CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag FKD 05.06.2025

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 3 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare en besloten vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 5 juni 202516.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze moet voor de zomer klaar zijn, net als een nieuwe module voor financiële administratie van projecten, die ook nog niet operationeel is. Daarnaast werkt het team aan een zomerrapportage waarin informatie uit AFIS wordt verwerkt, zodat de sturing beter kan plaatsvinden. Ook dit moet voor de zomer gereed zijn. Lid SCHMIT (D66) vraagt of dit betekent dat de directies op dit moment nog geen actueel overzicht hebben, en of ze dat pas in de zomer krijgen. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat de directies nu nog geen actueel overzicht hebben, maar dat dit voor de zomer gereed moet zijn. Lid BURGERS (VVD) vraagt of het klopt dat de module voor de planning en controlcyclus klaar is voor de laatste raadsvergadering in juli, oftewel dat het slechtste scenario 7 juli is. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze zich niet wil vastpinnen op specifieke data, maar dat ze voor het zomerreces een update zal geven. Ze benadrukt dat er een stuurgroep en een health-check zijn en dat ze na de evaluatie een update zal geven over eventuele aanpassingen.

17

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 5 juni 2025

FKD

Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt hoe de raad voortaan geïnformeerd en betrokken wordt bij de volledige implementatie van AFIS. Ze maakt zich zorgen over het hele proces en wil graag duidelijke en regelmatige updates, ook al zijn de facturen inmiddels minder urgent. Ze benadrukt dat het belangrijk is dat de raad inzicht krijgt in wat er gebeurt rondom de invoering van AFIS. Ze vraagt aan de wethouder hoe dit verder geregeld gaat worden. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat zij bij de evaluatie van het AFIS-rapport ook een update over de andere modules naar de raad stuurt. Die evaluatie en update komen binnen ongeveer tweeënhalf tot drie weken, waarna de raad het kan bespreken in een commissie, voor de laatste raadsvergadering voor de zomer. Zo blijft de raad goed geïnformeerd over de voortgang van het gehele AFIS-project, inclusief alle modules, nog voor het zomerreces. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt om een concreet aantal facturen dat binnen de betalingstermijn valt, ook al is dat normaal rond het begin van de maand. Hij wil weten of er de afgelopen twee weken facturen zonder controle zijn betaald. Daarnaast vraagt hij de wethouder toe te zeggen dat zij de wekelijkse updates over facturenbetaling blijft geven tot de evaluatie is afgerond, omdat de meeste commissieleden daar behoefte aan hebben.

Wethouder VAN BUREN geeft aan dat zij geen toezegging wil doen voor wekelijkse updates, omdat de factuurverwerking nu binnen normale bedrijfsvoering valt en veel tijd kost. Ze wil de focus vooral houden op de andere modules van het systeem. Wel deelt ze cijfers, op 4 juni liggen er 9.605 facturen binnen de betalingstermijn en ongeveer 3.000 facturen daarbuiten. In de afgelopen twee weken zijn er geen spoedbetalingen verricht. Lid BURGERS (VVD) meldt dat er sinds 20 mei nauwelijks vooruitgang is in het aantal openstaande facturen, ondanks de inzet van 110 extra fte. Daarom wil hij graag wekelijkse updates ontvangen. Hij vindt het onbegrijpelijk dat de wethouder, die transparantie belooft, deze updates niet wil sturen. Alle fracties zijn intensief met dit onderwerp bezig, dus hij vraagt zich af waarom de wethouder zo’n defensieve houding aanneemt. Wethouder VAN BUREN legt uit dat ze geen defensieve houding aanneemt, maar wil verduidelijken dat het aantal openstaande facturen niet daalt omdat er voortdurend nieuwe facturen binnenkomen. Het is een normale werkvoorraad binnen een bedrijfsvoering, waarbij nieuwe facturen steeds worden betaald, dus het aantal blijft op een bepaald niveau. Lid BURGERS (VVD) reageert dat dit juist het probleem is, met 110 extra fte lukt het blijkbaar nog steeds niet om de normale werkvoorraad goed bij te houden.

Daarom blijft hij aandringen op een wekelijkse update met cijfers, wat volgens hem niet moeilijk zou moeten zijn. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze liever nu geen wekelijkse updates geeft, omdat dat veel tijd kost en de ambtenaren daarmee bezig zijn. Ze wil de aandacht richten op de andere modules. Over tweeënhalf tot drie weken komt ze met een totale update, inclusief cijfers. Ze meldt dat momenteel 69 procent van de facturen binnen de betalingstermijn wordt betaald en dat dit moet verbeteren, met een afronding in september. Er is extra ondersteuning ingezet voor de factuurverwerking, inkooporders en bij de directies. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt verduidelijking omdat de wethouder eerder zei dat 61 procent van de facturen binnen de betalingstermijn wordt betaald, en niet 69 procent. Ook vraagt hij verduidelijking over het aantal spoedbetalingen per dag, want de wethouder zei eerst dat het 27 per dag zijn, terwijl ze later aangaf dat er de hele week geen spoedbetalingen zijn gedaan. Wethouder VAN BUREN legt uit dat er onderscheid is tussen voorschotten die zonder controle zijn betaald voor facturen onder de 2.500 en 5.000 euro, en spoedbetalingen via de spoeddesk, die bedoeld zijn voor ondernemers die sneller betaald willen worden om financiële problemen te voorkomen.

