CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag KDD 13-10-2021

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 28 oktober 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie KDD d.d. 13 oktober 202110.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering.

KDD

Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

CONCEPT Openbare vergadering van de Raadscommissie Kunst, Diversiteit en Democratisering Woensdag 13 oktober 2021 van 13.30 tot 16.02 uur in de raadzaal van het stadhuis 28 oktober 2021

Voorzitter: mevrouw De Fockert Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink en wethouder Meliani Commissiegriffier: mevrouw Ter Braak Verslaglegging: mevrouw Smakman (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer Biemond (PvdA), de heer Blom (GL), mevrouw Grooten (GL), de heer Havelaar (CDA), de heer Huisman (CU), mevrouw Nadif (GL), mevrouw Poot (VVD), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Vroege (D66) Afwezige commissieleden: mevrouw De Grave-Verkerk (VVD) Overige aanwezigen: wethouder Ivens, de heer De Ridder (Rekenkamer), mevrouw Saraber (AFK), de heer Huberts (rapport Integriteit Inkoop)

Algemeen 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent om 13.30 uur de commissievergadering en heet iedereen welkom, in het bijzonder mevrouw Spaink. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat op dinsdag 9 november van 18.30 tot 20.30 uur door onderzoeksbureau KWINK een werksessie wordt georganiseerd voor raadsleden. Hierin staat de evaluatie en toekomstverkenning van de aanwijzing van de lokale publieke omroep centraal. Meer informatie is per mail verspreid. De commissiegriffier is beschikbaar voor het beantwoorden van vragen. De voorzitter heeft een bericht van verhindering ontvangen van mevrouw De Grave- Verkerk. Wethouder DE GROOT WASSINK deelt mee dat op basis van een motie van het lid Vroege inzake structureel onderzoek naar de omvang van discriminatie is toegezegd dit mee te nemen in een survey van het OIS en hierover te rapporteren rond de Staat van de Stad. Dit heeft onlangs plaatsgevonden. De wethouder heeft gemeend het onderzoek tot eind van het jaar door te laten lopen om een beter beeld te krijgen. Begin 2022 zal de raad hierover een uitgebreidere rapportage ontvangen. 1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mee dat bij het bespreekpunt rond de onderzoeksresultaten van de commissie Goed Zedelijk Gedrag Gemeentepersoneel de wethouders Meliani en Groot Wassink aanwezig zullen zijn.

In verband met andere verplichtingen van wethouder Meliani is het verzoek eerst agendapunt 4 en daarna

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

agendapunt 3 te behandelen. Akkoord. 1.e. Termijnagenda, per portefeuille De heer VROEGE is nog in afwachting van de bestuurlijke reactie op zijn initiatiefvoorstel voor freedom zones. De spreker is niet aanwezig tijdens de volgende reguliere commissievergadering. Het verzoek is daarom de reactie te agenderen voor de commissievergadering van december 2021. Wethouder GROOT WASSINK beoogt de reactie voor 17 november 2021 te delen met de raad, waarna de commissiebehandeling in december kan plaatsvinden. De beantwoording van de vragen van de heer Vroege inzake drag queens en taxi’s is 12 oktober 2021 verspreid via de dagmail. De commissie heeft kennisgenomen van de termijnagenda. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie KDD d.d. 22 september 2021 Akkoord. 1.f. Lijst ter kennisname De VOORZITTER deelt mee dat het lid Veldhuyzen heeft aangegeven het TKNstuk met betrekking tot het streefcijfer interne inzet (ZD2021-012799) te willen agenderen voor de eerstvolgende reguliere commissievergadering van 17 november 2021. Akkoord. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering. 2.b.

Inspreekmoment publiek Mevrouw STROOTMAN spreekt op persoonlijke titel in voor het behoud van muziekoefenruimte Sound Studio 10 (SS10) in Noord in de huidige vorm en biedt hiervoor een petitie aan aan de commissievoorzitter. Deze wordt aangeboden namens meer dan vijfhonderd muzikanten en meer dan driehonderd Amsterdammers. Deze studio is de enige oefenruimte in de Banne in Noord. Deze ruimte van Harry ten Have wordt gesloopt om plaats te maken voor een broedplaats, waar geen plek is voor het oefenen van muziek. Bij de nieuwbouwplannen voor Noord is muziek als cultuuruiting vergeten, terwijl bekend is hoe belangrijk muziek is voor de hersenen, de leefkwaliteit en stressreductie. Om muziek te maken moet heel veel geoefend worden. In Sound Studio 10 wordt

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

geoefend door professionals en amateurs, jong en oud en uit alle lagen van de bevolking. De studio heeft tevens een belangrijke buurtfunctie. De wens is in Noord op deze locatie, in deze vorm, bij deze eigenaar te blijven repeteren. De locatie is perfect. Veel muzikanten die hier repeteren, wonen zelf in Amsterdam-Noord en krijgen een probleem als deze ruimte wordt gesloopt. Namens vijfhonderd muzikanten pleit de spreker voor behoud van de oefenruimte in de huidige vorm in Amsterdam-Noord en vraagt de commissie actie te ondernemen om deze oefenruimte te behouden. De spreker nodigt de commissieleden van harte uit om de studio te bezoeken. De heer HAVELAAR erkent dat het zeer belangrijk is om te kunnen repeteren. De spreker vraagt welke stappen er inmiddels zijn gezet en of er alternatieven zijn geboden. Mevrouw STROOTMAN heeft van de eigenaar vernomen dat hij er in maart 2022 uit moet – repeteren is dan ook niet meer mogelijk – omdat het gebouw wordt gesloopt. De eigenaar heeft een vaste vergunning en was niet op de hoogte van de sloopplannen. Er komt een nieuw cultureel centrum waar geen ruimte is voor het beoefenen van muziek. Dit was aanleiding voor de petitie. Uit het animo hiervoor blijkt dat veel meer mensen belang hebben bij het behoud van de oefenruimte. De heer VROEGE erkent het belang van goede oefenruimtes.

Zijn de gebruikers van de ruimte inwoners uit Noord? Of komen de muzikanten uit heel Amsterdam en kunnen zij gemakkelijk naar een ander stadsdeel gaan? En zijn er nog andere oefenruimtes in Noord? Mevrouw STROOTMAN geeft aan dat dit de enige vaste oefenruimte met heel veel gebruikers in Noord is. Er is daarnaast één tijdelijke ruimte. Een groot deel van de bands heeft leden die in Amsterdam-Noord wonen. De spreker kent andere locaties die groot zijn – SS10 is klein, mensen voelen zich hier op hun gemak–, veel kosten en lastig bereikbaar zijn voor mensen die een auto nodig hebben voor hun muziekbeoefening. Daarom is het zo belangrijk dat deze locatie behouden blijft. Mevrouw VAN SOEST vraagt of dit issue inmiddels met het stadsdeel Noord is opgenomen. Was het van tevoren bekend dat deze locatie tijdelijk was? Mevrouw STROOTMAN geeft aan dat de ruimte niet tijdelijk was, het was een vaste ruimte. Dus het overvalt iedereen, ook de eigenaar, dat dit gebouw gesloopt gaat worden. De spreker heeft zelf geen contact opgenomen met het stadsdeel, maar dit zou alsnog kunnen. Mevrouw NADIF heeft eerder contact gehad met de organisatie en in de vorige commissievergadering tijdens de rondvraag een vraag hierover gesteld. Mevrouw Nadif zal kijken wat de stand van zaken is. De spreker vraagt wat de gevolgen zijn van het sluiten van deze studio op deze locatie.

