CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag FKD 20251204.docx

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 15 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 4 december 202515.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tegelijkertijd wijst ze erop dat de raad zelf ook beter moet toezien op de opvolging van deze aanbevelingen om de controlerende taak goed uit te voeren. Ze noemt dat dit ook geldt voor moties en initiatiefvoorstellen, omdat afdoeningen anders kunnen verdwijnen zonder dat de raad dit in de gaten houdt. Ze stelt meerdere verbeterpunten voor: de voortgang van aanbevelingen zou apart besproken kunnen worden in de rekeningencommissie en bij ACAM, met een duidelijke toelichting in een document in plaats van verwijzingen naar brieven. Er zou een vast format kunnen komen voor de behandeling van afdoeningen. Een afdoening moet alleen als zodanig worden beschouwd als deze daadwerkelijk is uitgevoerd. Tussentijdse aanpassingen moeten aan de raad worden gemeld en er moet informatie komen wanneer aanbevelingen niet worden uitgevoerd. Daarnaast merkt ze op dat het presidium het toevoegen van individuele aanbevelingen aan de termijnagenda geen goed idee vindt vanwege de leesbaarheid, maar roept het presidium op toch te zoeken naar een structuur voor periodieke terugkoppeling. Ze ziet het rapport als een kans om de informatiepositie van de raad en daarmee de mogelijkheid tot uitvoering van de controlerende taak te verbeteren. Ze sluit af met het verzoek dat het college de nog niet overgenomen aanbevelingen schriftelijk toelicht voordat de raad over dit document besluit.

Lid IJMKER (GroenLinks) bedankt de Rekenkamer voor het rapport, de technische sessie en het filmpje, en waardeert de voorbeelden van andere gemeenten en provincies over

17

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 4 december 2025

FKD

hoe zij aanbevelingen opvolgen. Zij noemt de toezegging van het college om een monitor in te richten een goede stap in die richting. Ze benadrukt dat ook de raad zelf een verantwoordelijkheid heeft, moties en aanbevelingen worden vaak in brieven opgenomen maar niet altijd geagendeerd. Ze wijst erop dat de raad actief moet volgen of aanbevelingen correct worden opgevolgd en dat men, indien nodig, amendementen moet indienen om de voordracht aan te passen. Ze ziet dit als een oproep aan de raad om zelf scherp te blijven op de opvolging van aanbevelingen. Daarnaast merkt ze op dat de reactie van het presidium om individuele aanbevelingen niet aan de termijnagenda toe te voegen het leesbaarheidsprobleem van die agenda niet oplost, maar dat dit een breder aandachtspunt is dat met de griffie en het college besproken moet worden. Ze benadrukt dat dit geen reden mag zijn om opvolging van aanbevelingen te laten liggen. Lid LOCHTENBERG (CDA) wil aandacht vragen voor de templates die de Rekenkamer noemt voor plannen van aanpak. Hij ziet dat bij veel plannen van aanpak informatie ontbreekt over doelstellingen, mijlpalen, impact, bekostiging en bemensing, zoals bijvoorbeeld bij de gemeentelijke organisatieontwikkeling. Hij vraagt het college hier meer aandacht aan te besteden voor betere plannen van aanpak.

Daarnaast wijst hij op het voorstel voor een monitordashboard, waarin ACAM en de rekeningencommissie kunnen worden meegenomen. Hij voegt daaraan toe dat ook de ombudsman daarin meegenomen zou moeten worden. Als het gemeentelijk risicomanagementsysteem als monitor wordt gekozen, geeft hij de voorkeur dat dit openbaar wordt gemaakt, zodat iedereen het kan volgen, vergelijkbaar met de digitale begroting. Wethouder MBARKI geeft aan dat hij het rapport van de Rekenkamer waardeert en erkent dat het gaat om het samenspel tussen het college en de raad. Hij stelt dat er goede stappen zijn gezet, zoals de opvolging van het Rekenkamerrapport via de jaarlijkse monitor in het jaarverslag en het risicomanagementsysteem. Er is meer overzicht, maar er is ruimte voor verbetering, vooral wat betreft de inhoudelijke toelichting en de tijdigheid van de informatie aan de raad. Het college zal de rollen en verantwoordelijkheden aanscherpen, de informatievoorziening aan de raad integreren in reguliere raadsinformatiebrieven en beleidsstukken, en het gebruik van links uitbreiden om snelle toegang tot onderliggende rapporten, plannen van aanpak en raadsinformatiebrieven te bieden. Ook wordt onderzocht hoe de informatie in het registratiesysteem vaker kan worden opgesteld en digitaal toegankelijk kan worden gemaakt, zodat transparantie wordt vergroot.

Ten aanzien van het signaleren van problemen door ambtenaren geeft hij aan dat medewerkers zich veilig moeten voelen om signalen te geven, ook als deze niet geheel in lijn zijn met het bestuur. Dit wordt ondersteund door lopende trajecten, waaronder het programma van Van Lieshout, gericht op een veiligere, efficiëntere en betaalbare organisatie. Over de opvolging van aanbevelingen benadrukt de wethouder dat een aanbeveling pas als afgedaan kan worden beschouwd als deze daadwerkelijk is uitgevoerd of als de raad duidelijk is geïnformeerd over redenen van niet-uitvoering. Hij erkent dat het aan de raad is om te controleren en waar nodig te agenderen. Op de suggesties van lid Kromgeeft hij aan dat het college hier schriftelijk op zal terugkomen en dat sommige voorstellen al zijn opgenomen in het plan van aanpak. De toegankelijkheid van het dashboard en de opname van aanbevelingen van de Rekenkamer, rekeningencommissie en ombudsman wordt onderzocht om de raad beter te informeren en de opvolging te verbeteren. Lid MINDERHOUD (PvdA) geeft namens het presidium aan dat het een goed idee is om de bestuurlijke reactie van het college bij de aanbevelingen in de raadsvoordracht op te nemen, zodat context bij wijzigingen of amendementen beter inzichtelijk is.

