaar werk is voor de medewerkers. Daar kan een robotstofzuiger toch bij helpen? Het is een heel creatief idee. Waarom daar zo’n groot punt van maken? Het lid HAIJEN antwoordt dat het idee hem in het verkeerde keelgat schoot. In plaats van alles op alles te zetten om nieuw personeel te werven en te zorgen voor goed werkgeverschap, kom je met een robotstofzuiger. Het lid WEHKAMP meent dat er in de brief juist verwezen wordt naar goed werkgeverschap.
Het lid HAIJEN mist financiële armslag in dit plan om te kunnen zorgen voor goed werkgeverschap. Wat doet de gemeente ervoor dat Cordaan en andere partijen hun personeel goed kunnen betalen? Volgens hem trekt men vijf ton uit. Wethouder SCHOLTES erkent dat dit plan niet op korte termijn alle problemen op kan lossen. De problemen zijn groot en schrijnend. Dit plan moet helpen om de wachtlijsten te beperken, maar het zal geen oplossing zijn voor alles. Het plan is ook niet af. Er zitten onderzoeken in die mogelijke financiële consequenties zullen hebben als ze verder uitgevoerd worden. Er kan op korte termijn met een aantal maatregelen, zoals de aanbrengbonus, gestart worden. Men dient zich ook te realiseren dat het een plan in beweging is.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Na de zomer heeft hij een volgend gesprek met aanbieders. Hij wil ook graag met Cliëntenbelang in gesprek over wat meer gedaan kan worden. Hij staat open voor onorthodoxe voorstellen. Er wordt ongeveer 50 miljoen euro uitgegeven aan HbH. Dit plan heeft maar een beperkt budget. Er staat een aantal onderzoeken in over wat meer gedaan kan worden om het werk, ook financieel, aantrekkelijker te maken. Hij is blij dat er een nieuwe cao is met 10% loonsverhoging. Meestal geeft het Rijk daarvoor dan compensatie, maar vaak is dat niet genoeg, dus zal de gemeente moet bijpassen. Dat wordt nog berekend en zal terugkomen bij de Voorjaarsnota of de begroting. Het lid HAIJEN vraagt of je in de wetenschap dat er een nieuwe cao aan zit te komen niet nu al kan berekenen hoeveel geld er extra uitgetrokken moet worden. Komt dat dan bij de voorjaarsnota? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat het misschien al bij de najaarsnota komt. De cao is er sinds 22 juni. Afgewacht moet dan worden in hoeverre het Rijk met een compensatie komt. Het lijkt logisch dat het op een nette manier geregeld wordt. Hij antwoordt het lid Van Pijpen dat er momenteel een klachtenregeling is. Mensen kunnen in principe terecht bij de aanbieder. Zijn ze daar niet tevreden over, dan kunnen ze terecht bij het klachtenloket van de gemeente.
Zijn er meerdere klachten, dan kan een toezichttraject door de GGD worden ingezet, wat kan leiden tot aanbevelingen waarover gesproken kan worden met de aanbieder. Hij heeft gisteren gesproken met Cliëntenbelang. Het beeld dat de gemeente heeft over de wijze waarop klachten worden afgehandeld en hoe Cliëntenbelang dat ziet, komt niet altijd overeen. Gister is afgesproken gezamenlijk een aantal klachten diepergaand te bekijken. Hij gaat graag aan de slag met alles wat eruit komt om de klachtenregeling te verbeteren. Het lid Van Pijpen zag weinig urgentie bij de werving en vroeg zich af of WPI erbij betrokken is. Dat klopt, WPI is betrokken bij de eerste opvang van kandidaten die uit de wervingscampagne komen. Er is contact tussen WPI en aanbieders over instroom van werkzoekenden via het werkgeversservicepunt, inclusief anderstaligen. Hij is het ermee eens dat de ingezette campagne weinig urgentie uitstraalt. Hij heeft dat gisteren ook tegen Cliëntenbelang gezegd. Hij gaat met de betrokken partijen in gesprek over de vraag hoe meer urgentie en ambitie uitgestraald kan worden. Er wordt gekeken naar alle mogelijke groepen, inclusief anderstaligen en statushouders, om in te zetten bij HbH. Een cao is iets tussen werkgevers en werknemers. Als er voor 24 miljoen euro gezorgd kan worden voor allerlei toeslagen om de komende jaren te betalen, gaat hij daarmee direct aan de slag.
Er wordt nog steeds gekeken naar mogelijkheden om het werk aantrekkelijker te maken. Er wordt niet gewacht tot najaar 2023 tot het onderzoek gedaan wordt naar de inzet van andere externe aanbieders. Men is er al mee bezig. Het is niet mogelijk te beloven dat het in september helemaal gereed is, maar waar de urgentie het grootst is zal onderzocht worden of snel externe partijen ingezet kunnen worden om de acute problemen op te lossen. Het moet juridisch wel op orde zijn. Kwaliteitszorg is bovendien een aandachtspunt. Hij voelt alle urgentie om hiermee aan de slag te gaan. Dat de frequentie van HbH teruggebracht is naar een keer per twee weken is inderdaad een tijdelijke maatregel voor nieuwe cliënten. Het lid VAN PIJPEN vraagt iets te zeggen over de eenmalige opschoning. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat die eenmalige schoonmaak met een check op urgentie interessant is. Urgente klanten worden sowieso altijd hulp geboden. Hij vermoedt dat een eenmalige schoonmaak op voldoende steun in de raad kan rekenen. Hij antwoordt het lid Runderkamp dat Gidso misschien een oplossing was geweest. Het gaat er nu in het gesprek met de aanbieders om hoe die hun informatie zodanig kunnen aanleveren dat die direct gelezen en gemonitord kan worden. De
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
suggestie van het lid Runderkamp is ook een optie. Het zicht op de wachtlijsten kan beter, waarover dus gesproken wordt met de aanbieders. Het lid RUNDERKAMP neemt aan dat die gesprekken met aanbieders ook zijn gevoerd bij de totstandkoming van dit plan van aanpak. Lopen die gesprekken nog? Of waren er verschillen van inzicht? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat die gesprekken nog steeds lopen. Er was geen onenigheid. Iedereen vraagt zich af of het genoeg is. Er zijn 29 maatregelen en iedereen voelt de urgentie om ermee aan de slag te gaan. Toch zal het pakket niet op korte termijn alle wachtlijsten wegwerken. Het personeelstekort kan niet zomaar even opgelost worden. Voor de langere termijn zal gekeken moeten worden naar structurele veranderingen. Verder wacht het college op de invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage. Het lid HAIJEN las tussen de regels ook dat geld niet echt het probleem is. Het geld is er wel. Het gaat om het nijpende personeelstekort. Kan de wethouder garanderen dat het geld dat beschikbaar gesteld wordt niet op de plak blijft liggen? Wethouder SCHOLTES kan dat niet garanderen. Er zijn onderbestedingen vanwege de personeelstekorten. Dus hoe succesvoller je bent met het vinden van personeel, hoe urgenter het geldprobleem wordt. Als alle mensen op de wachtlijst nu geholpen zouden worden, kom je financieel niet uit.