Mevrouw STROOTMAN geeft aan dat het gevolg is dat een aantal mensen zeer veel moeite zullen hebben muziek te kunnen blijven beoefenen, omdat zij echt gebonden zijn aan Noord. Met de sloop verdwijnt een mooie en belangrijke broedplaats van heel veel creativiteit en talent, wat in de afgelopen jaren is opgebouwd. Tegelijkertijd is in het gemeentebeleid opgenomen dat er in Noord veel meer gedaan gaat worden op dit gebied. De heer VELDHUYZEN vraagt wie de eigenaar is van het pand. Was de eigenaar bekend met de sloop? En wie heeft deze beslissing genomen? Mevrouw STROOTMAN geeft aan dat de gemeente deze beslissing heeft genomen. De eigenaar heeft een vast contract voor dit gebouw. Details zijn bekend bij de eigenaar, Harry ten Have.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

De heer BIEMOND vraagt of het mogelijk is dat dit pand eigendom is van de woningcorporaties en dat de beslissing daar is genomen. Mevrouw STROOTMAN heeft vernomen van de heer Ten Have dat de woningcorporatie hem heeft verzekerd, toen hij zich daar zes jaar geleden vestigde, dat het pand niet gesloopt zou worden. De heer HUISMAN maakt graag gebruik van de uitnodiging om te komen kijken en onderstreept het belang van de studio. De ChristenUnie heeft inhoudelijke vragen aan de eigenaar. De spreker wenst mevrouw Strootman succes en spreekt de wens uit dat de studio behouden kan worden. De VOORZITTER dankt mevrouw Strootman voor haar komst en het aanbieden van de petitie. Mevrouw DULMERS spreekt op persoonlijke titel in voor het behoud van de muziekoefenruimte Sound Studio 10 (SS10) in Noord en dankt de commissie voor de aandacht voor het behoud van Sound Studio 10. Er is al een schaarste aan oefenstudio’s in heel Amsterdam. Dit is de enige vaste repetitieruimte in stadsdeel Noord. Na 1,5 jaar lockdown kan er eindelijk weer worden gerepeteerd en nu dreigt deze vaste en favoriete oefenruimte te verdwijnen.

Een ander belangrijk argument is: hoe wil een stadsdeel, zo groot als Amsterdam-Noord, winnend aan terrein in cultureel opzicht met steeds meer gewicht en aanzien in de hele omgeving nog serieus genomen worden als de enige faciliteit om echt goed muziek te oefenen wordt weggesaneerd? De spreker zet de voors en tegens tegen elkaar af. Het gebouw behoeft op enig moment renovatie. Daarnaast neemt het pand ruimte in waar in het bestemmingsplan andere plannen voor zijn, maar met een doelstelling die overeenkomt met wat nu al wordt bereikt: een culturele broedplaats zijn. De voors blijken ook uit de vele steunbetuigingen in de petitie. Enkele voorbeelden zijn: de studio heeft kwalitatief zeer goede faciliteiten, dit in tegenstelling tot andere oefenruimtes zoals in Oost; er is een welkome, persoonlijke sfeer met name dankzij Harry, die als muzikant begrijpt en ziet wat nodig is om goed te kunnen werken; er zijn flexibele tijden om te kunnen repeteren; er is dichtbij gratis parkeergelegenheid; het fungeert als ontmoetingsplek voor muzikanten; het heeft een positieve uitstraling in een momenteel verloederde buurt; er zijn met grote regelmaat veel bekende artiesten die hier repeteren, dat bewijst en onderstreept de kwaliteit, maar ook de noodzaak van deze oefenruimte. In de pers las de spreker dat er € 12 miljoen is uitgetrokken voor dit stadsdeel. Muziek is heel belangrijk.

Oefenen is daarbij heel belangrijk. Met nadruk verzoekt de spreker de beslissing van de sloop te herzien en om te buigen naar een permanente locatie. Mevrouw VAN SOEST vraagt hoelang de oefenstudio op deze locatie is gevestigd en wat de reden is van de sloop. Mevrouw DULMERS geeft aan dat dit in het bestemmingsplan is opgenomen. Verdere details zijn de spreker niet bekend. Op basis van de beschikbare informatie zijn de muzikanten in het geweer gekomen en hebben zij de petitie gemaakt. Mevrouw VAN SOEST vraagt of de sloop is gecommuniceerd door het stadsdeel. Mevrouw DULMERS geeft aan dat de eigenaar van de studio dit heeft gecommuniceerd. De VOORZITTER dankt mevrouw Dulmers voor haar komst en de petitie. De heer VAN RIEL spreekt in namens WardFlow en vraagt aandacht voor de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 (agendapunt 3). Bij het bestuurlijk stelsel ziet de spreker taken en bevoegdheden, maar hij mist de

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

verantwoordelijkheden en de ideeën die zijn ingebracht. Zijn vraag aan alle partijen is: wat is er bereikt; wat is er ingebracht; welke leerpunten waren er; hoe gaan de partijen de komende fase in, zodat het individu, de burger, altijd zijn of haar stem kan laten horen en dat de kracht van de mensen ingebracht wordt? Het bestuurlijk stelsel is abstracte taal. Er is steeds één moment van taal, maar dit is lineair. In de digitale tijd kan er parallel worden gecommuniceerd, tegelijkertijd. Zoom heeft zijn intrede gedaan. De heer Van Riel heeft zijn gedachten op papier gezet. De vraag is wie dit als eerste wil ontvangen en een antwoord wil geven op het vormen van een nieuw hart van Amsterdam en een mooie nieuwe tuin. De VOORZITTER dankt de heer Van Riel voor zijn komst. 2.c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2.d. Rondvraag De heer VROEGE memoreert dat het fusietraject Weesp voorspoedig verliep, maar nu dreigt de coalitie uit elkaar te vallen. Een lid van het CDA, die tegen de fusie met Amsterdam was, wordt tijdelijk wethouder en heeft daarna op kosten van de Amsterdamse belastingbetaler recht op wachtgeld. Dit is een bijzondere situatie. De wethouder wordt gevraagd hierop te reflecteren. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat het een goede gewoonte is niet te mengen in zaken van andere, zelfstandige gemeenten en is derhalve niet voornemens op het gevraagde te reflecteren.

De heer VROEGE vraagt de commissieleden het belang van de Amsterdamse belastingbetaler centraal te stellen en de collega’s in Weesp daarop te attenderen. De VOORZITTER geeft aan dat de rondvraag een snel vraag- en antwoordspel met de wethouder is. Een discussie voeren met de commissie kan op een andere wijze. De heer VROEGE heeft een punt van orde: in de verordening is niet opgenomen dat de rondvraag slechts aan de wethouder voorbehouden is. Mevrouw NADIF memoreert haar vraag aan wethouder Meliani tijdens de vorige commissievergadering inzake Sound Studio 10. Wat is de voortgang op dit dossier? Kan de wethouder het proces ten aanzien van de sloop en de communicatie daarover toelichten? Wethouder MELIANI heeft begrepen dat de huurders middels een brief zijn geïnformeerd over de reden voor sloop. Omdat het niet is gegaan zoals dat hoorde, is er excuses aangeboden door het stadsdeel. Vanuit de organisatie is het stadsdeelbestuur gevraagd contact op te nemen met de betrokkenen. Rochdale is de eigenaar van het pand. In het bestemmingsplan is opgenomen dat het pand gesloopt mag worden. Het stadsdeel is in the lead. Voor de huurders wordt via Stadsloods gekeken naar een nieuwe locatie. Er komt een nieuw gebouw, De Rietwijker. Daar komen andere kunstvormen dan waar de insprekers belang bij hebben. Wethouder Meliani erkent de grote waarde van muziek en van de studio voor het stadsdeel.

