Conceptverslag KDD 27-01-2021
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering.
KDD
Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
CONCEPT Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare (digitale) vergadering van de Raadscommissie Kunst, Diversiteit en Democratisering Woensdag 27 januari 2021 van 13.30 tot 17.45 uur in de raadzaal van het stadhuis 17 februari 2021
Voorzitter: mevrouw De Fockert Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink, wethouder Meliani Commissiegriffier: mevrouw Ter Braak Verslaglegging: de heer Bollinger (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw A. Bakker (PvdD), de heer Biemond (PvdA), de heer De Boer (JA21), de heer Flentge (SP), mevrouw De Grave-Verkerk (VVD), mevrouw Grooten (GL), de heer Havelaar (CDA), de heer Huisman (CU), de heer Khan (DENK), de heer Mangal (DENK), mevrouw Nadif (GL), mevrouw Poot (VVD), mevrouw La Rose (PvdA), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Vroege (D66), mevrouw IJmker (GL) Afwezige commissieleden: de heer Blom (GL) Overige aanwezigen:
Algemeen 1.a. Opening De VOORZITTER opent de digitale vergadering om 13.30 uur en heet iedereen welkom, ook het nieuwe commissielid mevrouw IJmker van GroenLinks. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER geeft een van de regels voor digitaal vergaderen aan, namelijk dat de microfoon uitstaat als men niet aan het woord is. Met ingang van vandaag krijgen de insprekers het woord tijdens het inspreekmoment, zolang de commissie digitaal vergadert. Woordvoerders van de stadsdeelcommissies krijgen het woord bij agendapunt 6 over het bestuurlijke stelsel. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat het college heeft besloten twee aanbestedingen in het zorgdomein bij Wmo en Mowb stop te zetten, met gevolgen voor de portefeuille inkoop in verband met mogelijke onrechtmatigheid. Via de dagmail is de commissie er al over geïnformeerd door wethouder Kukenheim. Het kan gaan om maximaal 250 miljoen euro, een zorgwekkende ontwikkeling. Spreker is bezig met de verbeteropdracht van het inkoopstelsel, zodat scherp wordt gemonitord hoe de onrechtmatigheid zich ontwikkelt. Er vindt een onafhankelijk onderzoek naar deze aanbesteding plaats, paralellel aan de verbeteringen in het inkoopstelsel. Spreker houdt de commissie op de hoogte. De heer FLENTGE vindt de signalen zorgelijk. Die doen hem denken aan de situatie in Zuid-Oost en de inkoop en aanbestedingen daar. Wanneer komt dat onderzoek naar de commissie?
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
Mevrouw VAN SOEST vraagt naar de gevolgen voor de aanbesteding voor de hulp in huis, waarvoor er een wachtlijst van 500 mensen is. Mevrouw DE GRAVE-VERKERK geeft aan dat het nieuws haar rauw op het dak valt. Wat zijn de consequenties voor het sociaal domein en de buurtteams, en is dit een onderwerp van samenwerking met de wethouder voor de zorg? Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat de wethouder zorg in de lead is in deze kwestie. Die heeft vorige week al een brief via de dagmail verstuurd. Vanwege zijn coördinerende rol bij het stelsel van inkoop heeft spreker de mededeling gedaan. Er zijn geen consequenties voor de zorgcontinuïteit of de thuishulp. Daarvoor is wethouder Kukenheim aanspreekbaar. De second opinion van de ACAM en het vooronderzoek komen in februari 2021 naar de commissie. De heer FLENTGE verzoekt de second opinion en het onderzoek begin februari 2021 aan te leveren. Wethouder GROOT WASSINK kan toezeggen dat die in de eerste helft van februari 2021 naar de commissie komen. De VOORZITTER constateert dat die nog voor het voorjaarsreces worden aangeleverd. 1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt voor de agendapunten 5 en 7 gevoegd te behandelen. Akkoord. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering KDD van 6 januari 2021 Akkoord. 1.e.
Termijnagenda De heer VROEGE is blij dat volgende week een digitaal symposium plaatsvindt over religie en emancipatie naar aanleiding van zijn motie. Ook bij de regenboogagenda heef spreker een gelijksoortige motie ingediend. Hoe staat het met die uitvoering? Wethouder GROOT WASSINK moet het antwoord schuldig blijven. Hij zal zo spoedig mogelijk antwoorden. Mevrouw VAN SOEST wijst op de eerdere toezegging over de review door de ACAM over de inkoop in Zuid-Oost. Zij vraagt of er al iets bekend is. Wethouder GROOT WASSINK verwacht half februari 2021 beide rapporten aan te leveren. De commissie heeft kennisgenomen van de termijnagenda. 1.f. Lijst ter kennisname
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
De VOORZITTER wijst erop dat voortaan voor de commissievergadering schriftelijk moet worden aangegeven welke punten moeten worden gepiept naar de volgende keer. Er zijn bij de griffie geen verzoeken binnengekomen. De commissie heeft kennisgenomen van de lijst. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER geeft aan dat dit een nieuw vast agendapunt is. De adviezen van de stadsdeelcommissies staan voortaan onder dit agendapunt 1.G vermeld. Gisteren zijn de adviezen van Centrum, Oost, West en Nieuw-West ontvangen over het bestuurlijk stelsel. Die worden betrokken bij agendapunt 6. Ook krijgen woordvoerders van die stadsdeelcommissies het woord om een toelichting op het advies te geven. 2.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering. Vanaf nu gaan de spreektijden lopen. De heer HAVELAAR wijst op de afspraak van de vorige keer om vandaag ook in de avond te vergaderen. Daarom vraagt hij naar de verdeling van de spreektijden. De VOORZITTER hoopt dat één dagdeel vandaag volstaat, ook qua spreektijden. 2.b. Inspreekmoment publiek Mevrouw VERDULT spreekt in namens ateliers Westerdok, een culturele ontmoetingsplek en unieke werkplaats waar cursussen en buurtbijeenkomsten plaatsvinden. In deze coronatijd is compensatie door de overheid mogelijk, maar deze broedplaats valt helaas tussen wal en schip.
Spreekster heeft de huur aan Urban Resort moeten opzeggen. De TOZO-bijstand is voor haar niet mogelijk vanwege het gezamenlijke inkomen met haar partner. Daarom zijn er nu grote schulden ontstaan. Veel deelnemers zijn teleurgesteld en vaak ook zelf getroffen omdat zij in de ateliers niet meer terecht kunnen. Kan de gemeente haar helpen? Mevrouw NADIF vraagt wat voor maatregelen de gemeente kan nemen dit soort situaties te voorkomen. Over CAWA wordt volgende week gesproken en daarbij zal zij deze casus oppakken, evenals in de rondvraag vandaag. Mevrouw VERDULT denkt dat vanwege de coronacrisis budget is vrijgemaakt voor de instellingen in het kunstenplan, maar een aantal valt erbuiten. Voor hen is een oplossing nodig. Onderliggend probleem is dat deze broedplaats niet onder de CAWA-norm valt en daardoor een hogere huur bij Urban Resort heeft. Voor het exploiteren van kunsteducatie is de huur te hoog. Daarnaast heeft spreekster 140.000 euro moeten investeren om de ruimte geschikt voor gebruik te maken, bekostigd uit eigen middelen zodat er commerciële activiteiten nodig zijn. Dat heeft zij geprobeerd met de toevoeging van horeca, maar daarvoor werd geen vergunning verleend. De oplossing was samenwerking met buitenschoolse opvang. De heer OUABBA spreekt in namens buurtplatform Van Deyssel in Nieuw-West.