Hij benadrukt dat de raad hierdoor kan amenderen of moties indienen over de aanbevelingen en dat de commissie en raad hier extra op gewezen moeten worden.

18

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 4 december 2025

FKD

Over het meenemen van toezeggingen in de termijnagenda geeft hij aan dat dit de overzichtelijkheid van de agenda niet ten goede komt. Hij erkent echter dat de termijnagenda sowieso beter georganiseerd kan worden en dat hierover in aanloop naar de nieuwe raad moet worden gesproken. Hij benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor controle op de uitvoering van toezeggingen vooral bij de raadsleden ligt, net zoals bij de plannen van aanpak van het college. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp verder besproken zal worden tijdens de raadsvergadering van december. De voorzitter schorst de vergadering voor enkele minuten. Deelnemingen 20. Bespreken 'Beantwoording schriftelijke vragen inzake veroordeling van GVB wegens het onvoldoende beschermen van personeel' (VN2025-017298) De VOORZITTER heropent de vergadering. Ze meldt dat agendapunt 8, dat oorspronkelijk voor deze ochtend/middag stond gepland, wordt verschoven naar de avond. De voorzitter doet een dringende oproep aan raadsleden en sprekers om zich van tevoren aan te melden voor bijdragen, zodat de griffie de agenda beter en accurater kan plannen. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) geeft aan dat de wijze waarop medewerkers behandeld worden hem zorgen baart.

Hij benadrukt het persoonlijke belang om veilig gebruik te kunnen maken van tram en bus, zonder dat bestuurders bedreigd worden, overbelast raken of met defect materiaal moeten werken. Volgens hem gaat het verder dan een verziekte organisatie, het raakt direct verkeersveiligheid en het welzijn van medewerkers en reizigers. Hij stelt dat het college onvoldoende urgentie toont en dat er bij het GVB-directie nog nauwelijks zelfreflectie is. Recente incidenten, zoals in Amsterdam-Noord, tonen volgens hem een patroon van het afschuiven van verantwoordelijkheid op medewerkers. Lid ASRUF (PvdA) is benieuwd naar duiding over de opmerking van lid Meerburg dat hij de urgentie bij het college heeft gemist. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) reageert dat hij niet in het verleden wil blijven hangen, hoewel de interruptie hem daartoe oproept. Hij verwijst kort naar eerdere insprekers die al pleitten voor onafhankelijk onderzoek, maar benadrukt dat hij vooral vooruit wil kijken en zijn aandacht wil richten op het GVB en de actuele problemen daar. Lid ASRUF (PvdA) benadrukt dat het college al stappen zet, zoals een onafhankelijk meldpunt en bespreking in elke aandeelhoudersvergadering. Hij merkt op dat de zware woorden van lid Meerburg verduidelijkt moeten worden. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) reageert dat hij meer duiding verwacht van het college.

Hij stelt dat zonder concrete planning of onderzoeksvraag voor een onafhankelijk onderzoek, de gewenste resultaten nog ver weg zijn. Hij wijst erop dat de medewerkers zelf aangeven dat er nog weinig structurele verbetering is en benadrukt het belang van snelheid en concrete acties, inclusief het delen van het Verinorm-rapport, zodat de raad alvast over informatie beschikt voordat het onafhankelijk onderzoek is afgerond. Lid KOYUNCU (DENK) geeft aan dat hij al geruime tijd grote zorgen heeft over het functioneren van het GVB. Hij merkt op dat er structurele problemen zijn binnen de organisatie, zoals onwerkbare roosters, materiaaltekorten en gebrekkige informatievoorziening richting de raad. Deze problemen hebben zich in de loop der jaren opgestapeld en kwamen onlangs op een zeer pijnlijke manier aan het licht, bijvoorbeeld toen 23 bussen door de politie uit de roulatie werden gehaald vanwege ontbrekende documenten en gebrekkige procesbeheersing. Hij

19

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 4 december 2025

FKD

benadrukt dat dit geen incidenten zijn, maar een teken van een diepgewortelde cultuurproblematiek binnen de organisatie. Hij legt uit dat hij zelf na oktober een anoniem meldpunt heeft opgericht, waarop tientallen tot honderden medewerkers uit alle modaliteiten van het GVB berichten stuurden. Uit deze meldingen blijkt volgens hem dat er een angstcultuur heerst, medewerkers durven intern niets te zeggen uit vrees voor repercussies. Er wordt melding gemaakt van intimidatie, oneerlijke werkdruk, manipulatie van dossiers en een gebrek aan ondersteuning bij veiligheidsincidenten. Hij haalt concrete citaten aan uit de meldingen om dit te illustreren, zoals dat medewerkers uitgeknepen worden als vaatdoekjes en dat het GVB mensen fictief op 5 procent ziekte laat zetten terwijl ze volledig werken. Hij stelt dat het probleem hoger zit dan de werkvloer en dat de huidige directie het bedrijf niet meer kan leiden. Volgens hem ontbreekt het aan vertrouwen, en dit vertrouwen kan niet hersteld worden met de huidige directie. Hij benadrukt dat Amsterdam een vervoerbedrijf verdient dat veilig, betrouwbaar en menselijk is, en dat medewerkers zich veilig moeten voelen om problemen te melden. Tot slot roept hij de wethouder dringend op om op te treden en nieuw leiderschap aan te stellen, omdat volgens hem de huidige directie het GVB niet kan redden.