18

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 5 juni 2025

FKD

Daarnaast licht zij de implementatiekosten van het AFIS-systeem toe, in totaal gaat het om 6,9 miljoen euro. Hiervan is 2,1 miljoen bedoeld voor het afronden van de oorspronkelijke implementatie, die vertraging heeft opgelopen, waardoor het programmamanagement doorloopt en extra kosten maakt. Verder is er 4,8 miljoen beschikbaar voor doorontwikkeling van AFIS, waarvan 2,6 miljoen wordt ingezet voor ondersteuning en opleiding van medewerkers. Omdat de livegang meer intensieve ondersteuning vraagt dan verwacht, wordt deze periode verlengd. De overige 2,2 miljoen is bestemd voor doorontwikkeling van andere modules. Ze benadrukt dat de evaluatie van het project in de maak is en dat ze op basis daarvan verder met de raad in gesprek wil. Ook meldt ze dat ze een brief zal sturen over de oorspronkelijke begroting van AFIS, om meer duidelijkheid te geven over de kosten. Lid GARMY (VOLT) vraagt of ook dit jaar alle specificaties van AFIS-kosten in één overzicht meegenomen kunnen worden. Wethouder VAN BUREN zegt toe dat dit mogelijk is. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of de extra kosten voor de uitrol van de modules beperkt blijven tot de genoemde 6,9 miljoen of dat er nog meer bijkomt.

Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) verduidelijkt dat haar vraag niet zozeer ging over updates over facturen, maar vooral over regelmatige informatie en betrokkenheid van de raad bij de verdere implementatie van AFIS. Ze vindt een update bij de evaluatie prima, maar vraagt de wethouder ook om duidelijk te maken hoe de raad daarna op de hoogte wordt gehouden, zodat zij het proces goed kan volgen. Lid SCHMIT (D66) vraagt of met de extra kosten van 5,8 en 6,9 miljoen het einde van de meerkosten in zicht is, of dat er mogelijk nog meer bijkomt. Lid GARMY (VOLT) vraagt om een toelichting van het college over de impact van de implementatie op de organisatie. Hij wil weten hoe het college de raad hierin meeneemt, omdat het werk aan AFIS ten koste gaat van andere werkzaamheden van ambtenaren, en vraagt om een reflectie daarop. Wethouder VAN BUREN zegt dat zij de raad zeker op de hoogte blijft houden van de ontwikkelingen rondom de modules, ook na de komende update. Over de kosten van 6,9 miljoen geeft ze aan dat zij geen garantie kan geven dat er geen extra kosten bijkomen. Dit wordt onderzocht via de health check van Deloitte, en de raad wordt hierover geïnformeerd. Wat betreft de impact op de organisatie erkent ze dat dit groot is. Het werk zorgt voor veel frustratie en extra druk, vooral bij de crediteurenadministratie en de directies.

Iedereen zet zich in en het wordt als een gezamenlijk probleem ervaren. Er is extra personeel ingehuurd, maar vooral bij de begrotingsmodule is er nog veel handmatig werk, wat voor extra belasting zorgt. Lid KROM (Partij voor de Dieren) maakt een punt van orde, zij vraagt of de update en evaluatie die in juli komen, ook meteen in de raadsvergadering van 11 juli besproken kunnen worden, dus voor het zomerreces. Lid (…) vraagt of de brief al in de eerstvolgende raadsvergadering begin juni besproken kan worden, omdat hij graag een motie wil indienen. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER geeft aan dat beide verzoeken worden voorgelegd aan het presidium. Lucht- en Zeehaven (incl. Schiphol) 11. Bespreken van het juridisch overzicht Schiphol en samenwerking (VN2025-006690)

19

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 5 juni 2025

FKD

Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) geeft aan dat het een bewogen week was, het vertrek van lobby-luchtvaartminister Madlener en de vernietiging van de natuurvergunning van Schiphol door de rechter. Zij vraagt hoe de wethouder hierop gaat reageren, vooral richting Schiphol en het ministerie, en wat de korte termijn gevolgen zijn, bijvoorbeeld voor lopende werkzaamheden. Ze verwijst naar een artikel in NRC over de situatie rondom Schiphol en benadrukt dat de luchtvaartsector boven de wet lijkt te staan, wat de rechtsstaat onder druk zet. Bewoners die last hebben van Schiphol voeren juridische procedures uit wanhoop en lid Van Pijpen heeft grote waardering voor hun volharding. Zij stelt dat Amsterdam idealiter aan de zijde van deze bewoners zou moeten staan in rechtszaken, zoals eerder besproken. Ze vraagt de wethouder of zij dit wil overwegen. Als dat niet mogelijk is, vraagt zij de wethouder en de raad om ten minste een adhesiebetuiging te geven aan de bewoners en activisten. Ze benadrukt dat het cruciaal is dat de luchtvaart zich aanpast aan de omgeving, wat goed is voor de rechtsstaat, gezondheid, natuur, klimaat en het woningtekort. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze blij is met de uitspraak over de natuurvergunning, maar dat ze de uitspraak nog goed moeten bestuderen.

Ze ziet het als een signaal dat de balans tussen luchthaven en leefomgeving moet worden hersteld, met een pas op de plaats, krimp in plaats van groei, verduurzaming en minder uitstoot. Ze benadrukt dat het nog onduidelijk is wat de precieze gevolgen zijn en dat dit waarschijnlijk niet meteen leidt tot minder vluchten. Over het meedoen aan juridische procedures zegt ze dat ze dit niet wil, omdat ze juist wil dejuridiseren en het ingewikkeld is als een overheidsinstantie een andere medeoverheid aanklaagt. Dit vraagt veel ambtelijke inzet en juridische procedures duren lang. Ze verwijst naar een position paper waarin wordt opgeroepen tot meer overleg en participatie met Schiphol. De wethouder vindt het aantal vluchten nog steeds te hoog en blijft lobbyen voor krimp. Ze werkt samen met omliggende gemeenten aan een alliantie voor een gezamenlijke nachtsluiting. Het is nu afwachten wat het kabinet doet rondom Schiphol en de vergunningen. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) geeft aan dat het klopt dat het geen snelle oplossing is, maar dat is precies het probleem. De rechtsstaat is het enige wat bewoners nog over hebben, omdat andere middelen niet helpen. Ze merkt op dat rechterlijke uitspraken soms niet worden nageleefd of tegenstrijdig zijn, waardoor het belangrijk is om de druk juridisch te blijven opvoeren.

