CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag FKD 03.07.2025.docx

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 11 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 3 juli 202528.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ze sluit zich aan bij het CDA over de betrokkenheid bij het onderzoek en wil een reflectie van de wethouder. Tot slot maakt ze zich zorgen over de volgende modules en vindt het moeilijk te accepteren dat de wethouder niet proactief informeert over problemen en kosten. Ze raadt haar aan dit te verbeteren.

32

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Lid GARMY (Volt) noemt AFIS niet alleen technisch mislukt, maar ook symptomatisch voor grote organisatieproblemen. Het systeem ging onder tijdsdruk live, terwijl risico’s nog niet waren opgelost en het systeem niet af was. Ondernemers wachtten lang op hun geld, de dienstverlening stokte, de hersteloperatie duurt voort en de kosten lopen flink op. De evaluatie wijst op een cultuur waarin signalen niet doorkomen, tegenspraak ontbreekt en verantwoordelijkheid versnipperd is. Medewerkers durven problemen niet te escaleren, wat leidde tot een late signalering. Eerdere rapporten riepen al op tot cultuurverandering, maar die blijft uit. De bestuurlijke reactie benoemt de lessen formeel, maar is te vrijblijvend. De wethouder kreeg pas na livegang volledig zicht op de problemen, maar leiderschap vraagt om actieve sturing en niet alleen informeren. Hij vraagt expliciet om een politieke reflectie van de wethouder, hoe kijkt ze terug, wat lag eraan ten grondslag, en wat had ze anders kunnen doen? Ook over de kosten is hij kritisch, begroot was 13 miljoen euro, nu is dat 45 miljoen euro en mogelijk meer. De wethouder moet duidelijk maken welke extra kosten mogelijk zijn en waarvan dat afhangt. AFIS is geen geïsoleerde crisis, het slokte capaciteit op en vertraagde vermoedelijk andere projecten. Hij wil weten wat hierdoor is blijven liggen of verslechterde.

Er zijn grote overeenkomsten met de AFS-implementatie uit 2017. De raad wil weten hoe de beloofde cultuurverandering nu concreet zichtbaar is en wie verantwoordelijkheid neemt voor het tijdig oppikken van signalen. Zolang deze vragen onbeantwoord blijven, blijft het probleem zich herhalen. Het rapport toont een patroon van systeemdruk boven zorgvuldigheid en reparatie achteraf in plaats van leiderschap vooraf. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vindt het evaluatierapport AFIS duidelijk en confronterend. Het implementatieproces wordt gekenmerkt door onderschatting van het belang, de impact en de problemen, en overschatting van de eigen ambtelijke inzichten. Het is ernstig dat de wethouder niet goed geïnformeerd werd, maar de bestuurlijke actie nadat de problemen bekend werden, wordt als adequaat beoordeeld. Dit geeft het college ruimte om verder te pakken. Ze is boos over de manier waarop dit belangrijke project is aangepakt. Een financieel systeem is een cruciaal fundament voor de organisatie, en problemen raken iedereen binnen en buiten de organisatie. Het project niet aanmerken als risicovol project noemt ze een grote fout. Ze is blij met de toezegging van de wethouder dat voortaan de impact bepalend wordt bij de beoordeling van risicovolle projecten, niet alleen regels.

De raadinformatiebrief stelt dat de belangrijkste conclusie is dat het programma niet goed gepositioneerd en ambtelijk aangestuurd was. Ze vindt dat belangrijk, maar benadrukt vooral het patroon van cultuurproblemen, gebrek aan eigenaarschap en gedrag dat tot de problemen leidde. Positionering alleen verandert dat gedrag niet. Ze vraagt de wethouder wat eraan gedaan gaat worden, gezien dit niet de eerste keer is dat cultuur en gedrag in ICT-projecten problemen veroorzaken. Ze vraagt ook hoe het leren van fouten nu echt wordt opgepakt, want er zijn telkens evaluaties maar de patronen blijven terugkomen. Dit roept vragen op over doelmatigheid, organisatie, besluitvorming en de controlerende rol van de raad zelf. Daarom stelt zij voor om het eerstvolgende Duisenberg-onderzoek te richten op deze leerlessen, zodat de raad er vanuit eigen perspectief naar kan kijken. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt Lid Van Pijpen om haar voorstel te verduidelijken, omdat hij niet helemaal begrijpt wat zij precies bedoelt met haar voorstel om naar de functie van de raad te kijken. Lid VAN PIJPEN legt uit dat ze voorstelt om in de volgende Duisenberg-rapportage te onderzoeken hoe de invoering van een of meerdere ICT-projecten verloopt, zoals gebruikelijk in de Duisenberg-rapportage. Daarbij hoort ook een beoordeling of de raad goed gepositioneerd is geweest om zijn controlerende taak uit te voeren.

Daarnaast vraagt zij opnieuw om inzicht in de voortgang van de overige AFIS-modules en hoe de raad daarover geïnformeerd wordt. Ze noemt dat er in de brief wordt gesproken over

33

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

een healthcheck van de begrotingsmodules en dat veel handmatig werk nog plaatsvindt. Ze wil weten of er duidelijke mijlpalen zijn en hoe die relevant zijn voor de raad, en op welke manier de raad daarvan op de hoogte wordt gesteld. Tot slot benadrukt ze nogmaals het belang van aandacht voor de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de implementatiepartner bij de uitvoering van het project. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat het goed is dat er onderzoek is gedaan en dat de wethouder adequaat reageerde toen de crisis aan het licht kwam. Hij benadrukt echter dat de ambtelijke organisatie veel fouten maakte, 50 procent van de medewerkers was niet getraind, de testen waren onvoldoende, er werd een te grote verandering ingezet en er werd niet tijdig geëscaleerd. Dit heeft ernstige gevolgen voor de reputatie bij bewoners en ondernemers. Hij vraagt waarom het project niet als risicovol is gekenmerkt. Verder uit hij grote zorgen over de status van de P&C-modules en vraagt hij de wethouder te bevestigen dat de begrotingsmodule goed doorlopen kan worden. Lid HAVELAAR (CDA) reageert dat hoewel er vaak niet over individuele ambtenaren wordt gesproken maar over het college, lid Schmit nu de hele ambtenarij in één zin bekritiseert zonder iets te zeggen over het college.

Hij vindt dat het college in dit debat nadrukkelijker betrokken moet worden en vraagt wat lid Schmit vindt van de rol van het college in de tekortkomingen die hij noemt. Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat de politiek zich ook mag uitspreken over de organisatie, omdat die uiteindelijk bewoners en ondernemers ondersteunt. Hij erkent dat de wethouder adequaat reageerde toen het probleem bekend werd, maar vraagt waarom het project niet eerder als risicovol werd beschouwd. Zijn zorgen richten zich nu op de P&C-module en of de begroting goed doorlopen kan worden. Hij vraagt of alle directies goed inzicht hebben in de begroting en lopende uitgaven, en of het einde van de extra kosten in zicht is. Voor de toekomst benadrukt hij de noodzaak van cultuurverandering binnen de organisatie, met speciale aandacht voor leiderschapsontwikkeling. Dit gaat volgens hem verder dan diversiteit en inclusie en omvat ook het durven aanspreken van elkaar en het tonen van eigenaarschap. Hij vraagt de wethouder om een update over de voortgang van deze leiderschapsontwikkeling en de volgende stappen die genomen worden. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of er inzicht kan komen in de extra kosten die nog te verwachten zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een raming of scenario’s. Ze vraagt of lid Schmit hiermee ook instemt.