Het heeft de aandacht van de wethouder. Zij zal in gesprek gaan met het stadsdeel, omdat zij hier een rol in hebben te spelen. Wethouder Meliani vraagt de details op. De wethouder is voornemens binnen twee weken terugkoppeling te geven aan de raad.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

De heer BIEMOND vraagt wanneer de commissie van het Kunstenplan de procesevaluatie en de evaluatie van de systematiek kan verwachten. Wethouder MELIANI geeft aan dat de procesevaluatie in november wordt verwacht en in februari de verkenning naar de systematiek. Mevrouw GROOTEN vraagt of er verdiepende informatie is over de vastgelopen onderhandelingen: waar zit het op vast; is er enig perspectief dat dit goed gaat komen. Het is namelijk zonde dat deze situatie zich nu voordoet. Wethouder MELIANI geeft aan dat de onderhandelingen in februari zijn gestaakt door de vakbonden. Het college heeft een voorstel gedaan. Hier waren de vakbonden niet tevreden over. Inmiddels is er een nieuw voorstel voor een loonsverhoging gedaan. De vakbonden wilden 3,5%, er is 2,9% in twee jaar geboden, samen met een eenmalige uitkering van € 950. Dit laatste is hoger dan wat was gevraagd. Tegelijkertijd ligt er nog een klein geschil. De hoop is dat dit voldoende aanleiding is om weer in gesprek te gaan en eruit te komen. De heer VELDHUYZEN vraagt aanvullend hoe de wethouder in haar rol als wethouder Personeel & Organisatie zich hard maakt in de gesprekken met VNG om de belangen van de gemeentemedewerkers te behartigen. De inflatie in september alleen al was 2,7%. Dus 2,9% stapsgewijs is te weinig. Wethouder MELIANI memoreert dat een voorstel in overleg met meerdere gemeenten wordt gedaan.

Dat betekent ook dat er gekeken wordt naar wat andere gemeenten kunnen betalen. Tegelijkertijd, de vakbonden hebben een minimum looneis van € 14 neergelegd. Wethouder Meliani zal zich hiervoor hard maken. De heer Veldhuyzen is van mening dat het bod van 2,9% te laag is. Uiteraard zal het college van Amsterdam zich volledig inzetten, maar de onderhandelingen kunnen niet los van de andere gemeenten gevoerd worden. De VOORZITTER schorst de vergadering in verband met technische problemen. Voorzitter: de heer Blom De VOORZITTER heropent de vergadering. Bespreekpunten 4. Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid Raadsinformatiebrief Onderzoeksresultaten m.b.t. Beoordelingscommissie Goed Zedelijk Gedrag Gemeentepersoneel Nr. VN2021-026481 Op verzoek van de commissie is onderzoeksjournalist Karin Spaink aanwezig. Zij heeft meegewerkt aan het onderzoeksrapport en kan eventuele vragen vanuit de commissie beantwoorden. Mevrouw DE FOCKERT dankt mevrouw Spaink voor haar aanwezigheid en het onderzoek dat zij heeft gedaan. Het rapport is ontluisterend om te lezen.

Welke resultaten zijn het meest opmerkelijk? Mevrouw SPAINK memoreert dat het onderzoek is gestart vanuit een nobel idee dat mensen die eenmaal een keer zijn veroordeeld voor grote of kleine feiten niet permanent uitgesloten moeten worden van een functie in openbare dienst, als ambtenaar, en dat er gekeken wordt, met het vergrijp in het achterhoofd, welke functies iemand uit zou kunnen voeren. Tegelijkertijd, die commissie heeft zo lang gefunctioneerd en heeft heel weinig roulatie van de leden gehad, dat de commissie zich boven de wet is gaan

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

voelen. Het was verbazingwekkend te constateren dat met veel regels de hand is gelicht. Bijvoorbeeld, het concept van verjaring of de zwaarte van het vergrijp speelt nauwelijks in het aannamebeleid. In de loop van de tijd gaat het in toenemende mate niet alleen over een veroordeling, maar ook verdenkingen. In het onderzoek naar deze mensen wordt onder andere ook de politie geraadpleegd. Hoe chic de politie zich hierin gedraagt, verschilt per periode: er zijn periodes waarin ook ‘het vermoeden van’ wordt gedeeld met de beoordelingscommissie. Daarnaast raadpleegt de beoordelingscommissie zelf ook stukken waartoe ze niet bevoegd is, ook via de voorzitter van de commissie. En wanneer de voorzitter met pensioen gaat, wordt gezocht naar een opvolger die werkzaam is bij de rechtbank om zo toegang te houden tot de stukken waartoe ze geen recht hebben. Het is verbijsterend dat een commissie die moet oordelen over de morele handel en wandel van potentiële ambtenaren zelf met zo’n gemak een scheve schaats rijdt. Dit onderzoek is voortgekomen uit de constatering dat in de commissie mensen die homoseksueel zijn of daarvan werden verdacht – dat was een misdrijf in die tijd – slecht werden behandeld. In de jaren 50 komt hierin een ommekeer, maar het blijft een moeilijk onderwerp. Nog frappanter was hoe er over vrouwen werd gedacht.

De verdenking van een affaire was voldoende om een vrouw niet aan te nemen. Tegelijkertijd, souteneurschap en pooierschap was geen beletsel voor mannen. De commissie oordeelde niet alleen over potentiële ambtenaren, maar ze gaven ook advies over mensen bij andere overheidsinstanties en bij een aantal grote nationale bedrijven. Sterker nog, medewerkers van die bedrijven waren permanent lid van de commissie. Zij, die er middenin zaten, hadden geen idee hoelang de oorlog zou duren. Daarnaast is het interessant te zien hoe deze commissie, met alle fouten die ze heeft gemaakt, toch wel ontzettend haar best heeft gedaan om mensen in bescherming te nemen en ook de burgemeester soms te ontzien voor mogelijke repercussies van de Duitsers. Maar tegelijkertijd blijkt uit de stukken dat er ook lijsten met namen van verdachte homoseksuelen zijn overhandigd door de politie aan de Duitse SD. Het is niet bekend wat er met deze mensen is gebeurd. Dat is wellicht nog de moeite van een onderzoek waard. Samengevat is de reikwijdte van deze opvattingen enorm geweest en overstijgen ze de gemeentegrenzen. De heer VROEGE dankt voor het lezenswaardige onderzoeksrapport. Het onderzoek start bij 1942, terwijl de commissie daarvoor ook werkzaam was.

In hoeverre zijn die drie oorlogsjaren representatief? Is Amsterdam hier uniek in? Mevrouw SPAINK antwoordt dat er een regeling was waarin mensen die veroordeeld zijn geweest, toch nog in dienst zouden kunnen komen. De burgemeester besliste hierover. Amsterdam was uniek hierin en heeft besloten een aparte commissie te vormen. Dat was ook de reden dat een aantal grote bedrijving lid waren van de commissie. In 1958 is er een andere regeling gekomen en werd deze commissie opgeheven en eigenlijk in een andere vorm doorgezet: de toenmalig voorzitter werd voorzitter van de nieuwe commissie. De commissie is gestart in 1917. Tot aan 1942 zijn er geen stukken bekend. Het onderzoek beslaat daarom de periode 1942-1958. Mevrouw Spaink heeft geen kentering na de oorlog gevonden, behalve dat er andere delicten, verdenkingen of problemen voorkomen, zoals mensen die willen emigreren of desertie uit militaire dienst. De commissieleden krijgen wel meer begrip voor homoseksualiteit, maar de opvatting over vrouwen verandert niet echt. De heer BIEMOND dankt mevrouw Spaink voor haar goede werk en toelichting. Het is terecht dat er wordt afgerekend met het verleden. De spreker vraagt welke lessen op basis van dit rapport geleerd kunnen worden.

