CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag FKD 03.07.2025.docx

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 11 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 3 juli 202528.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ze vindt het niet verstandig dit tussentijds te veranderen en stelt voor dit pas in de nieuwe collegeperiode te heroverwegen, maar ze staat open voor verdere gesprekken met de raad over de wenselijkheid daarvan. Lid ASRUF (PvdA) merkt op dat er inmiddels twee cycli zijn verstreken en vraagt de wethouder daarom om in het najaar met een reflectie te komen over hoe het nu gaat, zodat dit meegenomen kan worden door het nieuwe college. Wethouder VAN BUREN stemt hiermee in en vindt het een goed idee om daar met de raad over in gesprek te gaan. Ze stelt voor om die reflectie in het najaar te presenteren en vervolgens in de commissie te bespreken hoe de raad en het college dit ervaren. Vervolgens gaat ze in op het voorstel van lid Bentoumya over een nieuw horizontaal thema. Ze benadrukt het belang van het onderwerp, maar geeft aan dat het huidige college hoopte verder te zijn met de bestaande horizontale thema’s, zoals duurzaamheid. Omdat deze thema’s nog niet volledig zijn uitgevoerd en er nog tijd nodig is, vindt ze het nu niet verstandig om een nieuw horizontaal thema toe te voegen, maar sluit niet uit dat daar in de toekomst mogelijk ruimte voor ontstaat. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) geeft aan begrip te hebben voor het feit dat het tijd kost om horizontale thema's te implementeren.

Ze benadrukt echter dat haar voorstel niet nieuw is, maar uit 2022 komt en dat een groot deel van de raad zich hieraan heeft gecommitteerd en het ook is aangenomen. Daarom verwacht ze dat er wel degelijk stappen worden gezet, nu of anders op een later moment. Ze vraagt de wethouder om hierop inzicht te geven, hetzij tijdens de vergadering, hetzij later per brief, zodat duidelijk wordt hoe dit in de toekomst verder vorm krijgt.

17

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het onderwerp van de horizontale thema's nog steeds aandacht heeft en niet uit het oog verloren is. Ze zegt dat ze hierover een brief zal sturen waarin een tijdspad wordt uitgestippeld. Verder reageert ze op de opmerking van lid Van Pijpen over de motie verruiming van het belastinggebied. Ze geeft aan dat de afhandeling van die motie inmiddels in de raadsvoordracht is opgenomen, die volgende week wordt behandeld. Lid BOBELDIJK (SP) merkt op dat hij de motie nog niet terugziet in de concept raadsvoordracht en vraagt of er een nieuwe raadsvoordracht komt. Wethouder VAN BUREN legt uit dat de motie inderdaad is opgenomen in de huidige raadsvoordracht. Er komt daarom geen nieuwe raadsvoordracht voor. Vervolgens gaat ze in op de vraag over de OZB-stijging voor het gemeentelijk vastgoed. Ze legt uit dat de begroting hiervoor niet vooraf is aangepast, omdat kostenstijgingen normaal gesproken binnen de bestaande programma’s worden opgevangen. Omdat de OZB-stijging echter hoger was dan gebruikelijk, is besloten deze verhoging voor het gemeentelijk vastgoed te compenseren vanuit de algemene middelen. Over de honderd miljoen euro die gereserveerd was voor tegenvallers vanuit het Rijk zegt ze dat dit bedrag in de reserve was opgenomen, waardoor de stand van de reserve hoger was. Nu is daar nog ongeveer tien miljoen euro van over.

De daling komt door afwaarderingen, waaronder een afwaardering van 59 euro miljoen bij AEB en een tegenvaller van 45 miljoen euro vanuit het gemeentefonds vanwege een maatstaf voor huishoudens met een laag inkomen. Hoewel het een pijnlijke financiële tegenvaller is, is zij achteraf blij dat het geld vorig jaar apart is gehouden, omdat hiermee een tegenvaller als deze opgevangen kon worden. Ze benadrukt dat hier in de toekomst bij de begroting rekening mee gehouden zal moeten worden. Lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat het bedrag niet apart was gereserveerd, maar in de algemene middelen is gestopt. Hij vraagt waarom de wethouder zonder mandaat van de raad besloot het geld te gebruiken voor tegenvallers binnen Amsterdam in plaats van uitsluitend voor tegenvallers uit Den Haag. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat het bedrag weliswaar aan de algemene reserve is toegevoegd, maar dat dit boven de gebruikelijke norm was en daarmee als apart te zien is. Ze benadrukt dat het geld juist apart is gehouden om tegenvallers op te vangen. Ze noemt de tegenvaller van 45 miljoen euro vanuit het Rijk en daarnaast de afwaardering van de AEB als redenen waarom het geld nodig was. Ze is blij dat deze pot er was, want zonder die reservering hadden ze andere maatregelen moeten nemen om de afwaardering te verwerken.

Lid HAVELAAR (CDA) benadrukt dat de wethouder niet zomaar over deze kwestie heen kan praten. Hij wijst erop dat het geld bedoeld was voor tegenvallers vanuit het Rijk, terwijl het nu gebruikt is voor een Amsterdamse tegenvaller. Volgens hem had dat niet mogen gebeuren, omdat het geld met een ander doel apart is gezet. Hij vindt dat als de wethouder het geld zomaar naar eigen inzicht kan besteden, het vertrouwen ondermijnd wordt en vraagt zich af waarom hij de volgende keer het geld niet direct voor een ander doel zou moeten bestemmen. Wethouder VAN BUREN reageert dat het niet om een besluit naar eigen inzicht gaat, maar om een voorstel dat is gedaan om de honderd miljoen euro te reserveren voor tegenvallers, inclusief die vanuit het Rijk. Ze legt uit dat deze tegenvaller onverwacht was en anders andere bezuinigingen nodig zouden zijn geweest om het bedrag van 59 euro miljoen ergens vandaan te halen. Daarom stelt zij voor het geld uit die pot te gebruiken. Ze voegt toe dat er nog tien miljoen euro van de reserve over is. Lid HAVELAAR (CDA) maakt bezwaar tegen de bewering van de wethouder dat het geld bedoeld was voor alle tegenvallers, ook die uit Amsterdam. Volgens hem was het geld uitsluitend gereserveerd voor tegenvallers vanuit het Rijk en zou de besteding ervan bij de voorjaarsnota besproken worden. Hij vindt dat de wethouder voor de 59 miljoen euro aan tegenvallers een

18

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

andere bestemming had moeten zoeken, bijvoorbeeld door te snijden in andere beleidsmatige projecten. Wethouder VAN BUREN reageert dat het college het voorstel doet om de tegenvaller op deze manier op te vangen. Ze geeft aan dat als lid Havelaar het hier niet mee eens is, hij een alternatief voorstel kan indienen over waar die 59 miljoen euro dan wel vandaan moet komen. Lid GARMY (Volt) wijst erop dat in de begroting van 2025 expliciet staat dat de honderd miljoen euro gereserveerd is voor tegenvallers uit het Rijk, niet voor andere tegenvallers. Hij vraagt hoe het college omgaat met de onzekerheden die in de voorjaarsnota genoemd worden, vooral nu er niet meer die honderd miljoen euro beschikbaar is. Wethouder VAN BUREN erkent dat het een bittere pil is dat er al veel van dat bedrag is gebruikt, onder andere voor de afwaardering van AEB en een onverwachte tegenvaller van 45 miljoen euro vanuit het Rijk vanwege een verkeerde berekening van huishoudens met een laag inkomen. Ze benadrukt dat er nog tien miljoen euro over is, maar waarschuwt dat er vooral voor structurele middelen nog een bezuinigingsopgave ligt. Ze legt uit dat de begroting wendbaar moet blijven, omdat er nog veel onzekerheden zijn, zoals rond het gemeentefonds en de jeugdzorg.