De gemeente heeft het Rijk dus hard nodig, en het Rijk compenseert de toegenomen vraag naar Wmo-voorzieningen onvoldoende. Zorgwekkend is de door het Rijk aangekondigde korting als er een inkomensafhankelijke bijdrage komt. Het college neemt stappen om zelf structurele financiering van HbH voor elkaar te krijgen. Het zou kunnen dat de gemeente nog eens goed moet gaan kijken hoeveel geld uitgegeven wordt aan welke dingen, en hoe zich dat verhoudt tot de opgave. Misschien noopt dat tot fundamenteler keuzes bij de Voorjaarsnota 2024. Hij antwoordt het lid Wehkamp dat het hem goed lijkt om de DPIA uit te voeren bij deze maatregel. Hij neemt nota van de oproep om anderstaligen en statushouders in te schakelen bij de huishoudelijke hulp. De kwaliteit van de zorg is daarbij van groot belang. Er is contact geweest met de aanbieder in Zuidoost waarnaar het lid Wehkamp hem heeft verwezen. Het bleek dat de doelgroep toch eerst via vrijwilligerswerk ervaring moet opdoen voor die mensen een betaalde functie bij HbH aankunnen. Er is contact gelegd met Burennetwerk, omdat die goed zijn in het matchen van vrijwilligers. Hij vindt de teleurstelling van de SP erg jammer. In dit specifieke plan zitten misschien nog niet de grote financiële keuzes die je zou willen nemen. Wat de cao aangaat zal het opgelost worden, maar er moet nog berekend worden wat daarvoor precies nodig is.
Over de meer fundamentele keuzes binnen deze begroting gaat hij het gesprek nog aan over wat nodig is, met name binnen programma 6. Hijzelf maakt zich grote zorgen hoe je het in deze vergrijzende stad met een groeiende zorgvraag en grote gezondheidsverschillen allemaal voor elkaar moet krijgen. Hij wil daarover graag een discussie aangaan. Hij is enigszins teleurgesteld dat er in de vorige commissie Wonen over de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting misschien twintig vragen gesteld zijn over B&B, en slechts één over ouderenwoningen en zorg en welzijn in de buurt. Hij hoopt dat alle partijen hieraan meer aandacht willen geven. Tweede termijn Het lid VAN PIJPEN onderstreept de laatste woorden van de wethouder. Zij is daar blij mee. Graag krijgt zij nadere informatie over de stand van zaken rondom de nieuwe Wmo-regelgeving, ook in verband met de val van het kabinet. Wordt het controversieel? En wat zou dat betekenen?
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Zij vraagt dit onderwerp te agenderen voor de raad. Zij verzoekt het presidium het mogelijk al in de eerstvolgende raadsvergadering te bespreken. Wethouder SCHOLTES denkt niet dat dit controversieel verklaard gaat worden, maar hij zal dat checken en erop terugkomen. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. Het presidium zal worden verzocht dit punt te agenderen voor de eerstvolgende raadsvergadering. Zij schorst de vergadering van 11.51-11.55 uur. Onderwijs 14. Instemmen met het initiatiefvoorstel van raadslid Rooderkerk (D66) van 31 mei 2023 getiteld: Aandacht voor de (startende) leraar (VN2023-016281) De VOORZITTER licht toe dat dit initiatiefvoorstel is ingediend door het lid Rooderkerk van D66. Die krijgt de gelegenheid om maximaal drie minuten haar voorstel toe te lichten. Daarna kan de commissie de indiener bevragen en volgt de bespreking in eerste termijn. Het lid ROODERKERK merkt op dat de Onderwijsinspectie terecht alarm slaat over de uitval van startende leraren. Het tekort in het basisonderwijs is opgelopen tot ruim 700 docenten. Ook in het voortgezet onderwijs mist men 7% van de docentenpopulatie. Daarbij scoort Amsterdam al jaren een onvoldoende als het gaat om de uitval van startende leraren. Een kwart van de afgestudeerde pabo-studenten staat na vijf jaar niet meer voor de klas.
Ook overweegt een derde van de zij-instromers om er weer mee te stoppen. Het is dus dringend tijd voor actie. Met name het vertrek van startende leraren is zorgwekkend. Deze leraren beginnen met veel enthousiasme voor de klas, en die wil je dus graag behouden. Daarbij is het lerarenberoep van cruciaal belang voor de ontwikkeling van kinderen in de stad. Na meer dan twintig gesprekken met leraren, schoolleiders en experts uit het Amsterdamse onderwijs dient zij daarom het initiatiefvoorstel ‘Aandacht voor de startende leraar’ in. Daarin komt zij met zes concrete voorstellen. D66 wil dat er meer ruimte komt voor professionalisering en doorgroeimogelijkheden. Het leraarschap moet interessanter gemaakt worden. Voor de diverse populatie leerlingen zijn de beste docenten nodig. De herinvoering van de door leraren zeer gewaardeerde leraren- en teambeurs is in 2016 door wethouder Kukenheim ingevoerd, maar die werd later weer afgeschaft. Het eerste voorstel van D66 is om die teambeurzen terug te laten komen. Ten tweede vraagt D66 om een Amsterdams leraren traineeship, naar voorbeeld van het Rijk, waarbij startende docenten op verschillende plekken in de stad kunnen werken. Juist ook in Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Zij moeten extra begeleiding en opleiding krijgen op het gebied van bijvoorbeeld pedagogiek.