Ze benadrukt dat juridische stappen een essentieel onderdeel zijn, juist omdat de rechtsstaat bij Schiphol en de luchtvaart wordt geschonden. Ze vraagt de wethouder nogmaals of zij bereid is om een adhesiebetuiging uit te spreken aan de bewoners die juridische stappen ondernemen. Dit is ook een vraag aan de raad en de wethouder over hun steun aan deze bewoners. Wethouder VAN BUREN wil eerst precies uitzoeken wat een adhesiebetuiging precies inhoudt. Ze wil wel bekijken op welke manier zo’n adhesiebetuiging vorm kan krijgen, omdat ze niet wil deelnemen aan een juridische procedure. Bij de natuurvergunning is dat anders aangepakt, omdat ze daar als aandeelhouder een duidelijke grens aan het aantal vluchten wilden stellen. Ze belooft te onderzoeken hoe ze een adhesiebetuiging of een soortgelijk voorstel kan doen, naast de bestaande position paper. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken is en meldt dat het terugkomt in de raad van 9 juli. Vervolgens brengt hij het agendapunt 1f ter sprake, de ter kennisname-lijst. Daarbij is achter de schermen overleg geweest over het concept Evenementenbeleid. Lid Emmerik wil dit graag op de agenda van de FKD-vergadering van 3 juli zetten, maar er zijn ook bezwaren. Daarom stelt de voorzitter voor om te bespreken of het beleid dan besproken wordt of dat dat later gebeurt.

20

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 5 juni 2025

FKD

Lid HAVELAAR (CDA) zegt dat het gebruikelijk is dat het college stukken die voor inspraak in de stad liggen, naar de gemeenteraad stuurt. Maar hij stelt voor om eerst de stad haar mening te laten geven en alle input te verzamelen. Daarna kan het college in een nota van beantwoording reageren op die input en het definitieve beleid aan de raad voorleggen. Volgens hem is dat het beste moment om erover te spreken, omdat zo eerst het maatschappelijk middenveld aan het woord komt. Lid EMMERIK (Partij voor de Dieren) wijst erop dat er al eerder participatie heeft plaatsgevonden. De komende participatie gaat over het conceptbeleid, maar hij wil juist spreken over de eerdere participatie voor het concept, omdat die volgens hem niet goed is verlopen. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER stelt voor om te stemmen over wanneer het concept evenementenbeleid besproken wordt, op 3 juli in de commissie, of pas bij het definitieve plan in oktober. Er is geen meerderheid voor bespreking op 3 juli, dus het wordt definitief in oktober besproken. TOEGEVOEGD BESPREEKPUNT Financiën 13. Bespreken van de raadsinformatiebrief over lastenvergelijking inclusief erfpacht (VN2025-006110) Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat de vraag gesteld is waarom hij dit onderwerp op de agenda zet, omdat Amsterdam volgens sommigen niet zo duur zou zijn.

Hij legt uit dat juist daarom het onderwerp besproken moet worden, omdat erfpacht een verkapte gemeentelijke belasting is en Amsterdammers recht hebben op een volledig overzicht van wat ze echt betalen. De wethouder stelt dat de belastingdruk rond het landelijk gemiddelde ligt, volgens lid Havelaar mist hier een cruciaal deel. Naast OZB, afval- en rioolkosten betalen Amsterdammers ook erfpacht, dure parkeerkosten en waternet, wat het totaalbeeld verandert. Hij wijst erop dat Amsterdam veel meer erfpachtwoningen heeft dan bijvoorbeeld Utrecht. Hij vraagt de wethouder of ze erkent dat Amsterdammers door deze extra kosten meer betalen, of er vorig jaar ruimte was om de OZB te verhogen en hoe dat nu voor volgend jaar wordt gezien en of de wethouder bereid is een volledig en eerlijk beeld te geven van de totale lasten voor Amsterdammers in plaats van alleen de COELO-methode te gebruiken. Lid BOBELDIJK (SP) benadrukt dat hij het belangrijk vindt dat iedereen met voldoende draagkracht bijdraagt aan gemeenschappelijke voorzieningen via belastingen. Hij staat volledig achter het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Hoewel hij begrijpt dat het belastingoverzicht niet alles kan meenemen, wijst hij erop dat huiseigenaren op eigen grond vaak vermogend zijn, maar geen erfpacht betalen. Dat vindt hij niet rechtvaardig.

Hij is ook geen voorstander van eigen grond, omdat dit kan leiden tot speculatie en winst op iets wat maatschappelijk bezit zou moeten blijven. Hij is benieuwd of er inzicht is in de draagkracht van huiseigenaren in Amsterdam, want niet elke huizenbezitter is vermogend. Verder wijst hij op de bestaande mogelijkheid tot kwijtschelding voor mensen die de OZB echt niet kunnen betalen, iets wat volgens hem vaak vergeten wordt in het debat. Tot slot vraagt hij zich af hoeveel ruimte er eigenlijk is bij huiseigenaren met dure woningen om meer bij te dragen aan een sociale stad. In zijn ogen zouden juist zij een grotere bijdrage kunnen leveren aan het versterken van de sociale voorzieningen in Amsterdam. Lid HAVELAAR (CDA) wijst erop dat het niet alleen om huiseigenaren met koopwoningen gaat. Ook huurwoningen, inclusief die in het gereguleerde segment, worden geraakt door kosten zoals erfpacht en de OZB. Hij benadrukt dat deze lasten uiteindelijk ook huurders treffen. Volgens hem is de sociale huurvoorraad in handen van particuliere eigenaren