Welke adviezen heeft mevrouw Spaink voor de gemeenten? Er wordt namelijk terecht gewezen op het belang om alert te blijven op blinde vlekken en dat het belangrijk is bewust te zijn van veranderlijke normen.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

Mevrouw SPAINK beveelt aan de zittingsperiode van commissieleden te maximeren op vijf, zes jaar, zodat vermeden wordt dat op basis van anciënniteit leden een zwaardere stempel op de opvattingen binnen de commissie kunnen drukken. Een andere aanbeveling betreft het aanbrengen van voldoende diversiteit. Het is ook goed te kijken hoe voorkomen kan worden dat een commissie zich boven de wet plaatst – controle van bevoegdheden – juist omdat het oogmerk van de commissie gebaseerd was op een goede intentie. Dit zijn vrij algemene lessen. De focus van het onderzoek lag primair bij het onderzoek naar de geschiedenis en niet op hoe dit vertaald kan worden naar aanbevelingen. De heer VELDHUYZEN dankt voor het onderzoek. In de toelichting heeft mevrouw Spaink aanbevolen onderzoek te doen naar wat er is gebeurd met de mensen op de namenlijst. Zijn er nog andere aanbevelingen, die niet benoemd zijn in het eindrapport? Mevrouw SPAINK geeft aan dat met name deze lijst in het oog sprong. De omvang is ontluisterend. Overigens heeft de politie geprobeerd de lijst niet door te geven, maar daar was geen ontkomen aan. Mevrouw Spaink herhaalt dat de vertaalslag naar aanbevelingen niet in haar expertise ligt. Commissie eerste termijn Mevrouw DE FOCKERT memoreert de titel van het rapport over de beoordelingen van de commissie Goede Zeden: ‘Zo iemand kunnen we toch niet op het publiek loslaten’.

In het aannamebeleid waren niet de kwalificaties leidend, maar al dan niet zedelijk gedrag. En waar mannen nogal eens een tweede kans kregen, werd dat vrouwen onthouden. En mensen met een Surinaamse afkomst maakten helemaal geen schijn van kans. De commissie Goede Zeden heeft in 46 jaar 17.000 dossiers behandeld. De commissie is samengesteld uit vrijwel alleen mannen, die zonder een eenduidig beoordelingskader of een objectieve toetsing het oordeel over de arbeidsmogelijkheden van duizenden mensen velden. Dat deden ze niet alleen voor de gemeente Amsterdam, maar ook voor publieke instanties en commerciële bedrijven. Er was geen externe toets of controle. Er heersten vooroordelen over en discriminatie tegen vrouwen, homoseksuelen, mensen van kleur, mensen met een crimineel verleden en mensen uit een lagere sociale klasse. Gezien de tijdgeest toen, is dit niet verrassend, maar dat maakt het niet minder schokkend. Tegelijkertijd blijft het thema actueel, gezien de gesprekken die nog steeds gevoerd worden over arbeidsdiscriminatie of kenmerken die worden toegekend aan bepaalde bevolkingsgroepen. Hoe verwoestend dit kan zijn, werd zichtbaar in de toeslagenaffaire. Een gemeentebestuur heeft een voorbeeldfunctie, zeker wanneer het gaat over het naleven van kaders en normen, die door de organisatie wordt vastgesteld.

Het is daarom positief dat dit college lessen trekt uit het verleden en uit de twee voorliggende onderzoeksrapporten. Er zijn inmiddels concrete acties op het gebied van een meer integere selectieprocedure, maar ook bijvoorbeeld over privacy. De spreker heeft een aantal vragen. De wethouder heeft in het Parool (nabestaanden van) slachtoffers opgeroepen zich te melden. Zijn er mensen die dit gedaan hebben? Wordt er nog op andere manieren getracht om met hen in contact te komen? Het college heeft de intentie uitgesproken de (nabestaanden van) slachtoffers recht te doen. Wordt dit nog op een andere manier gedaan dan middels de twee onderzoeken die nu voorliggen? Het college schrijft dat de eerdergenoemde namenlijst betrokken wordt bij het onderzoek van het NIOD naar de rol van de gemeente in de Tweede Wereldoorlog. Kan de wethouder iets meer zeggen over de opdracht van dit onderzoek? Wat is er met deze mensen gebeurd i.c. is dit na te gaan? Wanneer wordt dit onderzoek verwacht? De twee onderzoeken gaan specifiek over de selectie van mensen. Wat was de maatschappelijke impact voor deze mensen? Wat is de impact geweest van kinderen? Overweegt het college dit te onderzoeken? De spreker vindt dit een relevante vraag. Het rapport eindigt met een blik op de toekomst. Er is een nieuwe wet die moet

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

leiden tot een zorgvuldiger selectieprocedure. Daar hoort een nieuwe commissie bij. De voorzitter, mr. B. van der Waerden, is voormalig lid van de commissie Goede Zeden. Dat roept de vraag op in hoeverre de nieuwe wet ook tot echte veranderingen heeft geleid. Is het college bereid ook daar een oriënterend onderzoek naar te doen, zodat bekend wordt wat er in de jaren na 1958 is gebeurd? De heer VROEGE memoreert dat Amsterdam een roemrucht verleden heeft, waar men vaak trots op is. Gelukkig is er een leerproces gaande waarbij ook gekeken wordt naar facetten uit het verleden die minder fraai waren. Er zijn meerdere voorbeelden waaruit blijkt dat het stadsbestuur dingen heeft gedaan die, zeker met de bril van tegenwoordig, maar misschien ook met de bril van toen, echt niet door de beugel kunnen. De spreker spreekt de hoop uit dat de organisatie ook in de toekomst durft te blijven kijken naar de eigen geschiedenis, daarvan te leren en daarmee een voorbeeld te zijn voor andere organisaties en gemeenten om kritisch naar het eigen verleden te kijken. Daarom is het jammer dat de onderzoeksdata niet verder teruggingen dan 1942 – ook een rare tijd in de stadsgeschiedenis – en niet teruggingen naar 1917. Ook de periode voor de oorlog geeft wellicht een breder en beter beeld over hoe de stadsbesturen keken naar mensen die wat minder braaf waren dan de modelburger.

De spreker is blij dat het college de link legt naar de huidige tijd en ook de problematiek van de arbeidsdiscriminatie en de rol die het stadsbestuur voor zichzelf daarin ziet. De spreker is van mening dat de ambitie moet zijn dat de organisatie niet meer een voorbeeld is van de modelburger, maar juist pal staat en model staat voor de inclusieve en diverse stad. De heer VELDHUYZEN start met te zeggen hoe bizar het is zoals er met mensen werd omgegaan. Het is goed dat het college dit onderzoek heeft gedaan. BIJ1 zal haar eigen kanalen inzetten om te proberen nog slachtoffers te bereiken. De spreker is benieuwd naar het antwoord van de wethouder op de vraag van het lid De Fockert hierover. Denkt het college nog aan aanvullende stappen om de slachtoffers recht te doen? Dus naast dit onderzoek en het verbeteren van het huidige beleid. Ten slotte sluit de spreker zich aan bij de vraag van lid De Fockert over een onderzoek naar het wel en wee van de mensen op de namenlijst. Ondanks dat er destijds is getracht het doorgeven van de namen te voorkomen, zijn deze mensen wel verlinkt. Het is goed als gemeente na te denken over hoe de nabestaanden van deze mensen tegemoetgekomen kunnen worden. Beantwoording Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat het college met afschuw kennis heeft genomen van de uitkomsten van het onderzoek. Het betreft heftige gevallen.