Daarom moet het college ook inzetten op bezuinigingen binnen de eigen organisatie, iets waar bij de begroting verder op teruggekomen wordt. Lid BOBELDIJK (SP) overweegt dat hoewel de honderd miljoen euro oorspronkelijk voor tegenvallers van het Rijk bedoeld was, het begrijpelijk kan zijn dat het nu wordt ingezet voor lokale tegenvallers. Hij vindt het belangrijk dat dit in de voorjaarsnota expliciet wordt genoemd, omdat andere gemeenten mogelijk sneller in financiële problemen komen dan Amsterdam. Hij vraagt zich af of het niet beter is om een eigen reserve op te bouwen en dat helder te communiceren in de nota. Wethouder VAN BUREN reageert dat er nog tien miljoen euro over is waar voorstellen voor gedaan kunnen worden, en dat alle voorstellen integraal worden afgewogen, vooral bij de begroting. Ze benadrukt dat het nog onzeker is hoe het gemeentefonds zich ontwikkelt, omdat daar later dit jaar nog belangrijke besluiten over vallen. Daarnaast gaat ze in op vragen over de kostenraming van het AFIS-project. Aanvankelijk waren de kosten op dertien miljoen geraamd, gebaseerd op een marktverkenning van Gartner, vooral voor implementatie, licenties en beheer. Vervolgens zijn er door een programmaorganisatie extra kosten bijgekomen van 1 miljoen euro in 2022 en 2,65 miljoen euro in 2023.

Na aanbesteding bleek er geen ruimte meer in de oorspronkelijke aanvraag, waarna het project een jaar werd uitgesteld met kosten van 8,3 miljoen. De kosten na de livegang zijn bekend en lopen op tot het eerder genoemde bedrag. Over het niet direct inlopen van de meerkosten dit jaar zegt de wethouder dat dat niet realistisch is, omdat er eerst zorgvuldig gekeken wordt naar vereenvoudigingen binnen de bedrijfsvoering, wat tijd kost. Over de opmerking dat er te veel mensen voor de gemeente werken, bevestigt ze dat het college de opgave ziet om de organisatiekosten te verminderen, en dat daar in de begroting een meerjarig plan voor komt. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt aan de wethouder waarom het niet realistisch zou zijn om een financiële tegenvaller nog in hetzelfde jaar te verwerken. Wethouder VAN BUREN legt uit dat het natuurlijk mogelijk is om de tegenvallers in dit jaar te verwerken, maar dat hier ook bezuinigingen tegenover moeten staan. Ze benadrukt dat het onrealistisch is om die bezuinigingen nog dit jaar door te voeren, omdat er binnen programma B een omvangrijke bezuinigingsopgave ligt die nog in kaart wordt gebracht. Dit proces is momenteel gaande en zal tijdens de begroting in het college worden besproken. Uiteindelijk zal het plan aan de raad worden voorgelegd aan het einde van het jaar.

Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat het wat hem betreft niet per se via programma B hoeft te worden opgelost en dat besparen juist de opdracht van dit college is. Hij vindt het vreemd

19

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

dat er een half jaar wordt uitgetrokken voor het besparen op de ambtelijke organisatie, terwijl al bekend is dat er te veel mensen in dienst zijn. Wethouder VAN BUREN reageert dat het niet zo is dat er nu nog niet wordt bespaard op de organisatie, er zijn al eerder taakstellingen doorgevoerd en er is bijvoorbeeld een reorganisatie bij P&O gaande. Ze benadrukt dat er wel degelijk wordt bespaard, vooral intern, maar dat het niet de bedoeling is om de dienstverlening aan de inwoners te verminderen. Het besparen richt zich vooral op efficiënter werken, minder mensen en lagere huisvestingskosten. Ze geeft aan dat dit voorbereidingstijd vraagt en dat hierover met gedegen plannen bij de begroting wordt teruggekomen. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt wanneer bekend was dat de voorziene kosten voor het project uitkomen op 31 miljoen euro, wat boven de risicogrens ligt. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat dit bij de start niet bekend was en dat het aanvankelijk anders was geraamd. Ze erkent dat het project zeker onder de regeling grote projecten had moeten vallen en dat de huidige grens van twintig miljoen euro te laag is. Het college is van plan die grens aan te passen, zodat ook IT-projecten zoals dit onder de regeling komen te vallen. Dit is een belangrijke les die ze uit deze ervaring trekken en waar ze op terugkomen bij de evaluatie van het project AFIS.

Lid VAN BERKEL (JA21) benadrukt dat het lastig is om bij een meerjarige projectbegroting duidelijkheid te krijgen over wanneer en hoe de voorziene kosten zijn verhoogd. Hij vraagt daarom wanneer precies is besloten om de voorziene kosten met een aanzienlijk bedrag te verhogen. Wethouder VAN BUREN legt uit dat bij elke begrotingsbespreking wijzigingen worden besproken, bijvoorbeeld het een jaar uitstellen van de implementatie van het AFIS-project, wat extra kosten met zich meebrengt doordat de organisatie er langer mee bezig is. Deze aanpassingen worden dan meegenomen in de begroting en er is een overzicht van de bedragen beschikbaar. Ze vindt ook dat dit proces overzichtelijker en beter moet worden gemaakt, ook voor de raad. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt hoe de raad de explosieve kostenstijgingen van het AFIS-project, die soms opliepen tot 250 procent van de oorspronkelijke raming, moet kunnen monitoren en bijsturen. Hij vraagt ook of de wethouder zelf al zicht had op deze kostenstijgingen in de beginfase van de implementatie. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze in de beginfase van AFIS nog niet in functie was en toen geen zicht had op de kosten. Ze licht toe dat er destijds een marktverkenning door een extern bureau was gedaan, waaruit een bedrag van dertien miljoen euro kwam. Na de aanbesteding kwamen er meer complicaties naar voren, zoals beschreven in het evaluatierapport.

Ze bevestigt dat het beter moet qua transparantie en navolgbaarheid, zowel voor het college als voor de raad. Lid GARMY (Volt) vraagt waarom de raad begin 2024 nog niet expliciet is geïnformeerd dat de kosten van AFIS al de oorspronkelijke raming van dertien miljoen euro hadden bereikt of overschreden, terwijl dat in het overzicht staat. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat de bedragen altijd zijn meegenomen in de begrotingen en jaarverslagen, maar erkent dat het voor de raad niet altijd goed navolgbaar is geweest. Ze bevestigt dat dit in de toekomst beter moet. Lid GARMY (Volt) vraagt of er al bekend is of er nog meer kosten bij gaan komen bij de begroting.

20

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er voor dit jaar een raming is gemaakt van de nog benodigde kosten, die bekend zijn. Ze kan niet garanderen dat er geen extra kosten meer bijkomen, maar op dit moment is dit de raming voor de andere modules. Ze belooft de raad op de hoogte te houden en na het reces met een voortgangsbrief over AFIS te komen. Mocht het toch meer worden, dan informeert ze de raad daar natuurlijk over. Lid GARMY (Volt) vraagt of de 5,8 miljoen euro extra inzet voor de crisisorganisatie de enige extra kosten zijn voor crisisbeheer, en of de rest van de kosten normale implementatiekosten zijn. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat dit klopt. De crisisorganisatie wordt nu afgebouwd, omdat de facturering inmiddels op een normale werkvoorraad zit. Er zijn nog andere modules met kosten, maar die behoren niet tot de crisisorganisatie. Ze zal na de zomer terugkomen met een update, omdat er een health check loopt om te bepalen wat er nog moet gebeuren. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt naar de bezuinigingsplannen. Zij herinnert zich dat er bij het begin van de collegeperiode al werd gesproken over bezuinigingen en het schrappen van specials, terwijl de wethouder nu zegt dat er pas nu wordt nagedacht over waar te besparen. Ze vindt dat niet helemaal logisch. Wethouder VAN BUREN reageert dat het niet helemaal klopt.