De bewoners worden niet gehoord of betrokken bij de plannen voor de buurtverbetering van Rochdale en de gemeente. Het buurtplatform wordt in de steek gelaten door de gemeente en de woningcorporatie. Van eerlijke participatie is geen sprake. Het platform is wel gesprekspartner, maar het is de vraag of dat zal leiden tot maatregelen. Spreker is het vertrouwen in beide partijen kwijt. Hij is ten einde raad.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
De heer FLENTGE begrijpt dat de onvrede in de buurt al langer speelt. Moeten vertegenwoordigers van de gemeente en Rochdale niet om tafel gaan zitten met het bewonersplatform om de problemen op te lossen en het vertrouwen te herstellen? Mevrouw GROOTEN vraagt of er contact met de stadsdeelcommissieleden is. De heer OUABBA heeft onlangs nog online gesproken met beide partijen en is al langer dan een jaar bezig om het vertrouwen te herstellen. Het platform krijgt echter geen gehoor omdat de plannen al lang klaar zijn. De bewoners mogen enkel een vinkje bij de plannen zetten, als bewijs van participatie. Spreker geeft aan dat de bewoners geen gehoor krijgen bij de stadsdeelcommissie of Rochdale. De VOORZITTER geeft aan dat er ook insprekers bij de agendapunten 5, 7 en 6 zijn. 2.c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2.d. Rondvraag De VOORZITTER verzoekt alle commissieleden hun rondvragen vooraf aan te melden. Mevrouw VAN SOEST vraagt naar de eventuele verkoop van kunst. De VOORZITTER verduidelijkt dat de vraag gaat over het initiatiefvoorstel over een onderzoek naar de verkoop van kunst. Wethouder MELIANI zal binnen twee weken reageren. Mevrouw VAN SOEST vraagt het onderwerp met een datum op de termijnagenda te zetten. De VOORZITTER geeft aan dat de vaste termijn voor antwoord op een initiatiefvoorstel zes weken is. Na die termijn kan men vragen om nadere uitleg.
Het onderwerp wordt nu niet op de termijnagenda geplaatst. De heer BIEMOND gaat in op de portefeuille digitalisering. Whatsapp heeft de voorwaarden voor zakelijk gebruik aangepast, waardoor de dienstverlening van de gemeente is beperkt. Is er al een oplossing voor? Wethouder MELIANI geeft aan dat eind 2019 het gebruik van Whatsapp bij de overheid is afgesloten, zodat het niet meer mogelijk is meerdere mensen tegelijk te antwoorden. De gemeente heeft echter besloten de dienstverlening via Whatsapp voort te zetten. Van 2021 laat Whatsapp overheden wel weer toe. De gemeente Amsterdam is al door de goedkeuringsprocedure heen. Half februari 2021 zal Whatsapp weer geïmplementeerd worden. Mevrouw DE GRAVE-VERKERK vraagt naar de voortgang bij het herstelplan kunst en cultuur. Wat is de stand van zaken? Wethouder MELIANI antwoordt dat men er ver mee is, maar nog niet klaar met fase3-regeling. Ook is er een banenplan in de maak. Het blijkt meer werk dan gedacht omdat het gaat om veel sectoren die ondersteuning nodig hebben. Zij zal navragen wanneer
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
het herstelplan klaar is en het de commissie laten weten. Zij verwacht dat het de derde week van februari 2021 zal worden. Zij komt er vandaag nog op terug. Mevrouw NADIF vraagt naar aanleiding van de inspreekster over de ateliers naar de ecosystemen en de broedplaatsen in de kunst- en cultuursector. Wethouder MELIANI geeft aan dat mevrouw huurder van een broedplaats is, die wordt ondersteund door de gemeente met 300.000 euro. Voor sommige huurders is dat echter niet voldoende. De inspreekster heeft morgen een afspraak met stadsdeel Centrum. De gemeente probeert de ecosystemen overeind te houden met coronasteun, en later ook met een herstel- en banenplan, in samenwerking met wethouder Groot Wassink. De heer HUISMAN vraagt naar de ondersteuning van de huur van maatschappelijke organisaties zoals kerken. Is er nog geld voor? Wethouder MELIANI antwoordt dat meerdere maatschappelijke voorzieningen in aanmerking gaan komen voor steun, bijvoorbeeld de Uilenburger Sjoel. Kan de heer Huisman specifieke informatie aanleveren? De VOORZITTER stelt voor dat de wethouder die vraag schriftelijk beantwoordt. Zij sluit de rondvraag af Coördinatie Bedrijfsvoering 3.
Kennisnemen van de brief van 10 september 2020 over de uitkomst aanbesteding cateringdienstverlening Commissie De heer MANGAL vindt dat de aanbesteding van de nieuwe en grote cateraar Eurest niet mag leiden tot verkapte staatssteun aan een miljardenbedrijf. Welke inspanningsverplichting staat er tegenover het bedrag dat periodiek moet worden betaald als de hele gemeente nagenoeg thuiswerkt vanwege Covid? Staat die inspanning nog wel in verhouding met het contractueel afgesproken bedrag en de coronabezuinigingen? Waarom heeft de wethouder niet gekozen voor kleinere Amsterdamse ondernemingen, al is het tijdelijk? Hoeveel lokale bedrijven of stadstelers gaat het Britse bedrijf inschakelen als onderaannemer? Mevrouw IJMKER dankt de wethouder voor de brief over de afronding. GroenLinks is blij met de inzet op sociale en duurzame elementen in de aanbesteding. De inzet van Pantar wordt vergroot en er zijn afspraken gemaakt over single-used-plastic, voedselverspilling en samenwerking met duurzame startups in de stad. De coronacrisis geeft echter weinig zekerheid aan de betrokken partijen, nu het werk niet of minder kan plaatsvinden.
Wat zijn de afspraken tussen de gemeente en Eurest? Wat betekent dat voor de kosten die de gemeente maakt, en voor de betrokken partijen, Pantar en medewerkers zelf? Hoe kan men ervoor zorgen dat de coronacrisis niet hun bestaanszekerheid aantast? De heer VROEGE feliciteert mevrouw IJmker met haar eerste bijdrage in deze commissie. Hij deelt de zorgen van de wethouder. Wat is de stand van zaken? Houdt de wethouder de commissie op de hoogte welke besluiten worden genomen, mocht Eurest op omvallen staan? Deze manier van aanbesteding van de catering moet ook bij andere geledingen van de gemeente ruimte geven aan social impact. Beantwoording Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat het percentage sociaal in deze aanbesteding groot is. Dat is een goede zaak. De aanbesteding is ingericht om kleine en lokale ondernemers maximaal een plek te geven, evenals het sociale rendement. Het
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
contract betreft tien uitvoeringslocaties waar wordt gecaterd, naast de banquating. Mocht er door corona iets aan de situatie veranderen, dan zal de wethouder dat vanzelfsprekend met de commissie delen. Van staatssteun is geen sprake. Er is een vast bedrag afgesproken voor de geboden werkzaamheden. Niet al het gemeentewerk vindt thuis plaats, bijvoorbeeld bij de stadsreiniging. In de kantine in de Stopera wordt weinig verkocht. Dat is voor het bedrijf een lastige situatie omdat men daar alleen de vaste vergoeding ontvangt. De aanbesteding is gestart voor corona. De wethouder wil waar mogelijk de onrechtmatigheid terugdringen omdat die bij zijn aantreden te groot was. Er zijn daarbij grote stappen gezet. Pantar heeft nu 14 medewerkers ingezet, uit te breiden tot 18 in de loop van dit jaar, ook op het stadhuis, maar alles staat onder druk vanwege corona en de verminderde consumptie. Dat geldt ook voor de lokale onderaannemers en leveranciers. Juist over de sociale firma’s zijn er zorgen over de werkcontinuïteit. Men bekijkt hoe men hen kan ondersteunen, los van deze aanbesteding. Spreker zal de commissie er nader over berichten. De social return wil het college verhogen naar 5%, maar dat is niet overal even makkelijk. Deze aanbesteding wil het college als voorbeeld gebruiken, al is niet elke aanbesteding even geschikt.