Ten derde vraagt zij om Amsterdamse loopbaanpaden en lerarenprofielen zodat leraren zich kunnen specialiseren. Je kunt op die manier een leerlijn ontwikkelen voor meerdere scholen bij elkaar. Ten vierde vraagt zij om een terugkeergarantie voor medewerkers van de gemeente om de drempel te verlagen naar het leraarschap. Ten vijfde een docentenfonds voor de vergoeding van kosten van de lerarenopleiding. Ten zesde een lerarenraad. Die zou gevraagd en ongevraagd advies kunnen geven. Het lid VAN LAAKE bedankt D66 en speciaal het lid Rooderkerk. Zij vindt in het voorstel veel creatieve en goede ideeën. Uit haar contacten met leraren en directeuren en zij-instromers bleek haar dat zij behoefte voelen om zich nog verder te ontwikkelen. De teambeurzen kunnen daar goed voor dienen. Toch begreep zij ook de reactie van het college in verband met het rapport van de Rekenkamer en de kosten die ermee gemoeid zijn. Zij vraagt hoe D66 daarnaar kijkt. Waar moet het geld vandaan komen?
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Het lid ROODERKERK antwoordt dat de waardering van de teambeurzen onder leraren heel erg hoog was. Het zou dus heel goed zijn als die terugkeerden. Voor de financiering zal haar fractie met een voorstel komen bij de begroting komend jaar. Het lid VAN LAAKE is het eens met D66 dat docenten goed betrokken moeten worden. Een lerarenraad is dus een leuk idee. Maar er zijn al zoveel organen, zoals de taskforce, de lerarentafel, de directeurentafel, groepsgesprekken, individuele gesprekken. Zij begreep dat er ook een denktank komt. Zij vraagt hoe D66 dat ziet. Hoe zorg je ervoor dat de lerarenraad echt een toevoeging wordt? Het lid ROODERKERK merkt op dat er voor de Lerarenagenda goed met de leraren is gesproken. Maar in de taskforce, die het bredere onderwijsbeleid maakt in de stad, zitten alleen de schoolbesturen. Voor het onderwijsbeleid moet je niet alleen met de besturen spreken, maar juist ook met de leraren zelf. De wethouder vond het indertijd geen goed idee om leraren toe te laten in de taskforce. Daarom komt haar fractie met het voorstel van de lerarenraad. Leraren kunnen daarmee gevraagd en ongevraagd advies te geven, ook op andere onderdelen van het onderwijsbeleid dan alleen de Lerarenagenda. De leraren moeten op veel punten goed worden gehoord om te zorgen dat Amsterdam een aantrekkelijke stad voor ze is.
Er zijn veel leraren in de stad met goede ideeën over het onderwijs. Het lid RUNDERKAMP is zelf rijksambtenaar en kent de gedachte achter het traineeship van het Rijk, waarbij mensen op verschillende plekken een kijkje in de keuken krijgen. Dat kan ook voor het onderwijs interessant zijn. Toch is er een verschil tussen het vak ‘ambtenaar’ en het vak ‘leraar’. Leraar wordt je door voor de klas te staan en het veel te doen. Je moet uren maken. Het kan daarbij helpen om zoveel mogelijk bezig te zijn met dezelfde leerlingen, in het hetzelfde gebouw. Je hoeft dan niet steeds te wennen. Is dat traineeship, waarbij je steeds wisselt van school, niet geschikter voor een later moment in de carrière van leraren? Het lid ROODERKERK is zelf ook rijkstrainee geweest. Het mooie eraan is dat je aan het begin van je carrière de kans krijgt om op verschillende plekken een kijkje in de keuken te nemen binnen een ministerie. Het zou mooi zijn als een beginnende leraar in het centrum van de stad, misschien op een school met een wat eenduidige populatie, daarna terechtkomt op een school in Zuidoost, waarop veel meer kinderen met onderwijsachterstanden zitten. In Zuidoost is het tekort bovendien altijd vele malen groter geweest. Leraren zien dan dat juist daar de beste leraren nodig zijn. Ook nodig is dat er een betere onderwijsondersteuning wordt gegeven.
Ook in een later stadium van de carrière zou een wisseling van scholen voor de leraar goed zijn. Het lid YEMANE vraagt waarom er gekozen is voor een termijn van vijf jaar voor het docentenfonds. Zou het iets minder kunnen? Zij kan zich voorstellen dat de stijgende kosten voor het leven in de stad een extra drempel kunnen opwerpen. Verder is zij blij dat het college daarvoor gaat lobbyen bij het ministerie. Zij is enthousiast over het idee van een lerarenraad. Zij vraagt aandacht voor de diversiteit van leraren in die lerarenraad. Docenten die te maken hebben met het tekort zouden niet door de extra werkdruk weerhouden moeten worden om deel te nemen aan bijeenkomsten van de lerarenraad. Het lid ROODERKERK antwoordt dat er gekozen is voor vijf jaar omdat je niet wilt investeren in opleidingen als je daarna weer een leraar verliest voor de stad. Het moet een investering zijn voor de toekomst. Het woningtekort en de zoektocht naar voorrangwoningen zijn opgenomen in hetzelfde punt, want het niet vinden van een woning kan een belemmering zijn voor startende leraren. Je moet in de eisen flexibel zijn. Leraren moeten rond kunnen komen, maar ook moet geprobeerd worden om veel meer lerarenwoningen met voorrang aan leraren te geven. De verdere uitwerking is goed te
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
maken met andere grote steden, met schoolbesturen die kunnen bijdragen en wellicht ook private fondsen en het Rijk. De diversiteit van leraren in de lerarenraad is van belang, maar bijna elke leraar heeft te maken met het lerarentekort. Het speelt op heel veel scholen. Het goede van zo’n raad is dat de leraren erin goed aanspreekbaar zijn. Je weet wie het zijn. Die leraren kunnen de gemeente dan ook weer adviseren. Er moet een goede selectie gemaakt worden voor wie erin zitting neemt, zodat breed in het veld met de leraren gesproken wordt. Het lid VON GERHARDT vindt de terugkeergarantie voor zij-instromers een interessant initiatief. Volgens het antwoord van het college zal vooral gekeken worden naar de gemeente die het doet, terwijl dat in het voorstel van D66 breder voorgesteld wordt, dus ook met het bedrijfsleven. Is mevrouw Rooderkerk blij met dat antwoord? Wil zij het bedrijfsleven erbij betrekken? Het lid ROODERKERK is blij dat de wethouder aan de slag wil met de terugkeergarantie. Het is bijzonder dat de gemeente dat wil doen, en de mogelijkheden daarvoor wil helpen uitwerken. De gemeente is een grote organisatie met duizenden ambtenaren, dus bereik je al best veel. Daarnaast moet je zeker ook kijken naar andere organisaties. Zij zou iedereen willen stimuleren om leraar te worden.