Lid SCHMIT (D66) bevestigt dat hij dat inderdaad wil en vraagt de wethouder om een overzicht te maken van alle nog te verwachten kosten en dat met de raad te delen. Lid KROM (Partij voor de Dieren) benadrukt het belang van inzicht in mogelijke extra problemen en de bijbehorende kosten. Ze wijst erop dat de huidige kosten van 5,8 miljoen euro wellicht kunnen verdubbelen en vraagt om duidelijkheid over risico’s die nog in de pijplijn zitten, ook als die nog niet tot concrete problemen hebben geleid. Ze wil dat de raad veel beter geïnformeerd wordt over wat er nog kan komen. Lid SCHMIT (D66) sluit zich daarbij aan en vindt het verstandig dat de wethouder ook informeert over de update en voortgang van zowel de bestaande als de nog te implementeren modules. Lid KREUGER (JA21) merkt op dat D66 in maart al vragen had kunnen stellen over de regeling voor risicovolle projecten, en vraagt zich af waarom die vragen pas nu, na het rapport, worden gesteld. Lid SCHMIT (D66) reageert dat het nu, met het evaluatierapport en de inzichten die dat biedt, pas duidelijk is wat er precies is gebeurd.

34

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Lid KREUGER (JA21) vindt dat D66 aanvankelijk stevig en kritisch was tegenover de wethouder, maar dat die kritische houding steeds minder werd. Hij had van D66 juist een scherpere en stevigere oppositie verwacht, verwijzend naar vroegere fractieleden die volgens hem veel harder ingingen op de politiek. Hij vindt het jammer dat D66 nu vooral lijkt te knikken en minder kritisch is. Lid BILGIN (Forum voor Democratie) merkt op dat problemen vaak worden bedekt of niet formeel worden gerapporteerd, en dat er weinig verantwoordelijkheid wordt genomen. Hij vraagt zich af of er een diepgewortelde negatieve werksfeer is, misschien zelfs een angstcultuur, waarin goed functioneren bijna onmogelijk wordt gemaakt. Hij vindt het zorgelijk dat de eerste reflex van een medewerker bij een fout is om deze te verbergen en zelf op te lossen, zonder iets te escaleren. Ook ziet hij een duidelijke kloof tussen leidinggevenden en medewerkers, waarbij medewerkers moeite hebben om serieus genomen te worden wanneer ze problemen signaleren. Hij vraagt de wethouder in hoeverre zij zicht heeft op deze omgangsvormen en de werksfeer tussen de betrokkenen. Daarnaast wil hij weten of zij bij de implementatie van de lessen uit het rapport rekening houdt met mogelijke problemen in de werksfeer.

Hij benadrukt dat het niet voldoende is om simpelweg te vragen of mensen problemen vaker willen escaleren, maar dat er ook gekeken moet worden of medewerkers zich wel in staat voelen om dat te doen. Tot slot wijst hij erop dat halverwege het jaar de fractiebudgetten voor de Stadsdeelcommissie Nieuw-West nog niet zijn uitgekeerd. Hierdoor kunnen volksvertegenwoordigers hun controlerende taak niet goed uitvoeren, wat hij schandalig noemt. Hij doet een dringend beroep op de wethouder om te onderzoeken in welke stadsdelen dit probleem speelt en snel een passende oplossing te vinden. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat het goed is dat de evaluatie heeft plaatsgevonden, mede op voorstel van de raad. Ze geeft aan dat het onderzoek in korte tijd een duidelijk beeld heeft opgeleverd van de problemen bij AFIS, waaruit men kan leren en vooruit kan. Ze benadrukt ook dat het onderzoek door een onafhankelijk bureau is uitgevoerd, wat belangrijk is voor de objectiviteit. Wel erkent ze dat er uiteraard ook ruimte is voor hoor en wederhoor. Lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat het in het rapport lijkt alsof de afstemming tijdens het onderzoek veel verder ging dan enkel hoor en wederhoor, met bijvoorbeeld wekelijkse overleggen met het opdrachtgevende team, validatie in het college en overleg met de wethouder zelf.

Hij vraagt daarom hoe die intensieve afstemming zich verhoudt tot de opmerking van de wethouder dat het om een onafhankelijk onderzoek gaat. Wethouder VAN BUREN legt uit dat het onafhankelijke bureau medewerkers heeft geïnterviewd en deskresearch heeft gedaan, waarna een uitgebreide eerste rapportage is opgesteld die het college niet heeft gezien. Deze onderliggende rapportage is begeleid door mensen buiten het onderzoek om verduidelijking te vragen en de tekst helder te krijgen. Vervolgens heeft het college een samenvatting en een presentatie ontvangen om een bestuurlijke reactie voor te bereiden. Er zijn enkele verduidelijkingen gevraagd, maar het college heeft geen invloed gehad op de inhoud, omdat het een onafhankelijk onderzoek betreft. Hoor en wederhoor vonden plaats om te checken of de weergave klopte en om de scherpte in het rapport te verbeteren. De wethouder benadrukt dat zij enkel een bestuurlijke reactie moest formuleren. Lid BURGERS (VVD) vraagt door over het rapport, dat volgens hem voor een groot deel over het GMT gaat. Hij merkt op dat de CIO en de controller, die tot het GMT behoren, het rapport hebben aangestuurd en vraagt wat die aansturing precies inhield. Wethouder VAN BUREN legt uit dat de aansturing van het rapport bestond uit het projectteam dat de eerste validatie en verduidelijking verzorgde.

Twee stedelijk directeuren, die niet direct bij AFIS betrokken waren, werden erbij betrokken, waaronder de directeur bedrijfsvoering. Ze benadrukt opnieuw dat het een onafhankelijk rapport betreft en dat ze het

35

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

waardevol vindt, ook al wordt het hier in twijfel getrokken. Volgens haar is de kern van het probleem dat vanaf het begin de complexiteit en de risico’s van de verandering onderschat zijn. Ze geeft aan dat standaardisatie binnen een grote organisatie als deze altijd complex is. Ze verwijst naar de eerdere complexe implementatie van het AFS-systeem, waarbij men destijds ook dacht dat het eenvoudig zou zijn, terwijl het eigenlijk heel ingewikkeld bleek. Dit onderschatten van de complexiteit is volgens haar een belangrijke les uit het evaluatierapport. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt hoe het kan dat zo’n belangrijk systeem zo wordt onderschat, gezien de grote afhankelijkheid en het belang ervan. Wethouder VAN BUREN erkent dat de vragen van lid Krom en andere commissieleden terecht zijn en benadrukt dat het rapport ook over deze zaken gaat. Ze geeft aan dat het een belangrijke les is die aandacht verdient, vooral op het gebied van risicomanagement. Daarom is de oude regeling voor risicovolle projecten aangepast naar de regeling grote projecten, met als doel deelname eenvoudiger te maken. Omdat de verwachte kosten van 13 miljoen euro onder de oude drempel van 20 miljoen euro vielen, viel het project niet onder die regeling. Het college wil voortaan niet alleen naar de kosten kijken, maar ook naar de impact van projecten, zeker bij ITprojecten die altijd grote impact hebben.

Daarom gaan ze dit beter aanpakken. Lid KROM (Partij voor de Dieren) reageert dat het verlagen van de drempel niet helpt als de essentie niet wordt begrepen, het project is onderschat en die grondoorzaak moet eerst boven tafel komen om ervan te kunnen leren. Zonder dat blijft onduidelijk wat de echte les is. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat ze het met lid Krom eens is, het gaat niet alleen om het drempelbedrag van 20 miljoen euro, maar vooral om het daadwerkelijk herkennen van impactvolle projecten. Ze erkent dat het project ernstig is onderschat en dat het eigenaarschap ten onrechte niet bij de ambtelijke top lag. Hierdoor werden signalen dat het misging niet serieus genomen en bereikten die haar niet. Er is simpelweg veel misgegaan bij de implementatie, zoals ook het rapport duidelijk maakt. Lid KREUGER (JA21) wijst erop dat de wethouder zich te veel verschuilt achter die 20 miljoen euro. Hij benadrukt dat de regeling risicovolle projecten niet alleen over dat bedrag gaat, maar dat een project ook onder de regeling valt als het aan de meeste andere criteria voldoet. Hij vindt dat er niet te makkelijk achter die drempel moet worden weggedoken. Wethouder VAN BUREN reageert dat ze zich nergens achter verschuilt en dat ze juist benadrukt dat ook projecten onder de 20 miljoen euro risicovol kunnen zijn.