De VOORZITTER constateert dat het stuk naar de raad van 10 maart 2021 kan, op verzoek van de heer Vroege. Zij heeft antwoord van wethouder Meliani ontvangen op de vraag van mevrouw De Grave-Verkerk: het herstelplan komt in de derde week van februari 2021. De heer VROEGE wil het stuk over de aanbesteding al in de eerstkomende raadsvergadering bespreken, zodat de indienster van de motie er nog bij kan zijn. De VOORZITTER constateert dat zij het verzoek aan het presidium zal doorgeven. Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid 4. Vaststellen nieuw instrumentarium diversiteit Commissie De heer VROEGE ziet dat veel initiatieven worden gesubsidieerd met goede bedoelingen maar zonder veel effectiviteit. Het nieuwe instrumentarium probeert de effectiviteit te vergroten. Hoe voorkomt men dat de ‘theory of change’ een papieren tijger wordt en geen doel op zich? Hoe houdt de raad zicht op het totale aantal subsidies vanuit de stadsdelen en de centrale stad? Is daarover een rapportage per jaar mogelijk? Wie besluit namens gemeente welke subsidie wordt toegekend? Het zijn ten hoogste zeven periodieke subsidies. Wat wordt daarmee bedoeld? De heer VELDHUYZEN dankt iedereen die heeft meegewerkt aan het instrumentarium diversiteit. Hij heeft een waslijst aan vragen en kritiekpunten van mensen die aan de alliantie willen meedoen.
De grasroot-organisaties dreigen verdrongen te raken omdat grote organisaties meer personele capaciteit en financiële middelen hebben om een goede aanvraag op te stellen en een brede alliantie voor samenwerking te smeden. Men wordt bijna gedwongen de organisatie te institutionaliseren, met als risico dat de grassroot de wortels en gemeenschap in de wijk dreigt kwijt te raken of de regie verliezen van het zich moeten aansluiten bij een alliantie. Hoe zit het met de kleine en nieuwe grassroots die nog geen groot netwerk hebben? Hoe worden die op de hoogte gebracht? Welke nadelen ziet de wethouder zelf van deze aanpak? Het probleem bij eenmalige projectsubsidies is dat de organisatiekosten niet worden gedekt, terwijl die juist belangrijk zijn voor het behoud en de ontwikkeling van grassroots. Houdt deze subsidie daar rekening mee? Hoe zijn de zeven thema’s vastgesteld? Waarom wordt er gekozen voor mannenemancipatie, maar niet voor een alliantie voor vrouwenbevrijding of feminisme? Het thema toegankelijkheid mist helaas. Waar kunnen de organisaties met thema’s die buiten de boot vallen toch nog terecht? Organisaties die de bestuurlijke lijn van het college volgen, krijgen extra geld. Moeten die organisaties niet juist de autonomie behouden? Hoe zit het met kleine en nieuwe
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
organisaties met een stadsbrede focus? Kunnen zij aanspraak maken op de sociale basis? Zo niet, waar moeten zij dan aankloppen? Hoeveel financiële armslag is er vanuit de stelposten? Wat zijn de voorwaarden daaraan verbonden? Hoe is deze regeling gecommuniceerd naar de kleinere partijen? Wat verstaat het college onder de gevraagde ‘theory of change’, bijvoorbeeld wat betreft de mannenemancipatie? Mevrouw LA ROSE dankt de wethouder voor het nieuwe instrumentarium. Is de subsidieregeling al op gang gekomen? Er is ook oog voor kleine organisaties op grassrootniveau om bij te dragen aan de doelstellingen van het college. Dat is goed. Heeft de wethouder de indruk dat de huidige stadsdelen een en ander in goede banen kunnen leiden? Is de wethouder bereid bij de verdeling prioriteiten te stellen ten gunste van die stadsdelen met de grootste sociaaleconomische uitdagingen? De PvdA ondersteunt de doelstelling allianties te vormen op stedelijk niveau in een meerjarig proces, al zal dat een grote uitdaging betekenen. Samenwerking in de vorm van allianties is verre van gemakkelijk. Door het inzetten van adviseurs wil de wethouder dit mogelijk maken. Wat is het profiel van een adviseur en zijn de kosten voor hen inbegrepen in de subsidieregeling? Spreekster vraagt ook aandacht voor de communicatie tussen de verschillende allianties en de lokale zelforganisaties.
Hoe denkt de wethouder er inhoud aan te geven? Men moet garanties inbouwen van horizontale en verticale relaties van allianties met grassroots. De heer KHAN vraagt naar de bekendheid met de subsidie. Een aantal van die organisaties is er nog niet van op de hoogte, met name in Zuid-Oost. Wordt er op korte termijn promotie voor de regeling gemaakt? Hoe zorgt men voor een evenredige verdeling over stadsdelen en type organisaties? Mevrouw NADIF vindt dat de overheid zelforganisaties nodig heeft om belangrijke doelen van gemeentelijk beleid te halen. De gemeente weet niet alle Amsterdammers te bereiken. Daarom zijn zelforganisaties nodig, evenals het vertrouwen en zekerheid geven aan hen, juist in deze moeilijke tijden. Het voorstel is een goed antwoord om de kloof te verkleinen. De samenwerking tussen organisaties wordt steeds meer gestimuleerd. Wordt het hiermee laagdrempeliger of juist hoogdrempeliger voor organisaties om samen te werken met de gemeente? Is dat een bewuste keuze? Kunnen organisaties alleen subsidie krijgen als zij een alliantie aangaan. Betekent het dat de eisen moeilijker worden? De heer FLENTGE is positief over het voorstel maar het is onzeker wat de regeling precies inhoudt. Het is goed allianties te bevorderen. De onderwerpen betreffen gendergelijkheid in werk, mannenemancipatie, zichtbaarheid en pride.
Wat gaat daar straks onder schuil? Gaat men mannen bewust maken van hun privilege of gaat men vrouwen daadwerkelijk emanciperen door meer kinderopvangplekken te organiseren? Spreker gaat ervan uit dat men concrete doelstellingen heeft. Hoe kan men dat preciezer in kaart brengen? De heer VELDHUYZEN vraagt de SP of discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt moet leiden tot de emancipatie van vrouwen. Komt dat niet door het seksisme van mannen? Mevrouw NADIF vindt het jammer als de SP zou denken dat emancipatie enkel bij vrouwen begint. Het probleem hangt immers samen met de patriarchale structuren in de samenleving. De heer FLENTGE wijst erop dat de emancipatie nodig is voor vrouwen die banen moeten combineren. Hij beaamt dat men seksisme of racisme zeker moet aanpakken, maar vage training of aanpak is ongewenst. Beantwoording Wethouder GROOT WASSINK probeert met deze aanpak de doelmatigheid van subsidieverstrekking te vergroten. Er zijn drie plekken om subsidie in het kader van
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
diversiteit aan te vragen. Allereerst is er de sociale basis, naast deze regeling en als derde zijn er de stelposten. Een enorme papierwinkel zou inderdaad vertragend kunnen uitwerken voor de activiteiten. Het principe ‘theory of change’ kan alleen maar een middel zijn om van tevoren na te denken over de doelmatigheid van wat wordt beoogd. De adviseurs gaan de partijen helpen bij de aanvraag om te voorkomen dat die vastlopen in een moeras van papier. Door het aangaan van meerjarige relaties zal die verbetering hopelijk internaliseren, ook door een professionaliseringsslag bij de organisaties. De subsidieverstrekking is een collegebevoegdheid, maar via het jaarplan en de voortgangsbrieven blijft de commissie goed op de hoogte, evenals bij de sociale basis. De heer VROEGE vraagt een totaaloverzicht omdat het een nieuw systeem is. Wethouder GROOT WASSINK zal dat doen, maar niet over elke subsidie wordt gerapporteerd. Voor de beoordeling laat het college zich adviseren door een ambtelijke commissie met externe deskundigheid. Maximaal zeven allianties krijgen periodieke subsidie voor zeven bestuurlijke prioriteiten. Spreker begrijpt dat grassroot-organisaties zich zorgen maken, maar zij krijgen niet een rol bij de uitvoering van het beleid van het college. Binnen de aangegeven prioriteiten kunnen die organisaties zelf aan het werk.