Het lid VON GERHARDT begrijpt van mevrouw Rooderkerk dat financiële onzekerheid een van redenen is die het lastig maken voor zij-instromers om die keuze te maken. Hoe kijkt D66 naar een omscholingsbonus? Het lid ROODERKERK antwoordt dat het inderdaad lastig is voor zij-instromers. Die krijgen wel een vergoeding, maar die is veel lager dan wat daarvoor verdiend werd in een andere baan. Dat vraagt dus veel. Zij vindt het idee van een omscholingsbonus interessant om te onderzoeken. In het voorstel staat een ‘docentenfonds’. Zij is benieuwd hoe dat eruit moet zien. Van belang is dat financiële drempels weggenomen worden, omdat leraren hard nodig zijn en het zich op de lange termijn terugbetaalt. Eerste termijn Er hebben zich geen sprekers aangemeld. De VOORZITTER nodigt de wethouder uit met een reactie te komen op het initiatiefvoorstel. Wethouder MOORMAN dankt voor het voorstel en de goede beantwoording. Het lid ROODERKERK wil het initiatiefvoorstel aanpassen in lijn met een aantal suggesties uit de bestuurlijke reactie. Zij wil het dan graag volgende week al in de raad bespreken, tegelijk met de Lerarenagenda. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is behandeld. Het wordt in aangepaste vorm behandeld in de raad. Aan de griffie zal gevraagd worden om de aangepaste versie gevoegd te behandelen met de Lerarenagenda in de raadsvergadering van volgende week. 15.
Kennisnemen van afdoening toezeggingen en onderzoeksrapport over relationele en seksuele vorming op school en behoeften scholen, docenten en leerlingen (po, vo en mbo) (VN2023-015960) De VOORZITTER licht toe dat dit punt doorgeschoven werd in de vorige vergadering. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Wehkamp van D66.
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Het lid ROODERKERK dankt voor de uitgebreide informatie over seksuele voorlichting. Het is belangrijk dat Amsterdamse scholen er hard op inzetten. Als dat vroeg in het basisonderwijs of voortgezet onderwijs gebeurt, kan dat later helpen als preventie tegen geweld naar vrouwen en lhbtq’ers. Bij de Begroting afgelopen jaar heeft zij een amendement ingediend voor seksuele voorlichting van vier ton, ten dele voor scholen en ten dele voor informele en maatschappelijke organisaties. Zij vraagt op welke manier qua geld de voorlichting op scholen wordt uitgebreid. Wat haar fractie betreft moet elke school, ongeacht de richting, seksuele voorlichting geven. Zij wil graag dat dat verder wordt uitgebreid. Gebeurt dat, en zo ja hoe? Belangrijk is dat de voorlichting niet alleen gegeven wordt door de docenten zelf, maar ook door voorlichters van bijvoorbeeld het COC. Zij zou graag weten op hoeveel scholen dat gebeurt. Het lid DIDDEREN sluit zich aan bij de bijdrage van het lid Rooderkerk. Haar eigen seksuele voorlichting bestond indertijd uit één enkele les, die gegeven werd tijdens biologie in de brugklas. Zij was toen elf en haar klasgenootje van twaalf mocht op een bezem een condoom afrollen. Daarna vertelde de docent, een oudere man, hoe je zwanger kon worden. Rond dag veertien van de cyclus is de vrouw vruchtbaar, dus de dagen eromheen moest je zoveel mogelijk seks hebben.
Grinnikend voegde hij toe dat het de beste dagen van je leven zijn. Zijzelf werd er misselijk van. Jaren later op de middelbare school, op de leeftijd dat zij en haar klasgenoten daadwerkelijk seksueel actief werden, is er nooit meer enige aandacht aan het onderwerp gegeven. Genot, grenzen aangeven, plezier hebben tijdens seks, genderdiversiteit, naar je gevoel luisteren, niet afmaken waaraan je begonnen bent, queer seks, nee zeggen, slutshaming, allemaal onderwerpen die in de geringe voorlichting die zij kreeg onbenoemd bleven. Zijzelf moest dat soort dingen the hard way zelf leren. Het lijkt inmiddels beter met de voorlichting gesteld te zijn, zeker in Amsterdam, maar er ook in deze tijd is er nog steeds veel te halen binnen de thema’s die zij noemde. Zorgelijk is het dat als binnen seksuele vorming meer aandacht wordt gegeven aan lhbtq+-emancipatie, dit leidt tot het thuishouden van andere leerlingen. Het raakt mensen kennelijk diep als anderen de ruimte krijgen om zichzelf te zijn. Uit de stukken blijkt dat leerlingen die relationele en seksuele vorming krijgen een positiever zelf- en lichaamsbeeld hebben. Ze kunnen beter hun grenzen aangeven, zijn weerbaarder en gaan respectvoller met elkaar om. Ze maken later meer verantwoorde keuzes en worden minder geconfronteerd met seksuele problemen, zoals grensoverschrijdend gedrag, ongewenste zwangerschappen en soa’s.