Hij benadrukt dat dit niet een kwestie is voor de toekomst, maar dat er nu ingegrepen moet worden. Lid ASRUF (PvdA) wilde zich aanvankelijk richten op de beantwoording van de schriftelijke vragen over het GVB, maar vindt deze antwoorden summier. Volgens hem verwijst het college vooral door naar het GVB en benadrukt dat het om een individueel geval gaat, terwijl hij vindt dat juist in deze casus het gesprek met de raad van commissarissen en de directie van het GVB nodig is om lessen te trekken. Daarnaast merkt hij op dat de inspraak van vanochtend indrukwekkend was en hem aan het denken heeft gezet. Hij richt zijn vraag specifiek op de vraag of de GVB-directie excuses heeft aangeboden aan de oud-medewerker die heeft ingesproken. Hij legt uit dat dit belangrijk is omdat het iets zegt over de manier waarop de huidige directie leiding geeft en omgaat met personeel. Hij verwijst naar het feit dat het incident zich volgens de schriftelijke vragen zou hebben afgespeeld tussen 2017 en 2019, maar dat er volgens de inspreker ook in 2023 nog een afwikkeling heeft plaatsgevonden, inclusief een recente rechterlijke uitspraak. Hiermee was de huidige directie betrokken bij de afhandeling.

Concreet vraagt hij aan de wethouder of hij weet of de GVB-directie excuses heeft aangeboden, en hij vraagt om een reflectie van de wethouder op hoe de directie hiermee is omgegaan en opereert in dit soort situaties. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) geeft aan dat hij zich bewust is dat de raad formeel gezien niet over de samenstelling van de GVB-directie gaat, maar dat zich in de praktijk wel steeds meer schandalen en een gebrek aan oplossingsvermogen en medemenselijkheid opstapelen. Hierdoor stelt hij de houdbaarheid van de huidige directie ter discussie. Hij vraagt concreet aan de PvdA-fractie wanneer de raad het signaal zou kunnen geven, als meerderheid, dat de positie van de directie niet meer houdbaar is, ondanks dat dit ongebruikelijk is. Lid ASRUF (PvdA) erkent de terechte vraag, maar benadrukt dat formeel de raad niet de werkgever is van de directie, dit is de taak van de raad van commissarissen. Hij benadrukt dat hij vooral een antwoord van de wethouder wil op zijn eerdere vraag over excuses en reflectie van de directie.

Daarnaast wijst hij op het aangekondigde externe onderzoek en benadrukt hij het belang van urgentie: wanneer komt de onderzoeksvraag, wanneer start het onderzoek? Lid VELDHUYZEN (De Vonk) vraagt aan lid Asruf hoe hij tegenover het idee staat dat het college als activistisch aandeelhouder kan sturen op een democratisering van de werkvloer bij het GVB, zodat werknemers meer zeggenschap krijgen en leidinggevende rollen kunnen vervullen, in plaats van top-down aansturing door het management.

20

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 4 december 2025

FKD

Lid ASRUF (PvdA) geeft aan dat het belangrijk is dat de raad zich houdt aan zijn formele rol: het signaleren van kwesties die de veiligheid van het GVB betreffen en het vervullen van de rol richting de deelneming. Hij benadrukt dat de raad niet verantwoordelijk is voor de interne bedrijfsvoering, zoals het toewijzen van posities aan medewerkers. Wel wijst hij op het belang van goed georganiseerde processen, zoals een goed functionerende HR, externe vertrouwenspersonen en duidelijke eerste- en tweedelijnsprocedures. Volgens hem kan de raad via wettelijke kaders en adviezen richting de aandeelhouder wel invloed uitoefenen, en dat doet de raad volgens hem al consequent de afgelopen drieënhalf jaar. Lid VELDHUYZEN (De Vonk) benadrukt dat het falen van de directie en de gevolgen daarvan al vaker in de gemeenteraad zijn besproken. Hij verwijst naar eerdere toezeggingen van de wethouder over een externe audit, waarvan de uitkomst nog afgewacht wordt voordat actie wordt ondernomen. Hij citeert medewerkers die aangeven onder hoge druk te staan, loonsancties te krijgen bij ziekte of vertraging, en geïntimideerd te worden bij interne meldingen. Ook noemt hij dat medewerkers onvoldoende nazorg ontvangen na incidenten en dat integriteitsgesprekken soms zonder toestemming met leidinggevenden worden gedeeld.

Volgens hem is er sprake van een sociaal onveilig werkklimaat, bevestigd door een rechterlijke uitspraak. Hij vraagt de wethouder of het onderzoeksrapport van Verinorm aan de raad kan worden voorgelegd, eventueel onder geheimhouding. Hij wil weten of er een termijn is voor de externe audit en of daarin expliciet het handelen van de directie en managementlagen wordt meegenomen. Daarnaast sluit hij zich aan bij de oproep van oud-medewerkers voor een externe vertrouwenspersoon vanuit de gemeenteraad. Hij benadrukt dat de medewerkers nauw betrokken moeten worden bij het aanstellen van een nieuwe directie, in plaats van alleen de raad van commissarissen. De werkvloer moet meer democratisch worden georganiseerd, met zeggenschap voor de mensen die daadwerkelijk het werk doen. Tot slot spreekt hij steun uit voor medewerkers die eventueel besluiten te staken, en geeft hij aan dat hij persoonlijk solidair staat met hen. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) geeft aan dat de problematiek bij het GVB veel breder is dan eerdere incidenten rondom vergunningen en verkeersstilstand in Noord. Ze benadrukt dat het gaat om de cultuur binnen de organisatie en de veiligheid op alle vlakken.