21

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 5 juni 2025

FKD

de afgelopen jaren fors geslonken. Eén van de belangrijkste oorzaken daarvan is volgens hem dat particuliere verhuurders de kosten niet meer rond kunnen rekenen door de gereguleerde huren. Hij vraagt hoe lid Bobeldijk de positie van deze particuliere verhuurders ziet, moeten zij, ondanks een nettoverlies, toch blijven verhuren? Lid BOBELDIJK (SP) pleit voor het opnieuw oprichten van een gemeentelijk volkshuisvestingsfonds. Volgens hem kan dat fonds goed gevuld worden door extra OZB te heffen. Op die manier kan de gemeente weer regie nemen over de volkshuisvesting, iets wat volgens hem nu ontbreekt. Momenteel is het de markt die bepaalt, waaronder grote investeringsfondsen en buitenlandse partijen zoals Duitse pensioenfondsen. Hij stelt dat de regie terug moet naar de Amsterdammers. Lid BURGERS (VVD) merkt op dat de wethouder in haar brief lokale lasten vergelijkt tussen zes gemeenten met erfpacht, maar daarbij niet benoemt dat Amsterdam een uitzonderlijke positie heeft vanwege de omvang van het aantal erfpachtwoningen. Daardoor vindt hij dat de vergelijking scheefloopt. Hij vraagt de wethouder om het overzicht aan te vullen met per gemeente het aantal woningen dat erfpacht betaalt en de bijbehorende inkomsten uit erfpacht. Wethouder VAN BUREN legt uit dat in de brief al een vergelijking is gemaakt op basis van gegevens uit de atlas lokale lasten van het COELO.

Deze atlas bevat cijfers over OZB, afvalstoffen- en rioolheffing, maar niet over erfpacht en parkeren. Volgens haar komt dat doordat erfpacht en parkeerkosten sterk verschillen per gemeente en zelfs per stadsdeel, onder andere afhankelijk van de looptijd van het erfpachtcontract en de locatie. Daarom zijn die onderdelen methodologisch lastig te vergelijken. Het college vindt een verhoging van gemiddeld 85 euro per koopwoning redelijk, gezien de financiële opgaven van de stad. Bovendien rekent ook het Rijk in het gemeentefonds op hogere OZB-inkomsten voor Amsterdam. Tot slot zegt de wethouder dat het opstellen van een vergelijking met erfpachtinkomsten per gemeente in theorie mogelijk is, maar in de praktijk zeer moeilijk uitvoerbaar vanwege de grote variatie. Lid HAVELAAR (CDA) wijst erop dat de oorspronkelijke vraag die tot de brief heeft geleid, nog steeds actueel is. Destijds gaf de wethouder aan te willen kijken naar bestaand vergelijkingsmateriaal, maar inmiddels is duidelijk geworden dat dat materiaal onvoldoende is. Hij is blij met de toezegging van de wethouder om toch opnieuw te onderzoeken hoe er een vollediger en gedegener beeld kan worden geschetst. Volgens hem richt het huidige beeld zich vooral op de ongeveer 30 procent van de woningen op eigen grond.

Wethouder VAN BUREN benadrukt dat zij geen toezegging heeft gedaan om met een nieuw of aanvullend overzicht te komen. Zij geeft aan dat het opstellen van zo'n overzicht erg ingewikkeld is, omdat kosten zoals erfpacht en parkeervergunningen sterk verschillen per buurt, per woning en per stad. Daardoor is een betrouwbare en methodologisch verantwoorde vergelijking volgens haar niet mogelijk. Hoewel ze aangeeft dat ze het in principe zou willen, doet ze geen toezegging vanwege de complexiteit, de grote variatie in data en de hoeveelheid werk die ermee gemoeid is. Lid BURGERS (VVD) vraagt de wethouder of zij per gemeente kan aangeven hoeveel woningen er erfpacht betalen in de zes gemeenten waarin dat voorkomt. Daarnaast wil hij weten wat de omvang is van de erfpachtinkomsten per gemeente. Wethouder VAN BUREN zegt toe te willen onderzoeken of het mogelijk is om per gemeente inzicht te geven in het aantal erfpachtwoningen en de bijbehorende inkomsten, mits die gegevens beschikbaar zijn. Lid BOBELDIJK (SP) vraagt of de gemeente inzicht heeft in de draagkracht van woningbezitters, bijvoorbeeld op basis van inkomensgegevens, zodat duidelijk wordt hoe sterk hun financiële positie is. Dat zou ook een vergelijking met sociale huurders mogelijk maken.

22

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 5 juni 2025

FKD

Wethouder VAN BUREN zegt dat zij ervan uitgaat dat koopwoningbezitters in Amsterdam over het algemeen de sterkste schouders zijn, hoewel er natuurlijk altijd uitzonderingen zijn. Ze benadrukt dat het lastig is en dat ze hierover geen precies inzicht hebben. Wel benadrukt ze dat de gemeente een sociaal incassobeleid voert, met maatwerk en betalingsregelingen, zodat er niet rigoureus geïncasseerd wordt als mensen de lasten niet kunnen dragen. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER geeft aan dat dit onderwerp verder besproken zal worden in de raadsvergadering op 9 juli. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER schort de vergadering voor vijf minuten. Personeel en Organisatie 12. Bespreken van de raadsinformatiebrief 'Vervolgaanpak inclusie stadsdeelorganisatie Zuidoost' (VN2025-007242) De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER heropent de vergadering. De voorzitter meldt dat er twee onderzoekers aanwezig zijn aan tafel, Sarita Bajnath en Astrid Elburg. De voorzitter geeft als eerste het woord aan mevrouw Elburg om haar rapport over organisatieontwikkeling toe te lichten. Daarna zal mevrouw Bajnath haar rapport Zon en Schild presenteren. Vervolgens kunnen de commissieleden aanvullende en verduidelijkende vragen stellen. Dit gaat van de spreektijd af. GroenLinks, Partij voor de Dieren, CDA en het college hebben geen spreektijd meer, maar mogen elk wel één korte verduidelijkende vraag stellen.