De wethouder is er voorstander van dit niet alleen aan mannen over te laten. Het rapport is breed is gedeeld – op de website, het archief, COC Nederland, onderzoekers van het Verwey-Jonker – maar er heeft zich niemand gemeld na de oproep van de gemeente. In vervolg hierop zal een gesprek plaatsvinden met de Senior Pride commissie van het COC of er nog mensen actief gevonden zouden kunnen worden. Maar het is moeilijk. De heer VELDHUYZEN vraagt of de publicatie, het rapport, is gedeeld of is er ook al een oproep gedaan aan mensen om zich te melden? Wethouder GROOT WASSINK heeft bij de presentatie van het rapport die oproep gedaan. De heer VELDHUYZEN vraagt hoe de gemeente die specifieke oproep nog op andere manier heeft verspreid. Wethouder GROOT WASSINK heeft samen met het COC bekeken of daar nog mogelijkheden voor zijn. Dat is gedaan op het moment dat deze rapporten naar buiten zijn gekomen.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

Het NIOD doet een groot onderzoek naar de rol van de gemeente in de Tweede Wereldoorlog. Het college heeft de onderzoekers gewezen op dit rapport. Zij hebben toegezegd deze informatie mee te nemen. In aanvulling hierop: het NIOD doet onderzoek naar de verschillende rollen van de verschillende onderdelen en diensten van de gemeente. Dit onderzoek duurt nog zeker drie jaar. Op de vraag of er nog aanvullend onderzoek mogelijk is, antwoordt de wethouder dat de invulling daarvan ingewikkeld is. De wethouder is er daarom terughoudend in. Het gebeurde had ongetwijfeld maatschappelijke impact. Ook hier is de wethouder terughoudend in, want het is moeilijk herleidbaar welke maatschappelijke impact dit precies is geweest: in hoeverre is dat na zoveel jaar nog terug te voeren op hetgeen daar is gebeurd. Aanvankelijk was deze commissie in het leven geroepen, omdat een landelijke richtlijn ontbrak, met alle gevolgen van dien. De nieuwe commissie is in de jaren 50 ontstaan op basis van de landelijke wetgeving, een landelijke, eenduidige manier van werken. In hoeverre die wet tot verandering heeft geleid, is niet onderzocht en ook eigenlijk niet bekend. Wel is bekend dat die nieuwe commissie niet zozeer naar de persoonlijke levenssfeer van mensen keek, maar veel meer naar criminele antecedenten. Dat zou erop kunnen duiden dat er minder ruimte was voor interpretatie en discriminatie.

Tegelijkertijd is dat niet zeker, omdat ook hier natuurlijk de individuele oordelen van mensen altijd een grote rol zouden kunnen spelen. Uit het landelijk onderzoek ‘De overheid en haar werknemers: personeelsbeleid en homoseksualiteit, 1945-1971’ komt sterk het beeld naar voren dat de heteronorm ook na 1958 nog sterk aanwezig was. Daarom is het vermoeden toch wel dat die maatschappelijke norm natuurlijk ook invloed had op mensen die oordelen over andere mensen moesten vellen. Mevrouw DE FOCKERT memoreert dat de wethouder het ingewikkeld vindt om verder onderzoek te doen. Hij noemde daarbij een aantal punten. Hoe mag de spreker het woord ‘ingewikkeld’ duiden in deze context: is het buiten de orde van de taak van de gemeente; of weet de wethouder niet goed hoe het onderzoek uitgevoerd kan worden? Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat het beide is. In sommige gevallen ontbreekt duidelijke informatie. Als niemand nooit in dienst is gekomen, is het best ingewikkeld om dan te achterhalen wat de verdere levenswandel van iemand is. De verwachting is dat een dergelijk onderzoek beperkt informatie oplevert en er zitten praktisch gezien tal van haken en ogen aan. Mocht de raad behoefte hebben zaken nader te onderzoeken, is het belangrijk gezamenlijk naar het kader te kijken. Het gaat namelijk over verschillende periodes. De mate waarin gegevens beschikbaar zijn, verschilt aanzienlijk.

Ook de vormen van impact verschillen, want de maatschappelijke impact in de jaren eind 40, begin 50 is van een wat andere orde dan dat je gegevens worden doorgegeven aan de SD. Mevrouw DE FOCKERT vindt het de plicht van de gemeente om stil te staan bij het ripple-effect door de samenleving van deze beslissingen. Wanneer de gemeenteraad een motie indient waarin wordt verzocht om een goed gekaderd onderzoek, staat de wethouder hier welwillend tegenover? Wethouder GROOT WASSINK zal een motie met een juist dictum en voorzien van een kleine dekking met een open en positieve grondhouding bejegenen. De heer VELDHUYZEN refereert aan de aanbeveling in het rapport ten aanzien van het wel en wee van de mensen op de namenlijst die was overgedragen aan de SD. Dit geeft een duidelijk kader waaraan gehoor gegeven kan worden. Hoe denkt de wethouder specifiek over dit punt? Wethouder GROOT WASSINK is daar niet tegen. De vraag van het lid De Fockert eerder leek echter wat minder specifiek, omdat ook werd gevraagd naar de maatschappelijke impact van de groepen daarna. Specifiek met betrekking tot de namenlijst zal de wethouder dit nogmaals opnemen met de onderzoekers van het NIOD,

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

omdat dit onderwerp heel nadrukkelijk in hun onderzoek past. Mocht het zo zijn dat het NIOD dit onderwerp niet meeneemt, is de wethouder van mening dat het mooi is als de raad het initiatief neemt en het college de opdracht geeft tot verder onderzoek. Deze beide wethouders zullen dit met grote welwillendheid bekijken. De heer VELDHUYZEN twijfelt hier niet over. Graag hoort de heer Veldhuyzen of het onderzoek op basis van de namenlijst wordt meegenomen in het NIOD-onderzoek. De heer VROEGE vraagt – in het kader van het feit dat rapporten soms in een la verdwijnen – wat de reden is dat het zo lang heeft geduurd voordat de gemeenteraad in kennis is gesteld van het rapport. Het rapport is namelijk in april 2020 gepubliceerd en nu is het inmiddels oktober 2021. Wethouder GROOT WASSINK vindt de suggestie vervelend, juist omdat lid Vroege over eerdere rapporten heeft aangegeven dat er geen sprake van was dat deze lang zijn blijven liggen. De heer VROEGE verduidelijkt dat hij juist die suggestie probeerde weg te halen en daarom deze verhelderende vraag stelde. Wethouder GROOT WASSINK dankt de heer Vroege: dit siert hem. In dit geval was er sprake van een onduidelijke verantwoordelijkheidsverdeling tussen de wethouders Meliani en hemzelf. Daardoor is het rapport enige tijd blijven liggen. Het college wilde in relatie tot ook landelijk onderzoek een goede discussie daarover los krijgen.