Nadelen van dit systeem zijn er ook, bijvoorbeeld de andere manier van werken. Sommige organisaties vinden dat ingewikkeld. In de sociale basis en de stelposten zijn er nog voldoende andere mogelijkheden voor organisaties, mocht er nut en noodzaak zijn. Het gaat in deze regeling om gestructureerd en meerjarig samenwerken met allianties, ook wat betreft continuïteit middels de 15% van het subsidiebedrag. Dat maakt een meerjarig perspectief voor hen mogelijk. De mannenemancipatie was nadrukkelijk onderwerp van de eerdere besprekingen, ook over de ‘theory of change’. De regeling is breed gecommuniceerd en niet onbekend. Het streven is niet alleen georganiseerde partijen tot allianties te verleiden, maar ook grassroots met een kritische blik. In de wisselwerking tussen hen kan er veel interessants gebeuren. De andere aanpak wordt qua gevolgen goed in de gaten gehouden. De heer KHAN wijst erop dat sommige ambtenaren zelf niet op de hoogte waren, zodat organisaties die er aanspraak op zouden kunnen maken dat nog niet hebben gedaan. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat het waar kan zijn. Het kan ook zijn dat die organisatie beter in de sociale basis past dan in deze nieuwe regeling. Daar moet men goed naar kijken. De heer VELDHUYZEN dankt voor de uitleg.
Hoe zijn de thema’s vastgesteld? Hoe behouden de organisaties hun autonomie? Drukt het instrumentarium iedereen niet in een bepaalde mal? Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat de commissie al eerder heeft gesproken over beleidsbrieven en andere onderwerpen. Daar komen de prioriteiten uit naar voren, zoals emancipatie en andere doelen of het stellen van een norm. De organisaties krijgen voldoende vrijheid. Spreker zal bekijken of het de organisaties voldoende armslag zal bieden, in combinatie met de sociale basis en de stelposten. De PvdA vroeg om de status van gebieden prioriteit te geven met een verdeelsleutel. Bij de aangegeven prioriteiten is echter het doel belangrijk en niet per sé de locatie van een project. Begeleiding en advies worden actief gegeven, ook voor de opbouw van de organisatie. Spreker onderstreept het belang van grassroot-organisaties, naast de waardevolle geinstitutionaliseerde organisaties. Of de regeling laag- of hoogdrempeliger wordt, is een lastig te beantwoorden vraag. Door de meerjarige ondersteuning en te zorgen voor dynamiek tussen de organisaties zal de kwaliteit en de doelmatigheid van de subsidieverlening hoger worden. Het vormen van allianties is in deze regeling voorwaarde. De doelmatigheid wordt vooraf ge-eist, in plaats van de rechtmatigheid achteraf. Een evenredige verdeling over type organisaties lijkt hem niet handig.
De nieuwe regeling is slechts één onderdeel van de ondersteuning van maatschappelijke organisaties op dit domein. Trainingen kunnen groot nut hebben, ook voor mannen om zich bewust te maken
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
van het eigen seksisme of om de onderhandelvaardigheden van vrouwen te verbeteren. Uiteraard is er ook aandacht nodig voor betere kinderopvang of het dichten van de loonkloof, maar het is ongewenst nu al voor te schrijven welke activiteiten de allianties zelf gaan ontwikkelen. De VOORZITTER sluit de discussie af. Zij schorst de vergadering kort. Zij gaat in op het ordevoorstel van de heer Vroege om vandaag tot 18.00 uur door te vergaderen. Wethouder GROOT WASSINK kan tot 17.30 uur aanwezig zijn in verband met een andere afspraak. De VOORZITTER stelt voor tot 17.30 uur te vergaderen, Mocht het nodig zijn, kan de commissie dan kiezen voor de optie vandaag in de avond door te vergaderen, de tweede termijn de volgende keer of die in de raadsvergadering te doen. Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel) 5. Kennisnemen van de rapportage Pilotjaar Buurtbudgetten 7. Rapport Movisie Versterken van inclusieve Burgermacht Insprekers Mevrouw BOSNIE spreekt in als inwoner van Zuid-Oost, namens het buurtplatform Reigersbos en Sabo Advies, dat participatietrajecten begeleidt. Met het nieuwe college hoopten de bewoners op een nieuwe wind, maar de uitvoering schiet tekort, al zijn er veranderingen doorgevoerd. Het kader buurtbudgetten geeft weer nieuwe hoop.
Een van de kanttekeningen is dat er meer ruimte nodig is voor bewoners om te leren en voor de nodige ondersteuning naar de behoefte van hen. Men moet meer gaan denken vanuit de leefwereld van de bewoners in plaats van systeembeelden. Dat blijft een uitdaging. Het stemgedrag is in Zuid-Oost veel lager dan de 80% elders, omdat het vertrouwen in de overheid er laag is. Een stemmodel kan daarom niet vruchtbaar zijn voor een participatietraject. Men moet alert zijn op top-down-structuren. Ambtelijke regie en sturing staan haaks op co-creatie met de bewoners. Model 3 spreekt van voldoende draagvlak maar wat wordt daarmee bedoeld? Die voorwaarden moeten vooraf bekend zijn bij de bewoners. Het voorstel heeft een gebrek aan gelijkwaardigheid ten opzichte van de ambtenaren. Hoe en waar kunnen bewoners bezwaar maken tegen ongewenste situaties? Spreekster adviseert vooral gebruik te maken van de free-minders binnen het ambtelijke apparaat en van ervaringsdeskundigen bij de bewonersplatforms. De heer VROEGE dankt voor de inzet van de inspreekster in Zuid-Oost. Wat ziet zij als oplossing om de nog niet betrokken bewoners te bereiken en erbij te betrekken? Mevrouw GROOTEN dankt voor de inspraak. Zij vraagt hoe men de free-minders onder de ambtenaren meer ruimte kan geven.