Bij aanvang van het college zijn inderdaad al duidelijke keuzes gemaakt, specials geschrapt en taakstellingen richting de organisatie doorgevoerd. Ook in de voorjaarsnota zijn keuzes zichtbaar, bijvoorbeeld op het gebied van personeelstekorten in de zorg. Ze benadrukt dat er al bezuinigd is, maar dat er nu vooral nog meer moet worden bespaard op de ambtelijke organisatie. Het moet eenvoudiger en efficiënter, met een stevige aanpak, waarop ze in het AFIS-debat verder zal ingaan. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt ter verduidelijking of de raad bij de begroting meer inzicht krijgt in hoe de bezuinigingen binnen de organisatie worden vormgegeven. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat. Ze zegt toe dat het college momenteel in kaart brengt waar en op welke manier bezuinigd zal worden, en dat dit bij de begrotingsbespreking in het college wordt meegenomen. De raad krijgt hierover dus duidelijkheid bij de begroting. Wethouder SCHOLTES gaat in op vragen over digitale autonomie en het AEB. Over digitale autonomie geeft hij aan dat er in deze voorjaarsnota geen extra middelen voor zijn gereserveerd vanwege de financiële krapte. Wel wordt er gewerkt aan een meerjarenplan dat eind dit jaar verschijnt. Daarin wordt ook opgenomen welke middelen eventueel nodig zijn. Daarnaast komt er een herijkte cloud- en sourcing strategie.

Voor de zomer ontvangt de raad een update over de stand van zaken rond digitale autonomie, inclusief de uitgangspunten voor deze nieuwe strategie. Over het AEB verduidelijkt de wethouder dat de afwaardering daarvan inderdaad in het jaarverslag staat, en niet in de voorjaarsnota. Binnenkort ontvangt de raad een update over de herfinanciering, waarin ook de planning staat voor het herijken van de governance en het bijwerken van het strategisch plan. Die brief komt nog voor de zomer. Wethouder MELIANI reageert op vragen van GroenLinks, het CDA en de SP. Op de vraag van GroenLinks over anti-Aziatisch racisme benadrukt zij dat Amsterdam hier al langer aan werkt. Ze noemt onder andere de bijeenkomst Zichtbaarheid Azië Nederland in het Stadsarchief en aandacht binnen de Kom Op-campagne. Ook in de publieksuitgave Migratie als DNA van Amsterdam en OBA-lezingen is er aandacht voor Aziatische Amsterdammers. Na de zomer volgt een gesprek met sleutelpersonen uit de Aziatische gemeenschap over een plan van aanpak. Voorafgaand daaraan vinden voorbereidende gesprekken plaats. Daarnaast ondersteunt Movisie, in opdracht van het Rijk, de gemeente bij de ontwikkeling van dit beleid.

21

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Op de vraag van het CDA over het park bij het museum zegt de wethouder dat het om een volwaardig park gaat, waar bewoners al langer om vragen. Er is nu nog geen geld voor de aanleg, maar het ontwerp wordt wel direct meegenomen in het ontwerpproces van het gebouw. De gemeente en de stichting zoeken actief naar aanvullende financiering. Lid BOBELDIJK (SP) vraagt of het meenemen van het park in het totaalontwerp het project duurder maakt en waarom dat dan niet terug te zien is in de voorjaarsnota. Wethouder MELIANI bevestigt dat het park het ontwerp duurder maakt, maar stelt dat er nu nog geen bedragen bekend zijn. Het belang van het park is helder en onderstreept door de kwartiermakers, met name het water als essentieel element. Daarom is het ontwerp wel meegenomen, maar reservering van middelen is lastig zolang de kosten onbekend zijn. Zodra het ontwerp concreter is, verwacht zij dat een nieuw college middelen zal reserveren, richting realisatie van het gebouw in 2030. Lid BOBELDIJK (SP) verduidelijkt dat zijn vraag niet ging over de aanleg van het park, maar over de mogelijke meerkosten van het ontwerpen van zowel museum als park samen. Hij wil weten of die extra ontwerpkosten binnen de huidige begroting vallen of dat daarvoor aanpassing nodig was. Wethouder MELIANI antwoordt dat het juist efficiënter is om museum en park in één keer te laten ontwerpen.

Twee losse ontwerptrajecten zouden uiteindelijk duurder uitpakken. De keuze om alles tegelijk te doen is bewust gemaakt, en past binnen het beschikbare budget. Lid BOBELDIJK (SP) benadrukt dat hij het logisch vindt om het museum en park samen te ontwerpen, maar wil weten of de extra ontwerpkosten die daar mogelijk uit voortkomen, ergens zichtbaar zijn in de dekking vanuit de raad. Wethouder MELIANI antwoordt dat er een vastgesteld financieel kader is waarbinnen gewerkt moet worden. Als blijkt dat dat niet haalbaar is, zal zij daarover terugkomen naar de raad. Ze wijst op het risicovolle karakter van het project en geeft aan dat daar actief op gestuurd zal worden. Aansluitend licht zij toe dat het genoemde bedrag van tien miljoen euro voor de Meervaart nodig is voor fase twee, aanbesteding, ontwerp, installaties, bovenop de eerder beschikbaar gestelde 4,8 miljoen euro. Ook dat project vereist actieve sturing en eventuele terugkoppeling bij afwijkingen. Lid BOBELDIJK (SP) bevestigt dat het totaal van tien miljoen euro bestaat uit de eerder beschikbaar gestelde 4,8 miljoen euro en de nu voorgestelde 5,2 miljoen euro. Hij benadrukt dat het om een groot project gaat en vraagt of de resterende 84 miljoen euro binnen budget blijft, aangezien het college dat eerder herhaaldelijk heeft toegezegd. Hij spreekt tevens zijn zorgen uit over de locatie en de oplopende kosten.

Wethouder MELIANI erkent het belang van voortdurende monitoring en herhaalt dat de gefaseerde inzet van middelen vooraf was afgesproken. De voorbereidingskosten zijn nodig voordat het gebouw zelf gerealiseerd kan worden. Ze belooft de raad via de gebruikelijke rapportages op de hoogte te houden. De VOORZITTER concludeert dat de voorjaarsnota 2025 voldoende is besproken en klaar is voor behandeling in de raad volgende week. Lid HAVELAAR (CDA) stemt hiermee in, onder de voorwaarde dat ook de brief met de reactie op de Rekenkamer, waarin het verhaal over de besparingen is opgenomen, tijdig beschikbaar is. Hij benadrukt dat deze brief cruciaal is voor het vaststellen van de voorjaarsnota. Als de brief er niet is, kan de voorjaarsnota wat hem betreft nog niet in stemming worden gebracht.

22

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Raadsaangelegenheden 5. Vaststellen van de Verordening op de Rekeningencommissie van Amsterdam (VN2025-007080) Dit agendapunt wordt niet inhoudelijk besproken. Lucht- en Zeehaven (incl. Schiphol) 6. Geen zienswijze indienen ten aanzien van de conceptjaarrekening 2024 en de conceptbegroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied (VN2025-008244) Dit agendapunt wordt niet inhoudelijk besproken. Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 8. Bespreken ingekomen stuk Zuidoost en DB-reactie inzake 'Erkenning van misstanden contractarbeid in de koloniale post-slavernij periode (VN2025-008997) De VOORZITTER geeft aan dat de commissie FKD dit stuk op 8 mei ontving. Bespreking werd uitgesteld tot een inhoudelijke reactie van het dagelijks bestuur beschikbaar was, wat nu het geval is. M. Luqman, lid van de Stadsdeelcommissie Zuidoost, geeft straks een toelichting van drie minuten. Daarna is er ruimte voor verduidelijkende vragen, die van de spreektijd van de raadsleden afgaan. Verder zijn ook C. Esajas van D66 en P. van Eerden van de lokale partij Bewoners Amsterdam Zuidoost aanwezig. M. LUQMAN, voorzitter van de Stadsdeelcommissie Amsterdam Zuidoost namens PvdA/GroenLinks, spreekt over de motie erkenning van misstanden tijdens contractarbeid in de koloniale post-slavernijperiode.