Ze zegt dat het college zich hier meer bewust van moet worden en dat ze dit ook onder de aandacht wil brengen. Lid KREUGER (JA21) wijst erop dat de wethouder zelf zei dat het project van 13 miljoen euro daarom niet onder de regeling viel, terwijl er volgens hem meerdere indicatoren zijn die bepalen of een project risicovol is. Hij vraagt opnieuw waarom de wethouder zich dan blijft verschuilen achter dat bedrag van 13 miljoen euro. Wethouder VAN BUREN legt uit dat destijds is gekozen om het project vanwege de inschatting van 13 miljoen euro niet onder de regeling risicovolle projecten te brengen, omdat de grens toen op 20 miljoen euro lag. Toen de implementatie van AFIS met een jaar werd uitgesteld, is nog overwogen om het project alsnog onder die regeling te plaatsen, maar dat is toen niet gedaan. Ze erkent achteraf dat dit beter geweest zou zijn en dat ze dit in de toekomst wel mee zullen nemen. Lid KREUGER (JA21) vraagt vervolgens of de wethouder zichzelf kwalijk neemt dat er toen niets is aangestuurd om het project wel onder de regeling te brengen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze zichzelf kwalijk neemt dat ze destijds vertrouwde op de bevestiging van de externe voorzitter van de stuurgroep, die stelde dat de

36

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

governance goed geregeld was. Hoewel het rapport stelt dat zij als wethouder adequaat heeft gehandeld, voelt zij zich wel persoonlijk verantwoordelijk en erkent ze dat ze beter had kunnen aansturen door het project onder de regeling grote projecten te brengen. Ze benadrukt dat ze continu reflecteert op wat beter had gekund en daarvan leert. Lid BURGERS (VVD) merkt op dat de wethouder verwees naar een gesprek met de voorzitter van de stuurgroep, maar dat in het rapport staat dat dit gesprek begin december 2023 plaatsvond, waarna zij hem een e-mail stuurde waarop pas een antwoord in december 2024 kwam. Hij vraagt zich af of die datum wel klopt. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het antwoord op haar e-mail niet een jaar later kan zijn gekomen, zij herinnert zich dat ze binnen enkele dagen antwoord kreeg en denkt dat de datum in het rapport niet klopt. Ze erkent dat er veel is misgegaan en voelt zich daarvoor verantwoordelijk. Ze is blij dat de crisis adequaat is opgepakt en prijst de inzet van collega's om ondernemers en leveranciers te beschermen, wat is gelukt. Hoewel de onderzoekers concluderen dat zij adequaat heeft gehandeld, voelt zij zich verantwoordelijk voor het verloop. De evaluatie laat zien dat haar vooral controle informatie werd gerapporteerd, zonder dat dilemma’s of risico’s aan haar werden voorgelegd, wat leidde tot verkeerde inschattingen.

Ze benadrukt het belang van betere toetsing van risicobeoordelingen door bestuurders en wil lessen uit het rapport serieus nemen. In de toekomst wil ze zulke projecten wel onder de regeling grote projecten brengen, ook als de kosten onder het budgetcriterium liggen. Ze erkent dat er ook een gedragsverandering nodig is in de organisatie, waarvoor structuren en aansturing aangepast moeten worden, waar al aan gewerkt wordt. Lid KREUGER (JA21) vraagt op welk organisatieniveau de grootste misstappen zijn gemaakt bij het project en waar het precies mis is gegaan binnen de organisatie. Wethouder VAN BUREN legt uit dat het project in de verkeerde laag van de organisatie is belegd, bij een directie financiën, die eigenlijk de andere directeuren had moeten aansturen. Uit de evaluatie blijkt dat dit soort projecten vanuit het gemeentelijk managementteam aangestuurd moeten worden. Lid KREUGER (JA21) vraagt welk salaris hoort bij de directie die verantwoordelijk was voor het project. Hij schat dat dit meer dan 10 duizend euro per maand is, en stelt de vraag of de wethouder vindt dat iemand met zo’n salaris mag worden verwacht het project goed te regelen, gezien de ernst van de situatie en het effect op de Amsterdammers.

Wethouder VAN BUREN geeft aan dat zij het exacte salaris van de betrokken directeur niet weet, maar benadrukt dat het probleem niet het salaris is, maar dat het project bij één directeur was belegd die de hele organisatie moest aansturen, terwijl het volgens het rapport beter in het gemeentelijk management team had moeten liggen. Lid HAVELAAR (CDA) vindt het terecht om te weten op welk functieniveau de inschattingsfouten zijn gemaakt waar de wethouder naar verwees. Hij vraagt daarnaast of zulke fouten passen bij het zwaartepunt van die functie, of dat er juist iets heel fundamenteel mis is gegaan. Wethouder VAN BUREN erkent dat het moeilijk is precies aan te wijzen waar de grootste fouten zijn gemaakt. Ze legt uit dat het project door veel lagen van de organisatie liep en dat ook de externe implementatiepartner fouten heeft gemaakt, terwijl je juist van hen deskundigheid verwacht. Ze benadrukt dat er continu signalen waren dat alles goed ging, terwijl dilemma’s en problemen niet werden gemeld. Volgens haar komt het rapport vooral tot de conclusie dat de sturing van het project verkeerd is gegaan, zonder dat één specifiek niveau volledig verantwoordelijk is aan te wijzen.

37

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat de wethouder overkomt als iemand die niet echt aan de knoppen zit en vooral vragen stelt die ook de raad stelt, zonder duidelijke antwoorden te geven. Hij vindt dat moeilijk omdat het lijkt alsof er veel mis is gegaan, iedereen zich wel verantwoordelijk voelt, maar niemand écht verantwoordelijkheid neemt. Hij mist scherpte in het debat en vindt dat de wethouder duidelijker moet zijn over wat er precies is misgegaan, in plaats van vaag te blijven en met algemene antwoorden te komen. Wethouder VAN BUREN erkent dat zij dezelfde vraag heeft, hoe het zo mis heeft kunnen gaan. Ze benadrukt dat het rapport daar nu meer inzicht in geeft, maar dat het proces nog niet afgerond is. Ze vindt het ingewikkeld om precies aan te wijzen welke mensen of ambtenaren verantwoordelijk zijn voor de fouten. Ze legt uit dat zij erop vertrouwde dat als een directeur rapporteerde dat alles op orde was, dat ook zo was. Ze erkent dat dit een probleem is dat aangepakt moet worden. Lid KROM (Partij voor de Dieren) benadrukt dat het niet gaat om individuele schuldigen, maar om te begrijpen hoe het zo mis heeft kunnen gaan. Ze stelt dat de wethouder eigenlijk niet precies weet wat er fout is gegaan, wat kan betekenen dat de evaluatie nog niet afgerond is of niet goed is uitgevoerd.

Er lijkt sprake te zijn van een systeemprobleem, er zijn verschillende redenen genoemd, zoals het ontbreken van gemaakte keuzes, onwetendheid over fouten en een te grote scope voor de directeur. Uiteindelijk is het onduidelijk wat precies de oorzaak van het falen is. Wethouder VAN BUREN erkent dat er duidelijk iets mis is gegaan in de sturing en structuur van het project, wat ook in het rapport wordt bevestigd. Dit probleem zit vooral bij het management. Daarnaast wijst zij op een dieperliggend cultureel en organisatorisch vraagstuk. Het gaat niet alleen om het specifieke project, maar om bredere problemen binnen de organisatie. Het is belangrijk dat de basis, inclusief rollen en sturing, beter op orde wordt gebracht. Lid KREUGER (JA21) vraagt concreet wat er precies misging. Wethouder VAN BUREN reageert dat het rapport duidelijk aangeeft dat er iets misging in de sturing, dat het project op de verkeerde plekken in de organisatie was belegd en dat belangrijke dilemma’s niet aan haar zijn voorgelegd. Lid KREUGER (JA21) wil precies weten wat er misging in de sturing, omdat hij het antwoord van de wethouder te vaag vindt. Wethouder VAN BUREN legt uit dat er in de sturing van het project iets fundamenteel misging doordat dilemma’s niet werden gemeld, men gaf niet aan dat het project niet klaar was voor implementatie.