Ze vraagt de wethouder specifiek aandacht voor het feit dat er volgens haar te weinig excuses worden aangeboden, bijvoorbeeld aan medewerkers of reizigers die jarenlang met een kwestie worstelen voordat recht wordt gedaan. Volgens haar is het belangrijk dat het GVB een lerende organisatie wordt, waarin fouten worden erkend en waaruit men kan leren. Haar kernvraag richt zich op hoe de directie en het college dit onderdeel van organisatiecultuur en veiligheid concreet willen aanpakken. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat het college maatregelen neemt om de veiligheid, sociale veiligheid, verzuimbegeleiding en de begeleiding bij nare incidenten binnen het GVB te verbeteren. Hij benadrukt dat hij terughoudend is om in individuele gevallen te duiken, omdat dat niet zijn rol is en hij daar niet over de benodigde expertise beschikt. Tegelijkertijd erkent hij dat de recente inspraak emotie en vragen oproept en stelt hij voor om op basis van deze input een uitgebreider gesprek te voeren met de GVB-directie en de HR-directeur. Hij kondigt aan dat hiervoor volgende week een afspraak wordt ingepland en dat hij de derde inspreker daarbij zal betrekken. Hij geeft aan dat de beantwoording van de schriftelijke vragen over de eerste inspreker onvolledig was, omdat daarin alleen werd verwezen naar de periode 2017–2018, terwijl de situatie daarna voortduurde. Hij biedt hiervoor zijn excuses aan.

Daarnaast erkent hij dat het GVB moeite heeft met het aanbieden van excuses en dat zelfreflectie en communicatie binnen de organisatie verbeterd moeten worden. Hij kondigt aan dat hij volgende week een uitgebreider gesprek zal voeren met de GVB-directie en de HR-directeur om deze kwesties te bespreken, zowel over de recente casus als over eerdere problemen zoals de situatie met de bussen in Amsterdam-Noord.

21

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 4 december 2025

FKD

Lid KOYUNCU (DENK) geeft aan dat een rechtbankuitspraak objectief vastlegt wat er is gebeurd en dat dit niet één kant van het verhaal is. Hij merkt op dat de wethouder herhaaldelijk aangeeft in gesprek te gaan met het GVB, maar dat dit al vaker is beloofd, ook in voorgaande jaren. Hij benadrukt dat veel medewerkers bang zijn voor gevolgen en dat de problemen blijven voortbestaan zolang de directie niet erkent dat zij de situatie niet meer kan beheersen. Wethouder SCHOLTES waarschuwt ervoor om geen karikatuur te schetsen waarin slechts enkele gesprekken plaatsvinden en er verder niets gebeurt. Hij benadrukt dat het GVB wel maatregelen neemt, dat de gemeente daarop monitort en dat hij tegelijkertijd begrijpt dat men in de raad behoefte heeft aan zichtbare effecten van die maatregelen. In een organisatie met vijfduizend medewerkers zullen altijd incidenten voorkomen, maar het gaat erom dat het gevoel ontstaat dat er structureel vooruitgang wordt geboekt. Hij benoemt dat de medewerkerstevredenheidsonderzoeken inmiddels lichte verbeteringen laten zien, onder meer in de ervaring van werkdruk. Ook geeft hij aan dat het GVB voortaan drie keer per jaar gaat meten in plaats van eens per twee jaar, wat de mogelijkheid biedt om ontwikkelingen beter en frequenter te volgen.

Het GVB zal bovendien tijdens de technische sessie over sociale veiligheid uiteenzetten hoe men vooruitgang meet en zichtbaar kan maken. Hij licht toe dat hij uitgebreid met het GVB spreekt over deze onderwerpen. Hij benadrukt dat hij geen twijfel heeft aan de onafhankelijkheid van de externe vertrouwenspersoon en dat deze persoon zelf transparant is geweest over zijn bevindingen. Uit dat onderzoek bleek onder meer dat de nazorg bij ernstige incidenten beter moet en het GVB heeft aangegeven daarop te handelen. Zo zijn er bijscholingstrajecten gestart voor leidinggevenden en is er een tweedelijns supportstructuur opgezet, waarbij medewerkers ondersteuning kunnen krijgen van bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen. Deze tweede lijn ondersteunt ook leidinggevenden in hun rol, zodat communicatie en begeleiding minder procedureel en meer passend wordt. Daarnaast geeft hij aan dat de actiegroep binnen het GVB nu een structurele plek heeft in het overleg met ondernemingsraad en vakbonden, mede naar aanleiding van eerdere zorgen rondom het nieuwe planningssysteem. Dat overleg vindt elke drie weken plaats. Hij benadrukt dat het niet zijn rol is om bij te houden welke overleggen wel of niet doorgaan, maar dat het verbreden van de gesprekspartners belangrijk is om meer perspectieven binnen te halen. Over het externe onderzoek zegt de wethouder dat hij het ongeduld begrijpt.

De onderzoeksvraag is geformuleerd met een focus op de basale processen in het vervoer en op de communicatie binnen het GVB. Deze week vindt een gesprek plaats met de twee bureaus die mogelijk het onderzoek zullen uitvoeren. Op basis daarvan wordt de opdracht nog iets aangescherpt. Zodra die definitief is, zal hij deze op zeer korte termijn met de raad delen. Het doel blijft om het onderzoek voor maart gereed te hebben, maar hij waarschuwt dat een uitbreiding van de onderzoeksvragen de doorlooptijd kan verlengen. Het onderzoek kan bovendien aanleiding geven tot vervolgonderzoek, afhankelijk van de uitkomsten. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) benadrukt het belang van lessen uit eerdere casussen. Hij geeft aan dat hoewel de raad en het college zich formeel niet met de bedrijfsvoering van een deelneming moeten bemoeien, mismanagement daar destijds leidde tot onveilige situaties en financiële consequenties voor de gemeente. Hij vraagt expliciet aan de wethouder of de uitkomsten van de raadsenquête bij het AEB kunnen worden meegenomen in het onderzoek naar het GVB, om te voorkomen dat vergelijkbare problemen opnieuw ontstaan en dat toekomstige wethouders met dezelfde uitdagingen worden geconfronteerd. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de lessen van eerdere raadsenquêtes, zoals bij het AEB, standaard worden meegenomen bij vervoergerelateerde deelnemingen.