ASTRID ELBURG begint haar toelichting met het constateren dat iedereen bekend is met polarisatie, racisme en discriminatie in onze samenleving en organisaties. Ze stelt dat ze als kersverse voorzitter van het herdenkingscomité slavernijverleden en voormalig docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam ruime ervaring heeft met de impact van racisme en uitsluiting op sociale verhoudingen. Volgens haar is elke crisis ook een kans voor ontwikkeling. Ze koppelt dit aan de kernwaarden van de gemeente Amsterdam, open, actief en integer en benadrukt dat het onderwerp racisme en discriminatie binnen stadsdeel Zuidoost daar duidelijk onder valt. De opdracht was tweeledig, enerzijds het erkennen en verwerken van persoonlijke ervaringen van uitsluiting en discriminatie, en anderzijds het analyseren van onderliggende patronen die eerdere interventies hebben laten mislukken. Ze concludeert dat de organisatie momenteel verwaarloosd is en adviseert deze te transformeren naar een weerbare organisatie met weerbare professionals, die een veilige werkomgeving kunnen creëren. Ze constateert veel klachten over achterstelling, actieve uitsluiting en het gebrek aan doorstroommogelijkheden.

Haar advies is te investeren in een leer- en ontwikkelomgeving voor professionals, gebruik te maken van externe gespreksbegeleiding en coaching, en de verbinding te versterken tussen medewerkers, management, bestuur en de gemeenteraad. Daarnaast benadrukt ze het belang van het versterken van de weerbaarheid van medewerkers met een biculturele achtergrond, het inzetten van bi-culturele topmanagers als sleutelfiguren voor transformatie, en het betrekken van professionals en bewoners met perifere kennis als waardevolle perspectieven binnen het stadsdeel. SARITA BAJNATH geeft aan dat Stadsdeel Zuidoost vaak wordt gezien als een lastig gebied, terwijl het juist veel potentie en talent heeft. Ze wil het beeld veranderen naar een stadsdeel dat staat voor excellentie, met aandacht voor sociale en intellectuele capaciteiten, voorbij de stereotype beelden van alleen gezelligheid en lekker eten. Ze beschrijft haar bevindingen in drie fasen. De eerste fase gaat over leiderschap en veiligheid. Ze noemt het dagelijks bestuur en de directeur toegankelijk en benadrukt dat ook vanuit de centrale stad meer verantwoordelijkheid moet worden genomen. Ze vindt dat er te veel nadruk ligt op de problemen van Zuidoost en dat er van beide kanten geleerd moet worden om als één team leiderschap te dragen voor het stadsdeel.

23

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 5 juni 2025

FKD

De tweede fase richt zich op stabiliteit binnen de organisatie, met als kernpunten transparante sollicitatieprocedures, een goed onboardingsysteem, het behouden van goede mensen, psychosociale veiligheid, professionalisering, degelijk leiderschap en een betere mediarepresentatie. Ze noemt dit het Zon en Schild-model, Zon staat voor positieve elementen zoals transparantie en groei, terwijl Schild staat voor het bestrijden van negatieve aspecten als roddelcultuur en stereotypering. De derde fase gaat over verdere professionalisering, degelijk leiderschap en het doorbreken van de stigmatisering van Zuidoost, wat ook een negatieve impact heeft op de kinderen. Ze ervaart Zuidoost als een zeer leergierig stadsdeel waar mensen enthousiast zijn om te trainen en te coachen, actief met elkaar in gesprek gaan en plannen maken. Ze legt de nadruk op deze liefde voor leren en professionaliseren als een belangrijke kracht van het stadsdeel. Lid NAMANE (PvdA) vraagt aan mevrouw Bajnath hoe zij het beeld van Zuidoost positiever ziet en wat de rest van de organisatie in Amsterdam kan leren van Zuidoost, los van de veranderingen die nog gaan komen. SARITA BAJNATH antwoordt dat Zuidoost nu al veel innovaties laat zien, zoals het project Zuidoost Werkt, dat op een vernieuwende manier met armoede omgaat door te werken vanuit persoonlijke relaties in plaats van alleen cognitieve doelen.

Ze vindt het belangrijk dat niet alleen Zuidoost, maar de hele gemeente Amsterdam hiervan leert, omdat het om de hele stad gaat en het niet nodig is om alleen op Zuidoost te focussen. Lid BOBELDIJK (SP) geeft aan dat veel veranderingen tijd kosten en vraagt of er ook directe maatregelen zijn die we vandaag of morgen kunnen nemen om meteen resultaat te zien. Hij vraagt aan mevrouw Bajnath of zij ideeën of suggesties heeft voor zulke snelle verbeteringen. SARITA BAJNATH legt uit dat er zeker direct iets gedaan kan worden, zoals beschreven in haar rapport. Ze benadrukt het belang van verbinding, dat mensen elkaar beter leren kennen, vooral vanuit de geschiedenis van Zuidoost, dat gebouwd is op activisme. Ze vindt het belangrijk dat iedereen elkaars culturele sensitiviteit begrijpt, want cultuur gaat verder dan alleen etniciteit. Door elkaar beter te leren kennen, kunnen teams gevormd worden die effectief samenwerken. Ook moeten ze leren hoe ze samen problemen kunnen oplossen zonder elkaar de schuld te geven. Volgens haar is deze verandering in werksfeer en cultuur essentieel en gaat die veel verder dan alleen leuke bijeenkomsten, het draait ook om het ontwikkelen van vaardigheden. Lid KHAN (DENK) bedankt de onderzoekers voor hun rapporten en benadrukt dat het een oproep is om stadsdeel Zuidoost beter te waarderen, iets waar brede steun voor is.