Dat toont het belang aan van het verankeren van deze lesprogramma’s in het po en vo. In de stukken staat dat scholen grote behoefte hebben om RSV-lesprogramma’s structureel te veranderen. Zij hebben handvatten nodig bij specifieke thema’s. Het lid MOLEMA vraagt hoe de Partij voor de Dieren de rol van de ouders ziet bij seksuele voorlichting. Het lid DIDDEREN antwoordt dat het zeer belangrijk is dat ouders ermee aan de slag gaan. Maar in de praktijk gebeurt dat zeker niet in alle gezinnen. De gemeente kan geen grote rol spelen, dus focust zij liever op de rol van het onderwijs. Scholen vragen dus om ondersteuning van de gemeente. Zij zoekt naar een manier om deze lesprogramma’s structureel te verankeren zonder de druk op docenten op te voeren door te vragen experts te worden op deze thema’s. Wat denkt de wethouder van het structureel inzetten van gastdocenten? Zij denkt aan programma’s van het COC en andere organisaties. Wethouder MOORMAN merkt op dat de preventieve werking niet te onderschatten is. Zij vindt het enigszins teleurstellend dat in deze commissie alleen twee vrouwen iets over dit onderwerp zeggen. Geweld tegen vrouwen komt nog steeds veel voor. Dat is het topje van de ijsberg; alles wat eronder zit komt ergens vandaan. Daarover moet gesproken worden. Het gaat niet alleen over vrouwen, maar ook over geweld tegen
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
lhbtq+. Seksuele ontwikkeling is een belangrijk onderdeel van iemand ontwikkeling als puber, maar er zit veel schaamte omheen en verlegenheid in het onderwijs. In de wet staat dat scholen er iets mee moeten, maar de uitvoering blijkt in de praktijk maar heel beperkt te zijn. In haar persoonlijke voorbeeld laat mevrouw Didderen goed zien dat er een ontwikkeling is, die herkenbaar is voor velen. Maar het is niet altijd eenvoudig. Het vieren van Paarse Vrijdag vindt zij essentieel en dat soort dingen zouden veel meer structureel onderdeel moeten worden gemaakt van het curriculum. Amsterdam moet daarbij zo goed mogelijk bijstaan. Dat doet de gemeente via burgerschap, maar ook zeker in het programma Gezonde Scholen. Zij is daarmee samen met wethouder Scholtes bezig. Het amendement van mevrouw Rooderkerk valt binnen het programma van wethouder Scholtes. Daarin werkt zij dus samen met wethouder Scholtes. Voor het po is gekozen voor ouderbetrokkenheid. Zij vindt het verstandig om de commissie goed te informeren over de wijze waarop dat tot uitwerking is gekomen. Zij stelt voor het over dit onderwerp regelmatig te blijven hebben. Zij zal regelmatig met informatie komen. Tweede termijn Het lid YEMANE stelt enkele vragen in samenwerking met haar collega het lid Bentoumya. Zij vraagt of er aandacht kan komen voor online seksuele vorming.
Zijn er links met programma’s en bevindingen vanuit diversiteit en een programma tegen seksuele intimidatie en seksueel geweld. Zo is er een campagne met Qpido gestart om het gesprek over seksualiteit en online tussen ouders en kinderen te bevorderen. Op pagina 40 staat wat over het mbo. Zij vraagt wat gedaan wordt met de aanbevelingen uit het rapport. En is er aanbod richting het hbo en het wo? Is er een overzicht van het aantal leerlingen en studenten dat is bereikt, aanvullend op het aantal scholen en mbo-scholen? Het lid ROODERKERK vraagt of er een brief komt met meer informatie. Het lid DIDDEREN vraagt hoe de wethouder aankijkt tegen het structureel inzetten van gastdocenten. Het lid RUNDERKAMP voelde zich na de woorden van de wethouder geroepen om ook iets te zeggen. De bijdrage van het lid Didderen vond hij heel herkenbaar. Hij vraagt de wethouder iets te zeggen over de enorme tegenreactie die enkele maanden geleden ontstond naar aanleiding van Lentekriebels. Hoe gaat de gemeente daarmee om, ook richting de scholen? Wethouder MOORMAN zegt het lid Rooderkerk de brief met informatie toe. Zij antwoordt het lid Yemane dat de onlineleefwereld zeker haar aandacht heeft. Over Qpido is informatie verstrekt. De online leefwereld is voor jongeren heel belangrijk. Het speelt een grote rol bij schoolveiligheid. Voorlichting aan ouders is ook heel belangrijk.
Zij antwoordt het lid Didderen dat er al veel gastdocenten zijn, bijvoorbeeld vanuit het COC. Er wordt binnen de subsidies veel ruimte voor vrijgemaakt, maar uiteindelijk zijn het de scholen zelf die het zo goed mogelijk moeten invoegen in het curriculum en het lesprogramma. Zij antwoordt het lid Yemane verder dat de Gezonde School vanaf volgend jaar ook plaatsvindt op het mbo. Het mbo wordt op die manier meer betrokken bij dit programma. Het lid RUNDERKAMP vraagt iets te zeggen over de reactie op Lentekriebels. Wethouder MOORMAN is daarover uitgebreid met de scholen in gesprek geweest. Er is navraag gedaan bij Leerplicht. Incidenteel verzuim wordt niet gemeld bij Leerplicht, dus daarop is minder zicht. Zijzelf vindt het heel goed dat er aandacht voor is en dat Paarse Vrijdag gevierd wordt. Heel veel scholen doen dat ook, maar op sommige
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
scholen geeft het onrust. De politiek kan voor dat maatschappelijk fenomeen niet direct een oplossing vinden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Zij schorst de vergadering van 12.31-19.33 uur.
HEROPENING De VOORZITTER heropent de vergadering om 19.33 uur. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 9. Doorontwikkeling van het Amsterdamse schoolveiligheidsbeleid (VN2023-014859) Eerste termijn Het lid ABDI vertelt over een rechtszaak waarbij een 35-jarige verdachte terecht staat voor het dwingen van tientallen meisjes tussen de 7 en 12 jaar voor het maken van seksvideo’s en foto’s. Na het zien van een item op tv over grooming vertelde een meisje van 11 uit Amsterdam aan haar ouders wat haar als één van de slachtoffers was overkomen. Het contact tussen het meisje en de verdachte verliep hoofdzakelijk via TikTok en buiten het zicht van haar ouders. Hierna verbrak het meisje het contact en de ingeschakelde politie kon via het account van het meisje de identiteit van de dader achterhalen. Van 12 slachtoffers is de identiteit achterhaald. De 22 andere slachtoffers konden niet geïdentificeerd worden. Een werkbezoek aan Off Limits, een organisatie die zich richt op grensoverschrijdend online gedrag, heeft haar de ernst van deze problematiek wederom bevestigd. Veiligheid voor kinderen en jongeren is cruciaal. De integrale aanpak schoolveiligheid en de extra investering van 4,5 miljoen euro wordt de PvdA-fractie gesteund.