Ze deelt haar persoonlijke zoektocht naar haar afkomst en de verhalen van haar moeder en voorouders, die als contractarbeiders onder mensonterende omstandigheden op plantages leefden. Ze noemt gruwelijke mishandelingen, zoals zweepslagen, elektrische schokken en het gebruik van lichamen als mest. Ze benadrukt dat deze geschiedenis generatieslang is verzwegen en ontkend, wat voelt als niet mogen bestaan. Tegelijkertijd voelt ze trots en dankbaarheid voor de kracht van haar voorouders. De motie is breed gesteund, mede door samenwerking met DENK, GroenLinks, PvdA, D66 en bewoners van Zuidoost. Het gesprek met de wethouder, die erkenning toonde, was voor haar erg belangrijk. Ze sluit af met de wens dat Amsterdam dit verhaal ook erkent, net zoals bij andere monumenten rond slavernij, zodat het bewustzijn over deze geschiedenis groeit en erkend wordt als een integraal deel van het stadsverhaal, ook voor toekomstige generaties. C. ESAJAS benadrukt dat erkenning geen schaars goed is, maar juist groeit als je het deelt. Als nazaat van een slavernijverleden begrijpt zij de strijd om gehoord te worden. Ze merkt op dat het bewustzijn over het koloniale slavernijverleden steeds breder wordt en vindt dat alle groepen die gemarginaliseerd en ontmenselijkt zijn, een plek en stem verdienen. Daarom is zij hier.

23

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

P. VAN EERDEN legt uit dat er een zelfstandig recht bestaat op erkenning van misstanden rondom contractarbeid, naast de reeds erkende misstanden uit het slavernijverleden. Hij benadrukt dat deze twee niet vergeleken moeten worden, maar wel samen gezien moeten worden. Hij vindt dat aandacht voor contractarbeid, bijvoorbeeld via een apart monument, op zijn plaats is. Daarnaast wijst hij erop dat het niet alleen om de Hindoestaanse groep gaat, maar ook om de Javaanse en Chinese gemeenschappen die onder contractarbeid hebben geleden. Lid BOBELDIJK (SP) vraagt of het bewustwordingsprogramma over de erkenning van misstanden rondom contractarbeid niet alleen in Zuidoost, maar in alle Amsterdamse scholen moet worden opgenomen. M. LUQMAN geeft aan dat de stadsdeel commissie Zuidoost hierover adviseert binnen haar eigen gebied, maar waardeert het voorstel om het programma Amsterdam-breed uit te rollen. Lid ASRUF (PvdA) vraagt wat de prioriteit moet zijn uit de verschillende vormen van erkenning in het voorstel. M. LUQMAN antwoordt dat vooral de dialoog belangrijk is, zowel tussen de insprekers als binnen de raad. Ze benadrukt het belang van eenheid in diversiteit en vindt dat die eenheid snel in heel Amsterdam moet ontstaan, maar dat het realiseren van het monument ook niet te lang moet wachten.

Lid KHAN (DENK) vraagt naar het voorstel voor een jaarlijkse herdenking en hoe dat volgens M. Luqman moet worden georganiseerd, aangezien het dagelijks bestuur zei dat het vanuit de samenleving zelf moet komen. M. LUQMAN antwoordt dat het een samenwerking moet zijn. Ze hoopt dat Amsterdam breed ambtelijk beleid ontwikkelt om de herdenking structureel te organiseren, zodat de wijk er niet elk jaar opnieuw om hoeft te vragen. Lid ASRUF (PvdA) deelt het persoonlijke verhaal van zijn achter-grootouders die vanuit Brits-Indië naar Suriname werden gebracht als contractarbeiders onder zware, onvrije omstandigheden. Hij benadrukt dat zij hoopten op een beter leven, maar werden geconfronteerd met uitbuiting en dwang. Hij pleit voor blijvende erkenning van de geschiedenis van alle contractarbeiders, waaronder Hindoestanen, Javanen, Chinezen en anderen, niet als een eenmalige gebeurtenis, maar als een vast onderdeel van het Amsterdamse collectieve geheugen. Hij roept op tot gesprekken met nazaten en het zichtbaar maken van deze verhalen in de stad, zodat iedereen zich gezien voelt en deze gedeelde geschiedenis de stad nu en in de toekomst kan versterken. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) benadrukt het belang van representatie, niet alleen in de openbare ruimte en schoolboeken, maar ook in het debat zelf.

Ze erkent dat er nog te weinig kennis is over dit deel van de geschiedenis en deelt haar eigen ervaring dat zij er pas tijdens haar studie geschiedenis over leerde. Ze sluit zich aan bij de initiatiefnemers om meer aandacht te vragen voor dit onderwerp en noemt de reactie van het dagelijks bestuur van Zuidoost hoopgevend. Ze vraagt de wethouder om een bestuurlijke reactie op de gestelde vragen, de reactie van het bestuur en de mogelijkheden die zij ziet, nu en in de toekomst. Lid BADAL (CDA) deelt een persoonlijk verhaal over zijn grootmoeder, die als jonge vrouw met haar partner en kinderen tijdens een razzia naar Suriname werd gebracht om als contractarbeider op de plantages te werken. Zijn grootouders bouwden er een leven op, met hard werken en verbondenheid, wat hij illustreert met herinneringen aan landbezit, landbouw en cultuur. Lid Badal vertelt ook over zijn eigen zoektocht naar zijn afkomst via boeken en reizen

24

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

naar India en omliggende landen. Hij benadrukt het belang van het herdenken en gedenken van deze geschiedenis, ook in Amsterdam waar zijn familie nu leeft. Hij vraagt de wethouder of zij deze behoefte herkent en of zij wil meewerken aan het realiseren van een gedenkteken voor deze geschiedenis. Lid KABAMBA (Lijst Kabamba) benadrukt dat ieder kind het recht heeft om te weten waar het vandaan komt, zodat het met zelfvertrouwen in de toekomst kan staan. Het Nederlandse koloniale verleden, van Zuid-Afrika tot Azië, is nog steeds niet volledig erkend of verteld. Vooral het post-slavernijperiode met koloniale contractarbeid, gekenmerkt door misleiding en uitbuiting, ontbreekt vrijwel geheel in het publieke geheugen en onderwijs. Lid Kabamba prijst M. Luqman voor haar inzet en het openen van ogen over deze geschiedenis. Ze benadrukt dat de verhalen van Hindoestaanse, Javaanse en Chinese contractarbeiders aandacht verdienen. Zelf leerde zij deze geschiedenis niet via school, maar van haar omgeving. Ze roept het college op om deze geschiedenis te verankeren in het onderwijs en de publieke ruimte, en gezamenlijk richting Den Haag te lobbyen voor erkenning en herstel. Amsterdam moet een stad van waarheid zijn door dit lokaal zichtbaar te maken. Dit moet een nationaal keerpunt worden in het omgaan met ons gedeeld verleden en onze gedeelde toekomst, onder het motto, All our lives matter.

Lid KHAN (DENK) vertelt dat hij is opgegroeid in multicultureel Amsterdam, maar vaak verkeerd werd begrepen over zijn afkomst. Hij legt uit dat veel mensen weinig kennis hebben van de verschillende culturen en geschiedenis in de stad, inclusief hijzelf tot op latere leeftijd. Hij verduidelijkt dat contractarbeid niet gelijk is aan slavernij, maar dat het een andere vorm van uitbuiting was, uitgevoerd door dezelfde kolonisator. Hij benadrukt dat het Nederlandse koloniale verleden, ook het verhaal van Hindoestanen, een belangrijk onderdeel is van de geschiedenis van Amsterdam en Nederland. Dit verleden is nog steeds terug te zien in vooroordelen en onwetendheid, bijvoorbeeld over het verschil tussen Hindoes en Hindoestanen. Lid Khan maakt ook een punt over het gebruik van het racistische scheldwoord Koelie dat nog steeds in muziek voorkomt en discriminatie normaliseert. Daarom steunt DENK het voorstel om meer zichtbaarheid en erkenning te creëren, waaronder een monument specifiek voor contractarbeid. Hij pleit voor meer educatie over deze geschiedenis, samen met positieve rolmodellen om jongeren te bereiken. Daarnaast ondersteunt hij een jaarlijkse herdenking van contractarbeid. Volgens lid Khan kan alleen door openheid over het verleden ruimte ontstaan voor een gedeelde toekomst.