Vervolgens vraagt hij aan mevrouw Bajnath om toe te lichten waarom er bij het rapport Bouwen aan vertrouwen weerstand was en waarom sommige initiatieven als vrijblijvend worden ervaren. SARITA BAJNATH legt uit dat veel mensen uit onderzoeken aangeven dat vrijblijvendheid verandering tegenhoudt. Ze benadrukt dat hoewel niemand iets opgelegd wil krijgen, verandermanagement soms juist een duidelijke richting en aanpak nodig heeft om echt vooruitgang te boeken. Ze verwijst naar haar pilot en trainingen, die positief werden ontvangen, en zegt dat het belangrijk is om gezamenlijk die vrijblijvendheid los te laten. Het gaat niet alleen om gezelligheid, maar vooral om leren omgaan met lastige gesprekken, gezonde conflicten, en het ondersteunen van elkaar, essentiële elementen voor een gezonde werkomgeving. Lid KHAN (DENK) vraagt of het verplicht stellen van deze interventies voor het MT en GMT een effectieve manier is om ervoor te zorgen dat de verandering daadwerkelijk in gang wordt gezet. SARITA BAJNATH bevestigt dat ze het belangrijk vindt dat het verplicht wordt gesteld, omdat er vaak onderstromen en onuitgesproken gevoelens zijn die anders niet aan bod komen.

24

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 5 juni 2025

FKD

Verplichte interventies creëren de rust en ruimte om eerlijke, soms lastige gesprekken te voeren die nodig zijn voor echte verandering. Lid KABAMBA (Lijst Kabamba) vraagt aan Sarita Bajnath wat zij de raad nog zou willen meegeven, met het oog op het vervolgtraject richting verandermanagement vanuit de raad zelf. SARITA BAJNATH benadrukt dat verandermanagement juist vanuit de centrale stad cruciaal is. Ze pleit voor een mentaliteitsverandering in hoe er met stadsdeel Zuidoost wordt omgegaan. Zuidoost moet even serieus worden genomen als andere stadsdelen zoals Zuid. De heersende afvoerputje-mentaliteit schaadt het zelfbeeld van bewoners en heeft zelfs impact op de jeugd. Er moet erkenning komen voor de waarde, intelligentie en potentie van Zuidoost, met ruimte voor gelijkwaardigheid, doorgroei en passie. Lid KHAN (DENK) vraagt aan mevrouw Elburg, die vanuit haar organisatie en expertise naar diversiteit en inclusie kijkt, wat haar constatering is over hoe interventies op dit gebied worden ontvangen, met name door de toplaag. ASTRID ELBURG stelt dat Amsterdam Zuidoost niet verschilt van de rest van Nederland als het gaat om diversiteit en inclusie. Zodra dit onderwerp ter sprake komt, ontstaan er vaak twee dingen, er wordt veel onderzoek gedaan, wat vaak leidt tot vertraging, en uiteindelijk verandert het doel van diversiteit en inclusie in een illusie.

Volgens haar trekken verschillende rapporten in Nederland, zoals die van de Nationaal Coördinator tegen Racisme en andere onderzoeksbureaus, steeds dezelfde conclusie. Ze constateert dat er veel weerstand ontstaat zodra het woord inclusie valt, en die weerstand verdwijnt niet zomaar. Haar aanpak richt zich daarom op het versterken van mensen in sleutelposities binnen organisaties, zodat zij de juiste handvatten hebben om met deze weerstand om te gaan en niet uitvallen. Ze ziet dat werkgroepen op het gebied van diversiteit en inclusie vaak binnen twee jaar uit elkaar vallen doordat betrokkenen opgebrand of gefrustreerd raken. Daarnaast benadrukt ze het belang van veranderaars, mensen die verandering kunnen dragen, die kunnen incasseren, over uithoudingsvermogen beschikken, en beseffen dat het niet om henzelf gaat maar om een groter doel Lid KHAN (DENK) vraagt vervolgens hoe ervoor gezorgd kan worden dat deze verandering duurzaam wordt verankerd en geborgd binnen een organisatie? ASTRID ELBURG benadrukt dat dit echte integriteit vraagt en aandacht hebben voor waar de klappen vallen en welke positie versterking nodig heeft. Ze verwijst naar een bijeenkomst met directeuren en topmanagers van kleur binnen de gemeente Amsterdam. Daar bespreken ze wat nodig is om als sleutelfiguren duurzame verandering te realiseren.

Ze ziet twee niveaus, de organisatie als geheel en de mensen met unieke perspectieven die vaak niet vanzelf worden geaccepteerd. Ze pleit ervoor om juist deze mensen te versterken en hen de juiste competenties mee te geven, zonder dat dit tot polarisatie leidt. Lid KHAN (DENK) sluit af met de vraag of de gemeentelijke organisatie dit wel kan realiseren? ASTRID ELBURG gelooft dat de gemeentelijke organisatie dit kan realiseren, maar alleen als zij daadwerkelijk doet wat zij zegt en zegt wat zij doet. Het draait om handelen in de praktijk. Ondanks vele pogingen lukt het nog vaak niet, zeker als het gaat om culturele diversiteit. Onderzoeken, zoals die van de SER, laten zien dat dit een blijvend probleem is. Ze pleit voor gerichte investeringen in mensen met specifieke achtergronden en kennis, juist omdat zij cruciale perspectieven meebrengen. Als voorbeeld noemt ze een training die ze gaf aan vrouwelijke leidinggevenden bij Dura Vermeer, actief in een mannelijke werkomgeving. Daar wordt bewust in hen geïnvesteerd om hen te versterken en binnen te houden, omdat hun uitval de organisatie schaadt.