Omdat de publicatie plaatsvond in de coronaperiode, heeft het college daar ook op gewacht. Buiten dat was er geen reden om te vertragen, want de wethouder vindt dit een mooi en goed onderzoek, waarvan de wethouder blij is dat het nu besproken wordt. Wethouder MELIANI voegt toe dat het college de bestuursopdracht Inclusie en Diversiteit heeft uitgezet. Dit rapport helpt enorm in de verdere uitvoering hiervan. Zoals ook aangegeven door de onderzoekster: dit onderzoek beslaat een periode waarin bepaalde denkbeelden over mensen leefden. Tegelijkertijd leven er ook nu nog vooroordelen en is er een continu leerproces. Het is goed te beseffen dat er op dit vlak nog heel veel werk te doen is. Hier werkt de gemeente hard aan. Mevrouw DE FOCKERT wil dit agendapunt agenderen voor de gemeenteraad. De discussie wordt gesloten. Besluit De onderzoeksresultaten m.b.t. Beoordelingscommissie Goed Zedelijk Gedrag Gemeentepersoneel (VN2021-026481) zullen worden geagendeerd voor een korte behandeling in de gemeenteraad van 1 december 2021. Voorzitter: mevrouw De Fockert Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel) 3. Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 (ZD2021-012991) Commissie eerste termijn Mevrouw POOT heeft op voorspraak van lid De Grave-Verkerk een aantal vragen op de verschillende documenten bij dit onderwerp. Uit het projectplan blijkt dat de tijd krap is.

Daarom maken een aantal zaken geen deel uit van het projectplan. De vraag is hoe deze dan wel worden opgepakt. Komt hiervoor een aanvullend projectplan?

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

De VVD vraagt het onderwerp vergunningverlening, toezicht en handhaving toe te voegen als onderwerp voor een deelsessie, omdat hierover in de stadsdelen onduidelijkheid bestaat. In motie 543 van het lid De Grave-Verkerk c.s. wordt gevraagd om medezeggenschap aan de voorkant te regelen voor de raad en de stadsdeelcommissies als het gaat over gebiedsgericht integraal werken. Het antwoord in de brief is dat dit middels een technische sessie wordt uitgevoerd. De spreker is er voorstander van dit in een gezamenlijke bijeenkomst met de gemeenteraad en de stadsdeelcommissies voor te bereiden. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? De VVD maakt zich zorgen over de financiën. Er was een tekort van € 1,9 miljoen. Dit is nu incidenteel gedekt. Het zou in de Begroting 2023 structureel gedekt moeten worden. Tegen die tijd is er een nieuw college. Kan de wethouder een doorkijkje geven naar welke mogelijkheden hij ziet voor structurele dekking hiervan? De spreker benoemt een aantal artikelen uit de verordening. Art. 13 gaat over de toelichting dagelijks bestuur en de specifieke belangen van stadsdelen en een gemotiveerd verzoek van het college aan het dagelijks bestuur van het stadsdeel. Het zou goed zijn dit te illustreren met voorbeelden. Art. 14 gaat erover dat het college of de burgemeester inlichtingen kunnen vragen aan het dagelijks bestuur.

Waarom heeft de gemeenteraad deze bevoegdheid niet? Uiteindelijk zijn namelijk de bestuurders door de gemeenteraad benoemd. In art. 18 wordt gesproken over de belangen van het dagelijks bestuur. Wat wordt verstaan onder deze belangen? Art. 20 en art. 31 gaan over het vaststellen van de budgetten. De spreker is er voorstander van dat hierover een kader wordt vastgesteld, zodat voorkomen kan worden dat hier meningsverschillen over ontstaan. In art. 21 over de gebiedscyclus staat dat het dagelijks bestuur verantwoording aflegt aan het college. Kan de wethouder dit toelichten? De dagelijks bestuurders worden immers benoemd door de raad. Dan lijkt het logisch dat de dagelijks bestuurders op een manier rechtstreeks verantwoording aan de raad afleggen. Art. 30 gaat over de adviezen van de bestuurscommissie en over standpunten die uiteenlopend in het advies kunnen worden weergegeven. Graag ziet de VVD dit steviger verwoord, met name als het gaat over minderheidsstandpunten. In deze periode kwam namelijk ook aan de orde dat minderheidsstandpunten niet doorkwamen bij de gemeenteraad. Wat is het standpunt van de wethouder? De heer VROEGE start met een aantal vragen en opmerkingen in het algemeen. De taken- en bevoegdhedendiscussie komt pas in februari tot een einde. Dat is erg laat. De raad had hier al veel eerder om gevraagd.

De vraag is of dit een continu proces is van evaluatie en verbeteringen of zijn de taken en bevoegdheden straks voor vier jaar in steen gebeiteld? In hoofdstuk 1 worden de gebieden weer opgevoerd. De vraag is waarom dat is gedaan, omdat die gebieden geen functie meer hebben. Indien dit wel het geval is, is de vraag wat hun functie dan is. In art. 4, lid 1 staat dat de benoeming van het dagelijks bestuur gelijktijdig met die van het college in de gemeenteraad plaatsvindt. In de tijd is dit opmerkelijk, omdat het college een voordracht moet doen. In art. 2 wordt gezegd dat een tussentijdse benoeming op een stadsdeelkantoor moet plaatsvinden. Ook dit is opmerkelijk, omdat benoemingen normaliter op het gemeentehuis worden ingezworen. Art. 12 gaat over de samenwerking tussen het dagelijks bestuur en het college. Is er een escalatiemogelijkheid als het college zich niet aan de afspraken houdt? Is dat de raad of is dat een ander orgaan? In art. 18 staat dat leden van het dagelijks bestuur op verzoek van een wethouder deel kunnen nemen aan een raadscommissie. Waarom kan dit niet op verzoek van de raad? Een raadscommissie is immers een commissie van de raad en niet van het college. In art. 19 worden de taken van de bestuurscommissie benoemd, zoals de advisering over stedelijk beleidskaders. De spreker heeft de perceptie dat deze taak primair bij de stadsdeelcommissie hoort.

Wellicht kan hier een andere prioritering aan

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

worden gegeven. Is het een idee om aan art. 32 inzake openbaarheid van vergaderingen een verplichte livestream toe te voegen? Hiermee wordt voorkomen dat er in zaaltjes zonder techniek wordt vergaderd. Art. 34 zegt dat de commissiesecretaris wordt voorgedragen door het college, dan wel de gemeentesecretaris. De perceptie is dat is afgesproken dat de griffier hier een rol in zal spelen. In het kader van rolzuiverheid is het goed deze taak functioneel onder te brengen bij de griffie. Aanvullend hierop: in Weesp komt één ondersteuner voor zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur. Is dit voldoende? Wekt het geen verwarring als deze ondersteuner zowel de bestuurder als de volksvertegenwoordigers moet ondersteunen? De heer BIEMOND is gematigd positief over hoe de verordening er uiteindelijk uit is komen te zien. Het is een weergave van hoe het debat in de raad heeft plaatsgevonden. Dat was lang niet altijd een makkelijk debat, dus complimenten hiervoor. De spreker heeft een aantal verduidelijkende vragen. In het projectplan staat dat de verordening wordt vastgesteld met de huidige taken- en bevoegdhedenlijst. Dat is jammer. De vraag is of de aangepaste versies nog in werking kunnen treden voor de start van het nieuwe college, de nieuwe dagelijks bestuurders en stadsdeelcommissies, omdat er anders een wonderlijk overgangsregime ontstaat. Art.

2 gaat over de rol van de stadsdeelcommissie bij de aanstelling van de dagelijks bestuurders. Uit het debat bleek het belang van het ontstaan van een vertrouwensrelatie tussen het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie. Dat is nu duidelijk vastgelegd. De vraag is hoe het proces eruitziet als een stadsdeelcommissie een motie van wantrouwen indient, die ook wordt aangenomen. De combinatie van de artikelen 19, lid 2 en lid 4 gaat over de samenhang tussen een advies van een stadsdeelcommissie en de inspraakronde. Deze vinden tegelijkertijd plaats. Wat is hiervan de reden? De artikelen 20 en 31 gaan over budgetbestedingsrecht. Hierover is een motie aangenomen. Hierin staat dat het budget van een stadsdeel aan moet sluiten bij de taken en bevoegdheden van het stadsdeel. Sluit dit nog aan bij het beeld van de wethouder? Daarnaast vindt de spreker de verhouding tussen beide artikelen niet helemaal duidelijk. Klopt de zienswijze dat in art. 20 wordt gezegd dat het budget ter beschikking wordt gesteld en dat art. 31 gaat over de rol van de stadsdeelcommissie hierin? Dan ligt het in de verwachting dat art. 31, lid 1 opgenomen wordt onder art. 20. Weesp wordt onderverdeeld in twee gebieden: Weesp en Driemond. De spreker heeft begrepen dat Weesp en Driemond samen optrekken. Wat is de reden van deze verdeling? De heer HAVELAAR start met het projectplan.