Daarnaast wijst zij op problemen in de organisatiecultuur en verkokering, waardoor de basis niet goed op orde was. Volgens haar is het essentieel om de relatie tussen beleid en uitvoering te versterken, en het college hecht daar veel waarde aan. Lid ASRUF (PvdA) benadrukt dat wethouder Van Buren wel heeft ingegrepen toen dat nodig was, vooral door de verantwoordelijkheid voor het project tijdens de crisis bij de stedelijk directeur neer te leggen. Volgens hem ligt daarin juist de noodzakelijke actie om problemen aan te pakken, en daaruit kunnen belangrijke lessen worden getrokken voor de toekomst. Wethouder VAN BUREN stelt dat ze adequaat heeft gehandeld tijdens de crisis, de raad tijdig heeft geïnformeerd en verantwoordelijkheid neemt voor wat er binnen de organisatie misging. Ze benadrukt echter dat zij als wethouder de organisatie niet direct aanstuurt, maar dit samen met het management moet doen. Lid BURGERS (VVD) merkt op dat het rapport ook aangeeft dat het GMT de wethouder meerdere keren niet heeft geïnformeerd. Hij vraagt daarom hoe het beleggen van

38

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

verantwoordelijkheid bij het GMT een oplossing kan zijn als juist dat team de wethouder niet informeert. Wethouder VAN BUREN erkent dat het GMT de wethouder aanvankelijk niet informeerde en dat bestuurlijke escalatie te laat plaatsvond. Ze meldt dat er momenteel een werving- en selectieprocedure loopt voor een nieuwe gemeentesecretaris, waarbij een organisatie ontwikkelopdracht wordt meegegeven gericht op cultuuromslag en verbetering van de organisatie. Na het reces volgt een raadsinformatiebrief hierover, en de wethouder en de burgemeester willen graag in gesprek met de raad hierover. Lid KROM (Partij voor de Dieren) stelt dat de raad al twee jaar om een plan van aanpak voor houding en gedrag vraagt. Ze vindt dat er in die tijd te weinig is gebeurd, want anders was zo’n nieuwe opdracht voor de gemeentesecretaris nu niet nodig geweest. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat er wel degelijk stappen zijn gezet. Ze verwijst naar een bestuursopdracht rond inclusie en diversiteit, waar binnenkort een voortgangsbrief over verschijnt. Daarnaast is er een leiderschapsprofiel opgesteld en een MD-traject doorlopen. Ook is de burgemeester erbij betrokken, mede vanwege het vertrouwen tussen burger en overheid. Ze benadrukt dat dit een langlopend proces is en dat er regelmatig updates en voortgangsinformatie aan de raad worden gegeven, onder andere via de commissie FKD.

Verder geeft ze aan dat er momenteel een healthcheck wordt uitgevoerd op de begrotingsmodule, omdat die nu nog veel handmatig werk vereist. Kostenramingen zijn al gedeeld, en eventuele wijzigingen worden direct gecommuniceerd met de raad. Lid KREUGER (JA21) vraagt of de wethouder niet te eenzijdig is gefocust op diversiteit en inclusie, terwijl ook andere aspecten van cultuurverandering, zoals houding en gedrag, onvoldoende aandacht krijgen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze het daar niet mee eens is. Volgens haar hoort houding en gedrag juist bij dat bredere cultuurbegrip, inclusief omgangsvormen, vertrouwen en leiderschap. Lid BURGERS (VVD) geeft aan nog geen duidelijk antwoord te hebben gekregen op de vraag waarom de wethouder, ondanks eerdere waarschuwingen van de gemeenteraad over een cultuur van geen eigenaarschap, niet eerder actiever is gaan toezien op het project AFIS. Wethouder VAN BUREN erkent dat ze vaker had moeten doorvragen en dat het project AFIS beter onder de regeling grote projecten had moeten vallen. Ze zegt dat ze regelmatig haar staf hierover heeft geraadpleegd, maar achteraf gezien vindt ze dat ze strenger had moeten zijn. Lid BURGERS (VVD) wijst erop dat het rapport concludeert dat de wethouder meer had kunnen doen om de problemen, zoals extra kosten, betalingsachterstanden en reputatieschade, te voorkomen.

Hij vraagt waarom zij, ondanks dat de slechte cultuur bij haar bekend was, zich niet beter heeft laten informeren en actiever is opgetreden. Wethouder VAN BUREN zegt dat zij zich verbaast over de bewering dat zij alles had kunnen voorkomen, want volgens het rapport was dat niet mogelijk. Ze benadrukt dat ook de implementatiepartner mede verantwoordelijk is voor de problemen en dat deze partij eerder en duidelijker had moeten adviseren en escaleren. Daarom wordt nader onderzoek gedaan naar de aansprakelijkheid van de implementatiepartner en worden mogelijke juridische stappen overwogen, ook om kosten te verhalen. Lid GARMY (Volt) merkt op dat de cultuurverandering telkens weer wordt uitgesteld. Ondanks herhaalde aanbevelingen van de Rekeningencommissie, komt er steeds alleen het vooruitzicht dat een nieuwe gemeentesecretaris er mee aan de slag gaat, zonder duidelijkheid

39

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

over wanneer er concrete stappen volgen. Dit voelt vrijblijvend en onvoldoende, en hij vraagt de wethouder om meer reflectie op deze situatie. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat cultuurverandering geen vrijblijvend proces is, maar juist tijd kost vanwege de complexiteit van de organisatie met 58 directies en 22.000 medewerkers. Ze onderstreept dat het begint bij het voorbeeld van het college en dat er al veel is ingezet, zoals leiderschapstrajecten en gerichte werving en selectie. Volgens haar raakt cultuurverandering de hele organisatie en is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het college en de burgemeester, niet alleen van haar als wethouder P&O. Lid GARMY (Volt) vraagt de wethouder om concreet twee of drie punten te noemen waarin zij vindt dat ze beter had kunnen handelen, vooral in het licht van eerdere adviezen over cultuurverandering en de problemen rond AFIS. Hij wil graag een duidelijke en concrete zelfreflectie van de wethouder, omdat hij nu alleen wat vage opmerkingen hoort. Wethouder VAN BUREN reflecteert dat ze zich beter had moeten laten informeren en het project onder de regeling grote projecten had moeten plaatsen, ondanks het advies dat dat niet nodig was.

Daarnaast geeft ze aan dat ze misschien harder had moeten optreden bij nietfunctionerende directeuren, maar benadrukt dat ze als wethouder de organisatie niet direct aanstuurt, waardoor haar invloed beperkt is. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt wat volgens de wethouder de kernpunten zijn van de cultuurverandering die de nieuwe gemeentesecretaris moet aanpakken, zodat problemen zoals nu voorkomen worden. Ze benadrukt dat het grootste probleem niet zozeer de aansturing is, maar het gebrek aan eigenaarschap en de cultuur binnen de organisatie, en dat cultuurverandering tijd kost. Ze wil weten wat de wethouder daarvan vindt en hoe die dit in de opdracht voor de nieuwe gemeentesecretaris verwerkt. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de analyse van het probleem helder is en dat het college hier samen aan werkt. Volgens haar draait alles om goed leiderschap en het creëren van eigenaarschap, waarbij medewerkers de ruimte krijgen om problemen te escaleren. Ze benadrukt het belang van een integrale blik en samenwerking tussen verschillende directies, met het doel steeds het belang van de stad voor ogen te houden. Deze inzichten worden verwerkt in de opdracht voor de nieuwe gemeentesecretaris, waar ze binnenkort verder over in gesprek gaan.

Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) benadrukt dat het publieke belang centraal moet staan, vooral omdat het gaat om gemeenschapsgeld dat zorgvuldig besteed moet worden. Ze wijst erop dat eigenaarschap hierbij cruciaal is. Volgens haar is de nonchalance, het onderschatten van problemen en het overschatten van eigen kunnen, zoals in dit proces is gebeurd, absoluut niet in het publieke belang. Ze vindt dat dit heel duidelijk moet worden onderstreept. Lid KREUGER (JA21) vraagt naar de mening van de wethouder over haar eigen eigenaarschap en leiderschap. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze het lastig vindt om over zichzelf te spreken, maar stelt dat ze volgens het rapport goed heeft gehandeld, vooral doordat de crisisorganisatie adequaat is opgepakt. Lid KREUGER (JA21) merkt op dat de wethouder zichzelf reflectief noemt, maar vraagt opnieuw hoe zij haar eigen eigenaarschap en leiderschap beoordeelt. Hij stelt dat geen enkele wethouder in het college zo vaak achter de feiten aanloopt als zij en vraagt wat zij daarvan vindt. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat misschien geen enkele wethouder in het college zulke ingewikkelde problemen moet aanpakken als zij. Ze zegt het niet te schuwen, juist open en transparant te zijn over de problemen en ze actief op te pakken. Ze benadrukt dat ze niet wegduikt voor moeilijke kwesties, zoals ook het afvalprobleem in de stad.

40

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Lid KREUGER (JA21) vraagt of de wethouder bedoelt dat ze niet wegduikt voor problemen, of dat ze het eigenlijk gewoon niet aankan omdat het te zwaar voor haar is. Wethouder VAN BUREN antwoordt kort dat ze niet wegduikt voor problemen, maar gaat verder niet in op de vraag. Lid KREUGER (JA21) merkt op dat de wethouder geen antwoord geeft op de vraag of het te zwaar of te hoog gegrepen voor haar is, terwijl hij vindt dat ze daar wel op moet ingaan. Lid BURGERS (VVD) verwijst naar het rapport waarin staat dat de wethouder grondiger afspraken had kunnen maken met de ambtelijke organisatie over hoe zij geïnformeerd wilde worden, en vraagt de wethouder daarop in te gaan. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze steeds gevraagd heeft naar de voortgang van AFIS en steeds te horen kreeg dat alles goed liep. Ze erkent dat ze voortaan nog beter moet doorvragen. Ze vindt het lastig om precies te weten hoe ze dat beter kan doen, maar benadrukt dat voortaan het doorvragen scherper moet en dat collega-wethouders dat ook zouden moeten doen. Lid BURGERS (VVD) benadrukt dat de frustratie begrijpelijk is, maar wijst erop dat het rapport herhaaldelijk stelt dat de lessen uit 2017 bestudeerd hadden moeten worden voor de start van het nieuwe project. Dit had mogelijk problemen kunnen voorkomen.

Wethouder VAN BUREN legt uit dat het verschil met eerdere projecten is dat nu een nieuw systeem geïmplementeerd wordt in plaats van 22 systemen samengevoegd. Er is een implementatiepartner, Cap Gemini, betrokken en ze heeft continu de lessen uit het verleden meegenomen, waaronder het uitstellen van de implementatie met een jaar om problemen te voorkomen. Ze erkent dat het inzicht in projecten nog niet volledig is vanwege moeilijkheden met de volledigheid van data en koppelingen, bijvoorbeeld tussen het systeem AFIS en de urenregistratie. Er zijn correcties nodig vanwege fouten in de facturatie en personeelskosten die nog beter gekoppeld moeten worden. De organisatie werkt hard aan het verbeteren van de informatievoorziening en de financiële projectbeheersing. Ze zal de raad op de hoogte houden van de voortgang. Lid GARMY (Volt) vraagt om duidelijkheid over mogelijke extra kosten en waar die van afhangen, omdat eerdere antwoorden te vaag waren. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat zij de raad al een kostenraming heeft gestuurd op basis van wat nu bekend is. Er wordt nog een controle uitgevoerd op de begrotingsmodule. Als daar extra kosten uitkomen, informeert zij de raad in september. Ze kan nu geen extra kosten voorspellen, maar belooft direct te communiceren als er iets verandert.

Lid BILGIN (Forum voor Democratie) vraagt of de wethouder zicht heeft op een mogelijke angstcultuur binnen de betrokken afdelingen en herhaalt daarnaast zijn vraag over fractiebudgetten. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat zij geen zicht heeft op een angstcultuur en dat dit ook niet uit het rapport blijkt. Mensen waren volgens haar vooral erg zelf oplossingsgericht en soms te optimistisch. Ze verwijst wel naar eerdere rapporten van Verwey-Jonker die op andere problemen binnen de gemeente wijzen, waarop acties zijn ingezet. Over het fractiebudget NieuwWest zegt zij dat dit niet bij AFIS ligt, maar bij de griffie van het stadsdeel, en dat daar contact over is.

41

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Lid BILGIN (Forum voor Democratie) geeft aan dat het fractiebudget toch wel bij AFIS ligt, want het was al in februari beloofd maar is eind juni nog niet ontvangen, ondanks herhaaldelijke verzoeken bij de stadsdeelafdeling. Over de angstcultuur vraagt hij of die echt niet bestaat, of dat het onderwerp simpelweg niet diepgaand genoeg onderzocht is. Hij suggereert dat een verdiepend onderzoek nodig is, omdat meerdere leden al vragen hierover stelden en het volgens hem een belangrijk onderdeel is van een mogelijke oplossing. Wethouder VAN BUREN zegt dat het onderzoek onafhankelijk is uitgevoerd met vertrouwelijke en anonieme interviews, waardoor een eventuele angstcultuur waarschijnlijk aan het licht zou zijn gekomen. Ze heeft zelf geen signalen van een angstcultuur gezien en het rapport vermeldt dit ook niet, maar sluit het niet volledig uit. Daarnaast meldt ze dat er binnen de gemeente meerdere meldingsmogelijkheden zijn voor problemen. Over het fractiebudget zegt ze toe uit te zoeken wat er precies aan de hand is, omdat ze daar nu geen duidelijkheid over heeft. Lid GARMY (Volt) vraagt aan de wethouder om een duidelijke toezegging dat er uiterlijk 31 december 2025 een concreet plan van aanpak voor cultuurverandering klaar is, zoals aanbevolen door de Rekeningencommissie.

Hij benadrukt dat de raad niet alleen geïnformeerd wil worden over de voortgang, maar dat het plan echt voor die deadline geregeld moet zijn, zeker gezien de lange looptijd van de discussie hierover. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat na de zomer een opdrachtformulering komt waaruit een concreet plan van aanpak voor cultuurverandering voortvloeit. Ze wil toezeggen dat dit plan er uiterlijk op 31 december 2025 zal zijn, maar de inhoud daarvan moet nog worden besproken. Lid GARMY (Volt) vraagt vervolgens naar de zogenaamde schaduwkosten, omdat het project veel capaciteit van de organisatie heeft gevraagd, wil hij weten wat daar precies onder geleden heeft, zoals vertraagde projecten of andere gevolgen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er voor zover zij weet geen projecten vertraagd zijn door de extra inzet. Er zijn extra mensen ingehuurd, vooral voor taken zoals crediteurenadministratie en het opstellen van de voorjaarsnota en begroting. Ze prijst de inzet van deze medewerkers, die ondanks de druk hard werken. Wel was er tijdelijk een lichte vertraging in de facturenstroom tijdens de meivakantie, maar dat vond ze begrijpelijk omdat mensen ook recht hebben op vakantie. Lid BURGERS (VVD) vraagt wie bestuurlijk verantwoordelijk is voor de cultuurverandering, omdat de wethouder meerdere keren de burgemeester noemde.