De fractie vraagt of de pilot op 6 scholen in het primair onderwijs door de hele stad verspreid is en representatief is, omdat er in de brief gewezen wordt op die gebieden waar de publieke veiligheid het meest in het geding is, maar het problematiek is die in de hele stad speelt? De fractie is benieuwd of er een manier is om alle basisscholen mee te nemen en denkt aan een stuurgroep met vertegenwoordigers van voortgezet onderwijs. De fractie kijkt uit naar een plan van het college over jongerenwerk dat voor de zomer verwacht wordt en vraagt of daarbij ook gekeken wordt naar kinderwerk (jongeren tot 12 jaar). De overgang naar voortgezet onderwijs is namelijk een spannende periode voor kinderen. De politie wordt in toenemende mate geconfronteerd met online onveiligheid met betrekking tot kinderen. Ook steekincidenten vinden hun oorsprong vaak in online gedrag. Een laagdrempelige voorziening voor hulp bij strafrechtelijke ondersteuning zou overwogen dienen te worden. Voorlichting over hulp is belangrijk. De fractie oppert dat de commissie seksuele vorming hierbij een rol kan spelen en vraagt welke mogelijkheden het college heeft bij de aanpak schoolveiligheid. Er volgt nog een vraag over hoe er cultureel sensitief gewerkt kan worden.
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Het lid YACOUBI vraagt specifiek om aandacht voor schoolveiligheid en jongerenwerk op mbo- scholen in verband met toenemende incidenten. De stopzetting van succesvol jongerenwerk op de plus scholen van ROC TOP baart hem zorgen en hij wijst op rapporten die meldingen maken van toenemende onveiligheid op scholen. De fractie is van mening dat de rol van jongerenwerkers onvoldoende wordt benut. De fractie vraagt wat de strategie is om veiligheid in het onderwijs en in het bijzonder het mbo-onderwijs te waarborgen en op welke wijze jongerenwerk hierbij planmatig betrokken wordt. Ook is de fractie benieuwd hoe jongerenwerkers getraind worden, mede gelet op specifieke uitdagingen op mbo-scholen. Is daar ondersteuning voor vanuit de gemeente. Verder informeert de fractie naar de reden van het stopzetten van de succesvolle genoemde pilots wat de gevolgen daarvan zijn. Het lid MOLEMA stelt dat over het algemeen de focus ligt op preventie en vindt dat belangrijk. Echter, de aanpak van jongeren die de eerste stappen op het criminele pad zetten, dient steviger te zijn om te voorkomen dat jongeren tot hun nek in de criminaliteit komen te zitten. De fractie wijst op het messenverbod in de gemeente, dat dus ook voor scholen geld en stelt bijvoorbeeld controle van de kluisjes voor.
Gelet op de betrokkenheid van steeds jongere kinderen bij incidenten is de vraag in hoeverre ouders bij deze problemen betrokken worden. De JA21-fractie is benieuwd hoe de wethouder hier naar kijkt en wijst op de rol van leerplichtambtenaren die vroegtijdig signalen zouden kunnen opvangen. Ook de wijze waarop aanbevelingen daadwerkelijk opgevolgd gaan worden ziet de fractie graag toegelicht. Het lid VON GERHARDT onderschrijft het belang van het schoolveiligheid en de stappen van de wethouder, maar vindt de aandacht erg gericht op preventie. Het ontbreekt volgens de fractie aan repressie in de maatregelen en hij verwijst naar eerder voorgestelde maatregelen zoals controle van kluisjes. Gelet op de messen zouden metaaldetectoren op scholen een maatregel kunnen zijn. Het lid ABDI interrumpeert en wijst er op dat de gemeente niet de bevoegdheid heeft om scholen kluisjescontroles op te leggen. Scholen gaan hier zelf over. Het lid VON GERHARDT geeft aan daar mee bekend te zijn, maar zegt de wethouder niet te kennen als een persoon die zich op voorhand neerlegt bij waar de gemeente wel of niet over gaat. Hij wijst nogmaals op het belang van het controle en repressie als aanvulling op preventie om tot oplossingen te komen voor dit probleem. Het lid ABDI interrumpeert om aan te geven dat de gemeente niet soft is en er met politie en partners in het veld wordt samengewerkt.
Het lid VON GERHARDT verwijst naar de stukken en zegt dat het woord repressie er niet in staat. Verder is hij benieuwd hoe het budget van 4,5 miljoen euro aangewend gaat worden en met welke doelstellingen, zodat er ook toetsing kan plaatsvinden. De VOORZITTER vraagt aan lid Abdi via de voorzitter te spreken en niet op de persoon te spelen.
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Het lid VON GERHARDT vervolgt dat hij plannen met bijbehorende budgetten als raadslid moet kunnen toetsen en verantwoorden. Hij uit hier zijn zorgen over en is benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. Het lid HAIJEN gaat in op de bijdrage van de heer Yacoubi betreffende het jongerenwerk op de twee mbo’s en vraagt of de wethouder uit het budget middelen kan halen voor de voortgang van het jongerenwerk op de besproken ROC TOP locaties. Het lid WEHKAMP steunt de uitbreiding naar het primair onderwijs en vraagt of er naast zorg voor de veiligheid van leerlingen ook concreet wordt stilgestaan bij de veiligheid van leraren. Wethouder MOORMAN krijgt het woord van de voorzitter en constateert in het debat de gedeelde noodzaak van aandacht voor de veiligheid op scholen. Ze gaat in op de vragen en de motie van lid Abdi. Het is zorgwekkend om al in het primair onderwijs te moeten beginnen met schoolveiligheidsprogramma’s. Over de hele linie neemt jeugdcriminaliteit af, maar de hardheid ervan neemt toe en door steeds jongere kinderen. De wethouder antwoordt dat de problematiek op basisscholen meer wijk gebonden zijn dan in het voortgezet onderwijs. De kinderen in primair onderwijs komen uit de buurt. Bij voortgezet onderwijs is dit anders.