25

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 5 juni 2025

FKD

Datzelfde moet Amsterdam doen, investeren in mensen met perifere kennis en diverse achtergronden. In plaats van steeds opnieuw te onderzoeken of er blinde vlekken zijn, moet de gemeente actief gebruikmaken van de aanwezige kennis en talenten. Anders raken mensen structureel uitgeput en gaat er waardevolle maatschappelijke bijdrage verloren. Lid NAMANE (PvdA) erkent de belangrijke nationale en internationale context die mevrouw Elburg benoemt en vraagt welk advies zij de raad wil geven, niet alleen voor de huidige maatregelen, maar ook voor de komende jaren. ASTRID ELBURG benadrukt dat het hier vooral om ethiek gaat. Volksvertegenwoordigers moeten niet alleen beloftes doen en onderzoeken uitvoeren, maar ook laten zien dat ze het menen. Geloofwaardigheid is essentieel, burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat er echt iets gebeurt en niet alleen steeds nieuwe onderzoeken komen zonder actie. Ze merkt op dat binnen de gemeente Amsterdam vaak dezelfde, vaste partijen opdrachten krijgen, terwijl er veel waardevolle kennis en expertise buiten de organisatie aanwezig is, ook op academisch niveau. Daarom adviseert ze de raad om niet alleen intern te zoeken, maar ook buiten de organisatie te kijken en nieuwe, diverse deskundigen erbij te betrekken. Want als je blijft doen wat je altijd deed, krijg je ook alleen maar wat je altijd kreeg.

Lid KABAMBA (Lijst Kabamba) herhaalt dat er veel tijd verloren gaat doordat waardevolle mensen niet goed worden benut. Dit probleem speelt volgens haar niet alleen in Zuidoost, maar is een breder maatschappelijk vraagstuk. Ze vraagt mevrouw Elburg wat zij meegeeft voor andere afdelingen, zoals onderwijs en zorg, waar dit ook speelt. ASTRID ELBURG legt uit dat het onderwijs een belangrijke rol heeft omdat het moet erkennen dat er veel verschillende talenten zijn die nu over het hoofd worden gezien. Ook in de zorg is er een probleem, onderzoek toont aan dat mensen met een bi-culturele achtergrond soms anders en minder goed worden behandeld. Daarnaast speelt dit ook op de arbeidsmarkt en in andere domeinen waar discriminatie voorkomt. Ze benadrukt dat er al veel onderzoeken zijn die deze problemen aantonen, maar dat er weinig verandert. Dit roept vragen op over de geloofwaardigheid en professionaliteit van bestuurders en politici, die beloften doen maar zonder gevolgen niet echt uitvoeren wat nodig is. Lid BOBELDIJK (SP) verwijst naar een schoonmaakbedrijf in Twente dat inclusiviteitsmanagers heeft. Hierdoor blijft inclusie voortdurend op de managementagenda staan en wordt er structureel aan gewerkt. Hij vraagt of mevrouw Elburg ook meerwaarde ziet in zo’n aanpak voor de gemeente.

ASTRID ELBURG geeft aan dat het benoemen van doelen en streefcijfers belangrijk is, maar dat dit ook veel weerstand oproept. Er ontstaat vaak een tegenreactie. Mensen die in positie worden gebracht om verandering te realiseren, lopen een risico op burn-out en frustratie doordat ze vaak worden aangevallen door tegenstanders die spreken over positieve discriminatie. Daarom is het essentieel om deze mensen goed te versterken en te ondersteunen, zowel op persoonlijk vlak als vanuit leiderschap, zodat ze met die druk kunnen omgaan. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt of mevrouw Elburg nog korte oordelen of tips heeft over het gemeentelijke programma en de bestuursopdracht voor inclusie en diversiteit, en of daar iets anders in zou moeten. ASTRID ELBURG wil dat het thema inclusie en diversiteit niet draait om vooroordelen, maar om de voordelen van anders zijn. Ze gelooft niet in blinde vlekken, maar wel in het belang van anders handelen, andere keuzes maken en de verantwoordelijkheid die leiders daarin hebben. Ze vindt dat programma’s binnen de gemeente hier meer op moeten focussen. Volgens haar gaat het te vaak nog over vooroordelen, terwijl professionals juist de opdracht hebben om de publieke zaak te dienen en te laten zien dat het beter kan.

26

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 5 juni 2025

FKD

Lid KABAMBA (Lijst Kabamba) benadrukt dat de situatie in Zuidoost een spiegel is voor de hele stad, waarin 180 nationaliteiten samenleven. Zij ziet veel betrokkenheid en inzet van medewerkers, maar ook hardnekkige patronen van ongelijke waardering en een giftige werkcultuur. Ze onderstreept het belang van structurele steun voor medewerkers in sleutelposities, zodat zij niet uitvallen maar juist hun teams kunnen versterken. Ze vraagt hoe de aanbevelingen van mevrouw Elburg rond transparantie, werving en doorgroei concreet zijn vertaald. Zijn er inmiddels bi-culturele medewerkers via dit nieuwe beleid aangenomen of gepromoveerd? Wat doet het vernieuwde MT om inclusief leiderschap te borgen, bijvoorbeeld met verplichte sessies of duidelijke doelstellingen? Daarnaast wil lid Kabamba weten hoe schadelijk gedrag op de werkvloer wordt aangepakt, zoals ook door mevrouw Bajnath geadviseerd. Wat is hierin de rol van de ondernemingsraad, en wordt die inmiddels sterker betrokken via gezamenlijke trajecten met het MT? Tot slot vraagt zij wanneer de raad een concrete voortgangsrapportage kan verwachten, met resultaten, evaluaties en bewonersfeedback, zodat zichtbaar wordt of de ingezette koers ook echt werkt. Lid BOBELDIJK (SP) benadrukt dat inclusiviteit niet alleen een thema voor Zuidoost is, maar voor de hele gemeente.