Hierin zijn reiniging en afval niet expliciet opgenomen. Omdat daar nu met het stadsdeelbestuur uit Zuid een discussie over is – er is een ongevraagd advies naar de raad gestuurd waarover in de afgelopen tijd is gesproken in de commissie WB – is dit een mooie praktijkcase voor de nieuwe indeling. Het verzoek is om in de uitwerking van de bevoegdheden, die in januari komt, deze en vergelijkbare praktijkcases te betrekken, zodat zichtbaar wordt hoe de rolverdeling in de praktijk gaat werken. In art. 13 is te lezen dat op verzoek van het college het college of de burgemeester of een of meerdere leden van het dagelijks bestuur de behandeling kan bijwonen in een collegevergadering om een standpunt toe te lichten. Kan dit ook op verzoek van het dagelijks bestuur zelf? En kunnen zij andersom ook het college uitnodigen? Moet in het kader van de gebiedsindeling Weesp en Driemond niet stadsdeel Weesp en Driemond worden genoemd in plaats van alleen Weesp. Zoals aangegeven en besproken is cultuur – o.a. communicatie tussen de gemeente en burgers, de openbaarheid van plannen en documenten, de bereikbaarheid van de gemeente en ambtenaren – een belangrijk aspect. In dit plan wordt daar niet over gesproken. Vraag aan de wethouder is wat zijn plan is om dit onderwerp op te pakken. En wordt hiervoor een projectplan gedeeld met de raad?

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

Mevrouw GROOTEN dankt voor de verordening, die aansluit bij wat tot nu is besproken. De taken zijn heel essentieel. Dus daar kijkt de fractie reikhalzend naar uit. In art. 31 staat dat het college jaarlijks tegelijk met het vaststellen van de gemeentebegroting transparant maakt welke budgetten beschikbaar worden gesteld aan de stadsdelen en voor welke doeleinden. De gang van zaken is echter dat het college een voorstel doet en de gemeenteraad uiteindelijk de begroting vaststelt. Tekstueel zou dit gewijzigd kunnen worden in ‘na het vaststellen’. De spreker kreeg de vraag vanuit Weesp of er in Driemond aparte lijsten moeten worden gemaakt. Een andere vraag betreft het model voor de stadsdelen die nu nog in Amsterdam liggen. Hierin is gekozen voor een model met een bestuurssecretaris en een commissiesecretaris. In het Weespse, monistische model is er alleen een bestuurssecretaris. Is er hiermee voldoende ondersteuning? De spreker heeft signalen gekregen over een ‘chaotisch verlopen informatieavond’ op 30 september, waarbij niet kon worden verwezen naar duidelijke schriftelijke bronnen waarin duidelijke informatie over de verkiezingen staat. De vraag is of er in de planning aandacht is voor een goede communicatie met de inwoners van Weesp.

Ook is dit van belang, omdat er nu ook naar de inwoners van Amsterdam gecommuniceerd moet worden hoe het nieuwe stelsel eruitziet: dat je mee mag doen vanaf 16 jaar; dat je mag stemmen vanaf 16 jaar. Dit staat nog niet in de verordening. De heer HUISMAN complimenteert met de verordening, zoals die nu voorligt. De debatten in de commissie en in de raad komen hierin terug. De fractie heeft enkele vragen over het plan van aanpak en de uitwerking van taken en bevoegdheden. Een groot risico is tijd en capaciteit om het plan uit te voeren. In dat licht is de risicoparagraaf wat aan de krappe kant. Is het mogelijk in deze tekst dieper in te gaan op de risico’s en mitigerende maatregelen? In het plan missen de rapportagemomenten over de voortgang. Wellicht kan dit worden opgenomen in de mijlpalenplanning in dit plan van aanpak. Mevrouw VAN SOEST sluit aan bij de eerdere vragen. De spreker vraagt een nadere toelichting op het waarom van de gebiedsindeling. Dit heeft namelijk bij de vorige verkiezingen de nodige ellende en bureaucratie opgeleverd. De spreker hoopt dat per stadsdeel één verkiezing komt en niet per deelgebied. Ook is de spreker benieuwd of de stadsdelen ook zelf inkomsten zouden kunnen genereren, bijvoorbeeld parkeergelden. De VOORZITTER schorst de vergadering tot 15.30 uur. Beantwoording Wethouder GROOT WASSINK start bij de gebiedsindeling.

Heel nadrukkelijk zijn deze verkiezingen geen gebiedsverkiezingen, maar stadsdeelverkiezingen. Los daarvan, er zijn gebiedsspecifieke opgaven. Het college versterkt daarom het gebiedsgericht werken ook door middel van de bestuursopdracht Gebiedsgericht Werken. Mevrouw VAN SOEST staat nog op het netvlies dat er ineens bij de vorige verkiezingen in alle gebieden gekozen moest worden. Dit bracht veel extra administratieve druk met zich mee. Hoe wordt dit de komende verkiezingen georganiseerd? Wethouder GROOT WASSINK schaft met de thans voorliggende verordening dit schrikbeeld af. De wethouder is er een groot voorstander van dat lokale overheden niet alleen aan de inkomstenkant, maar ook aan de uitgavenkant zelf variaties aan kunnen brengen. Het probleem is wel dat stadsdelen geen budgetrecht hebben. Dit ligt bij de raad. Daarnaast geeft de Nederlandse wet- en regelgeving beperkt mogelijkheden om zelf inkomsten te genereren. Dat is ook goed, omdat er anders tussen stadsdelen een rare concurrentiestrijd zou kunnen ontstaan. Zo’n voorbeeld uit het verleden is het

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

Parkeerfonds. Het is daarom goed dat de inkomstenkant gecentraliseerd is en de raad besluit over de toewijzing daarvan. Het plan van aanpak is een ambtelijk document dat de raad ter kennisname is toegestuurd. De risico’s zoals aangegeven door de heer Huisman zijn geen aanleiding een aangepaste risicoparagraaf op te nemen; de wethouder heeft er wel oog voor. Van belang is nu om aan de slag te gaan met dit project. De wethouder benadrukt dat er hard wordt gewerkt. De bevoegdheden- en takenlijst die in januari beschikbaar komt, is een belangrijke. De wethouder kijkt hier, net als de commissie, naar uit. De wethouder deelt niet de kwalificatie over de ‘chaotische bijeenkomst’ in Weesp. De wethouder zal binnenkort in Weesp duidelijkheid geven over het proces. Er komen geen aparte lijsten voor Driemond, omdat dit binnen het stadsgebied Weesp valt. Voor de duidelijkheid: Weesp is geen stadsdeel. Weesp en Driemond gezamenlijk hebben circa 20.000 inwoners. Dit staat tot geen relatie met de overige stadsdelen. Voor Weesp is een uitzonderingssituatie gecreëerd. Weesp is wel ambtelijk aangetakt bij stadsdelen. De inwoners van Driemond overigens hechten zelf zeer aan Driemond. Driemond gaat op in Weesp, maar Driemond is een al lang bestaande entiteit binnen het Amsterdamse. Het budgetrecht is aan de gemeenteraad.