Wethouder VAN BUREN legt uit dat er geen aparte wethouder voor cultuurverandering is, maar dat het college daar gezamenlijk verantwoordelijk voor is. Zijzelf als wethouder P&O en de burgemeester dragen de verantwoordelijkheid, waarbij de burgemeester de gemeentesecretaris aanstuurt. De wethouder benadrukt dat het een gezamenlijke taak van het hele college is en dat zij samen met de burgemeester de raadsinformatiebrief zullen ondertekenen. Lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat het debat gevoelig en omvangrijk is. Hij stelt voor om iedereen een extra minuut spreektijd te geven, zodat ook hij en lid Van Pijpen in de tweede termijn kort iets kunnen zeggen. Hij vindt dit belangrijk om te voorkomen dat het volgende week in een overvolle raad onzorgvuldig en gehaast verloopt vanwege tijdgebrek. Lid ASRUF (PvdA) wijst erop dat lid Havelaar al vaker extra spreektijd heeft gevraagd en dat dit geen standaard zou moeten worden voor toekomstige debatten.

42

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

De VOORZITTER benadrukt het belang van een volledig debat, maar erkent de vermoeidheid over de frequente verzoeken van het CDA, en besluit om één extra minuut spreektijd toe te kennen, maar benadrukt dat dit strikt wordt gehandhaafd voor iedereen. Lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat vrijwel iedereen in het debat onder vuur ligt, maar de wethouder steeds aangeeft goed gehandeld te hebben. Hij vindt het lastig dat de wethouder niet duidelijk aangeeft wat bestuurlijke verantwoordelijkheid voor haar betekent en twijfelt of zij niet zelf deel uitmaakt van de problematische cultuur. Hoewel zij zich presenteert als degene die problemen aan het licht brengt, schuift ze financiële problemen vier jaar vooruit en legt de cultuurverandering bij de nieuwe gemeentesecretaris neer. Daarom vraagt hij de wethouder dringend om concreet te benoemen hoe zij haar bestuurlijke verantwoordelijkheid invult en moedigt haar aan hier open over te spreken. Lid ASRUF (PvdA) uit zijn irritatie over de bijdrage van lid Havelaar. Hij vindt dat lid Havelaar een karikatuur schetst en geen recht doet aan het debat van anderhalf uur waarin de wethouder haar reflectie en verantwoordelijkheid heeft getoond. Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat de wethouder vanaf het begin verantwoordelijkheid heeft genomen, een crisisorganisatie heeft ingezet en open is geweest naar de raad over de problemen.

Lid HAVELAAR (CDA) benadrukt dat het handelen van de wethouder na 20 januari bestuurlijk juist wordt genoemd in het rapport, maar vindt dat de wethouder zich onterecht buiten schot houdt. Volgens hem schuift de wethouder financiële consequenties en de cultuurverandering door naar anderen, zoals de nieuwe gemeentesecretaris, en dat vindt hij problematisch. Lid SCHMIT (D66) constateert dat lid Havelaar niet goed heeft geluisterd. Hij wijst erop dat de wethouder wel degelijk verantwoordelijkheid neemt voor cultuurverandering en leiderschapsverandering, en vindt het oneerlijk dat hij daar niet op reageert in zijn extra spreektijd. Lid ASRUF (PvdA) brengt een punt van orde in en noemt het gedrag van lid Havelaar laag, omdat hij in een lang debat extra spreektijd krijgt om vervolgens een conclusie te trekken die niet past bij het gevoerde gesprek. Lid KREUGER (JA21) noemt de kritiek op lid Havelaar een kolderredenering en steunt zijn betoog volledig. Hij benadrukt namens zijn fractie dat er wel degelijk consequenties moeten komen voor de situatie die ze een puinhoop noemen, en dat ze zich daar verder over gaan beraden. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) benadrukt dat het essentieel is dat de gemeentesecretaris aan de slag gaat met verandermanagement, iets wat hard nodig is binnen de organisatie.

Ze verwacht een heldere opdracht en analyse over de gewenste cultuurverandering, omdat dit de basis is om daadwerkelijk verandering door te voeren. Volgens haar is deze cultuurproblematiek ook een belangrijke oorzaak van de problemen met AFIS. Wethouder VAN BUREN reageert dat ze vooral het rapport heeft geciteerd en zelfreflectie heeft getoond, inclusief wat ze beter had kunnen doen. Ze begrijpt niet waarom er wordt gezegd dat ze niet over zichzelf wil praten. Ze vindt het niet gepast om zichzelf als geweldige leider te presenteren, maar benadrukt dat ze zich wel duidelijk verantwoordelijk voelt en dat ook is. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken is in de commissie. Het onderwerp zal in de raadsvergadering van 9 juli verder worden besproken.

43

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat zijn eerste alinea in zijn tweede termijn harder is overgekomen dan bedoeld. Hij had twee extra alinea’s geschreven, maar die ingekort. Hij wil benadrukken dat hij sommige punten te vrijblijvend vond, maar biedt zijn excuses aan als dat te hard overkwam. TOEGEVOEGD AGENDAPUNT Personeel en Organisatie 10. Kennisnemen van de uitkomsten inspectie Arbeidsinspectie aan de gemeente Amsterdam (VN2025-009635) Lid KROM (Partij voor de Dieren) benadrukt dat houding en gedrag een terugkerend probleem is binnen meerdere dossiers van de wethouder, zoals AFIS, de bestuursopdracht inclusie en de onrechtmatigheden. Ze ziet drie verweven uitdagingen, diversiteit, racisme/pestgedrag/uitsluiting op de werkvloer, en een cultuurprobleem rondom houding en gedrag. Ze vraagt of de wethouder deze samenhang ook erkent en meer integrale aanpak wil toepassen. Ze uit haar zorgen dat de gemeente de lastige kern van de problemen uitstelt door zich te richten op randzaken en plannen op papier, zonder daadkrachtige uitvoering. Ze wijst erop dat er in december al gewaarschuwd werd dat er geen louter plannen moeten komen zonder uitvoering, maar dat de planning nu pas halverwege het jaar wordt aangekondigd en deze niet gehaald is.

Ze vraagt om uitleg hoe het aangekondigde plan van aanpak en de organisatie ontwikkelopdracht zich tot elkaar verhouden. Daarnaast vindt ze het onbegrijpelijk dat, ondanks aanbevelingen van de arbeidsinspectie om risico’s op ongewenst gedrag in kaart te brengen op afdelings- en niveauniveau, dit nog niet gebeurd is. Ze sluit af met haar teleurstelling over het gebrek aan vooruitgang, wat gevolgen heeft voor medewerkers en Amsterdammers in de dienstverlening. Lid KREUGER (JA21) waardeert de bijdrage van de Partij voor de Dieren en erkent de problemen rond houding en gedrag binnen de organisatie. Hij vraagt zich echter af waarom er zo’n sterke nadruk ligt op de inclusie- en diversiteitsagenda, met strenge maatregelen voor werving en selectie op basis van afkomst en etniciteit, terwijl het volgens hem vooral zou moeten gaan om het verbeteren van houding en gedrag. Zijn belangrijkste vraag aan de wethouder is of die diversiteitsmaatregelen wel nodig zijn als het interne gedrag binnen de organisatie gewoon op orde zou zijn. Lid BURGERS (VVD) benadrukt dat het rapport van de arbeidsinspectie tekortkomingen signaleert zoals het ontbreken van heldere gedragsregels, onvoldoende risico-inventarisaties en gebrekkige opvolging van meldingen. Dit schaadt het welzijn van ambtenaren en het imago van de gemeentelijke dienstverlening.