Scholen in het basisonderwijs kunnen via de regiegroep voor veiligheid meepraten over de online problematiek en hoe die de school in kan komen en noemt als voorbeeld de drill rap zaak. Over de online leefwereld worden trainingen gegeven aan docenten. De online wereld is moeilijk te controleren en ontwikkelt zich razendsnel. Er gebeurt veel buiten het zicht van de docent. Het zal dan ook een punt van aandacht moeten blijven Het jongerenwerk in de twee ROC TOP scholen is gefinancierd door de opleidingsinstituten zelf. Binnen die scholen zijn daar geen budgettaire middelen meer voor. Jongerenwerk valt in een portefeuille van een andere wethouder, maar is een nadrukkelijk onderdeel van de schoolveiligheidsagenda. Volgend jaar wordt het mbo daar bij betrokken. Daar kan niet op vooruit worden gelopen. Het lid YACOUBI vraagt of hij goed begrijpt dat mbo-instellingen al worden meegenomen voor wat betreft het jongerenwerk op scholen. Wethouder MOORMAN bevestigt de vraag van de heer Yacoubi en gaat in op de vragen van JA21 die deels ook in de inbreng van die van de VVD naar voren kwamen. Ze ontkent dat het zou ontbreken aan repressieve maatregelen en stelt verder dat je niet goed weet wat je met preventie voorkomt. Dit gegeven maakt het meten van preventieve maatregelen ondoenlijk.
De inspanningen op het gebied van preventie en de algemene dalende lijn in de jeugdcriminaliteit duidt wat haar betreft op een positief oorzakelijk verband. Verder brengt zij naar voren dat er met een kwalitatieve monitor is ingestemd. Voor wat betreft het messenverbod wijst de wethouder er op, dat voor scholieren gevoelens van onveiligheid redenen zijn om ter verdediging een mes mee te nemen. Soms ook met medeweten van de ouders. Dit leidt dan weer tot meer onveiligheid. Er wordt volgens de wethouder naar ouders gekeken. Scholen mogen kluisjescontroles uitvoeren. Dit is de bevoegdheid van de scholen zelf. Er worden in de praktijk 100 procent kluisjescontroles uitgevoerd indien een school dit noodzakelijk acht. De gemeente ondersteund wel onderzoek over hoe zo’n onderzoek
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
wordt ervaren bij scholieren en hun ouders, waarbij ook gekeken wordt naar de effecten. Van metaaldetectoren is zij geen voorstander. Het punt van mevrouw Molema wordt door de wethouder gesteund. Verzuim kan immers ook duiden op activiteiten op het gebied van criminaliteit. Dit wordt onderkend en staat nu ook in de brief vermeld als punt van aandacht. Ook van het belang van rolmodellen voor jongeren met minder perspectief is de wethouder zich bewust en zij verteld over initiatief met de naam Voetballen voor Veiligheid. Ondanks dat scholen er niet toe verplicht zijn is er een betere samenwerking ontstaan tussen scholen en wijkagenten. Er komt meer openheid over de problemen. Ook zijn er agenten die samenwerken met de scholen. Het lid YACOUBI vraagt in hoeverre informele jongerenorganisaties die kwetsbare scholieren kennen in dit programma betrokken zijn. Wethouder MOORMAN antwoordt dat deze niet direct betrokken zijn, maar zegt zich bewust te zijn van de ondersteunende functie van deze organisaties. Via de stadsdelen vindt er overigens overleg plaats met deze organisaties. Het lid MOLEMA stelt dat eerder in het debat is gezegd dat kortdurend verzuim niet wordt gemeld, en is benieuwd of frequent kort verzuim ook mee wordt genomen als indicatie voor mogelijke criminele activiteiten.
Wethouder MOORMAN antwoordt dat frequent kortdurend verzuim ook bij de leerplichtambtenaar wordt gemeld. Vervolgens geeft zij aan de vraag van de heer Von Gerhardt eerder te hebben beantwoord met haar verhaal over de kwalitatieve toetsing Het lid VON GERHARDT zegt te begrijpen dat kwantitatieve beoordeling van het beleid lastige kanten heeft, maar zegt het vaststellen van doelstellingen wel belangrijk te vinden. Beleid moet in de toekomst beoordeeld kunnen worden. Hij is benieuwd wanneer de wethouder op basis van het beleid tevreden zou zijn. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het een voortgangsrapportage betreft en eerder niet van het raadslid heeft gehoord wat hij daarin heeft gemist. De wethouder wijst op de vooruitgang in de afgelopen 2,5 jaar en op nadrukkelijke wens van de scholen met de activiteiten door te gaan. De wethouder geeft een concreet voorbeeld van het schoolveiligheidsbeleid waarin een veiligheidscoördinator de leraren zich veiliger laat voelen bij interacties met leerlingen die heftig kunnen zijn. Dat is niet in een cijfer uit te drukken, maar geldt wel degelijk als resultaat. Net zoals er wapens worden gevonden in kluisjescontroles en er via het beleid actie is om deze situaties op te volgen. De wethouder gaat in op de vraag van mevrouw Wehkamp. De leraar is net zo goed als de leerling onderdeel van een veilig schoolsysteem.
Naast het lesgeven zal er aandacht moeten zijn voor vaardigheden om met agressie in een school om te gaan. Voor leraren is er bij incidenten steun mogelijk via de GGD. Naar aanleiding van incidenten is met alle scholen afgesproken een grens te trekken toen er meer dan 20 scholen vanuit verschillende hoeken werden bedreigd. Het lid WEHKAMP vraagt hoe er met incidenten die daar hebben plaatsgevonden wordt omgegaan.
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Wethouder MOORMAN antwoordt dat naar inleiding van advies van de politie het altijd aan de school is om te bepalen hoe er opvolging aan wordt gegeven. Er zijn in ieder geval geen scholen meer gesloten. Het lid VON GERHARDT vraagt naar een specificatie van het budget. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het grootse deel naar het operationele team veiligheid gaat en naar trainingen. Zij kan de begroting desgevraagd aan de heer Von Gerhardt toe sturen. De VOORZITTER concludeert dat dit punt behandeld is en naar de raad kan. Het volgende punt wordt aan de orde gesteld. Het betreft een raadsvoordracht. 10. In te stemmen met de Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027: Omdat iedereen een goede leraar verdient. (VN2023-015685) Het lid VAN LAAKE gaat in op subsidies voor ondersteuning voor schoolleiders. Hiermee kunnen ze adjunct-directeuren aanstellen. Ze wijst op het risico om hiermee leraren kwijt te raken, omdat in de praktijk leraren doorstomen naar deze posities. De Amsterdams toelage wordt afgestemd op schoolgewicht, maar de stagevergoedingen niet. Die zijn gelijk. Waarom wordt er op deze vergoedingen ook geen differentiatie toegepast. Dit is niet alleen aan de gemeente, maar de vraag is of hier met de scholen is overlegd. Verder doet zij de suggestie om studenten te wijzen op de mogelijkheden om een educatieve bevoegdheid te halen naast hun studie.