In voorbereiding op de vaststelling van de begroting doet het college een voorstel daartoe. Dit sluit aan bij de toelichting door mevrouw Grooten. Door meerdere leden is ingegaan op het uitnodigingsbeleid. Deze verordening geeft weer hoe de samenwerkingsafspraken tussen de verschillende gremia binnen de gemeente ingevuld gaan worden. Dat geldt ook voor een projectplan Cultuur. Dit betekent dat er van ambtelijke diensten richting stadsdelen echt iets moet veranderen. Dat is een continu proces. Het college zal dit permanent volgen. De wethouder doet een klemmend beroep op de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad: de organisatie zal richting onderhandelende partijen voor een volgend college aandachtspunten meegeven, maar het succes van deze exercitie staat of valt ook met hoe de fracties zich verhouden tot stadsdelen. Dat geldt voor het college en voor de gemeenteraad. De planning van de uitwerking van het projectplan is dat deze medio februari wordt behandeld is gemeenteraad. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat de verordening ingaat voordat de verkiezingen geweest zijn. Dit is haalbaar. Volgens art. 2, lid 2 wordt de stadsdeelcommissie bij een benoeming en eventueel een ontslag gehoord. Wanneer het initiatief voor ontslag uit een stadsdeelcommissie zelf komt, gaat de relatie tussen de stadsdeelcommissie en de gemeenteraad spelen. Daar zit de escalatie.

Het is namelijk heel lastig voor een college om een breed gedragen motie zomaar naast zich neer te leggen. De verwachting is dat dit een zaak is die niet formeel geregeld kan worden, ook gezien de eerdere discussies over de verschillende relaties tussen college en het dagelijks bestuur et cetera. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen hoeveel budget er naar de stadsdelen gaat, dit is het budgetrecht. Tegelijkertijd ligt het ook in de rede dat, als stadsdelen taken toebedeeld krijgen, ze daar ook voldoende budget voor krijgen om die taken uit te voeren. In lijn hiermee: de taken en bevoegdheden zijn niet voor de komende vier jaar in beton gegoten. Er moet geëvalueerd en bijgestuurd kunnen worden. In de verordening is het niet zo dat advies stadsdeelcommissie en inspraak tegelijk is. Uiteraard heeft het de voorkeur om eerst het advies stadsdeelcommissie te laten plaatsvinden en daarna de inspraak. De wethouder heeft zelf bij een significant aantal beleidsvoorstellen de dagelijks bestuurders en de stadsdeelcommissies betrokken voordat er een formele adviesvraag is. Er is wel de mogelijkheid om het eventueel tegelijkertijd te doen, bijvoorbeeld wanneer er redenen van grote spoedeisendheid zijn.

Dat betekent dat de gemeenteraad zowel de resultaten van de inspraak als de advisering van de stadsdeelcommissie voorgelegd krijgt, zodat de gemeenteraad uiteindelijk de informatie kan afwegen en hierover beslissen. Gezien de evaluatie en het verloop van de evaluatie, alsmede de complexiteit van de vragen over de taken en bevoegdheden was het lastig deze eerder gereed te hebben. De wethouder is van mening dat het niet te laat is. De goede exercitie nu – hopelijk ook met input vanuit de raad – draagt eraan bij tot een mooi pakket te komen.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Concept Raadscommissieverslag, 13 oktober 2021

KDD

De raad heeft gevraagd over de onderverdeling in gebieden. Dit is vanwege het gebiedsgericht werken. Het college ziet namelijk dat er ook op de schaal van een stadsdeel grote verschillen kunnen zijn. Een voorbeeld is in Oost, waar de situatie in de Indische buurt nogal verschilt van die in Watergraafsmeer. Dat kan betekenen dat er gebiedsgericht een net wat andere maatregel wordt genomen. De heer VROEGE is het hiermee eens en oneens. De Indische buurt is nu namelijk in de gebiedsindeling samengevoegd met het Oostelijk havengebied. Deze twee gebieden hebben geen overeenkomsten. De huidige verdeling is niet logisch. De spreker is er daarom voorstander voor dit op buurtniveau te organiseren. Wethouder GROOT WASSINK bevestigt dat sommige gebiedsindelingen zeer kunstmatig zijn. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen, waaronder bijvoorbeeld de MRA die afwijkt van de vervoersregio en de arbeidsmarktregio. Tegelijkertijd stelt het hanteren van gebieden wel in staat gebiedsgericht werken beter te optimaliseren. Er loopt een bestuursopdracht, waaruit hopelijk een verdere verfijning komt. Het voorstel om door te schakelen op buurtniveau maakt dat het ook weer ingewikkelder, omdat dat er veel meer zijn. De heer VROEGE vraagt waarom de indeling in deelgebieden in deze verordening moet worden opgenomen.

Wethouder GROOT WASSINK denkt dat dat is omdat ze in het kader van de gebiedscyclus mogelijk een relevantie hebben. Dus niet ten aanzien van verkiezingen, de stadsdeelcommissies of de reikwijdte waar dagelijks bestuurders over gaan, maar wel hebben ze in de gebiedscyclus en in het gebiedsgericht werken een meerwaarde. De gelijktijdigheid van benoemen van het college en het dagelijks bestuur moet in praktische zin worden geïnterpreteerd als ‘in één vergadering later’. Het zou ook eerder kunnen, want de gemeenteraad wordt bijvoorbeeld over het algemeen eerder benoemd dan dat een college gevormd is. Het staat of valt met wanneer er een coalitieakkoord is en het proces in het algemeen. Het dagelijks bestuur is een commissie van het college. Wanneer B&W zich niet aan de afspraken houdt, is het logisch dat ze dan escaleren naar het college. Tegelijkertijd gaat de wethouder ervan uit dat zij de weg naar de gemeenteraad goed weten te vinden. De wethouder heeft geen principieel bezwaar tegen het laten plaatsvinden van de tussentijdse benoemingen op het stadhuis. In lid 2 van art. 18 is bepaald dat de raad kan verzoeken om de aanwezigheid van een of meer leden van het dagelijks bestuur. En omdat het dagelijks bestuur formeel een commissie is van het college, loopt dit via het college.

De volgorde in adviesaanvragen, zoals ook in het geval van adviesaanvragen stedelijk beleid B&W, zegt niets over de mate van belangrijkheid, behalve dat in de logica, als het dagelijks bestuur van het college is, dat dan als eerste is. Wanneer de raad er de voorkeur aan geeft zaken van het stadsdeel voorop te zetten en ten tweede de advisering van het stadsbrede beleid is het advies hier een amendement op in te dienen. De heer VROEGE is het eens met de wethouder. Tegelijkertijd is het goed in het inwerkprogramma voor de stadsdeelcommissieleden duidelijk over te brengen dat het gelijkwaardig aan elkaar is. Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat er geen hiërarchie is. De wethouder hecht er belang aan dat vergaderingen openbaar zijn, maar met de verplichting van een livestream worstelt de wethouder. Het zou bijvoorbeeld in een stadsdeel goed zijn om op locatie te vergaderen. In een motie heeft de raad gevraagd om kwalitatieve en kwantitatieve versterking van ambtelijke ondersteuning van de stadsdeelcommissies. In een brief van 14 april heeft het presidium aan de raad aangeven dat de griffier hierover in contact zal treden met de gemeentesecretaris. De uitkomsten van dit onderzoek over de precieze positionering worden in 2022 aan de raad voorgelegd. De wethouder heeft begrip voor het standpunt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10693727/2