Wethouder MELIANI erkent dat er veel persoonlijke verhalen zijn gedeeld die laten zien dat er bewustwording en kennis missen over het verleden van contractarbeid. Ze verwijst naar een aangenomen motie in stadsdeel Zuidoost om onderzoek te doen naar een monument voor contractarbeiders, en geeft aan dat ze dit initiatief volledig omarmt en wil ondersteunen. Ze benadrukt dat het stadsdeel hier een centrale rol in heeft, maar dat het college het proces samen zal oppakken. Daarnaast spreekt ze haar steun uit voor campagnes tegen het gebruik van het racistische woord Koelie en wil ze dit ook bespreken met het meldpunt discriminatie. De wethouder noemt contractarbeid een extreme vorm van uitbuiting en mensenrechtenschending, met een doorwerking in de huidige samenleving die vergelijkbaar is met die van de transAtlantische slavernij. Ze benadrukt het belang van het zichtbaar maken en erkennen van deze geschiedenis en zegt zich hier als wethouder sterk voor in te zetten. Tot slot nodigt ze de commissie en de burgemeester uit om mee te werken aan dit proces, en spreekt ze haar verbondenheid uit met de raadsleden die hun persoonlijke verhalen deelden. Ze pleit voor het samen verder brengen van dit initiatief en het onder de aandacht brengen van deze geschiedenis, zodat deze niet langer onderbelicht blijft.

25

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Lid BOBELDIJK (SP) benadrukt dat het belangrijk is om het onderwerp niet alleen in het onderwijs van Zuidoost te integreren, maar juist breed in de hele stad. Hij vindt dat het stadsdeel Zuidoost namens zichzelf spreekt, maar dat het essentieel is om het initiatief en de bewustwording over contractarbeid en de geschiedenis daarvan stads breed op te pakken, zodat het zo veel mogelijk bekendheid krijgt. Wethouder MELIANI zegt dat ze al heeft aangeboden om met alle betrokkenen samen aan tafel te gaan zitten, onder andere in de Ambtswoning, om verder te werken aan het onderwerp. Ze benadrukt het belang van gevoeligheid bij het betrekken van alle gemeenschappen, zodat iedereen die gehoord en gezien wil worden ook aan bod komt. Ze noemt dat contractarbeid onderdeel wordt van het Slavernijmusem, waar ook jonge kinderen kunnen leren over deze geschiedenis. Daarnaast komt het verhaal terug in het binnenkort te openen Surinamemuseum, waar expliciet aandacht is voor de verhalen van contractarbeiders, onder andere met beelden en registraties van kinderen die geronseld werden. Verder zegt ze dat ze het verhaal stads breed wil oppakken en hierover in gesprek gaat met de wethouder en burgemeester van onderwijs. Ze wil daarbij vooral beginnen bij de gemeenschappen om zo een compleet en gezamenlijk verhaal neer te zetten.

De voorzitter sluit het onderwerp af en stelt vast dat het voldoende is besproken. Het onderwerp zal verder worden besproken in de raadsvergadering na het zomerreces. 9. Kennisnemen bestuurlijke reactie evaluatie betalingsproblemen AFIS (VN2025009458) De VOORZITTER vraagt of de commissie ermee instemt om lid Van Berkel voor de schorsing zijn bijdrage te laten leveren over het AFIS-onderwerp. Daarna wordt de ochtendvergadering afgesloten en gaat de avondsessie verder met eerst de AI-agenda en daarna het onderwerp AFIS. Lid VAN BERKEL (JA21) benadrukt dat veel problemen rond de invoering van AFIS vooraf bekend of voorspelbaar waren, zoals beperkte opleiding van medewerkers, technische issues, slechte gegevenskwaliteit en een mismatch tussen werkprocessen en ICT. Hij citeert uit het evaluatierapport waarin sprake is van verkeerde inschattingen, gemiste signalen en het gebrek aan daadkracht van de wethouder. Hij vraagt zich af waarom zij niet meer toezicht hield en hoe het systeem live kon gaan terwijl de problemen al zichtbaar waren, zeker gezien 55 procent van de medewerkers niet getraind was. Daarnaast wijst hij op onduidelijkheden in de informatievoorziening aan de raad, in januari werd de wethouder geïnformeerd over betalingsachterstanden die nog minstens zes weken zouden duren, maar in februari gaf zij een positiever beeld.

Ook vraagt hij hoe de wethouder reflecteert op het feit dat het systeem faalde op drie criteria tijdens de gebruikersacceptatietest, terwijl eerder werd gezegd dat het systeem alle testen had doorstaan. Tot slot vraagt hij hoe de wethouder haar eigen functioneren beoordeelt, en of ze werkelijk kan volhouden dat zij de situatie onder controle had, gezien de ambtelijke organisatie blijkbaar haar eigen gang ging zonder haar goed te informeren. Lid ASRUF (PvdA) reageert dat het beeld dat JA21 schetst niet overeenkomt met wat het evaluatierapport laat zien. Volgens hem informeerde de wethouder de Rekeningencommissie al op 3 februari en stuurde zij de dag erna een brief, waarmee zij snel reageerde nadat zij de informatie had ontvangen. Lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat de wethouder tijdens de Rekeningencommissie stelde dat de implementatie in principe goed was verlopen en dat de meeste medewerkers waren opgeleid. Hij stelt dat dit niet overeenkomt met de evaluatie. Hij vraagt of wethouder Van Buren achteraf vindt dat de raad altijd volledig en juist is geïnformeerd.

26

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

De VOORZITTER schorst de vergadering tot 19.30 uur. ICT en Digitale Stad 7. Kennisnemen van en bespreken van de AI agenda (VN2025-008998) De VOORZITTER heropent de vergadering. Lid IJMKER (GroenLinks) bedankt de wethouder voor het delen van de conceptversie van de AI-agenda en is blij dat het onderwerp op deze manier besproken wordt. Ze ziet dit als een goede invulling van het verzoek van de raad om actief betrokken te zijn bij technologische ontwikkelingen. Ze verwijst ook naar de eerdere technische sessie, die ze waardeert vanwege de open discussie en verdere verfijning van de plannen. Ze heeft de stukken over ChatAmsterdam aan deze bespreking toegevoegd om herhaling in toekomstige commissies te voorkomen. Ze spreekt haar waardering uit over de toon van de AI-agenda, nuchter, realistisch en zonder mee te gaan in AI-doemdenken. Volgens haar is deze benadering kenmerkend voor hoe de wethouder dit onderwerp tot nu toe heeft opgepakt. Ze ziet haar opmerkingen als aanvullingen en aanmoedigingen. Eén daarvan betreft duurzaamheid, ze verwijst naar een recent rapport waarin staat dat de AI-ambities van het Rijk tot 20 procent meer stroomverbruik kunnen leiden. Ze vraagt zich af hoe dat zich verhoudt tot de klimaatdoelen en mist in de AI-agenda een reflectie op de impact van AI op duurzaamheid.

Ze stelt voor om in overweging te nemen of een milieueffectenrapportage onderdeel kan worden van de besluitvorming rond AI-toepassingen en vraagt of de wethouder dit kan meenemen in de definitieve versie van de agenda. Lid ASLAMI (D66) vraagt hoe GroenLinks zelf kijkt naar de effecten van de inzet van AI, zoals beschreven in de agenda, op bijvoorbeeld het stroomverbruik. Lid IJMKER (GroenLinks) antwoordt dat ze dat moeilijk kan beoordelen, juist omdat die informatie in de agenda ontbreekt. Ze geeft aan dat haar vraag daar ook op gericht is, ze wil graag dat de effecten op stroomverbruik en duurzaamheid in beeld worden gebracht. Lid ASLAMI (D66) stelt voor om de milieu-impact van AI in de volle breedte te bekijken, niet alleen het extra stroomverbruik, maar ook mogelijke besparingen zoals verminderde uitstoot of brandstofgebruik door efficiëntere processen. Hij vraagt of lid IJmker het daarmee eens is. Lid IJMKER (GroenLinks) bevestigt dat dit precies is wat zij bedoelt met een milieueffectenrapportage, en dat zij het dus volledig met hem eens is. Lid KREUGER (JA21) vraagt of er helemaal geen gebruik van AI zal worden gemaakt als uit een milieueffectrapportage blijkt dat de gevolgen negatief zijn voor het klimaatbeleid. Lid IJMKER (GroenLinks) antwoordt dat dat niet haar bedoeling is.