Mevrouw BOSNIE raadt aan de bewonersplatforms meer in hun kracht te zetten zodat individuele bewoners erbij kunnen aansluiten. Het zijn vaak open structuren, waar men activiteiten kan organiseren voor en in de buurt. Free-minders durven uitdagingen aan te gaan. Met hen moet men in gesprek gaan. Maar juist de ambtenaren die alleen gebaande paden bewandelen, moeten trainingen krijgen door de buurt zelf. Dan kunnen zij zich beter in de leefwereld van de buurtbewoners inleven. Daarover gaat spreekster graag met de gemeente in gesprek. De heer NABIBAKS spreekt in namens Hart voor de K-buurt. Hijzelf heeft er een winkel en dankt voor de financiële ondersteuning van het platform voor de komende zes maanden. Zorgen zijn er over de periode daarna. Alles wordt ingericht op wat het systeem
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
nodig heeft, en niet op wat werkt voor de bewoners. Het gaat niet alleen om geld maar ook om de processen en kaders. Het vertrouwen in de overheid is laag, zo blijkt uit de evaluatie van het bestuurlijk stelsel. Bewoners kunnen veel zelf doen. Dat hoeft niet vanuit het stadsdeel te worden gecoördineerd. Er worden extra ambtenaren democratisering aangenomen, terwijl dat geld naar de buurten zelf moet gaan. De georganiseerde bewoner moet in zijn kracht worden gezet, en niet op achterstand of met wantrouwen benaderd te worden. Belangrijke aanbevelingen uit de rapporten worden helaas niet doorgezet, zoals duurzame financiering en het erkennen van leiderschap in de buurt. Spreker maakt zich hard voor alle buurten. Daar bestaat altijd wel een netwerk van actieve bewoners. Model C is misschien te prefereren maar niet duurzaam voor de buurtorganisaties. Dat moet anders. De VROEGE begrijpt dat een duurzame samenwerking niet het doel van de gemeente zou zijn. Wat is wel het doel van de ambtenaren? De heer NABIBAKS heeft begrepen dat de stadsdelen zelf mogen bepalen hoe ze de participatie gaan inrichten. Verduurzaming van buurtbudgetten is helaas niet het voornemen. De VOORZITTER gaat vervolgens over op de inspraak over het bestuurlijk stelsel bij agendapunt 6 (zie onder). Commissie De heer VROEGE is blij met de goede initiatieven in veel buurten.
Hij pleit er daarom voor door te gaan met de buurtbudgetten en ze zelfs uit te breiden naar alle buurten van Amsterdam. Die aanpak versterkt de relatie van gewone burgers met de gemeente. In de hele stad moet de aanpak hetzelfde zijn, en niet per stadsdeel verschillend. De buurtbudgetten en het buurtbegroten lopen in de rapportage door elkaar heen. Centrum en West zijn er wel in meegenomen maar Zuid en Oost niet. Waarom? Mevrouw DE GRAVE-VERKERK vindt de waarde die wordt toegekend aan de democratische ervaring aansprekend bij het werken met buurtbudgetten. Hoe ziet de wethouder dat? Zij hecht geen grote prioriteit aan buurtbudgetten voor de komende jaren, gezien de opgaven waar de stad voor staat. Het middel is goed maar de bodem van de schatkist is in zicht. De heer KHAN is voorstander van het verleggen van eigenaarschap en zeggenschap. Uit het onderzoek van de HvA blijkt de meerwaarde van Hart voor de K-buurt. Spreker is benieuwd naar de uitwerking van het stedelijk kader om te komen tot een structurele ondersteuning van bewonersinitiatieven. Een inspreker pleitte er vandaag al voor. Een andere verdeling van de gelden voor de ontwikkelbuurten kan leiden tot verbeteringen in de sociaal-maatschappelijke voorzieningen. Welke rol kan Hart voor de Kbuurt in dat opzicht op zich nemen? De heer VROEGE merkt op dat in veel stadsdelen geen bewonersinitiatieven bestonden.
Daar nam het stadsdeel het initiatief. Vindt DENK dat er altijd een bewonerscollectief moet zijn of kan het ook zonder? Zijn er altijd vier schakels nodig: centrale stad, stadsdeel, bewonersorganisatie en daarna de gewone mensen? Dat is veel extra bureaucratie. De heer KHAN vindt het een goede vraag. Men moet gebruikmaken van de bestaande krachten in de wijk. In Zuid-Oost is er een geweldige organisatie Hart voor de Kbuurt die goed presteert. Die bewonersgroep kan worden ingezet, bijvoorbeeld om de stemopkomst in Zuid-Oost te verhogen. Het kan zijn dat elders een minder goed georganiseerde groep bestaat en dan moet men het beleid daarop aanpassen. Burgerinspraak of -participatie is geen extra bureaucratie. Men moet de ontwikkeling van meer actieve bewonersgroepen omarmen in plaats van ze weg te zetten in het frame van bureaucratie. Een actieve bewonersgroep kan een aantal taken van de gemeente
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
overnemen, zodat er een structurele inbedding tot stand komt binnen de bestaande budgetten. Hoe kan dat proces het beste worden vormgegeven? Uit het onderzoek blijkt ook koudwatervrees bij de ambtenaren om de verantwoordelijkheden over te dragen aan bewonerscollectieven. Herkent de wethouder die signalen? Wat gaat hij eraan doen? De heer HAVELAAR merkt op dat de foto’s in de rapportage lijken op de winnaars van de Staatsloterij die cheques met een groot bedrag overhandigd krijgen, vreemd genoeg. Wat is de definitie van het bereik bij deze wedstrijd, want als men de voetbalclub weet te mobiliseren dan is de prijs bijna al binnen. Beter is het de initiatieven te bundelen in plaats van tegen elkaar te moeten strijden, met foto’s waar alle initiatieven op staan en niet alleen de winnaars. Ook vindt spreker de regeling te financieel ingestoken. Men moet in beeld en taal de nadruk meer leggen op de doelen. Geld is een input maar geen doel op zich. De buurtbudgetten gaan om betrokkenheid van de bewoners bij de buurt, om een vorm van subsidiariteit: doe niet voor een buurt wat een buurt zelf kan. Er zijn kansen om de kerntaken van de overheid aan te laten sluiten op de buurtprojecten. Spreker kiest liever voor projecten die lijken op wat de overheid moet doen dan voor een buurtbarbecue.
Ziet de wethouder die kansen ook? De ervaringen van de initiatiefnemers zijn positief volgens de rapportage, maar onduidelijk blijft wat de ambtenaren en gemeente hebben geleerd. Hoe zijn de ervaringen verankerd in gemeentelijk beleid? Spreker roept op tot meer aandacht voor de rol van organisaties zoals wijkcentra en georganiseerde bewoners zoals Hart voor de K-buurt. Die zijn op lange termijn aanwezig in de wijk en kennen de mensen. Ook daar liggen kansen om initiatieven samen te brengen en voor de lange termijn te versterken. Het CDA pleit voor beleid in dat opzicht. De heer VELDHUYZEN pleit voor structurele financiering van bewonersinitiatieven. Daar moet geld voor worden vrijgemaakt vanuit de budgetten voor veiligheid, handhaving en ontwikkelbuurten. Er is een cultuuromslag in de gemeente nodig om te komen tot duurzame zeggenschap voor bewoners. Mevrouw GROOTEN ondersteunt de oproep van de heer Havelaar om de impact van het initiatief te benadrukken in plaats van het bedrag. De evaluatie is nuttig om het stedelijk kader op te stellen en de aanbevelingen erin mee te nemen. Het is onderdeel van de hele democratiseringsagenda die overigens weer eens met de commissie moet worden besproken. Positief is dat er nieuwe mensen worden bereikt zodat het beeld van de gemeente verandert. Nadenken over de beste vorm voor elke buurt is gewenst, op zoek naar duurzaamheid.