Het lid MOLEMA zegt dat de tekorten aan leraren in het onderwijs ondanks de mooie maatregelen van de lerarenagenda naar verwachting zullen toenemen. De oorzaak is niet alleen vergrijzing, maar ook huisvesting voor jonge docenten die een gezin willen stichten. Ze vraagt hoeveel uitstroom de wethouder met deze agenda denkt te kunnen ondervangen. Op nieuwe instroom is enig zicht, maar niet op de uitstroom. Ze doet de suggestie om oudere leraren te verleiden om door te werken met een extra pensioenstorting. Vooral voor docenten van buiten de stad is de bereikbaarheid, maar ook parkeren, een obstakel. Ze vraagt of er een mogelijkheid is om parkeerplaatsen in de buurt van scholen op kenteken en met een tijdslimiet te realiseren. Verder verwijst ze naar het voorrangsbeleid voor woningen. In de sociale huursector worden de doelstellingen redelijk gehaald, maar in de middenhuur niet. De prestatieafspraken zijn daar niet nagekomen. Ze wijst de wethouder op de inspanningsverplichtingen en vraagt wat ze hier aan gaat doen. Het lid HAIJEN ondersteunt de investeringen van 24 miljoen euro, maar benadrukt dat de focus zowel op aantallen als kwaliteit moet liggen. Gelet op de investeringen mag van schoolbesturen vooruitgang worden verwacht. Goed werkgeverschap is daarvan een onderdeel en er liggen plannen voor prestatieafspraken met schoolbesturen.
Hij wijst op de noodzaak van goede ondersteuning, cao-bepalingen die niet worden nageleefd en zogenaamde kruimelcontracten met bestaansonzekerheid. De vraag is of deze zaken via prestatieafspraken kunnen worden aangepakt. Voor wat betreft huisvesting stelt de heer Molema dat de huidige maatregelen een druppel op een gloeiende plaat zijn en dat er geen sociale huurwoningen in de stad
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept raadscommissieverslag, 12 juli 2023
verkocht zouden moeten worden. Hij doet de suggestie deze woningen op te kopen met bijvoorbeeld een gemeentelijk woningbedrijf en verwijst naar het vroegere bestaan van de Amsterdamse Coöperatieve Onderwijzersbouwvereniging. Het lid VON GERHARDT vraagt de heer Molema waar het geld voor het opkopen van sociale huurwoningen vandaan moet komen. Het lid HAIJEN vindt dit een terechte vraag en wijst op een punt uit een eerdere raadsperiode dat ging over een ambtelijke verkenning betreffende een sluitende begroting. Er zijn mogelijkheden om een deelneming op te richten en hij zegt dat er meer nodig is dan een voorrangsregeling. Overigens is hij benieuwd naar wat slim inzetten op de les betekent en wil er voor zorgen dat er geen onderwijsgeld meer weglekt naar commerciële uitzendbureaus. Het lid RUNDERKAMP benoemt de tekorten in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, mbo en speciaal onderwijs. Deze lopen soms op tot 30 procent. De ondersteuning van zij-instromers moet gewaarborgd zijn. Het goed faciliteren van het gehele zij-instroomtraject is bepalend voor het succes. Hij is benieuwd of het mogelijk is de om de pilot kleurrijk organiseren, gecombineerd kan worden met de pilot dynamische schooldag die in 17 basisscholen in Nieuw-West is gestart. Analoog aan de campagnes van defensie zou een dergelijke wervingsactie ook voor leraren een goed initiatief kunnen zijn.
Het lid WEHKAMP wil graag informatie over het aantal uitstromers van de pabo en de zij-instromers met de redenen voor de uitstroom. Verder stelt ze het belang van passende stagevergoedingen aan de orde voor iedereen die volwaardig voor de klas staat. Onderwijsondersteuners die als leerkracht worden ingezet dienen betaald te worden voor het werk dat ze doen. In de lerarenagenda staan hierover geen afspraken, terwijl het een stimulans is voor doorgroeimogelijkheden en het vak in het algemeen. Het aantal lerarenwoningen blijft achter. Ook daarover zou mevrouw Wehkamp graag cijfers ontvangen, inclusief de status van wachtlijsten en informatie over het proces van matching. Tenslotte is er de vraag of leraren met beperkte contracten niet op andere scholen kunnen werken om zo bij te dragen aan tekorten en tegelijkertijd meer uren krijgen. Hier blijkt geen overkoepelend zicht op te zijn. Een onderlinge vacaturebank zou hiervoor een instrument kunnen zijn. Het lid VON GERHARDT gaat in op de in- en uitstroom. Hem valt op dat leraren uit Amsterdam vertrekken om ergens anders les te gaan geven. Het gebrek aan passende en betaalbare woningen speelt hierbij een rol, maar ook parkeerproblemen die tot een maandelijkse kostenpost van 300,- euro kunnen leiden. Hij oppert het idee om leraren een parkeervergunning te geven als stimulans om de stad niet te verlaten.
Als dit zou kunnen helpen is het een relatief eenvoudige maatregel om leraren te behouden. Verder stelt hij het deeltijdwerken aan de orde en dat een bonus voor het draaien van meer uren in de praktijk werkt, maar is benieuwd of hier soms ook misbruik van wordt gemaakt. Refererend aan de suggestie van mevrouw Wehkamp oppert hij het idee om ook voor stageplekken een vacaturebank op te zetten en ondersteunt het voorstel omtrent de vergoedingen voor stagiaires. Het lid YEMANE gaat in op het probleem van stageplekken voor scholieren en refereert daarbij aan het verhaal van een inspreker. Dat sommige scholen zelf stage