Hij bevestigt dat de uitkomsten van de externe audit van het GVB aan de raad beschikbaar komen, waarbij wordt gekeken welke informatie openbaar kan en welke vertrouwelijk behandeld moet worden. Daarnaast gaat hij in op de veiligheidszorgen: de ILT heeft een audit uitgevoerd en het GVB heeft op basis daarvan opnieuw een veiligheidscertificaat ontvangen. Hij benadrukt dat de ILT deskundig is op het gebied van veiligheid en dat hij hun oordeel respecteert. Tegelijkertijd

22

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 4 december 2025

FKD

erkent hij dat medewerkers zich zorgen kunnen maken. Zij kunnen deze intern bij het GVB melden of desnoods bij externe instanties zoals de ILT of de Arbeidsinspectie. Het veiligheidscertificaat is geldig voor de komende vijf jaar, en de ILT voert zowel regulier als onaangekondigd toezicht uit, op kantoor, op straat en in werkplaatsen. Lid KOYUNCU (DENK) merkt op dat op 26 juni 2024 een motie is aangenomen waarin de wethouder is opgedragen alle relevante onafhankelijke rapporten en documenten over de technische veiligheid bij het GVB van GVB, ILT en VRA vanaf 2018 met de raad te delen, desnoods geanonimiseerd. Hij benadrukt dat, ondanks dat de wethouder geen technicus is, hij deze informatie wel moet betrekken en erop moet reageren, en geeft aan dat hij tot nu toe geen documenten inzake de veiligheid heeft gezien. Wethouder SCHOLTES reageert dat hij de details van de motie niet uit zijn hoofd paraat heeft, maar dat hij destijds documenten bij de VRA heeft opgevraagd en gedeeld. Hij herhaalt dat de ILT een audit heeft uitgevoerd en dat het GVB op basis daarvan opnieuw een veiligheidscertificaat voor de komende vijf jaar heeft gekregen, waarbij hij de deskundigheid van de ILT respecteert en daar niet aan twijfelt.

Lid ASRUF (PvdA) geeft aan dat hij terug wil komen op het agendapunt, dat inmiddels een soort GVB-debat is geworden, en richt zich specifiek op de zaak van een inspreker. Hij vraagt of er excuses zijn aangeboden en stelt dat, hoewel de wethouder aangeeft volgende week hierover in gesprek te gaan, er al een rechterlijke uitspraak ligt. Hij formuleert zijn vraag anders: als de wethouder zelf namens de GVB-directie dat gesprek zou voeren, waar zou hij dan mee beginnen? Wethouder SCHOLTES reageert dat hij terughoudend is omdat hij niet weet of de GVB excuses heeft aangeboden en hoe het gesprek precies is gevoerd, dit zal hij aan de GVB-directie vragen. Hij geeft als voorbeeld hoe hij zelf te werk ging toen hij een rechtszaak verloor, om aan te geven hoe hij zo’n gesprek zou benaderen. Lid VELDHUYZEN (De Vonk) vraagt hoe het mogelijk is dat het GVB veiligheidscertificaten heeft gekregen, terwijl in september in Amsterdam-Noord bussen van de weg werden gehaald vanwege ontbrekende vergunningen. Wethouder SCHOLTES reageert dat de situatie anders ligt. Het GVB had de vergunningen wel, alleen waren de papieren kopieën niet in de bussen aanwezig. Dit heeft volgens hem niets met veiligheid te maken. Daarnaast licht de wethouder toe dat er door Verinorm een intern onderzoek is uitgevoerd naar werkverdeling en werksfeer, waarbij 142 medewerkers werden benaderd en 17 reacties binnenkwamen.

Het interne rapport is volgens hem niet voor hem of de raad beschikbaar vanwege privacy gevoeligheid, maar het heeft wel geleid tot verbeterplannen, onder andere op roosters en werksfeer. De GVB-directie is bereid het proces en de uitkomsten van het onderzoek toe te lichten tijdens een deep dive over sociale veiligheid, maar het rapport zelf blijft vertrouwelijk. Lid KOYUNCU (DENK) vraagt of uit het interne rapport ook verbeterpunten naar voren zijn gekomen met betrekking tot materiaal. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat het rapport vooral verbeterplannen bevatte over roosters en werksfeer. Hij benadrukt dat verdere vragen hierover tijdens de deep dive over sociale veiligheid kunnen worden gesteld. De wethouder merkt op dat vooral de recente casus veel losmaakt en dat hij wil zien dat de genomen maatregelen, zoals verbeterde verzuimbegeleiding en begeleiding bij incidenten, daadwerkelijk effect hebben binnen de organisatie. Hij wil dat GVB hierop reageert en stelt dat dit proces nog niet afgerond is. Lid VELDHUYZEN (De Vonk) geeft aan dat hoewel de gemeenteraad formeel weinig te zeggen heeft over de interne gang van zaken bij het GVB, hij het verschil ziet met het activistisch