Zaken in de buurt moeten worden bestendigd. De modellen lijken erg top-down. Is het mogelijk erin te variëren in tijd en per buurt, zoals Nieuw-West gaat doen? Mevrouw DE GRAVE-VERKERK vraagt of deze bestendiging een vorm van institutionalisering is, zodat er een pseudo-welzijnsinstellingen wordt geschapen. Is dat een risico? Mevrouw GROOTEN vindt het een legitieme vraag. Er moet een balans mogelijk zijn tussen initiatieven van bewoners die op de lange termijn nuttig zijn en het creëren van nieuwe instituties en subsidieregelingen. Een aanbeveling van de HvA betreft een ‘buurtbudget à la carte’, zodat men flexibeler met de modellen kan omgaan. Ook is er de suggestie het participatieproces door de buurtorganisaties zelf te laten vormgeven. Hart voor de K-buurt gaf al aan dat stemmen over een plan in die buurt niet werkt. Dat soort signalen moet men serieus nemen. De heer VROEGE vraagt wie de buurt vormt. Mevrouw GROOTEN antwoordt dat het gaat om alle mensen die in de buurt wonen, ook zij die niet verbonden zijn aan een platform of initiatief. Beantwoording
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
Wethouder GROOT WASSINK constateert dat er steun voor het instrument is, al maakt de VVD een voorbehoud over de continuering. Dat is een legitieme vraag. Hij stelt voor de democratiseringsagenda in een voortgangsrapportage uitvoeriger te belichten en te bespreken. Spreker is niet tegen een structurele ondersteuning van bewonersinitiatieven. De afgelopen jaren zijn die incidenteel gesteund omdat het buurtbudget tijdelijk is en moet zijn. Als de raad het wil, moet worden bekeken hoe dat op een andere manier wordt gerealiseerd, ook in het licht van de motie over structurele ondersteuning van bewonersorganisaties en de inspraak vandaag. Dat is een volgende fase. De regeling maatschappelijke initiatieven is er mogelijk geschikt voor, naast andere vormen. Buurtbudgetten zijn niet geschikt voor duurzame ondersteuning. De heer HAVELAAR stelt voor in de voortgangsrapportage ook aandacht te geven aan de verdeling van gelden tussen organisaties en groepen mensen, en hoe generiek die is of hoe specifiek voor een bepaald beleid. Wethouder GROOT WASSINK wijst erop dat in de begroting staat hoe de budgetten zijn verdeeld. In de voortgangsrapportage gaat het om de verschillende regelingen op het brede terrein van democratisering. De buurtrechten horen bij het overdragen van de taken van de overheid, in verband met eigenaarschap en zeggenschap.
Alle buurt moeten een vorm van buurtbudgetten hebben, zonder onderscheid. Een onderscheid tussen buurtbudget en buurtbegroten is niet te maken. Er zijn drie vormen van buurtbudget: het buurtbegroten, de co-creatie en de community based. Niet elke buurt is er op dezelfde manier geschikt voor. De foto’s met de winnaars kan men inderdaad anders selecteren, om het doel voorop te stellen en niet de onderlinge wedstrijd. Er is niet één vorm die beter is dan de andere. Spreker wil de stadsdeelcommissie mee laten beslissen wat in welke buurt het beste past. Het gaat om het bevorderen van de democratische ervaring, zoals de VVD terecht opmerkt. De heer HAVELAAR merkt op dat projecten veel op elkaar lijken terwijl er maar één wint. Dat is jammer. In het organiseren van de projecten moet men vooral de mensen in de buurt samenbrengen, zodat het plan samen tot stand komt. Wethouder GROOT WASSINK herkent zich niet in dat beeld. In Oost kijkt men zeker naar het maken van combinaties van buurtplannen. Het is ook mogelijk meerdere bedragen toe te kennen in een buurt. Dat in Weesp twee jongens zich als winnaar mochten laten fotograferen, is alleen maar leuk. Het stedelijke kader komt eraan. De vraag van DENK over opkomstbevordering bij de verkiezingen is interessant. Het zou goed zijn er ook buurtbewoners bij te betrekken. De koudwatervrees bij ambtenaren bestaat soms.
Het gaat immers om een veranderingsproces van de organisatie. De lessen worden zeker meegenomen om de scepsis bij ambtenaren te overwinnen. Duurzaamheid is niet het doel van de buurtbudgetten. Voor de dynamiek in het stadsdeel is het goed telkens nieuwe initiatieven te stimuleren. Een bewonersorganisatie kan functioneren als een pseudowelzijnsinstelling, maar niet in dit kader. De wethouder is blij met het enthousiasme om meer zeggenschap en een bredere ondersteuning van bewonersinitiatieven verder te onderzoeken, ook van wijkcentra en het individu. Democratie is geen eenheidsworst. De heer VROEGE vraagt hoe het proces nu verder gaat. Wat verwacht de wethouder van de raad? Wethouder GROOT WASSINK zal het stedelijk kader ter informatie naar de commissie sturen. Dat is opgesteld met de stadsdelen. Hij zal ook de inbreng van de stadsdeelcommissies goed bestuderen. Mocht de raad erover willen doorpraten, dan kan dat. De VOORZITTER constateert dat de commissie akkoord gaat. 6. Rapport Evaluatie Bestuurlijk Stelsel
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
Insprekers Mevrouw VAN DER VEEN spreekt in op persoonlijke titel. De verordening van 2018 draaide de machtsverhouding tussen raad en college fundamenteel om, waarbij B&W het hoogste gezag kregen boven de dagelijkse besturen van de stadsdelen, door de raad nauwelijks gecontroleerd. Tegenover deze door het college benoemde ambtenaren van het stadsdeelbestuur hebben de democratisch gekozen vertegenwoordigers van de stadsdeelcommissie slechts een adviserende en geen controlerende bevoegdheid. Dat is geen volksvertegenwoordiging. Het evaluatierapport noemt vijf alternatieven voor de toekomst. Tot 2014 waren er volwaardige bestuurscommissies met een gekozen algemeen bestuur en uit hun midden een DB. Dat democratische model is helaas verlaten, al wordt alternatief 1 het basismodel genoemd. Waarom? Amsterdam moet niet voortmodderen met het huidige stelsel met een onmondige volksvertegenwoordiging. Schaf de stadsdelen als decentrale bestuurslaag af, laat de gemeente zijn rol als volwaardige volksvertegenwoordiging met recht van amendement en initiatief waarmaken. Het model centraal-plus houdt echter vast aan een decentraal ambtelijk apparaat, georganiseerd als stadsdeel. Centralisatie van het ambtelijk apparaat is hard nodig voor onderling overleg tegenover een sterk en deskundig bedrijfsleven. Een versnipperd ambtelijk apparaat kan tegenover de multinationals geen vuist maken.
Dat leidt tot uitverkoop en gentrificatie. Eén wethouder per stadsdeel, direct verantwoordelijk jegens de gemeenteraad, is beter dan stadsdelen. Alle decentrale bestuurlijke alternatieven grijpen diep in de democratische verhoudingen in en tasten de democratische rechten van 800.000 inwoners aan. Spreekster roept de raad op tot opheffing van het decentrale stelsel en zelf alle macht weer te hernemen, als de rechtstreeks gekozen vertegenwoordiging. De VOORZITTER gaat vervolgens over op de rondvraag (zie boven). Na de behandeling van de agendapunten 3, 4, 5 en 7 geeft zij het woord aan de insprekers vanuit de stadsdeelcommissies met hun adviezen over de evaluatie van het bestuurlijke stelsel. De heer POLARINI spreekt in namens stadsdeelcommissie Zuid. De vier partijen in Zuid zijn van mening dat Amsterdam een vorm van gedecentraliseerde vertegenwoordiging moet hebben. Gebiedsgericht werken moet plaatsvinden dicht bij de leefwereld van de inwoners. De bevoegdheden van de stadsdeelcommissie moeten worden verstevigd om slagkracht te maken en voor de bewoners moet duidelijk zijn dat hun belangen op stadsdeelniveau worden behartigd. Het systeem moet toegankelijk zijn. Op alle niveaus moet de gemeentelijke organisatie proactief werken met de inbreng vanuit de stadsdeelcommissie. Over de toekomst van het stelsel verschillen de meningen.