Hij vraagt welke concrete maatregelen de wethouder gaat nemen om aan de wettelijke eisen te voldoen en hoe dit gemonitord wordt. Lid GARMY (Volt) sluit zich aan bij de kritiek van de Partij voor de Dieren en uit frustratie over de traagheid van de veranderingen, ondanks steeds nieuwe onderzoeken met dezelfde conclusies. Hij vraagt hoe de wethouder dit rapport gaat gebruiken om het proces te versnellen en resultaten voor het eind van het jaar te behalen. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) benadrukt het belang van het gesprek over de conclusies van de arbeidsinspectie, vooral gezien de eerdere discussies over gerelateerde thema’s als racisme, uitsluiting en pestgedrag. Ze onderschrijft de bestuursopdracht diversiteit en inclusie,

44

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

maar vraagt hoe deze opdracht bijdraagt aan het voldoen aan de eisen van de arbeidsinspectie. Ze wijst op het belang van urgentie als motor voor verandering en vraagt welke effecten de inspectierapporten hebben gehad op de organisatie, en of dit leidt tot een versnelde uitvoering van maatregelen en veranderingen in de timing daarvan. Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat de gemeente als werkgever het goede voorbeeld moet geven door zich aan de arbeidswetten te houden, net zoals van externe partijen wordt verwacht. Hij maakt zich grote zorgen over de onvolledige registratie en afhandeling van meldingen van ongewenst gedrag, een probleem dat door de arbeidsinspectie is bevestigd. Hij onderstreept de urgentie om aan cultuur en leiderschap te werken, met aandacht voor het durven aanspreken van elkaar op gedrag. Hij vraagt de wethouder of de problemen zich beperken tot specifieke afdelingen of dat het een organisatie-breed probleem is, en welke termijn zij voor ogen heeft om de geconstateerde punten van de arbeidsinspectie op te lossen. Lid ASRUF (PvdA) brengt namens lid Namane in dat de gemeente er naar moet streven om de allerbeste werkgever te zijn, ondanks dat er nog veel werk aan de winkel is, zoals uit diverse onderzoeken blijkt. Hij geeft aan dat wethouders zich met de bestuursopdracht hard inzetten om de gemeente een veiligere en prettigere werkplek te maken.

De wethouder wil volgens hem met de aanbevelingen van de arbeidsinspectie aan de slag om medewerkers beter te beschermen tegen ongewenst gedrag, wat logisch is. Er is vertrouwen dat de gemeente aan de eisen van de inspectie zal voldoen. Zijn vraag is of de wethouder naast de bestaande acties nog extra of aanvullende maatregelen gaat nemen naar aanleiding van het rapport. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat het college als uitgangspunt heeft een veilige en inclusieve werkomgeving te creëren waar iedereen zichzelf kan zijn. Ongeveer een jaar geleden is het Verwey-Jonker onderzoek uitgevoerd, waaruit bleek dat er veel werk te verzetten is rondom discriminatie en ongewenst gedrag binnen de gemeente. Dit onderwerp krijgt een hoge prioriteit en werd recent ook bevestigd in het AFIS-rapport. De arbeidsinspectie onderzocht vervolgens of de gemeente voldoende doet om medewerkers te beschermen tegen ongewenst gedrag en gaf op 6 juni haar bevindingen door. Hoewel er stappen in de goede richting zijn gezet, moet er nog veel gebeuren. Deze uitkomsten komen overeen met eerdere onderzoeken. De wethouder benadrukt dat alles met elkaar samenhangt, pestgedrag, veiligheid, inclusie en diversiteit worden integraal aangepakt.

Ze erkent dat er institutioneel racisme en ongewenst gedrag bestaat binnen de organisatie en geeft aan dat cultuurverandering een kwestie van lange adem is, die niet van de ene op de andere dag gebeurt. De bestuursopdrachten rondom inclusie en diversiteit zijn al in uitvoering, al zijn de effecten daarvan nog niet zichtbaar in het inspectierapport. Voor het reces zal zij rapporteren over de voortgang. Concreet worden onder andere de gedragscode voor ambtenaren herzien en de meldketen versterkt. Hiervoor werkt P&O samen met de afdeling Inclusie en Diversiteit en Bureau Integriteit. De gemeente streeft ernaar om uiterlijk 10 december aan alle eisen van de arbeidsinspectie te voldoen. Lid KREUGER (JA21) vraagt of er binnen de organisatie ooit mensen ontslagen zijn of sancties zijn opgelegd vanwege racisme. Wethouder VAN BUREN meldt ze dat er sancties zijn opgelegd, maar dat ontslag op staande voet lastig is. Ze bevestigt dat het college werkt aan een veilige en inclusieve werkomgeving. De bevindingen van de arbeidsinspectie sluiten aan bij eerdere onderzoeken, er zijn stappen gezet, maar er is nog veel te doen. De bestuursopdracht diversiteit en inclusie wordt integraal uitgevoerd en raakt ook aan pestgedrag en sociale veiligheid. Een cultuurverandering kost tijd, maar de ingezette koers is volgens haar juist.

Voor het reces volgt een voortgangsrapportage met onder meer informatie over de herziene gedragscode en verbeterde meldstructuur. De gemeente voldoet uiterlijk 10 december aan de eisen van de arbeidsinspectie.

45

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Tot slot legt ze uit dat inclusief werven gericht is op een bredere sollicitantenpool, zonder concessies aan kwaliteit. Lid KREUGER (JA21) wijst op de grote problemen met houding en gedrag binnen de organisatie en vraagt zich af waarom er dan gekozen wordt voor wat hij een paardenmiddel noemt, zoals het inzetten van een voorkeursbeleid op afkomst en etniciteit. Volgens hem zou de focus eerst moeten liggen op het verbeteren van gedrag en omgangsvormen. Hij vraagt de wethouder of het niet logischer is om eerst dat aan te pakken voordat zulke ingrijpende maatregelen worden genomen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat juist de problemen met leiderschap en veiligheid onderstrepen hoe belangrijk het is om zorgvuldig te werven. Ze benadrukt dat de gemeente geen quota hanteert, dat is voorbehouden aan het Rijk, maar werkt met een voorkeursbeleid. Dit beleid richt zich op het vergroten van de diversiteit in sollicitaties, zodat meer mensen uit verschillende achtergronden zich uitgenodigd voelen te reageren. Uiteindelijk gaat het nog altijd om de beste kandidaat, maar wel met een eerlijker en inclusiever selectieproces waarbij iedereen gelijke kansen krijgt.

Lid KREUGER (JA21) vraagt waarom in vacatures, zoals die voor de gemeentesecretaris, niet simpelweg wordt aangegeven dat de voorkeur uitgaat naar de beste kandidaat, maar in plaats daarvan wordt vermeld dat de voorkeur uitgaat naar een kandidaat van buiten-Europese afkomst. Hij vindt dat opmerkelijk, zeker gezien de problemen rond houding en gedrag binnen de organisatie, en vraagt zich af of dit soort voorkeursbeleid dan wel de juiste oplossing is. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat in de vacaturetekst voor de gemeentesecretaris vooral is opgenomen dat mensen van buiten-Europese afkomst expliciet worden uitgenodigd om te solliciteren. Ze weet niet precies wat er letterlijk stond, maar stelt dat het doel is om een bredere groep aan te spreken. De term buiten-Europese afkomst is afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek en wordt daarom ook door de gemeente gehanteerd. Ze benadrukt opnieuw dat niemand wordt uitgesloten en dat altijd de beste kandidaat wordt geselecteerd. Lid BILGIN (Forum voor Democratie) herinnert zich een eerder debat waarin wethouder Van Buren aangaf dat gelijke geschiktheid zelden voorkomt. Als dat inderdaad zo is, dan heeft een voorkeursbeleid volgens hem nauwelijks effect. Wethouder VAN BUREN erkent dat volledige gelijke geschiktheid vrijwel nooit voorkomt.