23

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 4 december 2025

FKD

aandeelhouderschap van de gemeente bij Schiphol. Daar zet de gemeente zich actief in voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid en eerlijk beloningsbeleid. Hij vraagt zich af waarom dezelfde actieve houding niet wordt aangenomen richting het GVB. Lid ASRUF (PvdA) benadrukt dat het college in deze kwestie niet afwachtend optreedt. De afgelopen maanden is er continu overleg geweest en is het GVB onderwerp van discussie geweest in diverse commissies en brieven, om het debat goed te kunnen voeren. Hij richt zich vervolgens op het punt van de excuses richting de inspreker. Op basis van de huidige informatie zijn er tijdens het gesprek met de GVB-directie geen excuses aangeboden. Hij vraagt de wethouder hoe hij het gesprek zal voeren als blijkt dat de excuses niet zijn gegeven, omdat bij een zware rechterlijke uitspraak een gesprek met personeel naar zijn oordeel altijd zou moeten beginnen met het aanbieden van excuses. Lid KOYUNCU (DENK) geeft aan dat er al veel gesprekken en onderzoeken zijn geweest, maar dat er nog steeds urgente problemen binnen het GVB bestaan die direct moeten worden aangepakt. Hij wijst op basale veiligheidsissues, zoals het risico dat een passagier tussen de deuren van een voertuig komt, die niet afhankelijk zouden moeten zijn van langdurige onderzoeken of overleg.

Volgens hem moeten deze problemen onmiddellijk worden opgelost om de veiligheid van reizigers te waarborgen. Hij benadrukt dat, gezien de aanhoudende tekortkomingen en recente incidenten, de situatie alleen adequaat kan worden aangepakt als de huidige directie wordt vervangen. Wethouder SCHOLTES benadrukt dat hij de vooruitgang wil voelen en erkent dat het GVB vaak moeite heeft om toe te geven wanneer iets niet goed gaat. Tegelijkertijd vindt hij de indruk dat het college slechts praat en verder niets doet onterecht. Hij wijst erop dat alle gevraagde maatregelen, zoals de inzet van een externe vertrouwenspersoon en de externe audit, duidelijk zijn en dat cultuurverandering tijd kost, zoals ook bij de gemeente zelf zichtbaar is. Hij benadrukt dat het college maatschappelijk verantwoord ondernemen bij het GVB zeer serieus neemt en dat het GVB bijzondere aandacht krijgt met als doel dat medewerkers de vooruitgang daadwerkelijk ervaren. Lid VELDHUYZEN (De Vonk) geeft aan dat hij begrijpt dat de wethouder niet alleen wil praten, maar dat veel medewerkers van het GVB het gevoel hebben dat de politiek en de top van het GVB vooral praten zonder dat de gewenste veranderingen zichtbaar zijn. Hierdoor ontstaan juist nieuwe problemen. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij de geluiden vanuit medewerkers ook kent, aangezien hij regelmatig met hen spreekt.

De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp hiermee voldoende is besproken. Ze licht toe dat agendering voor de raad niet mogelijk is, omdat het gaat om de beantwoording van schriftelijke vragen, wat volgens het Reglement van Orde niet op de agenda van een raadsvergadering kan worden geplaatst. Kunst en Cultuur 8. Vaststellen van het Actieplan Sociale Veiligheid – Amsterdamse Cultuursector 2026 – 2028 (VN2025-015564) Deelnemingen (excl. Schiphol) 9. Bespreken van het initiatiefvoorstel ‘Verkoop minderheid aandelen Amsterdamse Haven om bruggen over het IJ te financieren’ van het lid Burgers en de bestuurlijke reactie (VN2025-014628)

24

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 4 december 2025

FKD

10. Bespreken van de terugkoppeling aandeelhoudersvergaderingen van gemeentelijke deelnemingen eerste deel 2025 (VN2025-015956) Gevoegd behandeld met 11. Bespreken van het Jaarverslag Deelnemingen 2024 (VN2025-016235) Gevoegd behandeld met 12. Bespreken van het Jaarverslag AEB 2024 en PwC-rapport ‘Gevolgen van fiscale maatregelen voor concurrentiepositie afvalverwerkingssector’ (VN2025-016781) Lid LOCHTENBERG (CDA) geeft aan dat het CDA zich grote zorgen maakt over AEB. Hij bespreekt de financiële situatie van het bedrijf, met name de grote herfinanciering van 400 miljoen euro deze zomer, die volgens het jaarverslag het eigen vermogen versterkt, maar mogelijk onvoldoende is. Hij wijst op eerdere opwaarderingen van de verbrandingsovens en het mislukken van overnamepogingen, waarbij de directie geen aanleiding ziet om de waarde opnieuw vast te stellen. Hij vraagt aandacht voor de mogelijke gevolgen van een lage afwaardering, zoals een verlies van 128 miljoen euro in plaats van 28 miljoen euro en risico’s voor leningsratio’s. Daarnaast noemt hij de ongebruikelijke late aanstelling van Deloitte door de raad van commissarissen om de jaarrekening van 2023 te controleren en vraagt om toelichting op deze wissel. Ten slotte bespreekt hij de marktpositie van AEB, de impact van hogere afvalstoffen- en CO2-heffingen en het gebruik van het woord krimp in de recente raadsinformatiebrief.