GroenLinks en PvdA van Zuid kiezen voor het decentrale stadsdeel-plus omdat representatieve vertegenwoordiging alleen kan wanneer de stadsdeelcommissie echte verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft. Volgens die fracties kunnen een participatieve en representatieve democratie naast elkaar bestaan. D66 ziet meer heil in een cultuur- dan weer een structuurwijziging. Het bestuur moet werken met de input vanuit de stadsdelen, ook door het eerder en sterker betrekken van bewoners bij het beleid. D66 kiest daarom voor het meervoudig democratisch stelsel. De VVD van Zuid ziet wel een noodzaak in een stelselwijziging, met een duidelijke keuze voor raad-plus of decentraal stadsdeel-plus. Deze aanbevelingen worden in een formeel advies vanuit Zuid opgenomen. De heer VROEGE vraagt zich af hoe men moet omgaan met de politieke kleuring per stadsdeel. Waarom is door Zuid gekozen voor een advies vanuit de verschillende partijen en niet vanuit de stadsdeelcommissie als geheel? De heer POLARINI heeft een poging gedaan namens de hele stadsdeelcommissie te spreken in plaats van een advies met meerderheidsbesluit. Nu zijn er vier meningen, met een meerderheid van PvdA en GroenLinks die kiezen voor een stadsdeel-plus-model.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
De heer NIJHOF spreekt in namens stadsdeelcommissie Nieuw-West over de aanbevelingen en tien adviezen. Scenario 4 heeft de voorkeur, het decentraal stadsdeelplus. Ook moeten de zes punten uit de evaluatie zo snel mogelijk worden doorgevoerd. Spreker pleit voor vier of vijf bewonersloketten per gebied. Amsterdam is te groot voor één bestuurslaag, ook om te participeren in slechts één orgaan. Veel insprekers slaan het stadsdeel inmiddels over om in te spreken. Er wordt een valse tegenstelling gecreëerd tussen participatie en representatie. Die gaan hand in hand. De terugkoppeling over wat is gedaan met de adviezen van de stadsdeelcommissie is nodig, via een digitaal platform en een uniforme en publieke plek in de adviesaanvragen. De DB-leden moeten door de drie grootste partijen in elk stadsdeel worden voorgedragen aan de stadsdeelcommissie ter goedkeuring. De verkiezing op gebiedsniveau werkt onhandig uit. Leden die verhuizen maar in het stadsdeel blijven wonen, moeten lid kunnen blijven. Naast de 16 commissieleden moeten er acht extra worden gekozen op stadsdeelniveau. Daarmee ontstaat een hybride vorm van een districtenstelsel met representatieve democratie. De stadsdeelcommissie moet worden uitgebreid van 16 naar 24 leden. De heer VROEGE vraagt of ook is nagegaan wat er mag van de wet.
Het dualistische systeem waarin de stadsdeelcommissie DB’ers benoemt die niet op de lijst staan, kan nu wettelijk niet. De heer NIJHOF antwoordt dat zijn collega’s van de VVD hebben voorgesteld in Den Haag te bekijken wat er mogelijk is. Ook is er de vorm van de bestuurscommissie Weesp, waar de bestuurders wel op de lijst staan. De heer VAN DER SANDE spreekt in namens de stadsdeelcommissie Centrum. De besluitvorming moet zo dicht mogelijk bij de bewoners plaatsvinden, zo vinden alle acht stadsdeelcommissieleden in het advies. De samenwerking met ambtenaren en dagelijks bestuur verloopt in het centrum prettig. De voorkeur gaat uit naar een decentraal stadsdeelplus met een representatieve democratie. Een deel van de commissie wil nader onderzoek of het model aangevuld kan worden met het model decentraal meervoudige democratie. De verdeling in de gebieden centrum-west en centrum-oost is voor dit kleine stadsdeel niet relevant, ook omdat de grens arbitrair is. Vanwege verhuizing van commissieleden zijn er helaas leden vertrokken, terwijl zij nog wel in het centrum wonen. Onderzocht moet worden hoe de stadsdeelcommissie meer zeggenschap kan krijgen over de benoeming van de bestuurders. De heer MONAS spreekt in namens stadsdeelcommissie Oost met overdenkingen en conclusies. De commissie heeft geprobeerd de ogen en oren van de gebieden te zijn.
Oost is het enige stadsdeel met een onafhankelijke fractie Meer Belangen. Spreker pleit voor versterking van de ambtelijke ondersteuning en een groter gewicht dat aan de adviezen wordt toegekend. Over het inwonersloket zijn de meningen in Oost verdeeld. De stadsdeelcommissie moet vroegtijdig worden betrokken bij het maken van plannen en maatregelen, dus nog voor de inspraakprocedure. De doofheid in het stadhuis voor de stadsdeeladviezen wordt soms als stuitend ervaren. Er moet een standaardprocedure voor komen. De stadsdeelcommissie Oost heeft een voorkeur voor een stadsdeel-plus-scenario, met een onafhankelijke bewonersinbreng bij de verkiezingen. De commissie wil het dagelijks bestuur zelf kunnen kiezen en elke wethouder moet een stadsdeel in de portefeuille krijgen. De meeste stadsdeelcommissieleden kiezen voor scenario 4, alleen de SP geeft de voorkeur aan de centrale scenario’s en de VVD wil óf een sterke invulling op stadsdeelniveau óf één centrale bestuurslaag. Diverse fracties vragen om meer inzet op participatieve initiatieven, naast de representatieve stadsdeelcommissie en niet in een gemengde vorm. Het meervoudige democratiemodel wordt daarom negatief beoordeeld. De afzonderlijke inbreng van de fracties is na te lezen in het advies. Vernieuwingsmoeheid is geen excuus om een slecht stelsel intact te laten. Het kan en moet beter.
De heer MOL spreekt in namens stadsdeelcommissie West met een unaniem advies. Hij herkent de bevindingen van het rapport. De focus op het gebiedsgerichte werken miste bijvoorbeeld in de gebiedsplannen van afgelopen december. Meermaals is door de
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
stadsdeelcommissie gevraagd wat er met de adviezen gebeurde. Een te afwachtende houding was merkbaar bij de bestuurlijke en ambtelijke organisatie. Er is ook sprake van een te grote afstand tussen stadsdeel en gemeenteraad. Slechts één keer heeft de commissie een raadslid mogen verwelkomen. Vaak wordt input gevraagd via de partijpolitieke lijnen. Dat is jammer. West is een voorloper op het gebied van de participatieve democratie. Dat gaat goed, maar een participatie-overvloed is ongewenst. Vooral de representatieve democratie moet worden versterkt, laagdrempelig en met voldoende bevoegdheden en middelen voor het stadsdeel. Een adviesrecht moet men goed inbedden in de cultuur, houding en gedrag. Spreker stelt voor de representatieve democratie te versterken en te zorgen voor goede participatieve middelen. Mevrouw VAN SOEST merkt op dat een stadsdeelcommissie geen gekozen bestuur heeft. Kan men een slecht functionerende bestuurder wegsturen? De heer MOL ontkent dat een stadsdeelcommissie dat kan doen. Wel kan men aangeven dat een bestuurder niet goed functioneert, maar de bevoegdheid ligt bij de gemeenteraad. Commissie De heer HUISMAN geeft aan dat dit het begin is van het traject van de evaluatie van het bestuurlijk stelsel dat nog maar kort bestaat. Hij heeft complimenten voor het onderzoeksbureau en de lijvige en heldere evaluatie.