Ze wil juist dat zo’n rapportage helpt om een betere afweging te maken tussen verschillende waarden die Amsterdam belangrijk vindt, zoals efficiëntie, rechtvaardigheid, inclusiviteit en duurzaamheid. Omdat er nu onvoldoende informatie over de milieu-impact beschikbaar is, kan die afweging nog niet goed worden gemaakt. Lid KREUGER (JA21) stelt dat het zuiver zou zijn om vooraf kaders vast te stellen voor wat acceptabel is bij onderzoek naar bijvoorbeeld de milieueffecten van AI. Hij vindt het onjuist dat in de raad vaak eerst onderzoek wordt gedaan en pas daarna wordt bepaald welke kaders daarbij horen. Als lid IJmker duurzaamheid echt belangrijk vindt, dan hoort zij volgens hem vooraf vast te leggen wat zij acceptabel acht.

27

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Lid IJMKER (GroenLinks) benadrukt dat politiek draait om het afwegen van waarden. Ze geeft aan dat bijvoorbeeld efficiëntere dienstverlening via AI afgewogen moet kunnen worden tegen het extra energieverbruik. Daarvoor is wel informatie nodig, en daarom vraagt zij om een milieueffectenrapportage. Vervolgens gaat zij in op het project ChatAmsterdam. Zij wijst erop dat de gemeente gebruikmaakt van het commerciële model van OpenAI. Hoewel dat technisch gezien onafhankelijk is van één specifiek taalmodel, stelt zij voor dat Amsterdam ook onderzoekt of er open source of Europese alternatieven gebruikt kunnen worden, zoals Mistral, dat bijvoorbeeld al door de UvA wordt toegepast. Zo zou de gemeente haar digitale autonomieambities beter kunnen waarmaken. Daarnaast uit zij zorgen over mogelijk kennis- en vaardigheidsverlies bij ambtenaren en de afhankelijkheid van AI-tools zoals ChatAmsterdam. Zij vraagt de wethouder hoe het advies van de CPA hierover is opgevolgd en welke stappen worden genomen om risico’s te ondervangen. Tot slot uit zij zorgen over de inzet van een voicebot bij 14020. Zij hoort dat bewoners verrast zijn door het gebruik van een robotstem en pleit ervoor dat het recht op menselijk contact altijd gegarandeerd blijft.

Bovendien wil zij dat duidelijk is wanneer men met een chatbot spreekt, want voor haar gaat dienstverlening niet alleen over informatie, maar ook over het gevoel dat je gehoord wordt. Lid BELKASMI (PvdA) geeft complimenten aan de wethouder voor het beschikbaar stellen van de notitie en vraagt zich af hoe AI kan worden ingezet om meer gelijke kansen en kansengelijkheid te creëren. Hij noemt bijvoorbeeld het doorbreken van taalbarrières in de dienstverlening en toepassingen in de zorg. Hoewel hij enkele van deze aspecten herkent in de AI-agenda, mist hij een expliciete aandacht voor het thema kansengelijkheid. Daarom vraagt hij de wethouder of hij dit perspectief duidelijker wil meenemen in de definitieve agenda. Daarnaast wijst hij op de betaalbaarheid van AI en de invloed daarvan op gelijke kansen, omdat veel AI-toepassingen via betaalde licenties beschikbaar zijn. Hij benadrukt dat betaalbaarheid een belangrijk aandachtspunt blijft, zeker voor de toekomst. Lid GARMY (Volt) bedankt de wethouder voor de AI-agenda en waardeert de sterke basis. Toch mist hij als raadslid inzicht in de benodigde middelen, omdat het college vanwege de verkiezingen geen grote investeringskeuzes maakt. Daardoor ontbreekt het overzicht van wat nodig is om pilots op te schalen of AI-expertise duurzaam te borgen, waardoor de raad straks niet goed kan beslissen.

Dit voelt tegenstrijdig, zeker omdat Amsterdam zich wil profileren als toonaangevende Europese stad, maar daar geen middelen voor reserveert. Ook merkt hij op dat de maatschappelijke en economische inzet van AI nu apart wordt behandeld, terwijl AI juist een belangrijke motor is voor verantwoorde economische groei. Hij vraagt zich af of het niet beter is deze lijnen te verbinden in één integrale agenda. Ten slotte vindt hij de uitwerking van AI-geletterdheid beperkt en vrijblijvend. Omdat AI steeds meer invloed heeft op werken, leren en hulp vragen, is dit een gemiste kans, vooral voor digitaal kwetsbare Amsterdammers. Hij pleit daarom voor een ambitieuzer beleid, waarbij AIgeletterdheid onderdeel wordt van het bredere digitale stadsbeleid, samen met scholen, bibliotheken en maatschappelijke organisaties. Lid ASLAMI (D66) richt zich op twee punten. Ten eerste AI-geletterdheid, hoewel dit binnen de eigen organisatie goed wordt opgepakt, staat Nederland mondiaal gezien nog niet sterk. Hij vraagt hoe de wethouder ervoor kan zorgen dat AI-kennis breder in de stad verspreid wordt, zodat niet alleen early adapters en techneuten mee kunnen, maar ook scholieren, ZZP’ers en mensen met minder affiniteit met AI. Ten tweede gaat hij in op talentbehoud. Amsterdam heeft veel talent op dit gebied, maar het is belangrijk dat er meer durf is om dit te stimuleren.

Hij noemt voorbeelden uit Europa waar fysieke plekken bestaan waar talent, onderwijs, gemeenten, startups en internationale experts samenkomen. Hij vraagt hoe de wethouder hierover denkt en of Amsterdam een impuls kan geven aan zo’n AI-hub waar ook ambtenaren en andere betrokkenen zich kunnen verbinden.

28

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Tot slot merkt hij op dat hoewel er een goede start is gemaakt, de middelen niet in lijn zijn met de ambities. Zo ontbreekt bijvoorbeeld ruimte voor een milieueffectrapportage, wat een kostbare maar noodzakelijke stap kan zijn als we het serieus willen aanpakken. Hiervoor zouden middelen vrijgemaakt moeten worden. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of D66 de oproep tot een milieueffectrapportage van lid IJmker steunt, en of D66 bereid is het streven om tech-hoofdstad van Europa te worden los te laten als blijkt dat AI-toepassingen veel water en CO2-uitstoot veroorzaken. Lid ASLAMI (D66) geeft aan de zorgen te begrijpen en verwijst naar eerdere discussies over datacenters en het bijbehorende verbruik. Hij onderstreept dat het verbruik zo veel mogelijk beperkt moet worden en is het daarin eens met de Partij voor de Dieren. Tegelijk nuanceert hij dat verbruik niet automatisch gelijkstaat aan negatieve emissies of fossiel gebruik. AI draait vaak op hernieuwbare energie, en wat D66 betreft gebeurt het gebruik van AI op verantwoorde wijze. Hij is benieuwd naar de voorstellen die hierover nog zullen komen.

Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt expliciet of D66 bereid is het streven om techhoofdstad van Europa te worden los te laten als uit een milieueffectrapportage blijkt dat AItoepassingen leiden tot fors meer uitstoot en watergebruik en hoe D66 dat rijmt met de eigen circulaire en klimaatdoelen voor 2050? Lid ASLAMI (D66) benadrukt dat zijn partij volledig achter de circulaire plannen en klimaatdoelen staat. Volgens hem biedt technologie juist een kans om deze ambities eerder te realiseren. Hij waarschuwt tegen een benadering die uitgaat van beperkingen en doemdenken, en pleit voor een optimistische, toekomstgerichte inzet van AI die duurzaamheid en technologische ontwikkeling combineert. Lid KREUGER (JA21) stelt dat er een fundamentele tegenstrijdigheid zit in het streven naar zowel ambitieuze klimaatdoelen als het worden van tech-hoofdstad van Europa. Hij benadrukt dat je volgens hem niet beide ambities tegelijk kunt waarmaken: het is of het een, of het ander. Lid HYLKEMA (VVD) is blij dat de raad de AI-agenda nu bespreekt, en waardeert de focus op concrete projecten boven abstracte discussies over de waarde van AI. Hij ziet in de agenda veel kansen voor AI binnen Amsterdam, bijvoorbeeld op het gebied van dienstverlening en communicatie. Wat hem betreft mag er echter meer nadruk liggen op productiviteitsgroei.

Hij vindt het belangrijk dat de gemeente niet terugschrikt voor het benoemen van de mogelijkheid dat AI ook leidt tot minder benodigde ambtenaren. Hij vindt dat veel projecten te traag verlopen. Hoewel er al pilots zijn afgerond, duurt het volgens de agenda nog tot het vierde kwartaal van 2026 voordat er voorstellen tot opschaling worden gedaan. Hij vraagt zich af waarom dat anderhalf jaar moet duren, zeker als pilots succesvol zijn. Hij begrijpt dat er op dit moment geen financiële middelen zijn, maar vraagt daarom juist om een concreet overzicht van wat er nodig is om het proces te versnellen. Hij noemt ook de recente investering van het Rijk in de AI-fabriek in Groningen. Dat betreft vooral hardware, maar AI draait ook sterk om software en samenwerking. Volgens experts hoort zo'n hub in Nederlandse context eigenlijk in Amsterdam thuis. Hij spreekt daarom zijn volle steun uit voor het realiseren van een AI-hub in de hoofdstad, en roept het college op hier in de lobby richting Den Haag werk van te maken. Tot slot is hij benieuwd wanneer de eerste editie van de aangekondigde AI-monitor verschijnt. Wethouder SCHOLTES is blij dat de AI-agenda in concept besproken wordt, zodat input van de raad nog verwerkt kan worden.

Hij benadrukt dat de gemeente AI benadert als een praktisch hulpmiddel, niet als doemscenario of wondermiddel, maar als middel om Amsterdammers en ambtenaren te ondersteunen bij maatschappelijke opgaven. Innovatie is geen doel op zich, en de aanpak is lerend, met oog voor wetgeving en AI-geletterdheid.

29

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Door financiële beperkingen zijn er nu geen extra investeringen mogelijk. Alles moet binnen het bestaande budget, al maakt hij wel ruimte vrij voor AI-geletterdheid. Op verzoek van onder meer VVD, Volt en D66 zegt hij toe in de definitieve agenda een globale doorkijk te geven naar toekomstige kosten. Ondertussen kan de gemeente volgens hem al stappen zetten, onder meer op het gebied van dienstverlening, de openbare ruimte en interne ondersteuning van ambtenaren. AI kan helpen bij efficiëntie, al gebruikt hij liever niet de term productiviteitsgroei. Er komt een expertiseteam dat zich richt op compliance en ethische vraagstukken. AIgeletterdheid binnen de organisatie krijgt vorm via e-learning en een plan van aanpak. Daarnaast zet hij in op AI-geletterdheid onder Amsterdammers, met projecten zoals TUMO in Zuidoost en samenwerkingen met de OBA en Cybersoek. Hij vraagt de raad mee te denken over de doelgroep, bijvoorbeeld jongvolwassenen of mensen van 35 tot 45 jaar. Tot slot reageert hij op zorgen over duurzaamheid. In het project Grip op LLM’s werkt de gemeente aan een benchmark van de milieu-impact van AI-toepassingen, onder meer met de tool Code Carbon. Deze wordt na de zomer openbaar gemaakt. Ook worden alternatieven voor Open AI onderzocht op duurzaamheid, compliance en kosten. De wethouder zegt toe dat deze verkenning onderdeel zal zijn van de AI-agenda.

Lid IJMKER (GroenLinks) bedankt de wethouder voor zijn toezegging en benadrukt dat het waardevol is om ook te kijken naar hoe andere partijen in de stad, zoals de Universiteit van Amsterdam en andere kennisinstellingen of publieke organisaties, omgaan met AI en duurzaamheid. Volgens haar valt daar veel van te leren. Ze verduidelijkt daarnaast dat haar eerdere vraag over duurzaamheid breder bedoeld was dan alleen in relatie tot LLM’s. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de gemeente in het algemeen beter moet leren hoe de duurzaamheidsimpact van AI-toepassingen te meten is. Hij zegt toe dat hierover een tekst zal worden opgenomen in de definitieve AI-agenda. Wel vraagt hij ruimte om samen met experts en collega’s te bepalen welk instrument daarvoor het meest geschikt is, of dat nu een MER is of iets anders, zolang het maar werkbaar blijft. Over de samenwerking met kennisinstellingen wijst hij op het samenwerkingsverband Amsterdam AI, waarin de Amsterdamse kennisinstellingen, medische centra, de Amsterdam Economic Board en andere partners samenkomen. Volgens hem is dat een goed platform om van elkaar te leren, en hij zegt ook specifiek te willen kijken naar het voorbeeld dat lid IJmker noemde over de werkwijze van de UvA. De wethouder gaat vervolgens in op het risico van verlies aan kennis en vaardigheden bij ambtenaren door het gebruik van AI.

Hij verwijst naar een artikel dat lid IJmker deelde over een studie waarin studenten die hun essay volledig door ChatGPT lieten schrijven minder leerden dan studenten die het zelf deden. Hij herkent die conclusie en stelt dat het belangrijk is dat ambtenaren of anderen in de stad hun werk niet volledig uitbesteden aan ChatGPT of andere LLM’s. Binnen de gemeente is volgens hem sprake van een voorzichtige inzet van ChatAmsterdam en wordt er veel aandacht besteed aan AI-geletterdheid. Die zorgpunten neemt hij mee in het plan van aanpak AI-geletterdheid, waarvan de hoofdlijnen ook terugkomen in de definitieve AI-agenda. Wat betreft de vraag van lid IJmker over menselijk contact bij de digitale dienstverlening, bevestigt hij dat een chatbot zoals die van 14020 niet nieuw is, maar dat hij het essentieel vindt dat menselijk contact altijd mogelijk blijft. Volgens hem is de chatbot daarom ook voorzien van een live chatfunctie en moet de ontwikkeling van digitale dienstverlening, met of zonder AI, altijd gepaard gaan met een goed geregeld offline alternatief. Tegelijkertijd erkent hij dat AI ook voordelen kan hebben, bijvoorbeeld door sneller en gerichter antwoord te geven op vragen dan de zoekfunctie op de website. Die balans is volgens hem belangrijk, digitale ondersteuning waar mogelijk, maar altijd met ruimte voor persoonlijk contact.