Hij vraagt de wethouder te verduidelijken wat hiermee wordt bedoeld, hoe AEB hiertegen aankijkt en wat de aandeelhouder van AEB mag verwachten. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) wil kort ingaan op punt 12, dat samenhangt met AEB. Ze verwijst naar eerdere besprekingen over dit onderwerp en vraagt naar de actuele stand van zaken. Ze wil weten of de strategische heroverweging nog voor maart, voorafgaand aan de verkiezingen, verwacht kan worden en zo niet, wat dan de planning hiervoor is. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat hij een aantal deelnemingen wil bespreken. Ten eerste Alliander: hij merkt op dat de Autoriteit Consument & Markt heeft vastgesteld dat de netbeheerder afspraken niet nakomt, met name over het tijdig uitbreiden van het elektriciteitsnet en het aanbieden van voldoende flexibele contracten, wat structurele tekortkomingen veroorzaakt. Hij vraagt de wethouder of zij namens Amsterdam met Alliander in gesprek wil gaan en kan aandringen op naleving van de afspraken, en wat Amsterdam als aandeelhouder kan doen als verbeteracties uitblijven. Daarnaast bespreekt hij Port of Amsterdam: hij is positief over het vrijmaken van een transitiefonds van 5 miljoen euro voor de energietransitie in de haven en vraagt of de gemeente ook via een dotatie kan bijdragen.

Verder uit hij zorgen over de benoeming van Elfrieke van Galen in de Raad van Commissarissen die niet voldoet aan het beloningsbeleid en vraagt hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. Ten slotte benadrukt hij het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen binnen deelnemingen. Hij vraagt aandacht voor een eerlijke deelname van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld bij GVB en Arena, en wijst op het belang van samenwerking met mbo- en ROC-instellingen om toekomstige technici op te leiden.

25

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 4 december 2025

FKD

Wethouder SCHOLTES benadrukt dat raadsleden zijn uitgenodigd voor een werkbezoek aan het AEB op 18 december van 9:00 tot 12:00 uur en voor een technische sessie over de nieuwe strategie van het bedrijf op 28 januari, waarvan het tijdstip nog wordt vastgesteld. De technische sessie is bedoeld om de hoofdlijnen van de nieuwe strategie te bespreken, waarna de strategie in 2026 volledig wordt gepresenteerd en raadsleden hun wensen en bedenkingen kunnen meegeven voordat het college als aandeelhouder de strategie vaststelt. Hij geeft toelichting op de vragen van het CDA over het AEB. Hij licht toe dat een krimpscenario onderdeel is van de nieuwe strategie, waarbij wordt bekeken hoe het afbouwen van bestaande verbrandingscapaciteit eruit zou zien en welke gevolgen dat heeft. Over de accountant legt hij uit dat de wissel plaatsvond omdat bij de eerder geplande verkoop van AEB de accountant van de koper de controlerende accountant zou worden. Toen de verkoop niet doorging, is alsnog een nieuwe accountant aangesteld. Ten aanzien van afwaardering benadrukt de wethouder dat de genoemde cijfers vertrouwelijk zijn, maar dat de waarderingen door de accountants van AEB zijn gecontroleerd en een getrouw beeld geven. Hij geeft aan dat het eerdere voorbeeld van lid Lochtenberg een andere situatie betreft en niet representatief is voor de huidige waardering.

Lid LOCHTENBERG (CDA) geeft aan dat hij volgens hem uitsluitend uit het jaarverslag en openbare bronnen heeft geciteerd, maar dat hij nog steeds niet begrijpt waarom er in 2021 wel aanleiding was voor opwaarderingen van de ovens, terwijl er nu geen aanleiding wordt gezien om een mogelijke afwaardering te onderzoeken. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de opwaardering in 2021 plaatsvond omdat er toen een uitonderhandeld bod was, terwijl er nu geen sprake was van een dergelijk bod. Hij benadrukt dat de huidige waardering op de balans door de accountants van het AEB is gecheckt en een getrouw beeld geeft. Daarnaast gaat hij in op de zorgen van het CDA over de aangekondigde extra belasting op afvalverbranding. Hij noemt deze maatregel een slecht idee, omdat het kan leiden tot minder recycling, meer afvalexport, verminderde verwerkingscapaciteit, vertraging van CO2-opslag en verlies van grondstoffen, banen en innovatie. Hij roept het CDA op om samen in Den Haag te lobbyen tegen deze maatregel, waarbij hij verwijst naar een aangenomen motie in de Tweede Kamer. Vervolgens behandelt hij de vragen van D66 over Alliander. Hij geeft aan dat de Autoriteit Consument & Markt toezicht houdt op het elektriciteitsnet en netbeheerders tot 6 februari de tijd geeft om verbeterplannen op te stellen. Hij vindt het logisch dit ook tijdens de eerstvolgende aandeelhoudersvergadering te bespreken.

Over het transitiefonds in de haven zegt hij dat dit voortkomt uit de Visie 2040 en het Strategisch Plan 2025–2028, gericht op verduurzaming van bestaande industrie en het aantrekken van circulaire, havengebonden bedrijven. Het fonds moet de komende jaren zijn effectiviteit bewijzen, maar voldoet momenteel aan de kaders voor staatssteun. Op het gebied van beloningsbeleid legt hij uit dat alle deelnemingen nu transparant zijn over de beloningen van hun bestuurders, maar dat sommige nog boven de WNT2-norm belonen. In die gevallen stemt de gemeente tegen het beloningsbeleid, maar probeert ze invloed te behouden bij benoemingen van capabele personen. Ook bij Schiphol wordt gewerkt aan een nieuw beloningsbeleid dat voldoet aan de gemeentelijke standaarden. Wat betreft mensen met afstand tot de arbeidsmarkt benadrukt de wethouder dat er vooruitgang is geboekt. In 2025 heeft het GVB 15 mensen via de Participatiewet verwelkomd, hoewel dit nog een klein deel van het totaal is. De werving en begeleiding zijn lastig door de huidige arbeidskrapte, maar er zijn successen: een medewerker die via de Participatiewet bij het GVB begon, heeft inmiddels een vaste baan bij de gemeente. Bij de Johan Cruijff ArenA en de RAI worden op indirecte wijze ook mensen met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt betrokken, bijvoorbeeld via uitzendbureaus of gespecialiseerde bedrijven.