Hij vindt het belangrijk om naar representativiteit en streefcijfers te kijken, maar stelt dat dat alleen niet voldoende is. Volgens hem verdient inclusie een vaste plek aan de managementtafel, zodat het structureel aandacht krijgt op het hoogste niveau van de organisatie. Als voorbeeld noemt hij het schoonmaakbedrijf Asito, waar inclusiviteitsmanagement een formele rol heeft binnen het leiderschap. Hij vraagt of een vergelijkbare aanpak ook binnen de gemeente voordelen kan opleveren, door inclusie als vast onderdeel van het dagelijks management te verankeren en zo de bewustwording en verantwoordelijkheid blijvend te versterken. Lid KHAN (DENK) stelt vast dat de problemen die in de rapporten naar voren komen, zoals structurele uitsluiting en sociale onveiligheid, al langer bekend zijn. Toch bieden de rapporten waardevolle aanknopingspunten voor verdere actie. Hij vraagt de wethouder ten eerste hoe zij aankijkt tegen het voorstel van mevrouw Bajnath om interventies voor het management verplicht te stellen, in plaats van vrijblijvend te laten. Ten tweede verwijst hij naar eerdere audits, waarin bleek dat de centrale stad te weinig heeft ingegrepen. Hij vraagt hoe de wethouder de rol van GMT en MT ziet bij een steviger, centrale aansturing. Tot slot wil hij weten hoe het college zorgt voor structurele borging.

Als monitoring uitwijst dat er blijvend sprake is van discriminatie of onveiligheid, ook binnen MT of GMT, wie wordt dan verantwoordelijk gehouden? En hoe wordt ervoor gezorgd dat het niet bij goede bedoelingen blijft, maar dat er blijvend verandering komt? Wethouder VAN BUREN wijst erop dat er vanuit de bredere bestuursopdracht voor inclusie en diversiteit al veel in gang is gezet binnen de gemeente. Voor het eind van het jaar volgt een voortgangsrapportage, waarin ook specifiek wordt teruggekomen op de situatie in Zuidoost en de vragen die hierover zijn gesteld. Ze erkent dat bijeenkomsten en interventies tot nu toe vaak op vrijwillige basis plaatsvonden, maar geeft aan dat de vrijblijvendheid er wat haar betreft af moet. Ze pleit nadrukkelijk voor verplichte deelname, vooral voor het management. Wat betreft de samenwerking met Stadsdeel Zuidoost geeft ze aan dat na de ontvangst van een anonieme brief er een bestuurlijk team is gevormd, waarin zijzelf en collega-wethouder Moorman actief deelnamen. Dat team is inmiddels opgeheven omdat het stadsdeel het vertrouwen krijgt om zelfstandig de juiste stappen te zetten.

27

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 5 juni 2025

FKD

De wethouder benadrukt dat Zuidoost een voorbeeldfunctie kan vervullen en dat het als een eer moet worden gezien om daar te mogen werken. Ze wijst verder op bestaande initiatieven zoals inclusief werven en selecteren, en het feit dat het Bureau Inclusie en Diversiteit direct onder de gemeentesecretaris valt, wat aangeeft hoe belangrijk dit thema wordt gevonden. Tot slot wijst ze op een aankomende expertmeeting over de bestuursopdracht, waar verdere toelichting en verdieping zal worden gegeven. Ze nodigt raadsleden uit daarbij aanwezig te zijn voor meer informatie en om hun vragen te stellen. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER concludeert aan dat het onderwerp op 9 juli in de gemeenteraad verder wordt besproken. Vervolgens geeft hij het woord aan de wethouder voor een procedurele gemeentemededeling. Hierbij is er ruimte voor commissieleden om een verduidelijkende, nietpolitieke vraag te stellen, die niet ten koste gaat van hun spreektijd. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er nog onduidelijkheid is over de aanpassing van de VMR te water. Zij belooft dat een verduidelijkende brief, die eigenlijk al bij de stukken had moeten zitten, uiterlijk dinsdag 10 juni via de dagmail wordt verstuurd. Zo kan het onderwerp alsnog in de raadsvergadering van die week worden behandeld en in stemming worden gebracht.

Lid HAVELAAR (CDA) vraagt of de wethouder in de toegezegde brief ook kan ingaan op de kostendekkendheid van de retributie. Volgens hem mogen retributies wettelijk niet winstgevend zijn en moet er een duidelijke relatie zijn tussen kosten en opbrengst. Hij noemt drie amendementen, lerarenbeurs, stoeptegelwippen, gratis OV voor kinderen, waarbij de dekking uit retributie lijkt te komen, wat volgens hem juridisch onjuist is. Hij verzoekt de wethouder dit punt juridisch te laten toetsen, zodat de raad woensdag goed geïnformeerd kan stemmen. Wethouder VAN BUREN zegt dit toe. TKN-LIJST TKN 1 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over lastenvergelijking inclusief erfpacht (VN2025-006110) is geannuleerd Coördinatie Inkoop TKN 1 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het toegankelijker maken van inkoop voor het MKB door eenvoudiger aanbesteden (VN2025-006062) Evenementen TKN 2 Kennisnemen van het concept Evenementenbeleid 2026 (VN2025-007383) SLUITING De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER sluit de vergadering om 12:48.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15701883/1