Vervolgens richt hij zich op de vragen van lid Belkasmi over kansengelijkheid. Hij stelt dat AI-geletterdheid juist kansen biedt op dat vlak en dat de gemeente samenwerkt met partners als Cybersoek en de Openbare Bibliotheek Amsterdam om activiteiten te ontwikkelen rondom dit thema. Hij erkent dat kansengelijkheid in de AI-agenda zelf nog beperkt uitgewerkt is, terwijl dit in de visie wel een centrale rol speelt. Door beperkte middelen moeten er keuzes gemaakt worden in waar te beginnen, maar hij ziet mogelijkheden om op termijn AI ook in te zetten voor

30

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

bijvoorbeeld het efficiënter toekennen van armoedemiddelen. In hoofdstuk 3 van de definitieve agenda wil hij daarom ook aandacht besteden aan mogelijke ambities en bijbehorende kosten na 2030, met specifieke aandacht voor kansengelijkheid. Ten aanzien van de opmerkingen van D66 en VVD over Amsterdam als techstad en het behoud van talent, onderstreept de wethouder dat er meerdere manieren zijn om een techstad te zijn, met of zonder veel datacenters. Hij verwijst opnieuw naar het samenwerkingsverband Amsterdam AI, en merkt op dat de Amsterdam Economic Board een leidende rol wil gaan spelen. Het beeld dat al het AI-talent naar het buitenland vertrekt, bestrijdt hij, veel studenten, startups en scale-ups blijven volgens hem juist in Amsterdam, en de gemeente biedt ook AI-studenten een plek. AI-talent blijft dus behouden, mede doordat Amsterdam een aantrekkelijke stad is, ook voor internationale conferenties zoals de World Summit AI. Tot slot meldt hij dat er verschillende AI-hubs in de stad bestaan, zoals Lab42, Startup Village en het nieuwe AI AM. In september komt er bovendien een event in samenwerking met TechLeap en Amsterdam AI. De wethouder werkt hierin samen met collega Mbarki, die zich vooral richt op de economische kant en de relatie met bedrijven, terwijl hijzelf focust op de gemeentelijke inzet van AI voor Amsterdammers.

Samen zoeken zij naar een goede afstemming tussen beide agenda’s. Over de vragen van Volt zegt hij dat hij eerder al toezegde om in de AI-agenda een doorkijk te geven naar mogelijke toepassingen van AI en de bijbehorende kosten. Tot slot noemt hij de eerste editie van de AI-monitor. Deze monitor moet inzicht geven in wat de gemeente allemaal doet met AI. Het is volgens hem een instrument om richting collega's te communiceren en bewustzijn te creëren: alles moet compliant zijn en aangemeld worden. De eerste editie van de AI-monitor zal samen met de definitieve AI-agenda verschijnen. Hoewel deze nog niet volledig compleet zal zijn, is dit wel een belangrijke eerste stap. De VOORZITTER sluit af door te constateren dat het onderwerp voldoende is besproken. Financiën 9. Kennisnemen bestuurlijke reactie evaluatie betalingsproblemen AFIS (VN2025009458) Lid HAVELAAR(CDA) meldt dat hij twee punten van orde heeft. Zijn eerste vraag gaat over een tekst van lid Van Berkel die nog rondgestuurd zou worden. Hij geeft aan die nog niet te hebben ontvangen en vraagt of die beschikbaar is. De VOORZITTER reageert dat de tekst van lid Van Berkel wel gedeeld is met de wethouder, maar dat het volgens haar niet de afspraak was om die met de hele commissie te delen.

Lid HAVELAAR (CDA) gaat door met zijn tweede vraag, waarin hij aangeeft dat ze graag de spreektijd van De Vonk willen verdelen volgens artikel 34.4 van het reglement van orde. Op die manier krijgt iedereen er 25 seconden bij. De VOORZITTER geeft aan dat zulke punten van orde meestal liever aan het begin van de vergadering worden ingebracht. Ze bevestigt dat het technisch klopt dat, nu De Vonk zich heeft afgemeld, de beschikbare spreektijd van De Vonk verdeeld kan worden over de andere fracties. Als de commissie hiermee instemt, krijgt iedereen er 25 seconden extra spreektijd bij. Lid BURGERS (VVD) geeft aan dat de evaluatie duidelijk maakt dat ambtenaren onvoldoende waren voorbereid op de implementatie van het nieuwe facturatiesysteem. Hierdoor konden zij niet goed sturen op noodzakelijke veranderingen, wat leidde tot lange betalingsachterstanden voor ondernemers, extra kosten voor de gemeente en reputatieschade. Hij wijst op onduidelijke afspraken en een cultuur binnen de organisatie waarin verantwoordelijkheden niet goed werden genomen en problemen te lang werden genegeerd.

31

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Volgens hem heeft de wethouder te weinig gecommuniceerd over de risico’s en het werkproces, ondanks eerdere waarschuwingen. Hij vraagt wanneer de wethouder het plan van aanpak voor de benodigde cultuurverandering aan de raad presenteert. Hij benadrukt dat de fouten uit een vergelijkbare situatie in 2017 opnieuw zijn gemaakt en vindt de reactie van de wethouder daarop onvoldoende. Ook uit hij zorgen over het feit dat het onderzoek intern is uitgevoerd, wat volgens hem de onafhankelijkheid ondermijnt. Daarom pleit hij voor een onafhankelijk raadsonderzoek. Lid KREUGER (JA21) wijst erop dat de wethouder tijdens de Rekeningencommissie in februari al op de hoogte was van de chaos rond de kwestie, terwijl zij toen nog had verklaard dat alles goed verliep. Hij vraagt of de VVD zich bewust is van het feit dat de wethouder toen verkeerd is geïnformeerd. Lid BURGERS (VVD) reageert dat hij het niet helemaal eens is met die stelling en dat er volgens hem wel enige nuance zat in wat de wethouder toen heeft gezegd. Lid HAVELAAR (CDA) benadrukt dat er onvoldoende is geleerd van eerdere fouten. Bij het besluit om live te gaan was al bekend dat medewerkers onvoldoende waren opgeleid, de procesbeheersing niet op orde was en er openstaande issues waren. Toch ging men live, wat onterecht was.

Het rapport is kritisch over de slechte projectorganisatie, onderschatte risico’s en het bagatelliseren van problemen. Er is veel overlap met eerdere fouten die niet zijn meegenomen. De excuses vanuit het college wisselen, maar het facturenfiasco met financiële en reputatieschade blijft groot. Hoewel het rapport stelt dat bestuurlijk sinds 20 januari juist is gehandeld, vindt lid Havelaar die passage twijfelachtig omdat het college, de wethouder en ambtenaren intensief betrokken waren bij de evaluatie. Hij vraagt of die betrokkenheid normaal is en of een volledig onafhankelijk onderzoek beter was geweest. Ook wil hij weten of bestuurlijk handelen is besproken bij het valideren van het rapport. Verder vraagt hij om onderzoek naar de periode voor de besluitvorming om live te gaan en of de wethouder daarmee instemt. Tot slot vraagt hij of de wethouder zelf voldoende bestuurlijke verantwoordelijkheid neemt, zowel voor 20 januari, toen ze aangaf onvoldoende doorgevraagd te hebben, als daarna, gezien de langdurige financiële problemen. Lid ASRUF (PvdA) merkt op dat de projectpositie en aansturing slecht waren. Hij complimenteert JA21 voor het benadrukken dat de risicoprojectregeling niet is gevolgd, wat hij terecht vindt.

Hij roept de wethouder op hier verder op te reflecteren en lessen te trekken, onder andere door het drempelbedrag van twintig miljoen als voorwaarde te laten vervallen. Onafhankelijke tegenspraak moet bij ICT-trajecten standaard worden. Verder vraagt hij naar de voortgang van het nader onderzoek naar aansprakelijkheid en dringt aan op een snelle besluitvorming. Over cultuur stelt hij dat de gewenste cultuur nog onduidelijk is en nodigt de wethouder uit dit te verduidelijken. Tot slot wil hij vooruitkijken naar het vervolg van AFIS en de P&C-module, en vraagt hij om uitleg over mogelijke alternatieven buiten AFIS en de planning van beslissingen hierover. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vindt dat de gemeente achter de feiten aanloopt en het project niet serieus genoeg heeft genomen. De governance was slecht, medewerkers onvoldoende opgeleid en er was geen aanspreekpunt vanuit de top. De wethouder werd niet goed geïnformeerd over de risico’s en problemen, waardoor zij niet kon ingrijpen. Er lijkt een angstcultuur te heersen en betrokkenen nemen onvoldoende verantwoordelijkheid. Lid Krom vraagt zich af of dit door onkunde komt, of dat mensen de wethouder negeren, en wil weten wat dit zegt over de structurele informatiepositie en of dit alleen bij AFIS speelt. Ze vraagt waarom er niet gekozen is voor strakkere regie en betere afspraken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15900812/1