Ze benadrukt dat het voorkeursbeleid er vooral op gericht is om meer mensen met diverse achtergronden aan te moedigen om te solliciteren bij de gemeente. Dit doet men onder andere door vacatureteksten anders op te stellen en inclusiever te werven en selecteren. Daarbij krijgen alle kandidaten gelijke kansen tijdens het sollicitatieproces. Medewerkers worden getraind om sollicitaties objectief te beoordelen, omdat uit onderzoek blijkt dat daar nog verbeteringen mogelijk zijn. Lid BILGIN (Forum voor Democratie) vraagt of het voorkeursbeleid bij gelijke geschiktheid inderdaad zelden wordt toegepast en daarmee een kleine rol speelt, en of het succes van het beleid vooral komt door de andere genomen maatregelen. Wethouder VAN BUREN legt uit dat ze niet alleen nieuwe kandidaten proberen aan te trekken, maar ook intern aandacht besteden aan doorstroommogelijkheden voor medewerkers. Ze benadrukt dat het belangrijk is om talent binnen de organisatie te behouden en kansen te bieden, wat ook een kwestie van goed leiderschap is. Lid BILGIN (Forum voor Democratie) stelt dat het voorkeursbeleid, omdat het vrijwel nooit daadwerkelijk wordt toegepast, weinig effect heeft op de uitkomst. Hij vraagt zich af of het dan niet beter is het voorkeursbeleid te schrappen, aangezien het juist veel onrust en gevoelens

46

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

van discriminatie veroorzaakt, terwijl het eigenlijk vooral dient om meer mensen te bereiken en niet echt om te selecteren op afkomst. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat zij het niet eens is met lid Bilgin. Ze legt uit dat het voorkeursbeleid wel degelijk effect heeft, omdat het ervoor zorgt dat talent en kwaliteit uit een bredere groep kandidaten binnenkomen. Hierdoor krijgen mensen die voorheen minder kansen hadden nu wel de mogelijkheid om zich te laten zien tijdens sollicitaties. Ze verwacht dat de voortgangsrapportage binnenkort cijfers laat zien waaruit blijkt dat de organisatie inderdaad aan het veranderen is. Lid BILGIN (Forum voor Democratie) erkent dat hij het grotendeels eens is met wethouder Van Buren over het belang van een brede werving om diversiteit te vergroten. Zijn zorg richt zich vooral op de allerlaatste stap van het voorkeursbeleid, het kiezen tussen twee gelijkwaardige kandidaten op basis van afkomst. Omdat zulke situaties zelden voorkomen, en dit onderdeel juist de meeste kritiek en gevoelens van stigmatisering oproept, vraagt hij zich af of het niet beter is om dat laatste stukje uit het beleid te schrappen en de focus te houden op de andere, bredere maatregelen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze het oneens zijn over de methode, maar blij is dat ze het eens zijn over het belang van diversiteit en dat het beleid daar een positief effect op heeft.

Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of de update die de wethouder noemt dezelfde is als het eerder aangekondigde plan van aanpak dat voor de zomer zou komen, of dat het een andere, minder uitgebreide bijpraatbrief betreft. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat er wel een uitvoeringsagenda komt, maar daarnaast zijn er al diverse acties en maatregelen in gang gezet en geïmplementeerd. De komende update laat ook de voortgang van deze lopende activiteiten zien. Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat iedereen verlangt naar duidelijkheid over hoe misstanden zoals racisme en pestgedrag binnen de organisatie worden aangepakt. Diversiteit alleen lost deze problemen niet op, er is een parallel plan nodig. Ze mist concreet inzicht in het leiderschapsprogramma, de daarbij horende doelstellingen en indicatoren, en vooral de voortgang op de werkvloer. Ze vraagt de wethouder dit duidelijk mee te nemen in de voortgangsbrief. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat de bestuursopdracht I&D breed is en niet alleen over diversiteit of racisme gaat, maar ook over pestgedrag en het gevoel van veiligheid binnen de organisatie. Het gaat erom dat medewerkers zichzelf kunnen zijn en misstanden kunnen melden. Er lopen verschillende management ontwikkelings- en leiderschapstrajecten vanuit het gemeentelijk managementteam en de gemeentesecretaris.

Ze benadrukt dat er sinds het Verwey-Jonker onderzoek zeker niet is stilgezeten en hoopt dit duidelijk te maken in de voortgangsbrief. Lid KROM (Partij voor de Dieren) merkt op dat de technische sessie vooral ging over het versterken van diversiteit binnen de organisatie, maar niet over misstanden en pestgedrag op de werkvloer. Daarom maakt zij zich zorgen en vraagt zij of er voldoende aandacht aan die problemen wordt besteed. Wethouder VAN BUREN geeft dat hij niet bij de technische sessie was en niet precies weet hoe die verliep. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt naar de timing van de arbeidsinspectie, wanneer worden de resultaten verwacht?

47

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er een deadline is, waarschijnlijk rond 10 of 15 december, voor de afronding van de gedragscode waar de arbeidsinspectie naar kijkt. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken is. TKN-LIJST Financiën TKN 1 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de afdoening van een toezegging over een draagkrachtmeting (VN2025-007298) TKN 2 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de afdoening van toezeggingen aan de Rekeningencommissie van 3 februari 2025 (VN2025-007741) TKN 3 Kennisnemen van de raadinformatiebrief over het verbeteren financiële ramingen van alle begrotingsprogramma's (VN2025-008473) Ruimtelijke ordening TKN 4 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de uitgangspunten van de zonering van het Groene Veld (VN2025-004294) Lucht- en Zeehaven (incl.

Schiphol) TKN 5 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het eventueel verhogen van de havengelden van Schiphol voor korte bestemmingen (VN2025-008110) TKN 6 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het milieueffectrapport Schiphol (naar aanleiding van een NRC-artikel van 19 maart 2025) (VN2025-008627) ICT en Digitale Stad TKN 7 Kennisnemen van de jaarverslagen van de drie interne toezichthouders over 2024 en de reactie van het college (VN2025-007409) Inclusie en Antidiscriminatiebeleid TKN 8 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de WorldPride 2026 (VN2025-008559) TKN 9 Kennisnemen van de reactie op motie 045 (06-03-2025) van raadslid Bouhassani over inclusieve ontmoetingsplekken voor mensen met een beperking. (VN2025-008635) TKN 10 Kennisnemen van de nieuwe subsidieregeling allianties inclusiviteit en antidiscriminatie 2026-2027 (VN2025-008974) ICT en Digitale Stad TKN 11 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de afdoening van de toezeggingen over Chat Amsterdam (VN2025-008990) Dienstverlening

48

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

TKN 12 Kennisnemen van de rapportages 2024 over meldingen in de openbare ruimte en stedelijke klachten (VN2025-008714) TKN 13 Kennisnemen van de Staat van de Uitvoering van Dienstverlening 2024 (VN2025-008687) Toegevoegde TKN punten Deelnemingen (excl. Schiphol) TKN 14 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de visie op het aandeelhouderschap Johan Cruijff ArenA (VN2025-000696) TKN 15 Kennisnemen van de Amsterdamse engagement strategie (VN2025008961) Personeel en Organisatie TKN 16 Kennisnemen van de uitkomsten inspectie Arbeidsinspectie aan de gemeente Amsterdam (VN2025-009635) Financiën TKN 17 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de voortgang van de aanbevelingen van de ACAM en Rekeningencommissie (VN2025-008362) Afval en Reiniging TKN 18 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de egalisatievoorziening afval (afdoening motie 634 van de leden Burgers c.s.) (VN2025-009912) SLUITING De VOORZITTER sluit de vergadering om 22:27 uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15900812/1