Tot slot vermeldt hij dat het GVB een vakschool techniek heeft opgericht in samenwerking met mbo-, hbo- en woinstellingen, inclusief BBL-trajecten, wat bijdraagt aan de opleiding van toekomstige technici en maatschappelijke participatie. De VOORZITTER constateert dat het onderwerp voldoende is besproken.

26

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 4 december 2025

FKD

Financiën 13. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afvalstoffenheffing (afdoening van motie 325.24 van het lid Lust c.s. en de toezegging aspect duurzaamheid aan het lid Koppejan) (VN2025-015958) Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 14. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afdoening van moties (83, 87 en 93) inzake het plan van aanpak moslimdiscriminatie (VN2025-015960) 15. Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake ervaringen van Palestijnse Amsterdammers (Afdoening moties 181.25 en 182.25) (VN2025-015957) Lokale media (inclusief Buurtmedia) 16. Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Ontwikkelingen beleid lokale media en buurtmedia (VN2025-015959) Lid BELKASMI (PvdA) geeft aan dat onafhankelijke media cruciaal zijn voor een goed functionerende democratie, maar dat deze onder druk staan door landelijke bezuinigingen en politieke kritiek op bepaalde media. Hij uit zorgen over het voornemen om de financiering van lokale media landelijk te beleggen, omdat dit kan leiden tot lagere inkomsten en onzekerheid voor omroepen. Hij benadrukt dat de gemeente verantwoordelijkheid moet blijven dragen om kwalitatief goede, onafhankelijke journalistiek in Amsterdam te waarborgen.

Daarnaast maakt hij zich zorgen over het verlies van lokale binding, bijvoorbeeld bij FunX, waar het risico bestaat dat een belangrijke FM-frequentie verloren gaat, waardoor grote stedelijke doelgroepen, vaak jong, minder goed bereikt worden. Hij vraagt de wethouder hoe hij hierover denkt en wat nodig is om het lokale medialandschap te behouden. Ook spreekt hij zijn zorgen uit over de Staatskrant, die dreigt te verdwijnen, en vraagt hij naar de huidige stand van zaken in de gesprekken hierover en mogelijke acties om dit medium te behouden. Tot slot vraagt hij naar de voortgang van het beleidskader mediaverkenners, dat volgens de laatste update pas rond 2026 van start gaat, en hoe snel toewerking naar uitvoering kan plaatsvinden. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) sluit zich aan bij de zorgen van lid Belkasmi over de Staatskrant en deelt diens vragen hierover. Daarnaast bedankt hij het college voor de beantwoording van de schriftelijke vragen over Radio Dabanga, een Amsterdamse radiozender die van groot belang is voor de Soedanese gemeenschap. Hij waardeert dat het college hierover ook in gesprek is gegaan met het Rijk en is benieuwd naar de antwoorden op de gestelde vragen.

Wethouder SCHOLTES benadrukt het belang van de voortdurende aandacht van lid Belkasmi voor lokale en buurtmedia en vindt het waardevol dat hierover gezamenlijk wordt nagedacht, ook richting de volgende beleidsperiode. Hij erkent dat de pilot met mediaverkenners langer heeft geduurd dan verwacht, maar benadrukt dat er zorgvuldig en innovatief gewerkt wordt aan de uitvoering. De uitvoering is inmiddels volop gaande, met een verwacht tussenadvies in juni en een definitief advies in december. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar bestaande buurtmedia, maar ook naar lacunes en nieuwe initiatieven die ondersteund kunnen worden. Hij geeft aan dat er een budget beschikbaar is voor buurtmedia, dat door de dagelijks bestuurders wordt verdeeld en waar keuzes gemaakt moeten worden, omdat het beperkt is. Voor

27

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 4 december 2025

FKD

de toekomst kan gezamenlijk worden bekeken of extra middelen nodig zijn. Hij uit tevens zorgen over de landelijke stelselwijziging voor mediafinanciering, omdat die negatieve gevolgen kan hebben voor de lokale binding. Hij licht toe dat de gemeente zich inzet in Den Haag om deze binding te behouden en dat er gesprekken lopen over de mogelijkheden voor financiële aanvulling, hoewel nog veel onduidelijk is over het richtsnoerbedrag en de toepassing daarvan. Lid BELKASMI (PvdA) vraagt kort naar de Staatskrant en benadrukt het belang van het behoud van dergelijke kranten voor Amsterdam. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat hij terughoudend is om te stellen dat deze krant per se behouden moet blijven, omdat er meerdere kranten zijn en de verdeling van middelen altijd schaars is. Hij onderstreept het algemene belang van buurtmedia voor de democratie en het functioneren van buurten en benadrukt dat bij het toewijzen van middelen keuzes gemaakt moeten worden. Hij geeft aan dat het niet de bedoeling is om alle bestaande kranten automatisch voor hetzelfde bedrag te behouden, maar dat ook gekeken wordt naar lacunes en het bereiken van nieuwe doelgroepen die momenteel nog onvoldoende worden bereikt. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. ICT en Digitale Stad 17. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de AI Agenda 2025-2026 (VN2025015961) Algemene Zaken 18.

Bespreken van de raadsinformatiebrief over de gemeentelijke organisatieontwikkeling (VN2025-016299) TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Evenementen 19. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afhandeling van de volgende tien moties en drie toezeggingen over het Evenementenbeleid 2027’ (VN2025-016294) SLUITING De VOORZITTER sluit de ochtendsessie af en meldt dat er voor de avond nog drie punten openstaan. De vergadering wordt hervat om 20:45 uur. De voorzitter schorst de vergadering tot die tijd.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16417814/1