Termen zoals participatieve democratie, vertrouwen van de burger in de lokale politiek en de afstand tussen burger en de bestuurlijke lagen blijken in deze periode relevant. Het vertrouwen in de politiek staat onder zware druk. Een goed stadsbestuur is de basis voor een bloeiende samenleving, net zoals het besef dat een overheid niet alles zelf kan oplossen. Het college neemt de democratisering serieus, maar de klacht van veel Amsterdammers blijft dat zij zich niet gehoord voelen. Ronduit schokkend is dat de helft van hen geen vertrouwen heeft in het dagelijks bestuur, stadsdeelcommissie en college. Meer dan de helft is van mening dat de gemeente te weinig luistert. Dat zijn slechte cijfers die vragen om zelfreflectie van de raad. De macht ligt bij de Stopera, zo is voor iedereen duidelijk geworden, zodat een toevloed aan insprekers merkbaar was. Voor hen is niets aan verwachtingsmanagement gedaan, zo ervaart men het zodat men met teleurstelling afdruipt. Voor de CU zijn drie woorden de rode draad: houding, gedrag en cultuur. Men kan een stelsel aanpassen, maar als die drie aspecten missen wordt de kloof tussen burger en politiek alsmaar groter. Spreker neemt de functies van de stadsdelen serieus, evenals de inzet van de stadsdeelcommissieleden. Nu is het functioneren van die commissies te vaak een recept voor teleurstelling en verwarring.
48% van de respondenten is ontevreden over de samenwerking binnen het bestuurlijke stelsel. Het is nodig verwachtingen realistisch te maken en verwarring te voorkomen. De DB-leden zijn van dezelfde politieke kleur als het college en daarmee een verlengstuk. Op stadsdeelniveau is er dus geen invloed vanuit een andere politieke kleur en de stem van kleinere partijen wordt niet meer gehoord. Balans tussen macht en tegenmacht is essentieel. De raad is formeel de controlerende macht voor de DB’s, maar in de praktijk werkt dat niet zo. De raad is qua takenpakket er ook niet toe in staat. Er is geen publieke verantwoording. Dat is een grote kwetsbaarheid van het huidige stelsel. Daarnaast geeft het rapport aan dat de stadsdeelcommissieleden niet rolvast zijn. Het moet duidelijk zijn wie waarover gaat. Het gebiedsgerichte werken is tot toe nauwelijks ingebed. Er is afgesproken dat er een vaste paragraaf stadsdeeladviezen komt, plus een terugkoppeling. Er is meer interactie nodig tussen college, stadsdeelcommissie en raad. Het lijkt de CU zinloos te kiezen voor een geheel nieuw bestuurlijk stelsel. Het huidige stelsel moet rijpen zodat aanpassingsmoeheid wordt voorkomen. Verbetervoorstellen en optimalisering zoals het rapport aanbeveelt, worden onderschreven door de CU-fractie.
Aan de wethouder vraagt spreker naar het verschil tussen de bestuurders die collegebesluiten uitvoeren en de ambtenaren. De stadsdeelcommissieleden zijn de ogen en oren van de buurten. Hoe verschillen zij van de klankbordgroep? Is het een optie om de stadsdeelcommissies te bemensen door een groep burgers?
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering
KDD
Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
Mevrouw VAN SOEST is het grotendeels met de heer Huisman eens. Er zijn de nodige verbeterpunten: meer ruimte voor participatieve democratie, betere aansluiting op de lokale opgaven en uitleg aan de inwoners, betere samenwerking en een bestuursstijl meer naar buiten gericht. De inspraakmogelijkheid voor de bewoners is nu te beperkt. Iedereen komt inspreken in de Stopera omdat ze niet worden gehoord in de deelraden. Uit de digitale consultatie blijkt dat de bewoners weinig vertrouwen geven aan raad, college, stadsdeelcommissies en -besturen. Dat is triest. De bewoners geven aan dat volksvertegenwoordigers andere dingen belangrijker vinden en dat het onduidelijk blijft wat zij eigenlijk doen. Problemen worden niet opgelost, zo vindt men. Voor niet-functionerende bestuurders is er voor de stadsdeelcommissies geen beroepsmogelijkheid. Die moet er wel komen. Mevrouw DE GRAVE-VERKERK dankt de wethouder voor de evaluatie en het serieus erop ingaan om ten minste drie scenario’s te ontwikkelen. Ook dankt zij de leden van de stadsdeelcommissies voor hun doordachte inbreng en hun inzet voor de bewoners van het stadsdeel. Het is evident dat de raad dieper moet ingaan op de suggesties en wensen vanuit de stadsdeelcommissies over de interactie met de Stopera, raad en college. Spreekster vraagt aandacht voor een betere aansturing van de gebiedsagenda’s en de uitvoering ervan.
Zij citeert een fragment uit de buurtkrant in de Jordaan over een afwezige buurtconciërge en de vervanger van de gebiedsmakelaar, terwijl de gebiedscoördinator doorverwijst naar een andere coördinator. Dat kan echt beter. Er wordt nu voorgesteld een inwonersloket te creëren, maar die is er toch al? Dat is toch de gebiedsmakelaar? Parallel aan dit traject wordt ook gewerkt aan de versterking van de metropoolregio Amsterdam, waarbij de raad wordt betrokken. Hoe geeft de wethouder plaats aan dat traject? Voor de VVD is de representatieve democratie het uitgangspunt, met grote waarde aan de verantwoordingsplicht en een controleplicht voor de raad. Daar hoort goede inspraakmogelijkheid bij. In januari 2022 komt de nieuwe Omgevingswet aan bod, met de wettelijk voorgeschreven participatieprocessen, en die moet men erbij betrekken. Vindt de wethouder dat ook? Aan een standpunt is spreekster nog niet toe. Het is geen geheim dat veel bezwaren rond participatie samenhangen met teleurstelling van bewoners dat de gemeente uiteindelijk toch doet wat al was voorgenomen. Hoe kan men daarbij verbeterstappen zetten? Hoe gaat de raad om met de afwegingen van stedelijk belang en majeure overwegingen met andere conclusies vanuit de participatie? De heer FLENTGE geeft aan dat veel Amsterdammers niet blij zijn met het bestuurlijke stelsel. De start was al niet goed.
Dat gold ook al voor de oude bestuurscommissies waar de bewoners van het kastje naar de muur werden gestuurd. Terugverlangen naar die bestuurscommissies is onterecht. Deelt de wethouder die mening? De heer BIEMOND vraagt of in een democratische rechtsstaat het besluit uiteindelijk moet worden genomen door het hoogste orgaan, namelijk de volksvertegenwoordiging. De heer FLENTGE antwoordt dat de bestuursvorm in het verleden de grootste irritatiebron voor de Amsterdammers was. De gemeenteraad is de volksvertegenwoordiging. Daar worden de besluiten genomen. Het huidige stadsdeelcommissiestelsel werkt ook niet. Dagelijks besturen maken nu minder ruzie met de wethouders van de centrale stad, omdat de bestuurders worden benoemd door het college. Deelt de wethouder die opvatting? Mevrouw GROOTEN vraagt naar de democratische legitimatie van de benoemingen van bestuurders door het college. De heer FLENTGE geeft aan dat de insprekers in het verleden door twee bestuurslagen in de mangel werden genomen. Dat is nu voorbij. Het is een pluspunt van het huidige stelsel. De democratische legitimering zal vooral via de raad moeten plaatsvinden. De stadsdeelbestuurders moet men meer positioneren in de uitvoering ten opzichte van de ambtenaren. De SP denkt aan de volgende richting: versterken van de